Bloemendal IIA_Toelichting_Bijlage 29 Onderzoek duurzame energienetten (2018)
Tekst van het document
+ € 4.340,--
+ € 8.300,--
Jaarlijkse gebouwgebonden energiekosten
€ 1075,--
€ 900,--
€ 402,--
-
Totale kosten (10 jaar)
€ 10.750,--
€ 12.600,--
€ 12.700,--
€ 16.600,--
Totale kosten (15 jaar)
€ 16.125,--
€ 17.100,--
€ 14.710,--
€ 16.600,--
Totale kosten (20 jaar)
€ 21.500,--
€ 21.600,--
€ 16.720,--
€ 16.600,--
Totale kosten Voor de beoordeelde referentie woningen zien we dat de investeringskosten voor de woningeigenaar voor de volledig elektrische oplossingen het hoogst zijn. Echter, de totale kosten voor de woningeigenaar zijn over een periode vanaf 15 jaar juist het laagst in verband met lagere energielasten en met eigen energieopwekking. Het omslagpunt ligt op circa 15 jaar. Met een levensduur van circa 15 tot 20 jaar is daarmee de verwachting dat woningeigenaar op de lange termijn goedkoper uit is met een all-electric concept. Met name hogere comfortclasses en een lagere investering aan de voorkant zijn overwegingen om aan te sluiten op een warmtenet.
11 Er is uitgegaan van het laagste bedrag aan aansluitkosten, zoals benoemd in paragraaf 4.1.1. 12 Aangezien een warmtenet de referentiesituatie is, worden de voor een all-electric opzet niet nodig zijnde
aansluitset als minderkosten meegenomen ten opzichte van de referentiesituatie. 24
ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL
Stakeholders In de periode 2017 – 2018 is met meerdere stakeholders gesproken over een aardgasloze invulling van Bloemendal (zie bijlage C). Door de ontwikkelaars die reeds een positie hebben in Bloemendal is aangegeven dat zij de voorkeur geven aan bouwen zonder aansluiting op een warmtenet. Zij geven de voorkeur aan een nul-op-de-meter-woning. Door de zeer lage energielasten is het mogelijk voor deze woningen een hogere hypotheek af te sluiten. De woningcorporatie geeft aan dat nul-op-de-meter mogelijk te hoog gegrepen is, maar dat ook voor hen een warmtenet niet de voorkeur heeft.
25
ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL
5
GROEN GAS ALS ALTERNATIEF IN DE DUURZAME ENERGIEMIX
5.1
Vertrekpunt
Gedurende het project is ook de vraag opgekomen of groen gas een alternatief zou kunnen zijn. Hier is op 12 februari 2018 een aparte kennissessie voor georganiseerd. Het kabinet heeft 29 maart 2018 bekend gemaakt, dat uiterlijk in oktober 2022 - maar mogelijk een jaar eerder - de gaswinning in Groningen tot onder 12 miljard m3 per jaar moet zijn gebracht. Vervolgens moet de gaskraan zo snel mogelijk verder dicht naar 7,5 miljard m3 per jaar. Daarna moet de gaswinning rond 2030 helemaal zijn afgebouwd. Dit wil niet zeggen dat er geen gas meer in Nederland beschikbaar is. Inmiddels heeft de regering ook besloten om een stikstoffabriek te laten bouwen waarmee Russisch- of Noors gas zodanig kan worden bijgemengd, dat het ook voor Nederlandse huishoudens geschikt is. Het blijft echter een fossiele bron van energie en de ambitie aardgasloos is daarom zeker voor nieuwbouwwoningen nog steeds relevant. Toch kan aardgas en zeker groen gas een rol spelen in de energietransitie. Dit lijkt vooralsnog echter vooral te zijn voor specifieke doelgroepen en situaties. Om heel Nederland van duurzame energie te voorzien zal niet alleen maximaal ingezet moeten worden op energiereductie, maar zullen ook alle vormen van duurzame energie nodig zijn. Met alleen duurzame stroom (via zon, wind etc.) of duurzame warmte redt Nederland het niet.
Daarnaast speelt nadrukkelijk ook het probleem van het conflict van vraag en aanbod. Stroom en warmte worden vaak opgewekt op die momenten dat er niet de meeste behoefte voor is. Buffering van energie is voorlopig nog een grote uitdaging. Ook hierbij lijkt een mix van energiedragers belangrijk, omdat – ondanks de rendementsverliezen – de verschillende systemen de overcapaciteit van elkaar kunnen opvangen en/of ondercapaciteit kunnen aanvullen. Power to gas (P2G) wordt daarbij als zeer kansrijk gezien.
Figuur 5 Schema mismatch tussen groen gas-keten (bron presentatie Remeha 12-2-2018, zie bijlage C)
5.2
Vormen van groen gas
Er zijn drie vormen van groen gas: • • •
Groen waterstofgas (H2): waterstofgas geproduceerd via groene stroom of groene warmte. Biogas: groene variant van aardgas geproduceerd vanuit organische bronnen. Synthetisch aardgas (syngas): kunstmatig geproduceerd aardgas door reactie van groen waterstofgas met CO2. 26
ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL
5.2.1
Groen waterstofgas
Waterstofgas heeft een hoge energiedichtheid. Er komt circa 3x zoveel energievrij bij de verbranding van aardgas als van waterstofgas13. Waterstofgas is echter niet altijd een groen gas. Traditioneel wordt waterstof geproduceerd via een proces dat koolwaterstoffen via een chemische reactie omvormt tot waterstofgas. Hierbij komt CO2 vrij14. Waterstofgas kan ook duurzaam (groen) verkregen worden via een algenbioreactor, of door het gebruik van grote hoeveelheden elektriciteit (door elektrolyse), hitte (thermolyse) of een tussenvorm (hoge temperatuur elektrolyse). Deze methoden zijn nog niet kosteneffectief voor grote hoeveelheden. Het maken van 1 liter waterstofgas kost bijvoorbeeld nog relatief veel energie om te maken. Productie van waterstofgas uit elektriciteit is op dit moment alleen interessant als er een overschot is aan wind- of zonne-energie. Wanneer waterstof geproduceerd wordt via grijze stroom, is deze niet groen te noemen. Waterstof kan op beperkte schaal worden bijgemengd met aardgas, zoals op kleine schaal al tijdens een proef op Ameland is gebeurt15. Daarnaast kan er via een brandstofcel weer stroom van gemaakt worden. Bij het totale traject van productie van waterstofgas (bijvoorbeeld vanuit windstroom), tot het weer maken van elektriciteit via een brandstofcel gaat veel energie verloren. Er circuleren getallen van een rendement van 20 tot 58%.
Op dit moment is voor de woningmarkt waterstofgas als groen gas alternatief nog weinig relevant en interessant.
5.2.2
Biogas
Biogas is vrijwel gelijk aan het huidige aardgas, maar komt uit een duurzame bron. Elke te vergisten of te vergassen biomassa kan als bron dienen. Hiervoor gelden dezelfde opmerkingen als de inzet van biomassa voor de productie van warmte. In zekere zin concurreert groen gas daarmee direct met warmtesystemen op basis van biomassa. Hierbij zijn de warmtesystemen al verder doorontwikkeld dan de complete groengasketen en hebben de mogelijkheid om gekoppeld te worden aan restwarmtebronnen in de omgeving en (op langere termijn) aan duurzame warmtebronnen in de vorm van bijvoorbeeld geothermie. Voordeel van biogas is echter, dat het gasnetwerk geen aanpassingen vraagt en altijd een open net betreft.
Figuur 6 Schema groen gas-keten, 20 routes naar groen gas (bron: http://aardgas-in-nederland.nl/de-toekomst-van-aardgas/aardgas-en-duurzame-energie/) 13 Hierbij moet nog wel onderscheid gemaakt worden tot laagcalorisch Nederlands gas en hoogcalorisch
Noors- en Russisch gas. https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/energie-en-milieuinnovaties/gassamenstelling/hoogcalorisch-gas-h-gas/de-gevolgen-voor-h-gas, https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/energie-en-milieuinnovaties/gassamenstelling/nieuw-aardgas/de-gevolgen-van-nieuw-aardgas 14 Een variant die in ontwikkeling is, is dat het Noorse gasbedrijf Statoil CO2 neutraal waterstofgas wil kunnen gaan leveren, door de vrijkomende CO2 op te slaan in hun (lege) olie/gasvelden op de Noordzee: http://www.nederlandmvo.nl/energie/energietransitie/helpt-noors-gas-in-de-energietransitie 15 https://www.nemokennislink.nl/publicaties/koken-op-waterstofgas/ 27
ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL
Het biogas kan vervolgens op verschillende wijze ingezet worden, zoals onderstaande figuur laat zien. Naast een traditionele inzet voor verwarmen of koken, kan het via een microWKK ook elektriciteit opwekken. De microcentrale is een cv-ketel waarbij via warmtekrachtkoppeling ook zelf elektriciteit geproduceerd kan worden. Een elektriciteitsaansluiting is dan in principe niet meer nodig.
Figuur 7 Schema inzet biogas (bron: https://groengas.nl/groengas-productie/groengasketen/)
Het voordeel van de inzet van biogas is dat het bestaande distributienet en bestaande installaties gehandhaafd kunnen blijven. Het nadeel is, dat de bijbehorende veiligheid- en gezondheidsrisico’s ook blijven. Daarnaast neemt zoals aangegeven in paragraaf 4.1.1 de druk op het gebruik van biomassa voor energiedoeleinden toe. Groen gas kan nu al worden afgenomen bij energieleveranciers op dezelfde wijze als met groene stroom. Het gas (net als de stroom) kan overal geproduceerd zijn, maar qua boekhouding kan de energieleverancier aantonen dat voor jouw afname inderdaad groengas is geproduceerd en verbruikt in de totale keten. Per saldo heb je dus groen gas verbruikt.
5.2.3
Synthetisch aardgas
Synthetisch aardgas als groene variant voor aardgas begint bij groene waterstof (zie 5.2.1). Deze wordt vervolgens chemisch verbonden met CO2. Het is niet zo dat synthetisch gas zo een extra bijdragen levert aan de CO2-voetprint van Nederland, omdat bij verbranding dit CO2 ook direct weer vrijkomt. De CO2 wordt dus maar zeer tijdelijk gebufferd. Het produceren en toepassen van synthetisch aardgas voor woningen staat nog in de kinderschoenen. Op lokaal niveau zijn er al proefinstallaties, zoals in Rozenburg16. Grootschalige uitrol zal in de eerste plaats afhangen van de kosten. Op dit moment is het nog te duur 17. Daarnaast is de vraag in welke mate grootschalig waterstof kan worden geproduceerd, zodanig dat dit past in de totale energiemix van Nederland. Hier zal namelijk veel (duurzame) stroom voor nodig zijn. Rendementsverliezen worden tegenwoordig wel al steeds verder teruggedrongen. Het rendement van elektrolyse was in 2006 nog ongeveer 50%, nu ligt dat al op 75%. De methanisering kan vervolgens met een rendement van 90% plaatsvinden, waardoor sprake is van een totaal rendementsverlies van circa 32% 18.
16 https://www.hierverwarmt.nl/project/synthetisch-gas-in-rozenburg 17 https://www.ecn.nl/publications//PdfFetch.aspx?nr=ECN-O--14-010 18 https://www.gawalo.nl/energie/artikel/2017/06/technologie-nog-te-duur-voor-doorbraak-power-gas-
1014636 28
ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL
5.3
Inzet van groen gas
De vraag is waar groen gas het beste voor ingezet kan worden. Bij nieuwbouw kan in principe voor elke vorm van duurzame energie gekozen worden en is het sterk de vraag of groen gas daarvoor ingezet moet worden. Groen gas komt juist in beeld bij die omstandigheden waar er weinig alternatieven zijn, zoals bij: • • •
Industriële processen (ovens etc.). Gebouwen met grote energievraag, maar waar isolatie niet kan (monumenten), warmtenetten lastig te realiseren zijn en er beperken zijn ten aanzien het gebruik van warmtepompen (ongeschikte bodem en/of problemen met geluidsoverlast/beeldkwaliteit) etc. (Bestaande) gebouwen met een moeilijke business case en/of waar veel weerstand is. Een mogelijkheid hierbij is de inzet van een hybride systeem, waar gas (eventueel fossiel gas) gebruikt wordt in een standaard HR-ketel, in combinatie met een warmtepomp19. De warmtepomp zorgt voor een groot deel van het jaar voor verwarming. Alleen bij extreem koude dagen en voor warm tapwater wordt de HR-ketel nog ingeschakeld. Grote aanpassingen aan het cv-systeem van de woning zijn vaak niet nodig.
Daarnaast zal groen gas een essentiële rol gaan vervullen als tijdelijke energiedrager als onderdeel van de energiedriehoek, waarbij uitwisseling bestaat tussen de verschillende energiedragers. Op dit moment zijn deze systemen nog nauwelijks gekoppeld en is sprake van behoorlijke rendementsverliezen.
Overcapaciteit groene stroom benutten voor productie waterstofgas
Overcapaciteit groene stroom benutten voor warmteproductie
Overwarmte benutten voor productie elektriciteit via (micro)WKK
Van biogas naar elektriciteit via (micro)WKK
Van waterstofgas naar elektriciteit via brandstofcel.
Groen gas als bron voor warmteproductie Overwarmte benutten voor biogasproductie
Figuur 8 Energiedriehoek
19 Dit hoeft niet noodzakelijk een lucht- of bodemwarmtepomp te zijn, maar kan ook een warmtepomp zijn
gekoppeld aan het ventilatiesysteem die de warmte uit de retourlucht haalt. Daarnaast is ook een koppeling met een zonnecollector/boiler denkbaar. 29
ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL
6
CONCLUSIE EN ADVIES
6.1
Conclusies
Algemeen beeld Op woningniveau zijn veel soorten oplossingen mogelijk om tot een energiezuinige woning te komen. Hierbij kunnen verschillende keuzes gemaakt worden, die verschillende consequenties hebben. Deze zijn zeer versimpeld samengevat in onderstaand schema (exclusief afweging groengas).
Figuur 9 Schema versimpelde keuzeboom energiezuinige woning
Van links naar rechts is globaal sprake van relatief hogere investeringskosten (al kan dit van situatie tot situatie nog wel sterk verschillen), maar ook van toenemende onafhankelijkheid en meerwaarde per woning. Hierbij moet wel de opmerking gemaakt worden dat bij warmtenet uitgegaan is van een gesloten net. Bij een open net zullen er meer aanbieders (kunnen) zijn.
Ontwikkelaars Bloemendal geven aan geen gebruik te maken van een warmtenet Met het realiseren van een warmtenet is het in principe niet nodig om in de woningen een CV-ketels of warmtepomp te hebben om warmteproductie te realiseren. Hiermee worden kosten bespaard waarmee woningen goedkoper en in potentie aantrekkelijker worden voor kopers. Desondanks geven ontwikkelaars, die reeds een positie hebben in Bloemendal, aan dat een warmtenet niet hun voorkeur heeft. Zij geven aan in te zetten op een nul-op-de-meter woning. Bijvoorbeeld door in te zetten op warmtepompen en zonnepanelen. Deze woningen met een over het jaar gemiddeld energieverbruik van “nul” kennen zeer lage vaste lasten voor de woningeigenaar. Door deze lage vaste lasten komen kopers van deze woningen in aanmerking voor een hogere hypotheek. Er wordt zelfs aangegeven dat men meer kijkt richting een passieve variant, omdat de installaties voor de ontwikkelaars meer risico’s betekenen ten aanzien van storingen en daarmee van klachten en kostbare nazorg. 30
ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL
Volledige elektrische oplossing goed haalbaar in Bloemendal Een volledige elektrische oplossing vergt in een woonwijk dat de elektriciteitsinfrastructuur (kabels, wijkkasten, etc.) zwaarder gedimensioneerd is dan in een situatie waar er gas of direct warmte gebruikt wordt. In bestaande wijken kan dit een zeer dure aangelegenheid zijn. Bloemendal betreft een nieuw te ontwikkelen woonwijk. De elektriciteitsinfrastructuur moet nog aangelegd worden. De netbeheerder heeft reeds uitbreidingplannen voor meer capaciteit ten noorden van Barneveld. Een volledig elektrische oplossing is daarmee goed inpasbaar in Bloemendal. Qua lokale energieneutraliteit, blijft het complexer om tot een volledig elektrische oplossing te komen voor compacte hoogbouw/hogere bouw en voor bosrijk wonen. In beide gevallen is de opbrengst die ter plekke kan worden gerealiseerd ten opzichte van de behoefte kwetsbaar. Op wijkniveau zouden eventuele problemen op lokaal niveau wel te ondervangen moeten zijn.
Warmtenet geeft controle op duurzaamheid energiestroom Voor een volledig elektrische oplossing is het nog maar de vraag of de woningeigenaar gebruik gaat maken van groene stroom. Feit is dat de eigen opwek van elektriciteit met zonnepanelen vooral overdag zal gebeuren en een deel van de energiebehoefte plaatsvindt op het moment dat er geen eigen productie. Op die momenten wordt de energie aan het elektriciteitsnet onttrokken. Zo kan de situatie ontstaan dat er overdag groene energie geproduceerd worden, ’s avonds grijze energie afgenomen worden en netto geen energieverbruik is. De inzet van een warmtenet geeft controle op de verduurzaming van de warmte vraag. Het warmtenet kan gevoed worden vanuit duurzame bronnen waarmee alle woningen duurzame warmte ontvangen en niet enkel de woningen waar groene stroom van toepassing is. Voordeel is ook dat met een warmtenet buffering van een (lokaal) overschot aan duurzame stroom mogelijk is en daarmee kan helpen piekbelastingen in het stroomnet op te vangen. Omgekeerd kan een overschot aan warmte via een WKK ook omgezet worden in lokale groene stroom. Ook dit kan helpen piekbelastingen in het stroomnet te beperken.
Warmtenet bied meer comfort, maar tegen hogere kosten voor de woningeigenaar Een warmtenet geeft de woningeigenaar toegang tot een grote capaciteit aan warmte. Hierdoor is al snel een zeer hoge comfortklasse te realiseren waardoor het mogelijk wordt om gedurende langere tijd meerdere kranen met warmt water tegelijk open te hebben. Afgezet tegen de kosten van een volledig elektrische oplossing, zien wij echter dat het op de lange termijn financieel gunstiger is voor de woningeigenaar om niet aan te sluiten op een warmtenet. De huidige kosten van warmte zijn gereguleerd via de warmtewet. Via de warmtewet is er een directe link met de gasprijs. Een volledige elektrische oplossing is echter onafhankelijk van die gasprijs. Hier tegenover staat wel dat de woningeigenaar zelf verantwoordelijk is voor onderhoud en vervanging van bijvoorbeeld elektrische ketels en warmtepompen. In het geval van een warmtenet, dan vallen de kosten en verantwoordelijkheid voor de warmteproductie bij de beheerder van het warmtenet. Hierdoor is een hoge mate van leveringszekerheid gegarandeerd.
Groengas als onderdeel energiemix als alternatief voor bestaande bouw voor de toekomst De verschillende vormen van groen gas zijn sterk in ontwikkeling en het is nog lastig te zeggen waar dat heen gaat. Op dit moment is in geen van de gevallen sprake van een business case achter grootschalige opschaling. Groen gas kan wel al op basis van energiecontract via een leverancier worden ingekocht, maar dit is vooral gekoppeld aan CO2-certificaten. Op termijn zal als onderdeel van de energiemix en dan vooral in verband met buffering van overcapaciteit van groene stroom en/of warmte groen gas een belangrijke rol vervullen. Groen gas zal echter waarschijnlijk niet groene stroom en groene warmte als onderdeel van de energiemix voor woningen geheel gaan vervangen. Alle drie de energiedragers zullen aan de orde zijn.
31
ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL
6.2
Advies
Voor Bloemendal adviseren wij om in de eerste plaats in te zetten op beperken van de energiebehoefte. Dit is in alle gevallen, ook bij bestaande bouw, de belangrijkste eerste stap. Hoe minder energie nodig is, hoe minder moeilijk het wordt om in de wel noodzakelijke energie duurzaam te kunnen voorzien. Zeker bij bestaande bouw kan het (bijvoorbeeld bij monumenten) lastig zijn om de energievraag terug te dringen. Dit heeft dan consequenties voor de keuze van het energieconcept bij dat vervolgens toegepast kan worden. Na beperking van de energiebehoefte is de vraag welke energiedrager(s) relevant is (zijn) voor Bloemendal en voor de bestaande bouw. Voor Bloemendal adviseren wij voor nieuwbouw om niet in te zetten op een warmtenet. • • • •
Het concept wordt momenteel niet gedragen door de ontwikkelende partijen. Op de lange termijn is een volledige elektrisch invullen van de warmtebehoefte goedkoper voor de woningeigenaar. Bloemendal kent vanuit de elektrische netsituatie geen capaciteitsprobleem, die een warmtenet noodzakelijk maken. De warmtebehoefte van woningen daalt al jaren. Het aanbieden van warmte wordt daarmee steeds minder voor de hand liggend voor nieuwbouw.
Wanneer echter een commerciële partij desondanks kansen ziet in een warmtenet in Barneveld (bijvoorbeeld voor bestaande bouw), dan zou het goed zijn dat deze partij ook gebruikt maakt van restwarmtebronnen op Harselaar. Bloemendal ligt nu eenmaal geografisch tussen Harselaar en de kern Barneveld waar een warmtenet wel een duidelijke plaats kan hebben. Wanneer sprake is van een situatie zonder aansluitplicht, zal – zoals aangegeven – voor veel ontwikkelende partijen, aansluiting op het warmtenet niet interessant zijn. Dat moet dan prima zijn. Het kan echter voorkomen dat in specifieke situaties, bijvoorbeeld bij woonconcepten met meer hoogbouw, aansluiting op het warmtenet wel interessant is en dan vooral op de lage temperatuur retourleiding. Een warmtenet is daarmee geen voorwaarde voor de ontwikkeling van een aardgasloos Bloemendal, maar een kans voor specifieke situaties, mocht om andere redenen toch een warmtenet in Barneveld ontwikkeld worden. Voordeel voor Bloemendal wanneer op deze wijze wel een warmtenet ontwikkeld zou worden, is dat buffering tussen de energiedragers warmte en (groene) stroom mogelijk is, wat (zeker op termijn) voor een robuustere duurzame lokale infrastructuur zorgt. Ook adviseren wij om (nog) niet in te zetten op een groen gasnet. • Op korte termijn is niet op grote schaal groen gas beschikbaar (anders dan via certificaten).
• Er is nog geen rendabele business case om het op lokale schaal te produceren. • Men zal dan op korte termijn toch aan traditioneel aardgas willen vasthouden, waardoor de werkelijke CO2-reductie zal afhangen van het nu nog onvoorspelbaar tempo waarmee groengas wel beschikbaar zal komen. Wil Bloemendal al op korte termijn iets voor de CO2-reductie betekenen, dan zou geen link naar aardgas gelegd moeten worden. • Ook in de toekomst is het maar de vraag of groen gas zo breed beschikbaar is dat het ook voor dit type woningen ingezet kan worden. Groen gas is voor veel andere situaties (bedrijven, bestaande bouw etc.) veel meer van toepassing, dan voor dit type nieuwbouw dat relatief eenvoudig op andere manieren van duurzame energie kan worden voorzien. • Eventueel kan in de toekomst altijd nog een extra gasleiding voor groen gas gelegd worden. Dit lijkt minder risicovol dan al een leiding te leggen die mogelijk niet gebruikt gaat worden of minstens voor een (groot) deel van de tijd niet gebruikt kan worden. Bovendien is het risico, dat als toch al een leiding wordt gelegd, men (gewoon) gas zal willen blijven afnemen. Dit is vanuit de gewenste transitie die moet starten bij nieuwbouw, niet wenselijk. Wij adviseren voor Bloemendal om wel te streven naar maximale opwekking van zonnestroom op de daken, om zo ook voor de gebruiksgebonden energie een duurzame bron te hebben.
Nul op de meter, of wellicht energieleverend zou dan het doel moeten zijn, waarbij dit niet noodzakelijk bij de bouw van de woning al gerealiseerd hoeft te zijn (al heeft dit natuurlijk wel de voorkeur), maar dat dit wel met eenvoudig maatregelen (bijleggen van pv-panelen) door de bewoners zelf te realiseren is.
32
ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL
Voor bestaande bouw zien wij naast all-electric oplossingen wel een toegevoegde waarde voor een warmtenet: • • • •
•
In de stad is het minder evident dat de volledige elektrische infrastructuur verzwaard worden. Uit onderzoek van DWA (2013) blijkt dat een warmtenet een van de meest kosteneffectieve oplossingen is om de transitie van het gas af te maken. Een hoge temperatuur warmtenet is doorgaans goed inpasbaar als vervolg op een situatie met een gasgestookte CV-ketel. Er kunnen nog extra voordelen behaald worden door de combinatie van een hoge temperatuur net met een lage temperatuur net (bijvoorbeeld de retourleiding), waarbij de laatste ingezet kan worden voor woningen die al relatief goed geïsoleerd zijn en verdere isolatiestappen dan een te grote desinvestering betekenen. Buffering tussen energiedragers warmte en (groene) stroom.
Ook groen gas kan bij bestaande bouw mogelijk van toepassing zijn, al is de inschatting dat doordat Barneveld met de aanwezige restwarmte op Harselaar en de beschikbaarheid van lokale biomassa juist ook goed geschikt is voor een warmtenet. De business case voor groen gas zal daardoor mogelijk lastiger zijn, waarbij het voordeel mogelijk vooral kan liggen in de buffering van lokale overwarmte en overcapaciteit (groene) stroom. Vervolgonderzoek is wel noodzakelijk om de realiseerbaarheid van een warmtenet of groen gas in de bestaande bebouwde omgeving van Barneveld te bepalen. Dit was geen onderdeel van voorliggende studie. Voor een warmtenet is dan een belangrijk startpunt het vinden van een zekere afname in de reeds gebouwde omgeving om zo de financiële exploitatie van een warmtenet veilig te stellen.
33
ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL
7
BIBLIOGRAFIE
VEMW. (2017, 4 6). Wet Voortgang Energietransitie en Klimaatwet controversieel. Opgeroepen op 4 7, 2017, van Koninklijke Vereniging voor Energie, Milieu en Water: https://www.vemw.nl/Nieuwsoverzicht/2017-04-06-Energietransitie-WetVET-Klimaatwet.aspx ACM. (2015). Besluit Gebiedisindeling Gas - RNB. Amendement Bosman. (2017). Amendement van het lid Bosman op Wetsvoorstel Voorgant Energietransitie. Opgehaald van https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34627-7.html Bouwbesluit 2012. (2011, 8 29). Opgeroepen op 4 6, 2017, van http://wetten.overheid.nl/BWBR0030461/2017-01-01 CBS. (2017, 9 29). Centraal Bureau voor de Statistiek. Opgehaald van Regionale kerncijfers Nederland: http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=70072ned&D1=0-88&D2=100&D3=2022&VW=T de Bruin, P. (2016). Kostenvergelijking van de alternatieven voor aardag in nieuwbouwwoningen. Bodegraven. Dirkzwager. (2017, 2 13). Aansluitplicht gas wordt toch beperkt. Opgeroepen op 4 7, 2017, van Dirk Zwager Ondernemingsrecht: http://dirkzwagerondernemingsrecht.nl/2017/02/13/aansluitplicht-gas-wordttoch-beperkt/ DMGR. (2015). Variantberekeningen voor eisen aan BENG. Arnhem. Gaswet. (2000, 6 22). Opgehaald van http://wetten.overheid.nl/BWBR0011440/2016-07-01 Gemeente Barneveld. (2011). Structuurvisie kernen Barneveld 2022. Barneveld. Gemeente Barneveld. (2015).
Investeren in Barneveldse bronnen, energievisie gemeente Barneveld. Barneveld. Gemeente Barneveld. (2016). Strategische Visie Barneveld 2030. Barneveld. Gemeente Barneveld. (2016). Visie windenergie. Barneveld. Gemeente Barneveld. (2017, 02 17). College van B&W presenteert Masterplan Barneveld-Noord. Opgehaald van Gemeente Barneveld: http://www.barneveld.nl/actueel/nieuws_43017/item/collegevan-bw-presenteert-masterplan-barneveld-noord_89404.html Gemeente Barneveld. (2017). Masterplan Barneveld-Noord. Barneveld. Gemeente Barneveld. (2017). Raadsvoorstel Masterplan Barneveld-Noord. Barneveld. Israëls, H. (2013). De aansluiting op warmtenetten en het warmteplan. Nederlands Tijdschrift voor Energierecht, 240-248. minister Kamp van Economische Zaken. (2017, 6 28). Wetsvoorstel wijziging van de Warmtewet. Opgehaald van https://zoek.officielebekendmakingen.nl/dossier/34781/kst-34723-5.html Ministerie van Economsiche Zaken. (2016). Energieagenda, Naar een CO₂-arme energievoorziening. MPD Groene Energie. (2017). Het groene warmtenet Ede. Opgeroepen op 3 21, 2017, van MPD Groene Energie: http://www.mpdgroeneenergie.nl/het-groene-warmtenet-ede/ MPD Groene Energie. (2017, 3 7). Presentatie MPD Groene Energie over business case Barneveld-Noord. Ede, Nederland. Omgevingswet. (2016). Ontwerpbesluit bouwwerken leefomgeving. Oomkes, L., & Zuidervaart, B. (2017, 10 6).
Rutte III legt klimaatdoel in wet vast. Opgehaald van Trouw: https://www.trouw.nl/democratie/rutte-iii-legt-klimaatdoel-in-wet-vast~afd051da/ RVO. (2015). Handreiking BENG. Roermond. RVO. (2017, 3 8). Green Deal gaat zorgen voor aardgasvrije wijken. Opgeroepen op 4 7, 2017, van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: http://www.rvo.nl/actueel/nieuws/green-deal-gaat-zorgenvoor-aardgasvrije-wijken
34
ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL
SER. (2013). Energieakoord voor duurzame groei. Stedin. (2016). Geen verplichting voor netbeheerders (Position Paper). Rotterdam. van Tongeren. (2017). Voorstel van wet van het lid Van Tongeren tot wijziging van de Gaswet in verband met het schrappen van de plicht tot nieuwe gasaansluitingen voor woningen. Opgehaald van https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34781-3.html Warmtebedrijf Ede. (2017). Groen Warmtenet Ede. Opgeroepen op 3 21, 2017, van Warmtebedrijf Ede: http://warmtebedrijfede.nl/groen-warmtenet-ede-2/ Warmtebedrijf Ede. (2017). Warmtelevering. Opgeroepen op 3 21, 2017, van Warmtebedrijf Ede: http://warmtebedrijfede.nl/warmtelevering/ Wetsvoorstel Voortgang Energietransitie. (2016). Opgehaald van https://www.internetconsultatie.nl/voortgangenergietransitie
35
ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL
BIJLAGE A: BELEIDSKADERS AARDGASLOOS BOUWEN In onderstaande paragrafen is een samenvatting opgenomen van de beleidskaders die relevant zijn bij de uitfasering van gas en welke mogelijkheden (‘tools’) een gemeente heeft om deze transitie te stimuleren. De focus is hierbij op de kleinverbruikers van gas voor ruimteverwarming.
Gaswet Een belangrijk obstakel bij het uit faseren van aardgas is de verplichting nieuwe aardgasaansluitingen aan te leggen voor woningen. De aardgasaansluitplicht staat in artikel 10 van de Gaswet en verplicht de netbeheerder om een ieder die verzoekt om een gasaansluiting hiervan te voorzien. Door deze verplichting in de Gaswet zijn de netbeheerders gedwongen om gasnetten aan te leggen en nieuwe woningen aan te sluiten op het gasnetwerk. Deze bepaling uit de Gaswet hindert de energietransitie. Het geeft de consumenten namelijk de vrijheid om te kiezen voor een aardgasaansluiting voor ruimteverwarming of voor meer duurzame alternatieven. Met deze keuzevrijheid kiezen veel consumenten en ontwikkelaars op dit moment nog in veel gevallen voor een gasaansluiting. Dit is onder andere vanwege de hogere initiële investeringen voor alternatieve energiesystemen en de onbekendheid met de technieken en voordelen van een warmtenet of een all-electric oplossing. Dit brengt met risico’s met zich mee voor de investeringen die nodig zijn in warmtenetten. Voor investeerders in warmtenetten is een minimum aantal aansluitingen noodzakelijk om positieve business case te genereren en de investeringskosten terug te verdienen. Wanneer het toekomstige aantal aansluitingen op het warmtenet onzeker is, komt er een groot risico bij de investeerders te liggen en komt een warmtenet moeilijk van de grond.
Van de andere kant zorgt deze situatie ook voor risico’s bij de gasnetbeheerders. Met het aansluitrecht op aardgas zullen veel mensen in eerste instantie blijven kiezen voor een aardgasaansluiting op hun nieuwe huis. Dit zal over tijd veranderen wanneer gas landelijk wordt uit gefaseerd, huizen beter worden geïsoleerd en alternatieve energiesystemen steeds interessanter worden (bijvoorbeeld ook meer bekendheid en beter ontwikkelede technologie). Hierdoor zullen woningen in de toekomst (bijvoorbeeld bij einde levensduur van de aardgasketel) steeds vaker afkoppelen van het aardgasnet en overgaan op alternatieve energiesystemen. Het gevolg is dat de aardgasaansluitingen en het bijbehorende aardgasnet hun functie verliezen en versneld moeten worden afgeschreven. Daarnaast dreigt een er een gefragmenteerd en duur aardgasinfrastructuur over te blijven wanneer er slechts ‘plukjes’ woningen op het aardgasnet blijven aangesloten (Stedin, 2016).
Aansluitplicht warmtenet De hierboven beschreven situatie is dus ongunstig voor het uitrollen van een warmtenet. In Nederland zijn er daarom mogelijkheden om een aansluitplicht op een warmtenet af te dwingen. Doel van de aansluitplicht is de waarborging van een gezonde exploitatie van een warmtenet. Dit wordt gedaan door zoveel mogelijk te verzekeren dat het beoogde aantal aansluitingen op het warmtenet zal worden gehaald. Investeerders in warmtenetten kunnen hiermee worden gestimuleerd, gemeenten kunnen hiermee een verduurzaming inzetten en gasnetbeheerders kunnen hiermee een suboptimale aardgasinfrastructuur voorkomen.
Verleden Tot april 2012 was het mogelijk voor een gemeente om in haar bouwverordening voor een bepaald gebied een aansluiplicht voor woningen op een warmtenet op te leggen. Hiermee verviel het bovengenoemde aansluitrecht op het aardgasnet. Sinds de inwerkingtreding van de herziene Woningwet in 2012 en het Bouwbesluit 2012 mogen gemeenten dit echter niet langer regelen in hun bouwverordeningen. Als vervanging werd in 2012 een nieuwe bepaling in het Bouwbesluit 2012 opgenomen. Hierin was een bepaling opgenomen op grond waarvan bepaalde bouwwerken onder omstandigheden moesten worden aangesloten op een warmtenet. De aansluitplicht hield in dat een te bouwen bouwwerk met een of meer verblijfsgebieden dat binnen 40 meter van een warmtenet lag, op dat warmtenet moest worden aangesloten. 36
ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL
Op grond van de gelijkwaardigheidsbepaling uit het Bouwbesluit 2012 kon echter van deze aansluitplicht worden afgeweken, ook wanneer de aansluitafstand tot een warmtenet minder dan 40 meter bedroeg. Op grond van die gelijkwaardigheidsbepaling kon van de geclausuleerde aansluitplicht worden afgeweken. Het gelijkwaardige alternatief moest minste dezelfde mate van veiligheid, bescherming van de gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en bescherming van het milieu bieden als werd beoogd met de in die hoofdstukken gestelde voorschriften. Verschillende warmtebedrijven, gemeenten en netbeheerders waren echter tegen deze verandering. De gelijkwaardigheidsbepaling zou tegen het doel van de aansluitplicht voor het warmtenet ingaan (de aansluitplicht is bedoeld om meer zekerheid te creëren). De vrees bestond dat hierdoor maar weinig collectieve warmteprojecten tot stand zouden (kunnen) komen. Een en ander leek in strijd te zijn met het kabinetsstreven lokale overheden meer ruimte te geven om lokale warmteprojecten mogelijk te maken.
Heden Na veel discussie is de aansluitplicht in 2013 door een wijziging van het Bouwbesluit 2012 aangepast. Deze aanpassing is nog steeds van toepassing. Een gemeenteraad kan nu zelf een warmteplan vaststellen dat voor een bepaald gebied en een bepaalde periode (maximaal 10 jaar) geldt. Alleen wanneer er een warmteplan van toepassing is, is er sprake van een aansluitplicht. Een warmteplan is een besluit van de gemeenteraad inzake de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste tien jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu van het distributienet is opgenomen’. Zoals verwerkt in het wijzigingsbesluit van Bouwbesluit 2012 gelden er een aantal voorwaarden voor de aansluitplicht. “Een te bouwen bouwwerk met een of meer verblijfsgebieden is aangesloten op het in het warmteplan bedoelde distributienet voor warmte indien: a. het in het warmteplan geplande aantal aansluitingen op dat distributienet op het moment van het indienen van de aanvraag om vergunning voor het bouwen nog niet is bereikt, en b. de aansluitafstand: i. niet groter is dan 40 meter, of ii. Groter is dan 40 meter en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 meter”.
Met het warmteplan kan een gemeente ook het gelijkwaardigheidsprincipe in te bouwen. Alleen wanneer een alternatief op de in een warmteplan opgenomen eisen gelijkwaardig is het warmtenet, kan dan van aansluiting op het warmtenet worden afgezien. De gelijkwaardigheidstoets wordt met het warmteplan ingekaderd. Niet de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 vormen de grondslag voor de gelijkwaardigheidstoets, maar de nadere invulling de gemeente in het warmteplan bepaalt de toetsing. Een gelijkwaardig alternatief wordt getoetst aan de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu van het voltooide warmtenet zoals opgenomen in het warmteplan. Naast de hierboven genoemde inhoudelijke eisen gelden geen specifieke vorm- of inhoudelijke vereisten voor het warmteplan. Er gelden ook geen specifieke procedurele vereisten. De gemeenteraad is bevoegd het warmteplan vast te stellen, maar is hiertoe niet verplicht. Als de ontwikkelingen daartoe aanleiding geven, kan de gemeenteraad het warmteplanplan tussentijds wijzigen, een nieuw plan maken of het plan intrekken (Israëls, 2013). Kortom, als nieuwbouw een ‘rendabel’ aardgasnet oplevert en de gemeente warmteplan heeft, dan kan de gasnetbeheerder het aanleggen van aardgasinfrastructuur in een nieuwbouwsituatie niet weigeren. Het afdwingen van aardgasloze nieuwbouw door de netbeheerder is daar dus niet mogelijk.
Het belangrijkste instrument dat de gemeentes in handen hebben om aardgasloos gebied te realiseren is het warmteplan. Het warmteplan is echter vooral bedoeld voor het realiseren van een aansluitplicht voor een bestaand of toekomstig warmtenet (Bouwbesluit 2012 art. 1.3 en 6.10). Het schrappen van het aansluitrecht op het gasnet is een gevolg van het warmteplan, maar niet het eerste doel. Het afdwingen van aardgasloze bouw is dus niet zomaar mogelijk. Een warmteplan heeft bovendien alleen betrekking op warmte-infrastructuur, all-electric oplossingen kunnen niet afgedwongen worden met een warmteplan. Voor all-electric gebieden is er nu niets in de Gaswet geregeld (Stedin, 2016).
37
ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL
Toekomst Voor de komende tijd worden verschillende beleids- en wetswijzigingen verwacht met betrekking tot energiebesparing, energieopwekking en energielevering. Hieronder worden aan aantal van deze wijzigingen besproken. BENG Momenteel stelt het Bouwbesluit met de energieprestatiecoëfficiënt (EPC) eisen aan de energiezuinigheid van nieuwe gebouwen. Via een koppeling met de voornorm NVN 7125 Energieprestatie Maatregelen op Gebiedsniveau (EMG) kan het effect van gebiedsmaatregelen (bijv. een warmtenet) worden meegenomen in de EPC-berekening op gebouwniveau. Vanaf 2021 worden de EPC eisen echter losgelaten en moeten alle nieuwe gebouwen voldoen aan de wetgeving voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). De nieuwe eisen zijn vastgelegd middels een drietal indicatoren: • • •
De maximale energiebehoefte van het gebouw (voor woningbouw is dit 25 kWh/m2 per jaar). Het maximale primaire energiegebruik (voor woningbouw is dit 25 kWh/m 2 per jaar). Het minimale percentage hernieuwbare energie (voor woningbouw is dit 50%).
De eisen en bepalingsmethode van BENG zijn nog niet definitief. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft al wel een handreiking. Hieruit blijkt dat BENG in grote lijnen overeenkomt met een EPC van 0,2. Voor woningen geldt nu een EPC-eis van 0,4. DGMR heeft voor verschillende referentie gebouwen doorgerekend welke duurzaamheidsmaatregelen nodig zijn om de BENG-eisen te realiseren. Hieruit bleek dat het nog steeds mogelijk is om woningen te verwarmen met gas. De aangescherpte normen kunnen dus leiden tot meer aardgasloze nieuwbouw, maar sluiten een gasaansluiting niet uit (RVO, 2015; DMGR, 2015). Omgevingswet Daarnaast is er de nieuwe Omgevingswet die in 2019 van kracht wordt en een gaat zorgen voor een samenvoeging en vereenvoudiging van regels en procedures. Het omgevingsplan biedt straks één integrale op elkaar afgestemde set van regels die van toepassing zijn voor de fysieke leefomgeving in één gebied. De Omgevingswet werkt onder andere door in de Algemene Maatregel van Bestuur ‘Besluit Bouwwerken in de Leefomgeving’ (nu nog een ontwerpbesluit) dat nadere eisen stelt aan nieuwe bouwwerken. De specifieke grenswaarden voor EPC en isolatiewaarden uit het Bouwbesluit 2012 zijn hierin op dit moment overgenomen. Wel komt er straks de mogelijkheid voor gemeenten om in hun omgevingsplannen aangescherpte maatwerkregels te stellen over de energiezuinigheid bij nieuwbouw.
Op die manier kunnen zij met scherpere EPC eisen de toepassing van duurzame energievoorzieningen stimuleren, maar dit leidt niet automatisch tot aardgasloze woningen. Daarnaast wordt vanuit de omgevingswet geen richtlijn geven over verdere eisen die een gemeente kan stellen aan de energie-infrastructuur (Omgevingswet, 2016). Energieagenda De Energieagenda is in 2016 gepresenteerd door het kabinet en beschrijft het energiebeleid na 2023, het jaar waarin het Energieakkoord uit 2013 eindigt. De Energieagenda is de uitwerking van het Energierapport en Energiedialoog, die beide uitgaan van het internationale Klimaatakkoord uit 2015. Een belangrijk speerput voor het reduceren van de CO2-uitstoot is hierbij de sterke vermindering van het gebruik van aardgas voor lage temperatuur verwarming. Doel hierbij is dat Nederlandse woningen in 2050 aardgasloos moeten zijn. Er wordt ingezet op de volgende maatregelen (Ministerie van Economsiche Zaken, 2016): • •
•
In beginsel wordt er geen nieuwe gasinfrastructuur meer aangelegd in nieuwbouwwijken. Het aansluitrecht op gas zoals beschreven in de Gaswet wordt vervangen door een breder en techniek neutraal aansluitrecht op energie-infrastructuur voor verwarming. Invulling van dit warmterecht houdt in dat de overheid de aanwezigheid, kwaliteit en betaalbaarheid van de benodigde energie-infrastructuur garandeert. Afhankelijk van de lokale situatie zal energie worden geleverd via een warmtenet, een (verzwaard) elektriciteitsnet of een gasnet. De transitie naar een duurzame warmtevoorziening zal zoveel mogelijk lokaal gestuurd worden. De gemeenten krijgen hierbij de verantwoordelijkheid en de noodzakelijke bevoegdheden om op lokaal niveau, in samenwerking met de netbeheerder, te besluiten over de lokale energievoorziening. De gemeente legt dit vast in het omgevingsplan dat daarmee ook fungeert als lokaal energie- en warmteplan. In het omgevingsplan worden alle energie-opties beschouwd en afgewogen en geeft de gemeente aan op welke wijze, in welk tempo en met welke instrumenten de energietransitie vorm krijgt.
38
ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL
•
Grootschalige warmtenetten zullen op termijn op vergelijkbare wijze worden gereguleerd als elektriciteitsen gasnetten. Dit moet de belemmeringen in (lokale) besluitvorming over warmtevoorzieningen wegnemen, de machtpositie van de warmtenet beheerder beter reguleren een maakt het mogelijk om integrale afwegingen uit te voeren tussen warmte, gas en elektriciteit.
Bovenstaande punten laten zien dat er in de toekomst waarschijnlijk wijzigingen komen in wet- en regelgeving en dat de gemeente hierbij nieuwe mogelijkheden krijgt om aardgasloos bouwen af te dwingen. Het bestaande palet aan mogelijkheden van de gemeente, dat nu met name bestaat uit het warmteplan, wordt hiermee uitgebreid. De Energieagenda gaat echter over de periode vanaf 2023 en biedt nog geen concrete handvatten voor de gemeenten. Deze worden nog uitgewerkt. Nationale politiek In de landelijke politiek is momenteel veel aandacht voor de energietransitie en uitfasering van gas. Er lopen op dit moment twee belangrijke ontwikkelingen langs elkaar. •
•
Middels wetsvoorstel “Wet Voortgang Energietransitie” (Wet VET, de opvolger van de wet STROOM) en amendement van het lid Bosman (februari 2017) is er een voorstel gedaan om de Elektriciteitswet en de Gaswet te moderniseren. Volgens deze voorstellen zou een college van B&W aardgasloze gebieden moeten kunnen aanwijzen als wordt voorzien in een alternatieve verwarmingsvoorziening. In deze gebieden vervalt dan het aansluitrecht op het gasnet (Amendement Bosman, 2017; Dirkzwager, 2017). De exacte uitvoering van dit besluit van de gemeenten (bijvoorbeeld geldingsduur en in de vorm van een omgevingsplan) wordt niet precies aangeduid. De wet VET en het Amendement van het lid Bosman werden echter door de Tweede Kamers als ‘controversieel’ verklaard en daarom moet worden gewacht op een nieuwe kabinet ( VEMW, 2017). In de zomer van 2017 is een voorstel van minister Kamp van Economische Zaken genaamd “Wijziging van de Warmtewet” aangenomen. Hiermee krijgt een college van B&W de ruimte om een gebied aan te wijzen als een gebied waar geen nieuwe gastransportnet wordt aangelegd of uitgebreid indien zich in dat gebied een warmtenet of een andere energie-infrastructuur (bijvoorbeeld all-electric) bevindt of gaat bevinden die kan voorzien in de verwachte warmtebehoefte.
In september 2017 door kamerlid Van Tongeren een aanvullend voorstel gedaan. De eerdere voorstellen willen gemeentes de mogelijkheid geven bepaalde gebieden aan te wijzen waar de gasaansluitplicht niet meer geldt. Hiermee blijft de gasaansluitplicht echter de standaard. Dit zal de nodige inspanningen van de betrokken partijen vragen omdat men bij elk plan voor aardgasloos bouwen een besluit moet nemen of de aansluitplicht voor gas geschrapt moet worden. Door middel van de initiatiefwet van Van Tongeren wordt dit omgedraaid en kan een gemeente slechts in een enkel uitzonderlijk geval (op basis van zwaarwegende reden, niet enkel financiën) bepalen dat er voor een bepaalde woning wél een aansluitingsplicht moet gelden. Hier moet echter een zwaarwegende reden voor zijn (van Tongeren, 2017). Het is op dit moment nog niet zeker hoe het toekomstige kabinet en de tweede kamer de energietransitie gaan invullen. Op basis van de bovenstaande voorstellen en de formatieplannen van het nieuwe kabinet (mogelijk een klimaatwet, een nieuw energieakkoord en een minister van klimaat) lijken er op kort termijn wel wijzigingen aan te komen (Oomkes & Zuidervaart, 2017).
Gezien het aantal voorstanders binnen de politiek, gemeenten, netbeheerders en belangenorganisaties en de Green Deal Aardgasvrije Wijken (RVO, 2017) die recent door hen is afgesloten lijkt het aannemelijk dat het aansluitrecht op het gasnet in de toekomst zal komen te verdwijnen.
39
ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL
BIJLAGE B: SAMENVATTING BESCHIKBARE INFORMATIEBRONNEN Titel: Masterplan Barneveld Noord Auteur en jaar: Gemeente Barneveld; 2017 Beschrijving: Het masterplan beschrijft op hoofdlijnen hoe Barneveld Noord er straks uit moet komen te zien. Het Masterplan is een uitwerking van de Structuurvisie Barneveld 2022 en vormt de basis voor verschillende uitwerkingsplannen die weer belangrijk zijn voor het uiteindelijke bestemmingsplan, het beeldkwaliteitsplan en het exploitatieplan. Het plan wordt nog besproken in de raadscommissie Grondgebied van 9 maart 2017 en de gemeenteraadsvergadering van 22 maart 2017. Titel: Oplevering 2014 en prognose 2015 t/m 2018; Auteur en jaar: Gemeente Barneveld; N.B. Beschrijving: Excelsheet met de informatie (locatie, aantal, ontwikkelaar etc.) over de oplevering van woningen in 2014 en prognoses voor 2015 t/m 2018. Titel: Strategische Visie Barneveld 2030 Auteur en jaar: Gemeente Barneveld; 2016 Beschrijving: De Strategische Visie is bedoeld om richting te geven aan de opgaven die de komende periode om aandacht vragen – zowel op het gebied van de ruimtelijke ontwikkeling, de samenleving als duurzaamheid. Titel: Structuurvisie Kernen Barneveld 2022 Auteur en jaar: Gemeente Barneveld; 2011 Beschrijving: De Structuurvisie geeft op hoofdlijnen een toekomstbeeld van de gewenste ruimtelijke inrichting van de kernen binnen de gemeente voor de komende 10 jaar.
Voor het gemeentebestuur is de structuurvisie een belangrijke leidraad voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de kernen. Titel: Raadsvoorstel Masterplan Barneveld-Noord Auteur en jaar: Gemeente Barneveld; 2017 Beschrijving: Raadvoorstel over het masterplan. Verstuurd op 14 februari 2017. Titel: Investeren in Barneveldse Bronnen, Energievisie gemeente Barneveld Auteur en jaar: Gemeente Barneveld; 2015 Beschrijving: de energievisie geeft antwoord op de vraag op welke wijze de komende vijf jaar ingezet wordt op
energiebesparing en –productie, de zogenaamde energiemix, om te komen tot 2% energiebesparing per jaar en 20% duurzame energieproductie in 2020. Titel: Visie windenergie Auteur en jaar: Gemeente Barneveld; 2016 Beschrijving: De Visie Windenergie is een uitwerking van de Energievisie met betrekking tot het thema wind en dient als notitie van uitgangspunten voor het proces om uiteindelijk te komen tot realisatie van windmolens. Titel: Barneveld Noord in 2040 Auteur en jaar: ADD25; 2017 Beschrijving: Een studie over hoe de wijk Barneveld Noord toekomst bestendig ontwikkeld kan worden, rekening houden met zowel technologische, ruimtelijke, economische en maatschappelijke/sociale aspecten. Titel: Biomassa potentieel in de Food Valley Auteur en jaar: onbekend; 2014 Beschrijving: Korte presentatie over het biomassa potentieel in de Food Valley Titel: Energievisie Barneveld bio-energie Auteur en jaar: Frans Feil; 2015 Beschrijving: Presentatie gegeven op 19 januari 2015 over de belangrijkste vraagstukken die komen kijken bij de toepassing biomassa in de energievoorziening voor Barneveld. Titel: Beschrijving van het project: biomassa uit landschapsonderhoud in de Vallei Auteur en jaar: N.B.; N.B.
Beschrijving: Beschrijving van een project dat wordt uitgevoerd door verschillende partijen (waaronder gemeente Barneveld) om te komen tot een bundeling van oogst en logistieke werkzaamheden bij het onderhoud van landschapselementen om zodoende de beschikbaarheid van (hoogwaardige, gesegmenteerde) biomassa te verhogen. 40
ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL
Titel: Project houtmobilisatie regio Food Valley Auteur en jaar: regio Food Valley, gemeente Ede, Borgman beheer en advies, BTG; N.B. Beschrijving: Presentatie over hoe men in de regio een collectieve houtoogst kan organiseren om te komen tot een betrouwbare en duurzame levering van biomassa. Titel: Kamerbrief Cascadering Auteur en jaar: Rijksoverheid; 2014 Beschrijving: een brief ter informatie over de duurzame inzet van biomassa voor voedsel, veevoer, non-food materialen en producten en energie. Daartoe worden achtereenvolgens de definitie van cascadering, de rol van bioraffinage en de hoofdlijnen, uitgangspunten en randvoorwaarden voor het beleid voor de inzet van biomassa geschetst. Titel: Presentatie 1 april, energievraagstuk en energievisie voor de gemeente Barneveld Auteur en jaar: Gemeente Barneveld; 2015 Beschrijving: Een bijeenkomst gegeven door de gemeente Barneveld en enkele andere partijen die waren uitgenodigd om hun visie te delen over het vraagstuk duurzame energie binnen de gemeente Barneveld. Deze bijeenkomst diende als input voor de toen nog op te stellen energievisie van de gemeente Barneveld. Titel: Notitie t.b.v. energievisie Auteur en jaar: Hanneke Tent Energieadvies; 2015 Beschrijving: Een korte notitie over het particuliere en zakelijke energiegebruik in Barneveld (gebaseerd op cijfers uit 2013) en hoe dit mogelijk kan worden verlaagd in de toekomst.
Titel: Kansen voor zonne-energie in Barneveld, input voor de energievisie van Barneveld Auteur en jaar: Rogier Coenraads (stichting Zonne-energie Wageningen); 2015 Beschrijving: Een document over de kansen en uitdagingen voor de realisatie van zonne-energie in Barneveld worden in dit document per categorie (gebouwde omgeving, openbare ruimte en PV-veldsystemen) nader toegelicht. Titel: De rol van biomassa en bio-energie op de weg naar een energieneutraal gemeente Barneveld Auteur en jaar: Frans Feil; 2015 Beschrijving: een beschrijving over de bijdrage die bio-energie kan spelen in de toekomstige energievoorziening van de gemeente Barneveld. Titel: Energie in Barneveld Auteur en jaar: Trinergie; N.B. Beschrijving: Analyses en scenario’s over het huidige energiegebruik, de impact van de bevolkingsgroei en de wat er dient te gebeuren om energie te besparen en meer energie te halen uit duurzame bronnen. Titel: Berekening investeringen in energiebesparing en duurzame energie Auteur en jaar: N.B.; N.B. Beschrijving: Excel sheet met de berekeningen over de investeringen in energiebesparing en duurzame energie. Deze berekeningen horen bij het bovenstaande rapport van Trinergie. Titel: Bodemenergie en EOW in Barneveld Auteur en jaar: S.
Verplak (IF Technology); 2015 Beschrijving: een inventarisatie en analyse over de mogelijke groeiscenario’s voor de toepassing van bodemenergie en energie uit oppervlaktewater in de gemeente Barneveld. Titel: Quickscan windenergielocaties provincie Gelderland – Gemeente Culemborg Auteur en jaar: Elja Beld, Marloes ten Dam, Steven Velthuijsen (Royal HaskoningDHV); 2013 Beschrijving: Een eerste studie over de haalbaarheid van windenergielocaties in de gemeente Culemborg. Titel: Energieverkenning bedrijventerrein Harselaar Barneveld Auteur en jaar: Toon Buiting, Allard van Krevel, Jochem Blok (BECO group), 2008 Beschrijving: Studie over de mogelijkheden van energiebesparing en duurzame energie op bedrijventerrein Harselaar West en -Oost en de geplande uitbreidingen van de Harselaar (Harselaar Zuid, Driehoek en WestWest). Titel: Kostenvergelijking van de alternatieven voor aardgas in nieuwbouwwoningen Auteur en jaar: P.S.J. de Bruin (DWA); 2016 Beschrijving: een studie om de kosten te vergelijken van nieuwbouwwoningen die op het aardgasnet worden aangesloten en woningen die als ‘all-electric’ worden uitgevoerd. De resultaten bevestigt, op basis van TCO, de stellingname van Stedin dat de aansluitplicht op aardgasnetten voor nieuwbouwwoningen zou kunnen vervallen. Titel: Energiebesparing in de gebouwde omgeving 41
ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL
Auteur en jaar: Frans Rooijers Sofia Cherif, Jaco Blommerde (CE Delft); 2016 Beschrijving: Studie die bekijkt hoe een generiek beleid en energiebesparingssystemen ontwikkeld kunnen worden om de ontwikkeling van energiebesparingen en duurzame energievoorziening te kunnen stimuleren. Titel: Doorrekening van een scenario voor 20-30 woningen met energieprestatie 0-op-de-meter Auteur en jaar: Chris Posma (Syneff consult); 2015 Beschrijving: een analyse uitgevoerd voor de woonwijk Holzenbosch om te kijken te kijken naar de energieprestatie en investeringen van verschillende typen woningen en verschillende scenario’s. Titel: Scenario’s per woning Auteur en jaar: Syneff consult; 2015 Beschrijving: Excel sheet met de energieprestaties en -kosten voor mogelijke typen woningen in Holzenbosch. Titel: Scenario’s energie kopwoning Holzenbosch Auteur en jaar: Syneff consult; 2013 Beschrijving: Excel sheet met energieprestaties en -kosten voor een model kopwoning bij verschillende scenario’s. Titel: Scenario’s energie tussenwoning Holzenbosch Auteur en jaar: Syneff consult; 2013 Beschrijving: Excel sheet met energieprestaties en -kosten voor een model tussenwoning bij verschillende scenario’s. Titel: Toelichting energie-scenario’s tussen woning en kopwoning Holzenbosch.
Auteur en jaar: Syneff consult en Thomas Jansen Landschapsarchitectuur en gebiedsinnovatie; 2013 Beschrijving: Toelichting bij bovenstaande Excel sheets.
42
ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL
BIJLAGE C: BIJEENKOMSTEN • • • •
Informerend overleg met Liander over netbeheer (gasnet/elektriciteitsnet): 22 mei 2017 (geen verslag opgesteld). Overleg aardgasloos bouwen met ontwikkelende partijen Bloemendal: 11 september 2017 (verslag is vertrouwelijk). Brede discussiebijeenkomst georganiseerd door Liander over Barneveld aardgasloze stad: 18 september 2017 (geen verslag opgesteld). Kennisoverleg aardgasloos bouwen met externe experts en interne betrokkenen: 12 februari 2017.
43
ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL
ONDERWERP
PROJECTNUMMER
VERTROUWELIJK Verslag van "Overleg aardgasloos bouwen", 11 september 2017
C03091.000062.0200
DATUM
ONZE REFERENTIE 079295752 A
19 september 2017 VAN Wouter Schik, Tristan Simon Stefan de Vries
Inleiding De komende decennia heeft gemeente Barneveld te maken met een duidelijke groei van het aantal huishoudens. Om deze groei te faciliteren is recent gestart met de voorbereidingen voor een nieuwe woonwijk: Bloemendal (ook wel Barneveld-Noord genoemd). Bij de opzet van deze nieuwe wijk wil de gemeente nadrukkelijk rekening houden met het thema duurzaamheid op het vlak van zowel ruimte, de sociale context en techniek Een belangrijk aandachtspunt hierin is energie. Met de nieuwe woonwijk moet ten minste invulling worden gegeven aan de Energievisie die in 2015 door de gemeenteraad van Barneveld is vastgesteld. Hierin staat dat de gemeente een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening nastreeft en uiteindelijk een energie neutrale gemeente wil worden. Het doel van de gemeente Barneveld is om jaarlijks 2% te besparen op het energieverbruik en om in 2020 20% van de in Barneveld gebruikte energie duurzaam op te wekken. Het doel van de gemeente is om in 2050 energieneutraal te zijn. Doordat energietransitie van bestaande woningen lastig is, zullen nieuw te bouwen woningen zoals die in Bloemendal voorop moeten lopen in energiezuinig bouwen. Voor Bloemendal is daarom bepaald dat het een aardgasloze woonwijk gaat worden. Op dit moment voert Arcadis in opdracht van de gemeente Barneveld hier een eerste onderzoek voor uit.
Er wordt hierbij gekeken naar duurzame energiesystemen in Bloemendal die aardgasloos bouwen mogelijk maken. Voor deze uitwerking wordt gekeken naar 2 alternatieven: (1) een warmtenet (voor de warmtevoorziening) in combinatie met een traditioneel elektriciteitsnet, (2) of een all-electric variant. Op 11 september 2017 (12.00 tot 14.00, in gemeentehuis Barneveld) werd door de gemeente Barneveld samen met Arcadis een bijeenkomst georganiseerd voor de toekomstige ontwikkelaars van de wijk Bloemendal. Met deze bijeenkomst werden de huidige inzichten van het onderzoek gedeeld en bediscussieerd. Het doel hierbij was om de verschillende belangen en standpunten in kaart brengen en hiermee een beeld te krijgen van de potentie van de twee alternatieve duurzame energiesystemen.
Deelnemers Externe deelnemers: •
•
Afke Rond (Woningstichting Barneveld): projectmanager, trekker thema duurzaamheid. Bij de woningstichting lopen een aantal initiatieven om het bestaande bezit te verduurzamen en nieuwe woningen zeer energiezuinig-BENG op te zetten. In het nieuwe beleidsplan is hierover ook een vernieuwde visie voor opgenomen. Hierin wordt verteld waar de stichting denkt het beste nu in te moeten investeren en wat kan wachten. Koen Boersen (Woningstichting Barneveld): projectontwikkelaar bij de woningstichting. Betrokken bij groot aantal projecten aan de voorkant, ook bij Bloemendal.
44
ONDERZOEK NAAR DE KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIENETTEN IN BLOEMENDALBLOEMENDAL
• • • •
• •
Jan ter Apel (Woningstichting Barneveld): projectontwikkelaar bij de woningstichting. Betaalbaarheid is een belangrijk aspect bij de woningstichting. Duurzaamheid ten dienste van de betaalbaarheid voor de toekomstige huurder. Henk van de Kolk (Bouwbedrijf van de Kolk): directeur. Komt duurzaamheid dagelijks tegen, waarbij het wel altijd de vraag is hoe je duurzaamheid betaalbaar houdt. Frida Hoekman (Vanwonen): projectontwikkelaar. Duurzaamheid is belangrijk onderwerp. Voor de kopers moet duurzaamheid wel in de bediening, beheer en betaalbaarheid worden doorvertaald. Jochem van der Mheen (Bouwbedrijf R. van de Mheen). Spanningsveld zit niet zozeer in duurzaamheid, maar meer in wat de koper wil. Er zit verschil tussen koper en huurder. Koper wil meer keuze, meer ruimte hebben en wil zich niet laten beperken door collectieve systemen In een woonwijk is vaak 30% huur en 70% koop. Daar zit een spanningsveld. Huurder kun je gemakkelijker iets collectiefs opleggen. Wouter Vonk (Bouwbedrijf R. van de Mheen): ondersteunt Jochem bij nieuwbouw. Komt voor duurzaamheid veel dingen tegen, waarbij niet alles even goed werkt. Herbert Bosch (BPD). Op meerdere locaties ervaringen gedaan met duurzaamheid, waaronder in Wageningen en Vathorst. Duurzaamheid is voor BPD geen keuze meer. Het is er.
Business case voor ontwikkelaar en gemeente is belangrijk, maar voor BPD is ook de business case voor de consument/koper erg relevant. Geen keuzes nu maken die later negatieve gevolgen hebben.
Vanuit de Gemeente Barneveld en Arcadis waren de volgende personen aanwezig: • • • • • •
Gaatze Rekker (Gemeente Barneveld) Marlies Knol (Gemeente Barneveld) Karien van Houwelingen (Gemeente Barneveld) Wouter Schik (Arcadis, voorzitter overleg) Tristan Simon (Arcadis) Stefan de Vries (Arcadis, verslaglegging)