Bloemendal IIA_Toelichting_Bijlage 18 Ecologie, quickscan Nijkerkerweg (2025)
Tekst van het document
1art. 11.28 (voorkomen onnodig lijden van dieren), Besluit activiteiten leefomgeving 2art. 11.27 (specifieke zorgplicht), lid 1, Besluit activiteiten leefomgeving 3art. 11.27 (specifieke zorgplicht), lid 2, Besluit activiteiten leefomgeving
34
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal
QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD
c. Als die gevolgen niet kunnen worden uitgesloten, wordt nagegaan welke gevolgen de activiteit kan hebben voor beschermde dieren, hun nesten, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor beschermde planten. d. Alle passende preventieve maatregelen worden getroffen om die nadelige gevolgen te voorkomen. e. Tijdens en na het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben. f. Het verrichten van de activiteit wordt gestaakt als de nadelige gevolgen toch niet worden voorkomen, of, als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is, passende herstelmaatregelen worden getroffen.
Categorieën De wet onderscheidt drie categorieën van beschermde soorten, namelijk: • Soorten vogelrichtlijn, ook wel Vogelrichtlijnsoorten genoemd (§ 11.2.2 Besluit activiteiten leefomgeving). • Soorten habitatrichtlijn, ook wel Habitatrichtlijnsoorten genoemd (§ 11.2.3 Besluit activiteiten leefomgeving). • Andere soorten (§ 11.2.4 Besluit activiteiten leefomgeving). Soorten Vogelrichtlijn Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten, als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, zijn in Nederland beschermd. De soorten van artikel 1 van Vogelrichtlijn zijn alle vogelsoorten die op het Europese grondgebied van de lidstaten van de EU voorkomen. Het deel daarvan, dat van nature in Nederland voorkomt, is dus beschermd.4 Soorten Habitatrichtlijn In deze categorie vallen5: • Alle in het wild levende dieren, zoals genoemd in: – bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn; – bijlage II bij het Verdrag van Bern; – bijlage I bij het Verdrag van Bonn; • Planten van soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied, zoals genoemd in: – bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn; – bijlage I bij het Verdrag van Bern.
Het gaat hierbij dus om meer dan alleen de soorten van de Habitatrichtlijn (namelijk ook soorten van de conventies van Bern en Bonn). Omdat in het Besluit activiteiten leefomgeving § 11.2.3 ‘soorten habitatrichtlijn’ in de titel heeft, wordt deze term echter wel gebruikt om deze groep van beschermde soorten aan te duiden. Andere soorten Naast de soorten, waarvan de bescherming op Europees niveau verplicht is gesteld, is er ook een aantal soorten op nationaal niveau beschermd. Dit is dus een ‘nationale kop’ op de Europese bescherming. Het gaat hierbij om soorten die zeer zeldzaam en/of bedreigd zijn, en waarvan het duurzaam voortbestaan niet is verzekerd als geen beschermingsmaatregelen worden getroffen. De soorten, waar het om gaat, zijn opgenomen in bijlage IX onder A bij het Besluit activiteiten leefomgeving. 6
4art. 11.37 t/m 11.40, Besluit activiteiten leefomgeving 5 art. 11.46 t/m 11.48, Besluit activiteiten leefomgeving 6art. 11.54 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen andere soorten: schadelijke handelingen), Besluit activiteiten leefomgeving
35
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal
QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD
Regels In de Omgevingswet staat dat het zonder omgevingsvergunning verboden is om een flora- en fauna-activiteit te verrichten.7 De definitie van een flora- en fauna-activiteit is “activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten”. In het Besluit activiteiten leefomgeving is dit nader gespecificeerd. Het verbod geldt voor Vogelrichtlijnsoorten voor:8 a. Het opzettelijk doden of opzettelijk vangen. b. Het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren of het opzettelijk wegnemen van nesten. c. Het rapen en onder zich hebben van eieren. d. Het opzettelijk storen, tenzij het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. 9 Het verbod geldt voor Habitatrichtlijnsoorten voor: 10 a. Het opzettelijk doden of opzettelijk vangen. b. Het opzettelijk verstoren. c. Het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren. d. Het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. e. Het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van beschermde planten. Het verbod geldt voor Andere soorten voor: 11 a. Het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende individuen. b. Het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. c.
Het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van Andere soorten (planten).
Hierboven is voor Vogelrichtlijnsoorten en Habitatrichtlijnsoorten aangegeven dat verstoring niet is toegestaan. Niet iedere verstoring in het kader van de wet is relevant. Het moet gaan om verstoring die voor soorten in potentie wezenlijke gevolgen heeft. Een tijdelijke verandering van gedrag valt hier niet zonder meer onder (zie voor meer informatie het volgende tekstkader). Juridisch kader verstoring beschermde soorten Niet iedere toename van verstoringsbronnen leidt tot een daadwerkelijk effect dat in het kader van de wet is voorzien als verstoring. Voor een individu waarbij sprake is van opzettelijke verstoring als niet in de directe omgeving (tijdelijk) uitwijkmogelijkheden voor handen zijn en de functionaliteit van het leefgebied door verstoring wordt aangetast. Dit is verschillende keren bevestigd door de Raad van State. Hieronder staan twee delen van uitspraken, waarin dit bevestigd is: ECLI:NL:RVS:2009:BI3701: “Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 21 november 2007 in zaak nr.
200607283/1) geldt als uitgangspunt dat niet ieder plan dat tot gevolg heeft dat een beschermde diersoort zich moet aanpassen aan de veranderde omgeving, moet worden aangemerkt als een opzettelijke verontrusting in de zin van artikel 10 van de Ffw.” ECLI:NL:RVS:2020:1125: “Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 23 juni 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM8836), geldt bij de uitleg van artikel 10 van de Flora- en faunawet als uitgangspunt dat niet ieder plan dat tot gevolg heeft dat een beschermde diersoort zich moet aanpassen aan de veranderde omgeving een opzettelijke verontrusting is in de zin van die bepaling. Het tijdelijk (doen) wegvluchten voor werkzaamheden naar een rustiger plek kan niet worden aangemerkt als opzettelijke verontrusting in de zin van deze bepaling. De Afdeling volgt deze interpretatie eveneens ten aanzien van het in het vierde lid van artikel 3.1, vierde lid, van de Wnb neergelegde verbod van opzettelijke storing.”
7art. 5.1 (omgevingsvergunningplichtige activiteiten wet), lid 2, onderdeel 9, Omgevingswet 8art. 11.37 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen soorten vogelrichtlijn schadelijke handelingen), lid 1 Besluit activiteiten leefomgeving. 9De uitzondering is opgenomen in art. 11.37 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen soorten vogelrichtlijn schadelijke handelingen), lid 3 Besluit
activiteiten leefomgeving. 10art. 11.46 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen soorten habitatrichtlijn: schadelijke handelingen), lid 1, Besluit activiteiten leefomgeving 11art. 11.54 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen andere soorten: schadelijke handelingen), lid 1, Besluit activiteiten leefomgeving
36
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal
QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD
Gedragscodes en vrijstellingen Het verbod om een flora- en fauna-activiteit uit te voeren zonder omgevingsvergunning geldt niet voor activiteiten die vallen onder een door de minister van LNV vastgestelde gedragscode. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden 12: • Aantoonbaar uitvoeren in overeenstemming met de gedragscode. • Plaatsvinden in het kader van: – het bestendig beheren of onderhouden van vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, luchthavens, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; – een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of de bosbouw, – een bestendig gebruik; – ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Vrijstelling In het algemeen geldt het verbod om een flora- en fauna-activiteit uit te voeren zonder omgevingsvergunning niet voor gevallen, te gebruiken middelen en/of soorten, die zijn opgenomen in het omgevingsplan, de waterschapsverordening13, de omgevingsverordening14 of een ministeriële regeling15 of een programma16.
Hierbij moet wel worden voldaan aan de voorwaarden, zoals die ook gelden voor de aanvraag van een omgevingsvergunning (zie tekst onder kopje ‘Omgevingsvergunning’).17 Als activiteiten in een goedgekeurd programma zijn opgenomen, moet het programma wel aan een van de volgende voorwaarden voldoen 18: • Het programma moet gericht zijn op inrichting, gebruik en beheer van een Natura 2000-gebied en gericht zijn op het halen van de instandhoudingsdoelstellingen (voorheen beheerplan). • Het programma moet gericht zijn op een evenwichtige duurzame ontwikkeling, waarbij de belasting van kwalificerende natuurwaarden in Natura 2000-gebieden afneemt of beheer, bescherming, herstel van natuurlijke habitats of de staat van instandhouding van in het wild voorkomende dieren of planten verbetert. Verder geldt voor beschermde soorten het verbod om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit uit te voeren niet in de volgende gevallen: • Als de activiteit is toegestaan in het kader van een andere wet én als wordt voldaan aan artikel 9, lid 1 en 2 en artikel 13 van de Vogelrichtlijn voor Vogelrichtlijnsoorten19, artikel 16, lid 1 van de Habitatrichtlijn voor Habitatrichtlijnsoorten20 en de eisen die ook aan de omgevingsvergunning worden gesteld voor Andere soorten 21 (zie het volgende tekstkader voor de relevante inhoud van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn).
12art. 11.45 (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten vogelrichtlijn op basis van aangewezen gedragscode), art. 11.53 (vergunningvrije gevallen
soorten habitatrichtlijn op basis van aangewezen gedragscode), art. 11.59 (vergunningvrije gevallen andere soorten op basis van aangewezen gedragscode), Besluit activiteiten leefomgeving 13art. 5.2 (afbakening vergunningplicht art. 5.1), lid 2, Omgevingswet 14art. 5.2 (afbakening vergunningplicht art. 5.1), lid 2, Omgevingswet en art. 11.42 (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten vogelrichtlijn in omgevingsverordening), art. 11.50 (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten habitatrichtlijn in omgevingsverordening), art. 11.56 (aanwijzing vergunningvrije gevallen andere soorten in omgevingsverordening), Besluit activiteiten leefomgeving 15art. 5.2 (afbakening vergunningplicht art. 5.1), lid 3, Omgevingswet en art. 11.43 (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten vogelrichtlijn in ministeriële regeling), art. 11.51 (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten habitatrichtlijn in ministeriële regeling), art. 11.57 (aanwijzing vergunningvrije gevallen andere soorten in ministeriële regeling), Besluit activiteiten leefomgeving 16art. 5.2 (afbakening vergunningplicht art. 5.1), lid 4, Omgevingswet 17art. 8.74j t/m 8.74l, Besluit kwaliteit leefomgeving als verwezen in art. 11.44 (begrenzing aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten vogelrichtlijn), lid 1, art. 11.52 (begrenzing aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten habitatrichtlijn), lid 1, art.
11.58 (begrenzing aanwijzing vergunningvrije flora- en fauna-activiteiten andere soorten), lid 1, Besluit activiteiten leefomgeving, 18art. 5.2 (afbakening vergunningplicht art. 5.1), lid 4, Omgevingswet art. 11.41 (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten vogelrichtlijn in programma), lid 2 en art. 11.46 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen soorten habitatrichtlijn: schadelijke handelingen), Besluit activiteiten leefomgeving 19art. 11.37 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen soorten vogelrichtlijn: schadelijke handelingen), lid 2, onderdeel a, Besluit activiteiten leefomgeving. 20art. 11.46 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen soorten habitatrichtlijn: schadelijke handelingen) lid 2, onderdeel a, Besluit activiteiten leefomgeving 21art. 11.54 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen andere soorten: schadelijke handelingen), lid 2, onderdeel b, Besluit activiteiten leefomgeving
37
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal
QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD
• •
Als de activiteiten vallen onder instandhoudingsmaatregelen 22 en passende maatregelen23 in het kader van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn.24 Voor andere soorten geldt dat het verbod niet van toepassing is op het doden of vangen van de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis en het beschadigen of vernielen van hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.25 Relevante inhoud Vogel- en Habitatrichtlijn In artikel 9 lid 1 staat dat er geen andere bevredigende oplossing mag bestaan en dat het voornemen nodig is: • in het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid (onderdeel a), • in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer (onderdeel a), • ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij en wateren (onderdeel a); • ter bescherming van flora en fauna (onderdeel a); • voor doeleinden in verband met onderzoek en onderwijs, het uitzetten en herinvoeren van soorten en voor de met deze doeleinden samenhangende teelt (onderdeel b); • teneinde het vangen, het houden of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan (onderdeel c). In artikel 9, lid 2 geeft de voorwaarden, waaronder mag worden afgeweken.
De volgende zaken moeten worden vermeld: • Voor welke soorten mag worden afgeweken (onderdeel a). • Welke middelen, installaties of methoden voor het vangen of doden zijn toegestaan (onderdeel b). • Onder welke voorwaarden met betrekking tot het risico en onder welke omstandigheden van tijd en van plaats deze afwijkende maatregelen mogen worden genomen (onderdeel c). • Welke autoriteit bevoegd is te verklaren dat aan die voorwaarden is voldaan, en te beslissen welke middelen, installaties of methoden mogen worden aangewend, binnen welke grenzen en door welke personen (onderdeel d. • Welke controles zullen worden uitgevoerd (onderdeel e). In artikel 13 is opgenomen dat de activiteiten niet mogen leiden tot een verslechtering van de huidige staat van instandhouding. In artikel 16, lid van de Habitatrichtlijn staat dat wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat en dat de activiteit geen afbreuk doet aan een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan, mag onder de volgende voorwaarde worden afgeweken: • In het belang van de bescherming van de wilde flora en fauna en van de instandhouding van de natuurlijke habitats (onderdeel a). • Ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden en wateren en andere vormen van eigendom (onderdeel b).
• In het belang van de volksgezondheid en de openbare veiligheid of om andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en voor het milieu wezenlijke gunstige effecten (onderdeel c). • Ten behoeve van onderzoek en onderwijs, repopulatie en herintroductie van deze soorten, alsmede voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten (onderdeel d). • Teneinde het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, door de bevoegde nationale instanties vastgesteld aantal van bepaalde specimens van de in bijlage IV genoemde soorten te vangen, te plukken of in bezit te hebben (onderdeel e).
22“instandhoudingsmaatregel als bedoeld in de art.en 3, eerste lid en tweede lid, onder b, c en d, en 4, eerste lid, eerste zin, en tweede lid, van de
vogelrichtlijn of art. 6, eerste lid, van de habitatrichtlijn.” 23“een passende maatregel als bedoeld in art. 6, tweede lid, van de habitatrichtlijn”. 24art. 11.37 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen soorten vogelrichtlijn: schadelijke handelingen), lid 2, onderdeel b, art. 11.46 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen soorten habitatrichtlijn: schadelijke handelingen), lid 2, onderdeel b en art. 11.54 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen andere soorten: schadelijke handelingen), lid 2, onderdeel c, Besluit activiteiten leefomgeving. 25art. 11.54 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen andere soorten: schadelijke handelingen), lid 2, onderdeel a, Besluit activiteiten leefomgeving.
38
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal
QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD
Voor dit project is provincie Gelderland het bevoegd gezag. Provincie Gelderland heeft een algemene vrijstelling verleend voor onderstaande soorten: Amfibieën • Bastaardkikker • Bruine kikker • Gewone pad • Kleine watersalamander • Meerkikker Grondgebonden zoogdieren • Aardmuis • Bosmuis • Bunzing • Dwergmuis • Dwergspitsmuis • Egel • Gewone bosspitsmuis • Haas • Hermelijn • Huisspitsmuis • Konijn • Ondergrondse woelmuis • Ree • Rosse woelmuis • Tweekleurige bosspitsmuis • Veldmuis • Vos • Wezel • Woelrat Omgevingsvergunning Voor een project geldt dat in de aanvraag van een omgevingsvergunning moet worden voldaan aan een aantal eisen. Dit verschilt per beschermingscategorie. Voor Vogelrichtlijnsoorten moet een project voor een aanvraag omgevingsvergunning voldoen aan de volgende eisen om de omgevingsvergunning ook daadwerkelijk te verlenen 26: • Er is geen andere bevredigende oplossing.
• De activiteit is nodig is: • in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; • in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; • voor het voorkomen van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; • ter bescherming van flora en fauna; • voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt; – om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan. • De activiteit niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de relevante soort(en).
26art. 8.74j (beoordelingsregels flora- en fauna-activiteit: soorten vogelrichtlijn), Besluit kwaliteit leefomgeving
39
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal
QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD
Voor Habitatrichtlijnsoorten moet een project voor een aanvraag omgevingsvergunning voldoen aan de volgende eisen om de omgevingsvergunning ook daadwerkelijk te verlenen 27: • Er is geen andere bevredigende oplossing. • De activiteit is nodig: – in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; – voor het voorkomen van ernstige schade aan met name gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; – in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; – voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daarvoor benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; – om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de omgevingsvergunning vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, respectievelijk een beperkt bij de omgevingsvergunning vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.
• De activiteit geen afbreuk doet aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Voor Andere soorten moet een project een aanvraag omgevingsvergunning voldoen aan de volgende eisen om de omgevingsvergunning ook daadwerkelijk te verlenen 28: • Er is geen andere bevredigende oplossing. • De activiteit is nodig: – in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; – voor het voorkomen van ernstige schade aan met name gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; – in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; – voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daarvoor benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; – om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de omgevingsvergunning vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, respectievelijk een beperkt bij de
omgevingsvergunning vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; – in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; – voor het voorkomen van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes of begraafplaatsen; – voor het beperken van de omvang van de populatie van in het wild levende dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; – voor het voorkomen of bestrijden van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; – in het kader van een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; – in het kader van het bestendig beheren of onderhouden van vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, luchthavens, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; – in het kader van het bestendig beheren of onderhouden van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied; – in het algemeen belang.
27art. 8.74k (beoordelingsregels flora- en fauna-activiteit: soorten habitatrichtlijn) Besluit kwaliteit leefomgeving 28art. 8.74l (beoordelingsregels flora- en fauna-activiteit: andere soorten), Besluit kwaliteit leefomgeving
40
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal
QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD
•
De activiteit geen afbreuk doet aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.
Geen andere bevredigende oplossing betekent -ook in combinatie met hetgeen onder het kopje ‘Algemene bescherming’ is beschreven dat wanneer een overtreding redelijkerwijs te voorkomen is, een omgevingsvergunning niet te verlenen is. De werkzaamheden moeten dan op zodanige wijze worden uitgevoerd dat er geen overtreding van de wet plaatsvindt. Te denken valt aan het kappen van bomen buiten het broedseizoen of het afzetten van en het wegvangen van soorten in het werkgebied.
Houdbaarheid van gegevens In de Omgevingswet is opgenomen dat in het algemeen onderzoeksgegevens maximaal twee jaar houdbaar zijn, tenzij te onderbouwen is waarom gegevens ouder dan twee jaar nog actueel zijn. Flora- en fauna-activiteiten zijn echter uitgezonderd van de houdbaarheidsregel van maximaal twee jaar.29
29 art. 16.5 (houdbaarheid onderzoeksgegevens), Omgevingswet
41
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal
QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD
Bijlage B Foto-impressie plangebied
Figuur 25 Impressie plangebied. Foto links: Plangebied ter hoogte van Laan van verzet. Foto rechts. Plangebied ter hoogte van Nijkerkerweg 126
Figuur 26 Impressie plangebied. Foto links: Plangebied ter hoogte van Nijkerkerweg 139. Foto rechts: Plangebied ten noorden van Nijkerkerweg 128
42
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal
QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD
Figuur 27 Impressie plangebied. Foto links: Plangebied ter hoogte van Nijkerkerweg 145. Foto rechts: Plangebied ten noorden van Nijkerkerweg 145
Figuur 28 impressie plangebied ter hoogte van Nijkerkerweg 145.
43
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal
QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD
Colofon QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD IN HET KADER VAN OMGEVINGSWET KLANT Gemeente Barneveld AUTEUR Arcadis Nederland B.V. PROJECTNUMMER 30081497 ONZE REFERENTIE 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 DATUM 22 augustus 2025 STATUS Definitief GECONTROLEERD DOOR
Rick Wortelboer Senior Adviseur Ecologie
44
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal
QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD
Over Arcadis Arcadis is dé wereldwijde transformatiepartner die vooraan staat bij de meest impactvolle projecten van onze tijd. We helpen onze klanten duurzame keuzes te maken via de combinatie van digitale innovatie, expertise en toekomstgerichte vaardigheden in onder meer milieu, energie, water, gebouwen, transport en infrastructuur. Wij zetten die extra stap om onze klanten op maat gemaakte oplossingen te bieden voor ontwerp, engineering en advies. Door data-gedreven inzichten in te zetten geven we de natuurlijke en gebouwde omgeving samen vorm. Met meer dan 35.000 mensen bundelen we wereldwijde expertise en pakken we samen uitdagingen als klimaat, betaalbare energie en leefbare steden aan. We verbeteren de levenskwaliteit door onze aanwezigheid in meer dan 30 landen. In 2024 behaalden we een bruto-omzet van €5,0 miljard. Lees meer op www.arcadis.com www.arcadis.com
Arcadis Nederland B.V. Postbus 220 3800 AE Amersfoort Nederland T +31 (0)88 4261 261
Arcadis. Improving quality of life 45
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal