CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bloemendal IIA_Toelichting (1)

Gemeenteraad 8 oktober 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Bloemendal IIA en het Beeldkwaliteitsplan Bloemendal fase IIA30.071 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bloemendal IIA

oktober 2025 bestemmingsplan Plannr. 1635

Bloemendal IIA

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

5 INLEIDING

5

Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen

8 8 9

Hoofdstuk 3 PLANBESCHRIJVING 3.1 Visie 3.2 Ontwikkelingen

11 11 11

Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Regio 4.5 Waterschap 4.6 Gemeente

15 15 15 16 22 23 24

Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen en laagvliegroutes 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Ontplofbare oorlogsresten 5.14 Veiligheid en gezondheid 5.15 Verkeer 5.16 Water

33 33 34 36 41 43 46 47 51 51 52 53 54 56 56 58 59

Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Juridische aspecten 6.2 Handhaving

63 63 70

Hoofdstuk 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 7.1 Kostenverhaal en zekerstellingen 7.2 Economische uitvoerbaarheid

72 72 72

Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak 8.4 Zienswijzen

73 73 73 74 74

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

2

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Wgh, fase I (2020)

"Bloemendal IIA" (vastgesteld)

Bloemendal IIA

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Wgh, fase IIA (2023)

Bijlage 3

Archeologische bureaustudie (2016)

Bijlage 4

Archeologisch onderzoek (2018)

Bijlage 5

Archeologisch onderzoek proefsleuven (2018)

Bijlage 6

Archeologisch onderzoek schaapskooi (2022)

Bijlage 7

Beeldkwaliteitsplan (2024)

Bijlage 8

Besluit milieueffectrapportage (2023)

Bijlage 9

Bodem- en asbestonderzoek Nijkerkerweg 128 (2018)

Bijlage 10

Bodem- en asbestonderzoek Nijkerkerweg 128 - aanvullend (2025)

Bijlage 11

Bodem- en asbestonderzoek Nijkerkerweg 132 (2018)

Bijlage 12

Bodem- en asbestonderzoek, waterbodemonderzoek (2022)

Bijlage 13

Bodemonderzoek (2017)

Bijlage 14

Boom Effect Analyse (2022)

Bijlage 15

Ecologie, activiteitenplan (2025)

Bijlage 16

Ecologie, kastenplan vogels en vleermuizen (2025)

Bijlage 17

Ecologie, quickscan (2025)

Bijlage 18

Ecologie, quickscan Nijkerkerweg (2025)

Bijlage 19

Ecologie, vooroverleg provincie (2024)

Bijlage 20

Kaart grenzen bebouwde kom (2025)

Bijlage 21

Kaart Nijkerkerweg Groene ontwikkelingszone (2021)

Bijlage 22

Kabels & leidingen (2021)

Bijlage 23

Luchtkwaliteit (2020)

Bijlage 24

Luchtkwaliteit (2023)

Bijlage 25

Masterplan Barneveld-Noord (2017)

Bijlage 26

Masterplan watersysteem (2018)

Bijlage 27

Nota inspraak en overleg (2023)

Bijlage 28

Nota Zienswijzen (2025)

Bijlage 29

Onderzoek duurzame energienetten (2018)

Bijlage 30

Parkeerbalans (2023)

Bijlage 31

Stikstofdepositie, onderzoek (2024-2025)

Bijlage 32

Waterhuishouding- en rioleringsplan (2024)

Bijlage 33

Waterhuishouding herziening ontwerphoogte (2025)

"Bloemendal IIA" (vastgesteld)

3

Bloemendal IIA

4

"Bloemendal IIA" (vastgesteld)

Bloemendal IIA

Toelichting Hoofdstuk 1

INLEIDING

Gemeente Barneveld wil een nieuwe woonwijk ontwikkelen aan de noordzijde van de kern Barneveld. De wijk krijgt de naam Bloemendal. Dit is een verwijzing naar familie Bloemendal, die al generaties heeft gewoond en gewerkt op de boerderij "De Oude Vaarst" die zich bevindt in dit gebied.

Afbeelding 1 Topografische kaart, www.topokaartnederland.nl Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is in 2017 het Masterplan Barneveld-Noord opgesteld (bijlage 25). Daarin is uiteengezet dat in de nieuwe woonwijk ongeveer 1.500 woningen zijn voorzien en dat de woningen nodig zijn gelet op de verwachte groei van het inwoneraantal en het gegeven dat de jonge woonwijken Veller en De Burgt ten zuiden van de kern Barneveld volgebouwd raken.

"Bloemendal IIA" (vastgesteld)

5

Bloemendal IIA

Afbeelding 2 Globale grens totale wijk Bloemendal Het is de bedoeling om de nieuwe wijk gefaseerd in delen te realiseren. Deelgebied I Op 27 mei 2020 heeft de raad van gemeente Barneveld het bestemmingsplan "Bloemendal I" (plannummer 1359) vastgesteld. Op 12 februari 2021 is het vaststellingsbesluit onherroepelijk geworden. Het bestemmingsplan "Bloemendal I" voorzag in de ontwikkeling van het eerste deelgebied met ongeveer 406 woningen. Deelgebied IIA Bij besluit van 18 maart 2021 heeft de raad verklaard dat een bestemmingsplan wordt voorbereid voor het volgende deelgebied - "Bloemendal IIA". De bekendmaking van het voorbereidingsbesluit vond plaats op 19 maart 2021. Op die datum is het voorbereidingsbesluit ook in werking getreden. In het voorbereidingsbesluit is duidelijk gemaakt dat het plangebied "Bloemendal IIA" zou bestaan uit twee verschillende locaties: a. Nieuwe woonwijk - deel "Bloemendal IIA" In het bewuste deelgebied komen ongeveer 119 grondgebonden woningen en 32 appartementen. De bestaande, te handhaven woningen zijn niet meegeteld. b.

Locatie bestaand agrarisch bedrijf Afgezien van het nieuwe gedeelte van de woonwijk Bloemendal voorzag het ontwerpbestemmingsplan in een nieuw planologisch regime voor de percelen Peutweg 1-3 ten noordwesten van de kern Barneveld, kadastraal bekend gemeente Barneveld, sectie H, nummers 305, 310, 311, 314, 316, 317 (alle gedeeltelijk). Daar is een agrarisch bedrijf gevestigd, te weten: Van Dijk Melkgeitenbedrijf B.V.. De eventuele bebouwing en ingebruikname van het braakliggende gedeelte van het agrarische bouwvlak op de hiervoor genoemde percelen en de daarmee gepaard gaande toename van de geurbelasting in de omgeving zouden kunnen leiden tot een belemmering van de voorgenomen ontwikkeling van de woonwijk. Daarom was de intentie om de huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden met voorliggend plan te herzien. In de voorbereiding van dit bestemmingsplan was het de bedoeling om het zuidelijke bouwvlak te verkleinen. Naar aanleiding van een zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan is daarvan afgezien. In plaats van de aanpassing van het bouwvlak is 6

"Bloemendal IIA" (vastgesteld)

Bloemendal IIA overwogen om de gebiedsaanduiding 'milieuzone - geurzone' op te nemen op de verbeelding van het bestemmingsplan. Een nadere uiteenzetting over de contour van de gebiedsaanduiding is opgenomen in § 3.2. In de voorbereiding van dit bestemmingsplan is uiteindelijk gebleken dat de bestaande geurnormen volstaan. Aangezien er geen bijzondere, nadere regeling noodzakelijk bleek te zijn, is de locatie van het agrarische bedrijf niet meer opgenomen binnen de grenzen van de vast te stellen versie van het bestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan "Bloemendal IIA" en de bijbehorende stukken hebben ter inzage gelegen van 15 december 2023 tot en met 25 januari 2024. Op afbeelding 2 is de globale grens van de totale wijk weergegeven en is het deelgebied "Bloemendal IIA" geel gearceerd. De uitvoering van dit deelplan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom is de voorliggende herziening van het bestemmingsplan opgesteld. Voorliggend plan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken.

In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit bestemmingsplan. De bijlagen bij de toelichting zijn opgenomen in alfabetische volgorde.

"Bloemendal IIA" (vastgesteld)

7

Bloemendal IIA

Hoofdstuk 2 2.1

BESTAANDE SITUATIE

Begrenzing plangebied

Het plangebied ligt aan de noordzijde van de kern Barneveld.

Afbeelding 3 Luchtfoto (2025) met grens plangebied "Bloemendal IIA" Het plangebied "Bloemendal IIA" ligt ten noorden van deelgebied "Bloemendal I", waar de voorbereidende werkzaamheden voor de aanleg van de nieuwe woonwijk zijn begonnen in mei-juni 2021. De Nijkerkerweg vormt grofweg de westelijke grens van het plangebied. De noordelijke grens van het plangebied loopt ter hoogte van de bestaande woning aan Nijkerkerweg 130 en gaat in oostelijke richting. De gronden van het agrarisch bouwvlak Peutweg 1-3 in Barneveld zijn niet meer opgenomen binnen de plangrenzen, zoals is uiteengezet in hoofdstuk 1 van de toelichting bij het bestemmingsplan. Bovenstaande afbeelding geeft de ligging van het plangebied weer.

8

"Bloemendal IIA" (vastgesteld)

Bloemendal IIA

2.2

Geldende bestemmingen

Er zijn drie planologische regimes relevant: Bestemmingsplan "Buitengebied 2012" Bestemmingsplan "Bloemendal I" Bestemmingsplan "Valkseweg - Nijkerkerweg" Bestemmingsplan "Buitengebied 2012" Zoals te zien op de onderstaande contourenkaart, is het voorliggende bestemmingsplan "Bloemendal IIA" hoofdzakelijk een herziening van een deelgebied van bestemmingsplan "Buitengebied 2012" (vastgesteld 29-5-2013, NL.IMRO.0203.1056-0004). In het laatstgenoemde bestemmingsplan heeft de raad van gemeente Barneveld onderscheidenlijk de enkelbestemming 'Agrarisch' (artikel 3), 'Bedrijf - Niet agrarisch' (artikel 6), 'Verkeer' (artikel 18), 'Water' (artikel 19) dan wel 'Wonen' (artikel 20) toegekend aan de bewuste gronden. De nieuwe woonwijk is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan.

Afbeelding 4 Contourenkaart Bestemmingsplan "Bloemendal I" "Bloemendal IIA" (vastgesteld)

9

Bloemendal IIA Aan de zuidwestelijke zijde overlapt de plangrens een vrij klein gedeelte van het plangebied "Bloemendal I" (vastgesteld 27-5-2020, NL.IMRO.0203.1359-0003). Hier is een aanpassing van de verkeersstructuur noodzakelijk. Bestemmingsplan "Valkseweg - Nijkerkerweg" Aan de noordzijde van het plangebied zijn gronden opgenomen binnen de plangrenzen om daar een spuitvrije zone voor gewasbeschermingsmiddelen in te stellen. In het geldende bestemmingsplan "Valkseweg - Nijkerkerweg" (vastgesteld 6-7-2016, NL.IMRO.0203.1350-0002) heeft de raad de enkelbestemming 'Agrarisch - Onbebouwd' (artikel 3) toegekend aan de gronden. Op de verbeeding van het nieuwe bestemmingsplan is de gebiedsaanduiding 'Milieuzone - spuitvrije zone' ingetekend. In § 5.11.1 van de toelichting bij dit bestemmingsplan is uiteengezet dat de zone nodig is met het oog op de gezondheid van omwonenden bij agrarische gronden waar mogelijk gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Conclusie In de bestemmingsplannen zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening noodzakelijk.

10

"Bloemendal IIA" (vastgesteld)

Bloemendal IIA

Hoofdstuk 3 3.1

PLANBESCHRIJVING

Visie

De visie op de ontwikkeling van de nieuwe woonwijk "Bloemendal" ten noord-noordwesten van de kern Barneveld is vervat in het Masterplan Barneveld-Noord (bijlage 25) dat is genoemd in de inleiding van deze toelichting bij het bestemmingsplan. In het kort komt de visie hierop neer: Het huidige landschap vormt de basis voor de verdere uitwerking van het plangebied. Bij het opstellen van de nieuwe stedenbouwkundige structuur worden de karakteristieke landschappelijke elementen zoals vermeld in paragraaf 'C3. Landschap' van het masterplan behouden en de nieuwe bebouwing wordt verweven met deze bestaande (groen)structuur. Bestaande waardevolle landschappelijke elementen worden zoveel mogelijke gehandhaafd en met elkaar verweven tot een sterk landschappelijk raamwerk, de ruggengraat van de wijk. Binnen dit groene raamwerk liggen de woonvelden die onder te verdelen zijn in deelgebieden, met ieder een eigen sfeer en uitstraling gerelateerd aan zijn specifieke ligging binnen de wijk. Het plangebied "Bloemendal IIA" hoort bij het deelgebied 'Bloemenvelden', één van de zeven woonsferen (zie afbeelding 5).

Afbeelding 5 Woonsferen Bloemendal

3.2

Ontwikkelingen

In maart 2017 heeft de raad van gemeente Barneveld ingestemd met de uitwerking van het Masterplan Barneveld-Noord. In het masterplan staan de aanleiding, ambities, hoofdstructuur en randvoorwaarden voor de totale uitbreidingswijk ten noorden van het Oosterbos en De Vaarst. Twee weken na het akkoord van de gemeenteraad heeft het college van burgemeester en wethouders besloten dat de noordelijke uitbreidingswijk de naam 'Bloemendal' krijgt. In het masterplan is een hoog ambitieniveau vastgesteld voor een aantrekkelijke, groene, duurzame en daarmee toekomstgerichte woonwijk. Er wordt een stedenbouwkundig plan opgesteld dat een uitwerking van het masterplan vormt. Naast een stedenbouwkundig plan met de kaders voor de gehele wijk wordt voor iedere fase een apart beeldkwaliteitsplan opgesteld met daarin de specifieke spelregels voor zowel de "Bloemendal IIA" (vastgesteld)

11

Bloemendal IIA bebouwing als openbare ruimte. De kaders en spelregels worden opgesteld om te komen tot een woonwijk die onderscheidend is van de overige wijken in Barneveld maar zich goed voegt in zijn directe omgeving en het bestaande landschap. Het beeldkwaliteitsplan voor het deelgebied "Bloemendal IIA" is opgenomen als bijlage 7.

Bloemendal Bloemendal voorziet in de ontwikkeling van ruim 1.550 woningen. De locatie betreft een belangrijke uitbreiding voor de kern Barneveld, na de voltooiing van de wijken Veller II en Eilanden-Oost aan de zuidzijde van Barneveld. Het woningbouwprogramma van ruim 1.500 woningen zal gefaseerd op de markt worden gebracht. Dit start in 2020 en zal naar verwachting doorlopen tot 2029. De eerste fase (Bloemendal I) heeft betrekking op de realisatie van zo'n 406 woningen. De tweede fase (Bloemendal IIA) voorziet in ongeveer 153 woningen. De totale wijk Bloemendal is onderverdeeld in zeven woonmilieus, zoals te zien op afbeelding 5. De woonmilieus zijn met elkaar verbonden door het landschappelijke raamwerk. De indeling en de bijbehorende verkaveling komt voort uit de landschappelijke ondergrond en de bestaande bebouwingsstructuur. In het plangebied "Bloemendal IIA" zijn (net als in Bloemendal I) twee van de zeven sferen opgenomen; Erven Nijkerkerweg en de Bloemenvelden. Achter de 'Erven Nijkerkerweg' ligt het woonmilieu 'Bloemenvelden'. Deze plek kenmerkt zich door de lange waterlijnen en open velden die in de Bloemenvelden zijn vertaald naar langgerekte groenblauwe velden met direct daaraan smalle woonstraten voor de ontsluiting van de woonvelden. Plangebied "Bloemendal IIA" ligt ten noorden van "Bloemendal I".

De ruimtelijke opzet (woonmilieus en verkaveling) van "Bloemendal IIA" komt grotendeels overeen met "Bloemendal I". De natuurlijke ondergrond geeft aanleiding om wat nuance verschillen te maken ten opzichte van de eerste fase. Hierdoor onderscheiden de twee fases zich in detail en ruimtelijke beleving van elkaar.

Afbeelding 6 Verkaveling Bloemendal fase IIA (bron: beeldkwaliteitsplan)

Het plangebied wordt ontsloten op de Nijkerkerweg. Hiervoor wordt een nieuwe aansluiting gerealiseerd 12

"Bloemendal IIA" (vastgesteld)

Bloemendal IIA welke onderdeel uitmaakt van de hoofdwegenstructuur uit het masterplan. Om de ontsluiting van de nieuwe wijk voldoende af te kunnen wikkelen en om bij toekomstige verkeergroei een uitbreiding van de Nijkerkerweg niet onmogelijk te maken, moet de Nijkerkerweg worden voorzien van een breder profiel.

Nijkerkerweg 126 Aan de gronden van het perceel Nijkerkerweg 126, kadastraal bekend gemeente Barneveld, sectie B, nummer 5815, is de bestemming 'Bedrijf - Niet agrarisch' (artikel 6) toegekend in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" (geconsolideerd). Hier is het bedrijf De Kruif Metaalbewerking gevestigd. De eigenaar van het bedrijf en gemeente Barneveld zijn overeengekomen dat het bedrijf zich elders zal vestigen met het oog op de voorgenomen woningbouwontwikkelling. Op 25 oktober 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Wesselseweg XXVII, partiële herziening Buitengebied 2012" vastgesteld, dat de bedrijfsfunctie mogelijk maakt op de nieuwe locatie Wesselseweg 75 in Kootwijkerbroek.Het bedrijf wordt daarom op de oude locatie Nijkerkerweg 126 in Barneveld wegbestemd en de voormalige bedrijfswoningen krijgen in dit bestemmingsplan een reguliere woonbestemming.

Peutweg 1-3 De in het verleden gesplitste agrarische bouwvlakken op de percelen Peutweg 1 en 3 worden in het bestemmingsplan "Bloemendal IIA" niet samengevoegd tot één agrarisch bouwvlak - anders dan in het ontwerpbestemmingsplan was bepaald. Het bouwvlak aan de zuidzijde, ter plaatse van de onbebouwde gronden, zou worden ingekort. Dit om groei van het agrarisch bedrijf aan die zijde en eventuele toename van de geurbelasting van het bedrijf op de omgeving te voorkomen. Naar aanleiding van een zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan is een andere oplossing overwogen waardoor de voorgenomen uitbreiding van de nieuwe woonwijk en het agrarische bedrijf naast elkaar kunnen bestaan.In plaats van de aanpassing van het bouwvlak zou de gebiedsaanduiding 'milieuzone - geurzone' worden opgenomen op de verbeelding van het bestemmingsplan. De contour van de gebiedsaanduiding is als volgt tot stand gekomen. Om te bepalen of de verwezenlijking van het nieuwe gedeelte van de woonwijk Bloemendal geen belemmering oplevert voor de ontwikkelingsmogelijkheden van de veehouderij aan de Peutweg 1-3, is voor geur een worst-case berekening gemaakt. Er is getoetst of in het plangebied kan worden voldaan aan de geldende geurnorm, conform de geurverordening van de gemeente Barneveld, van 6,0 OuE/m3. Voor de geurberekening is gebruik gemaakt van het programma V-stacks vergunning versie 2020.

Alle geur is op het zuidoostelijke hoekpunt (met x,y coördinaten; 167349, 463382) van het bouwvlak geprojecteerd, het dichtst bij het plangebied gelegen punt. Dit geeft een invulling aan de maximale planologische mogelijkheden die het bouwvlak biedt. De gehanteerde stalparameters en geuremissie voor de berekening zijn gebaseerd op informatie uit onder andere de tekening van de vergunde situatie. De vergunde situatie bestaat uit de vergunning 2014W2096 in combinatie met de melding 2014M0405 voor de geiten en de vergunning 2014W2100 voor het pluimvee. Er is aangesloten bij de handleiding V-stacks vergunning v2020 - maart 2021. Dit geeft de volgende invoerparameters:

Om de 6,0 ouE/m3 contour op kaart te kunnen projecteren is gebruik gemaakt van dezelfde invoerparameters, van enkel de veehouderij op de Peutweg 1-3, in het programma V-stacks gebied (versie "Bloemendal IIA" (vastgesteld)

13

Bloemendal IIA 2020). Voor de V-stacks gebied berekening zijn de volgende instellingen toegepast: Percentage rekenuren: 20% Maximale afstand tussen receptorpunt en bron: 2000 m Ruwheid: 0,3 Aantal gridpunten: 50 Door het inzichtelijk maken van deze contour is te zien welk deel van het plangebied binnen de 6,0 ouE/m3 komt te liggen. Binnen dit gebied kunnen dus geen geurgevoelige objecten gerealiseerd worden zonder dat dit mogelijk een belemmering vormt voor de ontwikkelingsmogelijkheden van de veehouderij op de Peutweg 1-3. De conclusie is dat het nieuwe gedeelte van de woonwijk Bloemendal geen belemmering vormt voor het bewuste agrarische bedrijf. De nieuwe woningen komen buiten de contour. De normen uit de 'Verordening geurhinder en veehouderij' (2021) volstaan.

Spuitvrije zone In § 5.11.1 is uiteengezet dat het noodzakelijk is om op bepaalde agrarische gronden die aansluiten op het oorspronkelijke plangebied (volgens de grenzen van het ontwerpbestemmingsplan) de gebiedsaanduiding 'Milieuzone - spuitvrije zone' in te stellen. Dit is onder meer aan de orde op de locatie Nijkerkerweg 139 in Barneveld.

14

"Bloemendal IIA" (vastgesteld)

Bloemendal IIA

Hoofdstuk 4 4.1

BELEIDSKADER

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleidskader. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het bestemmingsplan of invloed hebben op de bestemmingsregelingen. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven.

4.2

Rijk

4.2.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Doorwerking Het beoogde plan is in lijn met de prioriteiten, in het bijzonder met de prioriteit van sterke en gezonde steden en regio's. De ontwikkeling van de woonwijk Bloemendal draagt bij aan een woningvoorraad die aansluit op de woningbehoeften. De NOVI vormt daarom geen belemmering voor dit plan.

4.2.2

Nationaal Water Programma 2022-2027

Het nationaal waterprogramma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Er liggen grote opgaven voor het waterdomein: Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. We moeten blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en klimaatrobuuste zoetwatervoorzieningen tegen toenemende droogte. Ook de zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening verdient aandacht. De gevolgen van klimaatverandering vergroten de huidige opgaven voor waterveiligheid, wateroverlast, zoetwater- en drinkwatervoorziening, waterkwaliteit, natuur, landschap, cultureel erfgoed en de scheepvaart. Nederland moet zich aanpassen en klimaatadaptatie is daarbij noodzakelijk. Voor een integrale aanpak van de opgaven wordt het water- en bodemsysteem meegenomen als leidend principe. Daarmee zetten we, nog meer dan voorheen, in op een ruimtelijke ordening die rekening houdt met de natuurlijke eigenschappen van het bodem- en watersysteem. En met de mogelijkheden en beperkingen die dit systeem met zich meebrengt. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).

"Bloemendal IIA" (vastgesteld)

15

Bloemendal IIA

4.2.3

Crisis- en herstelwet

Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd (zie kamerstukken 33.135). De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I bedoelde projecten ten aanzien van wegen.

Doorwerking in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet van toepassing, want het plan is gericht op de bouw van circa 153 woningen in een aaneengesloten gebied (artikel 1.1, eerste lid onder sub a Chw jo. artikel 3.1 van Bijlage I Chw).

4.3

Provincie

4.3.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Algemeen De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet.

4.3.1.1

Omgevingsvisie

Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen 16

"Bloemendal IIA" (vastgesteld)

Bloemendal IIA ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat Doorwerking in plangebied De voorgenomen ontwikkeling van het plangebied is in overeenstemming met de omgevingsvisie. Voorliggend plan past binnen de ambitie van de provincie om een duurzaam en divers woon- en leefklimaat te realiseren, met een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag. Het woningbouwplan past binnen de totale woningbouwprogrammering van de gemeente.

4.3.1.2

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. De Omgevingsverordening is met ingang van 17 oktober 2014 in werking getreden. De provincie actualiseert regelmatig de Omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening is het plangebied opgenomen op de kaarten: Kaart 2: Regels Glastuinbouw Van deze kaart is geen fragment opgenomen vanwege de slechte leesbaarheid. Kaart 3 t/m 6: Regels Natuur

"Bloemendal IIA" (vastgesteld)

17

Bloemendal IIA

Afbeelding 7 Fragment kaarten Regels Natuur, Omgevingsverordening Kaart 9: Regels Water en Milieu

Afbeelding 8 Fragment kaart 9 Regels Water en Milieu, Omgevingsverordening In artikel 2.65b van de provinciale verordening is een artikel opgenomen over klimaatadaptatie. Bij plannen 18

"Bloemendal IIA" (vastgesteld)

Bloemendal IIA moet hierop worden ingaan. Het artikel bepaalt dat voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving dient te bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. b. c. d.

waterveiligheid; wateroverlast; droogte; en hitte.

Doorwerking in plangebied Eerst wat betreft glastuinbouw: een bestemmingsplan mag nieuwvestiging en uitbreiding van een glastuinbouwbedrijf met een glasopstand vanaf twee hectare alleen toestaan binnen een glastuinbouwontwikkelingsgebied. Voorliggend bestemmingsplan voorziet niet in glastuinbouw. Dan wat betreft natuur: Het plangebied waar de nieuwe woonwijk Bloemendal IIA is voorzien, ligt niet binnen het Gelders natuurnetwerk dan wel de Groene ontwikkelingszone. De beoogde aanpassing van de Nijkerkerweg ligt binnen de Groene Ontwikkelingszone. In §2.6.5 van de Omgevingsverordening zijn de instructieregels voor een bestemmingsplan in de groene ontwikkelingszone opgenomen. In artikel 2.52, eerste lid van de Omgevingsverordening staat dat een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de groene ontwikkelingszone een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toestaat als uit onderzoek blijkt dat: a. de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen, genoemd in bijlage "Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone", per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt; en b. de samenhang niet verloren gaat. De infrastructurele aanpassing aan de Nijkerkerweg is te beschouwen als kleinschalige ontwikkeling die wordt gecompenseerd, zoals is uiteengezet in §5.3.1.3.

Het gaat om het realiseren van een toekomstbestendig verkeerslichtenkruispunt, waarbij bomenrijen, fietspaden en watergangen worden verplaatst. Op de onderstaande afbeelding is te zien waar de infrastructurele ingreep plaatsvindt: het grijs gekleurde gebied heeft een oppervlakte van 4.337 m2.

"Bloemendal IIA" (vastgesteld)

19

Bloemendal IIA

Afbeelding 9 Infrastructuur Nijkerkerweg

De provincie ziet deze aanpassing van de Nijkerkerweg als een nieuwe activiteit/ontwikkeling. Aangetoond moet worden dat de kernkwaliteiten per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt en de samenhang niet verloren gaat. De provincie heeft hiervoor regels vastgesteld. De Nijkerkerweg ligt op deze locatie ingesloten door de Groene ontwikkelingszone, waarvan de Nijkerkerweg momenteel zelf is uitgesloten. Met de update van de Nijkerkerweg komt deze formeel wel in de Groene ontwikkelingszone te liggen. Op deze locatie wordt de Groene ontwikkelingszone getoetst aan de kernkwaliteiten Gelderse vallei, onderdeel van het kampenlandschap. Waarin hier de landschapselementen, de bomenlaanstructuur die de Nijkerkerweg flankeert, met name relevant is. De eikenbomen, de sloot en het fietspad worden daarom met de update, op voorhand al verder van de Nijkerkerweg gepositioneerd, inspelend op de toekomstige groei die de Nijkerkerweg nog zal ondergaan. Waarbij de Nijkerkerweg zoals bij de eerdere update tegenover fase 1 Bloemendal, zal worden opgebouwd van oost naar west. Hierdoor kunnen de eikenbomen aan de oostzijde grotendeels behouden blijven. Aan de westzijde waarnaar de weg verbreed wordt zullen de (zomer)eiken verwijderd worden. Echter voordat deze weggenomen worden zal op voorhand de vervangende bomenrij bestaande uit 6 verschillende soorten worden aangeplant.

Dit ook in navolging van de update gerelateerd aan fase 1 Bloemendal. Op deze manier worden vleermuisroutes zo min mogelijk verstoord. Daarnaast zal de aanplant de karakteristieke laanstructuur van de Nijkerkerweg in de toekomst waarborgen. Het beheer van de aanliggende bermen wordt verder met deze verbreding ook geüpdatet. Van een regulier maaibeheer naar een ecologisch beheer na inzaaien van een voor deze locatie passend inheems kruidenmengsel. Voor de update moeten 34 eiken gekapt worden, deze zullen vervangen worden door 46 nieuwe bomen in de maat 20/25 met een maximale plantafstand van 7 m1 zoals geformuleerd in de mitigerende maatregelen. Het uitgangspunt voor de toekomstige beplanting is dat een laan van een zelfde soort volume, dichtheid, verschijningsvorm (stoerheid) terug zal komen. Waarbij bomen van de 1ste grootte worden gebruikt die samen op gaan en gecombineerd een goed beeld opleveren. Waarbij beplanting/bomen worden geselecteerd die voldoen aan de PNV (potentiele natuurlijke vegetatie) (arm

20

"Bloemendal IIA" (vastgesteld)

Bloemendal IIA /zanderig), omstandigheden. Voornamelijk inheems, een cultivar of een afgeleide van deze en aangevuld met exoten met een (beschreven) toekomstwaarde. We zijn van mening dat we op deze manier lanen voor de toekomst maken die ziektebestendiger zijn en minder plaagdruk opleveren. Het bomenassortiment wat we langs de Nijkerkerweg gebruiken in gemengde vorm zijn: Ulmus leavis “Helena”, Alnus cordata, Fraxinus americana, Quercus robur, Acer platanoides, Tilia platyphyllos. Momenteel is er over dit stuk van de Nijkerkerweg 1.268 m2 berm die klassiek beheerd is. Na de update van de Nijkerkerweg hebben we over dezelfde afstand 2.999 m2 berm, die ingezaaid zal worden met een inheems zaaimengsel (B102-margrietmengsel – van Biodivers) waarna de berm passend ecologisch beheerd zal worden. Op deze manier wordt ingreep van de update van de Nijkerkerweg gecompenseerd, en versterkt. Wat betreft water en milieu: op afbeelding 8 is te zien dat het plangebied deel uitmaakt van 'intrekgebieden'. Een intrekgebied is een beschermingsgebied dat is aangewezen op grond van artikel 1.2, tweede lid onder sub a van de Wet milieubeheer (Wm). In artikel 2.38 van de Omgevingsverordening is bepaald dat intrekgebieden in een bestemmingsplan geen bestemming krijgen die de winning van fossiele energie, zoals aardgas, aardolie, schaliegas en steenkoolgas, mogelijk maakt.

In het voorliggende bestemmingsplan is dit niet aan de orde. Tot slot klimaatadaptatie. In het plangebied wordt met elk aspect rekening gehouden, zie paragraaf §5.16. Hier wordt ingegaan op de water- en droogteaspecten, zoals het vasthouden van water in waterbergingszones. Ten aanzien van droogte en hitte worden in het plangebied maatregelen genomen, zoals het toestaan van een maximum percentage aan verharding in de tuinen van woningen. Dergelijke maatregelen zijn ook opgenomen in het beeldkwaliteitsplan. In de verordening is een instructieregel opgenomen over de doorwerking regionale woonagenda. Op grond van het bepaalde in artikel 2.2 van de Omgevingsverordening maakt een bestemmingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door gedeputeerde staten vastgestelde woonagenda. Onderhavig plan past hierbinnen. Gelet op het bovenstaande is het bestemmingsplan in overeenstemming met de verordening. De Omgevingsverordening Gelderland is het laatst gewijzigd op 25 april 2025.

In artikel 5.37 van de actuele Omgevingsverordening Gelderland is bepaald: 'Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties binnen de Gelderse streek Gelderse Vallei wordt bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap Gelderse streek Gelderse Vallei.' De kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen komen niet in het geding door de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied. De instructieregels over glastuinbouw, windturbines, mijnbouwwerk en grondwaterbedreigende activiteiten zijn niet relevant. In artikel 5.85 van de provinciale verordening is een artikel opgenomen over klimaatadaptatie. Bij plannen moet hierop worden ingaan. Het artikel bepaalt dat voor zover een omgevingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling toelaat, de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving bevat van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: waterveiligheid; wateroverlast; droogte; en hitte. § 4.6.5 van deze toelichting bij het bestemmingsplan gaat in op de genoemde aspecten. Het plan is in overeenstemming met de actuele verordening.

De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van de provincie.

"Bloemendal IIA" (vastgesteld)

21

Bloemendal IIA

4.3.2

Regionaal waterprogramma 2021-2027

In het regionaal waterprogramma van provincie Gelderland worden de uitdagingen beschreven waarvoor de provincie staat, waar ze naartoe werken, en wat er de komende tijd op het gebied van water wordt bijgedragen aan de ambities gesteld in de omgevingsvisie en het coalitieakkoord. Enkele relevante ambities hieruit zijn: Vestigingsklimaat: Voldoende en kwalitatief water als grondstof en/of proceswater voor landbouw en industrie. Wonen: Water biedt mogelijkheden voor recreatie, schoon grondwater voor drinkwater en is onderdeel van de ruimtelijke kwaliteit. Biodiversiteit: Voldoende water van voldoende kwaliteit voor planten en dieren, streven naar natuurvriendelijk beheer en doorgaan met verdrogingsbestrijding. Klimaatadaptatie: Het natuurlijk systeem van bodem en water is een belangrijk ordenend principe in de afweging van ruimtelijke ontwikkelingen, beschikbaarheid van water in droge periode, beschikbaarheid van water voor natuur, tegengaan hittestress, voorkomen wateroverlast en beschermen tegen overstromingen. Circulaire economie: Water als (herbruikbare) grondstof door middel van het schoonhouden van het water. Hierbij worden vanuit het waterbeleid 3 uitgangspunten aangehouden: 1. Voorkomen is beter dan genezen. Het bodem- watersysteem is een belangrijke basis voor onze fysieke leefomgeving en een sleutel naar duurzaamheid en klimaatbestendigheid.

We werken aan herstel en we zorgen dat nieuwe functies en nieuwe ontwikkelingen het systeem versterken. 2. Als ontwikkelingen verwachte negatieve effecten hebben op het bodem- en watersysteem, verwachten we van initiatiefnemers maatregelen om die te beperken en/of te compenseren. 3. Diverse grote maatschappelijke opgaven waaraan we met onze partners werken vragen om een gebiedsgerichte aanpak (vermindering stikstof en uitstoot CO2, aanpak PFAS, klimaatverandering, vergroten biodiversiteit etc.). Deze opgaven komen samen in gebieden en daardoor is een aanpak per gebied het effectiefst. Waar mogelijk proberen we hierbij gebruik te maken van innovatietechnieken en vormen van samenwerking. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).

4.4

Regio

4.4.1

Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe

Op 4 december 2020 is het Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe (RAP) ondertekend door de Manifestregio. In de regio werken 28 gemeenten, waterschap Vallei en Veluwe, provincies Utrecht en Gelderland, Vitens, Veiligheidsregio's en Rijkswaterstaat samen op het gebied van klimaatadaptatie. Met het RAP geeft de regio invulling aan de landelijke opgave voor overheden om vanaf eind 2020 klimaatadaptief te werken om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Deze opgave komt voort uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Het klimaat verandert namelijk snel en merkbaar. Klimaatadaptatie is omgaan met het nieuwe klimaat met extremer weer: heftige buien of juist lange periodes van hitte en droogte. De omgeving waarin we leven, werken en ontspannen, maar ook de manier van leven moeten we daarop aanpassen. In het RAP zijn de regionale aandachtsgebieden voor de komende jaren bepaald, aanvullend op wat elke partij zelf moet of kan doen. Vooraf zijn voor het hele gebied de kwetsbaarheden van wateroverlast, droogte en hitte in kaart gebracht in een klimaateffectatlas. Tevens zijn risicodialogen met elkaar gevoerd over de gevolgen van klimaatverandering en de opgaven voor de regio.

Het RAP is een strategische agenda rondom 4 thema's: Prettig wonen en werken, Aangenaam recreëren, Basisfuncties (elektriciteit, hoofdwegennet, verpleeghuizen, etc.) veilig stellen en Natuurlijk bodem- en watersysteem. Per thema zijn (hoofd)ambities, speerpunten en maatregelen geformuleerd. 22

"Bloemendal IIA" (vastgesteld)

Bloemendal IIA Het thema prettig wonen ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingerichte stedelijke omgeving. Speerpunten zijn Ketenafspraken klimaatbestendig bouwen, Ontwikkelafspraken met woningcoöperaties, Instrumentenmix voor bestaand stedelijk gebied, Stimuleringsregeling klimaatbestendige maatregelen en Hitteplan. Het thema Aangenaam recreëren ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingericht recreatief buitengebied. Het speerpunt is Groen-blauwe recreatie. Het thema Basisfuncties ambieert een veilig en robuust ontworpen nutsvoorzieningen en infrastructuur. Speerpunten zijn Natuurbranden preventieplan, Overstromingsbestendige gebieden en gebouwen, (Hoofd)verdeelstations beoordelen en Doorgaande wegen klimaatrobuust. Het thema Natuurlijk bodem- en watersysteem ambieert een klimaatbestendig, robuust en veerkrachtig natuurlijk bodem- en watersysteembeheer. Speerpunten zijn Loofbomen advies, Waterbeschikbaarheidsstrategie, Duurzaam grondwatersysteem en Verkenning regio Vallei en Veluwe – 2120. In Werkplannen wordt concreet aangegeven hoe de ambities in het RAP voor telkens een periode van 2 jaar worden uitgewerkt. De opgaven worden regionaal verdeeld en er worden verbindingen gelegd. Van belang is dat ook inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties worden betrokken.

Doorwerking in plangebied In de waterparagraaf (§ 5.16) staat beschreven hoe invulling wordt gegeven aan de thema's die in dit plan van toepassing zijn.

4.5

Waterschap

4.5.1

Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027

Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem.

Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland en als zodanig een voorbeeld op het gebied van de energietransitie. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).

"Bloemendal IIA" (vastgesteld)

23

Bloemendal IIA

4.5.2

Blauwe Omgevingsvisie 2050

De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).

4.6

Gemeente

4.6.1

Structuurvisie Buitengebied Barneveld

De structuurvisie Buitengebied Barneveld is op 21 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld.(De vastgestelde versie is gepubliceerd op 29 december 2011 (Staatscourant, nr. 23938). De gemeente Barneveld heeft op 28 september 2016 de Strategische Visie Barneveld 2030 vastgesteld. De Strategische Visie geeft aan welke doelen het gemeentebestuur nastreeft voor de periode tot 2030. Daaraan voorafgaand heeft de raad in januari 2009 de Structuurvisie 2009 vastgesteld waarin de stedelijke ontwikkelingen voor de komende 10 jaar zijn weergegeven. Mede op basis van de Strategische Visie is de Structuurvisie 2009 geactualiseerd door de vaststelling van de Structuurvisie Kernen 2022. De Structuurvisie Buitengebied is het derde en laatste onderdeel van deze beleidstrilogie. In de op 21 september 2011 vastgestelde Structuurvisie Buitengebied wordt specifiek ingegaan op onderwerpen als landbouw, recreatie en landschap in de periode tot 2020. De twee structuurvisies vullen elkaar hierbij inhoudelijk aan. De strategische visie geeft aan wat de overkoepelende doelen zijn. Met deze Structuurvisie Buitengebied biedt de gemeente Barneveld ruimte voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten landschap, natuur, woon - en leefmilieu.

Ontwikkelingen in de landbouw en bij recreatieve bedrijven zijn van grote invloed op de omgevingskwaliteiten natuur, landschap en woon- en leefomgeving. Deze omgevingskwaliteiten zijn ook de belangrijkste vestigingsfactoren voor het buitengebied. Initiatieven beoordeelt de gemeente daarom mede op de mate waarin ze bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld effecten op landschap (beeldkwaliteit), woon en leefmilieu, verkeer en natuur. Dit moet leiden tot een landschappelijk fraai buitengebied met goed ingepaste ontwikkelingen. Een buitengebied dat op die manier wordt ingericht is een aangename plek om te werken en te recreëren. De structuurvisie beoogt daarbij ontwikkelingsruimte te bieden aan goede initiatieven en wil een basis zijn voor samenwerking om die te realiseren. Bovenstaande aanpak geldt voor het hele buitengebied. Daarnaast worden deelgebieden onderscheiden met beleidsaccenten op grond van landschappelijke kenmerken en zones op grond van een specifieke functie (zie bijlage 8 Structuurvisie). Onderstaand is per deelgebied en zone een ontwikkelingsrichting met kwaliteitsbeeld beschreven. Het kwaliteitsbeeld vormt het ruimtelijk toetsingskader. Het stelt eisen die richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Deze (minimum) eisen zijn kaderstellend voor het bestemmingsplan.

Stedelijke zone Het concentratiebeleid voor woningbouw, ontwikkeling van bedrijventerreinen en voorzieningen in het gebied Barneveld Harselaar Voorthuizen blijft onverkort uitgangspunt. Ontwikkelingsfonds Platteland De structuurvisie beschrijft het type projecten die tot doel hebben de beschreven ruimtelijke kwaliteiten te realiseren. Investeringen voor die projecten kunnen, al dan niet gedeeltelijk, worden gefinancieerd uit het 24

"Bloemendal IIA" (vastgesteld)

Bloemendal IIA Ontwikkelingsfonds. Dit fonds wordt gevuld door bijdragen uit ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied, namelijk functieverandering, nieuwe landgoederen en stedelijke uitbreidingen. De werking van dit fonds beoogt hiermee samenhangende ruimtelijke ontwikkeling van het buitengebied met ruimtelijke en maatschappelijke winst. De uitbreidingsgebieden van de gemeente hebben een eigen grondexploitatie. Voor dergelijke ontwikkelingen stort de gemeente jaarlijks een vaste bijdrage in het Ontwikkelingsfonds Platteland. Een separate bijdrage voor het plangebied "Bloemendal IIA" is niet aan de orde. Doorwerking in plangebied De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de structuurvisie.

4.6.2

Structuurvisie Kernen Barneveld 2022

De gemeenteraad heeft op 22 november 2011 de "Structuurvisie Kernen Barneveld 2022" vastgesteld. De structuurvisie legt de gemeentelijke visie op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van het eigen grondgebied vast. Het bestemmingsplan zal hierbinnen moeten passen. De structuurvisie bevat een uitvoeringsprogramma. Hierin laat de gemeente zien hoe het voorgenomen beleid gerealiseerd zal worden. In de structuurvisie is een groot aantal ruimtelijke projecten opgenomen, waarvoor investeringen in de openbare ruimte noodzakelijk zijn. Ook is er een groot aantal lopende en potentiële bouwmogelijkheden.

"Bloemendal IIA" (vastgesteld)

25

Bloemendal IIA

Afbeelding 10 Fragment visiekaart Structuurvisie Kernen Barneveld 2022 Uit de visiekaart blijkt dat het plangebied in de structuurvisie is aangemerkt als zoekzone voor wonen (lange termijn). Op paginanummer 22 van de structuurvisie staat: 'Aangezien de structuurvisie een horizon kent tot en met 2022 zijn de zoekzones rondom Voorthuizen en Barneveld voorlopig voldoende om de genoemde extra groei op te kunnen vangen.' Als zoekzone voor woningbouw is Barneveld-Noord expliciet benoemd. In tabel 1 op paginanummer 24 van de structuurvisie is het accent per woninbouwlocatie benoemd. Voor de zoekzone Barneveld-Noord geldt dat het accent ligt op 'Gemengd, maar met accent op bijzonder woonmilieu (nabij natuur en bosgebieden), o.a. gericht op doorstroming en kapitaalkrachtige ouderen.'. De volgende passage komt uit § 4.1.5. en gaat specifiek over Barneveld-Noord (c.q. Bloemendal): 'Barneveld Noord betreft het gebied aan de noordzijde van Barneveld, tussen de Nijkerkerweg en de Stationsweg. Aan de noordzijde wordt het gebied globaal begrensd door de Esweg en het denkbeeldige verlengde daarvan. Het gebied kan zich ontwikkelen tot een bijzonder en luw woongebied.

Het kent weliswaar een goede bereikbaarheid met korte afstanden tot de aansluitingen van de A1 en de A30, maar tegelijk ligt het gebied aan de (nog in te richten) groene bufferzone Esvelderbeek en wordt het niet doorkruist door infrastructuur. Hier ligt een kans om bij de invulling van het gebied een accent te leggen op een meer luxe woonmilieu om daarmee kapitaalkrachtige ouderen te faciliteren en de doorstroming binnen Barneveld te bevorderen (duurdere koop). Uitgangspunten voor de invulling van dit gebied zijn: Ruimte reserveren voor een groene schakel tussen het Oosterbos en de Esvelderbeek; 26

"Bloemendal IIA" (vastgesteld)

Bloemendal IIA Een lage dichtheid, die richting de bestaande woonkern iets dichter kan worden; Bebouwing met een gezicht naar de groene bufferzone.' Het voorliggende bestemmingsplan is in overeenstemming met deze structuurvisie. Met de genoemde uitgangspunten is rekening gehouden.

4.6.3

Omgevingsvisie Barneveld 2040

De Omgevingsvisie Barneveld 2040 is formeel vastgesteld door de raad van gemeente Barneveld in de vergadering van 16 juli 2025. Deze visie vormt nu het strategische kader voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente. Een van de vijf centrale opgaven is het bevorderen van een gezonde en toekomstbestendige leefomgeving, met aandacht voor schone lucht, geluidsreductie, klimaatrobuuste inrichting, schaduwrijke plekken en waterberging. De voorgenomen ontwikkeling van het plangebied "Bloemendal IIA" sluit hierop aan door: Realisatie van groene openbare ruimten met klimaatadaptieve ontwerpelementen (zoals waterberging en hittestressvermindering). Aanleg gericht op schone lucht en geluidsreductie. De visie voorziet in de bouw van 8.000 nieuwe woningen tot 2040, verspreid over alle dorpen, met prioriteit voor betaalbaarheid en doelgroepen zoals starters en ouderen. Bloemendal IIA levert een bijdrage aan deze opgave door een evenwichtige mix van grondgebonden woningen en appartementen te realiseren, gericht op diversiteit in levensfases en woonbehoeften. Het buitengebied wordt gezien als waardevol voor natuur, landbouw en landschappelijke identiteit. Bloemendal IIA sluit hierbij aan met een stedenbouwkundige inpassing die aansluit op het bestaande landschap, overgangen naar het buitengebied respecteert, en groenstructuren behoudt of versterkt.

Een goed bereikbaar en veilig netwerk, met prioriteit voor fietsers, voetgangers en OV, is een belangrijke pijler van de visie. Bloemendal IIA voorziet in: Aansluiting op het bestaande weg- en fietsroutenetwerk. Veiligheidsmaatregelen en comfort voor langzaam verkeer. Mogelijkheid voor duurzame mobiliteit (bijv. laadpunten voor e-fietsen of elektrische auto's). Bloemendal IIA is volledig in lijn met de definitieve Omgevingsvisie Barneveld 2040. Het plan draagt bij aan het realiseren van de woningbouwopgave, bevordert een gezonde en toekomstbestendige woonomgeving, verbindt zich met het karakter van vitale dorpen, integreert ruimtelijk verantwoord in het landschap, faciliteert duurzame bereikbaarheid en reflecteert de participatieve beleidsaanpak van de gemeente. Daarmee verstevigt dit plan de visie op groei mét kwaliteit.

4.6.4

Bestemmingsplannen globaal en flexibel

Op 6 mei 2014 heeft de raad de kaderstellende notitie 'Bestemmingsplannen globaal en flexibel' vastgesteld. Met deze notitie geeft de raad voor met name grote(re) uitleggebieden kaders aan om bestemmingsplannen globaal en flexibel te maken, om adequaat te kunnen inspelen op maatschappelijke en marktontwikkelingen. Daarmee ontstaat enige ruimte om een plan te kunnen wijzigen, maar zonder significant verlies van kwaliteit in de openbare ruimte, beeldkwaliteit en rechtszekerheid. Globaal en flexibel zijn twee naast elkaar staande begrippen. Een globaal bestemmingsplan is een bestemmingsplan waarbij de belangrijkste uitgangspunten voor een gebied zijn vastgelegd. In een globaal bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden niet vastgelegd of gebonden aan een concreet perceel. Het tegenovergestelde van globaal bestemmen is gedetailleerd bestemmen, want een gedetailleerd bestemmingsplan legt juist wel een eindbeeld vast. Naast het begrip globaal, kennen we ook nog de begrippen star en flexibel. We spreken van een star bestemmingsplan als het niet of nauwelijks mogelijk is om van een bestemmingsplan af te wijken. Flexibel bestemmen is het tegenovergestelde. Flexibel bestemmen laat meer ruimte om in te spelen op initiatieven die niet direct zijn geregeld.

Flexibiliteit is in het bestemmingsplan in te bouwen door te werken met afwijkingsregels, wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten. De notitie richt zich op toekomstige ontwikkelingen in de kernen, waarbij met name is gekeken naar de "Bloemendal IIA" (vastgesteld)

27

Bloemendal IIA bestemmingen voor wonen en bedrijven. Doorwerking in plangebied In voorliggend bestemmingsplan zijn de volgende kaders uit de notitie toegepast: binnenplanse afwijkingen in te bouwen; de hoofdstructuur van wegen, water en groen vast te leggen; ruimere bouwvlakken in te tekenen op de verbeelding, althans bij sommige deelgebieden; de vrije situering van woningen binnen het bouwvlak toe te laten - ook hier alleen bij sommige deelgebieden. 4.6.5

Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020en Warmtevisie 2021

De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') en in 2021 de Warmtevisie 2021 vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Al vooruitlopend op energieneutraliteit in 2050, heeft de gemeente ingezet op de aardgasloze en energieneutrale bouw van woningen en bedrijven. In het aanstaande Energiebeleidsprogramma wordt tevens de nadruk gelegd op een netbewuste gemeente. De Warmtevisie 2021 vormt de basis voor het uitfaseren van het gebruik van aardgas, deze warmtevisie wordt in 2026 herzien onder het nieuwe Energiebeleidsprogramma. In opdracht van gemeente Barneveld heeft Arcadis Nederland B.V. specifiek voor de woonwijk Bloemendal een onderzoek uitgevoerd naar de kansen voor duurzame energienetten (bijlage 29). Een conclusie luidt dat een volledig elektrische oplossing goed haalbaar is in Bloemendal.

Vanuit de herziende warmtevisie in 2026 zal er ook nadruk komen te liggen op netbewustere warmteopties, zoals Warmte-Koude Opslag (WKO) en kleine collectieve oplossingen. De gemeente staat ook open voor dergelijke oplossingen in Bloemendal. Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Het beleid voor zeer energiezuinige bestaande gebouwen is nog in ontwikkeling. Er is een plan voor de duurzame energievoorziening van de wijk (bijlage 29). Daarin komen de volgende punten aan de orde: De energievraag zoveel mogelijk beperken door onder andere goede isolatie van de bebouwing (minimaal BENG, liever beter.

Dus energieneutraal of zelfs positief) Zonnepanelen op de daken Platte daken zoveel mogelijk voorzien van een groen dak Slim benutten van daglicht in het ontwerp van de woning Toepassen van luifels en overstekken voor schaduwwerking in de woning op warme zomerse dagen Toepassen robuust groen voor invloed microklimaat in de wijk (tegen hittestress), maar bij plaatsing rekening houden met zonnepanelen Toepassing van circulaire materialen in de openbare ruimte Netbewust bouwen Door de elektrificatie van onze maatschappij is er netcongestie ontstaan in grote delen van ons land zo ook in Barneveld. Met deze toename in vraag en aanbod van elektriciteit moet anders worden omgegaan, we moeten netbewust gaan bouwen. Dit om ervoor te zorgen dat we in Gelderland nog aansluitingen kunnen realiseren, waardoor woningbouw, bedrijventerreinen, maatschappelijk vastgoed en de laadinfrastructuur ontwikkeld kunnen blijven worden. Dit betekent dat de belasting op het net zoveel mogelijk wordt verlaagd, de belasting zo gelijkmatig over de dag wordt verspreid en de belasting zoveel 28

"Bloemendal IIA" (vastgesteld)

Bloemendal IIA mogelijk stuurbaar is. Provincie Gelderland komt met nieuwe normeringen voor netbewuste nieuwbouw. Daarom vraagt gemeente Barneveld aan de ontwikkelaar hiermee rekening te houden. Warmtepompen Er zijn voorbeelden van geluidsoverlast veroorzaakt door warmtepompen, omdat er bij de plaatsing geen rekening gehouden is met het geluidsaspect of de warmtepomp verouderd is. Een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de warmtepomp is noodzakelijk en er moet voldaan worden aan een acceptabel geluidsniveau. Als het geluidniveau op 5 meter van warmtepomp hoger is dan 30 dB(A) of als dit het geval is bij een kortere afstand tot de buurwoning dan is het toepassen van een geluiddempende omkasting nodig. Hiervoor komen steeds meer innovaties op de markt (bijvoorbeeld in een dummy schoorsteen). Met het oog op het beperken van geluidsoverlast en het voorkomen van netcongestie, beschouwt de gemeente bodemwarmtepompen als een positieve oplossing vanwege hun stille werking en beperkte belasting van het elektriciteitsnet. Ook een Warmte-Koude Opslag (WKO) is een optie bij nieuwe gebiedsontwikkeling met betrekking tot geluidsoverlast, netcongestie en duurzame warmte. Zonnepanelen Gebruik van zonne-energie kan significant bijdragen aan de benodigde duurzame energieopwekking.

De gemeente zet in op het zoveel mogelijk achter de meter gebruiken van zonne-energie, met gelijktijdige opwek en afname, om netcongestie te verminderen. In dit plan zijn zonnepanelen opgenomen, die direct bij de bouw worden meegenomen. De zonnepanelen zijn geïntegreerd in het ontwerp van het gebouw. Het een en ander wordt verankerd in het beeldkwaliteitsplan. Materialen In het ontwerp van een woning of gebouw kan door een slim ontwerp daglicht optimaal worden benut en zodat de benodigde energie voor verlichting zo laag mogelijk is en de binnen temperatuur zo min mogelijk fluctueert. Ook kunnen groendaken aangelegd worden. De hoeveelheid materialen wordt zoveel mogelijk beperkt en gebruik van gezonde en duurzame materialen – gezien over de hele levenscyclus - heeft de voorkeur. Het is mogelijk hergebruikte materialen toe te passen. Laadpalen Elektrisch autorijden is beter voor het milieu dan rijden op fossiele brandstoffen. Er wordt namelijk geen CO2 uitgestoten door de auto. De gemeente staat dan ook positief tegenover het plaatsen van slimme laadpalen voor elektrische voertuigen. Wel moet het laden van elektrische voertuigen zoveel mogelijk vermeden worden tijdens de piekuren om zo netcongestie te voorkomen. Bidirectioneel laden waarbij de auto kan dienen als een mogelijkheid voor energieopslag wordt gezien als meest positief gezien.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=56de719b-b8d3-40b2-bb0b-d51489b947c3