CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bloemendal IIA_Toelichting_Bijlage 7 Beeldkwaliteitsplan (2024) (1)

Gemeenteraad 8 oktober 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Bloemendal IIA en het Beeldkwaliteitsplan Bloemendal fase IIA14.009 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BEELDKWALITEITSPLAN BLOEMENDAL FASE IIA datum: 3 september 2024

2

INHOUDSOPGAVE A B

INLEIDING STEDENBOUWKUNDIGE STRUCTUUR

5 15

C

ARCHITECTUUR BLOEMENVELDEN

21

D

SPECIALS

45

E

OPENBARE RUIMTE

55

F

BIJZONDERE ELEMENTEN

83

3

Stedenbouwkundige structuur uit het Masterplan Barneveld-Noord van 3 februari 2017

4

A

INLEIDING

A1.

Barneveld-Noord naar Bloemendal

De Gemeenteraad heeft in maart 2017 akkoord gegeven voor de verdere uitwerking van het Masterplan Barneveld-Noord. In het Masterplan staan de aanleiding, ambities, hoofdstructuur en randvoorwaarden voor de uitbreidingswijk ten noorden van het Oosterbos en De Vaarst. Twee weken na het akkoord van de raad heeft het college van de Gemeente Barneveld besloten dat de noordelijke uitbreidingswijk de naam ‘Bloemendal’ krijgt. Er is gekozen voor een naam die aansluit op de cultuurhistorie van het plangebied. De naam Bloemendal houdt verband met de familie Bloemendal, die al decennia lang de boerderij De Oude Vaarst bewoont. Deze boerderij staat aan de Bloemendaallaan, net buiten het plangebied. Net als de wijk is ook de laan Bloemendaallaan vernoemd naar deze familie, tot een kleine honderd jaar geleden heette deze laan nog de Vaarstersteeg.

A2.

Ambititieniveau en proces

In het masterplan is een hoog ambitieniveau vastgesteld voor een aantrekkelijke, groene, duurzame en daarmee toekomstgerichte woonwijk. De hoofdstructuur uit het masterplan is verder uitgewerkt met inachtneming van de gestelde ambities. Gezien de omvang van de wijk (ca. 80 ha) is ervoor gekozen om het totale plangebied gefaseerd te ontwikkelen. Waarbij dit document is gericht op de ontwikkeling van de tweede fase. Fase 2A is 8 ha groot en er worden circa 150 woningen in opgenomen. Voor iedere fase wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Deze beeldkwaliteitsplannen zijn bedoeld als toetsingskaders en tegelijkertijd als inspiratiebron voor de ruimtelijke uitwerking. In de beeldkwaliteitsplannen worden kaders meegegeven hoe te komen tot een aantrekkelijke, duurzame en onderscheidende woonwijk. Het gaat hierbij om randvoorwaarden voor zowel de bebouwde als onbebouwde ruimten. Hierbij streven we naar een kwalitatief hoogwaardig eindbeeld die onderscheidend is van de overige wijken in Barneveld en zich tevens goed voegt in zijn directe omgeving en het bestaande landschap. De raad stelt het voorliggende beeldkwaliteitsplan vast, inhoudende de beleidsregels als bedoeld in artikel 12a van de Woningwet.

5

NATUURINCLUSIEVE WIJK

RUIMTE

Het is een natuurinclusieve wijk. Hier wonen niet alleen mensen, maar ook planten en dieren. Samen in en rondom de gebouwen en de groen blauwe velden. Het vele groen en water in de wijk verhogen niet alleen de aantrekkelijkheid als leefomgeving voor mens, dier en plant maar draagt ook bij aan de biodiversiteit en de benodigde klimaatadaptatie.

GROENE WIJK

Een groene wijk waarin fietsers en voetgangers de ruimte krijgen en de auto buiten de groen blauwe velden parkeert. De groen blauwe velden zijn ontworpen voor mensen, dieren en planten en verbonden met de omliggende groengebieden (Oosterbos en Esvelderbeekzone).

GEZOND WONEN

Hier woon je gezonder: gebouwen opgetrokken uit gezonde materialen en met gezond binnenklimaat. In een groene wijk waarin je kan alleen of met anderen kunt sporten, spelen, bewegen en waar je zelf gekweekte groente en fruit kunt eten.

SOCIAAL

INCLUSIEVE WIJK

Het is een inclusieve wijk; een wijk in het dorp, met een aantal oorspronkelijke bewoners, met een maatschappelijke functie die zorg op maat levert, een wijk waar veel uiteenlopende mensen en huishoudens thuis zijn. Ongeacht hun verschillende leeftijd, gezinssamenstelling of persoonlijke achtergrond delen ze hun liefde voor deze bijzondere plek in het dorp.

OP WEG NAAR EEN ENERGIENEUTRALE WIJK

TECHNIEK

De wijk is aardgasloos, er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van duurzame energie als zonnepanelen, zonnecollectoren, (bodem)warmtepompen en andere slimme en innovatieve ontwerpen en technieken. Met het reduceren van energiegebruik door goede isolatie van de woningen, het stimuleren van het gebruik van elektrische auto’s en deelauto’s en goede voorlichting ten aanzien van energie- en waterverbruik is de wijk onderweg naar een energieneutrale wijk.

OP WEG NAAR EEN CIRCULAIRE WIJK

6

Een wijk waarin materialen, spullen én ruimte kunnen worden gedeeld en hergebruikt en waardoor je samen (veel) meer doet met (veel) minder. Bij de woningen wordt een materialenpaspoort aangeleverd zodat deze kennis beschikbaar is en indien nodig specifieke onderdelen kunnen worden hergebruikt.

A3.

Duurzaam wonen in Bloemendal

Klimaatbestendig, biodiversiteit en bijna energieneutraal zijn de duurzame ambities voor de wijk Bloemendal. Deze ambities zijn leidende principes bij de ontwikkeling. Concreet betekent het dat Bloemendal is aangepast aan de verwachte klimaatverandering: extreme regenval, perioden van droogte en hittegolven mogen niet leiden tot ernstige overlast. Daarnaast worden de woningen in Bloemendal aardgasloos gebouwd en is minimaal BENG (Bijna Energie Neutrale Gebouwen) het uitgangspunt. Doordat klimaat- en waterrobuustheid integraal zijn meegenomen in het ontwerpproces, dragen duurzaamheidsmaatregelen tevens bij aan het woongenot, de natuur- en landschapswaarden en de recreatiemogelijkheden in het gebied. Om de ambities op het gebied van duurzaamheid concreet te vertalen op woningniveau moeten naast de standaardeisen van het bouwbesluit de volgende aspecten uit deze paragraaf worden meegenomen.

Onderstaande punten worden opgenomen in de kooprealisatieovereenkomst: • Zero ready op de lange termijn of als extra optie bij bouw: Energieneutraal • Materialenpaspoort ter voorbereiding op een circulaire stad (voorbeeld verbeeld op pagina 8), • Instandhoudingsplicht hagen op erfafscheiding, het gaat hierbij om de hagen verbeeld op in C14. Erfafscheidingen en E8. Hagen, waar ze staan gedefinieerd in soort en hoogte, • Waterberging op eigen terrein met ondergrondse kratten en een regenton, zie C11. Opvang regenwater, voor meer toelichting, • Specifiek voor de special de Erven Nijkerkerweg geldt door minimale verharding van het erf en extra berging op het laagste punt is een waterneutrale inrichting van het erf mogelijk (60 mm waterberging); • Special het appartementengebouw voorzien van een groen dak met 60 mm waterberging, • Voor alle platte daken geldt dat deze in de vorm van een groendak/ natuurdak uitgevoerd moet worden. Onderstaande punten worden door de ontwikkelaar als optie aan de koper aangeboden: • Voldoende capaciteit elektriciteit; 3 x 40 ampère per woning. • Hergebruik regenwater voor doorspoelen toilet met een uitgewerkt voorstel met de kenmerken, voordelen en een kostenraming, • Daar waar parkeren op eigen terrein mogelijk is moet aan de kopende partij een optie voor een laadvoorziening voor een elektrische auto worden aangeboden.

7

8

A4.

Circulair bouwen en materialenpaspoort

De strategische visie Barneveld 2030 is op 28 september 2016 vastgesteld. Hierin is onder andere de volgende ambitie opgenomen: Onze welvaart voor volgende generaties duurzaam borgen door ervoor te zorgen dat onze economie circulair en biobased wordt. Van hieruit wil de gemeente Barneveld: • dat het Barneveldse bedrijfsleven voluit meedoet in de groei naar een circulaire economie, • kiezen voor circulaire economie en biobased kringlopen als leidende principes bij nieuwe gebiedsontwikkelingen, • een positieve grondhouding hebben met betrekking tot vergunningverlening en bestemmingsplanwijzigingen faciliteren als deze bijdragen aan een circulaire en /of biobased economie. Het is voor Bloemendal fase 2A nog niet haalbaar om volledig circulair te bouwen. Aangezien deze ambitie er wel ligt willen we in deze wijk hieraan gehoor geven. Het meegeven van een materialenpaspoort aan alle nieuwe bewoners vormt daarbij één van de eerste stappen. Op pagina 8 staat een voorbeeld van een materialenpaspoort verbeeld. MPG (milieu prestatie gebouw) berekeningen vormen een verplicht onderdeel van het bouwbesluit. Deze kan de basis van het materialenpaspoort vormen. Een materialenpaspoort zorgt ervoor dat bekend is welke materialen zijn toegepast. Zo kunnen in de toekomst goed onderbouwde keuzes gemaakt worden op het gebied van sloop, renovatie of hergebruik.

9

De 7 woonmilieus in Bloemendal en de ligging van fase 2A

10

A5.

Woonmilieus Bloemendal

Naast een onderverdeling in fases wordt het plangebied tevens onderverdeeld in zeven woonmileus die zich van elkaar onderscheiden in sfeer en uitstraling. De ligging en de bijbehorende verkaveling komt voort uit de landschappelijke ondergrond en de bestaande bebouwingsstructuur. In Bloemendal fase 2A komen twee van de zeven woonmilieus voor, het gaat om Erven Nijkerkerweg en Bloemenvelden.

•

•

•

•

Erven Nijkerkerweg Aan het Bloemendalse deel van de Nijkerkerweg liggen vier boerenerven. Deze erven zijn karakteristiek voor het gebied en behouden hun locatie, ter hoogte van de hoofdentree worden ze aangevuld met een vijfde, een nieuw erf. Bloemenvelden Achter de Erven Nijkerkerweg ligt het woonmilieu Bloemenvelden. Deze plek kenmerkt zich door de lange waterlijnen en open velden die in de Bloemenvelden zijn vertaald naar langgerekte groen blauwe velden, met direct daaraan smalle woonstraten voor de ontsluiting van de woonvelden. Voortuin De wijk Bloemendal krijgt een voortuin die het gezicht van de wijk vormt. De Voortuin met het entreegebouw omringd door water en groen is vanaf de turborotonde voor alle bezoekers van Barneveld goed zichtbaar. Boswonen De bestaande kleinschalige bebouwing aan de Thorbeckelaan en Nieuw Burgelaarseweg

•

•

•

wordt in het deelgebied Boswonen doorgezet. De naam Boswonen verwijst naar het aangrenzende Oosterbos en de uitbreiding ervan door aanplant van bomen in de openbare ruimte en op privé terrein. Spiekers In dit deelgebied komen gestapelde woonblokken die, net als de spiekers uit de steentijd, iets van het maaiveld zijn opgetild. De woonblokken worden afgewisseld met groene ruimten die in het verlengde liggen van de groen blauwe velden van woonmilieu Bloemenvelden. Voorzieningenplein De bestaande voorzieningen van en rondom Sportpark Oosterbos worden uitgebreid met een supermarkt, lagere school en gezondheidscentrum, gecombineerd met woningbouw. De overgang met de Bloemendaallaan wordt met woningen vormgegeven. Op het plein is ruimte voor ontmoeting. Erven Het grootste deelgebied de Erven ligt rondom de Bloemendaallaan en daar ten oosten van. Het is een directe verwijzing naar de bestaande erven in en rondom het plangebied. In dit deelgebied worden verharde erfruimten afgewisseld met groene randen en plekken met lager gelegen beekdalen.

11

12

A6.

Supervisie

Voor de realisatie van de Bloemenvelden zijn diverse ontwikkelaars, architecten en particulieren aan zet. Ieder met hun eigen opvattingen over het uiterlijk van de gebouwen en de openbare ruimte. Voor de gewenste samenhang binnen de wijk die aansluit op de randvoorwaarden uit het beeldkwaliteitsplan wordt er bij het project Bloemendal gewerkt met een supervisor. De stedenbouwkundige van de gemeente heeft deze rol van supervisor en zal het gestelde ambitie- en kwaliteitsniveau bewaken.

hetzelfde beeldkwaliteitsplan als die de supervisor hanteert met uitzondering dat hierin de focus ligt op de architectuur. Voor enige variatie binnen de wijk werkt iedere ontwikkelaar met een andere architect. Waarbij één architect maximaal 100 woningen voor één fase ontwerpt.

Het masterplan en beeldkwaliteitsplan gelden als toetsingskader voor de supervisor voor de architectonische ontwerpen en de ontwerpen van de openbare ruimte. De goedgekeurde architectonische plannen worden vervolgens beoordeeld door de dorpsbouwmeester.

Het voorlopige/definitieve architectonische ontwerp van ieder woonblok wordt door de architect in 3D aangeleverd, die de gemeente vervolgens vertaald naar een 3D overzicht van de hele wijk. Hierdoor is het mogelijk om te toetsen of de beoogde sfeer wordt bereikt en kan in de volgende fasen op de eerder gemaakte ontwerpen worden geanticipeerd.

De stedenbouwkundig supervisor krijgt alle bouwplannen ter beoordeling voorgelegd, zowel in het VO als in het DO stadium. Deze bouwplannen gaan indien de supervisor positief heeft ingestemd naar de Dorpsbouwmeester om daar een nieuwe toetsing te ondergaan, ook weer in zowel het VO als het DO stadium. De bouwplannen dienen in samenspraak met de architect te worden toegelicht aan de Dorpsbouwmeester. De dorpsbouwmeester heeft als leidraad voor toetsing

Ieder woningontwerp in Bloemendal moet worden uitgevoerd door een architect die staat ingeschreven in het architectenregister.

13

Planconcept fase 1 en 2A gecombineerd

Planconcept woonvelden versus groen blauwe velden

14

B

STEDENBOUWKUNDIGE STRUCTUUR

B1.

Planconcept

Bloemendal fase 2A ligt ten noorden van fase 1 en aan de westzijde van het totale plangebied Bloemendal. Net als fase 1 kenmerkt deze plek zich door de smalle, langgerekte watergangen en open velden die in woonmilieu ‘Bloemenvelden’ zijn vertaald naar langgerekte groene ruimten ‘de groen blauwe velden’, deze worden afgewisseld met woonvelden. Binnen de woonvelden is een ruime mix van woningtypen aanwezig, de woningen staan direct aan een groene ruimte of op loopafstand ervan. In de groen blauwe velden kan water worden begeleid naar de aanwezige laagte of wadi’s in het plangebied, oorspronkelijke bomen en houtopstanden worden zoveel mogelijk behouden, er is ruimte voor spelen, recreëren en rondstruinen. Bloemendal fase 2A kenmerkt zich door de volgende woonkwaliteiten; • Wonen direct aan of zeer nabij het groen, • heldere en leesbare structuur gebaseerd op het bestaande landschap, • groene ruimten die uitnodigen voor een ommetje, • variatie binnen groenstructuur zorgt voor hoge mate van biodiversiteit, • variatie in de architectuur, • mix van woningtypen, voor iedere doelgroep zijn woningen beschikbaar, • groenvoorzieningen aan en rondom de woningen.

B2.

Woonvelden en Groen blauwe velden

De stedenbouwkundige structuur van de Bloemenvelden kenmerkt zich door de opeenvolging van woonvelden en groen blauwe velden. Alle woonvelden worden omringd door een groene ruimte die is verbonden met de hoofdgroenstructuur van Bloemendal, die vervolgens weer onderdeel uitmaakt van een groenstructuur op gemeenteniveau. Deze groene verbindingen zorgen voor een robuust grootschalig groennetwerk en hebben daarmee een belangrijke klimaatadaptieve functie. Bestaande waardevolle groenelementen, waarbij het voornamelijk gaat om volwassen bomen en sloten, worden zoveel mogelijk opgenomen in de groen blauwe velden. Het uitzicht vanuit de nieuwe woningen zal straks deels bestaan uit de volwassen bomen, de sloten, goten en nieuwe aanplant binnen de groen blauwe velden. De woonvelden in woonmilieu Bloemenvelden zijn voornamelijk bestemd voor traditionele grondgebonden woningen. De enige uitzondering binnen fase 2A ligt aan de noordrand van het plangebied, hier komt een gestapeld woonblok. De openbare wegen voeren het regenwater van alle openbare verhardingen en het overtollig dakwater af naar de groen blauwe velden. Deze velden hebben een verlaagd profiel om afstroming mogelijk te maken naar de oostof westzijde van het plangebied. De meeste neerslag vallend in een jaar zal door de groen blauwe velden worden opgevangen en infiltreren naar de ondergrond.

Alleen bij hevige buien zal een waterstroom gaan optreden naar de Laagte en wadi’s in de randen van het plangebied. Met een bovengrondse afwatering blijft water zichtbaar in de wijk dit draagt bij aan de bewustwording van een klimaatbestendig afwateringssysteem.

15

Verkeersstructuur Bloemendal

16

B3.

Verkeersstructuur

De tweede hoofdentree van de wijk Bloemendal aan de Nijkerkerweg ligt in Bloemendal fase 2A. Deze entree ligt ten noorden van het erf Nijkerkerweg 128. Deze hoofdontsluiting met een 50 km/uur regime vormt de noordrand van fase 2A. Deze wordt uitgevoerd in asfalt. Het vervolgt zijn weg via de woonmilieus Erven en het Centrumgebied en buigt ter hoogte van Bloemendal fase 1 weer af naar de Nijkerkerweg. Ter hoogte van het centrumgebied verandert het 50 km/uur regime naar 30 in elementverharding. Aan de zuidzijde van deze hoofdweg komen er twee zijstraten met een maximumsnelheid van 30 km/uur deze worden uitgevoerd in elementverharding. De woonvelden zijn vanaf deze zijwegen bereikbaar. De woningen die met hun voordeur aan de 50 km/uur weg liggen worden middels een smalle éénrichtingsweg, parallel aan de hoofdweg, ontsloten. Deze parallelstructuur is tevens bestemd voor de fietsers van de Nijkerkerweg richting de Laagte en de Bloemendaallaan en de tegengestelde richting.

17

Hoo

fdon

tslu

iting

Erf

swe

g-

Laa

n va

nV erze

Nijkerkerweg

t

Erf

te

Laag

Verkaveling Bloemendal fase 1 en fase 2A

Bloe

men

Verkaveling Bloemendal fase 2A

18

dal f

ase

1

B4.

De randen

Bloemendal fase 2A is een deelgebied met vier duidelijke randen. Aan de westzijde ligt de Nijkerkerweg met daaraan de ‘Erven Nijkerkerweg’, gecombineerd met een brede groenzone. De Nijkerkerweg is een eeuwenoude belangrijke verbindingsweg van Barneveld naar Nijkerk, die stevig is aangezet met zomereiken waardoor hij als een beeldbepalend lint van zuid naar noord het landschap doorkruist. In Bloemendal fase 2A liggen twee erven. De boerderij op erf Nijkerkerweg 126 dateert van voor 1900 en op het erf Nijkerkerweg 128 staat een boerderij uit 1939. Deze woonhuizen geven het erf een karakteristieke uitstraling en verwijzen naar de oorspronkelijke inrichting van het plangebied. De westelijke groenzone rondom de erven geeft ruimte voor een ommetje over een halfverhard voetpad en er komen wat lagere, nattere ruimten (wadi’s) die na een stevige regenbui water kunnen bergen. Achter de brede groenzone en de twee erven liggen de woonvelden. De woningen op het erf hebben direct zicht op de Nijkerkerweg maar worden zoveel als mogelijk vanuit de wijk ontsloten. De hoofdontsluitingsweg, de Laan van Verzet vormt de noordrand van fase 2A en tevens van het totale plangebied Bloemendal. De bebouwing en infrastructuur aan de zuidrand van fase 2A sluit naadloos aan op Bloemendal fase 1. De noordelijke rand van fase 1 vormt een groen blauwveld.

De oostrand wordt gevormd door de Laagte. In het verlengde van het Oosterbos, parallel aan de Nijkerkerweg en Bloemendaallaan ligt een landschappelijke laagte in het plangebied. Ook op de geomorfologische kaart is deze noord-zuid laagte duidelijk zichtbaar, dat waarschijnlijk een oude stroomgeul is geweest vanaf de huidige Barneveldse dorpsrand tot in het dal van de Esvelderbeek, waar nu voor een gedeelte de Trammelantbeek stroomt en aantakt op de Esvelderbeek. Deze natuurlijke laagte wordt in Bloemendal ingezet voor waterberging. Op deze manier wordt het landschap versterkt. Daarnaast zorgt deze laagte voor een landschappelijke, natuurlijke en recreatieve verbinding van het Oosterbos naar de Esvelderbeekzone. De randen van deze waterbergende laagte worden zo vormgegeven dat de fietser en wandelaar hiervan gebruik kan maken. De inrichting van deze zone zal bijdragen aan een interessante verbinding voor de flora en fauna. In dit deel van de Laagte staan redelijk veel volwassen bomen, deze worden zorgvuldig in het ontwerp ingepast. De woonblokken ten westen van de Laagte snijden letterlijk in deze zone en hebben daarmee een optimale groenbeleving. Om de Laagte de gewenste ruimtelijke uitstraling te geven vragen deze woningen om een zorgvuldige overgang van privé naar openbaar. Om deze reden vallen deze woningen onder de ‘specials’. In hoofdstuk D wordt hier nader op ingegaan.

19

Referentiebeelden van woonblokken met plasticiteit in de gevel middels gevelopeningen, verspringing in de gevel, draaiing van de nokrichting, verspringing in de gootlijn, accent op een hoek en/of variatie in het gevelmateriaal.

20

C

ARCHITECTUUR BLOEMENVELDEN

C1.

Uitstraling

De woningen in de Bloemenvelden staan in een sterk groen blauw raamwerk. Om deze reden wordt in de architectuur gewerkt met natuurlijke tinten die het groen blauwe raamwerk niet overstemmen. De spanning en variatie binnen de blokken wordt gezocht in de plasticiteit van de gevels. Dit kan op veel manieren worden uitgevoerd door in een blok of bij de blokken onderling variatie aan te brengen middels (een deel) van onderstaande punten;

• • • • • •

gevelopeningen, verspringing in de gevel, draaiing van de nokrichting, verspringing in de gootlijn, accenten op een hoek, variatie in het gevelmateriaal.

Voor alle typen woonblokken geldt dat ze niet volledig symmetrisch worden vormgegeven. Zodat de gevelindeling geen klassieke maar juist een informele uitstraling krijgt.

C2.

Situering op het kavel

Binnen de langgerekte woonvelden, hebben de woningen over het algemeen een noord-zuidoriëntatie. De woonvelden volgen de oorspronkelijke loop van de watergangen/perceelsgrenzen, wat een lichte kromming in de verkaveling geeft. De velden en rooilijn van de woningen liggen hierdoor niet in één rechte lijn. Tevens is er op een aantal plekken een kleine verspringing in de rooilijn aanwezig. Met deze kleine verdraaiingen en verspringingen in de rooilijn wordt voorkomen dat de woonblokken gezamenlijk één lange gevelwand vormen. Deze variatie zorgt er tevens voor dat een vergezicht soms wordt gestopt door een woning en dat iedere onbebouwde ruimte zich onderscheidt van de andere, dit geeft een dorpse sfeer. Bij een dorpse sfeer hoort enige lucht en ruimte om de woning waar een groene voortuin aan bijdraagt, de voortuin moet minimaal 2,5 meter diep en maximaal 4,0 meter diep zijn. Deze tuin heeft ook een functie voor de afwatering. Op eigen terrein, in voor-, zij- of achtertuin, moet ruimte gereserveerd worden voor waterberging op eigen terrein, zie schema op pagina 32.

21

Na in ieder geval drie aaneengesloten rijwoningen dient er een verspringing in de gevelrooilijn te zijn, versterkt door een verdraaiing in de nokrichting en/of een verspringing in de goothoogte.

De bouwblokken waar een verspringing in de rooilijn opgenomen moet worden. Deze verspringing in de rooilijn moet worden versterkt door een verdraaiing in de nokrichting en/of een verspringing in de goothoogte

22

Plasticiteit bij vrijstaande en twee-onder-één-kap woningen middels verspringingen in de rooilijn, (deels) terugliggende plint, verdraaiingen in de nokrichting en/of verspringing in de goothoogte, de gevel is a-symmetrisch vormgegeven

C3.

Variatie binnen woonblokken

Om de gewenste plasticiteit in de gevel te bereiken dient er na in ieder geval drie aaneengesloten rijwoningen een verspringing in de gevelrooilijn te zijn, aan die zijden die direct zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte. Daar waar een verspringing moet komen is in het bestemmingsplan een dieper bouwblok vastgesteld. Het gaat om een extra diepte van 1,20 m. De afbeelding op pagina 22 laat zien bij welke blokken deze verspringing moet komen en waar deze maat van 1,20 m is opgenomen. Deze verspringing in de rooilijn moet worden versterkt door een verdraaiing in de nokrichting en/of een verspringing in de goothoogte. De verandawoningen aan de zuidrand en in de Laagte vormen een verbijzondering waarbij deze verspringing niet van toepassing is. De maximale lengte van een woonblok is 6 woningen. Net als bij de rijenwoningen is ook bij de vrijstaande en twee-onder-één-kap woningen plasticiteit in het woonblok gewenst, middels minimaal één van onderstaande punten; • verspringingen in de rooilijn, • (deels) terugliggende plint, • verdraaiingen in de nokrichting, • verspringing in de goothoogte.

C4.

Variatie tussen woonblokken

Binnen een woonveld komen verschillende woningtypen voor, wat al enige variatie geeft. Deze afwisseling wordt versterkt doordat iedere ontwikkelaar met een andere architect samenwerkt. Wat voor Bloemendal fase 2A betekent dat er circa 3 architecten/architectenbureaus met ieder hun eigen handschrift aan de vormgeving van de woonblokken werken. Naast variatie in het architectonische handschrift wordt gezocht naar variatie in kleur tussen de blokken. Binnen een woonblok kan de kleurvariatie beperkt zijn maar de levendigheid en variatie wordt juist gezocht door kleurcontrasten tussen de woonblokken onderling, zie schema op pagina 26. Door kleurcontrasten tussen de blokken onderling aan te brengen krijgt iedere straat zijn eigen compositie aan kleuren en handschriften waardoor de bewoners en bezoekers zich goed kunnen oriënteren.

Voor alle typen woonblokken geldt dat ze niet volledig symmetrisch worden vormgegeven. Zodat de gevelindeling geen klassieke maar juist een informele uitstraling krijgt. De woonblokken zijn alzijdig, door aan iedere zijde gevelopeningen te situeren. Met name in de plint (begande grond woonblok) is transparantie gewenst, dit benadrukt de menselijke schaal.

23

Hoogteaccenten in het plangebied Bloemendal fase 2A

24

Overstekken en luifelconstructies, die gecombineerd worden met een groenvoorziening. In de zomer als de zon hoog staat zorgt deze voor schaduw op het bouwwerk en in de winter als de zon lager staat schijnt deze toch naar binnen wat zorgt voor een natuurlijke verwarming.

C5.

Hoogten, kapvorm, overstek & dakkapel

De bouwblokken zijn over het algemeen opgebouwd uit één of twee bouwlagen met een kap die een volledige nok heeft. De uitzonderingen hierop staan verbeeld op de linker afbeelding van pagina 24. Enkele verandawoningen krijgen een accent op de hoek, hier is een verhoogde kap als accent aan de laagte toegestaan die minimaal 1m hoger ligt dan de naastgelegen nokhoogte. zoals de afbeelding op pagina 24. De vier vrijstaande woningen aan de laagte vormen tevens een hoogte accent met een maximum van 3 bouwlagen met een platdak. Deze dient te worden voorzien van een groendak. Het appartementen gebouw aan de noordrand wordt 4 bouwlagen hoog. Deze hoogteaccenten grenzen allen aan een groene wijkstructuur. Aan de voorzijde van de woningen zijn dakkapellen niet toegestaan. Aan de achterzijde wel, mits deze minimaal een halve meter uit de zijgevel is geplaatst. Overstekken en luifels vormen een belangrijk thema in het deelgebied Bloemenvelden, deze geven een karakteristieke uitstraling aan de woning. De kap van de bouwblokken krijgt aan de lange gevelzijde een ruime overstek of een luifelconstructie. Hoe wordt omgegaan met de kapbeëindiging aan de zijde van de korte gevel wordt vrijgelaten. Naast een karakteristieke uitstraling zorgt een overstek of luifelconstructie voor schaduw op de gevel.

Met name in de zomer als de zon hoog staat is het gewenst dat opwarming van de woning wordt beperkt. Terwijl in de winter, als de zon lager staat, schijnt deze onder de overstek en wordt de natuurlijke opwarming niet belemmerd door het overstek of de luifel. Een luifelconstructie biedt de mogelijkheid om deze te combineren met een groenvoorziening. Bij voorkeur met groen dat in de winter zijn blad verliest en de zon dan juist naar binnen kan schijnen. In de zomermaanden geeft het blad de gewenste schaduw.

Een diversiteit aan klimplanten is hierin gewenst; bijvoorbeeld: Blauwe regen, Druif, Kamperfoeilie, Hop, Clematis, Klimrozen, Duitse pijp, etc. Bij de keuze van het soort klimplant dient rekening te worden gehouden met de groeiplaats, bezonning.

C6.

Menselijke maat

Bij het ontwerpen vanuit de menselijke maat is een belangrijk uitgangspunt dat er een bepaalde verfijning aanwezig is in vormgeving van de gevels die aansluit bij de maat en schaal van mensen. Dit geldt met name voor (een deel van) de begane grond/de plint. Dit kan doordat deze iets terug ligt, met een ander materiaal, of hetzelfde materiaal maar in een ander verband is vormgegeven dan de rest van de gevel. Bij het principe van ontwerpen vanuit de menselijke maat waarbij de begane grond als plint van het gebouw wordt gezien, is een raampartij of gevelelement dat vanaf de begane grond doorloopt over meerdere verdiepingen niet gewenst. Een meer horizontale gevelgeleding daarentegen juist wel, deze versterkt het plint, lijf en kop principe. De overstek zoals beschreven in paragraaf C5 accentueert de kop van het bouwblok.

25

Binnen een woonblok kan de kleurvariatie beperkt zijn maar de levendigheid en variatie wordt juist gezocht door kleurcontrasten tussen de woonblokken onderling. De gevelvlakken worden per bouwblok zoveel mogelijk in één kleurtoon uitgewerkt. Met een mogelijke afwijking op de begane grond om de menselijke maat te benadrukken. De gevelkleuren vloeien over in de dakbedekking en indien er wordt gewerkt met een voeg kan deze dezelfde kleur als de gevelsteen krijgen.

De woonblokken variëren onderling in het architectonische handschrift en in kleur.

26

C7.

Kleur & materialisatie

De bebouwing wordt vormgegeven in natuurlijke tinten, die het groen blauwe raamwerk niet overstemmen. Het gebruik van wit, crème en primaire kleuren in grote vlakken is niet toegestaan omdat deze een te groot contrast met het groene raamwerk vormen. De plasticiteit in de gevel wordt gezocht in verspringingen en variatie in structuren en materialen. De gevelvlakken worden per bouwblok zoveel mogelijk in één kleurtoon uitgewerkt. De gevelkleuren vloeien over in de dakbedekking en indien er wordt gewerkt met een voeg kan deze dezelfde kleur als de gevelsteen krijgen. Het is mogelijk om een deel van de begane grond/plint in een ander materiaal en eventueel kleur vorm te geven. Aansluitend op de natuurlijke tinten wordt in de Bloemenvelden gewerkt met natuurlijke, duurzame materialen die mooi integreren in een groene omgeving. Hout, glas, natuursteen en baksteen zijn allemaal geschikte materialen voor de Bloemenvelden. Verder zien we graag dat er wordt gewerkt met hergebruikte materialen. Indien er wordt gekozen voor beton dan dient dit duurzaam beton te zijn. Kunststof is vaak helder gekleurd en geeft geen

natuurlijke reflectie en zal daarom zo min mogelijk en eventueel alleen in kleine hoeveelheden worden toegepast. Materialen die op een mooie manier verouderen dragen bij aan een duurzame woonwijk. Ook de daken moeten worden gemaakt van natuurlijke materialen zoals gebakken dakpannen (geen betonpannen), leien of een vegetatiedak. Rietendakbedekking is ook mogelijk, indien de combinatie met zonnepanelen/-collectoren goed is gedetailleerd om brandgevaar zoveel mogelijk te beperken. Verder is niet toegestaan uitlogende materialen, zoals koper, zink en lood - voor dakbedekking, gevelbekleding, regenwaterafvoer en andere, te gebruiken. Het gebruik van uitlogende materialen beïnvloedt de kwaliteit van regen- grond- en oppervlaktewater negatief en dient dan ook voorkomen te worden.

27

De “Lantaarns” in Bloemendal fase 2A.

28

C8.

Lantaarns

Kleurcontrast tussen de woonblokken vormt een belangrijk thema in het woonmilieu Bloemenvelden. Om te voorkomen dat we enkel differentiëren met de voorgestelde materialisering en kleurtonen zijn er verbijzonderingen in het stedenbouwkundig plan opgenomen. Dit zijn de accenten die afleesbaar zijn als “de Lantaarns” van de wijk. In de afbeelding op pagina 28 is te zien voor welke woonblokken dit geldt. Door te kiezen voor blokvolumes die in gevel en dak op elkaar zijn afgestemd wordt hiermee de herkenbaarheid versterkt. De aangegeven woonblokken krijgen allen dezelfde kleurtoon in baksteen (bruin-oranje) en gevelpan waardoor ze onderling samenhang krijgen. Dit zal ter beoordeling bij de supervisor komen te liggen. De blokken zijn zo gekozen dat het dakvlak dat geschikt is voor zonnepanelen en/of -collectoren niet aan de zijde van de openbare ruimte grenst. Indien aan de straatzijde ervoor wordt gekozen om zonnepanelen op het dakvlak te plaatsen moeten deze overeenstemmen met de gekozen gevelsteen en in het dakvlak worden opgenomen. Contrasten in kleur vergroten de leesbaarheid van de wijk en geven het een dorpse en frisse uitstraling.

C9.

Bijgebouwen

De bijgebouwen zijn onderdeel van het architectonisch ontwerp. Er dient een architectonische relatie tussen het hoofd- en bijgebouw te zijn. Er is de keuze dat het bijgebouw net als het hoofdgebouw een kap krijgt en/of met een groendak/natuurdak wordt vormgegeven. Indien er wordt gewerkt met een kap op het bijgebouw mag deze niet hinderlijk zijn voor de aangrenzende percelen. Voor alle platte daken (inclusief de bergingen) geldt overigens dat deze in de vorm van een groendak/natuurdak uitgevoerd moet worden. De vormgeving van het bouwwerk moet overeenkomen met de functie die erin is opgenomen. Een bijgebouw vormgegeven als een garage moet dus een bergfunctie krijgen en geen woonfunctie als keuken of slaapkamer. Het stedenbouwkundige ontwerp en de daarbij behorende parkeerbalans zijn erop ingesteld dat parkeren de hoofdfunctie van de te realiseren garages is. Indien in de aanbouw wel een woonfunctie wordt opgenomen dan moet de vormgeving hierop worden aangepast. De aanbouw moet voldoende kwaliteit krijgen in zijn uitstraling en voldoende gevelopening om de relatie met buiten te versterken. In de paragraaf C13. Parkeren staat toegelicht dat de kavels van de vrijstaande en twee-onder-één-kapwoningen relatief breed worden vanwege de parkeerplaatsen die op eigen terrein worden opgenomen.

Het is om deze reden mogelijk om de garage te combineren met een entreehal, wat meer lucht geeft in de plattegrond van de begane grond. De vindbaarheid en kwalitatieve uitstraling van de voordeur vormt hierbij een aandachtspunt.

29

Zijgevels die om een hoogwaardige uitstraling vragen.

30

Woningen waarvan de achterdeur deels de functie van de voordeur overneemt.

C10. Meerzijdige oriëntatie Blinde gevels zijn in het algemeen in de wijk Bloemendal niet toegestaan. Alle gevels verdienen raampartijen voor voldoende plasticiteit in de gevel, voldoende woonkwaliteit en enige mate van transparantie in de uitstraling. Op een aantal locaties in Bloemendal fase 2A vragen de zijgevels om wat extra kwaliteit door hun zichtbaarheid vanaf het openbaar gebied. Het gaat om zijgevels die in de kwalitatieve uitstraling gelijkwaardig zijn aan de voorgevel doordat ze aan een openbare straat, pad of groene ruimte grenzen. Deze gevels zijn met rode lijnen in de linker afbeelding op pagina 30 aangegeven. Bij een groot aantal woningen van Bloemendal fase 2A zal de achterdeur van de woning vaker worden gebruikt dan de voordeur. Dit geldt vooral voor de woningen met aan de achterzijde hun parkeervoorziening, de rechter afbeelding op pagina 30 laat zien om welke woningen het hierbij gaat. De vindbaarheid van deze achterdeur is voor deze woningen extra van belang. Daarnaast kan in de plattegrond van de begane grond er rekening mee worden gehouden dat er ook aan de achterzijde van de woning een prettige ontvangstruimte is.

31

In de achtertuin is een regenton verplicht

rijbaan

p-vak voetpad perceel

bladvanger in regenpijp

regenpijp met bladvang

overstort hemelwaterbrievenbus

infiltratiekrat op meer dan 3 meter van woongevel

1 m3

grondboringen (200 mm) met drainagezand tenminste 1,5 m diep

Principe: werking infiltratievoorziening op eigen terrein.

32

hemelwaterbrievenbus

C11. Opvang regenwater In Bloemendal wordt het regenwater geborgen en gedoseerd afgevoerd om te voorkomen dat het regenwater direct wordt afgevoerd naar het omliggende watersysteem. Dit principe wordt niet alleen in de openbare ruimte toegepast. Op ieder perceel worden in de tuin infiltratiekratten aangelegd voor de berging en infiltratie van regenwater. Minimaal het dak van de woning en eventuele bijgebouwen als garage en berging worden op de voorziening aangesloten. Daarnaast streven we ernaar dat de particuliere terreinen zo min mogelijk worden verhard, voor een maximale hoeveelheid infiltratie van het regenwater in de tuinen. Hiervoor gelden de volgende richtlijnen, waarbij halfverharding onder onverharde ruimte valt: 1. 75% van de tuinen van twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen onverhard 2. 75% van de voortuinen van rijenwoningen en 50% van de achtertuinen onverhard. Alle dakafvoerleidingen worden voorzien van een bladvanger (verplicht). De infiltratiekratten hebben een inhoud van minimaal 1 m3 en worden zo ver mogelijk van de woninggevel geplaatst (minimaal 3 meter). Het infiltratiekrat wordt omhuld door 30 cm drainagezand en voorzien van 2 grondboringen (rond 200 mm, diepte minstens 1,5 meter). Deze boorgaten worden gevuld met drainagezand. Verder ligt het krat op minimaal 20 cm van de zijkant van een eventuele haag.

De overloop vindt plaats via een “brievenbusconstructie” op de perceelsgrens aan de voorzijde van het perceel. Vanaf dat punt wordt het regenwater in de openbare ruimte gecontroleerd afgevoerd naar openbare berging- en afvoervoorzieningen. Als de minimale afstand tussen infiltratiekrat en woninggevel van 3 meter niet haalbaar is, worden de kratten niet geplaatst (bijvoorbeeld bij verandawoningen). Het regenwater wordt dan direct of via een regenton naar de overloopvoorziening op de perceelgrens gebracht.

Naast een ondergrondse infiltratiekrat in de tuin plaatst de ontwikkelaar in de achtertuin een regenton met een kraantje op ieder perceel, met uitzondering van de verandawoningen. De regenton wordt gevoed door een regenpijp die voorzien is van een bladvanger. De regenpijp voert het water af dat afkomstig is van het dak. De overloop van de regenton wordt ondergronds aangesloten op de infiltratiekratten. De regenton komt in de achtertuin en heeft een minimale capaciteit van 250 liter. De infiltratiekratten, regentonnen en bijbehorende voorzieningen worden door de ontwikkelaar aangelegd. Daarbij worden eventuele leemlagen doorbroken zodat infiltratie in een zandpakket mogelijk is. De perceeleigenaren worden eigenaar van beide voorzieningen en verantwoordelijk voor het goed blijven functioneren. De koper krijgt als optie het hergebruik van regenwater voor toiletdoorspoeling aangeboden door de ontwikkelaar. Zoals toegelicht in het voorontwerp bestemmingsplan in de paragraaf 5.16 Water, zijn uitlogende bouwmaterialen (zoals zink, koper, lood en PAK-houdende materialen) niet toegestaan.

33

Bij vrijstaande woningen en twee-onder-een-kapwoningen moet naast de woning 6,5 meter beschikbaar zijn voor twee parkeerplaatsen. Waarvan 6,0 m voor het parkeren en 0,5 m t.b.v. de erfafscheiding in de vorm van een haag. Het parkeren op eigen terrein moet minimaal 7,0 m achter de voorgevel worden gesitueerd.

De situering van de zonnepanelen en overige duurzame energievoorzieningen zijn onderdeel van het architectonisch ontwerp.

34

C12. Energievoorzieningen

C13. Parkeren

In deze aardgasloze wijk spelen zonnepanelen en -collectoren (voor warmte) een belangrijke rol in de energievoorziening. Het heeft de voorkeur dat de zonnecellen en/of -collectoren worden geïntegreerd in de dakpannen. Indien dit niet haalbaar is moeten ze tijdig worden meegenomen in de vormgeving van het woonblok. Naast een goede integratie in het dakvlak dient ook rekening te worden gehouden met de kleurcompositie van de gevel en de dakbedekking. Dit neemt de mogelijkheid voor een rood/oranje pannendak niet weg. In dit geval kan er bijvoorbeeld worden gekozen voor zonnepanelen en -collectoren op een veranda en/of bijgebouw. Indien dit niet mogelijk is kunnen de zonnepanelen en -collectoren op het dakvlak worden geplaatst, aan de zijde die niet aan de openbare ruimte grenst. Zonnepanelen en -collectoren kunnen goed worden gecombineerd met een groendak.

Het aantal parkeerplaatsen moet voldoen aan de gemeentelijke normering vanuit het parkeerbeleid. In de openbare ruimte zijn aan de zijwegen langsparkeerplaatsen beschikbaar en aan de parallelwegen, zijwegen en woonstraten liggen diverse parkeerkoffers.

Naast zonnepanelen en-collectoren zijn er ook andere technische voorzieningen die in en op het woonhuis worden aangebracht om energie op te wekken. Het is van belang dat deze voorzieningen onderdeel zijn van het architectonisch ontwerp en niet later als los element op/aan het bouwwerk worden geplakt. De geluidsbelasting van de energievoorzieningen wordt aangesloten bij de in ontwerp zijnde landelijke norm van 40 dB(A) etmaalwaarde op de perceelsgrens, waarbij er veiligheidshalve vanuit wordt gegaan dat er sprake is van tonaliteit en er conform de HMRI rekening moet worden gehouden met de strafcorrectie van 5 dB(A). De bepaling van het geluidsniveau moet plaatsvinden conform de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai (HMRI). Indien nodig kunnen maatregelen als ombouwkasten die een geluiddempende werking hebben worden toegepast. Verder zijn er diverse mogelijkheden om bijvoorbeeld warmtepompen te integreren in het dakvlak, als een platte doos die lijkt op een dakraam of in de nok als een soort schoorsteen. Naast een bouwplan dat voldoet aan de BENG-criteria dient er een ontwerpvoorstel te worden aangeleverd hoe de bewoners op lange termijn hun woning Zero-Ready en/of NOM/energieneutraal kunnen maken. Dan wel als optie bij de oplevering van de woning.

Om de druk op de openbare ruimte te beperken moet bij vrijstaande woningen en twee-onder-een-kapwoningen naast de woning ruimte zijn voor twee parkeerplaatsen naast elkaar. Dit betekent dat er tussen de zijgevel en de erfgrens minimaal 6,5 meter beschikbaar moet zijn, zie schema op pagina 34. Aansluitend op de gemeentelijke nota parkeernormen is er een breedte van 6,0 m nodig voor het parkeren van de auto’s en 0,5 m voor de erfafscheiding. Vanwege de beperkte perceelbreedte en mogelijke behoefte aan bergruimte is het bij tussenwoningen die met de achterzijde aan de openbare weg grenzen niet mogelijk om een parkeerplaats op particulier terrein te maken. Daar waar parkeren op eigen terrein mogelijk is moet aan de kopende partij een optie voor een laadvoorziening voor een elektrische auto worden aangeboden. In hoofdstuk E10. Verhardingen, is de materialisering voor het parkeren aan de straat en in de koffers opgenomen.

35

Locaties en onderscheid in type erfafscheiding op particulier terrein

36

C14. Erfafscheidingen Het merendeel van de erfafscheidingen is in de vorm van een haag. De hagen zijn verder uitgewerkt in paragraaf E8. We streven naar een hoge biodiversiteit in Bloemendal en werken daarom met verschillende haagsoorten. Voor de vormgeving van de hagen ligt een voorstel in de vorm van een hagenplan, zie paragraaf E8.Hagen.

Op één locatie is er in het stedenbouwkundige plan te weinig ruimte om een volwaardige haag op te nemen. Om deze reden wordt hier een alternatief voorgesteld in de vorm van een kokosmat. Indien hier toch ruimte wordt gevonden voor een volwaardige haag dan heeft dit vanuit beeldkwaliteit de voorkeur.

Daarnaast zorgt de veranda van de verandawoningen voor een bijzondere overgang van privé naar openbaar. De voorzijde van de verandawoningen wordt de erfafscheiding een combinatie van bergingen en hagen. Deze bergingen zijn onderdeel van het architectonisch ontwerp. De gevels van deze bergingen moeten in hetzelfde materiaal worden uitgevoerd als de hoofdmassa van de verandawoningen. De zijgevels van de verandawoningen vormen tevens de erfgrens. Voor een zachte overgang van de verandawoningen naar de groenblauwe zone moeten de zuidelijke veranda’s worden verrijkt met verticaal groen. In hoofdstuk ‘D. Specials’ wordt nader ingegaan op de ruimtelijke randvoorwaarden omtrent deze verandawoningen. Uit onderzoek blijkt dat er voor een aantal woningen een tuinafscheiding met een geluidsabsorberende werking gerealiseerd moet worden Het gaat om een tuinscherm van 2,0 m hoog met een groene uitstraling.

Voor alle erfafscheidingen geldt dat ze moeten worden meegenomen in het bouwplan. Een haag moet minimaal 0,50 m breed zijn (exclusief een opsluitband). Verder moet er worden voorzien in een goede ondergrond met groeiplaatsverbetering met humusrijke teelaarde. In de paragraaf E15 Afvalinzameling staat toegelicht dat een deel van het afval aan huis wordt ingezameld in minicontainers. Het gaat om 3 mini-containers per woning, met uitzondering van de gestapelde bouw & de verandawoningen. Om zoveel mogelijk te voorkomen dat deze mini-containers in de voortuinen komen te staan is een voorstel waar deze minicontainers op het kavel een plek kunnen krijgen onderdeel van het bouwplan. Wellicht is de opstelplaats voor de minicontainer op het perceel onderdeel van de (gebouwde) erfafscheiding.

37

Locaties van de nestvoorzieningen in de bouwblokken

38

Grondgebonden woningen: • • • • • •

Gierzwaluwkasten op de kopse gevels met noord of oost oriëntatie of in de schaduw van een dakgoot, liefst vlak onder de dakrand met minimale hoogte van 3 meter en vrije invliegopening; Huismuskasten in de schaduw van de dakgoot op noord of oost oriëntatie, bij voorkeur in de voor- of achtergevel met minimale hoogte van 2 meter; Kleine vleermuiskasten in de voorgevel of in de kopse gevels met minimale hoogte van 3 meter en vrije invliegopening; Grote vleermuiskasten of kraamkast in de kopse gevels, direct langs de dakrand op minimaal 3 meter hoogte met vrije invliegopening; Houdt minimaal 50 centimeter afstand tot ramen en plaats geen kasten boven ramen of deuren vanwege uitwerpselen en verstoring. Houdt in de regel 50cm tot 1-1,5 meter ruimte tussen de kasten van eenzelfde soort ivm territoriaal gedrag. Soort Oriëntatie Locatie

Minimale hoogte Clustering

Omgevingsfactoren

Huismus Noord of oost Kasten onder of in overstek, ruimte onder dakpannen, op hoeken van kopgevels ivm zangposten 2 meter, maar niet hoger dan 12 meter Ja, maximaal 5 kasten per kopgevel of 2 per tussenwoning met halve meter ruimte tussen voorzieningen. Hagen, groenblijvende structuren, kruidenrijk grasland, water, geen grote hoeveelheid bomen

Vleermuizen Verschillende oriëntaties Kasten naast HWA, niet boven ramen, op kopgevels evenredig verdelen

Gierzwaluw Noord of oost Kasten onder of in overstek, kopgevels evenredig verdelen langs dakrand

3 meter, met vrije uitvliegruimte Ja, maximaal 3 kasten per kopgevel of 2 per tussenwoning met 1,5 meter ruimte tussen voorzieningen

3 meter, met vrije uitvliegruimte Ja, maximaal 5 per kopgevel of 2 per tussenwoning met 1,5 meter ruimte tussen voorzieningen

Rechtlijnige structuren, bestaande vliegroutes, hagen, bomenrijen, water, geen directe verlichting op verblijfplek

Geen eisen

1 Arcadis 2020. Mitigatiecatalogus gebouwbewonende soorten.

2 Unitura 2021. Handboek mitigatie gebouwbewonende soorten.

Arcadis Nederland B.V., Weena 505, 3013 AL Rotterdam

T +31 (0)88 4261 261

www.arcadis.com

Arcadis Nederland B.V. - Registered office: Arnhem - Registered number: 09036504

C15. Natuurinclusief bouwen Uit ecologisch onderzoek komt naar voren dat in het plangebied Bloemendal fase 2A de huismus, gierzwaluw, en vleermuis verblijven. Dit zijn gebouw bewonende soorten die we graag in het gebied behouden. Bloemendal wordt een woonwijk met een grote diversiteit aan bomen, planten, struiken en kruiden. Dit biedt een leef- en voedselgebied voor bovengenoemde diersoorten. Om het behouden en verrijken van deze diersoorten nog kansrijker te maken zijn er naast een groene leefomgeving ook plekken aangewezen waar nestvoorzieningen moeten komen. Op de kaart op pagina 38 staat dit verbeeld, het gaat om nestvoorzieningen die aan/in het gebouw opgenomen moeten worden. De locatie is afhankelijk van de oriëntatie van het gebouw en de inrichting van de omgeving. Denk hierbij aan de nabijheid van zand en water en bepaalde type bomen of kruiden. In de tabel op deze pagina en pagina 40 staat in hoofdlijnen toegelicht waar iedere nestkastvoorziening aan moet voldoen, onderverdeeld in de diersoort, eisen ten aanzien van de verblijfplaats en de mogelijke maatregelen die getroffen kunnen worden. De memo ‘Kastenplan Bloemendal 2a’ opgesteld door het bureau Arcadis vormt een meer gedetailleerde toelichting op de nestkastvoorzieningen en de eisen waar deze aan moeten voldoen. De memo is als bijlage aan het bestemmingsplan toegevoegd.

39

Figuur 1. Positionering van prefab kasten in grondgebonden woningen met a = gierzwaluwkast, b = huismuskast, c = kleine zomerverblijfplaats vleermuis, d = grote zomerverblijfplaats vleermuis, e = kraamverblijfplaats vleermuis. Bron: Unitura.

Appartementencomplexen: • • • •

40

Plaats vogelkasten op noord/oost gevels, plaats vleermuiskasten bij voorkeur op zuid/west gevels of rondom indien het kleine verblijven betreft; Plaats huismuskasten tussen de tweede en derde bouwlaag nabij dekking in de vorm van struweel/heesters; Plaats gierzwaluw- en vleermuiskasten bij voorkeur langs de dakrand; Houdt minimaal 50cm afstand tot ramen en plaats geen kasten vlak boven ramen of deuren.

Het Oosterbos grenst aan de wijk Bloemendal en dient zeer waarschijnlijk alleen als foerageergebied of is mogelijk alleen een verblijfplaats van een enkele boommarter. Door de geringe omvang van het bos (<10 ha) vormt het slechts een klein deel van het leefgebied. Voor de Gelderse Vallei wordt aangegeven dat door de kleine bosgebieden, boommarters leven in een territoria van enkele honderden hectares. Hierin bevinden zich boskernen van tenminste 20 hectare groot waarbij dieren zich tussen deze kernen via bossingels, lanen en houtwallen kunnen verplaatsen. Het meest dichtstbijzijnde actuele boommarterleefgebied bevindt zich in Kallenbroek aan de westzijde van de A30. In dit gebied zijn ook meerdere gevallen van voortplanting bekend van de soort (Alleijn et al, 2004). In Bloemendal dient er een groene corridor aangelegd te worden en gereed te zijn voor aanvang van de bouw van de woningen ten noorden van het Oosterbos (Zie memo advies boommarter Barneveld-Noord). Deze groene corridor kan bestaan uit houtwallen, heggen, de aanplant van struweel en bomen en extensief beheer grasland. De corridor dient minimaal 10 meter breed te zijn met daarin regelmatig bosjes en overstaanders waarin de boommarters bij onraad kunnen vluchten (Alleijn et al, 2004).

De Laagte grenst direct aan het Oosterbos en zal deze functie van groene corridor op zich nemen. Door het inpassen van deze verbindingszone in de woonwijk Bloemendal blijft uitwisseling mogelijk tussen eventuele boommarters in het Oosterbos en de omgeving. De nieuw te ontwikkelen woonwijken in de gemeente Barneveld worden altijd voorzien van een bepaalde hoeveelheid groen voor de bewoners, dieren en planten. Het plaatsen van natuurinclusieve voorzieningen is voor de gemeente Barneveld echter voor het eerst. Bloemendal fase 1 en fase 2A vormen daarmee een pilot op dit gebied. Om deze pilot goed in te zetten wordt er een monitoringsplan opgesteld. Hiermee kan worden nagegaan wat wel en niet goed werkt op het gebied van de natuurinclusieve maatregelen en de groene leefomgeving. Deze uitkomsten worden meegenomen bij de uitwerking van de volgende fasen Bloemendal en in overige wijken van de gemeente Barneveld.

41

Verkaveling Bloemendal fase 1 en fase 2A. 42

C16. Terreininrichting bouwplan In dit beeldkwaliteitsplan worden naast architectonische randvoorwaarden ook andere ruimtelijke eisen opgelegd die o.a. betrekking hebben op de inrichting en vormgeving van de tuin en erfafscheiding. Bij een regulier bouwplan zijn deze niet te toetsen daarom is het van belang dat er tevens een terreininrichting wordt aangeleverd waarin de volgende punten zijn opgenomen; • •

• • •

de specifieke locatie op het perceel van de infiltratiekratten en bijbehorende voorzieningen (leidingen, bladvang regenpijp en grindkoffer), zoals omschreven op pagina 33, voor de regenton moet duidelijk zijn wat de locatie op het perceel is, welk type het is, van welk materiaal deze is gemaakt, hoe de aansluiting op de regenpijp wordt gemaakt en hoe de ondergrondse aansluiting op de overstort (infiltratiekratten voorzijde) is vormgegeven, de platte daken die als groendak moeten worden vormgeven en aanduiden met welk type groen dit wordt uitgewerkt en hoeveel water ze bergen, erfafscheidingen, welk type (haag, pergolaconstructie met klimplanten), hoe vormgeven, welk plantensoort worden toegepast, om zoveel mogelijk te voorkomen dat mini-containers in de voortuinen komen te staan is een voorstel waar deze mini-containers op het kavel een plek kunnen krijgen onderdeel van het ontwerp. Wellicht is deze opstelplaats voor de mini-container op het perceel onderdeel van de

• • • • • • •

•

•

(gebouwde) erfafscheiding, nestvoorzieningen die aan/in het gebouw opgenomen moeten worden, vloerpeil, peilen omliggende openbare ruimte, peil achterpad en positie infiltratiekolk achterpad opnemen, huisaansluiting vuilwater en ontstoppingsput opnemen, bij gestapelde bouw op het terrein 2 ondergrondse afvalcontainers opnemen, tenzij anders afgesproken, bij gestapelde bouw bergingen inpandig oplossen, bij gestapelde bouw fietsenstalling in de vorm van nietjes dichtbij de voordeur, bij gestapelde bouw de waterberging volledig op eigen terrein oplossen, bij plat dak: groen dak met 60 mm waterberging (immers alle platte daken groen dak) volledig inzichtelijk maken. Geen plat dak: de waterberging 60 mm op eigen terrein volledig inzichtelijk maken (bergingswijze, aanvoer, afvoer, overloop, inhoud, technische uitvoering, etc.), voor woonmilieu ‘Erven Nijkerkerweg’ geldt een waterneutrale inrichting, waterberging volledig op eigen terrein oplossen, waterberging 60 mm volledig inzichtelijk maken (bergingswijze, aanvoer, afvoer, overloop, inhoud, technische uitvoering, etc.), materialisering en opbouw voor parkeervoorzieningen op eigen terrein bij gestapelde bouw en erven Nijkerkerweg (zoals bij E10 Verhardingen genoemd).

43

Ligging specials in Bloemendal fase 2A.

44

D

SPECIALS

D.

Wat zijn specials?

In het stedenbouwkundig ontwerp van Bloemendal fase 2A liggen een aantal uitzonderingen die afwijken van de randvoorwaarden die in vorige hoofdstukken zijn toegelicht. Dit zijn de specials, de kaart op pagina 44 laat zien om welke plekken het gaat. Voor de specials gelden in principe dezelfde randvoorwaarden zoals beschreven in de vorige hoofdstukken. Voor de specials geldt ook het proces en de toetsing zoals toegelicht in hoofdstuk ‘A Inleiding’. Voor iedere special gelden echter een aantal afwijkende randvoorwaarden, deze staan beschreven in de volgende paragrafen. Het gaat om de volgende specials: 1. Erf Nijkerkerweg 126 2. Erf Nijkerkerweg 128 3. Entreegebouw 4. Verandawoningen Wadi 5. Verandawoingen Vlonders 6. Verandawoningen Laagte 7. Houten woningen Laagte 8. Appartementengebouw

45

D1.

Erf Nijkerkerweg 126

Het woonhuis van de boerderij op Erf Nijkerkerweg 126 dateert van voor 1900. Vanwege zijn karakteristieke uitstraling wordt deze in vorm en functie behouden. In het hoofdhuis is ruimte voor één huishouden en dat geldt ook voor het naastgelegen bijgebouw, 126.01 die momenteel al in gebruik is als woonhuis. Op het Erf Nijkerkerweg 126 en 126.01 is daarmee ruimte voor 2 woningen. Bij herontwikkeling van de kavels wordt de bestaande oprit aan de Nijkerkerweg opgegeven en worden de kavels ontsloten via oost zijde, daar is in de planvorming van Bloemendal 2A rekening mee gehouden. Waarbij indien gewenst elke woning zijn eigen inrit krijgt. Doordat de woningen relatief dicht op elkaar staan en voor het behoud van de erfuitstraling adviseren we om tussen de twee woningen geen erfafscheiding te plaatsen. Bij de herinrichting van het erf moet worden voldaan aan de volgende punten:

•

46

de voorgevel en zijgevels van de woonhuizen moeten zoveel mogelijk hun oorspronkelijke uitstraling behouden,

• • • • • • • • •

het erf heeft dan ook een meerzijdige oriëntatie, parkeervoorziening komt op het erf, en moet voldoen aan het gemeentelijk parkeerbeleid en is onderdeel van de ontwerpopgave, de ruimte voor de woonhuizen, aan de zijde van de Nijkerkerweg, moet onbebouwd blijven, voor het volledige erf moet een inrichtingsvoorstel worden gemaakt, waarin de bebouwing, parkeerplaatsen, erfafscheidingen en overige beplanting zijn opgenomen, door minimale verharding van het erf en extra berging op het laagste punt is een waterneutrale inrichting van het erf mogelijk (60 mm waterberging); waarbij afstroming middels hoogtepeilen wordt duidelijk gemaakt, erfafscheidingen in de vorm van muren en schuttingen is niet toegestaan, alleen in de vorm van een (lage) hagen, (paragraaf E8. Hagen), dit erf is niet meegenomen in de uitgevoerde bomen effecten analyse fase 2A. Bij herontwikkeling moet deze alsnog worden opgesteld. Waarbij de waardevolle beplanting moet worden behouden op de huidige locatie of verplant en ingepast op het erf, de huidige vuilwaterafvoer naar de drukriolering Nijkerkerweg moet bij herontwikkeling verplaatst worden naar de vrijvervalriolering in fase 2A. De riolering in fase 2A is hierop voorbereid, de planvorming en uitvoering van de werkzaamheden moeten getoetst worden aan de de bevindingen zoals vermeld in het soortgericht onderzoek Bloemendal 2A & 2B.

D2.

Erf Nijkerkerweg 128

Het woonhuis van de boerderij op Erf Nijkerkerweg 128 dateert van 1939. Vanwege zijn karakteristieke uitstraling wordt deze in vorm en functie behouden. In het hoofdhuis is ruimte voor één huishouden en dat geldt ook voor het naastgelegen bijgebouw. In de oorspronkelijke opzet vormt het naastgelegen pand, dat iets verder naar achteren ligt, een bijgebouw. Door zijn omvang kan dit pand transformeren naar een volwaardig woonhuis waar één huishouden kan huisvesten. Op het Erf Nijkerkerweg 128 is daarmee ruimte voor 2 woningen. Doordat de woningen relatief dicht op elkaar staan en voor het behoud van de erfuitstraling adviseren we om tussen de twee woningen geen erfafscheiding te plaatsen. Bij de inrichting van het erf moet worden voldaan aan de volgende punten:

• • •

• • • • • • • • • •

ondanks dat het erf voor 2 huishoudens bestemd is moet het ruimtelijk als 1 erf worden ervaren dat niet in tweeën is gesplitst middels een afscheiding tussen de woonhuizen, het erf heeft een meerzijdige oriëntatie, parkeervoorziening komt op het erf en moet voldoen aan het gemeentelijk parkeerbeleid en is onderdeel van de ontwerpopgave, de ruimte voor de woonhuizen, aan de zijde van de Nijkerkerweg, moet onbebouwd blijven, voor het volledige erf moet een inrichtingsvoorstel worden gemaakt, waarin de bebouwing; parkeerplaatsen, erfafscheidingen en overige beplanting zijn opgenomen, door minimale verharding van het erf en extra berging op het laagste punt is een waterneutrale inrichting van het erf mogelijk (60 mm waterberging);waarbij afstroming middels hoogtepeilen wordt duidelijk gemaakt, erfafscheidingen in de vorm van muren en schuttingen is niet toegestaan, alleen in de vorm van een lage haag, (paragraaf E8. Hagen), dit erf is niet meegenomen in de bomen effecten analyse. De waardevolle beplanting moet echter wel worden behouden op de huidige locatie of verplant en ingepast op dit erf, de huidige vuilwaterafvoer naar de drukriolering Nijkerkerweg moet verplaatst worden naar de vrijvervalriolering in fase 2A.

De riolering in fase 2A is hierop voorbereid, de planvorming en de uitvoering van de werkzaamheden moeten getoetst worden aan de bevindingen zoals vermeld in het soortgericht onderzoek Bloemendal 2A & 2B.

De voorgevel en zijgevels van de woonhuizen moeten zoveel mogelijk hun oorspronkelijke uitstraling behouden, het nieuwe bouwwerk staat achter het oorspronkelijke woonhuis, inrit van het erf ligt aan de oostzijde, indien gewenst kan ieder woonhuis zijn eigen inrit krijgen,

47

D3.

Entreegebouw

De noordelijke entree aan de Nijkerkerweg wordt gemarkeerd met een entreegebouw. Het gaat hierbij om een kleinschalig bouwblok van 3 woningen. Het bouwblok onderscheidt zich van de overige bebouwing door zijn iconische uitstraling en de a-symmetrische kap zorgt voor een link naar de bebouwing op de erven aan de Nijkerkerweg.

• • • • • • • •

48

Een bouwblok met maximaal 3 wooneenheden; maximale nokhoogte is 10,0 m, a-symmetrische kap met aan de noordzijde een maximale goothoogte van 6,0 m en aan de zuidzijde een maximale goothoogte van 4,0 m, kap uitgevoerd in riet of een groendak/natuurdak, gecombineerd met zonnepanelen en/of -collectoren, plasticiteit in het bouwblok middels verspringingen in de gevel, overstekken/luifels en gevelopeningen, vormgeving in natuurlijk materialen met natuurlijke tinten, parkeren vindt plaats in de openbare parkeerkoffer ten oosten van het erf, erfafscheidingen in de vorm van muren en schuttingen is niet toegestaan, alleen in de vorm van een (lage) haag, (paragraaf E8. Hagen).

D4.

Verandawoningen Wadi

De zuidrand van Bloemendal fase 2A wordt gevormd door relatief ondiepe kavels. De openbare groen blauwe zone tussen fase 1 en fase 2A functioneert als openbare achtertuin van deze woningen. Deze onbebouwde zone biedt ruimte voor ontmoeten, spelen en het maken van een ommetje. Aan de zuidzijde van deze woningen komen veranda’s die een verlengstuk van de woonkamer vormen. Deze veranda’s geven een prachtig zicht op de aangrenzende groen blauwe zone. Door een natuurlijke maar ook heldere overgang is het openbaar groen goed toegankelijk en de veranda een duidelijk afgebakende privé ruimte. De Verandawoningen Wadi worden twee bouwlagen met kap hoog, met uitzondering van de hoekwoning aan de oostrand. Zoals toegelicht in paragraaf ‘C5 Hoogten, kapvorm en overstek’ is hier een accent van drie bouwlagen met kap toegestaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=d2496a55-f1ab-41a2-9d28-123d77bb8b98