CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bloemendal IIA_Toelichting_Bijlage 29 Onderzoek duurzame energienetten (2018)

Gemeenteraad 8 oktober 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Bloemendal IIA en het Beeldkwaliteitsplan Bloemendal fase IIA30.492 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Presentatie en discussie De PowerPoint presentatie die tijdens de bijeenkomst is gebruikt, is als los bestand meegestuurd met dit verslag. Naast deze presentatie kwamen tijdens de discussies de volgende bevindingen naar voren.

All-electric energiesysteem Geschiktheid van Barneveld voor warmtepompen De gemeente Barneveld heeft in het kader van de energievisie een verkennend onderzoek laten doen naar de mogelijkheden om WKO-systemen te realiseren in de gemeente Barneveld. De conclusie was dat de bodem in heel Barneveld geschikt is voor deze vorm van energieopslag. De toepassing van warmtepompen met een gesloten bodemwisselaar is daarmee mogelijk. Levensduur warmtepompen In de presentatie wordt gesproken over een economische levensduur van warmtepompen van 10-12 jaar. BPD heeft goede ervaringen met een bouwproject in Wageningen waar 350 woningen zijn gerealiseerd. Om mensen over de streep te trekken (het is voor veel mensen toch een onbekende techniek) en te stimuleren om te investeren in duurzaamheid (de warmtepomp), hebben ze aan de leverancier van warmtepompen garanties gevraagd. Zij kunnen garanderen dat de pomp een economische levensduur van 20 jaar heeft. 0-op-de-meter woning Een 0-op-de-meter woning is een woning die evenveel (of meer) energie opwekt als dat het nodig heeft voor de woning en het huishouden. De ontwikkelaars die aanwezig waren bij de bijeenkomst hebben ervaren dat een 0-op-de-meter woning met een all-electric energiesysteem grote voordelen kan bieden aan de huizenkoper.

De energielasten zijn namelijk minimaal (hoofdzakelijk vast recht) en daardoor heeft een woningeigenaar maandelijks meer de besteden. De woning is daarnaast door zijn lage maandlasten ook interessant voor de verkoop. Vanwege de lage energielasten en goede verkoopbaarheid van de woning is een financier vaak bereid een huiseigenaar een hogere hypotheek (circa +€20.000) te geven dan dat 45

ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL

normaal gesproken mogelijk is op basis van het salaris. Deze hogere hypotheek maakt het dan weer gemakkelijker voor een koper om de extra investeringen te doen die nodig zijn voor een 0-op-de-meter woning.

Warmtenet MPD Groene Energie MPD Groene Energie is de eerste partij en initiatiefnemer die nu al interesse getoond in het aanleggen van een warmtenet in Barneveld. Het dochterbedrijf ‘Warmtebedrijf Ede’ verzorgt op dit moment de duurzame warmtevoorziening in Ede en beheert ook het Groene warmtenet. Het warmtenet wordt daar gevoed door twee bio-energie installaties en de restwarmte van een aantal bedrijven. De gemeente zit, op het moment de bijeenkomst, echter nog in de voorfase en is zich daarom aan het oriënteren. Het is nu de vraag of en waar een warmtenet een interessant alternatief is. De gemeente heeft nog geen besluit heeft genomen over de energievoorziening voor Bloemendal. Er is evenmin een beslissing gemaakt over de aanleg van een warmtenet bij de bestaande bebouwing van Barneveld. Daarnaast heeft de gemeente nog geen voorkeur uitgesproken over de exploitant van het warmtenet. Warmtebron Wanneer er in Bloemendal een warmtenet wordt gerealiseerd, dan zal dit puur warmte gerelateerd zijn en zal er geen sprake zijn van biogas. Het zal in eerste instantie gaan over de verbranding snoeiafval. Voor de verdere doorontwikkeling zijn er nog wel veel variaties mogelijk. Wanneer snoeiafval minder voorhanden wordt (bijvoorbeeld door opwaardering), dan kan worden doorgeschakeld naar bijvoorbeeld restproducten uit de akkerbouw en mest.

Voor de schaalvergroting en als aanjager van de verduurzaming zou het warmtenet van Bloemendal wellicht gekoppeld kunnen worden met de bestaande bouw van Barneveld en de restwarmte op bedrijventerrein Harselaar. Andere mogelijkheden voor de toekomst zijn bijvoorbeeld het gebruik van thermische energie en/of het inzetten van het warmtenet om energiestromen te bufferen (bijvoorbeeld in geval van een overschot aan zonne-energie). Aansluitverplichting Wanneer de gemeente Barneveld kiest om een warmtenet in Bloemendal te realiseren, dan heeft het verschillende mogelijkheden om hierin samen te werken met de ontwikkelaars en de woningstichting. De gemeente heeft grofweg 3 mogelijkheden: • • •

Vrijwillig: gemeente maakt richtinggevend beleid en ontwikkelaars en de woningstichting adopteren dit. Afspraken: privaatrechtelijke overeenkomst tussen de gemeente en andere partijen. Dwingend: warmteplan met daarin de verplichting om aan te sluiten op het warmtenet.

Met een warmteplan kan de gemeente een aansluitplicht opleggen. De gemeente kan daarbij kiezen om ook het gelijkwaardigheidsprincipe op te nemen. Op basis van dit principe kan men ontheffing krijgen op de aansluitplicht wanneer er een gelijkwaardig of duurzamer energiesysteem wordt gerealiseerd. Het gelijkwaardigheidsprincipe kan partijen dus stimuleren om op zoek te gaan naar duurzamere (en voor hen bijvoorbeeld ook betere en goedkopere) energiesystemen. Vooralsnog geeft MPD Groene Energie aan dat zij vertrouwen hebben in de business case en dat hun tarieven concurrerend genoeg zijn om een warmtenet uit te rollen. Op dit moment zien zij daarom geen reden om de gemeente om een aansluitplicht te vragen. Aansluitkosten warmtenet In de presentatie van Arcadis en de gemeente Barneveld en Arcadis staat een overzicht met de investeringskosten bij verschillende energieconcepten. Hierin staan geen kosten in voor de aansluitbijdrage op het warmtenet. De deelnemers van de bijeenkomst vinden dit opvallend. Bij andere projecten hebben zij ervaren dat deze aansluitkosten aanzienlijk kunnen zijn en erg kunnen variëren tussen warmtenetten (€ 4.500,-- - €10.000,--). Arcadis geeft aan dat de genoemde bedragen in de presentatie zijn gebaseerd op het tarievenblad van MPD. Arcadis gaat expliciet verifiëren bij MPD of er inderdaad geen aansluitbijdrage wordt gevraagd bij het warmtenet.

Bloemendal in relatie tot bestaande Barneveld De woonwijk Bloemendal kan als aanjager dienen voor het uitrollen van het warmtenet in heel Barneveld en daarmee het verduurzamen van de gemeente. Door het warmtenet grootschalig in Bloemendal uit te rollen, kan snel een kritische massa worden opgebouwd. De grootste meerwaarde van het warmtenet ligt in de 46

ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL

bestaande bebouwing. Hier is de warmtevraag het grootst en is het lastigst om deze vraag significant (bijvoorbeeld middels isolatie) naar beneden te brengen. Bij Bloemendal zal de warmtevraag in verhouding minimaal zijn (vanwege de goede isolatie) en zal de nadruk zelfs steeds meer komen te liggen op koeling. Een ander voordeel voor de bestaande bouw is het feit dat er met het warmtenet relatief weinig veranderd in de elektriciteitsvraag. Daardoor is er minder noodzaak is om een duur en verzwaard elektriciteitsnet aan te leggen. Bloemendal zou vanwege de lagere warmtevraag eventueel op de lage temperatuur retourleiding in plaats van op hoge temperatuur warmte aangesloten kunnen worden. Dat zou zowel qua maximaal gebruik van de warmte als uit financieel oogpunt gunstig kunnen zijn.

Voorkeur De ontwikkelaars en woningstichting geven allen aan, dat duurzaamheid een onvermijdelijk thema is binnen hun werkzaamheden. Het is inmiddels geen keuze meer (het hoort bij het dagelijks werk) en het wordt ook een steeds belangrijker verkooppunt van woningen. De partijen kunnen zich dan ook vinden in de keuze van de gemeente om een aardgasloze wijk te realiseren. Daarnaast zijn zij het eens met de conclusies van Arcadis wat betreft de bestaande bouw. Het warmtenet is een goed alternatief om de bestaande bouw van Barneveld te verduurzamen. De ontwikkelaars en woningstichting vragen zich gezamenlijk af of Bloemendal het juiste vehikel is om een warmtenet uit te rollen. Puur vanuit de korte termijn ziet een warmtenet er interessant uit. Je legt simpelweg het initiatief bij de warmtenet exploitant, je realiseert de aansluiting en je gaat weg (draagt de woning over aan de koper). De deelnemers zijn allen alleen van mening dat een warmtenet niet interessant is als je vanuit een bredere en lange termijn blik naar de situatie kijkt. De woningstichting Barneveld denkt standaard vanuit zijn verantwoordelijkheid voor de langere termijn (exploitatie van 50 jaar) en de huurders. De ontwikkelaars groeien hier ook steeds verder naar toe en willen langer betrokken zijn bij woningbouwprojecten.

Om een goed product aan de klant af te leveren, houden zij steeds meer rekening met de belangen van hun kopers (bijvoorbeeld onderhoudsvrije woning en lage energielasten).

De belangrijkste argumenten tegen het warmtenet zijn als volgt: •

•

• •

De ontwikkelaars en woningstichting zijn van mening dat er voor Bloemendal geen langdurige aansluitplicht middels een warmteplan moet komen. Hetzelfde geldt voor een langdurig contract tussen de bewoners en de warmtenet exploitant. Hierdoor zou men namelijk lang vast zitten aan het warmtenet. Er is dan geen vrijheid om goedkopere, duurzamere en/of betere (bijvoorbeeld hogere betrouwbaarheid en comfort) energiesystemen toe te passen. Een aansluitplicht kan zoals rem dienen voor de verdere doorontwikkeling van Bloemendal. Dit speelt ook bij de fasering van Bloemendal. De wijk wordt over een langere periode gebouwd (uitgangspunt is nu 10 jaar) en er is een grote kans dat er gedurende deze periode nieuwe en betere concurrenten voor het warmtenet beschikbaar komen. Een gemeente kan met het gelijkwaardigheidsprincipe ook een ontheffing op de aansluitplicht inbouwen. De gemeente en de deelnemers van de bijeenkomst staan positief tegenover dit concept, aangezien het de mogelijkheid biedt verder te gaan innoveren en verduurzamen. • Uit ervaring weten de ontwikkelaars en woningstichting, dat overstappen toch niet altijd haalbaar is. Er blijft vaak een verplichting gelden om de aansluitkosten en elk jaar het vast recht te betalen. Deze kosten zijn vaak de basis voor de business case van de warmtenet exploitant.

De kosten zijn vaak dusdanig hoog dat ze een belemmering vormen voor ontwikkelaars, de woningstichting en hun klanten om over te stappen op nieuwe, innovatieve, duurzamere en betere (e.g. comfortabelere) energieoplossingen. • Wanneer men toch kiest voor een alternatief anders dan het warmtenet, dan moet men de verplichte kosten voor lief nemen. Op die manier ontstaat een niet-gewenste situatie. De exploitant van het warmtenet verdient dan geld met de verplichte kosten, maar hoeft daarvoor helemaal geen dienst te leveren. Bouwbedrijf Van de Kolk heeft een soortgelijke situatie meegemaakt bij gezondheidscentrum Schuytgraaf te Arnhem. Hier is een all-electric energiesysteem toegepast terwijl men elk jaar ook de kosten voor het warmtenet moet betalen. Er zijn nog veel onzekerheden zijn rondom grootschalige warmtenetten. De (lange termijn) voor- en nadelen worden veelal nu pas langzaam duidelijk. Deze onzekerheden, gecombineerd met de hoge investeringen en de lange contractduur, maakt een warmtenet daarom minder interessant. De verbruikskosten van een warmtenet bewegen vaak weinig mee met de veranderingen in de energiekosten. Het “Niet-Meer-Dan-Anders principe (NMDA)” schiet hierin te kort en is niet gebaseerd op een vergelijkbare energie neutrale woningen. Consumenten kunnen daarom niet meeprofiteren met 47

ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL

dalende energieprijzen. Het is daarnaast niet mogelijk voor gebruikers van warmtenetten om periodiek nieuwe verbeterde contracten af te sluiten met bijvoorbeeld welkom bonussen. •

•

•

De deelnemers van de bijeenkomst weten uit ervaring bij andere warmtenetten dat de kosten voor het vast recht vaak hoog zijn ten opzichte van de variabele verbruikskosten. Hierdoor is er weinig stimulans voor gebruikers van het warmtenet om energie (warmte) en geld te besparen en daarmee ook te verduurzamen. Bij besparingen gaat de beloning dan voor een groot deel naar de exploitant van het warmtenet. Zoals gezegd, een koper kan vaak een hogere hypotheek krijgen bij een 0-op-de-meter woning op basis van een all-electric energiesysteem. Het is onduidelijk of een kopers van een woning met een warmtenet eenzelfde financieel voordeel kunnen behalen. Met een warmtenet moet een gebruiker toch altijd aanzienlijke maandelijkse kosten betalen aan de exploitant. Hierdoor is de bestedingsruimte beperkter. Met een warmtenet kan een bewoner wel CO2-neutraal zijn, maar nooit 0-op-de-meter, want er komt immers altijd een energiestroom van derden binnen. De ontwikkelaars en woningstichting zien dat een warmtenet ook hen beïnvloedt. Met de aanleg van een warmtenet schept een derde partij de basisvoorwaarden en kunnen zijzelf een meer passieve afwachtende houding aannemen. Zij kunnen dan met relatief weinig extra inspanning voldoen aan de normen voor de energieprestaties. Ze worden daardoor niet gestimuleerd om op zoek te gaan naar innovatieve en meer duurzame oplossingen.

De ontwikkelaars en woningstichting zijn van mening dat de gemeente de huidige eisen voor de energieprestaties en aardgasloos bouwen kunnen handhaven. Zij hebben bij voorkeur niet dat de gemeente strikt extra normen en duurzaamheidsmaatregelen gaat opleggen. In plaats daarvan zien zij graag dat de gemeente enige vrijheid toe staat. Zij hebben namelijk zelf al ambities en ervaring met het bouwen van aardgasloze energiezuinige en 0-op-de-meter woningen. De ontwikkelaars en woningstichting zijn daarom van mening dat zij op basis van vrijwilligheid voldoende kunnen bijdragen aan de energievisie van de gemeente. Zij kunnen dan ook zelf voldoende richting geven aan hun eigen keuzes en deze afstemmen op de hun eigen specifieke klantgroepen, business casussen en bouwmethoden. Daarnaast biedt het hen de vrijheid om verder te gaan innoveren en te verduurzamen. De ontwikkelaars willen deze vrijheid ook graag bij de kopers leggen, hier is namelijk behoefte aan. Zij kunnen dan meerwerkopties voorleggen aan potentiële kopers met alternatieven voor de warmte (inclusief isolatie) en elektriciteitssystemen. De ontwikkelaars doen dit al bij bestaande bouwprojecten en ervaren dat vaak een groot deel van de kopers (ongeveer 50%) bereid is om extra te investeren in duurzame oplossingen. Hun ervaring leert wel dat communicatie hierbij essentieel is.

Kopers hebben bijvoorbeeld uitleg nodig over de vereiste investeringen en de voordelen die dat oplevert in termen van energielasten, hypotheeklasten, de verkoopbaarheid van de woning (“duurzaamheid is de nieuwe norm”), onderhoud en leefbaarheid.

Uitdagingen Tijdens de bijeenkomst werd er, naast de bovenstaande discussie over aardgasloos bouwen, ook kort gesproken over de algemene duurzaamheidsvisie (bijv. over materiaalgebruik, toekomstbestendigheid en sociale duurzaamheid) van de gemeente. Dit leverde de volgende bevindingen op: •

•

Communicatie en educatie is essentieel om de toekomstige en bestaande bewoners van Barneveld kennis te laten op doen over duurzaamheid en de mogelijke alternatieve energiesystemen (bijvoorbeeld de beleving van lage temperatuur vloerverwarming). Door middel van bijvoorbeeld een energiecoach kunnen bewoners worden gestimuleerd om hun gedrag energie bewuster te maken (bijvoorbeeld geen onzuinige apparaten in een 0-op-de-meter woning plaatsen). Daarmee kan men ervoor zorgen dat bewoners daadwerkelijk duurzaam gaan leven in een duurzaam ontworpen woning. De deelnemers van de bijeenkomst zijn het gezamenlijk eens dat de financiële prikkel veelal de voornaamste drijfveer is voor consumenten. Deze financiële prikkel kan een besparing zijn op de energierekening, of wellicht het verkrijgen van een aandeel in de energie coöperatie. De ontwikkelaars en woningstichting staan voor verschillende business cases. Bij energiebesparingen en opwekking van duurzame energie wordt daarom logischerwijs al snel onderscheid gemaakt tussen de belangen van huurders en (verschillende categorieën) kopers. De ontwikkelaars en woningstichting zijn het wel gezamenlijk eens dat dit niet altijd de voornaamste drijfveer moet zijn. Het gaat altijd om het overkoepelende en primaire doel: beperking van de CO2-uitstoot. Dit is een doel waaraan de gehele gemeenschap moet bijdragen. 48

ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL

•

•

De ontwikkelaars en woningstichting zijn de laatste jaren steeds meer bezig op het vlak van energieneutraliteit. Inmiddels zijn zij aangekomen in een volgende fase waarin ook andere duurzaamheidsaspecten integraal worden meegenomen. Circulair en duurzaam materiaalgebruik zien zij als een eerstvolgende stap. Op dit vlak gebeuren alleen nog veel kennis- en productontwikkelingen en er is een groot scala aan afwegingen dat hierbij komt kijken. Het gaat bijvoorbeeld om korte en lange termijn consequenties op het milieu, het bouwproces, het onderhoud en het comfort tijdens de gebruiksfase. Daarnaast blijft het lastig om de meerwaarde van circulair en duurzaam materiaalgebruik door te vertalen in business cases (betaalbaarheid blijft toch een belangrijk item). De ontwikkelaars, woningstichting en de gemeente Barneveld kunnen in deze zoektocht gezamenlijk op treden en elkaar van informatie voorzien. De gemeente kan hierin een faciliterende en coachende rol vervullen. De gemeente heeft limieten vastgesteld voor de verkoop- en huurprijzen voor de verschillende woning categorieën. Ook al worden de verschillen steeds kleiner, er zijn vaak toch nog grote investeringen nodig om aardgasloze duurzame woningen te bouwen. Voor de woningstichting is het nog de vraag in hoeverre zij die investeringen en de verminderde energielasten kan verrekenen in de huurprijzen.

Deze business case wordt extra lastig wanneer de huidige salderingsregeling wegvalt. De ontwikkelaars zijn van mening dat het voor hen nog een uitdaging wordt om de meerkosten te verrekenen in de vastgestelde verkoopprijzen. De grootste uitdaging ligt in het goedkopere segment. Daar maken de voorinvesteringen namelijk een groot deel uit van de totale verkoopprijs. De deelnemers zouden het bovenstaande graag nog eens bespreken met de gemeente. Het is interessant om te onderzoeken of er in de toekomst meer gewerkt kan worden met een categorisering van woningen op basis van de total cost of ownership met daarin een marktwaarde benadering.

49

ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL

ONDERWERP

PROJECTNUMMER

Verslag "Kennisoverleg aardgasloos bouwen", 12 februari 2018

C03091.000062.0200 ONZE REFERENTIE

DATUM

079295752 A

20-2-2017 VAN Wouter Schik, Tristan Simon Stefan de Vries

Inleiding Huidige situatie De gemeenteraad van Barneveld heeft in 2015 de Energievisie vastgesteld. Hierin staat de doelstelling vermeld dat de gemeente jaarlijks 2% wil besparen op het energieverbruik en dat in 2020 20% van het energiegebruik in de gemeente zelf duurzaam wordt opgewekt. Het doel van de gemeente is om in 2050 energieneutraal te zijn. Het is duidelijk dat de gemeente alle bronnen nodig heeft om in energie- en grondstoffenbehoefte te voorzien. Momenteel is de gemeente Barneveld druk bezig met de voorbereidingen voor de nieuwe woonwijk Bloemendal (ook wel Barneveld-Noord genoemd). Doel daarbij is om met Bloemendal invulling te geven aan de Energievisie. Daarom is bepaald dat Bloemendal een aardgasloze woonwijk gaat worden. Echter, gezien het volume van de bestaande bebouwing, staat de gemeente vooral ook daar voor een grote opgave qua verduurzaming. Doordat energietransitie van bestaande woningen lastig is, zullen echter de nieuw te bouwen woningen voorop moeten lopen in de verduurzaming.

Energiestudie Op dit moment voert Arcadis in opdracht van de gemeente een eerste energiestudie voor uit voor de nieuwe wijk Bloemendal, met als uitgangspunt dat er geen aardgas-aansluitingen meer komen. Bij deze studie hoort ook een doorkijk naar de koppeling en potentiële oplossingen voor de bestaande bebouwing. Voor deze studie is gekeken naar twee alternatieven: (1) een warmtenet (allereerst op basis van biomassa) in combinatie met een traditioneel elektriciteitsnet, (2) of een all-electric variant. Er heeft zich al een initiatiefnemer aangediend voor het warmtenet. In eerste instantie was het uitgangspunt geen nieuw aardgasnet meer aan te leggen. Recent is de vraag opgekomen of groen gas (waterstofgas, biogas of synthetisch aardgas) mogelijk ook een goed duurzaam alternatief kunnen zijn voor aardgas.

Bijeenkomst Op 12 februari 2018 (13.00 tot 15.00, in gemeentehuis Barneveld) werd door de gemeente Barneveld samen met Arcadis een bijeenkomst georganiseerd voor deskundigen en betrokkenen. Doel was om gezamenlijk verder te verkennen wat de voor- en nadelen zijn van de verschillende energiesystemen (warmtenet, all-electric, biogas). Gezien de nieuwe bevindingen, werd specifiek gekeken naar het alternatief biogas. Eerder (11 september 2017) is al een bijeenkomst georganiseerd voor de toekomstige ontwikkelaars van de wijk Bloemendal. Met deze bijeenkomst werden de belangen en standpunten van de verschillende partijen in kaart gebracht ten aanzien van een warmtenet en all-electric netwerk.

50

ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL

Deelnemers Externe deelnemers: • • • • •

Marco Bijkerk (Remeha) Jack van de Pers (Alliander) Elbert Huijzer (Alliander) Paulien Sparenburg (gemeente Amersfoort) Jeroen Overvelde (Gemeente Ede)

Vanuit de Gemeente Barneveld en Arcadis waren de volgende personen aanwezig: • • • • • • • • • •

Gaatze Rekker (Gemeente Barneveld) Marlies Knol (Gemeente Barneveld) Karien van Houwelingen (Gemeente Barneveld) Erik Komdeur (Gemeente Barneveld) Alex Wevers (Gemeente Barneveld) Anouk Dankaart (Gemeente Barneveld) Wim Nijboer (Gemeente Barneveld) Wouter Schik (Arcadis, voorzitter overleg) Tristan Simon (Arcadis) Stefan de Vries (Arcadis, verslaglegging)

De bijeenkomst bevatte drie presentaties met daartussen vragen en discussies. De PowerPoint slides van de onderstaande drie presentaties worden los toegestuurd en worden daarom hier niet tot in detail besproken. • • •

Arcadis: Toelichting uitkomsten MKB-analyse all-electric en warmtenet Remeha: Voor- en nadelen toepassing (synthetisch) groengas Liander: Welke soort netten zijn geschikt in welke gebieden? Wat is het beleid van Alliander?

De gemeenten Amersfoort en Ede zijn aanwezig om hun lessons learned te delen en te leren van de stappen die worden gezet door de gemeente Barneveld.

Gemeente Amersfoort In de gemeente Amersfoort speelt een soortgelijke opgave als in de gemeente Barneveld. Amersfoort wil versnelling aanbrengen in de opgave met betrekking tot CO2 reductie zodat zij in 2030 een CO2-neutrale stad zijn. Hierbij zijn drie transitiepaden: duurzame warmte met het uit faseren van aardgas, duurzame elektriciteit en duurzame mobiliteit. Recent is door de gemeente de opgave in beeld gebracht. Reden hiervoor is mede dat de inwoners en bedrijven hebben aangeven dat er behoefte is aan meer duidelijkheid over waar de toekomst naar toe gaat, zodat zij hierop kunnen afstemmen. Het bureau Overmorgen heeft voor de gemeente in beeld gebracht wat de meest kansrijke aargasloze alternatieven zijn voor verschillende wijken in Amersfoort. Dat hebben ze gedaan op basis van maatschappelijke-kostenbaten-analyse rekening houdende met verschillen tussen woningen (in isolatie, gebruik, warmtevraag etc.).

Gemeente Ede Warmtenet In de gemeente Ede is een groen warmtenet aanwezig. MPD Groene Energie is de exploitant van dit net. Het dochterbedrijf ‘Warmtebedrijf Ede’ beheert het warmtenet en ‘Warmte Service Ede’ is het dochterbedrijf dat verantwoordelijk is voor de service en onderhoudstak. Het warmtenet van Ede is gestart in 2013 en is sindsdien meerdere malen uitgebreid.

51

ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL

Op dit moment ligt in Ede ca.18 km warmtenet20 en er zijn twee bio-energie installaties. Daarnaast wordt gebruikt van diverse lokale restwarmtebronnen (bedrijven met warmteoverschot). Op dit moment zijn circa 10.000 woningequivalenten aangesloten. De ambitie is om tot 2020 door te groeien naar 20.000 woningequivalenten. Voor het warmtebedrijf Ede is het mogelijk om de warmtevraag van de gebruiker af te stemmen op de aanvoer van lage of hoge temperatuur warmte (bijvoorbeeld een grotere stortdouche vraagt extra warmte). Met verschillende uitbreidingen in het net levert Warmtebedrijf Ede inmiddels ook groene koeling en groene stoom. Voor de warmtevraag zijn in Ede buffertanks aanwezig waarmee pieken in de warmtevraag kunnen worden opgevangen. Er lopen momenteel in de gemeente Ede, net zoals bij Amersfoort, (politieke) discussies over de duurzaamheid van biomassa. Deze discussies ontstaan mede vanuit onduidelijkheden, aannames en berichtgevingen vanuit de (nationale) media. Zo gaat het regelmatig over bijstoken van kolencentrales met biomassa uit Canada, waarvoor door bossen worden gekapt. Voor het warmtenet Ede is duidelijk gekozen om de komende jaren lokale biomassa in te zetten bij het starten van het warmtenet. Op dit moment worden natuurlijke reststromen (Prunus/vogelkers) uit het groenbeheer van Ede, Staatsbosbeheer, Hoge Veluwe en andere gemeenten ingezet.

Momenteel vindt er ook een verschuiving plaats naar niet waardevolle snoeihout dat uit het stedelijk groen (parkbeheer, recreatiebeheer en zelfs tuinafval etc.) komt. Op de langere termijn zal het warmtenet aangepast worden. Er spelen ontwikkelingen die het in de toekomst mogelijk maken om bepaalde biomassa stromen anders en ook beter te verwaarden. Tegelijkertijd komen er in de toekomst nieuwe warmtebronnen beschikbaar die aangesloten kunnen worden op het warmtenet. Op dit moment werkt het Warmtebedrijf aan het uitrollen van een smart grid waarbij derden restwarmte kunnen leveren aan het net op momenten dat hier vraag naar is. Momenteel is het warmtebedrijf, in samenwerking met de gemeente Ede, ook aan het verkennen of er een koppeling mogelijk is met ultradiepe geothermie (bij de centrales zelf of gekoppeld aan Papierproducent Parenco in Renkum).

Rol van de gemeente De gemeente Ede heeft afgedwongen (mede door goede grondposities) dat nieuwbouw in de gemeente aardgasloos is. De gemeente laat veel vrijheid over aan de markt en legt geen plicht op aan bedrijven en woningeigenaren om aan te sluiten op het warmtenet. Op dit moment valt in de gemeente te zien, dat zowel bestaande- als nieuwbouw vrijwillig aansluit op het warmtenet. Voor mensen in de buurt van een warmtenet, blijkt het toch vaak de meest (economisch) aantrekkelijke optie. Voor de variabele kosten van warmtelevering wordt bij Ede het uitgangspunt gehanteerd, dat de burgers voor warmte niet meer betalen (NMDA-beginsel) dan wanneer sprake zou zijn van verwarming via aardgas. Voor de aansluiting op het warmtenet betaalt de gebruiker een eenmalig aansluitbijdrage. Het setje wat in de woning wordt geplaatst, is in eigendom bij het warmtebedrijf. Het hele onderhoud en vervanging van de centrale tot en met het setje is op kosten van het warmtebedrijf. De woningeigenaar draagt alleen de kosten voor het onderhoud van de eigen installaties.

Discussie Tijdens de bijeenkomst kwamen de onderstaande bevindingen naar voren.

Uitfaseren aardgas De discussie over aardgas loopt al een poos. De Nederlandse overheid wil van het aardgas af. Initieel was dit om de CO2-uitstoot te verminderen en minder afhankelijk te worden van de import uit het buitenland. Door de aardbevingen in Groningen is hier de laatste jaren een discussie aan toegevoegd. In Nederland gebruiken we vooral Groningse gas, maar de winning hiervan zorgt voor aardbevingen. Het Groningse gas is laagcalorisch en wijkt daarmee af van het gas uit het buitenland (dat hoogcalorisch is). Door deze extra discussie moet Nederland nog sneller stappen maken.

20 Voor het primaire netwerk geldt de vuistregel van 1.5 graad Celsius warmteverlies per kilometer (bij invoer

van 95 graden). 52

ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL

Grofweg zijn er op dit moment de volgende keuzes mogelijk: 1. Hoogcalorisch gas uit het buitenland importeren en invoeren in Nederland. De bedrijven in Nederland zijn al opgeroepen om zich voor te bereiden om deze transitie. Echter, ook voor de Nederlandse woningen vraagt dit aanpassingen. Dit is technisch mogelijk, maar vraagt tijd. 2. Hoogcalorisch gas uit het buitenland importeren en omzetten naar laagcalorisch gas (stikstof toevoegen), zodat het bruikbaar is voor de bestaande installaties. 3. Een derde optie is om een grote stap te maken in de verduurzaming en nu al over te gaan op duurzamer gas: waterstof of methaan. Dit gas kan nu al in 95-98% van het bestaande gasnet getransporteerd worden. Er zijn allerlei “groene” en “grijze” vormen om deze gassen te maken. Bijvoorbeeld: a. Vergisting of vergassing van biomassa naar methaan (biogas). Dit zal alleen niet genoeg gas opleveren om aan de vraag te voldoen. b. Een power-to-gas grid. Productie van waterstof met elektriciteit. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door een directe koppeling te maken tussen een windmolen en waterstoffabriek (zie voorbeeld Hoogeveen) 21 c. Productie van waterstof in Noorwegen. Daar kunnen ze aardgas uit zee halen, opknippen in stukken, de CO2 terug de grond in stoppen en het waterstof (met nog klein aandeel CO2) terugsturen naar Nederland.

De verwachting is dat, vanwege de problematiek in Groningen, er op korte termijn grote beslissingen worden genomen over de uitfasering van aardgas. De ontwikkelingen kunnen dus snel gaan. De gevolgen zullen mogelijk op landelijk niveau voelbaar zijn (bijvoorbeeld optie 3c vraagt landelijke uitrol) en hebben impact om de lange termijn (bijvoorbeeld een stikstoffabriek voor optie 2 is een lange termijn investering). In Leeds en Japan zijn er al plannen om aardgas snel uit te faseren en over te gaan op waterstof 22. Daar wordt vaak gekozen om waterstof alleen te gebruik voor de productie van laagwaardige warmte en niet te koppelen met elektriciteitsproductie.

Energieopgave Het totale energiesysteem kan worden geschematiseerd als een trap: bron (fossiel of niet fossiel), transport (bijvoorbeeld gasnet en warmtenet) en gebruik (waar wordt energie voor gebruikt). De discussies binnen de gemeenten draaien nu vaak om het transportnet (bijvoorbeeld gasnet, warmtenet of all-electric), want de antwoorden hieruit hebben grote consequenties voor de realisatie, renovatie en vervangingsopgaven. Het is belangrijk om hierbij terug te koppelen naar de bovenliggende energie-ambities, want deze zijn namelijk leidend. De gemeenten Amersfoort en Barneveld hebben ambities geformuleerd met betrekking tot respectievelijk CO2-neutraliteit en energieneutraliteit. Voor het realiseren van deze ambities is het vooral nodig om te focussen op energiebronnen (uitfaseren van fossiele bronnen) en energiegebruik (reduceren van energievraag).

Energievraag versus energieaanbod Bij het analyseren van de energieopgave voor woningen is het belangrijk om niet alleen te kijken naar dagof jaartotalen, maar juist vooral ook rekening te houden met de factor tijd. De energievraag van een woning varieert gedurende de dag en gedurende het jaar. Hetzelfde geld voor de meest gebruikte en bekende duurzame energiebronnen: zonne-energie en windenergie. Er zit vaak zit er een mismatch over tijd tussen de energievraag en de energieopwekking (bijvoorbeeld lage zonne-energie opbrengst in de avond, wanneer de vraag juist hoog is). Door deze mismatch kan het voorkomen dat een duurzame/0-op-de-meter woning met veel eigen elektriciteitsopwekking op bepaalde momenten alsnog elektriciteit moet halen uit het landelijke net, met daarbij ook een component fossiele elektriciteit. Oftewel, een 0-op-de-meter woning op (dag/jaar) totaal-niveau kan nog steeds bijdragen aan de CO2-uitstoot. Om het bovenstaande probleem op te lossen, dienen energievraag en energieaanbod slim op elkaar te worden afgestemd. Een voor de hand liggende optie is daarbij om overschotten in het energieaanbod tijdelijk op te slaan in buffers en deze op andere momenten juist weer te gebruiken. Hiervoor zijn verschillende 21 http://www.dvhn.nl/economie/Windmolen-maakt-direct-waterstof-22587845.html 22 http://www.e2go.nl/grote-stad-in-engeland-wil-volledig-over-op-waterstof/

53

ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL

opslagmogelijkheden beschikbaar, bijvoorbeeld: (1) batterijen, (2) warm-water-tanks in warmtenetten of (3) buffers in power-to-gas netwerken met waterstof of methaan. Het voordeel van warm water is dat het relatief gemakkelijk en veilig kan worden geproduceerd, opgeslagen en gebruikt. Voordeel van waterstof en methaan is de hoge efficiency (onderzoek Fraunhofer instituut, zie presentatie Remeha) in productie, transport en gebruik. Daarnaast is het voordeel dat veelal het reguliere aardgasnetwerk kan worden gebruikt voor de opslag en het transport en dat methaan en waterstof gemengd kunnen worden bij transport (pas bij de gebruiker weer scheiden).

Breed inzetten Er zijn op dit moment verschillende duurzame alternatieve energievoorzieningen voorhanden. Echter, zoals de gemeenten Amersfoort, Barneveld en Ede allemaal hebben uitgesproken, er is op dit moment niet één oplossing waarmee de ambities met betrekking tot energie kunnen worden gerealiseerd. Er zijn beperkingen in de beschikbaarheid, onzekerheden, technisch onmogelijkheden en ook de kosten kunnen (afhankelijk van de lokale omstandigheden) hoog oplopen. Het is nodig om in te zetten op een mix aan meerdere energiebronnen en energienetten. Bij de energieopgave is het belangrijk om rekening gehouden worden met de verschillende (lange-termijn) transitiepaden. Technisch is het bijvoorbeeld mogelijk om waterstof en/of methaan te produceren, maar het grootschalige uitrollen kost tijd. Een andere transitiepad heeft bijvoorbeeld betrekking op biomassa. Op dit moment zijn er verschillende stromen van biomassa geschikt voor een warmtenet. De ontwikkelingen kunnen er echter op de lange termijn voor zorgen dat bepaalde stromen op een hoogwaardigere manier kunnen worden toegepast. Bij het warmtenet van Ede is men daarom nu ook aan het kijken om aan te sluiten op andere duurzame warmtebronnen.

Systeemdenken De energieopgave vraagt systeemdenken. Systeemrelaties moeten in ogenschouw worden genomen bij het zoeken naar oplossingen. Hierbij zijn er verschillende schaalniveaus die op elkaar inwerken. Op woningniveau gaat het bijvoorbeeld om de relatie tussen investeringen in isolatie en in duurzame installaties. Daarnaast is het mogelijk om installaties te koppelen. Met het overschot aan elektriciteit dat overdag wordt geproduceerd door PV-panelen, kan bijvoorbeeld een boiler met warm water worden voorverwarmd. Ook op groter niveau zoals huizenblokken, wijken en kernen zullen met systeemdenken slimme oplossingen moeten worden gezocht. Denk bijvoorbeeld aan het koppelen van restwarmte vanuit Harselaar aan het warmtenet of de koppeling tussen een elektriciteitsnetwerk en een power-to-gas netwerk. In elke wijk/woonblok moet zoveel mogelijk gezocht worden naar één oplossing, anders wordt het onbetaalbaar. Echter, het energiesysteem hoeft niet altijd voor elke wijk/woonblok hetzelfde te zijn. Elke wijk heeft z’n eigen karakteristieken. Daarbij spelen zowel technische mogelijkheden/beperkingen (bijvoorbeeld is het uitvoerbaar?), als meer financiële afwegingen (bijvoorbeeld staat de investering in verhouding tot de bouwprijs en de huidige terugwin-tijd). Hierbij speelt tevens de discussie hoe de bestaande assets, zoals het gasnet, zo optimaal mogelijk benut kunnen worden.

Kortom, het is belangrijk voor de gemeente om vast te stellen wat men waar en wanneer het beste kan toepassen. Alliander (onder andere met Jack van de Pers) en de gemeente Barneveld (Karien van Houwelingen) zijn op dit moment voor Barneveld al aan het onderzoeken hoe de bestaande bebouwing en het bestaande gasnet erbij liggen en waar over tijd aanpassingen kunnen worden uitgevoerd. Zo kan in de binnenstad met veel bedrijvigheid en historische plekken het een lastige en dure opgave zijn om een totale nieuw warmtent of verzwaard all-electric-net in de grond te stoppen. Bij bestaande woonwijken zal de opgave een stuk makkelijker zijn. All-electric vraagt veel investeringen in woningen, die duur kunnen uitpakken en moeilijk uitvoerbaar kunnen zijn in krappe en oude/historische panden. Voor een nieuwbouwwijk zijn er nog veel vrijheden en zou het logisch kunnen zijn (vooral als er geen warmtenet is/komt) om te kiezen voor een all-electric variant. Die keuze is ook gemaakt voor de nieuwe wijk Voorthuizen, in Barneveld. Het is onlogisch om als aanvulling hierop ook een nieuw gasnetwerk aan te leggen, ook al is dit vooral bedoeld als vooruitlopend op de (nog zeer onzekere) ontwikkelingen rondom methaan/waterstof.

54

ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL

Micro-WKK-systeem Tijdens de presentatie van Remeha kwam de optie naar voren om micro-WKK-systemen in te zetten in woningen. Een WKK-systeem is een brandstofcel die gas verbrandt en daarmee elektriciteit en warmte produceert. Een WKK is daarmee meer dan alleen een vervanging van een traditionele CV-ketel, want het kan voorzien in zowel de warmtebehoefte als elektriciteitsbehoefte van een woning. Een WKK-systeem vraagt wel een stuk hogere initiële investering. Dit is wel een stuk duurder dan een CV-ketel. Ten opzichte van een all-electric variant ligt de verhouding anders. Als je kijkt naar woningen op bouwbesluitniveau, dan is het grofweg drie keer zo goedkoop om een woning om te bouwen voor een WKK-systeem dan voor een all-electric variant. Op basis van pilots ziet Remeha een verschil van € 60.000,-- versus € 20.000,-- bij een Mirco-WKK. Micro-WKK-systemen kunnen op aardgas, waterstof of biogas. Voor de kosten maakt dit weinig uit. Het WKK-systeem kan bewust zo gedimensioneerd worden dat het een elektriciteitsoverschot kan genereren. Een micro-WKK-systeem in een woning kan op die manier gebruikt worden om all-electric woningen te voorzien in elektriciteitsbehoefte op momenten dat zijzelf niet genoeg produceren (bijvoorbeeld ‘s avonds als er weinig zonne-energie is) en normaliter vanuit het landelijke net “fossiele-elektriciteit” halen.

De oplossing met micro-WKK-systemen kan nog slimmer worden vormgegeven. De WKK kan namelijk gekoppeld worden met de buffer oplossing vanuit een power-to-gas netwerk. Het WKK-systeem kan dan draaien op waterstof of biogas dat eerder is geproduceerd met eerdere overschotten aan elektriciteit.

Effect van all-electric op woningen Tijdens de bijeenkomst werd het effect van all-electric op de “verkoopbaarheid” van woningen besproken. Bij de wijk Amersfoort-Vathorst hebben ontwikkelaars aangegeven dat het gebruik van een all-electric systeem de verkoopprijs van woningen omhoog drijft en dat de concurrentiepositie daardoor kan verslechteren ten opzichte van de omgeving waar nog wel aardgasaansluitingen worden gerealiseerd. Tijdens de eerdere bijeenkomst met ontwikkelaars van de wijk Bloemendal kwam een genuanceerder beeld naar voren. Daar werd gedeeld dat 0-op-de-meter woning met een all-electric systeem grote voordelen kan bieden. De energielasten zijn namelijk minimaal (hoofdzakelijk vast recht) en daardoor heeft een woningeigenaar maandelijks meer de besteden. Vanwege de lage energielasten en goede verkoopbaarheid van de woning is een financier vaak bereid een huiseigenaar een hogere hypotheek (circa + €20.000,--) te geven. Deze hogere hypotheek maakt het dan weer gemakkelijker voor een koper om de extra investeringen te doen die nodig zijn voor een 0-op-de-meter woning. Bovendien is de algemene conclusie dat alle gemeentes druk doende zijn met aardgasloos en dit verschil tussen gemeentes steeds minder relevant zal zijn. De meeste gemeenten in de regio worden nu al nadrukkelijk steeds strikter in het vasthouden aan aardgasloos.

Figuur 10, tekst vanaf website Nationale Nederlanden. https://www.nn.nl/Blog/Hypotheken/Besparen-door-energiezuinigte-wonen-doe-jij-dat-al.htm

55

ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL

Conclusies Algemeen • • • • • •

Gemeenten zullen breed moeten inzetten op energiebronnen en -netwerken om hun doelstellingen te bereiken. De energieopgave vraagt een vorm van systeemdenken. Systemen kunnen elkaar aanvullen en als buffers dienen. Hierbij dient rekening te worden gehouden met transitiepaden. Wat nu niet mogelijk is, is dat misschien wel in de toekomst. De oplossing voor de energieopgave hoeft niet altijd hetzelfde te zijn voor elke wijk/woonblok. Lokale condities bepalen waar en wanneer maatregelen worden genomen. Door meerdere systemen te realiseren kunnen ze aan elkaar geschakeld worden en als buffer functioneren. Met meerdere systemen houd je de opties open en kun je blijven aanhaken op toekomstige innovaties. Vanuit het systeem is het logisch om te kiezen voor meerdere oplossingen. Vanuit de bewoners gezien is dit wel een lastige boodschap; bijvoorbeeld waarom krijg ik in mijn wijk alternatief A als ik B wil en krijgen de bewoners in de andere wijk wel alternatief B? Dit vraagt zorgvuldige communicatie.

56

ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL

Vergelijking energiesystemen Er zijn op hoofdlijnen drie alternatieven voor handen: groen warmtenet (i.c.m. traditioneel elektriciteitsnet), all-electric net en een gasnet met methaan en/of waterstof. Elk van deze alternatieven heeft zijn eigen kanttekeningen Groen warmtenet • • • • • • •

•

Er zijn nu verschillende biomassastromen voor handen. Nieuwe ontwikkelingen gaan in de toekomst zorgen voor verandering van de verwaarding van biomassa en daarmee een verminderde beschikbaarheid van biomassa voor de energievoorziening. Er zijn andere bronnen beschikbaar (bijvoorbeeld restwarmte, geothermie) als aanvulling of ter vervanging van biomassa. Voor Barneveld is dit bijvoorbeeld restwarmte vanuit Harselaar. Een warmtenet met een buffertank kan piekvragen opvangen. Productie, transport en gebruik van warm water is relatief veilig. Warmteverliezen kunnen er wel voor zorgen dat het water bij de gebruiker alsnog wel extra moet worden bijgestookt (elektrische doorstroomverwarmer met hoog rendement). Bij de gemeente Ede is vrijheid gegeven aan de markt en consument. Het warmtenet vormt hier concurrentie voor andere energienetten en er wordt inmiddels vrijwillig op het warmtenet aangesloten. Een warmtenet zal opnieuw de grond in moeten worden gebracht. Dit zal vooral een lastige opgave zijn bij historische en/of bedrijvige plekken. In bestaande woonwijk zal dit minder spelen en is de opgave dus gemakkelijker. De ruimtelijke inpassing van een warmtenet is bovendien relatief gemakkelijk (ligt onder de grond, buiten het zicht). Bij het overgaan op het warmtenet zijn de initiële investeringen in de bestaande gebouwen daarbij ook beperkt.

Kortom, een warmtenet is een interessante optie voor de bestaande bebouwing, Bloemendal kan dienen als kritische massa om het warmtenet uit te rollen. Ontwikkelaars van de wijk Bloemendal hebben aangegeven het liefst niet met een warmtenet te werken.

All-electric netwerk • • •

• • • •

Meest voor de hand liggende bronnen zijn zonne-energie en windenergie. Er is een mismatch tussen het energieaanbod dat over tijd met deze bronnen wordt gegenereerd. De energievraag. Voorbeelden van Remeha laten zien dat 0-op-de-meter woningen over de tijd input nodig hebben vanuit landelijke elektriciteitsnetwerk (met daarbij fossiele elektriciteit). Het aanpassen van een traditionele wijk met aardgas en elektriciteit naar all-electric vraagt grote aanpassingen in het elektriciteitsnetwerk (verzwaring). Dit kan lastig zijn bij historische en/of bedrijvige plekken. Een aanleggen van een all-electric netwerk in nieuwe wijken heeft die moeilijkheden niet (er kan van tevoren een goed ontwerp worden gemaakt). Voor bestaande bebouwing vraagt de overgang naar all-electric grote initiële investeringen en aanpassingen in woningen. De studie van Arcadis laat zien dat bij nieuwbouw all-electric een economisch voordelig alternatief is, met een kantelpunt bij afschrijftermijn van 11 jaar van de installaties. Bij all-electric blijft de onzekerheid ten aanzien van de salderingsregeling. Een all-electric net heeft gevolgen voor de ruimtelijke inpassing. Een all-electric net heeft een groter ruimtebeslag, circa 4-6 keer meer middenspanningsstations. All-electric heeft grote invloed op de verkoopprijs en verkoopbaarheid van woningen.

Gasnet met methaan en/of waterstof •

• • •

Er zijn verschillende methoden om het methaan en/of waterstof te winnen. Beslissingen hierover worden op de korte termijn verwacht. Wanneer dit op landelijk niveau wordt uitgerold, kan het transitie pad relatief lang duren. Het is wel mogelijk om lokaal methaan en/of waterstof te produceren en zo de transitie te verkorten. Technisch gezien is er al veel mogelijk en de ontwikkelingen gaan snel. Veiligheid bij het transport en opslag vraagt nog wel aandacht. Middels een power-to-gas oplossing kunnen overschotten uit het elektriciteitsnetwerk tijdelijk worden opgeslagen in een gas-buffer. Het bestaande gasnet is landelijk momenteel voor circa 95-98% geschikt om ook methaan en/of waterstof te transporteren. Er zijn dan ook geen ruimtelijke gevolgen wanneer wordt overgegaan op dit alternatief.

57

ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL

BIJLAGE D: ENERGIEMIX BARNEVELD VOLGENS DE ENERGIEVISIE

Figuur 11 De mix aan energiebronnen die gemeente Barneveld kan helpen in het behalen van de doelstelling om in 2020 20% van het energiegebruik duurzaam op te wekken (Gemeente Barneveld, 2015)

58

ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL

BIJLAGE E: EPG BEREKENINGEN REFERENTIEWONING A. B. C. D.

EPG Warmtenet BENG EPG Warmtenet EPC 0 EPG Warmtepomp BENG EPG Warmtepomp EPC 0

59

Vabi Elements EPG Referentie EPC.vp

Barneveld-Noord Projectnummer: C03091.000062.0200 Variant A. Warmtenet - BENG Berekend op: 1-9-2017 09:05:22

Gemaakt met: Vabi Elements 3.2.1.16367 Vabi rekenkern EPG 1.32

Vabi Elements EPG 3.2.1.16367 Barneveld-Noord 1-9-2017 09:05:22

2/ 9 E/E = 0.26

Algemene gegevens Projectnaam Projectnummer Bestandsnaam Omschrijving Adres

Barneveld-Noord C03091.000062.0200 Referentie EPC.vp Variant A. Warmtenet - BENG

Soort gebouw

eengezinswoning

Gebouwtype Uitvoeringsvariant

gebouw met kap kop-, eind- of hoekligging

Rekenmethodiek EPG berekening volgens Beschaduwingsreductiefactoren PSI waarden Ventilatorvermogen Verlichting U-waarde raam volgens

NEN 7120 minimale belemmering gedetailleerd forfaitair

Maatregelen op gebiedsniveau EMG

ja (2e trap)

NEN 1068:2012 formule 24

Resultaten Totaal Gebruiksoppervlakte Verliesoppervlakte CO2-emissie Totaal karakteristiek energiegebruik Toelaatbaar karakteristiek energiegebruik Specifieke energieprestatie

Ag;tot Averlies

Totaal / Toelaatbaar

EPtot / EP;adm;tot

124.30 m² 219.12 m² 585 kg 7394 MJ 29110 MJ 60 MJ/m² Ag

EPtot EP;adm;tot

0.26 Voldoet

Energie prestatie coefficient Gebruiksfunctie woonfunctie

Ag [m²] 124.30

EPC eis 0.40

EPC EPC voldoet ? 0.11 ja

Vabi Elements EPG 3.2.1.16367 Barneveld-Noord 1-9-2017 09:05:22

3/ 9 E/E = 0.26

Karakteristiek energiegebruik Verwarming Warmtapwater Bevochtiging Koeling Zomercomfort Ontvochtiging Ventilatoren Verlichting

4609MJ 1852MJ 0MJ 0MJ 1140MJ 0MJ 2932MJ 5728MJ + 16261MJ 2502MJ 13758MJ 0MJ 0MJ 6364MJ 7394MJ

Totaal Elektriciteitsproductie gebouwgebonden Afgenomen energie energiedragers Geexporteerde warmte Geexporteerde elektriciteit Geproduceerde elektriciteit Karakteristiek energiegebruik

Primair energiegebruik Deelpost [MJ] Verwarming - hulpenergie Warmtapwater - hulpenergie Bevochtiging Koeling - hulpenergie Zomercomfort Ventilatoren Verlichting Totaal Productie energieprestatie Afgenomen energie Geexporteerde warmte Geexporteerde elektriciteit Geproduceerde elektriciteit Energiegebruik energiedrager

Gas

0 6364 3759

Energiebehoefte Warmtebehoefte Transmissie Ventilatie Interne warmteproductie Zonnewarmtewinst Koudebehoefte Transmissie Ventilatie Interne warmteproductie Zonnewarmtewinst Warm tapwater Bevochtiging

Elektriciteit 0 2826 0 0 0 0 0 1140 2932 5728 12626 2502 10123

9163 MJ 16221 MJ 14973 MJ 14309 MJ 22666 MJ 0 MJ 25401 MJ 42932 MJ 14309 MJ 19875 MJ 7773 MJ 0 MJ

Productie op eigen perceel

Olie

Hout

Biomassa

Warmte 1783 1852 0 0 0

3635 3635

3635

Koude

Vabi Elements EPG 3.2.1.16367 Barneveld-Noord 1-9-2017 09:05:22

4/ 9 E/E = 0.26

Opgewekte duurzame thermische energie Geproduceerde elektriciteit zonnestroomsystemen

0 MJ 962 kWh

Gebruikte energie [MJ]

Behoefte

Afgifte

Distributie

9163 7773

9645 7910

10153 10546

Afgifte 0.950 0.983

Distributie 0.950 0.750

Opwekking 5.125 5.125

Verwarmingssysteem 1 Warmtapwatersysteem 1

Duurzame opwekking 10153 10546

Opwekking 1981 2058

Gemiddelde rendementen [-] Verwarmingssysteem 1 Warmtapwatersysteem 1

Schematisering Rekenzones Nr.

Naam A-1

Omschrijving Hoekwoning

Gebruiksfunctie

woonfunctie

124.30m²

Totale gebruiksoppervlakte energiegebouw (Ag;tot)

124.30m²

Transmissie Rekenzone A-1 Hoekwoning #Deel

Begrenzing

1vloer 2gevel 3gevel 4gevel 5raam 6raam 7raam 8raam 9deur 10raam 11raam 12hellend 13hellend 14raam

kruipruimte buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten

Totale oppervlakte

A [m²] 42.63 69.08 13.35 17.52 0.80 9.60 7.65 0.48 2.40 0.40 5.10 31.45 30.05 1.40

Orientatie [o tov N] 90 180 0 90 180 0 0 0 90 180 180 0 0

O Z N O Z N N N O Z Z N N

Ref.# 1 2 2 2 3 4 3 3 5 3 3 6 6 3

U [W/(m².K)] 0.14 0.14 0.14 0.14 1.49 0.91 1.23 1.84 0.64 1.56 1.23 0.10 0.10 1.30

231.91m² (verliesoppervlakte 219.12 m²)

Glas [m²]

Ggl [-]

0.68 9.60 6.50 0.41

0.45 0.45 0.45 0.45

0.34 4.34

0.45 0.45

1.19

0.45

Fsh;H [-]

Fsh;C [-]

0.85 0.90 1.00 0.85 0.90 1.00 1.00 1.00 0.85 0.90 0.90 1.00 1.00

1.00 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00

Vabi Elements EPG 3.2.1.16367 Barneveld-Noord 1-9-2017 09:05:22

5/ 9 E/E = 0.26

Voor een beter inzich in de ingevoerde verliesoppervlakken kan het beste de geometrie in het Vabi Elements project (VPbestand) ingezien worden.

Verklarende tekst • • • • • • • •

AOR = aangrenzend onverwarmde ruimte AOS = aangrenzend onverwarmde serre ASGR = aangrenzend sterk geventileerde ruimte AVR = aangrenzend verwarmde ruimte (aangrenzend gebouw) Ggl = ZTA onder een invalshoek van 45°. Deze waarde is niet gelijk aan de g-waarde (Ggl;n) die gevraagd wordt! De g-waarde geldt namelijk volgens EN 410, onder een invalshoek van 90°.

Overzicht van alle toegepaste constructies Constructies Ref.#Omschrijving

Rc [(m².K)/W] 6.00 7.00 1.40 10.00

Type

1BG Vloer BENG 2Gevel BENG 5Deur BENG 6Dak BENG

vlak vlak deur vlak

Ramen Ref.#Omschrijving 3Raam 4Raam zonwering

U glas [W/(m².K)] 0.80 0.80

U kozijn [W/(m².K)] 2.40 2.40

Ggl;n 0.50 0.50

Verstrooiende beglazing nee nee

Zonwering Ggl;alt geen beweegbaar

Lineaire koudebruggen Er is gerekend volgens de gedetailleerde methode.

Rekenzone A-1 Hoekwoning Omschrijving

Type

bg vloer

kruipruimte buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten

Lengte Psi;e Psi;gr Vent. open. AOR [m] [W/m.K] [W/m.K] [m²/m] nr 19.10 0.000 0.0012 5.00 -0.246 5.20 -0.205 8.90 -0.205 24.30 0.000 6.00 0.009 10.20 0.011 27.30 0.044 10.90 0.050 5.10 0.059 11.20 0.069 6.80 0.070 12.20 0.079 9.30 0.084 1.00 0.170 1.00 0.231 2.80 0.295

Ggl;dif

Vabi Elements EPG 3.2.1.16367 Barneveld-Noord 1-9-2017 09:05:22

6/ 9 E/E = 0.26

Thermische capaciteit Volgens Bouwtype/massa vloerconstructie bijlage H nee Traditioneel, gemengd zwaar

Rekenzone A-1 Hoekwoning

Cm [kJ/K] 55935 + 55935

Infiltratie Hoogte gebouw [m] 10.62

Lengte gebouw [m] 5.10

Rekenzone

Breedte gebouw [m] 8.90 Eigen qv,10

A-1 Hoekwoning

ja

Uitvoeringsvariant gebouw met kap, kop-, eind- of hoekligging qv10;spec [dm3/s.m²] 0.15

Verwarming Verwarmingssysteem 1 Afgifte

Type

Distributie

Type

Opwekking

Systeem Temperatuurniveau Hulpenergie Type Gelijkwaardigheidsverklaring Energiedrager Vermogen Opwekkingsrendement

- Preferent

HT radiatoren voor binnenwand of binnenraam waterverwarmingssysteem met leidingen langs gevels, geisoleerde leidingen in onverwarmde ruimten en/of door kruipruimte Collectief Hoge temperatuur (HT) externe levering ja warmte 2.3 kW 5.125

Aangewezen rekenzones A-1 Hoekwoning

Warmtapwater Warmtapwatersysteem 1 Afgifte

Distributie Opwekking

Toepassing systeem Rendement Uittapleiding keuken Lengte uittapleiding keuken Lengte uittapleiding badruimte Douche WTW aanwezig Wijze van aansluiten Rendement DWTW Circulatiesysteem aanwezig Systeem

Badruimte, keuken Bepaling volgens methode A Inwendige middellijn niet groter dan 10 mm 9.20 m 5.90 m ja Aangesloten op koudepoort douchemengkraan en inlaat toestel forfaitair nee collectief externe warmtelevering met afleverset

Vabi Elements EPG 3.2.1.16367 Barneveld-Noord 1-9-2017 09:05:22

- Preferent

Type Gelijkwaardigheidsverklaring Energiedrager Vermogen Opwekkingsrendement

7/ 9 E/E = 0.26

externe levering ja warmte 2.3 kW 5.125

Aangewezen rekenzones A-1 Hoekwoning

Koeling Ventilatie Ventilatiesysteem 1 Systeem Regelsysteem Bepaling luchtvolumestroom Gelijkwaardigheid - luchtvolumestroomfactor - correctiefactor regelsysteem WTW aanwezig Ventilatiecapaciteit Regeling ventilatoren Terugregeling/recirculatie Verwarmingsbatterij aanwezig Koelbatterij aanwezig Luchtdichtheidsklasse kanalen Luchtkanalen geisoleerd Spuivoorziening Bevochtiging

C natuurlijke toevoer en mechanische afvoer C.4a winddrukgestuurde toevoer, CO2 sturing kooktoestel en op afvoer zonder zonering afgeleid uit de minimaal vereiste ventilatiecapaciteit VLA methodiek 1.08 (fsys) 0.65 (freg) nee 58.79 dm3/s (forfaitair) nvt nvt

Ventilatorvermogen Aandrijving Aantal regelstanden

forfaitair

onbekend nvt te openen ramen geen

3

Aangewezen rekenzones A-1 Hoekwoning

Zonnepanelen (stroom) Zonne-energiesysteem Type Paneeloppervlakte Wijze van bouwintegratie Opbrengstfactor Piekvermogen

PV 7.70 m2 niet geventileerd 0.70 150.0 W/m2

Orientatie Hellingshoek Beschaduwingsreductiefactor

180 gr Z 43 gr 1.00

Vabi Elements EPG 3.2.1.16367 Barneveld-Noord 1-9-2017 09:05:22

8/ 9 E/E = 0.26

Zonnecollectoren (warmte) Er worden geen zonnecollectoren toegepast

Verlichting Kwaliteitsverklaringen #Post 1Verwarming 2Warmtapwater 3Zonne-energie elektrisch

Type Opwekkingsrendement externe levering Opwekkingsrendement externe levering Piekvermogen

4Ventilatie

Gelijkwaardigheid VLA methodiek

Waarde 5.125 5.125 150 W/m² Luchtvolumestroomfactor (fsys) 1.08 Correctiefactor regelsysteem (freg) 0.65

Disclaimer Voor de EPG-berekening is een disclaimer van toepassing. Zie de help van Vabi Elements ('Wijzigingen in versies').

Vabi Elements EPG 3.2.1.16367 Barneveld-Noord 1-9-2017 09:05:22

Foto's en tekeningen

9/ 9 E/E = 0.26

Vabi Elements EPG Referentie EPC.vp

Barneveld-Noord Projectnummer: C03091.000062.0200 Variant B. Warmtenet – EPC=0 Berekend op: 1-9-2017 09:05:25

Gemaakt met: Vabi Elements 3.2.1.16367 Vabi rekenkern EPG 1.32

Vabi Elements EPG 3.2.1.16367 Barneveld-Noord 1-9-2017 09:05:25

2/ 9 E/E = 0

Algemene gegevens Projectnaam Projectnummer Bestandsnaam Omschrijving Adres

Barneveld-Noord C03091.000062.0200 Referentie EPC.vp Variant B. Warmtenet – EPC=0

Soort gebouw

eengezinswoning

Gebouwtype Uitvoeringsvariant

gebouw met kap kop-, eind- of hoekligging

Rekenmethodiek EPG berekening volgens Beschaduwingsreductiefactoren PSI waarden Ventilatorvermogen Verlichting U-waarde raam volgens

NEN 7120 minimale belemmering gedetailleerd forfaitair

Maatregelen op gebiedsniveau EMG

ja (2e trap)

NEN 1068:2012 formule 24

Resultaten Totaal Gebruiksoppervlakte Verliesoppervlakte CO2-emissie Totaal karakteristiek energiegebruik Toelaatbaar karakteristiek energiegebruik Specifieke energieprestatie

Ag;tot Averlies

Totaal / Toelaatbaar

EPtot / EP;adm;tot

124.30 m² 219.12 m² 119 kg -206 MJ 29110 MJ -1 MJ/m² Ag

EPtot EP;adm;tot

0 Voldoet

Energie prestatie coefficient Gebruiksfunctie woonfunctie

Ag [m²] 124.30

EPC eis 0.40

EPC EPC voldoet ? 0.00 ja

Vabi Elements EPG 3.2.1.16367 Barneveld-Noord 1-9-2017 09:05:25

3/ 9 E/E = 0

Karakteristiek energiegebruik Verwarming Warmtapwater Bevochtiging Koeling Zomercomfort Ontvochtiging Ventilatoren Verlichting

4609MJ 1852MJ 0MJ 0MJ 1140MJ 0MJ 2932MJ 5728MJ + 16261MJ 4647MJ 11614MJ 0MJ 0MJ 11819MJ -206MJ

Totaal Elektriciteitsproductie gebouwgebonden Afgenomen energie energiedragers Geexporteerde warmte Geexporteerde elektriciteit Geproduceerde elektriciteit Karakteristiek energiegebruik

Primair energiegebruik Deelpost [MJ] Verwarming - hulpenergie Warmtapwater - hulpenergie Bevochtiging Koeling - hulpenergie Zomercomfort Ventilatoren Verlichting Totaal Productie energieprestatie Afgenomen energie Geexporteerde warmte Geexporteerde elektriciteit Geproduceerde elektriciteit Energiegebruik energiedrager

Gas

0 11819 -3841

Energiebehoefte Warmtebehoefte Transmissie Ventilatie Interne warmteproductie Zonnewarmtewinst Koudebehoefte Transmissie Ventilatie Interne warmteproductie Zonnewarmtewinst Warm tapwater Bevochtiging

Elektriciteit 0 2826 0 0 0 0 0 1140 2932 5728 12626 4647 7979

9163 MJ 16221 MJ 14973 MJ 14309 MJ 22666 MJ 0 MJ 25401 MJ 42932 MJ 14309 MJ 19875 MJ 7773 MJ 0 MJ

Productie op eigen perceel

Olie

Hout

Biomassa

Warmte 1783 1852 0 0 0

3635 3635

3635

Koude

Vabi Elements EPG 3.2.1.16367 Barneveld-Noord 1-9-2017 09:05:25

4/ 9 E/E = 0

Opgewekte duurzame thermische energie Geproduceerde elektriciteit zonnestroomsystemen

0 MJ 1787 kWh

Gebruikte energie [MJ]

Behoefte

Afgifte

Distributie

9163 7773

9645 7910

10153 10546

Afgifte 0.950 0.983

Distributie 0.950 0.750

Opwekking 5.125 5.125

Verwarmingssysteem 1 Warmtapwatersysteem 1

Duurzame opwekking 10153 10546

Opwekking 1981 2058

Gemiddelde rendementen [-] Verwarmingssysteem 1 Warmtapwatersysteem 1

Schematisering Rekenzones Nr.

Naam A-1

Omschrijving Hoekwoning

Gebruiksfunctie

woonfunctie

124.30m²

Totale gebruiksoppervlakte energiegebouw (Ag;tot)

124.30m²

Transmissie Rekenzone A-1 Hoekwoning #Deel

Begrenzing

1vloer 2gevel 3gevel 4gevel 5raam 6raam 7raam 8raam 9deur 10raam 11raam 12hellend 13hellend 14raam

kruipruimte buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten

Totale oppervlakte

A [m²] 42.63 69.08 13.35 17.52 0.80 9.60 7.65 0.48 2.40 0.40 5.10 31.45 30.05 1.40

Orientatie [o tov N] 90 180 0 90 180 0 0 0 90 180 180 0 0

O Z N O Z N N N O Z Z N N

Ref.# 1 2 2 2 3 4 3 3 5 3 3 6 6 3

U [W/(m².K)] 0.14 0.14 0.14 0.14 1.49 0.91 1.23 1.84 0.64 1.56 1.23 0.10 0.10 1.30

231.91m² (verliesoppervlakte 219.12 m²)

Glas [m²]

Ggl [-]

0.68 9.60 6.50 0.41

0.45 0.45 0.45 0.45

0.34 4.34

0.45 0.45

1.19

0.45

Fsh;H [-]

Fsh;C [-]

0.85 0.90 1.00 0.85 0.90 1.00 1.00 1.00 0.85 0.90 0.90 1.00 1.00

1.00 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00

Vabi Elements EPG 3.2.1.16367 Barneveld-Noord 1-9-2017 09:05:25

5/ 9 E/E = 0

Voor een beter inzich in de ingevoerde verliesoppervlakken kan het beste de geometrie in het Vabi Elements project (VPbestand) ingezien worden.

Verklarende tekst • • • • • • • •

AOR = aangrenzend onverwarmde ruimte AOS = aangrenzend onverwarmde serre ASGR = aangrenzend sterk geventileerde ruimte AVR = aangrenzend verwarmde ruimte (aangrenzend gebouw) Ggl = ZTA onder een invalshoek van 45°. Deze waarde is niet gelijk aan de g-waarde (Ggl;n) die gevraagd wordt! De g-waarde geldt namelijk volgens EN 410, onder een invalshoek van 90°.

Overzicht van alle toegepaste constructies Constructies Ref.#Omschrijving

Rc [(m².K)/W] 6.00 7.00 1.40 10.00

Type

1BG Vloer BENG 2Gevel BENG 5Deur BENG 6Dak BENG

vlak vlak deur vlak

Ramen Ref.#Omschrijving 3Raam 4Raam zonwering

U glas [W/(m².K)] 0.80 0.80

U kozijn [W/(m².K)] 2.40 2.40

Ggl;n 0.50 0.50

Verstrooiende beglazing nee nee

Zonwering Ggl;alt geen beweegbaar

Lineaire koudebruggen Er is gerekend volgens de gedetailleerde methode.

Rekenzone A-1 Hoekwoning Omschrijving

Type

bg vloer

kruipruimte buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten buiten

Lengte Psi;e Psi;gr Vent. open. AOR [m] [W/m.K] [W/m.K] [m²/m] nr 19.10 0.000 0.0012 5.00 -0.246 5.20 -0.205 8.90 -0.205 24.30 0.000 6.00 0.009 10.20 0.011 27.30 0.044 10.90 0.050 5.10 0.059 11.20 0.069 6.80 0.070 12.20 0.079 9.30 0.084 1.00 0.170 1.00 0.231 2.80 0.295

Ggl;dif

Vabi Elements EPG 3.2.1.16367 Barneveld-Noord 1-9-2017 09:05:25

6/ 9 E/E = 0

Thermische capaciteit Volgens Bouwtype/massa vloerconstructie bijlage H nee Traditioneel, gemengd zwaar

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=5b3cbbd8-afd3-44e2-a770-82bdf3e1f724