CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Visie Sociaal Domein gemeente Barneveld 2040

Commissie Samenleving 24 september 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: Raadsagenda: Visie Sociaal Domein gemeente Barneveld 204032.636 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Meer groepsaanbod, zoals Centering Parenting (groepsgewijze consultatiebureaus waarbij het eigen netwerk van ouders wordt versterkt), is gewenst. Ook willen we de samenwerking van de JGZ met lokale partners in het medisch en sociaal domein versterken. De komende jaren werken we vanuit de Omgevingsvisie aan een leefomgeving die gezond, veilig en inclusief is. We willen een omgeving creëren die uitnodigt tot bewegen, gezonde voeding, mentale veerkracht en sociale ontmoeting. Dit doen we onder andere door het ontwikkelen van een ‘maatlat Gezond en Toekomstbestendig’ en een ‘Barcode voorzieningen’, waarmee we gezondheid en leefkwaliteit beter kunnen meewegen in ruimtelijke keuzes. Ook zetten we, onder meer via ons klimaatadaptatiebeleid, in op meer groen en het tegengaan van hittestress. Daarnaast willen we gezondheidsvaardigheden versterken en gezondheidsachterstanden

48 | Samen zorgzaam en verbonden • Visie Sociaal Domein gemeente Barneveld 2040

inhoud

verminderen door meer te doen voor kansengelijkheid tussen wijken en buurten. Mentale gezondheid zien we voor de komende jaren als een belangrijk ontwikkelpunt. Als onderdeel van onze wettelijke taak zetten we in op suïcidepreventie. Samen met de GGD en andere partners zorgen we voor betere signalering, maken we psychisch lijden bespreekbaar, benutten we netwerken zoals scholen, sportclubs en welzijnsorganisaties, en bieden we tijdige ondersteuning. We gebruiken hierbij de kennis van 113 Zelfmoordpreventie. Daarnaast gaan we in de gemeente Barneveld actief aan de slag met het versterken van mentale gezondheid, in lijn met het Integraal Zorgakkoord (IZA). Dit vraagt om nieuwe vormen van samenwerking tussen gemeenten, huisartsen, ggz en andere partners. We bouwen aan een mentaal gezondheidsnetwerk met laagdrempelige ondersteuning, zoals herstelnetwerken, steunpunten in de wijk en het verkennend gesprek. Zo dragen we bij aan het terugdringen van wachttijden en het voorkomen van zwaardere problematiek. Ook sluiten we aan bij de bredere transformatie die het IZA vraagt: meer focus op preventie en een sterke verbinding tussen zorg en sociaal domein. Omdat de gemeente Barneveld op het grensvlak van twee IZA-regio’s ligt, vraagt dit extra afstemming.

In lijn met landelijke afspraken gaan we ook in Barneveld aan de slag met het uitrollen van zogenoemde basisfunctionaliteiten18: laagdrempelige voorzieningen die mensen helpen op tijd de juiste ondersteuning te vinden. De ambulancedienst heeft al langere tijd onze aandacht door de oplopende aanrijdtijden. Hoewel de gemeente niet verantwoordelijk is voor de financiering van de ambulancedienst en de kwaliteit niet alleen aan de aanrijdtijden valt af te meten, zien wij dit als een belangrijk aandachtspunt. Daarom blijven we nauw samenwerken met de VGGM om de prestaties te verbeteren en bieden waar nodig onze volledige steun om dit te verbeteren. Tot slot zetten we meer in op het gebruik van de data van gezondheidsmonitors binnen de gemeente, vooral om wijk- en buurtgericht gezondheidsverschillen te verkleinen.

18

Informele zorg en zelfredzaamheid Wettelijke kaders Wet Maatschappelijke Ondersteuning (2015) Toelichting beleidsterrein De gemeente ondersteunt inwoners bij het inzetten van hun eigen kracht en netwerk. Hieronder vallen algemene vrij toegankelijke voorzieningen, zoals: • De ondersteuning en waardering van mantelzorgers. • Het stimuleren van lotgenotencontact. • Het tegengaan van eenzaamheid en de ondersteuning van mensen met psychosociale klachten via welzijnsactiviteiten. • Laagdrempelige en collectieve ondersteuning die bijdraagt aan zelfredzaamheid, het voorkomen van sociaal isolement en eenzaamheid en het ondersteunen van een stabiele leefsituatie, zodat mensen langer thuis kunnen blijven wonen. • Het bevorderen en ondersteunen van vrijwilligerswerk. Draagt bij aan de volgende doelen • Meer inwoners ontmoeten elkaar en ondernemen samen activiteiten. • Er is meer verbinding tussen verschillende groepen in de samenleving. • Meer inwoners weten zich zelfstandig te redden met behulp van hun eigen netwerk. • Problemen worden vaker genormaliseerd en binnen de gemeenschap opgelost. • Inwoners krijgen beter passende en op elkaar afgestemde ondersteuning, doordat het sociaal en medisch domein beter op elkaar aansluiten. Ontwikkelrichting beleid De gemeente Barneveld heeft een sterk sociaal netwerk met veel vrijwilligers en mantelzorgers. Deze kracht willen we behouden.

Hoewel er veel laagdrempelige ondersteuning is, sluit dit niet altijd aan bij de wensen van een nieuwe generatie ouderen. Door het grote aantal aanbieders ontstaat er bovendien soms overlap en versnippering. Daarnaast voelen sommige groepen zich minder welkom of nemen zij minder deel aan georganiseerde activiteiten.

Basisfunctionaliteiten: domeinoverstijgende ketenaanpakken zoals valpreventie, aanpak van overgewicht bij volwassenen en laagdrempelige steunpunten voor mensen met psychische problematiek, die gemeenten helpen bij de transformatie van zorg naar gezondheid. En daarnaast gaat het over de organisatie van de benodigde infrastructuur zoals lokale teams en coördinatie op de uitvoering.

49 | Samen zorgzaam en verbonden • Visie Sociaal Domein gemeente Barneveld 2040

inhoud

Om beter aan te sluiten, willen we het aanbod dichter bij de mensen organiseren, met meer coördinatie tussen aanbieders. De rol van professionals verschuift naar minder uitvoering en meer ondersteuning van vrijwilligers en netwerkvorming. Dit betekent ook dat we van subsidieontvangers verwachten dat zij een meer faciliterende en ondersteunende rol aannemen en alleen zelf organiseren als het niet anders kan. Ook mantelzorgondersteuning verdient aandacht. In de gemeente Barneveld is een kwart van de mantelzorgers zwaar belast of overbelast. Vooral werkende mantelzorgers en mantelzorgers met een migratieachtergrond worden nog onvoldoende bereikt met mantelzorgondersteuning en daar willen we daarom extra op inzetten. Tot slot willen we inclusie versterken binnen vrijwilligersinitiatieven, zodat iedereen kan meedoen, ongeacht achtergrond of levensfase.

Maatschappelijk werk Wettelijke kaders Niet van toepassing Toelichting beleidsterrein De gemeente faciliteert kortdurende laagdrempelige praktische coaching, begeleiding en/of ondersteuning bij psychosociale en maatschappelijke problemen. Het doel is het bevorderen van participatie en zelfredzaam bij mensen met een beperking of een psychosociale hulpvraag. Onder maatschappelijk werk vallen diverse producten, zoals: Algemeen Maatschappelijk Werk en Thuiscoaching. Draagt bij aan de volgende doelen • Meer inwoners weten zich zelfstandig te redden met behulp van hun eigen netwerk. • Meer inwoners ervaren financiële rust. • Problemen worden vaker genormaliseerd en binnen de gemeenschap opgelost. • Inwoners krijgen beter passende en op elkaar afgestemde ondersteuning, doordat het sociaal en medisch domein beter op elkaar aansluiten.

19

Ontwikkelrichting beleid De gemeente zet zich in voor het versterken van de mentale gezondheid van inwoners, in lijn met het Integraal Zorgakkoord (IZA). Maatschappelijk werk speelt hierin een sleutelrol als laagdrempelige en toegankelijke voorziening in het sociaal domein. De samenwerking tussen de diverse subsidiepartners verloopt over het algemeen soepel. Organisaties bieden ondersteuning op een manier die aansluit bij hun eigen expertise wat zorgt voor een breed en gevarieerd aanbod en aansluit bij de vragen van inwoners. Tegelijkertijd is er ruimte voor verbetering. De diversiteit in het aanbod leidt soms tot overlap, versnippering en onduidelijkheid voor zowel inwoners als professionals. Dit vraagt om meer regie en betere coördinatie. De gemeente onderzoekt daarom of, net als bij de Wmo, een passende eigen bijdrage mogelijk is. Daarnaast wordt de samenwerking met de eerstelijnszorg19 versterkt. Steeds vaker hebben medische problemen een sociale oorzaak, zoals schulden, eenzaamheid of relationele spanningen. Dit vraagt om een grotere rol van het sociaal domein, waarin maatschappelijk werk een verbindende schakel vormt tussen zorg en ondersteuning. Door deze samenwerking te intensiveren, kunnen inwoners sneller en effectiever geholpen worden, met oog voor zowel hun medische als sociale situatie.

Om maatschappelijk werk toekomstbestendig te maken, zet de gemeente in op verdere ontwikkeling. We willen beter leren van signalen uit de praktijk: terugkerende individuele hulpvragen kunnen aanleiding zijn voor collectieve oplossingen of beleidsaanpassingen. Daarnaast vragen de toenemende aantallen en complexiteit van casussen, mede veroorzaakt door wachttijden in de ggz, woningnood, scheidingen en bemoeizorg, om innovatieve vormen van ondersteuning. Daarom wordt ingezet op blended hulpverlening (digitaal én persoonlijk) en collectieve ondersteuning waar mogelijk. Door beter te sturen op heldere doelen en resultaten, zorgen we ervoor dat de ondersteuning effectief en passend blijft.

Eerstelijnszorg: de zorg waar mensen direct terechtkunnen zonder verwijzing van een specialist. Voorbeelden zijn de huisarts, fysiotherapeut, apotheek, tandarts, wijkverpleegkundige.

50 | Samen zorgzaam en verbonden • Visie Sociaal Domein gemeente Barneveld 2040

inhoud

Passend onderwijs Wettelijke kaders Leerplichtwet (1969) Wet educatie en beroepsonderwijs (1996) Wet op het primair onderwijs (1998) Wet op de expertisecentra (2003) Wet passend onderwijs (2014) Jeugdwet (2015) Wet op het voortgezet onderwijs (2020) Wet tijdelijke nieuwkomersvoorziening (2023) Verwachtte wijzigingen • Naar verwachting treedt in 2026 de Wet terugdringen schoolverzuim in werking. Gemeenten krijgen hierin een grotere rol in het voorkomen en aanpakken van schoolverzuim. Er wordt meer samenwerking gevraagd met scholen en gemeenten, met nadruk op vroegsignalering en het beperken van langdurige vrijstellingen van de leerplicht. • In 2026 volgt de Wet van school naar duurzaam werk. Deze wet versterkt de rol van gemeenten in de begeleiding van jongeren tot 27 jaar met

een afstand tot de arbeidsmarkt. Gemeenten worden verantwoordelijk voor preventieve en passende ondersteuning richting werk of opleiding, in nauwe samenwerking met scholen en Doorstroompunten, binnen een verplicht regionaal programma. Toelichting beleidsterrein De gemeente zet zich in voor een samenhangende aanpak rondom de ontwikkeling, ondersteuning en participatie van kinderen en jongeren in het onderwijs. Daarbij is een goede samenwerking tussen onderwijs, jeugdhulp en andere betrokken partners essentieel. De inzet is gericht op: • Onderwijs-zorg samenwerking: via zorgteams, overlegstructuren, schoolmaatschappelijk werk en integrale ondersteuning wordt gewerkt aan passende hulp voor leerlingen met psychosociale problemen of gedragsproblemen. Het doel is om belemmeringen voor ontwikkeling en schooldeelname zo vroeg mogelijk te signaleren en gezamenlijk aan te pakken.

51 | Samen zorgzaam en verbonden • Visie Sociaal Domein gemeente Barneveld 2040

inhoud

• Verzuimaanpak en thuiszitters20 : de gemeente heeft de taak om ervoor te zorgen dat alle leer- en kwalificatieplichtige jongeren onderwijs kunnen volgen. Dit draagt bij aan het voorkomen van voortijdig schoolverlaten en het creëren van kansen voor de toekomst. In samenwerking met scholen, ouders, gespreksvoerders en zorgpartners wordt gewerkt aan het voorkomen van schoolverzuim en het realiseren van passend aanbod voor thuiszitters of voortijdig schoolverlaters21. • Passende routes naar participatie: in complexe situaties wordt domeinoverstijgend samengewerkt om jongeren weer perspectief te bieden op onderwijs, werk of andere vormen van maatschappelijke deelname. • Nieuwkomersonderwijs: de beschikbaarheid en toegankelijkheid van onderwijs voor leerplichtige nieuwkomers (zoals statushouders, asielzoekers en vluchtelingen). • Leerlingenvervoer: bekostiging van vervoersvoorzieningen naar onderwijs voor kinderen die dat vanwege structurele handicap/ beperking niet zelfstandig kunnen. We werken daarbij aan de ontwikkeling van het zelfstandig reizen door leerlingen. De gemeente heeft hierin een regierol en werkt nauw samen met scholen, leerplicht, jeugdhulp, de samenwerkingsverbanden, Passend Onderwijs en andere ketenpartners. Draagt bij aan de volgende doelen • De kansengelijkheid tussen wijken en buurten is toegenomen.

• Meer kinderen en jongeren groeien op in een kansrijke omgeving. • Meer inwoners hebben voldoende ontwikkelkansen. • Problemen worden vaker genormaliseerd en binnen de gemeenschap opgelost. Ontwikkelrichting beleid Er is een goede samenwerking tussen onderwijs en ondersteuning om kinderen en jongeren passend onderwijs te bieden en te ondersteunen bij opgroeiproblemen. Dit gaan we voort zetten. Door gesprekken met samenwerkingsverbanden en schoolbesturen ontstaat inzicht in de basisondersteuning die scholen bieden. De extra

hulp sluit hier steeds beter op aan. Ook wordt geëvalueerd of het koppelen van gespreksvoerders aan scholen effectief is, en of deze samenwerking moet worden voortgezet, uitgebreid of gestopt. Op elke school wordt het team rondom de jeugdigen versterkt: leerkrachten, gespreksvoerders, CJG, GGD en andere professionals werken samen en blikken jaarlijks terug op hun samenwerking. Deze inzet kan per school verschillend zijn, afhankelijk van wat er nodig is per school, wijk of buurt. Het CJG speelt een belangrijke rol in het informeren van onderwijsprofessionals over beschikbare ondersteuning, waardoor leerkrachten minder vaak ouders doorverwijzen naar huisartsen en meer hulp binnen de school geboden kan worden. Zo sturen we op meer preventieve inzet. Tot slot wordt onderzocht of en hoe jongerenwerk verbonden kan blijven aan het voortgezet onderwijs. Zo ontstaat een gezamenlijke aanpak die jongeren ondersteunt op school, thuis en in de buurt. De inzet op zelfstandig leren reizen is succesvol en verdient continuering. Samen met vervoersaanbieders zoeken we naar oplossingen om leerlingen zelfredzamer te maken. En dat willen we verder doorontwikkelen, niet alleen om de kosten beheersbaar te maken, maar vooral omdat dit bijdraagt aan de positieve ontwikkeling en zelfstandigheid van jeugdigen. Daarnaast gaan we een omslag maken van schoolafwezigheid naar schoolaanwezigheid.

Dit betekent dat we leerlingen die om uiteenlopende redenen niet (regelmatig) naar school gaan, begeleiden naar een stabiel en actief schoolbezoek. Door samenwerking tussen school, ouders en hulpverlening wordt gezocht naar passende ondersteuning, zodat de leerling zich veilig voelt en weer kan deelnemen aan het onderwijs.

20

Thuiszitters: leerplichtige kinderen en jongeren die niet naar school gaan, ondanks dat ze wel ingeschreven staan op een school. Ze zijn langdurig afwezig. Dit kan verschillende oorzaken hebben, zoals medische problemen, sociaal-emotionele uitdagingen of een gebrek aan passend onderwijs.

21

Voortijdig schoolverlaters: jongeren die het onderwijs verlaten zonder een diploma op minimaal mbo-2-, havo- of vwo-niveau.

52 | Samen zorgzaam en verbonden • Visie Sociaal Domein gemeente Barneveld 2040

inhoud

Preventief jeugdbeleid Wettelijke kaders Wet op het primair onderwijs (1985) Jeugdwet (2015) Wetsvoorstel Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (2025) Wetsvoorstel Reikwijdte van de jeugdhulpplicht (2025) Toelichting beleidsterrein Preventief jeugdbeleid richt zich op het voorkomen van problemen bij kinderen en jongeren voordat ze ontstaan. Dit beleid omvat diverse maatregelen en activiteiten die bijdragen aan een gezond, veilig en kansrijk opgroeien. Belangrijke onderdelen van het preventief jeugdbeleid zijn: • Maatschappelijke organisaties: organisaties zoals het CJG vervullen een cruciale rol in het ondersteunen van kinderen, jongeren, ouders en professionals met vragen over opvoeden en opgroeien. • Kansrijke Start: een integrale aanpak voor een gezonde en veilige start in de eerste 1.000 dagen van een kind, met samenwerking tussen geboortezorg, medisch domein en sociaal domein. • Onderwijsachterstandenbeleid (OAB): voorkomen en verminderen van taal- en ontwikkelachterstanden bij kinderen van 0 tot en met 13 jaar, met voorschoolse educatie en extra ondersteuning op scholen. Er is een jaarlijks wettelijk verplicht overleg met kinderopvang en schoolbesturen om afspraken te maken over onderwijsachterstanden (het LEA22). • Platform Jeugd: aanpak van gemeente, onderwijs en preventieve partners om samen te kijken wat jongeren nodig hebben om zich goed te kunnen ontwikkelen.

• WISE-aanpak: gebaseerd op het IJslandse preventiemodel, gericht op het creëren van een gezonde omgeving voor jongeren, het voorkomen van middelengebruik en het verbeteren van mentaal welbevinden. • Jongerenwerk: laagdrempelig contact en begeleiding van jongeren, gericht op preventie, talentontwikkeling en veiligheid. Aanwezigheid in de openbare ruimte, op school, thuis en bij (sport) verenigingen. • Collectieve voorlichting: voorlichting over opgroeien en opgroeien voor opvoeders, professionals of jeugdigen. Bijvoorbeeld over slapen, pubertijd, mediawijsheid of middelengebruik.

22

Draagt bij aan de volgende doelen • Meer inwoners ontmoeten elkaar en ondernemen samen activiteiten. • Meer inwoners weten zich zelfstandig te redden met behulp van hun eigen netwerk. • Er is meer verbinding tussen verschillende groepen in de samenleving. • De kansengelijkheid tussen wijken en buurten is toegenomen. • Meer kinderen en jongeren groeien op in een kansrijke omgeving. • Meer inwoners hebben voldoende ontwikkelkansen. • Meer inwoners, van jong tot oud, voelen zich vitaal en gezond. • Problemen worden vaker genormaliseerd en binnen de gemeenschap opgelost. • Inwoners krijgen beter passende en op elkaar afgestemde ondersteuning, doordat het sociaal en medisch domein beter op elkaar aansluiten. • Meer inwoners kunnen zelfstandig thuis (blijven) wonen met waar nodig ondersteuning, ontmoeting en hulp dichtbij. Ontwikkelrichting beleid In Barneveld is al een stevige basis gelegd voor preventief jeugdbeleid. We hebben betrokken professionals, een goed functionerend netwerk van partners en initiatieven zoals de WISE-aanpak en Kansrijke Start die hun waarde hebben laten zien. Hier bouwen we op voort.

Om meer impact te hebben breiden we waar mogelijk de WISE-aanpak uit naar een bredere leeftijdsgroep en richten we ons op meer collectieve ondersteuning binnen Kansrijke Start, waardoor we het netwerk rond jonge ouders versterken zonder altijd direct professionele hulp in te schakelen. Daarnaast willen we de signaleringsrol van jongerenwerkers beter benutten, bijvoorbeeld door samen te werken met veiligheidspartners en het onderwijs, om problemen vroegtijdig te herkennen en aan te pakken. Hoewel er in de gemeente een sterke basis is, zien we dat niet alle kinderen en jongeren dezelfde startpositie hebben. Daarom kiezen we bewust voor een ongelijk inzet: buurten met moeilijkere omstandigheden krijgen meer aandacht. Dit vraagt om nauwere samenwerking tussen bijvoorbeeld jongerenwerk, onderwijs, maatschappelijk werk, gezondheid en veiligheid, om vanuit één aanpak kansen te vergroten. Daarnaast blijven we inzetten op kwalitatief goede peuteropvang (VVE). Ook zetten we extra in om de doorgaande lijn van peuteropvang naar de basisschool te versterken.

Lokaal Educatieve Agenda (LEA): een wettelijk verplicht samenwerkingsverband tussen gemeenten, scholen en andere partners om afspraken te maken over het lokale onderwijsbeleid en de ondersteuning van leerlingen.

53 | Samen zorgzaam en verbonden • Visie Sociaal Domein gemeente Barneveld 2040

inhoud

Problemen kunnen en hoeven niet altijd door hulp of ondersteuning te worden opgelost; we richten ons meer op het normaliseren van zorgen en het versterken van het netwerk rond gezinnen. Het is belangrijk dat inwoners elkaar kennen en elkaar kunnen vinden. Daarom willen we de komende jaren als gemeente het accent wat verleggen en een meer ondersteunende en verbindende rol aannemen. Dit geldt ook voor de partners die we subsidie geven. In plaats van alles zelf te organiseren, willen we initiatieven van inwoners, en organisaties met elkaar verbinden en versterken als dat nodig is. Zo dragen we bij aan een sterke gemeenschap waar volop informele hulp en ondersteuning wordt geboden. In het Platform Jeugd zetten we in op verdere samenwerking met het onderwijs en jeugd, om daarmee blijvende impact voor kinderen te maken. Ook zullen we het Platform Jeugd blijven gebruiken om jaarlijks onze wettelijke verplichte LEAonderwerpen te bespreken. Vanuit het lokaal plan Hervormingsagenda Jeugd 2025-2028 richten we ons met betrekking tot preventief jeugdbeleid op de volgende actielijnen: • Versterken van de pedagogische basis: focus op opvoeden met kennis over de normale ontwikkeling van kinderen en jongeren en op wat de jeugdige wel kan, in plaats van uitgaan van problemen of een tekort.

Dit omvat ook de inzet op het meer en beter benutten van het informele netwerk en ondersteuning bij relaties en scheidingen om de gevolgen voor jeugdigen te verminderen. • Versterken van samenwerking tussen onderwijs en ondersteuning: bevorderen van samenwerking tussen scholen, jeugdhulp en ondersteuning om jeugdigen beter te helpen. Wijkgericht werken wordt ingezet om verschillen tussen wijken en buurten te verminderen.

Geïndiceerde jeugdhulp Wettelijke kaders Jeugdwet (2015) Wetsvoorstel Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (2025) Wetsvoorstel Reikwijdte van de jeugdhulpplicht (2025)

Toelichting beleidsterrein Het doel van jeugdhulp is om jeugdigen en gezinnen met opgroei- of opvoedproblemen tijdelijk te ondersteunen, zodat zij zich goed kunnen ontwikkelen en veilig kunnen opgroeien. De gemeente zorgt voor de toegang tot jeugdhulp, de inkoop van voorzieningen, de regie over de hulpverlening en het monitoren van de resultaten. Daarin werken we samen met huisartsen, onderwijs en lokale partners. Geïndiceerde jeugdhulp omvat onder andere: • Ambulante hulpverlening: begeleiding of behandeling aan huis of op locatie. • Verblijf in een pleeggezin of jeugdzorginstelling: wanneer thuis wonen niet mogelijk is. • Jeugd-ggz: geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen. • Jeugdbescherming en jeugdreclassering: maatregelen voor jeugdigen in onveilige situaties of met justitiecontact. • Ondersteuning bij persoonlijke verzorging: hulp bij dagelijkse handelingen voor jeugdigen met een beperking. De gemeente beoordeelt de noodzaak en effectiviteit van voorzieningen en kijkt naar wat de jeugdige en het gezin zelf kunnen met hulp van hun netwerk of algemene voorzieningen. Draagt bij aan de volgende doelen • Meer inwoners weten zich zelfstandig te redden met behulp van hun eigen netwerk. • Meer kinderen en jongeren groeien op in een kansrijke omgeving. • Meer inwoners ervaren financiële rust. • Meer inwoners hebben voldoende ontwikkelkansen.

• Problemen worden vaker genormaliseerd en binnen de gemeenschap opgelost • Meer inwoners kunnen zelfstandig thuis (blijven) wonen met waar nodig ondersteuning, ontmoeting en hulp dichtbij. Ontwikkelrichting beleid In de gemeente Barneveld ligt het aantal jongeren dat jeugdhulp ontvangt onder het landelijk gemiddelde. Bovendien groeit dit aantal minder snel dan in de rest van het land. Maar ook in Barneveld zien we een intensiever gebruik van jeugdhulp (meer uren per week) en dat hulp langer duurt. Dit zorgt voor hogere kosten. Om dat tij te keren, richten we ons in het lokaal

54 | Samen zorgzaam en verbonden • Visie Sociaal Domein gemeente Barneveld 2040

inhoud

plan Hervormingsagenda Jeugd 2025-2028 met betrekking tot geïndiceerde jeugdhulp op de volgende actielijnen: • Effectieve jeugdhulp en bevorderen door- en uitstroom: zorgen voor efficiënte jeugdhulp door kostenbewustzijn, monitoring en groepsgerichte begeleiding. • Versterken van de toegang tot geïndiceerde jeugdhulp: verbeteren van de toegang tot jeugdhulp door actieve regie en samenwerking met huisartsen. Dit helpt om jeugdigen sneller en effectiever te ondersteunen. • Zo thuis mogelijk: voorkomen van uithuis­ plaatsingen en zorgen voor passende woonplekken dichtbij huis voor jeugdigen die niet thuis kunnen wonen. Dit draagt bij aan een stabiele en veilige omgeving voor jeugdigen. We willen de afname van jeugdbeschermingsmaatregelen vasthouden. Door tijdige signalering en samenwerking met netwerk en omgeving kunnen zwaardere trajecten worden voorkomen. De regio Food Valley werkt aan een ambitieuze toekomstvisie voor jeugdhulp, met 2040 als stip op de horizon. Deze visie vormt ook voor Barneveld een belangrijke leidraad in de verdere ontwikkeling van ons beleid. We sluiten aan bij de regionale beweging richting meer samenwerking, veerkracht en het versterken van de leefomgeving van kinderen en gezinnen. Daarbij hoort ook aandacht voor bestaanszekerheid. Specialistische hulp zetten we alleen in als het echt nodig is, en op een manier die past bij het leven van het kind.

We ontwikkelen richting meer collectieve oplossingen en zien aanbieders van jeugdhulp hierbij als actieve partners in deze maatschappelijke opgave. In onze lokale uitvoering contracteren we daarom alleen aanbieders die bijdragen aan deze gezamenlijke ambitie.

Inburgering en integratie Wettelijke kaders Participatiewet (2015) Wet inburgering (2021) Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne (2024) Toelichting beleidsterrein Sinds 2022 geldt de nieuwe Wet inburgering. Deze wet geeft gemeenten de regie over het volledige inburgeringsproces van statushouders. De gemeente is daarmee verantwoordelijk voor het huisvesten van statushouders, het bieden van

financiële ontzorging en het begeleiden van een inburgeringstraject op maat. Samen met externe partners stelt de gemeente een passende leerroute vast, bestaande uit taalonderwijs, participatie voor statushouders en toeleiding naar werk. Ook ondersteunt de gemeente statushouders bij het vinden van werk. Naast deze praktische ondersteuning richt de gemeente zich op het bevorderen van sociale cohesie en het versterken van de zelfredzaamheid van statushouders. Dit gebeurt in samenwerking met ketenpartners, zoals sociaal ontwikkelbedrijven, welzijnsorganisaties en maatschappelijke initiatieven. Zo willen we bereiken dat statushouders niet alleen vaardigheden aanleren, maar ook actief betrokken worden bij de samenleving en ondersteund worden in hun persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling. Draagt bij aan de volgende doelen • Er is meer verbinding tussen verschillende groepen in de samenleving. • Meer inwoners weten zich zelfstandig te redden met behulp van hun eigen netwerk. • Meer inwoners kunnen naar vermogen meedoen op de arbeidsmarkt of via andere vormen van participatie. • Meer inwoners hebben voldoende ontwikkelkansen. Ontwikkelrichting beleid De Wet inburgering 2021 biedt een duidelijke basis om inburgeraars voor te bereiden op volwaardige deelname aan de Nederlandse samenleving. Zij maken kennis met de taal, cultuur, normen en waarden, en leren wat burgerschap inhoudt.

Ook krijgen zij inzicht in hun rechten en plichten, en oriënteren zij zich op participatie en de arbeidsmarkt. In Barneveld hebben we de afgelopen drie jaar waardevolle ervaring opgedaan met de uitvoering van deze wet. Die ervaring vertalen we nu in lokale beleidsregels. We bouwen daarbij ruimte in voor maatwerk, zodat de ondersteuning aansluit bij de persoonlijke situatie en mogelijkheden. Uit onderzoek blijkt dat veel nieuwkomers onnodig langs de kant blijven staan op de arbeidsmarkt. Dat is niet alleen een gemiste kans voor henzelf, maar ook voor werkgevers en de samenleving. We zien dat onderdelen van het inburgeringstraject nog onvoldoende aansluiten op de behoeften van inburgeraars. Dit belemmert hun ontwikkeling en vermindert de effectiviteit van het traject. Daarom willen we meer regie nemen op de uitvoering,

55 | Samen zorgzaam en verbonden • Visie Sociaal Domein gemeente Barneveld 2040

inhoud

zodat we ons netwerk van sociale werkgevers en maatschappelijke organisaties beter kunnen benutten. Ook werken we aan meer variatie in het aanbod van taalscholen en leerroutes. Daarnaast investeren we, waar passend, extra in inburgeraars met veel potentie, bijvoorbeeld wanneer zij beschikken over kennis of ervaring in beroepen die van grote maatschappelijke waarde zijn. Met tijdelijke intensieve begeleiding of aanvullende trajecten vergroten we hun kans op duurzame participatie en benutten we hun kwaliteiten optimaal. In het belang van henzelf én de samenleving. Daarmee nemen we als gemeente een bredere rol op ons dan de wet strikt vereist. De afronding van de inburgering is geen eindpunt, maar juist het begin van bredere participatie. Daarom zoeken we actief de verbinding met beleidsterreinen als re-integratie, sport, cultuur en welzijn. Zo ondersteunen we inburgeraars bij het opbouwen van netwerken, het vinden van hun plek in de samenleving en het duurzaam meedoen in Barneveld. We onderzoeken hierbij hoe we ervoor staan ten opzichte van andere gemeenten en welke verbetermogelijkheden er zijn. Een voorbeeld van deze aanpak is de pilot “Sterk naar Werk”, waarin inburgering en re-integratie nadrukkelijk met elkaar worden verbonden.

In deze pilot volgen statushouders in de bijstand een intensief traject richting werk, met aandacht voor leefgebieden zoals schulden, gezondheid en gezin. De pilot biedt waardevolle inzichten voor het verbeteren van inburgering en toepasbare elementen zoals taalonderwijs op de werkvloer.

Werk en participatie Wettelijke kaders Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (2001) Participatiewet (2015) Verwachtte wijzigingen • Participatiewet in Balans: er komt meer nadruk op vertrouwen en menselijke maat in de Participatiewet. De fundamentele herziening van de Participatiewet is nog in ontwikkeling. De wetswijziging op korte termijn gaat van start in 2026 en gebeurt gefaseerd, in overleg met de VNG. Onderdeel daarvan is vervanging van de tegenprestatie door een plicht tot maatschappelijke participatie.

• Wet van school naar duurzaam werk: gemeenten krijgen een grotere rol in de ondersteuning van jongeren tot 27 jaar richting werk of onderwijs. Dit vraagt om samenwerking met mbo-scholen en Doorstroompunten in regionale programma’s. • Hervorming arbeidsmarktinfrastructuur: De Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen wordt aangepast. Gemeenten en UWV blijven samenwerken via het werkgeversservicepunt, dat wordt geïntegreerd in het nieuwe werkcentrum. Hiervoor komt een nieuwe wettelijke basis. Toelichting beleidsterrein De gemeente ondersteunt inwoners bij het vinden en behouden van werk en het vergroten van maatschappelijke participatie. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met partners zoals UWV, werkgevers en onderwijsinstellingen binnen de arbeidsmarktregio Foodvalley. Het doel is vraag en aanbod op de arbeidsmarkt beter op elkaar te laten aansluiten en mensen naar vermogen mee te laten doen. De ondersteuning kan bestaan uit: • Re-integratie: zoals begeleiding door een gespreksvoerder en inzet van re-integratieinstrumenten (zoals jobcoaching) voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. • Het borgen van een infrastructuur van ontwikkel- en werkplekken voor mensen met een arbeidsbeperking. • Ondersteuning aan jongeren in een kwetsbare positie bij de overgang van school naar (duurzaam) werk.

• Regionale arbeidsmarktaanpak: gezamenlijke ontwikkeling van nieuwe oplossingen voor arbeidstekorten en benutting van onbenut arbeidspotentieel in de regio. De gemeente vervult hierin een regierol en stemt lokaal beleid af op de regionale arbeidsmarktdynamiek. Draagt bij aan de volgende doelen • Er is meer verbinding tussen verschillende groepen in de samenleving. • De kansengelijkheid tussen wijken en buurten is toegenomen. • Meer inwoners kunnen naar vermogen meedoen op de arbeidsmarkt of via andere vormen van participatie. • Meer inwoners hebben voldoende ontwikkelkansen. Ontwikkelrichting beleid De inzet blijft dat iedereen kan meedoen op de arbeidsmarkt. Dit is belangrijk voor henzelf én

56 | Samen zorgzaam en verbonden • Visie Sociaal Domein gemeente Barneveld 2040

inhoud

voor werkgevers die personeel zoeken in een krappe arbeidsmarkt. We bouwen voort op wat al goed werkt: loonkostensubsidie, maatwerk en reintegratie-aanpakken met oog voor leefgebieden die samenhangen met werk. In de gemeente heerst sterk ondernemerschap en kijken we om naar elkaar. Daarom willen we de samenwerking met lokale bedrijven, vooral het midden- en kleinbedrijf (MKB) versterken. Samen kunnen we afspraken maken om meer mensen duurzaam aan werk te helpen (3-partijen contract23). We werken aan de oprichting van het Werkcentrum Foodvalley. Dit wordt één loket waar werkzoekenden, werkenden en werkgevers terechtkunnen met vragen over werk of personeel. Het Werkcentrum zorgt ervoor dat mensen beter en meer op maat geholpen worden. Om dit mogelijk te maken, werken we aan de achterkant aan betere onderlinge samenwerking tussen partijen die op dit domein actief zijn. Voor jongeren die een kwetsbare positie hebben in de overgang van school naar werk, versterken we onze ondersteuning. Hierbij kijken we bijvoorbeeld naar het creëren van extra (leer)werkplekken. Voor inwoners met een arbeidsbeperking blijft de inzet op zo regulier mogelijke deelname aan de arbeidsmarkt. Daarbij trekken we samen op met aanbieders van ontwikkel- en sociale werkplekken, want de stap naar een reguliere werkplek is niet altijd (direct) mogelijk.

Als betaald werk tijdelijk niet mogelijk is, kijken we eerst naar andere manieren waarop iemand kan meedoen. Soms is het blijvend niet haalbaar om betaald werk te doen, vaak door gezondheidsproblemen. In die gevallen kunnen mensen via vrijwilligerswerk of andere vormen van participatie toch een waardevolle bijdrage leveren aan de samenleving. Als iemand op deze manier zijn of haar maximale inzet toont, kiezen we er bewust voor de (arbeids)verplichtingen niet in stand te houden. Zo voorkomen we onnodige druk en belasting. Deze aanpak geeft rust en duidelijkheid aan de inwoner. Tegelijk zorgt het voor een doelmatige inzet van onze capaciteit.

23

In buurten waar relatief veel mensen tijdelijk of blijvend niet kunnen deelnemen aan betaald werk, zetten we actief in op verbinding met lokale initiatieven. Door inwoners te koppelen aan activiteiten in hun eigen wijk, stimuleren we hun betrokkenheid en versterken we de sociale samenhang in de buurt. Tot slot ontwikkelen we een Participatiewetmonitor. Hiermee kunnen we trends en ontwikkelingen in de bijstand beter volgen en sneller inspelen op veranderingen.

Armoedebestrijding en inkomen Wettelijke kaders Participatiewet (2015) Verwachtte wijzigingen Vanaf 2026 wordt de Participatiewet in Balans van kracht. Hiermee wordt meer de nadruk gelegd op vertrouwen en maatwerk en het geeft gemeenten meer ruimte om met individuele situaties rekening te houden. En regels over individuele inkomensondersteuning worden gewijzigd. Hoewel de wet naar verwachting in 2026 wordt ingevoerd, maken het Rijk en de VNG afspraken over een fasegewijze invoering van de maatregelen uit de wet. Toelichting beleidsterrein De gemeente biedt ondersteuning aan inwoners met een laag inkomen, zodat zij hun noodzakelijke kosten kunnen dragen en volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Dit beleid richt zich op mee kunnen doen, bevorderen van bestaanszekerheid en toegankelijk houden van voorzieningen. Het streven is dat inwoners een overzichtelijke en duidelijke financiële situatie hebben met een zeker en voorspelbaar inkomen. De kaders hiervoor zijn deels wettelijk bepaald, met ruimte voor lokaal maatwerk. De ondersteuning bestaat onder andere uit: • Inkomensondersteuning (bijstand): financiële ondersteuning op basis van de Participatiewet voor inwoners zonder (voldoende) inkomen en zonder recht op een andere voorziening.

3-partijencontract: een overeenkomst tussen de gemeente, de werkgever en de werknemer waarin afspraken worden vastgelegd over werk, begeleiding en ondersteuning voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

57 | Samen zorgzaam en verbonden • Visie Sociaal Domein gemeente Barneveld 2040

inhoud

Gericht op het borgen van bestaanszekerheid én activering richting werk en participatie. • Minimabeleid: voorzieningen en regelingen gericht op meedoen, zoals vergoedingen voor maatschappelijke activiteiten of een tegemoetkoming in schoolkosten. • Bijzondere bijstand: financiële hulp als vangnet voor onvoorziene en noodzakelijke individuele kosten. Zoals kosten voor juridische bijstand, beschermingsbewind, verhuis- en inrichtingskosten of deelnemen aan de collectieve zorgverzekering. Draagt bij aan de volgende doelen • Meer inwoners ontmoeten elkaar en ondernemen samen activiteiten. • Er is meer verbinding en vertrouwen tussen inwoners en gemeente. • De kansengelijkheid tussen wijken en buurten is toegenomen. • Meer inwoners ervaren financiële rust. Ontwikkelrichting beleid In de gemeente Barneveld komen veel inwoners financieel goed rond. Maar er zijn ook mensen die hier moeite mee hebben. Ons beleid is erop gericht dat inwoners gebruikmaken van alle beschikbare inkomensondersteuning. Een volledig inkomen maakt het immers realistischer om financieel zelfstandig te zijn. We zien de noodzaak om onze ondersteuning verder te ontwikkelen. We willen inwoners beter helpen grip te krijgen én te houden op hun geldzaken.

Dat doen we door gemeentelijke regelingen eenvoudiger en beter passend te maken, en door inwoners actief te wijzen op andere vormen van hulp, zoals toeslagen, belastingaangifte en ondersteuning van lokale en landelijke stichtingen. Daarbij is meer ruimte voor maatwerk essentieel. We willen sneller situaties herkennen waarin standaardregelingen niet toereikend zijn, en daar flexibel op kunnen inspelen. Denk aan het beter benutten van het tussen-wal-en-schip-budget en samenwerking met maatschappelijke fondsen. Zo kunnen we beter aansluiten bij individuele situaties. Ook willen we maatschappelijke initiatieven voor inwoners met een laag inkomen beter faciliteren. Zij kunnen vaak beter aansluiten bij mensen die wantrouwen hebben richting de overheid.

Daarom denken we na over meer gebiedsgerichte en laagdrempelige inzet, zodat we inwoners in aandachtswijken beter bereiken. Daarnaast willen we meer zicht krijgen op werkende armen en mensen net boven de minimagrens. We onderzoeken waar hun ondersteuningsbehoeften liggen en hoe we hen beter kunnen bereiken en ondersteunen. Tot slot zetten we in op financiële educatie. We verwachten dat dit vanaf 2026/2027 een kerntaak van het onderwijs wordt. We ondersteunen scholen bij het opnemen van financiële vaardigheden in hun lesprogramma, zodat jongeren beter voorbereid zijn op financiële keuzes in de toekomst.

58 | Samen zorgzaam en verbonden • Visie Sociaal Domein gemeente Barneveld 2040

inhoud

Schuldhulpverlening Wettelijke kaders Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (2012) Toelichting beleidsterrein De gemeente ondersteunt inwoners bij het voorkomen en oplossen van schulden. De focus ligt op het herstellen van financiële stabiliteit, het vergroten van zelfredzaamheid en het voorkomen van verdere problematiek. Gemeenten hebben hierin een wettelijke taak en beleidsruimte voor een aanpak op maat. De ondersteuning kan bestaan uit: • Preventie: voorkomen van het ontstaan van financiële problemen, bijvoorbeeld via budgetbegeleiding en financiële educatie. • Vroegsignalering: het vroegtijdig herkennen van financiële problemen, bijvoorbeeld via signalen van woningcorporaties, zorgverzekeraars of energieleveranciers. • Schuldhulpverlening: begeleiding bij het oplossen van schulden, zoals saneringstrajecten, schuldbemiddeling, coaching en tijdelijk inkomensbeheer. • Ondersteuning voor ondernemers: schuldhulpverlening voor zelfstandigen, eventueel in combinatie met tijdelijke inkomensondersteuning (zoals BBZ24). Draagt bij aan de volgende doelen • Er is meer verbinding en vertrouwen tussen inwoners en gemeente. • De kansengelijkheid tussen wijken en buurten is toegenomen. • Meer inwoners ervaren financiële rust. Ontwikkelrichting beleid Het aantal convenanten met partijen voor vroegsignalering van schulden stijgt.

Hierdoor krijgen we sneller signalen van betalingsachterstanden. Deze lijn willen we verder doorzetten, zodat inwoners met beginnende schulden vroegtijdig kunnen worden geholpen. Ook zien we dat er, na een schuldsaneringstraject, weinig terugval is en er een hoog slagingspercentage is van minnelijke regelingen. Eén vaste gespreksvoerder gedurende het hele traject zorgt voor continuïteit en vertrouwen hierbij. Dat houden we vast

24

Het aantal aanvragen voor schuldhulpverlening is laag en op het moment van aanvragen is er vaak al een forse schuld opgebouwd. Dat willen we verbeteren. Momenteel wordt schuldhulpverlening aangeboden vanuit het gemeentehuis en we verwachten dat een meer laagdrempelige aanpak in wijken en buurten buiten het gemeentehuis kan helpen om meer mensen te bereiken. Vooral in wijken en buurten waar er meer mensen met schulden zijn. Daarnaast willen we vroegsignalering beter afstemmen op het type inwoner. Ook zien we dat er meer aanvragen voor schuldhulpverleners vanuit ondernemers komen. Dit vraagt een meer afgestemde aanpak specifiek voor deze doelgroep. We vinden het belangrijk dat schuldhulpverlening in heel Nederland beter en duidelijker wordt geregeld. Ook lokaal dragen we daaraan bij. We volgen de landelijke ontwikkelingen binnen de ‘Basisdienstverlening schuldhulpverlening’ en het VNG-programma ‘Verbinden Schuldendomein’ van de VNG goed. Daarbij kijken we steeds of en wanneer aanpassing van onze werkwijze nodig is.

Cliëntondersteuning Wettelijke kaders Wet Maatschappelijke Ondersteuning (2015) Toelichting beleidsterrein Onafhankelijke cliëntondersteuning helpt inwoners bij het vinden en aanvragen van zorg, juridische en maatschappelijke ondersteuning of andere passende oplossingen. Het doel is om de positie van de inwoner te versterken. Deze ondersteuning is vrij toegankelijk voor iedereen in de gemeente Barneveld. Draagt bij aan de volgende doelen • Meer inwoners weten zich zelfstandig te redden met behulp van hun eigen netwerk. • Meer inwoners ervaren financiële rust. • Meer ouderen kunnen langer zelfstandig functioneren en blijven deelnemen aan de samenleving. • Inwoners krijgen beter passende en op elkaar afgestemde ondersteuning, doordat het sociaal en medisch domein beter op elkaar aansluiten.

BBZ: een regeling waarmee gemeenten financiële ondersteuning kunnen bieden aan zelfstandige ondernemers die tijdelijk in financiële problemen verkeren, zodat zij hun bedrijf kunnen voortzetten of op een verantwoorde manier kunnen beëindigen.

59 | Samen zorgzaam en verbonden • Visie Sociaal Domein gemeente Barneveld 2040

inhoud

Ontwikkelrichting beleid Het bereik van de onafhankelijke cliëntondersteuning is groot en veel inwoners maken er gebruik van. Verbetering wordt de komende jaren doorgevoerd in de afbakening van taken met andere partijen in het voorveld. Dit voorkomt dubbelingen, en zorgt dat de capaciteit zo efficiënt mogelijk wordt ingezet. Tot slot willen we het aantal toegankelijke en laagdrempelige adviespunten in de wijk vergroten. Door meer van deze punten te creëren, maken we het voor inwoners makkelijker om de ondersteuning te vinden die ze nodig hebben.

• Wet domeinoverstijgende samenwerking (DOS): vanaf 2026 maakt deze wet geïntegreerde hulp, ondersteuning en zorg mogelijk voor mensen met complexe domein overstijgende hulpvragen. Toelichting beleidsterrein Het doel van vangnetvoorzieningen in de Wmo is dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen en actief kunnen deelnemen aan de samenleving. De gemeente zorgt voor de toegang tot Wmo-ondersteuning, de inkoop van voorzieningen, de regie over de hulpverlening en het monitoren van de resultaten. Samenwerking met huisartsen, Wmo-aanbieders, (zorg)aanbieders en lokale gespreksvoerders is hiervoor essentieel. Wmo-ondersteuning kan bestaan uit: • Immateriële ondersteuning: zoals coaching, respijtzorg en sociale activering. • Materiële voorzieningen: zoals woningaanpassingen en hulpmiddelen. • Huishoudelijke hulp: ondersteuning bij huishoudelijke taken. • Vervoersvoorzieningen: zoals scootmobielen en de Valleihopper. • Beschermd Wonen: begeleiding voor mensen met psychische of psychosociale problemen intramuraal. Dit wordt in regionaal verband georganiseerd. • Beschermd Thuis: ondersteuning van mensen met psychische of psychosociale problemen in de eigen woonomgeving. Dit wordt in regionaal verband georganiseerd.

Vangnetvoorzieningen Wmo Wettelijke kaders Wet maatschappelijke ondersteuning (2015) Verwachtte wijzigingen • Eigen bijdrage Wmo: het Rijk is voornemens de hoogte van de eigen bijdrage voor een Wmovoorziening afhankelijk te maken van het inkomen. Dit zal waarschijnlijk een dempend effect hebben op het gebruik van de Wmo, vooral bij huishoudelijke ondersteuning. • Doordecentralisatie Wmo: gemeenten worden zelf verantwoordelijk voor de organisatie en bekostiging van Beschermd Wonen en Beschermd Thuis, met middelen die per gemeente worden verstrekt in plaats van per centrumgemeente. De exacte ingangsdatum is nog niet bekend.

De gemeente is ook verantwoordelijk voor het toezicht op de kwaliteit en rechtmatigheid van de Wmo. Hier zetten we onder andere op in met de aanpak zorgfraude. Draagt bij aan de volgende doelen • Meer inwoners weten zich zelfstandig te redden met behulp van hun eigen netwerk. • Meer inwoners, van jong tot oud, voelen zich vitaal en gezond. • Meer ouderen kunnen langer zelfstandig functioneren en blijven deelnemen aan de samenleving. • Problemen worden vaker genormaliseerd en binnen de gemeenschap opgelost. • Inwoners krijgen beter passende en op elkaar afgestemde ondersteuning, doordat het sociaal en medisch domein beter op elkaar aansluiten. • Meer inwoners anticiperen tijdig op hun (toekomstige) woon- en ondersteuningsbehoeften. • Meer inwoners kunnen zelfstandig thuis (blijven) wonen met waar nodig ondersteuning, ontmoeting en hulp dichtbij.

60 | Samen zorgzaam en verbonden • Visie Sociaal Domein gemeente Barneveld 2040

inhoud

Ontwikkelrichting beleid Zorg en ondersteuning is volop in beweging. De Wmo beweegt hierin mee. We staan voor grote maatschappelijke opgaven, zoals de vergrijzing, een toenemend aantal mensen met psychische kwetsbaarheden, een groeiende zorgvraag en een afnemend aanbod van zorgprofessionals en mantelzorgers. Tegelijkertijd willen we dat zorg en ondersteuning ook in de toekomst toegankelijk, betaalbaar en van goede kwaliteit blijven. Daarom blijven we inzetten op het stimuleren van zelf- en samenredzaamheid, waarbij we oplossingsgericht met inwoners zoeken naar de meest passende begeleiding voor hun situatie. Wat kan iemand zelf, met hulp van naasten of de buurt? Pas daarna kijken we naar wat aanvullend nodig is aan (professionele) ondersteuning. We willen inzetten op meer laagdrempelig ondersteuningsaanbod in de wijken, met focus op collectiviteit en informele hulp, zoals herstelen steunpunten en de doorontwikkeling van laagdrempelige dagactiviteiten voor ouderen. Daarnaast zetten we in op preventie en bewustwording rondom langer zelfstandig thuiswonen. Hierbij werken we vanuit het gedachtegoed van positieve gezondheid, waarbij de nadruk ligt op de veerkracht, eigen regie en het

aanpassingsvermogen van de mensen zelf. Hiermee willen we zorgvragen voorkomen of uitstellen en het sociaal welzijn versterken. Waar mogelijk zetten we innovatieve oplossingen in, zoals e-health en domotica. We versterken de samenwerking tussen het medisch en sociaal domein. We streven naar een eenvoudiger en beter afgestemd ondersteuningsaanbod, zowel voor inwoners als voor professionals. Dit betekent onder andere het vereenvoudigen van het indicatieproces en het verbeteren van de doorstroming van zorg naar passende hulp en ondersteuning binnen het sociaal domein. Samen met partners in zorg en wonen zoeken we naar oplossingen voor knelpunten zoals wachttijden in de ggz, verzwaring van problematiek en de druk op passende woonvormen. We werken aan een inclusieve samenleving waarin iedereen kan meedoen. We blijven inzetten op verdere afname van Beschermd Wonen en meer inzet van Begeleid Thuis, waarbij we aandacht hebben voor het vergroten van begrip en het verkleinen van overlast in de buurt. De beschikbaarheid van zelfstandigeen geclusterde woonvormen zijn hierbij randvoorwaardelijk.

61 | Samen zorgzaam en verbonden • Visie Sociaal Domein gemeente Barneveld 2040

inhoud

Maatschappelijke Opvang Wettelijke kaders Wet maatschappelijke ondersteuning (2015) Toelichting beleidsterrein Maatschappelijke opvang betreft voorzieningen voor dak- en thuislozen en mensen in acute noodsituaties. Dit kan gaan om nachtopvang, crisisopvang of begeleid wonen. Een deel van de doelgroep heeft complexe problematiek, zoals verslaving, schulden of psychiatrische aandoeningen. De opvang is een regionale verantwoordelijkheid en vindt plaats in samenwerking met zorgaanbieders en woningcorporaties. Gemeenten zorgen voor uitstroom naar zelfstandig(er) wonen met ondersteuning. Draagt bij aan de volgende doelen • Er is meer verbinding tussen verschillende groepen in de samenleving. • Meer inwoners weten zich zelfstandig te redden met behulp van hun eigen netwerk. • Het gevoel van veiligheid in wijken en buurten is vergroot. • Meer inwoners kunnen zelfstandig thuis (blijven) wonen met waar nodig ondersteuning, ontmoeting en hulp dichtbij. Ontwikkelrichting beleid We willen beter inzicht krijgen in hoe zit met thuis- en dakloosheid in de gemeente Barneveld, zodat we gerichte stappen kunnen zetten. Daarom hebben we deelgenomen aan een landelijke telling. Op basis van de resultaten hiervan bepalen we welke vervolgstappen we nemen. Preventie speelt een sleutelrol in het voorkomen van dakloosheid.

We willen actiever signaleren wanneer mensen dreigen vast te lopen en hen tijdig de juiste ondersteuning bieden. Dit kan gaan om preventieve maatregelen zoals schuldhulpverlening, begeleiding bij het vinden van werk of het ondersteunen van mensen met mentale gezondheidsproblemen. Om actief te kunnen signaleren zorgen we voor een lokaal netwerk dat dicht bij de mensen staat en tijdig kan inspelen op de behoeften van dak - en thuisloze mensen. We vinden dat niemand op straat hoeft te slapen. We gaan daarom meer inzetten op het Housing

25

First principe. Dit betekent dat we eerst zorgen dat mensen een dak boven hun hoofd hebben, voordat we andere problemen aanpakken. De rust en stabiliteit van een eigen woning zijn namelijk essentieel voor verdere ondersteuning en herstel. Voor mensen met zeer complexe problematiek die niet in een gewone woning kunnen wonen ontwikkelen we plannen voor passende huisvesting. We kijken bijvoorbeeld naar projecten zoals het Skaeve Huse principe25. Daarnaast zetten we in op meer begrip en steun in wijken en buurten, zodat mensen die zich anders gedragen dan gemiddeld, meer geaccepteerd worden en echt deel uitmaken van de gemeenschap. Tegelijkertijd is het belangrijk dat er op tijd passende hulp is voor deze mensen en hun buurtbewoners als dat nodig is. In de gemeente Barneveld is er veel woningnood. Daardoor wonen sommige mensen tijdelijk op vakantieparken, bijvoorbeeld na een scheiding. Deze plekken op de vakantieparken bieden vaak een belangrijke tijdelijk oplossing om een noodsituatie en dakloosheid te voorkomen. Tegelijkertijd liggen deze parken vaak ver van voorzieningen, waardoor meedoen in de samenleving lastig is. Permanente bewoning is daarom op lange termijn geen goede oplossing. Sommige bewoners vinden zelf een andere woning, maar niet iedereen lukt dat. Gemeenten, woningcorporaties en andere organisaties moeten beter samenwerken om deze mensen te helpen.

We onderzoeken op welke vakantieparken tijdelijke bewoning mogelijk is, als tussenstap naar een passende woning.

Zorg en veiligheid en bemoeizorg Wettelijke kaders Wet publieke gezondheid (2008) Wet tijdelijk huisverbod (2008) Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling (2013) Jeugdwet (2015) Wet maatschappelijke ondersteuning (2015) Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (2020) Wet zorg en dwang (2020)

Skaeve Huse-principe: een woonconcept dat oorspronkelijk uit Denemarken komt en bedoeld is voor mensen die niet goed passen in reguliere woonwijken vanwege complexe gedragsproblemen, psychiatrische aandoeningen of verslavingen.

62 | Samen zorgzaam en verbonden • Visie Sociaal Domein gemeente Barneveld 2040

inhoud

Toelichting beleidsterrein De gemeente werkt samen met partners aan een integrale aanpak van situaties waarin zorg en veiligheid samenkomen. Dit betreft onder andere mensen met multiproblematiek of een zorgmijdende houding. De inzet is gericht op: • Bemoeizorg: outreachende en assertieve wijze van hulpverlening die als vangnetvoorziening gericht is op mensen die zelf geen hulpvraag stellen waaronder zogenaamde ‘zorgwekkende zorgmijders’. • Aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling: de gemeente is verantwoordelijk voor preventie, publieksvoorlichting en een sluitende ketenaanpak. Veilig Thuis speelt hierin een centrale rol als advies- en meldpunt, coördineert triage en regievoering en werkt nauw samen met andere partners. • Vrouwenopvang en crisisopvang: voor mensen die tijdelijk niet veilig thuis kunnen verblijven. • Samenwerking met politie, zorg, onderwijs en andere ketenpartners voor een sluitende aanpak. De regie ligt vaak bij de gemeente (soms regionaal georganiseerd), met een focus op vroegsignalering, voorkomen van escalatie en passende ondersteuning. Draagt bij aan de volgende doelen • Er is meer verbinding tussen verschillende groepen in de samenleving. • Het gevoel van veiligheid in wijken en buurten is vergroot. • Meer inwoners weten zich zelfstandig te redden met behulp van hun eigen netwerk. • Meer kinderen en jongeren groeien op in een kansrijke omgeving.

• Inwoners krijgen beter passende en op elkaar afgestemde ondersteuning, doordat het sociaal en medisch domein beter op elkaar aansluiten. • Meer inwoners kunnen zelfstandig thuis (blijven) wonen met waar nodig ondersteuning, ontmoeting en hulp dichtbij. Ontwikkelrichting beleid Er is een groep inwoners met meervoudige en complexe problemen. Deze problemen raken vaak zowel het zorg- als het veiligheidsdomein. Denk aan overlast, onbegrepen gedrag, huiselijk geweld of onrust in de buurt. De oorzaken en gevolgen lopen vaak door elkaar, waardoor een gezamenlijke en integrale aanpak noodzakelijk is.

veiligheid, is het beleidsterrein op onderdelen nog versnipperd. De komende jaren zetten we daarom in op het versterken van de samenhang, zodat we effectiever en meer integraal kunnen werken. Goede samenwerking is daarbij essentieel. Daar blijven we dan ook op inzetten. Zowel binnen de gemeentelijke organisatie (tussen zorg en veiligheid) als met externe partners zoals het Zorg- en Veiligheidshuis West Veluwe Vallei, de politie, Veilig Thuis, GGZ Centraal, ODDV en woningcorporaties. Domeinoverstijgend casusoverleg is hierin een onmisbare schakel. Zo brengen we in complexe situaties deskundigen uit verschillende domeinen samen, volgens een duidelijke opschalingsstructuur. Onze lokale bemoeizorgpartner speelt een belangrijke rol in het bereiken van mensen die zelf geen hulp vragen, maar dit wel nodig hebben. De vraag naar bemoeizorg groeit, mede door lange wachttijden in de ggz en knelpunten op de woningmarkt. Tegelijkertijd ontbreken nog duidelijke afspraken over financiering en monitoring, waardoor het overzicht beperkt is. Hier willen we de komende jaren verbetering in aanbrengen. We willen mensen met onbegrepen gedrag beter ondersteunen én werken aan meer begrip in de samenleving. Daarom investeren we in heldere informatie en bewustwording, zodat inwoners sneller hulp kunnen vinden als zij zich zorgen maken.

De focus ligt op het versterken van het netwerk van familie, vrienden en buren, met minder nadruk op extra inzet van professionals. We blijven het gebruik van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling actief stimuleren, zoals wettelijk verplicht. Dit geldt voor onze eigen organisatie én voor samenwerkingspartners. Tot slot verbeteren we de aansluiting tussen het sociaal en medisch domein. Dit doen we onder meer via de ontwikkeling van mentale gezondheidscentra, het verkorten van wachttijden en het opzetten van herstelnetwerken en zelfregiecentra. Daarmee dragen we bij aan normalisering en het vergroten van veerkracht (zie ook het beleidsterrein JGZ en publieke gezondheid).

Hoewel er al veel waardevolle initiatieven en samenwerkingen zijn op het snijvlak van zorg en 63 | Samen zorgzaam en verbonden • Visie Sociaal Domein gemeente Barneveld 2040

inhoud

7

Van visie naar uitvoering

64 | Samen zorgzaam en verbonden • Visie Sociaal Domein gemeente Barneveld 2040

inhoud

7. Van visie naar uitvoering De Visie Sociaal Domein 2040 geeft richting aan waar we als gemeente naartoe willen. In dit hoofdstuk maken we de stap van denken naar doen. We beschrijven hoe we de visie vertalen naar de praktijk: hoe we organiseren, samenwerken en sturen. Daarbij is er aandacht voor de inrichting van de uitvoering, de rol van het preventieve veld, gebiedsgericht werken en het monitoren en bijsturen van beleid. Zo zorgen we ervoor dat onze ambities zichtbaar worden in het dagelijks leven van inwoners. 7.1 Onze uitvoering Om effectief te werken aan de doelen uit deze visie en tegelijkertijd onze (wettelijke) taken binnen de diverse beleidsterreinen goed uit te voeren, structureren we ons werk langs twee assen: de inhoudelijke beleidsterreinen en de vier thematische opgaven: 1. Verbondenheid in groeiende gemeenschappen 2. Gelijke kansen op meedoen en ontwikkelen 3. Gezondheid, vitaliteit en weerbaarheid 4. Passende woonsituatie met de juiste hulp en ondersteuning Door langs deze twee assen te werken – beleidsterreinen en thematische opgaven – kunnen we doelgericht sturen op maatschappelijke opgaven, terwijl we tegelijkertijd recht doen aan de inhoud en wettelijke kaders van de afzonderlijke beleidsterreinen.

•

•

•

Welke keuzes zijn nodig om overlap te voorkomen, samenwerking te versterken en middelen doelmatiger in te zetten? Hoe maken we het voorveld toekomstbestendig? Wat is nodig om organisaties in het voorveld stabiel, wendbaar en financieel houdbaar te houden in een tijd van groei en toenemende druk? En wat betekent dit voor de aansturing vanuit de gemeente? Hoe versterken we de beweging naar de samenleving? Hoe ondersteunen we inwoners en netwerken beter, zodat preventieve partners minder zelf hoeven te organiseren en meer kunnen aansluiten bij wat er al is? Hoe versterken we de samenwerking tussen gemeentelijke uitvoering en het preventieve veld? Wat is nodig om de verbinding tussen beleid, uitvoering en partners in het veld te verbeteren, zodat we gezamenlijk werken aan gedeelde doelen? Hoe kunnen we de integrale samenwerking bevorderen en tegelijkertijd de privacyregels goed toepassen?

Ontwikkelopgaven voor onze uitvoering De lokale uitvoering in de gemeente functioneert over het algemeen goed. Inwoners weten de weg naar ondersteuning te vinden, organisaties werken betrokken en professioneel, en het preventieve voorveld is breed en actief. Tegelijkertijd vragen de visie, nieuwe doelen en uitgangspunten uit de Visie Sociaal Domein om een concrete vertaling naar de uitvoering. Dit betreft zowel de gemeentelijke uitvoering als die van onze preventieve partners.

•

We laten daarom onderzoeken in hoeverre de huidige inrichting van onze uitvoering aansluit bij onze visie, doelen en uitgangspunten. Daarbij kijken we specifiek naar: • De inrichting van de gemeentelijke uitvoering; • De toegang tot ondersteuning; • De rol en de inrichting van het preventieve veld.

In lijn met de Samenwerkingsaanpak met Dorpen en Wijken versterken we de relatie tussen gemeente en gemeenschap. We benutten zowel ervaringskennis als data om gebiedsbeelden op te stellen die richting geven aan onze inzet. Door dichter op de praktijk te werken, weten we beter wat er speelt en kunnen we sneller inspelen op lokale behoeften.

Daarnaast willen we in dit onderzoek een aantal ontwikkelopgaven meenemen, zoals: • Hoe verminderen we versnippering en organiseren we het voorveld efficiënter?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=312d8ca3-86cc-4b2c-a8e6-b5abc01a39fe