CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bloemendal IIA_Toelichting_Bijlage 18 Ecologie, quickscan Nijkerkerweg (2025)

Gemeenteraad 8 oktober 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Bloemendal IIA en het Beeldkwaliteitsplan Bloemendal fase IIA12.205 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

QuickScan ecologie Nijkerkerweg Barneveld In het kader van Omgevingswet Gemeente Barneveld 22 augustus 2025 - Internal

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

Contactpersoon ARCADIS NEDERLAND B.V. .

Arcadis Nederland B.V. Postbus 220 3800 AE Amersfoort Nederland

2

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

3

Inleiding

5

1.1

Aanleiding en doel

5

1.2

Leeswijzer

5

Plangebied en ingreep

6

2.1

Ligging

6

2.2

Huidige situatie

7

2.3

Voorgenomen ingreep

7

Beschermde gebieden; Natura 2000

10

3.1

Methodiek

10

3.2

Resultaten

10

3.3

Effectenanalyse

11

Beschermde gebieden; Gelders Natuurnetwerk & Groene ontwikkelingszone

12

4.1

Methodiek

12

4.2

Resultaten

12

4.3

Effectenanalyse

13

4.4

Versterkingsmaatregelen

13

Beschermde soorten

18

5.1

Methodiek

18

5.2

Resultaten

18

5.3

Effectenanalyse

26

5.4

Toetsing

29

5.4.1

Beschermingscategorieën relevante soorten

29

5.4.2

Overtreding verbodsbepalingen

30

5.5

Vervolgstappen

30

5.5.1

Mitigerende maatregelen

30

5.5.2

Aanvullend soortgericht onderzoek

31

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

6

7

Conclusie

32

6.1

Beschermde gebieden; Natura 2000

32

6.2

Beschermde gebieden; Gelders Natuurnetwerk & Groene ontwikkelingszone

32

6.3

Beschermde soorten

32

Bronnen

33

Bijlagen Bijlage A Wettelijke kader Omgevingswet

34

Bijlage B Foto-impressie plangebied

42

Colofon

44

4

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel

De gemeente Barneveld heeft het voornemen om de Nijkerkerweg in Barneveld te ontwikkelen. Bij dergelijke ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met gebieden en soorten, beschermd conform Omgevingswet (Ow), zie bijlage A voor het wettelijk kader. Naast beschermde gebieden en soorten dient, gelet op de kap van bomen buiten de bebouwde kom, ook rekening gehouden te worden met houtopstanden, beschermd conform Ow. In voorliggende QuickScan wordt hier verder niet op ingegaan. Eventuele vervolgstappen (bijvoorbeeld de herplantplicht) worden in een separaat plan uitgewerkt. Voorliggende rapportage betreft de ecologische QuickScan, waarbij de (mogelijke) risico’s met betrekking tot beschermde soorten en gebieden en eventuele vervolgstappen inzichtelijk zijn gemaakt.

1.2

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op het plangebied en de ingreep. Vervolgens gaat hoofdstuk 3 in op de methodiek, resultaten en effecten op Natura 2000-gebieden. Hoofdstuk 4 beschrijft de methodiek, resultaten en effecten op Gelders Natuurnetwerk (GNN) en Groene ontwikkelingszone (GO). Hoofdstuk 5 gaat vervolgens in op beschermde soorten, waarbij de methodiek, resultaten, effecten, toetsing en vervolgstappen wordt beschreven. Hoofdstuk 6 beschrijft de conclusie van beschermde gebieden en soorten. In hoofdstuk 7 zijn de geraadpleegde bronnen opgenomen. In Bijlage A is het wettelijk kader opgenomen. Bijlage B behandelt de foto-impressie van het plangebied.

5

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

2

Plangebied en ingreep

2.1

Ligging

Het plangebied betreft de Nijkerkerweg en de directe omgeving vanaf de Esvelderbeek tot Nijkerkerweg 124 in Barneveld (provincie Gelderland), zie Figuur 1.

Figuur 1 Luchtfoto met ligging plangebied (rode stippellijn)

6

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

2.2

Huidige situatie

Het plangebied bestaat uit een autoweg, twee fietspaden, een berm en een deel van het perceel van Nijkerkerweg 139 en 145. De berm bestaat uit kort gemaaid grasland en aan weerszijde van de autoweg is een houtsingel aanwezig, bestaande uit zomereik. Binnen het perceel van Nijkerkerweg 139, dat overlapt met het plangebied, zijn enkele struiken, kort gemaaid grasland en verharding aanwezig. Wat betreft het perceel van Nijkerkerweg 145 zijn enkele bomen, waaronder beuken en coniferen aanwezig. In bijlage B is een foto-impressie van het plangebied opgenomen.

2.3

Voorgenomen ingreep

De voorgenomen ingreep bestaat uit het verbreden van de Nijkerkerweg. Ten noorden van Nijkerkerweg 128 wordt een nieuw kruispunt gerealiseerd, zodat de Nijkerkerweg aansluiting krijgt op de nieuwbouw van het project Bloemendal. Bestaand asfalt zal op sommige delen verwijderd worden. Langs het tracé worden bomen gekapt om de verbreding van de weg mogelijk te maken. Het plangebied beslaat ook een deel van het perceel van Nijkerkerweg 139 en 145. Hier wordt het groen en/of de bestrating verwijderd, waarna het terrein bouwrijp gemaakt wordt. Op sommige delen langs de weg zal ook ruimtebeslag plaatsvinden in de naastgelegen graslanden. Op onderstaande figuren is het plangebied van noord naar zuid weergegeven. De te kappen bomen zijn met rode pijlen weergegeven. De nieuwe fietspaden zijn oranje weergegeven.

Figuur 2 Het noordelijk deel van het plangebied van noord (linker figuur) naar zuid (rechter figuur) weergegeven. De te kappen bomen zijn met rode pijlen weergegeven

7

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

Figuur 3 Het middendeel van het plangebied van noord (linker figuur) naar zuid (rechter figuur) weergegeven. De te kappen bomen zijn met rode pijlen weergegeven

8

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

Figuur 4 Het zuidelijk deel van het plangebied 9

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

3

Beschermde gebieden; Natura 2000

3.1

Methodiek

Dit onderzoek bestaat uit een bureaustudie, waarbij de interactieve kaart van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is geraadpleegd (www.natura2000.nl). Met deze kaart is de ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden bepaald. Op basis van deze bevindingen, de eigenschappen van de werkzaamheden en het beleid van de provincie Gelderland is geconcludeerd of negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden mogelijk plaatsvinden of uitgesloten zijn. Als negatieve effecten niet op voorhand uitgesloten kunnen worden, wordt ingegaan op de vervolgstappen die getroffen dienen te worden om conflict met de Ow te voorkomen. Wat betreft negatieve effecten dient rekening gehouden te worden met directe en externe werkingen. Bij directe werkingen gaat het om ruimtebeslag en verstoring door licht, geluid en trillingen en vervuiling door oppervlaktewater. Bij externe werkingen gaat het om verrijking als gevolg van toename door stikstof. Als een Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied ligt, dient ook rekening gehouden te worden met verstoring door licht, geluid en trillingen en vervuiling door oppervlaktewater.

3.2

Resultaten

Het plangebied vormt geen onderdeel van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Veluwe en is gelegen op ruim 7 kilometer afstand van het plangebied, zie Figuur 5. De Veluwe is een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied.

Figuur 5 Ligging plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van Natura 2000-gebied (groen)

10

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

3.3

Effectenanalyse

Uit de resultaten (H3.2) blijkt dat het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied op circa 7 kilometer afstand ligt. Negatieve effecten als gevolg van ruimtebeslag zijn daarom op voorhand uitgesloten. Gelet op de afstand zijn ook externe werkingen als gevolg van verstoring door licht, trillingen en geluid en vervuiling door oppervlaktewater uitgesloten. Negatieve effecten als gevolg van een toename van stikstof gedurende de realisatie- en gebruiksfase zijn niet op voorhand uitgesloten. Door een Aerius berekening uit te voeren kan bepaald worden of effecten als gevolg van een toename van stikstof plaatsvindt.

11

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

4

Beschermde gebieden; Gelders Natuurnetwerk & Groene ontwikkelingszone

4.1

Methodiek

Dit onderzoek bestaat uit een bureaustudie, waarbij de interactieve kaart van provincie Gelderland (www.gelderland.nl) is geraadpleegd. Met deze kaart is de ligging van het plangebied ten opzichte van het Gelders natuurnetwerk (GNN) de groene ontwikkelingszone (GO) bepaald. Op basis van deze kaart, de eigenschappen van de werkzaamheden en het beleid van de provincie Gelderland is onderzocht of negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden mogelijk kunnen plaatsvinden of uitgesloten kunnen worden. Als negatieve effecten niet op voorhand uitgesloten kunnen worden, wordt ingegaan op de vervolgstappen die getroffen dienen te worden om conform de regelgeving te werken. Wat betreft negatieve effecten dienen binnen de provincie Gelderland interne werkingen, als gevolg van ruimtebeslag en verstoring door licht, geluid en trillingen, getoetst te worden. Binnen de provincie worden externe werkingen (als gevolg van licht, geluid en trillingen) niet getoetst (www.gelderland.nl). De gemeente Barneveld heeft met de provincie contact gehad over het GNN en GO. Het verzoek van de Provincie over versterkingsmaatregelen conform model kamsalamander wordt ook in dit hoofdstuk meegenomen.

4.2

Resultaten

Het plangebied grenst aan het GNN-gebied (Esvelderbeek) en overlapt aan de westzijde met GO-gebied, zie Figuur 6 en Figuur 7. Het overlappende deel bestaat hoofdzakelijk uit grasland en het erf aan de Nijkerkerweg 145, zie Figuur 7.

Figuur 6 Ligging plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van GNN-gebied 12

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

Figuur 7 Het plangebied grenst aan de Esvelderbeek, wat GNN vormt (rood omkaderd, en ter hoogte van Nijkerkerweg 145 overlapt het plangebied met GO-gebied (geel omkaderd))

4.3

Effectenanalyse

Uit de resultaten (H4.2) blijkt dat het plangebied aan GNN-gebied grenst en overlapt met GO-gebied. Negatieve effecten als gevolg van ruimtebeslag vindt alleen plaats binnen het GO-gebied. Daarnaast zullen effecten als gevolg van licht, geluid en trilling ook plaatsvinden. Binnen de provincie Gelderland worden externe werkingen niet getoetst. Verdere vervolgstappen wat betreft het GNN zijn daarom niet aan de orde. Gelet op de overlapping met GO-gebied vindt ruimtebeslag plaats. De huidige functies van dit GO-gebied zijn intensief beheerd grasland en het erf van Nijkerkerweg 145, gelegen aan de relatief drukke autoweg van de Nijkerkerweg. De provincie Gelderland heeft hierover het volgende aangegeven (Provincie Gelderland, 2024): “Daar het plan maar voor een zeer klein deel in GO ligt en wij de indruk hebben dat het huidige plan inhoudelijk ook aan de nieuwe regels voldoet, achten wij het niet nodig om hierover een zienswijze in te dienen. Wel vestigen we er graag de aandacht op dat één van de ontwikkelingsdoelen van het GO hier de ecologische verbindingszone volgens model kamsalamander betreft. We verzoeken u na te gaan of u met de versterkingsmaatregelen hieraan kan bijdragen, door bijvoorbeeld niet alleen kruidenrijk gras te ontwikkelen, maar ook wat struweel, ruigte of takkenrillen aan te leggen in verbinding met natuurelementen in de directe omgeving.”

4.4

Versterkingsmaatregelen

Op basis van het verzoek van de provincie Gelderland wordt in deze paragraaf ingegaan op versterkingsmaatregelen die getroffen kunnen worden in het kader van de ecologische verbindingszone volgens model kamsalamander. Huidige situatie Ter hoogte van Nijkerkerweg 132 grenst het plangebied met de Esvelderbeek. Deze beek vormt onderdeel van het GNN. Ten westen van de Nijkerkerweg is een waterbergingsgebied gerealiseerd met een nevenfunctie natuur (gelegen in het GO-gebied, zie Figuur 6 en Figuur 8). Voor de inrichting van dit gebied is rekening gehouden met het model kamsalamander, wat gericht is op het versterken van het leefgebied van amfibieën en reptielen, zoals kamsalamander, heikikker en ringslang. Bij de inrichting van het waterbergingsgebied is gefocust op de kamsalamander.

13

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

De aanwezige poelen binnen het waterbergingsgebied vormen potentieel voortplantingswater van de kamsalamander. Daarnaast is opgaand groen in de omgeving aangeplant (voornamelijk wilg) waar zich dekkingsmogelijkheden enigszins kunnen gaan ontwikkelen. Binnen deze dekkingsmogelijkheden kunnen ook verblijfsmogelijkheden ontstaan. Aangezien het waterbergingsgebied relatief nieuw is, heeft het terrein naar verwachting tijd nodig om zich te ontwikkelen, waarbij zowel groen op het land als in het water en de oever een positieve bijdrage kan leveren aan het leefgebied van de kamsalamander.

Figuur 8 Het waterbergingsgebied Harselaar met nevenfunctie natuur (doelsoort kamsalamander) ligt in het noorden van het plangebied en bestaat uit twee poelen en grasland waar voornamelijk wilg geplant is

De GO, dat met het plangebied overlapt, bestaat voornamelijk uit intensief beheerd grasland en het erf van Nijkerkerweg 145 waar opgaand groen, zoals coniferen, groeit, zie Figuur 9. Deze terreinen hebben geen natuurfunctie. Alleen binnen het erf zijn door het opgaand groen dekkingsmogelijkheden aanwezig. Het aangrenzende plangebied bestaat uit de autoweg en fietspaden van de Nijkerkerweg. Gelet op de verstoring en kans op aanrijding ter hoogte van de autoweg, vormt de GO geen ideaal leefgebied van de kamsalamander.

Figuur 9 Plangebied, bestaande uit intensief beheerd grasland (linker figuur,) en het erf van Nijkerkerweg 145 (rechter figuur) vormen onderdeel van de GO

Versterkingsmaatregelen Voor het verbeteren van het leefgebied van kamsalamander dient rekening gehouden te worden met de huidige risico’s voor deze soort en het potentiële leefgebied. Gelet op de risico’s van verstoring en aanrijding ter hoogte van de Nijkerkerweg, worden binnen het overlappende GO-gebied versterkingsmaatregelen ten gunste van de kamsalamander afgeraden. 14

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

Binnen het huidige waterbergingsgebied zijn maatregelen getroffen ten gunste van het leefgebied van kamsalamander. Tijdens het veldbezoek is echter geconcludeerd dat door het gebrek aan landschapselementen relatief weinig dekkingsmogelijkheden aanwezig zijn. Door het relatief vlakke terrein worden jaarrond droge verblijfsmogelijkheden niet verwacht. Het potentieel leefgebied kan daarom geoptimaliseerd worden. Hierbij kan gedacht worden aan het volgende: • Houtwal (zie voorbeeld in Figuur 10), bestaande uit een grondlichaam met inheemse soorten, zoals eik en meidoorn, realiseren. In het zandlichaam kan de kamsalamander naar verwachting jaarrond droge verblijfplaatsen vinden, zoals muizenholen. Deze droge plekken zijn voornamelijk gedurende de kwetsbare overwinteringsperiode van belang. Ook vormen houtwallen geschikt leefgebied van prooidieren, zoals slakken, insecten en wormen. Voor een robuuste overwinteringsplaats wordt geadviseerd om een houtwal van ten minste 50 meter aan te leggen. Dit hoeft geen aaneengesloten houtwal te zijn. Wel dient de houtwal in contact te staan met bestaande landschapselementen zoals een houtsingel. • Takkenril (zie voorbeeld in Figuur 10), bestaande uit inheemse soorten, vormt dekkingsmogelijkheden waar kamsalamander kan verblijven. Een takkenril biedt in vergelijking tot een houtwal geen jaarrond droge verblijfsmogelijkheden.

Een takkenril vormt naast een leefgebied voor de kamsalamander ook geschikt leefgebied voor prooidieren van de kamsalamander, zoals slakken, insecten en wormen. Een combinatie van versterkingsmaatregelen vergroot de kans op acceptatie van het terrein, waarbij een duurzame populatie zich kan ontwikkelen. In Figuur 11 is weergegeven waar de versterkingsmaatregelen uitgevoerd kunnen worden.

Figuur 10 Voorbeelden van versterkingsmaatregelen voor de kamsalamander. Figuur links: Houtwal. Figuur rechts: Takkenril

15

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

Figuur 11 Interessante locatie voor de versterkingsmaatregelen (houtwal en/of takkenril)

Overige maatregelen Wanneer kamsalamanders het land op trekken kunnen ze de nabijgelegen Nijkerkerweg oversteken en overreden worden. Om dit conflict zo goed als mogelijk te voorkomen, wordt geadviseerd om ter hoogte van de Nijkerkerweg een amfibieënraster te plaatsen, zie Figuur 12 en Figuur 13. Dit amfibieënraster kan aansluiten op het kunstwerk ter hoogte van de Esvelderbeek, waar ook een amfibieënpassage gerealiseerd kan worden. Gelet op de huidige situatie (zie Figuur 14) is mogelijk al een verbinding aanwezig. Door een passage in het kunstwerk kunnen kamsalamanders zich via het land verplaatsen tussen de west- en oostzijde van de Nijkerkerweg. Verwacht wordt dat voor de ontwikkelingen in het kader van het nieuwbouwproject Bloemendal ook versterkingsmaatregelen getroffen worden aan de oostzijde van de Nijkerkerweg. Het kan daarom noodzakelijk zijn om in de toekomst ook aan de oostzijde van de Nijkerkerweg een amfibieënraster te plaatsen.

Figuur 12 Amfibieënraster

16

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

Figuur 13 Locatie van het amfibieënraster ter hoogte van de Nijkerkerweg en het waterbergingsgebied (leefgebied kamsalamander)

Figuur 14 Het kunstwerk ter hoogte van de Esvelderbeek en Nijkerkerweg vormt mogelijk een geschikte passage waar kamsalamander zich via het land kan bewegen tussen leefgebieden ten westen en oosten van de Nijkerkerweg

17

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

5

Beschermde soorten

5.1

Methodiek

Er zijn een bureauonderzoek en een veldbezoek uitgevoerd naar de beschermde soorten. Voor actuele waarnemingen van beschermde soorten is gebruik gemaakt van de verspreidingsgegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van de afgelopen vijf jaar (april 2019 – april 2024). In een kilometerhok rondom het plangebied is onderzocht welke soorten zijn waargenomen. Aanvullend is door middel van www.verspreidingsatlas.nl onderzocht of het plangebied binnen het verspreidingsgebied van beschermde soorten ligt. Ook zijn actuele onderzoeksgegevens (<3 jaar) geraadpleegd (Arcadis, 2022). De bevindingen van het bureauonderzoek vormen input voor het veldbezoek. Het veldbezoek is uitgevoerd op 1 maart 2024 door J. Osterthun, ecoloog van Arcadis. De weersomstandigheden waren als volgt: 5°C, onbewolkt en een windkracht van 3 Bft. Voor dit veldbezoek is geen toestemming geregeld voor het betreden van het terrein van Nijkerkerweg 145. Omdat de bomen en struiken op het terrein van Nijkerkerweg 145 vanaf de Nijkerkerweg niet volledig te inspecteren waren is aanvullende inspectie uitgevoerd op 3 juni 2025. De weersomstandigheden waren als volgt: 17°C, licht bewolkt en een windkracht van 1-2 Bft. Tijdens de veldbezoeken is een habitatgeschiktheidsbeoordeling uitgevoerd.

Hierbij is op basis van de uitkomsten van het bureauonderzoek en de fysieke kenmerken van het plangebied een indicatie gegeven van het mogelijk voorkomen van beschermde plant- en diersoorten. Hierbij is onderzocht of mogelijke standplaatsen, verblijfplaatsen, voortplantingsplaatsen of leefgebieden binnen of in de directe omgeving van het ingreepgebied (kunnen) worden aangetast. Bij (mogelijke) aanwezigheid van een beschermde soort is vervolgens bepaald of negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden aan de orde zijn. Als negatieve effecten uitgesloten zijn, zijn verdere vervolgstappen niet nodig. Indien mogelijk wel sprake is van een negatief effect, is getoetst of en zo ja, welke verbodsbepaling van de Ow mogelijk overtreden worden. Indien mogelijk een conflict met een verbodsbepaling plaatsvindt, volgt hieruit een beschrijving van de vervolgstappen die getroffen moeten worden om overtreding te voorkomen.

5.2

Resultaten

In tabel 1 zijn de resultaten van bureauonderzoek en het veldbezoek behandeld. Tabel 1 Voorkomen en functie leefgebied van beschermde soorten binnen het plangebied per relevante soortgroep Soortgroep Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat Conclusie Flora

Bureauonderzoek Binnen het plangebied en de omgeving zijn geen waarnemingen bekend van beschermde plantensoorten (NDFF). Het plangebied ligt in het verspreidingsgebied van stijve wolfsmelk (verspreidingsatlas.nl). Het plangebied grenst aan het verspreidingsgebied van glad biggenkruid (verspreidingsatlas.nl). Stijve wolfsmelk komt voor op akkers, bosranden (langs rivierdalbossen), heggen, kapvlakten, waterkanten (slootkanten), bermen en dijken (verspreidingsatlas.nl). Glad biggenkruid komt voor op akkers (graanakkers en akkerranden), zeeduinen (laag blijvend duingrasland), bermen (open plekken en pas ingezaaide bermen) en grasland (verspreidingsatlas.nl). Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde planten aangetroffen. De berm en graslanden binnen het plangebied bestaan uit intensief beheerd grasland en hebben gelet op de relatief dichte en eentonige grasmat een voedselrijk

18

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

Aanwezigheid van beschermde planten is uitgesloten.

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat

Conclusie

karakter. Extensief beheerde delen, waar soorten zoals stijve wolfsmelk en glad biggenkruid voor kunnen komen, ontbreken.

Figuur 15 Intensief beheerd grasland binnen het plangebied heeft een voedselrijk karakter en vormt geen geschikte groeiplaats van beschermde plantensoorten Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode)

Bureauonderzoek In de omgeving van het plangebied zijn broedvogels waargenomen, zoals aalscholver, appelvink, ekster, koolmees en zwarte kraai (NDFF). De meeste broedvogels kunnen, gelet op het vlieggedrag, relatief grote afstanden afleggen en kennen nagenoeg geen barrières. Hierdoor is het voor de meeste broedvogels niet mogelijk om aanwezigheid op basis van het bureauonderzoek uit te sluiten. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn broedvogels waargenomen, zoals zwarte kraai, houtduif, koolmees, ekster, wilde eend en roodborst. Er zijn geen nesten aangetroffen, maar deze zijn op basis van het veldbezoek niet uitgesloten. Wat betreft broedvogels is het volgende vastgesteld: • Binnen de berm zijn geen dekkingsmogelijkheden waar broedvogels kunnen broeden. Ook gelet op verstoring, afkomstig van het fietspad en het autoverkeer, zijn nestmogelijkheden binnen de berm uitgesloten. • De bomen binnen het plangebied vormen een potentiële nestplaats van broedvogels, zoals zwarte kraai, houtduif en ekster. Bij een enkele boom is ook een nestkast aanwezig, waarin broedvogels, zoals koolmees en pimpelmees, kunnen broeden. • In de aangrenzende tuinen zijn struiken/hagen aanwezig waar ook broedvogels, zoals merel, houtduif, ekster en roodborst, kunnen broeden. • Binnen het plangebied kan gefoerageerd worden door broedvogels, zoals zwarte kraai, ekster en houtduif.

Als er aangereden dieren (bijvoorbeeld insecten, muizen, egels) aanwezig zijn, kan ook op de weg en het fietspad gefoerageerd worden door broedvogels zoals merel, zwarte kraai en ekster.

Broedvogels (nest jaarrond beschermd)

19

Bureauonderzoek In de omgeving van het plangebied zijn broedvogels met jaarrond beschermd nest aangetroffen, zoals buizerd, gierzwaluw, huismus, kerkuil en steenuil (NDFF). De meeste broedvogels kunnen, gelet op het vlieggedrag, relatief grote afstanden afleggen en kennen nagenoeg geen barrières. Hierdoor is het

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode) komen voor binnen het plangebied. De houtsingels binnen het plangebied en het opgaand groen in de omgeving kunnen gebruikt worden als nestplaats voor broedvogels, zoals zwarte kraai, houtduif en koolmees. Binnen het plangebied kan gefoerageerd worden door broedvogels zoals zwarte kraai en houtduif.

Broedvogels met jaarrond beschermd nest komen voor binnen het plangebied.

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat voor de meeste broedvogels niet mogelijk om aanwezigheid op basis van het bureauonderzoek uit te sluiten. Uit actuele onderzoeksgegevens blijkt het volgende: • Jaarrond beschermde nesten in bomen zijn niet vastgesteld (Arcadis, 2021). Dit kan inmiddels veranderd zijn. • Ter hoogte van Nijkerkerweg 132 is een territorium van steenuil vastgesteld, zie Figuur 16. Het plangebied ligt naar verwachting (deels) binnen het territorium (Arcadis, 2022). • Het opgaand groen binnen het erf van Nijkerkerweg 139 maakt onderdeel uit van het leefgebied van huismus (Arcadis, 2022), zie Figuur 17.

Conclusie Aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten is uitgesloten. Hier kan gebroed worden door broedvogels, zoals buizerd en sperwer. Het erf van Nijkerkerweg 139 vormt onderdeel van het leefgebied van huismus. Ter hoogte van Nijkerkerweg 139 is een territorium van steenuil aanwezig. Het plangebied vormt mogelijk onderdeel van het foerageergebied. Binnen het gehele plangebied kan gefoerageerd worden door broedvogels, zoals buizerd, huismus, sperwer en steenuil.

Figuur 16 Ligging territorium steenuil binnen rode cirkel (Arcadis, 2022) ten opzichte van het plangebied (gele stippellijn)

Figuur 17 Bewegingen van huismussen (oranje pijlen) tussen opgaand groen (donkergroen) en bebouwing ter hoogte van Nijkerkerweg 126, 128 en 139 (Arcadis, 2022) Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn ten oosten van het plangebied twee overvliegende buizerds waargenomen. Wat betreft broedvogels met jaarrond beschermd nest is het volgende vastgesteld:

20

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat • •

• •

Conclusie

In de bomen binnen het plangebied (zie Figuur 18) en de omgeving (<75 meter) zijn geen potentiële nestplaatsen van buizerd, havik, sperwer, boomvalk en ransuil aangetroffen; aanwezigheid is uitgesloten. De bomen en struiken op het terrein van Nijkerkerweg 145 (zie Figuur 18) kunnen functioneren als roestplaats van ransuil. Tijdens de veldbezoeken zijn geen individuen en uitwerpselen zoals krijtsporen en braakballen waargenomen. Frequent gebruik van de bomen en struiken als roestplaats is daarmee uitgesloten. Er is daarom geen sprake van een essentiële functie. Binnen het plangebied kan gefoerageerd worden. Zo kan binnen de weg gefoerageerd worden door buizerd wanneer bijvoorbeeld aangereden dieren op de weg of in de berm liggen. Gelet op de omgeving De steenuil, die ter hoogte van Nijkerkerweg 132 verblijft, kan binnen het kort-gemaaide grasland van het plangebied foerageren naar bijvoorbeeld kevers, wormen en muisachtigen.

Figuur 18 Opgaand groen binnen het plangebied, zoals de coniferen op het terrein van Nijkerkerweg 145, zijn onderzocht op aanwezigheid van (potentieel) jaarrond beschermde nesten van broedvogels zoals buizerd, boomvalk, havik, ransuil en sperwer en roestplaatsen van ransuil Grondgebonden zoogdieren

21

Bureauonderzoek Grondgebonden In de omgeving van het plangebied zijn grondgebonden zoogdieren aanwezig, zoogdieren komen zoals boommarter, bosmuis, bunzing, das, eekhoorn, egel, haas, huisspitsmuis, (mogelijk) voor binnen konijn, ree, rosse woelmuis, steenmarter en vos (bron: NDFF). Het plangebied het plangebied. ligt ook binnen het verspreidingsgebied van aardmuis, bunzing, huismuis, dwergspitsmuis, veldmuis en wezel (verspreidingsatlas.nl). Aanwezigheid van Het plangebied andere grondgebonden zoogdieren is op basis van de bureaustudie functioneert mogelijk als uitgesloten. verblijfplaats van algemeen voorkomende Veldbezoek muisachtigen. Tijdens het veldbezoek zijn hazen waargenomen in de graslanden ten oosten van het plangebied. Van andere grondgebonden zoogdieren zijn geen Grondgebonden individuen of sporen waargenomen. Wat betreft grondgebonden zoogdieren is zoogdieren zoals het volgende vastgesteld: boommarter, bunzing, • Het plangebied bestaat uit wegen, intensief beheerde bermen en een deel steenmarter, wezel, van het erf van Nijkerkerweg 139 en 145. Binnen het plangebied is relatief eekhoorn, vos en egel weinig dekking aanwezig en vindt relatief veel verstoring plaats door kunnen voorkomen. Het weggebruikers, bijvoorbeeld fietsers. Het plangebied vormt daarom geen geschikt leefgebied van grondgebonden zoogdieren, zoals bunzing, das, plangebied heeft echter

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat

• •

•

•

•

haas, konijn, ree. Deze soorten kunnen zich wel via het plangebied verplaatsen tussen leefgebied aan weerszijden van het plangebied. Binnen het plangebied en de omgeving (<75 meter) zijn geen (potentiële) verblijfplaatsen van eekhoorn en boommarter/steenmarter (holen en kasten) in bomen aangetroffen. De eekhoorn is afhankelijk van relatief grote bomen als verbinding tussen leefgebieden. Gelet op het ontbreken van (potentiële) verblijfplaatsen binnen het plangebied en de omgeving, is het uitgesloten dat het plangebied een essentiële functie als verbinding heeft. Binnen het plangebied zijn geen gebouwen, rommelhoekjes of holen (in bomen) aangetroffen, aanwezigheid van verblijfplaatsen van boommarter, steenmarter, bunzing, vos, egel is daarom uitgesloten. Gelet op de minimale aanwezigheid van dekkingsmogelijkheden en de erven in de omgeving, waar ook gefoerageerd kan worden, is het uitgesloten dat het plangebied essentieel foerageergebied vormt. In de berm is een enkel hol van een muisachtigen aangetroffen. Als hier verblijft wordt, zal de berm onderdeel vormen van het foerageergebied. Gelet op het intensieve beheer van de berm, waardoor dekkingsmogelijkheden zo goed als ontbreken, wordt niet verwacht dat het plangebied een essentiële functie als leefgebied heeft. De wezel kan voorkomen binnen plangebied.

Gelet op het intensieve beheer van de bermen van de Nijkerkerweg ontbreken dekkingsmogelijkheden is aanwezigheid van verblijfplaatsen uitgesloten. Binnen de erven zijn geen holen en andere dekkingsmogelijkheden aangetroffen waar verblijft kan worden. Ook hier is aanwezigheid van verblijfplaatsen uitgesloten. Wel kan gefoerageerd worden binnen het plangebied. Gelet op de minimale aanwezigheid van dekkingsmogelijkheden en de erven in de omgeving, waar ook gefoerageerd kan worden, is het uitgesloten dat het plangebied essentieel foerageergebied vormt.

Figuur 19 Erf van Nijkerkerweg 139 vormt mogelijk onderdeel van het leefgebied van muisachtigen, wezel, steenmarter, vos en egel

22

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

Conclusie geen essentiële functie voor deze grondgebonden zoogdieren.

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat

Conclusie

Figuur 20 Coniferen op de rand van het plangebied, ter hoogte van Nijkerkerweg 145, waar aanwezigheid van verblijfplaatsen van eekhoorn en boommarter niet uitgesloten is Vleermuizen

Bureauonderzoek In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis (bron: NDFF). Het plangebied ligt ook binnen het verspreidingsgebied van franjestaart, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en watervleermuis (verspreidingsatlas).

Binnen het plangebied kunnen vleermuizen voorkomen.

Het plangebied heeft geen functie als verblijfplaatsen. Wel kunnen mogelijk voorkomende Uit actuele onderzoeksgegevens (Arcadis, 2022) blijkt dat gewone vleermuissoorten dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis in de (gewone dwergvleermuis, omgeving van het plangebied voorkomen. laatvlieger, rosse vleermuis, ruige Veldbezoek dwergvleermuis, Tijdens het veldbezoek zijn vleermuizen en/of sporen waargenomen. Wat franjestaart, gewone betreft vleermuizen is het volgende vastgesteld: grootoorvleermuis, • In de bomen binnen het plangebied en de directe omgeving zijn geen holten meervleermuis en aanwezig; aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende watervleermuis) het vleermuissoorten is uitgesloten. plangebied gebruiken als • Binnen het plangebied en de directe omgeving zijn geen gebouwen vliegroute en aanwezig; aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende foerageergebied. vleermuissoorten is uitgesloten. • De bomen binnen het plangebied vormen een lijnvormige verbinding waarlangs vleermuizen zich kunnen bewegen. In de luwte van de bomen kan ook gefoerageerd worden. Aanwezigheid van vliegroutes en foerageergebied is niet uitgesloten. Lichtschuwe vleermuissoorten, zoals gewone grootoorvleermuis en watervleermuis, worden gelet op verlichting binnen het plangebied niet verwacht, maar aanwezigheid kan niet op voorhand worden uitgesloten.

Rekening wordt gehouden met aanwezigheid van de vleermuissoorten die conform bureauonderzoek voorkomen.

23

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat

Conclusie

Figuur 21 Bomen aan weerszijde van de Nijkerkerweg vormen een lijnvormig element waarlangs vleermuizen zich langs kunnen bewegen en waar gefoerageerd kan worden Reptielen

Bureauonderzoek: In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van hazelworm, muurhagedis (niet wild) en levendbarende hagedis (bron: NDFF). Het plangebied ligt ook binnen het verspreidingsgebied van ringslang (verspreidingsatlas.nl).

Reptielen kunnen incidenteel voorkomen. Aanwezigheid van essentieel leefgebied is uitgesloten.

Veldbezoek: Tijdens het veldbezoek zijn geen reptielen en/of sporen waargenomen. Wat betreft reptielen is het volgende geconcludeerd: • Het plangebied bestaat uit wegen, intensief beheerde bermen en erven. Hier is weinig tot geen dekking aanwezig en vindt relatief veel verstoring plaats door weggebruikers, bijvoorbeeld fietsers. Het plangebied vormt daarom geen geschikt leefgebied van reptielen. Ook gelet op de agrarische omgeving die intensief beheerd wordt, is aanwezigheid essentieel leefgebied uitgesloten. Incidenteel voorkomen is niet uitgesloten. Amfibieën

Bureauonderzoek In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van bastaardkikker, bruine kikker, kleine watersalamander en poelkikker (bron: NDFF). Het plangebied ligt ook binnen het verspreidingsgebied van heikikker en rugstreeppad (verspreidingsatlas.nl). Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën en/of sporen waargenomen. Wat betreft amfibieën is het volgende geconcludeerd: • Het plangebied bestaat uit wegen, intensief beheerde bermen en een deel van het erf van Nijkerkerweg 139. Hier is weinig tot geen dekking aanwezig en vindt relatief veel verstoring plaats door weggebruikers, bijvoorbeeld fietsers. Het plangebied vormt daarom geen geschikt leefgebied van amfibieën. Ook gelet op de voornamelijk agrarische omgeving, die intensief beheerd wordt, is aanwezigheid van amfibieën niet aannemelijk. Wel kan het plangebied onderdeel zijn van een verbinding tussen leefgebied. • In de omgeving van het noordelijk deel van het plangebied is een waterbergingsgebied gerealiseerd waar maatregelen zijn getroffen ten gunste van onder andere de kamsalamander, zie Figuur 7. Binnen deze poelen de directe omgeving is nog relatief weinig groen ontwikkeld.

24

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

Amfibieën komen mogelijk binnen plangebied voor. Het plangebied functioneert mogelijk als onderdeel van een verbinding tussen leefgebieden (bijvoorbeeld het waterbergingsgebied ten noorden van het plangebied). Andere functies zijn niet aanwezig.

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat

Conclusie

Deze poelen vormen daarom nog geen ideaal leefgebied. Algemeen voorkomende, niet-kritische, amfibieënsoorten, zoals gewone pad, bruine kikker, kleine watersalamander en bastaardkikker, worden hier al wel verwacht. Aanwezigheid van minder algemene, kritische, amfibieënsoorten, zoals poelkikker, heikikker, kamsalamander en rugstreeppad, is niet aannemelijk maar kan op basis van deze QuickScan niet worden uitgesloten.

Figuur 22 Waterbergingsgebied ten noorden van het plangebied waar ook maatregelen zijn getroffen ten gunste van kamsalamander Vissen

Bureauonderzoek Binnen het plangebied en de omgeving zijn geen waarnemingen van beschermde vissen bekend (bron: NDFF). Het plangebied ligt niet binnen het verspreidingsgebied van beschermde vissen (verspreidingsatlas.nl).

Vissen komen niet voor.

Veldbezoek Binnen het plangebied is geen jaarrond waterhoudend oppervlaktewater aanwezig. Hierop gelet is aanwezigheid van vissen uitgesloten.

Ongewervelden

Bureauonderzoek In de omgeving van het plangebied is aanwezigheid van grote vos vastgesteld (bron: NDFF). Het plangebied ligt ook binnen het verspreidingsgebied van teunisbloempijlstaart, gevlekte witsnuitlibel en platte schijfhoren (verspreidingsatlas.nl). Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde ongewervelden waargenomen. Wat betreft beschermde ongewervelden is het volgende vastgesteld: • Het plangebied bestaat uit wegen, intensief beheerde bermen en een deel van het erf van Nijkerkerweg 139. Potentieel geschikte leefgebied zoals extensief beheerde graslanden met kruidenvegetatie en oppervlaktewater ontbreken. De eiken binnen het plangebied vormen geen waardplant van mogelijk voorkomende vlindersoorten. Gelet op deze bevindingen is essentieel leefgebied beschermde ongewervelden uitgesloten. • Gelet op het vlieggedrag van grote vos, teunisbloempijlstaart en gevlekte witsnuitlibel is incidenteel voorkomen niet uitgesloten.

25

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

Beschermde ongewervelden zoals grote vos, teunisbloempijlstaart en gevlekte witsnuitlibel kunnen incidenteel voorkomen. Aanwezigheid van essentieel leefgebied van beschermde ongewervelden is uitgesloten.

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

5.3

Effectenanalyse

In Tabel 2 is per soortgroep voor de (mogelijk) aanwezige soorten, op basis van de conclusie in de vorige paragraaf, een beschrijving gegeven van mogelijke effecten als gevolg van het voornemen, zoals beschreven in hoofdstuk 2.2. Tabel 2 Mogelijke effecten per soortgroep als gevolg van werkzaamheden Soortgroep

Mogelijke effecten

Toetsing vereist?

Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode)

Nesten Het verwijderen van bomen en struiken gedurende de broedperiode leidt mogelijk tot directe aantasting en verstoring van de nestplaats en verwonding en/of sterfte van het broedsel van bijvoorbeeld zwarte kraai, houtduif en koolmees.

Ja

Als opgaand groen buiten de broedperiode verwijderd wordt, zal dit mogelijk leiden tot een afname van nestmogelijkheden. De bomen binnen de aangrenzende erven blijven echter behouden, waardoor verschillende nestmogelijkheden in de omgeving te vinden zijn. Hierop gelet zijn negatieve effecten op het aanbod aan nestmogelijkheden te verwaarlozen. Foerageergebied Het bouwrijp maken van het plangebied leidt mogelijk tot aantasting van foerageergebied van broedvogels, zoals zwarte kraai, houtduif en ekster. Gelet op de verstoring door weggebruikers (fietsers en automobilisten) binnen het plangebied en de aangrenzende erven waar naar verwachting ook gefoerageerd kan worden, zijn negatieve effecten op foerageergebied te verwaarlozen. Broedvogels (nest jaarrond beschermd)

Nesten/roestplaatsen Binnen het plangebied is aanwezigheid van potentiële jaarrond beschermde nestplaatsen uitgesloten. Directe aantasting van nestplaatsen is uitgesloten. Nest- en rustplaats van steenuil is vastgesteld in de schuur op het terrein van Nijkerkweg 132 (> 50 meter van plangebied), buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. Daarom is verstoring van de directe omgeving van de nest- en/of rustplaatsen uitgesloten. Nesten van huismussen zijn (mogelijk) aanwezig in de gebouwen langs de Nijkerkerweg. Deze gebouwen vallen buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. Daken van deze gebouwen, waar de nestplaatsen (mogelijk) zitten, zullen niet beschenen worden. Negatieve effecten op nestplaatsen zijn uitgesloten. Foerageergebied Alleen van de huismus is foerageergebied binnen en in de directe omgeving van het plangebied vastgesteld. Het verwijderen van opgaand groen binnen het erf van Nijkerkerweg 139 leidt tot een afname van dekkingsmogelijkheden van huismus. Binnen het erf van Nijkerkerweg 139 en 145 en erven in de omgeving blijven verschillende groenstructuren aanwezig waar ook dekking gevonden kan worden, zie Figuur 23. Hierop gelet zijn negatieve effecten, als gevolg van het verwijderen van enkele struiken, te verwaarlozen. Het bouwrijp maken van het plangebied leidt mogelijk tot aantasting van foerageergebied van broedvogels, zoals steenuil, buizerd en sperwer.

Gelet op de verstoring door weggebruikers (fietsers en automobilisten) binnen het plangebied en de aangrenzende erven, waar naar verwachting ook gefoerageerd kan worden, zijn negatieve effecten op foerageergebied te verwaarlozen.

26

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

Nee

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

Soortgroep

Mogelijke effecten

Toetsing vereist?

Figuur 23 Dekkingsmogelijkheden van huismus ter hoogte van Nijkerkerweg 126 en 128, in de omgeving van Nijkerkerweg 139 blijven behouden Grondgebonden zoogdieren

Verblijfplaatsen Ja Als gevolg van graafwerkzaamheden in de berm en op het erf van Nijkerkerweg 139 worden mogelijk verblijfplaatsen van muisachtigen aangetast, waarbij mogelijk voorkomende individuen verwond en/of gedood worden. Gelet op het intensieve karakter van het plangebied en de directe omgeving, zijn mogelijke verblijfplaatsen van andere grondgebonden zoogdieren uitgesloten. Als de coniferen op het terrein van Nijkerkerweg 145 verwijderd of aangetast worden, leidt dit mogelijk tot aantasting van verblijfplaatsen muisachtigen. Foerageergebied Als gevolg van hertontwikkeling van het plangebied gaat mogelijk leefgebied van muisachtigen, wezel, steenmarter, boommarter, vos en egel verloren. Het plangebied bestaat echter uit intensief beheerd groen waar weinig tot geen dekking aanwezig is. In de omgeving van het plangebied zijn verschillende erven aanwezig waar opgaand groen aanwezig is en dekking gevonden kan worden. Dit vormt naar verwachting geschikter leefgebied. Hierop gelet is een afname van foerageergebied verwaarloosbaar. Het kappen van de bomen leidt mogelijk tot aantasting van het foerageergebied van eekhoorn. Eekhoorns zullen zich mogelijk meer via de grond moeten gaan verplaatsen tussen leefgebieden, waardoor ze gevoeliger zijn voor verstoring en predatie en de kans op aanrijding toeneemt.

Verbinding Het kappen van de eiken leidt mogelijk tot afbreuk van een verbinding tussen leefgebieden van eekhoorn. Eekhoorns zullen zich mogelijk meer via de grond moeten gaan verplaatsen tussen leefgebieden, waardoor ze gevoeliger zijn voor verstoring en predatie en de kans op aanrijding toeneemt. Als gevolg van de herontwikkeling zal verkeer tijdelijk met aangepaste snelheid gebruik maken van de Nijkerkerweg. Hierdoor neemt de kans op verkeerslachtoffers onder grondgebonden

27

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

Soortgroep

Mogelijke effecten

Toetsing vereist?

zoogdieren, die zich via de grond verplaatsen, tijdelijk af. De nieuwe situatie leidt niet tot een toename van verkeer. De gebruiksfase leidt daarom niet tot een toename van verkeersslachtoffers. Gedurende de realisatiefase blijft het plangebied toegankelijk. Gelet op deze bevindingen zijn effecten op het plangebied als verbinding tussen leefgebieden uitgesloten.

Figuur 24 Opgaand groen in de omgeving van plangebied, ter hoogte van Nijkerkerweg 145, blijft behouden Vleermuizen

Verblijfplaatsen Binnen het plangebied en de directe omgeving zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. Directe aantasting van verblijfplaatsen is uitgesloten.

Ja

Foerageergebied Het verwijderen van opgaand groen leidt mogelijk tot een afname van foerageergebied. Dit heeft mogelijk tot gevolg dat vleermuizen naar minder geschikte foerageergebieden in de omgeving moeten bewegen, waarbij de kans op verstoring en predatie toeneemt. Vliegroutes Het verwijderen van bomen, waarbij gaten ontstaan van meer dan 20 meter, leidt tot aantasting van de potentiële vliegroute. Het gebruik van kunstlicht tussen een half uur voor zonsondergang tot een half uur na zonsopkomst, waarbij de boomkronen beschenen worden, leidt tot verstoring van de potentiële vliegroute. In dit geval zullen vleermuizen zich via andere elementen door het gebied gaan bewegen, waarbij ze mogelijk gevoeliger zijn voor verstoring en predatie. Het gaat om gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, franjestaart, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en watervleermuis Reptielen

Het plangebied heeft geen essentiële functie voor reptielen. Negatieve effecten op een incidenteel voorkomend individu zijn te verwaarlozen.

Amfibieën

Verbinding Nee Als gevolg van de herontwikkeling zal verkeer tijdelijk met aangepaste snelheid gebruik maken van de Nijkerkerweg. Hierdoor neemt de kans op verkeerslachtoffers onder amfibieën tijdelijk af. De nieuwe situatie leidt niet tot een toename van verkeer. De gebruiksfase leidt daarom niet tot een toename van verkeersslachtoffers. Gedurende realisatiefase blijft het plangebied toegankelijk. Gelet op deze bevindingen zijn effecten op het plangebied als verbinding tussen leefgebied uitgesloten.

Ongewervelden

Het plangebied heeft geen essentiële functie voor beschermde ongewervelden. Negatieve effecten op een incidenteel voorkomend individu zijn te verwaarlozen.

28

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

Nee

Nee

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

5.4

Toetsing

5.4.1

Beschermingscategorieën relevante soorten

In Tabel 3 is per soort/soortgroep opgenomen tot welke beschermingscategorie deze behoort. Binnen de provincie Gelderland geldt een vrijstelling voor de binnen het plangebied algemeen voorkomende soorten, zoals egel, muisachtigen, bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander, zie Bijlage A. Deze zijn hieronder daarom niet meegenomen. Dit is ook van toepassing op de mogelijk algemeen voorkomende vissoorten, zoals baars en blankvoorn. Voor deze soorten geldt wel de zorgplicht, zie verder in H 5.5.1. Tabel 3 Beschermingscategorie van de relevante soorten Beschermingscategorie Soort/ soortgroep Vogelrichtlijnsoorten

Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode): o.a. roodborst, houtduif en fazant Broedvogels (nest jaarrond beschermd): buizerd, sperwer, havik, boomvalk of ransuil

Habitatrichtlijnsoorten

Vleermuizen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, watervleermuis, gewone grootoorvleermuis en franjestaart

Andere soorten (niet vrijgesteld)

Eekhoorn, wezel, bunzing, steenmarter en boommarter

29

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

5.4.2

Overtreding verbodsbepalingen

In de onderstaande tabellen is per soort(groep) op basis van de effectbeschrijving in de vorige paragraaf aangegeven welke verbodsbepalingen van de Omgevingswet kunnen worden overtreden als gevolg van de werkzaamheden. Daarbij is geen rekening gehouden met eventueel mogelijke mitigerende maatregelen. Op basis van de uitkomst van deze toetsing is bepaald of en zo ja, welke mitigerende maatregelen nodig zijn. Deze zijn beschreven in de volgende paragraaf. Tabel 4 Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten (art. 5.1, lid 2, onderdeel 9, Omgevingswet). Het verbod geldt voor Vogelrichtlijnsoorten voor de handelingen die in deze tabel zijn aangegeven en die mogelijk wel het gevolg zijn van het initiatief Soort(groep) a b c d Als gevolg van Broedvogels (nest beschermd gedurende X Verwijderen bomen gedurende broedperiode) zoals koolmees, houtduif en broedperiode (maart-augustus, kan door zwarte kraai weersveranderingen en/of andere factoren verschuiven). Het verbod geldt voor Vogelrichtlijnsoorten voor (art.

11.37, lid 1 Besluit activiteiten leefomgeving): a: te doden of te vangen; b: opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; c: eieren te rapen en deze onder zich te hebben; d: opzettelijk te verstoren; verstoring toegestaan indien niet van wezenlijke invloed op de staat van instandhouding.

Tabel 5 Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten (art. 5.1, lid 2, onderdeel 9, Omgevingswet). Het verbod geldt voor Habitatrichtlijnsoorten voor de handelingen die in deze tabel zijn aangegeven en die mogelijk wel het gevolg zijn van het initiatief Soort(groep) a b c d e Als gevolg van Vleermuizen X Verwijderen van bomen, waarbij gaten van 20 meter of Gewone dwergvleermuis, ruige meer ontstaan. dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, watervleermuis, gewone grootoorvleermuis en franjestaart Het verbod geldt voor (art. 11.46, lid 1, Besluit activiteiten leefomgeving): a: het opzettelijk doden of opzettelijk vangen; b: het opzettelijk verstoren; c: het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren; d: het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen; e: het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van beschermde planten.

5.5

Vervolgstappen

5.5.1

Mitigerende maatregelen

In het kader van de Omgevingswet dient rekening gehouden te worden met (mogelijk) voorkomende (beschermde) soorten. Daarnaast dient ook rekening gehouden te worden met de zorgplicht, die ook van toepassing is op nietbeschermde soorten. Op voorhand dienen mitigerende maatregelen getroffen te worden om (mogelijk) negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden te voorkomen. Soortgroep

Soort

Mitigerende maatregelen en conclusie

Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode)

Bijvoorbeeld koolmees, houtduif en zwarte kraai

Mitigerende maatregelen: • Voer werkzaamheden uit buiten de broedperiode (maart t/m augustus, dit kan door weersveranderingen en andere factoren verschuiven). • Als binnen broedperiode gewerkt wordt: Verwijder potentiële nestplaatsen voor aanvang van de broedperiode door opgaand groen, zoals ruigte, te verwijderen. Broedvogelinspectie: voor aanvang van de werkzaamheden wordt door een deskundig ecoloog gecontroleerd of nestplaatsen aanwezig en in gebruik zijn. Indien aanwezig, kunnen werkzaamheden ter hoogte van de nestplaats pas starten na de broedperiode. Exacte maatregelen worden nader bepaald.

30

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

Soortgroep

Vleermuizen

Soort

Gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, franjestaart, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en watervleermuis

Mitigerende maatregelen en conclusie Conclusie: Als mitigerende maatregelen getroffen worden, leiden de werkzaamheden niet tot aantasting van nestplaatsen en verwonden en/of doden van individuen en broedsels. Conflict met art. 11.37, lid 1a vindt niet plaats; een vergunningplicht is niet aan de orde. Mitigerende maatregelen: • Voorkom het gebruik van kunstlicht tussen half uur voor zonsondergang tot een half uur na zonsopkomst. • Voorkom gaten van 20 meter of meer. Gelet op het huidige ontwerp, ontstaan gaten van meer dan 20 meter. In dit geval is aanvullend onderzoek vereist. Conclusie: Conform huidig ontwerp zijn mitigerende maatregelen onvoldoende toereikend om negatieve effecten op vliegroute en foerageergebied van vleermuizen te voorkomen.

Zorgplicht Naast beschermde soorten dient conform de zorgplicht ook rekening gehouden te worden met vrijgestelde soorten (bijvoorbeeld haas, konijn, muisachtigen, gewone pad, bruine kikker): • Voorkom bij werkzaamheden dat dieren ingesloten worden of richting een weg lopen waar ze aangereden kunnen worden. Werk daarom richting bosschages en houtsingels. • Bij het uitvoeren van werkzaamheden niet langer dan noodzakelijk op de locatie blijven. • Als een soort niet op eigen kracht het werkterrein kan verlaten, dient een deskundig ecoloog betrokken te worden. Door de deskundig ecoloog worden de noodzakelijke vervolgstappen bepaald.

5.5.2

Aanvullend soortgericht onderzoek

Het uitgangspunt van de voorgestelde mitigerende maatregelen is dat negatieve effecten op beschermde soorten voorkomen worden. Wat betreft boomvalk, buizerd, havik, sperwer of ransuil, wezel, ringslang, heikikker, kamsalamander, poelkikker en rugstreeppad zijn de mitigerende maatregelen onvoldoende toereikend om negatieve effecten te voorkomen; aanvullend soortgericht onderzoek is noodzakelijk om essentiële functies vast te stellen, dan wel uit te sluiten. In Tabel 7 zijn de relevante soort(groep)en opgenomen en de specificaties van de onderzoeksinspanning. Als op basis van dit soortgericht onderzoek aanwezigheid is vastgesteld, wordt nogmaals bekeken of de voorgestelde mitigerende maatregelen voldoende zijn om negatieve effecten, als gevolg van de ontwikkeling, te voorkomen. Tabel 6 Specificatie van het aanvullend soortgericht onderzoek Soortgroep Soort Onderzoek uitvoeren conform

Onderzoeksinspanning:

Vleermuizen

•

31

Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, watervleermuis, gewone grootoorvleermuis en franjestaart.

Vleermuisprotocol 2021

• • •

•

Twee gerichte veldbezoeken, gericht op vliegroutes en foerageergebied. Tussen 15 mei en 15 september. Ten minste 8 weken tussen de veldbezoeken. Eén veldbezoek gedurende de kaamperiode (15 mei t/m 15 juli). Ten minste drie onderzoekers.

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

6

Conclusie

6.1

Beschermde gebieden; Natura 2000

Mogelijke negatieve effecten als gevolg van een toename van stikstof dienen onderzocht te worden aan de hand van een Aerius-berekening. Als uit deze berekening blijkt dat negatieve effecten als gevolg van stikstof niet plaatsvinden, zijn verdere vervolgstappen niet aan de orde. Als wel sprake is van een toename van stikstofdepositie als gevolg van het project, dan zullen maatregelen bepaald moeten worden om emissie te reduceren. Negatieve effecten als gevolg van ruimtebeslag, verstoring door licht, geluid en trillingen en vervuiling door oppervlaktewater zijn uitgesloten.

6.2

Beschermde gebieden; Gelders Natuurnetwerk & Groene ontwikkelingszone

Het plangebied overlapt met de Groene Ontwikkelingszone. In het noorden van het plangebied is een waterbergingsgebied gerealiseerd, waarbij ook rekening gehouden is met de ecologische verbinding met als doelsoort kamsalamander. Provincie Gelderland heeft verzocht rekening te houden met versterkingsmaatregelen conform model kamsalamander. Hierbij kan gedacht worden aan het realiseren van een houtwal en/of takkenril, waarbij een verbinding gezocht moet worden met bestaande landschapselementen. Ook dient rekening gehouden te worden met het aanrijdingsrisico ter hoogte van de Nijkerkerweg, waarbij een faunapassage met amfibieënraster mogelijk uitkomst biedt. Het plangebied overlapt niet met het GNN. Externe werking wordt binnen de provincie Gelderland niet getoetst; aanvullende vervolgstappen zijn niet aan de orde.

6.3

Beschermde soorten

Binnen het plangebied komen mogelijk beschermde soorten voor. Gelet op het voornemen dient rekening gehouden te worden met negatieve effecten op beschermde soorten, zoals: • Broedvogels (nest gedurende broedperiode beschermd): bijvoorbeeld koolmees, houtduif en zwarte kraai. • Vleermuizen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, watervleermuis, gewone grootoorvleermuis en franjestaart. Voor broedvogels (nest gedurende broedperiode beschermd) en ook voor algemeen voorkomende niet-beschermde soorten (bijvoorbeeld haas en muisachtigen) dienen mitigerende maatregelen getroffen te worden. Aanvullend onderzoek naar broedvogels (nest jaarrond beschermd), grondgebonden zoogdieren en vleermuizen is noodzakelijk om de aanwezigheid van essentiële functies vast te stellen, dan wel uit te sluiten. Op basis van de bevindingen van dit aanvullende onderzoek kan worden bepaald of sprake is van een conflict met één of meerdere verbodsbepalingen van de Omgevingswet. Zo ja, dan zijn de werkzaamheden vergunningsplichtig. Let op: • De mitigerende maatregelen (zie H 5.5.1) geven een eerste inzicht in de maatregelen die getroffen dienen te worden om conflict met verbodsbepalingen van de Ow te voorkomen. Als van de mitigerende maatregelen afgeweken wordt, vindt mogelijk conflict plaats met één of meerdere verbodsbepalingen.

• Onderzoeksgegevens, zoals gebruikt in deze QuickScan, zijn drie jaar geldig. Na drie jaar dienen onderzoeksgegevens geactualiseerd te worden.

32

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

7

Bronnen

Arcadis, 2021. Actualisatie QuickScan ecologie Nijkerkerweg. Ref. D10036328:26. D.d. 26 juli 2021 Arcadis, 2022. Soortgericht onderzoek Bloemendal fase 2a en 2b. Ref. D10044065:42. D.d. 9 maart 2022 Netwerk Groene Bureaus, 2021. Vleermuisprotocol 2021 Provincie Gelderland, 2024. Ecologisch advies Ontwerpbestemmingsplan Bloemendal IIA. D.d. 17 januari 2024 Websites: • www.natura2000.nl/ > interactieve kaart Natura 2000. Geraadpleegd op 26 april 2024. • Provincie Gelderland: www.gelderland.nl > interactieve kaart GNN en GO. Geraadpleegd op 26 april 2024. • NDFF: www.ndff.nl > waarnemingen beschermde soorten. Geraadpleegd op 28 april 2024. • www.verspreidingsatlas.nl > verspreidingsgegevens beschermde soorten. Geraadpleegd op 28 april 2024.

33

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7348:1.0 - Datum: 22 augustus 2025 - Internal

QUICKSCAN ECOLOGIE - NIJKERKERWEG BARNEVELD

Bijlage A Wettelijke kader Omgevingswet De Omgevingswet is op1 januari 2024 in werking getreden. De wet is in plaats van de Wet natuurbescherming gekomen. De Omgevingswet wordt door het Rijk verbeeld als een gebouw in aanbouw en bestaat uit een hoofdspoor, een invoeringsspoor en een aanvullingsspoor. Het hoofdspoor bestaat uit: • De Omgevingswet. • De vier Algemene Maatregelen van Bestuur: – het Omgevingsbesluit; – Besluit kwaliteit leefomgeving; – Besluit activiteiten leefomgeving; – Besluit bouwwerken leefomgeving. • De Omgevingsregeling. Het invoeringsspoor bestaat uit de bestaande wetten en regels die onderdeel worden van ‘het nieuwe gebouw’ en bestaat uit: • De Invoeringsregeling. • Het Invoeringsbesluit. • De Invoeringswet. Tot slot bestaat het aanvullingspoor uit de beleidsontwikkelingen op het gebied van natuur, bodem, geluid en grondeigendom, die uiteindelijk opgaan in het hoofdspoor. De onderdelen zijn • Aanvullingsregelingen. • Aanvullingsbesluiten. • Aanvullingswetten.

De fundering van de nieuwe Omgevingswet is het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Dat is één digitaal loket, waarin alle wet- en regelgeving over de leefomgeving samenkomt. In het kader van regelgeving rond beschermde soorten zijn met name de Omgevingswet, het Besluit Kwaliteit Leefomgeving en Besluit Activiteiten Leefomgeving van belang. In de navolgende paragrafen is een samenvattende beschrijving van de relevante delen van de wet, besluiten en regelingen gegeven.

Algemene bescherming In het Besluit activiteiten leefomgeving is een zorgplicht ten aanzien van soorten opgenomen. In het algemeen moet voorkomen worden dat bij het doden of vangen van een dier, dat dier onnodig leidt. 1 Verder is aangegeven dat bij flora- en fauna-activiteiten of andere activiteiten, waarbij redelijkerwijs vermoed kan worden dat dit leidt tot nadelige effecten ten aanzien van natuurbescherming, de volgende zaken verplicht zijn: 2 • Neem alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om gevolgen te voorkomen. • Voor zover gevolgen niet kunnen worden voorkomen: beperk die gevolgen zoveel mogelijk of maak deze ongedaan. • Als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: laat de activiteit achterwege, zover dat redelijkerwijs kan worden gevraagd. Voor flora- en fauna-activiteiten geldt specifiek het volgende 3: a. Voorafgaand aan het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid op de locatie of in de directe nabijheid beschermde soorten of voor beschermde soorten leefgebieden of groeiplaatsen aanwezig zijn. b. Als deze aanwijzingen er zijn, wordt vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor beschermde dieren, hun nesten, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor beschermde planten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=53f04745-0233-4def-9f5e-8755a1904821