CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage C Nota Beantwoording zienswijzen Ontwerp-Omgevingsvisie Barneveld 2040

Gemeenteraad 16 juli 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: Omgevingsvisie Barneveld 204031.586 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Nota beantwoording Zienswijzen Ontwerp-Omgevingsvisie Barneveld 2040 Op 18 maart heeft het college van burgemeester en wethouders van Barneveld de Ontwerp-Omgevingsvisie Barneveld 2040 vastgesteld. Het ontwerp is vervolgens via de beschikbare kanalen gepubliceerd en heeft – samen met de bijbehorende bijlagen – gedurende zes weken ter inzage gelegen. In die periode is er gelegenheid geweest om zienswijzen kenbaar te maken. Van deze mogelijkheid is uitgebreid gebruik gemaakt. In deze nota wordt ingegaan op de ontvangen zienswijzen. Omdat veel zienswijzen een aantal grotere en gezamenlijke issues raken, beginnen we met een algemeen deel (deel A), waarbij op vijf thema's in algemene zin wordt ingegaan. Daarna volgt een overzicht per zienswijze (deel B). Daarin is voor de leesbaarheid van alle zienswijzen een compacte en zo correct mogelijke samenvatting opgenomen en met daarbij een reactie per onderdeel van de zienswijze. In voorkomende gevallen wordt daarbij verwezen naar de algemene thema’s uit deel A en/of – als dat het geval is – naar vergelijkbare zienswijzen. Per zienswijze is ook aangegeven of er aanleiding wordt gezien om de Omgevingsvisie aan te passen. De verwerking heeft plaatsgevonden in de definitieve Omgevingsvisie.

Deze zienswijzennota en de aangepaste Omgevingsvisie zijn op 10 juni in het college besproken en vervolgens ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden.

1

A. Thematische reactie Een aantal meer algemene onderwerpen komt vaker terug in de 58 zienswijzen, die zijn ingediend. Deze onderwerpen worden in dit deel A hierna geclusterd behandeld: I. Algemene opmerkingen over de zienswijzeprocedure II. Windenergie III. De uitbreidingsrichting van de woningbouw bij de dorpen IV. Het ondernemersbelang van de agrarische sector V. Groene bufferzones

I.

Algemene opmerkingen over de zienswijzeprocedure

In een aantal zienswijzen wordt ingegaan op de reactietermijn. De Ontwerp-Omgevingsvisie is op 24 maart gepubliceerd. Uitgaande van een termijn van zes weken is bij de publicatie 5 mei als einddatum voor zienswijzen aangegeven. Omdat 5 mei een feestdag is, schuift de reactiedatum van rechtswege op naar de eerstvolgende werkdag (6 mei). We hebben dit via nieuwsbrief, persbericht en website bekendgemaakt. Alle zienswijzen die in deze periode zijn ingediend, worden in deze nota behandeld. Enkele zienswijze gaan in op de kwaliteit en leesbaarheid van de Ontwerp-Omgevingsvisie en de bijbehorende stukken en de wijze van publiceren. Door onze keuze om de visie zowel op opgave als op de gebiedsgerichte uitwerking in richten is inderdaad een omvangrijke visie ontstaan. In de opzet is aandacht besteed aan de toegankelijkheid door een samenvatting toe te voegen en in de structuur en inhoudsopgaven de mogelijkheid te bieden op direct op de inhoud per thema of op deelgebied en dorp de ingang te zoeken. De noodzakelijke parallelle publicatie van de Omgevingseffectrapportage (OER) en het participatieverslag, maakten dat er inderdaad een behoorlijke informatiestroom was.

Naast de publicatie in het gemeenteblad hebben we de website ingezet, zijn alle inwoners en ondernemers die in de verschillende participatieactiviteiten of via de website (Barneveld2040) hun adresgegevens hebben gedeeld ook via een persoonlijke mail benaderd. Ook Plaatselijk Belang of wijkplatforms in de verschillende dorpen zijn zoveel mogelijk rechtstreeks benaderd. Daarnaast is ook de mogelijkheid geboden om alle stukken fysiek in te zien via de balie en was er de mogelijkheid voor direct persoonlijk contact. Voor zover we kunnen nagaan is de Omgevingsvisie gedurende de gehele periode digitaal benaderbaar geweest. Van de mogelijkheid voor zienswijzen is ruimschoots gebruik gemaakt. De consistentie in aard en onderwerp van de zienswijzen rechtvaardigt ook de conclusies dat de onderwerpen en aandachtspunten voor eventuele aanpassing van de ontwerpvisie of kernpunten voor verdere uitwerking voldoende duidelijk zijn gemaakt. In deze nota worden die onderwerpen eerst in algemene zin toegelicht en behandeld. Daarna wordt – onder verwijzing naar deze algemene thema’s – ook een reactie per zienswijze gegeven en wordt ingegaan op de eventuele verwerking in de Omgevingsvisie.

2

In een aantal zienswijzen wordt ook gerefereerd aan de uitgevoerde participatie. Opmerking die daarbij wordt gemaakt is dat niet altijd alle meningen die tijdens de participatie zijn ingebracht, worden gevolgd. Dit leidt dan tot de opmerking dat de gemeente beter naar de inbreng van de inwoners moet luisteren. Dat gaat concreet bijvoorbeeld over het aantal woningen in Stroe of de woningbouwontwikkeling aan de noordzijde van Kootwijkerbroek. Voor zover daar de indruk aan wordt verbonden dat de gemeente niet naar de inbreng zou luisteren, nemen we hier afstand van. Juist deze afwijkende standpunten en meningen zijn uitdrukkelijk bij de afweging betrokken. Wat wel aan de orde is, dat de gemeenteraad de afwegingen moet maken met zicht op het algemene belang van de gehele gemeente. Die afweging kan afwijken van de beelden die inwoners of ondernemers collectief of individueel vormen of uiten. Goede participatie hoeft dus niet te betekenen dat alles wat wordt ingebracht ook wordt gevolgd. Wel dat alles wordt meegewogen in het besluit en dat kan worden verantwoord waarom bepaalde ontwikkelingen anders worden ingezet. Conclusie/voorstel Alle zienswijzen zijn binnen de geldende termijn ingediend en worden in behandeling genomen. De publicatie van de ontwerpvisie heeft voldoende plaatsgevonden binnen de op dat moment beschikbare mogelijkheden.

De relatief hoge respons geeft voldoende houvast voor deze constatering. Het verzoek tot herpublicatie – zoals in één zienswijze wordt gevraagd – wordt niet gehonoreerd. Aan de toegankelijkheid van de informatie wordt bij de publicatie van de definitieve visie nog grotere zorg besteed.

II.

(Grootschalige) windenergie

Een substantieel deel van de zienswijzen betreft de mogelijke plaatsing van windturbines op De Harselaar. De indieners wijzen op de vele bezwaren van windenergie op land zoals ten aanzien van ruimte, milieu, gezondheid en financieel. De Omgevingsvisie ziet toe op noodzaak voor duurzame energie en de ruimtelijke mogelijkheden daarvan. Daarbij ligt de gemeentelijke doelstelling op het realiseren van een mix aan duurzame energiebronnen (zon, biogas, warmte, andere bronnen en wind). Achtergrond hiervan ligt in de noodzaak om het gebruik van fossiele brandstoffen te verminderen en daarmee bij te dragen aan de klimaatdoelstellingen. Deze energietransitie is ook een feitelijke voorwaarde voor de ontwikkeling van onze gemeente. Bij ongewijzigd beleid ligt er een toenemende beperking op de beschikbaarheid en de continuïteit van elektriciteit en op de capaciteit van het netwerk. Op dit moment ervaren grootverbruikers al beperkingen om aangesloten te worden op het elektriciteitsnet. Dit kan ook gaan gelden voor woningen en maatschappelijk vastgoed. Door een mix van energiebronnen te ontwikkelen, zullen meer bedrijven en ontwikkelingen genoeg energie kunnen krijgen. Een gezonde energiemix – zeker als ook de kansen voor lokale netwerken daarin worden meegenomen maakt ons onafhankelijker en is noodzakelijk voor de gewenste ontwikkeling van Barneveld.

Energiewinning uit wind is daarbij op dit moment een noodzakelijke optie. Energie uit zon is op de momenten waarop de zon niet schijnt, zoals in de winter en in de nacht, te weinig beschikbaar. Beschikbaarheid van energie op elk moment van de dag is dan niet vanzelfsprekend. Naast wind en zon worden ook

3

zeker de ontwikkelingen van andere bronnen van energie en mogelijkheden in het beleid meegenomen. Maar deze alternatieven voor opwekking en grootschalige opslag geven op dit moment nog onvoldoende zekerheid. Daarom is wind op land op dit moment nog steeds een noodzakelijke ontwikkeling. In dit kader heeft Barneveld ook een regionale verplichting die is vastgelegd in de Regionale Energie Strategie (RES). Die is na intensief onderzoek samen met de provincie ruimtelijk vertaald in de Structuurvisie Wind die op 15 december 2021 is vastgesteld door de gemeenteraad. Daarbij is voor de gemeente Barneveld één locatie aangegeven waar realisatie van windenergie mogelijk is. Dat is de locatie die ook opnieuw in de Omgevingsvisie wordt genoemd. Bij de concrete invulling daarvan zijn de milieu-, gezondheids- en ruimtelijke aspecten een randvoorwaarde. We richten ons daarbij op de normering die door rijk en Provincie op basis van de meest recente inzichten worden vastgesteld. Daarom hebben we bijvoorbeeld in het coalitieakkoord 2022-2026 het uitgangspunt opgenomen dat wind-initiatieven pas mogelijk zijn als de nieuwe milieunormen voor de volksgezondheid door het Rijk zijn vastgesteld.

Ten aanzien van de negatieve effecten op de gezondheid is in de Structuurvisie Wind Barneveld aangegeven dat het RIVM recente literatuur en onderzoeken heeft geïnventariseerd over het effect van geluid van windturbines op de gezondheid van omwonenden. Daarbij verzamelde het RIVM wetenschappelijke literatuur over onder andere het effect van windturbines op de ervaring van hinder, verstoring van de slaap, cardiovasculaire en metabole effecten. Het RIVM keek ook wat er in de wetenschap bekend is over hinder door de visuele aspecten van windturbines en andere niet-akoestische factoren. We wachten af in hoeverre de resultaten ook worden vertaald in aanvullende normstelling. Ten aanzien van de omvang van de windturbines is in de Structuurvisie Wind aangegeven dat dat grotere rotordiameter dan 150 m niet zonder meer mogelijk zijn in verband met de slagschaduwcontour. Conclusie/voorstel Met het vaststellen van de Omgevingsvisie worden de uitgangspunten van de Structuurvisie Wind van 2021 één-op-één overgenomen. Er is geen aanleiding om dat beleid ten aanzien van windenergie op dit moment te wijzigen. De Structuurvisie Wind blijft van kracht. Voor wind op land is er in Barneveld in ruimtelijk opzicht één locatie overgebleven: de plek op de Harselaar, ten zuiden van de A1. Het mogelijke realisatiegebied is op de visiekaart expliciet aangegeven.

III.

Uitbreidingsrichtingen woningbouw in de dorpen

Veel zienswijzen gaan ook in op de woningbouwontwikkeling aan de randen van de dorpen. Op enkele zienswijzen uit Stroe en Garderen na wordt de omvang van de ontwikkeling niet ter discussie gesteld. Wel is er kritiek op de plek waar de uitbreidingen moeten landen. Concreet gaat het bijvoorbeeld om de in de Omgevingsvisie aangegeven woningbouw aan de noordzijde van Kootwijkerbroek, de west- en noordzijde van Voorthuizen en westzijde van Garderen. Een belangrijk element uit de Omgevingsvisie is het zo concreet mogelijk aangeven van de ontwikkelingsrichtingen voor woningbouw in en rond onze kernen en dorpen. Een belangrijk deel is daarvan is al ingevuld in concrete projecten en lopende ontwikkelingen. Deze zijn op de visiekaart met een rode vlakken ingetekend. Verder leggen we wel een prioriteit bij de beperkte inbreidingsmogelijkheden, maar we hebben in de Omgevingsvisie ook moeten

4

erkennen dat de woningbouwopgave van deze omvang (8.000 woningen) niet zonder uitbreiding in de dorpsranden kan. Dat hebben we op de visiekaart geconcretiseerd door met rode (en paarse pijlen voor bedrijventerreinen) aan te geven waar nieuwe ontwikkelingen kunnen of zouden moeten plaatsvinden. Bovendien hebben we – om een actieve positie van de gemeente te kunnen realiseren – voorkeursrecht gelegd op een aantal percelen in deze gebieden. De pijlen zijn geplaatst na een integrale afweging van mogelijkheden aan de hand van de in de visie beschreven lagenbenadering. Daarbij gelden de landschappelijke waarden van de plaats als vertrekpunt, maar is uitdrukkelijk ook gekeken naar de beschikbare netwerken (o.a. infrastructuur) en de huidige benutting, functies en waarden. Bovendien – en daar is de Omgevingsvisie van Barneveld nog vrij uniek in – is ook de sociale laag toegevoegd, waaronder de demografische ontwikkelingen en daaraan gekoppelde vraag voor woningen en voorzieningen). Deze bredere benadering en de gerichte afweging van belangen levert ten opzichte van vorige structuurvisies in een aantal gevallen andere inzichten en keuzes op. De toekomstbestendigheid en vitaliteit van onze dorpen vraagt in een aantal situaties om een nieuwe richting.

In de Omgevingsvisie hebben we aangegeven waar ruimte kan worden gevonden om te kunnen voldoen aan de vraag naar voldoende passende woningen voor de veranderende bevolking en de ontwikkeling van voorzieningen die daarvoor nodig zijn. Dat hebben we dus mede gedaan in het perspectief van de andere waarden die daar aanwezig zijn (o.a. mogelijkheden en perspectief voor (agrarisch) ondernemerschap en landschap). Daarin hebben we in een aantal situaties inderdaad gefundeerd afgeweken van de keuzes die in de vorige structuurvisies gemaakt zijn of die in de voorkeuren die in de dorpsvisies van kernen zijn opgenomen. Dat neemt overigens niet weg dat andere waarden nog steeds door ons worden erkend, maar in een aantal opzichten ook beperkingen krijgen opgelegd of misschien zelfs zullen moeten wijken. We zullen bij de verdere uitwerking dan ook zorgvuldig invulling te geven aan de betreffende gebieden waarbij we rekening houden met de verschillenden waarden en belangen in het gebied. Voor wat betreft de voorgenomen dorpsuitbreiding in Garderen verwijzen we ook naar de in 2024 door de gemeenteraad vastgestelde deelvisie Garderen. Die deelvisie maakt – zoals destijds ook is besloten - onlosmakelijk deel uit van de Omgevingsvisie. Daarbij zijn ook diverse zienswijzen ingediend en afgewogen in de deelvisie. Enkele zienswijzen worden nu bij de Omgevingsvisie opnieuw herhaald.

In de Omgevingsvisie wordt naar de deelvisie Garderen verwezen. We nemen ten aanzien van de woningbouw geen ander standpunt dan in de deelvisie is verwoord. In enkele zienswijzen wordt ook ingegaan op situaties waar we bewust geen pijlen hebben gezet. Het betreft de oostzijde van Terschuur vanwege de ligging ten opzichte van andere belangen. Aan de oostzijde van Barneveld tussen de huidige wijken en het mogelijke tracé van de Oostelijke Rondweg achten we de noodzaak voor woningbouw in de planperiode (tot 2040) niet aanwezig. De andere locaties leveren vooralsnog voldoende capaciteit. Voor Stroe stellen we een gebiedsgericht beleidsprogramma op waarin we met inbegrip van de diverse belangen en samen met belanghebbenden tot een integrale aanpak willen komen. Conclusie/voorstel

5

We houden vast aan de keuzes die in de ontwerp-Omgevingsvisie gemaakt zijn. We hebben daarbij het algemene belang van onze gemeente en onze zorg voor inwoners en ondernemers voor ogen. H zijn keuzes waarbij we inderdaad ook druk zetten op andere waarden. Maar de keuzes zijn ook juist noodzakelijk om perspectief houden op een evenwichtige ontwikkelingen van de vitaliteit van onze dorpen, het goed accommoderen van de groei tot 2040 in relatie tot die waarden. Bij de verdere uitwerking komt dit terdege aan de orde, inclusief de individuele belangen van de inwoners en ondernemers waar we voorkeursrecht hebben gevestigd.

6

IV.

Ondernemersbelang agrarische sector

We hebben in de ontwerpvisie ten opzichte van de eerste concepten uitdrukkelijk aandacht gegeven aan de ondernemerskansen en toekomstperspectief voor de agrarische sector in de verschillende deelgebieden. Toch leggen diverse zienswijzen hierbij de vinger. Dit vraagt om een nadere nuancering en verrijking van onze beleidsintenties aan de hand van de ingediende zienswijzen. Essentie is dat de agrarische sector en gemeente Barneveld onlosmakelijk zijn verbonden. In voor- en tegenspoed. We zijn ons bewust van het belang van de agrarische sector voor de lokale economie en het landschap. In de Omgevingsvisie wordt dit belang expliciet benoemd en gekoppeld aan de bredere regionale ontwikkeling binnen de regio Foodvalley, waar agro-food een dragende economische pijler vormt. Maar we erkennen ook het spanningsveld tussen het toekomstperspectief van de agrarische sector en de maatschappelijke opgaven (stikstof, natuur, klimaat, water, dierenwelzijn). Er is nadrukkelijk aandacht voor innovatie, duurzame voedselproductie. In de Omgevingsvisie openen we de mogelijkheden voor verplaatsing, herstructurering of functiewijziging van landbouwbedrijven. We bieden de agrarische ondernemers ontwikkelruimte in gebieden waar landbouw een centrale functie heeft. Daarbij geven we wel een accent mee.

In het oostelijke gebied ligt de nadruk op het behouden en versterken van agrarisch ondernemerschap en is er ruimte voor uitbreiding, innovatie en functieverandering. In het westelijke gebied zien we meer samenloop met de landschappelijke en ecologische waarden en zullen we ontwikkeling meer locatie-specifiek beoordelen (bijvoorbeeld ligging t.o.v. het Gelders Natuurnetwerk). Maar ook hier wordt onder voorwaarden ruimte geboden voor verplaatsing of omschakeling, ook voor niet-grondgebonden bedrijven. In het verstedelijkte gebied ligt de nadruk meer op andere functies zoals wonen, werken en infrastructuur. Agrarische functies zijn ondergeschikt, maar niet per definitie uitgesloten. Ze zullen hun bedrijfsvoering wel aan moeten passen aan de primaire functies van het gebeid (o.a. met het oog op de gezondheidsaspecten) Om de ambities en mogelijkheden meer concreet in te vullen hebben we de programmatische uitwerking gestart via het programma Waardevol Landelijk Gebied. Dit programma richt zich op het toekomstbestendig maken van de landbouw en integreert het ruimtelijk beleid met economische en ecologische doelstellingen. Conclusie/voorstel We hebben het belang van het agrarisch ondernemerschap en onze aandacht daarvoor duidelijker en meer genuanceerd in de Omgevingsvisie aangezet.

V.

Groene bufferzones

Een aantal zienswijzen gaat in op de Groene bufferzone Zeumeren, tussen de bebouwing van Voorthuizen en de A1. Deze zone is samen met de Esvelderbeekzone aan de zuidkant van der A1 aangewezen als een buffer in het verstedelijkt gebied. In de zienswijzen worden vooral voor het gebied rond

7

Zeumeren diverse mogelijkheden voor functies en ontwikkelingen genoemd. Het is goed om aan te geven welke ambities er vanuit de Omgevingsvisie over deze buffer leven. We kiezen bewust voor het behoud van het open en groene karakter van deze zone. Deze groene zone kent meer een landschappelijke achtergrond en minder een ecologische achtergrond, waarvoor in de Esvelderbeekzone wel ambities liggen. De keuze voor behoud en ontwikkeling van het open en groene karakter betekent dat er geen ruimte wordt geboden aan nieuwe stedelijke of intensieve functies zoals woningbouw, bedrijven, of grootschalige (verblijfs)recreatie. In plaats daarvan ligt de nadruk op het versterken van het bestaande recreatiecluster rondom de Zeumerseplas en is er ruimte voor doorontwikkeling van deze activiteiten. Dat draagt bij aan de toeristische aantrekkingskracht van het gebied, maar draagt ook bij aan het recreatief gebruik door de inwoners van de gemeente Barneveld. Deze koers sluit aan bij de Economische Visie en de Visie Toerisme en Recreatie en de Gebiedsvisie Zeumeren. Dat gedachtegoed zetten we voort en versterken we waar mogelijk. Wel willen we – indien nodig – ruimte bieden aan een beperkt aantal uitzonderingen op deze lijn: • • •

Verplaatsing van maatschappelijke functies uit de kern in verband met inbreidingsprojecten. Functies die bijdragen aan de rol van het gebied als uitloopgebied of verkoelingsplek voor inwoners. Een hotelontwikkeling voor specifieke doelgroepen langs de A1.

Conclusie/voorstel We hebben de tekst over de groene buffer Zeumeren aangepast en aangevuld. Vertrekpunt is behoud en ontwikkeling van het open en groene landschappelijke karakter van dit uitloopgebied met met name ruimte voor recreatie rondom de bestaande voorzieningen van de Zeumerse plas. Een aantal uitzonderingen op deze lijn worden toegevoegd aan de Omgevingsvisie.

8

B. Reactie per zienswijze Nr.

Zienswijze

Beantwoording

1

Afzender: Cumela Datum: 10-04-2025 Onderwerp: diverse

De zienswijze sluit aan bij de koers in zowel onze Economische visie Barneveld 2030 als de Omgevingsvisie Barneveld 2040. De bedrijven die vertegenwoordigd worden door de brancheorganisatie Cumela zijn gespecialiseerde dienstverleners in de landbouw, grond-, weg- en waterbouw en het groenbeheer. Ze verrichten onder meer loonwerk voor boeren, grondverzet, bermbeheer en transport van agrarische producten.

Cumela Nederland is een brancheorganisatie voor bedrijven in groen, grond en infra. De zienswijze wordt ingediend namens leden die actief zijn in het buitengebied. Indiener geeft aan dat zij een essentiële bijdrage leveren aan het beheer, onderhoud en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving en vraagt die positie en bijdrage expliciet te erkennen in de Omgevingsvisie. Cumelabedrijven dragen dagelijks bij aan de maatschappelijke uitdagingen, zoals die ook in de Omgevingsvisie zijn opgenomen. Deze bijdrage leveren zij met vakbekwaam personeel, een innovatief machinepark en moderne bedrijfslocaties In dat kader vragen ze in de zienswijze aan de gemeente om: • Het bestaansrecht van Cumelabedrijven in het buitengebied te erkennen; • Inpassing te geven aan de omgevingswaarden in de fysieke leefomgeving in brede zin • Ontwikkeling, uitbreiding en nieuwvestiging van bedrijfslocaties in het buitengebied mogelijk te maken; • Bij aanleg of aanpassing van ontsluitingswegen rekening te houden met het materieel van de bedrijven voldoende buitenopslagruimte toe te staan voor circulaire grondstoffen; • De sector actief te betrekken bij de verdere uitwerking van de visie en het omgevingsplan

Ook in onze gemeente zijn dergelijke bedrijven een zeer belangrijke schakel binnen het agrofoodcluster en dragen ze bij aan de uitvoering van infrastructuur- en duurzaamheidsopgaven in het buitengebied van de gemeente Barneveld. De zienswijze is in lijn met het streven naar een toekomstbestendig buitengebied, waarin ruimte blijft voor economisch vitale en innovatieve bedrijven. De insteek naar een duurzame bedrijfsvoering en hoogwaardige kwaliteit verwachten we van al onze ondernemers. Het voert ons te ver om de bedrijven afzonderlijk in onze visies te benoemen. Waar het echter gaat om voorzieningen die bedrijven nodig hebben voor een goede bedrijfsvoering, zullen we daar naar vermogen aan meewerken, binnen de randvoorwaarden die daar vanuit een evenredige toedeling van functies aan locaties aan moeten worden gesteld en de ambities die we hebben voor de verschillende deelgebieden, waarin we de gemeente Barneveld hebben opgedeeld. We blijven met elkaar in gesprek. De genoemde punten kunnen we nader verkennen en waar mogelijk in de thematische of gebiedsgerichte programma's opnemen. Daarbij overigens wel de disclaimer dat niet alles overal mogelijk is, maar dat er een integrale afweging zal moeten plaatsvinden.

9

Nr.

Zienswijze

Beantwoording

• Bij de bedrijfslocaties mogelijkheden te creëren voor energieopwekking en -opslag. Conclusie: de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing

2

Indiener herkent zich in de uitnodiging van de gemeente om samen te werken aan de toekomst van het buitengebied. De organisatie is bereid om actief te participeren in de verdere uitwerking van de visie Indiener verzoekt om de zienswijze gegrond te verklaren en de ontwerpvisie hierop aan te passen. Datum: 17-04-2025 Locatie: Zwartebroek en Terschuur Onderwerp: diverse Indieners vragen om een concreet woningbouwinitiatief van circa 120 woningen, gelegen direct aan de bebouwde kom van Terschuur, op te nemen de Omgevingsvisie. De visie uitgaat van een woningbouwopgave van 600 woningen voor Zwartebroek en Terschuur, maar slechts ruimte biedt voor circa 340 woningen. Ze voeren daarvoor de volgende argumenten aan. • Ligging: De locatie grenst direct aan de bestaande bebouwing en sluit goed aan op infrastructuur en voorzieningen. • Woonprogramma: Het plan past binnen het gemeentelijk en landelijk woonprogramma en voorziet in gevarieerd woningaanbod. • Ruimtelijke kwaliteit: Er is aandacht voor groen, water en een mix van woningtypen. • Milieu en risico’s: Er zijn geen wezenlijke milieubelemmeringen of juridische knelpunten. • Realisatie: De planontwikkeling kan snel worden uitgevoerd. • Initiatiefnemers: De betrokken partijen zijn bereid tot samenwerking.

Zie hiervoor ook onze opmerkingen bij het algemene thema III Het plan is bij ons bekend, maar als gemeente hebben wij niet eerder buiten het kader van deze Omgevingsvisie een standpunt ingenomen ten aanzien van dit initiatief. We hebben in de integrale afweging (lagenbenadering) deze locatie beoordeeld. We hebben deze locatie na afweging echter bewust niet in de Omgevingsvisie opgenomen, ten gunste van andere uitbreidingrichtingen voor de kern Terschuur. De uitbreiding ten aanzien van woningbouw voorzien wij na voornamelijk aan de noordkant van de kern. Hier zijn verschillende redenen voor. Zo is de wens om voor het gebied rondom de Eendracht nabij de voorzieningen te bouwen en meer draagkracht te leggen onder een potentiële extra verkeersontsluiting. Daarnaast willen we grootschalige woningbouw zo ver mogelijk van de A1 te situeren. We denken dat we met de aangegeven uitbreidingsrichtingen aan de noordzijde van Terschuur voldoende capaciteit realiseren voor nog resterende woningen. Voor een duurzame doorontwikkeling van Terschuur tot 2040 achten we dan voldoende plancapaciteit aanwezig. Conclusie: de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie. Deze locatie wordt niet in de Omgevingsvisie opgenomen.

10

Nr.

Zienswijze •

Beantwoording

Formele status: Er is reeds een uitwerkingsverzoek ingediend, wat zorgt voor een goed beleidsmatige aansluiting.

Indieners verzoeken de gemeente om het initiatief alsnog op te nemen in de definitieve Omgevingsvisie. 3

Datum: 14-04-2025 Locatie: Voorthuizen Onderwerp: diverse Indiener maakt zich zorgen over de gevolgen van de visie voor zijn agrarische onderneming en vraagt om meer duidelijkheid en bescherming van zijn belangen. Aanduiding in de Omgevingsvisie Op de visiekaart is het perceel van indiener aangeduid als toekomstige uitbreidingslocatie voor woningbouw én als cultuurlandschappelijk waardevol gebied. Dit roept vragen op over de toekomst van de agrarische bedrijfsvoering. Zolang er geen duidelijkheid is over een functiewijziging, hecht hij sterk aan het behoud van de agrarische bestemming en gebruiksmogelijkheden. Hij vraagt daarom om in de verdere uitwerking van de visie expliciet aan te geven wat de gevolgen zijn voor bestaande agrarische bedrijven in deze gebieden. Strengere milieunormen De Omgevingsvisie kondigt strengere milieunormen aan voor de agrarische sector, met als doel de gezondheid van de inwoners. Indiener wijst erop dat deze aanscherping extra onzekerheid veroorzaakt. Hij verzoekt de gemeente om de beweegredenen inzichtelijk te maken en aan te geven welke concrete gevolgen dit zal hebben voor agrarische ondernemers.

Zie hiervoor ook onze opmerkingen bij het algemene thema III Uitbreiding woningbouw In de Omgevingsvisie hebben we onder andere de westkant van Voorthuizen aangewezen om woningbouwontwikkelingen mogelijk te maken richting de rondweg. Bij een verdere invulling van dit gebied zullen de genoemde aspecten en belangen met betrekking tot de bedrijfsvoering worden meegenomen. We spreken hier over een ontwikkeling op de middellange termijn. We moeten over drie jaar de eerste inzichten in planvorming kunnen geven, maar de realisatie ligt waarschijnlijk nog verder in de toekomst. Voorlopig kan het huidige gebruik dus worden voortgezet. Milieunormen De belangrijkste reden ligt inderdaad in de gezondheid van de inwoners. Ten aanzien van de strengere milieueisen zijn de concrete gevolgen nog niet aan te geven. Zo wordt het geurbeleid op dit moment geëvalueerd en komende jaren gewijzigd. Landbouw en verstedelijking In het verstedelijkt gebied leggen we de nadruk op de functies die daarbij primair horen: wonen, werken recreëren. En we houden rekening met de gezondheidsaspecten van andere functies en activiteiten. Voor de bestaande agrarische bedrijven zien we dan of de ontwikkeling naar de vermindering van emissies die effect kunnen hebben op de gezondheid of

11

Nr.

Zienswijze Landbouw ondergeschikt aan verstedelijking De visie stelt dat landbouw in verstedelijkte gebieden ondergeschikt wordt aan verstedelijkingsdoelen. Indiener vraagt zich af wat dit in de praktijk betekent voor zijn bedrijf, dat zich nabij het stedelijk gebied bevindt. Hij verzoekt om een nadere toelichting op dit uitgangspunt en om duidelijkheid over de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijven in vergelijkbare situaties. Indiener vraagt om in de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie rekening te houden met de belangen van de agrarische ondernemer en meer duidelijkheid te geven over de gevolgen van de visie voor zijn bedrijfsvoering, zodat hij zijn onderneming op verantwoorde wijze kan voortzetten en ontwikkelen.

Beantwoording de transitie naar een meer passende bedrijfsvoering. Het gaat daarbij dus niet alleen om strengere wettelijke normen als wel het meer terughoudend zijn in de ontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijven in bewoond gebied. Dit beleid werkt twee kanten op: - Als een bedrijf in een uitbreidingsgebied ligt, zullen we functiewijziging of verplaatsing stimuleren - Buiten de aangegeven ontwikkelingsrichtingen zijn we terughoudend met het realiseren van woonfuncties in het landelijk gebied in de nabijheid van agrarische bedrijven Bij de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie op deze locatie zijn de belangen van de onderneming één van de randvoorwaarden, hetzij in de continuering van het bedrijf hetzij in functieverandering. We zeggen toe dat we daarover het gesprek aangaan en de ondernemers zelf daarbij actief zullen betrekken. Conclusie: de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie. Wel is aandacht nodig bij verdere uitwerking van eventuele woningbouwplannen in de omgeving van indiener.

4

Datum: 22-04-2025 Locatie: Garderen Onderwerp: diverse Indiener onderschrijft de ambitie van de gemeente Barneveld om met de Omgevingsvisie 2040 richting te geven aan de ruimtelijke ontwikkeling. Tegelijkertijd ziet cliënt – mede naar aanleiding van een eerder verzoek voor de ontwikkeling van een kleinschalig bedrijventerrein in Garderen – noodzaak om op onderdelen van de

Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie kiezen we bewust voor clustering van bedrijvigheid op bestaande bedrijventerreinen. Dat doen we om efficiënt ruimtegebruik, goede bereikbaarheid en milieukwaliteit te kunnen waarborgen. Dat gaat overigens verder van De Harselaar, waar we vooral ruimte zien voor de zwaardere categorieën bedrijvigheid. We bieden in de Omgevingsvisie echter wel degelijk ook ruimte in de kleine kernen, zoals Garderen, voor kleinschalige bedrijfsontwikkelingen die

12

Nr.

Zienswijze

Beantwoording

visie, de Omgevingseffectrapportage (OER) en de Passende Beoordeling te reageren.

passen bij het dorpse karakter en kunnen voorzien in een lokale behoefte. Een extra argument daarvoor, zeker in Garderen, is als dit ook kansen biedt voor de ontwikkeling van woningbouw binnen de bestaande kern.

1. Omgevingsvisie De visie benoemt toerisme en wonen als speerpunten voor Garderen, maar laat de behoefte aan lokale bedrijvigheid onderbelicht. Terwijl er wel behoefte is. De visie nodigt uit tot initiatieven, maar lijkt tegelijkertijd bindende kaders te formuleren, wat niet past binnen het karakter van een omgevingsvisie. De gebiedsgerichte uitwerking mist een concrete vertaling van de huisvestingsbehoefte van bedrijven in Garderen De visie richt zich te eenzijdig op uitbreiding van bedrijvigheid in Harselaar, terwijl alternatieven zoals Garderen niet zijn onderzocht. Niet elk bedrijf past of wil zich daar vestigen. De afwegingscriteria in de visie zijn te gesloten geformuleerd. Er moet ruimte blijven voor initiatieven die niet letterlijk in de visie passen, maar er wel aan bijdragen. De maatlat voor gezonde en toekomstbestendige ontwikkeling wordt als bindend gepresenteerd, maar is niet terug te vinden in de bijlagen. Dit roept vragen op over de juridische status.

De bindende kaders die u noemt hebben vooral betrekking op de Passende Beoordeling. Deze is verplicht aangezien Garderen in Natura2000 gebied ligt. Daarbij is vooral aan de orde of de uitnodigingsplanologie ook voldoende haalbaar kan zijn. Die toetsing vindt per definitie plaats tegen de achtergrond van de geldende regelgeving. In hoofdstuk 5 van de visie gaan we nader in op afwegingscriteria en het proces om wenselijkheid en haalbaarheid van initiatieven te beoordelen. Daarbij zijn het primaire karakter en waarden van het gebied en de bijdrage aan de ambities wel van doorslaggevend belang. Een evenwichtige toedeling van functies naar locaties is een principe uit de Omgevingswet. Niet alles kan overal. De maatlat gezond en toekomstbestendig wordt nog ontwikkeld. We denken dat dit instrument instantie een instrument moet zijn bij de gebiedsontwikkeling. Als het echt nodig is, vindt verankering in het Omgevingsplan plaats.

Indiener vraagt om de behoefte aan lokale bedrijvigheid in Garderen expliciet te erkennen, om meer beleidsruimte in de visie op te nemen;

Omgevingseffectrapportage (OER) De scenario’s en het voorkeursalternatief in het OER zijn toekomstgericht en daarmee onzeker. Daarom is bij de beoordeling rekening gehouden met onzekerheidsmarges, hoewel deze niet altijd expliciet zijn weergegeven. De kwalitatieve beoordeling van de referentiesituatie en alternatieven is uitgewerkt in de hoofdstukken 3, 4 en 5, en visueel ondersteund in figuren.

2. Omgevingseffectrapportage (OER) De OER is onduidelijk gestructureerd en bevat onvoldoende onderbouwde milieueffectbeoordelingen. Er is slechts één alternatief

Het OER-traject sluit aan op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De gemeente Barneveld heeft bewust gekozen voor twee scenario’s die een balans zoeken tussen uitersten en realisme. Hierdoor worden de grenzen

13

Nr.

Zienswijze

Beantwoording

uitgewerkt, wat onvoldoende is voor een robuuste afweging. De visualisaties zijn subjectief en niet transparant in hun totstandkoming. De koppeling tussen bevolkingsgroei en woningbouw is niet overtuigend onderbouwd.

van mogelijke ontwikkelingen verkend, met een nadruk op worstcasescenario’s bij de effectbeoordeling.

De OER negeert alternatieve locaties voor bedrijvigheid, zoals het initiatief van cliënt in Garderen. Er is sprake van interne tegenstrijdigheden, bijvoorbeeld over bedrijvigheid in het buitengebied. Indiener vraagt om de OER te verduidelijken en alternatieven beter te onderbouwen; 3. Passende beoordeling Indiener is van mening dat de randvoorwaarden in de tabellen te dwingend zijn geformuleerd en niet in een visie thuishoren. De verwijzing naar een gemeentelijk stikstofprogramma is onduidelijk en juridisch onjuist, aangezien de provincie hiervoor bevoegd gezag is. Daarom verzoek indiener om de passende beoordeling te herzien en geen bindende randvoorwaarden op te nemen; 4. Concreet plan Cliënt heeft een concreet plan ingediend voor een kleinschalig bedrijventerrein met landschappelijke inpassing. Het plan is landschappelijk zorgvuldig ingepast, sluit aan op de bestaande structuur en draagt bij aan de doelen van de gebiedsaanpak GEUS.

5

Afzender: Prorail Datum: 25-04-2025 Onderwerp: diverse

Wat betreft de kleine kernen, zoals Garderen, biedt de Omgevingsvisie ruimte voor kleinschalige bedrijfsontwikkelingen die passen bij het dorpse karakter. Passende beoordeling De passende beoordeling is afgestemd op het abstractieniveau van de omgevingsvisie. De randvoorwaarden in de tabellen zijn bedoeld voor de verdere uitwerking van projecten die uit de visie kunnen voortvloeien. Aanbevelingen en maatregelen worden op hetzelfde abstractieniveau geformuleerd, met verwijzing naar de mogelijkheid van een (vrijwillig) programma onder de Omgevingswet. Concreet plan Het concrete initiatief waar de zienswijze op duidt, is ons bekend en zou wellicht onder voorwaarden passend kunnen zijn in de ontwikkeling. Daarover doen we echter in de Omgevingsvisie geen uitspraak. Bij een eventuele verdere uitwerking van dit plan gaan we in gesprek of dit plan voldoende bijdraagt aan de in de visie opgenomen randvoorwaarden.

Conclusie: de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie. Verdere afstemming kan plaatsvinden in het kader van een concreet plan

We zijn erkentelijk voor de aanduiding van de aspecten waar we bij de verdere uitwerking rekening moeten houden. Dit is ook onze intentie en uitgangspunt in de visie.

14

Nr.

Zienswijze

Beantwoording

ProRail ziet bereikbaarheid per spoor als een belangrijke voorwaarde voor ruimtelijke ontwikkelingen die ook een mobiliteitsbehoefte hebben. In dat kader deelt ProRail haar visie op de omgeving van het spoor, zodat deze kan worden meegenomen in de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie.

Voor de concrete uitwerkingen waar het spoor in het geding is, zeggen we toe om de wederzijdse beïnvloeding en ontwikkelingsmogelijkheden in nauwe samenwerking te onderzoeken en concretiseren.

Spoor en ruimtelijke ontwikkeling ProRail wil meedenken bij nieuwbouw van woningen langs het spoor, verdichting rond stations en langs de vrije baan. Daarbij is het uitgangspunt dat de bedrijfsvoering en eventuele toekomstige uitbreidingen van ProRail niet worden belemmerd. ProRail verzoekt de gemeente om haar actief te betrekken bij de verdere ontwikkeling van bouwplannen in de directe nabijheid van de spoorbaan. Externe veiligheid Voor het aspect Externe Veiligheid in relatie tot railverkeer verzoekt ProRail gebruik te maken van de meest recente gegevens uit het Basisnet.

We gaan in overleg over de voorziene woningbouwontwikkelingen die mogelijk binnen de invloedssfeer van het spoor komen te liggen of die op voorhand vanuit het spoorbelang beperkt worden. We denken bijvoorbeeld aan transformatie van gebouwen nabij het station Barneveld Centrum. Als dat het geval wordt, zullen we met de constructie van de gebouwen rekening houden met de eventuele trillingsgevoeligheid en andere genoemde aspecten. Over situatie bij de verschillende spoorwegovergangen blijven we met u in overleg, We zeggen toe dat we de werkwijze continueren om elkaar actief te betrekken bij de ontwikkelingen in Barneveld waar het spoor in het geding is of bij betrokken is. Conclusie: de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie. Prorail wordt actief betrokken bij uitwerkingen die het spoor raken

Geluid en trillingen Voor het aspect Geluid dient gebruik te worden gemaakt van de wettelijk verplichte brongegevens uit het geluidregister spoor. Voor trillingen, waarvoor geen wettelijke normen bestaan, acht ProRail het gewenst dat hier in de planvorming aandacht aan wordt besteed, in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Overwegen Het streven van het Ministerie en ProRail is om de veiligheid op overwegen te verhogen. Nieuwe ontwikkelingen mogen niet leiden tot een afname van de overwegveiligheid. Bij wijzigingen in het gebruik van spoor of weg moet een risicoanalyse worden opgesteld.

15

Nr.

Zienswijze

Beantwoording

Stabiliteit spoorbaan De stabiliteit van de spoorbaan en bijbehorende voorzieningen mag niet worden beïnvloed. Plannen en/of werkzaamheden mogen geen nadelige effecten hebben op de stabiliteit of het ongehinderd gebruik van de spoorbaan. Dit geldt ook voor hemelwaterinfiltratie nabij het spoor. Omgevingswet en beperkingengebieden Binnen beperkingengebieden voor hoofdspoorwegen zijn vergunningen of meldingen vereist. De gemeente is in sommige gevallen bevoegd gezag, maar ProRail moet altijd instemmen met de vergunningverlening. Spoorwegdoeleinden en eigendom Gronden met de activiteit Spoorwegdoeleinden of Railverkeer dienen deze bestemming te behouden. Percelen in eigendom van ProRail mogen niet zonder schriftelijke toestemming worden gebruikt. Deze percelen zijn benodigd voor de uitvoering van wettelijke taken en toekomstige uitbreidingen. Onderstations en railgebonden infrastructuur Onderstations binnen het plangebied zijn cruciaal voor de elektriciteitsvoorziening van het spoor en mogen niet vervallen. Ze moeten te allen tijde bereikbaar blijven. Dit geldt ook voor overige railgebonden gebouwen en ondergrondse infrastructuur. Stationsomgeving ProRail wijst op het belang van zichtlijnen naar de stationsentree, omdat dit bijdraagt aan de vindbaarheid en het gevoel van veiligheid van reizigers. Hoogbouw kan dit belemmeren.

Ook windbeleving op perrons is een aandachtspunt, evenals schaduwwerking op

16

Nr.

Zienswijze

Beantwoording

zonnepanelen die bijdragen aan de CO₂-neutrale doelstelling van ProRail. Zonneparken en reflectie Zonnepanelen in de nabijheid van het spoor mogen geen negatieve effecten hebben op de spoorweginfrastructuur. Uit een risicoanalyse moet blijken dat er geen verstoring optreedt, onder andere op het gebied van elektromagnetische compatibiliteit en lichtreflectie op seinen. 6

Datum: 24-04-2025 Locatie: Kootwijkerbroek en Voorthuizen Onderwerp: diverse Indiener handelt namens de eigenaar van twee agrarische percelen: één te Kootwijkerbroek en één te Voorthuizen. Indiener maakt zich zorgen over de ruimtelijke ontwikkelingen die in de visie worden voorgesteld en vreest dat deze ontwikkelingen de continuïteit van zijn agrarische onderneming in gevaar brengen. In zijn zienswijze vraagt hij om erkenning van zijn bestaande bedrijfsactiviteiten en om aanpassing van de visie op punten die zijn bedrijfsvoering kunnen belemmeren. Kootwijkerbroek In het ontwerp wordt aangegeven dat woningbouw zich ontwikkelt richting het bedrijf van cliënt. In de visie wordt terughoudendheid betracht ten opzichte van functies die belemmerend werken voor agrarische ondernemers. In de ziet indiener steeds meer woningen in de directe nabijheid van zijn bedrijf komen. Voorthuizen

Zie hiervoor ook onze algemene reactie bij de thema's III en IV Kootwijkerbroek Voor wat betreft de locatie aan de Puurveenseweg te Kootwijkerbroek geldt de ontwikkelkoers voor het deelgebied Oostelijk Buitengebied. In dit deelgebied bepaalt het ondernemerschap in belangrijke mate de identiteit van het gebied. Deze dynamiek in het gebied willen we behouden voor de toekomst. Daarom ondersteunen we hier het agrarisch ondernemerschap waar mogelijk en willen we terughoudend zijn met functies die dat beperken. Daarom kiezen we in eerste instantie ook voor woningbouw direct aangrenzend aan de bestaande bebouwing (dorpsrand). Voor deze locatie kan overigens wel het aangescherpt milieu/emissiebeleid in de toekomst bepalend zijn voor de (door)ontwikkeling. Voorthuizen In de Omgevingsvisie zijn uitbreidingsrichtingen voor wonen en werken opgenomen. Voor de kern Voorthuizen geldt dat we de uitbreiding van de kern vooral aan de zuid- en westzijde van de kern beogen. Daarbij is het streven om de Rondweg (Voortse Ring) als harde grens te hanteren. Het klopt dus dat er rode en paarse pijlen zijn opgenomen tussen het beoogde woonwerklandschap en de Rondweg. We voorzien een uitbreiding van het woon-werklandschap richting de Rondweg.

17

Nr.

Zienswijze In de visie gesteld dat er in het verstedelijkt gebied geen ruimte meer is voor intensieve veehouderij en dat omschakeling van bestaande bedrijven wenselijk is. In de visie voor Voorthuizen wordt gesproken over de uitbreiding van het woon-werklandschap Voorthuizen. Op de kaart op pagina 125 toont dat de uitbreidingsrichting voor woningbouw letterlijk over zijn perceel loopt. Indiener vreest voor het ongestoord voortbestaan van zijn bedrijf en dat zijn bedrijf in ruimtelijke zin op slot gaat. Hij verzoek om een voorziening voor zijn bedrijf in het omgevingsplan en hij verzoek om duidelijk te maken hoe de uitbreiding voor woningbouw zich verhoudt tot zijn intensieve veehouderij, waarvoor kortgeleden nog een uitbreiding is gerealiseerd. Indiener benadrukt dat woningbouw in de directe nabijheid van zijn bedrijf geen goed idee is en vraagt om aanpassing van de visie op dit punt.

Beantwoording In het verstedelijkt gebied leggen we de nadruk op de functies die daarbij primair horen: wonen, werken recreëren. En de gezondheidsaspecten van andere functies. Voor de bestaande agrarische bedrijven zien we dan of de ontwikkeling naar de vermindering van emissies die effect kunnen hebben op de gezondheid of de transitie naar een meer passende bedrijfsvoering of verplaatsing. We spreken als het gaat om de uitbreiding van het woon-werklandschap over een ontwikkeling op de middellange termijn. Voorlopig kan het huidige gebruik worden voortgezet, maar duidelijk is dat de beoogde ontwikkeling direct raakt aan het voortbestaan van het genoemde bedrijf ter plaatse. Wanneer er gewerkt wordt aan de nadere invulling van het gebied zullen we daarover in gesprek gaan met belanghebbenden en de (on)mogelijkheden van bestaande bedrijvigheid onderzoeken en bespreken. Conclusie: de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de visie. Bij de nadere invulling wordt het bedrijf betrokken.

7

Afzender: Woningstichting Barneveld Datum: 29-04-2025 Onderwerp: wonen Woningstichting Barneveld (WsB) waardeert de integrale benadering van de opgaven in de gemeente. In de visie staat het eigen DNA centraal: een hechte gemeenschap. De visie helpt de WsB om ook haar eigen ambities in te vullen en biedt een goede basis voor de samenwerking. Betaalbare en sociale huurwoningen Hoewel de visie spreekt over een streven naar 30% sociale woningen wordt hier niet gesproken over sociale huurwoningen. Bovendien

We zijn blij met de constructieve samenwerking met de woonstichting in het realiseren van betaalbare woningen en bijdrage aan vitale dorpen. Sociale huurwoningen De afspraak over de 30% is vastgelegd in de Woondeal 2.0 Foodvalley en ook basis voor de verdere verstedelijking binnen de Regio Foodvalley. Die afspraak is uitgangspunt geweest voor deze visie, is dus primair gekoppeld aan de Woondeal 2.0 en heeft betrekking op de toe te voegen 8.000 woningen. De looptijd van de Woondeal is tot en met 2030. De doorlooptijd van de Omgevingsvisie is tot 2040. Voor de jaren na 2030 zullen nieuwe afspraken gemaakt worden met regio Foodvalley, provincie en Rijk. Daarbij zal wederom de woningstichting betrokken worden. Bij de vierjaarlijkse herijking van de Omgevingsvisie bezien we of er aanleiding is voor eventuele

18

Nr.

Zienswijze

Beantwoording

geeft de visie aan dat voor kleine ontwikkelingen gebiedsgerichte afwegingen kunnen worden gemaakt. De WsB is van mening dat binnen Barneveld de nieuwe landelijke wettelijke norm van 30% sociale huur zo niet gehaald wordt, vooral omdat veel woningbouwprojecten in Barneveld kleinschalig zijn. In zulke gevallen wordt vaak afgeweken van een gevarieerd woningaanbod, wat ten koste kan gaan van betaalbare huurwoningen. Gezien de wettelijke verplichting acht WsB de ambitie in de Omgevingsvisie te laag.

bijstelling. Overigens stelt indiener terecht dat het om een streven gaat naar 30% sociale huurwoningen.

Flexwonen Tot nu toe is er nog geen concrete invulling gegeven aan flexwonen binnen de gemeente. WsB staat hier wel voor open, maar dit mag niet ten kosten gaan van permanente woonlocaties. Vraag is of er kansen zijn, bijvoorbeeld bij revitalisering van vakantieparken.

Vakantieparken Vanuit de gemeente wordt gewerkt aan het programma vitale vakantieparken. Uitgangspunt is nog steeds dat de vakantieparken behouden blijven voor de recreatieve sector. Alleen in het geval er geen recreatieve doorontwikkeling meer mogelijk is wordt gekeken of transformatie naar een woonfunctie mogelijk is. Dit zal verdere uitwerking krijgen in woonbeleid en gesprekken met woningstichting.

Samen werken aan vitale wijken en dorpen WsB benadrukt nogmaals het opnemen van de 30%-norm voor sociale huurwoningen in de totale woningbouwopgave om de totale doelgroep van woningzoekenden te kunnen bedienen. Dit draagt bij aan leefbare, inclusieve en vitale dorpen en wijken. WsB spreekt haar bereidheid uit om als lokale partner actief bij te dragen aan de opgave van het realiseren van voldoende betaalbare woningen in Barneveld.

8

Datum: 30-04-2025 Locatie: De Glind / Westelijk buitengebied Onderwerp: bedrijfsvoering westelijk buitengebied

Flexwonen De stelling van de woningstichting is correct. In onze overleggen over de diverse projecten wordt de mogelijkheid van flexwoningen besproken met de woningstichting. Hierbij is het uitgangspunt dat permanente bewoning voor flexwoningen gaan.

Vitale wijken We onderschrijven de stelling van de woningstichting en waarderen hun coöperatieve houding ten aanzien van dit punt. Dit wordt onder meer nader uitgewerkt in het woonbeleid. De onderbouwing waarom de 30% sociale huur niet vastgelegd moet worden in de Omgevingsvisie staat hierboven. Conclusie: de Omgevingsvisie wordt aangepast ten aanzien van de 30% norm in relatie tot Woondeal en dat het sociale huurwoningen betreft. Dit blijft een dynamische ambitie afhankelijk van de regionale afspraken. Overige punten worden meegenomen bij nadere uitwerking, onder meer in het op te stellen beleidsprogramma voor Wonen. Zie hiervoor ook onze algemene reactie onder nummer IV.

19

Nr.

Zienswijze

Beantwoording

Indiener reageert op de landbouwambities in de omgevingsvisie, waarbij toekomstbestendige landbouw met economisch perspectief en minder uitstoot centraal staan. Hij benadrukt dat economisch perspectief een essentiële voorwaarde is voor het voortbestaan van agrarische bedrijven.

We zien naar aanleiding van de zienswijzen aanleiding om de ambities in de Omgevingsvisie te nuanceren en verder uit te werken. Ten aanzien van de ambities zitten we wel in een spanningsveld tussen de belangen van natuur, landschap en gezondheid en het toekomstperspectief van onze agrarische sector. We hebben hier bij het voorkeursscenario dan ook een afzonderlijk traject voor gestart.

In het westelijk deelgebied is gekozen voor een focus op grondgebonden landbouw en recreatief medegebruik, met het argument dat deze bedrijven geen negatieve gezondheidsimpact zouden hebben. Vanuit de relatie met natuur wordt ingezet op natuurinclusieve ontwikkeling en een beperkt aantal multifunctionele bedrijven. De indiener plaatst hier kritische kanttekeningen bij. Hij wijst erop dat melkveebedrijven zich de afgelopen jaren moeilijk hebben kunnen ontwikkelen. Niet-grondgebonden bedrijven kunnen volgens hem ook natuurinclusief opereren en zijn vaak beter in staat om emissies van ammoniak, fijnstof en geur te reduceren. Toch worden deze bedrijven in de visie in het westelijk deelgebied aan strengere voorwaarden onderworpen dan in het oostelijk landbouwgebied. Indiener vindt dit onderscheid onjuist. Hij pleit ervoor om ook in het westelijke deelgebied meer mogelijkheid te bieden voor individuele bedrijven om te ontwikkelen en natuur-inclusieve doelstellingen en emissiereductie te kunne bereiken.

Algemene lijn is dat we onze agrarische sector in het buitengebied de nodige ruimte willen blijven geven en ook samen willen zoeken naar de mogelijkheden voor ontwikkeling en indien nodig of gewenst functieverandering. In het oostelijk buitengebied als primaire ondernemende functie en in het westelijk buitengebied nog meer in evenwicht met de landschappelijke belangen. Wel is de ambitie dat de agrarische bedrijven in onze gemeente naar vermogen bijdragen in de milieudoelstellingen om de emissie naar bodem, water en lucht te verminderen. Daarbij maken we voor veeteeltbedrijven wel het onderscheid tussen niet-grondgebonden en grondgebonden bedrijven (meer of minder intensieve veeteelt). Gezien de noodzaak tot stikstofreductie achten we de mogelijkheden tot het starten van nieuwe bedrijven beperkt. Maar voor de hele sector moet gelden dat ontwikkelingen in alle deelgebieden mogelijk moeten zijn als deze bijdragen aan de doelstellingen voor emissiereductie en grotere mate van natuur-inclusiviteit. Deze intentie delen wij en zullen wij beter in tekst en beeld tot uiting brengen. Conclusie: de Omgevingsvisie wordt aangepast op het onderdeel landbouw, ook ten aanzien van de mogelijkheden die we zien in het westelijk buitengebied voor bedrijfsverplaatsing onder strikte voorwaarden.

20

Nr.

Zienswijze

Beantwoording

9

Datum: 05-05-2025 Onderwerp: windenergie

Zie hiervoor ook onze algemene reactie zoals die is opgenomen bij thema II.

Indiener maakt bezwaar tegen de plannen voor grootschalige windenergieopwekking in Harselaar, zoals opgenomen in de Omgevingsvisie 2040.

Conclusie: de zienswijze geeft geen aanleiding tot het wijzigen van de Omgevingsvisie. De Structuurvisie Wind (2021) blijft van kracht. De effecten en normen worden meegenomen als realisatie aan de orde is.

Er is onzekerheid over omvang van de windturbines. De term "grootschalig" is niet concreet uitgewerkt, terwijl windmolens inmiddels tot 280 meter hoog kunnen zijn. Ook uit de indiener zijn zorgen over de negatieve effecten van windturbines op de gezondheid van omwonenden en de risico’s voor kwetsbare dieren. De komst van windmolens zou ook van invloed kunnen zijn op de waarde van de woning van indiener aantasten. Ook wijst de indiener erop dat eerder 20.000 mensen een petitie tegen de windmolens. Indiener roept op om de locatie voor grootschalige opwekking van windenergie uit de Omgevingsvisie te schrappen.

10

Afzender: LTO-Noord afdeling Gelderse vallei Datum: 29-04-2025 Onderwerp: diverse LTO Noord deelt in haar zienswijze haar opmerkingen over ontwerpomgevingsvisie in relatie tot de agrarische leden in de gemeente. Terughoudendheid met kaarten LTO vraagt om zorgvuldig te zijn met het gebruik van gedetailleerde kaarten in de visie omdat dit tot onrust kan leiden, omdat ze als definitief worden geïnterpreteerd. Dit kan ontwikkelruimte beperken,

Zie hiervoor ook onze algemene reactie onder nummer IV We hebben op basis van deze en andere zienswijzen de noodzaak gezien om de ambities in de Omgevingsvisie te nuanceren en verder uit te werken. Ten aanzien van deze ambities zitten we wel in een spanningsveld tussen de belangen van natuur, landschap en gezondheid en het toekomstperspectief van onze agrarische sector. We hebben hier bij het voorkeursscenario dan ook een afzonderlijk traject voor gestart. Onze Economische visie Barneveld 2023 ziet het thema en cluster agro-food als dragende economische structuur van onze gemeente. Ook voor de regio Foodvalley is het thema Food een belangrijke pijler. Ruimte voor innovatie en (gedeeltelijke)

21

Nr.

Zienswijze

Beantwoording

nadelig zijn voor de bedrijfsvoering en kan het moeilijker worden om aan de gestelde opgaven te voldoen. LTO pleit daarom voor minder gedetailleerde kaarten en stelt voor om kaarten eventueel uit de visie te houden via een amendement.

verplaatsing is cruciaal. De Omgevingsvisie wil voldoende ontwikkelruimte bieden in de gebieden waar landbouw centraal staat.

Onvoldoende ruimte voor bedrijfsontwikkeling LTO betreurt dat er in de visie geen ruimte voor agrarische bedrijven is opgenomen om te innoveren of uit te breiden. Dit staat haaks op het provinciale beleid (Kadernota Agrifood) dat juist wél ruimte biedt voor ontwikkeling. Door deze beperking raakt aan de marktpositie en het bestaansrecht van de agrarische sector.

Wij begrijpen uw oproep terughoudend te zijn met het opnemen van kaarten. De kaarten die in de ontwerp-omgevingsvisie zijn opgenomen zien wij vanuit de ruimtelijke ordening als noodzakelijk. Wij zien de kaartbeelden niet als het beperken van agrarische bedrijfsontwikkeling, maar vooral het duiden van een ambitie. Handhaven van de bedrijfsvoering binnen de afgesproken doelstellingen of andere ontwikkelingen die ook bijdragen aan de ambities en doelstellingen blijven mogelijk. We zullen hiervoor een duidelijke disclaimer in de tekst en op visiekaart opnemen.

Verplaatsingsruimte binnen de gemeente Met het oog op het toekomstige zoneringsbeleid rond de Veluwe, benadrukt LTO het belang van voldoende verplaatsingsruimte binnen de gemeente. Intensieve gezinsbedrijven in deze zones moeten de mogelijkheid behouden om binnen Barneveld te blijven, om sociale impact te minimaliseren en binding met de regio te behouden.

Het kaartbeeld geeft richting en koers aan het grondgebied van de gemeente Barneveld en voorziet in het evenwichtig toedelen van functies aan het grondgebruik waarbij zowel rekening gehouden is met de doorontwikkeling van bestaande (agrarische)bedrijvigheid als met toekomstige opgave op het gebied van natuur(herstel), klimaatadaptatie en water.

LTO verwacht van de gemeente een zorgvuldige belangenafweging. De ondernemers zijn bereid om mee te denken en te werken waar dat kan. De organisatie vraagt om de ontwerp-omgevingsvisie te versterken met realisme en voldoende toekomstperspectief.

De kaart met deelgebieden is een hulpmiddel bij de gebiedsgerichte uitwerking van de ontwikkelkoers van het betreffende gebied op basis van gestelde doelen en opgaven. De begrenzing is grofmazig en niet op perceelniveau. Wij herkennen ons niet in het beeld dat er geen (ontwikkel)ruimte is voor innovatie en/of uitbreiding (op de bestaande locatie). Verplaatsing binnen de gemeente Barneveld wordt niet uitgesloten. Wanneer bijvoorbeeld een bestaand agrarisch bedrijf vrijkomt in het westelijk deelgebied, is verplaatsing van een agrarisch bedrijf nabij of in de Veluwe (N2000) en/of oostelijk buitengebied denkbaar. In de praktijk vraagt dit wel maatwerk en zorgvuldigheid. De tekst wordt hierop aangepast.

22

Nr.

Zienswijze

Beantwoording Verplaatsing binnen de begrenzingen van het N2000 gebied Veluwe en in de door de provincie begrensde stikstofarme stroken ondersteunen we niet. Of verplaatsingsruimte voldoende aanwezig zal zijn, ligt niet in onze handen en zal mede bepaald worden door de markt. Actieve sturing vanuit de gemeente zien we niet als onze rol, wel een faciliterende rol waar nodig. Conclusie: Op basis van deze en andere zienswijzen hebben we de tekst in de Omgevingsvisie ten aanzien van landbouw genuanceerd en verder uitgewerkt. We leggen daarbij ook de relatie met het Programma Landelijk Gebied. De hardheid van het kaartbeeld hebben we via een disclaimer aangegeven.

11

Afzender: Waterschap Vallei en Veluwe Datum: 01-05-2025 Onderwerp: diverse Het waterschap spreekt waardering uit voor de heldere en integrale aanpak van de ontwerp-Omgevingsvisie Barneveld 2040 en de aandacht die daarin wordt gegeven aan thema’s als bodem, water, natuur, klimaatadaptatie en het bekensysteem.

We zijn blij dat we bij de verder uitwerking en planontwikkeling rond onze Omgevingsvisie op de samenwerking met het Waterschap kunnen rekenen. Vooral op het gebied van waterbeheersing en waterbeheer en de ambities rond de groenblauwe dooradering is deze samenwerking een voorwaarde sine-qua-non. •

Decentraal zuiveren Zoals aangegeven trekken we samen op in het realiseren van adequate zuiveringsoplossingen. De tekst over de Glind hebben we aangepast. Het Afvalwater De Glind gaat inderdaad naar Ede, maar daar zijn ook beperkende factoren. Overigens wordt in de visie over een groeiopgave gesproken die vrij beperkt is (110)

•

Afkoppelen De oproep om in kernen met (grote) ontwikkelopgaves extra in te zetten op afkoppelen. In onze visie hebben we opgenomen dat we ernaar streven ‘dat regenwater niet meer via het riool wordt afgevoerd”. Extra inzet vinden wij niet aan de orde, gezien onze huidige grote inspanningen. In dit kader zijn wel relevant de ontwikkelingen naar

Zijn geven nog een aantal inhoudelijke aandachtspunten mee. 1. Decentrale zuivering Voor de kernen De Glind en Stroe wordt in de visie gesproken over het onderzoeken van decentrale zuiveringsmogelijkheden. De indieners willen hier graag in meedenken, maar wijzen erop dat decentrale zuivering niet overal haalbaar is en adviseren om ook alternatieven mee te nemen. 2. Afkoppelen van verhard oppervlak

23

Nr.

Zienswijze Er wordt opgemerkt dat het afvalwater van De Glind niet naar Harderwijk, maar naar de zuivering in Ede gaat. Ook op andere zuiveringslocaties (zoals Nijkerk en Ede) zijn er capaciteitsbeperkingen. Daarom adviseren de indieners om in gebieden met grote woningbouwopgaven extra in te zetten op het afkoppelen van regenwater van het gemengde rioolstelsel. 3. Waterbewustzijn en -gedrag De indieners stellen voor om in de visie meer aandacht te besteden aan het stimuleren van waterbewust gedrag bij burgers en bedrijven. Waterbewuste inwoners en ondernemers kunnen helpen bij voor het voorkomen van waterschaarste en verstoppingen in het rioolstelsel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=8a4791ef-966a-4513-ae73-299a6814077d