CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bloemendal IIb_Toelichting

Gemeenteraad 25 september 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Bloemendal fase IIb, Barneveld27.089 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De GGD heeft niet willen uitsluiten dat er nieuwe woningen komen in de omgeving van geitenhouderijen. De GGD adviseert doorgaans aan gemeenten om in hun besluitvorming het risico van longontsteking zorgvuldig mee te wegen. Volgens de GGD is het risico op longontsteking het hoogst binnen een straal van 500 meter. Buiten die straal loopt het verhoogde risico af. Omdat we niet weten waardoor de longontstekingen rondom geitenhouderijen wordt veroorzaakt, ontbreekt het inzicht in effectieve bronmaatregelen om gezondheidsrisico's te voorkomen. Conclusie Het plangebied bevindt zich in de invloedssfeer van de bedrijven: Geitenhouderij aan de Peutweg 1-3 in Barneveld Geitenhouderij aan de Kallenbroekerweg 133 in Barneveld De afstand tussen het nieuwe bouwvlak van de eerstgenoemde geitenhouderij en de dichtstbijzijnde nieuwe woning in het plangebied "Bloemendal IIB" zal ongeveer 900 meter bedragen. De afstand tussen het tweede bedrijf en de dichtsbijzijnde nieuwe woning in het plangebied zal ongeveer 1.500 meter bedragen. De meeste nieuwe woningen komen dus in het gebied waarvoor een licht verhoogde risico op longontsteking geldt. Desondanks is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd in het plangebied. Uit jurisprudentie blijkt dat het gemeentebestuur in de afweging van belangen het zwaarwegende, maatschappelijke belang van de urgente woonbehoefte mag laten prevaleren.

Het is zeer belangrijk dat er voldoende woningen worden gebouwd. In gemeente Barneveld is de agrarische sector groot. Het is nu eenmaal een veedicht gebied. Het is dan ook onmogelijk om bij woningbouw overal de strengste voorzorgsrichtlijnen in acht te nemen. Anders zou de woningbouwproductie sterk afnemen. Naar ons oordeel is het verantwoord en aanvaardbaar om de bouw van 246 woningen mogelijk te maken. De mogelijke gezondheidsrisico's voor de nieuwe bewoners vanwege de genoemde bedrijven acht het bestuur van gemeente Barneveld gering. De voorzorgsrichtlijn is niet doorslaggevend in de belangenafweging ook omdat het causale verband tussen geitenhouderijen in de omgeving en de hogere incidentie van longontstekingen (nog) niet is aangetoond.

42

"Bloemendal IIB" (vastgesteld)

Bloemendal IIB

5.15

Verkeer

Bereikbaarheid en verkeersveiligheid Het plangebied "Bloemendal IIB" is bereikbaar via de Laan van Verzet, welke weer via een verkeerslicht geregeld kruispunt ontsluit op de Nijkerkerweg. Dit VRI-kruispunt is ingericht om de verkeersgeneratie van geheel Bloemendal op een goede manier te kunnen verwerken. De Laan van Verzet is de toekomstige hoofdstructuur door Bloemendal, ingericht als gebiedsontsluitingsweg 50 km/uur waarbij fietsers gebruik maken van de naastgelegen vrij liggende tweerichtingenfietspaden of parallelwegen. Het gedeelte van de Laan van Verzet tussen de brug bij het 'Zondagspad' en net voorbij de ontsluitingsweg richting de Wethouder Rebellaan wordt ingericht als 30 km/uur gebiedsontsluitingsweg (GOW-30). Dit vanwege dat er een aantal inritten en zijstraten kort op elkaar zijn gelegen met naar verwachting veel bestemmingsverkeer naar deze inritten en zijstraten door verkeer aantrekkende functies zoals een gezondheidscentrum, school, supermarkt / detailhandel, maar ook vanwege te verwachten oversteekbewegingen door fietsers en voetgangers.

Het 30 km/uur gedeelte krijgt een afwijkend wegbeeld ten opzichte van het 50 km/uur gedeelte: zo wordt dit gedeelte uitgevoerd in elementenverharding, komt er een plateau ter hoogte van de aansluiting met de toegangsweg naar de Wethouder Rebellaan en ligt het voetpad tegen de rijbaan aan in plaats van op enige afstand van de rijbaan. In het noorden van plangebied "Bloemendal IIB" kruist de hoofdfietsroute Koeriersterspad de Laan van Verzet, dit kruispunt wordt vormgegeven als fietsoversteek met midden eiland, waarbij de overstekende fietser voorrang moet verlenen aan gemotoriseerd verkeer op de Laan van Verzet. Alle zijstraten -of parkeerterreinen die ontsluiten op de Laan van Verzet worden aangesloten middels een uitritconstructie. De enige uitzondering hierop is de toegangsweg naar de Wethouder Rebellaan welke wordt aangesloten middels een plateau met voorrangsregeling. Dit om te benadrukken wat de route is tussen Bloemendal & woonwijk de Vaarst tussen de Laan van Verzet en de Wethouder Rebellaan. Deze route zal naar verwachting voornamelijk gebruikt gaan worden door bewoners van de Vaarst en Bloemendal om de voorzieningen in het gebied te kunnen bereiken. De toegangsweg wordt daarom ingericht als 30 km/uur zone met elementenverharding en is gecategoriseerd als erftoegangsweg waarbij fietsers gebruik maken van de rijbaan. Voor voetgangers komt aan één zijde een trottoir.

Centraal in het plangebied "Bloemendal IIB" komt een plein met daar om heen appartementen en een supermarkt / detailhandel met daarboven studio's. Rond dit plein is een "parkeerstraat" voorzien. Om doorgaand gemotoriseerd verkeer over de "parkeerstraat" te ontmoedigen (deze kunnen de toegangsweg tussen Laan van Verzet en Wethouder Rebellaan beter gebruiken) wordt de parkeerstraat aangesloten middels uitritconstructies en worden voetgangersoversteekplaatsen gerealiseerd, zowel richting de school als voor overstekende voetgangers met bijv. boodschappen. Fietsers kunnen op meerdere locaties het plein betreden en aan de randen rijwielen stallen. Tussen het plein en de Bloemendaallaan komt een vrijliggend tweerichtingenfietspad met voetpad om de bereikbaarheid voor fietsers en voetgangers vanuit de bestaande woonwijk te borgen en het aantrekkelijk te maken dit lopend of fietsend te doen. Deze verbinding maakt ook een speelplek met wijkfunctie bereikbaar. De wijkschool is voor gemotoriseerd verkeer bereikbaar via de "parkeerstraat". De school is voor fietsers goed bereikbaar doordat het perceel aan twee zijden bereikbaar is via een tweerichtingenfietspad en het 'Zondagspad', wat aansluit op de hoofdfietsstructuur van Bloemendal. De school en het schoolplein liggen zo ver mogelijk van de gemotoriseerd verkeerroute naar de Laan van Verzet af om een veilige schoolomgeving te borgen.

Langs het schoolplein is uitsluitend parkeren en Kiss & ride voorzien. De bevoorrading van de supermarkt is voorzien middels een rondrij-principe. Hiermee rijdt een vrachtwagen die komt bevoorraden aan de ene kant van de laad en los plaats in en aan de andere zijde er weer uit. Hiermee worden achteruitrijdende vrachtwagens voorkomen waarmee de verkeersveiligheid voor het laden -en lossen geborgd is. De route rond het plein is geschikt om via de Laan van Verzet aan te rijden maar ook om het gebied weer te verlaten. De laad -en los plaats is van beide kanten in -en uit te rijden. De woongebieden ten noorden van het plein en de voorzieningenfuncties, zowel ten westen als ten oosten van de Laan van Verzet, worden beiden ontsloten middels twee uitritconstructies, zodat in geval van een calamiteit altijd een alternatief beschikbaar is. Ook maakt dit rondrijden mogelijk voor bijvoorbeeld een vuilnis -of verhuiswagen, zonder dat deze hoeft te steken of keren in het woongebied. De woongebieden worden ingericht als 30 km/uur zones, gecategoriseerd als erftoegangswegen en ingericht met elementenverharding. Voor voetgangers wordt vrijwel overal aan tenminste één zijde van de rijbaan een "Bloemendal IIB" (vastgesteld)

43

Bloemendal IIB trottoir gerealiseerd, met uitzondering van enkele zeer autoluwe doodlopende gedeeltes. De 30 km/uur erftoegangsweg tussen de Laan van Verzet en de Wethouder Rebellaan kruist een tweerichtingenfietspad tussen de Bloemendaallaan en de IKC Juliana school. Vanwege de toename van verkeer op deze weg wordt dit kruispunt ingericht als twee richtingen fietsoversteek in de voorrang, met een midden geleider. Dit is een in Barneveld uniform toegepaste ontwerp voor een dergelijke fietsoversteek in de voorrang. Het kruispunt van deze erftoegangsweg met de Wethouder Rebellaan zelf wordt vormgegeven als kruispuntplateau, waarbij een voorrangsregeling wordt ingesteld waarbij verkeer op de Wethouder Rebellaan voorrang heeft. Toegankelijkheid Vanwege de wijkfunctie van de voorzieningen is het plangebied "Bloemendal IIB" getoetst op toegankelijkheid. Zo wordt er voorzien in gelijkvloerse oversteekmogelijkheden, afritjes waar nodig en geleide lijnen zodat voor iedereen het openbaar gebied rond de voorzieningen te gebruiken is. Parkeren Voor het bepalen van de parkeereis is de ligging van het plangebied bepaald in de zone Barneveld Rest Kom. Het programma is opgenomen in de parkeerbalans in bijlagen 29, 30, 31, 32, 33. Voor het woonprogramma zijn geen reductiefactoren toegepast.

Voor de school is het scenario 'Gemiddeld' aangehouden; de school in Bloemendal is bedoeld als 'wijkschool'. Dat betekent dat de kinderen vooral uit de directe omgeving komen en naar verwachting weinig met de auto zullen komen. Omdat Bloemendal echter een grote wijk wordt zullen niet alle kinderen met de fiets of lopend naar school komen, zeker uit de toekomstige deelgebieden die verder van de school af gelegen zijn. Voor het inrichtingsplan van de wijk is daarom de parkeereis uit scenario gemiddeld aangehouden. Omdat er meerdere functies in het gebied komen, verschilt de onderlinge parkeervraag per dagdeel van een aantal functies, zoals de supermarkt, gezondheidscentrum en de school, terwijl veel bewoners conform de aanwezigheidspercentages overdags niet aanwezig zijn. Daarom is in het bepalen van de parkeerbalans rekening gehouden met dubbelgebruik, op basis van de in de Nota Parkeernormen vastgestelde aanwezigheidspercentages. De hoogste gestapelde werkelijke parkeervraag is gehanteerd als parkeereis en in het plangebied wordt daar in voorzien. Het plangebied "Bloemendal IIB" is voor het bepalen van de locaties van de parkeerplaatsen opgedeeld in vier deelgebieden, zodat binnen acceptabele loopafstand de parkeerplaatsen gesitueerd zijn. Het plangebied voldoet in voldoende goed bruikbare parkeerplaatsen om aan de parkeereis te voldoen.

Mocht in de toekomst blijken dat het dubbelgebruik anders uitpakt dan verwacht, kan op dat moment overwogen worden dit nog te reguleren.

44

"Bloemendal IIB" (vastgesteld)

Bloemendal IIB

Afbeelding 11 Indeling zones parkeerbalans

5.16

Water

Masterplan watersysteem Bloemendal Het plangebied van de wijk Bloemendal wordt omsloten door de Valleilijn, de wijk De Vaarst, het Oosterbos, de Thorbeckelaan, de Nijkerkerweg en een zone langs de Esvelderbeek. De wijk biedt ruimte voor ca. 1500 woningen en wordt in fasen gerealiseerd. Het Masterplan watersysteem Bloemendal behandelt het totale plangebied Bloemendal. Dit plan (bijlage 27) beschrijft de ambities en ontwerpuitgangspunten waaraan het watersysteem in Bloemendal moet voldoen. Tevens geeft het plan inzicht in de grondwaterstanden en handvatten voor de invulling van de waterberging. Voor de ontwikkeling van Bloemendal zijn de gebiedskenmerken "beekdal" en "ervenstructuur" bepalend voor de uitwerking van het stedebouwkundig en waterhuishoudkundig plan. Daarnaast zijn algemeen geldende waterdoelen van belang: een veilig en goed woonklimaat: droge voeten en geen wateroverlast, waarbij rekening wordt gehouden met klimaatscenario's; een klimaatrobuust en duurzaam watersysteem: voorkomen van afvoer grondwater en voldoende waterberging; een gezond watersysteem: beperken van ziektes door afvoer van afvalwater en goede waterkwaliteit. Waterhuishouding- en rioleringsplan woonontwikkeling Bloemendal fase IIB Dit waterhuishoudingsplan (bijlage 35) beschrijft de wijze waarop de waterhuishouding en riolering is geïntegreerd binnen het ruimtelijk plan voor het deelgebied fase IIB.

Het plan is daarmee een nadere uitwerking van het Masterplan. Dit plan beschrijft voor de bestaande situatie de aspecten hoogteligging, bodemopbouw, grondwater, oppervlaktewater en riolering en geeft gedetailleerd aan hoe de waterhuishouding en riolering in het deelgebied fase IIB geregeld worden.

"Bloemendal IIB" (vastgesteld)

45

Bloemendal IIB

Gebiedsinventarisatie Hoogteligging, bodemopbouw en grondwater De gemeente heeft het terrein volledig ingemeten. De maaiveldhoogtes in fase IIB variëren grofweg van 8,20 m NAP in het westen tot 9,50 m NAP in het oosten. Op de Bodemkaart van Nederland is het plangebied grotendeels gekarteerd als lemig fijn zand (vlakvaaggronden). Op basis van boringen is vastgesteld dat de bodem voornamelijk uit uiterst tot matig fijn zand bestaat. Dit zand heeft gemiddeld een doorlatendheid van 4 tot 5 meter per dag. In de zandlaag bevinden zich ook leem-, klei- en veenlagen op verschillende dieptes, voornamelijk tussen de 0,5 en 1,5 meter, op een enkele plaats op een diepte van minder dan 50 cm. Deze leemlagen hebben een zwak tot sterk zandig karakter en zijn over het algemeen goed doorlatend en hebben een lage weerstand. Op basis van peilbuizen en een grondwatermodel is een betrouwbaar beeld verkregen van de gemiddeld hoogste grondwaterstanden (GHG). De berekende GHG varieert van 0 (nabij Zijtak Trammelantbeek) tot 0,2 - 0,5 meter (oostzijde plangebied) onder maaiveld. Oppervlaktewater Het watersysteem rondom het plangebied is in beheer bij het Waterschap Vallei en Veluwe. De Zijtak Trammelantbeek loopt dwars door het plangebied en voert vrij af naar het westen. Dit betreft een A-watergang.

Deze beek voert vervolgens door de laagte (gelegen tussen Bloemendal fase I en IIB) in noordwestelijke richting af naar de Esvelderbeek. Het waterpeil in de Zijtak Trammelantbeek varieert afhankelijk van de periode in het jaar. Visuele waarnemingen geven het beeld van een watervoerende Zijtak Trammelantbeek het jaar door op circa 7,50 m NAP. Bovenstrooms in deze beek ligt een stuw nabij de Bloemendaallaan. Deze reguleert het waterpeil in het oppervlaktewater van woonwijk De Vaarst en heeft een doorlaat op 8,5 m NAP. In het kader van Bloemendal fase IIA wordt er stroomafwaarts in de Zijtak Trammelantbeek, ter hoogte van de aansluiting op de Trammelantbeek, een stuw (vertraagde afvoer op 6.95 m NAP en stuwhoogte op 8,30 m NAP) geplaatst. De berging in de Zijtak Trammelantbeek (plas-draszones in de laagte) wordt benut vanaf een waterpeil in de beek van 7,80 m NAP. Dit gebeurt wanneer de waterafvoer in de beek groter is dan de toegestane vertraagde afvoer. Aan de zuidkant van het plangebied ligt een C-watergang. Op deze watergang loost de drainage van de sportvelden en een deel van de greppels langs de Bloemendaallaan. De watergang langs de sportvelden heeft een vrije afvoer op de al aangelegde bergingsvijver ten behoeve van Bloemendal fase I. De vijver wordt op peil gehouden door een vaste stuw. Het rustwaterpeil is 7,70 m NAP en kan maximaal stijgen tot 8,70 m NAP.

Er liggen nog enkele oostwestgerichte C-watergangen in, of aan de rand van, het gebied. Deze komen (in)direct uit in de Zijtak Trammelantbeek. Langs de Bloemendaallaan bevindt zich ook een C-watergang. Riolering In het plangebied zelf is geen riolering aanwezig. In de Bloemendaallaan ligt een gemengd riool. Het water wordt via een gemaal verpompt naar het vrij verval riool in de woonwijk De Vaarst. In het deelgebied "Bloemendal I" ligt een gescheiden rioolsysteem. Het hemelwater wordt bovengronds afgevoerd naar omliggend groen, wadi's en de bergingsvijver. Het vuilwaterriool voert af naar een transportriool (diameter 1000 mm) in de Nijkerkerweg. In fase I is een ontvangstput gerealiseerd voor een aansluiting van een persleiding uit fase IIB. De persleiding hoort bij een te realiseren pompgemaal in fase IIB. Hemelwater De ontwikkeling van Bloemendal fase IIB mag niet leiden tot meer afvoer van hemelwater dan in de huidige situatie (de zogenaamde landelijke afvoer). Dit betekent dat er waterberging in het plangebied nodig is met een gedoseerde afvoer naar het watersysteem buiten het plangebied. De hoeveelheid waterberging is afgestemd op de maatgevende bui van het Waterschap Vallei en Veluwe (87 mm in 24 uur). Er is een bergingsopgave van 2.062 m3. De waterberging wordt gevonden in de reeds bestaande vijver en plas-dras berging (geïntegreerd met de te 46

"Bloemendal IIB" (vastgesteld)

Bloemendal IIB behouden Zijtak Trammelantbeek) aan de westrand van het plangebied. Het zuidelijk deel van fase IIB voert het water af naar de vijver, het noordelijk deel voert af naar de plas-drasberging of de wadi's. De capaciteit van deze reeds gerealiseerde bergingen is bedoeld voor de ontwikkeling van Bloemendal fase I, IIA en IIB. De vijver heeft een overcapaciteit van 2.678 m3 die voor fase IIB beschikbaar is. De plas-dras berging ter hoogte van fase IIB heeft een overcapaciteit van 246 m3 die voor IIB gebruikt kan worden. Tevens worden wadi's (inhoud 105 m3) in het plangebied gerealiseerd. Deze wadi's zijn droogvallend, geschikt voor de aanplant van grassen, kruiden en struiken. De appartementengebouwen en de school krijgen een groen dak met 60 mm waterberging. Bij een aantal grondgebonden woningen kan aan de voorwaarden voor infiltratiekratten worden voldaan. Deze berging is in de bergingsberekening buiten beschouwing gelaten. De openbare wegen voeren het hemelwater van alle openbare verhardingen en het overtollig dakwater bovengronds af naar de oostwestgerichte groenblauwe velden. Dit zijn de openbare groene ruimtes, aangelegd met een verlaagd profiel om afstroming mogelijk te maken naar de waterbergingszones. Er is een nauwkeurig peilenplan (woningen, wegen) opgesteld dat bovengrondse afvoer mogelijk maakt.

Het vloerpeil van de woningen ligt altijd hoger dan de openbare ruimte. Bij bovengrondse afwatering is water op straat acceptabel zo lang het geen schade veroorzaakt en de situatie beperkt blijft tot stroming over de rijbaan. Hier wordt in het ontwerp aan voldaan. Door bovengrondse afvoer blijft het water zichtbaar en draagt het bij aan de bewustwording van een klimaatbestendig afwateringssysteem. Een aantal percelen gaan 1 m3 aan hemelwater bufferen in de vorm van een infiltratievoorziening waar ten minste het dak van de woning (en eventuele overige gebouwen op het perceel) op is aangesloten. Onder en rondom het infiltratiekrat wordt grondverbetering toegepast. De overloop van het krat vindt plaats via een voorziening op de perceelsgrens (voor- of achterzijde) op maaiveldniveau. Vanaf dat punt kan het overtollige water in de openbare ruimte onder afschot afstromen. Het realiseren van de infiltratievoorziening is onderdeel van de bouw van de woning. De bouwer is verplicht bij de aanleg eventueel aan te treffen leemlagen te doorbreken zodanig dat infiltratie in het zandpakket mogelijk is. De perceeleigenaren zijn uiteindelijk verantwoordelijk voor het goed blijven functioneren van de voorziening.

Het hemelwater in de achterpaden wordt opgevangen in infiltratiekolken en de hoogteligging van de paden wordt zodanig gekozen dat bij extremen een waterstroom richting de openbare weg plaatsvindt. De bouwer regelt deze afwatering van het achterpad. De achterpaden komen in beheer en onderhoud bij de perceeleigenaren. Zij zijn verantwoordelijk voor het goed blijven functioneren van de infiltratiekolken, onder meer door reiniging. Grondwater De grondwaterstanden worden mede bepaald door de ligging en diepte van watergangen in en rondom het plangebied. De meeste van deze watergangen blijven behouden of worden verplaatst. Hierdoor is de kans op een significante vernatting uitgesloten. Grondwateroverlast wordt voorkomen door het plangebied op te hogen. Hierbij wordt rekening gehouden met de beoogde ontwateringsdiepten (verschil in hoogte tussen maaiveld en GHG) voor woningen, straten, groen en wadi's zoals genoemd in de Standaard Ontwerp- en Materiaaleisen van de gemeente Barneveld. Het uitgangspunt is om geen ontwateringsmiddelen toe te passen. In de technische uitwerking wordt bepaald of drainage wordt toegepast om extreem hoge grondwaterstanden af te vangen. Met behulp van de berekende GHG is de minimaal benodigde aanleghoogte bepaald. Het minimaal te hanteren wegpeil bedraagt 9.20 m in het westen, oplopend naar 9.60 m tot op de oostelijke plangrens.

Vuilwater Het vuilwater dat in het plangebied vrijkomt, wordt onder vrij verval ingezameld. Het water voert af naar een pompgemaal in het westelijk deel van het plangebied. Dit gemaal pompt het vuilwater in het vuilwaterstelsel van Bloemendal fase I. Het vuilwaterstelsel is ontworpen op en heeft ruim voldoende capaciteit om de afvalwaterhoeveelheden uit fase IIB en de toekomstige overige fasen ten noordoosten van fase IIB te kunnen verwerken. Daarnaast is er ruim voldoende buffercapaciteit in het stelsel om een calamiteit op te vangen. De nieuwe woningen aan de Bloemendaallaan worden aangesloten op het bestaande gemengde stelsel in de Bloemendaallaan. Dit gemengd riool kan aangesloten worden op het vuilwaterontwerp van fase IIB. Hiermee kan het gemaal in de Bloemendaallaan komen te vervallen. "Bloemendal IIB" (vastgesteld)

47

Bloemendal IIB

Duurzaamheid In het kader van duurzaamheid, klimaatadaptatie en het vergroten van het klimaatbewustzijn onder bewoners worden de volgende aanvullende maatregelen genomen: het toepassen van een regenton per perceel. De overloop wordt daarbij aangesloten op de infiltratievoorziening; het stimuleren van een maximum percentage aan verharding in de tuinen van de woningen. Dit uit oogpunt van hittestress, biodiversiteit, tegengaan van verdroging en wateroverlast; alle platte daken van woningen, garages en schuren krijgen een groen dak. Bovengenoemde maatregelen zijn overigens niet in de bergingsberekeningen meegenomen. De groene daken op de appartementengebouwen en de school wel. In het kader van duurzaam bouwen en vanwege de beoogde grond- en oppervlaktewaterkwaliteit mogen in principe geen uitlogende bouwmaterialen (zoals zink, koper, lood en PAK-houdende materialen) worden toegepast. Er zijn voldoende milieuvriendelijke alternatieven die vergelijkbaar zijn wat betreft uitstraling, gebruiksgemak, levensduur en onderhoud. Indien vanwege zwaarwegende argumenten toch uitlogende materialen worden voorgesteld, is de voorwaarde dat ze jaarlijks gecoat worden om diffuse waterverontreinigingen te voorkomen. Watervergunning Voor de realisatie van de woonwijk is een watervergunning van het waterschap Vallei en Veluwe nodig.

De watervergunning is minimaal noodzakelijk voor de toename aan verhard oppervlak, wijzigingen aan watergangen en voorzieningen voor de waterberging.

48

"Bloemendal IIB" (vastgesteld)

Bloemendal IIB

Hoofdstuk 6 6.1

JURIDISCHE ASPECTEN

Juridische aspecten

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) geeft gemeenten de plicht tot het opstellen van een bestemmingsplan. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Dit zijn een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast bieden zowel de Wro als het Bro opties voor een nadere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet onder meer worden gedacht aan het afwijken met een omgevingsvergunning, wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. De bruikbaarheid van deze instrumenten is geheel afhankelijk van het doel van het bestemmingsplan en de gewenste bestemmingsmethodiek van de gemeente Barneveld. Het uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar, dit is de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan.

De planregels vallen in vier hoofdstukken uiteen. Hoofdstuk 1 bevat de algemene voor het plangebied geldende bepalingen, de inleidende regels. Hoofdstuk 2 regelt de bestemmingen en het daarop toegestane gebruik. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, zoals de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene afwijkings- en algemene wijzigingsregels en tot slot de algemene procedureregels. Tenslotte komt in hoofdstuk 4 het overgangsrecht en de slotbepaling aan bod.

Bevoegdheid Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. Over het algemeen zijn burgemeester en wethouders het bevoegd gezag. Het kan echter incidenteel voorkomen dat bijvoorbeeld het Rijk dan wel de provincie het bevoegd gezag is. Burgemeester en wethouders zijn altijd bevoegd gezag bij het wijzigen van een plan en het stellen van nadere eisen.

6.1.1 6.1.1.1

Inleidende regels Begrippen

In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing van het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normale spraakgebruik. De omschrijving van het begrip 'bouwperceel' staat in artikel 1. Een voorbeeld van een bouwperceel is een stuk grond waarop een woning staat met een tuin. De bestemmingen 'Wonen-1' en 'Tuin' horen beiden bij het bouwperceel. Als bijvoorbeeld wordt aangegeven onder de bestemming Wonen I: 'de totale oppervlakte van buiten het bouwvlak gelegen bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 20% van dat bouwperceel, met een maximum van 150 m2, [...].' wordt bedoeld dat de maximum oppervlakte die is aangegeven op de verbonden vlakken als één maximum voor beide vlakken geldt en niet voor beiden afzonderlijk.

"Bloemendal IIB" (vastgesteld)

49

Bloemendal IIB

6.1.1.2

Wijze van meten

Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten (die bij het bouwen in acht dienen te worden genomen) moeten worden gemeten.

6.1.2 6.1.2.1

Bestemmingsregels Bestemmingen 'Centrum' en 'Gemengd'

In bestemmingsplannen van gemeente Barneveld is er een onderscheid tussen de bestemming 'Centrum' en de bestemming 'Gemengd'. In het voorliggende bestemmingsplan komt de bestemming 'Centrum' niet voor. Het onderstaande dient ter toelichting. Binnen een bestemming 'Centrum' zijn meerdere functies toegestaan, waaronder woningen, detailhandel, horecavoorzieningen en dienstverlenende bedrijven. Ook binnen de bestemming 'Gemengd' is een combinatie van functies toegestaan, waaronder bijvoorbeeld kantoren, maatschappelijke voorzieningen, dienstverlening en bedrijven. Indien differentiatie niet is gewenst dient een specifieke bestemming te worden opgenomen. Bijvoorbeeld detailhandel in de winkelstraat. De bestemming 'Centrum' is toegekend in het centrum van de kernen. Het centrumgebied kenmerkt zich door smalle karakteristieke straatprofielen waarin de tijdsgeest en de afleesbaarheid van individuele panden sterk aanwezig is. De verwevenheid van oud en nieuw maakt dat er een samenhang ontstaat zowel op stedenbouwkundig niveau alsmede de architectuur. Door te differentiëren in goot- en bouwhoogtes, eigentijdse architectuur te onderbouwen en te refereren aan de historische context ontstaat er samenhang waarmee zowel pleinen als winkelstraten worden versterkt. De verwevenheid en de afweging om medewerking te verlenen aan een binnenplanse afwijking valt dus sterk samen met de context.

De bestemming 'Centrum' komt niet voor in het plangebied "Bloemendal IIB". Bij de bestemmingen 'Centrum' en 'Gemengd' kan de functie wonen zijn toegestaan. Het begrip wonen is gedefinieerd als 'het zelfstandig gehuisvest zijn van één afzonderlijk huishouden'. Dit betekent dat kamerverhuur niet zonder meer is toegestaan. De maximale hoogte voor overige bouwwerken is drie meter. Gevelzitplaatsen We willen een beperkte overlap van horeca en detailhandel mogelijk maken. Dit kan een bijdrage zijn aan de aantrekkelijkheid van het winkelen in een dorpskern, dat in toenemende mate ook een recreatieve component kent. De overlap dient echter wel zodanig beperkt te zijn, dat er geen semi-horeca gebruik in de winkel gaat ontstaan, dan wel dat feitelijk sprake is van een zelfstandig horecagebruik, of anders gezegd: dat het doel om de winkel te bezoeken primair komt te liggen in het ter plekke nuttigen van een beperkt aantal soorten dranken en/of etenswaren. Gevelzitplaatsen zijn toegestaan binnen de bestemmingen 'Verkeer', 'Centrum', 'Detailhandel' en 'Dienstverlening' mits dit voldoet aan hetgeen is aangegeven in de nadere regels bij de APV gemeente Barneveld. Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg is in strijd met de functie van de weg. Indien dit beleid gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met die wijziging.

Bedrijfswoning Op gronden met de bestemming 'Gemengd' kan de aanduiding 'bedrijfswoning' zijn opgenomen op de verbeelding. In dat geval is één bedrijfswoning toegelaten, ongeacht het aantal - reguliere - woningen dat is toegestaan gelet op de aanduiding 'maximum aantal woningen'. Met andere woorden de reguliere woningen en de bedrijfswoning staan los van elkaar. Of een bedrijfswoning is toegestaan, dat is geregeld met een specifieke regel. In het plangebied 'Bloemendal IIB' komt op gronden met de bestemming 'Gemengd' geen bedrijfswoning voor.

6.1.2.2

Bestemming 'Groen'

Het structureel groen krijgt de bestemming 'Groen'. Onder structureel groen worden wijkparken, grotere groenelementen op buurt- of blokniveau, groen om wegen en waterlopen en wadi's verstaan. Binnen deze bestemming zijn ook speelvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen en paden toegestaan. De bestemming 'Groen' wordt alleen toegepast op openbare gronden, niet op particuliere terreinen. 50

"Bloemendal IIB" (vastgesteld)

Bloemendal IIB

In de omschrijving van de bestemming 'Groen' staat dat de gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen (et cetera) 'met daaraan ondergeschikt parkeervoorzieningen'. Het is de bedoeling van de raad dat een relatief klein gedeelte van de gronden kan worden gebruikt als parkeervoorziening: om en nabij 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak. De raad beschouwt de parkeervoorzieningen dan als ondergeschikt. Die 10% is geen harde norm. De regeling is bewust flexibel geformuleerd. Als de parkeervoorzieningen meer dan de helft van de oppervlakte van het bestemmingsvlak beslaan, dan is in elk geval geen sprake van ondergeschiktheid. Wanneer de aanduiding 'geluidscherm' is aangegeven, is de grond tevens bestemd voor geluidscherm. De maximale bouwhoogte van het geluidscherm staat op de verbeelding. Wanneer sprake is van landschappelijke waarden wordt aan de hand van de geldende bestemming en de eigendomssituatie bepaald welke bestemming wordt toegekend. Bij gemeentelijk eigendom kan het hierbij gaan om diverse bestemmingen, zoals 'Groen' en 'Verkeer' in combinatie met de dubbelbestemming 'Waarde-Landschap. Bij particulier eigendom kan het gaan om de bestemming 'Tuin', met de aanduiding 'groen'. Het is mogelijk om met een omgevingsvergunning af te wijken van de regels voor de aanleg van in- en uitritten.

Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de bestemming 'Groen' in 'Tuin' te wijzigen. Deze wijzigingsbevoegdheid kan toegepast worden wanneer de gemeente grond verkoopt aan particulieren ter uitbreiding van tuinen.

6.1.2.3

Bestemming 'Maatschappelijk'

Binnen de bestemming 'Maatschappelijk' zijn gebouwen ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen toegestaan. Door middel van een aanduiding op de verbeelding wordt een specifieke maatschappelijke voorziening aangegeven, zoals begraafplaats, kinderopvang of religie. In principe wordt zo min mogelijk gebruik gemaakt van aanduidingen om het bestemmingsplan zo flexibel mogelijk te maken. Wanneer echter een andere maatschappelijke voorziening niet wenselijk is, door de ligging of omvang van het perceel, dan wordt wel een aanduiding toegepast. De maximale hoogte voor overige bouwwerken is drie meter. Door middel van een aanduiding op de verbeelding is een bedrijfswoning toegestaan. Speelvoorzieningen zijn als medegebruik bij onderwijs toegestaan. Dit betekent dat bijvoorbeeld op een schoolterrein medegebruik als speelvoorziening mogelijk is. Het spelen op het schoolplein is dan niet alleen voorbehouden aan de kinderen die op die school zitten, maar ook andere kinderen, bijvoorbeeld uit de buurt, kunnen na schooltijden van het terrein gebruik maken. Met name gelet op de tijdsduur van het gebruik is het spelen ondergeschikt. Het grootste deel van de dag is het gebruik van het terrein ten behoeve van de school.

6.1.2.4

Bestemming 'Tuin'

De bestemming 'Tuin' is gelegen bij andere bestemmingen zoals 'Wonen-1' en 'Bedrijf'. De bestemming wordt alleen toegepast op terreinen van particulier eigendom. Dit deel van het perceel mag beperkt bebouwd worden. De bedrijvenbestemming wordt toegepast bij bedrijven in een woonomgeving. Omdat de woonfunctie dominant is, dienen andere functies hierbij aan te sluiten. Bij bedrijven is, net als bij woningen, sprake van een tuinbestemming tussen het bedrijf en de weg. In een tuinbestemming mag verharding worden gerealiseerd. Het is ook mogelijk om binnen een tuinbestemming te parkeren. De grens tussen de bestemming 'Wonen-1' en de bestemming 'Tuin' verspringt. Buiten het bouwvlak is tot 1 meter achter de voorgevelrooilijn geen bebouwing toegestaan. Zo is gewaarborgd dat hoofdgebouwen hun prominente positie behouden. Dit is wenselijk vanuit stedenbouwkundig oogpunt. Bebouwing buiten het bouwvlak is ondergeschikt. Wanneer de aanduiding 'geluidscherm' is aangegeven, is de grond tevens bestemd voor geluidscherm. De

"Bloemendal IIB" (vastgesteld)

51

Bloemendal IIB maximale bouwhoogte van het geluidscherm staat op de verbeelding. Wanneer de aanduiding 'groen' is aangegeven, is de grond alleen bestemd voor groen. Bouwwerken en verharding zijn niet toegestaan.

Situering van bijbehorende bouwwerken in de voortuin van woningen Het begrip 'bijbehorende bouwwerken' geeft het al aan, deze dienen ruimtelijk ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw. De bouwmassa's op een perceel kennen een hiërarchie waarbij het woonhuis het hoofdgebouw is en het bijbehorende bouwwerk of eventueel de bijbehorende bouwwerken ondergeschikt aan zijn. Deze hiërarchie vertaalt zich ruimtelijk enerzijds in de massa van de gebouwen, het hoofdgebouw, het woonhuis is groter dan het bijbehorende bouwwerk. Anderzijds is dit terug te zien in de positionering van de massa's, de bijbehorende bouwwerken staan achter het hoofdgebouw. De regel is dat het bijbehorende bouwwerk minimaal 1 meter achter de voorgevel van het woonhuis staat. Indien dit niet wordt nageleefd is het bijgebouw te dominant aanwezig en verstoord het de hierboven omschreven hiërarchische opbouw van de bouwmassa's. Naast een heldere hiërarchische opbouw moet verrommeling van het straatbeeld zoveel mogelijk worden voorkomen. Als in het bestemmingsplan er bewust voor is gekozen om geen bijbehorende bouwwerken voor de voorgevel toe te staan dan dient hieraan vastgehouden te worden. Latere toevoegingen van bijbehorende bouwwerken, die voor de voorgevel van het woonhuis staan, geven een rommelig beeld en leveren daarmee een negatieve uitstraling op het totale straatbeeld.

Voortuinen vormen een overgang van de bebouwde ruimte naar de verharde straten. Hiermee hebben ze een belangrijke functie en bepalen voor een groot deel de uitstraling en beleving van een straat. Door een bijbehorende bouwwerken in de voortuin te situeren wordt de (groene) openheid beperkt en wordt lucht en ruimte uit de straat ontnomen. Vanuit bovenstaande argumenten moet een bijbehorende bouwwerk minimaal 1 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw staan, waarbij carports ook onder de noemer bijbehorende bouwwerk vallen en erkers zijn uitgezonderd.

6.1.2.5

Bestemming 'Verkeer'

De bestemming 'Verkeer' wordt opgenomen voor wegen, straten en paden, voet- en rijwielpaden. Daarnaast zijn parkeer-, groen- en speelvoorzieningen mogelijk. Evenals waterhuishoudkundige doeleinden en bermen. Wanneer de aanduiding 'geluidscherm' is aangegeven, is de grond tevens bestemd voor geluidscherm. De maximale bouwhoogte van het geluidscherm staat op de verbeelding. Wanneer de aanduiding 'pad' is aangegeven, is de grond alleen voor pad bestemd. Hiermee wordt voorkomen dat auto's gebruik kunnen maken van het pad. Dit is van belang als het fiets- of voetpad twee wijken verbindt. Gevelzitplaatsen We willen een beperkte overlap van horeca en detailhandel mogelijk maken. Dit kan een bijdrage zijn aan de aantrekkelijkheid van het winkelen in een dorpskern, dat in toenemende mate ook een recreatieve component kent. De overlap dient echter wel zodanig beperkt te zijn, dat er geen semi-horeca gebruik in de winkel gaat ontstaan, dan wel dat feitelijk sprake is van een zelfstandig horecagebruik, of anders gezegd: dat het doel om de winkel te bezoeken primair komt te liggen in het ter plekke nuttigen van een beperkt aantal soorten dranken en/of etenswaren. Gevelzitplaatsen zijn toegestaan binnen de bestemmingen 'Verkeer', 'Centrum', 'Detailhandel' en 'Dienstverlening' mits dit voldoet aan hetgeen is aangegeven in de nadere regels bij de APV gemeente Barneveld.

Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg is in strijd met de functie van de weg. Indien dit beleid gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met die wijziging. Terrassen en terrasoverkappingen Terrassen ten behoeve van horecainrichtingen waarvoor een exploitatievergunning op grond van de 52

"Bloemendal IIB" (vastgesteld)

Bloemendal IIB Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Barneveld is verleend zijn binnen de bestemming 'Verkeer' toegestaan. Er zijn stedebouwkundige richtlijnen voor terrasoverkappingen en serres. Er bestaat een mogelijkheid dat horecainrichtingen een terras voorzien van een overkapping. Terrasoverkappingen kunnen een grote invloed hebben op de uitstraling en het gebruik van de openbare ruimte. Een terrasoverkapping mag geen negatief effect hebben op het straatbeeld en de ruimtelijke kwaliteit van de openbare ruimte.

6.1.2.6

Bestemming 'Water'

Alleen wanneer het water een belangrijk element vormt in zijn omgeving dan wel van groot belang is voor de waterhuishouding, wordt de bestemming 'Water' toegekend. Ook kan de bestemming 'Waterstaat-waterlopen' toegepast worden indien het bijvoorbeeld gaat om een waterloop welke ondergronds of via een overkluisd gedeelte loopt. In de andere gevallen valt water onder de bestemming 'Groen'. De bestemming 'Waterstaat-waterlopen' komt niet voor in het plangebied "Bloemendal IIB".

6.1.2.7

Bestemming 'Wonen-1'

De bestemming 'Wonen-1' wordt opgenomen voor het woonperceel (met eventuele uitbreidingsmogelijkheden van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken). Het gedeelte van het perceel tussen de woning en de weg krijgt de bestemming 'Tuin'. Bij de bestemming 'Wonen-1' is de functie wonen toegestaan. Het begrip wonen is gedefinieerd als 'het zelfstandig gehuisvest zijn van één afzonderlijk huishouden'. Dit betekent dat kamerverhuur niet zonder meer is toegestaan. Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken is een regeling opgenomen waarbij de toegelaten oppervlakte is gekoppeld aan de omvang van het bouwperceel met een maximum van 150m2. In uitzonderingsgevallen is er een maatvoeringsaanduiding op de verbeelding weergegeven. Omdat aan huis verbonden beroepen en aan huis verbonden (bedrijfs-)activiteiten zowel in de woning als in de aan- en uitbouwen onder voorwaarden zijn toegestaan, is gekozen voor een algemene gebruiksbepaling in een apart artikel. Kleinschalige bedrijven, zoals schilders, stukadoors en elektriciens vallen onder de noemer 'hiermee gelijk te stellen gebied'. Dit zijn bedrijfjes waarbij aan huis hoofdzakelijk administratie-/kantoorwerkzaamheden plaats vinden, er beperkte opslag plaatsvindt en de hoofdwerkzaamheden elders (op locatie) plaats vinden. In de specifieke gebruiksregels staat dat er geen detailhandel mag plaatsvinden.

Internetwinkels zonder fysieke bezoekmogelijkheid beschouwt de raad niet als detailhandel. Dergelijke internetwinkels zijn wel toelaatbaar onder de daar genoemde voorwaarden. Het gaat om internetwinkels waarbij de klant op geen enkele manier fysiek in contact staat met de internetwinkel. Alle klantcontacten en verzending van goederen gebeurt uitsluitend digitaal of per post. Van enige consument aantrekkende werking is geen sprake. Deze internetwinkels passen als ondergeschikte functie in de woonbestemming. Als de opslag, logistiek en/of administratie de hoofdfunctie is, is een bestemming als bedrijf of kantoor van toepassing. In artikel 3.1, eerste lid van de Wro is vastgelegd dat de gemeenteraad de bestemming van de in het bestemmingsplan begrepen grond aanwijst en met het oog op de bestemming regels geeft. De regels kunnen strekken ten behoeve van de uitvoerbaarheid van in het plan opgenomen bestemmingen, met dien verstande dat deze regels ten aanzien van woningbouwcategorieën uitsluitend betrekking hebben op percentages gerelateerd aan het plangebied. Op basis van de genoemde bepaling is in de regels opgenomen welk aandeel van het totale aantal woningen in het plangebied sociale huurwoningen, sociale koopwoningen dan wel door particulier opdrachtgeverschap te verwezenlijken woningen dient te zijn. Binnen woningen is een bed & breakfast onder voorwaarden toegestaan.

In een bijgebouw is alleen met een omgevingsvergunning en onder voorwaarden een bed & breakfast toegestaan. Als een bed & breakfast in een bijgebouw wordt gerealiseerd moet duidelijk zijn dat het echt om een bed & breakfast gaat en niet om een losse recreatiewoning. Dit betekent dat er geen keuken, washok of andere ruimten in het "Bloemendal IIB" (vastgesteld)

53

Bloemendal IIB bijgebouw aanwezig zijn die makkelijk bij de kamers kunnen worden aangetrokken. In een woning of bijgebouw mogen maximaal twee kamers, met elk twee bedden ten behoeve van een bed & breakfast worden gerealiseerd. Het is wel toegestaan een kinderbedje toe te voegen. De bed & breakfast moet altijd ondergeschikt zijn aan de woonfunctie. Dat betekent dat de bebouwing altijd uitstraalt dat het om een woning gaat. Daarnaast mag de oppervlakte van een bed & breakfast in een bijgebouw maximaal 60 m² bedragen. Om overlast van parkeren te voorkomen moet parkeren op het eigen erf plaatsvinden. In bijzondere situaties, bijvoorbeeld om erfgoed te behouden zijn meer of grotere kamers per bed & breakfast mogelijk. Een dergelijk initiatief is maatwerk waarbij onder andere wordt gekeken naar de toegevoegde waarde ten opzichte van het bestaande aanbod.

6.1.2.8

Bestemming 'Wonen-2'

De bestemming 'Wonen-2' wordt opgenomen wanneer sprake is van gestapelde woningen. Bij de bestemming 'Wonen-2' is de functie wonen toegestaan. Het begrip wonen is gedefinieerd als 'het zelfstandig gehuisvest zijn van één afzonderlijk huishouden'. Dit betekent dat kamerverhuur niet zonder meer is toegestaan. Omdat aan huis verbonden beroepen en aan huis verbonden (bedrijfs-)activiteiten zowel in de woning als in de aan- en uitbouwen onder voorwaarden zijn toegestaan, is gekozen voor een algemene gebruiksbepaling in een apart artikel. In artikel 3.1, eerste lid van de Wro is vastgelegd dat de gemeenteraad de bestemming van de in het bestemmingsplan begrepen grond aanwijst en met het oog op de bestemming regels geeft. De regels kunnen strekken ten behoeve van de uitvoerbaarheid van in het plan opgenomen bestemmingen, met dien verstande dat deze regels ten aanzien van woningbouwcategorieën uitsluitend betrekking hebben op percentages gerelateerd aan het plangebied. Op basis van de genoemde bepaling is in de regels opgenomen welk aandeel van het totale aantal woningen in het plangebied sociale huurwoningen, sociale koopwoningen dan wel door particulier opdrachtgeverschap te verwezenlijken woningen dient te zijn. Binnen woningen is een bed & breakfast onder voorwaarden toegestaan.

In een bijgebouw is alleen met een omgevingsvergunning en onder voorwaarden een bed & breakfast toegestaan. Als een bed & breakfast in een bijgebouw wordt gerealiseerd moet duidelijk zijn dat het echt om een bed & breakfast gaat en niet om een losse recreatiewoning. Dit betekent dat er geen keuken, washok of andere ruimten in het bijgebouw aanwezig zijn die makkelijk bij de kamers kunnen worden aangetrokken. In een woning of bijgebouw mogen maximaal twee kamers, met elk twee bedden ten behoeve van een bed & breakfast worden gerealiseerd. Het is wel toegestaan een kinderbedje toe te voegen. De bed & breakfast moet altijd ondergeschikt zijn aan de woonfunctie. Dat betekent dat de bebouwing altijd uitstraalt dat het om een woning gaat. Daarnaast mag de oppervlakte van een bed & breakfast in een bijgebouw maximaal 60 m² bedragen. Om overlast van parkeren te voorkomen moet parkeren op het eigen erf plaatsvinden. In bijzondere situaties, bijvoorbeeld om erfgoed te behouden zijn meer of grotere kamers per bed & breakfast mogelijk. Een dergelijk initiatief is maatwerk waarbij onder andere wordt gekeken naar de toegevoegde waarde ten opzichte van het bestaande aanbod.

6.1.2.9

Dubbelbestemming 'Leiding - Gas'

Met deze dubbelbestemming wordt een regeling getroffen ter bescherming van de gasleiding die op deze plek aanwezig is. De dubbelbestemming maakt het mogelijk de gasleiding aan te leggen, te gebruiken en te onderhouden. Op de gronden met deze dubbelbestemming mogen alleen bouwwerken ten behoeve van het leidingbeheer worden opgericht. Uitzonderingen op het bouwverbod worden alleen gemaakt na schriftelijke instemming van de leidingbeheerder. Het uitvoeren van een werk of werkzaamheden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning is verboden. De dubbelbestemming beslaat een afstand van 3,5 meter aan weerszijden van het hart van de leidingen.

54

"Bloemendal IIB" (vastgesteld)

Bloemendal IIB

6.1.2.10

Dubbelbestemming 'Leiding - Riool'

Met deze dubbelbestemming wordt een regeling getroffen ter bescherming van de rioolleiding die op deze plek aanwezig is. Op de gronden met deze dubbelbestemming mogen alleen bouwwerken ten behoeve van het leidingbeheer worden opgericht. Uitzonderingen op het bouwverbod worden alleen gemaakt na schriftelijke instemming van de leidingbeheerder. Het uitvoeren van een werk of werkzaamheden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning is verboden. De dubbelbestemming beslaat een afstand van 3 meter aan weerszijden van de leiding.

6.1.3 6.1.3.1

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Het doel van de anti-dubbeltelregel is te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.

6.1.3.2

Algemene bouwregels

In artikel 14.1 is een regeling opgenomen voor ondergronds bouwen. De regeling houdt in dat ondergronds bouwen is toegestaan waar ook bovengronds bouwen is toegestaan, tenzij anders is aangegeven.

6.1.3.3

Algemene gebruiksregels

Seksinrichting / coffeeshop Ter verduidelijking van het plan wordt aangegeven dat het gebruiken van gronden ten behoeve van een seksinrichting dan wel coffeeshop in ieder geval strijdig is met de bestemming. Verblijfsrecreatie In de uitwerking van de Visie Toerisme en Recreatie 2030, de Visie Verblijfsrecreatie (2022), staat dat de gemeente Barneveld kansen ziet voor de camperaar. Het streven is gericht op een geschikt en divers aanbod. Binnen de gemeente zijn in beginsel maximaal 5 camperterreinen mogelijk, met op elk terrein ten hoogste 8 camperplaatsen. Het realiseren van een dergelijk terrein is altijd maatwerk. Waarbij de kwaliteit van het initiatief voorop staat. We vinden het belangrijk dat een camperterrein in de nabijheid (fietsafstand) van toeristische plaatsen, horeca, middenstand, dagrecreatieve voorzieningen, wandel- en fietsroutes ligt. Het camperterrein draagt daarmee bij aan het recreatieve product van de gemeente Barneveld. Op het camperterrein moet het ook goed verblijven zijn. Dat betekent dat bijvoorbeeld een ligging aan een drukke weg of bij een bedrijf met veel geluid of geuroverlast niet wenselijk is. Het camperterrein moet goed in de omgeving en het landschap worden ingepast. Een camperterrein mag het woon- en leefgenot van woningen, voorzieningen en scholen niet aantasten.

Om onderscheidend te zijn ten opzichte van reguliere verblijfsrecreatieterreinen zijn op camperterreinen in principe geen recreatieve voorzieningen en sanitaire voorzieningen toegestaan Er gelden ook een aantal (organisatorische) randvoorwaarden. Het voorgaande wordt gefaciliteerd in de algemene gebruiksregels. In Barneveld is het toegestaan een eigen woning te verhuren aan toeristen voor kort verblijf: Particuliere vakantie-verhuur. De woning is in dit geval duidelijk ingericht voor eigen bewoning. Er mogen geen woningen aan de woningvoorraad worden onttrokken om particulier te worden verhuurd voor recreatief gebruik. Een woning mag daarom niet meer dan 60 nachten per kalenderjaar worden verhuurd tijdens afwezigheid van de bewoner. Dit kan een aaneengesloten periode zijn of meerdere korte periodes van in totaal 60 nachten. De bewoner van de woning is verantwoordelijk voor de verhuur. In bijzondere situaties, bijvoorbeeld ten behoeve van het behoud van erfgoed, kan van bovenstaande worden afgeweken. Bij een dergelijk initiatief is altijd sprake van maatwerk waarbij o.a. wordt gekeken of het initiatief aanvullend is op het bestaande verblijfsrecreatieve aanbod in Barneveld. Parkeerplaatsen Ten behoeve van nieuwe ontwikkelingen wordt in deze regels aangegeven dat er voldoende "Bloemendal IIB" (vastgesteld)

55

Bloemendal IIB parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn conform de Nota Parkeernormen (2020). Hierbij wordt het vergroten van een woning uitgesloten.

6.1.3.4

Algemene aanduidingsregels

De aanduidingen bevatten specificaties van de (dubbel-)bestemmingen met betrekking tot het gebruik of het bouwen. Een gebiedsaanduiding is een aanduiding die verwijst naar een gebied waarvoor bijzondere regels, extra regels of nadere afwegingen gelden. Bij gebiedsaanduidingen gaat het veelal om zones en gebieden die aan sectorale regelgeving zijn ontleend. Er zijn drie voorwaardelijke verplichtingen opgenomen in de regels van het bestemmingsplan "Bloemendal IIB" ten behoeve van de realisatie en instandhouding van: hagen parkeerplaatsen op eigen terrein geluidscherm Wat betreft de hagen: Het merendeel van de erfafscheidingen in het plangebied "Bloemendal IIB" wordt gevormd door hagen. Dit geldt sowieso voor alle erfafscheidingen die grenzen aan de openbare ruimte van zowel de voor- als achtertuinen. Bij de overige erfafscheidingen is de keuze vrij. Echter hagen hebben de voorkeur. Het gebruik van deze hagen sluit aan op de randvoorwaarden die gesteld zijn om de wijk natuurinclusief te bouwen. Naast het bieden van nestgelegenheid in de bebouwing is het daarnaast noodzakelijk om ook foerageer- en schuilvoorzieningen op te nemen in de buitenruimte. De hagen voorzien hier ondermeer in. Op verschillende locaties is niet genoeg ruimte om een haag tot volledige wasdom te laten uitgroeien, dan wordt deze vervangen door een begroeid dubbelstaafshekwerk of pergola constructie.

Dat is het geval bij de stads-, rug aan rug- en de verandawoningen. Hekwerken of pergola's moeten met een combinatie van plantsoorten begroeid worden, passend bij de locatie en groeiplaats. Ontwikkelaars moeten hiervoor een voorstel doen dat getoetst zal worden door de landschapsontwerper bij de vergunningsaanvraag. Omdat binnen Bloemendal gestreefd wordt naar een hoge biodiversiteit is ervoor gekozen om vier verschillende soorten hagen voor te schrijven, zoals aangeduid op de nevenstaande kaart. beukenhaag (Fagus sylvatica) haagbeukhaag (Carpinus betulus) veldesdoornhaag (Acer campestre) ligusterhaag (Ligustrum vulgare Atrovirens) Voor de school grenzend aan de laagte is gekozen om een gemengde haag voor te schrijven, bestaand uit een mix van hazelaar, vogelkers, Gelderse roos, veldesdoorn, rode kornoelje, en liguster. Als binnen het schoolterrein hagen worden gebruikt, heeft het de voorkeur beuk en/of haagbeuk toe te passen. Dit type (gemengde) hagen sluit aan bij de beplanting die is gebruikt in de laagte. Hagen in de voortuin hebben maximum een hoogte van één meter en maximaal twee meter in de achtertuin. Bij hoekpercelen geldt een tweedeling in de hoogte van de haag die op de erfgrens van de zijtuin staat. Ter hoogte van de voortuin en 2/3 van de zijgevel van de woning komt een lage haag en bij maximaal 1/3 van de zijgevel en de volledige achtertuin een hoge haag.

Voor de hagen grenzend aan de achterpaden worden in verband met de privacy hoge hagen toegestaan tot max. twee meter. De hoge hagen zijn bij aanleg zodanig ingeplant dat privacy in de achtertuin onmiddellijk gegarandeerd kan worden en het plaatsen van bv schuttingen of weghalen van het recente aangeplante plantmateriaal wordt tegengegaan. In de haag kan een gecombineerde toegang naar de kavel voor voetganger en/of auto worden opgenomen. De diverse hagen moeten bij oplevering van de woning(en) zijn aangeplant met een daarbij horende geschikte groeiplaats(verbetering). In uitzonderlijke gevallen kan afgeweken worden van de voorgeschreven haag soort. De vervangende soort is ten alle tijden één van de vier voorgeschreven soorten. Wat betreft standplaatsen voor ambulante handel: 56

"Bloemendal IIB" (vastgesteld)

Bloemendal IIB In de gemeente Barneveld zijn op diverse locaties in de openbare ruimte standplaatsen voor ambulante handel aanwezig. Deze standplaatsen worden gedurende één of meer dagdelen per week ingenomen door kramen of wagens van waaruit producten (zoals vis, snacks, bloemen en groente en fruit) worden verkocht. Een standplaats is alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel standplaats'. Wat betreft de geluidschermen: Om een geluidscherm te waarborgen is in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Hierbij worden aan het bestemmingsplan specifieke regels toegevoegd die verplichten om bij gebruikmaking van de toegestane ontwikkeling ook de inrichtingsmaatregelen te realiseren.

6.1.3.5

Algemene afwijkingsregels

Er is een algemene afwijkingsregel opgenomen wanneer dit voor een betere technische realisering van bouwwerken dan wel in verband met de werkelijke toestand van het terrein noodzakelijk is. Deze afwijkingsregel dient bij uitzondering te worden toegepast. De noodzaak om van de bestemmingsregeling af te wijken dient te worden aangetoond. Het is niet de bedoeling dat deze algemene bevoegdheid wordt toegepast in combinatie met het afwijken zoals dat bij een specifieke bestemming is genoemd. Met andere woorden: cumulatie van deze bevoegdheden is uitgesloten. Een voorbeeld: de maximale goothoogte voor een woning is 6 meter. Bij de bestemming 'Wonen-1' is de bevoegdheid opgenomen om met een omgevingsvergunning af te wijken van de bouwregels en die goothoogte te vergroten met maximaal 3 meter. Het is niet de bedoeling dat dan nog eens toepassing wordt gegeven aan de algemene afwijkingsbevoegdheid met een vergroting van nog eens 10% tot gevolg. Het is toegestaan om af te wijken van de goot- en bouwhoogte en inhoud en buiten het bouwvlak te bouwen wanneer de bestaande en eventueel bij te bouwen nieuwe bebouwing op het bouwperceel wordt geïsoleerd.

De uitbreiding is uitsluitend bedoeld wanneer de isolatiemaatregelen een grotere omvang van de bebouwing vragen om eenzelfde oppervlakte te krijgen als wanneer er geen of een beperkter isolatiepakket zou worden gehanteerd dat alleen aan de eisen uit het Bouwbesluit voldoet. Het gaat hier dus bijvoorbeeld om dikkere muren en/of een hoger dak.

6.1.3.6

Algemene wijzigingsregels

In deze bepaling wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om bestemmingen te wijzigen ten behoeve van kleine overschrijdingen van bestemmingsgrenzen. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven. De bevoegdheid is bedoeld voor aanpassing aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein. Ook wordt hier aan het bevoegd gezag de mogelijkheid gegeven om, onder voorwaarden het plan wijzigen in die zin dat de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - Standplaats' wordt toegevoegd aan de gronden.

6.1.3.7

Algemene procedureregels

Op de voorbereiding van het besluit tot wijziging is afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht en artikel 3.9a van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing, met dien verstande dat burgemeester en wethouders binnen acht weken na afloop van de termijn van terinzagelegging een besluit nemen omtrent de wijziging. Voor het stellen van nadere eisen is geen procedure opgenomen in de wet. De procedure staat beschreven in hoofdstuk 3 "Algemene regels" van dit bestemmingsplan.

6.1.4

Overgangs- en slotregels

6.1.4.1

Slotregel

Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van het voorliggende bestemmingsplan. "Bloemendal IIB" (vastgesteld)

57

Bloemendal IIB

58

"Bloemendal IIB" (vastgesteld)

Bloemendal IIB

Hoofdstuk 7 7.1

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Kostenverhaal en zekerstellingen

Op grond van artikel 6.12, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan voorkomt dat in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is aangewezen. Nu het onderhavige plan de bouw van meerdere woningen (artikel 6.2.1 Bro) mogelijk maakt, is dit aan de orde. Echter, zijn alle te ontwikkelen gronden binnen het plangebied in eigendom van de gemeente waarmee de kosten worden gedekt uit de gronduitgifte (kavel verkopen). Doordat het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden hiermee anderszins verzekerd is, het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is en het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels niet noodzakelijk is, behoeft de raad op grond van artikel 6.12, tweede lid Wro in dit geval geen exploitatieplan vast te stellen.

7.2

Economische uitvoerbaarheid

Ten behoeve van de ontwikkeling is een grondexploitatie opgesteld. Uit de grondexploitatie blijkt dat er sprake is van een positief resultaat. De geprognotiseerde opbrengsten uit de gronduitgifte zijn hoger dan de kosten. De economische uitvoerbaarheid is hiermee aangetoond.

"Bloemendal IIB" (vastgesteld)

59

Bloemendal IIB

Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Conform artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft het college op 14 september 2023 in de Barneveldse Krant en Barneveld Huis-aan-Huis en langs elektronische weg kennisgegeven van het voornemen om het voorliggende bestemmingsplan voor te bereiden. Aangegeven is verder dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Daarnaast is er de gelegenheid om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan opgestart (artikel 3.8 Wro).

8.1

Participatie

Participatie gaat over het goede gesprek tussen initiatiefnemers, de samenleving en de beslissers. Het is de bedoeling om elkaar zo vroeg mogelijk te betrekken in het proces ter voorbereiding van een besluit en gezamenlijk te zoeken naar de beste oplossingen. Dit is verankerd in beleid dat moet leiden tot plannen met een hogere kwaliteit en een breder draagvlak. Op 20 april 2022 heeft de raad het "Participatiebeleid Gemeente Barneveld" vastgesteld. Het beleid onderscheidt drie sporen: Participatie bij ruimtelijke initiatieven; Participatie bij initiatieven van de overheid; Participatie bij initiatieven vanuit de gemeenschap. Het beleid is in werking getreden op 1 januari 2023, met uitzondering van de participatieverplichting uit spoor 1 want die is gekoppeld aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In het beleid is de participatieladder opgenomen. Die ladder gaat over verschillende gradaties van meedoen en is er om de rol van de deelnemers duidelijk te communiceren. Er zijn vier treden op de ladder: 1. 2. 3. 4.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=add72fd1-68b9-4e1d-ab40-011c0971a9cf