Bijlage 1 Grondstoffenstrategie 2025-2030
Tekst van het document
Grondstoffenstrategie 20252030
Inhoud 1. Voorwoord...........................................................................................................................................3 2. Inleiding ...............................................................................................................................................4 3. Even terug in de tijd .........................................................................................................................5 3.1
Inleiding .................................................................................................................................................................5
3.2
Zijn de doelstellingen van de Strategienota 2020-2024 bereikt? ............................................................6
4. De opmaat naar een nieuwe strategie ........................................................................................8 4.1
Doelmatigheidsonderzoek ................................................................................................................................8
4.2
Beleid en regelgeving .........................................................................................................................................8
4.3
Enquête inwonerpanel .......................................................................................................................................9
4.4
Wat doen de ’buren’? ..........................................................................................................................................9
5. Keuze uit vier scenario’s ................................................................................................................11 5.1
Doelstelling ..........................................................................................................................................................11
5.2
Scenario 1 Voortzetting huidige inzamelwijze ............................................................................................11
5.3
Scenario 2 Omgekeerd inzamelen binnen de bebouwde kom ...............................................................12
5.4
Scenario 3 Huidige inzamelwijze met diftar ................................................................................................13
5.5
Scenario 4 Belonen voor aanbieden minder restafval.............................................................................14
6. De keuze van het voorkeursscenario.........................................................................................16 7. Optimalisatie en flankerend beleid ...........................................................................................19 7.1
Optimalisatie .......................................................................................................................................................19
7.2
Flankerend beleid..............................................................................................................................................20
8. Bijlagen ..............................................................................................................................................22 8.1
Bijlage A Wat is uitgevoerd in de periode 2024-2025 ...............................................................................22
8.2
Bijlage B Doelmatigheidsonderzoek .............................................................................................................24
8.3
Bijlage C Rijksbeleid en Trends & Ontwikkelingen ...................................................................................25
8.4
Bijlage D Inwoners enquête ............................................................................................................................27
8.5
Bijlage E Diftar in Nederland ..........................................................................................................................28
8.6
Bijlage F Financieel overzicht .........................................................................................................................29
2 | Grondstoffenstrategie 2025-2030
1. Voorwoord Mijn complimenten aan de inwoners van de gemeente Barneveld! Dat is het eerste wat ik graag wil zeggen tegen de inwoners van de gemeente Barneveld. Afval wordt over het algemeen goed gescheiden en afvaldumpingen in de natuur komen zo goed als niet voor. Dat maakt dat we de afvalstoffenheffing beheersbaar kunnen houden. Maar ook complimenten aan het team Reiniging dat zorgt voor de afvalinzameling. Zij werken dagelijks aan het schoonhouden van de openbare ruimte, het inzamelen van afval, het brengen van kliko’s naar huisadressen en bemensen de milieustraat Otelaar. Dat doen zij met een flinke scheut dienstverlening en service! En toch is er deze Grondstoffenstrategie 2025-2030. Want het kan altijd beter! Welke strategie kiezen we om nog beter het afval te scheiden en nog minder restafvalkilo’s over te houden? Om de inwoners nog beter te informeren over het hoe en waarom van het afval scheiden? Om inwoners zelf meer regie op de hoogte van de afvalstoffenheffing te geven? In deze Grondstoffenstrategie geven we aan hoe we de toekomst voor ons zien en welke werkwijze we voorstaan om het nog beter te doen.
Mijntje Pluimers-Foeken Wethouder Groen en Openbare Ruimte
3 | Grondstoffenstrategie 2025-2030
2. Inleiding In deze Grondstoffenstrategie 2025-2030 geven we vier strategieën in de vorm van scenario’s om te werken aan de nieuwe doelstelling voor de afvalinzameling. Eerst blikken we terug in de tijd, wat heeft de vorige Strategienota Grondstoffen 2020-2024 opgeleverd? In hoofdstuk 3 treft u de uitkomsten aan. Wat hebben we daarvoor gedaan en wat zijn de resultaten van deze inspanningen geweest? Hoofdstuk 4 geeft de opmaat naar de nieuwe Grondstoffenstrategie 2025-2030 weer. Wat is de uitkomst van het uitgevoerde onderzoek naar de doelmatigheid van de afvalinzameling? Aan welk rijksbeleid moeten we ons houden, hoe verhoudt ons beleid zich tot vergelijkbare gemeenten in Nederland, wat vinden onze inwoners van de afvalinzameling? Vragen waar we een antwoord op geven om te kijken wat de nieuwe haalbare doelstellingen voor de Grondstoffenstrategie kunnen zijn. In hoofdstuk 5 komen de nieuwe doelstelling en de vier scenario’s aan bod. De doelstelling haakt aan bij het landelijk beleid. In het eerste scenario wordt aangegeven om niet iets te veranderen in de logistiek van de inzameling, echter wel te optimaliseren waar mogelijk. De overige 3 scenario’s betreffen omgekeerd inzamelen, diftar en beloning voor aanleveren minder restafval. In hoofdstuk 6 wordt het hoe en waarom van het voorkeurs scenario besproken met de financiële consequenties.
In hoofdstuk 7 komen optimalisatie en het flankerend beleid ter sprake, noodzakelijk ter ondersteuning van de vier scenario’s. In de bijlagen staan nadere informatie en onderbouwende cijfers.
4 | Grondstoffenstrategie 2025-2030
3. Even terug in de tijd 3.1 Inleiding In de periode 2020-2025 is gewerkt aan de doelstellingen uit de Strategienota 2020-2024. Deze is vastgesteld door de raad in juni 2020. We nemen u graag mee terug in de tijd om te laten zien wat er in deze periode is gebeurd binnen het grondstoffenbeleid. We beginnen met het inzamelschema, geven waarom we de methode bronscheiding hebben en een verklaring van de restafvalpiek tijdens de coronaperiode. Vervolgens komen de doelstellingen aan bod en de activiteiten die zijn uitgevoerd om die doelstellingen te halen. Uiteraard geven we aan of de doelstellingen ook zijn behaald.
Inzamelschema Allereerst zetten we op een rij hoe onze afvalinzameling eruit ziet en waar onze inwoners op rekenen als het gaat om de afvalinzameling. In onderstaande afbeelding treft u aan welke stromen hoe en hoe vaak worden ingezameld voor een vast bedrag aan afvalstoffenheffing (waarbinnen onderscheid wordt gemaakt tussen éénpersoons- en meerpersoonshuishoudens):
Bron: Doelmatigheidsonderzoek naar de afvalinzameling gemeente Barneveld 2024
Bronscheiding versus nascheiding Er zijn 2 vorming van scheiding mogelijk; bronscheiding en nascheiding. Bij bronscheiding scheid je als inwoner je afval zelf thuis. Bij nascheiding wordt het afval niet thuis gescheiden, maar door machines op een externe locatie. De gemeente Barneveld werkt met bronscheiding, dat betekent dat inwoners zelf aan de voorkant afval scheiden. Dit doen we door thuis goed de grondstoffen van het restafval te scheiden met kliko’s voor PMD (plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankpakken), GFT (groente- fruit- en tuinafval) en oud papier. De inwoners werken al jaren met dit systeem, onze ervaring is dat inwoners goed weten hoe ze het afval moeten scheiden.
5 | Grondstoffenstrategie 2025-2030
Nascheiding wordt vooral in gemeenten toegepast waar veel hoogbouw is. Er is namelijk minder ruimte om PMD gescheiden in te zamelen. In de gemeente Barneveld hebben huishoudens van laagbouwwoningen hebben allemaal een kliko voor PMD en appartementbewoners kunnen hun gratis PMD inzamelzak op de ophaaldata bij de ondergrondse restafvalcontainers leggen. Als het gaat om het financiële plaatje is het aantrekkelijker voor onze gemeente om bronscheiding toe te passen. De gemeente ontvangt geld voor het PMD afval dat vooraf kwalitatief goed gescheiden is middels bronscheiding. Bij nascheiding ontvangt de gemeente minder geld voor het PMD afval en blijft er tevens meer restafval. Dit betekent dat er meer betaald moet worden voor het verbranden van restafval.
Coronatijd De Strategienota Grondstoffen 2020-2024 is vastgesteld in de ‘coronatijd’. Met het vele thuiswerken is een verschuiving in de afvalinzameling te zien: bedrijfsafval verminderde terwijl het huishoudelijk restafval en oud papier toenam. Dit zien we terug in de inzamelcijfers. Er is een kleine piek te zien in het aantal kilo’s restafval.
3.2 Zijn de doelstellingen van de Strategienota 2020-2024 bereikt? In de afgelopen periode zijn op basis van doelstellingen activiteiten uitgevoerd. In Bijlage A treft u de uitwerking aan van de uitgevoerde activiteiten. Onderstaand een korte weergave van de doelstellingen en het behaalde resultaat.
Milieu •
•
Maximaal 70 kg restafval in 2024: Dat doel is niet gehaald. Gedurende de looptijd van de huidige grondstoffenstrategie komen we uit op ongeveer 125 kilo per persoon (grof en fijn huishoudelijk afval). Kwaliteit grondstoffenstromen: Dat doel is gehaald. We blijven net onder de 5% vervuiling zitten in de grondstoffenstromen
Dienstverlening • • • • •
Inwoners kunnen in eigen kern 6 maal per jaar het grof snoeiafval kwijt en hoeven daarvoor niet naar Milieustraat Otelaar. Gratis keuze in een 240 of 140 liter kliko voor alle huis aan huis in te zamelen grondstoffen en restafval. Luiers kunnen apart weggebracht worden. Speciale medische route restafval op huisadres. De milieustraat Otelaar heeft de grens bereikt voor wat betreft het aanbieden van steeds meer mogelijkheden om grondstoffen apart in te zamelen. Na de renovatie van de milieustraat zullen er meer mogelijkheden zijn voor het beter scheiden van grondstoffen.
Participatie Met een enquête is gepeild wat de inwoners van de informatie over de afvalinzameling vinden. In 2022 is het inwonerpanel gevraagd om de enquête te beantwoorden en is de enquête ook opengesteld voor alle inwoners van de gemeente Barneveld. Er is vooral veel gecommuniceerd naar inwoners: van stickers tot social media, van krantenberichten tot en met de aangepaste app mijn AfvalWijzer.
6 | Grondstoffenstrategie 2025-2030
Kosten •
De doelstelling was om de kosten (afgezien van autonome kostenontwikkelingen) neutraal te houden. Dit betekent dat de afvalstoffenheffing nauwelijks is verhoogd in de periode 20202024: 2020
2021
2022
2023
2024
Een persoons huishouden
187,50
196,80
196,80
196,80
200,70
Meer persoons huishouden
312,50
328,00
328,00
328,00
334,00
Extra restafval kliko
156,25
164,00
164,00
164,00
167,25
Tabel Ontwikkeling afvalstoffenheffing gemeente Barneveld
In 2021 en 2024 is de afvalstoffenheffing verhoogd met een inflatiepercentage van respectievelijk 5% en 2%.
Conclusie • • • • •
De hoeveelheid restafval per persoon per jaar terugdringen naar 70 kilo is niet gelukt. De kwaliteit van de grondstoffen zoals PMD, GFT en oud papier is op het gewenste niveau uitgekomen, met minder dan 5% vervuiling. Intensivering van communicatie blijft noodzakelijk: om gedragsverandering te bewerkstelligen moet de boodschap van goede afvalscheiding continu gegeven en herhaald worden. De dienstverlening is op peil gebleven, 71% van de inwoners is tevreden over de wijze hoe de gemeente Barneveld het afval inzamelt, dit blijkt ook uit het doelmatigheidsonderzoek. De afvalstoffenheffing is nauwelijks verhoogd.
7 | Grondstoffenstrategie 2025-2030
4. De opmaat naar een nieuwe strategie Op basis van de resultaten van de afgelopen jaren staan we op het punt om keuzes te maken in de wijze waarop we de komende jaren het afval en grondstoffen gaan inzamelen. Voordat we de vier scenario’s beschrijven besteden we eerst aandacht aan de volgende onderwerpen: • Doelmatigheidsonderzoek naar de afvalinzameling • Beleid: trends en ontwikkelingen • Enquête inwonerpanel over de afvalinzameling • Wat doen de ‘buren’? Deze onderwerpen worden afgesloten met een voorstel die meegenomen wordt in de vier scenario’s.
4.1 Doelmatigheidsonderzoek Najaar 2023/voorjaar 2024 is er een doelmatigheidsonderzoek uitgevoerd naar de afvalinzameling. Dit onderzoek is uitgevoerd door IPRNormag. De doelmatigheid van het afvalbeleid in de gemeente Barneveld steekt positief af ten opzichte van andere gemeenten met dezelfde beleidskeuzes. Daar zijn wij content mee en trots op. Aanbevelingen Vanuit het doelmatigheidsonderzoek worden in ieder geval de volgende aanbevelingen gedaan om of voort te zetten of op te nemen in de Grondstoffenstrategie.
Wat nemen we mee in de optimalisatie en de vier scenario’s: • Het intensiveren van de communicatie voor wat betreft het scheiden van afval. • Het uitvoeren van regelmatige sorteeranalyses om grip te houden op de verschillende grondstoffenstromen en restafval en om te kunnen monitoren. • Tevredenheidsonderzoek uitvoeren in vorm van enquête over de afvalinzameling. Dit is gedaan in het najaar van 2024, zie volgende hoofdstuk voor resultaten. • Een jaarplan voor handhaving opzetten. • Deelname aan de benchmark van de NVRD en Rijkswaterstaat om zo de drie pijlers kosten, milieu en service te blijven monitoren. Zo weten we hoe we het als gemeente Barneveld doen afgezet tegen vergelijkbare Nederlandse gemeenten. • Om een trendbreuk te veroorzaken in de daling van het aantal kilo’s restafval wordt voorgesteld diftar en/of omgekeerd inzamelen te onderzoeken in de vorm van scenario’s.
4.2 Beleid en regelgeving De grondstoffenstrategie is gebaseerd op het rijksbeleid. In de Wet milieubeheer staan de verplichtingen voor de gemeenten. In het Landelijk Afvalstoffen Plan (LAP) 3 staat de uitwerking van het verwerken van grondstoffen, hoe het vervoer is geregeld etc. Het LAP 3 wordt vervangen door het Circulair Materialen Plan (CMP) eind 2025. Voor het bepalen van de doelstelling van het gemeentelijk afvalbeleid wordt de VANG doelstelling gehanteerd. VANG (Van Afval Naar Grondstof). In de vorige strategienota grondstoffen werd groot belang gehecht aan de vermindering van het aantal kilo’s restafval per inwoner. Deze doelstelling is min of meer losgelaten voor de komende periode. Circulariteit is belangrijk, ook de overheid wil in 2050 circulair zijn. Daarom is nu gekozen om het recyclepercentage te bepalen per gemeente. Met een streven om in 2030 op 60% te zitten en in 2035 op 65%, is het zaak om heel goed de grondstoffenstromen te scheiden om zo het recyclepercentage te verhogen. Daarnaast is het van belang om het aantal kilo’s restafval te verminderen. Hiertoe worden nu het fijn (afkomstig uit kliko of ondergrondse container ) huishoudelijk restafval en het grof (afkomstig van milieustraat) huishoudelijk
8 | Grondstoffenstrategie 2025-2030
restafval bij elkaar op te tellen. Dat betekent dat de vorige doelstelling van 70 kilo fijn huishoudelijk restafval verschoven is naar 100 kilo grof en fijn per inwoner per jaar. Een toelichting op de beleidsdocumenten vanuit het Rijk en de trends & ontwikkelingen treft u aan in Bijlage C
Wat nemen we mee naar de 4 scenario’s: • De vier scenario’s moeten voldoen aan de wettelijke vereisten • De VANG doelstellingen zijn gelijk aan onze eigen doelstelling • Ruimte in de vier scenario’s als het gaat om initiatieven t.b.v. circulariteit en duurzaamheid
4.3 Enquête inwonerpanel In najaar 2024 vond de enquête naar de afvalinzameling plaats door het inwonerspanel. Deze vragenlijst is ook aangevuld met een open link die door alle inwoners was te benaderen. In totaal hebben 713 respondenten de enquête ingevuld. In Bijlage D vindt u meer informatie over de resultaten van de enquête.
Resultaten onderzoek Uit het onderzoek is onder andere naar voren gekomen dat: • 71% van de deelnemers tevreden is over de afvalinzameling, • 83% vindt het scheiden van afval (zeer) belangrijk. Hiervan scheidt 60% regelmatig het afval en 36% geeft aan dit meestal te doen, • Oud papier en karton wordt het meest gescheiden: 99% geeft aan dit te doen. Gevolgd door PMD, 96% en GFT+etensresten 88%. • 68% geeft aan de app AfvalWijzer te gebruiken en 30% raadpleegt de gemeentelijke website. • 14% geeft aan een beloning voor het aanleveren van minder restafval een goed idee te vinden. 12% heeft juist behoefte aan meer voorlichting over het scheiden van afval. • Als het gaat om omgekeerd inzamelen vindt 54% van de respondenten dat geen goede optie voor de afvalinzameling.
Wat nemen we mee naar de vier scenario’s: • 71% van de respondenten is tevreden over de huidige afvalinzameling; er is draagvlak voor de huidige vorm van inzameling. • Er is winst te halen door meer informatievoorziening over het scheiden van afval.
4.4 Wat doen de ’buren’? In Nederland voeren de gemeenten hun wettelijke taak voor het inzamelen van afval op eigen wijze uit. Er zijn meerdere strategieën die kunnen leiden tot het behalen van de VANG doelstelling. De ene gemeente hanteert de strategie van omgekeerd inzamelen, een andere gemeente zamelt alleen nog met ‘dure’ zakken in, weer een andere gemeente differentieert in de afvalstoffenheffing. En dan hebben we nog diftar, dat staat voor gedifferentieerde tarieven. In Ede en Nijkerk wordt een vastrecht jaarlijks betaald door iedereen en vervolgens betalen inwoners per keer dat de kliko met restafval aan straat wordt gezet of hoe vaak men een restafvalzak bij een appartement in de ondergrondse container stopt. Door het afval goed te scheiden houd je minder restafval over en kun je dus zelf bepalen hoe vaak je je kliko laat ledigen of een zak aan de ondergrondse container aanbiedt. Bewustwording door goede informatie speelt hierbij een belangrijke rol.
9 | Grondstoffenstrategie 2025-2030
Vergelijking van afvalstoffenheffingen per gemeente zijn lastig te maken: vaak wordt voor diftargemeenten het vastrechttarief als complete afvalstoffenheffing gezien, maar dan worden de ledigingen van het restafval niet meegerekend. Ook niet of je moet betalen voor de Milieustraat of niet. Een klein voorbeeld met diftar gemeente Ede:
Afvalstoffenheffing
Barneveld
Ede
Vastrechttarief 12 ledigingen 240 restafvalkliko a € 7,34 Milieustraat
€ 334,00 Per vier weken ca, 13 keer per jaar Onbeperkt
€ 246,24 € 88,08
Totaal
€ 334,00
6 punten (aantal keer) per jaar, daarna € 10,00 per keer. € 334,32
Dit geeft aan dat inwoners van Ede kunnen besparen door het huishoudelijk afval goed te scheiden. En ervoor kunnen kiezen om bijvoorbeeld de restafvalkliko maar 9 keer aan straat te zetten. Dat scheelt dan 22 euro op jaarbasis. Dit voorbeeld laat zien dat inwoners een keuze hebben, door goed te scheiden hoef je minder vaak het restafval aan straat te zetten en betaal je minder afvalstoffenheffing.
Wat nemen we mee naar de vier scenario’s: • Een scenario met diftar • Een scenario met omgekeerd inzamelen • Redelijke kosten voor het geleverde serviceniveau ten opzichte van de gemeente Ede.
10 | Grondstoffenstrategie 2025-2030
5. Keuze uit vier scenario’s 5.1 Doelstelling Wat willen we bereiken de komende jaren om zo goed mogelijk de afvalinzameling vorm te geven waarbij de kosten, duurzaamheid en service in evenwicht blijven? Waarbij minder restafval wordt ingezameld? Waarbij de inwoners goed geïnformeerd zijn en daadwerkelijk mee willen doen om zo goed mogelijk het afval te scheiden? Waar ruimte is voor nieuwe initiatieven als het om circulaire economie gaat? Daarvoor hebben we de volgende doelstelling geformuleerd:
Doelstelling • Naar een recyclepercentage van 55% in 2024 naar 60% in 2030. • Van 125 kilo fijn en grof restafval per persoon per jaar naar 100 kilo in 2030.
De 125 kilo fijn en grof restafval bestaat uit het fijn huishoudelijk restafval uit de kliko’s en ondergrondse restafvalcontainers en het grof huishoudelijk restafval dat wordt gebracht op milieustraat Otelaar. Dat was in 2023 per inwoner per jaar 125 kilo. De afgelopen jaren heeft een verschuiving plaatsgevonden waarbij een hoger recycle percentage voorop staat en er minder gefocust wordt op de aantal kilo’s restafval. Om de doelstelling te bereiken hebben we vier scenario’s uitgewerkt die in mindere of meerdere mate bijdragen aan de doelstelling. Alle scenario’s zijn mogelijk. Het gaat vooral om de strategie waarop de afvalinzameling plaats vindt met een berekening van het aantal kilo’s restafval dat jaarlijks per inwoner wordt bespaard en de mogelijke consequenties van keuzes ook als het gaat om de investeringen die gemoeid zijn met de keuze. Belangrijk om te melden is dat het optimalisatie pakket en het flankerend beleid zoals beschreven in hoofdstuk 5 deel uitmaken van alle vier de scenario’s.
5.2 Scenario 1 Voortzetting huidige inzamelwijze Dit scenario brengt geen grote veranderingen met zich mee, maar voorziet met name in het ‘finetunen’ van de bestaande situatie en het aanscherpen door middel van flankerende maatregelen. Het pakket maatregelen voor de optimalisatie wordt dus alleen ingezet in dit scenario. De verwachting is dat dit scenario de hoeveelheid restafval kan laten dalen met gemiddeld 10-15 kilo per inwoner. Met name de uitrol van GFT+e-inzameling met bakjes bij hoogbouw en laagbouw zorgt voor deze impuls. Ook meer en betere communicatie en handhaving kan op sommige plekken zorgen voor wat meer commitment van inwoners.
Scenario 1 Voortzetting huidige situatie met optimalisatie Afname restafval Beter scheiden Service Draagvlak Indicatie structureel effect Afvalstoffenheffing per huishouden per jaar Voordelen
11 | Grondstoffenstrategie 2025-2030
10-15 kilo per inwoner per jaar. Streven naar scheidingspercentage van 60% in 2030. Door uitvoeringspakket optimalisatie wordt ingestoken op service en gedragsverandering. 71% is tevreden over huidige afvalinzameling. + € 0,29 (vanwege optimalisatie) Geen grote investering nodig in middelen
Nadelen
Te weinig prikkels om beter het afval te gaan scheiden
5.3 Scenario 2 Omgekeerd inzamelen binnen de bebouwde kom Dit scenario behelst dat om binnen de bebouwde kom de kliko’s voor restafval in te nemen en alleen grondstoffen als PMD, oud papier en GFT+e huis-aan-huis in te zamelen. Om restafval kwijt te kunnen moeten de bewoners naar ondergrondse restafvalcontainers lopen om hun restafval te deponeren. De ondergrondse container is dan te openen met een milieupas of druppel/tag. De gedachte is dat je beter gaat scheiden als je meer moeite moet doen om van het restafval af te komen terwijl de grondstoffen als GFT+e, PMD en oud papier bij huis in de kliko gestopt kunnen worden. In de afvalstoffenverordening en nadere regels is opgenomen welke afstanden daarvoor gehanteerd worden, namelijk 200 meter. Dit systeem heeft zijn meerwaarde bewezen in andere gemeenten al dan niet gecombineerd met het betalen per aanbieding, een vorm van diftar. Wijk Bloemendal In de woonwijk Bloemendal in Barneveld wordt op dit moment met dit systeem gewerkt. Monitoringsresultaten geven nog niet een betrouwbaar beeld, omdat de wijk in aanbouw/opbouw is. Dit levert nog veel oneigenlijk (bouw)afval op in de ondergrondse restafvalcontainers. De eerste resultaten worden in 2026/2027 verwacht. Buitengebied De gemeente Barneveld heeft een groot buitengebied. Daar kan geen gebruik worden gemaakt van omgekeerd inzamelen.
De woondichtheid is er te laag om een verantwoorde investering in ondergrondse restafvalcontainers te doen.
Omgekeerd inzamelen Hoewel inwoners de mogelijkheid hebben om zo vaak als ze willen restafval aan te bieden in een ondergrondse container, zien we in andere gemeenten dat dit toch tot een afname van het restafval leidt, omdat de drempel om het afval weg te brengen aanwezig is. Dit valt of staat natuurlijk wel bij de gemiddelde loopafstand naar de container die dan groot genoeg moet zijn om een drempel te vormen. De verwachting is dat dit scenario de hoeveelheid restafval kan laten dalen met gemiddeld 20-25 kilo per inwoner. Investering Het invoeren van omgekeerd inzamelen vraagt een aanzienlijke investering. Denk hierbij aan de aanschaf en het plaatsen van ondergrondse restafvalcontainers, de logistiek rond lediging van deze ondergrondse containers. Daarnaast vraagt het een lange voorbereidingstijd.
12 | Grondstoffenstrategie 2025-2030
Scenario 2 Omgekeerd Inzamelen Afname restafval Beter scheiden Service Draagvlak Indicatie structureel effect Afvalstoffenheffing per huishouden per jaar Voordelen Nadelen
20-25 kilo per inwoner per jaar. Streven naar scheidingspercentage van 60% in 2030. Door uitvoeringspakket optimalisatie wordt ingestoken op service en gedragsverandering. 54% is van mening dat omgekeerd inzamelen geen goede optie is. +€ 7,30 Vergroten bewustwording scheiden afval, zo min mogelijk restafval zorgt voor minder vaak lopen naar de ondergrondse restafvalcontainer. Deze keuze vraagt een grote invetsering in ondergrondse inzamelcontainers Kans op meer bijplaatsingen (dumpingen) als ondergrondse restafvalcontainer niet werkt of toch restafval in grondstoffenkliko (vervuiling) stoppen.
5.4 Scenario 3 Huidige inzamelwijze met diftar In dit scenario wordt het huidige systeem van inzamelen gehandhaafd, alleen wordt de afvalstoffenheffing anders ingericht. Deze strategie is Diftar, dat staat voor gedifferentieerde tarieven, wat zoveel betekent als het hanteren van verschillende tarieven waarbij ieder huishouden een gedeelte van het betalen voor afvalinzameling zelf in de hand heeft.
Eind jaren negentig is vanuit het rechtvaardigheidsprincipe ‘de vervuiler betaalt’ het systeem van tariefdifferentiatie ontstaan. Dit systeem, diftar genaamd, is een effectieve methode gebleken om inwoners aan te zetten tot meer afvalscheiding. Het principe van deze financiële prikkel is eenvoudig: wanneer je als inwoner goed je afval scheidt, en zodoende minder restafval overhoudt, betaal je minder afvalstoffenheffing. Wanneer je je grondstoffen niet gescheiden aanbiedt, heb je meer restafval, en wordt een hogere heffing in rekening gebracht. Goed afval scheiden wordt hiermee dus financieel beloond. En bovendien worden bewoners zich veel meer bewust van hun gedrag met betrekking tot afval- en grondstoffen. Het aantal gemeenten dat deze systematiek is gaan doorvoeren is de afgelopen 20 jaar gestaag gestegen: van 10% van de huishoudens in 2000 tot zo’n 36% in 2019. Door het VANG-beleid (Van Afval Naar Grondstof ) heeft diftar, als een effectief en bewezen instrument, de belangstelling van veel gemeenten. (Uit: “Handreiking Diftar afval scheiden loont” van NVRD
Diftarvorm voor gemeente Barneveld Voor de gemeente Barneveld is een voorbeeld van een diftar vorm - waarbij betaald wordt per lediging van de restafvalkliko of afvalzak in ondergrondse restafvalcontainer - een praktische optie. Dat betekent dat er een basistarief betaald moet worden voor de inzamelkosten etc. en dat de verwerkingskosten voor restafval verrekend worden met aantal te verwachten ledigingen van de restafvalkliko van 240 of 140 liter. En een bedrag per aanbieding van een zak restafval in de ondergrondse restafvalcontainer.
13 | Grondstoffenstrategie 2025-2030
Te verwachten resultaten Als een gemeente Diftar introduceert is de landelijke trend dat de hoeveelheid restafval kan dalen met circa 96 kilo per inwoner, dit is gebaseerd op het startscenario van 180 kilo restafval per inwoner. Inwoners van de gemeente Barneveld scheiden al vrij goed en de hoeveelheid restafval ligt op 125 kilo per inwoner. Daarom is de verwachtte afname van het restafval door invoering van diftar rond de 40-50 kilo per inwoner. Dit betekent ook dat het potentieel aan nog te scheiden grondstoffen kleiner is dan in gemeenten die nog (fors) meer restafval produceren. Het uitgangspunt bepaalt namelijk voor een deel de mogelijke impact van nieuw instrumentarium. Weerstand tegen diftar Met deze financiële prikkel worden inwoners gestimuleerd om het afval beter te scheiden en zo min mogelijk restafval over houden. Dit stuit bij inwoners vaak op weerstand, men probeert restafval in de grondstoffenkliko’s te stoppen waardoor meer vervuiling van de grondstoffen optreedt, is er angst voor storten in natuurgebieden en/of het buitengebied wat vervuiling van het milieu en kosten voor opruimen met zich meebrengen. Daarnaast kan het zorgen voor bijplaatsingen bij ondergrondse containers of dumpingen in kliko’s van anderen. Ook is meer handhaving nodig.
Diftar restafvalkliko van 140 en 240 liter en afvalzak Afname restafval Beter scheiden Service Draagvlak Indicatie structureel effect Afvalstoffenheffing per huishouden per jaar Voordelen Nadelen
40-50 kilo. Streven naar scheidingspercentage van 60% in 2030. Uitvoering pakket optimalisatie en er moet nu betaald worden per lediging restafvalkliko of zak. Niet groot, weerstand -€ 5,42 Financiële prikkel zorgt voor substantiële afname restafval Meer kans bij bijplaatsingen bij ondergrondse restafvalcontainers of dumpingen in kliko’s van anderen. Kans op meer afkeur PMD vanwege restafval Meer kans op dumpen van afval in natuur en buitengebied. Vervuiling van het milieu. Kosten voor opruimen van gedumpt afval. Meer handhaving nodig
5.5 Scenario 4 Belonen voor aanbieden minder restafval In dit scenario gaan we uit van de basis zoals het nu is met de optimalisatie, maar dan met de variant om huishoudens meer regie te geven op de hoeveelheid aan te bieden restafval. Hiermee stimuleren wij het scheiden van afval. De verwachting is dat dit scenario de hoeveelheid restafval kan laten dalen met gemiddeld 15-20 kilo per inwoner. De volume-component zelf brengt niet meer dan 5-10 kilo afname teweeg. Het effect van deze ingreep hangt meer samen met de uitgebreide communicatie, dan de financiële prikkel voor een kleine container op zichzelf. Omdat het systeem in dit scenario gecombineerd wordt met de standaard optimalisatie is er toch nog sprake van een significante afname van het restafval.
Laagbouw
14 | Grondstoffenstrategie 2025-2030
Bewoners van laagbouwwoningen kunnen kiezen uit een 140 of 240 liter kliko voor restafval. De frequentie van lediging blijft hetzelfde, eenmaal per vier weken. Door het uitbreiden van de afvalstoffenheffing met een tarief voor de 140 of 240 liter restafvalcontainer is er keuze. Voor de 140 liter kliko restafval wordt dan een korting op de afvalstoffenheffing gegeven. Het standaard bedrag is dan voor de 240 liter kliko restafval. Hoogbouw/appartementen De inwoners die in hoogbouw of appartementen wonen krijgen ook de keuze: ze betalen een tarief voor 60 maal of 48 maal per jaar een restafvalzak van maximaal 50 liter wegbrengen. Het tarief voor 1persoonshuishoudens kan dan ook vervallen, de keuze voor 48 keer restafval wegbrengen maakt dat er een korting op de afvalstoffenheffing wordt gegeven. Het systeem kan zo ingericht worden dat per maand het aantal te storten keer kan worden bijgeschreven zodat mensen niet in de problemen komen. Daarnaast is het wenselijk dat bewoners hun GFT+e apart kunnen aanbieden. Verder zijn er inwoners die in laagbouw wonen, maar hun restafvalkliko hebben ingeleverd en storten op de ondergrondse restafvalcontainer bij hun in de buurt. Daar hoeft verder niets voor aangepast te worden. Zij gaan dan mee in het schema van de hoogbouwbewoners. Op de huidige ondergrondse restafvalinzamelcontainers staat een trommel waarin het afval gedeponeerd kan worden.
Hier past maximaal een 50 liter restafvalzak in. Met het huidige systeem is het niet mogelijk om een keuze voor een 30 liter trommel of 50 liter trommel te maken. Door het behouden van het huidige tarief voor de afvalstoffenheffing kan een korting worden gegeven wanneer men minder restafval inzamelt. Dit moet goed doorgerekend worden. De verwachte vermindering tonnage restafval en de korting die dan gegeven kan worden. Op dit moment bestaan de tarieven uit een tarief voor éénpersoonshuishoudens, meerpersoonshuishoudens en een tarief voor een extra tweede restafvalkliko van 240 liter. In de nieuwe situatie worden dan het standaardtarief voor de 240 liter restafvalcontainer of de 60 keer de 50 literzak gekozen, en een korting voor het gebruik van een 140 liter restafvalkliko of 48 keer de 50 liter restafvalzak weggooien.
Beloning op aanbieden minder restafval Afname restafval Beter scheiden Service Draagvlak Indicatie structureel effect Afvalstoffenheffing per huishouden per jaar Voordelen Nadelen
15 | Grondstoffenstrategie 2025-2030
15-20 kilo Streven naar scheidingspercentage van 60% in 2030. Uitvoering pakket optimalisatie. Keuze voor inwoner om goed het afval te scheiden dus minder te betalen. Groot draagvlak als de heffing niet eerst wordt verhoogd. -€0,12 Inwoner heeft op simpele wijze zelf regie op hoogte afvalstoffenheffing. Geringe investeringen nodig. Om toch minder afvalstoffenheffing te betalen een kans op dumpen van afval. Inwoner verleiden tot kleiner formaat restafvalkliko: veel communicatie/gedragsverandering nodig.
6. De keuze van het voorkeursscenario Inleiding De beschrijvingen van de vier scenario’s geven aan welke strategieën er zijn om naar de doelstelling toe te werken of aan de doelstelling te voldoen. In principe kunnen alle scenario’s uitgevoerd worden. Maar wat is een verstandige keuze en welke past het beste bij onze uitgangspunten? Zo is het diftar scenario de meest vergaande en zorgt voor een significante vermindering van het restafval. Alleen roept deze vorm (veel) weerstand op bij de inwoners en er zitten, mede met het oog op ons grote buitengebied, vrij grote risico’s aan op dumpingen en milieuschade. Dat zou tevens extra kosten opleveren voor opruimen en handhaven. Het scenario waarbij we starten met omgekeerd inzamelen binnen de bebouwde kom zorgt weer voor een grote investering en negatief effect op de afvalstoffenheffing. Aangezien wij het serviceniveau en redelijke kosten ook belangrijk vinden; er mag tenslotte best betaald worden voor service, is het van belang de incidentele en structurele kosten in kaart te brengen. Vervolgens zetten wij het totaalbeeld per scenario op een rij.
Financiële effecten per scenario In onderstaande tabel is per scenario een indicatie opgenomen van de verwachte mutatie in de restafvalstroom per inwoner. Daarnaast is een indicatie opgenomen van de incidentele en structurele financiële effecten per scenario, waarbij de structurele effecten ook zijn vertaald naar het effect op de hoogte van de afvalstoffenheffing. Voor de incidentele kosten geldt dat deze incidenteel moeten worden gedekt vanuit de jaarlijkse inkomsten en/of voorziening van de afvalstoffenheffing. Per einde 2024 bedraagt het saldo in de (egalisatie) voorziening afvalstoffenheffing ca. € 2,3 mln. In bijlage F is een specificatie opgenomen van de berekende incidentele en structurele financiële effecten per scenario.
volume effect restafval Samenvattende tabel scenario's
scenario 1 voortzetting huidige inzamelwijze scenario 2 omgekeerd inzamelen scenario 3 diftar scenario 4 belonen voor aanleveren minder restafval
kilo's per inwoner p/jr
financiële effecten (in €) incidenteel
structureel
structureel effect afvalstoffen heffing per huishouden
-10-15
-
7.041
0,29
-20-25
75.000
175.083
7,30
-40-50 -15-20
425.000 165.000
-130.168 -2.771
-5,42 -0,12
16 | Grondstoffenstrategie 2025-2030
Scenario 1 Standaard optimalisatie 10-15 kilo
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
Omgekeerd inzamelen 20-25 kilo
Diftar
Belonen via volume
40-50 kilo
15-20 kilo
Streven naar scheidingspercenta ge van 60% in 2030 Service blijft hetzelfde
Streven naar scheidingspercenta ge van 60% in 2030 Service wordt anders: inwoner moet meer moeite doen om restafval weg te brengen.
Streven naar scheidingspercenta ge van 60% in 2030 Service blijft hetzelfde. Keuze voor inwoner om goed het afval te scheiden.
Draagvlak
71% is tevreden over huidige afvalinzameling
Financieel effect afvalstoffenheffing per jaar Voordelen
+€0,29
54% is van mening dat omgekeerd inzamelen geen goede optie is +€7,30
Streven naar scheidingspercenta ge van 60% in 2030 Service blijft hetzelfde. Alleen moet er nu betaald worden per lediging restafvalkliko of zak. Niet groot, weerstand en ontwijkgedrag -€ 5,42
-€0,12
Financiële prikkel zorgt voor substantiële afname restafval Daling structurele lasten.
Inwoner heeft op simpele wijze zelf regie op hoogte afvalstoffenheffing. Geringe investeringen nodig.
Nadelen
Te weinig prikkels om beter het afval te gaan scheiden
Meer kans bij bijplaatsingen bij ondergrondse restafvalcontainers of dumpingen in kliko’s van anderen. Kans op meer afkeur PMD vanwege restafval Meer kans op dumpen van afval in natuur en buitengebied. Vervuiling van het milieu. Kosten voor opruimen van gedumpt afval. Meer handhaving nodig
Om toch minder afvalstoffenheffing te betalen wellicht kans op dumpen van afval Inwoner verleiden tot kleiner formaat restafvalkliko: veel communicatie / gedragsveranderin g nodig.
Afname restafval Beter scheiden Service
Geen grote investering nodig in middelen
17 | Grondstoffenstrategie 2025-2030
Vergroten bewustwording scheiden afval, zo min mogelijk restafval zorgt voor minder vaak lopen naar de ondergrondse restafvalcontainer Kans op meer bijplaatsingen als ondergrondse restafvalcontainer niet werkt of toch restafval in grondstoffenkliko stoppen.
Groot draagvlak
Eindconclusie
Geen verandering, alleen aanscherping en verbetering van bestaande situatie.
Grote investering en toename structurele lasten zonder maximale opbrengst.
Er zitten nadelen aan op het gebied van kansen op dumpingen, milieuschade, kosten voor opruimen en handhaving. Weerstand is groot. Forse incidentele investering.
Meer bewustwording, niet al te grote investering, langzame gewenning naar beter scheiden en zo min mogelijk restafval over houden.
Gewenst scenario Op basis van bovenstaande tabellen valt de keuze op scenario 4 om uit te voeren. Met dit scenario is de vermindering van het aantal kilo’s restafval minder groot dan bij scenario 3, maar wordt wel een serieuze vermindering van restafvalkilo’s ten opzichte van de huidige situatie verwacht. Na de evaluatie van deze periode, kan bepaald worden of er aanvullende maatregelen of een ander scenario aan de orde zou moeten zijn. De keuze voor scenario 4: 1. Een substantiële vermindering van het aantal kilo’s restafval. 2. Scheidingspercentage door nieuwe informatieronde en handhaving vanuit standaardoptimalisatie naar 60% te krijgen. 3. Serviceniveau blijft hetzelfde. 4. Inwoners hebben zelf keuze: het aanbieden van minder restafval wordt beloond met een lagere heffing. 5. Draagvlak van inwoners voor dit scenario. 6. Geleidelijke wijze om inwoners te laten wennen aan het aanleveren van minder restafval. 7. Gezien logistiek, personele bezetting is dit, met standaardoptimalisatie, uitvoerbaar door de huidige organisatie. 8. De structurele investering is laag, de afvalstoffenheffing hoeft niet verhoogd te worden.
18 | Grondstoffenstrategie 2025-2030
7. Optimalisatie en flankerend beleid Na de keuze van de scenario’s wordt in dit hoofdstuk de maatregelen beschreven voor de optimalisatie en het flankerend beleid. Beide zijn nodig voor een goede uitvoering van het gekozen scenario.
7.1 Optimalisatie Bij alle scenario’s komt het pakket maatregelen Optimalisatie terug. Zo willen we de communicatie over het scheiden van afval weer een boost geven met een nieuw plan. Ook willen we graag weten of het inwoners van laagbouw helpt om een verzamelbakje voor op het aanrecht aan te bieden om het makkelijker te maken om etensresten uit het restafval te scheiden. Of is er behoefte om inwoners met kindjes in de luierleeftijd speciale verzamelzakken voor wegwerpluiers aan te bieden zodat de drempel om de volle zakjes naar de luiercontainers in de buurt te brengen makkelijker wordt? Dit zijn uitvoeringszaken die de inwoners kunnen helpen om het afval beter te scheiden zodat er minder restafval overblijft. In de vier scenario’s worden de kosten voor het pakket maatregelen optimalisatie meegenomen in de berekening.
Wat gaan we doen aan optimalisatie Communicatie Op het gebied van communicatie willen een aantal extra activiteiten gaan uitvoeren. Op dit moment is de app AfvalWijzer (recent vernieuwd) en website mijnafvalwijzer.nl goed bij met niet alleen informatie over het ophalen van afval maar ook de scheidingsinformatie (de afval catalogus). Verder wordt regelmatig een artikel op de gemeentepagina geplaatst en wordt social media ingezet (via betaalde posts – waardoor het bereik van onze inwoners enorm is toegenomen). Om onze inwoners nog beter te informeren willen we volgende ideeën uitwerken en uitvoeren: • Samenstellen van een ‘bewaarboekje’ over de afvalinzameling. In dit boekje worden alle aspecten van de afvalinzameling belicht, het uitgewerkte en gekozen scenario toegelicht, informatie over het scheiden van afval, waarom we de grondstoffen apart houden en wat er met die grondstoffen gemaakt gaat worden. Daarnaast bevat het handige tips en doorverwijzingen naar websites. Zo is informatie altijd bij de hand, de bewaartip voor het boekje zal dan ook de keukenla worden! • Rondje kernen Bij de invoering van het nieuwe scenario gaan we een rondje langs de kernen maken. In de dorpshuizen organiseren we inloopmomenten, zodat inwoners informatie kunnen krijgen, vragen kunnen stellen etc. Zo blijven we in gesprek.
• Extra aandacht inzameling PMD We merken dat de PMD inzameling nog altijd veel vragen oproept. Wat mag wel, wat niet, wat is nu verpakkingsmateriaal, waarom mag een stukje speelgoed van plastic niet in de PMD kliko? We willen aansluiten bij de landelijke lijst voor het scheiden van PMD en we willen graag voorlopers inzetten. Dit zijn mensen die van te voren kijken of er geen materialen in de PMD kliko zitten die er niet thuishoren. Bij materialen die er niet in thuis horen geven ze informatie in de vorm van een kaart wat er eerst uitgehaald moet worden voordat de kliko wordt geleegd. • Digitaal beschikbaar maken locaties ondergrondse containers en luiercontainers Er wordt aan gewerkt om alle ondergrondse restafvalcontainers, papiercontainers en textielcontainers digitaal op een door iedereen raadpleegbare digitale kaart te zetten. Dat geldt ook voor de glascontainers.
19 | Grondstoffenstrategie 2025-2030
• Aanscherping bestaande communicatiekalender voor publiceren van artikelen Er is al een communicatiekalender wanneer we welke artikelen plaatsen zoals tips om je GFT kliko in de zomer vrij van maden te houden, het tegengaan van bevriezing van afval in de kliko tijdens de wintermaanden etc. Deze kalender gaan we aanpassen en uitbreiden met kleinere artikelen om de aandacht te blijven vestigen op onder andere gescheiden afvalinzameling. Deze artikelen gaan we breder verspreiden, waaronder via betaalde posts op social media en in de digitale nieuwsbrief. GFT+etensresten in de grijze restafvalkliko Een van de stromen afval in de grijze restafval kliko die we nog steeds veel aantreffen is GFT+e, waarbij de ‘e’ voor etensresten staat. Dit willen we niet meer aantreffen in de restafvalkliko. Daarom gaan we bewoners van laagbouw een handig hulpmiddel aanbieden waarmee in de keuken goed de etensresten verzameld kunnen worden. Het bakje kan zo weer geleegd worden in de GFT kliko. Op deze manier willen stimuleren om ook etensresten goed te scheiden. Handhaving Helaas komt het ook in de gemeente Barneveld voor: bijplaatsingen van afval bij bijvoorbeeld ondergrondse restafval- en papiercontainers, volgepropte blikvangers met zakken restafval of een afgedankte koelkast die op straat is gezet. Cijfers over het aantal bijplaatsingen worden nog niet bijgehouden.
Om snel te kunnen acteren is meer inzet nodig van de BOA’s. Daarom willen we gezamenlijk met het team handhaving de (on)mogelijkheden bespreken van het opzetten van een actieplan handhaving afvalinzameling. Daarin komt te staan wanneer wat moet gebeuren, wie daarvoor aan de lat staat en hoe vervolgacties uitgezet kunnen worden.
7.2 Flankerend beleid We voeren al jaren flankerend beleid uit. Dat zijn uitvoerende werkzaamheden die het inwoners makkelijker maakt om op een juiste wijze afval te scheiden. Deze uitvoeringsmaatregelen ondersteunen ieder scenario en zijn onlosmakelijk verbonden aan welke keuze van één van de scenario’s dan ook. Wat blijven we doen en wat wordt aangescherpt: Medisch afval route Inwoners die medische problemen hebben en als gevolg daarvan veel restafval hebben, draaien mee in een schema waarin hun restafvalkliko tweewekelijks wordt geleegd in plaats van eenmaal per vier weken. De route wordt vierwekelijks specifiek op adres gereden. Aanmelding gaat meestal via zorgverleners. Inwoners geven aan wanneer het extra ledigen niet meer nodig is en het adres van de lijst kan. Hiermee blijft deze service uitvoerbaar en wordt er geen misbruik van gemaakt. Speciale rolcontainers voor wegwerpluiers In alle kernen staan speciale rolcontainers waar inwoners wegwerpluiers in kunnen deponeren. Zo hoeft luierafval niet in de restafvalkliko gedeponeerd te worden. De luiers worden naar de ARN in Weurt gebracht waar nog steeds gewerkt wordt aan een speciale lijn om wegwerpluiers te recyclen in verschillende grondstoffen. We krijgen wel van inwoners de vraag of we geen speciale plastic zakken kunnen verstrekken om de wegwerpluiers een paar dagen te bewaren voordat je ze wegbrengt.
Dit kan opgepakt worden. Subsidieregeling Samenwerking rond afval Deze regeling is tot stand gekomen in samenwerking met de verschillende muziek- en sport verenigingen, primair onderwijs en veelal jeugdcommissies van kerken. Na het stopzetten van de oud papierinzameling zijn er nu 5 activiteiten waarop ingeschreven kan worden die in een jaar uitgevoerd worden. Naast de voormalige oud papierinzamelaars zijn er ook nieuwe verenigingen die zich hebben aangemeld. In de bijlage treft u de regeling aan. De uit te voeren activiteiten zijn: 1. Zwerfafval opruimen: een gebied adopteren dat 6 maal per jaar wordt schoongemaakt. 2. Het bemensen van een snoeiafvalinzamelpunt: 6 maal per jaar een zaterdagochtend waarop inwoners hun snoeiafval kwijt kunnen in hun eigen woonkern. 3. Het bemensen van een compostuitdeelpunt: eenmaal per jaar meehelpen op de Landelijke Compostdag om compost uit te delen aan inwoners.
20 | Grondstoffenstrategie 2025-2030
4. 5.
Kerstbomeninzameling: jaarlijkse inzameling waarbij de vrijwilligers een inzamelpunt bemensen en lootjes aan kinderen geven die kerstbomen komen brengen. Het organiseren van een repaircafé.
Stand van zaken en relatie met grondstoffenstrategie: Inmiddels hebben we 28 verenigingen, kerken en scholen die meedoen aan de regeling. Omdat de regeling breed is opengesteld zijn er ook nieuwe deelnemers, van de 28 zijn er 11 nieuwe deelnemers. Jaarlijks (eind oktober) wordt met de deelnemers een evaluatieavond georganiseerd. Zo houden we elkaar op de hoogte en worden onderling tips gegeven. Voor wat betreft de financiën, als alle activiteiten worden benut is een budget van €81.500 nodig. Dit is al verwerkt in de begroting sinds 2021. Met het uitvoeren van deze werkzaamheden kan een tegemoetkoming worden verdiend voor de vereniging. In 2022 zijn we van start gegaan, vanaf 2023 is de Tijdelijke regeling opgesteld voor 2023 en 2024, die weer verlengd is in 2025. In 2025 is het vierde uitvoeringsjaar van start gegaan. Tezamen met deze grondstoffenstrategie zal worden voorgesteld om deze regeling voort te zetten met een gelijke looptijd. Dit vanwege de waarde die wij hechten aan de gezamenlijke inspanning van gemeente en samenleving voor grondstoffen en circulariteit. Educatie over afval scheiden, zwerfafval opruimen door de scholenwerkgroep van het IVN In samenwerking met de scholenwerkgroep van IVN Natuur- en Milieueducatie Barneveld worden lessen gemaakt en praktijkonderwijs gegeven voor het basisonderwijs.
De afgelopen jaren werden op losse aanvragen van de gemeente lessen voorbereid. Nu willen we dit structureel opzetten door het ondertekenen van een overeenkomst met het IVN. Zo zijn de lessen over afvalscheiding, zwerfafval etc. voor de periode van 2025 tot en met 2030 geborgd. Voor het voortgezet onderwijs zal in overleg met de scholen gekeken worden naar versterkende bijdragen op het gebied van afval scheiden en zwerfafval.
21 | Grondstoffenstrategie 2025-2030
8. Bijlagen 8.1 Bijlage A Wat is uitgevoerd in de periode 2024-2025 Communicatie Er is stevig ingezet op communicatie. • Huis aan huis zijn stickers verspreid met informatie wat wel en niet bij GFT en PMD hoort • De app AfvalWijzer is uitgebreid met een zoekfunctie welk afval waarin moet worden weggegooid. • Er zijn Instagramquizen gehouden • Er zijn regelmatig tips & trucs gegeven via de gemeentepagina over de afvalinzameling en het scheiden van afval. • Via social media is veel naar buiten gebracht over het scheiden van afval en het verminderen van overlast van bijvoorbeeld maden in de groene GFT-kliko. Stopzetten oud papierinzameling In 2020 is de oud papierinzameling stopgezet met de verenigingen, kerken en scholen. De gemeenteraad heeft in december 2020 hierover een beslissing genomen. Gezamenlijk is gewerkt aan een nieuwe samenwerking rond afval met een proefperiode in de jaren 2021 en 2022. Dat heeft geleid tot de Tijdelijke Subsidieregeling samenwerking rond afval van 2023 tot en met 2025. Inmiddels doen 28 verenigingen, kerken of scholen mee aan de 5 activiteiten waar men zich voor kan opgeven: Kerstbomeninzameling Zwerfafval opruimen door het adopteren van een aangegeven gebied Snoeiafval inzamelen Compost uitdelen Repaircafe organiseren Ook voor nieuwe verenigingen, kerken en scholen is er plek, van de 28 zijn er 11 nieuwe verenigingen die zich hebben aangemeld.
Pilot wasbare luiers Eind 2022 is de pilot wasbare luiers van start gegaan. 20 gezinnen hebben zich opgegeven om gedurende twee maanden een compleet luierpakket uit te proberen. Na die twee maanden zijn 10 pakketten overgekocht door de deelnemers en de overige 10 pakketten worden weer met uitleen/probeer sessies uitgezet onder belangstellenden. De voordelen van het gebruik van wasbare luiers zijn: minder restafval (gemiddeld per luierperiode van één kind is dat 1000 kilo), minder geld en bij meervoudig gebruik is men voordeliger uit. Wegwerpluiers kunnen worden gebracht naar grote verzamelcontainers bij peuterspeelzalen/dagopvang of bij invalswegen bij woonwijken. Deze luiers worden ingezameld en gaan naar de ARN, de afvalenergiecentrale in Weurt. Dit bedrijf heeft een aparte luierrecycling opgezet waar we met de Regio de Vallei gemeenten de luiers laten verwerken. Pilot inzameling GFT+E hoogbouw In 2024 is de pilot gestart om gescheiden inzameling van GFT+e bij appartementen mogelijk te maken. Bij appartementen staan ondergrondse restafval- en papiercontainers en PMD kan in zakken worden aangeboden. Voor GFT+e is nog geen voorziening. Na voorbereidingen in 2024 is begin 2025 gestart met het plaatsen van twee fresh stations (voor binnen) en twee klikobehuizingen voor een GFT kliko.
Een fresh station is een behuizing met een warmtewisselaar die ervoor zorgt dat de gft kliko die erin staat koel blijft en de klikobehuizing staat naast de ondergrondse restafvalcontainer buiten die met de milieupas geopend kan worden. In juli 2025 worden de eerste resultaten verwacht. Daarna wordt een voorstel gedaan tot keuze voor inzameloptie en een uitrol.
22 | Grondstoffenstrategie 2025-2030
Inzamelresultaten In onderstaand overzicht is te zien hoeveel afval huis-aan-huis is ingezameld (met kliko’s) in tonnages in de afgelopen jaren:
Restafval GFT Oud papier en karton PMD
2020 7.411 8.265 3.331
2021 6.941 8.799 3.253
2022 6.956 8.028 2.878
2023 6.889 8.466 2.848
2024 7.234 8.236 2.776
2.100
2.183
2.089
2.061
2.071
In dit overzicht is te zien dat in 2020 een piek in het tonnage restafval is te zien (coronajaar). Zoals verwacht is het tonnage weer gedaald in 2023. Nog steeds zitten er veel grondstoffen in de grijze restafvalkliko. We moeten ervoor gaan zorgen dat we nog beter gaan scheiden om zo minder restafval over te houden. In onderstaande ‘kliko’ is te zien dat de samenstelling van het restafval nog heel veel grondstoffen bevat. GFT+e is de grootste fractie dat nog in het restafval zit, maar heel goed gescheiden kan worden. Datzelfde geldt voor wegwerpluiers en papier en karton. Voor de komende periode betekent het dat er nog meer aandacht moet komen voor het goed scheiden van huishoudelijke afval- en grondstoffen.
Bron: spread in Barneveldse Krant in 2023
Enquête campagne informatie afvalscheiding In juni 2022 is de campagne en de informatie over afvalscheiding in Barneveld via een inwonersenquête geëvalueerd. Met het inwonerspanel en de mogelijkheid om via de gemeentepagina de enquête in te vullen, zijn 807 ingevulde enquêtes ontvangen. Enkele resultaten: - 82% geeft aan de afvalinzameling goed tot zeer goed te vinden. - 94% kent de app Mijnafvalwijzer om de inzameldagen op te zoeken. - 47% geeft aan in de app Mijnafvalwijzer bij het Afval ABC te kijken als men niet weet welke afvalsoort in welke kliko mag. - 32% geeft aan dat ze door de afvalstickers (huis aan huis verspreid) beter zijn gaan scheiden.
23 | Grondstoffenstrategie 2025-2030
Bron: voorbeeld sticker scheiden PMD
8.2 Bijlage B Doelmatigheidsonderzoek Najaar 2023/voorjaar 2024 is er een doelmatigheidsonderzoek uitgevoerd naar de afvalinzameling. Dit onderzoek is uitgevoerd door IPRNormag. De doelmatigheid van het afvalbeleid in de gemeente Barneveld steekt positief af ten opzichte van andere gemeenten met dezelfde beleidskeuzes. In het coalitieakkoord 2022-2026 is opgenomen dat er tijdens de coalitieperiode een doelmatigheidsonderzoek naar de afvalinzameling zal plaatsvinden. Het college heeft dit voornemen omgezet in een opdracht. Het betreft een onafhankelijk onderzoek naar de doelmatigheid van het gevoerde beleid en de inzamelingsorganisatie vanuit concerncontrol.
IPR Normag concludeert dat de doelmatigheid van het afvalbeleid in de gemeente Barneveld positief afsteekt ten opzichte van andere gemeenten met dezelfde beleidskeuzes. Ook functioneert de uitvoeringsorganisatie redelijk doelmatig. Echter de doelmatigheid van het afvalbeleid kan verbeteren, met name door het afvalbeleid verder door te ontwikkelen met diftar en/of omgekeerd inzamelen. Daarbij is wel een aandachtspunt en een vraag of de huidige relatief kleine uitvoeringsorganisatie voldoende in staat is de daarvoor benodigde aanpassingen en investeringen in inzamelvoorzieningen, materieel en andere bedrijfsfuncties (ICT, CMS, etc.) kostenefficiënt te kunnen dragen.
Aanbevelingen • Het intensiveren van de communicatie voor wat betreft het scheiden van afval. • Het uitvoeren van regelmatige sorteeranalyses om grip te houden op de verschillende grondstoffenstromen en restafval en om te kunnen monitoren. • Tevredenheidsonderzoek uitvoeren in vorm van enquête over de afvalinzameling. Dit is gedaan in het najaar van 2024, zie volgende hoofdstuk voor resultaten. • Een jaarplan voor handhaving op te zetten. • Deelname aan de benchmark van de NVRD en Rijkswaterstaat om zo de drie pijlers kosten, milieu en service te blijven monitoren. Zo weten we hoe we het als gemeente Barneveld doen afgezet tegen vergelijkbare Nederlandse gemeenten. • Om een trendbreuk te veroorzaken in de daling van het aantal kilo’s restafval wordt voorgesteld diftar en/of omgekeerd inzamelen te onderzoeken in de vorm van scenario’s.
24 | Grondstoffenstrategie 2025-2030
8.3 Bijlage C Rijksbeleid en Trends & Ontwikkelingen Circulair Materialen Plan (CMP) Als het gaat om landelijk beleid en regelgeving is de Wet milieubeheer van kracht. Hierin wordt onder andere geregeld dat gemeenten verplicht zijn tot het inzamelen van huishoudelijk afval van inwoners. Uitwerking is in het Landelijk Afvalstoffenplan 3, kortweg LAP3 genoemd. In dit plan wordt ingezoomd op de uitwerking van het verwerken van afvalstoffen, vervoer etc. De opvolger van het LAP3 is het CMP, Circulair Materialen Plan. De wettelijke grondslag is artikel 10.2 uit de Wet milieubeheer voor het LAP3, maar straks ook voor het CMP. Halverwege april 2025 maakte de Commissie voor de milieueffectrapportage (mer) bekend dat het CMP nog niet goed de milieu effecten in beeld heeft gebracht. En dat het onduidelijk is of de doelstelling voor wat betreft circulariteit door de overheid gehaald kan worden. Waarschijnlijk wordt het plan eind 2025 vastgesteld.
Het CMP als instrument voor een circulaire economie Het Circulair Materialenplan (CMP) is een belangrijk instrument dat vanaf 2025 als opvolger van het LAP3 wordt ingezet om een circulaire economie te bereiken. Het biedt een uniform kader voor het gebruik van grondstoffen, het omgaan met afval en het verlenen van vergunningen. Het geeft een overzicht van het bindende Nederlandse beleid voor afvalstoffenbeheer. Het helpt bedrijven meer circulaire keuzes te maken in hun bedrijfsvoering. En bevoegde gezagen volgen het CMP bij het nemen van besluiten en de handhaving ervan. Zo is het de brug tussen het beleid en de wetgeving en de uitvoeringspraktijk van bedrijven en overheden.
BAL Voor de regels voor bijvoorbeeld een milieustraat wordt gewerkt met het BAL, Besluit Activiteiten Leefomgeving binnen de Omgevingswet. VANG (Van Afval Naar Grondstof) Het VANG programma biedt gemeenten een helpende hand met kennis, onderzoeken, advies etc. Ook geeft het VANG programma aan wat de doelstellingen voor de komende jaren zijn om in 2050 als Nederland circulair te zijn. Inmiddels zijn er 103 gemeenten in Nederland die onder de 100 kilo restafval per inwoner per jaar inzamelen en is het gemiddelde recyclepercentage 54.7% in 2023 in Nederland. Ook onze doelstelling voor de periode 2025-2030 volgt de VANG doelstelling. Omgevingsvisie 2040 In de concept Omgevingsvisie 2040 voor de gemeente Barneveld wordt uitgegaan van de Strategienota Grondstoffen 2020-2024. De volgende Strategienota kan één van de programma’s worden binnen de omgevingsvisie.
Trends en ontwikkelingen De Ketenovereenkomst Verpakkingen De Ketenovereenkomst Verpakkingen waar ook de gemeente Barneveld aan mee doet, regelt de vergoedingen voor de inzameling en verwerken van huishoudelijk afvalstromen als PMD, oud papier en glas. In 2024 liep de vorige overeenkomst af. In 2025 is de overeenkomst verlengd. Verpact, VNG en NVRD voeren momenteel overleg met elkaar om te komen tot een nieuwe langjarige Ketenovereenkomst die met ingang van 1 januari 2026 van kracht moet gaan. De gesprekken daarvoor onder leiding van procesbegeleider Dick Benschop - verlopen constructief, maar de beoogde nieuwe
25 | Grondstoffenstrategie 2025-2030
langjarige afspraken kunnen niet al met ingang van 2025 worden ingevoerd. Daarom is er een oplossing gezocht in de tijdelijke verlenging van de huidige overeenkomst. Verdere uitwerking van UPV’s (Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid) Inmiddels is een groot aantal materialen ondergebracht in een UPV. Dit is een combinatie van regels die ervoor zorgen dat bedrijven die producten maken ook verantwoordelijk zijn voor het inzamelen en hergebruiken van het afval van die producten.
Voor welke producten geldt deze producentenverantwoordelijkheid? Er zijn regels gemaakt voor verschillende soorten producten, zoals verpakkingen, auto’s, autobanden, elektronica en batterijen/accu’s. Vanaf 1 juli 2023 geldt dit ook voor textiel. Voor papier/karton (niet verpakking), vensterglas en consumentenmatrassen zijn vergelijkbare regels gemaakt. Dit is gedaan op verzoek van de producenten zelf. Wel heeft de overheid ervoor gezorgd dat alle producenten van die producten zich aan die regels moeten houden. Sinds kort zijn er ook ‘financiële UPV-systemen’ waarbij de producent een bijdrage moet leveren aan de kosten voor het opruimen van het zwerfafval. Dit geldt voor ballonnen, natte doekjes en sigaretten. Eerder richtte de UPV zich vooral op het opruimen en het gebruik van het afval als grondstof. Nu gaat het steeds meer over het maken van producten die langer meegaan, eenvoudiger gerepareerd kunnen worden of waarvan het afval makkelijker weer is te gebruiken als grondstof voor hetzelfde product.