Bloemendal IIb_Toelichting_Bijlage 5 Beeldkwaliteitsplan (2024)
Tekst van het document
BEELDKWALITEITSPLAN BLOEMENDAL FASE IIB datum: 9 jul. 2024
2
INHOUDSOPGAVE A B
INLEIDING STEDENBOUWKUNDIGE STRUCTUUR
5 15
C
ARCHITECTUUR
23
D
SPECIALS
39
E
OPENBARE RUIMTE
57
F
BIJZONDERE ELEMENTEN
75
3
2A 2B
Stedenbouwkundige structuur uit het Masterplan Barneveld-Noord van 3 februari 2017
4
A
INLEIDING
A1.
Barneveld-Noord naar Bloemendal
De Gemeenteraad heeft in maart 2017 akkoord gegeven voor de verdere uitwerking van het Masterplan Barneveld-Noord. In het Masterplan staan de aanleiding, ambities, hoofdstructuur en randvoorwaarden voor de uitbreidingswijk ten noorden van het Oosterbos en De Vaarst. Twee weken na het akkoord van de raad heeft het college van de Gemeente Barneveld besloten dat de noordelijke uitbreidingswijk de naam ‘Bloemendal’ krijgt. Er is gekozen voor een naam die aansluit op de cultuurhistorie van het plangebied. De naam Bloemendal houdt verband met de familie Bloemendal, die al decennia lang de boerderij De Oude Vaarst bewoont. Deze boerderij staat aan de Bloemendaallaan, net buiten het plangebied. Net als de wijk is ook de laan Bloemendaallaan vernoemd naar deze familie, tot een kleine honderd jaar geleden heette deze laan nog de Vaarstersteeg.
A2.
Ambititieniveau en proces
In het masterplan is een hoog ambitieniveau vastgesteld voor een aantrekkelijke, groene, duurzame en daarmee toekomstgerichte woonwijk. De hoofdstructuur uit het masterplan is verder uitgewerkt met inachtneming van de gestelde ambities. Gezien de omvang van de wijk (ca. 80 ha) is ervoor gekozen om het totale plangebied gefaseerd te ontwikkelen. Waarbij dit document is gericht op de ontwikkeling van Fase 2B waarin circa 250 wooneenheden zijn opgenomen. Voor iedere fase wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Deze beeldkwaliteitsplannen zijn bedoeld als toetsingskaders en tegelijkertijd als inspiratiebron voor de ruimtelijke uitwerking. In de beeldkwaliteitsplannen worden kaders meegegeven hoe te komen tot een aantrekkelijke, duurzame en onderscheidende woonwijk. Het gaat hierbij om randvoorwaarden voor zowel de bebouwde als onbebouwde ruimten. Hierbij streven we naar een kwalitatief hoogwaardig eindbeeld die onderscheidend is van de overige wijken in Barneveld en zich tevens goed voegt in zijn directe omgeving en het bestaande landschap. De raad stelt het voorliggende beeldkwaliteitsplan vast, inhoudende de beleidsregels als bedoeld in artikel 12a van de Woningwet.
5
NATUURINCLUSIEVE WIJK
RUIMTE
Het is een natuurinclusieve wijk. Hier wonen niet alleen mensen, maar ook planten en dieren. Samen in en rondom de gebouwen en de groen blauwe velden. Het vele groen en water in de wijk verhogen niet alleen de aantrekkelijkheid als leefomgeving voor mens, dier en plant maar draagt ook bij aan de biodiversiteit en de benodigde klimaatadaptatie.
GROENE WIJK
Een groene wijk waarin fietsers en voetgangers de ruimte krijgen en de auto buiten de groen blauwe velden parkeert. De groen blauwe velden zijn ontworpen voor mensen, dieren en planten en verbonden met de omliggende groengebieden (Oosterbos en Esvelderbeekzone).
GEZOND WONEN
Hier woon je gezonder: gebouwen opgetrokken uit gezonde materialen en met gezond binnenklimaat. In een groene wijk waarin je kan alleen of met anderen kunt sporten, spelen, bewegen en waar je zelf gekweekte groente en fruit kunt eten.
SOCIAAL
INCLUSIEVE WIJK
Het is een inclusieve wijk; een wijk in het dorp, met een aantal oorspronkelijke bewoners, met een maatschappelijke functie die zorg op maat levert, een wijk waar veel uiteenlopende mensen en huishoudens thuis zijn. Ongeacht hun verschillende leeftijd, gezinssamenstelling of persoonlijke achtergrond delen ze hun liefde voor deze bijzondere plek in het dorp.
OP WEG NAAR EEN ENERGIENEUTRALE WIJK
TECHNIEK
De wijk is aardgasloos, er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van duurzame energie als zonnepanelen, zonnecollectoren, (bodem)warmtepompen en andere slimme en innovatieve ontwerpen en technieken. Met het reduceren van energiegebruik door goede isolatie van de woningen, het stimuleren van het gebruik van elektrische auto’s en deelauto’s en goede voorlichting ten aanzien van energie- en waterverbruik is de wijk onderweg naar een energieneutrale wijk.
OP WEG NAAR EEN CIRCULAIRE WIJK
6
Een wijk waarin materialen, spullen én ruimte kunnen worden gedeeld en hergebruikt en waardoor je samen (veel) meer doet met (veel) minder. Bij de woningen wordt een materialenpaspoort aangeleverd zodat deze kennis beschikbaar is en indien nodig specifieke onderdelen kunnen worden hergebruikt.
A3.
Duurzaam wonen in Bloemendal
Klimaatbestendig, biodiversiteit en bijna energieneutraal zijn de duurzame ambities voor de wijk Bloemendal. Deze ambities zijn leidende principes bij de ontwikkeling. Concreet betekent het dat Bloemendal is aangepast aan de verwachte klimaatverandering: extreme regenval, perioden van droogte en hittegolven mogen niet leiden tot ernstige overlast. Daarnaast worden de woningen in Bloemendal aardgasloos gebouwd en is minimaal BENG (Bijna Energie Neutrale Gebouwen) het uitgangspunt. Doordat klimaat- en waterrobuustheid integraal zijn meegenomen in het ontwerpproces, dragen duurzaamheidsmaatregelen tevens bij aan het woongenot, de natuur- en landschapswaarden en de recreatiemogelijkheden in het gebied. Om de ambities op het gebied van duurzaamheid concreet te vertalen op woningniveau moeten naast de standaardeisen van het bouwbesluit de volgende aspecten uit deze paragraaf worden meegenomen.
Onderstaande punten worden opgenomen in de kooprealisatieovereenkomst: • Zero ready op de lange termijn of als extra optie bij bouw: Energieneutraal • Materialenpaspoort ter voorbereiding op een circulaire stad (voorbeeld verbeeld op pagina 8), • Instandhoudingsplicht hagen op erfafscheiding, het gaat hierbij om de hagen verbeeld op in C14. Erfafscheidingen en E8. Hagen, waar ze staan gedefinieerd in soort en hoogte, • Waterberging op eigen terrein met ondergrondse kratten en een regenton, zie C11. Opvang regenwater, voor meer toelichting, • Special het appartementengebouw voorzien van een groen dak met 60 mm waterberging, • Voor alle platte daken geldt dat deze in de vorm van een waterbergend (60mm) groendak/natuurdak uitgevoerd moet worden. Onderstaande punten worden door de ontwikkelaar als optie aan de koper aangeboden: • Voldoende capaciteit elektriciteit; 3 x 40 ampère per woning. • Hergebruik regenwater voor doorspoelen toilet met een uitgewerkt voorstel met de kenmerken, voordelen en een kostenraming, • Daar waar parkeren op eigen terrein mogelijk is moet aan de kopende partij een optie voor een laadvoorziening voor een elektrische auto worden aangeboden.
7
MPGcalc 1.0 Voorbeeld materialenpaspoort, als onderdeel van MPG berekening - bron eigenaar van deMPGcalc betreffende woning 1.0 Materialen gebouw Fundering Code 16.01.005 16.01.005 16.04.004 16.04.002 16.04.002 13.01.004 22.03.014
Gevels
Code 21.01.009 21.01.009 41.04.043 41.04.043 27.02.002 41.01.011 28.04.005 28.04.001 31.02.001 31.03.004 31.04.007 31.07.004 31.01.001 31.09.004 31.12.005 31.13.001
Product Beton, prefab; AB-FAB [Fundatiebalken] Beton, prefab; AB-FAB [Fundatiebalken] Baksteenmetselwerk WEBER BEAMIX mortels [Opgaand metselwerk] Kalkzandsteen lijmblokken (onder maaiveld) [Opgaand metselwerk] Kalkzandsteen lijmblokken (onder maaiveld) [Opgaand metselwerk] Zand [Bodemafsluitingen] Beton, prefab, woningbouw; AB-FAB [Massieve wanden, niet dragend]
Product Keramische binnenmuursteen geperforeerd [Spouwmuren, binnenblad] Keramische binnenmuursteen geperforeerd [Spouwmuren, binnenblad] PUR/ PIRschuim platen (pentaan geblazen) [Isolatielagen] PUR/ PIRschuim platen (pentaan geblazen) [Isolatielagen] Europees naaldhouten balken met europees naaldhout delenn; duurzame bosbouw [Hellende daken] Baksteenmetselwerk [Spouwmuren, buitenblad] Staal; L-ongelijkzijdig 50x30 [Lateien] Beton, prefab; AB-FAB [Lateien] Pvc; gerecyceld pvc; stalen kokerprofielen [Buitenkozijnen] Pvc; gerecyceld pvc; stalen kokerprofielen [Buitenramen] Multiplex; sandwich; 2xmultiplex; geschilderd:alkyd; [Buitendeuren] Drievoudig glas; droog beglaasd [Buitenbeglazing] Onverduurzaamd hout; geverfd [Stelkozijnen] Spaanplaat; plaat [Vensterbanken] Aluminium; gemoffeld [Waterslagen] Solidscreen [Zonwering]
22.03.011 32.01.002 32.02.001 42.02.008 42.01.008 43.02.003
Vloeren Code 23.01.003
41.04.043 43.01.001 23.01.024 23.01.022 43.01.001 42.02.001 43.02.001
Daken
Code 27.02.016 47.06.004 37.01.002
8
Eenheid m m m² m² m² m² m²
Info 700×200 mm 700×200 mm 100 mm 140 mm 100 mm 100 mm 100 mm
Aantal 129,9 5,3 133,6 5,3 134,7
Eenheid m² m² m² m² m²
Info 140 mm 140 mm 7,17 m²K/W 7,17 m²K/W
5,3 13,1 12,3 30,1 8,7 3,0 34,6 16,0 14,8 23,3 6,7
m² m m m² m² stuk(s) m² stuk(s) m m m²
100 mm 50 mm 100×60 mm
Product Kalkzandsteen metselwerk [Massieve wanden, dragend] PUR/ PIRschuim platen (pentaan geblazen) [Isolatielagen] Europees naaldhouten delen; op regelwerk, geisoleerd; duurzame bosbouw [Bekledingen, buiten] Kalkzandsteen metselwerk [Massieve wanden, niet dragend] Hout; geschilderd:alkyd [Binnenkozijnen] Hout; geschilderd:alkyd [Binnendeuren] Kalkstuc, pleisterwerk [Afwerklagen] Europees naaldhout; duurzame bosbouw [Bekledingen] Keramische tegels; geglazuurd/ cement [Afwerklagen]
Aantal 17,9 17,9 17,9
Eenheid m² m² m
Info 140 mm 7,17 m²K/W 22 mm
117,9 24,7 10,0 315,0 85,5 52,9
m² m² stuk(s) m² m m²
100 mm
Product Balk en broodjes; prefab beton; incl. isolatie,eps,Rc:4.0 + druklaag [Vrijdragende Vloeren] PUR/ PIRschuim platen (pentaan geblazen) [Isolatielagen] Zandcement [Dekvloeren] Breedplaat, excl. druklaag, 60mm; prefab beton; AB-FAB [Vrijdragende Vloeren] Druklaag breedplaatvloer; betonmortel C20/ 25, CEMIII; incl. wapening; VOBN [Vrijdragende Vloeren] Zandcement [Dekvloeren] Spuitpleister [Afwerklagen] Keramische tegels; ongeglazuurd/ gelijmd [Afwerklagen]
Aantal 89,4
Eenheid m²
Info
84,1 84,1 54,9 54,9
m² m² m² m²
7,87 m²K/W 90 mm
50,9 50,9 11,5
m² m² m²
60 mm 3 mm
Product Dakelement; hout, zelfdr, prefab, incl.isolatie,beplating; duurz. bosb;NBvT [Hellende daken] Begroend dak; drainage+filter+subtraat+sedum (excl dakbedekking) [Afwerklagen] Pvc; gerecyceld pvc; stalen kokerprofielen [Dakramen]
Aantal 135,0
Eenheid m²
Info
137,2 3,0
m² stuk(s)
Binnenwanden Code 28.01.010 41.04.043 47.01.002
Aantal 38,6 22,3 16,3 21,7 13,0 84,1 5,3
16 mm 30 mm 100×2 mm 85 mm
6 mm 12×55 mm 13 mm
160 mm
Installaties
Schaduwkosten Code 220,67 52.01.002 127,26 52.03.002 49,33 56.01.002 45,82 19,64 53.01.019 20,15 53.01.021 19,16 54.01.015 61.01.001 61.02.001 Schaduwkosten 51.01.006 458,47 56.02.001 18,60 52.04.008 425,29 52.05.001 16,77 57.02.004 142,28
Product Polypropeen; leiding [Buitenrioleringen, kavel] Polypropeen; leiding [Binnenrioleringen] Polyetheen/ polybuteen; cv-leidingen; incl. koppelingen + verdeling [Warmtedistributiesystemen] Polyvinylchloride, 15 mm, koudwater; W-bouw [Waterleidingen] Polyvinylchloride, incl. mantelbuis, 15 mm, warmtapwater; W-bouw [Waterleidingen] W-bouw [Gasleidingen] Polyvinylchloride; Geisoleerde installatiedraad + mantelbuis:pvc [Elektricteitsleidingen] Kristallijn silicium, paneel (135 Wp/ m2); paneel+inverter+bekabeling+steun [Elektriciteitsopwekkingsystemen] Warmtepomp water-water 30 kW [Warmteopwekkinginstallaties W-bouw] Vloerverwarming; leidingen:polybuteen+toebehoren [Warmteafgiftesystemen] Vuren / Zink; duurzame bosbouw [Dakgoten] Pvc; grecycled; diameter:80mm; d:1.8mm [Hemelwaterafvoeren] VLA Ventilatiesysteem, type C; W-bouw, individueel [Luchtdistributiesystemen]
34,35 Inrichting Code1,11 3,28 74.02.001 68,60 74.03.002 80,43 74.01.001 75,88 24.01.002 967,58 34.02.003 5,07 34.01.012 144,65 73.01.002 15,14 90.03.006 99,65
Schaduwkosten 40,03 57,06 7,24 188,01 21,69 43,96 268,55 5,62 185,11
Schaduwkosten 335,66 293,99 349,60 143,15 256,10 140,90 16,32 37,76
Schaduwkosten 227,59 557,36 91,55
Product Keramiek; wastafel [Wasvoorzieningen] Inloopdouche, gipsblokken+tegels; incl. rvs afvoergoot [Douchevoorzieningen] Wandcloset + fontein, porselein; incl. kunststof reservoir [Toiletten] Europees naaldhout; geschilderd; duurzame bosbouw [Interne trappen] Europees naaldhout; duurzame bosbouw [Leuningen] Staal, gepoedercoat; HPL-plaat vulling; duurzame bosbouw [Balustrades] Spaanplaat; kunststoflaag [Keukenkasten] Straatbaksteen; KNB [Verhardingen]
Aantal 135,0 135,0 135,0
Eenheid m²gbo m²gbo m²gbo
135,0 135,0 135,0 135,0 29,9
m²gbo m²
1,0 135,0 15,8 25,6 135,0
stuk(s) m²gbo m m m²gbo
Aantal 3,0 2,0 2,0 1,0 4,0 7,9 4,9 94,8
Eenheid stuk(s) stuk(s) stuk(s) stuk(s) m m m m²
Info
Schadu
Info
Schadu
60 mm 65 mm
A4.
Circulair bouwen en materialenpaspoort
De strategische visie Barneveld 2030 is op 28 september 2016 vastgesteld. Hierin is onder andere de volgende ambitie opgenomen: Onze welvaart voor volgende generaties duurzaam borgen door ervoor te zorgen dat onze economie circulair en biobased wordt. Van hieruit wil de gemeente Barneveld: • dat het Barneveldse bedrijfsleven voluit meedoet in de groei naar een circulaire economie, • kiezen voor circulaire economie en biobased kringlopen als leidende principes bij nieuwe gebiedsontwikkelingen, • een positieve grondhouding hebben met betrekking tot vergunningverlening en bestemmingsplanwijzigingen faciliteren als deze bijdragen aan een circulaire en /of biobased economie. Het is voor Bloemendal fase 2B nog niet haalbaar om volledig circulair te bouwen. Aangezien deze ambitie er wel ligt willen we in deze wijk hieraan gehoor geven. Het meegeven van een materialenpaspoort aan alle nieuwe bewoners vormt daarbij één van de eerste stappen. Op pagina 8 staat een voorbeeld van een materialenpaspoort verbeeld. MPG (milieu prestatie gebouw) berekeningen vormen een verplicht onderdeel van het bouwbesluit. Deze kan de basis van het materialenpaspoort vormen. Een materialenpaspoort zorgt ervoor dat bekend is welke materialen zijn toegepast. Zo kunnen in de toekomst goed onderbouwde keuzes gemaakt worden op het gebied van sloop, renovatie of hergebruik.
9
2A 2B
De 7 woonmilieus in Bloemendal en de ligging van fase 2B
/Voorzieningenplein
10
A5.
Woonmilieus Bloemendal
Naast een onderverdeling in fases wordt het plangebied tevens onderverdeeld in zeven woonmileus die zich van elkaar onderscheiden in sfeer en uitstraling. De ligging en de bijbehorende verkaveling komt voort uit de landschappelijke ondergrond en de bestaande bebouwingsstructuur. In Bloemendal fase 2B komen drie van de zeven woonmilieus voor, het gaat om Erven, De Spiekers en het voorzieningenplein.
• •
•
•
•
Bloemenvelden Achter de Erven Nijkerkerweg ligt het woonmilieu Bloemenvelden. Deze plek kenmerkt zich door de lange waterlijnen en open velden die in de Bloemenvelden zijn vertaald naar langgerekte groen blauwe velden, met direct daaraan smalle woonstraten voor de ontsluiting van de woonvelden. Voortuin De wijk Bloemendal krijgt een voortuin die het gezicht van de wijk vormt. De Voortuin met het entreegebouw omringd door water en groen is vanaf de turborotonde voor alle bezoekers van Barneveld goed zichtbaar. Boswonen De bestaande kleinschalige bebouwing aan de Thorbeckelaan en Nieuw Burgelaarseweg wordt in het deelgebied Boswonen doorgezet. De naam Boswonen verwijst naar het aangrenzende Oosterbos en de uitbreiding ervan door aanplant van bomen in de openbare ruimte en op privé terrein. Spiekers In dit deelgebied komen gestapelde
•
•
woonblokken die, net als de spiekers uit de steentijd, iets van het maaiveld zijn opgetild. In de huidige tijd kan deze ruimte worden benut voor parkeren. De woonblokken worden afgewisseld met groene ruimten die in het verlengde liggen van de groen blauwe velden van woonmilieu Bloemenvelden. Voorzieningenplein De bestaande voorzieningen van en rondom Sportpark Oosterbos worden uitgebreid met een Voorzieningenplein, in het masterplan ook wel het energieplein genoemd. Die wordt omringd door voorzieningen gecombineerd met woningbouw. De overgang met de Bloemendaallaan wordt met woningen vormgegeven. Op het plein is ruimte voor ontmoeting Erven Het grootste deelgebied de Erven ligt rondom de Bloemendaallaan en daar ten oosten van. Het is een directe verwijzing naar de bestaande erven in en rondom het plangebied. In dit deelgebied worden verharde erfruimten afgewisseld met groene randen en plekken met lager gelegen beekdalen.
11
12
A6.
Supervisie
Voor de realisatie van de Bloemenvelden zijn diverse ontwikkelaars, architecten en particulieren aan zet. Ieder met hun eigen opvattingen over het uiterlijk van de gebouwen en de openbare ruimte. Voor de gewenste samenhang binnen de wijk die aansluit op de randvoorwaarden uit het beeldkwaliteitsplan wordt er bij het project Bloemendal gewerkt met een supervisor. De stedenbouwkundige van de gemeente heeft deze rol van supervisor en zal het gestelde ambitie- en kwaliteitsniveau bewaken. Het masterplan en beeldkwaliteitsplan gelden als toetsingskader voor de supervisor voor de architectonische ontwerpen en de ontwerpen van de openbare ruimte. De goedgekeurde architectonische plannen worden vervolgens beoordeeld door de dorpsbouwmeester. De stedenbouwkundig supervisor krijgt alle bouwplannen ter beoordeling voorgelegd, zowel in het VO als in het DO stadium. Deze bouwplannen gaan, als de supervisor heeft ingestemd, naar de Dorpsbouwmeester om daar een nieuwe toetsing te ondergaan, ook weer in zowel het VO als het DO stadium.
Bouwplannen worden aan de Dorpsbouwmeester toegelicht door de architect in het bijzijn van de supervisor. De Dorpsbouwmeester heeft als leidraad voor toetsing hetzelfde beeldkwaliteitsplan als die de supervisor hanteert. Voor enige variatie binnen de wijk werkt iedere ontwikkelaar met een andere architect. Waarbij één architect maximaal 100 woningen voor één fase ontwerpt. Ieder woningontwerp in Bloemendal moet worden uitgevoerd door een architect die staat ingeschreven in het architectenregister. Het voorlopige/definitieve architectonische ontwerp van ieder woonblok wordt door de architect in 3D aangeleverd, die de gemeente vervolgens vertaalt naar een 3D overzicht van de hele wijk. Hierdoor is het mogelijk om te toetsen of de beoogde sfeer wordt bereikt en kan in de volgende fasen op de eerder gemaakte ontwerpen worden geanticipeerd.
13
concept plangebied fase 2B
Spiekers De Erven
Voorzieningenplein
deelgebieden fase 2B Plankaart woonvelden versus groen blauwe velden 14
B
STEDENBOUWKUNDIGE STRUCTUUR
B1.
Planconcept
Bloemendal fase 2B ligt ingebed tussen de Laagte en de Bloemendaallaan. Beiden zijn sterke landschappelijke structuren met elk een eigen ruimtelijke kwaliteit. Fase 2b profiteerd van deze kwaliteiten en takt hier met de blauwgroene structuren op aan. De buurt neemt qua programma een bijzondere plaats in de wijk. De bebouwing bestaat niet alleen uit een variatie van gestapelde en grondgebonden woningen, maar ook uit wijkvoorzieningen zoals een (buurt)supermarkt, een medisch centrum en een basisschool. Hiermee vormt fase 2B een centrumgebied voor de omliggende buurten en het hart van Bloemendal. . Fase 2b bevat drie (woon-)milieus; de Spiekers, het Voorzieningenplein en de Erven. Deze milieus hebben elk een eigen karaktristiek die tot uitdrukking komt in de inrichting van de openbare ruimte en in de architectuur van de afzonderlijke bebouwing. Fase 2b is onder te verdelen in een drietal ruimtelijke eenheden: • Voorzieningenplein: Fase 2b bevat voorzieningen voor de hele wijk; een supermarkt, een basisschool (en een gezondheidscentrum in de Spiekers). Deze zijn op het voorzieningenplein gesitueerd als alzijdige objecten. Deze voorzieningen worden gecombineerd met gestapelde woningbouw.
•
Spiekers: De bebouwing in dit deelgebied kenmerkt zich als alzijdige objecten die vrij in de (groene-) ruimte zijn gesitueerd als deel van het groen-blauwe raamwerk. Om deze reden wordt in de architectuur gewerkt met natuurlijke tinten die dit groen-blauwe raamwerk niet overstemmen.
•
Erven: De erven zijn kleinschalige woonbuurtjes bestaande uit bebouwing met een divers karakter. Het aantal woningen is relatief klein waardoor wat de sociale samenhang tussen buurtbewoners bevorderd. De woningen zijn ingebed in (bestaand) groen wat een aantrekkelijke woonomgeving maakt. De architectuur heeft een ‘landelijke’ uitstraling, verwijzend naar agrarische gebouwtyplogieen zoals veldschuren en boerderijen. Dit kan zowel historiserend zijn of een hedendaage vertaling van dergelijke typologie.
Op de navolgende pagina’s zal per ruimtelijke eenheid en nader worden ingegaan op de specifieke aspecten van de bebouwing
15
DE ERVEN SPIEKERS
NIEUWE VELDEN
VOORZIENINGENPLEIN DE ERVEN
HAMEAU, BUURTSCHAP
Planonderdelen School Appartementen Studio’s
16
Supermarkt Gezondheidscentrum Stadswoningen
Grondgebonden woningen Beneden/Bovenwoningen Seniorenwoningen Rug aan rugwoningen
B2.
Planonderdelen
Bloemendal Fase 2B is zoals kenbaar gemaakt in het inleidende stuk onderverdeeld in 7 velden met hun eigen typologie. Fase 2B kenmerkt in feite 3 fasen. 1. De Erven In dit plangebied bevinden zich voornamelijk de grondgebonden woningen. Binnen de Erven kenmerken we het Noordelijk deel De nieuwe Velden en het Zuidelijk deel, de Hameau het buurtschap. 2. Voorzieningenplein Dit gaat het centrale hart worden van Bloemendal, hier bevinden zich de supermarkt, gezondheidscentrum en een basisschool. Boven op de supermarkt bevinden zich studios en er zijn hier enkele appartementencomplexen gesitueerd. 3. De Spiekers De Spiekers verwijst naar de historische lokale boederijen die vroeger als kapvorm op palen werden gezet waarin de gewassen werden gehangen en gedroogd. Deze symboliek is aanleiding geweest voor een verticaal woonprogramma waarin vooral appartementencomplexen en een intensief programma op zijn plek is.
17
Verkeersstructuur Bloemendal
18
B3.
Verkeersstructuur
In Bloemendal fase 2B vervolgt de Laan van Verzet zijn route door Bloemendal. Vanuit Fase 1 over de laagte, middels een brug, voorlangs de school en het Voorzieningenplein.afbuigend naar het noorden naar fase 4 en daarna terug naar het westen via de noordzijde van fase 2A. Op de plek waar de Laan van Verzet door het centrum van Bloemendal loopt verandert deze van een 50km weg naar een 30 km/per uur weg. Om barrièrewerking van de hoofdweg zoveel mogelijk te beperken komen er op deze weg meerdere oversteken voor het auto- en langzaam verkeer. Zowel aan de noord- als zuidzijde van deze hoofdweg komen er verschillende zijstraten met een maximumsnelheid van 30 km/uur. Op deze manier worden de woonvelden en de voorzieningen ontsloten. Via de zuidzijde wordt op deze manier de Vaarst en Bloemendal met elkaar verbonden voor het autoverkeer.Hiervoor wordt een nieuwe weg aangelegt voor de BasicFit langs aansluitend op de Wethouder Rebellaan. Aan de Noordzijde van fase 2B loopt een zogoed als vrijliggend fietsen voetpad die start vanaf de rotonde Thorbeckelaan-Nijkerkerweg. Deze route een volgt hier historische landschappelijke lijn. Dit pad steekt de laagte over via een brug in een rechte lijn door en sluit aan op de Bloemendaallaan. De Bloemendaallaan is tevens een belangrijke langzaamverkeersroute die in zuidelijke richting doorloopt richting het centrum van Barneveld.
In noordelijke richting maakt de Bloemendaallaan een directe verbinding met het natuur- en recreatiegebied de Esvelderbeekzone.
19
FASE 4 FASE 2A
d
rsterpa
Koerie
Verkaveling Bloemendal fase 1, 2A en fase 2B 20
Laan van V erzet
aan
FASE 1
endall Bloem
gte Laa
FASE 2B
B4.
Randen plangebied
Bloemendal fase 2B kent de volgende begrenzingen: • Westzijde: De groenblauwe laagte. Deze natuurlijke laagte wordt in Bloemendal ingezet voor waterberging. Op deze manier wordt het landschap versterkt. Daarnaast zorgt deze laagte voor een landschappelijke / natuurlijke en recreatieve verbinding van het Oosterbos naar de Esvelderbeekzone. De randen van deze waterbergende laagte worden zo vormgegeven dat de fietser en wandelaar hiervan gebruik kan maken. De inrichting van deze zone zal bijdragen aan een interessante verbinding voor de flora en fauna. In dit deel van de Laagte staan redelijk veel volwassen bomen, deze worden zorgvuldig in het ontwerp ingepast. • Zuidzijde: Hier vormen de sportvelden van de Mixed Hockey Club Barneveld met groene bufferzone de begrenzing met fase 2B. • Oostzijde: De Bloemendaallaan, een oude lommerrijke lintstructuur met aan beide zijden kleinschalig (woon-)bebouwing en open velden. Een drietal van de woningen van fase 2B zal direct vanaf deze laan worden ontsloten hiermee blijft de sfeer van de Bloemendallaan gehandhaafd.. • Noordzijde: De noordgrens wordt gevormt door de in oostwestrichting lopende langzaam verkeersroute het koeriersterpad. Deze vormt de scheidslijn tussen fase 2B en fase 4.
21
Referentiebeelden van woonblokken met plasticiteit in de gevel middels gevelopeningen, verspringing in de gevel, draaiing van de nokrichting, verspringing in de gootlijn, accent op een hoek en/of variatie in het gevelmateriaal
22
C
ARCHITECTUUR C1.
Uitstraling
De woningen in de fase 2B staan in een sterk groen blauw raamwerk. Om deze reden wordt in de architectuur gewerkt met natuurlijke tinten die het groen blauwe raamwerk niet overstemmen. De spanning en variatie binnen de blokken wordt gezocht in de plasticiteit van de gevels. Dit kan op veel manieren worden uitgevoerd door in een blok of bij de blokken onderling variatie aan te brengen middels (een deel) van onderstaande punten;
• • • • • •
gevelopeningen, verspringing in de gevel, draaiing van de nokrichting, verspringing in de gootlijn, accenten op een hoek, variatie in het gevelmateriaal.
Bij een dorpse sfeer hoort enige lucht en ruimte om de woning waar een groene voortuin aan bijdraagt, de voortuin moet minimaal 2,5 meter diep en maximaal 4,0 meter diep zijn. De voor of zijtuin heeft ook een functie voor de waterberging.Hier moet via krattenconstructie minimaal 1kuub water geborgen worden.
23
Percelen; Ruimteverdeling Schoolplein (groene landschappelijke invulling) Achtertuin-zone Voortuin-zone
24
Entree’s zijde waar de hoofdentree dient te liggen meerzijdige orientatie van entree voor woningen aan de Bloemendallaan zijde waar de expeditie-entree van de supermarkt dient te liggen
C2.
Percelen, ruimte-verdeling
In het stedenbouwkundige plan voor Bloemendal fase 2b is sprake van een relatief ‘losse’ structuur voor wat betreft de plaatsing van de blokken in de ruimte. Deze losheid past in de groene ruimte en in de niet-monumentale layout van de wijk. De afzonderlijke blokken dienen in samenhang met naastgelegen blokken te worden geplaatst in de context. In enkele gevallen is er sprake van een meerzijdige orientatie, dat wil zeggen dat daarin de achtertuin dezelfde uitstraling heeft als de voortuin. Een herkenbaar voorbeeld hierbij zijn de rug aan rugwoningen alsmede de woningen aan de Bloemendallaan. Het schoolplein dient landschappelijk aan te sluiten bij de Laagte en een natuurlijke overgang te vormen. Daarmee is een lage haag als begrenzing samen met een hekwerk omwille van de veiligheid aan de binnenzijde voorstelbaar.
C3.
Entrees
De entrees van de verschillende woonblokken dienen conform het hiernaast geillustreerde plaatje te worden ontsloten. Enkele grondgebonden woningen aan de Noordzijde gelegen aan de Bloemdallaan kennen een meerzijdige orientatie. Daarmee zal de achtergevel ook meer de identiteit van de voorgevel overnemen. Dit zal vooral in de architectuur worden meegenomen. De seniorenwoningen aan de Bloemendallaan worden welliswaar ontsloten vanaf Sportvelden echter dienen deze wel een voortuin uitstraling te hebben. Voorstelbaar is een haagbeplating die tevens privacy kan bieden. Bebouwing in de vorm van berging en/of stallingsruimten zijn niet toegestaan aan deze zijde en dienen integraal te worden ontworpen met de hoofdmassa.
25
Dakvlakken platdak (waterbergend 60mm groendak) traditionele hellende kap platdak/traditionele hellende kap
Hoogteaccenten in het plangebied Bloemendal fase 2B 2 lagen met platdak, incidenteel verhogen dakrand (9m) 3 lagen met platdak (13m) 1 laag commerciele plint + 1 laag studio’s (5m / 9m) 2 lagen met kap/platdak (8m / 13m)
26
4 lagen met platdak (13m) 5 lagen met platdak (16m) 6 lagen met platdak (19m) 2 lagen + kap (6m / 11m) 2 lagen + kap (6m / 9m) 1 laag + kap (4m / 9m) 1 laag + kap (4m / 7m)
C4.
Dakvlakken
Het plangebied kenmerkt zich in 3 verschillende deelgebieden. De Erven, De Spiekers en het voorzieningenplein die min of meer als intermediar tussen beide gebieden ligt. In het deelgebied De Erven waarin zowel de hameau alsmede de nieuwe velden vallen wordt gewerkt met een traditionele kapvorm. Dit geeft ook een betere aansluiting bij de aangrenzende Bloemendallaan aan de Oostzijde. In het deelgebied de Spiekersalsmede het voorzieningenplein wordt gebruik gemaakt van platte daken (waterbergend 60mm groendak). Als incident worden de stadswoningen aan de westzijde grenzend aan de Laagte voorzien van zowel platte daken alsmede een traditionele kapvorm.
C5.
Hoogteaccenten
De verschillende plangebieden waaieren zich uit vanaf de Bloemendallaan. Waarin er vanuit het zuidelijk de “de Hameau” nog wordt aangesloten met 1 laag met kapvolume, gaat dit naar het voorzieningenplein al naar 2 lagen met een incidentele verhoging in het dak. Daarmee bereiken we een zekere verticale plasticiteit. Aan de Noordzijde van de Laan van verzet kunnen we de appartementen daadwerkelijk volume geven en meer hoogte in aanbrengen. Met wat appartementen van 5 en 6 lagen hoog ingebed in de groenstructuur. Vanaf de Spiekers bouwt de hoogte zich weer af naar De Erven waarin de randen in 2 lagen met kap zijn vormgegeven en het middendeel 1 lagen met kapvolume in een meer traditionelere opzet. Daarmee worden de verschillende deelgebieden op hun eigen manier gekenmerkt zowel in architectuur, opzet, hoogte als in typologie.
27
Erfafscheidingen Lage haag (max.100cm hoog) Hoge haag (max. 200cm hoog)
28
Gemetselde muur 100cm hoog. Aan de tuinzijde gecombineerd met een levende hoge erfafscheiding max.hoog 2m Robuust (houten) pergolaconstructie Robuust (houten) begroeide pergolaconstructie, geintegreerd met bergingen en/of tuinpoorten
Verbijzonderingen en accenten Hoogte accent, ophogen dakvlak Verbijzondering van zijgevels die grenzen aan de openbare ruimte. Deze woningen hebben een dubbele orientatie. Representatieve zijgevel. Hoogwaardig en beeldbepalend. Achitectonische verbijzondering. Accent.
C6.
Erfafscheidingen
De afzonderlijke private percelen krijgen een plek in de openbare ruimte. In sommige gevallen is daarbij een ‘naadloze’ overgang tussen privé en openbaar goed voorstelbaar. Zoals bijvoorbeeld bij het blok waarin de supermarkt is gesitueerd. Bij percelen met grondgebonden woningen is een duidelijke markering tussen kavel en openbare ruimte juist wel belangrijk; bewoners hebben veelal behoefte aan een afgeschermde achtertuin ten behoeve van privacy en ook voortuinen. Overgangen dienen met zorg te worden vormgegeven. Op enkele uitzonderingen na, worden in dit deel van Bloemendal groene erfafscheidingen voorzien; Lage hagen in de voortuinen en hoge hagen danwel robuuste met klimop begroeide hekwerken in de achter- en zijtuinen. De expeditie-entree en opstelplek voor vrachtwagens t.b.v. laden en lossen voor de supermarkt wordt door een lammellenwand omheind. Deze wand maakt onlosmakelijk onderdeel uit van de architectuur van het blok.
C7.
Verbijzonderingen en accenten
De hameau kenmerkt zich door het min of meer kazerne achtige opzet. Daarin is het hoofdgebouw aan de kop iets opgetild hierin bevinden zich ook de benedenbovenwoningen. Zeker vanaf de straat geeft dit een herkenbaarheid en een begrenzing van het profiel. Ter plaatse van het voorzieningenplein zijn alle afrondingen die het plein afbakenen verbijzonderd. Hier vragen we extra zorg en aandacht voor de onderlinge relatie en samenhang. De supermarkt als plint aan de pleinzijde dient transparant en herkenbaar te worden vormgegeven en in die hoedanigheid ook te worden gematerialiseerd. Hierbij zal extra zorg moeten worden besteedt aan vormen van reclamevoering. Deze dienen integraal te worden ontworpen als markante entree. Zowel de school alsmede het appartementencomplex aan de Laagte hebben een poortfunctie als entree van het gebied. Min of meer het hart van de wijk Bloemendal. De uitstraling dient hierin hoogwaardig te zijn vormgegeven en in samenhang. Dit kan in materialisering, typologie qua architectuur of in schaal en maat. De benoemde accenten en verbijzonderingen zullen met extra aandacht worden beoordeeld en getoetst door zowel de supervisor alsmede de dorpsbouwmeester. Aan de Laan van verzet liggen enkele zijgevels die herkenbaarheid en representatief dienen te worden ontworpen, weliswaar in een eigen signatuur.
Ook pleitten we hier voor open en transparante gevels die de afleesbaarheid bevorderen.
29
In de achtertuin is een regenton verplicht
rijbaan
p-vak voetpad perceel
bladvanger in regenpijp
regenpijp met bladvang
overstort hemelwaterbrievenbus
infiltratiekrat op meer dan 3 meter van woongevel
1 m3
grondboringen (200 mm) met drainagezand tenminste 1,5 m diep
Principe: werking infiltratievoorziening op eigen terrein.
30
hemelwaterbrievenbus
C8.
Opvang regenwater
In Bloemendal wordt het regenwater geborgen en gedoseerd afgevoerd om te voorkomen dat het regenwater direct wordt afgevoerd naar het omliggende watersysteem. Dit principe wordt niet alleen in de openbare ruimte toegepast. Op ieder perceel worden in de tuin infiltratiekratten aangelegd voor de berging en infiltratie van regenwater. Minimaal het dak van de woning en eventuele bijgebouwen als garage en berging worden op de voorziening aangesloten. Daarnaast streven we ernaar dat de particuliere terreinen zo min mogelijk worden verhard, voor een maximale hoeveelheid infiltratie van het regenwater in de tuinen. Hiervoor gelden de volgende richtlijnen, waarbij halfverharding onder onverharde ruimte valt: 1. 75% van de tuinen van twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen onverhard 2. 75% van de voortuinen van rijenwoningen en 50% van de achtertuinen onverhard. Alle dakafvoerleidingen worden voorzien van een bladvanger (verplicht). De infiltratiekratten hebben een inhoud van minimaal 1 m3 en worden zo ver mogelijk van de woninggevel geplaatst (minimaal 3 meter). Het infiltratiekrat wordt omhuld door 30 cm drainagezand en voorzien van 2 grondboringen (rond 200 mm, diepte minstens 1,5 meter). Deze boorgaten worden gevuld met drainagezand. Verder ligt het krat op minimaal 20 cm van de zijkant van een eventuele haag.
De overloop vindt plaats via een “brievenbusconstructie” op de perceelsgrens aan de voorzijde van het perceel. Vanaf dat punt wordt het regenwater in de openbare ruimte gecontroleerd afgevoerd naar openbare berging- en afvoervoorzieningen. Als de minimale afstand tussen infiltratiekrat en woninggevel van 3 meter niet haalbaar is, worden de kratten niet geplaatst (bijvoorbeeld bij verandawoningen). Het regenwater wordt dan direct of via een regenton naar de overloopvoorziening op de perceelgrens gebracht.
Naast een ondergrondse infiltratiekrat in de tuin plaatst de ontwikkelaar in de achtertuin een regenton met een kraantje op ieder perceel, met uitzondering van de verandawoningen. De regenton wordt gevoed door een regenpijp die voorzien is van een bladvanger. De regenpijp voert het water af dat afkomstig is van het dak. De overloop van de regenton wordt ondergronds aangesloten op de infiltratiekratten. De regenton komt in de achtertuin en heeft een minimale capaciteit van 250 liter. De infiltratiekratten, regentonnen en bijbehorende voorzieningen worden door de ontwikkelaar aangelegd. Daarbij worden eventuele leemlagen doorbroken zodat infiltratie in een zandpakket mogelijk is. De perceeleigenaren worden eigenaar van beide voorzieningen en verantwoordelijk voor het goed blijven functioneren. De koper krijgt als optie het hergebruik van regenwater voor toiletdoorspoeling aangeboden door de ontwikkelaar. Zoals toegelicht in het voorontwerp bestemmingsplan in de paragraaf 5.16 Water, zijn uitlogende bouwmaterialen (zoals zink, koper, lood en PAK-houdende materialen) niet toegestaan.
31
Bij vrijstaande woningen en twee-onder-een-kapwoningen moet naast de woning ruimte worden gereserveerd voor twee parkeerplaatsen op eigen terrein ten alle tijden rekeninghoudend met de hagen op de erfgrens. Parkeermogelijkheden op eigen terrein Dubbele oprit, twee auto’s naast elkaar. 6,00m breed x 6,00m diep excl. haag. Enkele oprit, twee auto’s achter elkaar.3,50m breed x 10,00m diep excl. haag. 32
C9.
Parkeren
Het aantal parkeerplaatsen moet voldoen aan de gemeentelijke normering vanuit het parkeerbeleid. In de openbare ruimte zijn bij sommige van de zijwegen langsparkeerplaatsen beschikbaar en aan de zijwegen en woonstraten liggen diverse parkeerkoffers. Om de druk op de openbare ruimte te beperken moet bij vrijstaande woningen en twee-onder-een-kapwoningen naast de woning ruimte zijn voor twee parkeerplaatsen naast of achter elkaar, zoals aangegeven op nevenstaande kaart. Dit betekent dat er op de eigen kavel ruimte gereserveerd en beschikbaar moet zijn, om deze parkeerplaatsen te gebruiken. Ze zijn immers onderdeel van de volledige parkeerbalans van de wijk. Hierop kan en zal ook gehandhaaft worden. We raden aan deze parkeerplaatsen met een waterdoorlatende verharding uit te voeren. De parkeerplaatsen mogen de groei van de haag op de erfgrens niet in de weg zitten. Vanwege de beperkte perceelbreedte en mogelijke behoefte aan bergruimte is het bij tussenwoningen die met de achterzijde aan de openbare weg grenzen niet mogelijk om een parkeerplaats op particulier terrein te maken. Daar waar parkeren op eigen terrein mogelijk is moet aan de kopende partij een optie voor een laadvoorziening voor een elektrische auto worden aangeboden
33
Locaties van de nest- en verblijfsvoorzieningen in de bouwblokken Huismus/gierzwaluwkast in noordelijk- en /of oosterlijk georienteerde gevels, vogelschroot niet gebruiken of alleen plaatsen ter hoogte van de derde rij dakpannen (*) Vleermuis kleinverblijf op gevels met verschillende orientaties, vogelschroot niet gebruiken of alleen plaatsen ter hoogte van de derde rij dakpannen (*) Vleermuis kraamverblijf op gevels met verschillende orientaties (*) Vleermuis massawinterverblijf in combinatie met kraamverblijf en kleinverblijf op gevels met verschillende orientaties. *Indien overstek aanwezig is: Huiszwaluw kunstnest plaatsen, minimaal 4 kunstnesten per kopgevel 34
C10. Natuurinclusief bouwen Uit ecologisch onderzoek komt naar voren dat in het plangebied Bloemendal fase 2B de huismus, gierzwaluw, en vleermuis verblijven. Dit zijn gebouw bewonende soorten die we graag in het gebied behouden. Bloemendal wordt een woonwijk met een grote diversiteit aan bomen, planten, struiken en kruiden. Dit biedt een leefen voedselgebied voor bovengenoemde diersoorten. Om het behouden en verrijken van deze diersoorten nog kansrijker te maken zijn er naast een groene leefomgeving ook plekken aangewezen waar nestvoorzieningen moeten komen. Op de kaart op pagina hiernaast staat dit verbeeld, het gaat om nestvoorzieningen die aan/in het gebouw opgenomen moeten worden. De locatie is afhankelijk van de oriëntatie van het gebouw en de inrichting van de omgeving. Denk hierbij aan de nabijheid van zand en water en bepaalde type bomen of kruiden.
De memo ‘Kastenplan Bloemendal 2b’ opgesteld door het bureau Arcadis vormt een meer gedetailleerde toelichting op de nestkastvoorzieningen en de eisen waar deze aan moeten voldoen. De memo is als bijlage aan het bestemmingsplan toegevoegd. In navolging van de vorige fases 1 en 2a moet het monitoringsplan ook in dit plangebied navolging kennen. Hiermee kan plandekkend worden nagegaan wat wel en niet goed werkt op het gebied van de uitgevoerde natuurinclusieve maatregelen en de groene leefomgeving. De uitkomsten die uit deze monitoring voorkomen kunnen bij de uitwerking van de volgende fases van Bloemendal en ontwikkeling overige wijken van de gemeente Barneveld worden meegenomen.
In de tabel in de hierop volgende pagina’s staat in hoofdlijnen toegelicht waar iedere nestkastvoorziening aan moet voldoen, onderverdeeld naar de diersoort, eisen ten aanzien van de verblijfplaats en de mogelijke maatregelen die getroffen kunnen worden.
35
verblijfplek
Figuur 1 Positionering van prefab kasten in grondgebonden woningen met a = gierzwaluwkast, b = huismuskast, c = kleine zomerverblijfplaats vleermuis, d = grote zomerverblijfplaats vleermuis (wordt buiten beschouwing gelaten), e = kraamverblijfplaats vleermuis. Bron: Unitura
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-5841:2.0 - Datum: 7 december 2023 - Public
36
3 van 6
Figuur 2 Positionering van prefab kasten in appartementencomplex met a = gierzwaluwkast, b = huismuskast, c = kleine zomerverblijfplaats vleermuis, d = grote zomerverblijfplaats vleermuis (wordt buiten beschouwing gelaten), e = kraamverblijfplaats vleermuis en f = winterverblijfplaats vleermuis. Bron: Unitura
Tabel 1 Specificaties inbouwvoorzieningen beschermde soorten Soort
Huismus
Gierzwaluw
Huiszwaluw
Oriëntatie op gevel
Noord of oost
Noord of oost
Verschillende oriëntaties Verschillende oriëntaties. • 3/5 op zuid en/of west georiënteerde gevels • 2/5 op noord en/of oost georiënteerde gevels
Locatie
Kasten onder of in overstek, ruimte onder dakpannen, op hoeken van gevels i.v.m. zangposten
Kasten onder of in In de schaduw onder overstek, gevels overstek ter hoogte van evenredig verdelen langs aansluiting overstek en dakrand gevel.
Minimale hoogte
3 meter, maar niet hoger 3 meter, met vrije dan 12 meter uitvliegruimte
Clustering
Ja, minimaal 5 kasten per Ja, minimaal 5 per gevel Ja, minimaal 4 gevel of 2 per of 2 per tussenwoning met kunstnesten per gevel. tussenwoning met halve 1,5 meter ruimte tussen meter ruimte tussen voorzieningen voorzieningen.
Ja, minimaal 3 kasten per gevel of 2 per tussenwoning met 1,5 meter ruimte tussen voorzieningen
Omgevingsfactoren
Hagen, groenblijvende Geen eisen structuren, kruidenrijk grasland, water, geen grote hoeveelheid bomen
Rechtlijnige structuren, bestaande vliegroutes, hagen, bomenrijen, water, geen directe verlichting op verblijfplek
3 meter, met vrije uitvliegruimte
Geen eisen
Vleermuizen
Kasten naast HWA, niet boven ramen (>0,5 meter) en deuren (>2 meter), op gevels evenredig verdelen 3 meter, met vrije uitvliegruimte
37
REFERENTIES HAMEAU I BUURTSCHAP
Metropolis Aula Rood SP HF EB65 Vorm: Strengpers Formaat: EcoBrick 240 Artikelnummer: 1450120 Metselverband: Halfsteensverband Voegkleur: 2745 Donker Antraciet Stootvoeg/lintvoeg: 10.0 mm / 10.0 mm
38
Let op! De precieze kleur baksteen kan afwijken van deze impressie.
D1. A R C H I T E C T U U R Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrenst door het “hameau” of buurtschap. Een U-vormig kazerne-achtig woongebouw met enkele vrijstaande woningen grenzend aan de Bloemendallaan. Het woongebouw bevat grondgebonden seniorenwoning en enkele Bebo’s (Beneden-Bovenwoningen) onder 1 kapvorm. Binnen het “hoefijzer” is een collectieve tuin gesitueerd. Dit kan een plek zijn waarin bewoners elkaar kunnen ontmoeten of gezamenlijk activiteiten kunnen ontplooien. Grenzend aan het woongebouw bevinden zich enkele vrijstaande grondgebonden woningen die vanaf het binnengebied ontsloten zullen worden. Dit zijn levensloopbestendig woningen die met een 1 laagskapvolume goed aansluiten bij de bebouwingsstructuur aan de Bloemendallaan.
HAMEAU I BUURTSCHAP 39
BEELDKWALITEIT Massa-opbouw
• • •
Het woongebouw kent een herkenbare en robuuste bakstenen buitenschil en een “zachtere” houten binnenschil. De westgevel van het woongebouw is licht opgetild, hierin zijn de Bebo’s ondergebracht en vormt daarmee een herkenbaar hoofdgebouw met poortfunctie naar het binnenterrein De grondgebonden woningen aan de Bloemendallaan zijn vrijstaande woningen opgebouwd als 1 laag met kap waarmee ze qua schaal als 1 ensemble werken met het woongebouw.
Architectuur • U-vormige woongebouw vormgeven als één complex met een eigen robuuste uitstraling. • Grote(re) overstekken geven het gebouw een beschermende ‘hoed’ en een karakteristieke uitstraling. Kleur en materiaal • De bebouwing in het ensemble is ‘familie’ van elkaar. De blokken in het ensemble zijn onderling sterk afwijkend. Daarom is het van belang dat er in kleur en materiaal verbinding en samenhang wordt gezocht. Dit kan door een pallet te kiezen met kleuren die elkaar aanvullen c.q. versterken en door overeenkomstige materialen toe te passen. Dus harmonie in plaats van contrast! • Woongebouw: Duidelijk onderscheid in gevelbehandeling tussen buitenzijde en binnenzijde van het U-vormige blok. Buiten: ‘stenig’ voorstelbaar in een strengperssteen, binnen: hoofdzakelijk ’hout’ als basismateriaal. Het woongebouw wordt d.m.v. een flauwhellende kap afgedekt met oranjerode dakpannen. HAMEAU I BUURTSCHAP 40
HAMEAU I BUURTSCHAP 41
REFERENTIES HART I VOORZIENINGENPLEIN
42
D2. A R C H I T E C T U U R Het hart van de wijk Bloemendal wordt gevormt door het voorzieningencluster in Fase 2B. De robuuste stedelijke blokken markeren door de maat en de schaal een pleinruimte als centrale ontmoetingsruimte voor de buurtbewoners. De supermarkt met kleinschalige studio’s inclusief de twee appartementencomplexen liggen op/aan het buurtplein en grenzen aan alle zijden aan de openbare ruimte. Aan de noordzijde van de laan van verzet ligt het gezondheidscentrum waarmee het plein dus visueel de straat overstijgt. Aan de Westzijde wordt het deelgebied begrenst door de school die ingebed ligt tussen de Laagte en het voorzieningenplein. De strategisch gelegen positie van de school kan een mooie aanleiding geven voor educatie in en aan het groen. Om die reden willen we deze thematiek ook zo consequent mogelijk doorzetten. Dit doen we enerzijds in de vorm van een groen beplant schoolplein en eveneens een lage haag als afscheiding en anderzijds het stimuleren van collectief gebruik van functies. Door bijvoorbeeld parkeervoorzieningen in dal af te sluiten en in gebruik in te kunnen richten voor sport en spelactiviteiten.
HART I VOORZIENINGENPLEIN 43
BEELDKWALITEIT Massa-opbouw • De blokken kennen een ‘klassieke’ opbouw: een plint op de begane grond - middendeel – terugliggende bovenste laag als beëindiging danwel een geprononceerde dakrand. • De blokken hebben een alzijdige oriëntatie. Dat wil zeggen dat alle zijden even belangrijk zijn! • De gebouwen hebben qua volumeopbouw een heldere, eenduidige en sculpturale hoofdvorm. Architectuur: • De blokken hebben een robuust karakter. Dit komt mede tot uiting in de getrapte opbouw. Dit wordt zowel in de massa-opbouw als ook in de kleur en materialisatie manifest gemaakt. • De beganegondlaag (plint) heeft een ‘stenig’ maar open en uitnodigend karakter. Géén gesloten muurvlakken op beganegrondniveau. • Bergingen bij voorkeur situeren binnen in het gebouw, aan het zicht ontrokkken door woningen. Indien de bergingen toch aan de buitengevel liggen dan ook hier ramen/gevelopeningen maken ter voorkoming van gesloten gevelvlakken. • De blokken hebben een alzijdige oriëntatie. Dat wil zeggen dat alle zijden even belangrijk zijn! • De gemeenschappelijke entrees worden architectonisch verbijzonderd Kleur en materialen: • Échte materialen; combinatie/spel van materialen zoals baksteen, hout of andere materialen zoals leien, zink, ....(Géén gevelpanelen). • Terughoudend kleurgebruik, gedekt kleurenpalet. Maak gebruik van de natuurlijke kleur van de materialen.
• Kleuren en materialen worden in overleg tussen gemeente en ontwikkelaars bepaald zodat er samenhang komt tussen de woningen onderling en tussen delen van het plan en het grotere geheel. HART I VOORZIENINGENPLEIN 44
•
•
•
Bij de ontwikkeling van de afzonderlijke gebouwen dient er dan ook afstemming te zijn met de andere (al dan niet reeds gerealiseerde) spiekers zodat er ruimtelijk samenhang ontstaat. Buitenruimten van appartmenten op verdiepingen: Bij voorkeur oplossen in loggia’s. Indien balkons worden toegepast dan diwent het hekwerk zodanig te worden vormgegeven dat deze én voldoende privacy voor de bewoners geven én voldoende doorzicht naar buiten. (Een geheel glazen balkonafscheiding heeft als nadeel dat mensen zich op het balkon ‘bekeken’ voelen en daarom vaak zelf een afscherming gaan maken. Dit ziet er vaak erg desolaat uit en doet veelal afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteit van de architectuur). Een mooie meerwaarde aan een woongebouw zou een gemeenschappelijk dakterras c.q. daktuin kunnen zijn. Dit geeft niet alleen cachet aan het gebouw als geheel maar ook aan de woonkwaliteit van de bewoners als een ontmoetingsplek (‘buurtgevoel creëren’).
Specifieke c.q. aanvullende ruimtelijke eisen basisschool
Specifieke c.q. aanvullende ruimtelijke eisen supermarktblok
Architectuur • Vriendelijke, uitnodigende en speelse architectuur voor de doelgroep. • Buitenberging(en) e.d. bij voorkeur integreren in de hoofdbouwmassa van de school ter voorkoming van verrommeling van het schoolterrein. Indien deze als separaat gebouw worden uitgevoerd dan vormgeven in dezelfde architectuur als het schoolgebouw. • Stallingsplekken voor fietsen terughoudend vormgeven • Poorten naar het schoolterrein verbijzonderen en vormgeven in dezelfde architectuur als het schoolgebouw. Overige - handreikingen • Handreiking: Het schoolterrein zo veel mogelijk ‘groen’ inrichten met speelaanleidingen en educatieve tuinen om in te struinen en te ontdekken. De inrichting bij voorkeur in een paticipatietraject met de schoolkinderen ontwerpen. • Poorten naar het schoolterrein verbijzonderen en vormgeven in dezelfde architectuur als het schoolgebouw.
Specifieke/aanvullende ruimtelijke eisen: •
Geen gesloten gevels op maaiveldniveau. Ook de gevels waarachter bergingen of opslag zitten zodanig vormgeven dat de een vriendelijje uitstraling hebben (bijvoorbeeld door toepassing van semi-transparant melkglas, open metselwerk,....)
Overigen - Handreikingen • Signing/lichtbakken met logo’s van winkel(s) dient te worden geïntegreerd in de architectuur van het blok. Maatvoering van borden aanpassen aan maat van gebouw. Dit ter voorkoming van ontsierende en overheersende bebording. • Vlaggenmasten, banners en andere losstande reclameuitingen in de openbare ruimte terughoudend toepassen om verrommeling tegen te gaan. • De expeditie-entree en opstelplek voor vrachtwagens t.b.v. laden en lossen voor de supermarkt wordt door een lammellenwand omheind. Deze wand maakt onlosmakelijk onderdeel uit van de architectuur van het blok.
HART I VOORZIENINGENPLEIN 45
REFERENTIES DE ERVEN I NIEUWE VELDEN
46
D3. A R C H I T E C T U U R Deelgebied de Erven is gesitueerd in het oostelijke deel van Bloemendal fase 2B. De bebouwing refereert naar het landschap en de landelijke bebouwing die hier voorheen was. ‘Groen’ in zowel de openbare ruimte als ook op de percelen vormt een belangrijke basis, de bebouwing voegt zich hier in. Deze verwijst in de architectuur nadrukkelijk naar de agrarische bebouwing van boerderijen en schuren maar zonder dat er sprake is van een letterlijke nabootsing. Het gaat in hoofdzaak om een hedendaagse interpretatie. De bebouwing in deelgebied ‘Erven’ is in kleinere samenhangende eenheden te splitsen (zie afbeelding hieronder): 1. Het hofje 2. De hameau 3. De villa’s Bij de bebouwing in het noordelijke deel (1) is er sprake van afzonderlijke architectuur op blokniveau waarin ze wel gezamenlijk de compositie aangaan in de samenhang. Er is veeleer sprake van een overeenkomstige vormvocabulair en kleur- en materiaaltoepassing. ‘Eenheid in verscheidenheid’ is hier het motto. Dat geldt ook voor het zuidelijke deel rondom de hameau (2). Hier is er sprake van een U-vormig wooncomplex en een aantal vrijstaande woningen. De samenhang zit hier in de typologie ‘senioren-/levensloopbestendige woningen’.
DE ERVEN I NIEUWE VELDEN
De 6 grote percelen aan of in de nabijheid van de Bloemendaallaan hebben elk een eigen uitstraling en signatuur. Gemeenschappelijk kenmerk is hier de riante, groene percelen waarop de landhuizen zijn gesitueerd.
47
BEELDKWALITEIT Massa-opbouw • De woonvolumes hebben een individueel karakter die qua maat en schaal aansluit bij de aangrenzende bebouwing • De woonblokken vormen informele “hofjes” met hun eigen identiteit en karakter. Dit wordt mede benadrukt door het verschil in oriëntatie van de kapvormen. Architectuur • De architectuurreferentie: Een architectonisch vocabulair dat een hedendaagse vertaling vormt van een ‘landelijke stijl’, maar zonder dat dit een letterlijke nabootsing van een boerderij of schuur is. • Hellende, ‘traditionele’ kappen vormen een belangrijk onderdeel van de architectuur. Deze zijn geprononceerd en voorzien van grote overstekken. Ze vormen als het ware de beschermende ‘hoed’ waaronder de woningen zijn geborgt. • De woningblokken hebben een eigenheid maar horen wel bij elkaar. Rode draad is dat alle woningen zijn afgedekt met een ‘traditionele’ hellende kap: zadelkap, zadelkap met wolfseind, schildkap, mansardekap,..... als verwijzing naar agrarische bebouwingstypologie. (NB.: Meer modernere kapvormen als lessenaarskappen of tonronde daken zijn niet passend in deze context). • Het plan bestaat uit een verscheidenheid aan vormen en expressie maar in die grote variatie is er eenheid door kleur- en materiaaltoepassing.
Hierdoor maakt elke woning onlosmakelijk deel uit van het grote geheel, zoals losse gebouwen en schuren op een boerderij deel uitmaken van een boerenerf. Kleur en mateiraal • Hout als nadrukkelijk aanwezig bouwmateriaal voor de gevels, naast andere ‘echte’ materialen zoals baksteen, keramische dakpannen, riet, grasdaken.... • Terughoudendheid in kleurgebruik (donkere, 48
•
natuurlijke tinten). De overgangen/begrenzingen tussen kavels en openbare ruimte vormen deel van de opgave. Dit geldt niet alleen voor de voorzijdes maar ook voor de achter- en zijerven. Een deel van de zijerfgrenzen in het plangebied dient door een meeontworpen, gebouwde erfafscheiding te worden begrenst. Het overgrote deel van de erfafscheidingen bestaan uit hagen danwel schermen met klimop. Dit in aansluiting op het landschappelijke karakter van het gebied.
Voorbeelden van traditionele kapvormen
Schuur aan de Bloemendaallaan
Groene achtererfafscheiding die alkleen door tuinpoorten wordt onderbroken. De bergingen staan op afstand van de erfgrens en worden door het groen grotendeels aan het oog onttreokken vanaf de openbare ruimte gezien.
Overigen en aanbevelingen • Besteed bijzondere aandacht in het ontwerp aan de naar de weg gekeerde gevel(s). Dit is het visitekaartje van de woning. Hiermee ontstaat er contact tussen binnen en buiten. Door de positie van de keuken niet aan deze zijde van de woning te positioneren maar in het midden van de living, ontstaat de mogelijkheid om aan de straatzijde een een groot raam en/of een schuifpui te maken. Dit geeft niet alleen levendigheid aan de straat en een meerwaarde voor de woonbeleving maar ook veiligheid; ‘ogen op de straat’. • Vergroot de relatie tussen binnen (interieur) en buiten (tuin) door toepassing van bijvoorbeeld veranda’s en terrasjes met openslaande deuren aan de voorzijde. Dit geeft een meerwaarde aan het gebruik van de woningen. • Verbijzonderingen aan de woning door bijvoorbeeld elementen als erkers, balkons, bloemkozijnen en/ of dakkapellen (i.p.v. dakramen) toe te passen. Dit geeft de woning eigenheid en levert bovendien extra woongenot op. • Bouw zon gericht door grote(re) raamopeningen in de naar de zon gekeerde gevels te maken. Gratis licht en warmte in de woning! • Integreer eventuele zonnepanelen op het dak zoveel mogelijk door toepassing van dezelfde kleur als de kleur dakpannen/-bedekking.
Verder is het voor het beeld van de woning het mooist als de bovenkant van de zonnepanelen in hetzelfde vlak ligt als de bovenkant van de pannen • Om het erf-karakter te onderstrepen zouden de tuinen, en dan met name de voortuinen bij voorkeur ‘groen’ moeten worden ingericht. Naast een fraai, vriendelijk en landelijk beeld komt dit ook ten goede aan de leefbaarheid van de woning én de buurt (voorkomt hittestress). • Eventuele elementen zoals carports, achter- of
• •
zijaanbouwen, erkers, dakkapellen die in de optiesfeer worden aangeboden nu al mee-ontwerpen. Hierdoor kan nu al een samenhangend eindbeeld worden gemaakt. Dit ter voorkoming dat in later stadium door bewoners zelf dergelijke elementen woren toegevoegd die afbreuk doen aan het architectonische beeld. Geef de woningen zodanig vorm dat deze relatief eenvoudig levensloopbestendig kan worden gemaakt. Bergingen bij voorkeur op afstand van de achtererfafscheiding plaatsen zodat er een continue groene haag op de erfgrens kan komen te staan (zie afbeelding hieronder).
49
Specifieke c.q. aanvullende ruimtelijke eisen ‘het hofje’ In het noordelijk deel van deelgebied de erven bevind zich de ‘het hofje’, de nieuwe velden. De bebouwing is hier zeer divers qua typologie (vrijstaand, tweekappers, rijen, rug aan rug, terraswoningen). Ook in de architectuur, kleur en materiaaltoepassing is er een breed pallet aan oplossingen. Dit alles maakt dat dit plandeel de uitstraling heeft van een organisch gegroeid buurtschapje in het groen. Architectuur • Er is veel vrijheid in de vormgeving van de verschillende woonblokken. Gemeenschappelijk kenmerk is de dorpse sfeer die zowel in de inrichting van de openbare ruimte alsook in de architectuur tot uitdrukking dient te komen. • Net als op een boerenerf heeft elke schuur een eigen functie met bijpassende vorm en materialisatie. Dit uitgangspunt geldt ook bij dit hof: • Kleinschalige informele bebouwing • Blokjes verspringen in de rooilijn t.o.v. elkaar • Diversiteit aan traditionele kapvormen met en zonder dakoverstekken en/of doorgeschoten dakvlakken. Rondom de bouwblokken loopt in een hoefijzer het woonstraatje. Het gebruik van de straat is hier naast de ontsluitingsstructuur echt ingezet als ontmoetingsplek waar men elkaar kan ontmoeten, spelen en een wandeling kan maken. In het centrale gedeelte ligt een collectieve groene binnenruimte.
De individuele woonvolumes typeren zich door hun onderscheidende dorpse karakter. Dit speelse effect word bereikt door kapverdraaiingen, afwijkende materialisering en de keuze voor de orientatie. De randen van het gebied worden begrenst door 2 lagen met kapvolumes waarin het centrale deel 1 laag met kap is. • Bij een dorpse sfeer hoort enige lucht en ruimte om de woning waar een groene voortuin aan bijdraagt, de voortuin moet minimaal 2,5 meter diep en 50
• •
maximaal 4,0 meter diep zijn. Deze tuin heeft ook een functie voor de afwatering. Dakkapellen en bergingen maken een wezenlijk onderdeel uit van de architectuur en dienen zorgvuldig meeontworpen te worden.
Kleur en materiaal • Per blok een eigen onderscheidende kleur en materiaaltoepassing voor gevels en daken. Maar voorkom dat dit doorslaat in een onsamenhangende kakfonie van vormen en kleuren! Dit vergt afstemming in de ontwerpfase. • Voornamelijk ‘echte’ kleureigen materialen • In de architectuur verschilt per individuele korrel (bouwvolume) qua materialisering. Dit dient te worden opgezet in aardetint handvorm bakstenen, hout accenten en holle pannen zowel in oranje kleurtoon als grijstoon. Deze mix benadrukt de kleinschaligheid en zal zowel de leefbaarheid als de aanwezigheid van de groenstructuur bevorderen.
.
51
REFERENTIES SPIEKERS I WONEN IN DE HOOGTE
52
D4. A R C H I T E C T U U R Kenmerk aan het deelgebied “De Spiekers” is de landschappelijke ruimtelijke kwaliteit van de plek. Ondanks de hogere bebouwing zijn te gast en ondergeschikt als zwerfkeien in het landschap gepositioneerd.Ten westen van de Spiekers ligt “De Laagte” waar een groot deel de woningen/appartementen op uitkijkt. De schaal van de blokken is middelgroot (2 lagen) tot groot (6 lagen). Voorkomende functies zijn ‘wonen’ en ‘wijkvoorzieningen’. Wonen is verdeeld in drie blokken met appartementen en twee rijen met grondgebonden woningen.
SPIEKERS I WONEN IN DE HOOGTE 53
Beeldkwaliteit Massa-opbouw • De blokken kennen een ‘klassieke’ opbouw: een plint op de beganegrond - middendeel – terugliggende bovenste laag als beëindiging danwel een geprononceerde dakrand. • Geef het gebouw qua volumeopbouw een heldere, eenduidige en sculpturale hoofdvorm mee. Architectuur: • De blokken hebben een robuust karakter. Dit komt mede tot uiting in de getrapte opbouw. Dit wordt zowel in de massa-opbouw als ook in de kleur en materialisatie manifest gemaakt. • De gebouwen hebben afgeronde hoeken wat ebenrzijds een ‘verzachting’ geeft aan het volume en anderzijds een eigenheid aan alle gebouwen in De Spiekers. • De beganegondlaag (plint) heeft een ‘stenig’ maar open en uitnodigend karakter. Géén gesloten muurvlakken op begane grondniveau. • Situeer bergingen bij voorkeur binnen in het gebouw, aan het zicht ontrokkken door woningen. Indien deze aan de buitengevel liggen maak dan ook hier ramen/gevelopeningen ter voorkoming van gesloten gevelvlakken. • De blokken hebben een alzijdige oriëntatie. Dat wil zeggen dat alle zijden even belangrijk zijn! • De gemeenschappelijke entrees worden architectonisch verbijzonderd Kleur en materiaal: • Échte materialen; combinatie/spel van materialen zoals baksteen, hout of andere materialen zoals leien, zink, ....(Géén gevelpanelen). • Terughoudend kleurgebruik, gedekt kleurenpalet.