B-4.25 Besluit B&W over Raadsinformatiebrief Regio Foodvalley met afspraken Bestuurlijke Overleggen L, d.d. 25 juni 2025
Tekst van het document
Het streven is erop gericht om de ontwerp Nota Ruimte na de zomer te publiceren. De provincie Gelderland werkt ondertussen aan haar eigen omgevingsvisie. Al deze visies bevatten de ruimtelijke keuzes voor 2030, 2050 en 2100. Aanvullend werken we samen met aan het programma NOVEX. Dit programma bestaat uit het realiseren van Uitvoeringsagenda’s in 16 NOVEX-gebieden (gebieden-spoor) en het maken van 12 Ruimtelijke Arrangementen tussen Rijk en Provincies (provincie-spoor). Doel Rijk en provincie maken wederkerige bestuurlijke afspraken in voorliggend ruimtelijke arrangement om sneller tot uitvoering van ruimtelijke opgaven in provincie te komen en om nationaal en provinciaal beleid beter af te stemmen. Dit wordt gedaan op basis van ruimtelijke voorstellen die de provincie begin 2024 heeft aangeboden, nationale programma’s (startpakket) en de Nota Ruimte en provinciale omgevingsvisie die in voorbereiding is. Provincie draagt zorg voor de afstemming met gemeenten en waterschappen. Alle opgaven landen uiteindelijk in gemeenten. Deze afspraken zijn onderzoekend van aard, daar waar we eerst zicht moeten hebben op wat er speelt en hoe we hiermee om willen gaan. Daar waar we dit al meer in beeld hebben, maken we afspraken over wederkerig, ruimtelijk beleid.
Rijk en provincie geven daarbij aan waar dit beleid een plek krijgt (bijvoorbeeld aanhakend op de lopende trajecten Nota Ruimte en Provinciale Omgevingsvisie) en hoe we dit samen, ter ondersteuning van elkaar, gaan uitwerken. Tot slot maken we, daar waar mogelijk, concrete afspraken over de uitvoering. Ter illustratie en inkleuring zijn voorbeelden gegeven van de ruimtelijke doorwerking van afspraken c.q. onderwerpen op regio niveau.
3
1. Gezamenlijk RO kader Scope en reikwijdte: De nationale bewegingen in het voorontwerp Nota Ruimte en provinciale ontwikkelingen in de kaders van de omgevingsvisie kennen veel overlap. De volgende thema’s komen in de nationale en Gelderse opgaven terug: Landbouw en natuur/vitaal landelijk gebied: perspectief, vitaliteit en leefbaarheid van het landelijk gebied, voedselzekerheid, sterke natuur, biodiversiteit, zorgvuldig omgaan met landbouwgrond. Klimaatneutrale en circulaire samenleving/toekomstbestendige economie met passende netwerken: energiezekerheid, brede welvaart, duurzaam energiesysteem, innovatie, circulaire economie. Sterke steden, dorpen en regio’s: mobiliteit, leefbaarheid, identiteit, klimaatbestendig, passende en betaalbare woningen voor alle inwoners Het sturen op deze thema’s de komende jaren is daarmee voor Rijk en provincie van belang. Water en bodem is een belangrijke basis van waaruit we de beweging/ontwikkeling richting 2050 op deze thema’s maken. En is daarmee onderdeel van een gezamenlijk RO kader waarover we afspraken maken in deze en mogelijk volgende rondes van het ruimtelijk arrangement. Dat geldt ook voor de uitgangspunten rondom zorgvuldig ruimtegebruik en kritisch ruimte gebruik; waar willen we wel of niet ruimte voor maken? De nota ruimte gaat anders om met energie en bereikbaarheid dan de omgevingsvisie van de provincie.
Voor de provincie is het energie- en mobiliteitssysteem, naast water en bodem, bepalend wat waar mogelijk is. Immers, deze drie zijn niet onbeperkt voorradig. En afstemming over de verdeling hiervan vraagt om afspraken tussen Rijk en provincie. Zo heeft het Rijk heeft een belangrijke verantwoordelijkheid in het verdelingsvraagstuk rondom beschikbaarheid van voldoende zoetwater of vaarwater door de grote rivieren. Energie en energieinfra zijn niet ongelimiteerd voorradig. En de aanleg van meer wegen is ook niet vanzelfsprekend. Tegelijkertijd zijn deze sturende principes ook hefbomen in systeemherstel; zij kunnen bijdragen aan biodiversiteitsgroei, energie-efficiënte en brede welvaart. Ook het Rijk ziet dat energie en bereikbaarheid belangrijke voorwaarden zijn voor ruimtelijke ontwikkelingen en maakt daarom keuzes in de Nota Ruimte. Door bij ruimtelijke keuzes rekening te houden met deze drie systemen kan zoveel mogelijk worden voorkomen dat we nu en in de toekomst tegen problemen aan lopen. Afspraken over energie en bereikbaarheid komen terug in de hoofdstukken rondom de drie ontwikkelingen.
4
Afspraak 1.1 zorgvuldig ruimtegebruik: recht doen aan … Beleidsafspraak Betrokken departementen: Alle departementen Rijk en provincie spreken af: - Om als sturende principes mee te nemen in de Nota Ruimte en provinciale omgevingsvisie: - Recht doen aan volgende generaties: niet afwentelen: goed voorouderschap is belangrijk. We schuiven problemen niet af naar elders of naar toekomstige generaties en we streven naar een eerlijke verdeling van de lusten en lasten. - Recht doen aan schaarste: meervoudig ruimtegebruik: ruimte is schaars en waardevol. Daarom zoeken we waar het kan naar mogelijkheden voor slimme functiecombinaties en naar efficiënt ruimtegebruik met behoud van ruimtelijke kwaliteit. - Recht doen aan eigenheid: gebiedskenmerken centraal: we beschermen en benutten wat er is en ontwikkelen nieuwe, onderscheidende ruimtelijke kwaliteit. We werken aan lokaal passende oplossingen.
Bovenstaande schematische weergave laat zien hoe het ruimtegebruik op dit moment zich in Gelderland verhoudt in omvang ten opzichte van elkaar.
Bovenstaande Topotijdreis illustreert hoe ingrijpend onze fysieke ruimte zich heeft ontwikkeld in de laatste 75 jaar.
5
2. RO afspraken Water en Bodem Opgave en ambitie Gelderland kent verschillende opgaven voor water en bodem. Zo wonen en werken er steeds meer mensen. En de economische waarde van het gebied stijgt. Maatregelen om het gebied tegen overstromingen te beschermen blijven nodig en belangrijk. Ook omdat we rekening moeten houden met een stijging van de zeespiegel, hogere rivierwaterstanden en periodes van droogte die een negatieve invloed kunnen hebben op de stabiliteit van de dijken en de beschikbaarheid van zoetwater. Voor grote delen van Gelderland bestaat het risico op overstromingen. Voor het hele Rivierengebied, maar ook voor delen van de Gelderse Vallei, de IJsselvallei en de Liemers. Daarnaast heeft de afvoerverdeling bij het Pannerdens kanaal gevolgen voor de bevaarbaarheid van waterwegen in onder andere Gelderland, waterveiligheid, voor de beschikbaarheid van voldoende zoetwater voor drinkwater, landbouw en natuur en het tegengaan van verzilting. De manier waarop aan bovengenoemde kranen wordt gedraaid, maar ook de algemene droogteproblematiek, is van invloed op de waterstanden in de rivieren. Daarnaast is de beschikbaarheid van water voor mensen en bedrijven op de juiste plek en op het juiste moment geen garantie meer. In een aantal Gelderse regio’s spelen nu al acute problemen door droogte en met name in het Rivierengebied neemt de verzilting toe.
Tegelijkertijd moeten we rekening houden met piekbuien en het voorkomen van wateroverlast. Ook neemt de druk om de drinkwaterreserveringsgebieden zo klein mogelijk te begrenzen toe door de ruimtevraag van andere functies, terwijl meer zoetwater voor de toekomst moet worden vastgehouden. Deze water- en bodemopgaven raken ook andere sectoren zoals woningbouw, natuur en bijvoorbeeld de bevaarbaarheid van de rivieren. Voor de keuzes van de provincie zijn ook keuzes van belang die worden gemaakt in bijvoorbeeld Deltaprogramma IJsselmeer (peilstijging), Ruimte voor de Rivier, Deltaprogramma Rivieren en het ruimtelijk afwegingskader klimaat adaptieve gebouwde omgeving. Het splitsingspuntengebied (kraan van Nederland) van de Rijndelta in de Groene Metropoolregio vormt een pilotgebied waar veel zaken bij elkaar komen: verdelingsvraagstuk, stabilisatie rivierbodem, scheepvaart, waterveiligheid, natuur en verdroging. In dit gebied is samenwerking tussen Rijk, Provincie en regio van belang om te voorkomen dat er ruimtelijke lock-ins ontstaan ten gevolge van de verstedelijkingsdruk. Zoals aangegeven is water en bodem een belangrijke basis van waaruit we de beweging/ontwikkeling richting 2050 en 2100 op deze thema’s maken. En daarmee onderdeel van een gezamenlijk RO-kader waarover we afspraken maken in deze en mogelijk volgende rondes van het ruimtelijk arrangement.
Hierbij hoort het inzetten op het zoveel mogelijk regionaal oplossen van zoetwatervragen en reserveren van voldoende ruimte rond het hoofdwatersysteem om de effecten van klimaatverandering het hoofd te kunnen bieden. We maken zoveel mogelijk gebruik van bestaande overlegtafels. We werken het komend jaar vanuit het ruimtelijk arrangement met extra aandacht aan de hieronder genoemde afspraken en de integrale doorwerking hiervan.
Afspraken Nationaal/regionaal watersysteem: Afspraak 2.1 Zoetwaterbeschikbaarheid: woningbouw en drinkwater Onderzoeksafspraak Betrokken departementen: IenW en VRO Rijk en provincie vinden het belangrijk drinkwaterbeschikbaarheid mee te nemen als randvoorwaarde bij nieuwe ontwikkelingen van woningbouw. En daarmee vroegtijdig drinkwaterbedrijven te betrekken in haar planvorming voor grootschalige woningbouw zodat de drinkwatervoorziening afgestemd kan worden op een toenemende vraag en/of (drink)waterbesparing onderdeel kan zijn bij de bouw van woningen in regio’s waar een drinkwatertekort dreigt. Daarmee houden we rekening met toekomstige ruimtelijke reserveringen voor drinkwaterwingebieden en aanvullende infrastructuur. Zo wordt tijdig een koppeling gemaakt tussen de nieuwe woningbouw en de drinkwatervraag die daaruit voortkomt. In gesprekken hierover is het van belang om aan te sluiten bij de daarvoor bestemde tafels.
6
Rijk en provincie spreken af: - Het Rijk werkt, in samenwerking met de provincie en betrokken decentrale overheden en instanties, aan de uitvoering van het Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030. - De provincie Gelderland verkent hoe zij drinkwaterbeschikbaarheid mee kan nemen als randvoorwaarde bij nieuwe ontwikkelingen van de woningbouw. - In gesprekken hierover sluiten we aan bij de daarvoor bestemde zoetwatertafel van het Deltaprogramma Zoetwater, waar zowel Rijk, decentrale overheden en drinkwaterbedrijven vertegenwoordigd zijn. Afspraak 2.2 Zoetwaterbeschikbaarheid: regio accenten zoetwaterstrategie Onderzoeksafspraak Betrokken departementen: IenW, VRO en LVVN Zoetwater is niet meer vanzelfsprekend overal altijd beschikbaar. Wetenschappelijke inzichten en scenario’s laten zien dat de zoetwaterbeschikbaarheidsopgave groeit. In aanvulling op de inzet op optimalisatie van het watersysteem zullen alle watergebruikers en alle gebieden zich ook ruimtelijk moeten aanpassen aan de veranderende omstandigheden. Rijk en provincie delen de opvatting dat het belangrijk is om de waterbeschikbaarheid een bepalende factor te laten zijn in alles wat we doen, van publieke ruimtelijke plannen en ingrijpen tot individuele keuzes, gedrag en maatregelen van ondernemers en consumenten.
Uitgangspunt is dat de vraag naar water wordt afgestemd op de beschikbaarheid zowel in de toedeling van watervragende functies aan gebieden als door in te zetten op een zuinige omgang met water. We werken samen aan de Deltabeslissing Zoetwater, waar gekeken wordt naar de verdeling van zoetwater en dus ook naar de afwatering bij laagwater. Rijk en provincie spreken af: - In te zetten op het duurzaam in balans brengen van watervraag en –aanbod, waarbij onder andere rekening wordt gehouden met nieuwe watervragers - In te zetten op de verbinding tussen het ruimtelijk domein en de regionale zoetwaterstrategie door de gevolgen van afnemende zoetwaterbeschikbaarheid ruimtelijk te vertalen - Rijk en provincie werken met gemeenten, waterschappen, Rijkswaterstaat en verschillende maatschappelijke organisaties samen in het Deltaprogramma Zoetwater en IJsselmeergebied om weerbaarder te worden tegen zoetwatertekort. - De provincie brengt naar aanleiding van de uitkomsten van bovenstaande verkenning nader in beeld met de Zoetwaterregio’s ZON en Rivierengebied welke regionale accenten op zoetwaterstrategieën benodigd kunnen zijn en wat de ruimtelijke vertaling daarvan is en bespreekt deze op de daarvoor bestemde bestaande tafels zoals in ieder geval het Bestuurlijk Platform Zoetwater in het kader van de Herijking van het Deltaprogramma Zoetwater en het Nationaal Waterprogramma.
De provincie vraagt hierbij specifiek aandacht voor de Veluwerandmeren en het splitsingspunt Gelderse Poort. Afspraak 2.3 Waterveiligheid en wateroverlast: bouwen en risicovolle overstromingsgebieden (Zie ook het Deltaprogramma Ruimte voor de Rivier) Onderzoeksafspraak/beleidsafspraak Betrokken departementen: IenW, VRO Provincie Gelderland wil bij het bouwen rekening houden met dat het water- en bodemsysteem voldoende robuust is en voldoende ruimte heeft om weersextremen op te vangen. Daartoe onderzoeken Rijk en provincie samen hoe hier vorm aan kan worden gegeven en hoe dit geborgd wordt in ruimtelijk beleid van de provincie en het Rijk. Ondertussen is de actualisatie van Beleidslijn Grote rivieren op 2 februari in werking getreden waarmee de mogelijkheden om te bouwen in de uiterwaarden verder worden beperkt.
7
Het ruimtelijk afwegingskader klimaat adaptieve gebouwde omgeving (ministerie van IenW april 2024) Rijk en provincie spreken af: - Dat we, vooruitlopend op uitspraken in het Rijk-regioprogramma Ruimte voor de Rivier 2.0 de BKLreserveringen/ruimte bij (toekomstige) knelpunten in de waterafvoer van de grote rivieren nabij steden, ruimte vrij houden van nieuwe, kapitaalintensieve ontwikkelingen zoals bebouwing. - Provincie Gelderland zal in de Deltaprogramma's Maas en Rijn inbrengen: a. of deze reserveringsgebieden groter moet worden of er nieuwe gebieden bij moeten komen (eerder dan 2027 uitspraak Deltacommissaris); b. wat de impact van niet bouwen in uiterwaarden van grote rivieren, oftewel de rode gebieden in het ruimtelijk afwegingskader klimaat adaptieve gebouwde omgeving (ministerie van IenW april 2024) is; c. hoeveel ruimte er nodig is voor toekomstige dijkversterkingen, naast voldoende ruimte voor de rivier (zgn. Profielen van vrije Ruimte) en nemen daarin mee de impact van deze reserveringen langs de primaire keringen op ruimtelijke functies en plannen (langs grote rivieren); - Provincie Gelderland zal binnen deze programma’s in gesprek willen gaan over: a. Hoe bouwen in risicovolle gebieden met voldoende inrichtings- en beheersmaatregelen mogelijk is (oftewel de oranje gebieden in bovengenoemd kader) inclusief de kleine rivieren (o.a. Oude IJssel en Linge). b.
Het vraagstuk van de kosten en baten van water/bodem gericht bouwen bij het Rijk, regionale overheden, verzekeraars en banken. c. Hoe we in de planvoorbereiding kunnen sturen op maatregelen om schade bij wateroverlast en overstromingen te voorkomen/beperken en adequaat te kunnen reageren op crises. We zetten in op een duurzame, ruimtelijke inrichting. Afspraak 2.4 Watersysteem: Rivierbodemligging en waterverdeling Rijntakken (Zie ook het Deltaprogramma) Onderzoeksafspraak Betrokken departementen: IenW, VRO Bevaarbaarheid van de Waal is van internationaal economisch belang. Voldoende water door de IJssel is van belang voor een vitale bodem (voorkomen drainerend effect), voor de zoetwaterbeschikbaarheid in Noord- en Oost-Nederland en het IJsselmeer en economische belangen van watergebonden bedrijvigheid. De samenhangende visie op het Rivierengebied wordt binnen het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 gemaakt met input van provincies in afstemming over de samenhang tussen regionaal en hoofdwatersysteem. 8
Rijk en provincie spreken af: - Provincies en waterschappen werken via de Deltaprogramma’s Rijn en Maas mee aan het programma Ruimte voor de Rivier 2.0. Zij brengen met elkaar in beeld wat de interactie is tussen hoogwater op de grote rivieren (in het bijzonder de Rijntakken) en hoogwater op de zijrivieren, welke oplossingen er in de zijrivieren zelf zijn en welke bijdrage Ruimte voor de Rivier 2.0 zou kunnen leveren.
9
3. RO afspraken ontwikkeling naar een vitaal landelijk gebied
Het Rijk geeft in de Nota Ruimte ruimtelijk richting aan de beweging naar een toekomstbestendig evenwicht tussen landbouw en natuur: ze werkt aan een toekomstbestendige landbouw en tegelijk aan het herstel van biodiversiteit. Beiden zijn afhankelijk van het herstel van het water- en bodemsysteem. Het is van belang te zorgen voor een economisch sterke landbouw met voldoende verdienvermogen. Ook de natuur vraagt om versterking. Daarom streven we naar een hersteld water- en bodemsysteem als basis voor toekomstbestendige landbouw en natuur. Deze beweging sluit goed aan op de ontwikkeling naar een vitaal landelijk gebied in de kadernota omgevingsvisie van de provincie. Daarin stelt de provincie dat in 2050 er in het landelijk gebied een goede balans is tussen natuur, landbouw en andere functies, een gezond en leefbaar gebied voor inwoners, met perspectief voor de landbouw, herstelde natuurgebieden en een goede biodiversiteit. Daarbij zijn verschillende Gelderse landschappen versterkt. Richting 2100 ziet de provincie een landelijk gebied dat goed is aangepast aan het veranderende klimaat en waarbinnen de biodiversiteit en natuur zich robuust heeft doorontwikkeld, zodanig dat er ook ruimte is om veilig en op hoge en drogere gronden te wonen en werken. De regio’s hebben nog steeds een geheel eigen identiteit en uitstraling die zorgen voor verbinding van inwoners met het gebied.
Belangrijke landbouwgronden zijn al langere tijd beschermd en ook gekoesterd waardoor deze schoon en gezond en betaalbaar voedsel blijven leveren. We willen de landbouwproductie in Gelderland behouden om reden van de voedselzekerheid en het verkleinen van de afhankelijkheid van derde landen Veluwe Op de Veluwe spelen vele opgaven. De kern van de opgaven op de Veluwe zit in de balans tussen natuurkwaliteit (inclusief stikstof, water, klimaat) en de landbouw. Provincie Gelderland wil 500 meter brede stroken rondom stikstofgevoelige leefgebieden (habitats) op o.a. de Veluwe uitwerken. Het doel is om de stikstofuitstoot vlakbij stikstofgevoelige omgevingen in Natura 2000-gebieden te beperken. Zij wil hiermee natuur herstellen en economische activiteiten vergunning-technisch weer mogelijk maken. In 2035 streeft de provincie in die stroken langs verzuringgevoelige N2000-natuur naar 60 tot 70% reductie van de emissie t.o.v. 2018. Als een initiatiefnemer nu een (natuur)vergunning aanvraagt, zal die moeten voldoen aan de nieuwe stikstofnorm in de stroken. Daarnaast is er voor de Veluwe ook een mogelijke rol als wateropslag. Voor de natuurkwaliteit is ook de interferentie met aangrenzende verstedelijking van belang. Zo bevorderen we met groen in en om de stad de toename van biodiversiteit, wat bijdraagt aan sterke natuur.
Ondersteunend aan het oplossen van deze opgaven en kansen voor wateropslag spreken Rijk en provincie het volgende af: Afspraak 3.1 Water en bodem: stikstofemissie-arme stroken Veluwe Onderzoeksafspraak Betrokken departementen: LVVN, IenW, VRO 10
Rijk en provincie spreken af: - Provincie en Rijk verkennen hoe in de stikstofemissie-arme stroken invulling kan worden gegeven aan normen die bijdragen aan natuurherstel en wat daar voor instrumentarium voor nodig is van Rijk en provincie. We nemen hierin mee de nadere uitwerking van hetgeen het College en het Kabinet besluiten op dit punt. Zorgvuldig ruimtegebruik Afspraak 3.2 Zorgvuldig ruimtegebruik: landbouwgronden / generieke afspraak LVVN mbt Ruimte voor Landbouw en Natuur Beleidsafspraak/uitvoeringsafspraak Betrokken departementen: LVVN, IenW, VRO Rijk en provincie zien samen aanleiding hoe, omwille van voedselzekerheid en behoud van voedselproductie, tot een langdurig toekomstperspectief voor landbouwgronden te komen. En om op de zich voltrekkende veranderingen in de agrarische teelten (minder grasland, meer akker- en tuinbouw) meer toekomstbestendig te gaan sturen, uitgaande van het water- en bodemsysteem. Hierbij kan gedacht worden aan functieverandering van landbouwgrond volgens het kader ‘eerst inbreiden, dan combineren, dan pas functie wijzigen’, agrarisch grondgebruik (teelten) afstemmen op de draagkracht van de landbouwbodems en eventueel actief sturen op teelten met de Omgevingsregelgeving. In verband met de vervolgbrief RLN en de ontwerp-Nota Ruimte wordt de kern van de inzet op ruimtelijke keuzes voor landbouw en natuur de komende periode bepaald.
Vanuit het Rijk herkennen we de oproep vanuit medeoverheden om wederzijdse steun in het maken van lastige keuzes en het belang van begrip en ruimte voor het daarvoor benodigde proces. Met de recente ontwikkelingen op stikstof en het werk van de Ministeriële Commissie Economie en Natuurherstel is op dit dossier nu veel in beweging. De ruimtelijke inzet met RLN zal in de komende maanden verder vorm krijgen. In het BO Landelijke Gebied van 28 maart zijn afspraken gemaakt over de betrokkenheid van provincies bij de uitwerking van RLN en de ruimtelijke keuzes. We willen het bestaande contact tussen Rijk en medeoverheden over ruimtelijke keuzes voor landbouw en natuur versterken. In de komende periode starten we ambtelijk niveau als Rijk en koepels een verkenning naar hoe ruimtelijke sturing vanuit verschillende overheden, rekening houdend met ieders taken, verantwoordelijkheden en de afhankelijkheden daarin, vorm kan worden gegeven. Rijk en provincie spreken af: - Rijk en provincie Gelderland herbevestigen hierbij dat LVVN en de provincies ambtelijk in gesprek blijven over de uitwerking van de ruimtelijke keuzes voor het landelijk gebied. o De uitkomsten van dit gesprek worden verwerkt in: het programma Ruimte voor Landbouw en Natuur zelf structurerende keuzes in POVI en/of provinciaal programma - Uitwerking en besluitvorming over eventuele interbestuurlijke afspraak i.v.m.
ruimtelijke keuzes voor landbouw en natuur in het landelijk gebied loopt in beginsel via het BO Landelijk Gebied. Deze keuzes en afspraken worden vervolgens betrokken bij het NOVEX Gelderland proces met de cyclus van ruimtelijke arrangementen. - Het NOVEX proces wordt ingezet om de keuzes voor het landelijk gebied in samenhang met andere ruimtelijke opgaven te bekijken en te wegen. In dat kader gaan Rijk en provincie in het derde kwartaal van 2025 om tafel om in gesprek over de mogelijke keuzes in het programma Ruimte voor Landbouw & Natuur in relatie tot afwegingen in de gehele fysieke leefomgeving (denk aan andere sectorale opgaven voor woningbouw, Defensie, klimaat/water en bijv. energie) Water en bodem Afspraak 3.3 Water en bodem: De rol van de Veluwe in de toekomstige drinkwatervoorziening Onderzoeksafspraak Betrokken departementen: LVVN, IenW, VRO
11
Voor Rijk en provincie is herstel van het grondwatersysteem op de Veluwe van groot belang. In het kader van de strategie voor een duurzame drinkwatervoorziening voor de lange termijn kijkt de provincie onder andere naar het concept van opslag van extra water in de ondergrond van de Veluwe. De Veluwe is bij het Rijk in beeld in het kader van de Nationale Grondwater Reserves (voor calamiteitenwinning); voor zoetwaterbeschikbaarheid in het kader van het Deltaprogramma Zoetwater; en voor natuurherstel Natura2000. Een rol van het Veluwse grondwatersysteem in de nationale drinkwatervoorziening heeft mogelijk gevolgen voor onder meer landbouw, woningbouw, Defensie en ruimte voor bedrijven. Daarom is een brede integrale afweging nodig. De provincie brengt in aan de tafel van Deltaprogramma Zoetwater: - Een verkenning naar de rol van de Veluwe in toekomstige drinkwatervoorziening. In deze verkenning komen aan de orde: − de kenmerken van het Veluws grondwatersysteem en de mogelijke bijdrage van de Veluwe aan de drinkwatervoorziening van Nederland en vermindering van het watertekort op de Veluwe, via onder andere de opslag van extra water in de ondergrond − de mogelijke bijdrage daarvan aan het herstel van het grondwatersysteem op (delen van) de Veluwe − de teeltkeuzes in de landbouw met mogelijk negatieve effecten op o.a.
drinkwaterwinning uit grondwater − in beeld brengen van de belangen van betrokken stakeholders (o.a. waterschappen, provincies, gemeenten, TBO’s, agrarische sector, Defensie) bij het benutten van het grondwatersysteem voor toekomstige drinkwatervoorziening − welke aanvullende acties n.a.v. deze voorwaarden van Rijk en provincie nodig zijn (bijv. juridische borging). De resultaten van deze verkenning worden vanwege raakvlakken ook geagendeerd in onder meer het programma Ruimte voor Landbouw en Natuur, Aanpak Veluwe, het Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen, Adaptieve Strategie Drinkwatervoorziening van de provincie Gelderland en NOVEXZwolle.
Regionale aandachtspunten: Regio Achterhoek: Aanpak Droogte: In de Achterhoek en Liemers (onderdeel Groene MetropoolRegio) is recentelijk met alle lagere overheden en vele belangenorganisaties het vervolg van de Aanpak Droogte en Weersextremen ondertekend. Hierbij constateren beide regio’s dat voor de leefbaarheid van deze twee regio’s zoetwaterbeschikbaarheid een grote uitdaging is. Water vasthouden is noodzakelijk om naast het versterken van de landbouwsector, ook de achteruitgang van de natuurdoelen (o.a. N2000) een halt toe te roepen. Eveneens is het de levensader van de recreatie, de industrie/economie en het landschapsbeeld van de Achterhoek en Liemers (onderdeel GMR). Tegelijkertijd zijn de regio’s zich bewust van de keerzijde van water vasthouden: wateroverlast. Beide kanten van dezelfde medaille brengen we bij elkaar. Dit leidt tot onderzoeksvragen waar nieuw beleid op nodig is. Hiervoor is ondersteuning van het Rijk nodig. Hoe kunnen we dit invullen? Regionale aandachtspunten: Regio Stedendriehoek: IJssel: De IJssel en de Veluwe zijn belangrijke identiteitsdragers en dragers van natuurwaarden Met het programma Masterplan IJsselvallei worden gebiedsprocessen voorbereid die de relatie herstellen tussen deze twee natuurgebieden, met als basis het natuurlijke bodemsysteem.
Nieuw perspectief voor de landbouw, impuls voor de recreatie ( met een betere zonering van de recreatiedruk) en productie van grondstoffen voor circulair bouwen zijn nieuwe verdienmodellen. Er wordt met dit masterplan gewerkt aan een vitaal, weerbaar en veelkleurig landschap in de IJsselvallei de komende decennia.
12
4. RO afspraken ontwikkeling naar een toekomstbestendige economie met passende netwerken
Het Rijk geeft in de Nota Ruimte ruimtelijk richting aan de beweging naar een klimaat neutrale en circulaire samenleving. Ze stelt daarbij dat er grote aanpassingen gedaan moeten worden aan bestaande energie- en mobiliteitsnetwerken om in de toekomst te garanderen dat we genoeg schone energie opwekken, het kunnen transporteren en gebruiken en om ons vervoer de verduurzamen. En de transitie in goede banen te leiden. De circulaire economie en energie- transitie geeft het Rijk vorm door lokaal zoveel mogelijk te besparen en eigen energieopwek te gebruiken. Daarbij moet de regionaal vraag en aanbod zo goed mogelijk met elkaar in verbinding worden gebracht door een systeem van knooppunten en netwerken en plekken voor verwerking en hergebruik van grondstoffen. Op nationaal niveau selecteren het Rijk voor energie en mobiliteit een beperkt aantal clusters en corridors met een belangrijke rol in de transities rond energie, mobiliteit en circulariteit. Deze beweging sluit goed aan op de ontwikkeling naar toekomstbestendige economie met passende netwerken van de provincie. Het rapport van Mario Draghi, waarin de noodklok wordt geluid over het Europese concurrentievermogen, onderstreept de noodzaak en urgentie hiertoe.
De provincie ambitie is dat in 2050 Gelderland een aantrekkelijk vestigingsklimaat heeft voor alle bedrijven, met het zwaartepunt op de Gelderse topsectoren, met goede bereikbaarheid, een toekomstbestendig energiesysteem en duurzame energieopwekking. De nadelige effecten op leefbaarheid, de gezonde leefomgeving en ruimtelijke kwaliteit zijn hierbij zo klein mogelijk. Richting 2050 ziet de provincie een veerkrachtige circulaire economie die bijdraagt aan de brede welvaart en gezondheid in onze provincie en direct verbonden is met de lokale en regionale behoefte aan werkgelegenheid. De netwerken voor energie en mobiliteit sluiten daarbij goed aan. Ruimtelijke sturing energiesysteem Rijk en provincie onderschrijven het belang van inrichtingsprincipes van Gelderland inzake het energiesysteem waar ruimtelijke sturing van uit gaat. Zij vormen de kapstok in het maken van afspraken over hoe de volgende principes voor de Nota Ruimte en provinciale omgevingsvisie worden geagendeerd, ter ondersteuning van de integrale opgaven:
Het besparen van zo veel mogelijk energie Het organiseren van het energiesysteem decentraal waar dat kan met aandacht voor de combinatie van lokale opwek, lokale opslag en lokaal gebruik Het inzetten op een diverse energiemix
Ondersteunend hieraan spreken Rijk en provincie het volgende af: Afspraak 4.1 Energie: ruimtelijke sturing op energiesysteem Beleidsafspraak Betrokken departementen: EZ, KGG, VRO 13
Gelderland en het Rijk zetten in hun beleid in op het zo veel mogelijk besparen van energie. Minder energie gebruiken betekent ook minder energie-infrastructuur. Zo besparen we ruimte. We besparen daarmee ook op langere termijn gebruik van grondstoffen. Gelderland kijkt daarbij hoe de inzet van experimenteerruimte onder de Omgevingswet ingezet kan worden, zodat netbewust(er) bouwen mogelijk wordt door de aanpassing van wet- en regelgeving. De provincie wijst daarnaast hierbij op het belang van het opstellen van een AmvB om energie sturend te kunnen maken. Rijk en provincie spreken af: - We blijven samen werken aan het ontwikkelen van ruimtelijk instrumentarium om te kunnen sturen op waar ontwikkelingen mogelijk zijn met het oog op (toekomstige) energiebeschikbaarheid. Het uitwisselen van relevante onderzoeks- en studieresultaten. - De oplevering van de eerste set van provinciale energievisies zijn een belangrijke stap voor de ontwikkeling van het regionale energiesysteem. Gelderland werkt aan de ruimtelijke doorvertaling van het beleidskader Energiesysteem in het Gelders programma Energiesysteem en de nieuwe Omgevingsvisie. Via de Interbestuurlijke Samenwerkingsagenda worden daar in 2025 verdere afspraken over gemaakt tussen provincies, gemeenten, Rijk en netbeheerders. Afspraak 4.2 Energie: kansen voor decentrale energiesystemen i.r.t.
regionaal maatwerk Onderzoeksafspraak Betrokken departementen: EZ, KGG, VRO Provincie Gelderland organiseert het Gelders energiesysteem zo veel mogelijk decentraal met aandacht voor de combinatie van lokale opwek, lokale opslag en lokaal gebruik. Door het energiesysteem zo veel mogelijk decentraal te organiseren, verkleinen we onze afhankelijkheid van grootschalige infrastructuur en van fossiele brandstoffen. Onderdeel van het decentrale energiesysteem is het stimuleren van slimme oplossingen waar lokale opwek, lokale opslag en lokaal gebruik worden gecombineerd. Dit doet Gelderland in het Stimuleringsprogramma Energiehubs. In het voorontwerp Nota Ruimte wordt ook ingezet op optimaliseren op regionaal schaalniveau en vraag en aanbod in samenhang optimaliseren. De provincie vraagt aandacht voor de uitvoeringskracht van de ruimtelijke kant van decentrale vraagstukken voor het energiesysteem van de toekomst etc. Eén aspect hierin is de verhouding tussen de kosten van een meer decentraal energiesysteem in verhouding tot een die meer uitgaat van het centrale netwerk. Ook investeert Gelderland in het Nationaal Expertisecentrum Netcongestie voor innovatie en toepassing van nieuwe technologieën. Deze generieke keuze voor decentrale oplossingen vraagt ook om regionaal maatwerk.
Nieuwe ontwikkelingen aanleggen met een decentrale energievoorziening vragen minder van de energiehoofdstructuur, maar bijvoorbeeld meer lokale ruimte, kosten etc. En wat doen we als er een economische ontwikkeling op een regio afkomt die op regionaal/lokaal niveau niet zelf in haar energiebehoefte kan voorzien, maar wel van groot belang is voor de ruimtelijk economische ontwikkeling van dit gebied? Rijk en provincie spreken af: - Aandacht te hebben en houden voor regionaal maatwerk binnen de decentrale strategie voor het Gelderse energiesysteem en hier jaarlijks met elkaar ervaringen over uit te wisselen. - Met elkaar te verkennen welke kansen en bedreigingen we zien in de bijdrage van energiehubs voor nieuwe bedrijven(terreinen). Afspraak 4.3 Energie: duurzame energiemix Onderzoeksafspraak Betrokken departementen: EZ, KGG, VRO Provincie Gelderland zet in op een diverse energiemix, waarin kernenergie en waterstof nadrukkelijk worden meegenomen. Met betrekking tot kernenergie wordt in Gelderland onderzoek gedaan naar ruimte en draagvlak voor twee mogelijke locaties. Dit ondersteunt het uitgangspunt van het Rijk dat mogelijk ook Small Modular Reactors (SMR) inzetbaar worden voor het regionale energiesysteem.
Het nationale kader om deze keuzes op regionale schaal goed te kunnen maken, wordt via de Programma-aanpak SMR’s ontwikkeld, met kennis over en in samenwerking met de regio’s. Met betrekking tot waterstof benadrukt provincie Gelderland het belang van waterstof voor de verduurzaming van cluster zes industrie, een complete provinciale energiemix en toekomstige economische ontwikkelingen. 14
Het Rijk kijkt naar waterstof in de beperkte beschikbaarheid en ziet een verdelingsvraagstuk ontstaan. Hierin wordt waterstof ingezet voor geconcentreerde clusters van afnemers (clusters 1 t/m 5) die via het nationale waterstofnetwerk worden voorzien en zware mobiliteit die geen alternatief heeft voor andere duurzame energie. Veel provincies vragen om afspraken over aftakkingen van het nationale waterstofnetwerk. Dit is niet alleen een ruimtelijk vraagstuk, omdat het ook de rentabiliteit van investeringen in infrastructuur betreft. Het ministerie van KGG, IPO, Netbeheer Nederland en Gasunie hebben onderzocht in welke gebieden geconcentreerde waterstofvraag kan ontstaan. Momenteel voert Netbeheer Nederland, in samenwerking met Gasunie, vervolgonderzoek uit waarin een aantal regio’s met een geconcentreerde waterstofvraag nader worden bekeken. Dit onderzoek is bedoeld om een beter inzicht te krijgen in de optimale infrastructuurconfiguraties en de benodigde financiële investeringen voor de aansluiting van bedrijven. In Gelderland gaan twee pMIEK onderzoeksprojecten lopen om aftakkingen te onderzoeken. Daarnaast is er een gezamenlijke nMIEK-aanvraag gedaan namens alle provincies.
Rijk en provincie spreken af: Ten aanzien van een duurzame energiemix: - De eerste resultaten van het onderzoek van het nationale waterstofnetwerk worden in het tweede kwartaal van dit jaar verwacht en zullen worden gedeeld met relevante stakeholders, zoals provincies en netwerkgebruikers. - De provincie Gelderland onderzoekt de verwachte waterstofvraag van cluster 6-bedrijven als onderdeel van de transitiepaden die in het programma Energiesysteem worden uitgewerkt en de pMIEK onderzoeksprojecten. De provincie deelt de resultaten hiervan met het Rijk. - Na afronding van deze onderzoeken gaan Rijk, provincie Gelderland en de netbeheerders samen om tafel, wisselen de resultaten uit met het oog op het waterstofbelang van de bedrijven in Gelderland. - We verkennen gezamenlijk hoe we ruimtelijke voorwaarden voor de behoefte voor grootschalige opslag kunnen accommoderen. - Rijk en provincie gaan met elkaar in gesprek over de nationale opgave diepe ondergrond. Via regionale sessies worden ook de regionale ruimtelijke opgaven in beeld gebracht voor ondergrondse activiteiten op het gebied van energie, zoals geothermie.
Afspraak 4.4. Bereikbaarheid: goederencorridors Onderzoeksafspraak Betrokken departementen: IenW, LVVN, EZ, KGG, VRO Door Gelderland lopen twee belangrijke corridors van nationaal belang en met regionale, integrale impact: de Rhine Alpinecorrridor en North SeaBaltic corridor. In deze corridors spelen verschillende met elkaar samenhangende ruimtelijke opgaven. Zo heeft het nog ruimte geven aan uitbreiding van knooppunten (Tiel, Emmerich-Montferland-Zevenaar, Nijmegen) consequenties voor de leefbaarheid en brede welvaart (bijdrage aan economie, huisvesting arbeidsmigranten, woningbouwopgave) in deze gebieden. Naast de gevolgen voor bereikbaarheid over de weg spelen ook vragen over het spoor en de toekomstige bevaarbaarheid van bijvoorbeeld de Waal en IJssel en andere opgaven in de Gelderse Poort. De Nota Ruimte vormt de basis waar integrale regio-overstijgende langetermijn-afwegingen worden gemaakt over ruimte voor economische bedrijvigheid, voor maatschappelijke functies en voor woningbouw. Deze ruimtelijke functies leveren vervoersbewegingen op, waaronder vervoer met gevaarlijke stoffen. De ruimtevraag van het goederenvervoersysteem is een resultaat van de herkomst en bestemming hiervan. Het is voor het Rijk op dit moment niet mogelijk om hierover per provincie individuele beleidsafspraken te maken.
Er bestaan diverse overlegstructuren en tafels waar rijk en decentrale overheden in gesprek zijn over (onderdelen van) het goederenvervoerbeleid: de beleidsagenda goederenvervoer, het Platform Spoorgoederenvervoer en leefomgeving en het Toekomstbeeld Spoorgoederenvervoer. Hier worden externe effecten op de leefomgeving van goederenvervoer in samenhang besproken. Als de uitkomsten daartoe aanleiding geven wordt het ook bestuurlijk besproken op de landsdelige BO’s Leefomgeving en BO’s MIRT. Het Rijk blijft zich inzetten om de externe effecten van goederenvervoer op de leefomgeving waar mogelijk te beperken. Het is niettemin belangrijk ons een beeld te vormen over toekomstige ontwikkelingen in deze corridors, wat er nodig is voor een goede bereikbaarheid en daar weer de ruimtelijke consequenties van. In de provincie NoordBrabant spelen vergelijkbare vragen. Voor verwachte ontwikkelingen en gevolgen op de langere termijn (2050) biedt het onderzoek in de Ontwerpagenda van het Rijk naar Bundelen en clusteren van goederenvervoer 15
aangrijpingspunten. Dit onderzoek, in eerste instantie bedoeld voor de Nota Ruimte en de Beleidsagenda goederenvervoer, kent een nationale scope en gaat over de modaliteiten weg, spoor, binnenvaart en (deels) buis. Gelderland wordt betrokken bij dit onderzoek. Op basis daarvan volgen gesprekken over de lange termijn met provincies die het onderwerp het meeste raakt, waaronder Gelderland en Noord-Brabant. Ondertussen werkt ook de provincie aan een strategische verkenning in relatie tot de goederencorridors. Specifiek voor goederenvervoer geeft voor de korte en middellange termijn het verwachte advies Visie spoorgoederenvervoer van Christophe van der Maat (mei 2025) een haakje voor een gesprek hierover. Dit advies wordt betrokken bij de afronding van het Toekomstbeeld Spoorgoederenvervoer. Inmiddels zijn voor de afronding van het Toekomstbeeld Spoorgoederenvervoer gesprekken met provincies gepland waar ook Gelderland voor is uitgenodigd.
Illustratie Gelderse Goederencorridor van de provincie Gelderland Rijk en provincie spreken af: - Mbt. advies Christophe van der Maat over Visie spoorgoederenvervoer: Dit advies wordt betrokken bij de afronding van het Toekomstbeeld spoorgoederenvervoer. De provincie Gelderland is uitgenodigd voor de geplande gesprekken over het Toekomstbeeld Spoorgoederenvervoer en brengt input in op deze bestaande tafel. - Mbt Ontwerpagenda – onderzoek Bundelen en clusteren goederenvervoer: Gelderland wordt betrokken bij dit onderzoek en brengt input in op deze bestaande tafel. - Provincie Gelderland zal op deze tafels in gesprek willen gaan over: knooppunten Nijmegen/ Overbetuwe, Tiel en EMZ, pendelstromen, verstedelijkingsopgave Groene Metropool Regio, leefbaarheid en brede welvaart. En kansen en knelpunten inzake XXL, bereikbaarheid over de weg en water (bevaarbaarheid, zie ook TEN-T), ruimte voor CE en andere watergebonden bedrijvigheid en centrale voorzieningen. En het voorkomen van een ‘reverse modal shift’ (van vervoer over water of spoor naar vervoer over de weg). Afspraak 4.5 Economie: Circulaire economie, werklocaties HMC en watergebonden bedrijven Onderzoeksafspraak Betrokken departementen: EZ, KGG, VRO, en I&W
16
Rijk en provincie spreken af: - De provincie volgt de totstandkoming van de ruimtelijke economische visie (REVisie) van het Ministerie EZ. Deze ReVisie is voorzien in de eerste helft van 2025. Zodra deze is opgenomen in de ontwerp Nota Ruimte, gaan Rijk en provincie om tafel voor de regionale doorvertaling hiervan in Gelderland. Aspecten die daarin meegenomen worden zijn onder andere behoud van fysieke ruimte en ontwikkelruimte voor industriële werkmilieus. Daaronder vallen HMC-terreinen (waaronder cluster 6) in Gelderland en de binnenhavens. - Ondertussen werkt de provincie aan een samenhangende visie op de binnenhavens t.b.v. bedrijven in HMC en in relatie tot logistieke stromen t.b.v. circulaire economie. Hierbij is aandacht voor onder andere mogelijke raakvlakken/concurrerende ontwikkelingen door andere ruimtevragers, nietwatergebonden bedrijven en woningbouw bij water. Afspraak 4.6 Economie: campusvorming Onderzoeksafspraak Betrokken departementen: EZ, KGG, VRO, en LVVN Een groot deel van de innovatiekracht van de provincie is mede afhankelijk van campusontwikkeling nu en naar de toekomst toe. Zonder afspraken hierover komt deze campusontwikkeling onder druk door mogelijk onvoldoende beschikbare fysieke ruimte en milieu ruimte. Dit heeft nationale impact, immers de kennisintensieve clusters Wageningen en Nijmegen bijvoorbeeld zijn van (inter)nationale betekenis.
Synthesekaart Innovatie uit de Ruimtelijk Economische Verkenning 2024, Ministerie van Economische Zaken
17
Rijk en provincie spreken af: - De visie op campusvorming wordt t.b.v. de huidige en de toekomstige economie van de provincie Gelderland, ingebracht in bovenstaand traject in de regionale doorwerking van de REVisie (zie afspraak 4.5).
18
Regionale aandachtspunten: Regio Rivierenland Balans tussen doorvoerfunctie en leefbaarheid met focus op lokale en regionale bedrijvigheid: In deze regio is het van belang een goede balans tussen de doorvoerfunctie en de druk op de leefbaarheid in de regio (veel praktisch geschoolden, slechte interne bereikbaarheid, veel arbeidsmigranten, etc.) te vinden. Hoe verbeteren we de brede welvaart i.c.m. economische groei? De regio wil daarom géén XXL-logistiek accommoderen die geen regionale meerwaarde heeft, enkel lokale en regionale bedrijvigheid. Hiervoor wordt door de regio een visie voor de toekomstige (ruimtelijke) economische ontwikkeling gemaakt en een regionaal afsprakenkader voor regionale meerwaarde. Onderzoeken hoe potentie watergebonden- en MHC-kavels beter te benutten: Er is een kwalitatieve mismatch (het juiste bedrijf op de juiste plek) in deze regio: potentie/kans van watergebonden kavels en MHC-kavels kunnen beter worden benut. Hoe kan hierop gestuurd worden en financieel rendabel gemaakt? Regionale aandachtspunten: Regio EHPZ samen met Kop van de Veluwe Circulaire economie: Er liggen kansen om de regio op vlak van circulaire economie een impuls te geven. Dit kan onder meer door het realiseren van het Circulair Centrum Nederland dat binnen de Kop van de Veluwe gevestigd gaat worden.
Met dit centrum wordt er een ecosysteem van partijen ontwikkeld als ondernemers, overheid, onderwijs en organisaties die samenwerken aan projecten op het gebied van circulair bouwen. Industrieterrein Lorentz, het grootste aaneengesloten bedrijventerrein van Gelderland, kan een belangrijke rol in spelen met de beschikbaarheid van watergebonden kavels en goede bereikbaarheid. Hoe kunnen de randvoorwaarden waaronder groter ruimtebeslag (veel ruimte vrij spelen), milieugebruiksruimte, voldoende opslagmogelijkheden en aanpassing of transformatie van bestaande werklocaties hier ingevuld worden naar de toekomst toe? En hoe past transport over de Randmeren hier in? Regionale aandachtspunten: Regio Kop van de Veluwe Decentrale energieopwekking: Warmtenetten in kleinere gemeenten met minder dichte bewoningskernen (bestaande bebouwing relatief verder uit elkaar) zijn moeilijker te realiseren en daarbij rendabel te krijgen. Dat laat deze regio ook zien. Hoe kan, gelet op dit gegeven, netbewust en netneutraal bouwen en decentrale opwek hierin goed ingepast worden? Hoe zit het met de kosten en betaalbaarheid hiervan? Welke experimenteerruimte is nodig, o.a. voor local-to-local aanpak? De regio wil dit nader verkennen.
Regionale aandachtspunten: Groene Metropoolregio (GMR) Economie en werklocaties: Economische ontwikkelingen richten zich op de topsectoren health, energy en hightech in deze regio met sterke focus op stedelijke economieën en campusvorming. De regio kent een autonome groei als het gaat om wonen en werken. Er liggen hier ook kansen voor een extra grootschalige woningbouwlocatie in de Liemers (stimuleringsgebied met minder last van stikstof etc.). Er liggen tevens kansen voor de topsectoren Health- Energy. Nu al blijkt in bijv. Nijmegen de werkgelegenheid harder te groeien dan dat er woningen bij gebouwd kunnen worden. Vandaar dat Nijmegen wil intensiveren boven op de bestaande GWL afspraken. In de Groene Metropoolregio wordt in samenwerking met het Rijk de koppeling gemaakt tussen wonen en vestigingsklimaat. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld de groei van de energy (denk aan Tennet en Alliander , Connectr bv) en Hightech sector (semicon). Goederencorridors: Er zit een spanning tussen transport faciliteren en verdergaande verstedelijking in deze regio. De focus ligt op het functioneren van daily urban systems en haar uitloopgebieden waarbij het dichtslibben zoveel mogelijk moet worden voorkomen.
Hoe verhoudt zich dit tot provinciaal beleid water en bodem sturend? Wat is de regionale meerwaarde van de goederencorridor voor de regio? De regio heeft geen ruimte meer voor XXL zonder deze regionale meerwaarde. Regionale aandachtspunten: Foodvalley regio Economie en werklocaties: De regio wil de topregio zijn in Food, Health, HighTech en Energy (Foodvalley.nl). Hoe sturen we op voldoende ruimte om deze economische ontwikkelingen ook op de langere termijn te kunnen accommoderen? Hoe geven we campusontwikkeling hierin voldoende plek? Welke ontwikkellocaties kunnen we aanwijzen/zijn in beeld? Verplaatsingsopgaven zijn lastig. Hoe zorgen we meer voor behoud i.p.v. nieuwe terreinen? Kan herstructurering en intensivering ook worden benut ten behoeve van verduurzaming van de terreinen? En hoe komen we tot de juiste publiek-private investeringen om decentrale energievoorziening ook op deze locaties mogelijk te maken? Regionale aandachtspunten: Regio Stedendriehoek De IJssel is voor meerdere regio' s, maar zeker voor de regio Stedendriehoek economisch van groot belang. De economische betekenis hangt nauw samen met het goederenvervoer (verbinding North Sea Baltic corridor). Denk daarbij ook aan de verbinding met de economie van het Twentekanaal. Bovendien vraagt de ontwikkeling naar een circulaire economie juist meer (duurzamer) transport over water met aanliggende natte kavels.
Hoe werkt de BKL reservering en kaart risicovolle overstromingsgebieden uit in relatie tot de verstedelijkingsstrategie? Hoe kan de economische betekenis van de IJssel samengaan met andere opgaven (waterveiligheid, drinkwater, energieopwekking, wonen en werken)? 19
5. RO afspraken sterke steden, dorpen en regio’s
Beweging naar sterke regio’s, steden en dorpen in heel Nederland: het Rijk wil meer balans brengen in de ontwikkeling van de regio’s onderling en zorgen er tegelijkertijd voor dat we binnen die regio’s de kwaltiet van leven verbeteren. We willen daarvoor veel meer ook de regio’s in het noorden, oosten en zuiden aanspreken. Door de grootstedelijke kracht van de Randstad te versterken met de daaromheen gelegen bandstad. En door aan te sluiten bij de onderscheidende ruimtelijk-economische ontwikkelingen van de stedelijke regio’s, die daarmee een veel grotere rol krijgen in de verstedelijkingsopgaven. Ontwikkeling naar sterke steden, dorpen en regio’s: In 2050 zijn er in Gelderland sterke, leefbare en bereikbare steden en dorpen, met voldoende passende en betaalbare woningen voor alle inwoners, in klimaatbestendige wijken met voldoende groen en biodiversiteit. Richting 2100 zien we gezonde en levendige woonplaatsen waarin inwoners veilig zijn voor het veranderde klimaat en waarbij de mobiliteitsnetwerken zo verder zijn ontwikkeld dat deze minder impact hebben op mens en natuur. Onze woonplaatsen zijn zelf ook deel van het landschap met een grote uitwisseling van biodiversiteit en natuur binnen en buiten bebouwd gebied.
Ondertussen werken de overheden aan de verstedelijkingsopgaven in de DO NOVEX gebieden GMR en Foodvalley, waar wordt gewerkt aan een schaalsprong als het gaat om het aanwijzen van grootschalige woningbouwlocaties en werklocaties. Ondersteunend aan de ontwikkeling sterke steden, dorpen en regio’s spreken Rijk en provincie het volgende af: Afspraak 5.1 Algemeen/energie/bereikbaarheid: realisatie woningbouw Uitvoeringsafspraak Betrokken departementen: EZ, KGG, VRO, I&W, OCW, LVVN Toelichting: De Woningbouwopgave in Nederland is groot, op de korte termijn is de ambitie de realisatie van 100.000 woningen per jaar. Een ambitie die door alle betrokken partijen op de Woontop van 11 december 2024 is bekrachtigd en waartoe het Rijk in de voorbije jaren diverse afspraken heeft gemaakt met provincies, gemeenten, corporaties, marktpartijen en investeerders, waaronder de Woondeals en Woontopafspraken. Ook richting 2050 blijft de woningbouwopgave groot. De woningbouwopgave na 2030 vraagt hierbij om een nationale integrale visie gericht op zowel de verwachte kwantitatieve als kwalitatieve woonbehoefte, waarbij 20
nadrukkelijk ook factoren zoals de gewenste identiteit en economische en demografische ontwikkelingen in de verschillende regio’s in ons land dienen te worden meegewogen, evenals de keuzes die worden gemaakt in de Nota Ruimte. Een visie die samen met provincies een provinciale doorvertaling zal krijgen. Rijk en provincie spreken af: Gezamenlijk invulling te blijven geven aan de realisatie van de reeds afgesproken woningbouwambities, waaronder de Woondeals en de Woontopafspraken van 11 december 2024. Met erkenning van ieders eigen rol en verantwoordelijkheden, waarbij aandacht is voor de noodzakelijke randvoorwaarden behorende bij de woningbouwopgave - Open te staan voor en invulling te geven aan de toekomstige woningbouw- opgave en ambities richting 2050, welke samengaat met andere ruimtelijke belangen. Hier geven VRO en de provincies in de komende maanden gezamenlijk invulling aan. Hetgeen in relatie zal staan tot de processen van de NOVEX-gebieden, hun Uitvoeringsagenda’s en de keuzes die worden gemaakt in de Nota Ruimte, zoals de ruimtelijke strategie voor onderscheidende regionale ontwikkeling.
-
Afspraak 5.2: Woonopgave: Rijksbrede betrokkenheid randvoorwaarden Uitvoeringsafspraak Betrokken departementen: EZ, KGG, VRO, LVV en I&W - De provincie benadrukt het belang van het invullen van de voor haar belangrijke randvoorwaarden voor de realisatie van de woningbouw, waaronder de financiering van onrendabele toppen, ondersteuning van mede-overheden via de aanpak uitvoeringskracht waarbij aandacht is voor voldoende capaciteit van mede-overheden, infrastructuur voor energie en bereikbaarheid en stikstofruimte en gezamenlijk te blijven werken aan passende oplossingen. - De invulling van de randvoorwaarden vraagt rijksbrede betrokkenheid op de van toepassing zijnde tafels. Afspraak 5.3: Algemeen: Regionaal gedifferentieerde ruimtelijke ontwikkelstrategie (VISTA) Onderzoeksafspraak Betrokken departementen: EZ, KGG, VRO Toelichting: Richting 2050 en 2100 wil het Rijk de beweging maken naar onderscheidende ontwikkeling van regio's in een sterk stedelijk netwerk. Daartoe wil het Rijk de ruimtelijk-economische basis van ons land verbreden en versterken. Hiervoor wil het Rijk autonome ontwikkelingen slim benutten en geleiden. Dit levert een ruimtelijk beeld op waarin alle regio’s en steden een passende plek hebben in het grotere geheel en een onderscheidende bijdrage leveren. Daarom zet de Nota Ruimte in op een regionaal gedifferentieerde ruimtelijke ontwikkelstrategie.
Deze valt uiteen in vijf types: versterken, initiëren, stimuleren, transformeren en accommoderen. Voor provincie Gelderland geldt dat regio’s Arnhem-Nijmegen Foodvalley (NOVEX-gebied) en regio Stedendriehoek vallen onder de strategie Stimuleren. Dit geldt ook voor het Gelderse deel van NOVEX-gebied Zwolle. De regio’s Achterhoek, EHPZ en Rivierenland vallen onder de strategie Vitaliseren. Het Gelderse deel van NOVEX-gebied MRU valt onder de strategie Accommoderen. Rijk en provincie spreken af: • Rijk en provincie stellen gezamenlijk vast dat deze indeling past bij de ruimtelijke kenmerken van deze regio’s in de provincie Gelderland en onderschrijven de strategische inzet van de regionaal gedifferentieerde ruimtelijke ontwikkelstrategie in hun omgevingsbeleid. • Rijk en provincie spreken af dat zij deze strategische inzet samen inhoudelijk verder invullen en bepalen hoe deze concreet en integraal vertaald kan worden in bestaande gebiedsgerichte samenwerkingen (zoals NOVEX-gebied ANF, maar denk ook aan: actualisatie van woondeals, regiodeals, het nationaal programma Vitale Regio’s voor de andere gebieden). Afspraak 5.4: Algemeen: Groen in en om de stad Beleidsafspraak Betrokken departementen: VRO, BZK, LVVN, I&W Ruimtelijke opgave 21
Rijk, provincies en gemeenten werken aan Groen in en om de stad (GIOS). Groen is voorwaardelijk voor de verstedelijkingsopgave en draagt bij aan leefbaarheid, gezondheid, biodiversiteit, recreatie en klimaatadaptatie. Gemeenten en grondeigenaren zijn hierin de eerstverantwoordelijken voor aanleg, beheer en onderhoud. Voor de overgangen naar landelijk gebied zijn dit ook de provincies. Uitwerking Het Rijk werkt in lijn met de Nota Ruimte met diverse medeoverheden aan groen in en om de stad, gericht op het versterken van aanbod en kwaliteit van het groen in de stad en verbetering van de aansluiting op het buiten stedelijke groen. Verbinding tussen de schaalniveaus landelijk, regionaal en lokaal is daarbij van belang. Gemeentes worden met de aanpak uit de handreiking GIOS gestimuleerd om deze opgave ook in gemeentelijk beleid mee te nemen. Daarnaast draagt de inzet vanuit groen in en om de stad bij aan het behalen van de doelstellingen van artikel 8 Stedelijke ecosystemen uit de EU Natuurherstelverordening. In het kader van de verstedelijkingsopgave zijn in diverse NOVEX-verstedelijkingsgebieden meer gebiedsgerichte afspraken gemaakt in het kader van aanscherping ontwikkelperspectief of als onderdeel van eerste afspraken uitvoeringsagenda.
Rijk en provincie spreken af: - Principe van nabijheid/ toegankelijkheid (mensgericht): Rijk en Gelderland zetten vanuit het belang voor verstedelijking, recreatie, gezondheid en klimaatadaptatie in op robuuste verbindingen tussen stedelijk en niet-stedelijk gebied; mogelijk goed te combineren met langzame verkeersroutes en groenblauwe dooradering. - Principe van aansluitende structuren (natuurgericht): Rijk en de provincie zetten vanuit biodiversiteit in op groenblauwe structuren, die op de verschillende schaalniveaus op elkaar aansluiten: nationaal, regionaal/provinciaal als op lokaal/gemeentelijk niveau. - Het Rijk inventariseert op welke middelen op Europees niveau voor deze opgave potentieel aanspraak kan worden gemaakt, als onderdeel van het breder in beeld brengen van Europese financieringsmogelijkheden in het kader van de Natuurherstelverordening.
Regionale aandachtspunten: Regio Achterhoek en Liemers (GMR) Wonen: De Achterhoek heeft een groeiambitie rondom woningbouw. De woningmarkt en de leefbaarheid vragen om toevoeging van woningen. Deze kwantitatieve doelstellingen zijn vastgesteld in de Achterhoekse woondeal. De Achterhoek heeft als uitgangspunt uit te breiden passend bij de identiteit. Hierbij spelen zowel de stedelijke omgeving als krachtige kernen en het landelijk gebied een belangrijke rol: de kernen zijn nodig voor de leefbaarheid nu en in de toekomst (ook veel kleinere kernen krijgen de mogelijkheid om uit te breiden). Dit zorgt ervoor dat er in de Achterhoek ook veel kleinere projecten zijn qua omvang, maar deze een grote impact hebben op de leefbaarheid van ons landelijke gebied en de bijbehorende voorzieningen. Deze vragen aandacht van het Rijk en de provincie. De regio kent ook stedelijke woonmilieus. Daarvan is Doetinchem de grootste in omvang, maar ook wat woningbouwdoelstellingen betreft. Doetinchem kwalificeert zich hierdoor voor aanwijzing als grote woningbouwlocatie. Regionale aandachtspunten: Regio Stedendriehoek Wonen en werken: De regio onderscheidt zich door een sterk Daily Urban System waarin een groot deel van het dagelijkse woon werkverkeer binnen de eigen regio plaatsvindt.
De regio ligt centraal in het stedelijk netwerk Nederland en strategisch ten opzichte van economisch dynamische gebieden. Dit kansrijke gegeven maakt dat nabijheid uitgangspunt is en blijft bij de toekomstige groei van de regio. Per woning streven we ernaar één nieuwe arbeidsplaats toe te voegen aan de brede economie van de regio. Hoe kunnen daarin de innovatieve clusters (Apeldoorn en Deventer) worden versterkt door het stimuleren van nieuwe vestigingen op gebied van de veiligheid, digitalisering en duurzaamheid, zodat de kiemkracht van deze sectoren de brede regionale economie nog meer kan laten groeien? Rijk en regio (twee provincies, 3 waterschappen, 8 gemeenten) hebben afgesproken gezamenlijk te werken aan een verstedelijkingsstrategie (of Ontwikkelperspectief).
22
6. RO afspraken Defensie Defensie heeft het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) gelanceerd om haar groeiende ruimtebehoefte in kaart te brengen, zowel voor fysieke locaties als voor milieuruimte voor oefeningen (bijvoorbeeld laagvlieggebieden). Provincie Gelderland heeft, samen met gemeenten, van oudsher nauwe banden met Defensie en een historische relatie. In Gelderland zijn veel kazernes en Defensieterreinen, vooral op de Veluwe. De mogelijke impact op Gelderland is groot. Voor Gelderland betekent dit dat deze ruimteclaims moeten worden afgewogen tegen andere ruimtelijke belangen, zoals wonen, natuur en infrastructuur. Tegelijkertijd liggen er voor Gelderland ook kansen op het gebied van werkgelegenheid en leefbaarheid. Defensie is een grote werkgever en uitbreiding van Defensie-activiteiten kan zorgen voor extra banen. Daarnaast kunnen verbeteringen in infrastructuur, zoals wegverbeteringen en de ontwikkeling van nieuwe voorzieningen, bijdragen aan een verhoogde leefbaarheid voor inwoners. Door deze kansen slim te benutten, kan Gelderland een evenwicht vinden tussen de noodzakelijke ruimteclaims en positieve ontwikkelingen voor de regio. Dit doet zij in nauwe afstemming met Defensie.
Het kabinet maakte op 23 mei 2025 de voorlopige NPRD-voorkeurslocaties bekend voor de bovenregionale en locatiespecifieke ruimtebehoeften als onderdeel van het Ontwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. Voor de Provincie Gelderland betreft het de volgende besluiten t.a.v. voorkeurslocaties voor de bovenregionale en locatiespecifieke behoeften: Bovenregionale behoeften: Nieuwe kazerne Flevoland (in verband met uitstralingseffecten en ontwikkelingen in Gelderland, zoals de intensivering van activiteiten in Stroe en Ermelo) (I) Stationering cargodrones op Militair Luchtvaartterrein Deelen (X) Uitbreiding laagvlieggebieden helikopters in Gelderland (XI) Helikopterlandingsplaatsen (XII) Onverharde landingsbaan Militair Luchtvaartterein Deelen (XIII) Lokale behoeften: Uitbreiding raccordement t Harde, Elburg (17) Uitbreiding ASK, Elburg (18) Huisvesting MP Apeldoorn (22) Uitbreiding life firing ISK, Ede (23) Extra milieuruimte helikopteractiviteiten MLT Deelen (27) Beperkingen rondom MLT Deelen (28) Oefenterrein met graafmogelijkheden uitbreiden; Arnhemse heide, Stroese zand, Ermelosche heide (44) In de besluitvorming is een afweging met andere ruimtelijke opgaven (zoals landbouw en natuur, energie, woningbouw) gemaakt. De locatiekeuzen van het kabinet zijn onderdeel van de Ontwerp beleidsvisie NPRD die zal landen in de Nota Ruimte.