Bloemendal IIA_Toelichting_Bijlage 15 Ecologie, activiteitenplan (2025)
Tekst van het document
Activiteitenplan t.b.v. aanvraag Omgevingsvergunning Floraen Fauna-activiteit Fase 2a en 2b Bloemendal Gemeente Barneveld 22 augustus 2025 - Confidential
ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT
Contactpersoon ARCADIS NEDERLAND B.V. .
Arcadis Nederland B.V. Postbus 220 3800 AE Amersfoort Nederland
2
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential
ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT
Inhoudsopgave 1
2
3
4
3
Inleiding
5
1.1
Aanleiding en doel
5
1.2
Leeswijzer
5
Plangebied en ingreep
6
2.1
Huidige situatie
6
2.2
Voorgenomen ingreep
7
2.3
Planning
11
Aanwezigheid beschermde soorten
12
3.1
Inleiding
12
3.2
Ecologische quickscan
12
3.3
Soortgericht onderzoek
12
Effecten, beoordeling (toetsing) en maatregelen
15
4.1
Inleiding
15
4.2
Effectbeschrijving, toetsing en maatregelen per soort
15
4.2.1
Planten
15
4.2.2
Huismus (categorie 1)
15
4.2.3
Kerkuil en steenuil (categorie 1)
18
4.2.4
Boerenzwaluw (categorie 2)
22
4.2.5
Huiszwaluw en spreeuw (categorie 2)
22
4.2.6
Boommarter en steenmarter
24
4.2.7
Wezel
24
4.2.8
Vleermuizen
28
4.2.9
Ringslang
30
4.2.10
Heikikker, poelkikker, kamsalamander en rugstreeppad
30
4.3
Beheer en monitoring
30
4.3.1
Extensief beheer
30
4.3.2
Monitoring van het beheer
32
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential
ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT
5
6
4.4
Algemene mitigerende maatregelen
32
4.4.1
Broedvogels (nest enkel beschermd gedurende broedperiode)
32
4.4.2
Vrijgestelde grondgebonden zoogdieren en amfibieën (Zorgplicht)
32
Vergunningsaanvraag Flora- en fauna-activiteit
33
5.1
Aanvraag
33
5.2
Belangenonderbouwing
33
5.3
Alternatieven
33
5.3.1
Locatie
33
5.3.2
Behouden
33
5.3.3
Planning
34
5.4
Staat van instandhouding
34
5.4.1
Huismus
34
5.4.2
Steenuil
35
5.4.3
Kerkuil
36
5.4.4
Wezel
37
Bronnen
39
Bijlagen Bijlage A Foto-impressie plangebied
40
Bijlage B Kastenplan
45
Bijlage C Quickscan (samenvatting)
61
Bijlage D Soortgericht onderzoek (methodiek en resultaten)
64
Colofon
97
4
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential
ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel
De gemeente Barneveld heeft het voornemen om binnen fase 2a en 2b van het project Bloemendal nieuwbouw te realiseren. Bij dergelijke ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met beschermde soorten conform Omgevingswet (Ow). In opdracht van de Gemeente Barneveld heeft Arcadis een quickscan ecologie uitgevoerd (Arcadis, 2024). Op basis van de bevindingen is geconcludeerd dat nader onderzoek naar beschermde soorten noodzakelijk is om aanwezigheid vast te stellen, dan wel uit te sluiten. Het gaat om de volgende soort(groep)en: • • • • • • •
Planten: stijve wolfsmelk en glad biggenkruid Broedvogels met jaarrond beschermd nest (categorie 1): huismus, kerkuil en steenuil. Broedvogels met jaarrond beschermde nesten als onvoldoende alternatieven aanwezig zijn (categorie 2): boerenzwaluw, huiszwaluw en spreeuw. Marterachtigen: boommarter, steenmarter en wezel. Vleermuizen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, franjestaart, meervleermuis, watervleermuis en rosse vleermuis. Reptielen: ringslang Amfibieën: heikikker, poelkikker, rugstreeppad en kamsalamander
Arcadis heeft vervolgens het soortgericht onderzoek uitgevoerd. In voorliggende rapportage wordt ingegaan op de bevindingen van het soortgericht onderzoek, de vervolgstappen die noodzakelijk zijn om conflict met de Ow te voorkomen en de vergunningsaanvraag flora- en fauna-activiteit.
1.2
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 is het plangebied en de voorgenomen ingreep beschreven. Hoofdstuk 3 geeft een samenvatting van de bevindingen van het soortgericht onderzoek. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op de effecten op de soorten, waarvan essentiële functies is vastgesteld, een beoordeling (toetsing) conform de Ow en indien noodzakelijk maatregelen om negatieve effecten te voorkomen, of te beperken. In dit hoofdstuk wordt ook ingegaan op het beheer en monitoring van het beheer en algemene maatregelen die te allen tijde getroffen moeten worden. Hoofdstuk 5 behandelt de vergunningsaanvraag flora- en fauna-activiteit. In hoofdstuk 6 zijn de geraadpleegde bronnen weergegeven. Overzicht van de bijlagen Bijlage A: Foto-impressie plangebied Bijlage B: Kastenplan Bijlage C: Quickscan (samenvatting) Bijlage D: Soortgericht onderzoek (methodiek en resultaten)
5
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential
ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT
2
Plangebied en ingreep
2.1
Huidige situatie
Het plangebied, bestaande uit fase 2a en 2b, is in het noorden van Barneveld (provincie Gelderland) gelegen tussen de Bloemendaallaan (ten oosten) en de Nijkerkerweg (ten westen), zie Figuur 1. Het plangebied bestaat voornamelijk uit gras- en akkerland en braakliggend terrein. De percelen worden omsloten door de Trammelantbeek die naar verwachting niet-jaarrond waterhoudend is. Binnen en aangrenzend aan het plangebied zijn houtsingels aanwezig, bestaande uit voornamelijk zwarte els, eik, berk en wilg. In het oostelijk deel van fase 2a is een gronddepot aanwezig. De bebouwing op de percelen bestaat uit vrijstaande huizen of boerderijen (zowel nieuw als oud) met pannendaken en stallen of schuren of loodsen. Binnen de contour van fase 2a staan drie vrijstaande woningen met stallen/schuren en loodsen en omliggende percelen met tuinplanten en verharding. Het gaat om twee gerenoveerde boerderijen (Nijkerkerweg 126 en 126-1) en één vervallen boerderij (Nijkerkerweg 128). De boerderijen van Nijkerkerweg 126, 126-1 en de omliggende tuinen blijven intact en vallen buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. Binnen de contour van fase 2b zijn vier woningen (Bloemendaallaan 77 t/m 83) aanwezig. Bij Bloemendaallaan 77 is ook een voormalige koeienstal aanwezig. De boerderijen hebben geen agrarische functie meer.
De boerderijen van Nijkerkerweg 79 t/m 83 en de omliggende tuinen blijven intact en vallen buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. Het terrein in de omgeving bestaat voornamelijk uit gras- en akkerland, agrarische erven. Ten zuiden van het plangebied zijn sportvelden aanwezig. Ten zuiden van fase 2a en ten westen van fase 2b is de nieuwbouwwijk van fase 1 gelegen. In Bijlage A is een foto-impressie van fase 2a en 2b en de directe omgeving opgenomen.
Legenda Fase 2a Fase 2b
Figuur 1 Luchtfoto met ligging plangebied Fase 2a en 2b
6
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential
ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT
2.2
Voorgenomen ingreep
Binnen het plangebied (fase 2a en 2b) zal een nieuwe woonwijk gerealiseerd worden, met nieuwe infrastructuur, woningen en groenzones, zie Figuur 2 en Figuur 3 voor de ontwerptekeningen. Het plangebied, bestaande uit voornamelijk gras- en akkerland, zal hiervoor bouwrijp gemaakt worden. Hieronder is per woonerf aangegeven of en zo ja, welke werkzaamheden plaatsvinden: • Bloemendaallaan 77: - De voormalige koeienstal wordt gesloopt en terrein wordt bouwrijp gemaakt. - Het gros van de planten (struiken en bomen) wordt verwijderd en het terrein wordt bouwrijp gemaakt, zie Figuur 4. - De woning en garage en de directe omgeving blijven behouden. • Bloemendaallaan 79 t/m 83: - Hier vinden geen werkzaamheden plaats. Het erf blijft behouden. • Nijkerkerweg 126 en 126-1: - De loods wordt gesloopt en terrein wordt bouwrijp gemaakt, zie Figuur 4. - Enkele bomen/struiken worden verwijderd en het terrein wordt bouwrijp gemaakt, zie Figuur 4. • Nijkerkerweg 128: - Perceel wordt opgesplitst in twee woonerven - De woning en de stal worden vermoedelijk gesloopt, zie Figuur 4. - Mogelijk worden hier twee aparte woningen gebouwd. - De beplanting wordt verwijderd. Verder wordt rekening gehouden met nog een aantal andere ingrepen: • Een deel van houtsingel, ter hoogte van Wethouder Rebellaan 24/7, wordt verwijderd, zie Figuur 4.
• De Trammelantbeek (zie Figuur 4) grenst aan fase 2a en loopt door fase 2b. Deze watergang blijft behouden en wordt mogelijk op sommige delen uitgegraven om de waterafvoerende capaciteit te verbeteren. De infrastructuur binnen het plangebied zal aansluiten op de bestaande infrastructuur waaronder de verharde wegen van de Nijkerkerweg en Bloemendaallaan. Het uitgangspunt is om het plangebied natuurinclusief op te leveren, zoals het aanbieden van nestvoorzieningen voor huismus, gierzwaluw en huiszwaluw en verblijfsvoorzieningen voor gebouwbewonende vleermuissoorten zoals gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Dit is uitgewerkt in een kastenplan, zie bijlage B. Daarnaast zijn erfafscheidingen in de vorm van muren en schuttingen niet toegestaan in de openbare ruimte, hier worden (lage) hagen bestaande uit inheemse soorten zoals haagbeuk, veldesdoorn, liguster en hulst aangeplant. De bermen binnen het plangebied zullen extensief beheerd worden, waar vooral insecten en vogels van profiteren, zie Figuur 5 ter illustratie (fase 1 van het project Bloemendal).
7
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential
ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT
Figuur 2 Ontwerp plangebied; fase 2a (binnen gele stippellijn) met te behouden woningen (rood omkaderd), nieuwbouw (paars gerande vlakken), infrastructuur/parkeerplaatsen (grijs gerande vlakken) en aan te planten groen (groene vlakken en symbolen)
8
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential
ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT
Figuur 3 Ontwerp plangebied; fase 2b (binnen rode stippellijn) met te behouden woningen (rood omkaderd), nieuwbouw (paars omkaderd), infrastructuur/parkeerplaatsen (grijs) en aan te planten groen (groen)
9
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential
ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT
Legenda Fase 2a Fase 2b Te slopen gebouwen Te kappen houtsingel Trammelantbeek
Figuur 4 Luchtfoto plangebied met de slopen gebouwen, te kappen houtsingels en de Trammelantbeek
10
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential
ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT
Figuur 5 De bermen binnen fase 1 van het project Bloemendal worden extensief beheerd; insecten en vogels profiteren hiervan.
2.3
Planning
De volgende planning wordt verwacht: -
11
2a: Start bouwrijp maken half 2027. Oplevering bouwrijp terrein en start bouw woningen eind 2027. Oplevering woningen t/m half 2028. 2b: Start bouwrijp maken half 2026. Oplevering bouwrijp terrein en start bouw woningen begin 2027. Oplevering woningen tot 2028.
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential
ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT
3
Aanwezigheid beschermde soorten
3.1
Inleiding
Bij ruimtelijke ingrepen, zoals de nieuwbouwontwikkeling binnen fase 2a en 2b van het project Bloemendal, dient conform Ow rekening gehouden te worden met beschermde soorten. In de navolgende paragrafen wordt ingegaan op een samenvatting van de ecologische bevindingen.
3.2
Ecologische quickscan
Voor een eerste inzicht in het voorkomen van beschermde soorten heeft Arcadis een quickscan uitgevoerd (Arcadis, 2024). Conform quickscan zijn negatieve effecten op beschermde soorten niet uitgesloten. Het gaat om de volgende soort(groep)en: • • • • • • •
Planten: stijve wolfsmelk en glad biggenkruid Broedvogels met jaarrond beschermd nest (categorie 1): huismus, kerkuil en steenuil. Broedvogels met jaarrond beschermde nesten als onvoldoende alternatieven aanwezig zijn (categorie 2): boerenzwaluw, huiszwaluw en spreeuw. Marterachtigen: boommarter, steenmarter en wezel. Vleermuizen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, franjestaart, meervleermuis, watervleermuis en rosse vleermuis. Reptielen: ringslang Amfibieën: heikikker, poelkikker, rugstreeppad en kamsalamander
De negatieve effecten die mogelijk plaatsvinden op deze beschermde soort(groep)en leiden mogelijk tot conflict met verbodsbepalingen van de Ow. Aanvullend soortgericht onderzoek is noodzakelijk om aanwezigheid vast te stellen, dan wel uit te sluiten.
3.3
Soortgericht onderzoek
Het SGO geeft antwoord op de vraag of er in het plangebied beschermde soorten voorkomen en zo ja, op welke manier deze soorten het plangebied gebruiken. Aan de hand van de effectbeschrijving is beoordeeld of er effecten te verwachten zijn. Vervolgens deze voorkomen kunnen worden of niet. Het doel van het SGO is enerzijds om te boordelen of er beschermde ecologische functies en soorten in het plangebied voorkomen. Anderzijds is het doel om te bepalen of deze functies worden aangetast of verdwijnen als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Het SGO is uitgevoerd volgens de richtlijnen van BIJ12 ((2014, 2023a/b)) en het Vleermuisprotocol 2021 (NGB en Zoogdiervereniging, 2021). De aanwezigheid van deze soorten en eventuele essentiële onderdelen van functioneel leefgebied binnen het plangebied worden beschreven in de volgende paragrafen. Voor meer gedetailleerde informatie (onderzoeksmethodiek en uitgebreide weergave van de resultaten) omtrent het soortgericht onderzoek wordt verwezen naar Bijlage D. De uitkomsten van de quickscan zijn de aanleiding geweest voor het uitvoeren van soortgericht onderzoek (SGO) naar: • • • • • •
Planten: glad biggenkruid, stijve wolfsmelk Broedvogels: huismus (categorie 1), steenuil (categorie 1), kerkuil (categorie 1), boerenzwaluw (categorie 2), huiszwaluw (categorie 2), spreeuw (categorie 2) Grondgebonden zoogdieren: Steenmarter, boommarter Vleermuizen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, franjestaart, meervleermuis, watervleermuis en rosse vleermuis. Reptielen: Ringslang Amfibieën: heikikker, poelkikker, kamsalamander en rugstreeppad.
In de quickscan (Arcadis, 2024) is niet specifiek gekeken naar rodelijstsoorten. Voor de volledigheid van de onderzoeksresultaten is daarom tijdens de veldbezoeken ook gelet op aanwezigheid van rodelijstsoorten die in de omgeving van het plangebied zijn waargenomen (NDFF) en voor kunnen komen in extensief beheerd grasland (potentiële groeiplaats binnen het plangebied): beemdkroon, bolderik, borstelgras, bosaardbei, brede waterpest, 12
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential
ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT
dubbelloof, echte guldenroede, gele kornoelje, gevlekte orchis, gewone agrimonie, gulden sleutelbloem, kamgras, klein wintergroen, klokjesgentiaan, korenbloem, moeraswespenorchis, oosterse morgenster, rapunzelklokje, steenanjer, teer vederkruid, veldsalie, welriekende agrimonie en kievitsbloem. Planten Tijdens het onderzoek zijn glad biggenkruid, stijve wolfsmelk en rodelijstsoorten niet aangetroffen. Aanwezigheid is op basis van het plantenonderzoek uitgesloten. Huismus (categorie 1) Tijdens het onderzoek zijn husmussen binnen het plangebied waargenomen. Binnen fase 2a zijn essentiële verblijfsfuncties bij Nijkerkerweg 128 vastgesteld. Het gaat om twee nestplaatsen waarvan één in de woning en één in de stal. De struiken en bomen in de tuin van Nijkerkerweg 128 functioneren als essentiële rust- en kwetterplaats waarvandaan de mannetjes roepen. Binnen fase 2b zijn geen verblijfplaatsen van huismus vastgesteld. Wel is aan de rand van het perceel van Bloemendaallaan 77 vastgesteld dat struiken functioneren als rust- en kwetterplaats waarvandaan ook mannetjes roepen. Verblijfplaatsen zijn bij een aantal woningen aan de Bloemendaallaan, buiten het plangebied, vastgesteld. Hier is relatief veel activiteit van huismus waargenomen en daarom is, ook gelet op de nestplaatsen in directe omgeving, vastgesteld dat het hier gaat om een essentiële rust- en kwetterplaats.
Kerkuil (categorie 1) Tijdens het onderzoek zijn geen individuen binnen het plangebied en de omgeving waargenomen. Ook zijn geen en sporen in de gebouwen waargenomen. Bij de lokale uilenwerkgroep zijn ook geen waarnemingen bekend van individuen en nestplaats binnen het plangebied en de directe omgeving. Op basis van deze bevindingen is aanwezigheid van verblijfplaatsen in gebouwen binnen het plangebied uitgesloten. Conform quickscan wordt rekening gehouden met een cumulatief effect op foerageergebied van kerkuil als gevolg van verstedelijking binnen het plangebied. Gelet op de afwezigheid van verblijfplaatsen binnen het plangebied wordt alleen rekening gehouden met verlies aan foerageergebied. Steenuil (categorie 1) Tijdens het onderzoek zijn geen individuen binnen het plangebied waargenomen. Wel is één individu ten oosten van het plangebied waargenomen. Dit individu had geen binding met het plangebied. Binnen de gebouwen in het plangebied zijn geen sporen van aanwezigheid waargenomen. Aanwezigheid van en verblijfplaats is op basis van het veldonderzoek uitgesloten. Bij de lokale uilenwerkgroep is één territoria bekend ter hoogte van Nijkerkerweg 130. Dit is individu is tijdens het onderzoek niet gehoord of gezien. Bij de betreffende particulier is ook geen nestplaats bekend. Gelet op deze bevindingen is geconcludeerd dat het territorium niet langer in gebruik is.
Conform quickscan wordt rekening gehouden met een cumulatief effect op foerageergebied van steenuil als gevolg van verstedelijking binnen het plangebied. Gelet op de afwezigheid van verblijfplaatsen binnen het plangebied wordt alleen rekening gehouden met verlies aan foerageergebied. Boerenzwaluw (categorie 2) Tijdens het onderzoek zijn geen boerenzwaluwen bij de gebouwen waargenomen. Op basis van de bevindingen is vastgesteld dat het plangebied geen essentiële functie voor boerenzwaluw heeft. Huiszwaluw (categorie 2) Tijdens het onderzoek is één nestplaats van huiszwaluw vastgesteld bij de oostgevel van de stal gelegen aan adres Nijkerkerweg 128. Hier zijn in- en uitvliegende individuen en piepende jongen gehoord. Dit is de enige locatie binnen het plangebied waar nestindicatief gedrag van huiszwaluw is vastgesteld. Spreeuw (categorie 2) Tijdens het onderzoek zijn twee nestplaatsen van spreeuw vastgesteld in de schoorstenen van de woning van Nijkerkerweg 128. Hier zijn in- en uitvliegende individuen waargenomen. Dit is de enige locatie binnen het plangebied waar nestindicatief gedrag van spreeuw is vastgesteld. 13
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential
ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT
Boommarter, steenmarter en wezel Tijdens het onderzoek naar boommarter en steenmarter zijn geen individuen en sporen (bijvoorbeeld uitwerpselen en prooiresten) waargenomen. Op basis van deze bevindingen is vastgesteld dat het plangebied geen essentiële functie voor boommarter en steenmarter heeft. De wezel leidt een nomadisch bestaan waardoor individuen tijdens een momentopname van een marteronderzoek makkelijk gemist kunnen worden. Gelet op de potentie van het plangebied als leefgebied wordt daarom uitgegaan van een worstcasescenario. Het gaat hierbij om twee functies: verblijfplaatsen en foerageergebied. Verblijfplaatsen zijn te vinden op plekken waar dekking te vinden is zoals stroken met ruigte aan de randen van grasland en rommelhoekjes op erven. Gelet op het worstcasescenario houdt in dat voor deze soort een vergunning aangevraagd wordt en compensatiemaatregelen noodzakelijk zijn, zie H 4.4.7. Voor de wezel is daarom geen aanvullend onderzoek uitgevoerd. Vleermuizen Onderzoek is uitgevoerd naar gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, franjestaart, meervleermuis, watervleermuis en rosse vleermuis. Tijdens het vleermuizenonderzoek zijn geen verblijfplaatsen in gebouwen en bomen vastgesteld. Op basis van deze bevindingen is aanwezigheid van verblijfplaatsen binnen het plangebied uitgesloten.
Bij de houtsingels aan de rand van het plangebied is een vliegroute vastgesteld van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, watervleermuis en laatvlieger. Deze houtsingel functioneert ook als onderdeel van het essentiële foerageergebied van gewone dwergvleermuis. Ringslang Tijdens het ringslangonderzoek zijn binnen het plangebied en de omgeving geen ringslangen waargenomen. Op basis van de bevindingen is het uitgesloten dat het plangebied een essentiële functie heeft. Heikikker, poelkikker, kamsalamander en rugstreeppad Tijdens het amfibieën onderzoek zijn binnen het plangebied en de omgeving geen heikikker, poelkikker, kamsalamander en rugstreeppad, larven en eitjes waargenomen. Op basis van de bevindingen is het uitgesloten dat het plangebied een essentiële functie heeft.
14
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential
ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT
4
Effecten, beoordeling (toetsing) en maatregelen
4.1
Inleiding
Op basis van het soortgericht onderzoek is vastgesteld dat een deel van het plangebied een essentiële functie voor beschermde soorten heeft. Dit hoofdstuk geeft inzicht in of en zo ja, welke werkzaamheden leiden tot negatieve effecten op de relevante soorten en of dit in conflict is met één of meerdere verbodsbepalingen van de Ow.
4.2
Effectbeschrijving, toetsing en maatregelen per soort
4.2.1
Planten
Aanwezigheid van beschermde planten en rodelijstsoorten is niet vastgesteld; effecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling vinden niet plaats. Een toetsing en het treffen van maatregelen is daarom niet aan de orde.
4.2.2
Huismus (categorie 1)
Effectbeschrijving In Tabel 1 is, op basis van de onderzoekresultaten, weergegeven of er sprake is van een effect op huismus, als gevolg van het voornemen. Tabel 1 Effectbeschrijving huismus Soort Huismus
Onderzochte functie Nest- en rustplaatsen Van toepassing op woning van stal van Nijkerkerweg 128
Effect op onderzochte functie? / effectbeschrijving Ja, van toepassing op de woning en stal van Nijkerkerweg 128: Aantasting van twee nestplaatsen gedurende de realisatiefase, met tot gevolg verwonden en/of doden van individuen en vernietigen van nesten/eieren. Realisatiefase Door de gebouwen van Nijkerkerweg 128 te slopen worden twee nest- en rustplaatsen van huismus permanent vernietigd. Gedurende de broedperiode (maart-september) leiden de werkzaamheden tot verstoring van broedende huismussen (grote kans op verlating nest). Aanwezige eieren en/of kuikens zullen worden vernietigd of verwond en/of gedood. Bij aantasting van nest- en rustplaatsen zullen huismussen naar de omgeving uitwijken. De kans bestaat dat minder geschikte nest- en rustplaatsen gevonden worden. Dit heeft mogelijk tot gevolg dat er verstoring plaatsvindt gedurende de broedperiode en de kans op predatie toeneemt. Buiten de broedperiode wordt aangenomen dat de nestplaats in ieder geval gedurende de vorstperiode van essentieel belang zijn. Als huismussen geen vorstvrije ruimte vinden leidt dit naar verwachting tot sterfte. Bij de voormalige koeienstal van Bloemendaallaan 77 zijn geen nestplaatsen van huismus aanwezig; negatieve effecten zijn uitgesloten. Bij de woningen van Nijkerkerweg 124, 126 en 130 zijn nestplaatsen van huismus (mogelijk) aanwezig.
Deze woningen en het omliggend erf blijven behouden; negatieve effecten op deze nestplaatsen zijn uitgesloten.
Foerageergebied en rustplaatsen: Van toepassing op Nijkerkerweg 128 en
15
Gebruiksfase Het voornemen leidt tot verstedelijking van het plangebied. De huismus komt ook voor in het stedelijk gebied. Gelet op het kastenplan (zie Bijlage B) wordt de nieuwbouw natuurinclusief opgeleverd. Door het aanbieden van nestvoorzieningen is kolonisatie van huismus aannemelijk, ook gelet op de aanwezigheid van een al bekende kolonie in de omgeving (Nijkerkerweg 124, 126 en 137). De nieuwbouw heeft daarom naar verwachting een positief effect op aanbod van verblijfsmogelijkheden. Ja, van toepassing op het erf van Nijkerkerweg 128: Aantasting van foerageergebied en rustplaatsen gedurende realisatiefase en verwonden en/of doden van individuen gedurende de gebruiksfase. Realisatiefase
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential
ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT
Bloemendaallaan 77
Door het verwijderen van opgaand groen op het erf van Nijkerkerweg 128 worden dekkingsen foerageermogelijkheden van huismus permanent aangetast. Dit heeft naar verwachting tot gevolg dat huismussen uitwijken naar de omgeving. In de adressen in de omgeving, waar ook nestplaatsen zijn vastgesteld, zijn verschillende dekkings- en foerageermogelijkheden aanwezig waar ook gebruik van gemaakt wordt. Gelet op dit leefgebied, buiten de invloedsfeer van de voorgenomen ontwikkeling, zijn effecten op dekkings- en foerageermogelijkheden minimaal. De houtsingel bij Bloemendallaan 77, waar huismussen zijn waargenomen, blijft intact. Negatieve effecten op deze foerageer- en rustmogelijkheden zijn daarom uitgesloten. Gebruiksfase Naar verwachting zal de verstedelijking leiden tot een toename van huisdieren zoals huiskatten. Huiskatten kunnen huismussen vangen, verwonden en/of doden. Zowel binnen als buiten het plangebied leidt een toename van huisdieren naar verwachting tot een toename van huismussen die verstoord, verwond en/of gedood worden. De vastgestelde nestplaatsen bij Nijkerkerweg 124, 126, 130 worden omgeven door erven die behouden blijven. Op deze erven is een toename van menselijke activiteiten, als gevolg van het voornemen, niet aan de orde. Verstoring van (foeragerende en rustende) huismussen is daarom uitgesloten.
Toetsing Op basis van bovenstaande zijn effecten op huismus, als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling te verwachten. Een toetsing is daarom aan de orde. De huismus is op Europees niveau beschermd conform de Vogelrichtlijn en valt onder categorie 1 conform beleidsregels soortenbescherming Gelderland. In Tabel 2 is op basis van de effectbeschrijving beschreven welke schadelijke handelingen plaatsvinden als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Daarbij is geen rekening gehouden met eventueel mogelijke maatregelen. Tabel 2 Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten (art. 5.1, lid 2, onderdeel 9, Omgevingswet). Het verbod geldt voor Vogelrichtlijnsoorten voor de handelingen die in deze tabel zijn aangegeven en die het gevolg zijn van het initiatief Soort(groep) Huismus
A X
b X X
X
c
d
Als gevolg van Realisatiefase: Slopen van de gebouwen van Nijkerkerweg 128 Realisatiefase: Verwijderen van struiken/bomen van Nijkerkerweg 128 Gebruiksfase: Door een toename van predatie (door huiskatten)
Het verbod geldt voor Vogelrichtlijnsoorten voor (art. 11.37, lid 1 Besluit activiteiten leefomgeving): a: te doden of te vangen; b: opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; c: eieren te rapen en deze onder zich te hebben; d: opzettelijk te verstoren; verstoring toegestaan indien niet van wezenlijke invloed op de staat van instandhouding. Art. 11.37, lid 1c is niet van toepassing omdat de voorgenomen werkzaamheden niet gericht zijn op het rapen en onder zich hebben van eieren. Art. 11.37, lid 1d is niet van toepassing omdat de voorgenomen werkzaamheden effect op twee nestplaatsen van huismus. Verstoring door het verwijderen van deze enkele nestplaatsen heeft geen wezenlijke invloed op de staat van instandhouding.
Mitigatiemaatregelen Verstoring, verwonden en/of doden van individuen van huismussen en het vernietigen van nesten/rustplaatsen/eieren is van toepassing op Nijkerkerweg 128. Effecten op broedsels worden voorkomen door sloop- en/of renovatiewerkzaamheden buiten de broedperiode uit te voeren. De broedperiode loopt globaal van maart t/m september, dit kan door weersveranderingen en/of andere factoren verschuiven. Huismussen kunnen jaarrond gebruik maken van de nest- en rustplaats. Verstoring van individuen buiten de broedperiode is daarom niet te voorkomen. Buiten de broedperiode vormt de vorstperiode ook een kwetsbare periode. 16
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential
ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT
In de omgeving, bijvoorbeeld binnen fase 1 (zie Figuur 6) van het project Bloemendal, zijn verschillende alternatieve nestmogelijkheden aanwezig. Door deze nestmogelijkheden in de omgeving, waar ook gedurende vorstperiode verblijft kan worden, zijn voldoende alternatieve in de omgeving aanwezig. De voorgenomen ingreep leidt tot permanente aantasting van nest- en rustplaatsen in de gebouwen van Nijkerkerweg 128 en rustplaatsen in omliggende struiken en bomen. Mitigerende maatregelen zijn daarom onvoldoende toereikend om negatieve effecten te voorkomen; compensatiemaatregelen zijn aan de orde (zie tekst onder Figuur 6). De verstedelijking van het plangebied leidt naar verwachting tot een toename van huisdieren zoals katten. Katten staan erom bekend dat ze op vogels zoals huismussen jagen. Een toename van verwonding en/of sterfte van huismussen is daarom te verwachten. Mitigatiemaatregelen zijn onvoldoende toereikend om verwonden en/of doden van individuen te voorkomen. Eén van de uitgangspunten van de nieuwbouw is dat erfafscheidingen in de vorm van muren en schuttingen niet toegestaan zijn op de erfgrenzen aangrenzend aan de openbare ruimte, alleen in de vorm van hagen bestaande uit inheemse soorten zoals berk, haagbeuk, veldesdoorn, liguster, taxus en hulst.
Hagen vormen dekkingsmogelijkheden voor huismus en zijn hierdoor minder kwetsbaar voor huiskatten (en ook roofvogels zoals sperwer).
Figuur 6 Binnen fase 1 van Bloemendal (grenst in het noorden met fase 2a, waar Nijkerkerweg 128 gelegen is) zijn diverse nestvoorzieningen voor huismus (bovenwettelijk) ingebouwd en ook de nestvoorzieningen van gierzwaluw functioneren als nestplaats van huismus (Arcadis, 2025)
Compensatiemaatregelen
17
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential
ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT
Voor het compenseren van het verlies aan nestplaatsen moeten minimaal drie maanden voor de realisatiefase alternatieve nestvoorzieningen aangeboden worden. Hiermee wordt voldaan aan de gewenningsperiode van drie maanden waarin de oorspronkelijke situatie en de nieuwe nestvoorzieningen aanwezig zijn. Binnen Bloemendal fase 1 zijn in de nieuwbouw permanente/duurzame nestvoorzieningen aangeboden. Dit is op circa 150 meter van Nijkerkerweg 128. Echter de kolonie, waar de huismussen die bij Nijkerkerweg 128 broeden deel van uitmaken, is voornamelijk actief bij Nijkerkerweg 124, wat grenst aan de nieuwbouw fase 1. Daarnaast is uit de monitoring fase 1 (Arcadis, 2025) gebleken dat bij een aantal woningen in de omgeving van Nijkerkerweg 124 nestplaatsen van huismussen aanwezig zijn. Het gaat hierbij om inbouwvoorzieningen die gebruikt worden als nestplaats. Op basis van deze monitoring is geconcludeerd dat huismussen uit dezelfde kolonie als die van Nijkerkerweg 128 ook binnen fase 1 broeden. Daarnaast is ook uit de monitoring gebleken dat diverse nestvoorzieningen aanwezig zijn waar geen nestplaatsen zijn vastgesteld. Hierop gelet zijn voldoende nestplekken binnen fase 1 aanwezig welke reeds ontdekt zijn door huismussen van de kolonie waar de huismussen van Nijkerkerweg 128 deel van uitmaken.
De nieuwbouw van fase 2a en 2b wordt vergelijkbaar met fase 1 natuurinclusief opgeleverd, zie kastenplan in Bijlage B. Dit houdt in dat de woningen, waar mogelijk, voorzien worden van nestvoorzieningen voor onder andere huismus. Dit gaat om tientallen nestvoorzieningen en exacte invulling moet nog verder uitgewerkt worden. Gelet op de aantasting van twee nestplaatsen bij Nijkerkerweg 128 en de mitigatietaakstelling van twee alternatieve nestvoorzieningen per verloren nestplaats, moeten juridisch gezien ten minste vier alternatieve nestvoorzieningen aangeboden worden. Door de natuurinclusieve inrichting van fase 2a en 2b conform kastenplan, zullen daarom meer nestvoorzieningen dan juridisch noodzakelijk is, aangeboden worden. Geconcludeerd is dat door het aanbod aan permanente/duurzame nestvoorzieningen binnen fase 1 en de kastenplan van fase 2a en 2b ervoor zorgen dat tijdens de realisatie- en gebruiksfase van de voorgenomen ingreep voldoende alternatieve en duurzame nestplaatsen voor huismus aanwezig zijn. Daarom wordt het overbodig geacht om extra tijdelijke/niet duurzame nestvoorzieningen aan te bieden. Een toename van verwonding en/of sterfte onder huismussen door een toename van onder andere katten kan niet voorkomen worden door compensatiemaatregelen.
Vergunningsplicht Aantasting van 2 nesten (tevens vaste rust- en/of verblijfplaatsen) als gevolg van de geplande ingreep en het verwonden en/of doden van individuen gedurende de gebruiksfase kan niet voorkomen worden door het treffen van mitigerende maatregelen; een vergunningsplicht is aan de orde voor artikel 11.37, lid 1a en 1b van Ow.
4.2.3
Kerkuil en steenuil (categorie 1)
Effectbeschrijving Aanwezigheid van nest- en rustplaatsen van kerkuil en steenuil is niet vastgesteld. Effecten op nest- en rustplaatsen als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling zijn daarom uitgesloten. Conform de eerder uitgevoerde quickscan (Arcadis, 2024) dient echter rekening gehouden te worden met een cumulatief effect door verlies van foerageergebied van steenuil en kerkuil door de verstedelijking van het plangebied. De verstedelijking heeft naar verwachting tot gevolg dat uitwijkmogelijkheden van steenuil en kerkuil dermate afnemen dat naar verwachting minder geschikte foerageergebieden gebruikt zullen moeten worden waarbij de kans op sterfte (van jongen), door tekort aan voedsel, aanrijding met verkeer en predatie toeneemt. Toetsing Op basis van hetgeen hierboven beschreven zijn effecten op essentieel foerageergebied van steenuil en kerkuil, als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling, te verwachten. Een toetsing is daarom aan de orde. Steenuil en kerkuil zijn op Europees niveau beschermd conform de Vogelrichtlijn. In Tabel 3 is op basis van de effectbeschrijving weergegeven welke schadelijke handelingen plaatsvinden als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Daarbij is geen rekening gehouden met eventueel mogelijke maatregelen. Tabel 3 Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten (art.
5.1, lid 2, onderdeel 9, Omgevingswet). Het verbod geldt voor Vogelrichtlijnsoorten voor de handelingen die in deze tabel zijn aangegeven en die het gevolg zijn van het initiatief Soort 18
A
b
c
d
Als gevolg van
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential
ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT
Steenuil en kerkuil
X
Verstedelijking van plangebied (verlies van agrarisch gebied als essentieel foerageergebied voor steenuil en kerkuil)
Het verbod geldt voor Vogelrichtlijnsoorten voor (art. 11.37, lid 1 Besluit activiteiten leefomgeving): a: te doden of te vangen; b: opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; c: eieren te rapen en deze onder zich te hebben; d: opzettelijk te verstoren; verstoring toegestaan indien niet van wezenlijke invloed op de staat van instandhouding.
Mitigatiemaatregelen Door de verstedelijking van het plangebied verdwijnt potentieel foerageergebied van steenuil en kerkuil. Mitigatiemaatregelen zijn onvoldoende toereikend om verstoring als gevolg van aantasting van foerageergebied te voorkomen, compensatiemaatregelen zijn aan de orde, zie hieronder. Compensatiemaatregelen Gelet op de verstedelijking van het plangebied en daarmee aantasting van het foerageergebied van steenuil en kerkuil, zijn compensatiemaatregelen noodzakelijk om effecten op het aanbod aan foerageergebied te beperken. Deze compensatiemaatregelen zijn gericht op het optimaliseren van het leefgebied in de omgeving van het plangebied. Locatie bepalen (ook van toepassing op wezel, zie H 8.6.2) De maatregelen voor het optimaliseren van het leefgebied van steenuil en kerkuil zijn gericht op potentieel leefgebied in de omgeving van het plangebied; dit bestaat voornamelijk uit agrarische terreinen zoals gras- en akkerland. Voor het realiseren van duurzame maatregelen ten gunste van het leefgebied van steenuil en kerkuil moet rekening gehouden worden met de verstedelijking, in het kader van het project Bloemendal, zie Figuur 7. Nog te herontwikkelen terreinen in het kader van het project Bloemendal zijn ongeschikt voor het treffen van maatregelen.
Tussen het plangebied en de noordelijk gelegen Esvelderbeek blijven gras- en akkerlanden behouden welke deels vallen onder GO, zie Figuur 8. Voor de locatie van de maatregelen gaat de focus daarom uit naar het agrarisch gebied ten noorden van het plangebied. Een deel van het GO is in bezit van de Gemeente Barneveld, zie Figuur 8. Voor landschappelijke ingrepen (bijvoorbeeld het realiseren van een poel) gaat de focus uit naar dit terrein.
19
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential
ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT
Figuur 7 Fases van het Bloemendalproject met twee locaties waar ook nog het voornemen is om te bouwen; binnen paarse stippellijn is het voornemen om woningen te realiseren en binnen de grijze stippellijn is het voornemen om een AZC te realiseren
Figuur 8 Ligging Groene ontwikkelingszone (GO= lichtgroen), waarvan een deel in eigendom van de gemeente Barneveld (oranje omkaderd), en Gelders natuurnetwerk (GNN= donkergroen) ten noorden van het ontwikkelingsgebied van het project Bloemendal (rood omkaderd)
20
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential
ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT
Uitwerking Voor het optimaliseren van het leefgebied van steenuil en kerkuil zijn conform de vigerende kennisdocumenten diverse maatregelen mogelijk. Gelet op de bestaande agrarische terreinen en houtsingels is gekozen voor de volgende compensatiemaatregelen. •
• • •
Foerageermogelijkheden: - Door landschapselementen (houtwal en poel) te realiseren worden foerageer- en drinkmogelijkheden voor kerkuil en steenuil geoptimaliseerd. Voor een houtsingel worden inheemse soorten gebruikt die aansluiten als lijnvormige element op de bestaande struiken en bomen waaronder zwarte els en zomereik. Bij het creëren van een poel wordt rekening gehouden met de toegankelijkheid door het realiseren van een natuurvriendelijke oever (1:3, dit betekent een flauwe oever met een helling van 1 meter hoogteverschil op 3 meter afstand) of flauwer gradiënt); Door het plaatsen van een zestal paaltjes (uitkijkpost) neemt het aantal uitkijkposten van steenuil en kerkuil toe, waardoor de foerageermogelijkheden verbeteren. Door de aanleg van takkenhopen (2 meter bij 2 meter) verbetert het leefgebied van prooidieren, zoals muisachtigen wat het foerageergebied optimaliseert. Alternatieve nest- en rustplaatsen: - Door het aanbieden van twee alternatieve verblijfvoorzieningen (nestkasten) per soort zijn in de directe omgeving van de foerageermaatregelen tevens nest- en rustmogelijkheden aanwezig (een volledig leefgebied). - Locatie nestkasten: de gebouwen op de agrarische erven in de omgeving van het te optimaliseren foerageergebied zijn ongeschikt, of de terreinen gaan in ontwikkeling, of de particulier wil niet meewerken.
Daarom is ervoor gekozen om de nestkasten in te behouden bomen te plaatsen. De exacte locatie moet nader bepaald en uitgewerkt worden in een ecologisch werkprotocol.
Figuur 9 geeft een impressie van de locatie van de maatregelen. De locatie van de maatregelen, zoals het realiseren van een poel, staat echter nog niet vast. Het terrein dat in eigendom is van de gemeente Barneveld (zie Figuur 8) vormt het zoekgebied waarbinnen nader bepaald wordt welke locatie geschikt is voor het realiseren van de maatregelen. De exacte locatie wordt verder uitgewerkt en opgenomen in een ecologisch werkprotocol.
Legenda Plangebied: Fase 2a Noordgrens toekomstige nieuwbouwontwikkeling Bloemendal Poel Paaltje Takkenhoop Nestkast steenuil Nestkast kerkuil Houtwal
Figuur 9 Luchtfoto met het plangebied van nieuwbouwproject Bloemendal en de locatie van de voorzieningen voor het optimaliseren van het leefgebied van steenuil en kerkuil
Vergunningsplicht 21
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential
ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT
Mitigerende maatregelen zijn onvoldoende toereikend om verstoring, als gevolg van aantasting van het foerageergebied van kerkuil en steenuil, te voorkomen. Gelet op de effecten van de permanente aantasting van het foerageergebied en daarmee verstoring van kerkuil en steenuil, is sprake van een vergunningsplicht, betreffend artikel 5.1, lid 2, onderdeel 9d van Ow.
4.2.4
Boerenzwaluw (categorie 2)
Aanwezigheid/nestindicatief van boerenzwaluw is niet vastgesteld; effecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling vinden niet plaats. Toetsing en maatregelen zijn niet aan de orde.
4.2.5
Huiszwaluw en spreeuw (categorie 2)
Effectbeschrijving In Tabel 4 is, op basis van de onderzoekresultaten, weergegeven of er sprake is van effecten op huiszwaluw en spreeuw, als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Tabel 4 Effectbeschrijving huiszwaluw en spreeuw Soort Huiszwaluw en spreeuw
Onderzochte functie Nest- en rustplaatsen
Effect op onderzochte functie? / effectbeschrijving Ja, van toepassing op de woning (wat betreft spreeuw) en stal (wat betreft huiszwaluw) van Nijkerkerweg 128: Aantasting van nestplaatsen gedurende de realisatiefase, met tot gevolg verwonden en/of doden van individuen en vernietigen van nesten/eieren. Realisatiefase Door de gebouwen van Nijkerkerweg 128 te slopen worden twee nestplaatsen van spreeuw en één nestplaats van huiszwaluw vernield. Tevens kunnen aanwezige individuen als gevolg van de sloopwerkzaamheden worden gedood. Gedurende de broedperiode leiden de werkzaamheden tot verstoring van broedende spreeuwen en huiszwaluwen die naar verwachting het nest verlaten, waardoor eventueel aanwezig jongen zullen sterven. Als gevolg van de sloopwerkzaamheden zullen aanwezige jongen verwond en/of gedood worden. Bij verstoring of vernieling van nesten zullen huiszwaluw en spreeuw naar de omgeving uitwijken. De kans bestaat dat minder geschikte nestplaatsen (met meer verstoringsfactoren en/of een hogere predatiedruk) gevonden worden. Gebruiksfase Het uitgangspunt van dit project is om de nieuwbouw binnen het plangebied natuurinclusief op te leveren door onder andere nestvoorzieningen aan te bieden die ook functioneel zijn voor huiszwaluw en spreeuw, zie bijlage B.
Daarnaast zijn in het kader van fase 1 (grenst aan de zuidkant van fase 2a waar Nijkerkerweg 128 gelegen is) woningen natuurinclusief gemaakt door bovenwettelijk onder andere nestvoorzieningen van huiszwaluw en gierzwaluw (ook functioneel van spreeuw) in te bouwen, zie Figuur 10. In de omgeving plangebied zijn dus diverse nestmogelijkheden aanwezig. Het aanbieden van extra (tijdelijke) nestvoorzieningen wordt daarom niet zinvol geacht.
22
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential
ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT
Figuur 10 Fase 1 van het project Bloemendal (grenst aan de noordzijde met fase 2a, waar Nijkerkerweg 128 gelegen is) met de locatie en het aantal verblijfsvoorzieningen van huismus, gierzwaluw (ook functioneel voor huismus en spreeuw), huiszwaluw en vleermuizen (Project Bloemendal Barneveld Monitoringsonderzoek Fase 1 - 2024 'nulmeting', 2024)
Toetsing De huiszwaluw en de spreeuw zijn op Europees niveau beschermd conform de Vogelrichtlijn en vallen onder categorie 2 conform beleidsregels soortenbescherming Gelderland. Dit houdt in dat nestplaatsen alleen jaarrond beschermd zijn indien in de omgeving onvoldoende alternatieve nestmogelijkheden aanwezig zijn. In de omgeving, ten zuiden van het de vastgestelde nestplaatsen (fase 1 van het project Bloemendal), zijn alternatieve nestmogelijkheden te vinden. Door aanwezigheid van voldoende alternatieve nestmogelijkheden is géén sprake van jaarronde bescherming. Alleen gedurende de broedperiode zijn de nesten en eieren beschermd. Mitigerende maatregelen Vernieling van nestplaatsen van huiszwaluw en spreeuw als gevolg van de voorziene werkzaamheden kan niet voorkomen worden door het treffen van mitigerende maatregelen. De nestplaatsen zijn echter niet jaarrond beschermd. Door de werkzaamheden uit te voeren buiten de broedperiode, kan vernielen van nesten/eieren en doden van individuen worden voorkomen en zijn verdere vervolgstappen niet noodzakelijk. Compensatiemaatregelen Niet aan de orde. Vergunningsplicht Niet aan de orde.
23
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential
ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT
4.2.6
Boommarter en steenmarter
Aanwezigheid van essentiële onderdelen van functioneel leefgebied van boommarter en steenmarter is niet vastgesteld binnen het plangebied. Negatieve effecten op boommarter en steenmarter – als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling – kunnen daarom worden uitgesloten. Een toetsing en het treffen van maatregelen is derhalve niet aan de orde.
4.2.7
Wezel
Effectbeschrijving Wat betreft wezel wordt rekening gehouden met een worstcasescenario; het plangebied functioneert als foerageergebied en verblijfplaats. In Tabel 5 is, op basis van een worstcasescenario, weergegeven of er sprake is/kan zijn van een effect op wezel, als gevolg van het voornemen. Tabel 5 Effectbeschrijving van wezel (op basis van een worstcasescenario) Soort Wezel
Functioneel leefgebied Verblijfplaats en foerageergebied
Effectbeschrijving Ja, van toepassing op grasland met ruigte en erven met ruigte, struiken en rommelhoekjes. Realisatiefase Door het bouwrijp maken van het plangebied worden verblijfplaatsen en foerageergebieden aangetast. Mogelijke verblijfplaatsen zijn aanwezig langs de perceelgrenzen waar ruigte te vinden is. Het gehele plangebied vormt potentieel foerageergebied. Door het bouwrijp maken van het plangebied zullen aanwezige individuen worden verstoord, verwond en/of gedood. Bij verstoring zullen wezels uitwijken naar de omgeving waar mogelijk minder geschikt leefgebied gevonden worden waardoor de kans op aanrijding en predatie toeneemt. Gebruiksfase Het voornemen leidt tot verstedelijking van het plangebied. Naar verwachting zullen binnen het stedelijk gebied ook huisdieren gehouden worden zoals honden en katten. Van vooral katten is bekend dat ze ook op wezels jagen. Een toename van katten leidt daarom tot toename van verstoring, verwonding en/of sterfte onder wezels.
Toetsing Conform effectbeschrijving (zie H 8.4) zijn effecten op wezel, als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling, te verwachten. Een toetsing is daarom aan de orde. De wezel is op Nationaal niveau beschermd conform Andere soorten. In Tabel 6 is op basis van de effectbeschrijving weergegeven welke schadelijke handelingen plaatsvinden als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Daarbij is geen rekening gehouden met eventueel mogelijke maatregelen. Op basis van de uitkomst van deze toetsing is bepaald of en zo ja, welke maatregelen nodig zijn, zie H 8.6. Tabel 6 Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten (art. 5.1, lid 2, onderdeel 9, Omgevingswet). Het verbod geldt voor Andere soorten voor de handelingen die in deze tabel zijn aangegeven en die mogelijk wel het gevolg zijn van het initiatief Soort a b c Als gevolg van Grondgebonden X X Realisatiefase: Plangebied bouwrijp maken zoogdieren Wezel X Gebruiksfase: Toename van huiskatten. Het verbod geldt voor (art.
11.54, lid 1, Besluit activiteiten leefomgeving): a: het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende individuen; B: het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren of rustplaatsen; c: het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van Andere soorten (planten). Lid c is van toepassing op planten en daarom niet aan de orde.
Mitigatiemaatregelen 24
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential
ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT
Door de verstedelijking van het plangebied wordt ervanuit gegaan dat foerageergebied en verblijfplaatsen van wezel verdwijnen en individuen verstoord, verwond en/of gedood kunnen worden. Voor het zo goed als mogelijk voorkomen van verwonden en/of doden van individuen is het van belang om mitigatiemaatregelen te treffen: •
• •
Voer werkzaamheden, die gericht zijn op ruigtes aan de randen van de perceelgrenzen, buiten de kwetsbare voortplantingsperiode van wezel (maart-oktober) uit. Het verwijderen van groen zoals ruigte en struiken vindt plaats in de periode november-februari. Hierbij wordt ook rekening gehouden met broedvogels waarvan het nest gedurende broedperiode (maart-augustus) beschermd is. Voorkom dat aanwezige dieren door de werkzaamheden opgesloten worden en de weg op vluchten en aangereden worden; werk vanuit één richting en van de openbare wegen en het stedelijk gebied af. Voorkom dat na het bouwrijp maken van het plangebied tijdelijk geschikte verblijfsmogelijkheden van wezel ontstaan door: ruigte te voorkomen (korte te maaien <5 centimeter) en de bodem geëgaliseerd te houden, indien nodig plat te slaan (egaliseren).
Gelet op de verstedelijking van het plangebied verdwijnt leefgebied van de wezel. Mitigatiemaatregelen zijn daarom onvoldoende toereikend om verstoring van individuen en aantasting van foerageergebied en verblijfplaatsen te voorkomen; compensatiemaatregelen zijn aan de orde (zie hieronder). Compensatiemaatregelen Door de verstedelijking van het plangebied en daarmee aantasting van verblijfplaatsen en foerageergebied van wezel, zijn compensatiemaatregelen noodzakelijk om effecten op het aanbod aan verblijfplaatsen en foerageergebied te beperken. Deze compensatiemaatregelen zijn gericht op het optimaliseren van leefgebied in de omgeving van het plangebied. Locatie bepalen Maatregelen voor het optimaliseren van het leefgebied van wezel zijn gericht op potentieel leefgebied in de omgeving van het plangebied; dit bestaat voornamelijk uit agrarisch terreinen. Voor het realiseren van duurzame maatregelen ten gunste van het leefgebied van wezel wordt rekening gehouden met de verstedelijking, in het kader van het project Bloemendal, zie Figuur 11. Gelet op het leefgebied vormt stedelijk gebied geen geschikt leefgebied. Binnen dit ontwikkelingsgebied zijn maatregelen voor wezel daarom onwenselijk. Tussen het plangebied en de noordelijk gelegen Esvelderbeek blijven gras- en akkerlanden behouden welke deels vallen onder GO, zie Figuur 12.
Voor de locatie van de maatregelen gaat de focus daarom uit naar het agrarisch gebied ten noorden van het plangebied. Een deel van dit GO-gebied is in bezit van de Gemeente Barneveld, zie Figuur 8. Voor landschappelijke veranderingen (bijvoorbeeld het realiseren van een poel) gaat de focus uit naar dit terrein. Dit compensatiegebied overlapt met het compensatiegebied van steenuil en kerkuil.
25
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential
ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT
Figuur 11 Fases van het Bloemendalproject met twee locaties waar ook nog het voornemen is om te bouwen; binnen de bruine stippellijn is het voornemen om woningen te realiseren en binnen de grijze stippellijn is het voornemen om een AZC te realiseren
Figuur 12 Ligging Groene ontwikkelingszone (GO, licht groen), waarvan een deel in eigendom van de gemeente Barneveld (oranje omkaderd), en Gelders natuurnetwerk (GNN, donkergroen) ten noorden van het ontwikkelingsgebied van het project Bloemendal (rood omkaderd)
26
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential
ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT
Uitwerking compensatiemaatregelen Voor het optimaliseren van het leefgebied van wezel zijn conform het kennisdocument (BIJ12, 2024) diverse maatregelen mogelijk. Gelet op de bestaande agrarische terreinen en landschapselementen in de omgeving is gekozen voor de volgende compensatiemaatregelen (overlapt met maatregelen voor van steenuil en kerkuil, zie H 4.2.3): •
•
Verblijfs- en foerageermogelijkheden: - Door landschapselementen (houtwal, poel) te realiseren worden foerageermogelijkheden van wezel geoptimaliseerd. De poel heeft een oppervlakte wat ten minste 20 meter bij 20 meter. De specificaties van de poel worden verder uitgewerkt in het ecologisch werkprotocol. Door het aanbieden van alternatieve verblijfvoorzieningen in de vorm van takkenhopen met een prefab verblijfvoorziening voor wezel, zie Figuur 14. De takkenhoop is minimaal 2 meter x 2 meter x 1 meter (l x b x h). De specificaties van de takkenhopen en verblijfsvoorzieningen worden verder uitgewerkt in een ecologisch werkprotocol.
Figuur 13 geeft een impressie van de locatie van de maatregelen. De locatie van de maatregelen, zoals het realiseren van een poel, staat echter nog niet vast. Het terrein dat in eigendom is van de gemeente Barneveld (zie Figuur 8) vormt het zoekgebied waarbinnen nader bepaald wordt welke locatie geschikt is voor het realiseren van de maatregelen. De exacte locatie wordt verder uitgewerkt en opgenomen in een ecologisch werkprotocol. Legenda Fase 2a Noordgrens toekomstige nieuwbouwontwikkeling Bloemendal Poel Takkenhoop met verblijfsvoorziening wezel Houtwal
Figuur 13 Luchtfoto met het plangebied van nieuwbouwproject Bloemendal en de locatie van de voorzieningen voor het optimaliseren van het leefgebied van wezel
27
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential
ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT
Figuur 14 Voorbeeld van een takkenhoop (foto links) en wezelverblijfplaats (foto links) die in de takkenhoop geplaatst wordt
Vergunningsplicht Mitigerende maatregelen zijn onvoldoende toereikend om doden en/of verwonden van wezel en aantasting van verblijfplaatsen, te voorkomen. Gelet op de effecten van de permanente aantasting van het leefgebied van wezel, is sprake van een vergunningsplicht, betreffend artikel 11.54, lid 1a (opzettelijk doden) en lid 1b (beschadigen of vernielen van verblijfplaatsen).
4.2.8
Vleermuizen
Effectbeschrijving In Tabel 7 is, op basis van de onderzoeksresultaten, weergegeven of er sprake is van een effect op vleermuizen (soortspecifiek), als gevolg van het voornemen. Tabel 7 Effectbeschrijving van wezel (op basis van een worstcasescenario) Soort Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, franjestaart, rosse vleermuis, watervleermuis Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en watervleermuis
Functioneel leefgebied Verblijfplaatsen (Bloemendaalllaan 77, Nijkerkerweg 128, bomen met holte(n))
Effect op onderzochte functie? / effectbeschrijving
Vliegroutes en foerageergebied (bomenrijen van Bloemendaallaan en de houtsingel ten noorden van Fase 2a.)
Ja, van toepassing op de bomenrijen van Bloemendaallaan en de houtsingel ten noorden van Fase 2a.
Nee, verblijfplaatsen zijn niet vastgesteld.
Realisatiefase De werkzaamheden leiden niet tot aantasting van de houtsingels/bomenrijen. Directe aantasting van vliegroutes en foerageergebied vindt daarom niet plaats. Wel kan het gebruik van kunstlicht tussen een half uur voor zonsondergang tot een half uur na zonsopkomst (actieve periode vleermuizen) leiden tot verstoring van vliegroutes. Bij verstoring van vliegroutes worden mogelijk andere minder geschikte vliegroutes of foerageergebieden gebruikt waardoor de kans op predatie en verstoring tijdens het foerageren toeneemt. Gebruiksfase Door het plaatsen van lantaarnverlichting in de omgeving van de houtsingels vindt mogelijk uitstraling van kunstlicht richting van de boomkronen plaats, wat leidt tot verstoring van vleermuizen.
28
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-8647:1 - Datum: 22 augustus 2025 - Confidential
ACTIVITEITENPLAN T.B.V. AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT
Uitstraling van kunstlicht bij nieuwbouw is vaak gericht op de gevel. Uitstraling van kunstlicht richting boomkronen wordt daarom niet verwacht maar kan niet volledig uitgesloten worden. Het verkeer binnen fase 2a en fase 2b kan uitstraling van kunstlicht tot gevolg hebben. Als gevolg hiervan kan (repetitief) kortdurende verstoring van vleermuizen plaatsvinden. Dit is gericht op de weg waardoor uitstraling richting de boomkroon niet of nauwelijks plaats zal vinden. Verstoring van de houtsingels/bomenrijen door het verkeer is daarom verwaarloosbaar.
Toetsing Conform effectbeschrijving zijn effecten op gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en watervleermuis, als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling, te verwachten. Een toetsing is daarom aan de orde. De vleermuizen zijn op Europees niveau beschermd conform de Habitatrichtlijn. In Tabel 8 is op basis van de effectbeschrijving weergegeven welke schadelijke handelingen plaatsvinden als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Daarbij is geen rekening gehouden met eventueel mogelijke maatregelen. Tabel 8 Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten (art. 5.1, lid 2, onderdeel 9, Omgevingswet). Het verbod geldt voor Habitatrichtlijnsoorten voor de handelingen die in deze tabel zijn aangegeven en die mogelijk wel het gevolg zijn van het initiatief Soort a b c d Als gevolg van Gewone dwergvleermuis, ruige X Lantaarn- en gevelverlichting gedurende dwergvleermuis, laatvlieger en realisatie- en gebruiksfase. watervleermuis Het verbod geldt voor (art. 11.46, lid 1, Besluit activiteiten leefomgeving): a: het opzettelijk doden of opzettelijk vangen; b: het opzettelijk verstoren; c: het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren; d: het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen; e: het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van beschermde planten.
Mitigatiemaatregelen Door gebruik van kunstlicht gedurende de realisatie- en gebruiksfase vindt mogelijk verstoring plaats in de omgeving van de houtsingels/bomenrijen (vliegroutes en foerageergebied) aan de rand van het plangebied. Negatieve effecten worden voorkomen door het treffen van mitigerende maatregelen: •
•
Voorkom het gebruik van kunstlicht door de werkzaamheden enkel overdag plaats te laten vinden. Indien verlichting nodig is tijdens de werkzaamheden is het gebruik zo spaarzaam mogelijk. Dit vindt in afstemming met een deskundig ecoloog plaats. Voorkom uitstraling naar bomen. Daarnaast moet de lichtstraal gebundeld naar beneden gericht zijn. Indien er bewakingsverlichting op de projectlocatie noodzakelijk is, dan mag deze verlichting enkel uit amberkleurig licht bestaan met een straal gericht naar beneden en zonder lichtuitstraling naar de omgeving. Voorkom dat lantaarnverlichting in de omgeving (<20 meter) van de houtsingels/bomenrijen geplaatst wordt. Indien lantaarnverlichting toch in de omgeving nodig is wordt voorkomen dat boomkronen beschenen worden. De lichtstraal moet naar beneden gericht en amberkleurig zijn.
Mitigatiemaatregelen zijn voldoende toereikend om negatieve effecten als gevolg van verstoring van vliegroutes te voorkomen; verdere vervolgstappen zijn niet aan de orde. Compensatiemaatregelen Niet aan de orde. Vergunningsplicht Niet aan de orde.