CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Bomenbeleidsplan 2026

Gemeenteraad 4 februari 2026, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bomenbeleidsplan inclusief scenariokeuze14.250 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bomenbeleidsplan 2026

Voorwoord Met dankbaarheid en trots presenteer ik u het allereerste Bomenbeleidsplan van de gemeente Barneveld. Een belangrijke mijlpaal, want hiermee is vast­ gelegd hoe we als gemeente – samen met inwoners, bedrijven en organisaties – willen omgaan met onze bomen. Nu én in de toekomst.

Toekomstbestendig bomenbestand

Waarde van bomen

Het bomenbeleidsplan is dan ook meer dan een plan: het is tevens een uit­­nodiging om samen zorg te dragen voor het groene karakter van onze gemeente. Want de bomen die we vandaag planten en beschermen, zijn het erfgoed en een gezonde leefomgeving van morgen.

En zeker met het oog op de toekomst is het belangrijk dat wij bomenbeleid hebben. De waarde van bomen is groot; bomen dragen in belangrijke mate bij aan het zuiveren van de lucht door zowel de opname van CO2, fijnstof en stikstof, maar ook door het produceren van zuurstof. Bomen dragen ook bij aan grote maatschappelijke opgaven zoals waterhuishouding, voorkomen van hittestress, versterken van ecologie en biodiversiteit. Zeker in de tijd dat er zich klimaatveranderingen voordoen, wordt de waarde en het belang van bomen nog belangrijker.

Ruim 34.000 bomen

De gemeente Barneveld is een prachtige, groene gemeente. De ruim 34.000 gemeentelijke bomen in straten en parken, samen met de ontelbare bomen in bossen. Bosstroken en particuliere tuinen dragen bij aan dit groene karakter en aan onze leefomgeving. De bomen zorgen voor schaduw, verkoeling, frisse lucht en een prettige plek om te wonen, werken en recreëren. Voor mens en dier. We hebben bomen simpelweg nodig voor een gezonde leefomgeving en gezond klimaat.

2 | Bomenbeleidsplan 2026

Met dit beleidsplan zetten we in op vier pijlers: beschermen, versterken, vergroten en samenwerken. We beschermen de bestaande bomen, versterken de kwaliteit van ons groen, vergroten het aantal bomen en werken we sámen aan een toekomstbestendig bomenbestand.

Wethouder Mijntje Pluimers-Foeken, december 2025

Inhoud 1. Inleiding

4

Inleiding

4

Aanleiding

4

Leeswijzer

5

2. Context 3.

6

2.1 Relatie met andere (beleids-)documenten

6

2.2 Input vanuit belanghebbenden

8

2.3 Overzicht van relevante wet- en regelgeving en richtlijnen 

8

2.4 Sterkte/zwakte analyse

10

Omgevingsscan gemeente

12

3.1 Omgevingsscan door NL Green-Label

12

3.2 Percentages belangrijkste scores i.r.t. het Bomenbeleid 

12

3.3 Vergelijkingen tussen wijken

16

3.4 Conclusie 

16

4. Gemeentelijk bomenbestand

17

4.1 Boomkroonbedekking

17

4.2 Groene gebieden

17

4.3 Leeftijd van het bomenbestand

18

4.4 Soortendiversiteit

19

4.5 Aanknopingspunten gemeentelijk bomenbestand

19

3 | Bomenbeleidsplan 2026

5. Visie en actielijnen

21

5.1 Bomenvisie

21

5.2 Hoe realiseren we de bomenvisie?

21

6. Strategie 

25

6.1 Ambitie tegenover huidig beleid

25

6.2 Toelichting ambitie

27

7. Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s) 8. Vervolgstappen

28 30

8.1 Implementatie strategie 

30

8.2 Maatregelen per actielijn

30

8.3 Huidig budget versus benodigd budget

40

8.4 Strategie voor implementatie en bijstelling van beleid

40

1. Inleiding Inleiding De gemeente Barneveld heeft een oppervlakte van 176 vierkante kilometer. Verspreid over deze oppervlakte staan ruim 34.000 gemeentelijke bomen en een veelvoud aan bomen die in het beheer zijn van onze inwoners, bedrijven en andere (groot-)grondbezitters. Al deze bomen staan ten dienste van de leef­ baarheid van onze verschillende kernen, wijken, buurten en het buitengebied. Want bomen zijn niet alleen mooi, maar zorgen ook voor schaduw en verkoe­ ling, verbeteren de biodiversiteit en de luchtkwaliteit in onze dorpen en het buitengebied. Daarnaast dragen bomen bij aan de gezondheid van onze in­­ woners. Dat gebeurt niet alleen door onze bossen, natuurgebieden en parken. Maar ook binnen de bebouwde kom leveren bomen een bijdrage daaraan. Om het bestaande bomenbestand te behouden, te versterken, te vergroten en achteruitgang in de toekomst te voorkomen, is dit Bomenbeleidsplan essentieel.

Aanleiding De gemeente Barneveld staat voor verschillende maatschappelijke opgaven. We hebben te maken met een grote woningbouwopgave en verschillende andere uitdagingen zoals de netcongestie, klimaatverandering en stedelijke ontwikkeling. Hierdoor komt het bomenbestand onder druk te staan. Al deze maatschappelijke opgaven zijn belangrijk en vragen om een afgewogen invul­ ling. Ook is er sprake van veranderende wet- en regelgeving.

4 | Bomenbeleidsplan 2026

Daarnaast is er een groeiende behoefte aan een duidelijke visie op het beheer, onderhoud, behoud en uitbreiding van het bomenbestand. Dit Bomenbeleids­ plan geeft richting aan de toekomst van onze bomen en zorgt ervoor dat we een gezonde, groene en aantrekkelijke leefomgeving behouden voor huidige en toekomstige generaties. Het Bomenbeleidsplan is opgebouwd uit de volgende elementen: y Visie en participatie: Ontwikkeling van een 50-jarige visie op het bomen­ beleid, waarbij we samenwerken met inwoners en organisaties om invulling te geven aan de maatschappelijke opgaven (stakeholdermanagement); y Strategie en meetbaarheid: Formulering van SMART-doelstellingen en KPI’s (Kritieke Prestatie Indicatoren) om de voortgang en resultaten van het beleid meetbaar en inzichtelijk te maken; y Monitoring en juridische verankering: Gebruik van een digitaal dashboard voor KPI-monitoring en borging van het bomenbeleidsplan via heldere regels en goede handhaving; y Vervolgstappen met een toelichting op de beleidsmaatregelen en een financiële onderbouwing. Voor het ontwikkelen van het Bomenbeleidsplan is als eerste een uitgebreide analyse uitgevoerd, waarbij alle aspecten die noodzakelijk zijn voor het plan belicht worden. De gemeente Barneveld heeft nog geen eerder vast­ gesteld bomenbeleid.

Daarom is het proces voor het ontwikkelen van een Bomenbeleidsplan gestart met het uitvoeren van een uitgebreide analyse.

Leeswijzer Hoofdstuk 2 gaat in op de context van dit plan en legt de relatie tussen dit Bomenbeleidsplan en relevante beleid- en regelgeving uit. Duidelijk wordt met welke kaders rekening gehouden moet worden en op welk beleid aangesloten wordt. Hoofdstuk 3 beschrijft de belangrijkste resultaten uit de omgevingsscan, uitge­ voerd door NL Greenlabel. Hierin is opgenomen hoe de gemeente Barneveld scoort op belangrijke thema’s als gezondheid en klimaat. In hoofdstuk 4 zijn de hoofdpunten uit de analyse van het gemeentelijke bomenbestand opgenomen. De visie, bijhorende actielijnen en beleidsmaatregelen zijn in hoofdstuk 5 opgenomen. Hieruit blijkt hoe de gemeente de komende jaren het bomen­ bestand gaat Behouden, Versterken, Vergroten en hieraan gaat Samenwerken. De strategie om dit te bereiken is beschreven in hoofdstuk 6. De strategie wordt meetbaar gemaakt in hoofdstuk 7 door middel van Kritieke Prestatie Indicatoren. De vervolgstappen met een uitgebreide beschrijving van de te nemen beleidsmaatregelen en kosten zijn opgenomen in hoofdstuk 8.

Bloeiende sierkersen geven kleur aan de omgeving

5 | Bomenbeleidsplan 2026

2. Context In dit hoofdstuk wordt uitgebreid aandacht besteed aan de context waar­ binnen dit Bomenbeleidsplan tot stand is gebracht. Er is daarbij gekeken naar de volgende elementen: y Relatie met andere beleidsdocumenten; y Input vanuit belanghebbenden; y Wet- en regelgeving en richtlijnen; y Samenvattende sterkte/zwakte analyse. In het bijlagenboek is de volledige beleidsanalyse opgenomen als onderdeel van het analyserapport.

Daarnaast is nog een aantal documenten met raakvlakken met het nieuwe bomenbeleid doorgenomen. Dit zijn: y De Algemene Plaatselijke Verordening (APV); y Opbouw van het bomenbestand; y Landschapsplan (2025); y Programmaplan Duurzaamheid (2022); y Handboek Kabels en Leidingen; y Gemeentelijk verkeer en vervoersplan (GVVP); y Gemeentelijk rioleringsplan; y Het monitoringsplan biodiversiteit.

2.1 Relatie met andere (beleids-)documenten

Relatie met de Omgevingsvisie

Om een goed beeld van het huidige beleid en de wet- en regelgeving te krijgen, is een beleidsanalyse uitgevoerd. De volgende beleidsdocumenten zijn geanalyseerd; y Omgevingsvisie Barneveld (2040); y Groenstructuurplan (2011); y Klimaatadaptatieplan (2025); y Natuurinclusief puntensysteem; y Biodiversiteitsplan (2021); y Dorpsplannen (diverse jaartallen). Bij het opstellen van dit Bomenbeleidsplan beschouwen we bovenstaande beleidsdocumenten als kaders waarbinnen we het plan opstellen.

Bij de analyse van de beleidsdocumenten is specifiek gekeken naar de Omgevingsvisie. In juli 2025 is deze Omgevingsvisie door de gemeenteraad vast­gesteld en geeft richting aan dit Bomenbeleidsplan. Onder andere de onderstaande citaten uit de Omgevingsvisie (Omgevingsvisie Barneveld 2040) zijn van toepassing is op het Bomenbeleidsplan: “Het bevorderen van vergroening in de dorpen is een kernwaarde voor de gemeente Barneveld. Dit streven omvat het creëren van een dorpslandschap verrijkt met bomen, struiken en waterpartijen. Het is belangrijk om binnen de kernen van de dorpen groene ruimtes te ontwikkelen, waar bewoners kunnen ontspannen en de natuur kunnen ervaren. Het doel is om ervoor te zorgen dat elke inwoner binnen een bereik van 300 meter toegang heeft tot groene recreatiemogelijkheden. Daarnaast hecht de gemeente veel belang aan het waarborgen van voldoende schaduwrijke ruimtes rondom de woningen, zodat elke bewoner kan genieten van een comfortabele leefomgeving.” “Gelet op de groei van de kernen streeft de gemeente ernaar mensen gemakkelijk toegang te bieden tot voldoende groen in de nabijheid. In de grotere kernen is het belangrijk dat er binnen de kern voldoende groen is, omdat de afstand tot de groene uitloopgebieden vaak groter is. Dit gaat om toevoegen van groen in bestaande wijken en projecteren van voldoende groen

6 | Bomenbeleidsplan 2026

in nieuwe wijken. Met de 3+30+300-regel als richting draagt bovendien bij aan klimaatadaptatie. Daarnaast streven we naar groene uitloopgebieden aan de randen van de kernen.” “De 3+30+300 regel is voor de gemeente richtinggevend voor de vergroening. Deze regel houdt in dat iedere bewoner vanuit hun woning drie bomen moet kunnen zien, dertig procent van het stedelijk gebied in de schaduw valt en er een mogelijkheid moet zijn voor recreatie in het groen binnen 300 meter van elke woning. Verder werkt Barneveld aan klimaatadaptatie door natuurlijke oplossingen te verkiezen. Barneveld streeft naar klimaatneutraliteit in 2050 en bevordert circulariteit door vermindering van primaire grondstoffen en hoog­ waardig hergebruik van materialen. Biodiversiteit wordt versterkt door meer groen in stedelijke en landelijke gebieden en natuurinclusief bouwen.” Uit de bovenstaande citaten blijkt dat het bomenbeleid een belangrijke rol speelt bij de invulling van de omgevingsvisie. In dit beleidsplan zijn verschil­ lende handvatten en regels vastgesteld, waarmee we aan de doelen uit de omgevingsvisie tegemoet komen. Hierdoor doet de gemeente recht aan de 3+30+300 regel en realiseert een gezonde en toekomstbestendige gemeente. 3+30+300 regel De 3+30+300 vuistregel is opgesteld door Professor C. Konijnendijk.

De regel is bedoeld om de fysieke en mentale gezondheid van mensen te bevorderen, de leefomgeving te vergroenen en een gebied meer klimaat­ adaptief in te richten op basis van de volgende 3 principes: y 3: Vanuit elke woning moeten 3 bomen zichtbaar zijn; y 30: In elke buurt moet 30% boomkroonbedekking aanwezig zijn; y 300: Een park of groengebied van hoge kwaliteit moet binnen 300 meter bereikbaar zijn.

7 | Bomenbeleidsplan 2026

Bomen spelen een belangrijke rol in de uitstraling van onze dorpen

Samenhang groenbeleid gemeente Barneveld Naast de overkoepelende omgevingsvisie is ook gekeken naar de positie van dit Bomenbeleidsplan ten opzichte van andere reeds vastgestelde of nog vast te stellen beleidsdocumenten. y Het Landschapsplan gemeente Barneveld is een bundeling van bestaand beleid en kaders waarmee nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rekening dienen te houden. Het biedt praktische principes waarmee ontwikkelingen ingepast kunnen worden in het landschap, zodat het kenmerkende karakter van het landschap op de betreffende locatie wordt versterkt; y Het biodiversiteitsplan richt zich op het borgen van biodiversiteit in beleid en uitvoering. In het plan zijn per kern van de gemeente uitgangspunten opgenomen, met als doel het behouden, ontwikkelen en versterken van de biodiversiteit in de hele gemeente. Ook is in dit document een algemene visie met betrekking tot bomen en bos opgenomen;

y Het doel van het Klimaatadaptatieplan (KAP) is om in 2050 een klimaatadap­ tieve gemeente te zijn. De algemene visie in dit document met betrekking tot bomen luidt: We behouden en versterken het bomenbestand. We willen bomen beschermen tegen onder meer kap en klimaatverandering. Dit doel heeft grote overeenkomsten met de doelen uit dit Bomenbeleidsplan, waarin gestreefd wordt naar een gezonde klimaatbestendige omgeving voor iedereen in de gemeente. Het Klimaatadaptatieplan hanteert hierbij een andere definitie voor de 3+30+300 regel: Vanuit elke woning zijn minimaal 3 stammen van bomen zichtbaar vanaf de begane grond, elke wijk heeft minstens 30% groen en vanuit elk gebouw is de afstand tot een koelteplek (200 M²) met verblijfsfunctie maximaal 300 meter​. In onderstaand schema wordt duidelijk hoe de verschillende beleids­ documenten zich tot elkaar verhouden.

Bomenbeleidsplan

Landschapsplan

(wordt momenteel opgesteld)

Omgevingsvisie Biodiversiteitsplan

Klimaatadaptatieplan

Boombeheerplan

2.2 Input vanuit belanghebbenden Ook zijn inputsessies voor het nieuwe beleid gehouden met interne en externe belanghebbenden, zoals bijvoorbeeld: y Vakafdelingen gemeente Barneveld; y Inwoners van de gemeente; y Woningstichting Barneveld;

Daarnaast is een enquête gehouden onder de inwoners van de gemeente over het bomenbeleid en bomen in de gemeente. De illustratie op de vol­gende pagina geeft de notulen weer van de bewonersbijeenkomst over dit Bomenbeleidsplan.

2.3 Overzicht van relevante wet- en regelgeving en richtlijnen In de onderstaande tekst is samenvattend de relatie van het nieuwe bomen­ beleid met wet- en regelgeving beschreven.

De hieronder genoemde wet- en regelgeving is van invloed op het beleidsplan:

De Europese-Natuurherstel Wet. De Wet verplicht lidstaten om uiterlijk eind 2030 geen nettoverlies te hebben aan stedelijke groene ruimte en boomkroon­ 1 bedekking ten opzichte van 2024. Lidstaten met al veel groen (meer dan 45% stedelijke groene ruimte en 10% boomkroonbedekking) mogen bepaalde gebieden uitsluiten. Vanaf 2031 moeten landen een stijgende trend laten zien in de totale stedelijke groene ruimte, ook via vergroening van gebouwen en infrastructuur. Deze vooruitgang wordt elke zes jaar gemeten. Ook de stede­ lijke boomkroonbedekking moet vanaf 2031 aantoonbaar toenemen totdat een bevredigend niveau is bereikt. Een beleidskader als dit Bomenbeleidsplan is van belang hierbij. In 2026 wordt deze Europese wet door het rijk vertaald naar een nationaal herstelplan. 1

8 | Bomenbeleidsplan 2026

y Waterschap Vallei en Veluwe; y Geldersch Landschap & Kasteelen.

Boomkroonbedekking: Het percentage grondoppervlak dat door boomkronen bedekt wordt. Gezien vanaf een loodrecht standpunt van boven de bomen.

Visuele notulen voortkomend uit de bewonersbijeenkomst over dit Bomenbeleidsplan

9 | Bomenbeleidsplan 2026

In de Nationale Omgevingsvisie wordt ingezet op nieuwe woningen binnen bestaand stedelijk gebied met versterking van groen-blauwe structuren. Daarbij is de inzet een menging van functies: wonen/werken/voorzieningen en voldoende groen. In de provinciale omgevingsvisie Gaaf Gelderland staat dat provincie Gelderland in 2050 klimaatbestendig wil zijn. Ook moet de provincie Gelderland dan aangepast zijn aan de gevolgen van klimaatverandering: wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingsgevaar. Het doel is dat het in 2050 goed gaat met de biodiversiteit. De biodiversiteit wordt versterkt, óók buiten de natuurgebieden. De Omgevingswet is van toepassing in gemeente Barneveld en integreert diverse regels en procedures op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu en natuurbehoud. Onder de Omgevingswet vallen bepalingen ter bescherming van houtopstanden. Dit wordt gedefinieerd als een zelfstandige eenheid van bomen, struiken of hakhout met een oppervlakte van 10 are of meer, of als een rijbeplanting van meer dan 20 bomen. Voor het kappen of beheren van derge­ lijke houtopstanden zijn meldingen en mogelijk herbeplanting vereist. De Handreiking groen in en om de stad (GIOS) van de Rijksoverheid biedt een systematiek en richtlijnen voor de borging van groen in en om de stad.

Het doel van dit document is het bieden van inhoudelijke en procesmatige handvatten om groen, gelijkwaardig aan andere thema’s binnen het ruimtelijk domein, mee te laten nemen. Uitgangspunt dat hierbij gehanteerd wordt is: “Integrale ruim­ telijke benadering van groen op basis van doelen en groenblauwe netwerken. Groen en blauw zijn in te zetten ten behoeve van de volgende doelen: y Versterken van de leefbaarheid/stimuleren van gezondheid (mentaal) = beleving van groen; y Stimuleren van gezondheid (fysiek)/bewegen/recreëren, door routes te koppelen voor fietsen en lopen aan de groenblauwe netwerken. Interessante en prettige omgeving, die stimuleert om de beweging; y Klimaatadaptatie - beperken hittestress;

10 | Bomenbeleidsplan 2026

y Klimaatadaptatie - beperken wateroverlast en droogte; y Basiskwaliteitnatuur en biodiversiteit - natuur - het bereiken en in stand houden van een divers, kenmerkend en robuust ecologisch systeem.” Deze handreiking biedt handvatten voor dit Bomenbeleidsplan. Bijvoorbeeld wanneer blijkt dat het niet mogelijk is om in bepaalde wijktypologiën doelen voor kroonbedekking te behalen. Verder biedt dit document methoden om bijvoorbeeld privaat groen in kaart te brengen. Iets wat bij latere monitoring van doelen uit dit beleidsplan toegepast kan worden. Handboek Bomen Norminstituut Bomen Het Handboek Bomen, opgesteld door het Norminstituut Bomen, omvat gestandaardiseerde kwaliteitseisen, richtlijnen en normen die van toepassing zijn bij de uitvoering van werkzaamheden in, rond en met bomen. Dit Hand­ boek is van toepassing verklaard in de gemeente wanneer er werkzaamheden rondom uitgevoerd moeten worden. Ook bij het bepalen van onder andere de ondergrondse groeiplaatsgrootte van bomen worden de richtlijnen uit dit handboek nagestreefd.

2.4 Sterkte/zwakte analyse Om onze doelen te bereiken is op basis van bovenstaande analyse en context is een sterkte/zwakte analyse uitgevoerd. Deze is mede gebaseerd op het uitgebreide analyserapport uit het bijlagenboek. Het Bomenbeleidsplan zoekt nadrukkelijk de verbinding met de uitgangspunten uit de hierboven genoemde (beleids-)plannen en Omgevingsvisie. De sterkte- en zwakteanalyse ziet er als volgt uit;

Sterke punten x De 3+30+300-regel is als richtinggevend opgenomen in de omgevingsvisie Barneveld 2040; x Natuur op particuliere terreinen wordt gestimuleerd volgens het voorkeursscenario van de omgevingsvisie; x Inwoners vinden bomen en een groene omgeving belangrijk; x Het vastgestelde biodiversiteitsplan legt een basis voor het bomenbeleid; x Het klimaatadaptatieplan biedt handvatten voor het bomenbeleid; x Het beheer van het gemeentelijke bomenbestand is recent geprofessionaliseerd, waardoor er meer inzicht in het bomenbestand is. Kansen voor het bomenbestand zijn duidelijk; x Veel wijken voldoen aan de 3 uit de 3+30+300 regel. Veel woningen kijken dus uit op 3 bomen; x Basiskwaliteit natuur is een speerpunt vanuit de Foodvalley in het Regionaal Perspectief Landelijk gebied.

Zwaktes x Er is weinig diversiteit in het Barneveldse bomenbestand waardoor 20% van het bomenbestand theoretisch binnen 10 jaar uit kan vallen; x Er is een gebrek aan groene gebieden binnen 300 meter loopafstand; x Uitloopgebieden (groene ruimtes) zitten aan de maximale capaciteit; x Weinig wijken voldoen aan 30% boomkroonbedekking, o.a. daarom is hittestress in veel buurten; x Tekort aan bomen op industrieterreinen; x Beperkte herplant na de kap van een boom; x Het huidige bomenbeleid biedt geen heldere afwegingskaders voor vergunningverlening; x Doelen als de 3+30+300 zijn niet te halen op enkel gemeentelijke grond; x De totale boomkroonbedekking van (gemeente)bomen neemt af; x Controle en handhaving op kap en herplant derden.

Kansen x Inwoners, ondernemers en grootgrondbezitters werken graag samen om doelstellingen (bijv. 3+30+300-regel) te bereiken; x Groen blauwe netwerken moeten versterkt worden, zodat deze bijdragen aan een duurzame toekomst; x Europese Nauurherstelwet verbiedt achteruitgang in boomkroonbedekking; x Nationale + provinciale omgevingsvisie bieden mogelijkheden voor het bomenbestand in de gemeente; x Het belang van bomen wordt door klimaatverandering steeds duidelijker.

11 | Bomenbeleidsplan 2026

Bedreigingen x Klimaatverandering. Hierdoor neemt o.a. de plaagdruk en droogtestress toe op het bomenbestand; x Woningbouwopgave binnen de gemeente Barneveld; x Veel claims op de openbare ruimte, zoals parkeren, kabels en leidingen, afvalinzameling etc. Deze claims zetten de ruimte voor bomen onder druk.

3. Omgevingsscan gemeente Waar we eerder keken naar relevante documenten, wet-en regelgeving en richtlijnen, nemen we ook de omgeving op verschillende manieren in ogen­ schouw. Dit hebben we toegespitst op de conclusies uit het beleidsanalyseplan en de relevante informatie voor het Bomenbeleidsplan. (De volledige beleids­ analyse is in het bijlageboek terug te vinden.)

3.1 Omgevingsscan door NL Green-Label NL Greenlabel heeft een omgevingsscan van de gehele gemeente uitgevoerd. Dit houdt in dat de gehele gemeente op dorps-/wijkniveau aan de hand van satellietbeelden en 70 databronnen geanalyseerd en beoordeeld is. Dit gebeurt op 3 hoofdthema’s te weten: klimaat, biodiversiteit en gezondheid. De thema’s zijn inzichtelijk gemaakt via een digitaal dashboard. Daarnaast is het gemeen­ telijk bomenbestand beoordeeld op onder andere conditie en soorten­ diversiteit. De omgevingsscan voorziet in een deel basisinformatie waarop de doelstellingen in dit beleidsplan gebaseerd zijn. Thema’s De hoofdthema’s waarop de kwaliteit van de omgeving is gemeten zijn: gezondheid, het aandeel bomen in groene gebieden en klimaat. Deze thema’s komen hieronder,in de tabel, terug in de vorm van de 3+30+300 regel (nodig voor een gezonde leefomgeving), vegetatie/aandeel bomen in groene gebieden en hittestress/klimaat. De 30 uit 3+30+300 regel staat gelijk aan het percentage kroonbedekking. De scores zijn op wijkniveau ingedeeld op basis van de verschillende labels uit de methode van NL Greenlabel (zie kopje labelscore’s). Labelscore’s Vergelijkbaar met het energielabel voor woningen, krijgt de gemeente in deze analyse per thema een score, uitgedrukt in de letters A t/m G.

De scores F en G komen in Barneveld niet voor, scores D en E zijn onvoldoende tot slecht (van oranje naar rood). De scores C tot en met A staan voor voldoende tot zeer goed (van geel naar lichtgroen naar donkergroen). In het onderstaande schema is te zien welke scores de verschillende wijken en buurten behalen.

12 | Bomenbeleidsplan 2026

3.2 Percentages belangrijkste scores i.r.t. het Bomenbeleid In de tabel is te zien dat er ten aanzien van de 3 uit de 3+30+300 regel (groen­ norm voor een leefbare stad) gemiddeld redelijk gescoord wordt. De sub-­ thema’s 3 bomen in de buurt en 30% kroonbedekking scoren vooral slecht in industriegebieden de Harselaar-Oost en West en in het centrum van Barneveld. Een groengebied in de buurt wordt vooral gemist in Voorthuizen in de Componistenwijk, De Maat, De Wheem en de Zeeheldenwijk, in Kootwijkerbroek West en in Zwartebroek. De score op de aanwezigheid van groengebieden van minimaal 1 hectare (benodigd formaat kwalitatieve groene verblijfsruimte) op 300 meter afstand is aanzienlijk slechter. Op het vlak van hittestress scoren veel buurten onvoldoende, maar niet echt slecht. Enkele onvoldoende scorende wijken in Voorthuizen zijn Blankensgoed, Roeleneng en De Kromme Akker. In Barneveld gaat het om De Briellaerd, De Burgt, De Lors, De Valk, Centrum, Veller, De Wheem en in Kootwijkerbroek om de wijk Kootwijkerbroek West. Dit geldt verder voor Stroe, Harselaar Oost en Harselaar West. Kijkend naar het aantal aanwezige bomen in de vegetatie (dus de hoeveelheid bomen in bijvoorbeeld een grasveld) vallen de volgende buurten in negatieve zin op in Barneveld: Veller, Barneveld Centrum, Harselaar Oost en Harselaar West.

In deze buurten waar onvoldoende of slecht gescoord wordt, ligt dan ook een ambitie voor het bomenbeleid.

In de hierop volgende tabel is opgenomen hoe de wijken per kern scoren op de 3+30+300 regel, hittestress en het aandeel bomen in het groen. De scores zijn weergegeven met cijfers van 0 tot 100, waarbij 100 goed is en 0 zeer slecht. Uitzondering hierop is de kolom over de kroonbedekking. Hierbij is 30% goed en 0% slecht.

Buurt

3 bomen A

B

Kroonbedekking (%) C

D

E

A

B

C

D

Groen (ha, 300 m) E

A

B

C

D

Hittestress E

A

B

C

Aandeel bomen D

E

A

B

C

D

Barneveld 75

Barneveld Centrum

17,7

59

30

79

50

Staatsliedenwijk

94

Vliegersveld

87

Vogelbuurt

89

De Lors

90

21

De Valk

87

24

De Koot

90

27

58

64

De Vaarst

93

30

58

68

Norschoten

92

26,4

Oldenbarneveld

87

24

Rootselaar Oost

87

24

Rootselaar West

95

24 30

21

59

69

21

69

61

22

59

71

20,1

De Burgt

75

16,8

Veller

79

15

51

12 15 31 18

59

62

19

59

62

17

62

92 72 13,2

58

58

94

De Briellared

13 | Bomenbeleidsplan 2026

66

75

30

9

57

20 53

16

55

11

53

8

E

Buurt

3 bomen A

B

Kroonbedekking (%) C

D

E

A

B

C

D

Groen (ha, 300 m) E

A

B

C

D

Hittestress E

A

B

C

Aandeel bomen D

E

A

B

C

Garderen 91

26,7

68

98

30

60

Terschuur

94

27,9

Blankenhoef

93

23,1

Voorthuizen Centrum

87

24

Princessenwijk

93

30

Haarkamp

97

24,9

84

Roeleneng

88

28,8

86

Blankensgoed

97

23,4

98

59

18

De Kromme Akker

96

24,9

92

58

17

Componistenwijk

94

25,8

21

63

18

De Maat

96

26,1

2

64

17

Garderen

60

19

Kootwijk Kootwijk

79

51

Terschuur 75

60

94

22

66

16

60

19

Voorthuizen

14 | Bomenbeleidsplan 2026

59 85

76

34 63

14 55

22

D

E

Buurt

3 bomen A

B

Kroonbedekking (%) C

D

E

A

B

C

D

Groen (ha, 300 m) E

A

B

C

D

Hittestress E

Zeeheldenwijk

95

28,5

8

De Wheem

94

27

29

De Steenkamp

93

29,1

93

24,3

98

A

B

C

Aandeel bomen D

63

E

A

B

C

D

E

22 59

20

62

18

de Glind de Glind

43

60

21

60

21

Kootwijkerbroek Kootwijkerbroek

87

Kootwijkerbroek West

84

22,8

54 15,3

0

55

12

57

19

Stroe Stroe

90

22,8

33

Zwartebroek Zwartebroek

95

24

5

60

17

Harselaar Harselaar Oost Harselaar West

15 | Bomenbeleidsplan 2026

31

7,8 26

6

33 11

44

5

47

3

3.3 Vergelijkingen tussen wijken De wijken en kernen met de hoogste waarden in de tabel bevinden zich voornamelijk buiten het dorp Barneveld, zoals Kootwijk, Garderen en de Prinsessenwijk2 in Voorthuizen. Deze buurten hebben allemaal hogere percen­ tages kroonbedekking en een relatief hoog aandeel bomen. Dit kan wijzen op een gezondere, meer duurzame stedelijke vegetatie en een potentieel lager risico op hittestress en de negatieve effecten die dit met zich meebrengt op de gezondheid van de bewoners in de wijken.

3.4 Conclusie Uit de tabel blijkt dat de wijken in de gemeente wisselend scoren op de verschillende thema’s waarop deze onderzocht zijn. Verschillende wijken scoren redelijk tot goed op boomkroonbedekking (30 uit de 3+30+300 regel). Opvallend is dat veel wijken voldoende tot goed scoren op het percentage boomkroonbedekking, maar alsnog onvoldoende scoren op hittestress. Ook scoren veel wijken onvoldoende op de aanwezigheid van groengebieden van minimaal 1 hectare (300 uit de 3+30+300 regel). Dit terwijl deze groengebieden van groot belang zijn voor onze inwoners om voldoende te kunnen bewegen, te recreëren en gezond te blijven.

2

Dit cijfer is vertekend. De wijkindeling is gemaakt op basis van data van het Centraal bureau voor de Statistiek (CBS). De CBS wijk omvat namelijk ook het Johannabos. Deze wijk is juist erg versteend. De score van de wijk zal in de praktijk zelf lager uitvallen.

16 | Bomenbeleidsplan 2026

In het buitengebied staan veel oude bomen langs wegen

4. Gemeentelijk bomenbestand

Percentage boomkroonbedekking Regel niet van toepassing

Om het bomenbeleid richting te geven, is het van belang om eerst duidelijk te hebben waar de gemeente nu staat. Zonder deze gegevens zijn er geen duide­ lijke visie en doelstellingen en concrete Kritische Prestatie Indicatoren op te stellen waarmee we de uitdagingen in het bomenbestand aan kunnen gaan. Daarom lichten we in dit hoofdstuk belangrijke aspecten waar het bomen­ beleid zich op richt toe. Deze aspecten zijn: y Boomkroonbedekking; y Groene gebieden > 1 hectare; y Leeftijd van het bomenbestand; y Soortendiversiteit.

0-4% 4-7% 8-10% 11-14% 15-18% 19-22% 23-26% 26-29% 30% of meer

Percentage boomkroonbedekking per wijk of kern

4.1 Boomkroonbedekking Dit Bomenbeleidsplan zet in op het behouden en vergroten van de boom­ kroonbedekking. Dit gaat over het percentage van een bepaald gebied dat is bedekt door de projectie van de boomkronen (de takken en bladeren van de bomen), gezien vanuit een loodrecht bovenaanzicht van een gebied. Verschil­ lende wetenschappelijke bronnen tonen aan dat een boomkroonbedekking van minimaal 30% noodzakelijk is voor een leefbare bebouwde omgeving. Dit wordt onderbouwd in het bijlagenboek door Dhr. C. Konijnendijk, opsteller van de 3+30+300 regel. De regel is alleen van toepassing in het bebouwde gebied. In de huidige situatie voldoen in Barneveld alleen de Staatsliedenbuurt, Vogelbuurt, De Vaarst en Rootselaar-West aan het minimale percentage boomkroonbedekking van 30%. Verder is dit het geval in de Prinsessenwijk in Voorthuizen en in Kootwijk. Dit is terug te zien in de afbeelding hiernaast. In de rest van de kernen en wijken in de gemeente wordt niet voldaan aan dit percentage.

17 | Bomenbeleidsplan 2026

4.2 Groene gebieden Voor een gezonde leefomgeving zijn, naast de boomkroonbedekking, meerdere factoren van belang. Zo staat de “300” uit de 3+30+300 regel voor het kunnen bereiken van een park of groene verblijfsruimte (>1 ha) binnen 300 meter wandelafstand vanaf een woning of werkplek. Op de kaart op de volgende pagina is zichtbaar waar de groene ruimtes vanaf 1 hectare in omvang zich in de gemeente bevinden. Hieruit blijkt dat deze voor een groot deel van de inwoners van de gemeente niet binnen de gestelde 300 meter te bereiken zijn, met uitzondering van de oostelijke kernen, zoals Kootwijkerbroek en Stroe. Dit blijkt ook uit de cijfers van de omgevingsscan, waarin maar 7 wijken/kernen een A-label score behalen. Rondom Barneveld en Voorthuizen zijn enkele grotere groene gebieden aanwezig. De grootste gebieden zijn het Schaffelaarbos, Oosterbos en Johannabos. Drie gebieden die volgens de beheerders al aan de maximum­ capaciteit qua recreatieve bezoekers zitten. Dit terwijl de gemeente met een grote woningbouwopgave te maken heeft, waarbij het risico groot is dat de drie gebieden ook als uitloopgebied voor recreatie beschouwd worden. Hier­ door zal de recreatiedruk verder toenemen op deze gebieden.

Buurten Groene element > 1 ha

Ligging groene gebieden vanaf 1 hectare grootte in de gemeente

4.3 Leeftijd van het bomenbestand Veel bomen groeien pas vanaf 35 jaar naar een volwassen stadium. Vanaf het volwassen stadium gaan bomen ecosysteemdiensten bieden aan de omgeving, zoals schaduw en de afvang van onder andere fijnstof. Om te profiteren van de voordelen van bomen is het dus belangrijk dat ze gezond oud worden. Een 3 boom wordt in Nederland echter gemiddeld maar 35 jaar oud . Veranderingen in de omgeving, zoals bijvoorbeeld de aanleg van nieuwe elektriciteitskabels, de herinrichting van een straat, of het aanplanten van bomen in een slechte groeiplaats zijn de grootste oorzaken hiervan.

Natuurlijk spelen hier veel factoren een rol. Zo zijn sommige wijken pas recent aangelegd of heeft er recent een renovatie in een wijk plaatsgevonden. Een goede leeftijdsverdeling (evenwichtige spreiding van het bomenbestand over alle leeftijdscategorieën), helpt bij het borgen van continuïteit in de boom­ kroonbedekking en dus in de ecosysteemdiensten die het bomenbestand levert. Een onbalans in de leeftijdsverdeling kan leiden tot uitval van een deel van het bomenbestand in een korte periode. Bij een goede leeftijdsverdeling staan er bij uitval van oude bomen genoeg andere bomen in de omgeving die de functies en waarden over kunnen nemen. Als de aanplant van nieuwe bomen pas begint nadat de oude uitgevallen zijn, zal de boomkroonbedekking een periode afnemen. Wat in onderstaande kaart opvalt, is dat de oudste bomen van de gemeente zich voornamelijk in het oosten (de Veluwe) bevinden. Het gaat hier vooral om bomen die langs de doorgaande (provinciale) wegen staan en ruimte hebben om oud te worden. De bomen op deze plekken krijgen veel minder te maken met herinrichtingen en de aanleg van nieuwe kabels en leidingen dan de bomen in de wijken en kernen van de gemeente. Dit blijkt ook uit de onder­ staande kaart waarop zichtbaar is dat de gemiddelde leeftijd van de bomen in de kernen van Stroe, Kootwijkerbroek en Kootwijk juist weer lager ligt dan in het buitengebied.

Gemiddelde leeftijd bomen in jaren

In de naast staande kaart is aangegeven wat de gemiddelde leeftijd is van de gemeentelijke bomen in de wijken en kernen van gemeente Barneveld. Hieruit blijkt dat de gemiddelde leeftijd in het grootste deel van de wijken minder dan 40 jaar is. De leeftijd van het bomenbestand zegt ook veel over het behoud van de bomen in de gemeente en de ecologische waarden van het bomen­bestand. Hierbij kan over het algemeen gesteld worden dat hoe ouder de gemiddelde leeftijd van de bomen in een wijk is, hoe beter de bomen behouden worden en hoe meer dieren en insecten gebruik van de bomen kunnen maken.

3

Bron: https://www.zuid-holland.nl/publish/pages/31796/brochure_100_bomen_voor_minimaal_100_jaar.pdf

18 | Bomenbeleidsplan 2026

0 - 20 21 - 30 31 - 40 41 - 50 > 50

De gemiddelde leeftijd van de bomen per wijk en kern

Aantal boomsoorten per buurt

4.4 Soortendiversiteit Een bomenbestand met een goede diversiteit in boomsoorten biedt vele voordelen. Zo vergroot het de biodiversiteitswaarden van de gemeente. Iedere boomsoort trekt verschillende insecten en ander leven aan. Tevens geldt onder andere dat hoe meer boomsoorten, hoe langer de perioden van bloei in een bomenbestand zijn. Dit is van belang voor veel verschillende insecten. Daarnaast maakt een goede soortendiversiteit het bomenbestand robuuster. Hoe meer boomsoorten er in een bomenbestand voorkomen, des te beter het bestand is tegen ziekten en plagen en grootschalige uitval door bijvoor­ beeld ziektes als essentaksterfte of iepziekte. Een richtinggevende regel voor de soortendiversiteit is de 10-20-30 regel van Frank Santamour. Volgens deze regel mag het bomenbestand voor maximaal 10% uit dezelfde soort bestaan (bijvoorbeeld zomereik), mag maximaal 20% van dezelfde rang zijn (bijvoor­ beeld eik) en mag maximaal 30% uit dezelfde familie komen (bijv. Fagacaea), waar alle eikensoorten onder vallen. In de naast staande kaart is de soortendiversiteit per wijk en kern opgenomen op basis van de gemeentelijke bomen. Hieruit blijkt dat de soortendiversiteit het grootst is in de Barneveldse wijken Rootselaar en de Vaarst. Het buiten­ gebied rondom Barneveld en Voorthuizen is daarnaast ook soortenrijk. Dit terwijl de overige buitengebieden soortenarm zijn.

Dit is het gevolg van het aanplanten van homogene bomenlanen langs de wegen. Verder blijkt ook uit de analyse van het bomenbestand dat dit niet voldoet aan de 10-20-30 regel. Zo vertegenwoordigen de 10 meest voorkomende boomsoorten meer dan 56% van het totale gemeentelijke bomenbestand.

7 - 10 11 - 20 21 - 30 31 - 40 41 - 50 51 - 60 61 - 70 71 - 80 81 - 90 91 - 100 101 - 110 111 - 120

Het aantal boomsoorten per wijk en kern

4.5 Aanknopingspunten gemeentelijk bomenbestand Op basis van de hiervoor beschreven aspecten, zijn verschillende aankno­ pingspunten opgesteld. Deze aanknopingspunten zijn gebruikt bij het vormen van de visie en de doelstellingen. Aanknopingspunten boomkroonbedekking: Om achteruitgang in de boomkroonbedekking te voorkomen en het percentage boomkroonbedekking in de kernen en wijken te verhogen zijn in dit beleids­ plan maatregelen opgesteld. Dit als onderdeel van het nastreven van de 3+30+300, zoals beschreven staat in de omgevingsvisie. In enkele wijktypes zal het gewenste percentage van 30% echter niet haalbaar zijn. Hier worden de 4 minimum en streefwaardes voor de wijktypes uit het GIOS gehanteerd. Voor een zoals in het GIOS benoemde volkswijk, geldt bijvoorbeeld een minimum van 22% en een streefwaarde van 26% boomkroonbedekking.

4

19 | Bomenbeleidsplan 2026

Handreiking Groen in en om de stad, zie hoofdstuk 2 context voor uitleg over het GIOS

Aanknopingspunten Groene gebieden: Het creëren van nieuwe groene ruimtes zal dan ook wenselijk zijn rondom de meeste kernen en wijken in het westelijke deel van de gemeente. Het reali­ seren van dergelijke groene oppervlakten zal echter op veel plekken moeilijk haalbaar zijn, gezien de beperkte beschikbare openbare ruimte. Het bereiken van een kwalitatieve groene verblijfsruimte binnen 300 meter van elke woning of werkplek wordt dan ook niet overal gehaald. Daarom streeft de gemeente op zijn minst naar het realiseren van nieuwe koelteplekken binnen 300 meter afstand van elke woning. De definitie hiervan staat in het Klimaatadaptatieplan beschreven als een groene ruimte van minimaal 200 vierkante meter met een gevoelstemperatuur van maximaal 35 graden Celsius. Het nastreven van deze groene gebieden en koelteplekken is essentieel voor de leefbaarheid van de gemeente. Op locaties waar voldoende groene gebieden aanwezig zijn, wordt zoveel mogelijk aangestuurd op behoud. Aanknopingspunten leeftijdsdiversiteit en soortendiversiteit: Het is belangrijk vast te stellen dat boomkroonbedekking en leeftijdsdiversiteit belangrijker is dan soortendiversiteit. Kappen ter bevordering van de leeftijden soortendiversiteit is geen doel. Voor het verbeteren van de leeftijdsdiversi­ teit worden bomen in goede ondergrondse groeiplaatsen geplant.

Ook wordt in de soortkeus voor nieuwe aanplant en vervanging rekening gehouden met soortendiversiteit.

Groenblauwe dooradering van het landschap

20 | Bomenbeleidsplan 2026

5. Visie en actielijnen In dit hoofdstuk is de visie uitgewerkt. Hierin zijn de volgende onderdelen opgenomen: y Bomenvisie, waarin de toekomstvisie voor het bomenbeleid voor de komende 50 jaar bepaald wordt. Wij begrijpen dat in dit tijdsbestek veel kan veranderen. Zo kan er bijvoorbeeld een nog onbekende bomenziekte het bomenbestand aantasten. Door regelmatige monitoring en aanpassingen aan het beleid worden ook dergelijke toekomstige problemen aangepakt; y Vier verschillende actielijnen om de doelstelling te bereiken; y De bijbehorende beleidsmaatregelen; y De strategie, welke geschreven is op basis van de actielijnen inclusief de beleidsmaatregelen; y Kritieke Prestatie Indicatoren per scenario om de doelstellingen en maatregelen meetbaar te maken.

5.1 Bomenvisie Bomen zijn onmisbaar voor onze gemeente. Ze zijn een deel van onze historie en identiteit en staan ten dienste van de leefbaarheid van onze kernen, wijken, buurten en het buitengebied. Ze verbeteren onze kwaliteit van leven, onder­ steunen een gezond ecosysteem en geven onze gemeente een groen karakter. Door in te zetten op kwaliteit en grote boomkronen richt de gemeente zich op de daadwerkelijke bijdrage van bomen aan een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving voor iedereen. Hierbij is het noodzakelijk dat bomen zoveel mogelijk behouden worden. Daarnaast zetten we in op het versterken van het bestaande bomenbestand, zodat klimaatverandering en ziekten en plagen minder vat hierop hebben. Van oudsher ligt de nadruk bij bomen vaak op het aantal geplante bomen. Dit geeft echter te weinig inzicht in de impact van bomen op hun omge­ ving. Boomkronen zijn bepalend voor de baten die bomen aan de omgeving leveren. Bomen met grote kronen bieden veel ruimte aan biodiversiteit en zorgen voor een klimaatbestendige leefomgeving. Door het vergroten van het

21 | Bomenbeleidsplan 2026

bomen­bestand zijn koelteplekken en groengebieden voor iedereen op loop­ afstand aanwezig en stimuleren zij beweging en ontmoeting. Deze klimaatbe­ stendige leefomgeving ontstaat alleen door integrale samenwerking. Het bovenstaande is samengevat in de volgende slogan, tevens de concrete doelstelling van dit Bomenbeleidsplan:

Samen behouden, versterken en vergroten voor een waardevol bomenbestand! Wij zetten ons in om de doelen en ambities vanuit dit Bomenbeleidsplan te verwezenlijken als een maatschappelijke opgave. Tegelijkertijd zijn er meer belangrijke maatschappelijke opgaven (b.v. ruimtelijke-, economische- en sociale opgaven). Dat kan betekenen dat er, na een zorgvuldige afweging, soms andere keuzes gemaakt worden dan de doelen en opgaven in dit beleidsplan.

5.2 Hoe realiseren we de bomenvisie? Wij willen samenwerken met inwoners en organisaties om hen te enthousias­ meren en te stimuleren om bij te dragen aan de maatschappelijke opgaven. Om het bomenbestand door middel van samenwerking te behouden, te versterken en te vergroten volgen we vier actielijnen. Hiermee geven we voor de komende 50 jaar richting aan het bomenbeleid. De actielijnen staan in dit hoofdstuk uitgelegd en zijn uitgewerkt in de te nemen beleidsmaatre­ gelen. De toelichting op de beleidsmaatregelen is opgenomen in Hoofdstuk 8 vervolgstappen, inclusief de concrete acties. De maatregelen hebben betrekking op gemeentelijke bomen, tenzij anders aangegeven. Voor particuliere bomen zijn de regels voor bescherming en herplant in de APV opgenomen. In de APV benoemde voorwaarden met betrek­ king tot bomen met monumentale waarde zijn mogelijk ook voor particulieren van toepassing.

Actielijn 1: BEHOUDEN Bomen worden duurzaam oud, goed beschermd en slechte groeiplaatsen worden verbeterd. Het groenareaal moet minimaal in stand gehouden worden, maar groei van het areaal is vanuit o.a. de Omgevingsvisie gewenst. Het behouden van bomen is een prioriteit in het beleid en behouden van het groenareaal is vastgelegd in de Europese Natuurherstelwet. De gemeente hecht veel belang aan het zorgvuldig onderhouden en beschermen van bestaande bomen en de groeiplaatsen, zodat bomen oud worden en volgroeien en voor unieke schuilplaatsen en voedsel voor fauna kunnen zorgen. Volwassen bomen bieden veel ecosysteemdiensten, zoals verbeterde luchtkwaliteit, het bieden van verkoeling op warme dagen en het vastleggen van CO₂. Bomen van een grotere omvang dragen meer bij aan het leveren van ecosysteemdiensten dan bomen van kleinere omvang. Daarnaast is het van belang dat onze bomen zich kunnen ontwikkelen tot een dragende structuur van het groen. Zonder behoud van ons huidige bomenbestand, worden de doelen van de overige drie actie­ lijnen niet behaald. Over de waarde van bomen gaan we inwoners informeren en we willen stimuleren dat inwoners bomen behouden en aanplanten. Om bestaande bomen te behouden en oud te laten worden, zet de gemeente de volgende maatregelen in:

ondergrondse schade aan de bomen en draagt bij aan het behoud van het bomenbestand. C. Bomen en structuren met monumentale waarde worden in kaart gebracht: Deze bijzondere klasse bomen worden vanuit de huidige APV extra beschermd. Hiervoor stelt de gemeente naast dat de bomen met monumentale waarde door de APV beschermd worden, een afwegingskader voor vergunningaanvragen en een kaart en lijst met gemeentelijke bomen met monumentale waarde op en actualiseert de gemeente het groenstructuurplan. D. Waarborgen van veiligheid, vitaliteit en duurzaamheid van gemeentelijke bomen: Veiligheid van gemeentelijke bomen staat hoog in het vaandel bij behoud van het bomenbestand. Door middel van een 3 jaarlijkse boomveiligheidscontrole van het gemeentelijke bomenbestand wordt de kans op (letsel-)schade geminimaliseerd. Door deze controles, het plegen van onderhoud en het uitvoeren van de adviezen die uit de controles naar voren komen, wordt voldaan aan de zorgplicht. Ook worden bij bestaande bomen de groeiplaatsen verbeterd. Hiermee verlengen we de vitaliteit en levensduur van bomen en krijgen bestaande bomen de kans om duurzaam oud te worden in een groeiplaats die eigenlijk ontoereikend is.

A. Ontwikkeling afweegkader omgevingsvergunning kap en herplant: Voor het kappen van een boom is in veel gevallen een omgevingsvergunning vereist. Het uitgangspunt is bomen beter te beschermen. De grens voor wanneer een boom kapvergunningsplichtig is blijft ongewijzigd. Wel worden de afwegingskaders voor het verlenen van een vergunning duidelijk gemaakt, om de diverse maatschappelijke opgaven zorgvuldig af te wegen. Het 'behouden, tenzij' principe benadrukt dat we bomen in principe willen behouden. Wanneer het belang van de aanvrager zwaarder weegt dan het maatschappelijke belang van behoud, kan een kapvergunning worden verleend. Bij verlening van een vergunning wordt een passende compensatie de standaard. B. Ondergrondse en bovengrondse bescherming: Niet alleen het bovengrondse deel van de boom (stam en kroon) maar ook het ondergrondse deel (wortelgestel en ondergrondse groeiplaats) wordt beschermd. Het beschermen van groeiplaatsen leidt tot minder

Bomen zorgen voor schaduw op fietsroutes

22 | Bomenbeleidsplan 2026

C. Soortkeus op basis van 10-20-30 regel (Santamour) op straatniveau en op basis van klimaatbestendige soorten in relatie tot de groeiplaats. D. Gefaseerde vervanging van het bomenareaal. Bomen met sterk verminderde toekomstverwachting en/of kwaliteit worden vervangen om achteruitgang in het bomenbestand tegen te gaan.

Een divers bomenbestand is beter bestand tegen ziekten en plagen

Actielijn 2: VERSTERKEN De gemeente Barneveld zet actief in op versterking van het bomenbestand door middel van soort- en leeftijdsdiversiteit, kwalitatieve herplant en goede groeiplaatsen. Dit is van groot belang bij een toekomstbestendig, robuust en veerkrachtig bomenbestand dat bestand is tegen klimaatverandering en verlies aan biodiversiteit. Bij herplant stuurt de gemeente op kwalitatieve compensatie, waarbij bomen de ruimte krijgen om boven- en ondergronds volledig tot wasdom te komen. De keuze voor de juiste boomsoorten is daarbij essentieel. Bij herinrichting van openbare of private ruimte wordt onder­ zocht of bestaande groeiplaatsen verbeterd of verruimd kunnen worden. Zo verkleinen we de risico’s op grootschalige uitval en behouden we de eco­ systeemdiensten die het bomenbestand biedt. Om het bomenbestand te versterken, nemen we de volgende maatregelen: A. Groenvoorzieningen en groene randen verbinden kernen met het omliggende landschap. Hierdoor versterkt de relatie tussen dorp en landschap. B. Bestaande groenstructuren en -elementen worden zoveel mogelijk verweven met nieuwe groene en groenblauwe structuren, met behoud van de groene uitstraling van de kernen.

23 | Bomenbeleidsplan 2026

Actielijn 3: VERGROTEN Gemeente Barneveld streeft naar een uitbreiding van het bomenbestand, waarbij in eerste instantie de nadruk ligt op de wijken en kernen binnen de gemeente waar het minst aan de 3+30+300 regel voldaan wordt. Bij de uit­breiding van het bomenbestand creëren we optimale onder- en boven­ grondse groeiplaatsen voor nieuwe bomen. Dit is van groot belang om het bomenbestand op een toekomstgerichte en duurzame manier te vergroten en het boomkroonbedekkingspercentage te verhogen. Een hoog percentage kroonbedekking is namelijk voordelig voor de gezondheid van onze inwo­ ners en de leefbaarheid van de gemeente. Omdat het bereiken van 30% boomkroon­bedekking niet op korte termijn te realiseren is, wordt in eerste instantie aangesloten op de doelstellingen van het Klimaatadaptatieplan. Hierbij worden bomen geplant in groenvakken die 30% van de oppervlakte van een ontwikkeling beslaan. In de loop der jaren nemen de bomen de 30% groen over als boomkroonbedekking. Groen zal ondertussen ook elders gerealiseerd worden. We benutten ook kansen voor samenwerkingen met organisaties en inwoners om extra bomen te planten. Om het bomenbestand te vergroten, zetten we de volgende maatregelen in: A. De 3+30+300 regel geldt voor vergroening en projectontwikkeling. Deze regel is als inspiratie en richting van toepassing verklaard in de Omgevingsvisie.

Bij reconstructies wordt deze regel aangehouden en bij ontwikkelingen getoetst. Hierbij gaat de gemeente op zoek naar ruimte voor nieuwe groene gebieden en koelteplekken. Hierbij wordt de koppeling gezocht met groen/blauwe zones. B. Bomen worden strategisch ingezet om verkeersstructuren te begeleiden en verkeersveiligheid te verbeteren. Bomen kunnen bijvoorbeeld strategisch ingezet worden om verkeer langzamer te laten rijden. Ook kunnen bomenrijen een route accentueren.

C. We planten bomen die oud kunnen worden. Bomen worden in een ondergrondse groeiplaats geplant die voldoende voeding en vocht biedt om die boom tot een volwassen exemplaar uit te laten groeien. D. Nieuwe groeiplaatsen moeten onder – en bovengronds op de juiste manier worden ingericht. Hierbij is het doel een groeiplaats in te richten waarbij de boom de mogelijkheid krijgt om minimaal 50 jaar actieve groei te vertonen. Daarbij wordt rekening gehouden met voldoende bovengrondse ruimte, doorwortelbare ruimte, kabels, leidingen en verdichting.

C. Creëren van draagvlak voor het bomenbeleid door het belang van bomen voor leefbaarheid en klimaatadaptatie te benadrukken. De betrokkenheid van bewoners bij het bomenbeleid en de bewustwording van de waarde van bomen vergroten. D. Onze inwoners adviseren over gemeentelijke en particuliere bomen. De gemeente komt inwoners tegemoet met advies rondom bomen en kapaanvragen.

Actielijn 4: SAMENWERKEN De gemeente zet in op samenwerking voor een bomenrijk Barneveld. Het behouden, versterken en vergroten van ons bomenbestand is alleen mogelijk als we dit samen doen. Door inwoners, ondernemers, grootgrond­ bezitters en (maatschappelijke) organisaties actief te betrekken bij het beleid en beheer van bomen, vergroten we het draagvlak voor duurzame keuzes en de waardering voor onze bomen. Op deze manier wordt uitbreiding naar buiten gemeentelijk grondgebied nagestreefd. Alleen wanneer we integraal samen­ werken (met particuliere eigenaren en andere grootgrondbezitters), bereiken we een hoog boomkroonbedekkingspercentage binnen de gemeente. Dit is namelijk niet enkel op gemeentelijke grond te realiseren. Met de volgende maatregelen realiseren we samenwerking aan een bomenrijk Barneveld: A. Stimuleren van groen op particuliere grond: het aanleggen en behouden en onderhouden van particulier groen en met name bomen wordt gestimuleerd. Dit doen we bijvoorbeeld door informatieverstrekking over de voordelen van bomen en stimulering van de aanplant van bomen door bijvoorbeeld het aanbieden van subsidies of andere prikkels. Het beleid maakt duidelijk onderscheid tussen gemeentelijk en particulier groen. B. Samenwerking bevorderen in de realisatie van het bomenbeleid met natuurbeherende organisaties, grootgrondbezitters, natuurwerkgroepen (bijv. IVN) en scholen.

Bomen op particuliere grond dragen veel bij aan het groene karakter van de gemeente

24 | Bomenbeleidsplan 2026

6. Strategie

6.1 Ambitie tegenover huidig beleid

Op basis van de analyse uit het bijlagenboek en de opgave vanuit de gemeente Barneveld is voor het bomenbeleid een visie en een hoofddoelstelling opge­ steld. Deze doelstelling is onderverdeeld in de vier actielijnen die we ook in de eerder beschreven visie hebben beschreven: Behouden, Versterken, Vergroten en Samenwerken. Deze actielijnen dragen, binnen het gestelde beleidskader en de beschikbare (financiële) middelen, bij aan het behalen van de hoofd­ doelstelling. Er wordt dus rekening gehouden met het gemeentelijke beleid, maar ook met het nationale en Europese beleid, zoals de Europese Natuur­ herstelwet, waarvan we in 2026 kennis zullen nemen van de uitwerking tot een nationaal herstelplan. Op deze basis is een strategie opgesteld hoe de gemeente omgaat met het bomenareaal, rekening houdend met de benodigde interne capaciteit, beleidsambitie, kennis en middelen binnen de organisatie. Aan deze strategie zijn Kritische Prestatie Indicatoren (KPI's) gekoppeld. Aan de hand van deze KPI's maken we de doelstellingen meetbaar.

In de tabellen op deze en de volgende pagina is opgenomen hoe de ambitie en de inzet van middelen volgens dit Bomenbeleidsplan zich verhouden tot de huidige situatie. Hierbij wordt voortgebouwd op de vier samenhangende actielijnen: Behouden, Versterken, Vergroten en Samenwerken.

Actielijn

Ambitie Bomenbeleidsplan

0-situatie: Huidig beleid

Gemeentelijke bomen met monumentale waarde op boombeschermingskaart, wordt extensief bijgewerkt

Bomen met monumentale waarde niet vastgelegd

Ì Heldere afwegingscriteria kapvergunning gekoppeld aan

Ì Geen duidelijke afwegings­criteria voor verlenen van

Ì Handboek Bomen is van toepassing bij werkzaam­heden rond

Ì Handboek Bomen is van toepassing verklaard bij

Ì 100% op beeld Ì Inzet op grote bomen Ì Kwaliteitsverbetering (groeiplaatsverbetering)

Ì Met het ingezette beheer wordt volledig aan de zorgplicht

Behouden Bescherming bomen met monumentale waarde

Boombescherming

boomkroonbedekking bomen

Boomonderhoud

25 | Bomenbeleidsplan 2026

kapvergunning

werkzaamheden rond bomen voor kabels en leidingen

voldaan

Ì Met de huidige financiële middelen worden achterstanden ingehaald.

Actielijn Beheer & monitoring

Vervanging bomen

Ambitie Bomenbeleidsplan

0-situatie: Huidig beleid

Ì Zorgplicht bomen 3-jarige cyclus Ì 6-jaarlijkse monitoring kroonbedekking

Ì Zorgplicht bomen 3-jarige cyclus Ì Geen monitoring kroonbedekking

Het uitgangspunt is het vervangen van 175 bomen per jaar vanuit beheersoogpunt. Dit staat gelijk aan ongeveer 1% van het bomenbestand dat vervangen wordt. Dit percentage is bepaald op basis van onder andere boomveiligheidscontroles en leeftijdsopbouw. Daarnaast wordt voldaan aan de herplantplicht.

Wordt niet voldaan aan uitgangspunt herplant

Groeiplaatsen

Groeiplaatsen inrichten met als doel minimaal 50 jaar actieve groei

Ontoereikende kaders omtrent groeiplaatsen

Soortendiversiteit

Bij herplant voldoen aan 10-20-30-regel (soortendiversiteit)

Niet voldaan aan 10-20-30-regel

Versterken

Vergroten Uitbreiding bomenbestand

Ì 30% kroonbedekking in 2075, strategische aanplant van 500 bomen in een goede groeiplaats per jaar

Ì 3+30+300-norm waar mogelijk

Ì Beperkte aanplant, achteruitgang bestaande kroonbedekking. Ì De 3+30+300-norm wordt niet gehanteerd

Landschapselementen

+10% tegen 2045 (monitoring via biodiversiteitsplan)

Geen expliciete uitbreiding

Nieuwe groengebieden

Nieuwe groene verbindingen

Huidige groengebieden worden behouden. Mogelijkheden tot vergroening worden alleen vanuit de ontwikkelingen opgepakt.

Enkele vrijwillige aanplant projecten

Basis communicatie, klachtenafhandeling

Samenwerken Draagvlak & participatie

26 | Bomenbeleidsplan 2026

6.2 Toelichting ambitie De ambitie geeft richting aan de wijze waarop de gemeente Barneveld het bomenbeleid vormgeeft en ontwikkelt. In de tabel hieronder is een samenvat­ ting weergegeven van de tabellen uit paragraaf 6.1.

Samenvatting verschil ambitie en huidige situatie: Actielijn

Ambitie Bomenbeleidsplan

Behouden

Gericht en selectief

Vergroten

Strategisch

Versterken

Gefaseerd en strategisch

Samenwerken

Gemiddeld via selectieve acties

Strategie: “Doelgerichte Groei”

Met dit Bomenbeleidsplan wordt de nadruk gelegd op het behalen van de belangrijkste doelstel­lingen met een gebalanceerde inzet van middelen en personeel. Het beleid richt zich op strategische keuzes en samenwerking met externe partijen en onze inwoners. 1. BEHOUDEN Deze actielijn richt zich op het duurzaam behouden van het bestaande bomenbestand. Gemeentelijke bomen met monumentale waarde en overige waardevolle bomen worden in kaart gebracht en actief gemonitord. Boombehoud wordt afgewogen aan diverse maatschappelijke opgaven. Daarnaast kan compensatie worden opgelegd. Groeiplaatsen worden beschermd bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het beheer richt zich op het wegwerken van snoei-achterstanden, het behouden van grote bomen, de biodiversiteitswaarden (o.a. holtes) die zij vertegenwoordigen en het jaarlijks vervangen van 175 bomen op basis van kwaliteit. Dit staat gelijk aan

27 | Bomenbeleidsplan 2026

ongeveer 0,5% van het bomenbestand dat vervangen wordt. Dit percentage is bepaald op basis van onder andere boomveiligheidscontroles en leeftijdsop­ bouw van het bomenbestand. Daarnaast wordt voldaan aan de herplantplicht. Boomkroonbedekking en biodiversiteit worden elke zes jaar gemonitord en vormen de basis voor beleid bijstelling. 2. VERSTERKEN Deze actielijn richt zich op het versterken van de kwaliteit en samenhang van het bomenbestand door groeiplaatsverbetering volgens het Handboek Bomen (beperkt maatwerk bij groeiplaatsverbetering), het creëren van groene verbin­ dingen naar het buitengebied en het beschermen van groeiplaatsen bij nieuwe ontwikkelingen. Het beheer is gericht op behoud van grote bomen, inhalen van achterstallig onderhoud en het verbeteren van de groeikwaliteit. Overlast door verkeerd geplante bomen wordt waar nodig aangepakt. Monitoring van kroonbedekking en biodiversiteit vindt eens per zes jaar plaats en stuurt bij waar nodig. 3. VERGROTEN De gemeente zet in op het vergroten van het bomenareaal door 10% uitbrei­ ding van landschapselementen tegen 2045, met speciale aandacht voor boomarme wijken en strategische locaties zoals langs watergangen. Binnen de bebouwde kom past de gemeente de 3+30+300 regel toe en de kroonbedekking moet in 2075 doorgegroeid zijn naar 30%.

Vanuit de gemeente wordt ingezet op het vergroten van de boomkroonbedekking in openbaar terrein. De rest van de toename in boomkroonbedekking dient op particulier terrein gehaald te worden. De benodigde groei van de boomkroonbedekking wordt verdeeld naar rato van de oppervlakte van openbaar en privéterrein. 4. SAMENWERKEN Bewoners worden actief betrokken bij keuzes in hun leefomgeving en parti­ culieren worden ondersteund in vergroening voor het vergroten (actielijn 3) van het bomenbestand. Particulieren worden ondersteund met plantmateriaal afgestemd op de 10-20-30 regel voor soortendiversiteit. Hierdoor vergroenen we gericht tuinen, straten, wijken en kernen met klimaatbestendige soorten. Zo wordt via samenwerking gewerkt aan het versterken (actielijn 2) en vergroten (actielijn 3) van het bomenbestand.

7. Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s) Nu duidelijk is wat de doelen, middelen en strategie van het bomenbeleid zijn, wordt in de tabellen op deze en de volgende pagina beschreven hoe deze doelen gemonitord worden. De doelen en middelen zijn beschreven aan de hand van de vier actielijnen: Behouden, Versterken, Vergroten en Samenwerken. Per actielijn wordt uitgelegd hoe het gemeentelijk beleid wordt gemonitord en wat de verschillen zijn met de situatie in 2025. Onder de strategie zijn de middelen opnieuw onderverdeeld volgens de vier actielijnen. Enkele van de eerder genoemde maatregelen uit hoofdstuk 5 betreffen echter principes die direct moeten worden toegepast in de dagelijkse praktijk. Een voorbeeld hiervan is het toepassen van de soortendiversiteit bij nieuwe aanplant. Daarom is niet elke maatregel meetbaar en is hier geen KPI voor opgenomen in dit hoofdstuk. In onderstaande tabel worden de meetbare KPI’s weergegeven. Vanuit monitoring en bijstellingen aan het beleid KPI’s hoger of lager ingezet worden.

KPI's

Ambitie Bomenbeleidsplan

Oude bomen kunnen goed ingepast worden bij nieuwbouwprojecten

0-situatie: Huidig

Behouden Registratie bomen met monumentale waarde en waardevolle bomen Monitoring kap en herplantplicht

Ì 4-jaarlijks inventarisatie en monitoring Ì Alleen gemeentelijke bomen Ì Aantal gekapte bomen inzichtelijk maken Ì Steekproef handhaving herplantplicht

Geen inventarisatie

Ì Aantal gekapte bomen inzichtelijk maken Ì Geen handhaving uitgangspunt herplant

Boomonderhoud en gewenst boombeeld

100% op beeld

Achterstallig

Monitoring conditie bomenbestand

3-jaarlijks (Omlooptijd BVC)

Geen monitoring

28 | Bomenbeleidsplan 2026

KPI's

Ambitie Bomenbeleidsplan

0-situatie: Huidig

Monitoring soortendiversiteit (10-20-30-regel)

6-jaarlijks

Geen monitoring

Monitoring percentage vervangen bomen uit beheersoogpunt

Streefdoel 0,5% per jaar vervanging. Monitoring elke 4 jaar

Geen actieve vervanging

4-jaarlijkse monitoring van nieuwe groene verbindingen.

Geen monitoring

Versterken

Vergroten Monitoring toename opp. nieuwe groengebieden Monitoring toename boom kroonbedekking

Monitoring toename landschapselementen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=81cfb69f-709e-45f2-8715-56c57af614bb