CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bloemendal IIA_Toelichting_Bijlage 15 Ecologie, activiteitenplan (2025)

Gemeenteraad 8 oktober 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Bloemendal IIA en het Beeldkwaliteitsplan Bloemendal fase IIA21.257 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

29

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

4.2.9

Ringslang

Aanwezigheid van ringslang is niet vastgesteld; negatieve effecten op deze soort als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling kunnen daarom worden uitgesloten. Een toetsing en maatregelen voor het voorkomen/beperken van negatieve effecten zijn daarom niet aan de orde.

4.2.10

Heikikker, poelkikker, kamsalamander en rugstreeppad

Aanwezigheid van heikikker, poelkikker, kamsalamander en rugstreeppad is niet vastgesteld; negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling kunnen daarom worden uitgesloten. Een toetsing en maatregelen voor het voorkomen/beperken van effecten zijn niet aan de orde.

4.3

Beheer en monitoring

4.3.1

Extensief beheer

Voor het optimaal laten functioneren van de aan te leggen- en bestaande landschapselementen voor steenuil, kerkuil en wezel, zoals een poel en houtsingels, is goed beheer van cruciaal belang. Zo is dekking door ruigte noodzakelijk voor verblijfs- en foerageermogelijkheden van wezel maar ook voor de prooidieren (zoals muizen) van steenuil, kerkuil en wezel. Extensief beheer binnen het terrein waar de maatregelen zijn getroffen is daarom noodzakelijk, zie Figuur 15: • • • •

Houtsingel: ruigte binnen de houtsingel niet maaien. Ruigte aan de randen van de aangeplante houtsingel (5 meter vanaf de houtsingel) één keer per jaar maaien volgens de Sinusbeheer (vlinderstichting.nl/sinusbeheer?). De werkwijze wordt verder uitwerkt in een ecologisch werkprotocol Poel: één keer per jaar voor de helft schonen. Oever poel + 3 meter: Eén keer per jaar voor de helft maaien.

Voor het optimaliseren van de biodiversiteit is het noodzakelijk om een maaibalk te gebruiken (klepelen voorkomen) en Sinusbeheer (zie Figuur 16) toe te passen. Dit is van toepassing op extensief beheerde graslanden zoals weergegeven in Figuur 15. Een uitwerking van dit Sinusbeheer zal opgenomen worden in een ecologisch werkprotocol.

30

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

Legenda Fase 2a Noordgrens toekomstige nieuwbouwontwikkeling Bloemendal Extensief beheer Poel; 1 x per jaar 1/2 schonen Extensief beheer omgeving poel en aarde wal; 3 mater vanaf de oever/aarde wal; 1 x per jaar 1/2 maaien Terrein waarbinnnen extensief beheerd grasland (maaien volgens Sinusbeheer) nog verder afgestemd moet worden

Figuur 15 Luchtfoto met het plangebied van nieuwbouwproject Bloemendal en de locatie van de voorzieningen voor het optimaliseren van het leefgebied van steenuil, kerkuil en wezel

Figuur 16 Een voorbeeld van Sinusbeheer op een dijk waarmee biodiversiteit is vergroot; door slingerend maaibeheer ontstaan verschillende microklimaten waar insecten, vogels en zoogdieren van profiteren

Uitvoeringsperiode Bij het beheer wordt rekening gehouden met de kwetsbare periode van de soort(groep)en die mogelijk in het grasland verblijven zoals broedvogels, haas, wezel. Voer de maaiwerkzaamheden uit in september/oktober.

31

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

4.3.2

Monitoring van het beheer

De inspanning van het beheer is afhankelijk van de bodemsoort en de plantensoorten die hier voorkomen. Jaarlijkse monitoring van de terreinen is noodzakelijk om inzichtelijk te krijgen hoe de (water)vegetatie reageert op het beheer en of eventuele aanpassingen aan het beheer noodzakelijk zijn om de gewenste situatie te krijgen.

4.4

Algemene mitigerende maatregelen

Tijdens het bouwrijp maken van het plangebied dient te allen tijde rekening gehouden te worden met; • •

broedvogels waarvan het nest enkel gedurende broedperiode beschermd is (bijvoorbeeld roodborst, kievit en fazant); algemeen voorkomende (en binnen de provincie Gelderland vrijgestelde) grondgebonden zoogdieren (bijvoorbeeld haas en egel) en amfibieën (bijvoorbeeld bastaardkikker, kleine watersalamander, gewone pad en bruine kikker) waarop enkel de Zorgplicht van toepassing is.

In de volgende paragrafen is ingegaan op de te treffen mitigerende maatregelen. Negatieve effecten worden hiermee naar beste kunnen voorkomen/beperkt. Een vergunningslicht is niet aan de orde.

4.4.1

Broedvogels (nest enkel beschermd gedurende broedperiode)

Mitigerende maatregelen voor broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode): • • • • • •

De werkzaamheden vinden bij voorkeur buiten het broedseizoen (globaal maart t/m augustus, maar kan door weersveranderingen en/of andere factoren verschuiven) plaats. Als dit niet mogelijk is, dient: het gras kort (<5 cm) gemaaid te zijn en akkers platgereden, zodat het terrein voor weidvogels (bijvoorbeeld kievit) niet aantrekkelijk is om te gaan nestelen. Daarnaast worden binnen de graslanden vogelwerende maatregelen getroffen, zoals het plaatsen van linten; de start van de werkzaamheden ruim (> 15 dagen) voorafgaand aan de start van het broedseizoen plaats te vinden; uiterlijk drie dagen voorafgaand aan de start van de werkzaamheden een check plaats te vinden op broedgevallen, door een ecologisch deskundige. Bij aanwezigheid van een nestplaats wordt door de deskundig ecoloog nader bepaald welke mitigerende maatregelen getroffen moeten te worden om de nestplaats tijdelijk te ontzien; voorkom van april t/m september open zandhopen met een talud van 1:1 of steiler (potentiële nestplaats oeverzwaluw), of dek deze af met een zeil; gedurende de gehele realisatiefase rekening gehouden worden met broedende vogels in de omgeving van het plangebied. Dat houdt in dat er een verstoringsvrije afstand van tien meter wordt gehandhaafd ter hoogte van struweel en houtsingels (potentiële nestplaats broedvogels).

Indien dit niet mogelijk is kan een broedvogelinspectie uitgevoerd worden om aanwezigheid vast te stellen, dan wel uit te sluiten. Bij aanwezigheid moet de nestplaats gedurende broedperiode ontzien worden. Gedurende de werkzaamheden moet deze inspectie plaatsvinden. De inspanning van de inspectie is afhankelijk van de duur van de werkzaamheden.

4.4.2

Vrijgestelde grondgebonden zoogdieren en amfibieën (Zorgplicht)

Mitigerende maatregelen voor vrijgestelde grondgebonden zoogdieren en amfibieën (Zorgplicht): • • •

32

Voer de werkzaamheden rustig en vanuit één richting (van de openbare weg af) uit. Op deze manier zijn dieren in de gelegenheid om te vluchten naar leefgebied in de omgeving en worden ze niet een weg op gejaagd, waardoor aanrijding met verkeer wordt voorkomen. Houdt de intensief beheerde graslanden kort (<5 cm) en rijd de akkers glad, zodat het voor hazen en andere grondgebonden zoogdieren niet aantrekkelijk is om hier te verblijven. Als een soort tijdens de werkzaamheden wordt aangetroffen en niet op eigen kracht het werkterrein kan verlaten, wordt contact opgenomen met een deskundig ecoloog die de vervolgstappen bepaald.

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

5

Vergunningsaanvraag Flora- en fauna-activiteit

5.1

Aanvraag

Op basis van de bindingen van het soortgericht onderzoek en de te treffen maatregelen is geconcludeerd dat compensatie plaats moeten vinden voor huismus, steenuil, kerkuil en wezel. Dit heeft tot gevolg dat de voorgenomen ingreep vergunningplicht is. Een vergunning voor een flora- en fauna-activiteit wordt aangevraagd voor de volgende verbodsbepalingen: • • • •

Artikel 11.37, lid 1b: Als gevolg van aantasting van nest- en rustplaatsen van huismus bij de gebouwen van Nijkerkerweg 128 Artikel 11.37, lid 1d: Als gevolg van verstoring van huismus bij Nijkerkerweg 128, en steenuil en kerkuil, van toepassing op het gehele plangebied. Artikel 11.54, lid 1a: Als gevolg van verwonden en/of doden van wezel, van toepassing op het gehele plangebied. Artikel 11.54, lid 1a: Als gevolg van aantasting van verblijfplaatsen van wezel, van toepassing op de extensief beheerde delen, zoals ruigtestroken, voornamelijk aanwezig aan de randen van het plangebied.

De gemeente Barneveld is de initiatiefnemer van deze vergunningsaanvraag flora- en fauna-activiteit.

5.2

Belangenonderbouwing

De vergunning wordt aangevraagd in het belang van volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende reden van groot openbaar belang. De woningkrapte in Nederland vormt een actueel probleem wat al decennialang speelt. In Nederland is in 2022 een tekort aan 390.000 woningen. Dat komt neer op ongeveer 5 procent van het totaal aantal woningen, zo is te lezen in de Atlas voor gemeenten 2022 (Businessinsider, 2022). De huidige minister heeft daarom als doelstelling dat tot en met 2030 900.000 nieuwe woningen gebouwd moeten worden (Rijksoverheid, 2022). Ook binnen de gemeente Barneveld wordt volop gebouwd om de woningkrapte tegen te gaan (Gemeente Barneveld, 2022). Een gevolg van deze woningkrapte is dat woningzoekenden stress ervaren en ongelukkiger zijn dan nietwoningzoekenden. Bijna zestig procent van de woningzoekenden ervaart stress of piekergedachten. 16,5 procent van de woningzoekenden blijkt amper geïnteresseerd te zijn in het leven, ten opzichte van 9 procent van de nietwoningzoekenden. Deze psychische problemen kunnen op de langere termijn leiden tot lichamelijk problemen. Psychische problemen zoals depressie kunnen uitval en werkloosheid tot gevolg hebben (bron: https://www.metronieuws.nl/in-het-nieuws/binnenland/2021/10/woningmarkt-mentale-gezondheid/). De bouw van de nieuwbouwwijk Bloemendal vormt een aandeel van de oplossing van de woningkrapte binnen Nederland.

De verschillende woonruimtes die met deze nieuwbouwontwikkeling beoogd zijn bieden voor woningzoekenden een mogelijkheid om een huis te kopen. Bij een deel van woningzoekenden zullen naar alle waarschijnlijk (een deel van) psychische en uiteindelijke lichamelijke problemen afnemen of niet ontwikkelen.

5.3

Alternatieven

5.3.1

Locatie

De voorgenomen nieuwbouwontwikkeling is locatie gebonden. Dergelijke relatief grootschalige nieuwbouwontwikkelingen vinden aan de rand van Barneveld plaats. Een alternatieve locatie zal alsnog leiden tot een afname van het (agrarisch) buitengebied en het leefgebied van beschermde soorten. Voor de locatie van de nieuwbouw is daarom geen bevredigend alternatief.

5.3.2

Behouden

De nieuwbouwontwikkeling leidt tot verstedelijking van voornamelijk gras- en akkerlanden. Behoud van het agrarisch karakter van het plangebied is gelet op het voornemen niet mogelijk.

33

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

Wat betreft de te slopen gebouwen hebben alleen de woning en stal aan de Nijkerkerweg 128 een verblijfsfunctie van een beschermde soort (huismus; nest- en rustplaats). Deze gebouwen zijn in vervallen staat. Een alternatief voor het slopen van deze gebouwen is renovatie. Ook bij renovatie (bijvoorbeeld vervanging en isolatie van het dak) zullen de vastgestelde nest- en rustplaatsen van huismus aangetast worden. Daarom is het niet mogelijk om deze nest- en rustplaatsen te behouden. Hierop gelet is er geen alternatieve werkwijze waarbij de nestplaatsen van huismus behouden kunnen blijven.

5.3.3

Planning

Bij de voorgenomen nieuwbouwontwikkeling wordt rekening gehouden met de kwetsbare periode van de vastgestelde soorten indien sprake is van een direct effect op verblijfplaatsen en individuen die hier (mogelijk) verblijven. Dit is van toepassing op nest- en rustplaatsen van huismus en verblijfplaatsen van wezel. Dit heeft tot gevolg dat de werkzaamheden die van invloed zijn op deze verblijfplaatsen buiten de kwetsbare voortplantingsperiode worden uitgevoerd. Zowel huismus als wezel zijn ook kwetsbaar gedurende een eventuele vorstperiode. Daarom vinden ook gedurende een eventuele vorstperiode geen werkzaamheden plaats die van invloed zijn op verblijfplaatsen. Voor de planning van de werkzaamheden is daarom geen bevredigend alternatief. Wat betreft steenuil en kerkuil is sprake van een cumulatief effect op het foerageergebied. Aantasting van verblijfplaatsen is niet aan de orde. De voorgenomen nieuwbouwontwikkeling heeft daarom geen direct effect op verblijfplaatsen en individuen. Voor de voorgenomen werkzaamheden wordt dan ook geen rekening gehouden met kwetsbare periode van steenuil en kerkuil.

5.4

Staat van instandhouding

5.4.1

Huismus

Huidige situatie De broedpopulatie in Nederland wordt volgens de laatste betrouwbare aantalsgegevens door Sovon geschat op 500.000 en 1.000.000 broedparen. De populatie is ten opzichte van 1994 nog aanzienlijk afgenomen. Om deze reden is de huidige situatie beoordeeld als ‘ongunstig – ontoereikend’. Trend Sinds 1975 is de populatie huismussen ongeveer gehalveerd. Populaties zijn bovendien meer versnipperd geraakt en kleiner geworden. Sinds 1990 lijkt de populatie gestabiliseerd (Sovon, 2018). De laatste tien jaar van de registratie herstelt de huismus zich licht als broedvogel (<5% toename per jaar). Op basis van dit lichte herstel is de trend beoordeeld als stabiel. Referentiewaarde De aantallen van het ijkjaar 1994 worden bij lange na niet meer gehaald. Lokale populatie De huismus komt zowel in het stedelijk gebied als het buitengebied voor. In het buitengebied van Barenveld, waar ook het plangebied ligt, zijn diverse waarnemingen bekend. Op basis van deze waarnemingen van 1990-2020 en de afgelopen vijf jaar (NDFF, 2025) is geconcludeerd dat binnen het stedelijk gebied van Barnveld hoofdzakelijk verschuivingen van kolonies hebben geplaats gevonden. De aantallen huismussen zijn zo goed als gelijk gebleven, zie Figuur 17. De nieuwbouw binnen fase 2a en 2b wordt natuurinclusief gebouwd. Voor huismus zullen diverse verblijfsvoorzieningen binnen de wijk te vinden zijn.

Omdat de huidige situatie monotoon gras- en akkerland betreft zal de nieuwe situatie bijdrage aan het leefgebied van huismus. Negatieve effecten op de lokale staat van instandhouding zijn daarom niet aan de orde.

34

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

2000-2020

2020-2025

Figuur 17 Luchtfoto’s met globale ligging van het plangebied (rood omkaderd) en waarnemingen van huismus (groen en oranje stip); figuur links 1990-2020 en figuur rechts 2020-2025 (NDFF, 2025)

5.4.2

Steenuil

Huidige situatie De steenuil komt voornamelijk voor in het kleinschalig cultuurlandschap en maakt momenteel vooral gebruik van nestkasten als nest- en rustplaats. Het foerageergebied staat onder druk door onder andere intensivering van de landbouw (verdwijnen voedsel, broedgelegenheid en beschutting), ruimtelijke ontwikkeling en de aanleg van wegen (BIJ12, 2017). Door het onder druk staan van de voedselbeschikbaarheid en de op veel plaatsen minder geschikte landschappelijke condities, is de situatie beoordeeld als ‘ongunstig – ontoereikend’. Trend De populatie van de Veluwe/Gelderse Vallei, waar het plangebied in ligt, lijkt meer onder druk te staan dan de grotere populaties in het rivierengebied en de Achterhoek. De soort is dan ook voor het rivierengebied en de Achterhoek beoordeeld als ‘stabiel’ en voor de kleinere populatie op de Veluwe/Gelderse Vallei als ‘verslechterend’. Referentiewaarde Het oppervlak geschikt leefgebied van steenuil neemt in het algemeen en over een langere periode af (Soortenstandaard Steenuil, 2014). Ook neemt de predatie door marterachtigen (steenmarters) toe in de provincie Gelderland. De referentiewaarde van het ijkjaar 1994 voor de kwaliteit van het leefgebied van de steenuil is in Gelderland niet meer gehaald. Lokale populatie Het agrarisch buitengebied van Barneveld vormt potentieel leefgebied voor de steenuil.

Hier zijn dan ook diverse waarnemingen van steenuilen bekend, zie Figuur 18. Op basis van deze waarnemingen van 1990-2020 en de afgelopen vijf jaar (NDFF, 2025) is geconcludeerd dat het aantal steenuilen licht is afgenomen. Dit heeft naar verwachting deels te maken met de oprukkende verstedelijking Barneveld. De voorgenomen nieuwbouwontwikkeling leidt tot verstedelijking binnen het plangebied; rekening wordt gehouden met een cumulatief effect op het leefgebied van steenuil. Als gevolg van dit cumulatief effect worden ten noorden van het plangebied (binnen GO) compensatiemaatregelen uitgevoerd, zoals de aanleg van een poel, extensief beheer van grasland bij perceelgrenzen en plaatsing van nestkasten. Dit leidt tot het optimaliseren van bestaand leefgebied. Gelet op de afwezigheid van verblijfplaatsen binnen het plangebied en de optimalisatie van het leefgebied van steenuil in de omgeving, zijn negatieve effecten op de lokale staat van instandhouding uitgesloten.

35

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

2020-2025

2000-2020

Figuur 18 Luchtfoto’s met globale ligging van het plangebied (rood omkaderd) en waarnemingen van steenuil (groen en oranje stip); figuur links 1990-2020 en figuur rechts 2020-2025 (NDFF, 2025)

5.4.3

Kerkuil

Huidige situatie De kerkuil komt voornamelijk voor in het agrarisch buitengebied en maakt momenteel vooral gebruik van nestkasten en schuren als nest- en rustplaats. Het foerageergebied staat onder druk door onder andere intensivering van de landbouw (verdwijnen voedsel, broedgelegenheid en beschutting), ruimtelijke ontwikkeling en aanleg van wegen (BIJ12, 2017). Door het onder druk staan van de voedselbeschikbaarheid en de op veel plaatsen minder geschikte landschappelijke condities, is de situatie beoordeeld als ‘ongunstig – ontoereikend’. Lokale populatie Het agrarisch buitengebied van Barneveld vormt potentieel leefgebied voor de kerkuil. Hier zijn dan ook diverse waarnemingen van kerkuilen bekend, zie Figuur 19. Op basis van deze waarnemingen van 1990-2020 en de afgelopen vijf jaar (NDFF, 2025) is geconcludeerd dat het aantal kerkuilen ongeveer gelijk is gebleven. De voorgenomen nieuwbouwontwikkeling leidt tot verstedelijking binnen het plangebied; rekening wordt gehouden met een cumulatief effect op het leefgebied van kerkuil. Als gevolg van dit cumulatief effect worden ten noorden van het plangebied (binnen GO) compensatiemaatregelen uitgevoerd, zoals aanleg van een poel, extensief beheer van grasland bij perceelgrenzen en plaatsing van nestkasten. Dit leidt tot het optimaliseren van bestaand leefgebied.

Gelet op de afwezigheid van verblijfplaatsen binnen het plangebied en de optimalisatie van het leefgebied van kerkuil in de omgeving, zijn negatieve effecten op de lokale staat van instandhouding uitgesloten.

36

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

2000-2020

2000-2025

Figuur 19 Luchtfoto’s met globale ligging van het plangebied (rood omkaderd) en waarnemingen van kerkuil (groen en oranje stip); figuur links 1990-2020 en figuur rechts 2020-2025 (NDFF, 2025)

5.4.4

Wezel

Huidige situatie In Nederland komt de wezel verspreid over het hele land voor. Op de Waddeneilanden ontbreekt de soort. De exacte getallen van de wezel populatie in Nederland zijn onbekend (kennislacune). Trend Op basis van actuele data kunnen geen trends berekend worden van beide soorten (Broekhuizen, et al., 2016). Hiervoor is het aantal waarnemingen te laag, aangezien de dieren slechts sporadisch bij toeval worden waargenomen. De indruk bestaat echter, dat de wezel door verlies aan leefgebied en intensivering van de landbouw de laatste decennia achteruit zijn gegaan in aantal en verspreiding (Broekhuizen, et al., 2016; Twisk, et al., 2016). Lokale populatie Binnen en in de directe omgeving van het plangebied zijn in de afgelopen vijf jaar geen waarnemingen van wezel bekend. De dichtstbijzijnde waarneming is op 2,8 kilometer van het plangebied (NDFF), zie Figuur 20. Gedurende de periode 1990-2020 zijn geen waarnemingen van wezel bekend. Dit sluit aan op landelijke kennislacune van deze soort. Het voornemen leidt naar mogelijk tot aantasting van verblijfplaatsen en foerageergebied op lokaal niveau. De werkzaamheden zijn voornamelijk van toepassing op gras- en akkerland met weinig tot geen dekking. Daarnaast worden in de omgeving van het plangebied (binnen GO ten noorden) compensatiemaatregelen uitgevoerd.

Dit leefgebied wordt geoptimaliseerd door onder andere aanleg van poelen en takkenrillen en extensief beheer van graslanden bij perceelgrenzen. De nieuwbouwontwikkeling zal daarom naar verwachting geen invloed hebben op de lokale staat van instandhouding.

37

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

2000-2025

Figuur 20 Luchtfoto met globale ligging van het plangebied (rood omkaderd) en waarnemingen van wezel van de afgelopen vijf jaar (groene stip) (NDFF, 2025)

38

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

6

Bronnen

Arcadis, 2024. QuickScan ecologie - In het kader van de Omgevingswet - Nieuwbouwontwikkeling Bloemendal Barneveld fase 2a en 2b. Ref. 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0. D.d. 23 juli 2024 Arcadis, 2025. Project Bloemendal Barneveld Monitoringsonderzoek Fase 1 - 2024 'nulmeting'. Ref. 3EC76TCW5TFR-841539897-8544:1.0. D.d. 25 maart 2025 Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), geraadpleegd op 10 juni 2024. Website: https://florafaunaverkenner.nl/vaatplanten?hok=1654605&start=2021&stop=2025 BIJ12, Kennisdocument: • • •

Huismus, versie 2.1 februari 2023 Steenuil, versie 1.0 juli 2017 Kerkuil, versie 1.0 juli 2017

Netwerk Groene Bureaus: • •

Vleermuisprotocol 2021 Soorteninventarisatieprotocollen, versie november 2023

Zoogdiervereniging, 2017. Wezel en hermelijn. Rapport nmmr 2017.002. Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J. B., Canters, K. J., & Buys, J. C. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Twisk, p., Van Diepenbeek, A., & van Bekker, J. (2016). Veldgids Europese zoogdieren. KNNV. Vlinderstichting, Sinusbeheer. Geraadpleegd op 6 mei 2025. Website: https://www.vlinderstichting.nl/sinusbeheer/

39

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

Bijlage A Foto-impressie plangebied Fase 2a Nijkerkerweg 126-1; woningen blijven behouden en loods wordt gesloopt.

Figuur 21 Foto-impressie plangebied. Figuur links: Achterzijde van Nijkerkerweg 126-1. Figuur rechts: Voorzijde van Nijkerkerweg 126

Figuur 22 Foto-impressie plangebied. Figuur links: Achterzijde van de te amoveren loods op het erf van Nijkerkerweg 126-1. Figuur rechts: Binnenzijde van de loods, in gebruik door een staalbedrijf

40

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

Figuur 23 Foto-impressie plangebied. Figuur links: Te verwijderen struiken/bomen op het erf van Nijkerkerweg 126-1. Foto rechts: Te verwijderen coniferenhaag en notenboom op het erf van Nijkerkerweg 126-1

Nijkerkerweg 128; te renoveren/slopen woning en te slopen stal.

Figuur 24 Foto-impressie plangebied. Figuur links: Achterzijde van Nijkerkerweg 128. Figuur rechts: Voorzijde van Nijkerkerweg 128

Figuur 25 Foto-impressie plangebied. Figuur links: Zuidwestzijde stal van Nijkerkerweg 128. Figuur rechts: Noordoostzijde van de stal van Nijkerkerweg 128

41

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

Figuur 26 Foto-impressie plangebied. Figuur links en rechts: Voortuin Nijkerkerweg 128

Figuur 27 Foto-impressie plangebied. Figuur links: Grasland binnen fase 2a. Figuur rechts: Akkerland binnen fase 2a

42

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

Fase 2b Bloemendaallaan 77; voormalige koeienstal

Figuur 28 Foto-impressie plangebied. Figuur links: Voorzijde voormalige koeienstal van Bloemendaallaan 77. Figuur rechts: Achterzijde voormalige koeienstal van Bloemendaallaan 77

Bloemendaallaan 77; te verwijderen struiken en bomen

Figuur 29 Foto-impressie plangebied. Figuur links en rechts: Te verwijderen struiken en bomen op het erf van Bloemendaallaan 77

43

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

Figuur 30 Foto-impressie plangebied: Te verwijderen struiken en bomen op het erf van Bloemendaallaan 77

Figuur 31 Foto-impressie plangebied. Figuur links: Akkerland binnen fase 2b. Figuur rechts: Grasland binnen fase 2b

44

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

Bijlage B Kastenplan

Fase 2a

45

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

46

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

47

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

48

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

49

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

50

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

51

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

52

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

53

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

54

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

Fase 2b

55

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

56

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

57

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

58

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

59

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

60

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

Bijlage C Quickscan (samenvatting) Conform quickscan (Arcadis, 2024) vormt het plangebied en/of directe omgeving mogelijk essentieel leefgebied van verschillende beschermde soort(groep)en: • • •

Planten: stijve wolfsmelk en glad biggenkruid Broedvogels met jaarrond beschermd nest (categorie 1): huismus, kerkuil en steenuil. Broedvogels met jaarrond beschermde nesten als onvoldoende alternatieven aanwezig zijn (categorie 2): boerenzwaluw, huiszwaluw en spreeuw. Marterachtigen: boommarter, steenmarter en wezel. Vleermuizen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, franjestaart, meervleermuis, watervleermuis en rosse vleermuis. Reptielen: ringslang Amfibieën: heikikker, poelkikker, rugstreeppad en kamsalamander

• • • •

Als gevolg voor de voorgenomen nieuwbouwontwikkeling binnen fase 2a en 2b zijn effecten te verwachten op deze beschermde soorten. Dit leidt naar verwachting tot conflict met één of meerdere verbodsbepalingen van de Ow. Om te bepalen of effecten plaatsvinden is aanvullend onderzoek noodzakelijk om aanwezigheid vast te stellen, dan wel uit te sluiten. In Tabel 9 zijn de relevante soort(groep)en opgenomen en de specificaties van de onderzoeksinspanning. In de navolgende hoofdstukken wordt ingegaan op deze soorten en het aanvullend soortgericht onderzoek. Tabel 9 Specificatie van het aanvullend soortgericht onderzoek voor het vaststellen van de aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied (Arcadis, 2024). Soortgroep Soort Onderzoek uitvoeren conform Onderzoeksinspanning: Planten

Stijve wolfsmelk en glad biggenkruid

Expert judgement (geen onderzoeksprotocol beschikbaar)

• • • • • • •

Broedvogels (nest jaarrond beschermd)

Steenuil en kerkuil

Kennisdocument steenuil en kerkuil

• •

• • • •

Huismus

Kennisdocument Huismus (BIJ12, 2023)

• •

• Grondgebonden zoogdieren

61

Boommarter, bunzing, steenmarter en wezel

Visuele inspectie gebouwen van toepassing op de te slopen gebouwen. Op basis daarvan

Van toepassing op extensief beheerde graslanden binnen plangebied. Onderzoek uitvoeren gedurende bloeiperiode Bloeiperiode stijve wolfsmelk: juli/ augustus Bloeiperiode glad biggenkruid: juli t/m oktober Twee veldbezoeken gedurende bloeiperiode: Eén veldbezoek in juli en één veldbezoek in augustus. Eén onderzoeker Onderzoeksgebied, zie Figuur 24. Van toepassing op woning en stal van Nijkerkerweg 128 en omgeving (ook ter hoogte van Nijkerkerweg 126). Drie gerichte veldbezoeken in de periode van 1 februari tot en met 30 april -waarbij er minimaal 1 maand zit tussen het eerste en het laatste veldbezoek. Eén veldbezoek voor inspectie gebouw Baltsroep steenuil afspelen Eén onderzoeker Contact leggen met lokale uilenwerkgroep; aanwezigheid nest- en rustplaatsen en territoria binnen plangebied en omgeving. Van toepassing Nijkerkerweg 126-1 (groen), Nijkerkerweg 128 (gebouwen en groen) en Bloemendaallaan 77. Per straat twee gerichte veldbezoeken in de optimale periode 1 april tot en met 15 mei; of drie gerichte veldbezoeken in de periode 10 maart tot en met 20 juni waarvan minimaal één bezoek in de optimale periode heeft plaatsgevonden. Eén onderzoeker

Voor het bepalen van de onderzoeksinspanning zijn voor het plangebied (exclusief gebouwen) twee optie mogelijk:

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

Soortgroep

Soort

Onderzoek uitvoeren conform Onderzoeksinspanning: de noodzaak en onderzoeksinspanning bepalen. Kennisdocument Kleine marterachtigen (BIJ12, 2024).

Optie 1: Het marteronderzoek kan alleen aanwezigheid van individuen vaststellen. De onderzoeksinspanning ziet er als volgt uit: • Vijf veldbezoeken; maart t/m augustus, gericht op het plaatsen in controleren onderzoeksmaterialen. • Onderzoeksmaterialen: Wildcamera. Aantal nader te bepalen. • Eén onderzoeker. Optie 2 (Arcadis 2020): Als alternatief op soortgericht onderzoek kan, in verband met de planning, ook een worst case-scenario toegepast kan worden. Dit scenario is ook bij fase 1 toegepast en heeft de voorkeur. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat - na akkoord van het bevoegd gezag uitgangspunten toegepast moeten worden die verder uitgewerkt worden in een compensatieplan: • Er moet een weergave worden gegeven van de hoeveelheid potentieel geschikt leefgebied. • In de maatregelen zou er ten opzichte van de bestaande situatie sprake moeten zijn van een ecologische plus. Hiervoor kunnen verbeteringsmaatregelen voor worden toegepast zoals het plaatsen van takkenrillen, steenmarterkasten (alternatieve verblijfsruimte) in behouden groenstructuren waar rust gevonden wordt en/of aanbieden van houtwallen met zogenaamde kamer die groot genoeg zijn voor steenmarter en boommarter. • Het is van belang is om leefgebieden met elkaar te verbinden of dit te behouden om versnippering tegen te gaan.

Gebouwen Het compensatieplan is gericht op maatregelen in de “natuurlijke” omgeving, bijvoorbeeld aanleg van takkenrillen en poelen. Gelet op de gebouwen die mogelijk geschikt zijn als verblijfplaats van steenmarter en boommarter, is het noodzakelijk om in beeld te brengen of de relevante soorten in de gebouwen aanwezig zijn. Zo ja, dienen naast “natuurlijke” maatregelen ook rekening gehouden te worden met alternatieve verblijfsmogelijkheden zoals kasten in gebouwen, of bomen. Dit onderzoek moet uitgevoerd worden conform optie 1 en is van toepassing op woning en stal van Nijkerkerweg 128 en voormalige koeienstal van Bloemendaallaan 77.

Vleermuizen

62

Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, franjestaart, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en watervleermuis.

Vleermuisprotocol 2021 (NGB, 2021)

Het gaat om de volgende onderzoeklocaties: • Houtsingel met bomen met potentiële verblijfplaatsen (noordgrens fase 2a). • Nijkerkerweg 128 (woning en stal) • Bloemendaallaan 77 (voormalige koeienstal). Per onderzoekslocatie • Vier veldboeken voor onderzoek naar boombewoners en vijf veldbezoeken voor onderzoek naar gebouwbewoners. • Mei t/m september, gericht op aanwezigheid van zomer, kraam en paarverblijfplaatsen. Tijdens dit onderzoek wordt ook gelet op aanwezigheid van vliegroutes.

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

Soortgroep

Soort

Onderzoek uitvoeren conform Onderzoeksinspanning:

Reptielen

Ringslang

Soorteninventarisatieprotocollen (NGB, 2023)

•

Twee onderzoekers

•

Vijf veldbezoeken. Bij eerste veldbezoek platen neerleggen. Onderzoeksgebied controleren op zonnende individuen.

• Amfibieën

Heikikker, poelkikker, rugstreeppad en kamsalamander

Soorteninventarisatieprotocollen (NGB, 2023)

• •

Kooractiviteiten luisteren, zes veldbezoeken vanaf zonsondergang. Let op! Momenten en minimale weerscondities verschillen per soort. Vier veldbezoeken overdag hierbij platen controleren.

Deskundigheid Het broedvogel-, marter-, vleermuizen-, reptielen- en amfibieënonderzoek is uitgevoerd door J. Osterthun. Het vleermuizenonderzoek is uitgevoerd door J. Osterthun en L. Zeeman. J. Osterthun en L. Zeeman zijn ecologen van het adviesbureau Arcadis. Deze ecologen hebben ruime ervaring met het uitvoeren van soortgerichte onderzoeken van de betreffende soort(groep)en (veldonderzoek, monitoring, ecologische begeleiding en vergunning- en ontheffingsprocedures met uiteenlopende activiteitenplannen). Arcadis is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus.

63

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

Bijlage D Soortgericht onderzoek (methodiek en resultaten) Het aanvullend soortgericht onderzoek naar beschermde soorten (zie Tabel 9) is, indien beschikbaar, uitgevoerd conform kennisdocument en/of soortinventarisatieprotocol. In onderhavige bijlage is per relevante soort(en) ingegaan op de soortspecifieke onderzoeksmethodiek. Op basis van de bevindingen van het soortgericht onderzoek is bepaald of essentiële functies aanwezig zijn en of deze als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling aangetast/verstoord wordt. Indien sprake is van een effect is ingegaan op de vervolgstappen.

Glad biggenkruid en stijve wolfsmelk Conform de quickscan (Arcadis, 2024) is vastgesteld dat binnen het plangebied potentiële groeiplaatsen van mogelijk voorkomende beschermde plantensoorten (glad biggenkruid en stijve wolfsmelk) aanwezig zijn. Het gaat hierbij om extensief beheerde graslanden, zie Figuur 32.

Figuur 32 Extensief beheerd grasland binnen fase 2b vormt een potentiële groeiplaats van stijve wolfsmelk en glad biggenkruid

Onderzoeksmethodiek Voor het onderzoeken van planten is geen landelijk kennisdocument of protocol beschikbaar. Op basis van expert judgement is de onderzoeksinspanning bepaald. Voor het vaststellen van de onderzoeksmomenten is rekening gehouden met de bloeiperiode van de relevante soorten, aangezien dit de periode is waarin plantensoorten het makkelijkste te determineren zijn. Glad biggenkruid en stijve wolfsmelk bloeien in juni-september. Het onderzoek was daarom gericht op deze periode. Door weersomstandigheden en/of andere factoren kunnen planten eerder of later in bloei staan. Daarom is ervoor gekozen om twee veldbezoeken uit te voeren met circa 2 maanden spreiding tussen de veldbezoeken. De veldbezoeken zijn uitgevoerd op 14 juni en 21 augustus van 2024 In de quickscan Arcadis, 2024) is niet specifiek gekeken naar Rode lijstsoorten. Voor de volledigheid van de onderzoeksresultaten is daarom tijdens de veldbezoeken ook gelet op aanwezigheid van Rode lijstsoorten die in de omgeving van het plangebied zijn waargenomen (NDFF): • • • • 64

Beemdkroon Bolderik Borstelgras Bosaardbei Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

Brede waterpest Dubbelloof Echte guldenroede Gele kornoelje Gevlekte orchis Gewone agrimonie Gulden sleutelbloem Kamgras Klein wintergroen Klokjesgentiaan Korenbloem Moeraswespenorchis Oosterse morgenster Rapunzelklokje Steenanjer Stekelbrem Teer vederkruid Veenbies Veldsalie Waterdrieblad Waterlepeltje Welriekende agrimonie Wilde gagel Wilde kievitsbloem Witte snavelbies

In Figuur 33 is de route van het plantenonderzoek weergegeven waarbij de focus lag op de potentiële groeiplaatsen/extensief beheerde graslanden (Arcadis, 2024).

65

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

Figuur 33 Route (groene stippellijn) binnen het plangebied waarlangs onderzoek heeft plaatsgevonden naar aanwezigheid beschermde plantensoorten (Arcadis, 2024)

Onderzoeksresultaten Tijdens het plantenonderzoek zijn verschillende plantensoorten aangetroffen/gedetermineerd. Binnen fase 2a gaat het om plantensoorten zoals akkerdistel, beklierde bastaardwederik, bijvoet, braam, canadeze fijnstraal, duizendblad, grote brandnetel, haagwinde, harig wilgenroosje, kattenstaart, moerasrolklaver, perzikskruid, pitrus, ridderzuring, riet, rode klaver en smalle weegbree. Binnen fase 2b gaat het om plantensoorten zoals akkerdistel, beklierde basterdwederik, boerenwormkruid, braam, canadeze fijnstraal, glad walstro, grote kaardenbol, haagwinde, harig wilgenroosje, jakobskruiskruid, middelste teunisbloem, moerasrolklaver, perzikskruid, ridderzuring, scherpe boterbloem, vertakte leeuwentand, vogelwikke en witte klaver. Stijve wolfsmelk, glad biggenkruid en Rode lijstsoorten, zoals in H 4.2 beschreven, zijn niet aangetroffen. Aanwezigheid is op basis van het plantenonderzoek uitgesloten.

66

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

Huismus Conform de quickscan (Arcadis, 2024) is bepaald dat de volgende potentiële functies van huismus onderzocht moeten worden: • Potentiële nest- en rustplaats: Voormalige koeienstal van Bloemendaallaan 77 en woning en stal van Nijkerkerweg 128, zie Figuur 34 t/m Figuur 36. • Foerageergebied en rustplekken rondom de potentiële nestplaatsen: Omgeving van Voormalige koeienstal van Bloemendaallaan 77 en woning en stal van Nijkerkerweg 128. De te slopen loods van Nijkerkerweg 126 is ongeschikt als nestplaats van huismus (Arcadis, 2024).

Legenda Fase 2a Fase 2b Te slopen stal van Bloemendaallaan 77 Te slopen woning en stal van Nijkerkerweg 128

Figuur 34 Luchtfoto met ligging plangebied en te slopen gebouwen die mogelijk functioneren als nest- en rustplaats van huismus

67

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

Figuur 35 Impressie van de voormalige koeienstal van Bloemendaallaan 77; toegang tot potentiële nest- en rustplaats van huismus aanwezig bij rode pijl

Figuur 36 Impressie van woning (links) en stal (rechts) van Nijkerkerweg 128; toegang tot potentiële nest- en rustplaats van huismus aanwezig bij rode pijl.

Onderzoeksmethodiek Het huismusonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van Kennisdocument Huismus (BIJ12, 2023), zie Tabel 10: • Twee veldbezoeken zijn uitgevoerd binnen de meest optimale onderzoeksperiode (1 april – 15 mei). • De veldbezoeken zijn uitgevoerd onder gunstige weersomstandigheden: geen regen, geen kou (<5°C), geen hitte (>30°C) en een maximale windsterkte van windkracht 4. • De veldbezoeken zijn in de ochtend uitgevoerd. Dit is de periode waarin huismussen het meest actief zijn. Tijdens het huismusonderzoek is gelet op nestindicatief gedrag ter hoogte van de gebouwen. Onder nestindicatief gedrag wordt verstaan: • • • • •

Roepende mannetje bij een potentiële nestplaats (opening in gebouw); Parende huismussen; In- en/of uitvliegende individu bij een potentiële nestplaats; Individu met nestmateriaal bij een potentiële nestplaats (gebouw); Piepende juvenielen bij/op een nestplaats.

Naast nestindicatief gedrag is ook gelet op aanwezigheid van mestsporen en nestmateriaal bij potentiële nestplaatsen in de te onderzoeken gebouwen. Om een goed beeld te krijgen van het voorkomen van huismus is ook bij de gebouwen in de omgeving van het plangebied gelet op aanwezigheid en nestindicatief gedrag.

68

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

Huismussen zijn ook vaak in de avond en vlak na zonsopkomst actief. Daarom is ook gedurende het uilen- en vleermuizenonderzoek (zie H 6.2 en H 9.2) gelet op aanwezigheid van huismus. Tabel 10 Verantwoording veldbezoeken huismusonderzoek

Onderzoekslocatie Bloemendaallaan 77 Nijkerkerweg 128

Datum 11-04-2024

Tijd 08:40-10:40u

08-05-2024

09:00-11:00u

02-04-2025

08:00-10:05u

30-04-2025

08:00-10:00u

Veldconditie 14°C, half bewolkt, 2 bft, droog 18°C, onbewolkt, 1/2 bft, droog 11°C, half bewolkt, 2/3 bft, droog 14°C, half bewolkt, 2 bft, droog

Onderzoeker J. Osterthun en (Arcadis) J. Osterthun en L. Zeeman (Arcadis) J. Osterthun (Arcadis) L. Zeeman (Arcadis)

Onderzoeksresultaten Bloemendaallaan 77 Tijdens het huismusonderzoek zijn bij de voormalige koeienstal van Bloemendaallaan 77 geen huismussen waargenomen. Wel zijn aan de rand van het plangebied, bij Bloemendaallaan 94, 96 en 98, roepende mannetjes waargenomen, zie Figuur 36. In totaal zijn vier roepende mannetjes gehoord en gezien. Gelet op dit nestindicatief gedrag wordt verwacht dat verspreid over de woningen van Bloemendaallaan 94, 96 en 98 ten minste vier nestplaatsen aanwezig zijn. Deze huismussen gebruiken de struiken aan de rand van het plangebied, aan de westzijde van de Bloemendaallaan 77, als rustplaats waar dekking gevonden wordt. Dit is een essentiële functie voor deze kolonie. Gelet op de afwezigheid van huismussen bij de voormalige stal van Bloemendaal 77 is geconcludeerd dat dit gebouw geen functie als nest- en rustplaats heeft. Ook heeft de begroeiing in de directe omgeving geen (essentiële) functie als rustplaats en foerageergebied. Nijkerkerweg 128 Bij Nijkerkerweg 128 zijn in totaal twee roepende mannetjes waargenomen, zie Figuur 37. Bij de woning van Nijkerkerweg 128 zijn in- en uitvliegende individuen bij de kilgoot waargenomen, zie Figuur 38. Gelet op het vastgestelde nestindicatief gedrag wordt uitgegaan van twee nestplaatsen.

De coniferen en andere struiken op het terrein (zie Figuur 39) functioneren als rustplaats waarvandaan ook geroepen wordt door de mannetjes. Bij Nijkerkerweg 124, 126, 130 en 137 (buiten het onderzoeksgebied, zie Figuur 37, Figuur 39 en Figuur 40) is ook nestindicatief gedrag van huismussen vastgesteld. Gelet op het onderzoeksgebied heeft hier geen specifiek onderzoek plaatsgevonden naar het aantal nestplaatsen. Tijdens het onderzoek zijn tussen de adressen bewegingen van huismussen waargenomen (zie Figuur 40) waarbij voornamelijk de struiken op de erven gebruikt worden als rustplaats waar de mannetjes vaak roepend zijn waargenomen. Gelet op voorkomen van roepende mannetjes is vastgesteld dat de huismussen, die bij Nijkerkerweg 128 een nest- en rustplaats hebben, onderdeel uitmaken van een kolonie huismussen bestaande uit ten minste 15 nestplaatsen.

69

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

Legenda Fase 2a Fase 2b Locatie nestplaats huismus Roepend mannetje Huismus overvliegend Huismus rustend

Figuur 37 Luchtfoto van plangebied fase 2a en fase 2b met de bevindingen van het huismusonderzoek

70

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

Figuur 38 Impressie leefgebied huismus. Foto links: Nestplaats vastgesteld bij de kilgoot van de woning van Nijkerkerweg 128. Foto rechts: Coniferen in de voortuin van Nijkerkerweg 128 functioneren als rustplaats waarvandaan geroepen worden door huismus mannetjes

Figuur 39 Impressie van het leefgebied van huismus in de omgeving van het onderzoeksgebied: De struiken bij Nijkerkerweg 126 (foto links) en 137 (foto rechts) worden gebruikt als rustplaats waar gedurende het onderzoek roepende mannetjes zijn gehoord, en de woningen van deze adressen functioneren als nest- en rustplaats

71

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

Legenda Locatie nestplaats huismus Roepend mannetje

130 Huismus overvliegend Huismus rustend Huismus bewegingen

128 137

126 126-1

124

Figuur 40 Vastgestelde bewegingen van huismussen tussen erven van de Nijkerkerweg 124, 126, 128 en 137.

Steenuil en kerkuil Conform de quickscan (Arcadis, 2024) is vastgesteld dat de volgende potentiële functies van steenuil en kerkuil onderzocht moeten te worden: • Potentiële nest- en rustplaats: Voormalige koeienstal van Bloemendaallaan 77 en woning en stal van Nijkerkerweg 128, zie Figuur 41 t/m Figuur 43. • Foerageergebied betreft het gehele plangebied.

72

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

Legenda Fase 2a Fase 2b Te slopen stal van Bloemendaallaan 77 Te slopen woning en stal van Nijkerkerweg 128

Figuur 41 Luchtfoto met ligging plangebied en te slopen gebouwen die mogelijk functioneren als nest- en rustplaats van steenuil en kerkuil.

73

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

Figuur 42 Impressie van de voormalige koeienstal van Bloemendaallaan 77; toegankelijk via opening bij dakrand (zie rode pijl) en potentiële nestplaats van steenuil bij blauwe pijl

Figuur 43 Impressie van stal van Nijkerkerweg 128; toegankelijk via openingen waaronder een kapot raam (zie rode pijl) en potentiële nest- en rustplaats op de eerste verdieping

Onderzoeksmethodiek Veldonderzoek Het uilenonderzoek is conform Kennisdocument Steenuil en Kerkuil (BIJ12) uitgevoerd, zie Tabel 11 voor de verantwoording van de veldbezoeken. In totaal zijn vijf veldbezoek per adres uitgevoerd. De eerste drie veldbezoeken zijn gedurende de meest optimale periode van steenuil (1 februari en 15 april) uitgevoerd. Met de laatste twee veldbezoek is rekening gehouden met de spreiding van de broedperiode van kerkuil door een eventueel 2e legsel of laat broedsel. De veldbezoeken hebben plaatsgevonden in de avond en zijn gestart tussen zonsondergang en een half uur na zonsondergang. Tijdens het onderzoek is de baltsroep van de steenuil afgespeeld om een reactie uit te lokken. Bij een reactie van een steenuil kan de locatie van een nestplaats of territorium worden vastgesteld. De kerkuil reageert niet op het afspelen van geluiden. Daarom is ervoor gekozen om tijdens het veldonderzoek gebruik te maken van een warmtebeeldcamera (Pulsar Axion XM30s) waarmee het plangebied en de omgeving is onderzocht op aanwezigheid. Voor de kerkuil is de focus uitgegaan naar de graslanden binnen het plangebied en de omgeving waar in vlucht gefoerageerd kan worden. Ook is gelet op aanwezigheid van steenuil die vaak posten op paaltjes en gebouwen De voormalige koeienstal van Bloemendaallaan 77 en stal van Nijkerkerweg 128 zijn toegankelijk voor uilen.

Deze gebouwen zijn op 10 mei 2024 ook van binnen visueel geïnspecteerd om aanwezigheid van individuen, nestplaatsen, uitwerpselen (braakballen en krijtsporen) en veren.

74

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

Bureauonderzoek Naast het veldonderzoek heeft ook een bureauonderzoek plaatsgevonden waarbij contact gelegd is met de lokale uilenwerkgroep van Barneveld (IVN) om een beeld te krijgen van mogelijk bestaande territoria of waarnemingen van individuen. Deze informatie wordt meegenomen in het onderzoek om in combinatie met de bevindingen van het veldonderzoek een totaalbeeld te vormen van de aanwezigheid van uilen en het gebruik van het plangebied en omgeving. Tabel 11 Verantwoording veldbezoeken uilenonderzoek

Onderzoekslocatie Bloemendaallaan 77

Nijkerkerweg 128

Datum 14-03-2024

Tijd 19:00-22:00u

Veldconditie 13°C, bewolkt, 2 bft

28-03-2024

19:30-21:50u

12°C, half bewolkt, 2 bft

06-04-2024 18-6-2024

20:30-22:15u 22:00-00:30u

12°C, half bewolkt, 2 bft 15°C, 1 bft, bewolkt

15-08-2024

21:00-00:00u

20-02-2025

18:30-20:30u

19-03-2025 09-04-2025

19:30-21:30u 21:00-23:00u

19°C, 1 bft, licht bewolkt 10°C, licht bewolkt, 2 bft 10°C, bewolkt, 2/3 bft 10°C, bewolkt, 2/3 bft

24-06-2024

02:20-05:25u

14°C, licht bewolkt, 1/2 Bft

28-08-2024

21:30-23:45u

17°C, licht bewolkt, 1 Bft

Onderzoeker J. Osterthun en L. Zeeman (Arcadis) J. Osterthun en L. Zeeman (Arcadis) J. Osterthun (Arcadis) J. Osterthun & L. Zeeman (Arcadis) J. Osterthun & L. Zeeman (Arcadis) J. Osterthun en L. Zeeman (Arcadis) L. Zeeman (Arcadis) J. Osterthun (Arcadis) J. Osterthun & L. Zeeman (Arcadis) J. Osterthun & L. Zeeman (Arcadis)

Onderzoeksresultaten Tijdens het onderzoek zijn bij Bloemendaallaan 77 en Nijkerkerweg 128 geen steenuilen en kerkuilen waargenomen. Het afspelen van de territoriumroep van steenuil heeft geen reactie uitgelokt. Tijdens de visuele inspectie zijn binnen de stal en de directe omgeving ook geen uitwerpselen, zoals braakballen en krijtsporen, aangetroffen. Ook tijdens het inspecteren van de graslanden, paaltjes en gebouwen binnen het plangebied en de omgeving zijn geen uilen waargenomen. Bij de uilenwerkgroep zijn geen waarnemingen bekend waaruit blijkt dat de onderzochte gebouwen in gebruik zijn als nest- en/of rustplaats van steenuil en kerkuil. Op basis van deze bevindingen is geconcludeerd dat de gebouwen van Nijkerkerweg 128 en Bloemendaal 77 en Nijkerkweg 128 geen functie als verblijfplaats van steenuil en kerkuil heeft. Conform de uilenwerkgroep is bij Nijkerkerweg 130, ten noorden van fase 2a, een territoria van steenuil vastgesteld. Tijdens het onderzoek zijn hier geen steenuilen waargenomen. In de omgeving zijn ook geen steenuilen gehoord. Gelet op deze bevindingen is geconcludeerd dat dit territorium niet in gebruik is. Tijdens het vleermuizenonderzoek (21-08-2025) is ten oosten van de Bloemendaallaan een steenuil met de warmtebeeldcamera waargenomen. Het ging om één individu die op een paaltje zat.

Vermoedelijk werd het grasland in de omgeving gebruikt als foerageergebied. Dit individu had geen bindingen met het plangebied.

75

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

Figuur 44 Kaart met ligging plangebied (paars omkaderd) ten opzichte van territoria (rode stip) en nestkasten (rode vierkant).

Boerenzwaluw, huiszwaluw en spreeuw Tijdens de quickscan zijn (potentiële) nestplaatsen van boerenzwaluw, huiszwaluw en spreeuw aangetroffen. Dit zijn binnen de provincie Gelderland categorie 2 soorten waarvan de nestplaats jaarrond beschermd is indien onvoldoende alternatieve aanwezig zijn. Gelet op de enkele (potentiële) nestplaatsen van deze broedvogels binnen het plangebied worden effecten op de lokale populatie niet verwacht. Daarnaast wordt de nieuwbouw conform het kastenplan (zie bijlage B) natuurinclusief opgeleverd waar huiszwaluw en spreeuw van kunnen profiteren. Voor en volledig beeld is ook onderzoek gedaan naar deze broedvogels om een volledig beeld te krijgen van de aanwezigheid van categorie 2 soorten. Binnen het plangebied zijn ook potentiële nestplaatsen van broedvogels zoals houtduif, ekster en roodborst vastgesteld. Dit zijn broedvogels waarvan de nestplaats alleen gedurende broedperiode beschermd is. Voor deze broedvogels zijn mitigerende maatregelen, zoals werken buiten broedperiode (zie H 13), voldoende om conflict met één of meerdere verbodsbepalingen van de Ow te voorkomen. Onderzoeksmethodiek Van boerenzwaluw, huiszwaluw en spreeuw zijn geen kennisdocumenten en landelijke onderzoeksprotocollen beschikbaar.

Gelet op uitgevoerde onderzoeken van huismus, steenuil/kerkuil, steenmarter/boommarter en vleermuizen bij Nijkerkweg 128 en Bloemendallaan 77, zijn op verschillende momenten gedurende het jaar (februari t/m augustus) veldbezoeken uitgevoerd waarbij de buitenkant van de gebouwen onderzocht is. Daarnaast is voor het marteronderzoek ook nog een visuele inspectie aan de binnenkant van de gebouwen, mits toegankelijk, uitgevoerd. Tijdens deze veldbezoeken is ook gelet op aanwezigheid van boerenzwaluw, huiszwaluw en spreeuw. Gelet op de spreiding van de veldbezoeken is voldoende rekening gehouden met de broedperiode van boerenzwaluw (mei t/m augustus), huiszwaluw (half mei t/m half augustus) en spreeuw (half april t/m juni). Daarnaast zijn de gebouwen zowel van buiten als van binnen geïnspecteerd op nestplaatsen. Deze onderzoekinspanning geeft dan ook voldoende inzicht in het wel of niet voorkomen van nestplaatsen van boerenzwaluw, huiszwaluw en spreeuw. Onderzoeksresultaten Tijdens het huismus- en vleermuizenonderzoek zijn ter hoogte van de voormalige koeienstal van Bloemendaallaan 77 geen boerenzwaluw, huiszwaluw en spreeuwen waargenomen. Ook tijdens de visuele inspectie van de binnenkant

76

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

van de stal zijn geen individuen en nestplaatsen aangetroffen, geconcludeerd is dat de voormalige koeienstal geen functie als nestplaats van boerenzwaluw, huiszwaluw en spreeuw heeft. Tijdens het huismusonderzoek zijn bij de woning twee nestplaatsen van spreeuw vastgesteld. Deze bevinden zich in de schoorsteen, zie Figuur 45 en Figuur 46. Het gaat om twee schoorstenen die van bovenaf bereikbaar zijn. Tijdens het marter- en vleermuizenonderzoek is bij het overstek van de stal van Nijkerkerweg 128 één nestplaats van huiszwaluw vastgesteld, zie Figuur 45 en Figuur 47. Bij deze nestplaats zijn aan- en uitvliegende adulten en piepende juvenielen waargenomen. Bij de woning van Nijkerkerweg 128 zijn ter hoogte van het overstek resten van nesten van huiszwaluw aanwezig. Hier zijn geen complete nestplaatsen aangetroffen en gedurende de veldbezoeken heeft hier ook geen nestindicatief gedrag plaatsgevonden; aanwezigheid van nesten is hier uitgesloten. Tijdens het veldonderzoek zijn verder geen andere nestplaatsen aangetroffen.

Legenda Nestplaats spreeuw Nestplaats huiswaluw Nestresten huiszwaluw

Figuur 45 Locatie van de nestplaatsen/nestresten van huiszwaluw en nestplaatsen spreeuw bij gebouwen van Nijkerkerweg 128

Figuur 46 Waargenomen spreeuw (rood omkaderd) bij nestplaats in schoorsteen van de woning van Nijkerkerweg 128 77

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

Figuur 47 Impressie van de nestplaats/resten van nesten van huiszwaluw bij Nijkerkerweg 128. Foto links: Nestplaats van huiszwaluw die in gebruik is bij het overstek van de stal. Foto rechts: Nestresten van huiszwaluw bij het overstek van de woning

Steenmarter, boommarter en wezel Conform de quickscan (Arcadis, 2024) is vastgesteld dat de volgende potentiële functies van boom- en steenmarter onderzocht moeten te worden: • Potentiële verblijfplaatsen en omgeving: Voormalige koeienstal van Bloemendaallaan 77 en woning en stal van Nijkerkerweg 77. Onderzoeksmethodiek Voor het marteronderzoek zijn de richtlijnen van Kennisdocument Kleine marterachtigen gebruikt. Het onderzoek is uitgevoerd met wildcamera’s; Bushnell Trophy Cam 119676. Met dit model kunnen duidelijke dag- en nachtopnames gemaakt worden en heeft een reactietijd van maximaal 0,3 seconden. De focus van het onderzoek gaat uit naar de potentiële verblijfplaatsen die als gevolg van het voorgenomen ingreep verdwijnen. Dit zijn gebouwen en directe omgeving, en ter hoogte van Bloemendaal 77 ook de houtsingels. De houtsingels aan de rand van het plangebied, zoals ten noorden en oosten van fase 2a, zijn niet onderzocht omdat deze behouden blijven en daarmee toegankelijk blijven als mogelijke verblijfplaats van marters. Bij Nijkerkerweg 128 zijn drie wilcamera’s geplaatst en bij Bloemendaal 77 zijn vier wildcamera’s geplaatst. De wildcamera’s zijn geplaats voor een tijdsduur van 8 weken. Per adres zijn in totaal vier veldbezoeken uitgevoerd, zie Tabel 12 voor de verantwoording van de veldbezoeken.

Twee wildcamera’s zijn in de gebouwen geplaatst die toegankelijk zijn bevonden voor steen- en boommarter en één/twee wildcamera is in de omgeving geplaatst, zie Figuur 48 voor de locatie van de wildcamera’s. Gekozen is voor locaties waar de trefkans het grootst is zoals bij openingen in de gevel of deur waarlangs een boom- of steenmarter zich kan bewegen, zie Figuur 49. Voor de wildcamera’s is visolie geplaatst voor het vergroten van de trefkans. Tijdens het plaatsen en controleren van de wildcamera’s heeft ook een visuele inspectie plaatsgevonden waarbij de binnenkant van de stallen is onderzocht op sporen van marters zoals uitwerpselen en prooiresten. De wezel leidt een nomadisch bestaan waardoor individuen tijdens een momentopname van een marteronderzoek makkelijk gemist kunnen worden. Gelet op de potentie van het plangebied als leefgebied wordt daarom uitgegaan van een worstcasescenario. Dit houdt in dat voor deze soort een vergunning aangevraagd wordt en compensatiemaatregelen noodzakelijk zijn, zie H 8.6. Voor de wezel is daarom geen aanvullend onderzoek uitgevoerd. Tabel 12 Verantwoording veldbezoeken onderzoek boom- en steenmarter.

Onderzoeksgebied

78

Datum 15-5-2024 18-6-2024

Handeling Plaatsen wildcamera’s Controleren wildcamera's

Onderzoeker J. Osterthun (Arcadis) J. Osterthun (Arcadis)

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential

ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=b193c464-d056-4a77-9359-16872e77427d