De Lanen-Oost_Toelichting_Bijlage 1 Activiteitenplan beschermde soorten ecologie (2022) (1)
Tekst van het document
Activiteitenplan beschermde soorten Soortgericht onderzoek - Maatregelen - Ontheffingsaanvraag Nieuwbouwontwikkeling De Burgt III in Barneveld Bouwbedrijf R. van de Mheen BV 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
Contactpersoon JASPER OSTERTHUN Specialist ecologie
M 06 2706 0600 E jasper.osterthun@arcadis.com
2
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 'sHertogenbosch Nederland
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
Inhoudsopgave 1
2
3
4
3
Inleiding
6
1.1
Aanleiding en doel
6
1.2
Leeswijzer
6
Projectgebied en ingreep
7
2.1
Huidige situatie
7
2.2
Voorgenomen ingreep
8
Onderzoeksmethodiek
10
3.1
Quickscan
10
3.2
Aanvullend soortgericht onderzoek
10
3.2.1
Boerenzwaluw
10
3.2.2
Huismus
11
3.2.3
Roofvogels en ransuil
13
3.2.4
Steenuil
14
3.2.5
Kerkuil
15
3.2.6
Marterachtigen
15
3.2.7
Vleermuizen
16
Resultaten
20
4.1
Broedvogels met jaarrond beschermd nest
20
4.1.1
Boerenzwaluw
20
4.1.2
Huismus
20
4.1.3
Buizerd, havik, sperwer, boomvalk en ransuil
21
4.1.4
Steenuil
21
4.1.5
Kerkuil
26
4.2
Grondgebonden zoogdieren
27
4.2.1
Marterachtigen
27
4.2.2
Overige waarnemingen
28
4.3
Vleermuizen
29
4.3.1
Gewone dwergvleermuis
29
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
4.3.1.1
Verblijfplaatsen
29
4.3.1.2
Foerageergebied
29
4.3.1.3
Vliegroutes
29
4.3.2
Laatvlieger
30
4.3.2.1
Verblijfplaatsen
30
4.3.2.2
Foerageergebied
30
4.3.2.3
Vliegroutes
30
4.3.3
Rosse vleermuis
30
4.3.3.1
Verblijfplaatsen
30
4.3.3.2
Foerageergebied
30
4.3.3.3
Vliegroutes
30
4.3.4
Overige vleermuissoorten
31
5
Effectenanalyse
32
6
Toetsing
34
6.1
Vogelrichtlijn
34
6.2
Habitatrichtlijnsoorten
35
6.3
Andere soorten
36
6.4
Voorlopige conclusie
36
7
8
4
Maatregelen
37
7.1
Huismus
37
7.2
Steenuil
38
7.3
Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode)
39
7.4
Steenmarter
40
7.5
Gewone dwergvleermuis - verblijfplaatsen
41
7.6
Gewone dwergvleermuis en laatvlieger - vliegroute
43
7.7
Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën
44
7.8
Conclusie
45
Ontheffingsaanvraag
47
8.1
Conflict verbodsbepalingen Wnb
47
8.2
Belangen
47
8.3
Alternatieven
47
8.3.1
Locatie
47
8.3.2
Behouden
48
8.3.3
Planning
48
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
9
8.4
Gunstige staat van instandhouding
49
8.4.1
Huismus
49
8.4.2
Steenuil
49
8.4.3
Steenmarter
50
8.4.4
Gewone dwergvleermuis
50
Bronnen
Colofon
5
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
52
58
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel
Bouwbedrijf R. van de Mheen B.V. heeft het voornemen om in het zuiden van Barneveld (provincie Gelderland) een woonwijk te realiseren, genaamd de Burgt III. Bij dergelijke ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met vigerende natuurwetgeving betreffende beschermde soorten en gebieden. Arcadis is gevraagd om het project, voor wat betreft beschermde soorten, ecologisch te begeleiden. In 2020 en 2022 zijn verschillende ecologische onderzoeken, met betrekking tot beschermde soorten, uitgevoerd. In 2020 is ecologisch onderzoek uitgevoerd door Buro Ontwerp & Omgeving (hierna BOO genoemd). In 2022 is (aanvullend) ecologisch onderzoek uitgevoerd door Arcadis. Om te voorkomen dat er verschillende rapportages met resultaten van het ecologisch onderzoek in omloop zijn, is ervoor gekozen om de bevindingen van het soortgericht onderzoek van BOO samen te voegen met de bevindingen van Arcadis en te verwerken in voorliggend activiteitenplan. Dit activiteitenplan bestaat uit de resultaten van het soortgericht onderzoek, de maatregelen die getroffen moeten worden om conflict met de Wnb (zo goed als mogelijk) te voorkomen en de ontheffingsaanvraag.
1.2
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 behandelt het projectgebied en de ingreep. Vervolgens gaat hoofdstuk 3 in op de onderzoeksmethodiek. Conform deze onderzoeksmethodiek is het aanvullend soortgericht onderzoek uitgevoerd. De resultaten hiervan staan in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 zijn, op basis van de onderzoeksresultaten, de effecten op beschermde soorten beschreven. Aansluitend gaat hoofdstuk 6 in op toetsing waarbij beschreven is of de effecten op beschermde soorten leiden tot conflict met één of meerdere verbodsbepalingen van de Wnb. Hoofdstuk 7 gaat vervolgens in op de maatregelen waarbij het uitgangspunt is om negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden zo goed als mogelijk te voorkomen. Voor de resteffecten op beschermde soorten moet in het kader van de Wnb een ontheffing aangevraagd worden. Dit is in hoofdstuk 8 beschreven. In hoofdstuk 9 zijn de bronnen weergegeven. In bijlage A is de foto-impressie van het projectgebied en de directe omgeving opgenomen.
6
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
2
Projectgebied en ingreep
2.1
Huidige situatie
Het projectgebied is gelegen in het buitengebied ten zuiden van het stedelijk gebied van Barneveld (provincie Gelderland) en is omsloten door de Nederwoudseweg en Scherpenzeelseweg, zie figuur 1. Dit projectgebied bestaat uit agrarische erven, akkerland, grasland, houtsingels en bosschages. In het zuidwesten is het projectgebied reeds in ontwikkeling. Hier is een bedrijventerrein reeds gerealiseerd. Het opgaand groen ter hoogte van de Aschhofflaan 1 is mogelijk door deze ontwikkeling deels verwijderd. Binnen het projectgebied, zoals in figuur 1 weergegeven, zijn vier adressen aanwezig: Nederwoudseweg 66/68, 70 en 86. Het perceel van Nederwoudseweg 70 blijft behouden. De omgeving van het projectgebied bestaat uit het stedelijke gebied (waaronder nieuwbouw) van Barneveld, gelegen ten westen, noorden en oosten. Het zuiden van het projectgebied bestaat voornamelijk uit agrarisch buitengebied. In bijlage A is een foto-impressie van het projectgebied opgenomen.
25
80 84 70 66/68
86
20
Figuur 1. Luchtfoto met het projectgebied rood omkaderd. Het perceel van Nederwoudseweg 25 (geel omkaderd) is buiten beschouwing gelaten. Opgaand groen wat reeds verwijderd is (paarse belijning).
7
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
2.2
Voorgenomen ingreep
Binnen het projectgebied wordt een woonwijk gerealiseerd, zie figuur 2. Dit zal hoofdzakelijk uit woningen bestaan. De werkzaamheden starten met het bouwrijp maken van het projectgebied. De ontwikkelingen zien er als volgt uit: • • • •
Het perceel van Nederwoudseweg 68 en 86 zal geruimd worden. Het perceel van Nederwoudseweg 25 zal herontwikkeld worden. In overleg met de opdrachtgever is afgesproken dat dit perceel buiten het projectgebied valt en wordt derhalve buiten beschouwing gelaten. Aanwezig akkerland en groen (zoals grasland, ruigte, struweel en bomen) zal verwijderd worden. Een aantal opgaande groenstructuren blijven behouden, zie figuur 3.
Het erf van Nederwoudseweg 70 valt buiten het projectgebied, hier vinden geen werkzaamheden plaats. De werkzaamheden starten naar verwachting in het eerste kwartaal van 2023. Wanneer de werkzaamheden zijn afgerond is onbekend.
Figuur 2. Ontwerp met het stedenbouwkundig ontwerp van de Burgt III in Barneveld. 8
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
Figuur 3. Luchtfoto met projectgebied de Burgt (rood omkaderd) met opgaand groen wat behouden blijft (groen omkaderd).
9
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
3
Onderzoeksmethodiek
3.1
Quickscan
Conform quickscan (Arcadis, 2022) kunnen de volgende beschermde soorten mogelijk voorkomen: • • • • • •
Boerenzwaluw Huismus Roofvogels: Buizerd, sperwer, havik en boomvalk Uilen: Steenuil, kerkuil en ransuil Marterachtigen: Wezel, hermelijn, bunzing, steenmarter en boommarter Vleermuizen: Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis, meervleermuis, laatvlieger
Aanvullend soortgericht onderzoek naar deze beschermde soort(groep)en is noodzakleijk om aanwezigheid vast te stellen, dan uit te sluiten.
3.2
Aanvullend soortgericht onderzoek
3.2.1
Boerenzwaluw
Het nest van de boerenzwaluw is in tegenstelling tot broedvogels zoals huismus, kerkuil en steenuil, alleen beschermd gedurende broedperiode (Wnb: categorie 5). Wat betreft nesten houdt dit echter wel in dat extra onderzoek noodzakelijk is indien meerdere nestplaatsen mogelijk aangetast worden. Onderzoek dient uit te wijzen of er sprake is van zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden, die jaarronde bescherming van de nesten eisen. Gelet op de grootschaligheid van de voorgenomen nieuwbouwontwikkeling en de gebouwen (potentiële nestplaatsen) die gesloopt gaan worden, is het niet uitgesloten dat dit van wezenlijk invloed is op de lokale populatie boerenzwaluwen. In 2020 is onderzoek verricht naar aanwezigheid van nesten van boerenzwaluw. De gebouwen en omgeving ter hoogte van de Nederwoudseweg 66/68 en 86 (zie figuur 4) zijn onderzocht op de aanwezigheid. In tabel 1 is de verantwoording van de veldbezoeken opgenomen. De bewoner van Nederwoudseweg 70 verleent geen medewerking aan het onderzoek en daarom is dit perceel niet meegenomen met het onderzoek. Ook gedurende andere soortgerichte onderzoeken (uilen-, roofvogels-, marter-, en vleermuizenonderzoek, zie paragraaf 3.2.3 t/m 3.2.7) is gekeken naar de aanwezigheid van boerenzwaluw.
10
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
Figuur 4. Onderzochte gebieden boerenzwaluwonderzoek (geel). In het westen ligt Nederwoudseweg 68. In het oosten ligt Nederwoudseweg 86. Tabel 1. Verantwoording veldbezoeken boerenzwaluwonderzoek. Datum
Tijd
Veldconditie
Waarnemer
20-05-2020
14:45-16:45
22°C, bewolkt, 2 Bft
J. Metselaar (BOO) L. Tilleman (BOO)
16-06-2020
14:10-15:20
25°C, bewolkt, 2 Bft
J. Metselaar (BOO) L. Tilleman (BOO)
29-07-2020
10:05-11:05
18°C, bewolkt, 3 Bft
L. Tilleman (BOO)
3.2.2
Huismus
In 2020 en 2022 is onderzoek verricht naar aanwezigheid van huismus. De gebouwen en de directe omgeving binnen het projectgebied zijn onderzocht, zie figuur 5. Dit onderzoek is uitgevoerd conform Kennisdocument huismus (BIJ12, 2017) en voldoet aan het meest actuele kennisdocument (BIJ12, 2022): • •
•
Vier gerichte veldbezoeken in de optimale periode 1 april tot en met 15 mei, zie tabel 2 voor de verantwoording van de veldbezoeken. De veldbezoeken zijn; - onder gunstige weersomstandigheden (geen regen, geen kou en/of een maximale windsterkte van windkracht 4 (afhankelijk van lokale omstandigheden), of te hoge temperaturen) uitgevoerd. - op geschikte momenten op de dag uitgevoerd wanneer de meeste activiteit is waar te nemen: vaak zijn dit enkele uren na zonsopkomst wanneer de temperatuur is opgelopen (de huismus wordt dan actief aangezien het een warmteminnende soort is; er is daardoor sprake van een piek in de ochtend) en de laatste uren voor zonsondergang uitgevoerd De veldbezoeken hebben een tussenperiode van minimaal 10 dagen.
Tijdens het onderzoek is gelet op nestindicatieve waarnemingen zoals; • •
11
een nest of nestbouw; of bezoek van een huismus aan een waarschijnlijke nestplaats. Het nest zelf is vaak niet zichtbaar, maar gedroogde vegetatie en/of veertjes kunnen uitsteken; of Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
• •
transport van voedsel of ontlastingpakketjes; of bedelende jongen in een nest. Vlak voor het uitvliegen zijn de jongen goed te horen en steken hun kopjes uit de nestopening. een zingend mannetje (veelal vanaf een hoge plaats zoals een dakgoot); of een paartje bij een potentiële nestplaats; of balts, paring of ander gedrag waar uit geconcludeerd kan worden dat er nesten aanwezig moeten zijn.
• • •
Naast de aanwezigheid van nestplaats is ook gelet op essentieel leefgebied zoals opgaand groen waar rust en dekking tegen predatoren gevonden wordt. Ook gedurende andere soortgerichte onderzoeken (uilen-, roofvogels-, vleermuizen- en marteronderzoek, zie paragraaf 3.2.3 t/m 3.2.7) is gelet op aanwezigheid van huismus.
Figuur 5. Onderzochte gebieden huismusonderzoek (geel). In het westen ligt Nederwoudseweg 68. In het oosten ligt Nederwoudseweg 86. Tabel 2. Verantwoording veldbezoeken huismusonderzoek. Datum
Tijd
Veldconditie
Waarnemer
24-04-2020
10:50-12:10
17°C, onbewolkt, 2 Bft
J. Metselaar (BOO) L. Tilleman (BOO)
08-05-2020
09:15-11:15
18°C, licht bewolkt, 3 Bft
J. Metselaar (BOO) L. Tilleman (BOO)
26-04-2022
08:00-11:00
16°C, licht bewolkt, 3 Bft
J. Osterthun (Arcadis)
02-05-2022
18:15-21:15
16°C, licht bewolkt, 1 Bft
J. Osterthun (Arcadis)
12
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
3.2.3
Roofvogels en ransuil
In 2022 is het onderzoek uitgevoerd waarbij potentieel jaarrond beschermde nesten van buizerd, havik, sperwer, boomvalk en ransuil (zie figuur 6) zijn onderzocht op aanwezigheid. Voor het bepalen van de onderzoeksinspanning is gebruik gemaakt van het Kennisdocument Buizerd (BIJ12, 2017); vier veldbezoeken (zie tabel 3 voor de verantwoording van de veldbezoeken) zijn uitgevoerd waarbij gelet is op nestindicatieve waarnemingen zoals; -
aanwezigheid van broedende vogels en/of broedsel; roepende broedvogels (territoriumgedrag); (verse) uitwerpselen en prooiresten ter hoogte van de nestplaats; nieuwe/jonge takken op de nestplaats.
De boomvalk broedt relatief laat (mei-juni) en daarom zijn twee veldbezoeken gedurende deze periode uitgevoerd. Gedurende het vleermuizenonderzoek (zie paragraaf 3.2.7) zijn de nesten met een warmtebeeldcamera (Pulsar Axion XM30S) onderzocht op aanwezigheid van broedende vogels en broedsels, zie tabel 3. Dit vormt een aanvulling op het reguliere onderzoek.
Figuur 6. Luchtfoto projectgebied (rood omkaderd) met locatie van potentieel jaarrond beschermde nesten (geel kruis). Tabel 3. Verantwoording veldbezoeken onderzoek nesten roofvogels/ransuil. Datum
Tijd
Veldconditie
Type onderzoek
Waarnemer
28-3-2022
10:00-13:00
13°C, onbewolkt, 2 Bft
J. Osterthun (Arcadis)
26-04-2022
10:00-13:00
16°C, licht bewolkt, 3 Bft
02-05-2022
19:15-21:15
16°C, bewolkt, 1 Bft
06-06-2022
20:00-22:00
18°C, licht bewolkt, 3 Bft
07-06-2022
21:50-00:20
14°C, bewolkt, 1 Bft
Aanwezigheid (sporen)/territoriumgedrag Aanwezigheid (sporen)/territoriumgedrag Aanwezigheid (sporen)/territoriumgedrag Aanwezigheid (sporen)/territoriumgedrag Warmtebeeldcamera
08-06-2022
02:30-05:30
13°C, bewolkt, 2 Bft
Warmtebeeldcamera
J. Osterthun (Arcadis)
08-06-2022
21:50-00:15
16°C, licht bewolkt, 2/3 Bft
Warmtebeeldcamera
J. Osterthun (Arcadis)
13
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
J. Osterthun (Arcadis) J. Osterthun (Arcadis) J. Osterthun (Arcadis) J. Osterthun (Arcadis)
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
3.2.4
Steenuil
In 2022 is steenuilonderzoek uitgevoerd conform Kennisdocument Steenuil (BIJ12, 2017): •
Drie veldbezoeken zijn uitgevoerd in de periode van 1 februari tot en met 30 april. Dit onderzoek is gericht op aanwezigheid van territoria in potentieel leefgebied binnen en aangrenzend aan het project, zie figuur 7. Door het afspelen van de baltsroep zijn aanwezige mannetjes met een territorium getriggerd om terug te roepen waaruit op te maken is of territoria aanwezig zijn. En zo ja, waar en hoeveel. Hierbij is er rekening mee gehouden dat een territorium circa 5 tot 30 hectare groot is. Tijdens dit onderzoek is ook gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera (Pulsar Axion XM30S) waarbij het projectgebied is onderzocht op aanwezigheid van steenuilen. In juni zijn, in combinatie met vleermuizen- en kerkuilenonderzoek, drie veldbezoeken uitgevoerd waarbij de focus lag op aanwezigheid van (jonge) steenuilen. Tussen het eerste en laatste veldbezoek zit minimaal 1 maand. De veldbezoeken hebben plaatsgevonden vanaf een halfuur na zonsondergang tot middernacht. Overdag is een veldbezoek uitgevoerd waarbij potentiële nestplaatsen in gebouwen, voornamelijk open schuren, zijn onderzocht op aanwezigheid van sporen zoals braakballen, uitwerpselen, nesten en prooiresten. Voor lokale informatie over de steenuil is contact gezocht met de bewoners van Nederwoudseweg 50, 68, 70, 80 en 84 en de steenuilenwerkgroep van Barneveld IVN Natuur en Educatie.
• • • • •
Steenuilen zijn locatiegebonden en kunnen jaarrond waargenomen worden. Derhalve is ook gedurende het vleermuizenonderzoek, wat rond zonsondergang en -opkomst is uitgevoerd (zie paragraaf 3.2.7), gelet op aanwezigheid van steenuilen.
Figuur 7. Luchtfoto projectgebied (rood omkaderd) met locatie van potentieel jaarrond beschermde nesten van steenuil (geel cirkel). Tabel 4. Verantwoording veldbezoeken steenuilonderzoek Datum
Tijd
Veldconditie
Type onderzoek
Waarnemer
10-03-2022
22:00-00:00
10°C, bewolkt, 2 Bft
J. Osterthun (Arcadis)
06-04-2022
22:00-00:00
13°C, licht bewolkt, 1-3 Bft
25-04-2022
22:00-00:00
14°C, onbewolkt, 2 Bft
23-05-2022
13:00-16:00
17°C, bewolkt, 3 Bft
Territoriumonderzoek/ warmtebeeldcamera Territoriumonderzoek/ warmtebeeldcamera Territoriumonderzoek/ warmtebeeldcamera Inspectie gebouwen
07-06-2022
21:50-00:20
14°C, bewolkt, 1 Bft
Warmtebeeldcamera
J. Osterthun (Arcadis)
08-06-2022
02:30-05:30
13°C, bewolkt, 2 Bft
Warmtebeeldcamera
J. Osterthun (Arcadis)
14
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
J. Osterthun (Arcadis) J. Osterthun (Arcadis) J. Osterthun (Arcadis)
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
08-06-2022
3.2.5
21:50-00:15
16°C, licht bewolkt, 2/3 Bft
Warmtebeeldcamera
J. Osterthun (Arcadis)
Kerkuil
In 2022 is het kerkuilonderzoek uitgevoerd conform Kennisdocument Kerkuil (BIJ12, 2017): •
In combinatie met het steenuil- en vleermuizenonderzoek zijn in totaal 6 veldbezoeken uitgevoerd waarbij het projectgebied is onderzocht op aanwezigheid van kerkuil. Hierbij is gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera (Pulsar Axion XM30S) waarbij vooral gelet is op foeragerende kerkuilen ter hoogte van de graslanden. De veldbezoeken zijn uitgevoerd onder gunstige weersomstandigheden. In tabel 5 is de verantwoording van de veldbezoeken opgenomen. Overdag is een veldbezoek uitgevoerd waarbij potentiële nestplaatsen in gebouwen, voornamelijk open schuren, zijn onderzocht op aanwezigheid van sporen zoals braakballen, uitwerpselen, nesten en prooiresten. Voor lokale informatie over de kerkuil is contact gezocht met de bewoners van Nederwoudseweg 50, 68, 70, 80 en 84 en de uilenwerkgroep van Barneveld IVN Natuur en Educatie.
• • •
Tabel 5. Verantwoording veldbezoeken kerkuilonderzoek. Datum
Tijd
Veldconditie
Type onderzoek
Waarnemer
10-3-2022
22:00-00:00
10°C, bewolkt, 2 Bft
Warmtebeeldcamera
J. Osterthun (Arcadis)
06-04-2022
22:00-00:00
13°C, licht bewolkt, 1-3 Bft
Warmtebeeldcamera
J. Osterthun (Arcadis)
25-04-2022
22:00-00:00
14°C, onbewolkt, 2 Bft
Warmtebeeldcamera
J. Osterthun (Arcadis)
23-05-2022
13:00-16:00
17°C, bewolkt, 3 Bft
Inspectie gebouwen
J. Osterthun (Arcadis)
07-06-2022
21:50-00:20
14°C, bewolkt, 1 Bft
Warmtebeeldcamera
J. Osterthun (Arcadis)
08-06-2022
02:30-05:30
13°C, bewolkt, 2 Bft
Warmtebeeldcamera
J. Osterthun (Arcadis)
08-06-2022
21:50-00:15
16°C, licht bewolkt, 2/3 Bft
Warmtebeeldcamera
J. Osterthun (Arcadis)
3.2.6
Marterachtigen
In 2020 en 2022 is onderzoek naar marterachtigen uitgevoerd. Bij het onderzoek van 2020 zijn slechts twee cameravallen en één marterbox ingezet en voldoet hiermee niet aan de minimale vereiste hoeveelheid onderzoeksmaterialen conform Handreiking kleine marters in relatie tot soortbescherming (Provincie Noord-Brabant, 2017). Er is daarom voor gekozen om dit onderzoek niet te gebruiken. Het marteronderzoek van 2022 is door Amber Heitman, ecoloog van Ecologisch adviesbureau Habitus, conform Handreiking uitgevoerd: • • • • • •
Om alle martersoorten (wezel, hermelijn, bunzing, steenmarter en boommarter) vast te kunnen stellen zijn verschillende onderzoeksmaterialen gebruikt: Spoorbuizen en wildcamera’s/struikrovers, zie figuur 9 en figuur 10. Het onderzoek heeft ruim 6 weken geduurd en vond plaats in de periode dat marters het meest actief zijn: 27 juni 2022 - 12 augustus 2022. Op 19 juli 2022 is tussentijds een veldbezoek uitgevoerd waarbij de data van de onderzoeksmaterialen is opgehaald en onderzocht en voorzien van nieuwe batterijen/inktbedden. In totaal zijn 22 spoorbuizen, 2 wildcamera’s en 3 struikrovers ingezet. Bij enkele wildcamera’s en struikrovers zijn lokstoffen (vis) geplaatst. Lokstoffen kunnen ook katten aantrekken. Dit verkleint de kans op waarnemen van vooral wezel en hermelijn aanzienlijk. Daarom is hier voorzichtig mee omgegaan door dit alleen te gebruiken bij de tweede helft van het onderzoek. De apparatuur is ingezet in de meest kansrijke landschapselementen; ter hoogte van houtsingels, overgangen van bosschages/grasland, rommelige erven/houtstapels en moestuin, zie figuur 6 en figuur 7. Vooral steenmarter en boommarter zijn met de schemer en na zonsondergang en voor zonsopkomst actief. In combinatie met het vleermuizenonderzoek (zie paragraaf 3.2.7) is met een warmtebeeldcamera (Pulsar Axion XM30S) het projectgebied onderzocht op aanwezigheid van marters.
Alle onderzoeksmaterialen zijn na 3 weken enkele meters verplaatst om een zo groot mogelijke spreiding te hebben binnen het projectgebied (Jeroen Mos & Tim Ragnvald Hofmeester, 2020). Dit is een verbetering ten opzichte van de Handreiking waarin beschreven staat dat de onderzoeksmaterialen voor zes weken ongeroerd moeten blijven. Het ongeroerd laten van de onderzoeksmaterialen heeft tot gevolg dat het onderzoek minder vlakdekkend is en de kans op waarnemen kleiner is. 15
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
Figuur 8. Onderzoeksmaterialen marteronderzoek op locatie. Van links naar rechts: Spoorbuis – Struikrover – Wildcamera.
Figuur 9. Luchtfoto projectgebied met locatie weergegeven van de onderzoeksmaterialen van het marteronderzoek.
3.2.7
Vleermuizen
In 2020 en 2022 is het vleermuizenonderzoek uitgevoerd conform vleermuisprotocol 2021. In tabel 6 is verantwoording van de veldbezoeken opgenomen. Het onderzoek is verricht met een batdetector (Batlogger M en Petterson D240x). Naast een batdetector is ook gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera (Pulsar Axion XM30f) waarbij voornamelijk openingen en de directe omgeving van potentiële verblijfplaatsen (gebouwen en boom) zijn geïnspecteerd op aanwezigheid van vleermuizen.
16
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
Het onderzoek was gericht op mogelijk voorkomende vleermuissoorten zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en rosse vleermuis (Arcadis, 2022). Verblijfplaatsen Ter hoogte van potentiële verblijfplaatsen (zie figuur 10 en 11) is gelet op verblijfplaatsindicerend gedrag. Onder verblijfplaatsindicerend gedrag wordt het volgende verstaan: • • • •
In- en uitvliegen van één of enkele vleermuizen bij een potentiële verblijfplaats. Zwermen van één of meerdere vleermuizen rondom een potentiële verblijfplaats. Eén of enkele vleermuizen die de ingang van een potentiële verblijfplaats aantikken. Eén of enkele vleermuizen die in of nabij een potentiële verblijfplaats sociale en/of baltsgeluiden maakt.
De periode van het onderzoek en het verblijfplaatsindicerend gedrag geven de onderzoeker voldoende input om te concluderen of het om een zomer-, kraam- of paarverblijfplaats gaat. Van een zomer-, kraam-, en paarverblijfplaats wordt uitgegaan dat deze (incidenteel) als winterverblijfplaats gebruikt kan worden. Massawinterverblijfplaats komen voor in hoogbouw met vorstvrije ruimtes. Gelet op de slecht geïsoleerd laagbouw binnen het projectgebied is aanwezigheid van massawinterverblijfplaatsen uitgesloten. Bij onderzoeksgebied 1 (zie figuur 10 en figuur 11) zijn meerdere gebouwen met potentiële verblijfplaatsen aanwezig. In tabel 6 is opgenomen welke gebouwen per veldbezoek zijn onderzocht. Door één onderzoeker zijn meerdere gevels van gebouwen te overzien.
80
25
84 70 66/68
86
20
Figuur 10. Luchtfoto met het projectgebied rood omkaderd. Onderzoeksgebied 1 is oranje omkaderd. Onderzoeksgebied 2 is groen omkaderd. Onderzoeksgebied 3 is paars omkaderd.
17
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
70
1.6 1.5 66/68
1.1 1.4
1.3 1.2
Figuur 11 Luchtfoto Nederwoudseweg 66/68: Onderzoeksgebied 1 met vijf gebouwen die conform voorgenomen ingreep verwijderd worden en onderzocht zijn op aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen. De potentiële vliegroute (6) is paars omkaderd. De nummering komt overeen met de nummering in tabel 6.
Vliegroutes In 2020 heeft onderzoek plaatsgevonden naar vliegroutes bij de bomenlaan ter hoogte van Nederwoudseweg 66/68. Tijdens dit onderzoek is gelet op voorbijvliegende vleermuizen die gebruik maakten van opgaand groen als verbinding tussen verblijfplaats en foerageergebied. Zie tabel 6 voor de verantwoording van de veldbezoeken. Foerageergebieden Tijdens alle diverse specifieke onderzoeken naar verblijfplaatsen en vliegroutes is ook gelet op foeragerende vleermuizen. Zie tabel 6 voor de verantwoording van de veldbezoeken.
18
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
Tabel 6. Verantwoording veldbezoeken vleermuizenonderzoek. De onderzoeksgebieden 1 t/m 3 zijn in figuur 10 weergegeven. De deelgebieden van onderzoeksgebied 1 zijn in figuur 11 weergegeven. Datum
Tijd
Veldconditie
Type onderzoek
Onderzoeksgebied
Waarnemer
19-052020
03:39-05:39
11°C, bewolkt, 2 Bft
Zomer- en kraamverblijfplaatsen & foerageergebied
1.1, 1.2, 1.6 en 2
03-062020
21:40-23:55
17°C, bewolkt, 3 Bft
Zomer- en kraamverblijfplaatsen & foerageergebied
1.1, 1.2 en 2
J. Metselaar (BOO) L. Tilleman (BOO) H. Peters (BOO) E. Kaandorp (BOO) J. Metselaar (BOO) L. Tilleman (BOO) H. Peters (BOO) E. Kaandorp (BOO)
03-072020
21:40-23:55
17°C, bewolkt, 3 Bft
Zomer- en kraamverblijfplaatsen & foerageergebied
1.1, 1.2 en 2
13-072020
21:45-23:45
15°C, licht bewolkt, 1 Bft
Vliegroutes & foerageergebied
1.6
18-082020
20:45-00:00
16°C, licht bewolkt, 1 Bft
Vliegroutes en paarverblijfplaatsen (Nederwoudseweg 68) & foerageergebied
1.1 t/m 1.5 en 2
25-082020
21:40-23:40
19°C, licht bewolkt, 4 Bft
Paarverblijfplaatsen (Nederwoudseweg 86) & foerageergebied
2
J. Metselaar (BOO)
07-092020
20:55-23:05
17°C, onbewolkt, 2 Bft
Paarverblijfplaatsen (Nederwoudseweg 66 en 86)
1.1 t/m 1.5 en 2
J. Metselaar (BOO) L. Tilleman (BOO)
07-062022
21:50-00:20
14°C, bewolkt, 1 Bft
Zomer- en kraamverblijfplaatsen & foerageergebied
1.1
J. Osterthun (Arcadis)
08-062022
02:30-05:30
13°C, bewolkt, 2 Bft
Zomer- en kraamverblijfplaatsen & foerageergebied
3
J. Osterthun (Arcadis)
08-062022
21:50-00:15
16°C, licht bewolkt, 2/3 Bft
Zomer- en kraamverblijfplaatsen & foerageergebied
2
J. Osterthun (Arcadis)
10-062022
02:30-05:20
16°C, licht bewolkt, 2/3 Bft
Zomer- en kraamverblijfplaatsen & foerageergebied
1.1, 1.2 en 1.3
J. Osterthun (Arcadis)
08-072022
02:30-05:30
13°C, bewolkt, 2 Bft
Zomer- en kraamverblijfplaatsen & foerageergebied
2
J. Osterthun (Arcadis)
11-072022
21:50-00:20
20°C, bewolkt, 1 Bft
Zomer- en kraamverblijfplaatsen & foerageergebied
1
J. Osterthun (Arcadis)
12-072022
02:30-05:30
12°C, bewolkt, 0 Bft
Zomer- en kraamverblijfplaatsen & foerageergebied
1.1 t/m 1.5
J. Osterthun (Arcadis)
12-072022
21:50-00:20
22°C, bewolkt, 0 Bft
Zomer- en kraamverblijfplaatsen & foerageergebied
3
J. Osterthun (Arcadis)
05-082022
03:10-06:10
17°C, bewolkt, 2 Bft
Zomerverblijfplaatsen & foerageergebied
2
J. Osterthun (Arcadis)
19-082022
20:5023:00/23:2001:30 20:5023:00/23:2001:30
17°C, bewolkt, 2 Bft
Paarverblijfplaatsen (en zomerverblijfplaatsen) & foerageergebied Paarverblijfplaatsen (en zomerverblijfplaatsen) & foerageergebied
1.1 t/m 1.5
J. Osterthun (Arcadis) J. Osterthun (Arcadis)
20:0023:00/23:2001:30 20:0023:00/23:2001:30
12°C, bewolkt, 2 Bft
2 en 3 (rond zonsondergang aanwezig bij 2) 1.1 t/m 1.5
2 en 3 (rond zonsondergang aanwezig bij 2)
J. Osterthun (Arcadis)
20-082022
09-092022 10-092022
19
18°C, bewolkt, 2 Bft
13°C, bewolkt, 2 Bft
Paarverblijfplaatsen (en zomerverblijfplaatsen) & foerageergebied Paarverblijfplaatsen (en zomerverblijfplaatsen) & foerageergebied
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
J. Metselaar (BOO) L. Tilleman (BOO) H. Peters (BOO) E. Kaandorp (BOO) J. Metselaar M. (BOO) Grishchenko (BOO) J. Metselaar (BOO) L. Tilleman (BOO)
J. Osterthun (Arcadis)
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
4
Resultaten
4.1
Broedvogels met jaarrond beschermd nest
4.1.1
Boerenzwaluw
Uit het onderzoek van 2020 blijkt dat de twee nesten van boerenzwaluw, in de schuur van Nederwoudseweg 86 (zie figuur 12), in gebruik zijn. Ter hoogte van Nederwoudseweg 66/68 zijn geen nestplaatsen vastgesteld.
Figuur 12. Locatie van twee boerenzwaluwnesten (groene stip) in de schuur van Nederwoudseweg 86.
4.1.2
Huismus
Uit het onderzoek van 2020 en 2022 blijkt dat het woonhuis aan de Nederwoudseweg 66/68 een nestplaats vormt van twee huismuspaartjes. Ter hoogte van één schuur binnen het projectgebied is nog één nestplaats vastgesteld. Op het perceel van Nederwoudseweg 70 zijn vier nestplaatsen vastgesteld. In figuur 13 is de locatie van de nesten weergegeven. Er zijn echter geen andere nestplaatsen vastgesteld. De tuin van Nederwoudseweg 66/68 wordt gebruikt als foerageergebied. Foeragerende huismussen zijn voornamelijk op de stenen wegen waargenomen. Vermoedelijk worden hier zaden van straatgras gevonden. Enkele struiken op het terrein worden gebruikt als rustplaats. Er is geen frequent gebruik van één of enkele struiken vastgesteld. In hoeverre het perceel van Nederwoudseweg 70 gebruikt wordt als leefgebied is niet onderzocht (bewoner verleent geen medewerking). Gelet op het relatief rommelige erf van Nederwoudseweg 70, waar ook hagen en grasvelden aanwezig zijn, wordt wel aangenomen dat hier geschikte foerageer- en rustmogelijkheden aanwezig zijn. Ter hoogte van Nederwoudseweg 86 is een enkele keer een huismus waargenomen. Op het perceel van Nederwoudseweg 84 zijn frequent roepende huismussen waargenomen in een haag aan de voorkant van de woning. Op basis van de bevindingen is geconcludeerd dat het perceel van Nederwoudseweg 86 (projectgebied) geen essentiële functie als leefgebied heeft.
20
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
70
66/68
Figuur 13. Luchtfoto Nederwoudseweg 66/68 met locatie huismusnesten (rood) weergegeven. Gebouwen die conform voorgenomen nieuwbouwontwikkeling verwijderd worden zijn geel omkaderd.
4.1.3
Buizerd, havik, sperwer, boomvalk en ransuil
Ter hoogte van de potentieel jaarrond beschermde nesten zijn zwarte kraaien waargenomen. Het gaat in totaal om twee koppels. Beide koppels verbleven rondom de nesten waardoor verwacht is dat hier gebroed wordt. Op een enkele overvliegende buizerd na zijn geen andere roofvogels waargenomen. Ransuil is ook niet waargenomen en/of gehoord. Op basis van deze bevindingen is het uitgesloten dat het projectgebied onderdeel uitmaakt van de essentiële omgeving van een nestplaats. Gelet op het ontbreken van nestplaatsen in de agrarische omgeving waar ook gefoerageerd kan worden, is het uitgesloten dat het projectgebied een essentiële functie als foerageergebied heeft (Arcadis, 2022). Geconcludeerd is dat projectgebied geen essentiële functie als leefgebied van buizerd, havik, sperwer, boomvalk en ransuil heeft.
4.1.4
Steenuil
Tijdens steenuilonderzoek zijn op twee locaties roepende steenuilen waargenomen. Derhalve zijn twee territoria vastgesteld. Deze territoria zijn ook bij de Steenuilenwerkgroep Barneveld bekend. Conform Steenuilenwerkgroep Barneveld is ook ter hoogte van Scherpenzeelseweg 20 een territorium aanwezig, en ten oosten wordt weleens een steenuil waargenomen. In figuur 14 zijn de locaties van de bevindingen weergegeven.
21
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
80
25
84 70 66/68
86
20
Figuur 14. Luchtfoto met het projectgebied rood omkaderd. Vastgesteld territorium steenuilonderzoek 2022 (groen). Territorium volgens bekend volgens Steenuilenwerkgroep Barneveld (paars). Losse waarneming net buiten projectgebied (geel).
Territorium 1 (Nederwoudseweg 80) Ter hoogte van Nederwoudse 80 is het eerste territorium vastgesteld. De steenuilen worden regelmatig gezien door de bewoners van Nederwoudseweg 84, zie figuur 15. De nest- en rustplaatsen zijn volgens de bewoners aanwezig op het perceel van Nederwoudseweg 51 en 53. Op het erf van Nederwoudseweg 51 zijn twee toegankelijke schuren aanwezig, zie figuur 15. Op het erf van Nederwoudseweg 53 is een steenuilkast aanwezig, zie figuur 16. Daarnaast zijn op het perceel van Nederwoudseweg 80 nog twee steenuilkasten (zie figuur 16) aanwezig die volgens de bewoner niet in gebruik zijn als nestplaats. Volgens de bewoner zijn de nestkasten wel incidenteel gebruikt als rustplaats. Derhalve is geconcludeerd dat deze nestkasten onderdeel uitmaken van het netwerk verblijfplaatsen. Rondom het gebouw van Nederwoudseweg 86 (projectgebied) is geen activiteit van steenuil waargenomen. Ook zijn in het gebouw geen sporen (bijvoorbeeld uitwerpselen en braakballen) aangetroffen. Volgens de steenuilenwerkgroep is hier ook geen verblijfplaats aanwezig. Derhalve is geconcludeerd dat dit gebouw geen essentieel onderdeel vormt van het netwerk aan verblijfplaatsen binnen dit territorium.
Binnen de percelen van Nederwoudseweg 51, 53, 80, 84, 86 en Lunterseweg 86, 88 en 90 zijn kleine landschapselementen zoals houtsingels, hagen, (extensieve) graslanden en hoogstamfruitbomen te vinden. Ook zijn rommelhoekjes en houtstapels aanwezig waar ook mogelijk prooidieren gevonden kunnen worden zoals muisachtigen. Dit vormt naar verwachting essentieel leefgebied van dit paartje steenuilen. Rekening houdend met het territorium van circa 5 tot 30 hectare valt het projectgebied binnen het territorium van dit steenuilpaartje. In figuur 16 t/m figuur 18 is een impressie van het territorium weergegeven. In de omgeving van dit territorium wordt thans gebouwd. Ook wordt het territorium doorkruist door een nieuwe autoweg. Dit project wordt ecologisch begeleid (Arcadis, 2022).
22
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
Figuur 15. Bevindingen steenuilonderzoek. Foto links: Steenuil (rood omkaderd) op het perceel van Nederwoudseweg 84. Foto rechts: Volgens de bewoner van Nederwoudseweg 51 wordt in de schuren op het perceel gebroed en/of gerust.
Figuur 16. Bevindingen steenuilonderzoek. Foto links: Steenuilkast (rood omkaderd) op het perceel van Nederwoudseweg 53 die volgens de bewoner in gebruik is als nestplaats. Foto rechts: Steenuilkast (rood omkaderd) op het perceel van Nederwoudseweg 80 die volgens de bewoner niet in gebruik is als nestplaats. Naar verwachting vormt deze nestkast wel onderdeel van het netwerk van verblijfplaatsen.
Figuur 17. Bevindingen steenuilonderzoek. Foto links: Binnen het perceel van Nederwoudseweg 80 zijn houtstapels, rommelhoekjes en houtsingels aanwezig en vormt naar verwachting essentieel foerageergebied van de steenuil. Foto rechts: Kleine landschapselementen binnen het perceel van Nederwoudseweg 84 vormt naar verwachting essentieel foerageergebied van steenuil.
23
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
Figuur 18. Bevindingen steenuilonderzoek. Foto links: Nederwoudseweg 86 (projectgebied) bestaat uit houtsingels, grasland en rommelhoekjes; dit vormt naar verwachting essentieel foerageergebied van de steenuil. Foto rechts: Houtsingels en grasland ter hoogte van Lunterseweg 88 vormen naar verwachting ook essentieel foerageergebied van de steenuil.
Territorium 2 (Nederwoudseweg 70) Ter hoogte van Nederwoudseweg 70 is het tweede territorium van steenuil vastgesteld. De bewoner van Nederwoudseweg 70 verleent geen medewerking aan het onderzoek. Dit perceel kon daarom niet visueel geïnspecteerd worden. De bewoner vertelde echter wel dat er op zijn terrein gebroed wordt en tijdens de laatste broedperiode jonge steenuilen zijn uitgevlogen. Verwacht wordt dat één van de stallen op het perceel van Nederwoudseweg 70 functioneert als nestplaats. Ter hoogte van de meest zuidelijke schuur op het perceel van Nederwoudseweg 66/68 zijn mestsporen aangetroffen. Hier zijn na de broedperiode ook twee steenuilen waargenomen. Derhalve is aangenomen dat de schuren onderdeel vormen van het netwerk aan verblijfplaatsen. De schuren konden niet volledig geïnspecteerd worden waardoor aanwezigheid van een nestplaats niet uitgesloten is. Naar verwachting behoren de percelen van Nederwoudseweg 66/68 en 70 tot het territorium van dit steenuilpaartje. Hier zijn houtsingels, open schuren, extensief beheerde tuintjes, grasland en rommelhoekjes aanwezig waar de steenuil kan foerageren en verschillende verblijfsmogelijkheden vindt om te rusten en te broeden. Ten westen van Nederwoudseweg 66/68 is ook een moestuin aanwezig en vormt door de kleinschaligheid ook geschikt foerageergebied van de steenuil.
Figuur 19. Bevindingen steenuilonderzoek. Foto links: Steenuil (rood omkaderd) op het perceel van Nederwoudseweg 66/68. Foto rechts: Tuin van Nederwoudseweg 66/68 vormt onderdeel foerageergebied van steenuil.
24
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
Figuur 20. Bevindingen steenuilonderzoek. Foto links: Mestsporen van vermoedelijk steenuil in de schuur op het perceel van Nederwoudseweg 66/68. Foto rechts: Schuur op het erf van Nederwoudseweg 66/68 waar steenuilen waar mestsporen van vermoedelijke steenuil zijn aangetroffen.
Territorium 3 (Scherpenzeelseweg 20) Volgens de Steenuilenwerkgroep Barneveld is ter hoogte van Scherpenzeelseweg 20 een territorium aanwezig die jarenlang bezet is. De bewoonster wist ook te vertellen dat er dit jaar nog een steenuil in de tuin zat. Tijdens het steenuilenonderzoek is geen territoriumroep gehoord en ander nestindicerend gedrag waargenomen. Figuur 21 en figuur 22 geven een impressie van de locatie. Binnen dit terrein hebben verschillende ontwikkelingen plaatsgevonden. Zo zijn schuren vernieuwd en is een stuk braakliggend terrein verwijderd. Door deze ontwikkelingen heeft het perceel een “strakke” en intensieve uitstraling. Bij de bewoners zijn ook geen nestindicatieve activiteiten ter hoogte van de woning waargenomen. Ook zijn ter hoogte van de schuren geen sporen zoals meststrepen en braakballen aangetroffen. Aangenomen wordt dat binnen dit perceel niet gebroed wordt. Gelet op de aanwezigheid van steenuil zal het perceel wel incidenteel gebruikt worden als leefgebied.
Figuur 21. Bevindingen steenuilonderzoek. Foto links en rechts: Perceel van Scherpenzeelseweg 20.
25
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
Figuur 22. Bevindingen steenuilonderzoek. Foto links en rechts: Intensief beheerd erf van Scherpenzeelseweg 20.
Overige territoria Ten zuiden van de Scherpenzeelseweg zijn diverse waarnemingen van steenuil bekend (Steenuilenwerkgroep Barneveld, 2022). Het gaat om nest- en rustplaatsen en waarnemingen van individuen, zie figuur 23. De directe omgeving van de Scherpenzeelseweg bestaat uit relatief monotoon akkerland, waar kleine landschapselementen minimaal aanwezig zijn. Alleen ter hoogte Scherpenzeelseweg 10 zijn houtsingels aanwezig en vormt mogelijk interessant foerageergebied van de steenuil. Dit opgaand groen blijft conform de voorgenomen nieuwbouwontwikkeling behouden. Hierop gelet is geconcludeerd dat het projectgebied niet tot essentieel leefgebied behoort van steenuilterritoria ten zuiden van de Scherpenzeelseweg/projectgebied. Daarom wordt verder niet ingegaan op deze territoria.
Figuur 23. Aanwezigheid steenuil (Steenuilenwerkgroep Barneveld, 2022) ten zuiden van het projectgebied (globaal rood omcirkeld). Symbool huis: Nest- en rustplaats steenuil. Blauwe stip: Waarneming steenuil.
4.1.5
Kerkuil
Tijdens de veldbezoeken zijn geen kerkuilen binnen het projectgebied en de omgeving waargenomen. Binnen de schuren/stallen zijn geen sporen (zoals mestsporen, braakballen en veren) ter hoogte van potentiële verblijfplaatsen van kerkuil aangetroffen. Conform de Steenuilenwerkgroep Barneveld zijn binnen het projectgebied geen kerkuilen
26
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
aanwezig. De bewoners wisten ook niets te vertellen over aanwezigheid van kerkuil. Gelet op deze bevindingen is aanwezigheid van kerkuil uitgesloten.
4.2
Grondgebonden zoogdieren
4.2.1
Marterachtigen
Tijdens het marteronderzoek in 2022 zijn wezel, hermelijn, bunzing en boommarter niet aangetroffen; aanwezigheid is op basis van het marteronderzoek uitgesloten. Ter hoogte van de Nederwoudseweg 66/68 is een steenmarter waargenomen, zie figuur 24 en figuur 25. Het gaat naar verwachting om één individu. Dit individu is meer dan één keer waargenomen en derhalve is geconcludeerd dat het projectgebied onderdeel vormt van het territorium. In figuur 24 is weergegeven welk deel van het projectgebied naar verwachting essentieel leefgebied vormt waar ook verblijfsmogelijkheden aanwezig zijn. Bij de andere onderzoeksgebieden is de steenmarters niet waargenomen en derhalve is geconcludeerd dat hier geen essentieel leefgebied aanwezig is; aanwezigheid van verblijfplaatsen is uitgesloten.
Figuur 24. Luchtfoto Nederwoudseweg 68/70. Waarnemingen steenmarter (rode ster). Verwacht essentieel leefgebied van steenmarter (blauw omkaderd).
27
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
Figuur 25. Waarneming steenmarter ter hoogte van Nederwoudseweg 66/68.
4.2.2
Overige waarnemingen
Tijdens het marteronderzoek zijn ook nog andere soorten waargenomen zoals egel, zanglijster en verschillende huiskatten, zie figuur 26 en figuur 27. In de spoorbuizen zijn diverse muizensporen aangetroffen.
Figuur 26. Overige waarnemingen marteronderzoek. Foto links: Egel. Foto rechts: Zanglijster.
Figuur 27. Overige waarnemingen marteronderzoek: Foto links en rechts: Huiskatten.
28
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
4.3
Vleermuizen
Tijdens het vleermuizenonderzoek zijn zes vleermuissoorten waargenomen: Gewone dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, myotis (soort onbekend), ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis. De gewone dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis zijn frequent waargenomen en van deze vleermuissoorten zijn ook functies vastgesteld. De functie van het projectgebied wordt in de navolgende paragraven beschreven. Van gewone grootoorvleermuis, myotis (soort onbekend) en ruige dwergvleermuis zijn geen functies vastgesteld. Deze (en andere vleermuissoorten) worden in de laatste paragraaf van dit hoofdstuk behandeld.
4.3.1
Gewone dwergvleermuis
4.3.1.1
Verblijfplaatsen
In 2020 en 2022 zijn gedurende de zomer- en kraamperiode ter hoogte van de potentiële verblijfplaatsen binnen het onderzoeksgebied (gebouw(en) Nederwoudseweg 66/68, 86 en bomenrij) tijdelijk groepjes gewone dwergvleermuizen van 5 tot 10 individuen waargenomen. Deze vleermuizen zijn afkomstig uit het stedelijk gebied in de omgeving van het projectgebied. In deze periode is geen verblijfplaatsindicerend gedrag waargenomen. Aanwezigheid van zomer- en/of kraamverblijfplaats is op basis van het vleermuizenonderzoek van 2020 en 2022 uitgesloten. Gedurende de paarperiode zijn ter hoogte van de potentiële verblijfplaatsen binnen het onderzoeksgebied (gebouw(en) Nederwoudseweg 86 en 68 en bomenrij) enkele gewone dwergvleermuizen waargenomen. Alleen in 2020 is ter hoogte van Nederwoudseweg 68 frequent een baltsend mannetje waargenomen. In 2022 is een enkele keer een baltsend mannetje gehoord. Dit baltsend mannetje kwam en vertrok elke keer richting Nederwoudseweg 70. Vermoed wordt dat ter hoogte van Nederwoudseweg 70 een paarterritorium aanwezig is. Op basis van het vleermuizenonderzoek is het echter niet uitgesloten dat ook het projectgebied functioneel is als paarverblijfplaats van één mannetje.
4.3.1.2
Foerageergebied
Verspreid door het projectgebied wordt gefoerageerd door gewone dwergvleermuizen. In de meeste gevallen gaat het om één of enkele individuen. Ter hoogte van Nederwoudseweg 66/68 wordt frequent gefoerageerd door 5 tot 10 dieren. Deze groep maakte voornamelijk gebruik van de luwte van het opgaand groen. Hierbij werd ook gebruik gemaakt van de omliggende percelen zoals die van Nederwoudseweg 70. Zowel in 2020 als in 2022 zijn deze foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen en derhalve is geconcludeerd dat dit essentieel foerageergebied betreft. Gelet op de grootte van de groep is het niet uitgesloten dat het hier gaat om een kraamkolonie. Ter hoogte van Nederwoudseweg 86 is naast één of enkele tijdelijk foeragerende gewone dwergvleermuizen eenmalig een groep van circa 5 dieren waargenomen. Deze groep maakte voornamelijk gebruik van de luwte van het opgaand groen. Hierbij werd ook gebruik gemaakt van de omliggende percelen zoals die van Nederwoudseweg 84. Omdat deze groep eenmalig is waargenomen en hierbij ook gebruik wordt gemaakt van de omliggende percelen, is geconcludeerd dat het onderzoeksgebied geen essentiële functie als foerageergebied heeft.
4.3.1.3
Vliegroutes
In 2020 is een vliegroute vastgesteld ter hoogte van de bomenrij aansluitend ten noordwesten van Nederwoudseweg 68. Het gaat hierbij om een groep van circa 20 tot 25 dieren. Deze groep maakt gebruik van de luwte van de bomenrij waarlangs gevlogen wordt en is grotendeels afkomstig uit het noorden, buiten het projectgebied. Tijdens het onderzoek in 2022 is ter hoogte van de bomenrij in het westen van het projectgebied eenmalig een vliegroute vastgesteld van circa 5 dieren. Deze groep vloog over het open veld richting het opgaand groen ter hoogte van Nederwoudseweg 68. Ook langs Nederwoudseweg, ten westen van het projectgebied, zijn enkele gewone dwergvleermuizen overvliegend waargenomen. Deze dieren maken voornamelijk gebruik van de open ruimte en de gebouwen langs de weg. Op basis van deze bevindingen is geconcludeerd dat de open verbinding ter hoogte van de bomenrij geen essentiële vliegroutes van gewone dwergvleermuis vormt.
29
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
4.3.2
Laatvlieger
4.3.2.1
Verblijfplaatsen
Zowel in 2020 als in 2022 is ter hoogte van Nederwoudseweg 68 een groep laatvliegers waargenomen van circa 5 tot 10 dieren. Deze groep is afkomstig uit het noorden, buiten het projectgebied en verblijven naar verwachting in het stedelijk gebied van Barneveld. Gelet op de grootte van de groep gaat het vermoedelijk om een kraamkolonie. Geen van deze individuen vertoonde verblijfplaatsindicerend gedrag nabij de gebouwen (potentiële verblijfplaatsen) binnen het onderzoeksgebied; aanwezigheid van verblijfplaatsen is uitgesloten.
4.3.2.2
Foerageergebied
Het opgaand groen, ter hoogte van de Nederwoudseweg 68, wordt gebruikt door een groep van circa 5 tot 10 laatvliegers. Deze groep is zowel in 2020 als in 2022 waargenomen. Gelet op het de grootte van de groep en het frequente foerageren is geconcludeerd dat het opgaand groen, ter hoogte Nederwoudseweg 68, essentieel foerageergebied vormt. In het westen van het projectgebied, ter hoogte van de bomenrij, is een enkele keer een overvliegend individu waargenomen die ook tijdelijk foerageerde. Gelet op deze enkele waarneming is geconcludeerd dat ter hoogte van de bomenrij geen essentieel foerageergebied aanwezig is. Ter hoogte van Nederwoudseweg 86 is ook een enkele keer een laatvlieger foeragerend waargenomen. Het gaat vermoedelijk om 2-3 individuen die ook gebruik maakten van omliggende percelen zoals die van Nederwoudseweg 84 en Lunterseweg 88. Gelet op deze bevindingen is geconcludeerd dat dit onderzoeksgebied geen essentiële functie als foerageergebied heeft.
4.3.2.3
Vliegroutes
In 2020 is ter hoogte van de bomenrij een vliegroute vastgesteld. In 2022 is hier daarom niet specifiek naar gekeken. Wel is opgevallen dat de laatvliegers vanuit het noorden kwamen en naar verwachting de bomenrij gebruiken ter oriëntatie. Ook gelet op het aantal dieren dat in 2022, ter hoogte van Nederwoudseweg 68, is waargenomen sluit aan op de bevindingen van 2020. De waargenomen enkele individuen, in het westen van het projectgebied en ter hoogte van Nederwoudseweg 86, verplaatsten zich voornamelijk over open graslanden. Er zijn hier dan ook geen (frequent gebruikte) vliegroute vastgesteld; aanwezigheid is uitgesloten.
4.3.3
Rosse vleermuis
4.3.3.1
Verblijfplaatsen
De enkele waargenomen rosse vleermuizen zijn afkomstig uit het noorden, buiten het projectgebied. Deze typische boombewonende vleermuissoort is vermoedelijk afkomstig uit het Schaffelaarse bos ten noorden van Barneveld. Omdat het relatief hoge opgaande groen ter hoogte van Nederwoudseweg 68 behouden blijft is niet specifiek onderzoek verricht naar verblijfplaatsen van rosse vleermuis. Zowel in 2020 als in 2022 is echter nabij het opgaand groen, binnen en buiten het projectgebied, geen verblijfsindicerend gedrag waargenomen; aanwezigheid van verblijfplaatsen wordt daarom niet verwacht.
4.3.3.2
Foerageergebied
In 2022 zijn verspreid over het projectgebied tijdelijk hoogvliegend foeragerende rosse vleermuizen waargenomen. Het ging hierbij om verplaatsing binnen en buiten het projectgebied. Een enkele keer werd de luwte van het opgaand groen ter hoogte van Nederwoudse 68 gebuikt. Gelet op deze enkele waarnemingen en de verplaatsingen binnen het en buiten het projectgebied is geconcludeerd dat het projectgebied geen essentieel foerageergebied vormt.
4.3.3.3
Vliegroutes
De rosse vleermuis verplaatst zich voornamelijk hoog in het luchtruim en is in tegenstelling tot de meeste andere vleermuissoorten niet gebonden aan lijnvormige elementen die een essentiële verbinding vormen tussen verblijfplaats en foerageergebied. Binnen het projectgebied is de rosse vleermuis ook voornamelijk hoog in het luchtruim waargenomen. Aanwezigheid van essentiële verbindingen is uitgesloten.
30
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
4.3.4
Overige vleermuissoorten
In 2020 is ter hoogte van Nederwoudseweg 66/68 eenmaal een gewone grootoorvleermuis en eenmaal een myotis overvliegend waargenomen. In 2022 is ter hoogte van Nederwoudseweg 84 eenmaal een ruige dwergvleermuis overvliegende waargenomen. Dit individu had geen binding met het projectgebied. Andere vleermuissoorten (bijvoorbeeld meervleermuis) zijn niet waargenomen. De bevindingen van het vleermuizenonderzoek geven voldoende inzicht om te concluderen dat aanwezigheid van essentiële functies van gewone grootoorvleermuis, myotissen en andere vleermuissoorten (niet-waargenomen) uitgesloten is. Deze vleermuissoorten worden daarom verder niet behandeld in voorliggend activiteitenplan.
31
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
5
Effectenanalyse
Op basis van het soortgericht onderzoek is vastgesteld dat beschermde soorten voorkomen binnen en/of in de directe omgeving van het projectgebied. Het gaat om de volgende beschermde soorten: • • • • • • • •
Boerenzwaluw Steenuil Huismus Buizerd (en andere roofvogelsoorten en ransuil) Steenmarter Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis
Te allen tijde wordt rekening gehouden met aanwezigheid broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode) en algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën (Arcadis, 2022). Deze soortgroepen worden verder niet in dit hoofdstuk behandeld. De te treffen mitigerende maatregelen zijn te vinden in paragraaf 7.3. In tabel 7 is per beschermde soorten ingegaan op de negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ingreep. Tabel 7. Effecten op beschermde soorten als gevolg van de voorgenomen ingreep. Soort Boerenzwaluw
Effecten als gevolg van de voorgenomen ingreep: • Door het verwijderen van de schuur van Nederwoudseweg 86 verdwijnen twee nesten. Gedurende kwetsbare broedperiode (mei t/m augustus) leiden de sloopwerkzaamheden tot verwonden en/of doden van aanwezig broedsel. • Door het bouwrijp maken van het erf van Nederwoudseweg 86 verdwijnen foerageermogelijkheden in de direct omgeving. • De boerenzwaluw komt niet tot nauwelijks voor in het stedelijk gebied. Een toename van de verstedelijking, als gevolg van de ontwikkeling, biedt geen kansen.
Steenuil
•
• • •
•
Huismus
• • •
•
•
32
Door het verwijderen van de schuren ter hoogte van Nederwoudseweg 68 kunnen naar verwachting essentiële nest- en rustplaatsen verdwijnen. Gedurende de kwetsbare broedperiode (15 april t/m 15 juli) kunnen sloopwerkzaamheden ertoe leiden dat aanwezig broedsel verwond en/of gedood worden. Door het bouwrijp maken van de erven ter hoogte van Nederwoudseweg 68 en 86 verdwijnt essentieel foerageergebied van de steenuil waardoor steenuilen voor hun voedsel naar de omgeving uit moeten wijken. Dit kan weer tot gevolg hebben dat territoria verlaten worden. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling, raken territoria geïsoleerd raken en worden mogelijk verlaten worden. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling, neemt het verstoring- en aanrijdingsrisico toe. Het verstoringsrisico vindt voornamelijk plaats in de omgeving van het territoria wat behouden blijft (ter hoogte van Nederwoudseweg 70 en 80). Het aanrijdingsrisico vindt voornamelijk plaats bij nieuwe autowegen die het territoria doorkruizen of aan het territoria grenzen. De steenuil is gebonden aan het agrarisch cultuurlandschap met kleine landschapselementen. Dit agrarisch cultuurlandschap is niet terug te vinden in de voorgenomen verstedelijking. Aanwezigheid van nieuw leefgebied in de gebruiksfase is daarom uitgesloten. Door het verwijderen van het woonhuis van Nederwoudseweg 68 worden twee nesten aangetast.
Door het verwijderen van de schuur ten noordwesten van het woonhuis van Nederwoudseweg 68 wordt één nest aangetast. De nesten op het perceel van Nederwoudseweg 70 blijven behouden. Directe aantasting van deze nestplaatsen vindt niet plaats. Huismussen zijn wat betreft nestplaats zeer honkvast en derhalve wordt er niet vanuit gegaan dat werkzaamheden in de omgeving leiden tot verlaten van de nestplaats. Door het bouwrijp maken van het perceel van Nederwoudseweg 68 verdwijnen foerageer- en dekkingsmogelijkheden. Gelet op het relatief rommelige erf van Nederwoudseweg 70 met grasvelden en hagen wordt ervanuit gegaan dat voldoende alternatief foerageer- en dekkingsmogelijkheden aanwezig zijn. De huismus komt voor in het stedelijk gebied. Een toename van de verstedelijking, als gevolg van de ontwikkeling, biedt mogelijk kansen. In de woningen worden nestmogelijkheden in de constructie gerealiseerd en openbaar groen en groen in tuinen kunnen nieuwe foerageer- en dekkingsmogelijkheden bieden.
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
Buizerd (en andere roofvogelsoorten en ransuil) Steenmarter
Gewone dwergvleermuis
De buizerd (en andere roofvogelsoorten en ransuil) kunnen tijdelijk binnen het projectgebied voorkomen en hier foerageren. Gelet op het sporadische gebruik, het behouden groen wat gebruikt kan worden als foerageergebied en het potentiële leefgebied in de omgeving (agrarisch gebied ten zuiden van het projectgebied), is het uitgesloten dat het projectgebied essentieel leefgebied vormt; negatieve effecten als gevolg van de ontwikkeling zijn te verwaarlozen. • Door het verwijderen van gebouwen en rommelhoekjes ter hoogte van Nederwoudseweg 68 verdwijnen verblijfs- en rustplaatsen van steenmarter. Dit heeft mogelijk tot gevolg dat de steenmarter zijn verblijfplaats verlaat en naar de omgeving uitwijkt. Gedurende de kwetsbare voortplantingsperiode (maart t/m augustus) kan dit ertoe leiden dat jonge dieren verwond en/of gedood worden. • Door het bouwrijp maken van het projectgebied verdwijnt foerageergebied waardoor het leefgebied verandert. Het territorium kan enkele hectare groot zijn. Gelet op de agrarische percelen die behouden blijven (zoals Nederwoudseweg 25, 70, 80 en 84) en het aanpassingsvermogen van de steenmarter, waardoor ook in het stedelijk gebied geleefd kan worden, is het niet aannemelijk dat het territorium verlaten wordt. • Door de oprukkende verstedelijking, als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling, kunnen territoria geïsoleerd raken en mogelijk verlaten worden.
• De steenmarter is een soort die steeds vaker in het stedelijk gebied voorkomt. Verstedelijking als gevolg van de voorgenomen ingreep kan tot nieuwe voedselmogelijkheden zorgen aangezien tuinen met rommelhoekjes en huisvuil muizen en ratten (voedsel) aantrekken. Dit heeft vooral te maken met de inrichting van het gebied. Van de nieuwbouw wordt niet verwacht dat hier verblijfsmogelijkheden ontstaan, ook gelet op dat aanwezigheid van steenmarter ongewenst is. • •
• •
Laatvlieger
•
• •
Rosse vleermuis
33
Door het verwijderen van de gebouwen van Nederwoudseweg 68 verdwijnt een paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis. Gedurende paar- en winterperiode (15 juli t/m 15 april) leidt dit mogelijk ook tot het verwonden en/of doden van aanwezige individuen. Door ter hoogte van Nederwoudseweg 68/bomenlaan kunstverlichting te gebruiken, tussen een half uur voor zonsondergang t/m een half uur na zonsopkomst, wordt een essentiële vliegroute en foerageergebied aangetast. Dit heeft mogelijk tot gevolg dat uitgeweken moeten worden naar minder geschikt foerageergebied in de omgeving. Gedurende de gebruiksfase heeft dit een tijdelijke aard omdat verlichting alleen gedurende de ontwikkeling gebruikt wordt, bijvoorbeeld door machines, of als beveiliging op bouwplaatsen. Gedurende de gebruiksfase kan dit leiden tot een permanent effect, bijvoorbeeld door openbare verlichting van straten en gebouwen. Het opgaand groen ter hoogte van Nederwoudseweg 66/68 en 70 blijft behouden waardoor het foerageergebied en vliegroute van gewone dwergvleermuis functioneel blijft. De gewone dwergvleermuis is een soort van het stedelijk gebied. Door een toename van de verstedelijking is het aannemelijk dat het aantal potentiële verblijfplaatsen in gebouwen toeneemt.
Ook kunnen relatief groene parkjes en vijvers (waar insecten te vinden zijn) in het stedelijk gebied, in vergelijking tot monotoon gras- en akkerland (huidige situatie), bijdragen aan een toename van foerageergeermogelijkheden. De ontwikkeling gedurende gebruiksfase, rekening houdend met het opgaand groen en de percelen die behouden blijven, heeft daarom naar verwachting een positief effect op de gewone dwergvleermuis. Door ter hoogte van Nederwoudseweg 68/bomenlaan kunstverlichting te gebruiken, tussen een half uur voor zonsondergang t/m een half uur na zonsopkomst, wordt een essentiële vliegroute en foerageergebied aangetast. Dit heeft mogelijk tot gevolg dat uitgeweken moeten worden naar minder geschikt foerageergebied in de omgeving. Gedurende de gebruiksfase heeft dit een tijdelijke aard omdat verlichting alleen gedurende de ontwikkeling gebruik wordt, bijvoorbeeld door machines, of als beveiliging op bouwplaatsen. Gedurende de gebruiksfase kan dit leiden tot een permanent effect, bijvoorbeeld door openbare verlichting van straten en gebouwen. Het opgaand groen ter hoogte van Nederwoudseweg 66/68 en 70 blijft behouden waardoor het foerageergebied en vliegroute van 5 tot 10 gewone dwergvleermuis functioneel blijft. De laatvlieger is een soort van het stedelijk gebied.
Door een toename van de verstedelijking is het aannemelijk dat het aantal potentiële verblijfplaatsen in gebouwen toeneemt. Ook kunnen relatief groene parkjes en vijvers (waar insecten te vinden zijn) in het stedelijk gebied, in vergelijking tot monotoon gras- en akkerland (huidige situatie), bedragen aan een toename van foerageergeermogelijkheden. De ontwikkeling gedurende gebruiksfase, rekening houdend met het opgaand groen en de percelen die behouden blijven, heeft daarom naar verwachting een positief effect op laatvlieger.
De rosse vleermuis is alleen foeragerend waargenomen en voornamelijk hoog in het luchtruim aanwezig. Daarnaast wordt ook het opgaand groen ter hoogte van Nederwoudseweg 68 gebruikt om te foerageren. Gelet op het foerageergedrag hoog in het luchtruim en behouden opgaand groen waar ook ook gefoerageerd wordt, is geconcludeerd dat negatieve effecten op het foerageergebied, als gevolg van de ontwikkeling, uitgesloten zijn.
Onze referentie: <DocId>:1 - Datum: 7 december 2022
ACTIVITEITENPLAN BESCHERMDE SOORTEN
6
Toetsing
Op basis van de effectanalyse (zie H5) is geconcludeerd dat als gevolg van de voorgenomen ingreep negatieve effecten op beschermde soorten plaatsvinden. In tabel 8 is per aanwezige soort(groep) opgenomen tot welke beschermingscategorie deze behoort. Het nest van de boerenzwaluw is in vergelijking tot de huismus en steenuil alleen beschermd gedurende broedperiode. Deze soort is echter meegenomen met het soortgericht onderzoek omdat de sloop van enkele gebouwen in het buitengebied van wezenlijke invloed kan zijn op de lokale populatie. Op basis van de resultaten is echter geconcludeerd dat de voorgenomen ingreep van invloed is op twee nesten. Aantasting van twee nesten heeft, gelet op de nesten in de directe omgeving (vier nesten thv Nederwoudseweg 70) en potentiële leefgebied in de omgeving (stedelijke gebied) geen wezenlijk invloed op lokale populatieomvang. Deze broedvogel wordt daarom niet meegenomen in de toetsing. Dit is ook van toepassing op andere broedvogels die verwacht worden maar waarvan de nestplaats alleen beschermd is gedurende broedperiode zoals zwarte kraai en ekster. Voor deze broedvogels dienen algemene mitigerende maatregelen getroffen te worden, zie paragraaf 7.3. Tabel 8 Beschermingscategorie Wnb en de soorten waar als gevolg van de ontwikkelingen binnen het projectgebied negatieve effecten op plaatsvinden.