CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

De Lanen-Oost_Toelichting_Bijlage 25 Milieuonderzoek (2021) (1)

Gemeenteraad 27 september 2023, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan De Lanen-Oost, Barneveld36.265 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Analyse‐ en toetsingsresultaten grond met gestandaardiseerde gehalten in mg.kg d.s. Boring met diepte (m –mv)

Zintuiglijk

Verhoogde parameters Wbb (gehalten in mg/kg d.s.) > AW‐waarde

> T‐waarde

Zink (538)

Indicatie Bbk

> I‐waarde

Verkennend bodemonderzoek GRN M830.1

830 (0,00 ‐ 0,50)

Zand, sporen baksteen, spo‐ ren kolengruis

Cadmium (0,6226) Lood (104,2) PAK (1,587) IJzer 8.100 Aluminium 3.400

Industrie

GRN M830.2

830 (0,50 ‐ 0,80)

Zand, zintuiglijk schoon

Zink (183,9)

Wonen

Nader bodemonderzoek GRN M830B.1

830B (0,00 ‐ 0,40)

Zand, zintuiglijk schoon

Zink (333,8)

Industrie

GRN M830C.1

830C (0,00 – 0,50)

Zand, zintuiglijk schoon

<

AW

GRN M830D.1

830D (0,00 ‐ 0,30)

Zand, zintuiglijk schoon

<

AW

GRN M830E.1

830E (0,00 ‐ 0,40)

Zand, zintuiglijk schoon

Zink (391.4)

Industrie

‐ Wbb:

Zintuiglijk zijn geen waarnemingen gedaan welke kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging

<

: aangetroffen gehaltes kleiner dan achtergrond‐, tussen‐ en interventiewaarde

>AW‐waarde

: aangetroffen gehalte groter dan achtergrondwaarde

>T‐waarde

: aangetroffen gehalte groter dan tussenwaarde (aanvullend / nader bodemonderzoek nodig)

>I‐waarde

: aangetroffen gehalte groter dan interventiewaarde (aanvullend / nader bodemonderzoek nodig)

Bbk:

De indicatieve beoordeling Bbk geldt voor de situatie "Grond, toepassing op landbodem"

AW Wonen Industrie NT

: overal toepasbaar (voldoet aan Achtergrondwaarde) : toepasbaar (functieklasse wonen) : toepasbaar (functieklasse industrie) : niet toepasbaar

De Burgt III te Barneveld

84

3049.01

Diverse (milieu)onderzoeken

7.7

Buro Ontwerp & Omgeving

Interpretatie onderzoeksresultaten Tijdens het verkennend bodemonderzoek is naar voren gekomen dat de bodemlaag van 0 tot 0,5 m‐mv van boring 830 matig verontreinigd is met zink. De onderliggende bodemlaag (0,5 tot 0,8 m‐ mv) bevat een licht verhoogd gehalte zink. Uit het uitgevoerde nader onderzoek komt naar voren dat de bodemlaag van 0 tot 0,5 m‐mv van de boringen 830B en 830E licht verontreinigd is met zink. In de bovengrond van de boringen 830C en 830 D zijn geen verhoogde gehalten zink aangetoond. Uit het onderzoek blijkt dat een kleine spot matig verontreinigde grond aanwezig is welke vol‐ doende is afgeperkt. De interventiewaarde wordt niet overschreden. Verwacht wordt dat de ma‐ tige verontreiniging aanwezig is over een oppervlakte van circa 10 m2 en een diepte van 0,5 meter waardoor circa 5 m3 grond matig verontreinigde zink aanwezig is. Binnen het Besluit bodemkwaliteit valt de licht en matig verontreinigde grond in de bodemkwali‐ teitsklasse Industrie. Conform CROW publicatie 400 is geen voorlopige veiligheidsklasse van toepas‐ sing, zie bijlage 6.

De Burgt III te Barneveld

85

3049.01

Diverse (milieu)onderzoeken

Buro Ontwerp & Omgeving

8

RESULTATEN AANVULLEND ONDERZOEK PFAS

8.1

Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden ten behoeve van het onderzoek naar PFAS zijn op 7, 10, 21 juli en 24 sep‐ tember 2020 uitgevoerd door de erkende veldwerker, de heer M. Scholten van Bodem Expert te Huissen, op 22 en 23 september 2020 door de erkende veldwerkers de heer R. Meister en de heer A. Koemans van VCMI te Beek en op 27 oktober 2020 door de erkende veldwerker de heer C. Beunk van BodemExpert te Huissen. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kritieke afwijkingen opgetreden van de protocollen beschreven in de BRL SIKB 2000. Tabel 39 geeft een overzicht van de uitgevoerde veld‐ werkzaamheden. Tabel 39

Uitgevoerde veldwerkzaamheden PFAS onderzoek

Aantal boringen (m ‐mv)

Nummers

Nederwoudseweg 86 Verontreinigde druppelzone 2x0,5

133 en 134

Nederwoudseweg 66 Spot verontreinigde grond, zink 2x1,0

716 en 717

Nederwoudseweg 68 Spot verontreinigde grond, koper 2x 1,0

616 en 617

Verontreinigde druppelzones 8x 1,0

618 t/m 625

Bermen asbestweg 4x 0,5

637 t/m 640

Asbestverontreiniging gat 453 Monsters nemen uit 5 sleuven

SL01 t/m SL05

Dammen Dam E 2x 1,0

919, 920

Dam G 2x 1,0

921, 922

Dam I 2x1,0

923, 924

Dam 2 1x 1,0

De Burgt III te Barneveld

830A

86

3049.01

Diverse (milieu)onderzoeken

Buro Ontwerp & Omgeving

Bij alle boringen is de vrijgekomen grond zintuiglijk beoordeeld op textuur, kleur en zintuiglijk waar‐ neembare verontreinigingen. De gegevens van de monsterpunten zijn verwerkt tot boorprofielen, welke zijn opgenomen in bijlage 2. De situering van de boringen is weergegeven op de tekeningen in bijlage 1.3. 8.2

Zintuiglijke waarnemingen Op het maaiveld en in het opgeboorde materiaal zijn op zintuiglijke wijze geen asbestverdachte ma‐ terialen waargenomen. Tabel 40 geeft een overzicht van de zintuiglijke waarnemingen. Tabel 40

Zintuiglijke waarnemingen PFAS onderzoek

Boring

Traject (m –mv)

Zintuiglijke waarneming

Nederwoudseweg 86 Verontreinigde druppelzone 133

0,00 – 0,50

Brokken baksteen

134

0,00 – 0,50

Brokken baksteen

Nederwoudseweg 66 Spot verontreinigde grond, zink 716

0,40 – 0,80

Resten glas

Nederwoudseweg 68 Spot verontreinigde grond, koper 617

0,00 0,50

Sporen baksteen

Verontreinigde druppelzones 620

0,00 – 0,50

Sporen plastic

621

0,00 – 0,50

Sporen plastic

623

0.00 – 0,70

Sporen baksteen

637

0,00 – 0,50

Sporen baksteen, sporen asfalt

638

0,00 – 0,50

Sporen puin, sporen baksteen, sporen asfalt

639

0,00 – 0,50

Sporen puin, sporen baksteen, sporen asfalt

640

0,00 – 0,50

Sporen puin, sporen baksteen, sporen asfalt

Bermen asbestweg

Asbestverontreiniging gat 453 SL02

0,08 – 0,50

Sporen baksteen

0,00 ‐ 0,30

Sporen baksteen

0,30 – 0,70

Brokken baksteen

Dammen Dam E 919

920

0,70 – 1,00

Sporen baksteen

0,00‐0,50

Sporen baksteen, sporen puin

Dam G

De Burgt III te Barneveld

87

3049.01

Diverse (milieu)onderzoeken

Boring

Traject (m –mv)

Buro Ontwerp & Omgeving

Zintuiglijke waarneming

Nederwoudseweg 86 921

0 ,00‐ 0,50

Brokken puin, brokken baksteen

0,50 – 1,00

Sporen baksteen

0,00 – 0,50

Brokken puin, brokken baksteen

923

0,00 – 0,30

Brokken baksteen

924

0,00 – 0,50

Brokken baksteen

‐

‐

922 Dam I

Dam 2 ‐

8.3

Laboratoriumonderzoek Ten behoeve van het analyseprogramma is rekening gehouden met de resultaten van de zintuiglijke waarnemingen. Tabel 41 geeft een overzicht van de onderzochte monsters en de analysepakketten. Tabel 41

Analyseprogramma PFAS

Monstercode

Boring/monster (m ‐mv)

Analyses

Nederwoudseweg 86 Verontreinigde druppelzone PFAS MM101

133 (0,00 ‐ 0,50), 134 (0,00 ‐ 0,10), 134 (0,10 ‐ 0,50)

PFAS incl. organische stof

Nederwoudseweg 66 Spot verontreinigde grond, koper PFAS MM701

716 (0,00 ‐ 0,40), 717 (0,06 ‐ 0,35)

PFAS incl. organische stof

Nederwoudseweg 68 Spot verontreinigde grond, zink PFAS MM601

616 (0,00 ‐ 0,25), 617 (0,00 ‐ 0,50)

PFAS incl. organische stof

Verontreinigde druppelzones PFAS MM602

618 (0,00 ‐ 0,50), 619 (0,00 ‐ 0,50), 620 (0,00 ‐ 0,50), 621 (0,00 ‐ 0,50), 622 (0,00 ‐ 0,50), 623 (0,00 ‐ 0,50), 624 (0,00 ‐ 0,50), 625 (0,00 ‐ 0,50)

PFAS incl. organische stof

637 (0,00 ‐ 0,50), 638 (0,00 ‐ 0,50), 639 (0,00 ‐ 0,50), 640 (0,00 ‐ 0,50)

PFAS incl. organische stof

Bermen asbestweg PFAS MM604

Asbestverontreiniging gat 453 PFAS MM603

SL01 (0,08 ‐ 0,50), SL02 (0,08 ‐ 0,50), SL03 (0,00 ‐ 0,50), SL04 (0,08 ‐ 0,50), SL05 (0,08 ‐ 0,50)

PFAS incl. organische stof

919 (0,00‐0,30) 920 (0,00‐0,50) 921 (0,00‐0,50) 922 (0,00‐0,50) 923 (0,00‐0,30) 924 (0,00‐ 0,50)

PFAS incl. organische stof

830A (0,00 ‐ 0,40)

PFAS incl. organische stof

Dammen Dam E, G, I PFAS MM901 Dam 2 PFAS M830A.1

De Burgt III te Barneveld

88

3049.01

Diverse (milieu)onderzoeken

Monstercode

Buro Ontwerp & Omgeving

Boring/monster (m ‐mv)

Analyses

Nederwoudseweg 86 PFAS:

8.4

Uit de advieslijst d.d. 12‐07‐2019

Toetsingskader De analyseresultaten zijn indicatief getoetst aan het de Toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op landbodem boven grondwaterniveau uit het Tijdelijk handelingskader. In bijlage 5.3 is het toetsingskader (PFAS) opgenomen.

8.5

Analyseresultaten De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3.4. Het resultaat van de toetsing is in bijlage 4.3 opgenomen. In onderstaande Tabel 42 zijn de PFAS‐parameters weergegeven waarvan het gehalte boven de achtergrondwaarde is gemeten. Tevens is de indicatieve functieklasse in de zin van het Besluit bo‐ demkwaliteit weergegeven. Tabel 42 Monster‐ code

Analyse‐ en toetsingsresultaten PFAS grond in µg/kg d.s. Boring/monster (m –mv)

Gemeten verhoogde parameters PFAS (gehalten in µg/kg d.s.)

Indicatie bodemkwaliteitsklasse Bbk

<

AW

<

AW

perfluoroctaansulfonzuur (PFOS) lineair (1,712) som PFOS (*0,7) (2,342)

Wonen

<

AW

som PFOS (*0,7) (1,8)

Wonen

<

AW

Nederwoudseweg 86 Verontreinigde druppelzone PFAS MM101

133 (0,00 ‐ 0,50), 134 (0,00 ‐ 0,10), 134 (0,10 ‐ 0,50)

Nederwoudseweg 66 Spot verontreinigde grond, koper PFAS MM701

716 (0,0 ‐ 0,4), 717 (0,06 ‐ 0,35)

Nederwoudseweg 68 Spot verontreinigde grond, zink PFAS MM601

616 (0,0 ‐ 0,25), 617 (0,0 ‐ 0,5)

Verontreinigde druppelzones PFAS MM602

618 (0,0 ‐ 0,5), 619 (0,0 ‐ 0,5), 620 (0,0 ‐ 0,5), 621 (0,0 ‐ 0,5), 622 (0,0 ‐ 0,5), 623 (0,0 ‐ 0,5), 624 (0,0 ‐ 0,5), 625 (0,0 ‐ 0,5)

Bermen asbestweg PFAS MM604

637 (0,00 ‐ 0,50), 638 (0,00 ‐ 0,50), 639 (0,00 ‐ 0,50), 640 (0,00 ‐ 0,50)

Asbestverontreiniging gat 453 PFAS MM603

SL01 (0,08 ‐ 0,5), SL02 (0,08 ‐ 0,5), SL03 (0,0 ‐ 0,5), SL04 (0,08 ‐ 0,5), SL05 (0,08 ‐ 0,5)

Dammen

De Burgt III te Barneveld

89

3049.01

Diverse (milieu)onderzoeken

Monster‐ code

Buro Ontwerp & Omgeving

Boring/monster (m –mv)

Gemeten verhoogde parameters PFAS (gehalten in µg/kg d.s.)

Indicatie bodemkwaliteitsklasse Bbk

919 (0,00,30), 920 (0,0‐0,5), 921 (0,0‐0,5), 922 (0,0‐0,5), 923 (0,0‐0,3), 924 (0,0‐0,5)

<

AW

830A (0,00 ‐ 0,40)

<

AW

Dam E, G, I PFAS MM901 Dam 2 PFAS M830A.1

8.6

<

: aangetroffen gehaltes kleiner dan achtergrondwaarde

Bbk

: de indicatieve beoordeling Bbk geldt voor de situatie "Grond, toepassing op landbodem"

AW Wonen Industrie NT

: overal toepasbaar (voldoet aan Achtergrondwaarde) : toepasbaar (bodemkwaliteitsklasse wonen) : toepasbaar (bodemkwaliteitsklasse industrie) : niet toepasbaar

Interpretatie De op PFAS onderzochte verontreinigde grond voldoet over het algemeen aan de Achtergrond‐ waarde. Alleen de grond ter plaatse van de zinkverontreiniging aan de Nederwoudseweg 68 en de met asbest verontreinigde grond ter plaatse van de bermen van de toegangsweg naar de Neder‐ woudseweg 68 valt op basis van PFOS in de Klasse Wonen.

De Burgt III te Barneveld

90

3049.01

Diverse (milieu)onderzoeken

Buro Ontwerp & Omgeving

9

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

9.1

Samenvatting en conclusies In opdracht van Bouwbedrijf R. Van de Mheen BV zijn door Buro Ontwerp & Omgeving diverse (mi‐ lieu) onderzoeken uitgevoerd op de locatie bekend als De Burgt III te Barneveld (gemeente Barne‐ veld). De aanleiding tot de uitvoering van de werkzaamheden is de voorgenomen realisatie van het laatste woondeel deel binnen de woonwijk De Burgt. Hierbij is het van belang inzicht te hebben in de mili‐ euhygiënische kwaliteit van de bodem en de kwaliteit van diverse vrijkomende materiaalstromen. Het gehele plangebied van De Burgt III heeft een oppervlakte van circa 28 ha. De planlocatie staat kadastraal bekend als gemeente Barneveld, sectie E, nrs. 5625 (deels), 5105, 510, 5374, 6220, 6219, 3425, 3427, 3617, 5819, 5197 (deels), 2308 (deels), 3467, 3431, 3518, 3516, 4873, 4500, 4499 (deels), 3422, 3471 (deels), 3416 (deels), 3415 (deels), 3414 (deels), 3994 en 3495. Uit het uitgevoerde vooronderzoek blijkt dat:  Een gebied met een oppervlakte van circa 12,8 ha recent onderzocht is (2018 en 2020);  Voor een gebied met een oppervlakte van circa 9,8 ha nog geen toestemming voor uitvoe‐ ring van bodemonderzoek is verkregen (Nederwoudseweg 70‐72 erf en weilanden).  Er na uitvoering van het vooronderzoek circa 5,4 ha overblijft waar op dit moment daadwer‐ kelijk onderzoek uitgevoerd wordt.

Hierbij dient opgemerkt te worden dat er ter plaatse van het in 2018 en 2020 onderzochte gebied op een aantal locaties nog wel aanvullend onderzoek uitgevoerd is. De aandachtspunten uit de eerder op de locatie uitgevoerde onderzoeken zijn onderstaand even‐ eens weergegeven. In de onderstaande tabel zijn de onderzoeksresultaten samengevat weergege‐ ven. Tabel 43

Samenvatting onderzoeksresultaten

Onderzoeksresultaten

Conclusie

Nederwoudseweg 66/68 toegangsweg De weg is verhard met 5 cm niet teerhoudend asfalt

Het asfalt is herbruikbaar (onderzoek PJ Milieu 2018)

Onder de toegangsweg is een 35 cm dikke funderingslaag aanwezig welke bestaat uit baksteen, puin, beton en/of zand en plaatselijk asbesthoudend materiaal. Op basis van het gehalte minerale olie is het materiaal milieuhy‐ giënisch gezien niet herbruikbaar. De westkant bevat meer dan 100 mg/kg ds gewogen aan asbest en de oost‐ kant meer dan 50 mg/kg ds gewogen. Gezien het heterogene karakter van asbest wordt er vanuit gegaan dat de funderingslaag heterogeen sterk ver‐ ontreinigd is met asbest.

De funderingslaag (circa 123 m3) is milieuhygiënisch gezien niet herbruikbaar. Er is sprake van een asbestweg waarvan ook de bermen sterk met asbest verontreinigd zijn. Uit het Besluit asbestwegen blijkt dat het verboden is een weg die meer dan 100 mg/kg ds gewogen aan asbest bevat voorhanden te hebben. Dit is echter niet van toepassing op een weg, waarvan de eigenaar heeft aangetoond dat het asbest voor 1 juli 1993 is aange‐ bracht en waarvan het asbest is afgeschermd door een verharding (asfalt, klinkers, beton) die geen asbest bevat. Door de eigenaar is aangegeven dat de rijbaan in 1986 al verhard was met asfalt. Hieruit blijkt dat het asbest voor 1993 is aangebracht.

De Burgt III te Barneveld

91

3049.01

Diverse (milieu)onderzoeken

Buro Ontwerp & Omgeving

Onderzoeksresultaten

Conclusie

Naast de sterk verontreinigde fundering is ook een deel van de berm zowel gelegen binnen een halve meter als buiten een halve meter van de weg sterk verontreinigd. Ook hier wordt er, gezien het heterogene karakter, uitgegaan van een heterogene verontreiniging over de gehele lengte van de berm (90 meter aan beide zijden). Hierbij wordt er vanuit gegaan dat deze tot aan de sloot sterk verontreinigd zijn (uitgangspunt 2 meter vanaf wegkant). Ter plaatse van het oostelijk deel is geen watergang aanwezig, de horizontale omvang bedraagt hier minimaal 0,7 meter vanaf de kant van de weg maar is nog niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de verontreiniging ook in verticale richting niet in beeld is. Verwacht wordt dat de diepte maximaal 0,5 meter betreft.

Indien geen werkzaamheden aan de weg zelf plaats gaan vinden is sanering van de ver‐ ontreiniging onder het asfalt niet noodzakelijk. Wanneer ter plaatse werkzaamheden worden verricht (weg opnieuw aanleggen of verwijderen) dient de asbestweg gesaneerd te worden (ontgraven en afvoeren of afdekken met duurzaam aaneengesloten verhar‐ dingslaag).

Tijdens onderhavig onderzoek is vastgesteld dat in de met asbest verontrei‐ nigde grond ter plaatse van de bermen PFOS aanwezig is (klasse Wonen).

Sterk verontreinigde bermen gelegen binnen een halve meter vanaf de weg vallen onder het Besluit asbestwegen. Ter plaatste dient, ongeacht of er werkzaamheden plaats gaan vinden, gesaneerd te worden. De sterk verontreinigde bermen buiten een halve meter vanaf de weg vallen onder de Wet bodembescherming. Sanering is alleen noodzakelijk op een natuurlijk moment (werkzaamheden) of indien er sprake is van onaanvaardbare risico’s. In onderhavig geval is er, op basis van onderhavige onderzoeksresultaten, geen sprake van risico’s omdat er niet meer dan 1.000 mg/kg ds gewogen en/of niet meer dan 100 mg/kg ds gewogen aan asbest is aangetoond. De voorlopige veiligheidsklasse betreft ‘Zwart niet vluchtig’. De asbestweg dient direct gemeld te worden bij IL&T, waarna deze op korte termijn sa‐ nerende maatregelen genomen dienen te worden. Sanering van de asbestweg en bijbehorende bermen valt onder IL&T. Voor sanering dient, ter goedkeuring, een Plan van Aanpak overlegd te worden. Sanering van de bermen verder dan 0,5 meter vanaf de weg dient middels een sane‐ ringsplan/BUS‐melding gemeld te worden (bevoegd gezag Provincie Gelderland).

In de grond onder de fundering van de toegangsweg is maximaal een licht verhoogd gehalte kobalt aangetoond. Nederwoudseweg 66 erf

Het licht verhoogde gehalte kobalt geeft geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvul‐ lend onderzoek. De grond valt in de bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde.

De asbestgehalten in de grond bevinden zich ruim onder de 50 mg/kg ds gewogen. Over het algemeen zijn in de bovengrond maximaal licht verhoogde gehal‐ ten lood en/of PAK aangetoond. De ondergrond bevat geen verhoogde ge‐ halten van de onderzochte parameters. Dit met uitzondering van onderstaande locatie:  Tijdens in 2009 (CSO) uitgevoerd onderzoek is vastgesteld dat de boven‐ grond ter plaatse van boring B04 (sporen puin) over een oppervlakte van circa 15 m2 en een laagdikte van circa 0,5 meter sterk verontreinigd is met koper. Er is sprake van circa 8 m3 sterk met koper verontreinigde grond.

Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend onderzoek

Het grondwaterniveau bevond zich ten tijde van de bemonstering in 2020 op een diepte van 1,4 m‐mv en bevat licht verhoogde concentraties barium en nikkel.

De Burgt III te Barneveld

92

Het licht verhoogde gehalte geeft geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend on‐ derzoek. De grond valt in de bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde.

De verontreiniging met koper is ontstaan voor 1987 waardoor de zorgplicht niet van toepassing is. Er is sprake van geen sprake van een geval van ernstige bodemverontrei‐ niging (<25 m3 grondsterk verontreinigd). Ten behoeve van de ontwikkeling dient een sanering plaats te vinden. Hiervoor dient een Plan aanpak aan het Bevoegd gezag )Omgevingsdienst) te worden overlegd. Er is conform CROW publicatie 400 geen voorlopige veiligheidsklasse van toepassing. De licht verhoogde concentraties geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend onderzoek.

3049.01

Diverse (milieu)onderzoeken

Buro Ontwerp & Omgeving

Onderzoeksresultaten

Conclusie

Nederwoudseweg 68 erf Ter plaatse van de locatie dam 12/gedempte sloot is 23 mg/kg ds gewogen aan asbest aanwezig.

Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend onderzoek naar de gehalten as‐ best onder de 50 mg/kg ds gewogen

Na uitsplitsing blijkt dat het tijdens het in 2018 aangetoonde asbestgehalte van 58 mg/kg ds gewogen in een mengmonsters, per monster niet boven de 50 mg/kg ds gewogen is gelegen. In één van de monsters is 49 mg/kg ds gewogen aangetoond, hier is één van de sleuven van het nader onderzoek geplaatst en is geen asbest meer aangetoond. De asbestgehalten in de grond bevinden zich ruim onder de 50 mg/kg ds gewogen met uitzondering van onderstaande locaties:  Tijdens in 2018 uitgevoerd onderzoek (PJ) is vastgesteld dat de boven‐ grond van gat 453 1 stukje asbest bevat. Gezien de beperkte omvang van het gat en de aanwezigheid van chrysotiel en crocidoliet werd de in‐ terventiewaarde overschreden. Tijdens onderhavig nader onderzoek zijn in de sleuf nabij boring 453 en 3 van de omliggende sleuven geen as‐ bestverdachte materialen (>20mm) waargenomen. In één van de omlig‐ gende sleuven zijn 2 stukjes plaatmateriaal waargenomen. In de grond‐ monsters is geen asbest aangetoond. De maximale concentratie asbest betreft 5,35 mg/kg ds gewogen. Tijdens onderhavig onderzoek is vastge‐ steld dat geen verhoogde gehalten PFAS aanwezig zijn (klasse AW).  In 2018 (onderzoek PJ Milieu) is vastgesteld dat ter plaatse van 4 drup‐ pelzones op het erf sprake is van de aanwezigheid van asbest in de bo‐ demlaag van 0 tot 0,1 m‐mv (220 en 66 mg/kg ds gewogen).

Tijdens on‐ derhavig onderzoek zijn geen verhoogde gehalten PFAS aangetoond ter plaatse van deze verontreinigde druppelzones (Achtergrondwaarde).

Tijdens in 2018 (PJ Milieu) uitgevoerd onderzoek is vastgesteld dat in de bo‐ vengrond maximaal licht verhoogde gehalten PAK en minerale olie zijn ge‐ meten. De overige bovengrond‐ en ondergrond bevat geen verhoogde ge‐ halten. Dit met uitzondering van onderstaande locatie:  De bovengrond ter plaatse van boring 4/401 (bijmenging kooltjes) is over een oppervlakte van circa 15 m2 en een laagdikte van circa 0,5 me‐ ter sterk verontreinigd met zink. Er is sprake van circa 8 m3 sterk met zink verontreinigde grond. Tijdens onderhavig onderzoek is vastgesteld dat PFOS aanwezig is (klasse Wonen). Tijdens in 2018 (PJ Milieu) uitgevoerd onderzoek is vastgesteld het grond‐ waterniveau zich ten tijde van de bemonstering op een diepte tussen de 0,41 m‐mv en de 1,4 m ‐mv bevond. Het grondwater bevat licht verhoogde concentraties barium.

De Burgt III te Barneveld

93

Formeel is op basis van het asbestgehalte in gat 453 (stukje asbest) sprake van een ge‐ val van ernstige bodemverontreiniging welke ten behoeve van de ontwikkeling gesa‐ neerd dient te worden. Aanbevolen wordt in overleg te treden met de Omgevingsdienst over de nut en nood‐ zaak van deze sanering.

Formeel ter plaatse van de druppelzones nader onderzoek noodzakelijk. Wanneer gesa‐ neerd wordt middels een BUS melding is een mogelijkheid om de asbestverontreiniging ter plaatse van de druppelzones (spoelzones) te saneren zonder uitvoering van een na‐ der onderzoek. Voorwaarde hierbij is dat de strook voldoende ruim wordt gesaneerd en dat de uitkeuring blijkt dat het saneringsresultaat is behaald. Ter plaatse van één van de druppelzones is de kans aanwezig dat tijdens nader onderzoek geen asbest boven de 100 mg/kg ds gewogen aanwezig is en formeel geen sanering noodzakelijk is. Gezien de kans dat het asbest boven de 100 mg/kg ds gewogen wordt gemeten en de kosten voor het uitvoeren van nader onderzoek is geen nader onderzoek uitgevoerd. Uitgangspunt: Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging waarvoor de zorgplicht niet van toepassing is. De verontreinigde druppelzones dienen ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling gesaneerd te worden. Van de zones ter plaatse van de noordwestelijke schuur is destijds vastgesteld dat sanering spoedeisend is of dat de ver‐ ontreiniging afgedekt dient te worden. Bij grondroerende activiteiten dient rekening te worden gehouden met CROW publica‐ tie 400 waarbij de voorlopige veiligheidsklasse ‘Zwart niet vluchtig’ van toepassing is.

De licht verhoogde gehalten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend on‐ derzoek. De grond valt, met uitzondergrond van de licht verontreinigde grond welke in de bodemkwaliteitsklasse Industrie valt, in de bodemkwaliteitsklasse Achtergrond‐ waarde.

De verontreiniging met zink is ontstaan voor 1987 waardoor de zorgplicht niet van toe‐ passing is. Er is sprake van geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreini‐ ging (<25 m3 grondsterk verontreinigd). Ten behoeve van de ontwikkeling dient een sanering plaats te vinden. Hiervoor dient een Plan aanpak aan het Bevoegd gezag (Omgevingsdienst) te worden overlegd. Er is conform CROW publicatie 400 geen voorlopige veiligheidsklasse van toepassing. De licht verhoogde concentraties geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvul‐ lend onderzoek.

3049.01

Diverse (milieu)onderzoeken

Buro Ontwerp & Omgeving

Onderzoeksresultaten

Conclusie

Nederwoudseweg 68 omliggende weilanden Uit onderzoek uit 2018 blijkt dat de grond ter plaatse van dam E,G,I sterk verontreinigd is met asbest. Tijdens onderhavig onderzoek is dam E nog na‐ der onderzocht. E: de bodemlaag van 0‐0,5 m‐mv is over 65 m2 sterk verontreinigd (33 m3) G: de bodemlaag van 0‐0,6 m‐mv is over 25 m2 sterk verontreinigd (15 m3) I: de bodemlaag van 0‐0,5 m‐mv is over 25 m2 sterk verontreinigd (13 m3) Tijdens onderhavig onderzoek zijn geen verhoogde gehalten PFAS aange‐ toond (Achtergrondwaarde). Tijdens in 2018 (PJ Milieu) uitgevoerde onderzoeken is vastgesteld dat in de grond maximaal licht verhoogde gehalten koper, kobalt en/of kwik zijn aan‐ getoond. Het grondwaterniveau bevond zich ten tijde van de bemonstering in 2018 op een diepte tussen de 0 m‐mv en de 0,88 m ‐mv. Het grondwater is over het algemeen licht verontreinigd met metalen. Plaatselijk zijn van nature sterk verhoogde concentraties nikkel aanwezig.

Ter plaatse van 3 dammen is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Ten behoeve van de ontwikkeling dient een sanering plaats te vinden. Hiervoor dient een BUS‐melding verricht te worden of een saneringsplan opgesteld te worden. Het be‐ voegd gezag is de Provincie Gelderland. Bij grondroerende activiteiten dient rekening te worden gehouden met CROW publica‐ tie 400 waarbij de voorlopige veiligheidsklasse ‘Zwart niet vluchtig’ van toepassing is.

De licht verhoogde gehalten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend on‐ derzoek. De grond valt in de bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde. Er is geen aanvullend onderzoek noodzakelijk en er zijn geen milieuhygiënische belem‐ meringen met betrekking tot de licht verhoogde concentraties. De Wet bodembescherming is niet van toepassing op van nature verhoogde concentra‐ ties waardoor ook voor de sterk verhoogde concentraties nikkel geen nader onderzoek noodzakelijk is en er eveneens geen saneringsplicht is. Wanneer sprake is van bemaling zal bij de lozing van het grondwater wel rekening gehou‐ den dienen te worden met het voorkomen van sterk verhoogde concentraties nikkel. Dit geldt ook bij het oppompen van grondwater voor beregening. Er is conform CROW publicatie 400 geen voorlopige veiligheidsklasse van toepassing.

Nederwoudseweg 86 en achtertuinen Lunterenseweg 88‐90 Op het perceel Nederwoudseweg 86 is een halfverhardingslaag met een dikte van circa 30 cm aanwezig bestaande uit een mengsel van puin, asfalt, baksteen en/of beton. Op basis van het gehalte minerale olie is het materiaal milieuhygiënisch ge‐ zien niet herbruikbaar. Er is geen asbest aangetoond.

De puinlaag is milieuhygiënisch gezien niet herbruikbaar en dient, indien deze vrijkomt te worden afgevoerd naar een erkend verwerker.

Ter plaatse van de druppelzone ter plaatse van de Nederwoudseweg 86 (0‐ 0,1 m‐mv) is 95 mg/kg ds gewogen aan asbest aanwezig.

Formeel hier nader onderzoek noodzakelijk. Wanneer gesaneerd wordt middels een BUS melding is een mogelijkheid om de asbestverontreiniging ter plaatse van de drup‐ pelzones (spoelzones) te saneren zonder uitvoering van een nader onderzoek. Voor‐ waarde hierbij is dat de strook voldoende ruim wordt gesaneerd en dat de uitkeuring blijkt dat het saneringsresultaat is behaald. Gezien de kans dat het asbest boven de 100 mg/kg ds gewogen wordt gemeten en de kosten voor het uitvoeren van nader onder‐ zoek is geen nader onderzoek uitgevoerd. Uitgangspunt: Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging waarvoor de zorgplicht niet van toepassing is. De verontreinigde druppelzone dient ten behoeve van de voorge‐ nomen ontwikkeling gesaneerd te worden. Bij grondroerende activiteiten dient rekening te worden gehouden met CROW publica‐ tie 400 waarbij de voorlopige veiligheidsklasse ‘Zwart niet vluchtig’ van toepassing is.

Tijdens onderhavig onderzoek is vastgesteld dat geen verhoogde gehalten PFAS aanwezig zijn (klasse AW) ter plaatse van de druppelzone.

Plaatselijk is in de bovengrond een licht verhoogd gehalte zink aangetoond. Verder zijn zowel in de bovengrond als in de ondergrond geen van de on‐ derzochte parameters in verhoogde gehalten ten opzichte van de achter‐ grondwaarde gemeten. Dit met uitzondering van de onderstaand beschre‐ ven parameter arseen.

Het licht verhoogde gehalte zink geeft geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend onderzoek. Wanneer de regels voor het toepassen van arseenhoudende grond in acht worden genomen valt de grond op basis van de overige paramaters in de bodemkwali‐ teitsklasse Achtergrondwaarde.

Ter plaatse van deze locaties is vastgesteld dat met name in de bovengrond maar plaatselijk ook in de ondergrond, van nature verhoogde gehalten ar‐ seen voorkomen (licht, matig en sterk).

De Wet bodembescherming is niet van toepassing waardoor er geen saneringsplicht is. Bij grondverzet mag geen verslechtering van de bodemkwaliteit optreden, hergebruik van op basis van arseen niet toepasbare grond mag alleen naar locaties waarvan bekend is dat hier eveneens van nature verhoogde arseenconcentraties voorkomen. Op basis van de gemeten gehalten arseen zijn er bij het gebruik als Wonen met tuin geen milieuhygiënische belemmeringen. Wel dient bij grondroerende activiteiten reke‐ ning te worden gehouden met CROW publicatie 400 . Op basis van het maximaal geme‐ ten gehalte arseen ter plaatse van de Nederwoudseweg 86 en de achtertuinen van de Lunterenseweg 88‐90 is ter plaatse geen de voorlopige veiligheidsklasse van toepassing.

Het grondwaterniveau bevond zich ten tijde van de bemonstering in 2020 op een diepte van circa 1,4 m ‐mv. Het grondwater bevat licht verhoogde concentraties barium en een matig verhoogde concentratie arseen. De ver‐ hoogde concentraties metalen zijn van nature verhoogd aanwezig.

Er is geen aanvullend onderzoek noodzakelijk en er zijn geen milieuhygiënische belem‐ meringen met betrekking tot de licht verhoogde concentraties. De Wet bodembescherming is niet van toepassing op van nature verhoogde concentra‐ ties waardoor ook voor de matig verhoogde concentratie arseen geen nader onderzoek noodzakelijk is en er eveneens geen saneringsplicht is.

De Burgt III te Barneveld

94

3049.01

Diverse (milieu)onderzoeken

Buro Ontwerp & Omgeving

Onderzoeksresultaten

Conclusie Wanneer sprake is van bemaling zal bij de lozing van het grondwater wel rekening gehou‐ den dienen te worden met het voorkomen van verhoogde concentraties metalen. Dit geldt ook bij het oppompen van grondwater voor beregening. Er is conform CROW publicatie 400 geen voorlopige veiligheidsklasse van toepassing.

Perceel ten westen Lunterenseweg 92 Ter plaatse van een deel van het perceel is tot circa 0,6 m‐mv een halfver‐ hardingslaag aanwezig welke gedeeltelijk is afgedekt met tegels/klinkers en circa 5 cm zand. De halfverhardingslaag betreft puingranulaat/repac met plaatselijk brokken beton. De samenstelling‐ en emissiewaarden worden niet overschreden en er is geen asbest aangetoond.

De halfverhardingslaag is milieuhygiënisch gezien herbruikbaar.

Over het algemeen zijn in de grond maximaal licht verhoogde gehalten zink aangetoond. De grond in de grondwal bevat geen verhoogde gehalten. Dit met uitzondering van de onderstaand beschreven parameter arseen.

De licht verhoogde gehalten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend on‐ derzoek. Wanneer de regels voor het toepassen van arseenhoudende grond in acht worden genomen valt de grond op basis van de overige paramaters in de bodemkwali‐ teitsklasse Achtergrondwaarde.

Ter plaatse van deze locaties is vastgesteld dat met name in de bovengrond maar plaatselijk ook in de ondergrond, van nature verhoogde gehalten ar‐ seen voorkomen (licht, matig en sterk). Ook de grond in de grondwal bevat sterk verhoogde gehalten arseen.

De Wet bodembescherming is niet van toepassing waardoor er geen saneringsplicht is. Bij grondverzet mag geen verslechtering van de bodemkwaliteit optreden, hergebruik van op basis van arseen niet toepasbare grond mag alleen naar locaties waarvan bekend is dat hier eveneens van nature verhoogde arseenconcentraties voorkomen. Op basis van de gemeten gehalten arseen zijn er bij het gebruik als Wonen met tuin geen milieuhygiënische belemmeringen. Wel dient bij grondroerende activiteiten reke‐ ning te worden gehouden met CROW publicatie 400. Op basis van het maximale gehalte arseen is de voorlopige veiligheidsklasse ‘Rood niet vluchtig’ van toepassing. Op basis van het maximale gehalte arseen in de grondwal is geen voorlopige veiligheidsklasse van toepassing.

Het grondwaterniveau bevond zich ten tijde van de bemonstering in 2020 op een diepte tussen de circa 1,3 en 1,4 m‐mv. Het grondwater is over het algemeen licht verontreinigd met metalen (ba‐ rium en arseen). Plaatselijk is een van nature matig verhoogde concentratie barium aanwezig.

Er is geen aanvullend onderzoek noodzakelijk en er zijn geen milieuhygiënische belem‐ meringen met betrekking tot de licht verhoogde concentraties. De Wet bodembescherming is niet van toepassing op van nature verhoogde concentra‐ ties waardoor ook voor de matig verhoogde concentratie barium geen nader onderzoek noodzakelijk is en er eveneens geen saneringsplicht is. Wanneer sprake is van bemaling zal bij de lozing van het grondwater wel rekening gehou‐ den dienen te worden met het voorkomen van matig verhoogde concentraties barium. Dit geldt ook bij het oppompen van grondwater voor beregening. Er is conform CROW publicatie 400 geen voorlopige veiligheidsklasse van toepassing.

Weilanden ten noorden en oosten Scherpenzeelseweg 20 incl. voormalig pad, gedempte sloot en 2 dammetjes Over het algemeen zijn in de grond maximaal licht verhoogde gehalten ko‐ per en arseen aangetoond. Dit met uitzondering van het onderstaand beschreven toegangspad:

 Tijdens onderhavig onderzoek in is vastgesteld dat de bovengrond ter plaatse van boring 830 (toegangspad, sporen baksteen, sporen kolen‐ gruis) over een oppervlakte van circa 10 m2 en een laagdikte van circa 0,5 meter matig verontreinigd is met zink. Er is sprake van circa 5 m3 ma‐ tig met zink verontreinigde grond. Tijdens onderhavig onderzoek is vast‐ gesteld dat geen verhoogde gehalten PFAS aanwezig zijn (klasse AW).  De overige grond ter plaatse van het toegangspad bevat licht verhoogde gehalten zink, PAK en/of minerale olie

Het grondwaterniveau bevond zich ten tijde van de bemonstering in 2020 op een diepte tussen de 1,8 m‐mv en de 2,1 m ‐mv. Het grondwater is over het algemeen licht verontreinigd met metalen (barium en nikkel). Plaatselijk zijn van nature matig verhoogde concentraties nikkel aanwezig.

De Burgt III te Barneveld

95

De licht verhoogde gehalten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend on‐ derzoek. Wanneer de regels voor het toepassen van arseenhoudende grond in acht worden genomen valt de grond op basis van de overige paramaters overwegend in de bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde. Dit met uitzondering van de met licht koper verontreinigde grond welke in de bodemkwaliteitsklasse Industrie valt. De verontreiniging met zink is ontstaan voor 1987 waardoor de zorgplicht niet van toe‐ passing is. Er is maximaal sprake van een matig verhoogd gehalte. Ten behoeve van de ontwikkeling dient een sanering plaats te vinden. Hiervoor dient een Plan aanpak aan het Bevoegd gezag (Omgevingsdienst) te worden overlegd. Er is conform CROW publicatie 400 geen voorlopige veiligheidsklasse van toepassing.

De licht verhoogde gehalten ter plaatse van het overig deel van het toegangspad geven geen aanleiding tot het uitvoeren van nader onderzoek. De grond valt inde bodemkwali‐ teitsklasse wonen of industrie. Er is geen aanvullend onderzoek noodzakelijk en er zijn geen milieuhygiënische belem‐ meringen met betrekking tot de licht verhoogde concentraties. De Wet bodembescherming is niet van toepassing op van nature verhoogde concentra‐ ties waardoor ook voor de matig verhoogde concentraties barium geen nader onder‐ zoek noodzakelijk is en er eveneens geen saneringsplicht is. Wanneer sprake is van bemaling zal bij de lozing van het grondwater wel rekening gehou‐ den dienen te worden met het voorkomen van verhoogde concentraties nikkel. Dit geldt ook bij het oppompen van grondwater voor beregening. Er is conform CROW publicatie 400 geen voorlopige veiligheidsklasse van toepassing.

3049.01

Diverse (milieu)onderzoeken

Buro Ontwerp & Omgeving

Onderzoeksresultaten

Conclusie

Volkstuinen ten westen van de Nederwoudseweg Ter plaatse is geen asbest aangetoond.

Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend onderzoek

In de bovengrond zijn maximaal licht verhoogde gehalten koper, zink en PAK aangetoond. De ondergrond bevat geen van de onderzochte parame‐ ters in verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde.

De licht verhoogde gehalten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend on‐ derzoek. Een deel van de bovengrond valt in de bodemkwaliteitsklasse Industrie. De overige grond valt in de bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde.

Het grondwaterniveau bevond zich ten tijde van de bemonstering in 2020 op een diepte van 1,04 m ‐mv en bevat een licht verhoogde concentratie barium.

Er is geen aanvullend onderzoek noodzakelijk en er zijn geen milieuhygiënische belem‐ meringen met betrekking tot de licht verhoogde concentratie barium.

Overig terrein ten westen van de Nederwoudseweg In de bovengrond zijn plaatselijk licht verhoogd gehalten koper en/of lood aangetoond. De ondergrond bevat geen van de onderzochte parameters in verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde.

De licht verhoogde gehalten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend on‐ derzoek. De grond valt in de bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde.

Het grondwaterniveau bevond zich ten tijde van de bemonstering in 2020 op een diepte van 0,8 m‐mv. Het grondwater bevat van nature voorko‐ mende metalen. De concentratie koper is licht verhoogd gemeten en de concentratie barium is matig verhoogd gemeten.

Er is geen aanvullend onderzoek noodzakelijk en er zijn geen milieuhygiënische belem‐ meringen met betrekking tot de licht verhoogde concentraties. De Wet bodembescherming is niet van toepassing op van nature verhoogde concentra‐ ties waardoor ook voor de matig verhoogde concentratie barium geen nader onderzoek noodzakelijk is en er eveneens geen saneringsplicht is. Wanneer sprake is van bemaling zal bij de lozing van het grondwater wel rekening gehou‐ den dienen te worden met het voorkomen van verhoogde concentraties nikkel. Dit geldt ook bij het oppompen van grondwater voor beregening. Er is conform CROW publicatie 400 geen voorlopige veiligheidsklasse van toepassing.

Hoek Scherpenzeelseweg/Burgemeester Aschofflaan Tijdens het in 2020 door Ortageo uitgevoerde bodemonderzoek is ter plaatse van de op asbest in bodem onderzochte terreindelen is geen asbest aange‐ toond.

De resultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend onderzoek

Tijdens het in 2020 door Ortageo uitgevoerde bodemonderzoek zijn in de grond plaatselijk licht verhoogde concentraties metalen (zink en koper), PCB en PAK gemeten. PFAS zijn niet aangetoond in gehalten boven de tijdelijke landelijke achtergrondwaarde.

De licht verhoogde gehalten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend on‐ derzoek. De grond valt overwegend in de bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde en plaatselijk in de bodemkwaliteitsklasse Wonen of Industrie

Het grondwaterniveau bevond zich ten tijde van de bemonstering in 2020 op een diepte tussen de circa 0,3 m‐mv en de circe 0,8 m‐mv. Het grondwa‐ ter bevat licht verhoogde concentraties barium en plaatselijk tevens een licht verhoogde concentratie nikkel

Er is geen aanvullend onderzoek noodzakelijk en er zijn geen milieuhygiënische belem‐ meringen.

Ter plaatse van de tijdens onderhavig onderzoek onderzochte dammen zijn overwegend maximaal licht verhoogde gehalten in de bovengrond aange‐ toond. In één van de dammen is een matig verhoogd gehalte arseen geme‐ ten.

De licht verhoogde gehalten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend on‐ derzoek. De grond valt in de bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde.

Omdat zintuiglijk geen waarnemingen zijn gedaan welke kunnen duiden op de aanwezigheid van asbest zijn geen asbestanalyses uitgevoerd.

De Burgt III te Barneveld

96

De Wet bodembescherming is niet van toepassing op het van nature verhoogde gehalte arseen waardoor er nader onderzoek noodzakelijk is en er geen saneringsplicht is. Bij grondverzet mag geen verslechtering van de bodemkwaliteit optreden, hergebruik van op basis van arseen niet toepasbare grond mag alleen naar locaties waarvan bekend is dat hier eveneens van nature verhoogde arseenconcentraties voorkomen. Op basis van de gemeten gehalten arseen zijn er bij het gebruik als Wonen met tuin geen milieuhygiënische belemmeringen. Wel dient bij grondroerende activiteiten reke‐ ning te worden gehouden met CROW publicatie 400. Op basis van het gemeten gehalte arseen is echter geen voorlopige veiligheidsklasse van toepassing.

3049.01

Diverse (milieu)onderzoeken

9.2

Buro Ontwerp & Omgeving

Aanbevelingen De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt onzes inziens geen belemmering voor de voorgenomen herontwikkeling, dit met uitzondering van onderstaande punten: Onderstaand zijn de aandachtspunten samengevat weergegeven:  Een deel van het plangebied is nog niet onderzocht (erf en weilanden Nederwoudseweg 70‐ 72);  In de grond zijn van nature verhoogde gehalten arseen aanwezig (tot boven de interventie‐ waarde uit de Wbb) waarmee bij grondverzet rekening gehouden dient te worden;  In het grondwater zijn van nature verhoogde concentraties metalen aanwezig waarmee bij bemaling en/of oppompen grondwater voor beregening rekening gehouden dient te wor‐ den;  Ter plaatse van de Nederwoudseweg 86 en 68 dient rekening gehouden met sterk veront‐ reinigde druppelzones welke voor ontwikkeling met toestemming van het bevoegd gezag (Provincie Gelderland) gesaneerd dienen te worden. Hiervoor dient een BUS‐melding ver‐ richt te worden;  De toegangsweg naar de Nederwoudseweg 66/68 betreft een asbestweg welke direct ge‐ meld dient te worden bij IL&T. Na melding zullen op zeer korte termijn sanerende maatre‐ gelen genomen dienen te worden. Dit geldt alleen voor de bermen binnen 0,5 meter vanaf de weg.

Indien tijdens de herontwikkeling werkzaamheden aan de weg zelf plaatsvinden zullen ook hier, in verband met de sterke asbestverontreiniging in het funderingsmateriaal, sanerende maatregelen genomen dienen te worden. Voorafgaand aan de saneringswerk‐ zaamheden dient toestemming van het bevoegd gezag (IL&T) te worden verkregen. Hier‐ voor dient een Plan van Aanpak opgesteld te worden. De verontreinigde bermen verder dan 0,5 meter van de weg dienen gesaneerd te worden op een natuurlijk moment middels een saneringsplan/BUS‐melding (bevoegd gezag Provincie Gelderland). Opgemerkt dient te wor‐ den dat de verontreiniging niet geheel is afgeperkt, afhankelijk van de beoogde sanering kan het gewenst zijn nog onderzoek uit te voeren;  De halfverharding ter plaatse van de Nederwoudseweg 86 komt op basis van het gehalte minerale olie niet voor hergebruik in aanmerking.

Indien dit materiaal vrij komt dient het te worden afgevoerd naar een erkend verwerker;  Ter plaatse van het voormalig toegangspad naar de Scherpenzeelseweg 12 is een matige zinkverontreiniging aanwezig in de bovengrond welke voor ontwikkeling met toestemming van het bevoegd gezag (Omgevingsdienst De Vallei) middels een Plan van Aanpak gesaneerd dient te worden;  Ter plaatse van de Nederwoudseweg 66 is een sterke koperverontreiniging aanwezig in de bovengrond welke voor ontwikkeling met toestemming van het bevoegd gezag (Omgevings‐ dienst De Vallei) middels een Plan van Aanpak gesaneerd dient te worden;

De Burgt III te Barneveld

97

3049.01

Diverse (milieu)onderzoeken

9.3

Buro Ontwerp & Omgeving

Ter plaatse van de Nederwoudseweg 68 is een sterke zinkverontreiniging aanwezig in de bovengrond welke voor ontwikkeling met toestemming van het bevoegd gezag (Omgevings‐ dienst De Vallei) middels een Plan van Aanpak gesaneerd dient te worden; Ter plaatse van de weilanden behorende bij de Nederwoudseweg 68 zijn 3 dammen sterk verontreinigd met asbest. Deze dammen dienen voor ontwikkeling met toestemming van het bevoegd gezag (Provincie Gelderland) middels een saneringsplan of BUS‐melding gesa‐ neerd te worden; Op het erf van de Nederwoudseweg 68 is formeel is op basis van het asbestgehalte in gat 453 (1 stukje asbest) sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging welke ten behoeve van de ontwikkeling gesaneerd dient te worden. Aanbevolen wordt in overleg te treden met de Omgevingsdienst over de nut en noodzaak van deze sanering. Verontreinigingen welke niet gesaneerd worden zoals de van nature verhoogde gehalten arseen in de grond en metalen in het grondwater dienen gecommuniceerd te worden aan de toekomstige bewoners.

Opmerkingen Dit onderzoek is uitgevoerd met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor op‐ gestelde normen en richtlijnen. Desondanks dient opgemerkt te worden dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef, waarbij een relatief gering aantal boringen en analyses wordt uitgevoerd. Niet geheel uitgesloten kan worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is, die bij dit onderzoek niet is aangetroffen. Tevens dient opgemerkt te worden dat het verkennend bodemonderzoek volgens de NEN 5740 niet is bedoeld voor beoordeling van de kwaliteit van de grond bij afvoer. De genoemde bodemkwali‐ teitsklassen betreffen een indicatie waarbij geen toetsing is uitgevoerd op PFAS. Voor afvoer van grond is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing, waarover u informatie kunt inwinnen bij Buro Ontwerp & Omgeving of de betreffende gemeente.

De Burgt III te Barneveld

98

3049.01

Bijlagen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=3777f626-8169-45c9-bfac-257fe7ef547c