De Lanen-Oost_Toelichting_Bijlage 1 Activiteitenplan beschermde soorten ecologie (2022) (1)
Tekst van het document
Beschermingscategorie Vogelrichtlijn Habitatrichtlijn Andere soorten
6.1
Soort/soortgroep Broedvogels (nest jaarrond beschermd): Steenuil en huismus Vleermuizen: Gewone dwergvleermuis en laatvlieger Steenmarter
Vogelrichtlijn
Verbodsbepalingen • Art. 3.1 lid 1 (zie tabel 9): Het verwijderen van de gebouwen ter hoogte van Nederwoudseweg 68 leidt tot aantasting van nest- en rustplaatsen. Gedurende de broedperiode leidt dit tot verwonden en/of doden van broedsel. Er is een conflict met deze verbodsbepaling te aanzien van steenuil en huismus. • Art. 3.1 lid 2 (zie tabel 9): Het verwijderen van gebouwen ter hoogte van Nederwoudseweg 68 leidt tot aantasting van nest- en/of rustplaatsen. Er is een conflict met deze verbodsbepaling ten aanzien van steenuil en huismus. • Art. 3.1 lid 3 (zie tabel 9): De werkzaamheden zijn niet gericht tot het rapen van eieren. Er is geen conflict met deze verbodsbepaling. • Art. 3.1 lid 4 (zie tabel 9): Gelet op het relatief groot aantal nestplaatsen ten zuiden van het project en de behouden nestplaatsen en het foerageergebied, heeft verstoring van één of enkele nestplaatsen geen invloed op de staat van instandhouding. Art. 3.1 lid 5 is daarom van toepassing. Conclusie Werkzaamheden ter hoogte van Nederwoudseweg 68 en 68 leiden tot overtreding van Art. 3.1 lid 1 en lid 2 van de Wnb, zie tabel 9.
34
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
Tabel 9 Overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 3.1 ten aanzien van soorten van de Vogelrichtlijn. Soortgroep Steenuil en huismus
Lid 1 X
Steenuil
Lid 2 X
Lid 3
Lid 4
X
Als gevolg van Bouwrijp maken van het terrein ter hoogte van Nederwoudseweg 68. Bouwrijp maken van het terrein ter hoogte van Nederwoudseweg 86.
Het is verboden om: Lid 1: te doden of te vangen; Lid 2: opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; Lid 3: eieren te rapen en deze onder zich te hebben; Lid 4: opzettelijk te verstoren; verstoring toegestaan indien niet van wezenlijke invloed op de staat van instandhouding; Lid 5: het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
6.2
Habitatrichtlijnsoorten
Verbodsbepalingen • Art. 3.5 lid 1 en 2 (zie tabel 10): De werkzaamheden leiden tot verstoring, verwonden en/of doden van één individu van gewone dwergvleermuis. Ook leiden de werkzaamheden tot aantasting van foerageergebied van vliegroutes van gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Er is een conflict met deze verbodsbepaling ten aanzien van gewone dwergvleermuis en laatvlieger. • Art. 3.5 lid 3 (zie tabel 10): Vleermuizen planten zich levendbarend voort. Deze verbodsbepaling is gericht op eieren en is daarom niet van toepassing. • Art. 3.5 lid 4 (zie tabel 10): De werkzaamheden leiden tot aantasting van een zomerverblijfplaats van gewone dwergvleermuis. Er is een conflict met deze verbodsbepaling ten aanzien van gewone dwergvleermuis. • Art. 3.5 lid 5 (zie tabel 10): Dit artikel is enkel van toepassing op planten en niet op vleermuizen. Conclusie Werkzaamheden ter hoogte van Nederwoudseweg 68 leiden tot overtreding van Art. 3.5 lid 1, 2 en 4 van de Wnb, zie tabel 10. Tabel 10. Overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 3.5 ten aanzien van soorten van de Habitatrichtlijn. Soort(groep) Gewone dwergvleermuis
Lid 1|5 X
Lid 2 X
Lid 3
Lid 4 X
X
Laatvlieger
X
Als gevolg van Verwijderen van de gebouwen aan de Nederwoudseweg 66/68 Gebruik van kunstverlichting ter hoogte van Nederwoudseweg 66/68 (met aangrenzende bomenlaan). Gebruik van kunstverlichting ter hoogte van Nederwoudseweg 66/68 (met aangrenzende bomenlaan).
Het is verboden om: Lid 1: opzettelijk te doden of te vangen; Lid 2: opzettelijk te verstoren; Lid 3: eieren van dieren opzettelijk te vernielen of te rapen; Lid 4: voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; Lid 5: opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
35
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
6.3
Andere soorten
Verbodsbepalingen • Art. 3.10 lid 1A (zie tabel 11): De werkzaamheden leiden tot mogelijk tot verstoring, verwonden en/of doden van steenmarter. • Art. 3.10 lid 1B (zie tabel 11): De werkzaamheden leiden tot aantasting van een verblijfplaats steenmarter. • Art. 3.10 lid 1C (zie tabel 11): Deze verbodsbepaling is gericht op planten en daarom niet van toepassing. Conclusie Werkzaamheden ter hoogte van Nederwoudseweg 66/68 leiden tot overtreding van Art. 3.10 lid 1A en 1B van de Wnb, zie tabel 11. Tabel 11: Overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 3.10 ten aanzien van andere soorten. Soort Grondgebonden zoogdieren Steenmarter
1a X
1b X
1c
Als gevolg van Bouwrijp maken van het perceel van Nederwoudseweg 66/68.
Het is verboden om: a: opzettelijk te doden of te vangen; b: vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen c: opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
6.4
Voorlopige conclusie
Als gevolg van de voorgenomen ingreep vinden negatieve effecten plaats op voorkomende beschermde soorten, zie Hoofdstuk 5. Deze negatieve effecten leiden tot conflict met de verbodsbepalingen van de Wnb, zie paragraaf 6.1 t/m paragraaf 6.3. In het kader van de Wnb dienen mitigerende maatregelen getroffen te worden om negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ingreep zo goed als mogelijk te voorkomen. Hoofdstuk 7 gaat in om de te treffen maatregelen.
36
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
7
Maatregelen
In dit hoofdstuk worden de maatregelen beschreven die getroffen dienen te worden om conflict met de verbodsbepalingen van de Wnb te voorkomen. De te treffen maatregelen zijn van toepassing op de volgende beschermde soort(groep)en waarvan essentiële functie binnen het projectgebied zijn aangetroffen: • • • • •
Huismus Steenuil Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode) Steenmarter Vleermuizen
Naast beschermde soorten dient conform zorgplicht ook te allen tijde rekening gehouden te worden met algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Hiervoor gelden algemeen maatregelen die ook in dit hoofdstuk worden beschreven. Voor het waarborgen van de noodzakelijk maatregelen wordt een ecologisch werkprotocol opgesteld waarin onder andere de maatregelen zijn opgenomen en een logboek wordt bijgehouden. Zo kan bij een eventuele controle door de omgevingsdienst aangetoond worden dat er conform Wnb gewerkt wordt.
7.1
Huismus
De maatregelen zijn van toepassing op drie nestplaatsen, ter hoogte van Nederwoudseweg 66/68, die door de voorgenomen nieuwbouwontwikkeling verloren gaan. Conform Kennisdocument Huismus (BIJ12, 2022) worden de volgende maatregelen uitgevoerd: Voorbereidingsfase: • De werkzaamheden gedurende voorbereidingsfase hebben geen negatief effect op huismus en zijn daarom niet ontheffingsplichtig. • Conform de landelijke mitigatietaakstelling dienen per verloren nestplaats twee tijdelijke alternatieve voorzieningen aangeboden te worden. Het gaat om drie nestplaatsen, dus in totaal worden zes alternatieve voorzieningen aangeboden: - De alternatieve voorziening is een nestkast, zoals model NK MU 06 (Vivara Pro), of soortgelijk. - De alternatieve voorzieningen worden bij voorkeur binnen 100 meter van de nestplaatsen (Nederwoudseweg 66/68) geplaatst. - De alternatieve voorzieningen worden alleen op noord- en oostgeoriënteerde gevels geplaatst. - In de directe omgeving van de alternatieve voorzieningen (binnen 5 à 10 meter) dienen dekkingsmogelijkheden aanwezig te zijn zoals groenblijvende heesters of klimplanten. • Rekening wordt gehouden met de gewenningsperiode van drie maanden. Dit is de periode waarin zowel de oorspronkelijke situatie als de alternatieve voorzieningen aanwezig zijn.
Uitvoeringsfase: • De werkzaamheden gedurende uitvoeringsfase hebben een negatief effect op huismus en zijn daarom ontheffingsplichtig. Dit houdt in dat de werkzaamheden alleen met een ontheffing Wnb en conform ecologisch werkprotocol uitgevoerd worden. Vanwege de ontheffingsprocedure van minimaal 20 weken wordt er rekening mee gehouden dat de sloopwerkzaamheden van Nederwoudseweg 68 en de directe omgeving vanaf oktober 2023 starten. Hierbij wordt er rekening mee gehouden dat de huismussen een 2e legsel hebben waardoor ook nog in september jongen aanwezig kunnen zijn. Door een deskundig ecoloog kan met een visuele inspectie bepaald worden of er sprake is van een 2e legsel. Indien hier geen sprake van is kunnen de werkzaamheden mogelijk ook al in september 2023 starten. • Voorkomen wordt dat de sloopwerkzaamheden van Nederwoudseweg 68 en directe omgeving gedurende de broedperiode van huismus (maart t/m september) starten. • Gelet op de open schuren en stallen van Nederwoudseweg 70 zijn voldoende uitwijkmogelijkheden waar huismussen gedurende een koude winterperiode kunnen verblijven. • Indien de sloopwerkzaamheden gepland tussen 1 maart en 30 september van 2024 starten worden de (potentiële) nestplaatsen ter hoogte van Nederwoudseweg 68 ongeschikt gemaakt. De exacte maatregelen worden door een deskundig ecoloog nader bepaald. 37
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
•
Tijdens de realisatie van de nieuwbouw binnen het projectgebied worden op diverse plekken alternatieve voorzieningen aangeboden. Dit dient door een deskundig ecoloog nog nader uitgewerkt te worden. Het plaatsingsplan en de plaatsing worden met de behandelaar van de ontheffing Wnb (provincie Gelderland) gedeeld.
Conclusie De maatregelen hebben tot gevolg dat verwonden en/of doden van individuen niet plaatsvindt. Overtreding van artikel 3.1 lid 1 van de Wnb wordt hiermee voorkomen. Het resteffect leidt tot conflict met artikel 3.1 lid 2 van de Wnb. De werkzaamheden ter hoogte van Nederwoudseweg 66/68 zijn ontheffingsplichtig.
7.2
Steenuil
De maatregelen zijn van toepassing op twee nestplaatsen van steenuil en het bijbehorende territorium, ter hoogte van Nederwoudseweg 66/68 en 86, die als gevolg van de voorgenomen nieuwbouwontwikkeling als verloren worden beschouwd. Alleen bij Nederwoudseweg 68 is sprake van mogelijke vernieling van nestplaatsen. Conform Kennisdocument Steenuil (BIJ12, 2017) worden de volgende maatregelen uitgevoerd. Voorbereidingsfase: • De werkzaamheden gedurende voorbereidingsfase hebben geen negatief effect op steenuil en zijn daarom niet ontheffingsplichtig. • Conform de landelijke mitigatietaakstelling dienen per verloren nestplaats twee alternatieve voorzieningen aangeboden te worden. Het gaat om twee nestplaatsen, dus in totaal worden vier alternatieve voorzieningen aangeboden: - De alternatieve voorziening is een externe nestkast, zoals model UK ST 01 (Vivara Pro), of soortgelijk. - De alternatieve voorzieningen worden bij voorkeur zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke nestplaatsen (Nederwoudseweg 68) geplaatst. Gelet op de grootschaligheid van de voorgenomen nieuwbouwontwikkeling is het echter niet mogelijk om de alternatieve voorzieningen ten noorden van de Scherpenzeelseweg te plaatsen. Hierop gelet is ervoor gekozen om de alternatieve voorzieningen ten zuiden van de Scherpenzeelseweg te plaatsen.
- De omgeving van de alternatieve voorzieningen dient te bestaat uit relatief extensief cultuurland met kleine landschapselementen. • Bij het bepalen van de locatie van de alternatieve voorzieningen dient rekening gehouden te worden met bestaande territoria van steenuil. Ter hoogte van Nederwoudseweg 66/68 is geen nestmogelijkheden in de omgeving (Nederwoudseweg 70 verleent geen mederwerking). Ter hoogte van Nederwoudseweg 86 zijn nestmogelijkheden in de omgeving (bijvoorbeeld Nederwoudseweg 84, 88). • Rekening wordt gehouden met de gewenningsperiode van drie maanden. Dit is de periode waarin zowel de oorspronkelijke situatie als de alternatieve voorzieningen aanwezig zijn. • Het opgaand groen ter hoogte van Nederwoudseweg 66/68 blijft behouden. Voor het verlies van foerageermogelijkheden worden takkenhopen gerealiseerd (zie figuur 28), ten gunste van prooidieren zoals muisachtigen. Uitvoeringsfase: • De werkzaamheden, ter hoogte van Nederwoudseweg 66/68 en 86, gedurende uitvoeringsfase hebben een negatief effect op steenuil en zijn daarom ontheffingsplichtig. Dit houdt in dat de werkzaamheden alleen met een ontheffing Wnb en conform ecologisch werkprotocol uitgevoerd worden.
Vanwege de ontheffingsprocedure van minimaal 20 weken wordt er rekening mee gehouden dat de sloopwerkzaamheden vanaf augustus kunnen 2023 starten (let op werkbare periode huismus ter hoogte van Nederwoudseweg 66/68). • Voorkomen wordt dat de sloopwerkzaamheden van Nederwoudseweg 66/68 en 86 en directe omgeving gedurende de broedperiode van steenuil (februari t/m juli) starten. • Buiten de voortplantingsperiode (augustus t/m januari) kan de steenuil de gebouwen, ter hoogte van Nederwoudseweg 68, gebruiken als rustplaats. De gebouwen zullen tijdens de sloopwerkzaamheden geschild worden waarbij lagen worden verwijderd zodat een eventueel aanwezig steenuil verstoord wordt en de ruimte krijgt te vluchten. • Gelet op het groot aantal potentiële verblijfsmogelijkheden wordt niet gekozen voor ontmoedigen van de gebouwen voorafgaand aan de broedperiode. • Gelet op de open schuren en stallen van Nederwoudseweg 70 zijn voldoende uitwijkmogelijkheden waar steenuilen gedurende een koude winterperiode kunnen verblijven.
38
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
•
Indien de sloopwerkzaamheden tussen 1 februari en 30 juli van 2024 starten worden de (potentiële) nestplaatsen ter hoogte van Nederwoudseweg 68 ongeschikt gemaakt. De exacte maatregelen worden door een deskundig ecoloog nader bepaald.
Conclusie De maatregelen hebben tot gevolg dat verwonden en/of doden van individuen niet plaatsvindt. Overtreding van artikel 3.1 lid 1 van de Wnb wordt hiermee voorkomen. Het resteffect leidt tot conflict met artikel 3.1 lid 2 van de Wnb. De werkzaamheden ter hoogte van Nederwoudseweg 66/68 en Nederwoudseweg 86 zijn ontheffingsplichtig.
70
68
Figuur 28. Luchtfoto Nederwoudseweg 68/70. Locatie Takkenhopen (groen cirkel).
7.3
Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode)
De maatregelen zijn van toepassing op alle potentiële nestplaatsen in gebouwen en het groen (ruigte, struiken en bomen) binnen het projectgebied. De maatregelen zijn bepaald op basis van expert judgement: • •
39
Voer werkzaamheden uit buiten de broedperiode (maart t/m augustus, dit kan door weersveranderingen en/of andere factoren verschuiven). Indien binnen broedperiode gewerkt wordt: - Verwijder potentiële nestplaatsen voor aanvang van de broedperiode door opgaand groen en gebouwen te verwijderen. - Broedvogelinspectie: Voor aanvang van de werkzaamheden wordt door een deskundig ecoloog gecontroleerd of nestplaatsen aanwezig en in gebruik zijn. Indien aanwezig kunnen werkzaamheden ter hoogte van de nestplaats pas starten na de broedperiode. Exacte maatregelen worden nader bepaald.
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
•
Van april t/m september dienen zandhopen met een talud van 1:1 of steiler voorkomen te worden (potentiële nestplaats oeverzwaluw).
Conclusie De maatregelen zijn voldoende om negatieve effecten op broedvogels te voorkomen; er vindt geen conflict plaats met verbodsbepalingen van de Wnb.
7.4
Steenmarter
De maatregelen zijn van toepassing op potentiële verblijfplaatsen van steenmarter (gebouwen, rommelhoekjes en takkenhopen), ter hoogte van Nederwoudseweg 68, die als gevolg van de voorgenomen nieuwbouwontwikkeling verloren gaat. Van de steenmarter is geen kennisdocument. De maatregelen zijn daarom bepaald op basis van expert judgement: Voorbereidingsfase: • Er wordt vanuit gegaan dat één verblijfplaats van steenmarter verloren gaat. Per verloren verblijfplaats worden twee alternatieve voorzieningen aangeboden. Het gaat om één verblijfplaats, dus in totaal worden twee alternatieve voorzieningen aangeboden: - Om de kans op acceptatie te vergroten worden twee verschillende voorzieningen aangeboden: Steenmarterkast voor in de boom en een steenmarterkast voor op de grond. - De alternatieve voorziening voor in de boom: Model ZK MA 01 (Vivara Pro), of soortgelijk. - De alternatieve voorziening voor op de grond: Model ZK EM (Vivara Pro), of soortgelijk. Voor extra bescherming en dekking wordt takafval op en rondom deze voorziening geplaatst. - De alternatieve voorzieningen worden bij voorkeur zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke nestplaatsen (Nederwoudseweg 68) geplaatst. Nederwoudseweg 25 en 70 verlenen geen medewerking voor het plaatsen voorzieningen op hun perceel.
Voor de locatie van de voorzieningen is daarom gekozen voor het opgaand groen in de omgeving van Nederwoudseweg 68 wat behouden blijft. - De omgeving van de alternatieve voorzieningen dient te bestaat uit relatief extensief cultuurland met kleine landschapselementen. • Bij het bepalen van de locatie van de alternatieve voorzieningen wordt rekening gehouden met het bestaande territorium. • Het opgaand groen, ter hoogte van Nederwoudseweg 66/68, blijft behouden. Voor het verlies van foerageermogelijkheden worden takkenhopen gerealiseerd (zie figuur 30), ten gunste van prooidieren zoals muisachtigen. • Er wordt rekening gehouden met een gewenningsperiode van 3 maanden. Dit is de periode waarin zowel de oorspronkelijke situatie als de alternatieve voorzieningen aanwezig zijn. Uitvoeringsfase: • De werkzaamheden, ter hoogte van Nederwoudseweg 66/68, gedurende uitvoeringsfase hebben een negatief effect op steenmarter en zijn daarom ontheffingsplichtig. Dit houdt in dat de werkzaamheden alleen met een ontheffing Wnb en conform ecologisch werkprotocol uitgevoerd worden. • Werkzaamheden gericht op gebouwen, rommelhoekjes en takkenhopen, ter hoogte van Nederwoudseweg 66/68, vinden plaats buiten de kwetsbare voortplantingsperiode, waarin jongen dieren mogelijk aanwezig zijn. Werkbare periode: September t/m februari.
• Voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden worden de daken, rommelhoekjes en takkenhopen onder begeleiding van een deskundig ecoloog verwijderd. • Steenmarter houdt geen winterslaap. De winterperiode is daarom niet aangemerkt als kwetsbare periode. Conclusie De maatregelen hebben tot gevolg dat verwonden en/of doden van individuen niet plaatsvindt. Overtreding van artikel 3.10 lid 1A van de Wnb wordt hiermee voorkomen. Het resteffect leidt tot conflict met artikel 3.10 lid 1B van de Wnb. De werkzaamheden ter hoogte van Nederwoudseweg 66/68 zijn ontheffingsplichtig.
40
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
70
68
Figuur 29. Luchtfoto Nederwoudseweg 68/70. Locatie marterkast aan boom (rood kruis). Locatie martervoorziening op grond (blauw kruis). Locatie takkenhopen (groene cirkel).
7.5
Gewone dwergvleermuis - verblijfplaatsen
De maatregelen zijn van toepassing op een verwachte paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis in het woonhuis van Nederwoudseweg 68, die als gevolg van de voorgenomen nieuwbouwontwikkeling verloren gaat. Conform Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (BIJ12, 2017) worden de volgende maatregelen uitgevoerd: Voorbereidingsfase: • De werkzaamheden gedurende voorbereidingsfase hebben geen negatief effect op gewone dwergvleermuis en zijn daarom niet ontheffingsplichtig. • Conform de landelijke mitigatietaakstelling dienen per verloren paarverblijfplaats vier tijdelijke alternatieve voorzieningen aangeboden te worden. Het gaat om één paarverblijfplaats, dus in totaal worden vier alternatieve voorzieningen aangeboden: - De alternatieve voorziening is een externe vleermuiskast, zoals model VK WS 02 (Vivara Pro) of soortgelijk. - De alternatieve voorzieningen worden bij voorkeur binnen 100 meter van de verblijfplaatsen (Nederwoudseweg 66/68) geplaatst. Nederwoudseweg 25 en 70 verlenen geen medewerking voor het plaatsen van voorzieningen op hun perceel. Er is daarom voor gekozen om de voorzieningen aan de bomen te plaatsen, zie figuur 30. Dit heeft niet de voorkeur en daarom worden nog vier extra voorzieningen geplaatst. Hierbij is gekozen voor een ander model 1FF (Veldshop), of soortgelijk.
Naast de gewone dwergvleermuis kunnen ook andere vleermuissoorten gebruik maken van deze voorzieningen, zoals rosse vleermuis. - De alternatieve voorzieningen worden op verschillende oriëntatiezijden geplaatst. Zongeoriënteerde zijden hebben daarbij de voorkeur.
41
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
•
Rekening wordt gehouden met de gewenningsperiode van drie maanden. Dit is de periode waarin zowel de oorspronkelijke situatie als de alternatieve voorzieningen aanwezig zijn. Gedurende de winterperiode is de gewone dwergvleermuis in winterslaap en kan daarom de voorzieningen niet ontdekken. De gewenningsperiode van 6 maanden is daarom alleen van toepassing op de actieve periode (april t/m oktober).
Uitvoeringsfase: • De werkzaamheden, ter hoogte van Nederwoudseweg 68, gedurende uitvoeringsfase hebben naar verwachting een negatief effect op gewone dwergvleermuis en zijn daarom ontheffingsplichtig. Dit houdt in dat de werkzaamheden alleen met een ontheffing Wnb en conform ecologisch werkprotocol uitgevoerd worden. Vanwege de ontheffingsprocedure van minimaal 20 weken wordt er rekening mee gehouden dat de sloopwerkzaamheden van Nederwoudseweg 68 en de directe omgeving vanaf oktober 2023 starten. • Voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden worden de gebouwen, ter hoogte van Nederwoudseweg 68, ontmoedigd. Ontmoedigen vindt buiten de kwetsbare winterperiode plaats. Werkbare periode: half april t/m half oktober. Met deze ontmoediging wordt ter hoogte van Nederwoudseweg 68 ook rekening gehouden met incidenteel voorkomende zomer- en winterverblijfplaatsen. Door alle gebouwen binnen dit perceel te ontmoedigen wordt ook rekening gehouden met het uitwijken van gewone dwergvleermuis naar de omgeving en mogelijke vestiging in te toekomst. • De gebouwen worden ontmoedigd door het plaatsen van exclusion flaps op potentiële verblijfplaatsen. Vijf dagen (mits sprake is van gunstige weersomstandigheid, buiten de niet-actieve winterperiode) na de ontmoediging wordt een controle uitgevoerd waarbij het projectgebied wordt onderzocht op aanwezigheid van een in gebruik zijnde verblijfplaats.
Indien een verblijfplaats wordt vastgesteld wordt deze opnieuw ontmoedigd en gecontroleerd. Indien geen verblijfplaatsen zijn vastgesteld worden de gebouwen ecologisch vrijgegeven voor de sloop. • Tijdens de realisatie van de nieuwbouw binnen het projectgebied worden op diverse plekken alternatieve voorzieningen aangeboden. De exacte locatie en het aantal voorzieningen (ten minste het aantal conform mitigatietaakstelling) wordt door een deskundig ecoloog nader uitgewerkt. Het plaatsingsplan en de plaatsing worden met de behandelaar van de ontheffing Wnb (provincie Gelderland) gedeeld. Conclusie De maatregelen hebben tot gevolg dat verwonden en/of doden van gewone dwergvleermuis niet plaatsvindt. Overtreding van artikel 3.5 lid 1 van de Wnb wordt hiermee voorkomen. Het resteffect leidt tot conflict met artikel 3.1 lid 2 en lid 4 van de Wnb. De werkzaamheden ter hoogte van Nederwoudseweg 66/68 zijn ontheffingsplichtig.
42
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
70
66/68
Figuur 30. Luchtfoto Nederwoudseweg 68/70. Locatie vleermuiskasten model VK WS 02 (Vivara Pro) of iets soortgelijks. Locatie vleermuiskasten model 1FF (Veldshop), of iets soortgelijks.
7.6
Gewone dwergvleermuis en laatvlieger - vliegroute
De maatregelen zijn van toepassing op de vliegroute ter hoogte van de opgaande structuur van Nederwoudseweg 68 en Scherpenzeelseweg 10, bestaande uit bomenlaan en/of bosschages. Deze opgaande groenstructuren blijven conform de voorgenomen nieuwbouwontwikkeling behouden. De navolgende mitigerende maatregelen zijn dan ook ter voorkoming van verstoring van vliegroutes en foerageergebied: Realisatie- en gebruiksfase: • Voorkom gedurende realisatiefase het gebruik van kunstverlichting (van machines en ter hoogte van werkterreinen) bij de bomenrijen en bosschages ter hoogte van Nederwoudseweg 66/68 (zie figuur 31) en ten westen van Scherpenzeelseweg 10. • Gedurende de gebruiksfase dient voorkomen te worden dat straatverlichting de boomkronen beschijnt. Conclusie De maatregelen voorkomen dat verstoring plaatsvindt op de vliegroute van gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Conflict met artikel 3.5 lid 2 vindt niet plaats. De werkzaamheden zijn niet ontheffingsplichtig.
43
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
70
66/68
Figuur 31. Luchtfoto Nederwoudseweg 68/70. Opgaand groen functioneert als essentieel foerageergebied en vliegroute (groene stippellijn).
7.7
Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën
In het kader van de zorgplicht dient te allen tijde rekening gehouden te worden met voorkomende (beschermde) soorten conform de zorgplicht: • •
44
Voer de werkzaamheden rustig uit en in één richting van de openbare weg af. Op deze manier zijn dieren in de gelegenheid om te vluchten naar andere leefgebieden en worden ze niet de weg op gejaagd, waardoor aanrijding met verkeer wordt voorkomen. Indien een soort wordt aangetroffen en niet op eigen kracht het werkterrein kan verlaten, wordt contact opgenomen met een deskundig ecoloog die de noodzakelijk vervolgstappen bepaald.
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
7.8
Conclusie
In tabel 12 worden per relevante soort weergegeven welke maatregelen getroffen worden om negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen nieuwbouwontwikkeling zo goed als mogelijk te voorkomen. In tabel 13 zijn de relevante periodes in een tijdlijn opgenomen. Hieruit kan worden opgemaakt met welke (kwetsbare) periodes het project te maken heeft. De opdrachtgever wil na de verlening van de ontheffing Wnb de werkzaamheden direct starten. Hierop gelet is in tabel 14 weergegeven welke acties, in het kader van de Wnb, in 2023 uitgevoerd dienen te worden om zo spoedig mogelijk te kunnen starten. Na het uitvoeren van de maatregelen blijft echter sprake van een resteffect op huismus, steenuil, steenmarter en gewone dwergvleermuis, wat tot conflict leidt met verbodsbepalingen van de Wnb. In het volgende hoofdstuk wordt hier verder op ingegaan. Tabel 12. Maatregelen per beschermde soort(groep) om negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen nieuwbouwontwikkeling zo goed als mogelijk te voorkomen. Een resteffect maakt de werkzaamheden waarop deze van toepassing zijn ontheffingsplichtig. Relevante soort(groep)
Van toepassing op:
Huismus (nest jaarrond beschermd)
Nederwoudseweg 68
Steenuil (nest jaarrond beschermd)
Nederwoudseweg 68
Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode)
Nederwoudseweg 86 Gehele projectgebied
Steenmarter
Nederwoudseweg 68
Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën Gewone dwergvleermuis
Gehele projectgebied
Laatvlieger
Nederwoudseweg 68
45
Nederwoudseweg 68
Verwonden en/of doden individuen en/of verstoring voorkomen. Werkzaamheden uitvoeren buiten broedperiode. Werkbare periode: oktober t/m februari, of voor de start van broedperiode nestplaatsen ongeschikt maken. Werkzaamheden uitvoeren buiten broedperiode. Werkbare periode augustus t/m januari. N.v.t. Werkzaamheden uitvoeren buiten broedperiode (maart t/m augustus, dit kan door weersveranderingen en/of andere factoren verschuiven), of potentiële nestplaatsen voorafgaand aan de broedperiode ongeschikt maken, of uitvoeren van broedvogelinspectie. Werkzaamheden uitvoeren buiten voortplantingsperiode. Werkbare periode: september t/m februari. Zie zorgplicht, paragraaf 7.7.
Alternatieve voorzieningen noodzakelijk?
Ontheffing nodig
Ja, zes nestvoorzieningen
Ja
Ja, zes nestvoorzieningen
Ja
Nee
Nee
Ja, twee verblijfsvoorzieningen
Ja
Nee
Nee
Ontmoedigen buiten kwetsbare winterperiode. Werkbare periode: half april t/m half oktober. Verlichting gedurende realisatieen gebruiksfase voorkomen ter hoogte van het opgaand groen. Verlichting gedurende realisatieen gebruiksfase voorkomen ter hoogte van het opgaand groen.
Ja, acht verblijfsvoorzieningen
Ja
Nee
Nee
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
Tabel 13. Tijdlijn tabel met periodes die van belang zijn voor de uitvoering van het project. Periodes die van belang voor uitvoering van de werkzaamheden Ontheffingsprocedure Huismus (nest jaarrond beschermd) Steenuil (nest jaarrond beschermd)
Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode) Steenmarter Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën Gewone dwergvleermuis Laavlieger
Van toepassing op locatie:
jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec
Gehele projectgebied Nederwoudseweg 68 Nederwoudseweg 68 Nederwoudseweg 86 Gehele projectgebied Nederwoudseweg 68 Gehele projectgebied Nederwoudseweg 68 Nederwoudseweg 68
Beschrijving kleuren: • Ontheffingsprocedure: Rood: Werkzaamheden die ontheffingsplichtig zijn kunnen niet plaatsvinden. Oranje: Vertraging ontheffingsprocedure. Groen: Verwachting verlening ontheffing. • Huismus: Rood: Kwetsbare voortplantingsperiode; werkzaamheden kunnen niet in deze periode starten. Niet kwetsbare periode; werkzaamheden kunnen starten (groen). • Steenuil: Rood: Kwetsbare voortplantingsperiode; werkzaamheden kunnen niet in deze periode starten (rood). Oranje: Minder kwetsbare periode; werkzaamheden kunnen starten mits mitigerende maatregelen uitgevoerd worden. • Broedvogels: Oranje: Kwetsbare voortplantingsperiode; broedvogelinspectie noodzakelijk. Niet kwetsbare periode; werkzaamheden kunnen starten (groen). • Steenmarter: Rood: Kwetsbare voortplantingsperiode; werkzaamheden kunnen niet in deze periode starten. Oranje: Minder kwetsbare periode; werkzaamheden kunnen starten mits mitigerende maatregelen uitgevoerd worden. • Algemeen voorkomende grondgebonden en zoogdieren: Oranje: Zorgplicht • Gewone dwergvleermuis: Rood: Kwetsbare overwinteringsperiode; werkzaamheden kunnen niet in deze periode starten als de ontmoediging niet is uitgevoerd. Oranje: Minder kwetsbare periode; werkzaamheden kunnen starten mits mitigerende maatregelen zijn uitgevoerd.
• Laatvlieger Oranje: Minder kwetsbare periode; werkzaamheden kunnen starten mits mitigerende maatregelen zijn uitgevoerd.
Tabel 14. Uitvoeringsperiodes van de maatregelen in 2023. Relevante soorten Huismus, steenuil, steenmarter en gewone dwergvleermuis
Uitvoering maatregelen 2023 Plaatsing verblijfsvoorzieningen, ontmoediging
jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
Beschrijving kleuren: • Huismus, steenuil, steenmarter en gewone dwergvleermuis Oranje: Periode waarin de alternatieve voorzieningen geplaatst worden. Blauw: Gewenningsperiode 3 maanden. Paars: Ontmoediging gebouwen gewone dwergvleermuis t.h.v. Nederwoudseweg 66/68. Geel: Controle deskundig ecoloog voor ecologische vrijgave gebouwen t.h.v. Nederwoudseweg 66/68. Groen: Start sloopwerkzaamheden conform mitigerende maatregelen.
46
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
aug
sep
okt
nov
dec
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
8
Ontheffingsaanvraag
8.1
Conflict verbodsbepalingen Wnb
Conform H7 kunnen mitigerende maatregelen niet geheel voorkomen dat als gevolg van de voorgenomen nieuwbouwontwikkeling negatieve effecten op beschermde soorten plaatsvinden. Het gaat om de volgende beschermde soorten: • • • •
Huismus Steenuil Steenmarter Gewone dwergvleermuis
Het resteffect leidt tot conflict met verbodsbepalingen van de Wnb. Het gaat om overtreding van de volgende verbodsbepalingen waarvoor een ontheffing Wnb aangevraagd wordt: • • • •
Art. 3.1 lid 2: Als gevolg van aantasting van nestplaatsen en de directe leefomgeving van huismus en steenuil. Art. 3.5 lid 2: Als gevolg van ontmoediging van een paarverblijfplaats (en winterverblijfplaats) van gewone dwergvleermuis. Art. 3.5 lid 4: Als gevolg van aantasting van een paarverblijfplaats (en winterverblijfplaats) van gewone dwergvleermuis. Art. 3.10 lid 1B: Als gevolg van aantasting van een verblijfplaats en de directe leefomgeving van steenmarter.
8.2
Belangen
De ontheffing wordt aangevraagd in het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid. De woningkrapte in Nederland vormt een actueel probleem wat al decennia lang speelt. In Nederland is in 2022 een tekort aan 390.000 woningen. Dat komt neer op ongeveer 5 procent van het totaal aantal woningen, zo is te lezen in de Atlas voor gemeenten 2022 (Businessinsider, 2022). De huidige minister heeft daarom als doelstelling dat tot en met 2030 900.000 nieuwe woningen gebouwd moeten worden (Rijksoverheid, 2022). Ook binnen de gemeente Barneveld wordt volop gebouwd om de woningkrapte tegen te gaan (Gemeente Barneveld, 2022). Een gevolg van deze woningkrapte is dat woningzoekenden stress ervaren en ongelukkiger zijn dan nietwoningzoekende. Bijna zestig procent van de woningzoekenden ervaart stress of piekergedachten. 16,5 procent van de woningzoekenden aan de afgelopen maand amper geïnteresseerd te zijn in het leven, ten opzichte van 9 procent van de niet-woningzoekenden. Deze psychische problemen kunnen op de langere termijn leiden tot lichamelijk problemen. Psychische problemen zoals depressie kunnen uitval en werkloosheid tot gevolg hebben. De bouw van de nieuwbouwwijk De Burgt vormt een aandeel van de oplossing van de woningkrapte binnen Nederland.
De verschillende woonruimtes die met deze nieuwbouwontwikkeling beoogd zijn bieden voor woningzoekenden een mogelijkheid om een huis te kopen. Bij een deel van woningzoekende zullen naar alle waarschijnlijk (een deel van) psychische en uiteindelijke lichamelijke problemen afnemen of niet ontwikkelen
8.3
Alternatieven
8.3.1
Locatie
De voorgenomen nieuwbouwontwikkeling is locatiegebonden. Dergelijke relatief grootschalige nieuwbouwontwikkelingen vinden alleen aan de rand van Barneveld plaats. Een alternatieve locatie zal dus alsnog leiden tot een afname van het (agrarisch) buitengebied en het leefgebied van beschermde soorten. Voor de locatie van de nieuwbouw is daarom geen bevredigend alternatief.
47
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
8.3.2
Behouden
De gebouwen binnen het projectgebied (Nederwoudseweg 68 en 86) bestaan uit stallen/schuren en één woonhuis. Bij deze gebouwen is asbest aanwezig, zie figuur 32. Conform Asbestverwijderingsbesluit 2005 dienen deze gebouwen (deels) verwijderd te worden. De verouderde stallen/schuren hebben daarnaast geen woonbestemming en voldoen niet aan de huidige bouwconstructie. Deze gebouwen kunnen daarom conform voorgenomen nieuwbouwontwikkeling niet behouden blijven. Het woonhuis (Nederwoudseweg 69) is verouderd en voldoet daarmee ook niet meer aan de huidige bouweisen. Bij het moderniseren van deze woning zal dan ook de hele buitenschil vervangen moeten worden waardoor aanwezige verblijfplaatsen van huismus en gewone dwergvleermuis alsnog verdwijnen. Het opgaand groen binnen het projectgebied blijft grotendeels intact. Foerageergebied en vliegroutes van gewone dwergvleermuis en laatvlieger en foerageergebied van steenmarter blijven hierdoor behouden. Het rommelige erf van Nederwoudseweg 68 en 86 zal gelet op de veiligheid geschoond worden. Gelet op de voorgenomen nieuwbouwontwikkeling en de aanwezige onveilige situatie bestaat geen bevredigend alternatief voor de voorgenomen nieuwbouwontwikkeling.
Figuur 32. Aanwezigheid van asbest binnen het projectgebied. Foto links: Schuur met asbest op het perceel van Nederwoudseweg 66/68 (zie rode pijl). Foto rechts: Schuur met asbest op het perceel van Nederwoudseweg 86 (zie rode pijl).
8.3.3
Planning
De voorgenomen nieuwbouwontwikkeling heeft een negatief effect op (een deel van de) functies van huismus, steenuil, steenmarter en gewone dwergvleermuis. Om de negatieve effecten zo goed als mogelijk te voorkomen worden de werkzaamheden buiten de kwetsbare voortplantingsperiode van huismus, steenuil en steenmarter- en overwinteringsperiode van gewone dwergvleermuis uitgevoerd. Het ontmoedigen en verwijderen van de gebouwen ter hoogte van de Nederwoudseweg wordt onder begeleiding van een deskundig ecoloog uitgevoerd. Hiermee wordt conform Wnb gewerkt. Bij de relevante soorten gaat het om één of enkele individuen. Omdat het niet om groepen van één soort gaat zal het gefaseerd verwijderen van bijvoorbeeld gebouwen ter hoogte van Nederwoudseweg 68 geen negatieve bijdragen leveren aan de lokale populatie. De werkzaamheden faseren vormt daarom geen bevredigend alternatief. Wat betreft beschermde functies binnen het projectgebied gaat het om één of enkele individuen van huismus, steenuil, steenmarter en gewone dwergvleermuis. Door de voorgenomen nieuwbouwontwikkeling zullen deze functies (deels) verdwijnen. Gelet op de geisoleerde deelgebied binnen het projectgebied is het gefasserd uitvoeren van nieuwbouw niet zinvol.
48
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
8.4
Gunstige staat van instandhouding
8.4.1
Huismus
Huidige situatie De broedpopulatie in Nederland wordt volgens de laatste betrouwbare aantalsgegevens door Sovon geschat op 500.000 en 1.000.000 broedparen. De populatie is ten opzichte van 1994 nog aanzienlijk afgenomen. Om deze reden is de huidige situatie beoordeeld als ‘ongunstig – ontoereikend’. Trend Sinds 1975 is de populatie huismussen ongeveer gehalveerd. Populaties zijn bovendien meer versnipperd geraakt en kleiner geworden. Sinds 2000 lijkt de populatie gestabiliseerd (Sovon, 2018). De laatste tien jaar van de registratie herstelt de huismus zich licht als broedvogel (<5% toename per jaar). Op basis van dit lichte herstel is de trend beoordeeld als stabiel. Referentiewaarde De aantallen van het ijkjaar 1994 worden bij lange na niet meer gehaald. Lokale populatie Binnen het projectgebied gaat het om aantasting van twee nestplaatsen van huismus. Gelet op de gemiddelde koloniegrootte van 10 t/m 25 paartjes, vormen de nestplaatsen binnen het projectgebied een relatief klein aandeel. Aantasting van deze nestplaatsen leidt daarom naar verwachting niet tot verdwijnen van een kolonie. Op lokaal niveau zijn de negatieve effecten op huismus minimaal. Daarnaast is de huismus een soort van het stedelijk gebied.
De voorgenomen nieuwbouw zal daarom, in vergelijking tot de huidige situatie (voornamelijk monotoon agrarisch akkerland, leiden tot nieuwe nestplaatsen (in woningen) en foerageergebied (groene tuinen). Conform paragraaf 7.1 worden ook nestplaatsen geïntegreerd in de nieuwbouw. Aanbod van potentiële nestplaatsen en foerageergebied zal daarom naar verwachting toenemen en een positieve effect hebben op de lokale populatie huismussen.
8.4.2
Steenuil
Huidige situatie De steenuil komt voornamelijk voor in het kleinschalig cultuurlandschap en maakt momenteel vooral gebruik van nestkasten. Het foerageergebied staat onder druk door onder andere intensivering van de landbouw (verdwijnen voedsel, broedgelegenheid en beschutting), ruimtelijke ontwikkeling en aanleg van wegen (BIJ12, 2017). Door het onder druk staan van de voedselbeschikbaarheid en de op veel plaatsen minder geschikte landschappelijke condities, is de situatie beoordeeld als ‘ongunstig – ontoereikend’. Trend De populatie van de Veluwe/Gelderse Vallei lijkt meer onder druk te staan dan de grotere populaties. De soort is dan ook voor het rivierengebied en de Achterhoek beoordeeld als ‘stabiel’ en voor de kleinere populatie op de Veluwe/Gelderse Vallei als ‘verslechterend’. Referentiewaarde Het oppervlak geschikt leefgebied van steenuil neemt in het algemeen en over een langere periode af (Soortenstandaard Steenuil, 2014). Ook neemt de predatie door marterachtigen (steenmarters) toe in de provincie. De referentiewaarde van het ijkjaar 1994 voor de kwaliteit van het leefgebied van de steenuil wordt in Gelderland niet meer gehaald. Lokale populatie Als gevolg van de nieuwbouwontwikkeling wordt er rekening mee gehouden dat twee territoria en één nest- en rustplaats van steenuil aangetast wordt.
De voorgenomen nieuwbouwontwikkeling leidt tot verstedelijk van het buitengebied waardoor de druk op het leefgebied van de steenuil toeneemt. Ten zuiden van het projectgebied is agrarisch cultuurland aanwezig waar alternatieve nestvoorzieningen aangeboden worden. Hiermee wordt het aanbod van nestvoorzieningen gewaarborgd.
49
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
8.4.3
Steenmarter
Huidige situatie De exacte getallen van de steenmarter populatie in Nederland zijn onbekend (kennislacune). Bekend is dat deze soort in onder andere Oost-Nederland in aanzienlijk aantal voorkomt. De huidige populatieomvang wordt dan ook als ‘gunstig’ beoordeeld. Trend De steenmarter is vroeger zwaar bejaagd. Voor de verandering van de jachtwet in 1948 was de steenmarter nagenoeg uitgeroeid in Nederland. Tegenwoordig wordt de soort in het oosten en noorden van Nederland veel waargenomen en de populatie wordt hier gezien als stabiel. De soort breidt zijn areaal verder naar het westen uit, waardoor ook het aantal daar toeneemt (Broekhuizen et al., 2010). De beoordeling van de populatie trend is daarom ‘verbeterend’. Referentiewaarde Het aantal steenmarters in Nederland is aanzienlijk toegenomen ten opzichte van het ijkjaar 1994. De referentiewaarde van het jaar 1994 wordt dan ook voor de component ‘populatieomvang’ ruimschoots gehaald. Lokale populatie Als gevolg van de voorgenomen nieuwbouwontwikkeling zal één territorium van steenmarter worden aangetast. De soort komt echter ook voor in het stedelijk gebied. De ontwikkeling kan daarmee ook een bijdrage leveren aan het leefgebied van de steenmarter. Daarnaast blijven erven met relatief rommelige schuren, zoals Nederwoudseweg 70, behouden.
Geconcludeerd is dat negatieve effecten op de lokale populatie minimaal is en, gelet op de positieve populatieontwikkeling, geen effecten te verwachten zijn op de staat van instandhouding.
8.4.4
Gewone dwergvleermuis
Huidige situatie De gewone dwergvleermuis komt in Nederland algemeen voor en is een wijdverbreide soort die in heel Nederland wordt waargenomen (BIJ12, 2017). Om deze reden kan de huidige situatie van de populatieomvang worden beoordeeld als gunstig. Trend Doordat de intensiteit van de monitoring over de jaren verschillend is geweest, zijn er geen duidelijke uitspraken te doen over aantalsontwikkelingen (BIJ12, 2017). Er zijn echter wel aanwijzingen dat het aantal is toegenomen. Vanuit het NEM-meetnet Zoldertellingen vleermuizen zijn waarnemingen bekend van 1996 tot 2016. Deze informatie laat een toename in het aantal waarnemingen van dwergvleermuizen zien. Aangenomen is dat dit in meerderheid gewone dwergvleermuizen waren. Belangrijk hierbij is dat het aantal bezochte objecten elk jaar fluctueert. In het jaar 2015 zijn wegens een inhaalslag in Limburg en Utrecht exceptioneel veel objecten bezocht, namelijk meer dan twee keer zoveel als in de jaren ervoor en erna (Zoogdiervereniging, 2017). Het betreft hier monitoring van verblijfplaatsen op (vooral) kerkzolders. In het NEM-meetnet Vleermuis Transecttellingen wordt ook de gewone dwergvleermuis gemonitord. Hierbij wordt op basis van hectometerhokken de aanwezigheid van onder andere de gewone dwergvleermuis gemeten. De informatie uit deze tellingen laat een positieve trend zien.
Het betreft hier monitoring van foeragerende dieren en dieren op een vliegroute. Door de positieve trends waargenomen bij zowel NEM-Zoldertellingen als NEMVleermuis Transecttellingen is de trend voor de populatieomvang van de gewone dwergvleermuis beoordeeld als ‘verbeterend’. Referentiewaarde Voor de gewone dwergvleermuis is een gunstige referentiewaarde bepaald van 300.000 tot 600.000 individuen (Ottburg & Van Swaaij, 2014). Het aantal dwergvleermuizen is nadien waarschijnlijk toegenomen. Daarom wordt de gunstige referentiewaarde voor wat betreft de populatieomvang nog steeds gehaald. Lokale populatie Als gevolg van de voorgenomen nieuwbouwontwikkeling vindt aantasting plaats van één paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis. Gelet op de positieve trend van het aantal waargenomen individuen zijn negatieve effecten op de lokale populatie te verwaarlozen. Daarnaast is de gewone dwergvleermuis een soort van het stedelijk gebied. De voorgenomen nieuwbouw zal naar verwachting, in vergelijking tot de huidige situatie (voornamelijk monotoon agrarisch akkerland, leiden tot nieuwe verblijfsmogelijkheden (in woningen) en foerageergebied (groene tuinen). Conform paragraaf 7.1 worden ook verblijfplaatsen geïntegreerd in de nieuwbouw. Aanbod van potentiële 50
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
verblijfplaatsen en foerageergebied zal daarom naar verwachting toenemen en een positieve effect hebben op de lokale populatie gewone dwergvleermuizen.
51
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
9
Bronnen
• •
Arcadis, 2022. QUICKSCAN NATUURWETGEVING DE BURGT III. Ref. D10046876:56. D.d. 25 april 2022 BIJ12, Kennisdocument: - Huismus (versie 2.0, juni 2022) - Steenuil (versie 1.0, juli 2017) - Buizerd (versie 1.0, juli 2017) - Kerkuil (versie 1.0, juli 2017)
• •
Provincie Noord-Brabant, 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. D.d. 13 oktober 2017 Jeroen Mos & Tim Ragnvald Hofmeester, 2020. The Mostela: an adjusted camera trapping device as a promising non-invasive tool to study and monitor small mustelids. D.d. 27 mei 2020. Netwerk Groene Bureaus, 2021. Vleermuisprotocol 2021. Arcadis, 2018. DE STAAT VAN INSTANDHOUDING. Ref. 079761421 B. D.d. 16 mei 2018
• •
Websites: • Rijkswaterstaat, 2022. Overzicht asbestregeling. Geraadpleegd op 25-10-2022. https://www.infomil.nl/onderwerpen/asbest/wet-regelgeving/wet-regelgeving/ • Business Insider Nederland, 2022. Woningtekort bedraagt bijna 400.000. Geraadpleegd op 25-10-2022. https://www.businessinsider.nl/woningtekort-groter-ministerie-bzk-atlasresearch/#:~:text=Het%20cijfer%20van%20BZK%20wordt,gaat%20naar%20een%20eigen%20woning. • Rijksoverheid, 2022. Minister Hugo de Jonge maakt provinciale woningbouwafspraken voor 900.000 nieuwe woningen. Geraadpleegd op 25-10-2022. https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/10/13/minister-hugo-de-jonge-maakt-provincialewoningbouwafspraken-voor-900.000 nieuwewoningen#:~:text=De%20afspraken%20tellen%20op%20tot,vastgelegd%20in%20het%20Programma%20 Woningbouw. • Gemeente Barneveld, 2022. 12e rapportage Faseren en doseren woningbouw gemeente Barneveld. Geraadpleegd op 25-10-2022. file:///C:/Users/osterthunj/Downloads/B3.22%20Besluit%20B&W%20inzake%2012e%20Rapportage%20Faseren%20en%20doseren%20woningbouw%20 d.d.%2021-4-20.pdf
52
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
Bijlage A Foto-impressie projectgebied
Figuur 33. Luchtfoto plangebied (rood omkaderd). Locatie van de gekleurde symbolen komt overeen met onderstaande foto’s waar ook het betreffende gekleurde symbool is opgenomen.
53
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
54
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
55
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
56
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
57
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
Colofon ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN SOORTGERICHT ONDERZOEK - MAATREGELEN - ONTHEFFINGSAANVRAAG NIEUWBOUWONTWIKKELING DE BURGT III IN BARNEVELD
KLANT Bouwbedrijf R. van de Mheen BV AUTEUR Jasper Osterthun ONZE REFERENTIE <DocId>:1 DATUM 7 december 2022
58
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
Over Arcadis Arcadis is de leidende wereldwijd opererende ontwerp- en consultancyorganisatie op het gebied van de natuurlijke en gebouwde omgeving. Wij helpen onze klanten en de maatschappij met doeltreffende, duurzame en digitale oplossingen. Wij zijn met 36.000 mensen actief die in ruim zeventig landen meer dan €4,2 miljard aan omzet genereren. Wij helpen UN-Habitat met onze mensen, die kennis en expertise leveren om de moeilijke leefomstandigheden te verbeteren in gebieden die lijden onder de gevolgen van klimaatverandering. www.arcadis.com
Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 's-Hertogenbosch Nederland T +31 (0)88 4261 261
Arcadis. Improving quality of life
Volg ons op 59
arcadis-nederland
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
arcadis_nl
ArcadisNetherlands