CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Barnseweg XI_Toelichting [OUDE VERSIE]

Gemeenteraad 17 april 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Barnseweg XI (SDVB), Barneveld19.732 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Barnseweg XI

(april 2024) bestemmingsplan Plannr. 1572

Barnseweg XI

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

5 INLEIDING

5

Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen

6 6 6

Hoofdstuk 3

8

PLANBESCHRIJVING

Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Rijk 4.2 Provincie 4.3 Regio 4.4 Waterschap 4.5 Gemeente

13 13 14 16 17 18

Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Veiligheid en gezondheid 5.14 Verkeer 5.15 Water

25 25 25 28 30 32 33 33 34 35 36 38 39 39 40 41

Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Juridische aspecten 6.2 Handhaving

44 44 47

Hoofdstuk 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 7.1 Grondexploitatie

49 49

Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak 8.4 Zienswijzen

50 50 51 51 51

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Groen plan en steenuil

Bijlage 2

Verkennend en nader bodemonderzoek

Bijlage 3

Verkennend bodem- en fundatieonderzoek

Bijlage 4

Archeologie

Bijlage 5

AERIUS - toelichting

2

"Barnseweg XI" (vastgesteld)

Barnseweg XI

Bijlage 6

AERIUS - berekeningen

Bijlage 7

Quickscan flora en fauna

Bijlage 8

Soortgericht onderzoek en mitigatie steenuil

Bijlage 9

Onderzoek milieuzonering

Bijlage 10

M.e.r.-beoordelingsbesluit

Bijlage 11

Inrichtingstekening

Bijlage 12

Nota Zienswijzen

"Barnseweg XI" (vastgesteld)

3

Barnseweg XI

4

"Barnseweg XI" (vastgesteld)

Barnseweg XI

Toelichting Hoofdstuk 1

INLEIDING

Op 3 oktober 2018 heeft de raad het Masterplan Buitensport 2018-2028 vastgesteld. Uit dit Masterplan volgt dat van alle voetbalverenigingen in de gemeente Barneveld alleen SDVB (Sportpark Norschoten, Barnseweg 9 in Barneveld) niet beschikt over voldoende velden. De ondercapaciteit bij SDVB zal opgelost worden met de aanleg van twee nieuwe natuurgrasvelden. Het voorliggende plan voorziet in de realisatie van deze twee nieuwe natuurgrasvelden ten noordoosten van het bestaande sportcomplex. Hiervoor zijn gronden ten noordoosten van de bestaande sportvelden aangekocht. Het gaat om het agrarisch bedrijf aan de Norschoterweg 1 met omliggende weilanden dat is aangekocht om deze twee nieuwe velden te kunnen realiseren. Het agrarisch bouwvlak aan de Norschoterweg 1 maakt echter geen onderdeel uit van het plangebied. Alle bebouwing blijft daar behouden, waaronder ook de bestaande schaapskooi, een gemeentelijk monument. Ook de aanleg van een parkeerterrein op een bestaand voetbalveld, met gebruikmaking van een bestaande toegang tot het voetbalterrein, maakt onderdeel uit van het plan alsmede de entree tot het sportcomplex. Doordat hier de helft van een bestaand voetbalveld wordt omgevormd naar een parkeerterrein, zal er voor de voetbalvereniging SDVB netto 1,5 veld bij gaan komen. De uitvoering van het plan is niet mogelijk binnen de geldende bestemmingsplannen.

Daarom is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.

Afbeelding: ligging locatie voetbalvelden / entree en parkeerterrein Voorliggend plan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit bestemmingsplan.

"Barnseweg XI" (vastgesteld)

5

Barnseweg XI

Hoofdstuk 2 2.1

BESTAANDE SITUATIE

Begrenzing plangebied

Het plangebied ligt aan de Barnseweg 9 en aan de rand van de kern Barneveld en wordt globaal begrensd door de Barnseweg, Wesselseweg en Norschoterweg. Ten noordwesten van de nieuwe voetbalvelden zijn aan de Wesselseweg woningen, detailhandel en bedrijven gesitueerd. Ten oosten van het plangebied (de nieuwe natuurgrasvelden) zijn weilanden en het agrarische bouwvlak van Norschoterweg 1 gelegen. De grens aan de zuidzijde van de twee nieuw te realiseren natuurgrasvelden wordt gevormd door woningen aan de Heestereng in Barneveld. Ten oosten van het nieuw te realiseren parkeerterrein is een agrarisch bedrijf gelegen (Barnseweg 15, 17 en 19) en ten zuiden van dit nieuw te realiseren parkeerterrein ligt de Barnseweg. Ten westen van de bestaande sportvelden is een onderwijsinstelling gevestigd. Ten noorden hiervan liggen voetbalvelden. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van het plangebied weer.

Afbeelding: ligging plangebied

2.2

Geldende bestemmingen

2.2.1

Bestemmingsplan

De twee nieuw te realiseren natuurgrasvelden liggen in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad. De gronden hebben de bestemming 'Agrarisch'. Verder gelden enkele gebiedsaanduidingen ('overige zone - kernrandzone' en 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied GV'). Realisatie van twee natuurgrasvelden is binnen de agrarische bestemming niet toegestaan. De aanleg van het parkeerterrein aan de Barnseweg op een bestaand voetbalveld is als ondergeschikt van 6

"Barnseweg XI" (vastgesteld)

Barnseweg XI de bestemming 'Sport' aan te merken. De maatvoeringsaanduiding wordt op het nieuwe parkeerterrein aangepast (zodat er geen gebouwen gebouwd kunnen worden), waardoor hiervoor eveneens een herziening nodig is. De hoogte van palen en masten blijft op de locatie waar het parkeerterrein komt 20 meter (dat is volgens het nu geldende bestemmingsplan ook de maximum toegestane hoogte). Voor dat parkeerterrein geldt het bestemmingsplan "Barneveld-Zuidoost", met dus de bestemming 'Sport'. De entree wijzigt ook. Het parkeren bij de entree van het voetbalcomplex heeft nu nog een bestemming 'Sport', maar zal een bestemming 'Verkeer' krijgen. Dit omdat het busparkeren hier in de openbare ruimte zal gaan plaatsvinden. Een gedeelte van de nieuwe entree ligt op de bestemming 'Groen'. Daar waar nu nog de bestemming 'Groen' is gelegen, zal dat in de nieuwe situatie een bestemming' Verkeer' gaan krijgen. Tevens geldt voor de locatie het bestemmingsplan "Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie". De locatie heeft hierin de bestemmingen 'Waarde - Archeologie 1', 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde Archeologie 3'. Hiermee is de dubbelbestemmingen wat betreft de waarde van archeologie uit de bestemmingsplannen "Barneveld-Zuidoost" en "Buitengebied 2012" komen te vervallen.

Afbeelding: bestemmingsplannen "Buitengebied 2012" en "Barneveld-Zuidoost" In de bestemmingsplannen zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van de bestemmingsplannen "Buitengebied 2012" en "Barneveld-Zuidoost" noodzakelijk. 2.2.2

Voorbereidingsbesluit

Er geldt overigens ook een voorbereidingsbesluit van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening met betrekking tot hyperscale datacenters op deze locatie. Nu het plan geen hyperscale datacenter mogelijk maakt, is dit voorbereidingsbesluit niet relevant voor onderhavig plan.

"Barnseweg XI" (vastgesteld)

7

Barnseweg XI

Hoofdstuk 3

PLANBESCHRIJVING

Bestaande situatie De locatie waar de twee natuurgrasvelden gewenst zijn, is nu weiland. Er zijn ten noordoosten van de bestaande sportvelden gronden aangekocht (locatie Norschoterweg 1). Het erf aan de Norschoterweg 1 maakt geen onderdeel uit van de planherziening. Het erf Norschoten, ook wel Erf Den Hee (of Erf Norschoten) genoemd, wordt voor het eerst vermeld in 1850. Gaande weg is een bijzonder erf ontstaan. Eerst aan een meer doorgaande route die over het erf voerde, nu liggend aan een doodlopend zandpad naar het erf en een fietsverbinding met de wijk Norschoten. Juist deze verbinding met monumentale eikenbomen maakt het erf en haar bebouwing bijzonder. Ten westen hiervan zullen de twee nieuwe natuurgrasvelden gaan komen. Het ledenaantal van de voetbalvereniging SDVB groeit. Uit het Masterplan Buitensport 2018-2028 volgt dat deze voetbalvereniging niet beschikt over voldoende velden. Met de aanleg van twee nieuwe natuurgrasvelden wordt dit probleem opgelost. Gewenste situatie Op het perceel ten westen van Norschoterweg 1 (kadastraal bekend gemeente Barneveld, sectie C, nummer 5410) worden twee natuurgrasvelden gerealiseerd. De twee nieuwe natuurgrasvelden krijgen geen verlichting. De entree tot deze nieuwe velden zal (voor spelers/leden en bezoekers) via een bestaande toegang tot het voetbalterrein gaan verlopen.

Daar (aan de Barnsewg) zal ook een nieuw parkeerterrein worden gerealiseerd. Er komt alleen een toegang aan de Heestereng tot de twee nieuwe velden voor onderhoud om de nieuwe velden te kunnen bereiken (het is geen doorgang voor bezoekers en leden van de voetbalvereniging). Onderstaande afbeelding geeft de ligging aan van de nieuwe velden. Zie ook bijlage 11 bij de toelichting voor de inrichtingstekening (daarop zijn ook de entree en het nieuwe parkeerterrein aangegeven).

8

"Barnseweg XI" (vastgesteld)

Barnseweg XI

Afbeelding: gewenste situatie ligging voetbalvelden Zie onderstaande afbeelding van de nieuwe locatie van het parkeerterrein, waarvoor een bestaand veld gehalveerd zal worden alsmede ook de wijziging van de inrichting van de entree tot het Sportpark Norschoten zelf. Hier is ruimte voor busparkeren, dat aan twee zijden omringd zal worden door groen. Ook de fietsoversteek zal wijzigen.

"Barnseweg XI" (vastgesteld)

9

Barnseweg XI

Afbeelding: locatie parkeerterrein Speeltijden Het Sportpark Norschoten is in principe maandag tot en met zaterdag geopend van 9.00 tot 22.00 uur, of langer als verenigingsactiviteiten dat nodig maken. In de nachtperiode is het park gesloten. Op maandag tot en met vrijdag vinden de trainingen plaats. Op zaterdagen vinden de voetbalwedstrijden plaats. Op zondagen vinden geen activiteiten plaats. De activiteiten op het sportpark zijn dan onder te verdelen in twee situaties: wedstrijddagen en trainingsdagen. Op wedstrijddagen worden wedstrijden gespeeld vanaf 9.00 uur tot circa 19.00 uur. In de zomerperiode zijn er ook oefenwedstrijden vanaf 20.00 uur, dus daarmee kunnen er ook wedstrijden in de avondperiode plaatsvinden. De voetbalwedstrijden beginnen op zaterdag vanaf 9.00 uur. De voetbalwedstrijden kunnen doorgaan tot het donker wordt. Op de voetbalvelden wordt effectief gespeeld gedurende 10 uur in de dagperiode en 2,5 uur in de avondperiode. Tijdens wedstrijden zijn er gemiddeld 50 toeschouwers rond de velden aanwezig. Qua trainingsdagen beginnen voetbaltrainingen om 15.30 uur en duren tot 22.00 uur. Op de voetbalvelden vinden trainingen plaats gedurende effectief 3 uur in de dagperiode en 3 uur in de avondperiode. Tijdens de trainingen zijn per veld 30 spelers/trainers en 10 toeschouwers aanwezig.

Tijdens het groeiseizoen wordt wekelijks het gras gemaaid op de 2 natuurgrasvelden. In de dagperiode wordt gedurende één uur per veld een kleine tractor gebruikt. De nieuwe natuurgrasvelden zullen dus van maandag tot en met zaterdag gebruikt gaan worden. Doordat er geen verlichting is, zal er in de winterperiode niet 's avonds in het donker gevoetbald worden op die velden. Locatie nieuwe voetbalvelden Het gebied zal landschappelijk worden ingepast. Ten westen van de nieuwe voetbalvelden zal de waardevolle houtsingel vanuit het zuiden worden doorgetrokken richting het noorden tot aan de waardevolle eikenlaan. Het doortrekken van deze houtsingels zorgt voor historisch herstel en draagt bij aan een robuust, bio diverse groenstructuur. Deze houtsingels zullen bestaan uit inheemse bomen en heesters passend bij het landschap. Ten noorden van de nieuwe voetbalvelden zal de aanwezige sloot de begrenzing vormen. Deze sloot wordt 10

"Barnseweg XI" (vastgesteld)

Barnseweg XI op een aantal plekken verbreed. Tevens zullen enkele heesters en bomen de watergang begeleiden, zodat er een halfopen groene afscheiding ontstaat (breedte van 10 meter). Deze halfopen groen blauwe afscheiding zal worden voortgezet ten oosten van de voetbalvelden. Dit zodat de waardevolle eikenlaan duidelijk in haar open landschap blijft staan. Daarnaast zorgt deze afscheiding voor een ander milieu, waardoor andere beplantings- en diersoorten hiervan gebruik kunnen maken ten opzichte van de gesloten houtsingel ten westen van de nieuwe voetbalvelden. Ten zuiden van de nieuwe voetbalvelden en ten noorden van de Heestereng zullen nieuwe knotwilgen worden aangeplant. Hiermee wordt de lijn aan wilgen doorgezet. Achter de bestaande sloot zal een opbouw komen van lage grasvegetatie naar heesters en eindigen met hoge bomen (zoom, mantel kern). Deze opbouw zorgt voor veel biodiversiteit en een gesloten aanblik vanaf de Heestereng waardoor de velden uit het zicht worden onttrokken. De groen / blauwe afscheidingen zorgen ervoor dat we niet hoeven te werken met een terreinafsluiting van een hekwerk van circa 2 meter. Er is een steenuil aanwezig in het gebied. Daarvoor is een plan voor landschappelijke inpassing gemaakt die uitgaat van de aanwezige landschappelijke structuren en een maatregelenpakket opgesteld.

Dit heeft erin geresulteerd dat ten zuiden van het erf Norschoterweg 1 een boomgaard wordt aangelegd (van 20 meter x 30 meter), de weilanden worden voorzien van ruigte (stroken van circa 10 meter breed) met op enkele locaties palen, zodat de steenuil een uitkijk-/rustpunt heeft in het landschap. Het halfopen landschap dat al aanwezig is en nog zal worden versterkt rondom de nieuwe velden, zorgt voor een ideaal leefgebied voor de steenuil. Hierdoor zal de steenuil zich niet verjaagd voelen. Zie onderstaande afbeelding voor hoe de inrichting er uit komt te zien.

Afbeelding: maatregelen voor steenuil Voor een verdere toelichting wat betreft de inpassing van de twee nieuwe natuurgrasvelden en de compensatie van de steenuil wordt verwezen naar bijlage 1 van de toelichting. Ook wordt de watergang bij de twee nieuwe velden aan de noordzijde verlegd en verbreed met natuurvriendelijke oevers en plas-dras gedeelten om zo meer water te kunnen vasthouden/bergen. Verder komt er geen verlichting bij deze nieuwe natuurgrasvelden. Er komt geen geluidsscherm. Hiervoor verwijzen we naar de paragrafen 5.5 en 5.11 van de toelichting. Parkeerterrein en Barnseweg De entree van het voetbalcomplex blijft aan de Barnseweg. Ook dat wordt landschappelijk ingepast. Aan de noordzijde van de Barnseweg / scheiding voetbalvelden is een opgaande groenstructuur aanwezig. De "Barnseweg XI" (vastgesteld)

11

Barnseweg XI essen in deze groenstructuur hebben een slechte conditie doordat ze zijn aangetast door de essentaksterfte. Deze bomen (8 stuks) zullen dan ook moeten worden verwijderd om de veiligheid te kunnen waarborgen. De bestaande groenzone zal aan de zijde van de Barnseweg worden uitgebreid, die bestaat uit inheems bosplantsoen. Hierdoor ontstaat een lijnvormige dichte groenstructuur bestaande van bomen en heesters. Ook voor de essenrij aan de noordzijde van de Barnseweg geldt dat ze verkeren in slechte / matige conditie. Deze bomen (20 stuks) zullen worden verwijderd. Omdat er zowel bovengronds als ondergronds onvoldoende ruimte is voor herplant van bomen in deze zone, zal hier alleen worden voorzien in een nieuwe haag die de geparkeerde auto scheidt van de doorgaande Barnseweg. Door het verdwijnen van deze bomenrij, zullen de gaten, die de afgelopen jaren zijn ontstaan, in de bomenrij ten zuiden aan de Barnseweg worden opgevuld met nieuwe eiken bomen. Daarnaast zal ook nieuwe aanplant van solitaire bomen plaatsvinden op het nieuw aan te leggen parkeerterrein (op het halve voetbalveld), namelijk op de hoeken van de parkeervakken worden grote bomen van de eerste grootte met veel bladmassa geplaatst. De twee busparkeerstroken worden ten noorden en oosten gescheiden van het fiets- en wandelverkeer door middel van een nieuwe lage haag.

Naast de essen die worden gekapt aan de Barnseweg wordt ook een berk gekapt. Dit om een goede entree / in- en uitdraairuimte voor de bussen te realiseren zoals nu op de inrichtingstekening is weergegeven. Verkeer en parkeren Parkeren wordt op eigen terrein opgelost, waarbij er geen extra parkeerdruk op de openbare ruimte wordt veroorzaakt. Op het nieuwe parkeerterrein (het voetbalveld dat wordt omgevormd naar parkeerterrein) is plaats voor 202 parkeervakken. Aan de Barnseweg ter hoogte van SDVB is plaats voor 44 parkeervakken. Aan de Barnseweg ter hoogte van de Aeres zijn de zuidelijke vakken voor de vereniging. Dat gaat om 36 vakken. In totaal zijn er 282 parkeervakken (202 + 44 + 36). Vanaf het nieuwe parkeerterrein is er een logische looproute zijn naar de kantine en kleedkamers. Voor een verdere toelichting wat betreft verkeer (en parkeren) wordt verwezen naar 5.14 van de toelichting.

12

"Barnseweg XI" (vastgesteld)

Barnseweg XI

Hoofdstuk 4

BELEIDSKADER

4.1

Rijk

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. In de NOVI is er aandacht voor een gezondheidsbevorderende leefomgeving. In 2050 is de leefomgeving zodanig ingericht dat de gezondheid van mensen bevorderd wordt (waar dat door ingrepen in de leefomgeving mogelijk is). De leefomgeving verleidt mensen tot bewegen, zoals bewegen (sporten, bewegen, fietsen en wandelen), spelen, ontspannen en het ontmoeten van anderen. Dit draagt bij aan een gezonde leefomgeving. Doorwerking In dit geval betreft het plan de uitbreiding van een bestaand voetbalcomplex. Dit draagt bij aan het bevorderen van sporten. We gaan ervan uit dat de wachtlijst niet meer bestaat zodra dit plan is gerealiseerd. Het beoogde plan is in lijn met de prioriteiten. De NOVI vormt daarom geen belemmering voor dit plan. 4.1.2

Nationaal Waterplan 2016-2021

Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt ervoor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat eruit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.

Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).

"Barnseweg XI" (vastgesteld)

13

Barnseweg XI

4.1.3

Crisis- en herstelwet

Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd (zie kamerstukken 33.135). De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I bedoelde projecten ten aanzien van wegen.

Doorwerking in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet niet van toepassing, want het onderhavige plan betreft geen plan welke vermeld is in de Crisis- en herstelwet.

4.2

Provincie

4.2.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

Algemeen De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 dan wel 2023 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet. 4.2.1.1

Omgevingsvisie

Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit

14

"Barnseweg XI" (vastgesteld)

Barnseweg XI bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat De Omgevingsvisie geeft op meerdere thema's sturing. Hiertoe zijn diverse kaarten in de visie opgenomen. Het plangebied is aangeduid op de volgende kaarten: - Kaart 1: Omgevingsvisie Gaaf Gelderland; - Kaart 2: Themakaart Ruimtelijk beleid (Windenergie aandachtsgebied en grote zonneparken mogelijk); - Kaart 3: Themakaart Waterbeleid (Intrekgebieden). Doorwerking in plangebied Voorliggend plan betreft de uitbreiding van voetbalvelden, de aanleg van een parkeerterrein en het wijzigen van de entree naar de voetbalvereniging. Geen van de kaarten geeft expliciete sturing. Kaart 1 betreft een visie op regio. Het plangebied is gelegen in de regio 'Foodvalley'. Voor wat betreft de aanleg van sportvelden geeft de visie op dit punt geen sturing. Het plan maakt geen windenergie dan wel de aanleg van zonneparken mogelijk. Kaart 2 heeft dan ook verder geen betekenis voor het plan. Ook voor wat het betreft het aspect waterbeleid is hier geen belemmering aanwezig vanuit de visie. Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie. 4.2.1.2

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. De Omgevingsverordening is met ingang van 17 oktober 2014 in werking getreden. De provincie actualiseert regelmatig de Omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening is het plangebied opgenomen op de kaarten: Kaart 2: Regels Glastuinbouw Kaart 9: Regels Water en Milieu Kaarten Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening. In de verordening worden geen regels gesteld betreffende de aanleg van sportvelden. De regels inzake Glastuinbouw en Water en Milieu vormen geen belemmering voor onderhavig plan. Het plan maakt geen glastuinbouw mogelijk (kaart 2) en ook maakt het voorliggende plan de winning van fossiele energie niet mogelijk (kaart (9). De Omgevingsverordening geeft geen specifieke sturing aan het voorliggende plangebied. Klimaatadaptatie In artikel 2.65b van de provinciale verordening is een artikel opgenomen over klimaatadaptatie.

Bij plannen moet hierop worden ingaan. Het artikel bepaalt dat voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving dient te bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. waterveiligheid; b. wateroverlast; c. droogte; en d. hitte. Het klimaat verandert en dat is te merken aan de toename van extremen in hitte, droogte en neerslag. De nieuwe klimaatscenario's van het KNMI geven aan dat het in de toekomst (afhankelijk van onze uitstoot) verder zal veranderen. Voor de verandering van het klimaat is het noodzakelijk om ons aan te passen. Ook in projecten houden we hier rekening mee. Hierbij is te denken aan creëren van schaduw en groen, realiseren van koelte "Barnseweg XI" (vastgesteld)

15

Barnseweg XI plekken, waterberging voor extremen, verminderen van verharding et cetera. Om ook bij het SDVB-terrein rekening te houden met klimaatverandering worden verschillende maatregelen toegepast in het ontwerp. Zo worden de parkeervakken op het parkeerterrein uitgevoerd in een grasbetontegel om verharding te verminderen en het een groenere uitstraling te geven en wordt een waterbergend pakket onder de parkeervakken aangebracht om zo het water op te kunnen vangen en te infiltreren. Daarnaast worden er meerdere bomen van de eerste grootte geplant die met hun schaduw voor extra verkoeling kunnen zorgen tijdens warme dagen wanneer het in auto's en op verharding erg warm kan worden. Het water wat in de bodem infiltreert kan tijdens drogere perioden weer opgenomen worden door de bodem en natuur en stroomt dus niet af naar de beken zoals dat nu gebeurt. Daarnaast wordt er bij de twee nieuwe velden aan de noordzijde de watergang verlegd en verbreed met natuurvriendelijke oevers en plas-dras gedeelten om zo meer water te kunnen vasthouden/bergen. Met deze ontwerpkeuzen wordt er een klimaatvriendelijk parkeerterrein aangelegd die zorgt voor de berging van water en vermindering van hitte op deze locatie. De omgevingsverordening legt hetgeen in de visie is gesteld vast in regels. In de verordening worden geen regels gesteld betreffende de aanleg van sportvelden.

Doorwerking in plangebied Het plan is in overeenstemming met de verordening.

4.3

Regio

4.3.1

Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe

Op 4 december 2020 is het Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe (RAP) ondertekend door de Manifestregio. In de regio werken 28 gemeenten, waterschap Vallei en Veluwe, provincies Utrecht en Gelderland, Vitens, Veiligheidsregio's en Rijkswaterstaat samen op het gebied van klimaatadaptatie. Met het RAP geeft de regio invulling aan de landelijke opgave voor overheden om vanaf eind 2020 klimaatadaptief te werken om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Deze opgave komt voort uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Het klimaat verandert namelijk snel en merkbaar. Klimaatadaptatie is omgaan met het nieuwe klimaat met extremer weer: heftige buien of juist lange periodes van hitte en droogte. De omgeving waarin we leven, werken en ontspannen, maar ook de manier van leven moeten we daarop aanpassen. In het RAP zijn de regionale aandachtsgebieden voor de komende jaren bepaald, aanvullend op wat elke partij zelf moet of kan doen. Vooraf zijn voor het hele gebied de kwetsbaarheden van wateroverlast, droogte en hitte in kaart gebracht in een klimaateffectatlas. Tevens zijn risicodialogen met elkaar gevoerd over de gevolgen van klimaatverandering en de opgaven voor de regio.

Het RAP is een strategische agenda rondom 4 thema's: Prettig wonen en werken, Aangenaam recreëren, Basisfuncties (elektriciteit, hoofdwegennet, verpleeghuizen, etc.) veilig stellen en Natuurlijk bodem- en watersysteem. Per thema zijn (hoofd)ambities, speerpunten en maatregelen geformuleerd. Het thema prettig wonen ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingerichte stedelijke omgeving. Speerpunten zijn Ketenafspraken klimaatbestendig bouwen, Ontwikkelafspraken met woningcoöperaties, Instrumentenmix voor bestaand stedelijk gebied, Stimuleringsregeling klimaatbestendige maatregelen en Hitteplan. Het thema Aangenaam recreëren ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingericht recreatief buitengebied. Het speerpunt is Groen-blauwe recreatie. Het thema Basisfuncties ambieert een veilig en robuust ontworpen nutsvoorzieningen en infrastructuur. Speerpunten zijn Natuurbranden preventieplan, Overstromingsbestendige gebieden en gebouwen, (Hoofd)verdeelstations beoordelen en Doorgaande wegen klimaatrobuust. Het thema Natuurlijk bodem- en watersysteem ambieert een klimaatbestendig, robuust en veerkrachtig natuurlijk bodem- en watersysteembeheer. Speerpunten zijn Loofbomen advies, Waterbeschikbaarheidsstrategie, Duurzaam grondwatersysteem en Verkenning regio Vallei en Veluwe – 2120.

In Werkplannen wordt concreet aangegeven hoe de ambities in het RAP voor telkens een periode van 2 jaar worden uitgewerkt. De opgaven worden regionaal verdeeld en er worden verbindingen gelegd. Van 16

"Barnseweg XI" (vastgesteld)

Barnseweg XI belang is dat ook inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties worden betrokken. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten hiervan zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).

4.4

Waterschap

4.4.1

Blauwe Omgevingsvisie 2050

De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15). 4.4.2

BOP 2022-2027Waterschap Vallei en Veluwe

Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem.

Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).

"Barnseweg XI" (vastgesteld)

17

Barnseweg XI

4.5

Gemeente

4.5.1

Structuurvisie Buitengebied Barneveld

De structuurvisie Buitengebied Barneveld is op 21 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. De vastgestelde versie is gepubliceerd op 29 december 2011 (Staatscourant, nr. 23938). De gemeente Barneveld heeft op 28 september 2016 de Strategische Visie Barneveld 2030 vastgesteld. De Strategische Visie geeft aan welke doelen het gemeentebestuur nastreeft voor de periode tot 2030. Daaraan voorafgaand heeft de raad in januari 2009 de Structuurvisie 2009 vastgesteld waarin de stedelijke ontwikkelingen voor de komende 10 jaar zijn weergegeven. Mede op basis van de Strategische Visie is de Structuurvisie 2009 geactualiseerd door de vaststelling van de Structuurvisie Kernen 2022. De Structuurvisie Buitengebied is het derde en laatste onderdeel van deze beleidstrilogie. In de op 21 september 2011 vastgestelde Structuurvisie Buitengebied wordt specifiek ingegaan op onderwerpen als landbouw, recreatie en landschap in de periode tot 2020. De twee structuurvisies vullen elkaar hierbij inhoudelijk aan. De strategische visie geeft aan wat de overkoepelende doelen zijn. Met deze Structuurvisie Buitengebied biedt de gemeente Barneveld ruimte voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten landschap, natuur, woon - en leefmilieu.

Ontwikkelingen in de landbouw en bij recreatieve bedrijven zijn van grote invloed op de omgevingskwaliteiten natuur, landschap en woon- en leefomgeving. Deze omgevingskwaliteiten zijn ook de belangrijkste vestigingsfactoren voor het buitengebied. Initiatieven beoordeelt de gemeente daarom mede op de mate waarin ze bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld effecten op landschap (beeldkwaliteit), woon en leefmilieu, verkeer en natuur. Dit moet leiden tot een landschappelijk fraai buitengebied met goed ingepaste ontwikkelingen. Een buitengebied dat op die manier wordt ingericht is een aangename plek om te werken en te recreëren. De structuurvisie beoogt daarbij ontwikkelingsruimte te bieden aan goede initiatieven en wil een basis zijn voor samenwerking om die te realiseren. Bovenstaande aanpak geldt voor het hele buitengebied. Daarnaast worden deelgebieden onderscheiden met beleidsaccenten op grond van landschappelijke kenmerken en zones op grond van een specifieke functie (zie bijlage 8 Structuurvisie). Onderstaand is per deelgebied en zone een ontwikkelingsrichting met kwaliteitsbeeld beschreven. Het kwaliteitsbeeld vormt het ruimtelijk toetsingskader. Het stelt eisen die richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Deze (minimum) eisen zijn kaderstellend voor het bestemmingsplan.

Deze deelgebieden zijn: Agrarisch bedrijvenlandschap Agrarisch bekenlandschap Agrarisch slagenlandschap Veluws natuurgebied met agrarische enclaves.

18

"Barnseweg XI" (vastgesteld)

Barnseweg XI

"Barnseweg XI" (vastgesteld)

19

Barnseweg XI

Afbeelding: Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld + legenda Het plangebied ligt gedeeltelijk in het deelgebied Agrarisch bedrijvenlandschap en ook in de stedelijke zone. Agrarisch bedrijvenlandschap Intensieve landbouw is de belangrijkste gebruiksvorm van dit deelgebied. Het beleid is gericht op herstructurering en passende schaalvergroting, waarbij productieruimte beschikbaar komt voor de toekomst gerichte bedrijven die in staat zijn om te groeien en daarin te investeren. Stedelijke zone Het concentratiebeleid voor woningbouw, ontwikkeling van bedrijventerreinen en voorzieningen in het gebied Barneveld Harselaar Voorthuizen blijft onverkort uitgangspunt. Doorwerking Het plan is in overeenstemming met de structuurvisie.

20

"Barnseweg XI" (vastgesteld)

Barnseweg XI

4.5.2

Structuurvisie Kernen Barneveld 2022

De gemeenteraad heeft op 22 november 2011 de "Structuurvisie Kernen Barneveld 2022" vastgesteld. De structuurvisie legt de gemeentelijke visie op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van het eigen grondgebied vast. Het bestemmingsplan zal hierbinnen moeten passen. De structuurvisie bevat een uitvoeringsprogramma. Hierin laat de gemeente zien hoe het voorgenomen beleid gerealiseerd zal worden. In de structuurvisie is een groot aantal ruimtelijke projecten opgenomen, waarvoor investeringen in de openbare ruimte noodzakelijk zijn. Ook is er een groot aantal lopende en potentiële bouwmogelijkheden. Uit de kaart behorende bij de structuurvisie blijkt dat de twee nieuw te realiseren voetbalvelden liggen in een gebied dat wordt aangeduid als 'zoekgebied voorzieningen - lange termijn'. De bestaande voetbalvelden, waar één half voetbalveld wordt ingericht naar een parkeerterrein ligt in het gebied dat wordt aangeduid als 'scheggen met groene invulling of groene functies'.

"Barnseweg XI" (vastgesteld)

21

Barnseweg XI

Afbeelding: uitsnede Structuurvisie Kernen Barneveld 2022 Het realiseren van twee nieuwe voetbalvelden is aan te merken als een voorziening en ligt binnen een zoekgebied. Ruimtelijk is dit plan aanvaardbaar. Ook het aanleggen van een parkeerterrein en het wijzigen van de entree is in overeenstemming met de structuurvisie. Het ingekomen verzoek is dus in overeenstemming met deze structuurvisie. 4.5.3

Bestemmingsplannen globaal en flexibel

Op 6 mei 2014 heeft de raad de kaderstellende notitie 'Bestemmingsplannen globaal en flexibel' vastgesteld. Met deze notitie geeft de raad voor met name grote(re) uitleggebieden kaders aan om bestemmingsplannen globaal en flexibel te maken, om adequaat te kunnen inspelen op maatschappelijke en marktontwikkelingen. Daarmee ontstaat enige ruimte om een plan te kunnen wijzigen, maar zonder significant verlies van kwaliteit in de openbare ruimte, beeldkwaliteit en rechtszekerheid. Globaal en flexibel zijn twee naast elkaar staande begrippen. Een globaal bestemmingsplan is een bestemmingsplan waarbij de belangrijkste uitgangspunten voor een gebied zijn vastgelegd. In een globaal bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden niet vastgelegd of gebonden aan een concreet perceel. Het tegenovergestelde van globaal bestemmen is gedetailleerd bestemmen, want een gedetailleerd bestemmingsplan legt juist wel een eindbeeld vast. Naast het begrip globaal, kennen we ook nog de begrippen star en flexibel. We spreken van een star bestemmingsplan als het niet of nauwelijks mogelijk is om van een bestemmingsplan af te wijken. Flexibel bestemmen is het tegenovergestelde. Flexibel bestemmen laat meer ruimte om in te spelen op initiatieven die niet direct zijn geregeld.

Flexibiliteit is in het bestemmingsplan in te bouwen door te werken met afwijkingsregels, wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten. De notitie richt zich op toekomstige ontwikkelingen in de kernen, waarbij met name is gekeken naar de bestemmingen voor wonen en bedrijven. Doorwerking in plangebied 22

"Barnseweg XI" (vastgesteld)

Barnseweg XI In voorliggend bestemmingsplan zijn de gebruikelijke binnenplanse afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Voor het overige is geen toepassing gegeven aan de kaders uit de notitie, omdat het bestemmingsplan een postzegelplan betreft. 4.5.4

Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020

De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Ook moet de gemeentelijke overheid in opdracht van de rijksoverheid uiterlijk in 2021 een warmteplan opstellen, dat de basis gaat vormen voor het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving in 2020 en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. De gemeente is medio 2018 een verkenning gestart naar hoe een aardgasvrije gemeente vorm zou kunnen krijgen. Naar aanleiding van de uitkomsten hiervan kunnen keuzes voor de energievoorziening voor nieuw te bouwen woningen en/of bedrijven in de toekomst beïnvloed worden.

Bijvoorbeeld waar het gaat om mogelijkheden om aan te sluiten bij een collectieve warmtevoorziening of een wijkgerichte aanpak voor het verduurzamen van woningen (Wijk van de Toekomst). Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning vanaf 1 juli 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Materialen In het ontwerp van een woning of gebouw kan door een slim ontwerp daglicht optimaal worden benut en zodat de benodigde energie voor verlichting zo laag mogelijk is en de binnen temperatuur zo min mogelijk fluctueert. Ook kunnen groendaken aangelegd worden. De hoeveelheid materialen wordt zoveel mogelijk beperkt en gebruik van gezonde en duurzame materialen – gezien over de hele levenscyclus - heeft de voorkeur. Duurzaamheid in het openbaar gebied of op eigen terrein Er moet aandacht zijn voor energiezuinige openbare verlichting. Daarbij denken we aan een verlichtingsplan, waarbij zo weinig mogelijk lantaarnpalen worden toegepast, uitgevoerd met (dimbare) LED-lampen. Daarnaast is het vanuit duurzaamheidsoogpunt van belang om de hoeveelheid materiaalgebruik voor wegen en de verharde oppervlakte in het plangebied zo laag mogelijk te houden.

Dat kan worden bereikt door de weglengte en -breedte zoveel mogelijk te beperken en doorlatende verharding toe te passen. Bij de keuze voor het materiaalgebruik heeft de gemeente ook hier de voorkeur voor het gebruik van duurzame materialen, bij zowel productie en gebruik en die bij sloop hergebruikt kunnen worden. Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg. We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving de waterparagraaf (§ 5.15). Door op een slimme manier om te gaan met (robuust) groen in de openbare ruimte in relatie tot de "Barnseweg XI" (vastgesteld)

23

Barnseweg XI positionering van de woningen en de productie van zonne-energie op daken van woningen kan het microklimaat in de woningen en in een gebied op een positieve manier beïnvloed worden. Doorwerking Zie wat betreft het aspect klimaat hetgeen in paragraaf 4.2.1 van de toelichting onder het aspect 'klimaatadaptatie' is weergegeven. Op het parkeerterrein worden bestaande lichtmasten hergebruikt. Op de nieuwe natuurgrasvelden komt geen verlichting. Dit is ook uitgesloten met een artikel in de regels en een aanduiding op de verbeelding. 4.5.5

Groenstructuurplan Barneveld (2011)

De doelstelling van het Groenstructuurplan Barneveld (2011) is het beschrijven van de lange termijn visie ten aanzien van de inrichting van het openbaar groen van de gemeente Barneveld om de groenstructuren in en de herkenbaarheid van de kernen te behouden, ontwikkelen en versterken. Om de gewenste groenstructuur te realiseren worden in het groenstructuurplan een aantal verbetervoorstellen gedaan. Doorwerking in plangebied De Barnseweg is één van de hoofdontsluitingswegen. Bij de Koeweide is er een duidelijke laanstructuur van lindes en verderop richting 'Erf Norschoten' wordt de weg / het fietspad begeleid door eikenbomen. Door de ontwikkeling van de nieuwe wijk (Norschoten) en de voetbalvelden is de reeds bestaande structuur ter hoogte van de voetbalvelden weggevallen. Graag zouden we de laanstructuur hier willen herstellen, helaas is er onvoldoende ruimte, zowel ondergronds als bovengronds om hier gehoor aan te geven. Daarom is in dit plan ingestoken op een goede robuuste groenstructuur aan een zijde van de weg (de zuidzijde van de Barnseweg). 4.5.6

Waterplan Barneveld (2005) en Hemelwaterplan 2017-2020'Klimaatactief!'

Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. In het plan is een concrete doelstelling opgenomen: in 2025 is 10% van het verharde oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering (referentiejaar 2005). Dit betreft 18 ha. afkoppelen. In het Hemelwaterbeleidsplan is deze doelstelling uitgewerkt in concrete maatregelen. Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van totale openbare ruimte.

Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).

24

"Barnseweg XI" (vastgesteld)

Barnseweg XI

Hoofdstuk 5

RANDVOORWAARDEN

5.1

Bodem

5.1.1

Bodemkwaliteit

In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt plaats op basis van de vastgestelde bodemkwaliteitskaart (BKK) en het bodembeheerplan (BBP). Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. In het kader van de overdracht van gronden aan de Norschoterweg 1 aan de gemeente heeft er een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden (verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek van 30 maart 2020, P19M0118, zie bijlage 2 van de toelichting voor dit rapport). Op basis daarvan zijn er geen risico's te verwachten voor de beoogde bestemming en het gebruik voor het deelgebied 'overig terrein' (zoals opgenomen in dat rapport) waar de nieuwe voetbalvelden gaan komen. Bovendien ligt op basis van de Bodemkwaliteitskaart Regio De Vallei de locatie van de twee nieuwe voetbalvelden binnen de kwaliteitszone Natuur en Landbouw. Een bodemonderzoek wordt niet vereist voor de locatie van de voetbalvelden.

De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. Bodem entreezone en het parkeerterrein Er is in oktober 2023 een verkennend bodem- en fundatieonderzoek door Sweco Nederland B.V. uitgevoerd ter plaatse van de entreezone en het parkeerterrein van de voetbalvereniging (zie bijlage 3 van de toelichting voor dit rapport). Uit dit rapport volgt dat in de boven- en ondergrond lokaal maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond. Deze grond is indicatief geclassificeerd als klasse ‘Industrie’. De rest van de grond is geclassificeerd als ‘Altijd Toepasbaar’. In het grondwater is lokaal maximaal een licht verhoogd gehalte aangetoond. Nader onderzoek naar de bodemkwaliteit wordt niet noodzakelijk geacht. Gezien de aangetoonde gehalten is hergebruik van de grond binnen het project mogelijk. Hergebruik van vrijkomende grond buiten de locatie maar binnen de grenzen van de bodemkwaliteitskaart is mogelijk voor de grond die voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse ‘Altijd toepasbaar’. Voor de voorgenomen werkzaamheden is op basis van de voorliggende onderzoeksresultaten geen veiligheidsklasse van toepassing. Daarnaast is in het rapport aangegeven dat de fundering ter plaatse van de parkeerplaats, bestaande uit repac, milieuhygiënisch geschikt is om hergebruikt te worden als ‘niet vormgegeven bouwstof’.

Dit onderzoek is beoordeeld door de bodemdeskundige van de Omgevingsdienst de Vallei en akkoord bevonden. 5.1.2

Ontplofbare oorlogsresten

Op de gemeentebrede Conventionele Explosieven (CE) kaart is het plangebied niet als risicogebied aangegeven. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering.

5.2

Cultuurhistorie

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Daar waar het voor de archeologie al gemeengoed is, geldt het dus ook voor andere aspecten van de cultuurhistorie. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente heeft daarom een proces opgestart om bestaande kennisdocumenten te actualiseren en waar nodig nieuwe kennis op te bouwen. De gemeente beschikt over volgende vastgestelde kaarten:

"Barnseweg XI" (vastgesteld)

25

Barnseweg XI Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van ruimtelijke ordening wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving. In het bestemmingsplan komen uiteenlopende dubbelbestemmingen voor om ruimtelijke kwaliteiten te borgen. 5.2.1

Archeologie

Er moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. Voor het maken van een weloverwogen belangenafweging is minimaal een archeologisch bureauonderzoek nodig. Voor de gehele gemeente is een archeologische beleidsadvieskaart opgesteld, welke gezien kan worden als een beknopt bureauonderzoek. Uit de 'Archeologische waarden- en verwachtingskaart' van de gemeente blijkt dat het plangebied grotendeels in een zone ligt met een lage verwachting op het aantreffen van archeologische resten. Centraal in het plangebied ligt een oost-west lopende strook met een hoge verwachting en in het oostelijke deel ligt een historisch erf (Erve den Hee of Erve den Hel). De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 besloten dat voor deze zones nader archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van respectievelijk 10.000 m2, 2.000 m² en 100 m2 voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. Er is door Laagland Archeologie in opdracht van de gemeente aan de Norschoterweg een archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 4 van de toelichting). Ook heeft er een verkennend booronderzoek plaatsgevonden. Dit laatste is gedaan voor de nieuwe voetbalvelden, waarbij het landschap en de bodemopbouw in beeld zijn gebracht.

Hieruit blijkt dat voor het grootste deel van het plangebied (uitbreiding sportpark) geen vervolgonderzoek nodig is. In het terrein ten oosten van het erf (zie onderstaande afbeelding, de advieskaart hieronder) kunnen echter archeologische resten worden verwacht. Nu het terrein ten oosten van het erf Norschoterweg 1 buiten de plangrenzen van dit bestemmingsplan ligt, is dit verder niet relevant voor de planherziening. Ook voor de herinrichting van de entree bij de voetbalvelden en de parkeerplaatsen is geen onderzoek nodig. Nergens behoeft in het plangebied van dit bestemmingsplan een dubbelbestemming qua archeologische waarden te worden opgenomen.

26

"Barnseweg XI" (vastgesteld)

Barnseweg XI

Afbeelding: alleen binnen dit gearceerde gebied zou een dubbelbestemming moeten gelden Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding van de desbetreffende vondsten bij de minister (namens deze de RCE) verplicht. 5.2.2

Historischestedenbouwkundige waarden

De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'stedebouwkundige waardevolle gebieden' als weergegeven in de 'Historische stedebouwkundige waardenkaart' en de aangegeven 'vast te leggen kenmerken' in de bijbehorende Tabel, en deze te hanteren als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied heeft volgens deze kaart geen bijzondere waarden. Historisch stedenbouwkundige waarden vormen dan ook geen belemmering voor dit plan. Bij de bouwkundige monumenten is sprake van rijks- en gemeentelijke monumenten. In dit geval zijn er geen monumenten aanwezig binnen het plangebied. 5.2.3

Cultuurlandschappelijke waarden

De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Cultuurlandschappelijke waardenkaart' als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plan (uitbreiding voetbalvelden) ligt in een gebied dat wordt aangeduid als vochtige kampontginning met een middelhoge waardering. De voorgenomen bestemmingsplanherziening is niet strijdig met deze waardering. De entree aan de Barnseweg ligt in een gebied dat wordt aangeduid als een gebied met sterk veranderd of bebouwd gebied en heeft eveneens geen cultuurhistorische waarde. Conclusie Dit bestemmingsplan is niet strijdig met deze waardering.

"Barnseweg XI" (vastgesteld)

27

Barnseweg XI

5.3

Ecologie

De belangrijkste wet voor natuurbescherming in Nederland is de Wet natuurbescherming. Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden. De Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn vertaald in deze wet. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Daarnaast is qua ecologie ook het Gelders Natuurnetwerk en de Gelderse Ontwikkelingszone van belang. 5.3.1 5.3.1.1

Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming

Hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van speciale beschermingszones ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Zo'n speciale beschermingszone wordt aangeduid als “Natura 2000-gebied”. De Wet natuurbescherming bepaalt vervolgens wat er wél en niet mag in zo'n Natura 2000-gebied. Ook zijn er bijzondere nationale natuurgebieden. Op 27 juni 2014 is de aanwijzing van het gebied Veluwe als speciale beschermingszone onder de Habitatrichtlijn in werking getreden. Tevens is met dit besluit het besluit tot de aanwijzing van Veluwe als speciale beschermingszone onder de Vogelrichtlijn, inclusief de daarbij behorende Nota van toelichting, gewijzigd. Deze twee genoemde speciale beschermingszones vormen samen het Natura 2000-gebied Veluwe, waarbij instandhoudingsdoelstellingen zijn toegevoegd. Stikstof Het plangebied ligt niet in (de nabijheid van) een Natura 2000-gebied (zie hiervoor kaart 5 Themakaart Natuur- en landschapsbeleid van de provinciale Omgevingsvisie Gaaf Gelderland). Voor de bouwfase (tijdens de bouw, sloop en aanleg) en de gebruiksfase zijn de stikstofemissies beoordeeld. Er zijn voor de locatie AERIUS-berekeningen uitgevoerd van de aangevraagde situatie (voor de toelichting zie bijlage 5 van de toelichting, voor de aanlegfase ten opzichte van de referentiesituatie/ gebruiksfase zie bijlage 6 van de toelichting).

Conclusie van het rapport en de uitgevoerde berekeningen is dat er geen effect is met betrekking tot stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Geconcludeerd wordt dat er voor het aspect stikstofdepositie geen belemmeringen zijn voor het plan. 5.3.1.2

Soortenbescherming

Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming beschermt bepaalde plant- en diersoorten in Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden én daarbuiten. Er gelden drie beschermingsregimes, te weten voor vogels (Vogelrichtlijn), soorten onder de Habitatrichtlijn (bijlage IV, onderdeel a Habitatrichtlijn, dan wel bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn) en andere (nationale) soorten. Om te beoordelen of de beschermde soorten in het plangebied aanwezig zijn, is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Als gevolg van het voornemen is mogelijk sprake van negatieve effecten op beschermde soorten in het kader van de soortbescherming van de Wet natuurbescherming, met mogelijk overtreding van verbodsbepalingen tot gevolg. Er is een quickscan flora en fauna voor de voetbalvelden SDVB uitgevoerd door Arcadis. Dit rapport is geactualiseerd in 2024. Zie bijlage 7 van de toelichting voor deze geactualiseerde versie. Het is een geactualiseerde versie van de quickscan van 5 maart 2020. Er zijn na de oorspronkelijke quickscan soortgerichte onderzoeken uitgevoerd en gerapporteerd. Daarnaast is er een mitigatieplan voor de steenuil opgesteld (zie hiervoor de rapportage van Arcadis van 28 augustus 2023, bijlage 8 van de toelichting van het bestemmingsplan).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=bcb452d4-320e-4fe3-89d8-dbef0bbb27b0