CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage was wordt lijst

Gemeenteraad 11 december 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Voorstel tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Barneveld12.078 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

7.Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:6, uiterlijk om 23.00 uur beëindigd, voor zover het de zondag tot en met de donderdag betreft en uiterlijk om 24.00 uur beëindigd, voor zover het de vrijdag en zaterdag betreft. 8.De houder van de inrichting informeert omwonenden vooraf schriftelijk over de incidentele festiviteit.

a.het totaal van de collectieve en incidentele festiviteiten in een inrichting niet meer bedraagt dan twaalf festiviteiten per kalenderjaar; en b.de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 2.Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding. 3.Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Omgevingsverordening Gelderland. 4.De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 5.Het equivalente geluidsniveau Leq T veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 60 dB(A) en 75 dB(C), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 6.De geluidsnorm, bedoeld in het vijfde lid, is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.

7.Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:6, uiterlijk om 23.00 uur beëindigd, voor zover het de zondag tot en met de donderdag betreft en uiterlijk om 24.00 uur beëindigd, voor zover het de vrijdag en zaterdag betreft. 8. Het college kan op aanvraag bij beschikking afwijken van het vijfde, zesde en/of zevende lid als aannemelijk is dat de incidentele festiviteit geen onevenredig nadeel voor aanwezigen in de dichtstbijzijnde gevoelige gebouwen tot gevolg zal hebben. Het college stelt in de beschikking beperkende voorschriften als die nodig zijn om te bereiken dat dat nadeel nietonevenredig zal zijn. 9.De houder van de inrichting omwonenden vooraf schriftelijk incidentele festiviteit.

informeert over de

Toelichting:

19

Was-wordt-lijst wijziging APV met toelichting eind 2024 Artikel 4:3 bevat de zogeheten 12-dagenregeling. Een bedrijf dat gevestigd is op een bestemming waar evenementen gehouden mogen worden mag op 12 dagen per kalenderjaar door een incidentele of een collectieve festiviteit (aangewezen in artikel 4:2 van de APV) meer geluid voortbrengen dan hem volgens de reguliere (omgevingsrechtelijke) geluidsnormen toegestaan is, als hij dat tijdig gemeld heeft. Het (landelijke) omgevingsrecht biedt een gemeente de mogelijkheid om deze uitzonderingsoptie in een verordening nader uit te werken. De gemeente Barneveld heeft er bij introductie hiervan in de APV, anders dan sommige andere gemeenten, voor gekozen om aan toepassing een aantal beperkende voorschriften te verbinden, zoals het voorschrijven van (hogere) maximale geluidsnormen in het vijfde lid van artikel 4:3, die bij gebruikmaking van de 12-dagenregeling gelden. Het komt in de praktijk echter voor dat deze hogere normen in specifieke gevallen nog te streng zijn in verhouding tot het nadeel dat de omgeving van de incidentele festiviteit zal kunnen hebben. Voor zulke gevallen is er meer maatwerk nodig. Het voorstel is om een nieuw lid toe te voegen aan artikel 4:3 waarmee dit maatwerk geleverd bij de afwijking van bijvoorbeeld het bedoelde vijfde lid van die bepaling.

Het spreekt voor zich dat als het college van deze bevoegdheid gebruik maakt dit goed moet kunnen onderbouwen in het licht van de belangen die daarbij betrokken kunnen zijn. Artikel I, onder P: Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 4:9a Plukverbod paddenstoelen 1.Het is verboden paddenstoelen van hun groeiplaats te verwijderen in de gebieden die door het college zijn aangewezen. 2.Onverminderd het eerste lid is het plukken van paddenstoelen in ieder geval verboden in: de natuurgebieden van Natuurmonumenten en Stichting het Geldersch Landschap en Kastelen; de gemeentelijke bossen: het Johannabos en het Oosterbos. 3.Het in dit artikel bepaalde geldt niet:

Artikel 4:9a Plukverbod paddenstoelen

a.ten aanzien van door of met toestemming van de rechthebbende ter plaatse verkregen dan wel elders afkomstige paddenstoelen; b.als de in dit artikel bedoelde handelingen worden verricht in het kader van normale onderhoudswerkzaamheden; c.in situaties waarin wordt voorzien door de Wet natuurbescherming. 4.Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

1.Het is verboden paddenstoelen van hun groeiplaats te verwijderen in de gebieden die door het college zijn aangewezen. 2.Onverminderd het eerste lid is het plukken van paddenstoelen in ieder geval verboden in: de natuurgebieden van Natuurmonumenten en Stichting het Geldersch Landschap en Kastelen; de gemeentelijke bossen: het Johannabos en het Oosterbos. 3.Het in dit artikel bepaalde geldt niet: a.ten aanzien van door of met toestemming van de rechthebbende ter plaatse verkregen dan wel elders afkomstige paddenstoelen; b.als de in dit artikel bedoelde handelingen worden verricht in het kader van normale onderhoudswerkzaamheden; c. in situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet. 4.Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

Toelichting: De voorgestelde wijziging in artikel 4.9a is nodig omdat de Wet natuurbescherming per 1 januari 2024 opgegaan is in de Omgevingswet. Inhoudelijk wijzigt er niets. Voorgesteld wordt om aan deze wijziging terugwerkende kracht toe te kennen (zie artikel III van het voorgestelde wijzigingsbesluit). Artikel I, onder Q: Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 4:10 Definities 1.In deze afdeling wordt verstaan onder: -houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;

Artikel 4:10 Definities 1.In deze afdeling wordt verstaan onder: -houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;

20

Was-wordt-lijst wijziging APV met toelichting eind 2024 -hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; -dunnen: vellen dat geschiedt als verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand zoals bedoeld in artikel 1.1. van de Wet natuurbescherming; -bebouwde kom: de bebouwde kom als bedoeld in artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming; -iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau); -iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus.

-hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; -iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau); -iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus. 2.In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

2.In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben. Toelichting Het voorstel is om twee definities in bovenstaande bepaling te laten vervallen, omdat de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de daarop gebaseerde lagere regelgeving tot gevolg heeft dat de uitleg van het begrip ‘dunning’ sindsdien niet meer in een separate definitiebepaling vermeld is. Het begrip ‘bebouwde kom’ in het kader van velling van houtopstanden wordt sindsdien niet meer gebruikt. Tevens wordt er nergens in de APV naar dit begrip verwezen, zodat het beter kan komen te vervallen. Voorgesteld wordt om aan deze wijziging terugwerkende kracht toe te kennen (zie artikel III van het voorgestelde wijzigingsbesluit). Artikel I, onder R: Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden 1.Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen. 2.Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: a.bomen met een diameter van minder dan 25 centimeter op 1.30 meter hoogte, tenzij deze in het kader van een herplantplicht zijn geplaatst. Bij bomen met meer stammen geldt de diameter van de dikste stam; b.de uitzonderingsgronden zoals opgenomen in artikel 4.1, onder c tot en met h van de Wet natuurbescherming; c.houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving of last van het bevoegd gezag. 3.Een aanvraag om een omgevingsvergunning kan enkel worden ingediend door of namens dan wel met toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken.

Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden 1.Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen. 2.Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: a.bomen met een diameter van minder dan 25 centimeter op 1.30 meter hoogte, tenzij deze in het kader van een herplantplicht zijn geplaatst. Bij bomen met meer stammen geldt de diameter van de dikste stam; b.de uitzonderingsgronden zoals opgenomen in artikel 11.111, tweede lid, onderdelen c tot en met h, van het Besluit activiteiten leefomgeving; c.houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving of last van het bevoegd gezag. 3.Een aanvraag om een omgevingsvergunning kan enkel worden ingediend door of namens dan wel met toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens

21

Was-wordt-lijst wijziging APV met toelichting eind 2024 4.In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd op grond van: a.de natuurwaarde van de houtopstand; b.de ruimtelijke betekenis van de houtopstand; c.de cultuurhistorische/monumentale waarde van de houtopstand; of d.de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand. 5.Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen. 6.Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften. 7.Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning bijzondere voorschriften verbinden ten aanzien van gebruikmaking van de vergunning.

publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken. 4.In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd op grond van: a.de natuurwaarde van de houtopstand; b.de ruimtelijke betekenis van de houtopstand; c.de cultuurhistorische/monumentale waarde van de houtopstand; of d.de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand. 5.Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen. 6.Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften. 7.Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning bijzondere voorschriften verbinden ten aanzien van gebruikmaking van de vergunning.

Toelichting De voorgestelde wijziging in artikel 4.11 is nodig omdat de Wet natuurbescherming per 1 januari 2024 opgegaan is in de Omgevingswet, en -voor zover hier relevant- meer specifiek in het Besluit activiteiten leefomgeving dat op die wet gebaseerd is. Inhoudelijk wijzigt er niets. Voorgesteld wordt om aan deze wijziging terugwerkende kracht toe te kennen (zie artikel III van het voorgestelde wijzigingsbesluit). Artikel I, onder S: Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 5:33a Vliegers, kites en dergelijke 1. Het is verboden in natuurgebieden bestuurbare vliegers, kites, flexifoils, zeilwagens, windrijders of andere dergelijke voor recreatie bestemde voorwerpen of voertuigen te gebruiken of te berijden. 2. Het verbod geldt niet voor niet-bestuurbare vliegers die met één lijn de lucht in worden gelaten. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

Artikel 5:33a Vliegers, kites en dergelijke 1. Het is verboden in natuurgebieden bestuurbare vliegers, kites, flexifoils, zeilwagens, windrijders of andere dergelijke voor recreatie bestemde voorwerpen of voertuigen te gebruiken of te berijden. 2. Het verbod geldt niet voor niet-bestuurbare vliegers die met één lijn de lucht in worden gelaten. 3.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet voorzien is.

Toelichting In sommige natuurgebieden geldt er bij of krachtens de Omgevingswet al een vergunningplicht voor de bedoelde voorwerpen en voertuigen. In die gevallen zou deze APV-bepaling als lagere regelgeving een doublure zijn, in welk geval er van deze bepaling volgens de Gemeentewet geen juridische binding meer uitgaat. Om dit te voorkomen wordt een vierde lid voorgesteld.

Artikel I, onder T: Huidige tekst

Voorgestelde tekst

22

Was-wordt-lijst wijziging APV met toelichting eind 2024 Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1.Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1.Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

2.Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:

2.Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:

a.het verbranden van zieke planten en houtopstanden waarvoor het plantenziektekundige onderdeel van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit te Wageningen schriftelijk het advies geeft dat het noodzakelijk is deze planten of houtopstanden spoedig ter plaatse te verbranden;

a.het verbranden van zieke planten en houtopstanden waarvoor het plantenziektekundige onderdeel van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit te Wageningen schriftelijk het advies geeft dat het noodzakelijk is deze planten of houtopstanden spoedig ter plaatse te verbranden;

b.verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

b.verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

c.sfeervuren in vuurkorven, voor zover er geen afvalstoffen worden verbrand, het hout schoon, droog, niet geverfd en niet verduurzaamd is, en de vuurkorven een maximale inhoud hebben van 25 liter;

c.sfeervuren in vuurkorven, voor zover er geen afvalstoffen worden verbrand, het hout schoon, droog, niet geverfd en niet verduurzaamd is, en de vuurkorven een maximale inhoud hebben van 25 liter;

d.vuur voor koken, bakken en braden.

d.vuur voor koken, bakken en braden.

3.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod voor:

3.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod voor:

a.het in de maanden november tot en met april verbranden van kap- en snoeihout;

a.het in de maanden november tot en met april verbranden van kap- en snoeihout;

b.vuren bij de jaarwisseling;

b.vuren bij de jaarwisseling. Het college kan hiervoor ook een ontheffing van het verbod verlenen die geldt voor 30 december in het geval 31 december op een zondag valt;

c.kampvuren op het recreatieterrein Zeumeren. 4.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1° of 3°, van het Wetboek van Strafrecht of de Omgevingsverordening Gelderland.

c.kampvuren op het recreatieterrein Zeumeren. 4.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1° of 3°, van het Wetboek van Strafrecht of de Omgevingsverordening Gelderland.

Toelichting De APV biedt het college de bevoegdheid om bijvoorbeeld voor het laten ontbranden van vuren bij de jaarwisseling ontheffing te verlenen van het verbod om vuur te stoken. Sommige inwoners die dergelijke vuren willen organiseren zien daarvan af als 31 december op een zondag valt. Onder hen bestaat behoefte

23

Was-wordt-lijst wijziging APV met toelichting eind 2024 om dan op 30 december het jaarwisselingsvuur te laten ontbranden. De huidige tekst van de APV biedt hun die mogelijkheid niet. Voorgesteld wordt om dit te regelen. Het blijft in dergelijke gevallen overigens mogelijk om op 31 december het jaarwisselingsvuur te laten ontbranden. Voor carbidschieten geldt overigens al een soortgelijke voorziening voor jaren waarin 31 december op een zondag valt.

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=6132020f-ece7-47a3-a852-997f3837f2c5