CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Bomenbeleidsplan 2026

Gemeenteraad 4 februari 2026, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bomenbeleidsplan inclusief scenariokeuze14.250 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Monitoring 3+30+300-regel

Ì Monitoring 6-jaarlijks Ì Streefdoel 30% in 2075 Ì Monitoring 6-jaarlijks Ì Streefdoel 10% in 2045 Ì Monitoring 6-jaarlijks Ì Gemeentebreed

Geen monitoring

Geen monitoring

Geen monitoring

Samenwerken Aantal subsidieaanvragen

Monitoring 4-jaarlijks

Geen monitoring

Aantal educatie­programma’s en deelnemers

Monitoring 4-jaarlijks

Geen monitoring

Aantal en omvang samenwerkingen

Monitoring 4-jaarlijks

Geen monitoring

29 | Bomenbeleidsplan 2026

8. Vervolgstappen Dit hoofdstuk bevat een uitgebreide beschrijving van de beleidsmaatregelen uit hoofdstuk 5 en de kosten die daarbij horen.

8.1 Implementatie strategie Dit bomenbeleidsplan heeft financiële gevolgen voor de gemeente. Zo is er extra geld nodig om aan de Zorgplicht te voldoen en de Europese Natuur­ herstelwet als ambitie na te streven. Daarnaast zijn aanvullende financiële middelen vereist om aan de uitgangspunten uit de Omgevingsvisie Barneveld 2040 te voldoen. Zonder deze extra financiële middelen kan de gemeente bijvoorbeeld niet voldoen aan de uitgangspunten van de 3+30+300 regel.

8.2 Maatregelen per actielijn Om de actielijnen te waarborgen, zijn in hoofdstuk 5 de beleidsmaatregelen beschreven. In deze paragraaf worden de maatregelen per actielijn verder toegelicht.

Actielijn 1: BEHOUDEN

De volgende beleidsmaatregelen worden ingezet om de doelstelling voor het behouden van de bomen in onze gemeente te behalen: A. Ontwikkeling afweegkader omgevingsvergunning kap en herplant Voor het kappen van een boom is in veel gevallen een omgevingsvergun­ ning vereist. Het uitgangspunt is bomen beter te beschermen. De grens voor wanneer een boom kapvergunningsplichtig is blijft ongewijzigd. Wel worden de afwegingskaders voor het verlenen van een vergunning duidelijker gemaakt om beter invulling te geven aan de maatschap­pelijke waarde van bomen. Het 'behouden, tenzij' principe benadrukt dat we bomen in principe willen behouden. Wanneer het belang van de aanvrager zwaarder weegt dan

30 | Bomenbeleidsplan 2026

het maatschappelijke belang van behoud, kan een kapvergunning worden verleend. Bij verlening van een vergunning wordt een passende compensatie de standaard. Toelichting: Een kapvergunningsaanvraag wordt afgewogen op basis van (meetbare) afwe­ gingscriteria, zoals natuurwaarde, ruimtelijke betekenis, cultuurhistorische of monumentale waarde. Maar ook op basis van de waarde voor de leefbaarheid van de gemeente, ecologie en klimaat, toekomstverwachting van de boom of op basis van ernstige overlast of gebreken bij een boom. Bomen willen we behouden, tenzij er duidelijke en onderbouwde argumenten ingebracht worden. Wanneer bijvoorbeeld onderbouwd kan worden dat een boom onveilig is, of aannemelijk gemaakt kan worden dat het vellen van een boom nodig is in verband met een ruimte­lijke ontwikkeling die maatschappelijk belang heeft, kan een kapvergunning verleend worden. Verder wordt een kapvergunning vanwege overlast alleen verleend wanneer er sprake is van onrechtmatige overlast. Een uitgebreide beschrijving van deze afwegingscriteria, voorwaarden en boombescherming wordt opgenomen in een afweegkader voor kapvergunningen. B. Ondergrondse en bovengrondse bescherming: Niet alleen het bovengrondse deel van de boom (stam en kroon) maar ook het ondergrondse deel (wortelgestel en ondergrondse groeiplaats) wordt beschermd.

Het beschermen van groeiplaatsen leidt tot minder ondergrondse schade aan de bomen en draagt bij aan het behoud van het bomenbestand. Toelichting: In het geval van ruimtelijke ontwikkelingen in de openbare ruimte of rond kapvergunningsplichtige bomen kan een nulmeting met waardebepaling of Bomen Effect Analyse als een verplicht onderdeel van het initiatief worden

geëist als onderdeel van de vergunningverlening. Op deze manier worden tijdens planvorming en aanleg projecten, groeiplaatsen en bodems beschermd. Dit kan in de toekomst ook middels het aanduiden van bomen, groenstruc­ turen, bossen en groeiplaatsen daarvan in omgevingsplannen/ruimtelijke plannen. Door de bodem te beschermen, blijft het bodemleven behouden. Het beschermen van de groeiplaatsen leidt tot minder ondergrondse schade aan de bomen en draagt daarom bij aan het behoud van het bomenbe­stand. Om de bomen en groeiplaatsen te beschermen is het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen van toepassing bij alle werkzaamheden rond bomen. Dit geldt al vanaf de initiatieffase van een project, waardoor boombescher­ mende maatregelen, zoals de eerder beschreven Bomen Effect Analyse of boombeschermingsplan, in een vroeg stadium geëist kunnen worden. In de uitvoering is de Bomenposter uit Handboek Bomen/ zijn de maatregelen uit de Bomen Effect Analyses van toepassingen. C. Monumentale en waardevolle bomen en structuren worden in kaart gebracht Toelichting: In Nederland worden bomen als monumentaal of potentieel monumentaal beschouwd op basis van specifieke criteria die hun bijzondere waarde weer­ geven. Deze waarde kan zowel ecologisch, cultuurhistorisch als esthetisch zijn.

De criteria voor bomen met een (potentieel) monumentale waarde zijn vastgelegd door verschillende instanties, zoals de Monumentenwet en regio­ nale/nationale natuur- en landschapsorganisaties. De criteria die gemeente Barneveld hanteert zijn hieronder beschreven. Een boom moet aan één of meerdere criteria voldoen om als boom met monumentale waarde opgenomen te kunnen worden: Leeftijd, een boom moet een bepaalde leeftijd hebben om als boom met monumentale waarde te worden beschouwd. Hiervoor geldt dat bomen die ouder zijn dan 80 jaar een potentieel monumentale waarde kunnen hebben, vooral als ze bijzondere kenmerken vertonen. Zeldzaamheid, bomen die zeldzaam zijn in een bepaalde regio of die van een zeldzame soort zijn, komen in aanmerking de status boom met een monumen­ tale waarde. Dit kan bijvoorbeeld gaan om oude bomen van een bijzondere soort die in de gemeente of in Nederland niet veel voorkomen.

31 | Bomenbeleidsplan 2026

Bomen van Monumentale waarde op de begraafplaats

Bomen die kenmerkend zijn voor een specifiek landschap of historische site kunnen ook een bijzonder belang hebben vanwege hun zeldzaamheid in dat specifieke gebied. Grootte, de grootte van een boom wordt gemeten aan de hand van de stamomtrek, de hoogte en de kroondiameter. Een boom met monumentale waarde heeft een opvallend grote stamomtrek (meer dan 2 meter omtrek), wat duidt op een uitzonderlijke groei en leeftijd. Cultuurhistorische waarden, bomen die een belangrijke rol spelen in het cultu­ rele of historische landschap van een gebied worden als boom met monumen­ tale waarde beschouwd. Dit kan bijvoorbeeld een boom zijn die verbonden is met een historische gebeurtenis, een specifiek persoon of een oud landschap. Bomen die onderdeel uitmaken van een historisch park, landgoed, boer­ derij of ander erfgoed kunnen eveneens als boom met monumentale waarde worden aangemerkt. Esthetische waarde, de esthetische waarde van een boom speelt een rol in de beoordeling van de status boom met een monumentale waarde. Een boom die bijvoorbeeld een bijzonder mooie vorm heeft, of die op een iconische locatie staat, kan worden erkend voor zijn visuele en landschappelijke waarde.

Ecologische Waarde, bomen die een belangrijke ecologische functie vervullen, zoals het ondersteunen van zeldzame plant- en diersoorten of die in bijzon­ dere ecosystemen staan worden als boom met monumentale waarde erkend. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij bomen die een belangrijke habitat vormen voor beschermde diersoorten of zeldzame planten.

Waardevolle bomen, bomen die niet volledig voldoen aan de strikte criteria voor bomen met monumentale waarde, maar die wel op termijn erkend kunnen worden als zodanig, worden ook als waardevol beschouwd. Dit kunnen jonge bomen zijn die een bijzondere groeipotentie vertonen of oudere bomen die in een bepaalde regio of cultuurhistorische context van belang zijn.

Verbinding met het landschap, bomen die een significante visuele en ruimte­ lijke relatie hebben met hun omgeving, zoals een markante boom die uitkijkt over een landschap of die samen met andere bomen een historische bomenrij vormt, kunnen als boom met monumentale waarde worden beschouwd.

Groenstructuren met monumentale waarde Voor de groenstructuren in de gemeente gelden de uitgangspunten, zoals beschreven in het groenstructuurplan 2012. Deze uitgangspunten worden aangepast wanneer een nieuw groenstructuurplan opgesteld is.

Conditie en houdbaarheid, de conditie van de boom is ook een belangrijke factor. Hoewel een boom een monumentale waarde kan hebben, moet hij in voldoende goede gezondheid verkeren om als zodanig behouden te worden. Bomen die ernstig verzwakt zijn, kunnen deze status verliezen als ze onher­ stelbare schade vertonen. Er wordt gekeken naar de mogelijkheid om de boom op lange termijn te behouden, wat ook samenhangt met de groeiplaats die de boom heeft en het beheer en de zorg die de boom krijgt. In deze afweging zijn de biodiversiteitswaarden een belangrijke factor. Mogelijk kan een deel van een boom behouden worden om niet al deze waarden te verliezen.

Voorwaarden en service door gemeente voor bomen en structuren met monumentale waarde De gemeente biedt verschillende extra services en ondersteuning aan gemeen­ telijke bomen met monumentale waarde om ervoor te zorgen dat deze bomen goed worden onderhouden, beschermd en behouden voor de toekomst. Voor gemeente Barneveld geldt: y Bescherming tegen schade: Bomen met monumentale waarde willen we extra beschermen, wat betekent dat het snoeien (anders dan noodzakelijk onderhoud), verwijderen of anderszins verstoren van een boom met een monumentale waarde vergunningsplichtig is; y Informatievoorziening: De gemeente legt alle bomen met monumentale waarde vast op kaart en publiceert deze op de gemeentelijke webpagina; y Publieke erkenning: De gemeente zorgt voor de publieke erkenning van bomen met monumentale waarde, door informatieborden te plaatsen die de bijzondere status van de bomen uitleggen. Dit verhoogt het bewustzijn onder de bewoners en zorgt ervoor dat mensen de waarde van deze bomen respecteren en beschermen. Deze bomen kunnen bijvoorbeeld opgenomen worden in een bomenwandeling. Bij ontwikkelingen die van invloed zijn op deze bomen en structuren worden hogere eisen gesteld aan mitigerende maatregelen dan bij reguliere bomen en structuren. Deze klasse bomen wordt beleidsmatig extra beschermd.

Een cultuurhistorisch waardevolle laan

32 | Bomenbeleidsplan 2026

D. Waarborgen van veiligheid, vitaliteit en duurzaamheid van gemeentelijke bomen Veiligheid van gemeentelijke bomen staat hoog in het vaandel bij behoud van het bomenbestand. Door middel van 3 jaarlijkse boomveiligheidscontroles van het gemeentelijke bomenbestand wordt de kans op (letsel-)schade gemini­ maliseerd. Door deze controles, het plegen van onderhoud en het uitvoeren van de adviezen die uit de controles naar voren komen, wordt voldaan aan de zorgplicht. Toelichting: Om een veilig, gezond en toekomstbestendig gemeentelijk bomenbestand te behouden en te ontwikkelen, hanteert de gemeente een integraal en pro­­actief bomenbeheerbeleid. Dit beleid rust op drie pijlers: boomveilig­ heid, ofwel omgevingsveiligheid, doelgericht onderhoud, biodiversiteit en groeiplaatsverbetering. Er worden periodiek boomveiligheidscontroles (BVC) uitgevoerd bij de gemeentelijke bomen, conform de geldende richtlijnen. Tijdens deze visuele inspecties worden risico’s op bijvoorbeeld takbreuk of omvallen vroegtijdig gesignaleerd. Indien nodig voeren we aanvullend onderzoek uit, bijvoorbeeld bij bomen met monumentale waarde of risicovolle bomen. De uitkomsten leiden tot gericht onderhoud of andere veiligheidsmaatregelen. Hiermee beperken we schade en ongevallen en bevorderen we de levensduur en veiligheid van bomen in de openbare ruimte. Biodiversiteit speelt hierbij een belangrijke rol.

Om dit te stimuleren wordt bijvoorbeeld dood hout dat geen risico voor de omgeving zorgt niet verwijderd. De gemeente hanteert een onderhoudsplan waarin snoeien, vervangen, controleren en het monitoren van bomen zijn opgenomen. Dit plan wordt gekoppeld aan de planning van integrale (civieltechnische) projecten, zodat werkzaamheden aan bomen zoveel mogelijk plaatsvinden tijdens andere werkzaamheden in de openbare ruimte. Hiermee worden bomen beschermd en benutten we efficiënt de beschikbare middelen en werkmomenten.

33 | Bomenbeleidsplan 2026

Duurzame inpassing van een boom in een nieuwbouwwijk

Een belangrijk speerpunt is het wegwerken van eventuele snoeiachterstanden. Regelmatig snoeien is essentieel voor de structuur, veiligheid en gezondheid van de boom. Door proactief onderhoud zorgen we ervoor dat risico’s beperkt blijven en dat bomen op een natuurlijke en gezonde wijze oud kunnen worden. We hechten waarde aan een zorgvuldige communicatie met inwoners over nut en noodzaak van de werkzaamheden die we uitvoeren. Jaarlijks stellen we een bomenbalans op. Dit administratieve en beleids­matige instrument geeft op basis van het boombeheersysteem inzicht in het aantal gekapte en nieuw geplante bomen, inclusief hun kwaliteit (bijv. jonge aanplant versus volwassen bomen) en soort. De bomenbalans helpt ons bij het reali­ seren van minimaal behoud van het bomenbestand, met als streven een struc­ turele toename van het percentage boomkroonbedekking. Dit is in lijn met onze ambitie voor een klimaatbestendige, groene en gezonde leefomgeving.

De groeiplaats is bepalend voor de vitaliteit van een boom. We verbeteren groeiplaatsen daar waar bomen onvoldoende wortelruimte, water- of lucht­ huishouding hebben of waar de bodemstructuur niet toereikend is. Ook wordt verharding waar mogelijk verminderd of verwijderd. Maatwerk kan uitkomst bieden, bijvoorbeeld het beluchten van bomen of het aanbrengen van een mulchlaag. Bij groeiplaatsverbetering is aandacht voor het versterken van de biodiversiteit, bijvoorbeeld door kruidenmengsels of andere beplanting rondom bomen aan te brengen. Zo wordt niet alleen de levensverwachting van individuele bomen verlengd, maar draagt het bomenbeheer ook bij aan klimaatadaptatie en ecologische waarde.

Actielijn 2: VERSTERKEN

De volgende beleidsmaatregelen worden ingezet om de doelstelling voor het versterken van de bomen in onze gemeente te behalen: A. Groenvoorzieningen en groene randen verbinden kernen met het omliggende landschap, waardoor de relatie tussen dorp en landschap wordt versterkt.

Toelichting: Groenvoorzieningen binnen en aan de randen van dorpen worden ingezet als verbindende elementen tussen de bebouwde omgeving en het omliggende landschap. Door het aanleggen, behouden en versterken van deze groene structuren wordt de overgang tussen dorp en landschap verzacht en verrijkt. Dit bevordert niet alleen de landschappelijke kwaliteit, maar ook de identiteit, leefbaarheid en biodiversiteit in en rond dorpskernen. y Groene randen rondom dorpen worden ingericht als landschappelijke over­ gangen die ecologische en recreatieve verbindingen versterken. Dit leidt tot verbetering van de landschappelijke identiteit van dorpen; y Groenvoorzieningen binnen dorpen sluiten visueel en functioneel aan op het omringende landschap. Dit leidt tot verhoogde recreatieve waarde en gebruik van groengebieden; y Nieuwe ontwikkelingen aan de dorpsrand worden gekoppeld aan verster­ king van de groenstructuur; y Tussen de kernen wordt bij loop- en fietsroutes 30% schaduw gerealiseerd. Hiermee wordt hitte tegengegaan, zodat inwoners en bezoekers zich ook op warme dagen prettig tussen de kernen kunnen verplaatsen. Hoe bovenstaande punten concreet vormgegeven worden, is opgenomen in het Landschapsplan. B. Bestaande groenstructuren en -elementen worden zoveel mogelijk verweven met nieuwe groene en groenblauwe structuren, met behoud van de groene uitstraling van de kernen.

Toelichting: We spannen ons in om bestaande bomen, houtwallen, groenstroken en andere waardevolle groenelementen te behouden en te integreren in nieuwe ruim­ telijke ontwikkelingen. Dit draagt bij aan het versterken van de identiteit en herkenbaarheid van de kernen, waarbij de groene uitstraling een belangrijk karakteristiek element vormt.

Bomen worden goed verweven met blauwe structuren

34 | Bomenbeleidsplan 2026

Bij de inrichting van nieuwe woon- of werkgebieden, infrastructuurprojecten en herontwikkelingslocaties wordt actief gezocht naar mogelijkheden om het bestaande groen in te passen en waar mogelijk uit te breiden in het nieuwe ontwerp. Dit betekent dat bij planvorming in een vroeg stadium een inventarisatie en analyse plaatsvindt van de aanwezige groenstructuren, met als doel het zo optimaal mogelijk behouden van en de functionele mix van oud en nieuw groen. Het bomenbeleid streeft naar een continu en samenhangend groen netwerk dat bijdraagt aan ecologische waarde, biodiversiteit, klimaatadaptatie en beleving. Hiermee blijft het groene karakter van de kernen gewaarborgd en wordt tegelijkertijd toekomstbestendige groenontwikkeling gestimuleerd. C. Soortkeus op basis van 10-20-30 regel (Santamour) op straatniveau en op basis van klimaatbestendige soorten in relatie tot de groeiplaats. Toelichting: De gemeente streeft naar een robuuste, biodiverse en klimaatbestendige groenstructuur. Een gevarieerde soortensamenstelling is essentieel om plagen, ziekten en klimaatstress te weerstaan. Daarom wordt bij de keuze van nieuwe bomen de 10-20-30-regel van Santamour (zie ook pagina 19) als richtlijn gehanteerd.

Dit gebeurt op de volgende manier: y Bij (her)inrichting van wijken, straten of lanen wordt deze diversiteitsregels nagestreefd; y Er wordt gewerkt met een voorkeurslijst met geschikte soorten die bijdragen aan biodiversiteit, klimaatadaptatie en leefbaarheid; y Bij kap/vervanging geen één-op-één vervanging door van exact dezelfde soort; y Gebruik vervangingsmomenten als kans om het bestand diverser te maken; y De gemeente past de 10-20-30 regel toe tot op straatniveau. Door deze richtlijn toe te passen wordt de overmatige afhankelijkheid van één type boom voorkomen, wat de veerkracht van het stedelijk- en dorpsgroen vergroot. Eensoortige lanen worden alleen toegepast vanuit cultuurhistorisch perspectief. Dat dit duidelijk is blijkt uit het analyserapport (zie bijlagenboek) waarin opgenomen staat dat zes boomsoorten (eiken, elzen, essen, berken en beuken) in goed zijn voor meer dan 50% van het totale bomenbestand.

35 | Bomenbeleidsplan 2026

Nieuwe aanplant

D. Gefaseerde vervanging van het bomenareaal. Bomen met sterk verminderde toekomstverwachting of kwaliteit worden vervangen om achteruitgang in het bomenbestand op te vangen. Toelichting: De gemeente wil het bomenbestand duurzaam in stand houden en toekomst­ bestendig maken. Om achteruitgang in kwaliteit en kwantiteit te voorkomen, wordt ingezet op een gefaseerde vervanging van bomen met een sterk vermin­ derde toekomstverwachting. Uit de analyse van het gemeentelijke bomen­ bestand blijkt namelijk dat in de huidige situatie ongeveer 20% van de bomen binnen 10 jaar uit kan vallen. Veel gemeentelijke bomen bereiken daarnaast de komende decennia hun eindfase of hebben te maken met verminderde vitaliteit door ouderdom, klimaatstress, te kleine groeiruimte of schade. Daar­ naast kunnen bepaalde boomsoorten, zoals invasieve exoten, een bedreiging vormen voor de biodiversiteit of de veiligheid. Een tijdige en gefaseerde vervanging door bijvoorbeeld inheemse, biodivers waardevolle of klimaat­ bestendige soorten, voorkomt grootschalig verlies in korte tijd en zorgt voor een gelijkmatige opbouw van leeftijden, soorten en structuren binnen het bomenbestand en een hoge biodiversiteitswaarde.

Actielijn 3: VERGROTEN

Waar mogelijk wordt het bomenbestand uitgebreid. De nadruk hierbij ligt op de wijken/kernen binnen de gemeente waar het minst voldaan wordt aan de 3+30+300 regel. Uitbreiden van het bomenbestand is een belangrijke wens van de belanghebbenden binnen de gemeente en is in verschillende beleids­ documenten, zoals de Omgevingsvisie opgenomen. Bij het vergroten van het bomenbestand wordt voldaan aan de 10-20-30 regel (soortendiversiteit), zodat het bomenbestand op een duurzame manier vergroot wordt. Tevens wordt tegelijk voldaan aan actielijn 2 voor het versterken van het bomenbestand en wordt middels een divers bomenbestand de biodiversiteit in de gemeente verbeterd. We benutten hiervoor de koppelkansen in projecten tussen bomen en water. De volgende beleidsmaatregelen zetten we in om het bomenbestand te vergroten; A. De 3+30+300 regel geldt voor vergroening en projectontwikkeling. Deze regel is van toepassing verklaard in de Omgevingsvisie. Bij reconstructies wordt deze regel aangehouden en bij ontwikkelingen getoetst. Hierbij gaat de gemeente op zoek naar ruimte voor nieuwe groene gebieden en koelteplekken. Hierbij wordt de koppeling gezocht met groen/blauwe zones. Toelichting: De gemeente zet actief in op het vergroten van de groene leefomgeving in de stad volgens de principes van de 3+30+300 regel. Dit beleid richt zich op twee hoofd ambities: 1.

Creëren en uitbreiden van grotere groene ruimtes: Het streven is om bestaande groengebieden uit te breiden en nieuwe, grotere groene zones en koelteplekken, waar dat mogelijk is, te realiseren. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt vergroening een integraal onderdeel van de planvorming. Daarnaast wordt in en rond nieuwe woonwijken actief gestuurd op het realiseren van toegankelijke uitloopgebieden en recreatief groen. Zo ontstaat een leefomgeving die uitnodigt tot bewegen, ontmoeting en natuurbeleving, en die tegelijkertijd de leefbaarheid verbetert.

36 | Bomenbeleidsplan 2026

2. Vergroten van de boomkroonbedekking in boomarme wijken en gebieden: In wijken en gebieden met weinig bomen worden actief bomen geplant om de leefbaarheid te verbeteren. Door gerichte aanplant zorgen we voor verkoeling in hete periodes, betere luchtkwaliteit en een aantrekkelijker straatbeeld. Hiermee wordt ook ingezet op een toekomstbestendig bomenbestand dat de biodiversiteit ondersteunt, de leefomgeving verrijkt en de betrokkenheid van inwoners versterkt. Het vergroten van de boomkroonbedekking leidt namelijk ook tot meer sociale cohesie in de buurt. In verschillende wijken/kernen, zoals het centrum van Voorthuizen en Centrum Barneveld, zal het voldoen aan deze regel in de praktijk misschien onmoge­ lijk zijn. In dergelijke wijken wordt geprobeerd zoveel mogelijk recht te doen aan de 3+30+300 regel. Waarden, zoals beschreven in het Klimaatadaptatie­ plan gemeente Barneveld, moeten als minimum voor de wijken aangehouden worden. B. Bomen strategisch inzetten om verkeersstructuren te begeleiden en verkeersveiligheid te verbeteren Toelichting: De gemeente zet bomen strategisch in als ruimtelijk en functioneel element binnen verkeersstructuren, zowel binnen als buiten de bebouwde kom. De inrichting van de openbare ruimte beïnvloedt het verkeersgedrag. Bomen sturen de rijbeleving van weggebruikers en helpen bij het markeren van overgangen, snelheidsregimes en zichtlijnen.

Door bomen bewust te posi­ tioneren langs wegen, op pleinen of bij kruisingen, ontstaat een duidelijke structuur en wordt het verkeersbeeld rustiger en overzichtelijker. Daarbij geldt dat verkeersveiligheid altijd leidend is in de afweging van boomlocaties en -soorten. De combinatie van functionele verkeersinrichting met vergroening en klimaatadaptatie zal leiden tot een hogere verkeersveiligheid, een verbetering van de oriëntatie en herkenbaarheid van wegen.

C. We planten bomen die zo oud mogelijk worden. Toelichting: We streven naar een toekomstbestendig bomenbestand door bij aanplant te kiezen voor boomsoorten die optimaal zijn afgestemd op de locatie én op de verwachte klimatologische omstandigheden. Het doel is om bomen een zo lang mogelijke levensduur te geven op hun plantlocatie, zodat deze langdurig bijdragen aan ecologische, klimatologische, landschappelijke en maatschappelijke waarden. Bij de keuze van boomsoorten wordt rekening gehouden met factoren als droogteresistentie, weerstand tegen ziekten en plagen, groeipotentie op de specifieke locatie, en hun bijdrage aan biodiversiteit. Ook krijgen bomen voldoende groeiruimte boven- en ondergronds, zodat deze gezond kunnen opgroeien tot volle potentie op een plek en niet voortijdig hoeven te worden verwijderd. D. Nieuwe groeiplaatsen moeten onder – en bovengronds op de juiste manier worden ingericht. Hierbij is het doel een groeiplaats in te richten waarbij de boom de mogelijkheid krijgt om minimaal 50 jaar actieve groei te vertonen. Daarbij wordt rekening gehouden met voldoende bovengrondse ruimte, doorwortelbare ruimte, aanwezigheid van kabels, leidingen en verdichting. Toelichting: De gemeente Barneveld stelt hoge eisen aan de inrichting van groeiplaatsen.

Zowel bovengronds als ondergronds moeten de omstandigheden zodanig zijn dat bomen optimaal kunnen groeien en een levensverwachting van minimaal 50 jaar actieve groei kunnen vertonen. Bij de aanleg van groeiplaatsen wordt expliciet rekening gehouden met voldoende doorwortelbare ruimte, een goede bodemstructuur en wateren luchtvoorziening. Daarnaast is aandacht voor de aanwezigheid van kabels, leidingen en mogelijke verdichting van de bodem essentieel. Dit om conflicten en groeibelemmeringen in de toekomst te voorkomen. Zo moeten de groeiplaatsen van bomen op voldoende afstand van kabels en leidingen

37 | Bomenbeleidsplan 2026

ingericht worden, zodat de bomen voldoende doorwortelbare ruimte tot de beschikking hebben om tot volle wasdom en het gewenste eindbeeld te komen. Dit is ook opgenomen in het Handboek Kabels en Leidingen van de gemeente Barneveld. Wanneer deze ruimte niet beschikbaar is, wordt maat­ werk geboden door de aanleg van voorzieningen, zoals bijvoorbeeld mantel­ buizen en wortelschermen. Door te kiezen voor ‘de juiste boom op de juiste plek met een goede groei­ plaats’ wordt uitval verminderd, treedt minder overlast zoals wortelopdruk op en blijft de boomstructuur langdurig functioneel. Daarnaast is de kwaliteit van de groeiplaats en de bovengrondse groeiplaats bepalend voor de vitaliteit en levensduur van een boom.

Actielijn 4: SAMENWERKEN

Het behouden, versterken en vergroten van het bomenbestand in onze gemeente bereiken we enkel door integrale samenwerking. Dit doen we binnen de gemeente maar ook daarbuiten met onze inwoners, bedrijven en organi­ saties. Communicatie, advisering en participatie zijn hierbij sleutelbegrippen. Belanghebbenden willen betrokken worden bij groenplannen en overlast van bomen graag beperken. Duidelijkheid in regels omtrent het snoeien en kappen van bomen helpt hierbij. Daarnaast vinden zij ook inzet op educatie, bewustwording van het belang van bomen en draagvlak voor bomen erg belangrijk. Het be­­halen van de beleidsdoelstellingen, zoals het vergroten van de boomkroonbedekking, is alleen mogelijk door nauwe samenwerking met alle partijen in de gemeente, aangezien het grootste deel van het oppervlak niet in gemeentelijk bezit is en de doelstellingen op uitsluitend gemeentelijke grond daarom niet haalbaar zijn. De beleidsmaatregelen voor deze actielijn zijn als volgt: A. Stimuleren van groen op particuliere grond: Het aanleggen en behouden en onderhouden van particulier groen en met name bomen moet worden gestimuleerd. Dit bijvoorbeeld door informatie, verplichtingen, stimuleren door beperkte subsidies of andere prikkels. Het beleid maakt duidelijk onderscheid tussen gemeentelijk en particulier groen.

Toelichting: Het vergroten van het aandeel groen in de leefomgeving is niet uitsluitend een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Ook groen op particuliere grond speelt een belangrijke rol in het versterken van biodiversiteit, het verminderen van hittestress, het vasthouden van water en het verhogen van de leefkwaliteit. Het gemeentelijk beleid maakt daarom een duidelijk onderscheid tussen gemeentelijk en particulier groen, met als doel om beide in samenhang te versterken. De gemeente zelf zorgt voor een robuuste en klimaatbestendige openbare groenstructuur en er wordt tegelijkertijd ingezet op het stimuleren van vergroening op particuliere gronden, zoals tuinen, bedrijventerreinen en erfgrenzen. De aanplant van nieuwe bomen zal naar rato onderverdeeld wordt in de aanplant van bomen op gemeentelijke grond en op particuliere grond.

De gemeente richt zich hierbij op een combinatie van voorlichting, onder­ steuning en prikkels: y Informatievoorziening over klimaatvriendelijk tuinieren, inheemse beplan­ ting en het belang van bomen in de tuin; y Subsidies en stimuleringsregelingen, bijvoorbeeld voor het verwijderen van verharding, aanplanten van bomen of het realiseren van groene erfafscheidingen; y Samenwerkingsprojecten met bewoners, wijkverenigingen, scholen en bedrijven om vergroening in de eigen omgeving te stimuleren; y Waar passend kunnen in nieuwbouwprojecten en ruimtelijke plannen verplichtingen of richtlijnen worden opgenomen voor een minimaal aandeel groen op particuliere kavels; y Bewoners informeren en betrekken bij projecten en initiatieven ten aanzien van bomen. Door actief in te zetten op vergroening van particuliere grond, versterkt de gemeente Barneveld de samenhang tussen particulier en openbaar groen, met als resultaat een groener, gezonder en robuuster woon- en leefklimaat voor alle inwoners.

38 | Bomenbeleidsplan 2026

Particulier groen en gemeentelijke groenstructuren worden met elkaar verweven

B. Samenwerking bevordert de realisatie van bomenbeleid met natuurbeherende organisaties, grootgrondbezitters, natuurwerkgroepen (bijv. IVN) en scholen. Toelichting De gemeente Barneveld hecht grote waarde aan samenwerking bij de uitvoe­ ring van haar bomenbeleid. De gemeente werkt actief samen met externe partners zoals natuurbeherende organisaties, grootgrondbezitters, natuur­ werkgroepen (zoals IVN), scholen en andere maatschappelijke partijen.

Deze samenwerking richt zich op het versterken van kennisdeling, betrok­ kenheid en gezamenlijke realisatie van projecten. De gemeente zet in op de volgende vormen van samenwerking: y Structureel overleg met natuurorganisaties en grootgrondbezitters om afstemming te zoeken over beheer, aanplant en het versterken van land­ schappelijke structuren; y Ondersteuning van natuurwerkgroepen, zoals het IVN, bij educatieve en uitvoerende activiteiten, waaronder boomplantdagen, biodiversiteits­ projecten en monitoring van bomen en flora; y Educatieve programma’s in samenwerking met scholen, gericht op bewust­ wording en betrokkenheid van jeugd bij bomen, natuur en klimaat. Hierbij worden ook praktische activiteiten zoals boomplantacties of ‘adopteer-een-boom’-initiatieven ondersteund; y Gezamenlijke projecten voor landschapsversterking op particuliere gronden, waarbij grootgrondbezitters, agrariërs en terreinbeheerders betrokken worden bij de aanplant van bomen en het herstel van groene verbindingen. Door deze partners actief te betrekken, bevordert de gemeente niet alleen de effectiviteit van het bomenbeleid, maar ook het maatschappelijk draagvlak en de lange termijnzorg voor het groene kapitaal van Barneveld. C. Creëren van draagvlak voor het bomenbeleid door het belang van bomen voor leefbaarheid en klimaatadaptatie te benadrukken.

De betrokkenheid van bewoners bij het bomenbeleid en de bewustwording van de waarde van bomen vergroten. Toelichting: Een breed gedragen bomenbeleid vraagt om actieve betrokkenheid van bewo­ ners, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden. Om draag­ vlak te creëren, richt het beleid zich op het vergroten van het bewustzijn over de waarde van bomen voor de leefomgeving, gezondheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Bomen leveren een wezenlijke bijdrage aan het tegengaan van hittestress, het vasthouden van water, het verbeteren van luchtkwaliteit en het versterken van de biodiversiteit. Tegelijkertijd zorgen zij voor een aantrekkelijke en leefbare woonomgeving.

39 | Bomenbeleidsplan 2026

Door het belang van bomen actief uit te dragen en hierover helder te com­mu­ niceren, wordt begrip en waardering gestimuleerd. Hierbij wordt ingezet op educatie, informatievoorziening en transparante communicatie over keuzes in beheer, kap en aanplant. Bewoners worden actief betrokken bij het bomen­ beleid, onder meer via inspraakprocedures, bewonersbijeenkomsten, adoptie­ projecten en burgerinitiatieven. Het beleid stimuleert initiatieven ‘van onderop’ en ziet participatie niet alleen als middel voor draagvlak, maar als kans voor gezamenlijke verantwoorde­ lijkheid en betrokkenheid bij het groene karakter van de omgeving. Op deze manier wordt het bomenbeleid niet alleen gemaakt vóór, maar ook mét de gemeenschap. Zie ook ‘Samenwerking bevorderen in de realisatie van bomen­ beleid’. (Beleidsmaatregel B) D. Onze inwoners adviseren over gemeentelijke en particuliere bomen. Toelichting: De gemeente hecht waarde aan een goede informatievoorziening en onder­ steuning van inwoners bij vragen over zowel gemeentelijke als particuliere bomen. De gemeente komt inwoners tegemoet in de advisering over bomen.

Bewoners kunnen bij de gemeente terecht voor deskundig advies of het vinden van de juiste professionele kanalen over: y De gezondheid en veiligheid van bomen; y De mogelijkheden en voorwaarden voor het kappen of verplanten van bomen; y Geschikte boomsoorten voor particuliere tuinen of erfafscheidingen; y Maatregelen bij wortelopdruk, bladval of schaduwhinder; y De meldingsprocedure bij overlast of schade door bomen. Door op deze manier te adviseren en te ondersteunen, draagt de gemeente bij aan goed onderhoud, het behoud van het groene karakter én een construc­ tieve relatie met de inwoners.

8.3 Huidig budget versus benodigd budget Investeringen en exploitatie

De financiële gevolgen voortvloeiend uit het Bomenbeleidsplan bestaan uit lasten ten behoeve van de exploitatie als ook lasten voortvloeiend uit afschrij­ vingen (investeringen). Daarnaast is er sprak van incidentele lasten (exploi­ tatie) en van structurele lasten. Voor een deel van de lasten is reeds dekking in de bestaande begroting.

Periode

Voor de investeringen in de periode 2026 t/m 2028 is reeds dekking in de bestaande programmabegroting. Deze investeringen maken deel uit van het vastgestelde MIP. Om uitvoer te geven aan het beleidsplan is daarnaast aanvullend incidenteel budget benodigd. Dit betreft budget ten behoeve van de exploitatie. Het benodigd budget bedraagt € 145.000 per jaar voor een periode van 3 jaar. Hiervan is €35.000 gereserveerd voor handhaving. Na deze periode zal het tot structurele kosten leiden die nu nog niet inzichtelijk zijn. Daarom vindt na deze periode een evaluatie plaats om te bepalen welk structureel budget nodig is voor het beheer van het bomenbestand.

Exploitatiebudgetten en structurele lasten

Onderstaande tabel geeft weer wat incidentiele exploitatie­budgetten en struc­ turele lasten, inclusief de afschrijvingen zijn. De exploitatie­budgetten zijn als incidenteel opgenomen voor de periode 2026-2027-2028.

Incidenteel exploitatiebudget

Structurele lasten (incl. afschrijvingen)

145.000

75.000

40 | Bomenbeleidsplan 2026

8.4 Strategie voor implementatie en bijstelling van beleid Tijdens de analysefase van het Bomenbeleidsplan is inzichtelijk gemaakt hoe de gemeente ervoor staat op het gebied van o.a. hittestress en de 3+30+300 regel. Op basis van deze gegevens zijn de doelstellingen en beleidsmaat­ regelen opgesteld. Deze beleidsmaatregelen zijn meetbaar gemaakt door middel van de Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s). In de tabel in hoofd­ stuk 7 is opgenomen wanneer welke KPI opnieuw gemonitord moet worden. Op basis van deze monitoring wordt de voortgang van de beleidsdoelen gemeten. Hieruit kan blijken dat we als gemeente goed op weg zijn om bepaalde doelen te halen. Echter kan ook blijken dat we achterlopen op het behalen van doelen als de 30% boomkroonbedekking. Door dit volgens het schema uit hoofdstuk 7 te monitoren, kan dan tijdig bijgestuurd worden zodat de doelen wel gehaald gaan worden. Zo kan het zijn dat er bijvoorbeeld extra beleidsmaatregelen opgesteld moeten worden om achterstanden in te halen of dat hier extra incidentele budgetten voor vrijgemaakt moeten worden.

Colofon Dit Bomenbeleidsplan is opgesteld door: Gemeente Barneveld J. Scheffers, M. Heijn, D. van Riel Pius Floris Boomverzorging T. van de Hoef, E. Pol, A.C. van Polen, F.C. Barneveld Beelden J. Pauw Vormgeving Optima Forma bv

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=81cfb69f-709e-45f2-8715-56c57af614bb