CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage was wordt lijst

Gemeenteraad 11 december 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Voorstel tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Barneveld12.078 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Was-wordt-lijst wijziging APV met toelichting eind 2024 Leeswijzer: - Verwijderde tekst is in de kolom onder ‘Huidige tekst’ cursief weergegeven. - Toegevoegde tekst is in de kolom ‘Voorgestelde tekst’ vet weergegeven. Artikel I, onder A: Huidige tekst Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; - bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; - beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; - bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; - bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; -college: het college van burgemeester en wethouders; -gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; - handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; - motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; - openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk

zijn; - openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; - parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; - rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; - voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; - weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994. Toelichting

Voorgestelde tekst Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; - bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; - beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; - bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; - bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; -college: het college van burgemeester en wethouders; -gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; - handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; - motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; - openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; - openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; - parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; - rechthebbende: degene

die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; - voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; - weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze wijziging houdt verband met het overhevelen van de definitie van ‘gebouw’ in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving naar de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet (artikel II, onderdeel V,

1

Was-wordt-lijst wijziging APV met toelichting eind 2024 Verzamelbesluit Omgevingswet, Stb. 2023, 298, resp. artikel I, onderdeel CW van de Verzamelwet Omgevingswet 2023, Stb. 2023, 376). Inhoudelijk is de definitie niet gewijzigd. Artikel I, onder B: Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen 1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu aangewezen openbare plaatsen. 2. De burgemeester kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen 1.

2. 3.

Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op openbare plaatsen op te treden in afwijking van de door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu te stellen beperkingen. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Toelichting Uit de huidige tekst van artikel 2:8 volgt dat het verboden is om vertoningen op een openbare plaats te verrichten als de burgemeester deze plaats in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu als zodanig heeft aangewezen. Dat betekent dat voor iedere vertoning aldaar een ontheffing nodig is. Dat is echter niet de bedoeling. In de voorgestelde bepaling is daarom expliciet bepaald dat een vertoning op een openbare plaats alleen verboden is als deze niet te rijmen is met de beperkingen die de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu heeft gesteld. Als die beperkingen een bepaalde vertoning niet toelaten dan kan degene die verantwoordelijk is voor die vertoning een ontheffing van het verbod aanvragen bij de burgemeester. De bedoelde beperkingen zijn overigens vermeld in het Besluit aangewezen beperkingen optredens straatartiesten en dergelijke, dat als bijlage A deel uitmaakt van de Uitvoeringsbepalingen APV Barneveld. Artikel I, onder C: Huidige tekst Artikel 2:29 Sluitingstijd 1.Openbare inrichtingen zijn gesloten tussen 24:00 uur en 06:00 uur.

Voorgestelde tekst Artikel 2:29 Sluitingstijd 1.Openbare inrichtingen zijn gesloten tussen 24:00 uur en 06:00 uur.

2.Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.

2.Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.

3.De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. Ongeacht een verleende ontheffing is het verboden om bezoekers na 01:30 uur tot een openbare inrichting toe te laten.

3.De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. Ongeacht een verleende ontheffing is het verboden om bezoekers na 01:30 uur tot een openbare inrichting toe te laten.

4.Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.

4.Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vijfde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.

2

Was-wordt-lijst wijziging APV met toelichting eind 2024 5.Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.

5.Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.

6.Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Toelichting

6.Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Het vierde lid van artikel 2:29 heeft betrekking op de situatie waarin de openbare inrichting gevestigd is in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit. De huidige verwijzing naar artikel 2.28, vierde lid aanhef en onder a, is niet juist. Dit onderwerp is namelijk vermeld in artikel 2.28, vijfde lid, aanhef en onder a. Het voorstel is om het vierde lid van artikel 2:29 dusdanig te wijzigen dat de juiste verwijzing erin opgenomen wordt. Artikel I, onder D: Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 1.De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 2.Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.

Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 1.De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 2.Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet. 3.De burgemeester kan op aanvraag een tijdelijke ontheffing verlenen om een gesloten openbare inrichting te betreden.

Het voorstel is om aan artikel 2:30 een derde lid toe te voegen op grond waarvan de burgemeester van het verbod om in een op grond van deze bepaling gesloten ruimte aanwezig te zijn een tijdelijke ontheffing kan verlenen. Het betreft situaties waarin een betrokkene kort de ruimte in moet om persoonlijke bezittingen (zoals kleding) hier uit weg te kunnen halen. Meestal is het begrijpelijk dat betrokkene de bezittingen nodig heeft en is het geen probleem om hier onder beperkingen tijdelijk toestemming voor te verlenen. Deze mogelijkheid wordt met de voorgestelde toevoeging geformaliseerd. Artikel I, onder E: Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Afdeling 5. ‘Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet’ is geregeld in de ‘Drank- en Horecaverordening gemeente Barneveld’ Toelichting

[Vervalt]

Tot dusver zijn de aangelegenheden die op grond van de huidige Alcoholwet (eerder Drank- en Horecawet geheten) bij gemeentelijke verordening geregeld kunnen worden in de Drank- en Horecaverordening gemeente Barneveld (hierna: DHV) opgenomen. In de APV is afdeling 5 (van hoofdstuk 2) gereserveerd voor het geval later de inhoud van de DHV verplaatst zou worden naar de APV. Het voorstel is daar nu toe over te gaan. Hiermee wordt onnodige versnippering van gemeentelijke regelgeving teruggedrongen. Voor de verplaatsing is allereerst nodig dat het afdelingsopschrift waarmee de bedoelde reservering wordt

3

Was-wordt-lijst wijziging APV met toelichting eind 2024 aangeduid, vervalt. Een deel van de tekst van dat opschrift wordt herplaatst, vóór het nieuwe artikel 2:34a. Verder wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om de van de DHV naar de APV over te plaatsen bepalingen op enkele punten tekstueel en technisch-juridisch te wijzigen. Met de voorgestelde wijzigingen in die bepalingen is geen inhoudelijke wijziging beoogd. Artikel I, onder F: Huidige tekst (uit de Drank- en Horecaverordening (DHV)) Artikel 1 Begripsbepalingen 1.Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a.de wet: Drank- en Horecawet; b.terras: het buiten de besloten ruimte gelegen deel van een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar bedrijfsmatig of anders dan om niet dranken of spijzen voor gebruik ter plaatse mogen worden verstrekt; c.vergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 3 van de wet; d.bezoeker: een ieder die zich in een inrichting bevindt, met uitzondering van: -leidinggevenden in de zin van de wet; -personen die dienst doen in de inrichting; -personen van wie de aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is; e.paracommerciële inrichting: een inrichting waarin een paracommerciële rechtspersoon in eigen beheer het horecabedrijf exploiteert; f.feestdagen: Nieuwjaarsdag, Tweede Paasdag,

Tweede Pinksterdag, Hemelvaartsdag, Tweede Kerstdag, de dag dat de Koning zijn verjaardag viert en de vijfde mei; g.gemeenschapshuizen: buurt- en dorpshuizen. 2.Voor de toepassing van deze verordening wordt onder de overige begrippen in deze verordening verstaan hetgeen de wet daaronder verstaat. Toelichting

Voorgestelde tekst (in de APV) Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden Alcoholwet Artikel 2:34a Definities 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: a. wet: Alcoholwet; b. vergunning: vergunning als bedoeld in artikel 3 van de wet; c. paracommerciële inrichting: inrichting die geëxploiteerd wordt door een paracommerciële rechtspersoon; d. feestdagen: Nieuwjaarsdag, Tweede Paasdag, tweede Pinksterdag, Hemelvaartsdag, Tweede Kerstdag, Koningsdag en Bevrijdingsdag. e. gemeenschapshuizen: buurt- en dorpshuizen. 2. Voor de overige begrippen in deze afdeling wordt verstaan wat de wet daaronder verstaat.

Voorgesteld wordt om de begrippen ‘bezoeker’ en ‘terras’ uit artikel 1 van de DHV niet over te nemen in de definitiebepaling die uitsluitend van toepassing is op de bepalingen die deel uitmaken van deze nieuwe afdeling 5 van de APV (met het opschrift ‘Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet’). De reden hiervan is dat de bestaande definitie van ‘bezoeker’ in de Alcoholwet identiek is, dat via het tweede lid ook geldt voor de verordening. Het begrip ‘terras’ uit de DHV is gelijk aan de al bestaande definitie van dit begrip in artikel 2:27, tweede lid, van de APV en overigens wordt dit begrip niet gebruikt in deze afdeling van de APV. Verder is het voorstel om de definitie van het begrip ‘paracommerciële inrichting’ in te korten ten opzichte van de huidige definitie ervan in de DHV. Hierin wordt onder andere verwezen naar het begrip ‘paracommerciële rechtspersoon’, dat gedefinieerd is in de Alcoholwet. Van die definitie maken de woorden ‘in eigen beheer een horecabedrijf’ al deel uit, zodat deze woorden hier kunnen vervallen. Huidige tekst uit de DHV

Voorgestelde tekst APV

Artikel 2 Voorschriften aan vergunningen om het horecabedrijf uit te oefenen

Artikel 2:34b Voorschriften aan vergunning De burgemeester kan aan een vergunning voor horecabedrijven of slijtersbedrijven uitsluitend voorschriften verbinden:

4

Was-wordt-lijst wijziging APV met toelichting eind 2024 De burgemeester kan aan een vergunning voor een horecabedrijf voorschriften verbinden. Deze voorschriften kunnen alleen worden gesteld: -ter bescherming van de volksgezondheid, of -in het belang van de openbare orde, of -ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de wet.

a. ter bescherming van de volksgezondheid; b. in het belang van de openbare orde; of c. ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de wet.

Artikel 13 Voorschriften slijterijen De burgemeester kan aan een vergunning voor een slijtersbedrijf voorschriften verbinden. Deze voorschriften kunnen alleen worden gesteld: -ter bescherming van de volksgezondheid, of -in het belang van de openbare orde, of -ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de wet. Toelichting Het voorstel is om de artikelen 2 en 13 van de DHV samen te voegen in één nieuw artikel 2:34b. Beide artikelen zijn namelijk bijna identiek. Verder kan volgens artikel 3 van de Alcoholwet een Alcoholwetvergunning op de uitoefening van een horecabedrijf of van een slijtersbedrijf zien. De voorgestelde samenvoeging is dus mogelijk en biedt meer duidelijkheid. Huidige tekst DHV

Voorgestelde tekst APV

Artikel 6 Schenktijden Het is verboden buiten onderstaande tijden alcoholhoudende drank te verstrekken in een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, niet zijnde een paracommerciële inrichting, welke: a.deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt om onderwijs te geven aan leerlingen die merendeels de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, of b.deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij een of meer jeugd- of jongerenorganisaties, of c.deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is als gemeentelijk wijkgebouw of buurthuis, of d.deel uitmaakt van een gebouw, dat uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer sportorganisaties of -instellingen.

Artikel 2:34c Schenktijden horecabedrijf in bepaalde gebouwen Het is verboden buiten de tijden die in de onderstaande tabel zijn vermeld alcoholhoudende drank te verstrekken in een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, niet zijnde een paracommerciële inrichting, die deel uitmaakt van een gebouw: a. dat, of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak gebruikt wordt om onderwijs te geven aan leerlingen die merendeels de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt;

Schenktijden Algemeen Ma tm vr: 19-24u. Za, zo en feestdagen: 14-22 u Gemschhuizen Zo tm do:10-24u. Vr en za:1001u Verpl. en verz. huizen Zo tm do: 10-24u. vr en za: 10-01u

b. dat, of waarvan een onderdeel, uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij een of meer jeugd- of jongerenorganisaties; c. dat, of waarvan een onderdeel, uitsluitend of in hoofdzaak is als gemeentelijk wijkgebouw of buurthuis; of d. uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij één of neer sportorganisaties of – instellingen. Tabel bij artikel 2:34c Schenktijden niet-paracommerciële inrichtingen in bepaalde gebouwen Soort inrichting Dag Tijd Algemeen Maandag 19.00 tot en met tot vrijdag 24.00 uur

5

Was-wordt-lijst wijziging APV met toelichting eind 2024 Zaterdag, zondag en feestdagen Gemeenschapshuizen

Zondag tot en met donderdag Vrijdag en zaterdag

Verpleeg- en verzorgingshuizen

Zondag tot en met donderdag Vrijdag en zaterdag

14.00 tot 22.00 uur 10.00 tot 24.00 uur 10.00 tot 01.00 uur 10.00 tot 24.00 uur 10.00 tot 01.00 uur

Toelichting Het voorgestelde nieuwe artikel 2:34c is, op enige ondergeschikte tekstuele wijzigingen na, gelijkluidend aan het huidige artikel 6 van de DHV. De bepaling beperkt - ter uitvoering van artikel 25a van de Alcoholwet - de tijden waarbinnen alcoholhoudende dranken verstrekt mogen worden door commerciële kantines in bepaalde gebouwen bij sportclubs, jongerenorganisaties, buurthuizen, scholen en dergelijke. Van dergelijke kantines is vooral sprake als er meer verenigingen of stichtingen dezelfde (multifunctionele) accommodatie met één kantine gebruiken voor hun activiteiten. Hun besturen richten dan bijvoorbeeld alleen voor het uitbaten van die kantine een BV of NV op, waarvan zij de enige aandeelhouders zijn. Een ander voorbeeld is het verpachten van de kantine aan een ondernemer. Zonder artikel 2:34c zou er door het kiezen van een andere rechtsvorm of de verpachting van de kantine bijvoorbeeld langer geschonken mogen worden dan in het geval er nog sprake was geweest van een ‘klassieke’ kantine. De gemeente vindt dit onwenselijk, mede omdat beide soorten kantines regelmatig door jongeren bezocht worden. Daarom is deze bepaling opgenomen die een vergelijkbare beperking qua schenktijden kent als in het geval van paracommerciële inrichtingen (zie artikel 2:34d). Huidige tekst DHV

Voorgestelde tekst APV

Artikel 7 Schenktijden paracommerciële inrichtingen

Artikel 2:34d Schenktijden paracommerciële inrichtingen

Het is verboden in paracommerciële inrichtingen alcoholhoudende drank te verstrekken buiten de in onderstaand schema opgenomen schenktijden: Ma tm vr: 19-24u Za, zo en feestdagen: 14-22u Artikel 8 Andere schenktijden voor bepaalde typen paracommerciële inrichtingen In afwijking van het bepaalde in artikel 7 hanteren de in onderstaand schema opgenomen typen paracommerciële inrichtingen de hierna opgenomen schenktijden:

1.

Het is verboden in paracommerciële inrichtingen alcoholhoudende drank te verstrekken buiten de in onderstaande tabel vermelde schenktijden: Tabel bij artikel 2:34d, eerste lid: Schenktijden in paracommerciële inrichtingen, tenzij er sprake is van een type inrichting genoemd in het tweede lid Dag

Tijd

6

Was-wordt-lijst wijziging APV met toelichting eind 2024 Gemeenschhuizen Zo tm do: 10-24u, Vr en za: 10-01u Verpl. en verz.huizen Zo tm do:10-24u, Vr en za: 10-01u Paracomm. inr. waar door gedeelde accomm. en kantine niet binnen de tijden van art 7 geschonken kan worden. Dit ter beoordeling aan de burgemeester. Ma tm vr: 19-24u, Za, zo en feestdagen: 14-24 u.

2.

Maandag tot en met vrijdag

19.00 tot 24.00 uur

Zaterdag, zondag en feestdagen

14.00 tot 22.00 uur

In afwijking van de schenktijden die genoemd zijn in het eerste lid, gelden voor de in de onderstaande tabel genoemde typen paracommerciële inrichtingen de daarbij vermelde schenktijden: Tabel bij artikel 2:34d, tweede lid: Schenktijden in bepaalde typen paracommerciële inrichtingen Type inrichting

Dag

Tijd

Gemeenschapshuizen

Zondag tot en met donderdag

10.00 tot 24.00 uur

Vrijdag en zaterdag

Verpleeg- en verzorgingshuizen

Zondag tot en met donderdag

Vrijdag en zaterdag

Paracommerciële inrichtingen waar door gedeelde accommodatie en kantine naar het oordeel van de burgemeester niet binnen de tijden van artikel 2:34d, eerste lid, geschonken kan worden.

Maandag tot en met vrijdag

Zaterdag, zondag en feestdagen

10.00 tot 01.00 uur 10.00 tot 24.00 uur 10.00 tot 01.00 uur 19.00 tot 24.00 uur 14.00 tot 24.00 uur

Toelichting Het voorgestelde nieuwe artikel 2:34d is, op enige ondergeschikte tekstuele wijzigingen na, gelijkluidend aan de huidige artikelen 7 en 8 van de DHV. Deze bepaling geeft net als artikel 2:34e uitvoering aan artikel 4 van de Alcoholwet, waarin de gemeente opgedragen om bij verordening regels vast te stellen voor

7

Was-wordt-lijst wijziging APV met toelichting eind 2024 zogeheten paracommerciële inrichtingen om oneerlijke mededinging te voorkomen, in ieder geval ten aanzien van: -

de schenktijden voor alcoholhoudende drank; het schenken van alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen (zie artikel 2:34e); en het schenken van alcoholhoudende dranken tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet (rechtstreeks) bij de activiteiten van de betreffende rechtspersoon betrokken zijn (zie artikel 2:34e).

Volgens de Alcoholwet is een paracommerciële rechtspersoon een rechtspersoon, die geen NV of BV is, en die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard, richt op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf. Hieronder vallen onder meer: sportkantines, dorps- en buurthuizen, kerkelijke centra en verenigingsgebouwen. Huidige tekst DHV

Voorgestelde tekst APV

Artikel 9 Privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten derden 1.Ter voorkoming van oneerlijke mededinging is het verboden in een paracommerciële inrichting alcoholhoudende drank te verstrekken: a.tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen, of b.tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de beherende paracommerciële rechtspersoon zijn betrokken. 2.Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op gemeenschapshuizen die (mede) met middelen van de overheid zijn opgericht om de in lid 1 bedoelde bijeenkomsten te faciliteren.

Artikel 2:34e Privébijeenkomsten en bijeenkomsten derden in paracommerciële inrichtingen 1. Ter voorkoming van oneerlijke mededinging is het verboden in een paracommerciële inrichting alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens bijeenkomsten: a. van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen; of b. die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de beherende paracommerciële rechtspersoon zijn betrokken. 2. Het verbod is niet van toepassing op gemeenschapshuizen die (mede) met middelen van de overheid zijn opgericht om de in het eerste lid bedoelde bijeenkomsten te faciliteren.

Toelichting Het voorgestelde nieuwe artikel 2:34e is, op enige ondergeschikte tekstuele wijzigingen na, gelijkluidend aan het huidige artikel 9 van de DHV. Het zijn beperkingen die nodig zijn om oneerlijke mededinging door paracommerciële inrichtingen te voorkomen. Als het hun niet verboden zou worden om alcoholhoudende dranken te verstrekken op bijeenkomsten van persoonlijke aard, zouden die rechtspersonen dit als concurrentievoordeel kunnen gebruiken jegens de reguliere horeca. Dat is ongewenst omdat de Alcoholwet en andere wet- en regelgeving lichtere eisen stellen aan (veelal gesubsidieerde) paracommerciële rechtspersonen. Hetzelfde geldt voor bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de beherende paracommerciële rechtspersoon zijn betrokken. De in het tweede lid bedoelde gemeenschapshuizen blijven de uitzondering op het in het eerste lid bedoelde verbod. Zij vervullen vaak de rol van verlengde huiskamer op het platteland en hebben onder meer juist tot doel om voor inwoners de in het eerste lid bedoelde bijeenkomsten te faciliteren. In verband met de beslissing over de financiering met publieke middelen ervan is er al een afweging gemaakt over het nut en de noodzaak van zo’n paracommerciële voorziening, ook in relatie tot bestaande (reguliere) horecavoorzieningen.

Het is daarom gerechtvaardigd om het verbod uit het eerste lid niet te laten gelden voor de bedoelde gemeenschapshuizen met een paracommerciële vergunning. Huidige tekst DHV

Voorgestelde tekst APV

Artikel 11 Aanvullende vragen aan paracommerciële rechtspersonen

Artikel 2:34f Aanvullende eisen aanvraag vergunning paracommerciële rechtspersonen

8

Was-wordt-lijst wijziging APV met toelichting eind 2024 1.Een paracommerciële rechtspersoon geeft bij de aanvraag voor het verkrijgen van een vergunning tot uitoefening van het horecabedrijf nadere informatie over de doelstelling van de paracommerciële rechtspersoon en de doelgroep waarop de rechtspersoon zich richt. 2.Hiertoe wordt het in de bijlage van deze verordening opgenomen door de gemeenteraad vastgestelde formulier met aanvullende vragen ingevuld en verstrekt de paracommerciële rechtspersoon een afschrift van de statuten en het bestuursreglement als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de wet.

Een paracommerciële rechtspersoon geeft bij de aanvraag voor een vergunning tot uitoefening van het horecabedrijf nadere informatie over zijn doelstelling, hoofd- en nevenactiviteiten en de doelgroep waarop hij zich richt. Aanvullende vragen hierover maken deel uit van het officiële aanvraagformulier voor een vergunning en voor een vergunning als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid voor een paracommerciële inrichting. Het ingevulde formulier verstrekt hij tezamen met een afschrift van zijn statuten en bestuursreglement, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de wet.

Bijlage als bedoeld in artikel 11 lid 2 Formulier aanvullende vragen met betrekking tot paracommerciële rechtspersonen Deze vragen zijn verwerkt in het officiële aanvraagformulier drank- en horecavergunning en exploitatievergunning voor een paracommercieel horecabedrijf Hoofdactiviteiten/doelstelling en doelgroep Vermeld hier de doelstelling van uw rechtspersoon (vereniging en/of stichting) ........................................................................................................ Vermeld hier de hoofd- en nevenactiviteiten van uw rechtspersoon ........................................................................................................ Doelgroep ........................................................................................................ Toelichting Deze bepaling is ter uitvoering van artikel 26, tweede lid, onderdeel a, van de Alcoholwet opgenomen. Daarin is vermeld dat de raad een formulier kan vaststellen met aanvullende vragen als hij in zijn verordening gebruik maakt van zijn bevoegdheid om rekening te houden met de aard van een paracommerciële instelling. Het voorgestelde artikel 2:34f is een samenvoeging van het huidige artikel 11 DHV en de daarbij behorende bijlage bij de DHV. Ten opzichte daarvan is er geen sprake van een inhoudelijke wijziging. Artikel I, onder G: Huidige tekst DHV

Voorgestelde tekst APV

Artikel 18 Facultatieve ontheffingen

Artikel 2:34h Ontheffing van artikel 2:34c, 2:34d en 2:34e

1.De burgemeester kan op aanvraag permanent, dan wel tijdelijk, ontheffing verlenen van de in artikelen 6, 7 en 8 gestelde verboden. Aan deze ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.

1.De burgemeester kan op aanvraag permanent of tijdelijk ontheffing verlenen van de verboden bedoeld in artikelen 2:34c en artikel 2:34d. Aan deze ontheffing kan hij voorschriften en beperkingen verbinden.

9

Was-wordt-lijst wijziging APV met toelichting eind 2024 2.De burgemeester kan, conform het bepaalde in artikel 4, vierde lid, van de wet, met het oog op bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard op aanvraag voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen ontheffing verlenen van de in artikel 7, 8 en 9 gestelde verboden en beperkingen.

2.De burgemeester kan op grond van artikel 4, vierde lid, van de wet, met het oog op bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard op aanvraag voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen ontheffing verlenen van de verboden en beperkingen, bedoeld in artikel 2:34d en 2:34e.

3.Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de aanvraag om ontheffingen als bedoeld in dit artikel.

3.Bij verlening van deze ontheffing wordt op maandag tot en met vrijdag een totale schenkduur maximaal 5 uur per dag en op zaterdagen, zondagen en op feestdagen een totale schenkduur van maximaal 8 uur per dag aangehouden. 4.Op de aanvraag voor deze ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Toelichting In het eerste lid van deze bepaling gaat het om de bevoegdheid om (tijdelijk of permanent) ontheffing te verlenen van het verbod voor ‘commerciële kantines’ in bepaalde gebouwen en voor paracommerciële inrichtingen om af te wijken van de daarvoor voorgeschreven schenktijden (geregeld in respectievelijk artikel 2:34c en artikel 2:34d). Overwegingen die een rol kunnen spelen bij de beoordeling of zo’n ontheffing verleend wordt en, zo ja, onder welke voorschriften of beperkingen, zijn bijvoorbeeld de aard van de rechtspersoon en de doelgroep waarop hij zich richt en (bij paracommerciële rechtspersonen) de vraag of er sprake is van concurrentie met reguliere commerciële horecabedrijven. Volgens artikel 4, vierde lid van de Alcoholwet is bijvoorbeeld een ontheffing voor het schenken van zwakalcoholhoudende dranken buiten de voor paracommerciële rechtspersonen vastgestelde schenktijden mogelijk voor een bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen, bijvoorbeeld Koningsdag, een plaatselijke braderie, een zomerfestival of een jubileumactiviteit. De wijzigingen in artikel 2:34h ten opzichte van het huidige artikel 18 van de DHV zijn grotendeels tekstueel en ondergeschikt van aard. Dat geldt niet voor het nieuw voorgestelde derde lid van artikel 2:34h.

Met deze bepaling wordt de al jaren bestaande praktijk vastgelegd dat bij het verlenen van deze ontheffing niet meer totale schenktijd per dag wordt toegestaan dan in de reguliere situatie geldt (5 uur op maan-, dins-, woensen donderdagen en 8 uur op zater- en zondagen alsmede op feestdagen). In de uitvoering is behoefte aan deze vastlegging ter verduidelijking. Huidige tekst DHV Artikel 19 Intrekkingsgronden ontheffing De in artikel 17 en 18 bedoelde ontheffingen kunnen worden ingetrokken of gewijzigd indien: a.ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt, of b.op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist, of c.zich feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de

Voorgestelde tekst APV [Vervalt]

10

Was-wordt-lijst wijziging APV met toelichting eind 2024 ontheffing gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid, of d.de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen, of e.van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn, of f.indien de houder van de ontheffing dit verzoekt. Toelichting Deze bepaling beschrijft de gronden om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:34h te mogen wijzigen of in te trekken. Die gronden zijn gelijk aan de algemene intrekkings- en wijzigingsgronden die in artikel 1:6 van de APV zijn vermeld. Deze bepaling wordt daardoor overbodig. Artikel I, onder H: Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal 1.Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. 2.Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden. 3.Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is.

Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal 1.Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. 2.Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden. 3.Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is. Op aanvraag kan de burgemeester tijdelijk ontheffing verlenen van de verboden.

Toelichting: Het voorstel is om aan het derde lid van artikel 2:41 toe te voegen op grond waarvan de burgemeester van het verbod om in een op grond van deze bepaling gesloten ruimte aanwezig te zijn een tijdelijke ontheffing kan verlenen. Het betreft situaties waarin een betrokkene kort de ruimte moet betreden om persoonlijke bezittingen (zoals kleding) hier uit weg te kunnen halen. Meestal is het begrijpelijk dat betrokkene de bezittingen nodig heeft en is het geen probleem om hier onder beperkingen tijdelijk toestemming voor te verlenen. Deze mogelijkheid wordt met de voorgestelde toevoeging geformaliseerd. Artikel I, onder I: Huidige tekst [Nieuw]

Voorgestelde tekst Artikel 2:54 Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats 1. Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op een openbare plaats een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of een andere vorm van beschutting als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden:

11

Was-wordt-lijst wijziging APV met toelichting eind 2024 a. tussen zonsondergang en zonsopgang in door het college aan te wijzen gebieden; b. in andere gevallen dan onder a voor zover: 1. sprake is van overlast of hinder voor de omgeving; 2. er gevaar is of dreigt voor de omgeving; of 3. het woon- of leefklimaat wordt aangetast. 2.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod geldt niet: a. voor woonwagens met een woonbestemming; b. op een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd; c. op kampeerplaatsen die op grond van artikel 4:19 zijn aangewezen. Toelichting Het verbod heeft als doel het voorkomen en tegengaan van hinder en overlast, brandgevaar, verontreiniging van de openbare ruimte en risico's voor de volksgezondheid. Het slapen op openbare plaatsen draagt bij aan verloedering. Ook het ontbreken van sanitaire voorzieningen ter plekke draagt daaraan bij. Tussen zonsondergang en zonsopgang wordt daarom een verbod voorgesteld in door het college aangewezen gebieden. In andere gevallen –’s nachts in niet aangewezen gebieden en overdag – geldt het verbod voor zover het gebruik als slaapplaats leidt tot overlast of hinder, gevaar voor de omgeving of aantasting van het woon- en leefklimaat (lid 1, aanhef en onder b).

Bij het toezicht op de naleving van het verbod moet de opsporingsambtenaar of toezichthouder afwegen welk handhavingsmiddel hij in de concrete situatie proportioneel acht. In de meeste gevallen zal kunnen worden volstaan met een waarschuwing, tenzij sprake is van recidive. Het is weinig zinvol om dakloze mensen te beboeten als zij noodgedwongen buiten moeten slapen of om mensen te beboeten die dat niet kunnen betalen. Dan fungeert het verbod meer als stok achter de deur voor toeleiding naar ondersteuning of (maatschappelijke) opvang. Op grond van het tweede lid kan het college in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het verbod. Een ontheffing is denkbaar in het kader van overnachten in een voertuig door aanbieders van een in de gemeente te houden evenement. Het derde lid bakent de verbodsbepaling af. Voor woonwagens met een woonbestemming (a.) bestaan afzonderlijke voorschriften. Ook is nachtverblijf toegestaan op daartoe bestemde kampeerterreinen (b) of door het college op grond van artikel 4:19 aangewezen kampeerplaatsen buiten een kampeerterrein (c). Artikel I, onder J: Huidige tekst Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister 1.De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, of in het Digitale Opkopers register, en daarin onverwijld op te nemen:

Voorgestelde tekst Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister 1.De handelaar is verplicht in het Digitale Opkopers register aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, met daarin een onverwijlde vermelding van:

a.het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;

a.het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;

b.de datum van verkoop of overdracht van het goed;

b.de datum van verkoop of overdracht van het goed;

12

Was-wordt-lijst wijziging APV met toelichting eind 2024 c.een omschrijving van het goed, voor zover van toepassing daaronder begrepen soort, merk en nummer van het goed;

c.een omschrijving van het goed, voor zover van toepassing daaronder begrepen soort, merk en nummer van het goed;

d.de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; en

d.de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; en

e.de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.

e.de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.

2.De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen.

2.De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen.

3.Op de aanvraag om een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Toelichting

3.Op de aanvraag om een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Na de meest recente wijziging van artikel 2:67 op 7 februari 2024 bleek dat de aanhef van het eerste lid niet meer goed leesbaar was. Voorgesteld wordt om deze tekst dusdanig aan te passen dat dit gerepareerd wordt. Artikel I, onder K: Huidige tekst Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1.De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid, aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 48 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

Voorgestelde tekst Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1.De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid, aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 48 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

2.Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen twaalf maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste acht weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

2.Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen twaalf maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste acht weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

3.De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod.

3.De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod.

13

Was-wordt-lijst wijziging APV met toelichting eind 2024 4.Als de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.

4. Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod. 5.Als de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.

Toelichting De Commissie Feiten en Tarieven van het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) is bereid om een zogeheten feitcode aan overtreding van de gebiedsontzegging te koppelen als in dit artikel expliciet is geregeld dat het verboden is om in strijd te handelen met een opgelegde gebiedsontzegging. Door het nieuwe vierde lid in combinatie met strafbaarstelling in artikel 6:1 model-APV is het mogelijk om een boete op te leggen aan degene die een gebiedsontzegging overtreedt. Artikel I, onder L: Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 2:80 Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf 1.De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, de veiligheid, de gezondheid, de zedelijkheid, of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf. 2.Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet, artikel 2:30, eerste lid of artikel 3:12a voorziet. 3.Onverminderd hetgeen in artikel 5:24, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald omtrent de bekendmaking, brengt de burgemeester een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang(en) van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf. 4.Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 5.Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester.

6.De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.

Artikel 2:80 Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf 1.De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, de veiligheid, de gezondheid, de zedelijkheid, of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf. 2.Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet, artikel 2:30, eerste lid of artikel 3:12a voorziet. 3.Onverminderd hetgeen in artikel 5:24, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald omtrent de bekendmaking, brengt de burgemeester een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang(en) van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf. 4.Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 5.Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing van dit verbod verlenen.

6.De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.

14

Was-wordt-lijst wijziging APV met toelichting eind 2024 Toelichting: Het voorstel is om aan het vijfde lid van artikel 2:80 toe te voegen op grond waarvan de burgemeester van het verbod om in een op grond van deze bepaling gesloten ruimte aanwezig te zijn een tijdelijke ontheffing kan verlenen. Het betreft situaties waarin een betrokkene kort de ruimte moet betreden om persoonlijke bezittingen (zoals kleding) hier uit weg te kunnen halen. Meestal is het begrijpelijk dat betrokkene de bezittingen nodig heeft en is het geen probleem om hier onder beperkingen tijdelijk toestemming voor te verlenen. Deze mogelijkheid wordt met de voorgestelde toevoeging geformaliseerd. Artikel I, onder M: Huidige tekst

Voorgestelde tekst

[Nieuw]

Artikel 2:81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. bedrijfsmatige activiteit: activiteit in de uitoefening van een beroep of bedrijf, die niet valt onder de vergunningplicht bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet of de artikelen 2:28 of 3:3; b.beheerder: natuurlijk persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteit; c.exploitant: natuurlijk persoon of bestuurder van een rechtspersoon of tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. 2.De burgemeester kan in het belang van de leefbaarheid, de openbare orde en veiligheid of ter voorkoming van een nadelige beïnvloeding daarvan bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen of bij die gebouwen behorende erven of gebieden aanwijzen waarop het verbod uit het derde lid van toepassing is. 3.Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een door hem aangewezen bedrijfsmatige activiteit uit te oefenen in een door hem aangewezen gebouw, op een bij dat gebouw behorend erf of in een door hem aangewezen gebied.

4.De exploitant vraagt de vergunning aan door gebruik te maken van een door de burgemeester vastgesteld formulier, waarbij in elk geval de volgende gegevens worden verstrekt: a.voor welke bedrijfsmatige activiteit de vergunning wordt gevraagd; b.de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en beheerder; c.het adres en telefoonnummer van de locatie waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend; d.het nummer van inschrijving in het Handelsregister; e.voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant en beheerder; f. voor zover van toepassing, een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant en beheerder gerechtigd zijn om in Nederland arbeid te verrichten; g.een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over het gebouw of erf te beschikken

15

Was-wordt-lijst wijziging APV met toelichting eind 2024 waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend; h.een verklaring omtrent het gedrag van de exploitant en beheerder. 5.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: a.als de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; b.als de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; c.als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; d.als niet voldaan is aan de bij of krachtens het vierde lid gestelde eisen voor de aanvraag; e.als er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; f.als het uitoefenen van de bedrijfsmatige activiteit in strijd is met het omgevingsplan of met enig andere bepaling die bij of krachtens de Omgevingswet gesteld is. 6.De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijfsmatige activiteit waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden.

De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als de bedrijfsmatige activiteit aan de vereisten voldoet. 7.Het is verboden het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is. 8.De exploitant of de beheerder ziet erop toe dat in of vanuit het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend geen strafbare feiten plaatsvinden. 9. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning intrekken of wijzigen als de omstandigheden sinds de vergunningverlening zijn gewijzigd, doordat: a.de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; b.de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten die verband houden met de bedrijfsmatige activiteit of toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; c.er in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit strafbare feiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden;

16

Was-wordt-lijst wijziging APV met toelichting eind 2024 d.er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; e.de exploitant de bedrijfsmatige activiteit heeft beëindigd of gewijzigd; of f.redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is. 10. Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning of het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester, onverminderd het bepaalde in artikel 2:80, een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. 11. De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit tot sluiting aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of erf. 12. Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 13.Het is eenieder verboden een overeenkomstig het tiende lid gesloten gebouw of erf te betreden of daarin te verblijven.

14.De burgemeester kan de sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. 15.In afwijking van het derde lid geldt het verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit al een onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteit verricht, voor die bestaande activiteit op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of, als dat eerder is, met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering van een door hem aangevraagde of intrekking van een aan hem verleende vergunning. 16. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Toelichting: Deze nieuwe bepaling geeft de burgemeester de bevoegdheid om bedrijfsmatige activiteiten aan te wijzen waarvoor een verbod geldt om deze zonder vergunning uit te oefenen. Hij kan deze bevoegdheid inzetten als dat nodig is om verstoring van de openbare orde of nadelige beïnvloeding van de leefbaarheid tegen te gaan, als die wordt veroorzaakt door een onveilig en malafide ondernemersklimaat vanuit een gebouw, een branche of in een gebied.

Daarom wordt het ook wel de ‘ondermijningsvergunning’ genoemd. Uit de jurisprudentie volgt dat het juridisch-technisch mogelijk is om de vergunningplicht bij een onveilig en malafide ondernemersklimaat in te zetten, maar dat de inzet van deze bevoegdheid wel goed moet worden gemotiveerd. Daarbij is van belang dat de uitoefening van een bedrijf in de regel aan te merken is als het verrichten van een dienst in de zin van de Dienstenrichtlijn. Op een vergunningstelsel dat de

17

Was-wordt-lijst wijziging APV met toelichting eind 2024 uitoefening van dienstenactiviteiten reguleert, heeft artikel 9 van de Dienstenrichtlijn betrekking. Dit betekent dat de burgemeester dient te onderbouwen dat een aanwijzingsbesluit tot het onderwerpen van dienstverrichters aan een vergunningstelsel een gerechtvaardigde beperking van het vrij verrichten van diensten inhoudt (de openbare orde en veiligheid zijn een dwingende reden van algemeen belang), niet discriminatoir en doelmatig is en het nagestreefde doel niet door een minder beperkende maatregel kan worden bereikt (de maatregel is geschikt, noodzakelijk en evenredig). Wellicht ten overvloede wordt opgemerkt dat deze bepaling pas materieel zal gaan werken wanneer er ook een aanwijzingsbesluit op basis van deze nieuwe APV-bepaling in werking getreden is. Momenteel is daar nog geen sprake van. Artikel I, onder N: Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 3:12a Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting 1.Het bevoegde bestuursorgaan kan bij een overtreding van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen een last onder bestuursdwang opleggen. 2.Een last onder bestuursdwang kan inhouden: a.een bevel tot een al dan niet tijdelijke gedeeltelijke of algehele sluiting van de seksinrichting of escortbedrijf; of b.een vaststelling van tijdelijk andere sluitingsuren voor de seksinrichting dan de krachtens artikel 3:12, eerste en tweede lid, geldende sluitingsuren. 3.Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht, maakt het bevoegd gezag het in het eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 3:12a Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting 1.Het bevoegde bestuursorgaan kan bij een overtreding van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen een last onder bestuursdwang opleggen. 2.Een last onder bestuursdwang kan inhouden: a.een bevel tot een al dan niet tijdelijke gedeeltelijke of algehele sluiting van de seksinrichting of escortbedrijf; of b.een vaststelling van tijdelijk andere sluitingsuren voor de seksinrichting dan de krachtens artikel 3:12, eerste en tweede lid, geldende sluitingsuren. 3.Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht, maakt het bevoegd gezag het in het eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht. 4.Het is verboden in afwijking van een sluitingsbevel in een seksinrichting aanwezig te zijn. De burgemeester kan tijdelijk ontheffing van dit verbod verlenen.

Toelichting: Het voorstel is om aan artikel 3:12a een vierde lid toe te voegen op grond waarvan de burgemeester van het verbod om in een op grond van deze bepaling gesloten ruimte aanwezig te zijn een tijdelijke ontheffing kan verlenen. Het betreft situaties waarin een betrokkene kort de ruimte in moet om persoonlijke bezittingen (zoals kleding) hier uit weg te kunnen halen. Meestal is het begrijpelijk dat betrokkene de bezittingen nodig heeft en is het geen probleem om hier onder beperkingen tijdelijk toestemming voor te verlenen. Deze mogelijkheid wordt met de voorgestelde toevoeging geformaliseerd. Artikel I, onder O Huidige tekst

Voorgestelde tekst

Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten 1.Het is een inrichting, die op grond van het omgevingsplan bedoeld is om evenementen te organiseren, toegestaan om incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2:17, 2:17a. 2:19, 2:19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:6, niet van toepassing zijn, mits: a.het totaal van de collectieve en incidentele festiviteiten in een inrichting niet meer bedraagt dan twaalf festiviteiten per kalenderjaar; en

Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten 1.Het is een inrichting, die op grond van het omgevingsplan bedoeld is om evenementen te organiseren, toegestaan om incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2:17, 2:17a. 2:19, 2:19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:6, niet van toepassing zijn, mits:

18

Was-wordt-lijst wijziging APV met toelichting eind 2024 b.de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 2.Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding. 3.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Omgevingsverordening Gelderland. 4.De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 5.Het equivalente geluidsniveau Leq T veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 60 dB(A) en 75 dB(C), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 6.De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=6132020f-ece7-47a3-a852-997f3837f2c5