CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bloemendal IIA_Toelichting_Bijlage 7 Beeldkwaliteitsplan (2024) (1)

Gemeenteraad 8 oktober 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Bloemendal IIA en het Beeldkwaliteitsplan Bloemendal fase IIA14.009 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

• • • •

De veranda is 3,0 m diep en heeft de hoogte van 1 bouwlaag, berging inpandig of als uitbouw aan de voorzijde van de woning die in vormgeving en materiaalkeuze een eenheid vormt met het hoofdgebouw, indien de berging een platdak krijgt moet dit in de vorm van een groendak/natuurdak, het is niet toegestaan de veranda voor een deel of volledig dicht te zetten, de ‘gevel’ aan de zuidzijde moet ten alle tijden volledig open blijven. Transparante windschermen of andere schermen zijn aan de zuidzijde niet toegestaan,

•

• •

• • • •

•

de overgang van de veranda naar de openbare groene ruimte wordt duidelijk begrensd middels een tuinmuur die aan de zijde van de veranda 0,60 m hoog is. Dit moet een robuuste muur worden die in hetzelfde materiaal als het hoofdgebouw wordt uitgevoerd. De muur is daarmee onderdeel van de ontwerpopgave, deze tuinmuur wordt gecombineerd met een trap die de groen blauwe zone toegankelijk maakt, dit principe staat op pagina 50 verbeeld, de erfafscheiding aan de noordzijde is middels een lage haag (paragraaf E8. Hagen) eventueel gecombineerd met een meeontworpen berging. Om het aantal openingen in de haag te beperken bij voorkeur de voordeur aan de zijde van de berging opnemen, de zijgevels van de hoekwoningen vormen tevens de erfafscheiding, zie pagina 36. Deze gevels vragen om voldoende transparantie en detaillering, voor voldoende privacy en een kwalitatieve uitstraling worden de ‘tussengevels’van de veranda’s meegenomen in het architectonisch ontwerp, de zuidelijke erfgrens van de veranda moet worden voorzien van verticaal groen, voor een zachte overgang met de groen blauwe zone. Het gaat om een combinatie van diverse klimplanten als bv.Hop, klimroos, Duitse pijp, inzameling van restafval vindt plaats in ondergrondse containers in de directe nabijheid, papierinzameling in de ondergrondse container nabij het appartementengebouw.

Door de beperkte omvang van het kavel is er geen aparte voorziening voor het inzamelen van gft-afval, Regenwater overloop verandawoningen naar de zijde van de groen blauwe velden, er komt geen regenton. Het infiltratiekrat met een berging van 1 m3 opnemen aan de voorzijde.

49

1.

daglichttoetreding

0.60

lamellen

0.56

9.10+

9.70+

9.14+

0.93

Optrede= 140mm Aantrede= 310mm 2.07 3.00

Principe detail Verandawoningen Wadi.

50

9.70+

D5. 1.

daglichttoetreding

Verandawoningen Vlonders

De verandawoningen in het middengebied worden slechts één bouwlaag met kap en zijn bestemd voor kleine huishoudens. Naast wat lager zijn deze woningen tevens wat breder dan de reguliere woningen.

lamellen

Verder gelden de randvoorwaarden zoals toegelicht in de paragraaf ‘D4 Verandawoningen Wadi’, met een principe detail op deze pagina.

0.60

0.14

D6.

B.P.

Optrede= 140mm 3.00 Principe detail Verandawoningen Vlonders en Verandwoningen Laagte.

Verandawoningen Laagte

De Verandawoningen Laagte onderscheiden zich van de overige verandawoningen door hun ligging. Deze verandawoningen worden volledig omringd door groen. Het verzachten van de overgang tussen openbaar groen en het woongebouw middels een pergolaconstructie begroeid met klimplanten verdient bij deze drie woonblokken extra de aandacht vanwege zijn ligging. De hoekwoningen aan de zijde van de Laagte krijgen een accent in hoogte. Deze hoeken worden twee bouwlagen met een verhoogde kap. Verder gelden de randvoorwaarden zoals omschreven in paragraaf D4. Verandawoningen Wadi, met een principe detail op deze pagina.

51

D7.

Houten woningen Laagte

Er komen vier vrijstaande woningen aan de Laagte te staan. De twee zuidelijke van deze vier woningen grenzen met het bouwblok direct aan de onbebouwde Laagte. Deze woningen vormen daarmee deels de erfafscheiding. Voor de recreanten en passanten van de Laagte dragen deze woningen bij aan de sociale veiligheid. De bouwblokken aan de Laagte onderscheiden zich van de rest van de bebouwing in de Bloemenvelden door een andere hoogte (plat dak). Verder is de gevel van deze vier woningen (deels) van hout, wat het onderscheidende karakter benadrukt. Doordat ze hoger zijn dan het merendeel van de woningen in het plangebied anticiperen ze op de bebouwing aan de andere zijde van de Laagte. Ten oosten van de Laagte in het woonmilieu ‘Spiekers’ komen kleinschalige gestapelde woonblokken.

• • • •

52

De voorgevel van de 2 zuidelijke woningen ligt aan de laagte desondanks dit gegeven zal hier niet de voordeur komen, woningen worden (deels) in hout vormgegeven, een eigentijdse uitstraling onder hoogwaardige architectuur vormgegeven, de vier woningen moeten in samenhang worden vormgegeven en mogen wel in detail van elkaar verschillen,

•

• • • •

•

de oostelijke en zuidelijke erfafscheiding wordt gecombineerd met een keerconstructie waar een haag op komt te staan. Deze constructie dient in samenhang met de woning te worden vormgegeven. Goede afstemming met de projectgroep van de gemeente is hierbij noodzakelijk, overige erfafscheidingen in de vorm van een haag (paragraaf E8. Hagen), hoogte is maximaal 10,0 meter en verspringd in hoogte per blok voor de plasticiteit, de twee zuidelijke woning snijden in het landschap. Om deze reden staan ze met enige regelmaat met hun voeten in het water, bij de twee zuidelijke woningen komt aan de zijde van de laagte een inpandige buitenruimte in de vorm van een loggia. Om deze reden zijn deze 2 bouwvlakken 2,0 m dieper dan de standaardmaatvoering, de te openen delen van de woningen aan de zijde van de Laagte dienen naar binnen te kunnen draaien, ivm het onderhoud ervan.

D8.

Appartementengebouw

Parallel aan de Laagte ligt in Bloemendal fase 1 en 2A een tweede wijkgroenstructuur. Daar waar deze noordzuid groenstructuur een groenblauwe zone kruist komt een appatementengebouw te staan. Dit gebouw is bestemd voor sociale woningbouw en markeert de groenstructuren. Het gebouw moet voldoen aan de volgende randvoorwaarden;

• • • • • • • • •

Maximaal vier bouwlagen zonder kap, een groendak met 60 mm waterberging, gecombineerd met zonnepanelen en/of -collectoren, hergebruik van regenwater voor bijvoorbeeld het doorspoelen van het toilet is gewenst, een eigentijdse uitstraling onder hoogwaardige architectuur vormgegeven, er mogen geen installaties zichtbaar op het dak worden geplaatst, het parkeerterrein aan de oostzijde wordt vormgegeven door de projectgroep van de gemeente, de bergingen moeten inpandig worden opgelost, een aantal bezoekersparkeerplaatsen komen aan de straat, het gaat om 3 parkeerplaatsen, aan alle vier de zijden van het gebouw (inclusief de begane grond) is enige mate van transparantie in de gevels gewenst, blinde gevels/plint zijn niet toegestaan,

•

• •

de privé buitenruimten (op de begane grond en op de verdiepingen) verdienen de nodige aandacht in de uitwerking ivm voldoende privacy en voldoende comfort en beschutting en tevens een mooie en duurzame uitstraling, erfafscheidingen in de in de vorm van een haag (paragraaf E8. Hagen); net als in de overige openbare ruimte van Bloemendal wordt het parkeren van de auto gecombineerd met het parkeren van de fiets middels nietjes in de openbare ruimte.

53

Groenstructuur Bloemendal fase 2A

• • • 54

Hoofdstructuur Nevenstructuur Groen- blauwe velden

E

OPENBARE RUIMTE

E1.

Inleiding

Binnen fase 2A van Bloemendal zijn een aantal bestaande (groen)structuren aanwezig. Deze structuren worden versterkt en aangevuld. Hierin wordt deels onderscheid gemaakt in belangrijke groene dragers gekoppeld aan verkeersstromen en een groenblauw netwerk voor recreatief gebruik/verbinding met omliggende landschap. De belangrijkste bestaande verkeersader is de Nijkerkerweg die van noord naar zuid loopt en het gebied aan de westzijde afsluit. Een nieuwe belangrijke verkeersader is de wijkontsluitingsweg die aan de noordzijde, die de richting volgt van de kavelstructuur. Daarnaast vormt de zijtak van de Trammelant beek (De Laagte) een karakteristieke doorsnijding in het landschap. Deze lijn wordt verlengd naar het zuiden waardoor er een groenblauwe verbinding ontstaat tussen het zuidelijk gelegen Oosterbos en de noordelijk gelegen Esvelderbeekzone.

E2.

Nijkerkerweg

Om de ontsluiting van de wijk Bloemendal voldoende af te kunnen wikkelen en om bij toekomstige verkeersgroei een uitbreiding van de Nijkerkerweg niet onmogelijk te maken, zal de Nijkerkerweg worden voorzien van een breder profiel. De eikenbomen, de sloot en het fietspad worden daarom op voorhand al verder van de Nijkerkerweg gesitueerd waarbij de weg van oost naar west opnieuw zal worden opgebouwd. Hierdoor kunnen de eikenbomen aan de oostzijde grotendeels behouden blijven. Aan de westzijde, waar de weg verbreed wordt, zullen de (zomer)eiken verwijderd worden. Echter voordat deze weggenomen worden wordt er op voorhand al nieuwe diverse soorten bomen worden terug geplant zoals in fase één, langs de toekomstige rand van de weg. Deze nieuwe aanplant zal de karakteristieke laanstructuur in de toekomst waarborgen en voldoet aan de eisen gesteld in de Quickscan inclusief mitigerende maatregelen die is opgesteld voor de opwaardering van de Nijkerkerweg in combinatie met de woonwijk Bloemendal.

55

E3.

De wijkontsluiting

Deze nieuwe verkeersader door het gebied loopt van west naar oost. Deze hoofdontsluitingsweg wordt gekenmerkt door een forse bomenlaan bestaande uit diverse lindes. De linde is eveneens een landschappelijk waardevolle boom, en is tevens zeer geschikt om in stedelijk gebied toe te passen. Daarnaast fungeert de lindeboom als drachtboom voor de bijen. In de zomermaanden, wanneer ze bloeit, verspreidt ze een aangename geur en in de herfst kleurt het blad oranje geel. In de hete zomer zorgt de linde met haar dichte en volle bladerdek voor verkoeling. Doordat zij haar blad verliest in de winter kan de warmte van de zon weer doordringen tot aan de woningen. De laan bestaat uit een selectie van verschillende soorten lindes, hierdoor versterken we de biodiversiteit en rekken we de bloeitijd, zonder in te boeten op het statige laanbeeld. Binnen de lindelaan vindt een verbijzondering plaats, door het inpassen van de huidige bestaande bomenrij. Deze karakteristieke houtopstand, krijgt hier op deze manier extra aandacht en zorgt ervoor dat het oorspronkelijke landschap leesbaar blijft. Daarnaast bevordert dit ook de biodiversiteit in de wijk.

56

E4.

De laagte

De laagte krijgt meerdere functies, naast de heel belangrijke waterbergende functie, kan de recreant hier ook wandelen en fietsen op de paden, maar ook struinen en/of spelen door de grasruigte. Daarnaast is het een belangrijke groene verbinding tussen het Oosterbos en de Esvelderbeek zone. Flora en fauna staan hier voorop. Hierdoor zal vooral worden gewerkt met inheemse bomen, struiken en kruidenvegetatie. Deze dragen bij aan een natuurlijk, robuust en biodivers netwerk in de bebouwde omgeving. De bestaande groen- en waterstructuur wordt zoveel mogelijk behouden en ingezet bij de uitwerking. Solitaire bomen, boomgroepen en hier en daar korte rijtjes van bomen en/of solitaire struiken zetten hier de toon.

E5.

De buurtwegen

De buurtontsluitingswegen worden begeleid met een boomstructuur. De bomen onderbreken de langsparkeervakken die tussen het voetpad en de rijweg zijn gepositioneerd. Bij de soortkeuze van de bomen is er rekening mee gehouden dat deze goed in de verharding kunnen staan. Dat de boomkronen transparant zijn, dat ze een hoogte hebben van minimaal tien meter en maximaal vijftien meter, zodat een goede verhouding ontstaat met de bouwvolumes. Tevens zullen de meeste bomen een voedselbron zijn voor bijen, vlinders en vogels. Iedere buurtonsluitingsweg kent zijn eigen diverse aanplant, hierdoor wordt de biodiversiteit vergroot en ontstaat eigenheid.

E6.

Groen blauwe velden

De bestaande sloten en of perceelgrenzen worden zoveel als mogelijk ingezet als groen blauwe velden, waarin (regen)water kan worden begeleid naar de aanwezige laagte in het oosten en wadi’s in het westen. Bestaande bomen en houtopstanden worden zoveel mogelijk behouden in deze zone. In de groen blauwe velden kan volop gespeeld en gerecreëerd worden. Een informele padenstructuur nodigt bewoners uit tot het maken van verschillende ommetjes door de wijk. Verder dagen verschillende speelaanleidingen kinderen en eenieder die wil uit. Zodat naast het rennen, struinen en plukken van bloemen ze ook op een andere manier fysiek bezig kunnen zijn. De beplanting in deze zone draagt bij aan de biodiversiteit. Bij de soortkeuze is voornamelijk gekozen voor inheems materiaal. Waarbij een afwisseling te zien is in grootte, vorm en kleur, hiermee wordt het geheel speels en aantrekkelijk aangekleed. Naast de boomlaag worden er op enkele plekken ook struikvormers toegevoegd, die ondermeer meer gelaagdheid in de ruimtes brengen. De derde laag bestaat uit verschillende plekspecifieke bloemrijke kruidenmengsels, hierdoor ontstaat een afwisselend beeld in vorm, kleuren, maar ook in hoogte en textuur.

57

Bomenkaart

58

E7.

Welke boom waar

De voorgaand genoemde groenstructuren in de wijk worden voornamelijk gevormd door de bomen. Hier wordt een impressie geschetst van welke (type) bomen in welke structuren toegepast zullen worden. In de wijk zullen nog meer bomen toegepast worden zoals ondermeer in sommige parkeerhoven maar deze blijven hier buiten beschouwing. De symbolen op de bomenkaart geven slechts een impressie van de structuren en geven niet de exacte locatie van de toekomstige bomen weer. Deze zullen later in het civieltechnisch (voor)ontwerp (CVO) exact terug te vinden zijn.

E7.1. De wijk ontsluitingsweg Zoals eerder genoemd bestaat deze uit verschillende lindes die samen zorgen voor een langdurig aanbod van nectar.

Tilia americana “Redmond”

Tilia cordata “Savaria”

Tilia mongolica “Buda”

Tilia platyphyllos “Naarden”

Tilia tomentosa “Doornik” 59

E7.2. Buurtweg Elke buurtweg, krijgt zijn eigen diverse aanplant, hierdoor wordt de biodiversiteit vergroot en ontstaat eigenheid. Onderstaand een greep uit de te gebruiken bomen.

Acer rubrum “Brandywine”

Sorbus latifolia “Henk Vink”

Malus Professor “Sprenger”

Pyrus communis “Beech Hill”

Koelreuteria paniculata

Pterocarya fraxinifolia

60

Gleditsia triacanthos “Street Keeper”

Prunus sargentii “Rancho”

E7.3. Laagte & groen blauwe velden De laagte en de groen blauwe velden bestaan voornamelijk uit inheemse bomen aangevuld met hier en daar een gecultiveerde eyecatcher. In de totaliteit worden over deze zone’s meer dan 25 verschillende bomen en heesters gebruikt. Elke veld krijgt zijn eigen specifieke mix en ontleed hier ondermeer zijn toekomstige identiteit aan. Onderstaand een greep uit de te gebruiken bomen.

Ostrya carpinifolia

Crataegus persimilis Splendens

Ilex aquifolium

Mespilus germanica

Rhamnus frangula

Viburnum opulus

Populus tremula

61

Hagen op de erfgrenzen

62

E8.

Hagen

Zoals aangegeven in Hoofdstuk C14. wordt het merendeel van de erfafscheidingen gevormd door hagen. Dit geldt sowieso voor alle erfafscheidingen die grenzen aan de openbare ruimte van zowel de voor- als achtertuinen. Bij de overige erfafscheidingen, die niet genoemd zijn in paragraaf.C14, is de keuze vrij. Echter hagen hebben de voorkeur. Een uitzondering hierop is een begroeide geluidswerende voorziening. Om aan de geldende geluidsnormen te voldoen moet de afscheiding in het planprocces worden getoetst. Hiervoor kan bijvoorbeeld de greenwall compact begroeid met een Hedera helix “Hibernica” (klimop) worden ingezet. Op een enkele kavel is niet genoeg ruimte om een haag tot volledige wasdom te laten uitgroeien, Hier wordt een begroeid dubbelstaafshekwerk voorgeschreven. Het gebruik van deze hagen sluit aan op de randvoorwaarden die gesteld zijn om de wijk natuurinclusief te bouwen (paragraaf. C15). Naast het bieden van nestgelegenheid in de bebouwing is het verder noodzakelijk om ook foerageer- en schuilvoorzieningen op te nemen in de buitenruimte. De hagen voorzien hier ondermeer in.

E8.1. Hagen op de erfgrenzen Omdat binnen Bloemendal gestreefd wordt naar een hoge biodiversiteit is er voor gekozen om zes verschillende soorten hagen voor te schrijven: • beukenhaag (Fagus sylvatica) • rode beukenhaag (Fagus sylvatica atropunicea) • haagbeukhaag (Carpinus betulus) • veldesdoornhaag (Acer campestre) • ligusterhaag (Ligustrum vulgare Atrovirens) • hulsthaag (in de mix 1 staat tot 5 Ilex meserveae ‘Blue Prince’ & Ilex meserveae ‘Blue Princess’) Hagen in de voortuin hebben max. een hoogte van één meter en max. twee meter in de achtertuin.Bij hoekpercelen geldt een tweedeling in de hoogte van de haag die op de erfgrens van de zijtuin staat. Ter hoogte van de voortuin en 2/3 van de zijgevel van de woning komt een lage haag en bij maximaal 1/3 van de zijgevel en de volledige achtertuin een hoge haag. Voor de hagen grenzend aan de achterpaden worden in verband met de privacy hoge hagen toegestaan tot max. twee meter. De hoge hagen zijn bij aanleg zo ingeplant dat deze gezond kunnen uitgroeien (min breedte van 60cm) en de privacy in de achtertuin onmiddellijk gegarandeerd kan worden en hierbij het plaatsen van (traditionele)schuttingen wordt tegengegaan. In de haag kan een gecombineerde toegang naar de kavel voor voetganger en/of auto worden opgenomen.

63

Hagen in de openbare ruimte

64

E8.2. Hagen in de openbare ruimte De diverse hagen moeten bij oplevering van de woning(en) zijn aangeplant met een daarbij horende geschikte groeiplaats(verbetering).

Naast erfafscheidingen op de perceelgrenzen zijn er ook hagen te vinden in de openbare ruimte. Bijvoorbeeld bij diverse parkeerkoffers en bij de speelplekken.

Rondom de zogenoemde ‘erven’ grenzend aan de Nijkerkerweg worden gemengde hagen voorgeschreven, bestaand uit een mix van hazelaar (Corylus avellana), vogelkers (Prunus padus), Gelderse roos (Viburnum opulus), veldesdoorn (Acer campestre), rode kornoelje (Cornus sanguinea), meidoorn (Crataegus monogyna), sleedoorn (Prunus spinosa), kardinaalsmuts (Euonymus europaeus) en hondsroos (Rosa Canina)

Aanvullend op de eerder voorgeschreven hagen werken we in de openbare ruimte, waar mogelijk, ook met meidoornhagen. Een van oudsher veel gebruikte haag in het landschap, waar vogels en andere dieren zich graag in ophouden.

Binnen het erf worden hagen van beuk (Fagus sylvatica) en/of haagbeuk (Carpinus betulus) toegepast. Dit type (gemengde) hagen is typerend als erfbeplanting in het oorspronkelijke Kampenlandschap.

• • • •

veldesdoornhaag (Acer campestre) ligusterhaag (Ligustrum vulgare Atrovirens) rode beukenhaag (Fagus sylvatica “Atropunicea”) meidoornhaag (Crataegus monogyna)

In uitzonderlijke gevallen kan in overleg met de projectgroep, de landschapsontwerper van de gemeente Barneveld, afgeweken worden van de voorgeschreven haag soort. De vervangende soort is ten alle tijden 1 van de 6 voorgeschreven soorten zoals aangeven in paragraaf E8.1 Hagen op de erfgrenzen.

65

Kruidenvegetatie

66

E9.

Kruidenvegetatie

Naast een boom- en hagenstructuur krijgt de wijk extra kleur door het gebruik van diverse kruidenmengsels. Deze kruidenlaag draagt verder bij aan een biodiverse natuurinclusieve wijk waar het goed toeven is voor mens, dier en plant. Hier profiteren met name (wilde) bijen, vlinders en diverse vogels nog het meest van. Door de wijk heen worden in de buitenruimte verschillende kruidenmengsels ingezaaid passend bij de functie en de plek. Daarnaast willen we, waar mogelijk, gebruik maken van de aanwezige zaadbank. De verschillende kruidenvegetaties worden op verschillende momenten gefaseerd gemaaid. Dit type onderhoud versterkt de diversiteit doordat verschillende kruiden op verschillende momenten groeien en bloeien. We onderschrijven verschillende zones in de wijk, elk met hun eigen maaibeheer. -aangegeven hoogtes zijn indicatief -

• • •

(speel)gazon 5 tot 10 cm laag kruidenmengsel voor lagere delen, wadi’s en de velden (B116 wadimengsel) 20 tot 50 cm middelhoog kruidenmengsel langs beek (B115 Oeverplantenmengsel) 20 tot 120 cm

• • • •

middelhoog kruidenmengsel langs hoofdas (100% Margriet - zonder grassen) 20 tot 100 cm middelhoog kruidenmengsel voor lagere delen en de velden (B102 Margrietmengsel) 20 tot 120 cm laag kruidenmengsel in de laagte (B106 Dotter koekoeksmengsel) 20 tot 60 cm laag kruidenmengsel langs recreatiefpad (mix B102 margrietmengsel+B115 oeverplantenmengsel 50%+50%) 20 tot 60 cm

Meerjarige kruidenmengsels hebben enkele jaren nodig om zich te ontwikkelen. Daarom worden ze hier en daar aangevuld met wortelstekken en/of plantgoed. Deze planten zorgen in de eerste jaren alvast voor extra bloei en structuur. Langs de hoofdontsluitingsweg wordt de kruidenvegetatie aangevuld met voorjaarsbollen. De hoofdonsluitingsweg krijgt een wit bloeiend bollenmengsel met sneeuwklokken, crocussen, narcissen en botanische tulpen.

67

Verhardingen

68

E10. Verhardingen De verhardingen voor de buitenruimte van Bloemendal fase 2A volgen deze van fase 1. Deze zijn toen zorgvuldig afgewogen. Waarbij een balans is gezocht tussen functionaliteit, duurzaamheid en betaalbaarheid. Daarvoor is bijvoorbeeld een Total Costs Ownership (TCO) onderzoek van baksteen, betonklinker en diverse andere straatsteensoorten door Arcadis uitgevoerd. Hieruit is niet een eenduidig antwoord naar voren gekomen die wijst in een specifieke richting. Echter bood het onderzoek wel handvatten in een verdere afweging. Voor nu is voor Bloemendal de keuze voor betonsteen, met minimaal 15% hergebruikt materiaal voor de weg en langsparkeervakken gecombineerd met baksteen op het trottoir de uitkomst. De hoofdontsluitingsweg wordt uitgevoerd in asfalt. De ontwerpsnelheid ligt hier op 50 km/u. Het is de enige weg binnen de wijk die in asfalt wordt uitgevoerd. De voetpaden langs de wijkontsluitingswegen worden uitgevoerd in gebakken klinkers. De weg en langsparkeerplaatsen worden uitgevoerd in betonstraatstenen, die bestaan uit minimaal 15% hergebruikt beton (indien leverbaar graag meer). De nadruk in de verharding ligt op het voetpad. Hier wordt een mix van verschillende kleurtinten: (donker) bruin, rood en geel, gebruikt die zijn afgestemd op de toekomstige bebouwing.

De betonstraatstenen hebben een baksteen “look and feel” en sluiten in kleur en oppervlaktebewerking goed aan op de gebakken klinkers. Waardoor een rustig straatbeeld wordt verkregen. In de parkeerkoffers wordt gewerkt met vooraf ingezaaide TTE- roosters, die de parkeerkoffers een groen uiterlijk geven. Dit is een zelfdragende roosterconstructie begroeid met gras of gevuld met TTE betonklinkers, ter indicatie van de vakken. Ten oosten grenzend aan fase 2A, binnen Fase 4 loopt een recreatief pad aanpalend aan de laagte die wordt insitu-okergeel-beton-gestort. Verder is er een fijnvertakt netwerk van wandelpaden in de groen blauwe zones. Die zijn uitgevoerd in een duurzame halfverharding, DurEkomix.

69

Bylandt - Aurora- dikformaat (Stoep)

Struyk verwo - Keranova Okra (Parkeerplaats)

Struyk verwo - Keranova Rossa (weg)

DurEko-mix halfverharding.

(vooringezaaid) TTE systeem

Insitu gestort okergeel beton

Indicatie materialen familie -verhardingen

70

E11. Profielen Op de volgende pagina’s krijg je een indruk van verschillende profielen die in de wijk toegepast zullen worden. De onderstaande kaart geeft hun locatie aan. Hoofdontsluitingsweg 50 km/u, met ventweg

A-A’

71

Hoofdontsluitingsweg 50 km/u, met 2-richtingsfietspad

Voetpad voor woningen

72

D-D’

B-B’

Woonstraat 30 km/u

C-C’

Parkeerkoffer E-E’

Verandawoning en de directe omgeving

Woonstraten aan groenblauwe zone F-F’

G-G”

73

Waterstructuur

74

E12. Waterstructuur De planontwikkeling mag niet leiden tot meer afvoer van hemelwater dan in de huidige situatie. Dit betekent dat er waterberging in het plangebied nodig is met een gedoseerde afvoer naar het watersysteem buiten het plangebied. De waterberging wordt gerealiseerd in de vorm van waterbergingszones aan de oost- en westrand van het plangebied. Deze zones zijn aan de westrand droogvallend, de eerder genoemde wadi’s, en hebben een overloop op de bermsloot van de Nijkerkerweg. Aan de oostzijde wordt berging gerealiseerd in de laagte, in de vorm een droogvallende zone die in vrije verbinding staat met de zijtak Trammelant beek. De openbare wegen voeren het hemelwater van alle openbare verhardingen en het overtollig dakwater bovengronds af naar de oostwestgerichte groen blauwe velden. Dit zijn de openbare groene ruimtes, aangelegd met een verlaagd profiel om afstroming mogelijk te maken naar de waterbergingszones. Door bovengrondse afvoer blijft het water zichtbaar en draagt het bij aan de bewustwording van een klimaatbestendig afwateringssysteem. Alle bestaande watergangen blijven in fase 2A zoveel als mogelijk behouden. Grondwateroverlast wordt voorkomen door het plangebied op te hogen.

75

Spelen

76

E13. Spelen Een centrale zacht glooiende groene speelheuvel verbijzonderd het kruispunt van de groen blauwe structuur. De centrale ligging van deze groene speelheuvel wordt gemarkeerd door fruitbomen. Bovenop de heuvel komt een speelwaterpomp. Het water uit deze pomp kan uitstromen in de watergoot die rondom deze heuvel ligt. Deze watergoot staat in verbinding met de laagte. Deze centrale speelplek is een centrale sport- en speelplek met een uitdagende en gevarieerde inrichting, zodat er altijd wat te doen is. Op de centrale speelplek spreken niet alleen kinderen met elkaar af maar ontmoeten ook (groot)ouders elkaar. De steunplekken worden afhankelijk van het karakter van de wijk en het aantal kinderen ingericht. In een kinderrijke buurt wordt bijvoorbeeld gekozen voor speeltoestellen voor jonge kinderen of een trapveldje voor basisschoolkinderen. Als in de wijk weinig kinderen komen te wonen worden informele speelplekken gemaakt. Dit zijn veilige speelplekken zonder speeltoestellen. Nemen de kinderaantallen alsnog toe rondom deze informele plek dan kunnen makkelijk speeltoestellen worden geplaatst. Neemt het aantal kinderen in de buurt af af dan verdwijnen de speeltoestellen ook weer.

Wat verder niet wil zeggen dat op andere plekken in de wijk niet gespeeld kan worden. Door de hele wijk, in de groen blauwe zones, is er volop ruimte voor kinderen voor het informele spel. Verder bieden de formele speelplekken een uitdagende speelruimte met ruimte voor natuurlijk spelen en eigen initiatieven. Waarbij de toestellen voornamelijk zullen bestaan uit natuurlijke materialen. Alle speelplekken worden conform het beleid: “Ruimte voor spelen, speelruimteplan 2016-2025”, samen met de toekomstige bewoners vormgegeven. De speelplekken passen binnen een groter geheel van speelvoorzieningen. Zo is er in de volgende fase ook een bovenwijkse speelplek voorzien. Op de bovenwijkse plek kunnen jeugd, jongeren en overige bewoners sporten en ontmoeten. De bovenwijkse plekken krijgen een multifunctionele inrichting met ruimte voor specifieke sporten zoals skaten, voetbal of free running al naar gelang de behoefte.

77

Verlichting

78

E14. Verlichting Volgens de nieuwe uitgangspuntennotitie “Licht in de openbare ruimte gemeente Barneveld 2019-2025” wordt een lichtplan opgesteld. Dit houdt onder meer in dat er terughoudend wordt omgegaan met verlichting in de wijk. Waarbij de verkeersveiligheid nog steeds gegarandeerd is, een goede sociale veiligheid voorop staat en verlichting geen schijnveiligheid geeft. Er een sfeervolle leefomgeving gecreëerd wordt en de flora en fauna zo min mogelijk worden verstoord. De verlichtingsarmaturen hebben een tijdloze vormgeving, passend in schaal en maat bij het ontwerp van de buitenruimte. Duurzaam in uitvoering en gebruik. Langs de hoofdontsluitingsweg resulteert dit in een functioneel armatuur: de Setga type Essenze in een ongecoate uitvoering. In de woonstraten is gekozen voor de Focus Lighting type Nyx 330 in een Corten Brown uitvoering en langs het doorlopend fietspad en voorzover nodig langs het recreatief pad in de laagte maken we ook gebruik van Focus Lighting type Nyx 330, maar dan in een antraciet uitvoering. De kaart hiernaast geeft slechts een indruk van het type verlichting en nog niet van de uiteindelijke locaties. De locaties van de masten is in uitwerking in het lichtplan.

79

Afvalinzameling

80

E15. Afvalinzameling Binnen Bloemendal wordt gestreefd naar een duurzaam afvalbeheer waarbij afvalscheiding zoveel mogelijk wordt gestimuleerd en het ontstaan van restafval wordt ontmoedigd. Daarbij wordt servicedifferentiatie toegepast: de zogenaamde grondstoffen (gft, papier en PMD) worden met een hoog serviceniveau ingezameld en restafval wordt met een laag serviceniveau ingezameld. Dit noemen we ook wel het zogeheten ‘omgekeerd inzamelen’, waarbij alleen rolcontainers voor gft, papier en PMD bij huis worden gestald en voor restafval ondergrondse containers in de wijk worden geplaatst. Omdat appartementen en de verandawoningen geen stallingsmogelijkheid hebben voor rolcontainers zullen in de nabijheid van de appartementen ook ondergrondse containers voor papier worden geplaatst. De afvalophaling gebeurt conform Bloemendal fase 1. De ondergrondsecontainers zullen bovengronds van een compacte inwerpzuil worden voorzien. Deze krijgen een eenduidige hoofdkleur: antraciet. Op deze manier sluiten deze aan op de andere elementen in de openbare ruimte met daarnaast een kleur die correspondeert met het type afval dat in de container mag. Verdere vormgeving is eenduidig, doelmatig en strak.

81

Bijzondere elementen

82

F

BIJZONDERE ELEMENTEN

F1.

Inleiding

Binnen de scope van Bloemendal fase 2A hebben ook in dit deel van de wijk te maken met enkele bijzondere elementen. Zo zijn er enkele vlonderbruggen die het mogelijk maken informele rondjes te wandelen doorheen de groene blauwe zones ze leiden daarbij ook naar ontmoetingsruimtes in dfe openbare ruimte. Het groene hart van dit plangebied wordt gevormd door een glooiend groene heuvel die geaccentueerd wordt in noord en zuid richting door fruitboomgaarden. Een landschappelijk balkon op de noordkop van de laagte beëindigd deze en verleid de bezoeker hier stil te staan en over deze groen blauwe structuur uit te kijken. Dit balkon hoort binnen de vormgeving tot de zelfde familie als de bruggen die de laagte overkruisen. Een stuw beïnvloed hier de waterberging, wat het fluctueren van het waterpeil zichtbaar en beleefbaar maakt. Als laatste zijn in verschillende parkeerhoven fietsparkeerplaatsen opgenomen. Al deze elementen hebben gemeen dat ze een strakke, eenvoudige, slanke en ranke vormgeving behoren te krijgen. Mede vanuit het duurzaamheidsoogpunt bestaan de bijzondere elementen zo mogelijk uit circulaire materialen.

F2.

Vlonders

In de groene blauwe zones gekoppeld aan de wandelstructuur worden over wadi’s, goten en brede sloten vlonder(bruggen) aangelegd. Deze vlonders, geven gebruikers de mogelijkheid op een informele manier rondjes te maken door de wijk. Veelal leiden de vlonders naar kleine pleintjes waar bewoners samen komen en/of gezamenlijke activiteiten kunnen organiseren. Deze vlonders functioneren dan ook als een ankerpunt binnen het wandelnetwerk, en maken de hoogteverschillen en de klimaatadaptievemaatregelen voor waterberging beleefbaar. De vlonders worden slank en doelmatig vormgegeven. Indien het hoogteverschil met de omliggende ruimte daar aanleiding toe heeft worden deze met een eenzijdige leuning uitgevoerd. Deze leuning dient slank, rank en doelmatig te zijn.

83

referentiebeeld leuning uitzichtpunt over de laagte

84

F3.

Zwerfkeien, stapstenen

Langs beide zijden van de algemene speelplek wordt een vlonder ingeruild voor stapstenen of zogenoemde zwerfkeien. Op deze plekken zagen we aanleiding om het watersysteem te koppelen aan de speelfunctie. Op dagen wanneer het regent kan het pad met droge voeten via de zwerfkeien worden overgestoken. In de nabijheid is een alternatieve route indien dit niet gewenst is..

F4.

Uitzichtpunt over de laagte

F5.

Fietsparkeren

Tussen de woningblokken worden sommige parkeerhoven voorzien van formele fietsparkeerplekken in combinatie met de geplande bomen. Voor de fietsenstandaard geldt dat ze eenvoudig robuust zijn conform fase 1. Ze fungeren als een vlag van hier kun je je fiets plaatsen. Voor deze uitvoering is gekozen om te zorgen dat iedere fietsgebruiker, klein, groot, met of zonder mand, brede of smalle wielen hier de fiets kan plaatsen en veilig op slot kan doen. Ze worden uitgevoerd in antracietcoating.

Op het einde van de laagte komt op de kop een klein pleintje,het uitzichtpunt over de laagte. Vanuit deze locatie kun je de laagte overzien en even stilstaan om te genieten van het uitzicht en de aanwezige flora en fauna. Op deze plek stroomt ook het regenwater van de Laan van Verzet via een watervalletje de laagte in, wat het regenwatersysteem van de wijk beleefbaar maakt. Dit uitzichtpunt begrenst en markeert de laagte als geheel. De leuning van het laagtebalkon past vormgevingtechnisch binnen dezelfde familie als de bruggen die de laagte overkruisen.

85

Beeldkwaliteitsplan Bloemendal Fase 2A Woonmilieus: Bloemenvelden & Erven Nijkerkerweg Opgesteld door de projectgroep Bloemendal 3 september 2024 https://www.barneveld.nl/over-barneveld/projecten/bloemendal Gemeente Barneveld Telefoon: T 14 0342 E-mail: info@barneveld.nl Gemeentehuis Raadhuisplein 2 3771 ER Barneveld

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=d2496a55-f1ab-41a2-9d28-123d77bb8b98