CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bloemendal IIb_Toelichting_Bijlage 36 Quickscan natuur (2023)

Gemeenteraad 25 september 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Bloemendal fase IIb, Barneveld12.581 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aanvullende QuickScan natuurwetgeving en aanbeveling faunapassage Trammelantbeek Bloemendal fase 2b Gemeente Barneveld 7 december 2023 - Confidential

AANVULLENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING EN AANBEVELING FAUNAPASSAGE TRAMMELANTBEEK

Contactpersoon JASPER OSTERTHUN

Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 'sHertogenbosch Nederland

2

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-6078:2.0 - Datum: 7 december 2023 - Confidential

AANVULLENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING EN AANBEVELING FAUNAPASSAGE TRAMMELANTBEEK

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

3

Inleiding

5

1.1

Aanleiding en doel

5

1.2

Leeswijzer

5

Projectgebied en ingreep

6

2.1

Huidige situatie

6

2.2

Voorgenomen ingreep

7

Beschermde gebieden; Natura 2000

9

3.1

Methodiek

9

3.2

Resultaten

9

3.3

Effectenanalyse

10

Beschermde gebieden; Gelders Natuurnetwerk & Groene ontwikkelingszone

11

4.1

Methodiek

11

4.2

Resultaten

11

4.3

Effectenanalyse

12

Beschermde soorten

13

5.1

Methodiek

13

5.2

Resultaten

13

5.3

Effectenanalyse

23

5.4

Toetsing

24

5.4.1

Beschermingscategorieën relevante soorten

24

5.4.2

Overtreding verbodsbepalingen

24

5.5

Vervolgstappen

26

5.5.1

Mitigerende maatregelen

26

5.5.2

Aanvullend soortgericht onderzoek

26

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-6078:2.0 - Datum: 7 december 2023 - Confidential

AANVULLENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING EN AANBEVELING FAUNAPASSAGE TRAMMELANTBEEK

6

7

Conclusie

29

6.1

Beschermde gebieden; Natura 2000

29

6.2

Beschermde gebieden; Gelders Natuurnetwerk & Groene ontwikkelingszone

29

6.3

Beschermde soorten

29

Bronnen

30

Bijlagen Bijlage A Wettelijk kader Wet natuurbescherming

31

Bijlage B Wettelijke kader Gelders Natuurnetwerk

35

Bijlage C Foto-impressie projectgebied

37

Bijlage D Aanbeveling faunavoorziening Trammelantbeek

41

Colofon

45

4

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-6078:2.0 - Datum: 7 december 2023 - Confidential

AANVULLENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING EN AANBEVELING FAUNAPASSAGE TRAMMELANTBEEK

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel

De gemeente Barneveld is initiatiefnemer van het project Bloemendal. Dit project behelst een nieuwbouwontwikkeling in het noorden van Barneveld. Voor de ontwikkeling van fase 2b heeft Arcadis een QuickScan natuurwetgeving (Arcadis, 2020. Ref D10011754:67) en aanvullend soortgericht onderzoek (Arcadis, 2022. Ref. D10044065:42) uitgevoerd. De schuur ter hoogte van Bloemendallaan 77 is toen buiten beschouwing gelaten. Conform de huidige ontwikkeling binnen fase 2b zal deze schuur ook gesloopt worden. Daarnaast gaan conform de huidige ontwikkelingen ook werkzaamheden plaatsvinden ter hoogte van houtige opstanden, ter hoogte van Bloemendaal 77 en Basic-Fit Barneveld Wethouder Rebellaan 24/7, welke ook onvoldoende aandacht hebben gekregen tijdens het eerder uitgevoerde ecologisch onderzoek. Gelet op deze nieuwe ontwikkelingen is een aanvullende QuickScan natuurwetgeving van belang om ook hier alle risico’s met betrekking tot beschermde soorten en gebieden in beeld te brengen. Voorliggende rapportage betreft de QuickScan natuurwetgeving waarbij alle (mogelijke) ecologische risico’s en eventuele vervolgstappen in beeld gebracht zijn om conflict met natuurwetgeving te voorkomen. Daarnaast zijn in bijlage D bovenwettelijke aanbevelingen gedaan voor de realisatie van een faunapassage bij een nieuwe duiker ter hoogte van de Trammelantbeek.

1.2

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 behandelt het projectgebied en de voorgenomen ingreep. Hoofdstuk 3 gaat in op de gebiedsbescherming van de Wnb. Hoofdstuk 4 behandelt het GNN en GO. Hoofdstuk 5 gaat in op de soortenbescherming van de Wnb. In hoofdstuk 6 zijn de conclusie en de volgstappen opgenomen. In hoofdstuk 7 zijn de bronnen weergegeven. Bijlage A behandelt het wettelijk kader van de Wnb. In Bijlage B staat het wettelijk kader van de GNN en GO. In bijlage C is de foto-impressie van het projectgebied en de directe omgeving opgenomen. In bijlage D zijn de aanbevelingen gedaan voor de realisatie van een faunapassage bij de nieuwe duiker ter hoogte van de Trammelantbeek.

5

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-6078:2.0 - Datum: 7 december 2023 - Confidential

AANVULLENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING EN AANBEVELING FAUNAPASSAGE TRAMMELANTBEEK

2

Projectgebied en ingreep

2.1

Huidige situatie

Het projectgebied is gelegen in het noorden van Barneveld (provincie Gelderland). Een deel van het projectgebied is gelegen op het terrein van Bloemendallaan 77 in Barneveld, zie Figuur 1. Hier zijn een schuur, die thans in gebruik is als opslag, en houtige opstanden gelegen. Het andere deel van het projectgebied is gelegen ter hoogte van Wethouder Rebellaan 24/7, zie Figuur 2. Hier is een houtige opstand op een aarden wal aanwezig. De omgeving van het projectgebied bestaat grotendeels uit wei- en akkerland. In de directe omgeving zijn ook houtsingels, verruigde braakliggende terreinen, woonhuizen met relatief groene tuinen en/of bedrijventerrein aanwezig. In Bijlage C is een foto-impressie van het projectgebied opgenomen.

77

Figuur 1 Luchtfoto projectgebied ter hoogte van Bloemendallaan 77 met te amoveren schuur (rood omkaderd) en houtige opstanden (geel omkaderd)

6

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-6078:2.0 - Datum: 7 december 2023 - Confidential

AANVULLENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING EN AANBEVELING FAUNAPASSAGE TRAMMELANTBEEK

Figuur 2 Luchtfoto projectgebied met te amoveren houtige opstand (geel omkaderd)

2.2

Voorgenomen ingreep

De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit het amoveren van: • De schuur ter hoogte van Bloemendallaan 77. • De (omcirkelde) houtige opstanden ter hoogte van Bloemendallaan 77 en Wethouder Rebellaan 24/7. Ter hoogte van de onderzoeksgebieden wordt onder andere infrastructuur gerealiseerd, zie Figuur 3. In de het reeds uitgevoerde ecologische onderzoeken (Arcadis, 2020) is ingegaan op de omgeving van de onderzoeksgebieden, binnen fase 2b. De planning van de ontwikkeling is nog onbekend.

7

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-6078:2.0 - Datum: 7 december 2023 - Confidential

AANVULLENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING EN AANBEVELING FAUNAPASSAGE TRAMMELANTBEEK

Figuur 3 Ontwerptekening Bloemendal fase 2b met de globale ligging van de onderzoeksgebieden ter hoogte van de Bloemendallaan 77 (rood omkaderd) en Wethouder Rebellaan 24/7 (geel omkaderd)

8

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-6078:2.0 - Datum: 7 december 2023 - Confidential

AANVULLENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING EN AANBEVELING FAUNAPASSAGE TRAMMELANTBEEK

3

Beschermde gebieden; Natura 2000

3.1

Methodiek

Dit onderzoek bestaat uit een bureaustudie waarbij de interactieve kaart van Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is geraadpleegd (www.natura2000.nl). Met deze kaart is de ligging van het projectgebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden bepaald. Op basis van deze bevindingen, de eigenschappen van de werkzaamheden en het beleid van de provincie Gelderland is geconcludeerd of negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden mogelijk plaatsvinden of uitgesloten zijn. Indien negatieve effecten niet op voorhand uitgesloten kunnen worden, wordt ingegaan op de vervolgstappen die getroffen dienen te worden om conflict met de Wnb te voorkomen. Wat betreft negatieve effecten dient rekening gehouden te worden met directe effecten en externe werking. Bij directe effecten gaat het om ruimtebeslag en verstoring door licht, geluid en trillingen en vervuiling door oppervlaktewater (indien dit binnen het Natura 2000-gebied plaatsvindt). Bij externe werkingen gaat het om vermesting en/of verzuring als gevolg van toename door stikstof. Indien Natura 2000-gebied in de omgeving van het projectgebied ligt dient ook rekening gehouden te worden met verstoring door licht, geluid en trillingen en vervuiling door oppervlaktewater.

3.2

Resultaten

Het projectgebied vormt geen onderdeel van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Veluwe en is gelegen op circa 7 kilometer afstand van het projectgebied, zie Figuur 2. De Veluwe is een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied.

Figuur 4 Ligging projectgebied (rood omkaderd) ten opzichte van Natura 2000-gebied (groen)

9

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-6078:2.0 - Datum: 7 december 2023 - Confidential

AANVULLENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING EN AANBEVELING FAUNAPASSAGE TRAMMELANTBEEK

3.3

Effectenanalyse

Uit de resultaten (H3.2) blijkt dat het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied op circa 7 kilometer ligt. Negatieve effecten als gevolg van ruimtebeslag zijn daarom op voorhand uitgesloten. Gelet op de afstand zijn effecten als gevolg van verstoring door licht, trillingen en geluid en vervuiling door oppervlaktewater uitgesloten. Stikstofdepositie reikt veel verder dan voornoemde effecten, Aerius Calculator rekent tot 25 km. Negatieve effecten als gevolg van een toename van stikstof gedurende de realisatie- en gebruiksfase zijn daardoor niet op voorhand uitgesloten.

10

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-6078:2.0 - Datum: 7 december 2023 - Confidential

AANVULLENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING EN AANBEVELING FAUNAPASSAGE TRAMMELANTBEEK

4

Beschermde gebieden; Gelders Natuurnetwerk & Groene ontwikkelingszone

4.1

Methodiek

Dit onderzoek bestaat uit een bureaustudie waarbij de interactieve kaart van provincie Gelderland (www.gelderland.nl) is geraadpleegd. Met deze kaart is de ligging van het projectgebied ten opzichte van het Gelders natuurnetwerk (GNN) de groene ontwikkelingszone (GO) bepaald. Op basis van deze bevindingen, de eigenschappen van de werkzaamheden en het beleid van de provincie Gelderland is geconcludeerd of negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden mogelijk plaatsvinden of uitgesloten zijn. Indien negatieve effecten niet op voorhand uitgesloten kunnen worden, wordt ingegaan op de vervolgstappen die getroffen dienen te worden om conflict met de Wnb te voorkomen. Wat betreft negatieve effecten dienen binnen de provincie Gelderland interne werkingen, als gevolg van ruimtebeslag en verstoring door licht, geluid en trillingen, getoetst te worden. Binnen de provincie worden externe werkingen niet getoetst.

4.2

Resultaten

Het projectgebied overlapt niet met GNN- of GO-gebied en grenst er ook niet aan, zie Figuur 3. Het dichtstbijzijnde GNN-gebied ligt op circa 400 meter van het projectgebied. Het dichtstbijzijnde GO-gebied ligt op ruim 500 meter afstand van het projectgebied. Binnen de provincie Gelderland worden externe werkingen (bijvoorbeeld als gevolg van geluid en trillingen) niet getoetst.

11

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-6078:2.0 - Datum: 7 december 2023 - Confidential

AANVULLENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING EN AANBEVELING FAUNAPASSAGE TRAMMELANTBEEK

Figuur 5 Ligging projectgebied (rood omkaderd) ten opzichte van GNN- en GO-gebied

4.3

Effectenanalyse

Uit de resultaten (H4.2) blijkt dat het projectgebied op ruime afstand ligt van GNN- en GO-gebied. Negatieve effecten als gevolg van ruimtebeslag zijn daarom uitgesloten. Aangezien externe werkingen niet binnen de provincie Gelderland worden getoetst hoeft verder geen rekening gehouden te worden met effecten zoals geluid en trillingen.

12

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-6078:2.0 - Datum: 7 december 2023 - Confidential

AANVULLENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING EN AANBEVELING FAUNAPASSAGE TRAMMELANTBEEK

5

Beschermde soorten

5.1

Methodiek

Er zijn een bureauonderzoek en een veldbezoek uitgevoerd. Voor actuele waarnemingen van beschermde soorten is gebruik gemaakt van de verspreidingsgegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van de afgelopen vijf jaar (oktober 2018 – oktober 2023). In een kilometerhok rondom het projectgebied is onderzocht welke soorten zijn waargenomen. Aanvullend is door middel van www.verspreidingsatlas.nl onderzocht of het projectgebied binnen het verspreidingsgebied van beschermde soorten ligt. Tevens zijn actuele onderzoeksgegevens (<3 jaar) geraadpleegd (Arcadis, 2020 & 2022). De bevindingen van het bureauonderzoek vormen input voor het veldbezoek. Op 28 september 2023 is door J. Osterthun, ecoloog van Arcadis, een veldbezoek uitgevoerd waarbij de schuur van Bloemendallaan 77 is onderzocht. De weersomstandigheden waren als volgt: 20°C, bewolkt en een windkracht van 1-2 Bft. Op 16 november 2023 is door J. Osterthun een veldbezoek uitgevoerd waarbij de houtige opstanden op beide locaties zijn onderzocht. De veldbezoeken bestonden uit het uitvoeren van een habitatgeschiktheidsbeoordeling. Hierbij is op basis van de uitkomsten van het bureauonderzoek en de fysieke kenmerken van het projectgebied een indicatie gegeven van het mogelijk voorkomen van beschermde plant- en diersoorten.

Hierbij is onderzocht of mogelijke standplaatsen, verblijfplaatsen, voortplantingsplaatsen of leefgebieden binnen of in de directe omgeving van het ingreepgebied (kunnen) worden aangetast. Bij (mogelijke) aanwezigheid van een beschermde soort is vervolgens bepaald of negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden aan de orde zijn. Indien negatieve effecten uitgesloten zijn, zijn verdere vervolgstappen niet nodig. Indien mogelijk wel sprake is van een negatief effect is getoetst of en zo ja, welke verbodsbepaling van de Wnb mogelijk overtreden worden. Indien mogelijk een conflict met een verbodsbepaling plaatsvindt volgt hieruit een beschrijving van de vervolgstappen die getroffen moeten worden om overtreding te voorkomen.

5.2

Resultaten

In Tabel 1 zijn de resultaten van het bureaustudie en het veldbezoek opgenomen. Tabel 1 Resultaten over (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten op basis van bureauonderzoek en veldbezoek Soortgroep Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat Conclusie Flora

Bureauonderzoek In de omgeving van het projectgebied is aanwezigheid van stijve wolfsmelk vastgesteld (NDFF). Het projectgebied grenst aan het verspreidingsgebied van glad biggenkruid (verspreidingsatlas.nl). Stijve wolfsmelk komt voor op akkers, bosranden (langs rivierdalbossen), heggen, kapvlakten, waterkanten (slootkanten), bermen en dijken (verspreidingsatlas.nl). Glad biggenkruid komt voor op akkers (graanakkers en akkerranden), zeeduinen (laag blijvend duingrasland), bermen (open plekken en pas ingezaaide bermen) en grasland (verspreidingsatlas.nl). Veldbezoek Tijdens de veldbezoeken zijn geen beschermde planten aangetroffen. Wat betreft beschermde planten is het volgende vastgesteld: • De schuur van Bloemendallaan 77 en de directe omgeving bestaat uit verharding; potentiële groeiplaatsen van stijve wolfsmelk en glad biggenkruid ontbreken. Aanwezigheid van beschermde planten is uitgesloten. • De houtige opstanden grenzen aan akkerland, waar conform ontwikkelingen van fase 2b, ook gewerkt gaat worden. Akkerland vormt een

13

Het projectgebied ligt binnen het verspreidingsgebied van stijve wolfsmelk en glad biggenkruid. Ter hoogte van de schuur van Bloemendallaan 77 is aanwezigheid van beschermde planten uitgesloten. Ter hoogte van de houtige opstanden is aanwezigheid van stijve wolfsmelk en glad biggenkruid niet uitgesloten.

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-6078:2.0 - Datum: 7 december 2023 - Confidential

AANVULLENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING EN AANBEVELING FAUNAPASSAGE TRAMMELANTBEEK

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat

Conclusie

potentiële groeiplaats van stijve wolfsmelk en glad biggenkruid. Aanwezigheid is op basis van de QuickScan niet uitgesloten. Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode)

Bureauonderzoek In de omgeving van het projectgebied zijn broedvogels waargenomen zoals aalscholver, appelvink, ekster, koolmees, gierzwaluw en zwarte kraai (NDFF). De meeste broedvogels kunnen, gelet op het vlieggedrag, relatief grote afstanden afleggen en kennen nagenoeg geen barrières. Hierdoor is het voor de meeste broedvogels niet mogelijk om aanwezigheid op basis van het bureauonderzoek uit te sluiten. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn broedvogels waargenomen zoals zwarte kraai, houtduif en ekster. In de schuur is één oud nest aangetroffen van vermoedelijk boerenzwaluw, zie Figuur 4. Wat betreft broedvogels is het volgende vastgesteld: • De schuur is via openingen in het dak toegankelijk voor broedvogels. Hier kan gebroed worden door soorten als boerenzwaluw, spreeuw en houtduif. • In de houtige opstanden is een vervallen nest aangetroffen van vermoedelijk houtduif. In de houtige opstanden kan ook gebroed worden door broedvogels zoals ekster en gaai. • Binnen het projectgebied kan gefoerageerd worden. In de omgeving van het projectgebied, bijvoorbeeld ten oosten van de Bloemendallaan, zijn diverse groene tuinen aanwezig waar ook gefoerageerd kan worden. In de omgeving van het projectgebied zijn dan ook verschillende foerageermogelijkheden aanwezig; aanwezigheid van essentieel foerageergebied binnen het projectgebied is uitgesloten.

Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode) komen voor binnen het projectgebied. De schuur vormt een potentiële nestplaats van broedvogels zoals boerenzwaluw, witte kwikstaart, spreeuw en houtduif. De houtige opstanden vormen een potentiële nestplaats van broedvogels zoals houtduif, ekster en gaai. Het projectgebied heeft geen essentiële functie als foerageergebied.

Figuur 6 Oud nest in de schuur van Bloemendallaan 77, vermoedelijk van witte kwikstaart Broedvogels (nest jaarrond beschermd)

Bureauonderzoek In de omgeving van het projectgebied zijn broedvogels met jaarrond beschermd nest aangetroffen zoals buizerd, gierzwaluw, huismus, kerkuil en steenuil (NDFF). De meeste broedvogels kunnen, gelet op het vlieggedrag, relatief grote afstanden afleggen en kennen nagenoeg geen barrières. Hierdoor is het voor de meeste broedvogels niet mogelijk om aanwezigheid op basis van het bureauonderzoek uit te sluiten. Uit actuele onderzoeksgegevens (Arcadis, 2020 en 2022) blijkt dat het perceel aan de Bloemendallaan 77 onderdeel uitmaakt van een steenuilterritorium.

14

Broedvogels met jaarrond beschermd nest komen (mogelijk) voor binnen het projectgebied. De schuur vormt mogelijk een nest- en/of rustplaats van huismus en steenuil. Kerkuil kan de schuur gebruiken als rustplaats.

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-6078:2.0 - Datum: 7 december 2023 - Confidential

AANVULLENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING EN AANBEVELING FAUNAPASSAGE TRAMMELANTBEEK

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat

Conclusie

Veldbezoek De schuur van Tijdens het veldbezoek zijn geen broedvogels met jaarrond beschermd nest Bloemendallaan 77 vormt waargenomen. In de schuur zijn mestsporen aangetroffen, zie Figuur 5. mogelijk een nestplaats Braakballen zijn niet aangetroffen. Wat betreft broedvogels met jaarrond van huismus. De beschermd nest is het volgende vastgesteld: omgeving waaronder de • Gelet op het ontbreken van braakballen wordt aanwezigheid van steenuil en houtige gewassen kerkuil niet verwacht. Op basis van de QuickScan kan aanwezigheid echter vormen mogelijk niet uitgesloten worden. Ter hoogte van de dakgoot, relatief laag in de essentieel leefgebied. schuur, zijn enkele isolatieplaten aanwezig. Deze relatief kleine ruimtes kunnen door steenuil gebruikt worden als nest- en rustplaats. Dit biedt Het projectgebied maakt onvoldoende ruimte voor een kerkuil, die groter is dan steenuil. Voor de kerkuil zijn geen donkere afgesloten ruimtes aanwezig waar genesteld kan naar verwachting onderdeel uit van het worden. Aanwezigheid van een geschikte nestplaats voor kerkuil is uitgesloten, maar de schuur kan wel functioneren als rustplaats. territorium van steenuil. • De schuur is via openingen in het dak en ter hoogte van de dakgoot/eerste De schuur kan rij dakplaten toegankelijk voor huismus, zie Figuur 6 t/m Figuur 8. functioneren als Aanwezigheid van nestplaatsen is niet uitgesloten.

De omgeving, nestplaats. De houtige waaronder de houtige opstanden kunnen onderdeel uitmaken van het gewassen (en de essentiële foerageergebied. • De gierzwaluw, een typische gebouwbewonende broedvogel, is gebonden omgeving) vormen mogelijk essentieel aan het stedelijke gebied waar in kolonies gebroed wordt bestaande uit gemiddeld 10 tot 15 nestplaatsen. Binnen het stedelijk gebied worden foerageergebied van de nestplaatsen gevonden op het dakbeschot van woningen. Naast dat de steenuil. schuur geen geschikte nestplaatsen heeft (dakbeschot ontbreekt, zie Figuur 6), is in het buitengebied ook onvoldoende ruimte aanwezig voor een De kerkuil verblijft kolonie gierzwaluwen; aanwezigheid is uitgesloten. • In de houtige opstanden zijn geen (potentiële) jaarrond beschermde nesten (rustplaats) mogelijk binnen projectgebied. De aangetroffen; aanwezigheid is uitgesloten. • De schuur van Bloemendallaan 77 bestaat uit verharding waar relatief houtige opstanden weinig voedsel te vinden is. Hierop gelet is het uitgesloten dat dit essentieel vormen mogelijk samen foerageergebied vormt. De houtige opstanden vormen daarentegen wel met de rest van het groen onderdeel van geschikte foerageergebied waar broedvogels zoals van fase 2b essentieel roofvogels en uilen kunnen foerageren. De mogelijk voorkomende roofvogels en kerkuil hebben echter een relatief groot foerageergebied (>60 foerageergebied.

hectare). Gelet op het ontbreken van nestplaatsen binnen het projectgebied en de directe omgeving is het uitgesloten dat het projectgebied een essentiële functie als foerageergebied heeft. Gelet op de mogelijke rustplaats van kerkuil in de schuur is het niet uitgesloten dat het ontwikkelingsgebied van fase 2, waarbinnen het onderzoeksgebied ligt, essentieel foerageergebied vormt. De steenuil is gebonden aan de directe omgeving van de nestplaats. Het is niet uitgesloten dat de houtige gewassen een essentieel onderdeel vormen van het foerageergebied van steenuil.

15

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-6078:2.0 - Datum: 7 december 2023 - Confidential

AANVULLENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING EN AANBEVELING FAUNAPASSAGE TRAMMELANTBEEK

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat

Conclusie

Figuur 7 Uitwerpselen in schuur, mogelijk van steenuil of kerkuil

Figuur 8 Opening in dak (zie rode pijl) waardoor binnenzijde schuur bereikbaar is voor vogels

16

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-6078:2.0 - Datum: 7 december 2023 - Confidential

AANVULLENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING EN AANBEVELING FAUNAPASSAGE TRAMMELANTBEEK

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat

Conclusie

Figuur 9 Via eerste rij dakplaten (zie rode pijl) is het voor bijvoorbeeld huismus mogelijk om op de isolatieplaten te nestelen, zie ook Figuur 8

Figuur 10 Isolatieplaten ter hoogte van de dakgoot (zie rode pijl) kunnen ook via binnenzijde bereikt worden door broedvogels, zoals huismus en steenuil, waar genesteld kan worden Grondgebonden zoogdieren

Bureauonderzoek In de omgeving van het projectgebied zijn grondgebonden zoogdieren aanwezig zoals boommarter, bosmuis, bunzing, das, eekhoorn, egel, haas, huisspitsmuis, konijn, ree, rosse woelmuis, steenmarter en vos (NDFF). Het projectgebied ligt ook binnen het verspreidingsgebied van aardmuis, huismuis, dwergspitsmuis, veldmuis en wezel (verspreidingsatlas.nl). Aanwezigheid van andere grondgebonden zoogdieren is op basis van de bureaustudie uitgesloten.

Grondgebonden zoogdieren komen (mogelijk) voor binnen het projectgebied.

De schuur van Bloemendallaan 77 functioneert mogelijk als verblijfplaats van Veldbezoek marterachtigen zoals Tijdens het veldbezoek is een haas waargenomen op het braakliggende terrein steenmarter en in de omgeving van de schuur van Bloemendallaan 77. In de schuur zijn boommarter. uitwerpselen van vermoedelijk steenmarter aangetroffen, zie Figuur 9 en Figuur 10. Ter hoogte van de houtige opstanden zijn enkele muizenholen 17

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-6078:2.0 - Datum: 7 december 2023 - Confidential

AANVULLENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING EN AANBEVELING FAUNAPASSAGE TRAMMELANTBEEK

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat

Conclusie

aangetroffen. Wat betreft grondgebonden zoogdieren is het volgende vastgesteld: • De schuur vormt een potentiële verblijfplaats van steenmarter en boommarter. Verblijft kan worden op de isolatieplaten ter hoogte van de dakgoot, zie ook Figuur 10. • De wezel is gevoelig voor predatoren zoals kat en steenmarter. Tijdens het veldbezoek zijn in de directe omgeving diverse katten gezien. Volgens de bewoners zitten deze ook vaak in de schuur. Daarnaast is de schuur niet meer in gebruik door vee waardoor muisachtigen (prooidier wezel) hier weinig tot geen voedsel kunnen vinden. Potentiële prooidieren zoals muisachtigen zullen daarom minimaal aanwezig zijn. Gelet op deze bevindingen is het uitgesloten dat de schuur functioneert als verblijfplaats en foerageergebied van wezel. • Binnen de schuur is aanwezigheid van muisachtigen zoals huismuis en huisspitsmuis is niet uitgesloten. • Grondgebonden zoogdieren zoals bosmuis, bunzing, das, eekhoorn, egel, haas, konijn, das, ree en vos verblijven niet in gebouwen. Daarnaast is schuur ontoegankelijk (kunnen in vergelijking tot steenmarter en boommarter niet klimmen) voor deze soorten; aanwezigheid is uitgesloten. • De houtige opstanden zorgen voor dekkingsmogelijkheden waar grondgebonden zoogdieren zoals wezel, bunzing, steenmarter, boommarter, konijn, haas, muisachtigen en eekhoorn kunnen foerageren.

• De muizenholen ter hoogte van de houtige opstanden kunnen naast een verblijfplaats van muizensoorten, zoals rosse woelmuis en aardmuis, ook functioneren als verblijfplaats van wezel. • Relatief grote verblijfplaatsen van konijn, bunzing en das zijn niet aangetroffen en aanwezigheid is uitgesloten. • Van de das zijn ook bij eerdere veldbezoeken in de omgeving voor de ontwikkeling fase 2b geen verblijfplaatsen en andere sporen (bijvoorbeeld wissels, mestputjes en graafsporen) aangetroffen. Aanwezigheid van essentieel leefgebied ter hoogte van het projectgebied is uitgesloten. • De reeds aangelegde groenstructuren binnen fase 2a sluiten aan op de houtige opstanden van het projectgebied. Het is daarom niet uitgesloten dat het projectgebied een essentiële functie als foerageergebied en verbinding tussen leefgebieden heeft van grondgebonden zoogdieren zoals boommarter, bunzing, steenmarter, wezel, konijn, haas. • Binnen de houtige opstanden zijn geen (potentiële) verblijfplaatsen van eekhoorn aangetroffen; aanwezigheid is uitgesloten. De houtige opstanden vormen geen verbinding tussen houtige opstanden (leefgebied) waardoor een essentiële rol als verbinding tussen leefgebieden van eekhoorn uitgesloten is. Wel kunnen de houtige opstanden onderdeel uitmaken van het essentiële foerageergebied.

In de houtige opstanden kan verblijft worden door soorten zoals rosse woelmuis, aardmuis en wezel. Daarnaast kunnen houtige optanden functioneren als essentieel foerageergebied en/of verbinding tussen leefgebieden van soorten zoals boommarter, bunzing, steenmarter, wezel, konijn, haas en eekhoorn.

Figuur 11 Uitwerpsel van vermoedelijk steenmarter 18

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-6078:2.0 - Datum: 7 december 2023 - Confidential

AANVULLENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING EN AANBEVELING FAUNAPASSAGE TRAMMELANTBEEK

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat

Conclusie

Figuur 12 Uitwerpselen van vermoedelijk steenmarter Vleermuizen

Bureauonderzoek In de omgeving van het projectgebied zijn waarnemingen bekend van gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis (NDFF). Het projectgebied ligt ook binnen het verspreidingsgebied van franjestaart, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en watervleermuis (verspreidingsatlas).

De schuur kan functioneren als verblijfplaats van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, gewone grootoorvleermuis en franjestaart. Daarnaast kan de schuur ook functioneren als hangplek (onderdeel foerageergebied) van gewone grootoorvleermuis.

Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn vleermuizen en/of sporen waargenomen. Wat betreft vleermuizen is het volgende vastgesteld: • De schuur heeft geen spouwruimte en ook geen dakbeschot. Wel zijn enkele isolatieplaten aanwezig. Bij het merendeel van de isolatieplaten tocht het door en zijn vleermuizen kwetsbaar voor predatie. Aanwezigheid van geschikte wegkruipruimtes is echter niet volledig uitgesloten, zie ook Figuur 11. Ook zijn ter hoogte van het overstek openingen aanwezig (zie Figuur 12) waardoor aanwezigheid van geschikte wegkruipruimtes niet Het projectgebied heeft uitgesloten kan worden. Door het ontbreken van een spouw en dakbeschot geen andere mogelijke gaat het om relatief kleine verblijfsmogelijkheden. Aanwezigheid van en essentiële functie. kraamverblijfplaats is dan ook niet te verwachten maar kan niet volledig uitgesloten worden. Aanwezigheid van zomer- en paarverblijfplaatsen is wel aannemelijk. Gelet op dat oppervlakkigheid van de verblijfsmogelijkheden zijn vorstvrije ruimte niet aanwezig; aanwezigheid van winterverblijfplaatsen is niet aannemelijk. Bij zachte winters kan hier mogelijk wel door één of enkele individuen verblijft worden. Het gaat om gebouwbewonende vleermuissoorten zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, gewone grootoorvleermuis en franjestaart.

• Vleermuizen foerageren voornamelijk ter hoogte van opgaande groenstructuren en oppervlaktewater. Gelet op opgaande groenstructuren en oppervlaktewateren in de omgeving, is het uitgesloten dat het projectgebied een essentiële functie als foerageergebied heeft. • De gewone grootoorvleermuis gebruikt tijdens het foerageren hangplekken waar het voedsel gegeten wordt. Hiervoor worden vaak gebouwen gebruikt. Gelet op de toegankelijkheid via het dak is het niet uitgesloten dat het schuur een essentiële functie als hangplek heeft. • De schuur kan gebruikt wordt als lijnvormige element waarlangs gevlogen wordt. Gelet op de vastgestelde vliegroutes in de omgeving (Arcadis, 2022) is het uitgesloten dat het projectgebied een essentiële functie als vliegroute heeft. • De houtige opstanden kunnen gebruikt worden als lijnvormige element waarlangs gevlogen wordt. De houtige opstanden, ter hoogte van Bloemendallaan 77, vormen geen verbinding tussen groenstructuren of 19

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-6078:2.0 - Datum: 7 december 2023 - Confidential

AANVULLENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING EN AANBEVELING FAUNAPASSAGE TRAMMELANTBEEK

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat

•

Conclusie

andere potentiële vliegroutes en/of foerageergebied zoals watergangen, zie figuur 15 De houtige opstanden ter hoogte van Wethouder Rebellaan 24/7 vormt wel een verbinding tussen groenstructuren aan weerszijden van het projectgebied. Hier zijn echter ook andere opgaande structuren zoals houtsingels en gebouwen aanwezig die gebruikt kunnen worden als vliegroute, zie figuur 16. De potentiële vliegroute ter hoogte van het projectgebied vormt daarom geen essentiële verbinding voor vleermuizen. De houtige opstanden binnen het projectgebied kunnen gebruikt worden als foerageergebied. In de omgeving zijn verschillende potentiële foerageergebieden aanwezig zoals de relatief groene tuinen ten oosten van Bloemendallaan en het bos ten zuidwesten van het projectgebied. Gelet op deze alternatieve foerageermogelijkheden in de omgeving is het uitgesloten dat de houtige opstanden binnen het projectgebied een essentiële functie als foerageergebied hebben.

Figuur 13 Spleetvormige ruimtes ter hoogte van dakgoot/isolatieplaat vormen mogelijk toegang tot een verblijfplaats van vleermuizen

Figuur 14 Spleetvormige ruimtes ter hoogte van het overstek (zie rode pijl) vormen mogelijk toegang tot een verblijfplaats van vleermuizen

20

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-6078:2.0 - Datum: 7 december 2023 - Confidential

AANVULLENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING EN AANBEVELING FAUNAPASSAGE TRAMMELANTBEEK

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat

Conclusie

Figuur 15. Luchtfoto met houtige opstanden ter hoogte van Bloemendallaan 77 die binnen het ontwikkelingsgebied liggen (rood omkaderd) met potentiële vliegroutes die geraakt worden (gele pijl) maar geen essentiële verbinding vormen tussen leefgebieden

Figuur 16. Luchtfoto met houtige opstand ter hoogte van Wethouder Rebellaan 24/7 die binnen het ontwikkelingsgebied ligt (rood omkaderd) met potentiële vliegroutes die geraakt worden (gele pijl) en potentiële vliegroutes die niet geraakt worden (groene pijl) Reptielen

Bureauonderzoek: In de omgeving van het projectgebied zijn waarnemingen bekend van hazelworm, muurhagedis (niet wild) en levendbarende hagedis (NDFF). Het projectgebied ligt ook binnen het verspreidingsgebied van ringslang (verspreidingsatlas.nl). Veldbezoek: Tijdens het veldbezoek zijn geen reptielen en/of sporen waargenomen. Wat betreft reptielen is het volgende vastgesteld: • De muurhagedis is een soort van warme, stenige plekken, zoals rotswanden en stadsmuren. Hoewel projectgebied voornamelijk uit verharding bestaat ligt het perceel, door het opgaand groen in de omgeving,

21

Hazelworm, levendbarende hagedis en ringslang kunnen incidenteel voorkomen. Aanwezigheid van essentieel leefgebied is uitgesloten.

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-6078:2.0 - Datum: 7 december 2023 - Confidential

AANVULLENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING EN AANBEVELING FAUNAPASSAGE TRAMMELANTBEEK

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat

•

•

Conclusie

geïsoleerd ten opzichte van het stedelijke gebied en waar ook waarnemingen bekend zijn. Hierop gelet is aanwezigheid van muurhagedis uitgesloten. De schuur van Bloemendallaan 77 en de directe omgeving bestaat uit verharding. Hier vinden reptielen weinig tot geen dekking en zijn gevoelig voor predatoren zoals kat en steenmarter. Aanwezigheid van essentieel leefgebied van hazelworm, levendbarende hagedis en ringslang is uitgesloten. De houtige opstanden vormen dekkingsmogelijkheden voor hazelworm, levendbarende hagedis en ringslang. Het projectgebied wordt echter omgeven door stedelijke omgeving van Barneveld en akkerlanden. Binnen het stedelijk gebied zijn reptielen kwetsbaar voor verstoring door verkeer, wandelaars met honden etc. Binnen het akkerland is weinig tot geen dekking aanwezig waardoor reptielen kwetsbaar zijn voor predatie. Hierop gelet vormen de houtige opstanden geen essentieel leefgebied van reptielen. Incidenteel voorkomen is niet uitgesloten.

Amfibieën

Bureauonderzoek In de omgeving van het projectgebied zijn waarnemingen bekend van bastaardkikker, bruine kikker, kleine watersalamander en poelkikker (NDFF). Het projectgebied ligt ook binnen het verspreidingsgebied van heikikker en rugstreeppad (verspreidingsatlas.nl).

Het projectgebied heeft geen essentiële functie voor amfibieën. Incidenteel voorkomen van bastaardkikker, Veldbezoek bruine kikker, kleine Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën en/of sporen waargenomen. Wat watersalamander, betreft amfibieën is het volgende vastgesteld: poelkikker, heikikker en • De schuur van Bloemendallaan 77 en de directe omgeving bestaat rugstreeppad is niet verharding. Amfibieën zijn gebonden aan oppervlaktewater, groenstructuren uitgesloten. en andere natuurlijke elementen. Aanwezigheid van essentieel leefgebied binnen het projectgebied is daarom uitgesloten. Gelet op het braakliggende terrein, houtsingels is incidenteel voorkomen van algemeen voorkomende amfibieën, zoals gewone pad en bruine kikker, niet uitgesloten. • De houtige opstanden vormen dekkingsmogelijkheden voor amfibieën zoals bastaardkikker, bruine kikker, kleine watersalamander, poelkikker, heikikker en rugstreeppad. In de directe omgeving zijn geen oppervlaktewateren aanwezig, waar amfibieën aan gebonden zijn voor hun voortplanting. Het dichtstbijzijnde oppervlaktewater ligt op ruim 100 meter ten westen het projectgebied. Dit oppervlaktewater is vishoudend en met de realisatie van fase 2 ingericht en daarom relatief nieuw. Amfibieënsoorten zoals poelkikker, heikikker en rugstreeppad zijn relatief kritisch wat betreft voortplantingswater.

Voorplanting vindt meestal plaats in ondiepe nietvishoudende wateren. Aanwezigheid van deze amfibieënsoorten wordt daarom niet aangenomen. Tussen het oppervlaktewater en de houtige opstand zijn voornamelijk akkers aanwezig. In de directe omgeving van het oppervlaktewater zijn takkenrillen geplaatst ten gunste van de lokale biodiversiteit. Gelet op de diverse verblijfsmogelijkheden in de omgeving van het oppervlaktewater is het uitgesloten dat de houtige opstanden binnen het projectgebied een essentiële functie als verblijfplaats vormen. Incidenteel voorkomen van amfibieën is niet uitgesloten.

Vissen

Bureauonderzoek Binnen het projectgebied en de omgeving zijn geen waarnemingen van beschermde vissen bekend (NDFF). Het projectgebied ligt niet binnen het verspreidingsgebied van beschermde vissen (verspreidingsatlas.nl).

Vissen komen niet voor.

Veldbezoek Het projectgebied bestaat uit een schuur en houtige opstanden. Binnen het projectgebied is geen oppervlaktewater aanwezig; aanwezigheid van vissen is uitgesloten.

22

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-6078:2.0 - Datum: 7 december 2023 - Confidential

AANVULLENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING EN AANBEVELING FAUNAPASSAGE TRAMMELANTBEEK

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten / geschiktheid habitat

Conclusie

Ongewervelden

Bureauonderzoek In de omgeving van het projectgebied is aanwezigheid van grote vos vastgesteld (NDFF). Het projectgebied ligt ook binnen het verspreidingsgebied van teunisbloempijlstaart, gevlekte witsnuitlibel en platte schijfhoren (verspreidingsatlas.nl).

Het projectgebied heeft geen essentiële functie voor beschermde ongewervelden. Incidenteel voorkomen van grote vos, teunisbloempijlstaart en gevlekte witsnuitlibel is niet uitgesloten.

Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde ongewervelden waargenomen. Wat betreft beschermde ongewervelden is het volgende vastgesteld: • Het projectgebied bestaat uit een schuur en houtige opstanden. Mogelijk voorkomende ongewervelden (zie bureauonderzoek) zijn gebonden aan oppervlaktewater of kruidenrijke graslanden. Aanwezigheid van essentieel leefgebied binnen her projectgebied is daarom uitgesloten. • Gelet op het vlieggedrag van grote vos, teunisbloempijlstaart en gevlekte witsnuitlibel, is incidenteel voorkomen niet uitgesloten.

5.3

Effectenanalyse

In Tabel 2 is per soortgroep voor de (mogelijk) aanwezige soorten, op basis van de conclusie in de vorige paragraaf, een beschrijving gegeven van mogelijke effecten als gevolg van het voornemen zoals beschreven in hoofdstuk 2.2. Tabel 2 Mogelijke effecten per soortgroep als gevolg van werkzaamheden Soortgroep

Mogelijke effecten:

Toetsing vereist?

Planten

Werkzaamheden ter hoogte van de houtige opstanden leiden mogelijk tot aantasting van groeiplaatsen en individuen van stijve wolfsmelk en glad biggenkruid.

Ja

Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode)

• • •

Broedvogels (nest jaarrond beschermd)

•

•

Grondgebonden zoogdieren

• •

Vleermuizen

• •

23

Het slopen van de schuur gedurende de broedperiode leidt mogelijk tot aantasting en Ja verstoring van de nestplaats en verwonding en/of sterfte van het broedsel van broedvogels zoals boerenzwaluw, spreeuw en houtduif. Het verwijderen van de houtige opstanden gedurende de broedperiode leidt mogelijk tot aantasting en verstoring van nestplaatsen en verwonding en/of sterfte van het broedsel van broedvogels zoals houtduif, ekster en gaai. In de omgeving zijn relatief groene tuinen (bijvoorbeeld ten oosten van de Bloemendallaan) aanwezig waar ook genesteld kan worden. Effecten door afname van nestmogelijkheden zijn daarom te verwaarlozen. Het slopen van de schuur (potentiële nestplaats steenuil en huismus) gedurende de Ja broedperiode leidt mogelijk tot aantasting en verstoring van de nestplaats en verwonding en/of sterfte van het broedsel. Jaarrond kan dit leiden tot verstoring en aantasting van rustplaatsen van steenuil en kerkuil. Het verwijderen van de houtige opstanden leidt niet tot aantasting van jaarrond beschermde nesten. Wel vormt de houtige opstand mogelijk onderdeel van het essentiële leefgebied van steenuil en kerkuil waarvan de verblijfplaats mogelijk in de schuur van Bloemendallaan 77 aanwezig is. Aantasting van foerageergebied leidt mogelijk tot het verlaten van verblijfplaatsen.

Het slopen van de schuur van Bloemendallaan 77 leidt mogelijk tot aantasting en verstoring Ja van een verblijfplaats- en verwonding en/of sterfte van steenmarter, boommarter en muisachtigen. Het verwijderen van de houtige opstanden leidt mogelijk tot; aantasting van verblijfplaatsen van muisachtigen en wezel; aantasting van foerageergebied van grondgebonden zoogdieren zoals wezel, bunzing; steenmarter, boommarter, konijn, haas, muisachtigen en eekhoorn. Het slopen van de schuur leidt mogelijk tot aantasting en verstoring van een verblijfplaatsJa en verwonding en/of sterfte van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en franjestaart. Het verwijderen van de houtige opstanden leidt mogelijk tot een afname van foerageermogelijkheden. Gelet op de diverse foerageermogelijkheden in de omgeving is

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-6078:2.0 - Datum: 7 december 2023 - Confidential

AANVULLENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING EN AANBEVELING FAUNAPASSAGE TRAMMELANTBEEK

Soortgroep

Mogelijke effecten:

•

Toetsing vereist?

echter geen sprake van essentieel foerageergebied; negatieve effecten op foerageergebied zijn te verwaarlozen. De houtige opstand ter hoogte van Wethouder Rebellaan 24/7 vormt mogelijk een vliegroute. Op basis van de bevindingen is geconcludeerd dat in de omgeving diverse lijnvormige elementen aanwezig zijn die ook gebruikt kunnen worden als vliegroute; aanwezigheid van een essentiële vliegroute is daarom uitgesloten en negatieve effecten zijn te verwaarlozen.

Reptielen

Hazelworm, levendbarende hagedis en ringslang kunnen incidenteel voorkomen. Essentieel leefgebied is niet aanwezig. Negatieve effecten op incidenteel voorkomen individuen zijn te verwaarlozen.

Nee

Amfibieën

Bastaardkikker, bruine kikker, kleine watersalamander, poelkikker, heikikker en rugstreeppad kunnen incidenteel voorkomen. Essentieel leefgebied is niet aanwezig. Negatieve effecten op incidenteel voorkomen individuen zijn te verwaarlozen.

Nee

Vissen

N.v.t.

Nee

Ongewervelden

Grote vos, teunisbloempijlstaart en gevlekte witsnuitlibel kunnen incidenteel voorkomen. Essentieel leefgebied is niet aanwezig. Negatieve effecten op incidenteel voorkomende individuen zijn te verwaarlozen.

Nee

5.4

Toetsing

Op basis van de effectbeschrijving is geconcludeerd dat negatieve effecten op beschermde planten, broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode), vleermuizen, grondgebonden zoogdieren en amfibieën niet uitgesloten zijn. Daarom gaat de toetsing verder in op deze soortgroepen.

5.4.1

Beschermingscategorieën relevante soorten

In Tabel 3 is per soort/soortgroep opgenomen tot welke beschermingscategorie deze behoort. Binnen de provincie Gelderland geldt een vrijstelling voor de binnen het projectgebied algemeen voorkomende soorten zoals huismuis en huisspitsmuis, zie Bijlage A. Deze zijn hieronder daarom niet meegenomen. Voor deze soorten geldt de zorgplicht, zie verder in H 5.5.1. Tabel 3 Beschermingscategorie van de relevante soorten Beschermingscategorie Soort/ soortgroep Vogelrichtlijnsoorten

Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode): O.a. boerenzwaluw, houtduif en spreeuw. Broedvogels (nest jaarrond beschermd): Huismus, steenuil en kerkuil.

Habitatrichtlijnsoorten

Vleermuizen: Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, meervleermuis en franjestaart.

Andere soorten (niet vrijgesteld)

Planten: Stijve wolfsmelk, glad biggenkruid Grondgebonden zoogdieren: Wezel, boommarter, steenmarter

5.4.2

Overtreding verbodsbepalingen

In de onderstaande tabellen is per soort(groep) op basis van de effectbeschrijving in de vorige paragraaf aangegeven welke verbodsbepalingen van de Wnb kunnen worden overtreden als gevolg van de werkzaamheden. Daarbij is geen rekening gehouden met eventueel mogelijke mitigerende maatregelen. Op basis van de uitkomst van deze toetsing is bepaald of en zo ja, welke mitigerende maatregelen nodig zijn. Deze zijn beschreven in de volgende paragraaf. Voor algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren (zoals muisachtigen, haas en egel) en amfibieën (zoals bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander) geldt binnen de provincie Gelderland een algehele vrijstelling. Deze soorten worden daarom niet meegenomen in de navolgende tabellen. 24

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-6078:2.0 - Datum: 7 december 2023 - Confidential

AANVULLENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING EN AANBEVELING FAUNAPASSAGE TRAMMELANTBEEK

Tabel 4 Mogelijke overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 3.1 ten aanzien van soort(groep)en van de Vogelrichtlijn Soort(groep) Lid 1 Lid 2 Lid 3 Lid 4 Als gevolg van Broedvogels (nest beschermd gedurende X X Slopen schuur en/of verwijderen houtige broedperiode) zoals boerenzwaluw, opstanden houtduif, spreeuw, ekster en gaai. Broedvogels (nest jaarrond beschermd) X X X Slopen schuur Huismus, kerkuil en steenuil Het is verboden om: Lid 1: te doden of te vangen; Lid 2: opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; Lid 3: eieren te rapen en deze onder zich te hebben; Lid 4: opzettelijk te verstoren; verstoring toegestaan indien niet van wezenlijke invloed op de staat van instandhouding. Lid 5: Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Art. 3.1: Lid 3 is niet van toepassing omdat de werkzaamheden niet gericht zijn op het rapen van eieren. Lid 4 Is normaliter niet van toepassing omdat de werkzaamheden mogelijk van invloed zijn op één enkel broedgeval. Broedvogels zoals huismus, steenuil en kerkuil zijn wat betreft nest- en rustplaats honkvast.

Gelet op het cumulatief effect van de ontwikkeling binnen Bloemendal kan sprake zijn van een negatief effect op de gunstige staat van de lokale populatie. Is niet van toepassing op soorten die minder honkvast zijn en dus flexibeler wat betreft nestplaats.

Tabel 5 Mogelijke overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 3.5 ten aanzien van soort(groep)en van de Habitatrichtlijn Soort(groep) Lid 1|5 Lid 2 Lid 3 Lid 4 Als gevolg van Vleermuizen X X X Slopen schuur Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en franjestaart Het is verboden om: Lid 1: opzettelijk te doden of te vangen; Lid 2: opzettelijk te verstoren; Lid 3: eieren van dieren opzettelijk te vernielen of te rapen; Lid 4: voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; Lid 5: opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Art. 3.5: Lid 3 is niet van toepassing omdat werkzaamheden vleermuizen, waar deze toetsing op van toepassing is, zich levendbarend voortplanten.

Tabel 6 Mogelijke overtreding van de verbodsbepalingen van artikel 3.10 lid 1 ten aanzien van andere soorten Soort(groep) a b c Als gevolg van Planten X Verwijderen houtige opstanden Stijve wolfsmelk en glad biggenkruid Grondgebonden X X Verwijderen schuur zoogdieren Steenmarter en boommarter Grondgebonden X X Verwijderen houtige opstanden zoogdieren Wezel Het is verboden om: a: opzettelijk te doden of te vangen; b: vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen c: opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen Art. 3.5: Lid a en b is alleen van toepassing is op grondgebonden zoogdieren Lid c is alleen van toepassing is op planten.

25

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-6078:2.0 - Datum: 7 december 2023 - Confidential

AANVULLENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING EN AANBEVELING FAUNAPASSAGE TRAMMELANTBEEK

5.5

Vervolgstappen

5.5.1

Mitigerende maatregelen

In het kader van de Wnb dient rekening gehouden te worden met (mogelijk) voorkomende (beschermde) soorten. Daarnaast dient ook rekening gehouden te worden met de zorgplicht, die ook van toepassing is op niet-beschermde soorten. Op voorhand dienen mitigerende maatregelen getroffen te worden om (mogelijk) negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden te voorkomen: •

•

•

•

Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode): - Voer werkzaamheden uit buiten de broedperiode (maart t/m augustus, dit kan door weersveranderingen en andere factoren verschuiven). - Indien binnen broedperiode gewerkt wordt: o Verwijder potentiële nestplaatsen voor aanvang van de broedperiode door opgaand groen en gebouwen te verwijderen. o Broedvogelinspectie: Voor aanvang van de werkzaamheden wordt door een deskundig ecoloog gecontroleerd of nestplaatsen aanwezig en in gebruik zijn. Indien aanwezig kunnen werkzaamheden ter hoogte van de nestplaats pas starten na de broedperiode. Exacte maatregelen worden nader bepaald. - Van april t/m september dienen zandhopen met een talud van 1:1 of steiler voorkomen te worden (potentiële nestplaats oeverzwaluw). Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën (zorgplicht): - Voer de werkzaamheden rustig uit en in één richting van de openbare weg af. Op deze manier zijn dieren in de gelegenheid om te vluchten naar andere leefgebieden en worden ze niet de weg op gejaagd, waardoor aanrijding met verkeer wordt voorkomen. - Indien een soort wordt aangetroffen en niet op eigen kracht het werkterrein kan verlaten, wordt contact opgenomen met een deskundig ecoloog die de noodzakelijk vervolgstappen bepaald.

Vleermuizen (maatregelen tegen verstoring): - Voorkom gedurende realisatiefase het gebruik van kunstverlichting richting de houtsingels. - Gedurende de gebruiksfase dient voorkomen te worden dat straatverlichting de boomkronen van de houtsingel beschijnt. Rugstreeppad (maatregelen tegen ongewenste vestiging): - Voorkom braakliggend terrein met mul zand. - Voorkom binnen het gehele projectgebied plasvorming gedurende de voortplantingsperiode rugstreeppad (april t/m juli).

5.5.2

Aanvullend soortgericht onderzoek

Mitigerende maatregelen zijn onvoldoende toereikend om mogelijke negatieve effecten op een aantal beschermde soorten te voorkomen. Aanvullend soortgericht onderzoek dient uit wijzen of van deze beschermde soorten essentiële functies aanwezig zijn. In Tabel 7 zijn de relevante soort(groep)en opgenomen en de specificaties van de onderzoeksinspanning. Indien op basis van dit soortgericht onderzoek aanwezigheid is vastgesteld dient beoordeeld te worden of negatieve effecten, als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling, plaatsvinden en of dit in conflict met de verbodsbepalingen van de Wnb is.

26

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-6078:2.0 - Datum: 7 december 2023 - Confidential

AANVULLENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING EN AANBEVELING FAUNAPASSAGE TRAMMELANTBEEK

Tabel 7 Specificatie van het aanvullend soortgericht onderzoek Soortgroep Soort Onderzoek uitvoeren conform Planten

Stijve wolfsmelk en glad biggenkruid

Geen protocol

Broedvogels (nest jaarrond beschermd)

Huismus

Kennisdocument Huismus

Onderzoeksinspanning: • • • • • • •

Steenuil en kerkuil

Optie 2 is conform Kennisdocument steenuil

Onderzoek uitvoeren gedurende bloeiperiode Bloeiperiode stijve wolfsmelk: juli/ augustus Bloeiperiode glad biggenkruid: juli t/m oktober Twee veldbezoeken gedurende bloeiperiode: Eén veldbezoek in juli en één veldbezoek in augustus. Eén onderzoeker Twee veldbezoeken in de optimale periode; 1 april tot en met 15 mei. Eén onderzoeker

Twee opties mogelijk: Optie 1: Op basis van bestaande onderzoeksgegevens ervan uitgaan dat het projectgebied functioneert als nest- en rustplaats van steenuil. In dit geval zijn de werkzaamheden ontheffingsplichtig en dienen maatregelen getroffen te worden. Aanvullende inspecties (2 veldbezoeken) voor kerkuil zijn alsnog aan de orde. Optie 2: Tijdens veldbezoek zijn geen kenmerkende sporen zoals braakballen aangetroffen. Het is daarom mogelijk dat het schuur niet in gebruik is als nest- en rustplaats. In dat geval hoeft voor steenuil geen ontheffing aangevraagd te worden. Aanwezigheid vaststellen, dan wel uitsluiten: • Drie gerichte veldbezoeken in de periode van 1 februari tot en met 30 april -waarbij er minimaal 1 maand zit tussen het eerste en het laatste veldbezoek. • Baltsroep steenuil afspelen • Eén onderzoeker • Tijdens dit onderzoek ook letten op aanwezigheid kerkuil.

Grondgebonden zoogdieren

Boommarter, steenmarter en wezel

Optie 2 is conform Handreiking kleine marters in relatie tot soortenbescherming (Provincie NoordBrabant, 2017)

Drie opties mogelijk: Optie 1: Op basis van de bestaande QuickScan (aanwezigheid uitwerpselen) ervanuit gaan dat het projectgebied functioneert als verblijfplaats van steenmarter en boommarter. In dit geval zijn de werkzaamheden ontheffingsplichtig en dienen maatregelen getroffen te worden. Optie 2: Gelet op de uitwerpselen in de schuur wordt aanwezigheid van steenmarter of boommarter verwacht. Het is echter niet volledig uitgesloten dat het om een andere soort gaat. Aanvullend onderzoek kan dit uitwijzen. Dit is ook van toepassing op houtige opstanden waar wezel kan verblijven. Het marteronderzoek kan alleen aanwezigheid van individuen vaststellen. De onderzoeksinspanning ziet er als volgt uit: • Drie veldbezoeken; maart t/m augustus, gericht op het plaatsen in controleren onderzoeksmaterialen. • Onderzoeksmaterialen: Wildcamera. Naar verwachting 3 wildcamera´s. • Eén onderzoeker. Optie 3 (Arcadis 2020): • Als alternatief op soortgericht onderzoek kan, in verband met de planning, ook een worst case-scenario toegepast

27

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-6078:2.0 - Datum: 7 december 2023 - Confidential

AANVULLENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING EN AANBEVELING FAUNAPASSAGE TRAMMELANTBEEK

Soortgroep

Soort

Onderzoek uitvoeren conform

Onderzoeksinspanning: kan worden (zoals in Bloemendal fase 1). Hierbij wordt ervan uit gegaan dat - na akkoord van het bevoegd gezag - uitgangspunten toegepast moeten worden: Er moet een weergave worden gegeven van de hoeveelheid potentieel geschikt leefgebied. In de maatregelen zou er ten opzichte van de bestaande situatie sprake moeten zijn van een ecologische plus. Hiervoor kunnen verbeteringsmaatregelen voor worden toegepast zoals het plaatsen van takkenrillen, steenmarterkasten (alternatieve verblijfsruimte) in behouden groenstructuren waar rust gevonden wordt en/of aanbieden van houtwallen met zogenaamde kamer die groot genoeg zijn voor steenmarter en boommarter. Het is van belang is om leefgebieden met elkaar te verbinden of dit te behouden om versnippering tegen te gaan.

Vleermuizen

Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, gewone grootoorvleermuis en franjestaart.

Vleermuisprotocol 2021 (NGB, 2021)

•

•

28

Zeven veldbezoeken; mei t/m september, gericht op aanwezigheid van zomer-, kraam- en paarverblijfplaatsen. Tijdens dit onderzoek wordt ook gelet op aanwezigheid van vliegroutes en foerageergebieden. 4 veldbezoeken (2x ochtend en 2x avond): 15 mei t/m 15 juli 3 veldbezoeken (2x avond en 1x middernacht): 15 augustus t/m september. Let op meervleermuis! Eén onderzoeker.

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-6078:2.0 - Datum: 7 december 2023 - Confidential

AANVULLENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING EN AANBEVELING FAUNAPASSAGE TRAMMELANTBEEK

6

Conclusie

6.1

Beschermde gebieden; Natura 2000

Mogelijke negatieve effecten als gevolg van een toename van stikstof dient onderzocht te worden aan de hand van een Aerius-berekening. Indien uit deze berekening blijkt dat negatieve effecten als gevolg van stikstof niet plaatsvinden zijn verdere vervolgstappen niet aan de orde. Indien wel sprake is van een toename van stikstofdepositie als gevolg van het project dan zullen maatregelen bepaald moet worden om emissie te reduceren. Negatieve effecten als gevolg van ruimtebeslag, verstoring door licht, geluid en trillingen en vervuiling door oppervlaktewater zijn uitgesloten.

6.2

Beschermde gebieden; Gelders Natuurnetwerk & Groene ontwikkelingszone

Op basis van de effectenanalyse is geconcludeerd dat voorgenomen ingreep geen effect heeft op GO- en GNNgebied. Vervolgstappen zijn niet aan de orde.

6.3

Beschermde soorten

Het projectgebied vormt een potentieel leefgebied van beschermde soorten. Het gaat om soorten binnen de soortgroepen planten, broedvogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen, zie H 5.2. Voor een aantal soort(groep)en dienen mitigerende maatregelen getroffen te worden om conflict met één of meerdere verbodsbepalingen te voorkomen, zie H 5.5.1. Actuele onderzoeksgegevens (Arcadis, 2022 en voorliggende QuickScan) geven onvoldoende inzicht in het wel of niet voorkomen van beschermde soorten. Aanvullend onderzoek (zie H 5.5.2) dient aanwezigheid van beschermde soorten vast te stellen, dan wel uit te sluiten. Negatieve effecten op een essentiële functie leidt naar verwachting tot conflict met één of meerdere verbodsbepaling van de Wnb. Indien sprake is van een conflict zijn de werkzaamheden ontheffingsplichtig. Let op: • De mitigerende maatregelen (zie H 5.5.1) geven een eerste inzicht in de maatregelen die getroffen dienen te worden om conflict met verbodsbepalingen van de Wnb te voorkomen. Indien van de mitigerende maatregelen afgeweken wordt vindt mogelijk conflict plaats met één of meerdere verbodsbepalingen. • Onderzoeksgegevens zoals deze QuickScan zijn 3 jaar geldig. Na 3 jaar dienen onderzoeksgegevens geactualiseerd te worden.

29

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-6078:2.0 - Datum: 7 december 2023 - Confidential

AANVULLENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING EN AANBEVELING FAUNAPASSAGE TRAMMELANTBEEK

7

Bronnen

Arcadis. 2020. QUICKSCAN FLORA EN FAUNA BLOEMENDAL FASE 2A & 2B. Ref. D10011754:18. D.d. 24 juni 2020. Arcadis, 2022. SOORTGERICHT ONDERZOEK BLOEMENDAL FASE 2A EN 2B NIJKERKERWEG 128 EN BLOEMENDALLAAN. Ref. D10044065:42. D.d. 9 maart 2022. Nationale databank Flora & Fauna, (NDFF). September 2023. Provincie Noord-Brabant, 2017. Handreiking kleine marters in relatie tot soortbescherming. D.d. 13 oktober 2017. Netwerk Groene Bureaus: • Vleermuisprotocol 2021, oktober 2023. • Soorteninventarisatieprotocollen, oktober 2023. Website: • www.verspreidingsatlas.nl, verspreidingsgegevens (beschermde) soorten. Oktober 2023. • www.natura2000.nl, ligging Natura 2000-gebieden. Oktober 2023. • www.gelderland.nl, ligging GNN- en GO-gebieden. Oktober 2023.

30

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-6078:2.0 - Datum: 7 december 2023 - Confidential

AANVULLENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING EN AANBEVELING FAUNAPASSAGE TRAMMELANTBEEK

Bijlage A Wettelijk kader Wet natuurbescherming Soortenbescherming Algemeen De Wet natuurbescherming (Wnb) is op 1 januari 2017 in werking getreden. De wet is in de plaats gekomen van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De wet is ingedeeld in hoofdstukken en kent een algemeen deel (hoofdstuk 1), delen over Natura 2000-gebieden (hoofdstuk 2), soorten (hoofdstuk 3), houtopstanden, hout en houtproducten (hoofdstuk 4), verder delen die gaan over vrijstellingen, beschikkingen en verplichtingen (hoofdstuk 5), financiële bepalingen (hoofdstuk 6), handhaving (hoofdstuk 7), overige bepalingen (hoofdstuk 8) en tot slot een beschrijving van het overgangsrecht (hoofdstuk 9) en een beschrijving van de wijziging van overige wetten (hoofdstuk 10). In navolgende paragrafen is een samenvattende beschrijving van de voor dit rapport relevante delen van de wet gegeven. De Wnb kent een algemene zorgplicht. Deze houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen om schade aan soorten te voorkomen, ook voor soorten die niet beschermd zijn (art 1.11, lid 1). Dit houdt in ieder geval in dat handelen of nalaten van handelen dat schadelijk kan zijn zo veel mogelijk achterwege gelaten dient te worden (art 1.11, lid 2).

Deze algemene zorgplicht geldt altijd en overal, met slechts als uitzondering handelingen die op grond van de Visserijwet worden uitgevoerd (art 1.11, lid 3). Categorieën De wet maakt onderscheid in drie categorieën van beschermde soorten, namelijk: • Soorten Vogelrichtlijn (Wnb paragraaf 3.1). • Soorten Habitatrichtlijn (Wnb paragraaf 3.2). • Andere soorten (Wnb paragraaf 3.3). Soorten Vogelrichtlijn Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn zijn in Nederland beschermd. De soorten van artikel 1 van Vogelrichtlijn zijn alle vogelsoorten die op het Europese grondgebied van de lidstaten van de EU voorkomen. Het deel daarvan dat van nature in Nederland voorkomt, is dus beschermd (art. 3.1 lid 1). Soorten Habitatrichtlijn In deze categorie vallen alle in het wild levende dieren zoals genoemd in: • bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, • bijlage II bij het Verdrag van Bern of; • bijlage I bij het Verdrag van Bonn; (art. 3.5 lid 1) en (in hun natuurlijke verspreidingsgebied) planten van soorten, genoemd in: • bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of; • bijlage I bij het Verdrag van Bern; (art. 3.5, lid 5) Het gaat hierbij dus om meer dan alleen de soorten van de Habitatrichtlijn (namelijk ook soorten van de conventies van Bern en Bonn).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=08f05650-11fa-4e67-b124-59eab54221fb