De Lanen-Oost_Toelichting_Bijlage 25 Milieuonderzoek (2021) (1)
Tekst van het document
Totale gewogen concentraties asbest in grond
Gat en traject (m ‐mv)
Omschrijving
Totaal gewogen gehalte as‐ best in mg/kg ds gewogen
Nederwoudseweg 86 en achtertuinen Lunterenseweg 88 en 90 Schuur met druppelzones 129 (0,00 – 0,10), 130 (0,00 – 0,10)
Zand, brokken baksteen
95
Zand, plaatselijk sporen baksteen en/of sporen plastic
<0,4
705 (0,00 – 0,50), 706 (0,06 – 0,50), 708 (0,08 – 0,50), 709 (0,06 ‐ 0,50)
Zand, plaatselijk sporen glas en/of sporen baksteen
<0,4
701 (0,06 – 0,50), 702 (0,06 ‐ 0,50), 704 (0,06 – 0,50), 707 (0,06 – 0,50)
Zand, plaatselijk sporen tot zwak baksteen,
20
Volkstuinen 201 t/m 206 (0,00 – 0,50) Nederwoudseweg 66 Gehele terrein
Plantenbakken 711 (0,00 – 0,50)
Zand, sporen baksteen en asbesthoudend materiaal
16,7
710 (0,00 – 0,50), 711 (0,00 – 0,50), 712 (0,00 – 0,5)
Zand, sporen baksteen en/of asbesthoudend materiaal
11
Zand, plaatselijk sporen baksteen
<0,4
Schuur 713, 714, 715 (0,06 – 0,50) Nederwoudseweg 68 erf 601 (0,06 ‐ 0,50)
Zand, matig baksteen
23
602 (0,06 ‐ 0,50)
Zand, zintuiglijk schoon
<0,4
603 (0,06 ‐ 0,50)
Zand, zintuiglijk schoon
<0,3
604 (0,06 ‐ 0,50)
Zand, zintuiglijk schoon
<0,3
605 (0,06 ‐ 0,50)
Zand, zintuiglijk schoon
3,4
606 (0,06 ‐ 0,50)
Zand, asbestverdacht materiaal
49,12
Zand, brokken baksteen, brokken puin
23
Dam 12 en gedempte sloot 626 (0,00 – 0,50), 627 (0,00 – 0,50)
De Burgt III te Barneveld
57
3049.01
Diverse (milieu)onderzoeken
Buro Ontwerp & Omgeving
Halfverhardingen incl. asbest De originele analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3.2 (samenstelling en uitloging) en in bij‐ lage 3.3 (asbest). De resultaten van de materiaal analyses zijn in onderstaande Tabel 16 opgenomen en de resultaten van de puinanalyses zijn in onderstaande Tabel 17 weergegeven. In onderstaande Tabel 18 zijn de berekende totale concentraties, op basis van zowel de materiaal analyses (fractie > 20 mm) als de puinanalyses (fractie <20 mm),weergegeven. De berekeningen zijn, voor zover van toepassing, opgenomen in bijlage 8. Tabel 16
Analyseresultaten asbest in materiaal halfverhardingen
Monstercode
Traject (m ‐mv)
Gewicht (gram)
Omschrijving
Type asbest
Hechtgebonden
Nederwoudseweg 68 Toegangsweg AVM 607
607 (0,05 ‐ 0,40)
355,1
Cement vlakke plaat
Chrysotiel (10‐15%)
ja
AVM 608
608 (0,05 ‐ 0,30)
5,1
Cement vlakke plaat
Chrysotiel (10‐15%) Crocidoliet (2‐5%)
Ja
13,3
Cement golfplaat
Chrysotiel (10‐15%)
ja
Tabel 17
Analyseresultaten asbest in de halfverharding in mg/kg ds gewogen
Monstercode
Traject (m ‐mv)
Zintuiglijk/terreindeel
Gewogen gehalte asbest in mg/kg ds gewogen
Type asbest
Hechtgebon‐ den
Nederwoudseweg 86 en achtertuinen Lunterenseweg 88 en 90 Puinpad ASB MM102
124 t/m 128 (0,00 ‐ 0,30)
Halfverharding: brok‐ ken baksteen, brokken puin, brokken asfalt
<0,3
nvt
nvt
Weiland ten westen Lunterenseweg 92 Puinverharding ASB MM501
530, 532, 533 (0,00 – 0,50), 531 (0,15 – 0,60)
Halfverharding, puin‐ granulaat/repac
<0,4
nvt
nvt
ASB MM502
535, 537 (0,00 – 0,50), 534, 536 (0,10 – 0,60)
Halfverharding, puin‐ granulaat/repac
<0,9
nvt
nvt
Funderingslaag sterk baksteen, sterk grind, brokken puin, brokken beton, matig zand, plaatselijk asbestver‐ dacht materiaal
180 (5‐20 mm) 0,1 (<0,5 mm)
Golfplaat Chrysotiel (10‐15%) Crocidoliet (0,1‐2%)
Hechtgebonden
Nederwoudseweg 68 Toegangsweg ASB MM601
Tabel 18
607 t/m 613 (0,05 – 0,40)
Totale concentraties asbest Gat en traject (m ‐mv)
Omschrijving
Gewogen gehalte asbest in mg/kg ds gewogen
Nederwoudseweg 86 en achtertuinen Lunterenseweg 88 en 90 Puinpad 124 t/m 128 (0,00 ‐ 0,30)
De Burgt III te Barneveld
Halfverharding: brokken baksteen, brokken puin, brokken asfalt
58
<0,3
3049.01
Diverse (milieu)onderzoeken
Buro Ontwerp & Omgeving
Gat en traject (m ‐mv)
Omschrijving
Gewogen gehalte asbest in mg/kg ds gewogen
Weiland ten westen Lunterenseweg 92 Puinverharding 530, 532, 533 (0,00 – 0,50), 531 (0,15 – 0,60) 535, 537 (0,00 – 0,50), 534, 536 (0,10 – 0,60)
Halfverharding, puingranulaat/repac
<0,4
Halfverharding, puingranulaat/repac
<0,9
Nederwoudseweg 68 Toegangsweg 607 (0,05 ‐ 0,40)
Funderingslaag sterk baksteen, sterk grind, brokken puin, brokken be‐ ton, matig zand, asbesthoudend materiaal
914
608 (0,05 ‐ 0,30)
Funderingslaag sterk baksteen, sterk grind, brokken puin, brokken be‐ ton, matig zand, asbesthoudend materiaal
162,9
610 t/m 613 (0,05 – 0,40)
Funderingslaag sterk baksteen, sterk grind, brokken puin, brokken be‐ ton, matig zand
51,7
Tabel 19 geeft een overzicht van de parameters die de samenstellings‐ en/of emissiewaarden voor niet‐vormgegeven bouwstoffen overschrijden en het resultaat van de indicatieve toetsing. Bijlage 3.2 bevat het analysecertificaat van het indicatieve samenstellings‐ en uitloogonderzoek. De resulta‐ ten met betrekking tot asbest zijn afkomstig uit de bovenstaande tabellen 16, 17 en 18. Tabel 19 Monster‐ code
Analyseresultaten halfverharding en fundatiemateriaal Traject (m ‐mv)
Zintuiglijk
Parameters > samenstellings‐ en/of emissie‐waarde BBK
Resultaat indicatieve toetsing BBK
‐
Milieuhygiënisch niet herbruikbaar
Nederwoudseweg 86 en achtertuinen Lunterenseweg 88 en 90 Puinpad ASB MM102
124 t/m 128 (0,00 ‐ 0,30)
HAL MM101
Halfverharding: brokken baksteen, brokken puin, brokken asfalt
Minerale olie
Weiland ten westen Lunterenseweg 92 Puinverharding ASB MM501
530, 532, 533 (0,00 – 0,50), 531 (0,15 – 0,60)
Halfverharding, puingra‐ nulaat/repac
‐
ASB MM502
535, 537 (0,00 – 0,50), 534, 536 (0,10 – 0,60)
‐
HAL MM501
530, 532, 533, 535, 537 (0,00 – 0,50), 531 (0,15 – 0,60), 534, 536 (0,10 – 0,60)
‐
Milieuhygiënisch her‐ bruikbaar
Nederwoudseweg 68 Toegangsweg ASB MM601 FUN MM601
607, 608, 610, 611, 612, 613 (0,05 – 0,40)
De Burgt III te Barneveld
Funderingslaag sterk bak‐ steen, sterk grind, brok‐ ken puin, brokken beton, matig zand, plaatselijk as‐ bestverdacht materiaal
Asbest Minerale olie
59
Milieuhygiënisch niet herbruikbaar
3049.01
Diverse (milieu)onderzoeken
4.7
Buro Ontwerp & Omgeving
Interpretatie Arseen Naar aanleiding van de resultaten van een in 1995 op perceel 3617 uitgevoerd bodemonderzoek, waarbij in de bovengrond sterk verhoogde gehalten arseen zijn aangetoond, is dit perceel tevens op arseen onderzocht. In 1995 zijn tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden plaatselijk sporen metaaldeeltjes waargenomen. Tijdens onderhavig onderzoek zijn deze niet waargenomen. Wel is sprake van sporen roest in de bovengrond tot maximaal 1,5 m‐mv. Analytisch is vastgesteld dat het zand uit de bovengrond over het algemeen sterk verontreinigd is met arseen. Plaatselijk zijn, met name aan de zuidoostkant van het perceel, geen tot matig verhoogde gehalten aanwezig. De klei welke plaatselijk voorkomt van 0,4 tot circa 0,7 m‐mv bevat matig tot sterk verhoogde gehalten ar‐ seen. In het zand uit de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten arseen ten opzichte van de achter‐ grondwaarde aangetoond. Om te bekijken of in de omgeving van het perceel ook verhoogde gehal‐ ten arseen in de grond voorkomen zijn de mengmonsters van de deellocaties ‘Nederwoudseweg 86 en achtertuinen Lunterenseweg 88 en 90’ en ‘Grootschalige weilanden met voormalig pad, ge‐ dempte sloot en 2 dammetjes’ tevens onderzocht op arseen. Hieruit blijkt dat de grond ter plaatse van de deellocatie ‘Nederwoudseweg 86 en achtertuinen Lunterenseweg 88 en 90’ geen tot sterk verhoogde gehalten arseen bevat.
Ter plaatse van de grootschalige weilanden is maximaal een licht verhoogd gehalte arseen aangetoond. Het grondwater ter plaatse van perceel 3617 bevat plaatselijk een licht verhoogde concentratie ar‐ seen. Ter plaatse van de Nederwoudseweg 86 is een matig verhoogde concentratie arseen in het grondwater aangetoond. In diverse regio’s in Nederland komt arseen van nature verhoogd voor in de bodem. In zandige ijzer‐ rijke bodemlagen (roest‐rode of roes‐bruine kleur) komt van nature het roest‐type arseen voor, het arseen is ingebouwd in en/of geadsorbeerd aan ijzerhydroxide. In bepaalde regio’s om in Nederland komt het roest‐type arseen vaker voor. Dit zijn vaak de regio’s waar de stuwwallen liggen en waar kwelwater maar bovenkomt zoals de Gelderse Vallei waarin de onderzoekslocatie zich bevindt. Voor de locatie zijn geen aanwijzingen dat de verhoogde gehalten arseen zijn ontstaan door mense‐ lijk handelen en de grond is roesthoudend (zie boorprofielen) wat duidt op van nature voorkomend verhoogd arseen. Uit onderstaande kaart blijkt dat op de locatie met name sprake is van een Beekeerdgrond. Beekeerdgronden zijn zand‐eerdgronden die meestal voorkomen in beekdalen. De beekeerdgron‐ den behoren binnen de Nederlandse bodemclassificatie tot de hydro‐zandeerdgronden. De bodem bestaat uit een voedselrijke humuslaag die overgaat in een voedselarme laag van dekzand.
Beekeerdgrond komt voor in gebieden met een fluctuerende grondwaterstand. In de bodem treedt daardoor oxidatie op.
De Burgt III te Barneveld
60
3049.01
Diverse (milieu)onderzoeken
Buro Ontwerp & Omgeving
Uit de handreiking arseen (resultaat Noabron project, TNO‐NITG, DHV, Universiteit Utrecht, ISBN 90‐ 808 107‐1‐1, 2003) blijkt dat er bij het van nature voorkomen van arseen sprake is van verhoogde concentraties reactief ijzer (Fereac). Arseen kan als van nature worden beschouwd indien: As<(Fereac/1000)+15. Om het reactieve ijzer te bepalen zijn aanvullende analyses op Aluminium en IJzer uitgevoerd. De berekeningen zijn weergegeven in bijlage 9. Uit de resultaten blijkt dat het arseengehalte n alle ge‐ vallen kleiner is dan (Fereac/1000)+15. Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de arseengehalten van nature verhoogd aanwezig zijn. In het geval van, van nature verhoogde achtergrondwaarden is de Wet bodembe‐ scherming niet van toepassing. Wel is het zo dat er geen sprake mag zijn van onaanvaardbare risico’s en dat bij grondverzet rekening gehouden dient te worden met de verhoogde gehalten arseen. Grondverzet binnen is alleen mogelijk naar locaties waarvan bekend is dat er eveneens verhoogde arseenconcentraties voorkomen zodat geen verslechtering van de bodemkwaliteit optreedt (stand‐ still). Ook dient de grond, wanneer ten behoeve van afvoer van grond partijkeuringen uitgevoerd, aanvul‐ lend op arseen geanalyseerd te worden. De humane risicowaarde voor landbouw en wonen met tuin voor arseen betreft 430 mg/kg ds (stan‐ daardbodem).
Voor het toekomstige gebruik als Wonen met tuin zien wij op basis van de gemeten gehalten arseen geen milieuhygiënische belemmeringen. Wanneer professioneel grondroerende activiteiten plaatsvinden is de CROW publicatie 400 (werken in en met verontreinigde bodem) van toepassing. Gezien de gemeten arseengehalten dient rekening te worden gehouden met het nemen van veiligheidsmaatregelen. Op basis van het hoogst gemeten De Burgt III te Barneveld
61
3049.01
Diverse (milieu)onderzoeken
Buro Ontwerp & Omgeving
gehalte arseen dient rekening te worden gehouden met de voorlopige veiligheidsklasse ‘Rood niet vluchtig’. De definitief te hanteren veiligheidsklasse en maatregelen worden bepaald door een Ho‐ gere Veiligheidskundige. Het professioneel werken in de grond brengt andere gezondheidsrisico’s met zich mee dan het blootstellingsproefiel ‘wonen met tuin’. Voor ‘Wonen met tuin’ wordt bij het bepalen van risico’s gerekend met een levenslange gemiddelde blootstelling, hierin is verschil in de ingestie en en/of inhalatie van bodemdeeltjes waardoor bij het professioneel grondwerk wel maat‐ regelen genomen dienen te worden. Nederwoudseweg 86 en achtertuinen Lunterenseweg 88 en 90 Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is zintuiglijk waargenomen dat de bovengrond (zand) over het algemeen sporen kolengruis en/of baksteen bevat. Plaatselijk is in de ondergrond klei aanwezig, deze bevat eveneens sporen kolengruis. Op de locatie is een puinpad aanwezig welke bestaat uit circa 30 cm puin, baksteen en asfalt met plaatselijk beton. De aanwezige schuur is voor‐ zien van een dakbedekking bestaande uit asbest golfplaten. Aan de oostkant van deze schuur is sprake van een onverharde druppelzone. Zintuiglijk zijn zowel op het maaiveld als in de grond en puinverharding geen asbestverdachte materialen waargenomen.
Uit de analyseresultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat in de zintuiglijk schone bo‐ vengrond (GRN MM103) een licht verhoogd gehalte zink en een matig verhoogd gehalte arseen zijn gemeten. De bovengrond met sporen kolengruis (GRN MM101) bevat een licht verhoogd gehalte arseen en in de bovengrond met sporen baksteen (GRN MM102) zijn geen van de onderzochte pa‐ rameters in verhoogd gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde aangetoond. De klei uit de ondergrond (GRN M108.2) bevat een sterk verhoogd gehalte arseen en het zand uit de ondergrond van de zuidkant van de locatie (GRN MM105) bevat een matig verhoogd gehalte arseen. In het zand uit de ondergrond van de noordkant van het perceel (GRN MM104) zijn geen van de onderzochte parameters in verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde aange‐ toond. Ter plaatse van de ondergrondse tank zijn geen verhoogde gehalten minerale olie en/of aro‐ maten gemeten (GRN M123.6). In het puinpad is analytisch geen asbest aangetoond (ASB MM102). Het materiaal komt echter op basis van het gehalte minerale olie milieuhygiënisch gezien niet voor hergebruik in aanmerking (HAL MM101). In de grond onder het puinpad zijn licht (GRN M128.2) tot matig (GRN MM106) verhoogde gehalten arseen gemeten.
Het grondwater bevat licht verhoogde concentraties barium (peilbuis 110 en 122) en plaatselijk een matig verhoogde concentratie arseen (peilbuis 122). De toplaag ter plaatse van de onverharde druppelzone bevat 95 mg/kg ds gewogen aan asbest (<0,5 mm). De Burgt III te Barneveld
62
3049.01
Diverse (milieu)onderzoeken
Buro Ontwerp & Omgeving
Indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit valt de grond, tot circa 0,8 m‐mv, op basis van arseen overwegend in de bodemkwaliteitsklasse Industrie en Niet toepasbaar. De ondergrond valt op basis van het arseengehalte deels in de bodemkwaliteitsklasse Industrie en voldoet deels aan de Achtergrondwaarde. Voor de overige parameters valt alle grond in de bodemkwaliteitsklasse Achter‐ grondwaarde. Volkstuinen Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is zintuiglijk waargenomen dat de bovengrond over het algemeen sporen baksteen bevat. De bovengrond bevat over het algemeen sporen bak‐ steen en plaatselijk sporen plastic. Ter plaatse van één van de boringen zijn in de ondergrond sporen baksteen waargenomen. Zintuiglijk zijn zowel op het maaiveld als in de grond en puinverharding geen asbestverdachte materialen waargenomen. In de bovengrond met sporen baksteen en/of sporen plastic (GRN MM201) zijn licht verhoogde ge‐ halten koper, zink en PAK gemeten. De zintuiglijk schone bovengrond (GRN MM202) bevat een licht verhoogd gehalte PAK. In zowel de zintuiglijk schone ondergrond (GRN MM203) als in de ondergrond met sporen baksteen (GRN M203.2) zijn geen van de onderzochte parameters in verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde aangetoond. In de bovengrond is geen asbest aangetoond (ASB MM201).
Indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit valt de bovengrond met sporen baksteen en/of sporen plastic in de bodemkwaliteitsklasse Industrie. De overige grond is vrij toepasbaar. Hierbij dient opgemerkt te worden dat geen analyses op arseen zijn uitgevoerd. Het grondwater uit peilbuis 205 bevat een licht verhoogde concentratie barium. Overig terrein ten westen van de Nederwoudseweg Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is zintuiglijk waargenomen dat de bovengrond zeer plaatselijk sporen baksteen bevat. Zintuiglijk zijn zowel op het maaiveld als in de grond en puinver‐ harding geen asbestverdachte materialen waargenomen. In de bovengrond met sporen baksteen (GRN M306.1) is een licht verhoogd gehalte koper aange‐ toond. De bovengrond van de noordkant van het terrein (GRN MM301) bevat licht verhoogde gehal‐ ten koper en lood. In de overige bovengrond (GRN MM302) en in de ondergrond (GRN MM303 en 304) zijn geen van de onderzochte parameters in verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde aange‐ toond. Indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit is alle grond vrij toepasbaar. Hierbij dient opge‐ merkt te worden dat geen analyses op arseen zijn uitgevoerd.
De Burgt III te Barneveld
63
3049.01
Diverse (milieu)onderzoeken
Buro Ontwerp & Omgeving
Het grondwater uit peilbuis 316 bevat een licht verhoogde concentratie koper en een matig ver‐ hoogde concentratie barium. Weiland ten westen Lunterenseweg 92 incl. grondwal en puinverharding Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is zintuiglijk waargenomen dat in één van de bo‐ ringen ter plaatse van het voormalige pad sporen baksteen in de bovengrond zijn waargenomen. De puinverharding bestaat uit een circa 50 cm dikke laag van puingranulaat/repac welke plaatselijk is afgedekt met tegels/klinkers. Zintuiglijk zijn zowel op het maaiveld als in de grond en puinverharding geen asbestverdachte materialen waargenomen. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat de bovengrond over het algemeen matig tot sterk ver‐ hoogde gehalten arseen bevat. Plaatselijk zijn in de bovengrond licht verhoogde gehalten arseen aangetoond. Daarnaast bevat de bovengrond plaatselijk licht verhoogde gehalten zink. (GRN MM501 t/m 503 en uitsplitsing). De klei uit de ondergrond bevat een sterk verhoogd gehalte arseen (GRN MM506). In het zand uit de ondergrond, waaronder ook het zand onder de puinverharding, zijn geen van de onderzochte parameters in verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde aan‐ getoond (GRN MM504, 505, 507 en 508). De grond uit de grondwal (MMgrondwal 1 en MMgrondwal 2) bevat sterk verhoogde gehalten ar‐ seen.
Waarschijnlijk is deze grond afkomstig van de locatie waar nu de puinverharding aanwezig is. Licht verhoogde concentraties barium zijn aangetoond in het grondwater uit peilbuis 507 en 512. Het grondwater uit peilbuis 522 bevat een licht verhoogde concentratie arseen en een matige ver‐ hoogde concentratie barium. In de puinverharding is analytisch geen asbest aangetoond (ASB MM501 en 502). Eveneens worden de samenstellings‐ en emmissiewaarden niet overschreden. Het materiaal derhalve voor hergebruik in aanmerking. Indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit valt het zand en de klei uit de bovengrond op basis van arseen overwegend in de bodemkwaliteitsklasse Industrie en Niet toepasbaar. Voor de overige parameters valt de bovengrond in de bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde. De ondergrond valt zowel voor arseen als de overige parameters in de bodemkwaliteitsklasse Achter‐ grondwaarde. De grond uit de grondwal valt in de bodemkwaliteitsklasse Niet toepasbaar voor arseen en voor de overige parameters in de bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde. Nederwoudseweg 68 Het uitgevoerde onderzoek betreft een aanvulling op reeds uitgevoerd onderzoek en heeft bestaan uit: Uitsplitsing asbestmonster; De Burgt III te Barneveld
64
3049.01
Diverse (milieu)onderzoeken
Buro Ontwerp & Omgeving
Onderzoek fundering en onderliggende bodem toegangsweg; Onderzoek gedempte sloot; Onderzoek dammetje en gedempte sloot.
Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is waargenomen dat de bovengrond ter plaatse van één van de gaten ten behoeve van de uitsplitsing van het asbestmonster matig baksteenhoudend is. In de bovengrond van gat 606 is asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de overige gaten ten behoeve van de uitsplitsing van het asbestmonster zijn geen asbestverdachte materialen waargeno‐ men. Uit de analyses blijkt dat het aangetroffen materiaal (>20 mm) in gat 606 (AVM 606) 10‐15% chrysotiel en 2‐5% crocidoliet asbest bevat. In de fractie <20mm is geen asbest aangetoond. De as‐ bestconcentratie in gat 606 bedraagt circa 49 mg/kg ds gewogen. De overige monsters uit de uit‐ splitsing bevatten 23 (ASB M601.2), <0,4 (ASB M602.2), <0,3 (ASB 603.2 en ASB 604.2) en 3,4 (ASB M605.2) mg/kg ds gewogen aan asbest. Uit de boringen ter plaatse van de toegangsweg blijkt dat de weg uit 5 cm asfalt bestaat met hieron‐ der 35 cm funderingsmateriaal. Het funderingsmateriaal bestaat uit een mengsel van baksteen, puin, beton en/of zand waarin plaatselijk asbestverdacht materiaal aanwezig is. Hieronder bevindt zich zintuiglijk schoon zand of zintuiglijk schone klei. Het asbestverdachte materiaal (>20 mm) betreft zowel asbesthoudende plaat met 10‐15% chrysotiel als asbesthoudende plaat met 10‐15% chrysotiel en 2‐5% crocidoliet.
In het samengestelde meng‐ monster van het funderingsmateriaal is 180 mg/kg ds gewogen aan asbest in de fractie <20mm aan‐ getoond. Uit de berekeningen en verrekening op basis van het afgezeefde puin blijkt dat de asbest‐ concentratie aan de westkant van de weg in gat 607 en 608 respectievelijk 914 en 162,9 mg/kg ds gewogen betreft. Ter plaatse van het overig deel is in de fundering 51,7 mg/kg ds gewogen aan as‐ best aanwezig. Om te bepalen wat de asbestconcentratie in de bermen is, is aanvullend onderzoek uitgevoerd. Dit is beschreven in hoofdstuk 5. Uit de analyse op samenstelling en uitloging (FUN MM601) blijkt dat het funderingsmateriaal op ba‐ sis van het gehalte minerale olie niet voor hergebruik in aanmerking komt. In het zand onder het middendeel van de weg (GRN MM601) is een licht verhoogd gehalte kobalt aangetoond. Het overige zand en de klei onder de weg (GRN MM602 en GRN M607.2) bevatten geen van de onderzochte parameters in verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde. In‐ dicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit is de grond onder de toegangsweg vrij toepasbaar. Gat 606, waarin asbestverdacht materiaal is waargenomen en de asbestconcentratie 49 mg/kg ds gewogen betreft, dient naast de uitsplitsing tevens voor het onderzoek ter plaatse van de gedempte sloot. Ter plaatse van de gedempte sloot zijn verder plaatselijk sporen baksteen waargenomen.
Er zijn verder geen grondanalyses verricht.
De Burgt III te Barneveld
65
3049.01
Diverse (milieu)onderzoeken
Buro Ontwerp & Omgeving
Ter plaatse van de locatie dammetje/gedempte sloot zijn in de bovengrond brokken baksteen en/of brokken puin waargenomen. Er is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het zintuiglijk verontreinigde zand bevat licht verhoogde gehalten zink en PAK (GRN MM603) en 23 mg/kg ds gewogen aan asbest (ASB MM602). Indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit is de grond vrij toepasbaar. Nederwoudseweg 66 Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is zintuiglijk waargenomen dat de bovengrond over het algemeen sporen tot een zwakke hoeveelheid baksteen bevat. Plaatselijk zijn sporen glas aanwezig. Ter plaatse van de plantenbakken is een stukje asbestverdacht materiaal in de grond waar‐ genomen. Verder zijn zintuiglijk zowel op het maaiveld als in de grond geen asbestverdachte mate‐ rialen aangetroffen. In de baksteenhoudende bovengrond (GRN MM701) zijn licht verhoogde gehalten PAK aanwezig. De overige bovengrond met plaatselijk sporen glas (GRN MM702) bevat licht verhoogde gehalten lood en PAK. In de ondergrond (GRN MM703) zijn geen van de onderzochte parameters in verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde aangetoond. Indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit is de grond vrij toepasbaar. Hierbij dient opge‐ merkt te worden dat geen analyses op arseen zijn uitgevoerd. Het grondwater uit peilbuis 703 bevat licht verhoogde concentraties barium en nikkel.
Grootschalige weilanden met voormalig pad, gedempte sloot en 2 dammetjes Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is zintuiglijk waargenomen dat de bovengrond ter plaatse van het voormalige pad en de gedempte sloot sporen tot een zwakke hoeveelheid baksteen bevat en er plaatselijk tevens sporen kolengruis aanwezig zijn. Verder zijn geen waarnemingen ge‐ daan welke kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Ook zijn geen as‐ bestverdachte materialen op het maaiveld of in de grondwaargenomen. In de bovengrond van de westelijke weilanden zijn licht verhoogd gehalten koper (GRN MM803 en GRN MM804) en plaatselijk tevens een licht verhoogd gehalte arseen (GRN MM803) aangetoond. De bovengrond ter plaatse van de oostelijke weilanden (GRN MM801 en GRN MM802) bevat geen van de onderzochte parameters boven de achtergrondwaarde. Ook in de zintuiglijk schone ondergrond (GRN MM805 t/m808) zijn geen van de onderzochte parameters in verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde aangetoond. Ter plaatse van het voormalige toegangspad zijn in de sporen tot zwak baksteenhoudende grond (GRN MM809) licht verhoogde gehalten PAK en minerale olie gemeten. Het zintuiglijk schone zand (GRN M830.2) bevat een licht verhoogd gehalte zink.
Naast een matig verhoogd gehalte zink zijn in de sporen baksteen en sporen kolengruis houdende bovengrond (GRN M830.1) licht verhoogde ge‐ halten cadmium, lood en PAK gemeten. Uitvoering en resultaten van het nader onderzoek naar het De Burgt III te Barneveld
66
3049.01
Diverse (milieu)onderzoeken
Buro Ontwerp & Omgeving
matig verhoogde gehalte zink is opgenomen in hoofdstuk 6. De zwak puinhoudende bovengrond ter plaatse van de gedempte sloot (GRN MM810) bevat geen van de onderzochte parameters in ver‐ hoogd gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde. Indicatief getoetst aan het besluit bodemkwaliteit blijkt dat het westelijk deel van de bovengrond van de weilanden en een deel van de grond ter plaatse van het voormalige toegangspad in de bo‐ demkwaliteitsklasse Industrie vallen. Het zintuiglijk schone zand ter plaatse van het voormalige toe‐ gangspad valt in de bodemkwaliteitsklasse Wonen. De overige bovengrond en de ondergrond zijn vrij toepasbaar. In het grondwater uit peilbuis 813 is een licht verhoogde concentratie nikkel aangetoond. Het grond‐ water uit peilbuis 818 bevat licht verhoogde concentraties barium en nikkel en het grondwater uit peilbuis 827 bevat naast een licht verhoogde concentratie barium, ook na herbemonstering, een matig verhoogde concentratie nikkel. Ter plaatse van peilbuis 801 zijn in het grondwater geen ver‐ hoogde concentraties aangetoond. Door de Omgevingsdienst De Vallei is aangegeven dat er vanuit gegaan kan worden dat de matig verhoogde concentratie nikkel van nature aanwezig is. Dit houdt in dat de Wet bodembescherming niet van toepassing is en dat op basis hiervan dan ook geen nader onderzoek noodzakelijk is.
Wanneer sprake is van bemaling zal bij de lozing van het grondwater wel rekening gehouden dienen te worden met het voorkomen van verhoogde concentraties nikkel. Dit geldt ook bij het oppompen van grondwater voor beregening. Op basis van de hoogst gemeten concentraties in het grondwater is, conform CROW publicatie 400, geen voorlopige veiligheidsklasse van toepassing, zie bijlage 6.
De Burgt III te Barneveld
67
3049.01
Diverse (milieu)onderzoeken
5
Buro Ontwerp & Omgeving
AANVULLEND ONDERZOEK ASBEST IN BODEM TOEGANGSWEG Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de onderzoeksresultaten van het verkennend on‐ derzoek asbest in bodem (zie hoofdstuk 4). Hieruit blijkt dat het puin onder de toegangsweg plaat‐ selijk met asbest verontreinigd is boven de norm voor nader asbestonderzoek (50 mg/kg ds gewo‐ gen) en/of de interventiewaarde (100 mg/kg ds gewogen).
5.1
Relevante bekende gegevens Onder het asfalt van de toegangsweg naar de Nederwoudseweg 68 bevindt zich asbesthoudend fun‐ deringsmateriaal. Ter plaatse van de westkant van de weg is in de fundering 914 en 162,9 mg/kg ds gewogen aan asbest aangetoond. Ter plaatse van het overig deel is in de fundering 51,7 mg/kg ds gewogen aan asbest aanwezig.
5.2
Onderzoeksopzet Op basis van de resultaten van het verkennend asbestonderzoek en het heterogeen voorkomen van asbest wordt de gehele weg beschouwd als ‘asbestweg’. Het aanvullend asbestonderzoek is gefaseerd uitgevoerd. Om de verontreinigingssituatie van de ber‐ men (stroken binnen 0,5 meter van de weg welke formeel behoren tot de asbestweg en onder het bevoegd gezag van IL&T vallen) vast te stellen zijn tijdens fase 1 acht gaten gegraven (maatwerk). Naar aanleiding van deze resultaten is een tweede fase onderzoek uitgevoerd in de bovengrond van 0,5 tot 1,0 meter vanaf de wegkant, aan weerszijde van de weg. Middels het graven van 8 gaten (maatwerk) is de verontreinigingssituatie van deze grond, welke formeel niet meer behoort tot de asbestweg, vastgesteld. Het onderzoek is uitgevoerd conform de NEN‐5707:2017 (Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond). Tabel 20 bevat de onderzoeksopzet voor het aanvullend onderzoek asbest Tabel 20
Onderzoeksopzet aanvullend onderzoek asbest in grond
Locatie
Werkzaamheden
Analyses
Toegangsweg Nederwoudseweg 68 Fase 1 Gehele toegangsweg, bermen 0‐0,5 meter vanaf weg
8 gaten (0,3x0,3x0,5)
2x asbest (kwalitatief/kwantitatief)
Fase 2 Gehele toegangsweg, bermen 0,5 tot 1,0 meter vanaf weg
8 gaten (0,3x0,3x0,5)
2x asbest (kwalitatief/kwantitatief)
Asbest
De Burgt III te Barneveld
serpentijns asbest (chrysotiel) en amfibool asbest (amosiet, crocidoliet, anthophylliet, tremoliet en actinoliet).
68
3049.01
Diverse (milieu)onderzoeken
5.3
Buro Ontwerp & Omgeving
Veldwerkzaamheden Het asbestonderzoek ter plaatse van de bermen (0‐0,5 meter vanaf de weg) langs de toegangsweg is op 24 september 2020 uitgevoerd door de erkende veldwerker de heer M. Scholten van Bodem‐ Expert te Huissen. Het asbestonderzoek in de zone van 0,5 tot 1,0 meter vanaf de weg is op 27 oktober 2020 uitgevoerd door de erkende veldwerker de heer C. Beunk van BodemExpert te Huissen. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kritieke afwijkingen opgetreden van de protocollen beschreven in de BRL SIKB 2000. Tabel 21 geeft een overzicht van de uitgevoerde veld‐ werkzaamheden. Tabel 21
Uitgevoerde veldwerkzaamheden aanvullend asbestonderzoek toegangsweg
Toegangsweg Nederwoudseweg 68
Gat
Afmeting in m
Diepte in m‐mv
Fase 1 Gehele toegangsweg Bermen 0‐0,5 meter vanaf weg
629 t/m 636
0,3x0,3
0,5
Fase 2 Gehele toegangsweg 0,5 tot 1,0 meter vanaf weg
641 t/m 651*(A)
0,3x0,3
0,5
*(A)
Naar aanleiding van de zintuiglijke waarnemingen in het veld zijn direct 3 extra gaten gegraven.
De situering van de inspectiegaten is aangegeven op de tekeningen in bijlage 1.3. 5.4
Visuele inspectie proef‐sleuven en –gaten Het uitgegraven materiaal is per inspectie‐gat gezeefd (20 mm) en afzonderlijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen in de fractie >20 mm. Alle visueel waarneembare asbestverdachte materialen zijn, per gat verzameld en geanalyseerd (ma‐ teriaal verzamelmonster). Hierna is de grond conform de NEN‐5707 bemonsterd (grondmonster). Alle inspectie‐gaten zijn na het uitvoeren van het veldwerk gedicht met uitkomende grond. In bijlage 7 zijn de inspectierapporten opgenomen. De gegevens van de monsterpunten zijn verwerkt tot boorprofielen, welke zijn opgenomen in bijlage 2. In Tabel 22 zijn de relevante bijzonderheden van de visuele waarnemingen opgenomen. Een volledig overzicht is opgenomen in de profielbeschrijvingen (bijlage 2). Tabel 22
Visuele waarnemingen nader asbestonderzoek
De Burgt III te Barneveld
69
3049.01
Diverse (milieu)onderzoeken
5.5
Buro Ontwerp & Omgeving
Gat
Diepte (m‐mv)
Bodemtype
629
0‐0,5
Zand
630
0‐0,5
631
0‐0,5
632
0‐0,5
Zand
633
0‐0,5
Zand
634
0‐0,5
Zand
635
0‐0,5
636
0‐0,5
Materiaal >20 mm Gewicht %
Type materiaal >20mm
Zintuiglijke waarneming asbest
2,4%
Baksteen, puin, grind
Geen asbestverdacht materiaal
Zand
1,9%
Baksteen, puin, grind
Geen asbestverdacht materiaal
Zand
1,5%
Baksteen
Geen asbestverdacht materiaal
3,2%
Baksteen, puin, grind
Geen asbestverdacht materiaal
5,3%
Puin, grond, asfalt
Geen asbestverdacht materiaal
1,5%
Baksteen, puin, grind
Geen asbestverdacht materiaal
Zand
2,2%
Baksteen, puin, grind
Geen asbestverdacht materiaal
Zand
3,6%
Baksteen, puin, grind
Geen asbestverdacht materiaal
641
0‐0,5
Zand
4,5%
sporen puin, sporen asfalt
Geen asbestverdacht materiaal
642
0‐0,5
Zand
1,9%
sporen puin, sporen baksteen
Geen asbestverdacht materiaal
643
0‐0,5
Zand
1,6%
sporen puin, sporen baksteen
Geen asbestverdacht materiaal
644
0‐0,5
Zand
4,6%
sporen puin, sporen baksteen
Geen asbestverdacht materiaal
645
0‐0,5
Zand
1,2%
sporen puin, sporen baksteen
Geen asbestverdacht materiaal
646
0‐0,5
Zand
1,4%
sporen puin, sporen baksteen
Geen asbestverdacht materiaal
647
0‐0,5
Zand
1,9%
sporen puin, sporen baksteen
1 stukje asbestverdacht materiaal
648
0‐0,5
Zand
1,4%
sporen puin, sporen baksteen
Geen asbestverdacht materiaal
649
0‐0,5
Zand
2%
sporen puin, sporen baksteen
3 stukjes asbestverdacht materiaal
650
0‐0,5
Zand
2%
sporen puin, sporen baksteen
Geen asbestverdacht materiaal
651
0‐0,5
Zand
2,1%
sporen puin, sporen baksteen
Geen asbestverdacht materiaal
Laboratoriumonderzoek Ten behoeve van het analyseprogramma is rekening gehouden met de resultaten van de zintuiglijke waarnemingen. Tabel 23 geeft een overzicht van de onderzochte monsters en de analyse‐pakketten. De asbestmonsters zijn op locatie samengesteld van het uitgezeefde materiaal (fractie < 20 mm). Tabel 23 Monstercode
Analyseprogramma aanvullend asbestonderzoek toegangsweg Gat met diepte in m‐mv
Analyses
ASB MM603
631, 632, 635, 636 (0 – 0,5)
Asbest Grond en SEM
ASB MM604
629, 630, 633, 634 (0 – 0,5)
Asbest Grond en SEM
ASB MM605
641 t/m 644 (0 – 0,5)
Asbest Grond
ASB MM606
645, 646, 648 (0 – 0,5)
Asbest Grond en SEM
ASB M 647.1
647 (0 ‐ 0,5)
Asbest Grond en SEM
ASB M 649.1
649 (0 ‐ 0,5)
Asbest Grond en SEM
AVM 647
647 (0 ‐ 0,5)
Asbest in materiaal
AVM 649
649 (0 ‐ 0,5)
Asbest in materiaal
Fase 1
Fase 2
Asbest:
De Burgt III te Barneveld
serpentijns asbest (chrysotiel) en amfibool asbest (amosiet, crocidoliet, anthophylliet, tremoliet en actinoliet).
70
3049.01
Diverse (milieu)onderzoeken
Buro Ontwerp & Omgeving
5.6
Toetsingskader De interventiewaarde voor asbest, zoals vastgesteld in de Circulaire bodemsanering 2013, bedraagt 100 mg/kg d.s. gewogen. Gewogen wil zeggen dat de totale asbestconcentratie, de concentratie ser‐ pentijnasbest vermeerderd met 10 maal de concentratie amfibool asbest is.
5.7
Analyseresultaten De originele analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3.3. De analyseresultaten van de materiaal analyses zijn in onderstaande Tabel 24 opgenomen en de analyseresultaten van de grondanalyses zijn in onderstaande Tabel 25 weergegeven. Tabel 24
Analyseresultaten asbest in materiaal
Monstercode
Traject (m ‐mv)
Gewicht
Omschrijving
Type asbest
Hechtgebonden
AVM 647
647 (0 ‐ 0,5)
8,5 gram
Cement met cellulo‐ sevezel
Chrysotiel (2‐5%) Crocidoliet (0,1‐2%)
Ja
AVM 649
649 (0 ‐ 0,5)
40,1 gram
Vlakke plaat
Chrysotiel (10‐15%)
Ja
Tabel 25
Analyseresultaten asbest in de grond bermen toegangsweg in mg/kg ds gewogen
Monstercode
Traject (m ‐mv)
Zintuiglijk
Gewogen gehalte asbest in mg/kg ds. gewogen
Type asbest
Hechtgebonden
ASB MM603
631, 632, 635, 636 (0 – 0,5)
Zand met bijmenging van baksteen, puin en/of grind
160 (0,5‐20 mm)
Golfplaat en vlakke plaat met chrysotiel en amfibool asbest
Ja
Vlakke plaat met chrysotiel asbest Amfibool vezels
Ja
<0,1 (<0,5 mm)
ASB MM604
629, 630, 633, 634 (0 – 0,5)
Zand met bijmenging van baksteen, asfalt, puin en/of grind
37 (0,5‐20 mm)
ASB MM605
641 t/m 644 (0 – 0,5)
Zand met bijmenging van baksteen, asfalt, puin en grind
220 (0,5‐20 mm)
Vlakke plaat met chrysotiel asbest en golfplaat met chryso‐ tiel en crocidoliet as‐ best
Ja
ASB MM606
645, 646, 648 (0 – 0,5)
Zand met bijmenging van baksteen, asfalt, puin en grind
62 (0,5‐20 mm)
Vlakke plaat met chrysotiel asbest en golfplaat met chryso‐ tiel en crocidoliet as‐ best
Ja
ASB M 647.1
647 (0 ‐ 0,5)
Zand met bijmenging van baksteen, asfalt, puin, grind en 1 plaatje asbestverdacht materi‐ aal
540 (0,5‐20 mm)
Cement standleiding ket met chrysotiel en crocidoliet asbest
ja
ASB M 649.1
649 (0 ‐ 0,5)
Zand met bijmenging van baksteen, asfalt, puin, grind en 3 plaatjes asbestverdacht materi‐ aal
740 (0,5‐20 mm)
Golfplaat met chry‐ sotiel asbest en vlakke plaat met chrysotiel en cro‐ cidoliet asbest
ja
11 (<0,5 mm)
Nee
<1,1 (<0,5 mm)
<1,1 (<0,5 mm)
<1,1 (<0,5 mm)
De Burgt III te Barneveld
71
3049.01
Diverse (milieu)onderzoeken
5.8
Buro Ontwerp & Omgeving
Berekende asbestconcentraties In onderstaande Tabel 26 zijn de berekende totale concentraties, op basis van zowel de fractie <20 mm als de fractie > 20 mm weergegeven. De berekeningen zijn, voor zover van toepassing, opgeno‐ men in bijlage 8. Tabel 26
Totale concentraties asbest toegangsweg Nederwoudseweg 68
Gat en traject (m ‐mv)
Omschrijving
Gewogen gehalte asbest in mg/kg ds gewogen
607 (0,05 ‐ 0,40)
Funderingslaag sterk baksteen, sterk grind, brokken puin, brokken be‐ ton, matig zand, asbesthoudend materiaal
914
608 (0,05 ‐ 0,30)
Funderingslaag sterk baksteen, sterk grind, brokken puin, brokken be‐ ton, matig zand, asbesthoudend materiaal
162,9
610 t/m 613 (0,05 – 0,40)
Funderingslaag sterk baksteen, sterk grind, brokken puin, brokken be‐ ton, matig zand
51,7
Nederwoudseweg 68 Toegangsweg verkennend onderzoek
Toegangsweg aanvullend onderzoek bermen 0‐0,5 meter vanaf weg 631, 632, 635, 636 (0 – 0,5)
Zand met bijmenging van baksteen, puin en/of grind
155,8
629, 630, 633, 634 (0 – 0,5)
Zand met bijmenging van baksteen, asfalt, puin en/of grind
46,66
Toegangsweg aanvullend onderzoek bermen 0,5‐1,0 meter vanaf weg
5.9
641 t/m 644 (0 – 0,5)
Zand met bijmenging van baksteen, asfalt, puin en grind
213,40
645, 646, 648 (0 – 0,5)
Zand met bijmenging van baksteen, asfalt, puin en grind
61,38
647 (0 ‐ 0,5)
Zand met bijmenging van baksteen, asfalt, puin, grind en 1 plaatje as‐ bestverdacht materiaal
548,58
649 (0 ‐ 0,5)
Zand met bijmenging van baksteen, asfalt, puin, grind en 3 plaatjes as‐ bestverdacht materiaal
810,41
Interpretatie Uit het uitgevoerde verkennend en aanvullend onderzoek naar asbest blijkt dat er sprake is van een asbestweg. Naast de sterk verontreinigde fundering is ook een deel van de berm zowel gelegen bin‐ nen een halve meter als buiten een halve meter van de weg sterk verontreinigd. Gezien het heterogene karakter van het voorkomen van asbest dient er op basis van onderhavig onderzoek vanuit gegaan te worden dat het funderingsmateriaal onder de gehele weg (circa 350 m2 en circa 35 cm dik) sterk verontreinigd is met asbest. Ditzelfde geldt voor de bermen aan weerszijde van de weg (lengte circa 90 meter). Hierbij wordt er vanuit gegaan dat verontreiniging aanwezig is tot aan de oevers van de sloot, op circa 2 meter vanaf de wegkant. Langs een deel van de oostelijke bermen is geen sloot aanwezig. De horizontale verspreiding be‐ draagt hier minimaal 0,7 meter vanaf de kant van de weg, echter is deze omvang nog niet vastge‐ steld. Opgemerkt dient te worden dat de verontreiniging ook in verticale richting niet in beeld is. Verwacht wordt dat de diepte maximaal 0,5 meter betreft.
De Burgt III te Barneveld
72
3049.01
Diverse (milieu)onderzoeken
Buro Ontwerp & Omgeving
Uit het Besluit asbestwegen blijkt dat het verboden is een weg die meer dan 100 mg/kg ds gewogen aan asbest bevat voorhanden te hebben. Dit is echter niet van toepassing op een weg, waarvan de eigenaar heeft aangetoond dat het asbest voor 1 juli 1993 is aangebracht en waarvan het asbest is afgeschermd door een verharding (asfalt, klinkers, beton) die geen asbest bevat. Door de eigenaar is aangegeven dat de rijbaan in 1986 al verhard was met asfalt. Hieruit blijkt dat het asbest voor 1993 is aangebracht. Indien geen werkzaamheden aan de weg zelf plaats gaan vinden is sanering van de verontreiniging onder het asfalt niet noodzakelijk. Wanneer ter plaatse werkzaamheden worden verricht (weg op‐ nieuw aanleggen of verwijderen) dient de asbestweg gesaneerd te worden (ontgraven en afvoeren of afdekken met duurzaam aaneengesloten verhardingslaag). Ter plaatse van een deel van de bermen is asbest boven de 100 mg/kg ds. gewogen aangetoond. Sterk verontreinigde bermen gelegen binnen een halve meter vanaf de weg vallen eveneens onder het Besluit asbestwegen. Ter plaatste dient, ongeacht of er werkzaamheden plaats gaan vinden, ge‐ saneerd te worden. De sterk verontreinigde bermen op meer dan een halve meter uit de wegkant vallen onder de Wet bodembescherming. Sanering is alleen noodzakelijk op een natuurlijk moment (werkzaamheden) of indien er sprake is van onaanvaardbare risico’s.
In onderhavig geval is er, op basis van de huidge onderzoeksresultaten, geen sprake van risico’s omdat er niet meer dan 1.000 mg/kg ds. (gewogen) hechtgebonden en/of niet meer dan 100 mg/kg ds. (gewogen) aan niet hechtgebonden asbest is aangetoond. Conform CROW publicatie 400 is de voorlopige veiligheidsklasse ‘zwart niet vluchtig’ van toepassing, zie bijlage 6.
De Burgt III te Barneveld
73
3049.01
Diverse (milieu)onderzoeken
6
Buro Ontwerp & Omgeving
NADER ONDERZOEK ASBEST IN BODEM NEDERWOUDSEWEG 68 Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de onderzoeksresultaten van het in 2018 uitge‐ voerde onderzoek door PJ Milieu (zie hoofdstuk 2). Hieruit blijkt dat de grond plaatselijk met asbest verontreinigd is boven de norm voor nader as‐ bestonderzoek (50 mg/kg ds. gewogen) en/of de interventiewaarde (100 mg/kg ds. gewogen).
6.1
Relevante bekende gegevens Onderstaand zijn alleen de bekende gegevens met betrekking tot asbest weergegeven waarnaar na‐ der onderzoek wordt verricht. Weilanden Nederwoudseweg 68, Dam E Tijdens het in 2018 door PJ Milieu uitgevoerde onderzoek is ter plaatse van dam E (sleuf 301, matig beton, matig baksteen, sporen baksteen en sleuf 302, matig beton, matig baksteen, sporen dakpan) in beide sleuven asbestverdacht materiaal waargenomen. In het mengmonster uit de bodemlaag van 0 tot 0,4 m‐mv, van de sleuven 301 t/m 303 is 300 mg/kg ds. (gewogen) hechtgebonden asbest aan‐ getoond in de fractie <20 mm. Deze verontreiniging is in noordwestelijke en zuidoostelijke richting niet afgeperkt. Erf Nederwoudseweg 68 Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat de bodemlaag van 0,08 tot 0,5 m‐mv van gat 453 (zand, sporen baksteen, zwak beton, 1 stukje vlakke plaat met 10‐15% chrysotiel en 2‐5% crocidoliet) 120 mg/kg ds. gewogen aan asbest aanwezig is (hoofdzakelijk fractie >20 mm en hechtgebonden). Het in de buurt gelegen gat 606 bevat 49,12 mg/kg ds. gewogen aan asbest (materiaal >20 mm, hechtgebonden. Gat 626 en 627 bevat 23 mg/kg ds. gewogen (<20 mm, hechtgebonden).
6.2
Onderzoeksopzet Weilanden Nederwoudseweg 68, Dam E In aanvulling op het reeds uitgevoerde nader asbestonderzoek worden ter afperking 4 sleuven ge‐ graven. Het nader onderzoek asbest in bodem wordt uitgevoerd conform de NEN‐5707:2017 (Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond). Het onderzoek wordt uitge‐ voerd conform de strategie voor het vaststellen van de omvang van de verontreiniging (paragraaf 7.3 uit de NEN‐5707). Erf Nederwoudseweg 68 Barneveld Het nader onderzoek asbest in bodem wordt uitgevoerd conform de NEN‐5707:2017 (Bodem – In‐ spectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond). Het onderzoek wordt uitgevoerd conform de strategie voor het vaststellen van het gemiddelde gehalte per RE (paragraaf 7.2 uit de
De Burgt III te Barneveld
74
3049.01
Diverse (milieu)onderzoeken
Buro Ontwerp & Omgeving
NEN‐5707) in combinatie met de strategie voor het vaststellen van de omvang van de verontreiniging (paragraaf 7.3 uit de NEN‐5707). Tabel 27 bevat de onderzoeksopzet voor het nader onderzoek asbest Tabel 27
Onderzoeksopzet nader onderzoek asbest in grond
Sleuf
Werkzaamheden
Analyses
Weilanden Nederwoudseweg 68, Dam E 301, 302
4 sleuven (0,3x2,0x0,5)
2x asbest (kwalitatief/kwantitatief)
Erf Nederwoudseweg 68 Barneveld 453 1 RE
6.3
5 sleuven (0,3x2,0x1,0)
2x asbest (kwalitatief/kwantitatief)
Asbest
serpentijns asbest (chrysotiel) en amfibool asbest (amosiet, crocidoliet, anthophylliet, tremoliet en actinoliet).
RE
Ruimtelijke Eenheid (max. 1.000 m2)
Veldwerkzaamheden Het nader asbestonderzoek is op 22 en 23 september 2020 uitgevoerd door de erkende veldwerkers de heer R. Meister en de heer A. Koemans van VCMI te Beek. Voorafgaand aan het veldwerk is, in verband met veiligheidsaspecten, een start/veiligheidsinstructie opgesteld welke is goedgekeurd door arbeidshygiënist de heer H. Hofmeester van Grondslag. Tijdens de werkzaamheden is gebruik gemaakt van een kraan met overdruk en deco‐unit. Het vochtpercen‐ tage bevond zich tijdens de werkzaamheden boven de 10%. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kritieke afwijkingen opgetreden van de protocollen beschreven in de BRL SIKB 2000. Tabel 28 geeft een overzicht van de uitgevoerde veld‐ werkzaamheden. Tabel 28
Uitgevoerde veldwerkzaamheden nader asbestonderzoek
Sleuf
Afmeting in m
Diepte in m‐mv
SL06
2,2x0,4
1,0
SL07
2,3x0,4
1,0
SL08
2,0x0,4
1,0
SL09
2,2x0,4
1,0
SL01
2,0x0,4
1,0
SL02
2,1x0,4
1,0
SL03
2,0x0,4
1,0
SL04
2,0x0,4
1,0
SL05
2,0x0,4
1,0
Weilanden Nederwoudseweg 68, Dam E
Erf Nederwoudseweg 68 Barneveld
De situering van de sleuven is aangegeven op de tekeningen in bijlage 1.3.
De Burgt III te Barneveld
75
3049.01
Diverse (milieu)onderzoeken
6.4
Buro Ontwerp & Omgeving
Visuele inspectie proef‐sleuven en –gaten Het uitgegraven materiaal is per inspectie‐gat/‐sleuf gezeefd (20 mm) en afzonderlijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen in de fractie >20 mm. Van het visueel waarneembare asbestverdachte materiaal is in het veld, per gat/sleuf, monster‐ma‐ teriaal verzameld en ter verificatie verzonden naar het laboratorium (materiaal verzamelmonster). Hierna is de grond conform de NEN‐5707 bemonsterd (grondmonster). Alle inspectie‐gaten/‐sleuven zijn na het uitvoeren van het veldwerk gedicht met uitkomende grond en herstraat/gedicht met de uitkomende kern. In bijlage 7 zijn de inspectierapporten opgenomen. De gegevens van de monsterpunten zijn verwerkt tot boorprofielen, welke zijn opgenomen in bijlage 2. In Tabel 22 zijn de relevante bijzonderheden van de visuele waarnemingen opgenomen. Een volledig overzicht is opgenomen in de profielbeschrijvingen (bijlage 2). Tabel 29 Sleuf /gat
Visuele waarnemingen nader asbestonderzoek Diepte (m‐mv)
Bodemtype
Materiaal >20 mm Gewicht %
Type materiaal >20mm
Zintuiglijke waarneming asbest
Foto materiaal
Weilanden Nederwoudseweg 68, Dam E SL06
SL07
SL08
SL09
0,0‐0,5
Zand
0,3%
Baksteen, beton
2x golfplaat
0,5‐1,0
Zand
0%
‐
‐
0,0‐0,5
Zand
0,5%
Baksteen, beton, rubber
‐
0,5‐1,0
Zand
0%
‐
‐
0,0‐0,5
Zand
1,3%
Baksteen, beton
‐
0,5‐1,0
Zand
0%
‐
‐
0,0‐0,5
Zand
0,3%
Baksteen, beton
‐
0,5‐1,0
Zand
0%
‐
‐
Erf Nederwoudseweg 68 Barneveld
De Burgt III te Barneveld
76
3049.01
Diverse (milieu)onderzoeken
Buro Ontwerp & Omgeving
Sleuf /gat
Diepte (m‐mv)
Bodemtype
SL01
0,08‐0,5
Zand
0%
‐
‐
0,5‐1,0
Zand
0%
‐
‐
0,08‐0,5
Zand
0%
‐
‐
0,5‐1,0
Zand
0%
‐
‐
0,0‐0,5
Zand
0%
‐
‐
0,5‐1,0
Zand
0%
‐
‐
0,08‐0,5
Zand
0%
‐
‐
0,5‐1,0
Zand
0%
‐
‐
0,08‐0,5
Zand
0,2%
Beton, baksteen, zandce‐ ment
2x golfplaat
0,5‐1,0
Zand
0%
‐
‐
SL02
SL03
SL04
SL05
De Burgt III te Barneveld
Materiaal >20 mm Gewicht %
Type materiaal >20mm
77
Zintuiglijke waarneming asbest
Foto materiaal
3049.01
Diverse (milieu)onderzoeken
6.5
Buro Ontwerp & Omgeving
Laboratoriumonderzoek Ten behoeve van het analyseprogramma is rekening gehouden met de resultaten van de zintuiglijke waarnemingen. Tabel 30 geeft een overzicht van de onderzochte monsters en de analyse‐pakketten. De asbestmonsters zijn op locatie samengesteld van het uitgezeefde materiaal (fractie < 20 mm). Tabel 30
Analyseprogramma nader asbestonderzoek
Monstercode
Sleuf/gat met diepte in m‐mv
Analyses
Weilanden Nederwoudseweg 68, Dam E AVM SL06
SL06 (0,00 ‐ 0,50)
Asbest Verz. NEN5898 2016
ASB SL06.1
SL06 (0,00 ‐ 0,50)
Asbest Grond NEN5898 2016
ASB MM705
SL07, SL08, SL09 (0,00 – 0,50)
Asbest Grond NEN5898 2016
Erf Nederwoudseweg 68 Barneveld
6.6
AVM SL05
SL05 (0,08 ‐ 0,50)
Asbest Verz. NEN5898 2016
ASB SL05.3
SL05 (0,08 ‐ 0,50)
Asbest Grond NEN5898 2016
ASB MM707
SL01, SL02, SL04 (0,08 – 0,50), SL03 (0,0 – 0,5)
Asbest Grond NEN5898 2016
Asbest:
serpentijns asbest (chrysotiel) en amfibool asbest (amosiet, crocidoliet, anthophylliet, tremoliet en actinoliet).
Toetsingskader Circulaire bodemsanering 2013 De interventiewaarde voor asbest, zoals vastgesteld in de Circulaire bodemsanering 2013, bedraagt 100 mg/kg d.s. gewogen. Gewogen wil zeggen dat de totale asbestconcentratie, de concentratie ser‐ pentijnasbest vermeerderd met 10 maal de concentratie amfibool asbest is. Indien sprake is van een overschrijding van de interventiewaarde voor asbest in de grond is tevens sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging zoals bedoeld in de Wet bodembescherming, onafhankelijk van het bodemvolume waarin deze asbestconcentraties zijn aangetoond.
6.7
Analyseresultaten De analysecertificaten zijn weergegeven in bijlage 3.3. In onderstaande Tabel 31 zijn de resultaten van de analyses weergegeven. Tabel 31
Resultaten analyses nader asbestonderzoek
Monster
Omschrijving
Analyseresultaten
Weilanden Nederwoudseweg 68, Dam E Fijne fractie <20 mm (grondmonsters) ASB SL06.1 SL06 (0,00 ‐ 0,50) ASB MM705 SL07, SL08, SL09 (0,00 – 0,50) Grove fractie >20 mm (materiaalmonsters)) AVM SL06 SL06 (0,00 ‐ 0,50)
De Burgt III te Barneveld
<0,3 0,6, 1 deeltje isolatie niet hechtgebonden 30‐60% chrysotiel 1 stukje, 15,2 gram, cement golfplaat, hechtgebonden, 10‐15% chrysotiel en 2‐5% crocidoliet
78
3049.01
Diverse (milieu)onderzoeken
Monster
Buro Ontwerp & Omgeving
Omschrijving
Analyseresultaten
1 stukje, 21,6 gram, cement vlakke plaat, hechtgebonden, 10‐15% chrysotiel, 2‐5% amosiet Erf Nederwoudseweg 68 Barneveld Fijne fractie <20 mm (grondmonsters) ASB SL05.3 SL05 (0,08 ‐ 0,50) ASB MM707 SL01, SL02, SL04 (0,08 – 0,50), SL03 (0,0 – 0,5) Grove fractie >20 mm (materiaalmonsters)) AVM SL05 SL05 (0,08 ‐ 0,50)
6.8
<0,4 <0,3
2 stukjes, 26,1 gram, cement golfplaat, hechtgebonden, 10‐15% chrysotiel
Berekende asbestconcentraties In onderstaande Tabel 32 zijn de berekende totale concentraties, op basis van zowel de fractie <20 mm als de fractie > 20 mm weergegeven. De berekeningen zijn, voor zover van toepassing, opgeno‐ men in bijlage 8. Tabel 32
Totale concentraties asbest Gat en traject (m ‐mv)
Omschrijving
Gewogen gehalte asbest in mg/kg ds gewogen
Weilanden Nederwoudseweg 68, Dam E SL06 (0,00 ‐ 0,50)
Zand, resten baksteen, resten beton, asbestverdacht materiaal
26,58
SL07, SL08, SL09 (0,00 – 0,50)
Zand, resten baksteen, resten beton en/of resten rubber
0,6
Erf Nederwoudseweg 68 Barneveld
6.9
SL05 (0,08 ‐ 0,50)
Zand, resten baksteen, resten zandcement, asbestverdacht materiaal
5,35
SL01, SL02, SL04 (0,08 – 0,50), SL03 (0,0 – 0,5)
Zand, max. sporen baksteen
<0,3
Interpretatie Weilanden Nederwoudseweg 68, Dam E Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de bovengrond van sleuf SL06 2 stukjes asbesthoudend mate‐ riaal waargenomen. De asbestconcentratie in de bovengrond van sleuf SL06 is berekend op circa 27 mg/kg ds. gewogen. In de bovengrond van de sleuven SL07, SL08 en SL08 is zintuiglijk geen asbest‐ verdacht materiaal waargenomen (>20 mm). In het samengestelde mengmonster is een asbestcon‐ centratie van 0,6 mg/kg ds gewogen gemeten (<20mm). De tijdens eerder uitgevoerd onderzoek aangetoonde sterke asbestverontreiniging in de bovengrond van de sleuven SL301 en SL302 is hier‐ mee voldoende afgeperkt. Op basis van het verrichte onderzoek wordt verwacht dat de grond over een maximale oppervlakte van circa 65m2 tot maximaal 0,5 m‐mv sterk verontreinigd is met asbest. Op basis hiervan wordt verwacht dat maximaal circa 33 m3 sterk met asbest verontreinigde grond aanwezig is.
De Burgt III te Barneveld
79
3049.01
Diverse (milieu)onderzoeken
Buro Ontwerp & Omgeving
Gezien de historie van het terrein, de dam is al duidelijk zichtbaar op de topografische kaart uit 1966, wordt er vanuit gegaan dat de verontreiniging voor 1993 is ontstaan. Tijdens fase 1 van het nader onderzoek is al vastgesteld dat er geen sprake is van humane risico’s en dat spoedige sanering niet vereist is. Conform CROW publicatie 400 is de voorlopige veiligheidsklasse ‘zwart niet vluchtig’ van toepassing, zie bijlage 6. Erf Nederwoudseweg 68 Barneveld Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn in de bodemlaag van 0,08 tot 0,5 m‐mv van sleuf SL05 2 stukjes asbestverdacht materiaal waargenomen. Uit laboratoriumonderzoek blijkt dat het materiaal asbesthoudend is. In het grondmonster (<20 mm) is geen asbest aangetoond. De as‐ bestconcentratie in de bovengrond van sleuf SL05 is bekerend op 5,35 mg/kg ds. In de bovengrond van de sleuven SL01, SL02, SL03 en SL04 is zintuiglijk geen asbestverdacht materi‐ aal waargenomen (>20 mm). In het samengestelde mengmonster is eveneens geen asbest aange‐ toond. Tijdens het nader onderzoek zijn geen gehalten asbest boven de interventiewaarde aangetoond. Na‐ bij gat 453 zijn geen asbestverdachte materialen meer aangetroffen. De sterke verontreiniging in gat 453 werd veroorzaakt door 1 stukje asbesthoudend plaatmateriaal. Dit materiaal is tijdens het on‐ derzoek meegenomen.
De Burgt III te Barneveld
80
3049.01
Diverse (milieu)onderzoeken
7
Buro Ontwerp & Omgeving
NADER BODEMONDERZOEK ZINK TOEGANGSPAD/DAM 2 (BORING 830) Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de onderzoeksresultaten van het verkennend bo‐ demonderzoek (zie hoofdstuk 4). Hieruit blijkt dat de bodemlaag van 0 tot 0,5 m‐mv van boring 830 (toegangspad zuidoostkant incl. dam 2) matig verontreinigd is met zink. Het doel van het nader bodemonderzoek is vaststellen van de ernst en omvang van de verontreini‐ ging. Het nader bodemonderzoek is uitgevoerd op basis van de NTA 5755:2010, "Bodem ‐ Landbodem ‐ Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – Onderzoek naar de aard en omvang van bodem‐ verontreiniging".
7.1
Conceptueel model en onderzoeksstrategie Op basis van de resultaten van het voorgaand onderzoek is een conceptueel model opgesteld, waar‐ bij de aandacht met name uitgaat naar de ernst en omvang van de verontreiniging. Op dit conceptu‐ eel model is de onderzoeksopzet gebaseerd. Tabel 33
Conceptueel model in tabelvorm Onderdeel
Toelichting
Zink verontreiniging toegangspad zuidoostkant incl. dam 2, boring 830 Omvang van de verontreiniging
-
Omvang van de verontreiniging is vooralsnog niet bekend.
Ernst van de verontreiniging
-
Er is sprake van een verontreiniging met een gehalte boven de tussenwaarde voor zink. Onbekend is of er sprake van een geval van ernstige bodemverontrei‐ niging met zink; Het betreft geen ernstig geval van bodemverontreiniging met overige parame‐ ters.
Oorzaak van de verontreiniging
-
Spoed van sanering
-
De verontreiniging is mogelijk te relateren aan het historische gebruik als toe‐ gangspad en dam. De matige verontreiniging komt voor op een diepte van 0 ‐ 0,5 m ‐mv (zand, sporen baksteen, sporen kolengruis); De matige verontreiniging is aan de onderzijde voldoende afgeperkt Gelet op het eeuwenlange gebruik van de locatie als toegangsweg is er hoogst‐ waarschijnlijk sprake van een historische verontreiniging (ontstaan vóór 1 janu‐ ari 1987). In de huidige situatie is er geen spoedeisendheid vast te stellen.
Antwoord op de volgende onderzoeksvragen is op basis van het conceptueel model nodig om aan de informatiebehoefte te voldoen en zo de onderzoeksdoelen te bereiken: - Maakt de matige verontreiniging onderdeel uit van een sterke verontreiniging en wat is de om‐ vang van de aangetroffen verontreiniging?
De Burgt III te Barneveld
81
3049.01
Diverse (milieu)onderzoeken
-
Buro Ontwerp & Omgeving
Is er mogelijk sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet bo‐ dembescherming?1 Waardoor worden de verhoogde gehalten mogelijk veroorzaakt?
Onderzoeksstrategie Om te komen tot een antwoord op bovenstaande onderzoeksvragen, zullen veld‐ en laboratorium‐ werkzaamheden worden uitgevoerd in het kader van het nader bodemonderzoek. De onderstaande tabel bevat de gehanteerde onderzoeksopzet. Tabel 34
Onderzoeksopzet
Terreindeel, boring en diepte
Verontreiniging
Toegangspad/dam 2 830 (0‐0,5 m‐mv)
zink
Veldwerk 5x boring tot 1 m‐mv
Analyses
Opmerking
4x zink incl. lutum en orga‐ nische stof 1x PFAS en organische stof
Ten behoeve van het onderzoek naar PFAS (zie hoofdstuk 8) is bo‐ ring 830 herplaatst
Tenzij anders vermeld worden de veldwerkzaamheden uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 Beoor‐ delingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodemonderzoek en het bijbehorende Protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrij‐ vingen, nemen van grondmonsters en waterpassen). De grondmonsters zijn, tenzij anders vermeld, ter analyse aangeboden aan het milieulaboratorium van Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Eurofins Analytico is een NEN‐EN‐ISO/IEC 17025 geaccredi‐ teerd milieulaboratorium, en door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu erkend voor de uit‐ voering van milieuanalyses in het kader van AS3000 en AP04. 7.2 Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden ten behoeve van het nader bodemonderzoek zijn uitgevoerd door de er‐ kende veldwerker, de heer M. Scholten van Bodem Expert te Huissen. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 24 september 2020. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kri‐ tieke afwijkingen opgetreden van de protocollen beschreven in de BRL SIKB 2000. Tabel 35 geeft een overzicht van de uitgevoerde veldwerkzaamheden. Tabel 35
Uitgevoerde veldwerkzaamheden nader onderzoek zink
Terreindeel
Aantal boringen
Boornummers
Toegangspad/dam 2 830 (0‐0,5 m‐mv)
5x boring tot 1 m‐mv
830A, 830B, 830C, 830D, 830E
1 Van een geval van ernstige verontreiniging is sprake als ten minste één stof gemiddeld de interventiewaarde in een bodemvolume van meer dan 25 m3 vaste bodem en/of 100 m3 grondwater overschrijdt. Een uitzondering hierop vormt asbest, waarvoor geen volumecrite‐ rium geldt.
De Burgt III te Barneveld
82
3049.01
Diverse (milieu)onderzoeken
Buro Ontwerp & Omgeving
Bij alle boringen is de vrijgekomen grond zintuiglijk beoordeeld op textuur, kleur en zintuiglijk waar‐ neembare verontreinigingen. De gegevens van de monsterpunten zijn verwerkt tot boorprofielen, welke zijn opgenomen in bijlage 2. De situering van de boringen is aangegeven op een tekening in bijlage 1.3. 7.3 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen De bodem bestaat tot 1,0 m ‐mv uit matig fijn, zwak tot matig siltig zand. De grond is plaatselijk zwak grindig en/of zwak humeus. In de bovengrond ter plaatse van boring 830A (herplaatste boring 830) zijn sporen baksteen en sporen kolengruis waargenomen. Verder zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan welke kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Op het maaiveld en in het opgeboorde materiaal zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. 7.4 Laboratoriumonderzoek De monsters van de grond zijn ter analyse aangeboden aan het milieulaboratorium van Eurofins Ana‐ lytico te Barneveld. Tabel 36 geeft een overzicht van de onderzochte monsters en de analysepakket‐ ten. Tabel 36
Analyseprogramma nader bodemonderzoek zink
Monster‐code
Boring/monster (m –mv)
GRN M830B.1
7.5
830B (0,00 ‐ 0,40)
Textuur en zint. waarnemingen
Analyse
Doel
Zand, zintuiglijk schoon
Zink
Horizontale afperking
GRN M830C.1
830C (0,00 ‐ 0,50)
Zand, zintuiglijk schoon
Zink
Horizontale afperking
GRN M830D.1
830D (0,00 ‐ 0,30)
Zand, zintuiglijk schoon
Zink
Horizontale afperking
GRN M830E.1
830E (0,00 ‐ 0,40)
Zand, zintuiglijk schoon
Zink
Horizontale afperking
Toetsingskader De analyseresultaten van de grond zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) getoetst aan de Achtergrondwaarden uit het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) en de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering 2013. De analyseresultaten voor grond zijn omgerekend naar het gehalte voor standaardbodem en vervolgens getoetst aan de toetsingswaarden voor standaardbodem. Voor de omrekening naar standaardbodem wordt gebruik gemaakt van de gemeten percentages voor or‐ ganische stof (humus) en lutum. Tabel 37 bevat het toetsingskader volgens de Wbb (zie tevens bijlage 5.1). Tabel 37
Overzicht toetsingskader Wbb
Gehalte/concentratie
Betekenis
Opmerking
≤ AW‐waarde (of < detectielimiet)
niet verontreinigd
geen aanvullend onderzoek nodig (*A)
> AW‐waarde ≤ T‐waarde
licht verontreinigd
geen aanvullend onderzoek nodig (*A)
> T‐waarde ≤ I‐waarde
matig verontreinigd
mogelijk nader bodemonderzoek noodzakelijk
> I‐waarde
sterk verontreinigd
nader bodemonderzoek noodzakelijk;
De Burgt III te Barneveld
83
3049.01
Diverse (milieu)onderzoeken
Gehalte/concentratie
Buro Ontwerp & Omgeving
Betekenis
Opmerking mogelijk sprake van ernstige bodemverontreiniging
(*A)
Voor grondwater geldt de streefwaarde.
Toelichting:
De AW‐waarden zijn achtergrondwaarden en zijn referentiewaarden voor een multifunctionele bodem. De halve som van de AW‐ en I‐waarden ((AW+I)/2 = T‐waarde) is een toetsingswaarde waarboven er een vermoeden is van ernstige bodemverontreiniging. Door middel van aanvullend onderzoek moet dit vermoeden worden getoetst. De I‐waarden zijn de ‘interventiewaarden’. Als de I‐waarde voor een stof wordt overschreden in meer dan 25 m3 grond of in meer dan 100 m3 grondwater (bodemvolume), dan wordt gesproken van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
7.6
Analyseresultaten Het analysecertificaat is weergegeven in bijlage 3.1. Het resultaat van de toetsing is in bijlage 4.1 numeriek weergegeven voor toetsing van grond aan de achtergrond‐ en interventiewaarden uit de Wbb en in bijlage 4.2 voor de toetsing aan het Bbk. Tabel 38 bevat de analyse‐ en de toetsingsresul‐ taten voor grond bij toetsing aan achtergrond‐ en interventiewaarden (Wbb). Tevens is een indicatie met betrekking tot de te verwachten bodemkwaliteitsklasse weergegeven. Tabel 38 Monster‐ code