Bijlage 1 GRP Barneveld 2021-2026.pdf
Tekst van het document
Projectnummer: 370654 Referentienummer: SWNL0275032 Datum: 02-04-2021
Gemeentelijk rioleringsprogramma Water- en rioleringsvisie en -programma Barneveld
Definitief, na ter inzagelegging
Opdrachtgever: Gemeente Barneveld
Sweco De Holle Bilt 22 3732 HM De Bilt Postbus 203 3730 AE De Bilt Nederland
T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V. adviseur stedelijk water Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
Renske ter Horst
M +31 6 51 78 36 88
Verantwoording Titel
Gemeentelijk rioleringsprogramma
Subtitel
Water- en rioleringsvisie en -programma Barneveld
Projectnummer
370654
Referentienummer
SWNL0275032
Revisie
D02
Datum
02-04-2021
Auteur
Renske ter Horst
E-mailadres
renske.terhorst@sweco.nl
Gecontroleerd door
Tjeerd Dijkstra
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door
Elwin Leusink
Paraaf goedgekeurd
2
Inhoudsopgave 1
Een nieuw gemeentelijk rioleringsprogramma ................................................... 4
1.1
Water en riolering in Barneveld ............................................................................... 4
1.2
Doel ......................................................................................................................... 5
1.3
Nieuwe ontwikkelingen ............................................................................................ 6
1.4
Planperiode .............................................................................................................. 6
1.5
Proces ...................................................................................................................... 6
1.6
De opbouw van het plan .......................................................................................... 7
2
Visie voor onze waterketen .................................................................................. 8
2.1
Stedelijk afvalwater .................................................................................................. 8
2.2
Hemelwater .............................................................................................................. 8
2.3
Grondwater .............................................................................................................. 8
2.4
Stedelijk oppervlaktewater ....................................................................................... 9
2.5
Klimaatadaptatie ...................................................................................................... 9
2.6
Duurzaamheid ....................................................................................................... 10
2.7
Samenwerken ........................................................................................................ 10
3
Programma ........................................................................................................... 11
3.1
Stedelijk Afvalwater ............................................................................................... 11
3.2
Hemelwater ............................................................................................................ 16
3.3
Grondwater ............................................................................................................ 19
3.4
Stedelijk oppervlaktewater ..................................................................................... 22
3.5
Klimaatadaptatie .................................................................................................... 23
3.6
Duurzaamheid ....................................................................................................... 26
3.7
Samenwerken ........................................................................................................ 27
3.8
Nieuwe aanleg ....................................................................................................... 28
4
Personele capaciteit en Financiën ..................................................................... 31
4.1
Personeel ............................................................................................................... 31
4.2
Kostendekking ....................................................................................................... 32
4.3
Uitgaven ................................................................................................................. 32
4.4
Rioolheffing ............................................................................................................ 34
4.5
Proces .................................................................................................................... 35
Bijlage 1
Evaluatienotitie
Bijlage 2
Ons Stelsel
Bijlage 3
Uitgangspunten kostendekking
Bijlage 4
Overzicht werkzaamheden
Bijlage 5
Kostendekkingsberekening
3
1
Een nieuw gemeentelijk rioleringsprogramma
Het opstellen van een nieuw rioleringsprogramma biedt de kans om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. Het huidige rioleringsplan liep met verlenging tot 2020. Als voorbereiding op de komst van de Omgevingswet, is dit het nieuwe gemeentelijke rioleringsprogramma (GRP) voor gemeente Barnveld. De kern van het GRP is de invulling van de gemeentelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater. Daarnaast hebben we extra aandacht voor oppervlaktewater, klimaatadaptatie, duurzaamheid en samenwerking. Zo dragen we vanuit onze taken voor water en riolering bij aan een toekomstbestendig Barneveld. 1.1 Water en riolering in Barneveld De band die Barneveld met het watersysteem heeft, is een bijzondere. Beken, zoals de Barneveldsebeek en Esvelderbeek, doorkruisen het landschap. Kilometers kleine watergangen verbinden het stedelijk gebied met de regionale wateren. We hebben een uitgebreid rioleringsnetwerk. Vuilwater wordt door middel van de riolering uit onze woonomgeving verwijderd en getransporteerd naar rioolwaterzuiveringen.
Het oosten van de gemeente ligt ‘hoog en droog’. De bodem bestaat veelal uit zandgrond, waardoor regenwater makkelijk infiltreert en grondwater (bijna) geen problemen geeft. Op sommige plekken leidt de diepte van het grondwater juist tot verdroging. Het westen van de gemeente is ‘lager en natter’, hier treffen we beken en stromen aan die in de ‘dalen’ zorgen voor hogere grondwaterstanden en soms ook tot problemen vanuit sloten en waterlopen.
4
Het stelsel van buizen om gebruikt drinkwater als huishoudelijk afvalwater naar de zuivering te brengen – de waterketen – vormt een onderdeel van het grotere watersysteem. Een deel van het hemelwater infiltreert in de bodem en komt in het grondwater terecht. Het grondwater stroomt naar het oppervlaktewater, zoals vijvers, beken en sloten. Omgekeerd kan bij hoge waterstanden het water vanuit het oppervlaktewater het grondwater voeden. Een deel van het hemelwater wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater. Een deel komt via de riolering in de zuivering terecht. Hemelwater dat niet op verharding valt, komt grotendeels in het grondwater terecht. Barneveld groeit fors. En loopt daarmee soms tegen de grenzen van het natuurlijke systeem aan. De (nieuwe) raakvlakken tussen waterketen en watersysteem leiden bij nieuwe ontwikkelingen tot nieuwe uitdagingen. Het areaal wordt groter en aandacht voor met name klimaatadaptief bouwen is nodig. Maar het bestaande stelsel wordt ook langzaamaan ouder. Daardoor is meer focus op beheer en instandhouding van een deugdelijk stelsel nodig. Kortom, de borging van de juiste uitgangspunten voor water en riolering bij nieuwbouw én het beheer van het bestaande stelsel vragen een solide uitwerking in dit water- en rioleringsplan.
1.2 Doel Met dit water- en rioleringsplan geven we invulling aan de wettelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater. Stedelijk afvalwater
Op grond van de Wet milieubeheer artikel 10.33 is elke gemeente verantwoordelijk voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt van de in de gemeente gelegen percelen. Alle percelen binnen de bebouwde kom zijn daarom aangesloten op (vrijverval)riolering. Buiten de bebouwde kom zijn alle percelen aangesloten op vrijvervalriolering, drukriolering, IBA of een geoorloofd alternatief. Het waterschap heeft op grond van artikel 2.4 uit de Waterwet de verplichting om het afvalwater te zuiveren (of te laten zuiveren door een andere partij).
5
Hemelwater
Grondwater
Vanuit de Waterwet artikel 3.5 zijn gemeenten verplicht om zorg te dragen voor een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater, maar alleen als degene die zich er van wil ontdoen niet redelijkerwijs het water zelf kan verwerken op het eigen perceel, in de bodem of door het in oppervlaktewater te brengen. In de Waterwet, artikel 3.6, is bepaald dat de gemeente de zorg heeft om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Dit doet de gemeente door maatregelen te treffen in het openbaar gemeentelijke gebied, voor zover deze doelmatig zijn en niet tot de zorg van de (grondwater)beheerder of de provincie behoort.
Vanuit onze taken zoeken we de verbinding met andere disciplines binnen onze gemeente. We verbreden onze blik om ontwikkelingen op het gebied van klimaat, energietransitie, Omgevingswet en duurzaamheid samen op te pakken. Binnen ons vakgebied zoeken we bovendien de samenwerking met omliggende gemeenten, Waterschap Vallei en Veluwe, het Platform Water Vallei en Eem en de Manifestregio (Platform, regio Noord-Veluwe en regio Oost-Veluwe). 1.3 Nieuwe ontwikkelingen We hebben in dit plan aandacht voor nieuwe ontwikkelingen. De belangrijkste, in ruimtebeslag en benodigde middelen, is klimaatadaptatie. Klimaatadaptatie op zich is niet nieuw, maar vraagt wel steeds meer aandacht bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het regent de laatste jaren soms zo hard – die hoeveelheden neerslag zijn een veelvoud van wat ondergronds redelijkerwijs verwerkt kan worden – dat de bovengrondse ruimte zó moet worden ingericht dat afstromend regenwater niet tot problemen leidt. Naast veel neerslag krijgen we ook vaker te maken met meer en langere periodes van droogte. Om dat tegen te gaan, zetten we in op het vasthouden van de regendruppel waar die valt. Kortom, ruimte voor water speelt een cruciale rol in klimaatadaptatie.
In dit plan zullen we voor het eerst ‘eigen’ projecten van water en riolering uitbreiden met extra klimaatadaptatie maatregelen én middelen vrijmaken om met water en riolering aan te kunnen haken bij ruimtelijke initiatieven die niet vanuit water en riolering worden geïnitieerd. 1.4 Planperiode Van 2021 tot en met 2026 geldt dit plan als het handvat voor de uitvoering van onze (wettelijke) watertaken. Jaarlijks rapporteren we de voortgang van de uitvoering aan het bestuur en sturen we bij, waar nodig. 1.5 Proces Dit plan hebben we opgesteld in samenwerking met Waterschap Vallei en Veluwe en diverse disciplines binnen de gemeente, waaronder wegbeheer, ruimtelijke ontwikkeling, groenbeheer, Omgevingswet, Energietransitie en financiën. In interviews, overleggen en workshops hebben we visies, beleid en beheer afgestemd. In een werksessie met de gemeenteraad hebben we de mogelijke uitwerking van de belangrijkste ontwikkelingen besproken. De uitkomsten van de bespreking zijn opgenomen in een Kaderstellende Notitie die door de Gemeenteraad op 12 november 2020 is vastgesteld. Aansluitend zijn de zorgplichten en de effecten op met name de maatregelen en rioolheffing verder uitgewerkt.
6
1.6 De opbouw van het plan Waarschijnlijk treedt de Omgevingswet tijdens de looptijd van dit water- en rioleringsplan in werking. Wanneer dat precies is, is tijdens het opstellen van dit plan vooralsnog onduidelijk. Wel is duidelijk dat planvormen er na het in werking treden van de Omgevingswet anders uit gaan zien. Grofweg worden uitgangspunten en opvattingen straks in een Omgevingsvisie vastgelegd. Voor specifieke taken en verantwoordelijkheden kan de gemeente programma’s opstellen, zoals een gemeentelijk rioleringsprogramma. Dit water- en rioleringsplan volgt deze opbouw. Het eerste deel beschrijft de visie. Wat is onze taakopvatting over de (wettelijke) zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. En hoe kijken we vanuit die zorgplichten naar oppervlaktewater, klimaatadaptatie, duurzaamheid en samenwerken. Daarna komt het ‘programma’. Grofweg is de opbouw telkens ‘waar hebben we mee te maken’, waarin we areaal en context beschrijven. Dan volgt ‘wat willen we bereiken’. Hierin specificeren we meetbaar wat de visie (hoofdstuk 2) betekent voor dit onderdeel. Ieder onderdeel sluit af met ‘wat gaan we doen’, hierin staan de gevolgen voor het beheer, de benodigde onderzoeken en specifieke maatregelen die nodig zijn om te bereiken wat we willen. Nieuwe aanleg en de uitgangspunten voor nieuwbouw benoemen we in een aparte paragraaf.
Het laatste hoofdstuk gaat in op de benodigde middelen; welke formatie is nodig en wat zijn de gevolgen voor de rioolheffing.
7
2
Visie voor onze waterketen
2.1 Stedelijk afvalwater We voeren afvalwater af uit de stedelijke omgeving en beschermen daarmee de volksgezondheid. We volgen hierbij de trits schoonhouden-scheiden-zuiveren. In eerste instantie willen we het schone water, zoals regenwater, zoveel mogelijk apart houden. Daarom scheiden we vuile en schone waterstromen. Het vuile water brengen we naar de zuivering of zuiveren we lokaal, waarna het als schoon water weer terugkomt in de leefomgeving. Dit doen we met het rioolstelsel dat we in de gemeente hebben liggen. 2.2 Hemelwater Gemeente, waterschap en perceeleigenaren hebben een gedeelde verantwoordelijkheid om overtollig hemelwater te verwerken. De gemeente verwerkt het hemelwater op openbaar terrein. In onze projecten dragen we bij aan het ontvlechten van de waterstromen. Wanneer we gemengde riolering aanpakken, koppelen we het hemelwater op openbaar terrein af en verwerken we dit lokaal. Daarbij nemen we ook aangelegen bedrijven en burgers mee om ze (doelmatig) af te koppelen, waarbij we hen volledig ontzorgen qua kosten en werkzaamheden. We stimuleren bewoners en bedrijven in onze gemeente om op eigen terrein hemelwater af te koppelen en te verwerken. Voor de verwerking van hemelwater volgen we de trits vasthouden-bergen-afvoeren.
We houden het water zoveel mogelijk vast in het gebied waar het gevallen is, zodat we naastgelegen gebieden geen problemen geven en water bufferen om droogte tegen te gaan. Als dit niet (meer) mogelijk is, bergen we het water tijdelijk op plekken waar dit geen overlast geeft. Om dit mogelijk te maken, moet water bovengronds de ruimte krijgen. Als bergen niet mogelijk is, voeren we water vertraagd af naar het regionale watersysteem. Op deze manier voorkomen we schade en beperken we wateroverlast. Onder schade verstaan wij water dat vanuit de openbare ruimte panden in stroomt. Overlast, bijvoorbeeld door water dat tussen de stoepranden op straat staat, accepteren we. 2.3 Grondwater Een overschot aan grondwater kan problemen geven voor landgebruik, gebouwen en natuur. We willen en kunnen het grondwater niet sturen. De fysieke kenmerken van de bodem in Barneveld en de omliggende regio is bepalend voor het grondwater. Wanneer er structurele problemen zijn, kunnen we lokaal wel ingrijpen. Met ons grondwatermeetnet houden we zicht op de grondwaterstanden en als er problemen zijn, dan zoeken we samen met de omgeving naar doelmatige oplossingen.
Wat is grondwater? Grondwater is al het water dat zich in de bodem bevindt. Het grondwater wordt gevoed met hemelwater en vanuit het oppervlaktewater. In dit plan hebben we het over het ondiepe grondwater in het stedelijk gebied. Dit is het grondwater dat zich boven de eerste niet waterdoorlatende grondlaag bevindt. Grondwater is lokaal lastig te beïnvloeden, maar kan grote invloed hebben op de functie van een locatie.
8
2.4 Stedelijk oppervlaktewater Water wordt steeds zichtbaarder in onze gemeente. We houden het liefst de druppel vast op de plek waar deze valt. We houden het water vast en bergen het zoveel mogelijk lokaal. Daarmee is water een belangrijk ordenend principe in de openbare ruimte. Wanneer we het water niet meer lokaal kunnen vasthouden en bergen, voeren we het water af via de kleinere watergangen naar de regionale wateren. De watergangen samen vormen het systeem om het overschot aan water vanuit het stedelijk gebied af te voeren naar de regionale oppervlaktewateren, zoals de Barneveldse beek. We streven naar een goed functionerend en gezond watersysteem met een goede gebruiks- en belevingswaarde. Dit betekent dat de watergangen voldoende water afvoeren, een goede uitstraling hebben en bijdragen aan de recreatieve en ecologische kwaliteit. Zo draagt water bij aan een prettige leefomgeving. 2.5 Klimaatadaptatie Het klimaat verandert. Het gaat vaker en heviger regenen, het wordt voor langere aaneengesloten perioden droger en het wordt warmer. De huidige leefomgeving is niet altijd goed voorbereid op deze omstandigheden, wat vraagt om extra inspanningen in de projecten die in het kader van de gemeentelijke zorgplichten worden gepland om ervoor te zorgen dat deze extreme omstandigheden tot minder overlast leiden voor onze inwoners.
Daarnaast vraagt dit ook extra inspanningen bij ingrepen in de openbare ruimte, waarbij water en riolering in eerste instantie niet het initiatief heeft. Riolen moeten niet alleen worden vervangen en regenwater afgekoppeld; de fysieke bovengrondse inrichting vraagt ook aanpassingen om een teveel en soms tekort aan water en hitte het hoofd te bieden. Dit noemen we klimaatadaptatie. Op basis van de door de Gemeenteraad vastgestelde kaderstellende notitie is in het GRP een aanvullende stijging van de rioolheffing met jaarlijks 2,5% opgenomen om ook dat stapje extra voor klimaatadaptatie binnen en buiten water- en rioolprojecten mogelijk te maken. We werken samen op regionaal niveau en pakken lokaal aan. In het Regionaal Adaptatie Plan (RAP) zijn vier speerpunten benoemd: (1) prettig wonen en werken, (2) aangenaam recreëren, (3) basisfuncties veiligstellen, (4) natuurlijk bodem- en watersysteem. Voor Barneveld hebben we het ’plan van aanpak klimaatadaptatie gemeente Barneveld’ opgesteld. We willen in 2050 samen met onze inwoners en bedrijven klimaatadaptief zijn. Om ons voor te bereiden op het veranderende klimaat, stellen we andere eisen aan de inrichting van de leefomgeving. We geven water bovengronds een plek in de leefomgeving, zodat we de druppel houden waar deze valt.
Hiermee creëren we een robuust systeem waarin we water een plek geven waar het niet tot schade en overlast leidt en we de klimaateffecten verdroging en hitte ook zoveel mogelijk tegengaan. Aan de hand van stresstesten en modelstudies brengen we in beeld wat de huidige situatie is en wat we waar moeten doen, zodat we bewuste keuzes maken. In de projecten die we uitvoeren, handelen we klimaatadaptief. We verwachten dat onze inwoners dit ook doen, daarom informeren en stimuleren we onze inwoners om hun eigen terrein klimaatadaptief in te richten.
9
2.6 Duurzaamheid In de waterketen van gemeente Barneveld handelen we duurzaam. Dit betekent dat we bij het inrichten van de waterketen knelpunten in waterkwantiteit en -kwaliteit niet afwentelen op aangrenzende gebieden of op toekomstige generaties. Het Rijk heeft beleidsdoelen gesteld op de thema’s: energietransitie, transitie naar een circulaire economie en alternatieve sanitatie. Binnen de waterketen werken we, waar mogelijk, mee om deze te realiseren en zo dragen we bij aan het realiseren van een duurzame leefomgeving. 2.7 Samenwerken Samen met inwoners en bedrijven werken we samen aan een goede omgang met water in Barneveld. We voeren vervuild water af en geven schoon water een plek in de leefomgeving. Zo creëren we samen een aantrekkelijk en waardevol waterlandschap en houden dit samen in stand. Water raakt aan veel vakgebieden, daarom werken we ook binnen onze organisatie samen. Met collega’s van andere disciplines, zoals groenbeheer, wegbeheer, verkeer, ruimtelijke ontwikkeling, energie, circulariteit en het sociaal domein, geven we vorm aan de leefomgeving. Op het gebied van water werken we samen met andere overheden. We stemmen onze plannen, ambities en werkzaamheden af met Waterschap Vallei en Veluwe en binnen het Platform Water Vallei en Eem (PWVE) met omliggende gemeenten. Binnen de Manifestregio stemmen we werkzaamheden op het gebied van klimaatadaptatie af.
10
3
Programma
3.1 Stedelijk Afvalwater In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we omgaan met stedelijk afvalwater. Met onze rioleringsstelsels zamelen we het afvalwater in en transporteren we dit naar de zuivering. Met een deel van het stelsel verzamelen we hemelwater in, dit beschrijven we ook in dit hoofdstuk omdat het beheer van deze stelsels tegelijk wordt opgepakt. Waar hebben we mee te maken Vrijvervalriolering In de kernen voeren we het afvalwater en een deel van het hemelwater af met vrijvervalriolering. We hebben in totaal 390 km vrijvervalriolering. De oudste riolering komt uit 1950.
11
Van ons vrijvervalstelsel is 65% gescheiden riolering, de overige 35% bestaat uit gemengde riolering. In onderstaande afbeelding is een gemengd (bestaande uit gemengde riolering) en gescheiden stelsel (bestaande uit riolen voor regenwaterafvoer – RWA- en droogweerafvoer -DWA-) afgebeeld.
32%
35%
33% Barneveld (250 km)
De Glind (3,5 km)
Garderen (19 km)
Kootwijkerbroek (21 km)
Kootwijk (5 km)
Stroe (9 km)
Voorthuizen (70 km)
Zwartebroek (7 km)
Terschuur (7 km)
12
Lengte (meters)
In onderstaande grafiek is per aanlegperiode aangegeven welk type stelsel is aangelegd. Gemengde stelsels worden niet meer nieuw aangelegd, maar wel vervangen. 60000 50000 40000 30000 20000 10000 0
Tijd (jaren) Gemengd
DWA
RWA
Druk- en persriolering We hebben in Barneveld een groot buitengebied. Alle woningen en bedrijven in het buitengebied zijn gerioleerd. We zamelen het afvalwater in met 290 km drukleiding, 1.446 drukrioolgemalen en 3.900 aansluitingen.
Het ingezamelde afvalwater transporteren we naar de zuivering in Ede, Nijkerk en Harderwijk. Hiervoor hebben we 24 km persleiding en 32 gemalen.
13
Wat willen we bereiken We voeren ons rioolbeheer doelmatig uit. Onderstaande schema specificeert hoe we dat gaan bereiken. Doel
Het rioolbeheer doelmatig uitvoeren.
Functionele eis
We beheren ons stelsel effectief tegen minimale kosten.
Maatstaf
1. 2. 3.
Meetmethode
In een jaarlijkse rapportage lichten we toe welke werkzaamheden we hebben uitgevoerd.
We beheren vrijvervalriolering risicogestuurd. We ontwikkelen risicogestuurd beheer voor drukriool. We stemmen werkzaamheden af met andere werkvelden.
We weten steeds meer over de werking en de staat van de objecten in de waterketen. Daarom weten we ook steeds beter wanneer we moeten ingrijpen en wanneer we niets hoeven te doen, omdat het nog goed werkt. Dit inzicht in ons stelsel zorgt ervoor dat we de risico’s steeds beter kunnen inschatten. We gaan daarom ons stelsel risicogestuurd beheren. In de vorige planperiode hebben we hiervoor de eerste stappen gezet. We zorgen ervoor dat het systeem aan de eisen voldoet en dat het zo lang mogelijk meegaat. Met behulp van het programma Rasmariant hebben we voor onze objecten voor de korte en lange termijn bepaald wanneer we ingrijpen. De komende planperiode doen we op basis van deze uitkomsten onze werkzaamheden risicogestuurd. Omdat dit een nieuwe methode is, evalueren we in het volgende GRP wat we werkelijk hebben uitgevoerd en of dit overeenkomt met wat we gepland hebben. Het prioriteren van beheeractiviteiten doen we met het programma Rasmariant. Aan de hand van analyses van de achteruitgang van de toestand van het riool worden werkzaamheden op de planning gezet. Voor de korte termijn (tot en met 2026) bepalen we de werkzaamheden die nodig zijn op basis van de analyses die uit Rasmariant volgen. Voor de lange termijn gaan we uit van (meer theoretische) levensduren van de riolering.
In Barneveld liggen de riolen grotendeels in stabiele zandgronden, daarom is de verwachte technische levensduur van de riolen hoger dan het landelijk gemiddelde van 60 jaar. De rioolinspecties waarmee we inzicht krijgen in de staat van de riolen, laten dit ook zien. We hanteren daarom de volgende levensduren voor de riolen: · 70 jaar voor riolering, aangelegd tussen 1950 en 1970; · 80 jaar voor riolering, aangelegd na 1970. Van de riolen die aan vervanging toe zijn, vervangen we 70% en relinen we 30%. Bij het relinen van een riool wordt er een nieuwe buis in de bestaande buis gemaakt. De liner wordt via de putten in de oude buis gebracht, waardoor er niet gegraven hoeft te worden. De liner wordt opgeblazen en uitgehard, waardoor een nieuwe buis in de oude buis ontstaat die weer decennia mee kan.
14
Wat gaan we doen Beheer We reinigen en inspecteren de vrijvervalriolering risicogestuurd. Op basis van Rasmariant hebben we bepaald welke riolen we inspecteren. Voordat we inspecteren, reinigen we het riool. De komende jaren gaan we 125 km riool inspecteren en reinigen, gemiddeld is dit 21 km per jaar. Op basis van de uitkomsten van de inspecties voeren we onderhoudswerkzaamheden uit. Putten nemen we, waar nodig, mee in dit onderhoud. De kolken onderhouden we 2x per jaar. Het onderhoud bestaat uit reinigen en, waar nodig, herstellen van onderdelen. Onderzoek We doen mee aan het regionaal onderzoek van het PWVE naar alternatieve inzameling van afvalwater in het buitengebied. In dit onderzoek gaan we aan de slag met het vraagstuk rondom de vervangingspiek van de drukriolering in het buitengebied die we de komende decennia verwachten. Ook kijken we of er alternatieven zijn om hier het afvalwater in te zamelen en te verwerken. Dit onderzoek wordt door het PWVE getrokken, hiervoor doen wij jaarlijks een bijdrage. We doen ervaring op met ons vrijvervalstelsel risicogestuurd beheren. We hebben steeds beter inzicht in de staat van ons stelsel en gaan dit inzicht inzetten om beter te bepalen welke maatregelen nodig zijn. De komende periode doen we hiermee meer ervaring op en evalueren we deze manier van beheren.
Daarnaast doen we onderzoek hoe we risicogestuurd beheer ook kunnen toepassen op de drukriolering in Barneveld. Een aantal onderzoeken komen later nog aan de orde, maar hebben ook effect op het stedelijk water: · voor de kernen Barneveld, Harselaar en Stroe stellen we een systeemoverzicht stedelijk water (SSW) op (zie blz. 16); · door het risicogestuurd beheren van de riolering krijgen we meer inzicht in de rioolstelsels en hun onderlinge samenhang; · we stellen een waterbeheerplan op voor de (kleine) gemeentelijke wateren in de kernen. Maatregelen We vervangen in 2021 de hoofdpost van de pompen en gemalen. De huidige hoofdpost is kwetsbaar en voldoet niet aan de wens om gegevens makkelijk inzichtelijk te hebben. De nieuwe hoofdpost maakt het mogelijk om de werking van de gemalen eenvoudig op afstand te raadplegen en biedt mogelijkheden om onderhoudsgegevens bij te houden. Het is wellicht ook mogelijk om aan te sluiten op de Platform Water Vallei en Eem hoofdpost, dit wordt onderzocht. Op basis van de resultaten van de inspecties voeren we op diverse locaties reparaties en vervangingen uit.
15
3.2
Hemelwater
Waar hebben we mee te maken In Barneveld hebben we een uitgebreid stelsel van ondergrondse en bovengrondse voorzieningen. Hiermee geven we invulling aan onze zorgplicht voor het inzamelen en verwerken van afvloeiend hemelwater. We streven ernaar om voor alle kernen actueel (niet ouder dan 10 jaar) inzicht te hebben in het hydraulisch en milieutechnisch functioneren van het vrijvervalstelsel. We hebben daarom per kern een systeemoverzicht stedelijk water (SSW, voorheen BasisRioleringsPlan, BRP). We werken echter steeds meer toe naar actueel en dynamisch inzicht in het functioneren van het stedelijk watersysteem. In onderstaand overzicht is opgenomen wanneer voor de kernen een SSW is opgesteld: Kern Barneveld Voorthuizen Stroe Zwartebroek De Glind
Jaartal SSW 2002 2020 2001 2015 2017
Kern Terschuur Kootwijk Kootwijkerbroek Garderen* Harselaar
Jaartal SSW 2015 2019 2012 2002 (2013) 2017
* Voor de kern Garderen is in 2013 een optimalisatiestudie uitgevoerd samen met het waterschap. Maatregelen daaruit zijn in 2020 afgerond.
We verwerken hemelwater zoveel mogelijk lokaal. Daarom hebben we voorzieningen aangelegd om ervoor te zorgen dat het water kan infiltreren. We hebben wadi’s (59.005 m2), infiltrerende verharding (6.600 m2), infiltratievoorzieningen (597 m2), retentievoorzieningen (1000 m3), verticale infiltratiebuizen (100 stuks) en infiltratieriolen (10 km). De lengtes riolering, bestemd voor hemelwater, zijn in paragraaf 3.1 beschreven. Wat willen we bereiken We zetten ons in om het rioolstelsel verder te verduurzamen. Dit doen we door schoon water zoveel mogelijk gescheiden te houden van vuilwater. We hebben op veel plekken het hemelwater al afgekoppeld. Bij nieuwbouw houden we het hemelwater direct gescheiden van het afvalwater. We willen de druppel vasthouden waar deze valt, pas als dat niet meer kan, voeren we het water af. We benutten de inrichting van de openbare ruimte om water een plek te geven. We sturen het water zo dat we overlast en schade zoveel mogelijk voorkomen of verminderen. Het liefst geven we water op de plek waar het valt een tweede functie, bijvoorbeeld om de tuin mee te sproeien. Doel
Duurzame omgang met hemelwater op openbaar en particulier terrein.
Functionele eis
1. 2. 3.
Hemelwater houden we gescheiden van vuil water. Hemelwater houden we zoveel mogelijk op de plek waar het valt. Hemelwater geven we zoveel mogelijk een tweede functie.
Maatstaf
1. 2.
Bij alle projecten op openbaar terrein koppelen we hemelwater af. De instrumenten (waaronder de stimuleringsregeling) zijn doelmatig, kosteneffectief en worden gebruikt.
Meetmethode
In een jaarlijkse rapportage lichten we toe wat we bereikt hebben.
16
We zien een aantal duurzame mogelijke oplossingen om het hemelwater daar te houden waar het valt. Daarbij richten we ons op het lokaal vasthouden en bergen van het hemelwater. Maatregelen om de afvoer te vergroten, bijvoorbeeld door het vergroten van de riolering, kan in een specifieke situatie doelmatig zijn maar zien we normaliter niet als een duurzame oplossing. Wat we wel duurzaam vinden, is: · beperken van nieuwe verharding: enkel noodzakelijke, functionele verharding; · afkoppelen bestaande verharding: actief afkoppelen van kansrijke locaties; · toepassen ‘kolkloze’ straten/wijken met enkel bovengrondse waterafvoer; · toepassen van waterpasserende verharding met een waterbergend funderingspakket; · aanleggen van stroken langs bestaand asfalt in waterpasserende verharding; · herprofileren van straten in dwars- en lengterichting (hol profiel, stroomgoot, op één oor); · verlagen opsluitbanden naast openbaar groen (afstroming vanaf rijbaan); · verlagen aangrenzend openbaar groen (grasvelden, perkjes, opvang en beregening); · klimaatbestendig inrichten van kansrijke woonwijken i.c.m. grootschalige herinrichting; · toetsen of vloerpeilen nieuwe woningen voldoende hoogte ten opzichte van de weg krijgen. Met SSW’s maken we inzichtelijk hoe het systeem hydraulisch en milieutechnisch functioneert.
Dit doen we door de standaardbuien 08 of 10 (afhankelijk van de locatie) uit de Kennisbank Stedelijk Water van Stichting Rioned door te rekenen en de effecten bij extreme weersomstandigheden in beeld te brengen door blokbuien van 60 en 100 mm per uur door te rekenen. Indien mogelijk, rekenen we met een historische (werkelijk gevallen en gemeten) bui om de resultaten ervan met de ervaren wateroverlast te vergelijken. Uit deze analyses volgen knelpunten en maatregelen om deze knelpunten te verhelpen waarmee we onderstaand doel nastreven. Doel
Er mag geen schade op particulier terrein optreden als gevolg van water op straat door hevige buien.
Functionele eis
1.
De afvoercapaciteit van het hemelwatersysteem (ondergronds in de riolering en bovengronds) is voldoende.
Maatstaf
1. 2.
In nieuwe wijken verwerken we hemelwater bovengronds. Bij nieuwe situaties (grootschalige reconstructies) treedt bij bui 10 (36 mm in 45 min) uit de Kennisbank van Stichting RIONED geen water op straat op. In bestaande situaties mag een bui 08 (20 mm in één uur) uit de kennisbank van Stichting Rioned wel tot water op straat leiden, maar als gevolg daarvan niet tot schade op particulier terrein.
3.
Meetmethode
Hydraulische berekening volgens rioleringsberekeningen en hydraulisch functioneren zoals opgenomen in de Kennisbank van Stichting Rioned, waarnemingen en registratie van klachten.
Wat gaan we doen Beheer Het beheer van de hemelwaterriolen is gekoppeld aan het beheer van de afvalwaterriolen en gebeurt op dezelfde manier. Voor een goede werking van de wadi’s, maaien we onze wadi’s 1x per 2 weken in het groeiseizoen.
17
We onderhouden infiltratie- en drainagevoorzieningen zodanig dat het functioneren van de voorziening gewaarborgd is. We vegen de straten deels om ervoor te zorgen dat vuil op straat niet wordt meegevoerd met neerslag en via de straat- en trottoirkolken het rioolstelsel inspoelt. In het rioolstelsel zorgt vuil voor extra vervuiling en soms voor verstoppingen. Dit leidt tot een slechte afstroming van water en plassen op straat. De kosten voor straatvegen rekenen we daarom voor de helft toe aan de rioolheffing. De andere helft wordt betaald vanuit de algemene middelen, omdat het ook belangrijk is voor de functies van de straat binnen een prettige leefomgeving. We hebben de afgelopen jaren ervaring opgedaan met het beheer van waterpasserende verharding. Een deel van onze waterpasserende verharding hebben we na 7 jaar schoongemaakt met een zoab-cleaner en opnieuw gevoegd. Dit heeft de infiltrerende werking van de verharding verbeterd. Daarom gaan we in het vervolg al onze infiltrerende verharding zo beheren. Onderzoek We gaan onderzoek doen naar de werking en onderhoudsmethoden van wadi’s. In delen van onze gemeente vormen wadi’s een belangrijk onderdeel van het hemelwaterstelsel. Om meer inzicht te krijgen in de werking van de wadi’s na verloop van tijd en ervaring op te doen welk type onderhoud de werking van de wadi het best op peil houdt, doen we in 2021 een onderzoek.
Ook landelijk is er veel onderzoek gaande naar het onderhoud van wadi’s, de uitkomsten van deze onderzoeken volgen we, tot we meer inzicht hebben in hoe we de wadi’s goed moeten onderhouden. Ook voor waterpasserende verharding wordt onderzoek gedaan naar hoe dit het best kan worden opgebouwd, gerealiseerd en beheerd. De uitkomsten van deze onderzoeken volgen we om ons ontwerp en beheer te professionaliseren. Het hydraulisch en milieutechnisch functioneren van de vrijvervalstelsels berekenen we iedere 10 jaar opnieuw. Met deze berekeningen kan ook in beeld worden gebracht wat er gebeurt na wijzigingen in het stelsel. Deze planperiode gaan we de SSW’s van Barneveld Harselaar, Stroe, Garderen, Kootwijkerbroek en Terschuur herzien. Hiervoor hebben we budget geraamd in de post onderzoek en planvorming. Maatregelen Met de ‘Subsidieregeling regenwater vasthouden gemeente Barneveld’ stimuleren we particulieren om anders om te gaan met regenwater en bewustwording te creëren over de relatie tussen water, tuin, leefomgeving en klimaat. Particulieren kunnen aanspraak maken op de subsidieregeling wanneer ze maatregelen voor waterberging op eigen terrein treffen. De mogelijke maatregelen vallen binnen de categorieën: · opvang voor hergebruik of infiltratie; · ontharden; · regenpijp ontkoppelen. Het subsidiebedrag is afhankelijk van hoe divers de maatregelen zijn.
Worden maatregelen uit verschillende categorieën toegepast, dan wordt het bedrag hoger. Daarnaast is het bedrag afhankelijk van de grootte van het (dak)oppervlak waarvoor maatregelen genomen worden.
18
We gaan op verschillende plekken in de gemeente rioleringswerkzaamheden uitvoeren. Bij het uitvoeren van de maatregelen houden we met de voortgang en prioritering rekening met de plannen vanuit andere disciplines, omdat we streven naar integrale projecten en werk met werk maken. In onze jaarplannen leggen we de projecten en de daaraan gekoppelde budgetten vast. We voorzien per kern al een aantal rioleringswerkzaamheden. Ook de mogelijkheden voor werk met werk maken die we nu al voorzien, zijn aangegeven. 3.3
Grondwater
Waar hebben we mee te maken Barneveld ligt aan de voet van de Veluwe. Het oosten van de gemeente ligt hoog, waardoor het grondwater zich daar dieper onder het maaiveld bevindt. In de kernen Stroe, Garderen en Kootwijk is geen sprake van grondwateroverlast. Het westen van de gemeente ligt lager en de afstand van het maaiveld tot het grondwater is hier kleiner. Dit geldt voor de kernen Zwartebroek, Terschuur, De Glind, Voorthuizen, Barneveld en Kootwijkerbroek. De afgelopen jaren hebben we weinig klachten en meldingen over grondwateroverlast ontvangen. Barneveld beschikt over een uitgebreid, structureel grondwatermeetnet van 87 peilbuizen. Bij 26 peilbuizen wordt het grondwaterpeil met automatische opnemers (divers) bemeten, de overige 61 peilbuizen worden (nu nog) tweewekelijks met de hand bemeten. Hierdoor zijn de grondwaterfluctuaties in de tijd inzichtelijk. In de overzichtstekening is het Barneveldse grondwatermeetnet opgenomen. Binnen de gemeentegrenzen zijn er ook peilbuizen van het waterschap, de provincie en andere instanties aanwezig. Deze peilbuizen bevinden zich voornamelijk in het buitengebied. Het gemeentelijk grondwatermeetnet bevindt zich in het bebouwd gebied.
We hebben 42 km drainageriolering om overtollig grondwater af te voeren naar oppervlaktewater.
19
Wat willen we bereiken We voorkomen dat grondwater tot structurele overlast leidt. Om dit doel te bereiken, hanteren we de volgende functionele eis, maatstaf en meetmethode: Doel
Grondwater mag niet tot structurele overlast leiden.
Functionele eis
Er zijn voldoende mogelijkheden om het grondwater op peil te houden.
Maatstaf
De grondwaterstand overschrijdt niet langer dan een aaneengesloten periode langer dan 28 dagen het ingrijpniveau.
Meetmethode
Grondwatermeetnet en registratie van klachten over grondwater.
We hebben ontwateringsdiepten voor verschillende gebruiksfuncties bepaald. We maken onderscheid tussen het streefniveau en het ingrijpniveau. Functie
Streefniveau ontwateringsdiepte
Ingrijpniveau ontwateringsdiepte
Woningen met kruipruimte Woningen zonder kruipruimte Primaire wegen Woonstraten Tuinen en plantsoenen
0,7 m – maaiveld 0,3 m – maaiveld 0,9 m – maaiveld 0,7 m – maaiveld 0,5 m – maaiveld
0,5 m – maaiveld 0,1 m – maaiveld 0,7 m – maaiveld 0,5 m – maaiveld 0,3 m – maaiveld
Wat gaan we doen Beheer We beheren de drainageriolering zodanig dat het functioneren van de voorziening gewaarborgd is. De grondwaterstanden lezen we steeds vaker uit door middel van divers. Deze divers zijn dataloggers die in peilbuizen hangen. Ze registreren periodiek de grondwaterstanden. De divers worden binnen het samenwerkingsverband PWVE gezamenlijk onderhouden. Onderzoek We voeren alleen onderzoek naar de grondwaterstand uit als dit nodig is. De ervaring leert dat dit niet vaak gebeurt. De gemeente is het eerste aanspreekpunt voor inwoners als het gaat om grondwater. Wanneer er een melding van grondwateroverlast binnenkomt, volgen we het schema op de volgende pagina.
20
21
Maatregelen We gaan de handpeilbuizen vervangen voor peilbuizen met een diver. Dit zorgt ervoor dat we de grondwaterstanden in onze gemeente automatisch kunnen uitlezen. Dit zorgt ervoor dat we altijd actuele informatie hebben over de grondwaterstand in de gemeente. We voeren de werkzaamheden uit in de periode 2021-2026, jaarlijks vervangen we 10 peilbuizen. 3.4
Stedelijk oppervlaktewater
Waar hebben we mee te maken Samen met het waterschap dragen we de zorg voor het oppervlaktewater. Het waterschap beheert de grotere watergangen en beken. Als gemeente beheren we B- en C-watergangen. Dit doen we vaak samen met eigenaren van aangrenzende gronden. De watergangen zijn een belangrijk onderdeel van het hemelwaterstelsel; ze voeren het water af dat vanuit de stedelijke omgeving komt. Wanneer er een hevige bui valt, moet het water via het ondergrondse en bovengrondse systeem afgevoerd worden naar het lokale en regionale oppervlaktewater. In het waterbeheerplan beschrijven we hoe we omgaan met onze duikers, beschoeiing en watergangen. Met het traject Stedelijk Water in Beeld (SWIB) houden we de waterkwaliteit in de gaten. In de kernen Barneveld en Voorthuizen hebben we op basis van de uitkomsten van de ecoscans en kwaliteitsbeelden van 2019 (en eerder) een aantal wateren nader onderzocht op kwaliteit. Vanuit dit traject blijkt dat de waterkwaliteit op orde is. Wat willen we bereiken We monitoren, samen met het waterschap, de waterkwaliteit door ecoscans uit te voeren. In 2019 hebben we in beeld gebracht wat de ecologische toestand van het oppervlaktewater in stedelijk gebied is. In samenwerking met het waterschap, hebben we kwaliteits-beelden opgesteld, die de gewenste (beeld)kwaliteit van het oppervlaktewater aangeven.
Wanneer de werkelijke kwaliteit van het oppervlaktewater lager is dan de gewenste kwaliteit, spreken we van een knelpunt. Deze knelpunten kunnen verschillende oorzaken hebben. Vanuit water & riolering zien wij het als onze taak om de knelpunten die raken aan onze zorgplichten, aan te pakken. Dit zijn de knelpunten die ontstaan door het (dis)functioneren van het stedelijk watersysteem, bijvoorbeeld omdat er op een locatie vaak overstortingen plaatsvinden. Maatregelen die nodig zijn om dit aan te passen, pakken we gezamenlijk met het waterschap op en nemen we op in de jaarplannen. Wat gaan we doen Het stedelijk watersysteem en het regionale watersysteem zijn met elkaar verbonden. Het water uit het stedelijke systeem voert af op het regionale systeem. Vooral in perioden met veel neerslag die vaker zullen voorkomen door klimaatversandering, is het belangrijk dat de buffer- en afvoercapaciteit van het regionale watersysteem voldoende zijn. Dit zorgt ervoor dat het water in het stedelijke gebied niet voor schade zorgt. Om dit te waarborgen, werken we nauw samen met het waterschap en geven we in hydraulische studies aandacht aan deze verbinding.
22
Waterschap Vallei en Veluwe baggert de watergangen die zij in beheer heeft en neemt een aantal watergangen in beheer van de gemeente hierbij mee. Het baggeren van de watergangen in gemeente Barneveld is gepland in 2023. Als voorbereiding hierop, zal in 2022 een inventarisatie flora en fauna worden uitgevoerd. We dragen naar verhouding bij aan deze werkzaamheden en nemen het benodigde budget mee in het jaarplan. 3.5
Klimaatadaptatie
Waar hebben we mee te maken Gemeente Barneveld heeft, in samenwerking met de Manifestregio, stresstesten uitgevoerd. Hieruit komt naar voren waar de knelpunten voor wateroverlast, hitte en droogte ontstaan als gevolg van klimaatsverandering. Vanuit team water & riolering dragen we zorg voor het hemelwater en grondwater in de gemeente. Binnen het kader van de zorgplicht nemen wij het initiatief om wateroverlast en droogte tegen te gaan en zoeken we mogelijkheden om samen met andere initiatieven in de openbare ruimte werk met werk te maken. In de klimaateffectatlas is een extreme bui, zoals die nu al valt (46 mm) en een zeer extreme bui waarbij klimaatsverandering is meegenomen (74 mm), doorgerekend. Daarbij is ook aangegeven welke panden risico op wateroverlast hebben. Uit de stresstest komt naar voren dat er vooral wateroverlast knelpunten optreden in de kernen Barneveld, Harselaar en Voorthuizen. De grondwaterstand zal naar verwachting door klimaatsverandering veranderen. In het ’hoge’ oosten kan de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) mogelijk meer dan 10 cm stijgen. Dit gebied is onderdeel van de randzone (overgang van de stuwwal naar de polder). Hier zit het grondwater relatief dicht bij het oppervlak, maar wel zo diep zit dat er geen beken en sloten om water af te voeren in dit gebied aanwezig zijn.
Vanwege deze mogelijke veranderingen heeft provincie Gelderland deze zone in beeld gebracht; de grondwaterfluctuatiezone. In het ’lage’westen van de gemeente zal de GLG mogelijk meer dan 10 cm dalen. Dit kan effect hebben voor vochtminnende natuur en landbouw.
23
Resultaat klimaatstresstest voor de kern Barneveld bij een bui van 74 mm in een uur (bron:klimaatvalleienveluwe.nl/atlas)
Wat willen we bereiken Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) heeft als doel om ervoor te zorgen dat Nederland in 2050 klimaatadaptief is ingericht. Binnen de Manifestregio werken we mee aan de uitvoering van het Regionaal Adaptatie Plan (RAP). Gezamenlijk hebben we vastgelegd hoe we samen een veilige leefomgeving creëren en waarborgen. In onze eigen gemeente zijn we al bezig om de doelstelling Barneveld klimaatadaptief in 2050 te behalen. In Barnveld zijn collega’s, inwoners en lokale organisaties samen aan het werk voor een bereikbaar, groen, aantrekkelijk Barneveld en een veilige leefomgeving in het nieuwe klimaat. We hebben in het Plan van Aanpak klimaatadaptatie Barneveld concrete acties voor onze gemeente geformuleerd. De belangrijkste zijn: · Kennis praktisch toepassen: kennis over de lokale situatie vergaren en klimaateffecten meten. · Ambassadeursnetwerk laten groeien: communiceren over en samenwerken aan een klimaatadaptieve leefomgeving. · Beleid maken in co-creatie: discipline overschrijdend en met partnerorganisaties maken we beleid klimaatbestendig. · Bestuurlijk draagvlak en dilemma’s: keuzes en consequenties leggen we voor aan het bestuur. · Aan het werk!: we handelen klimaatadaptief in alle projecten en pakken de kansen om de leefomgeving klimaatadaptief te maken mee.
24
Lokaal borgen we dit door het volgende doel na te streven: Doel
De leefomgeving is robuust en veerkrachtig, klimaatadaptief, ingericht.
Functionele eis
1. 2.
Maatstaf
1.
2. Meetmethode
Bij de inrichting van het openbaar terrein zijn voldoende onder- en bovengrondse verwerkingsmogelijkheden om wateroverlast zoveel als mogelijk te voorkomen. Door water lokaal te verwerken speelt water een rol in het voorkomen van onderlast (verdroging doordat water wordt afgevoerd in plaats van infiltreren en het mogelijk maken van groeiplaatsen van vitaal groen ter bestrijding van hitte). Onder- en bovengrondse verwerking van teveel water wordt gedimensioneerd met klimaatbuien, vooralsnog uit de klimaatatlas Platform Water Vallei Eem (74 mm in een uur). Hemelwater komt zo lokaal als mogelijk ten goede aan het watersysteem door middel van verwerking op de plek waar het valt (infiltratie).
Registratie van het scheiden van waterstromen in de jaarrapportages.
De komende jaren voeren we klimaatdialogen. Hierin kunnen we de doelstellingen concreter maken en gebiedsafhankelijk de risico’s bespreken en locatiegericht bepalen wat nodig is. Wat gaan we doen We vinden het belangrijk dat in alle projecten die worden uitgevoerd, klimaatadaptatie een plek krijgt. We hebben budget om in projecten aandacht te geven aan klimaat; zie bijlage 4. Op deze manier zorgen we ervoor dat we geen kansen missen. Zowel voor de projecten die door team water & riolering worden uitgevoerd als de projecten die door andere disciplines worden geïnitieerd, hebben we de middelen om te zorgen dat klimaatopgaven die vallen binnen de zorgplicht hemelwater en grondwater aangepakt worden. Op basis van de door de Gemeenteraad vastgestelde kaderstellende notitie, is hiervoor in het GRP een aanvullende stijging van de rioolheffing met jaarlijks 2,5% opgenomen om ook dat stapje extra mogelijk te maken. Bij alle projecten worden de beschikbare instrumenten ingezet, zoals de stimuleringsregeling en subsidiemogelijkheden vanuit het DPRA. We zien de volgende relaties tot andere disciplines: Discipline
Koppeling met water
Groen
Door klimaatsverandering wordt neerslag heviger, wordt het heter en droger. Tijdens hevige buien is bovengronds ruimte nodig om water te bergen. Daarnaast zorgt groen voor verkoeling tijdens hete perioden. In droge perioden heeft groen soms extra water nodig. Meer groen helpt dus om klimaatbestendig te worden. Dit moet echter wel groen zijn dat bestand is tegen natte, droge en hete periodes.
Wegen
Bij hevige neerslag moet een deel van het water bovengronds worden geborgen. Door wegen anders in te richten, bijvoorbeeld hol of met hoge banden, kan meer water worden geborgen. Hierdoor blijft er wel een tijdje water op de weg staan, wat tot onveiligere situaties kan leiden.
Ruimtelijke ordening
Kansen voor water kunnen vooral een plek krijgen in nieuwbouwplannen. Dit vraagt wel ruimte binnen deze projecten. Door vroeg in het proces betrokken te zijn en slimme combinaties te maken, is dit mogelijk.
25
Communicatie
Bewoners en bedrijven hebben een belangrijke rol in het klimaatbestendig maken van Barneveld. Zij dienen hun eigen terreinen aan te passen en bij extremere weersomstandigheden hun gedrag aan te passen. Hiervoor hebben we bijvoorbeeld de stimuleringsregeling. We communiceren de mogelijkheden samen met andere boodschappen aan de bewoners en bedrijven.
Sociaal domein
Een groene, ruim opgezette klimaatbestendige leefomgeving nodigt uit om samen te komen en te bewegen. Dit helpt het sociaal domein en het vakgebied water.
Energie
Nederland, en dus ook Barneveld, gaat van het gas af. Hiervoor zijn ingrepen in de openbare ruimte nodig. Dit kan gelijktijdig worden uitgevoerd met water- of rioleringswerkzaamheden. Daarnaast zijn er mogelijkheden om warmte uit afvalwater te winnen.
3.6
Duurzaamheid
Waar hebben we mee te maken Binnen het overkoepelende thema duurzaamheid kunnen wij vanuit water en riolering, naast klimaatadaptatie, bijdragen aan de energietransitie, circulaire economie en alternatieve sanitatie. Voor de thema’s energietransitie en circulaire economie volgen we de plannen vanuit andere disciplines en dragen we bij waar dat kan. Alternatieve sanitatie past binnen de zorgplicht stedelijk afvalwater en pakken we vanuit team water & riolering op. Wat willen we bereiken Doel
Duurzaam handelen.
Functionele eis
Het aspect duurzaamheid structureel meenemen bij afwegingen in planbeheer en rioolbeheer en -ontwikkeling. We onderscheiden hierin drie richtingen: 1. We dragen bij aan een energieneutrale samenleving. 2. We dragen bij aan een circulaire economie. 3. We zoeken naar mogelijkheden voor alternatieve sanitatie.
Maatstaf
1. 2. 3.
Meetmethode
We wegen in elk project de mogelijkheden om bij te dragen aan een energieneutrale en circulaire samenleving en alternatieve sanitatie mee.
We werken samen in de uitvoering en dragen bij om energieneutraal te worden. Waar mogelijk gebruiken we hergebruikte en herbruikbare materialen. Waar doelmatig, passen we alternatieve sanitatie toe.
Energietransitie Volgens het landelijke beleid moet in 2050 de CO2-uitstoot met 80% zijn verminderd ten opzichte van de situatie in 1990 (Energieagenda, 2016). Gemeente Barneveld stelt zichzelf als doel om in 2030 55% minder broeikasgassen uit te stoten ten opzichte van 1990. We kiezen ervoor om in de projecten die we vanuit de waterketen uitvoeren, te kijken naar mogelijkheden om bij te dragen aan een energieneutrale samenleving. Vanuit de huidige capaciteit en aanwezige kennis kunnen we dit oppakken en, wanneer nodig, betrekken we experts op het gebied van energie. De mogelijkheden waarop we kunnen bijdragen vanuit water en riolering aan de energietransitie, zijn: · Werk met werk maken: we pakken projecten in de openbare ruimte gezamenlijk op om overlast voor burgers te beperken en kosten te besparen. Er wordt gewerkt aan de Regionale Energie Strategie (RES). Waar projecten zullen gaan plaatsvinden om de energietransitie te doorlopen, is nog niet duidelijk (zie ook werk met werk maken).
26
· ·
Gebruik maken van duurzame energie: onze mechanische riolering verbruikt energie. Sinds 2018 kopen we 100% groene stroom in, waardoor onze riolering op duurzame energie werkt. Opwekken van thermische energie: water kan een bron voor het opwekken van energie zijn. Er kan energie worden opgewekt uit afvalwater en oppervlaktewater.
Circulaire economie Het doel is om in Nederland in 2050 volledig circulair te zijn. Dit betekent dat grondstoffen efficiënter moeten worden ingezet en zoveel mogelijk hergebruikt moeten worden. We kiezen ervoor om in de projecten die we vanuit de waterketen uitvoeren, te kijken naar mogelijkheden om bij te dragen aan een circulaire economie. Vanuit de huidige capaciteit en aanwezige kennis kunnen we dit oppakken en, wanneer nodig, betrekken we experts op het gebied van circulariteit. De mogelijkheden waarop we kunnen bijdragen vanuit water en riolering aan een circulaire economie, zijn: · gebruik maken van hergebruikte materialen, bijvoorbeeld gerecyclede betonnen rioolbuizen; · gebruik maken van materialen die na hun levensduur hergebruikt kunnen worden; · we kunnen water op verschillende manieren hergebruiken, we lichten toe welke kansen wij zien: ° gebruik van regenwater op perceelniveau: in plaats van het hemelwater te infiltreren of af te voeren, kan het ook opgeslagen worden waarna het gebruikt wordt in het huishouden, bijvoorbeeld om de wc door te spoelen. Alternatieve sanitatie We zoeken samen met het waterschap naar mogelijkheden voor alternatieve sanitatie. In plaats van het afvalwater direct af te voeren, kunnen we het ook lokaal zuiveren en hergebruiken.
We volgen de ontwikkelingen op dit gebied en nemen nieuwe inzichten mee in de ontwikkeling van het buitengebied (zie onderzoek op pagina 15). Wat gaan we doen Samen met het waterschap hebben we al een plan opgesteld voor alternatieve sanitatie in De Glind. We willen in samenwerking met het waterschap dit plan weer oppakken. 3.7
Samenwerken
Waar hebben we mee te maken Intern We willen zo veel mogelijk werk met werk maken. Daarom maken we vanuit team water & riolering inzichtelijk waar we de komende jaren aan de slag gaan. Hiervoor is het belangrijk dat we inzicht hebben in het actueel functioneren van het stedelijk watersysteem. Uit SSW’s, inspecties en klachten en meldingen volgen maatregelen voor het verbeteren van het hydraulisch en milieutechnisch functioneren van de riolering. Deze maatregelen kunnen dan zoveel mogelijk gekoppeld worden aan werkzaamheden van andere afdelingen in de gemeente, zoals energie, wegbeheer en groenbeheer. Andersom sluiten we ook aan bij projecten die vanuit anderen geïnitieerd worden.
27
Extern We vormen samen met gemeente Veenendaal, gemeente Ede en het waterschap een afvalwaterteam. In deze samenwerking organiseren we algemene bijeenkomsten en themabijeenkomsten. We maken ook deel uit van het Platform Water Vallei en Eem. Binnen de Manifestregio trekken we samen op om invulling te geven aan klimaatadaptatie. We vragen bijvoorbeeld gezamenlijk subsidie aan om onze klimaatadaptatiewerkzaamheden uit te kunnen voeren. We sluiten aan bij bijeenkomsten als dit over een vraagstuk gaat dat ook in Barneveld speelt, bijvoorbeeld de toekomst van drukriolering of het thema klimaatadaptatie. Op deze manier besteden wij de beschikbare tijd zo efficiënt mogelijk en halen wij het maximale uit de samenwerking. Doel
Een bijdrage leveren aan en meerwaarde creëren uit de samenwerkingsverbanden Platform Water Vallei en Eem, Manifestregio en Afvalwaterteam Ede-BarneveldVeenendaal.
Functionele eis
Er zijn gedeelde vraagstukken en er is voldoende tijd en bereidheid (inzet en financiën) tot samenwerking.
Maatstaf
Jaarlijks wordt een overzicht gemaakt van de samenwerkingsprojecten.
Meetmethode
Bestede tijd en meerwaarde vastleggen in jaarrapportages.
Wat willen we bereiken We blijven intern met onze collega’s van andere vakgebieden en extern binnen ons vakgebied samenwerken. We sluiten aan bij bijeenkomsten als we hier als gemeente een (voldoende) bijdrage aan kunnen leveren en (voldoende) meerwaarde uit kunnen halen. Wat gaan we doen Intern zorgen we ervoor dat we in contact zijn met onze collega’s van andere vakgebieden. We zorgen dat we onze projecten afstemmen op projecten vanuit andere vakgebieden en pakken zoveel mogelijk gezamenlijk op. We dragen jaarlijks bij aan de regionale samenwerking binnen het PWVE. We bezoeken de regionale bijeenkomsten als we een bijdrage kunnen leveren en als we hier meerwaarde uit halen. De samenwerking binnen de Manifestregio richt zich op regionaal delen, lokaal doen. Dit doen we door het verspreiden van goede voorbeelden, kennis, gereedschap en ervaring. Het verbinden van partijen om samen verder te komen in complexe klimaatuitdagingen, zo hebben we samen het RAP (regionaal adaptatieplan) opgesteld. We versterken elkaar door initiatieven te omarmen en ondersteunen met onze kennis en de kracht van ons netwerk. In het werkplan wordt vastgelegd wat we gaan doen, deze wordt elke twee jaar opnieuw opgesteld. Het eerste werkplan is voor de periode van 2021-2022. 3.8 Nieuwe aanleg Barneveld groeit! Er wordt volop gebouwd, omdat steeds meer mensen in onze gemeente willen komen wonen en werken.
We zijn vanuit beleid en beheer nauw betrokken bij de nieuwe plannen om ervoor te zorgen dat de nieuwe bewoners, ook in de toekomst, droog wonen en werken.
28
Afvalwater Alle huizen worden aangesloten op de riolering. Afvalwater en hemelwater worden gescheiden aan de perceelgrens aangeboden. Ook wanneer aangesloten wordt op een gemengd stelsel. Zo kan bij toekomstige verandering van het stelsel gemakkelijk worden aangesloten op een gescheiden stelsel. Nieuwe percelen worden zoveel mogelijk aangesloten op vrijvervalriolering. Wanneer dit niet doelmatig is, dan zoeken we naar de beste oplossing op dat gebied. We doen zo nodig specifiek onderzoek naar de mogelijkheden van vuilwaterverwerking bij de realisatie van Tiny Houses. Hemelwater We verwerken het hemelwater zoveel mogelijk lokaal. Afhankelijk van de locatie van de nieuwbouw gelden de volgende regels: Buiten de bebouwde kom: 1. Toename verhard oppervlak < 50 m2. Afvloeiend hemelwater mag niet op de drukriolering aangesloten worden, niet gebonden aan oplossingsrichtingen voor het verwerken van het afvloeiend hemelwater. 2. Toename verhard oppervlak van 50 - 4.000 m2. Waterberging van 30 mm vanuit de gemeente vereist, oplossingsrichtingen worden aangedragen vanuit gemeente*. 3. Toename verhard oppervlak > 4.000 m2. Watervergunning aanvragen bij het waterschap. Waterberging van 60 mm vanuit het waterschap vereist. Binnen de bebouwde kom: 1. Toename verhard oppervlak < 50 m2. Geen wateropgave. 2. Toename verhard oppervlak van 50 – 1.500 m2.
Waterberging van 30 mm vanuit de gemeente vereist, oplossingsrichtingen worden aangedragen vanuit gemeente*. 3. Toename verhard oppervlak > 1.500 m2. Watervergunning aanvragen bij het waterschap. Waterberging van 60 mm vanuit het waterschap vereist. *Bij de waterberging op eigen terrein wordt rekening gehouden met de waterdoorlatendheid van de ondergrond: · In Zwartebroek, Terschuur, De Glind, Voorthuizen, Barneveld en Kootwijkerbroek is de ondergrond opgebouwd uit klei/veen/zand en infiltreert matig. Hier dient een infiltratievoorziening te worden toegepast met een statische inhoud van 30 mm (3 m3/100m2). · In Stroe, Garderen en Kootwijk is de ondergrond opgebouwd uit zand en infiltreert goed. Hier dient een infiltratievoorziening te worden toegepast met een statische inhoud van 20 mm (2 m3/100m2). Hierbij wordt aangenomen dat 10 mm vlot infiltreert. Daarnaast adviseren we bij nieuwbouw het vloerpeil 30 cm hoger aan te leggen ten opzichte van het straatpeil om de kans op wateroverlast (in het pand) te verkleinen. Grondwater In de bestemmingsfase wordt rekening gehouden met grondwater om te bepalen waar gebouwd kan worden en hoe gebouwd kan worden. Deze toetsing vindt plaats door het toepassen van de watertoets, het verkijgen van inzicht in d egrondwaterstanden en het maken van een inrichtingsplan. We bouwen grondwaterneutraal.
We voorkomen dat drainage nodig is door, waar nodig, het maaiveld op te hogen.
29
Bij het bouwrijp maken van de grond houden we rekening met de doorlaatbaarheid van de bodem door water. Voor de bouw en voor de oplevering zorgen we ervoor dat de bodem weer voldoende doorlatend wordt gemaakt (herstellen van het dichtrijden tijdens de bouw). Duurzaamheid Vervuiling van afstromend hemelwater proberen we te voorkomen. Uitlogende materialen zijn daarom niet toegestaan. Organisatie Bij nieuwbouwplannen is water een sturend principe in de ruimtelijke ordening. Daarom zijn we vroeg in het proces betrokken en krijgt water voldoende ruimte in de leefomgeving.