CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-4.19 Besluit B&W inzake raadsinformatiebrief uitkomsten Bestuurlijke Overleggen MIRT d.d. 17-1-23.pdf

Gemeenteraad 8 februari 2023, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ingekomen en uitgaande stukken17.614 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In de regionale woondeals worden de woningbouwopgave en de randvoorwaarden daarvoor regionaal (voor Foodvalley, en voor ArnhemNijmegen) tot en met 2030 uitgewerkt.

6

Gebied

2020-2030

2030-2040

Totaal

15.000

40.000

Foodvalley Zuid Foodvalley Noord

18.500 6.500

Foodvalley

25.000

Arnhem Nijmegen

9.000 11.100

Veluwe De Liemers

900 4.600

Middengebied Rijk van Nijmegen

3.600 5.800

Groene Metropoolregio

35.000

25.000

60.000

Totaal

60.000

40.000

100.000

4.3 Afspraken over de ontwikkeling van grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties Grootschalige NOVEX-woningbouwlocatie Foodvalley De druk op de woningmarkt in Foodvalley is afgelopen jaren hoog. Om deze op te vangen streven we ernaar van de 40.000 woningen die zijn voorzien in de Regio Foodvalley tot 2040 te starten met de bouw van 25.000 woningen in de periode tot en met 2030. In lijn met het verstedelijkingspatroon van de regio gebeurt dit op meerdere locaties verspreid over verschillende kernen in de regio die in het kader van het verstedelijkingsconcept zijn voorzien. De businesscase die in de zomer van 2022 is opgesteld voor de grootschalige NOVEXwoningbouwlocatie Foodvalley is opgebouwd uit vijf van de ruim tien ontwikkelgebieden, die de regio in de Verstedelijkingsstrategie heeft geïdentificeerd voor toekomstige woningbouw. Dit zijn Barneveld Noord, Kernhem Noord, Veenendaal Spoorzone, Ede Zuidoost/KennisAs Ede-Wageningen en De Klomp. De gekozen locaties vormen essentiële knooppunten in het stedelijk netwerk van Regio Foodvalley. Zij zullen deels voor 2030 en deels na 2030 worden gerealiseerd. De schaal van de regio en de daarin gelegen kernen hebben geleid tot een samenhangend raamwerk van benodigde infrastructurele maatregelen, zoals onder meer hoogwaardige fietsroutes, OV-hubs en HOV-lijnen in het vierkant Wageningen-Ede-Rhenen-Veenendaal.

Regio en gemeenten hebben een businesscase opgesteld waarin onder andere een pakket mobiliteitsmaatregelen is opgenomen voor de ontsluiting van woningen tot en met 2030 in de grootschalige NOVEX-woningbouwlocatie Regio Foodvalley. Deze mobiliteitsmaatregelen dragen in enkele gevallen ook bij aan de bereikbaarheid van andere woningbouwlocaties in Regio Foodvalley. In de grootschalige NOVEX-woningbouwlocatie Regio Foodvalley worden tot en met 2030 7.000 woningen gebouwd en mogelijk aanvullend 7.700 woningen na 2030. Ruim de helft van de woningen die tot en met 2030 worden gerealiseerd bevindt zich in het betaalbare segment. Het Rijk heeft tijdens het BO MIRT Oost 2022 middelen gereserveerd voor een mobiliteitspakket voor de ontsluiting van de grootschalige NOVEX-woningbouwlocatie Regio Foodvalley (zie bijlage). Deze afspraken over woningbouw en mobiliteit worden opgenomen in de beoogde Woondeal Regio Foodvalley.

7

De regio zet zich in voor het dekken van haar deel van het afgesproken mobiliteitspakket voor de bouw van 7.000 woningen in de periode tot en met 2030 (met inachtneming van het budgetrecht van raden/staten), zodat in het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving 2023 definitieve afspraken kunnen worden vastgesteld. Rijk en regio werken gezamenlijk aan het op orde brengen van de benodigde randvoorwaarden om de realisatie mogelijk te maken: verplaatsing bedrijvigheid, opheffing hindercirkels, aanpak stikstof, versterking van het landschap, de natuur en energie, bereikbaarheid en energienetwerken (elektra en warmte). Conform de principes van het verstedelijkingsconcept streven we ernaar deze woningen te realiseren met een goede omgevingskwaliteit, in een balans tussen stad en land, met bijpassende werkgelegenheid voor de nieuwe inwoners en op hoogwaardige, duurzame wijze ontsloten. Grootschalige NOVEX-woningbouwlocatie spoorzone Arnhem-Oost We streven naar het realiseren van 12.000 woningen in de verschillende deelgebieden binnen het grootschalige woningbouwgebied Spoorzone Arnhem-Oost in de periode t/m 2040. De grootschalige NOVEX-woningbouwlocatie Arnhem Spoorzone-Oost biedt tot en met 2030 ruimte voor de realisatie van 5.400 woningen. Tweederde deel van de woningen die tot en met 2030 wordt gerealiseerd bevindt zich in het betaalbare segment.

Hierbij onderscheiden we twee deelgebieden: het deelgebied Presikhaaf (rondom de KennisCampus Arnhem) en het deelgebied Rijnpark. In het deelgebied Presikhaaf worden er tot en met 2030 2.300 woningen gebouwd. Voor het deelgebied Rijnpark wordt de komende periode nog nader in beeld gebracht hoeveel woningen er gerealiseerd kunnen worden. Het deelgebied Rijnpark van en om het spooremplacement biedt uitstekende kansen voor een grootschalige gebiedsontwikkeling langs de Rijn, dicht tegen het centrum van de stad. Op deze locatie kan een (hoog-)stedelijk milieu worden ontwikkeld. Het deelgebied Presikhaaf leent zich bij uitstek voor het toevoegen van woningen om te komen tot meer gedifferentieerde wijken. Beide woningbouwlocaties dragen daarmee ook nadrukkelijk bij aan de versterking van de leefbaarheid en leefomgeving in Nationaal Programma Leefbaarheid & Veiligheid Arnhem-Oost. Het rijk en de regio spreken een langjarig commitment uit voor de gezamenlijke ontwikkeling van de grootschalige NOVEX-woningbouwlocatie Spoorzone Arnhem- Oost en zetten met deze afspraken (zie bijlage) een eerste belangrijke stap om de ambities van de Spoorzone Arnhem-Oost te realiseren. Partijen constateren dat voor de ontwikkeling van het gebied Spoorzone Arnhem- Oost een gefaseerde ontwikkelstrategie passend is.

De spoorzone valt in ieder geval uiteen in twee delen: Rijnpark en Presikhaaf (waaronder KennisCampus). Voor het deelgebied Presikhaaf is vanuit het Mobiliteitsfonds tijdens het BO MIRT Oost 2022 een reservering gedaan voor een taakstellende bijdrage voor mobiliteitsmaatregelen voor de ontsluiting van het deelgebied Presikhaaf (zie bijlage). Ook hebben Rijk en regio tijdens dit bestuurlijk overleg afgesproken een gezamenlijk MIRT-onderzoek te doen naar de inpassing van de vrije kruising in de grootschalige NOVEX-woningbouwlocatie Spoorzone Arnhem-Oost (zie bijlage). Voor het deelgebied Rijnpark is afgesproken dat Rijk en regio gezamenlijk de ontwikkelopgave van Rijnpark verder verkennen en een gefaseerde ontwikkelstrategie uitwerken (zie bijlage). Rijk en regio werken aan een haalbaarheidsstudie naar de uitplaatsing van het spooremplacement ‘Arnhem goederen’ en mogelijke alternatieve locaties. Op basis van deze haalbaarheidsstudie wordt, in afstemming met alle betrokken partijen, een integrale business case opgesteld (inclusief exploitatie en bedrijfsvoeringskosten), waarbij de lange termijn ontwikkelingen op het spoor (waaronder gelijkwaardige functionaliteit) en de stedelijke ontwikkeling van de locatie worden betrokken. Rijk en regio spannen zich in om de resultaten van de haalbaarheidstudie uitplaatsing spooremplacement

8

Arnhem-Oost te bespreken op het BOL van het voorjaar 2023. Ook zal de regio in het BO Leefomgeving in het voorjaar worden geïnformeerd over de mogelijke Rijksbijdrage. Conform de principes van het verstedelijkingsconcept streven we ernaar deze woningen te realiseren met een goede omgevingskwaliteit, in een balans tussen stad en land, in balans met de sociale opgave in Arnhem-Oost, met bijpassende werkgelegenheid voor de nieuwe en bestaande inwoners en op hoogwaardige, duurzame wijze ontsloten. Bovenstaande afspraken over woningbouw en mobiliteit worden opgenomen in de Woondeal regio Arnhem/Nijmegen. De voortgang van deze grootschalige NOVEX- woningbouwlocatie zal ook besproken op de woondealtafel. Grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties Nijmegen Stationsgebied en Nijmegen Kanaalzone Tot en met 2030 worden er in het Stationsgebied ca. 3500 woningen gerealiseerd en 1.000 woningen na 2030. Het aandeel sociaal/middensegment c.q. betaalbaar bedraagt gemiddeld 65%, Vanuit het Mobiliteitsfonds wordt een reservering gedaan voor een taakstellende bijdrage voor een pakket mobiliteitsmaatregelen (zie bijlage). Een groot deel van de opgave in het Stationsgebied wordt reeds bekostigd uit eerdere MIRT afspraak (2020) station, Woningbouwimpuls (Wbi) en versnellingsafspraken.

Daarnaast biedt de locatie Nijmegen Kanaalzone in ruimte voor een grootschalige transformatie en de realisatie van een groot aantal woningen en een hoogwaardig werk milieu. Nijmegen Kanaalzone betreft twee deelgebieden; Winkelsteeg en Dukenburg. Tot en met 2030 worden er in het gebied Kanaalzone-Winkelsteeg ca. 4050 woningen gerealiseerd en 400 woningen na 2030, waarvan gemiddeld 65% betaalbaar. Tot en met 2030 worden er in het gebied Dukenburg ca. 1200 woningen gerealiseerd, waarvan gemiddeld 65% betaalbaar. Vanuit het Mobiliteitsfonds is tijdens het BO MIRT Oost 2022 een reservering gedaan voor een taakstellende bijdrage voor mobiliteitsmaatregelen (zie bijlage). De regio zet zich de komende periode in voor het dekken van haar deel van het afgesproken mobiliteitspakket voor de bouw van 8.750 woningen in de periode tot en met 2030 (met inachtneming van het budgetrecht van raden/staten), zodat in het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving 2023 definitieve afspraken kunnen worden vastgesteld. Conform de principes van het verstedelijkingsconcept streven we ernaar deze woningen te realiseren met een goede omgevingskwaliteit, in een balans tussen stad en land, met bijpassende werkgelegenheid voor de nieuwe inwoners en op hoogwaardige, duurzame wijze ontsloten. De gemeente Nijmegen start hiervoor gebiedsontwikkelingen.

Rijk en regio werken gezamenlijk aan het op orde brengen van de benodigde randvoorwaarden om de realisatie mogelijk te maken, waaronder: verplaatsing bedrijvigheid, aanpak stikstof, versterking van het landschap, de natuur en energie, bereikbaarheid en energienetwerken (elektra en warmte). De afspraken over woningbouw en mobiliteit uit de BO MIRT Oost 2022 worden opgenomen in de regionale woondeals die eind dit jaar en begin volgend jaar gesloten worden. 4.4 Afspraken over mobiliteit We zien de mobiliteitsopgave in de regio als een gezamenlijke opgave. De voorziene groei aan inwoners en werkgelegenheid belast de bereikbaarheid in de regio op het nationale, regionale en het lokale schaalniveau. Uit de Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA) uit 2021 blijkt dat in het hoge scenario

9

de bereikbaarheid van de regio de komende jaren onder grote druk komt te staan. Met de verstedelijkingsstrategie zetten we in op de bouw van een hoger aantal nieuwe woningen dan voorzien in het hoge scenario. Rijk en regio spreken af om samen het proces te starten om te komen tot een netwerkanalyse 2030-2040 voor regio Arnhem-Nijmegen-Foodvalley (zie bijlage). Een goede, duurzame bereikbaarheid is van belang voor het behouden van een goede leefomgevingskwaliteit en economische ontwikkeling. Daarom kijken we welke maatregelen in de komende decennia nodig zijn voor het borgen van een goede bereikbaarheid van de regio als geheel. We zetten daarbij in op gedragsverandering om mobiliteit te beperken en te verduurzamen, op reizen in eerste instantie met duurzame modaliteiten als spoor, HOV en actieve mobiliteit met fiets en lopen, en pas in tweede instantie per (deel)auto. In de jaarlijkse BO MIRT-cyclus maken we, waar nodig, afspraken over de infrastructuur die randvoorwaardelijk is voor de schaalsprong van de regio. 4.4.1 Uit te voeren onderzoeken MIRT-onderzoek vrije spoorkruising Arnhem-Oost Rijk en regio hebben tijdens het BO MIRT Oost 2022 afgesproken gezamenlijk een MIRT-onderzoek te doen naar de inpassing van de vrije kruising in de grootschalige NOVEX-woningbouwlocatie Spoorzone Arnhem-Oost (zie bijlage).

MIRT-onderzoek corridor Utrecht-Foodvalley-Arnhem Rijk en regio hebben tijdens het BO MIRT Oost 2022 afgesproken samen het proces te starten om te komen tot een MIRT-onderzoek naar de corridor Utrecht – Foodvalley – Arnhem (A12) en streven ernaar de onderzoeksopzet hiervoor in het BO Leefomgeving 2023 gereed te hebben voor besluitvorming en daarna het MIRT-onderzoek te starten (zie bijlage). Tussen Rijk en regio vindt de komende maanden afstemming plaats over de scope, waarbij in ieder geval als uitgangspunten worden meegenomen: • •

de brede bereikbaarheidsopgave op deze corridor; de verstedelijkingsopgave MRU en Arnhem Nijmegen Foodvalley;

•

de bredere impact op de fysieke leefomgeving van mogelijke bereikbaarheidsmaatregelen.

Rijk en regio zullen in de onderzoeksopzet tevens ingaan op de rolverdeling, taken, verantwoordelijkheden en financiering. Netwerkanalyse 2030-2040 Arnhem-Nijmegen Foodvalley Vanuit de verstedelijkingsopgave is een samenhang te zien tussen wonen, werken en het mobiliteitsnetwerk (Rijk-provincie-gemeenten/regio). De Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA) heeft duidelijk gemaakt dat er nog gezamenlijke uitdagingen liggen in de regio. Hierbij spelen de mobiliteitstransitie en verduurzaming een belangrijke rol. Rijk en regio hebben tijdens het BO MIRT Oost 2022 afgesproken om samen het proces te starten om te komen tot een netwerkanalyse 20302040 voor regio Arnhem-Nijmegen-Foodvalley (zie bijlage). De analyse kan plaatsvinden na afronding van een of meer van de onderzoeken van rijk en regio naar emplacement, vrije spoorkruising in Arnhem-Oost en naar spoorcorridor Utrecht-Arnhem. Tussen Rijk en regio vindt in 2023 alvast afstemming plaats over de scope en methode, waarbij in ieder geval wordt meegenomen: • de brede, multimodale bereikbaarheidsopgave; •

de verstedelijkingsopgave van regio Arnhem - Nijmegen - Foodvalley;

10

•

de effecten van de groei van het aantal woningen en de economie op de bereikbaarheid van de regio en de samenhang met regionale en nationale mobiliteitsnetwerken.

4.4.2 Afspraken over maatregelen voor regionale ontsluiting RegioExpres Op het BO MIRT Oost 2022 hebben Rijk en regio afspraken gemaakt over de RegioExpres (zie bijlage). De RegioExpres is een sneltrein op de spoorverbinding Arnhem – Doetinchem – Winterswijk. De RegioExpres zorgt voor een sterke verbetering van de bereikbaarheid, woon- en werkomgeving en leefbaarheid in de regio’s Liemers en Achterhoek en in Arnhem met samen meer dan 700.000 inwoners. Deze gebieden groeien de komende jaren door toevoeging van ca. 25.000 woningen uit de verstedelijkingsopgave. OV De provincies Gelderland, Utrecht en de regio Foodvalley zoeken samen uit hoe de dienstregeling van de verschillende OV-lijnen optimaal op elkaar aansluiten en hoe de OV-lijnen zo goed mogelijk benut worden (in het kader van samenwerking voor de OV-concessies in het vierkant Wageningen-EdeRhenen-Veenendaal). Rijnbrug Voor de verbreding van de Rijnbrug bij Rhenen in een van de 17 NOVEX- woningbouwlocaties, de Regio Foodvalley, doet het Rijk een lumpsum bijdrage (zie bijlage). Regionale bereikbaarheid De regio constateert dat voor de bekostiging van een aantal maatregelen die vanuit de regio zijn voorgesteld om de regionale bereikbaarheid op peil te houden nu geen middelen beschikbaar zijn.

Voor de decentrale overheden is het op peil houden van de regionale bereikbaarheid randvoorwaardelijk om de ambities voor de realisatie van woningen en arbeidsplaatsen tot 2040 uit te kunnen voeren. Rijk en regio werken de komende jaren samen verder aan de uitwerking en uitvoering van de verstedelijkingsstrategie. De overheden in de regio gaan voort met de realisatie van de woningbouw die in deze verstedelijkingsafspraken is opgenomen – inclusief die in de grootschalige woningbouw gebieden. De regio voorziet als gevolg van deze woningbouw al in het komende decennium knelpunten in de regionale ontsluiting en hecht in ieder geval grote waarde aan de navolgende maatregelen: a. b.

Verbreding van de Rijnbrug (incl. doortrekken en verbreden N233) bij Rhenen; Infrastructurele maatregelen om de ontsluiting van het grootschalige NOVEX-

c.

woningbouwlocatie Foodvalley te verbeteren; Infrastructurele maatregelen op de corridor Arnhem-Nijmegen om de bereikbaarheid per openbaar vervoer en fiets te verbeteren en het knelpunt bij de kruising met de Linge weg te nemen;

d.

Infrastructurele maatregelen om de ontsluiting van het grootschalige NOVEXwoningbouwlocatie spoorzone Arnhem-Oost te verbeteren;

e.

Infrastructurele maatregelen om de ontsluiting van het grootschalige NOVEXwoningbouwlocaties Nijmegen Stationslocatie en Nijmegen Kanaalzone te verbeteren.

11

Partijen zijn in gesprek over ambities en mogelijkheden voor het op peil houden van de bereikbaarheid bij de realisatie van woningen en arbeidsplaatsen, daarbij kijkend naar nationale en regionale verantwoordelijkheden en beschikbare financiële middelen. Met de grootschalige woningbouwafspraken van 2022 is een belangrijke eerste stap gezet in het mogelijk maken van verstedelijking. Ook zetten rijk en regio een aantal studies naar mobiliteit in gang. De komende jaren blijven rijk en regio in gesprek op de bestuurlijke overleggen Leefomgeving en MIRT. De verstedelijkingsstrategie en de studies naar mobiliteit in de regio zijn daarbij bouwstenen om tot concrete afspraken te komen. 4.5 Afspraken over Leefomgeving We streven samen om de verstedelijking in de regio in balans te laten zijn met de ontwikkeling van de leefomgeving en het landschap in de regio. We streven naar robuust systeemherstel van kwetsbare natuur en de realisatie van 5.000 hectare recreatief uitloopgebied als integraal onderdeel van het ruimtelijk ontwerp voor de verstedelijkingslocaties. Die bevatten hydrologische buffers en landschappelijke en ecologische kwaliteit in combinatie met een vitale, toekomstbestendige landbouwsector met perspectief voor agrarische ondernemers.

We bespreken in ateliers wat nodig is voor de landschaps- en natuurontwikkeling om te komen tot financieringsmodellen, mechanismen en instrumenten om de maatschappelijke baten en lasten van investeringen in groen/blauw adequaat te dekken in de regio. We onderzoeken samen de mogelijkheden om koppelingen aan te brengen in de investeringen in het kader van nationale, provinciale, regionale en gemeentelijke programma’s waarbij wordt geïnvesteerd in een toekomstbestendig landelijk gebied en de beoogde ontwikkeling van landschappen in de regio. Daarbij kijken wij onder andere naar: a. de koppelkansen tussen de uitvoering van het Nationaal Programma Landelijk Gebied en investeringen in landschappelijke, hydrologische en recreatieve ontwikkeling ten behoeve van een ecologisch, sociaal en economisch vitaal landelijk gebied; b.

de koppelkansen tussen investeringen in het kader van het Deltaprogramma, het Programma Integraal Rivierenmanagement en het Programma Hoogwaterbescherming enerzijds en investeringen in landschappelijke ontwikkelingen anderzijds.

De provincies, gemeenten en waterschappen in de regio zullen als eerste aan de slag gaan met de volgende landschapsontwikkelingen en de verbindingen daartussen: a. b.

Gebiedsproces Binnenveld Foodvalley Zuid; Gebiedsproces Veluwezoom/Gelderse Vallei;

c. d.

Gebiedsproces Nijkerk en omgeving; Ontwikkeling Rivierklimaatpark IJsselpoort;

e. f.

Landschapsontwikkeling omgeving Rijn/A15 Zevenaar/Duiven; Landschapsontwikkeling Middengebied;

g. h.

Landschapsontwikkeling Groesbeek/Hatertse Vennen; Landschapsontwikkeling tussen Beuningen en Nijmegen;

i. j.

Landschapsontwikkeling Gelderse Poort; Ontwikkeling van binnenstedelijke groen.

We verkennen de mogelijkheden om in het kader van Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) te komen tot een robuuste en toekomstbestendige riviernatuur in de Gelderse Poort. We doen dit in het kader van de pre-verkenning, die Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en de provincie Gelderland uitvoeren, die tevens een IRM-pilot is.

12

We stellen samen een catalogus op met maatregelen voor gezonde, circulaire, biodiverse en klimaatneutrale verstedelijking, die in staat is de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Daarbij werken we ook minimumnormen uit die we in het verstedelijkingsprogramma opnemen en een kostenraming om deze te realiseren. Hierbij sluiten we zo veel als mogelijk aan bij bestaande initiatieven en afspraken en maken we gebruik van bestaande kennis, bijvoorbeeld van de Nationale Maatlat Klimaatadaptief bouwen en afspraken over natuurinclusief bouwen die in andere provincies zijn gesloten. Ook benutten we de producten die in het kader van het programma Mooi Nederland van het ministerie van BZK gemaakt worden op het thema ‘Groen en gezond leven in de stad’. 4.6 Afspraken over economische ontwikkeling en ontwikkeling werklocaties We streven naar een balans tussen wonen en werken in de regio. Daarvoor ontwikkelen we een hoogwaardig economisch milieu dat aansluit bij de kansen in de regio en de visie in het verstedelijkingsconcept. We zetten samen de komende jaren stappen om dit verder te concretiseren in een programma en de uitvoering daarvan mogelijk te maken: a.

We werken op basis het onderzoek naar het toekomstperspectief voor de regionale economische ontwikkeling van Foodvalley en de Groene Metropoolregio voor het BO MIRT van november 2023 gezamenlijk de programmering uit voor de duurzame, economische ontwikkeling. We betrekken daarbij het ‘Programma Werklocaties’ van het ministerie van

b.

EZK. De resultaten bespreken we op het BOL 2023; We onderzoeken welk instrumentarium, regelingen en inzet er nodig is om de afspraken waar te maken. Hierbij betrekken we het topsectoren-beleid, greendeals en bekijken of er experimenten of fieldlabs nodig zijn om de economie van de toekomst (circulair,

c.

duurzaam, innovatief) te versnellen; De provincie Gelderland maakt daarvoor nieuwe prognoses t/m 2030 met een doorkijk naar 2040. Het toekomstperspectief en de nieuwe prognoses kunnen leiden tot aanpassingen in het Regionaal Programma Werklocaties (RPW) voor beide regio’s. In de RPW’s worden de doelstellingen voor de economische ontwikkeling vertaald naar de kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen voor het aantal te realiseren arbeidsplaatsen en oppervlakte werklocaties – binnenstedelijk, op campussen en op bedrijventerreinen. De RPW’s zijn gebaseerd op prognoses t/m 2030 en bevatten een doorkijk naar 2040.

d.

De bestaande afspraken over uitbreiding van bedrijventerreinen (in de vigerende RPW’s) blijven doorgang vinden, zolang die voldoende aantoonbare regionale meerwaarde hebben en hergebruik van bestaande terreinen in beschouwing is genomen (programma GRIP op grote bedrijfsvestigingen). Die afspraken zijn gebaseerd op prognoses tot en met 2030. Omdat door de schaarse ruimte niet langer enkel in de ruimtebehoefte kan worden voorzien op nieuwe bedrijventerreinen, bezien we de mogelijkheden om prioriteit in de marktvraag aan te brengen en de efficiency van het ruimtegebruik op bedrijventerreinen te verhogen;

e.

We onderzoeken gezamenlijk in 2023 de mogelijkheden om de hoge milieucategorieën bedrijven te verplaatsen/te bundelen om daarmee potentiële woningbouwlocaties vrij te spelen. We onderzoeken in 2023 gezamenlijk de mogelijkheden om veevoederbedrijven in Foodvalley te bundelen en woningbouwlocaties vrij te spelen in lijn met de motie Geurts (TK 32 847 nr. 890).

4.7 Afstemming met Nationaal Programma Landelijk Gebied Betrokken partijen zetten zich in om de ontwikkelingen in het kader van de verstedelijking mogelijk te maken door binnen en buiten de programmatische aanpak van het Nationaal Programma Landelijk

13

Gebied aanvullend stikstofruimte te realiseren. We werken in het kader van het Nationaal Programma Landelijk Gebied, en daaraan gekoppeld het Veluwearrangement en voor Regio Foodvalley het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied (RPLG), aan een toekomstbestendig landelijk gebied. Belangrijke elementen hierin zijn natuurherstel, herstel van het natuurlijk bodem- en watersysteem, transitie van de landbouw en reductie van emissies, waaronder stikstof. Hieraan gekoppeld worden in de relevante gebieden gebiedsprocessen vormgegeven, waarvoor versnellingsmaatregelen zijn voorgesteld (in het kader van de versnelling stikstofaanpak). Voor het landelijk gebied van grote delen van de regio, met name in Regio Foodvalley, zijn deze opgaven zo bepalend, dat deze programma’s het kader vormen voor de regionale gebiedsontwikkeling. Dit maakt goede afstemming tussen NPLG en daaraan gekoppelde programma’s en het verstedelijkingsconcept essentieel. We stemmen de aanpak van het Nationaal Programma Landelijk Gebied en, daaraan gekoppeld het Veluwearrangement, en voor Regio Foodvalley ook het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied (RPLG), en de uitwerking van het verstedelijkingsconcept integraal af.

Betrokken partijen zetten zich in om de ontwikkelingen in het kader van de verstedelijking mogelijk te maken door binnen en buiten de programmatische aanpak van het Nationaal Programma Landelijk Gebied aanvullend stikstofruimte te realiseren. We streven ernaar in de uitvoering van het verstedelijkingsprogramma en de daarin opgenomen maatregelen te zorgen voor zo min mogelijk stikstofbelasting van de omgeving. We besteden daarbij gericht aandacht aan het reduceren van uitstoot van stikstof in de aanleg- en gebruiksfase - onder andere door het bevorderen van duurzame mobiliteit. De voor de verstedelijking benodigde stikstofruimte is niet maatgevend voor het programma NPLG. Beide programma’s kennen een eigen doelstelling en ambitie en worden door betrokken partijen zo goed mogelijk op elkaar afgestemd. We onderzoeken gezamenlijk de mogelijkheden om te komen tot maatregelen, die in de gebruiksfase leiden tot een lage stikstofuitstoot. 4.8 Afspraken over energie We streven in de regio Arnhem Nijmegen Foodvalley naar een duurzame woningvoorraad en dragen naar rato bij te dragen aan de nationale doelstellingen van het klimaatbeleid om door een energietransitie de uitstoot van CO₂ terug te dringen.

We houden rekening met doelstellingen en uitgangspunten van de energietransitie bij de uitvoering van de maatregelen uit het verstedelijkingsprogramma voor de regio en zoeken naar koppelkansen bij de investeringen die we daarvoor verrichten. De uitwerking van de verstedelijkingsopgaven in het verstedelijkingsprogramma doen we in samenhang met de uitwerking van de RES’en. We brengen ten behoeve van de grootschalige NOVEXwoningbouwlocaties in beeld welke maatregelen in de stedelijke energie- en warmte-infrastructuur nodig zijn om deze gebieden te voorzien van een duurzame en betaalbare warmtevoorziening. Voor de verstedelijking van de regio en de voortgang van de energietransitie is voldoende capaciteit op het nationale en regionale energienet noodzakelijk. We brengen samen met de landelijke en regionale netbeheerders de effecten in beeld van de verstedelijking op de capaciteit van het elektriciteitsnet en bepalen op grond hiervan welke maatregelen noodzakelijk om deze afspraken uit te voeren. 5.

Uitwerking in verstedelijkings- en gebiedsprogramma’s

14

In het verstedelijkingsconcept ‘Meer landschap en meer stad’ hebben we gezamenlijk een integrale strategie voor de verstedelijking van de regio uitgewerkt. Deze strategie, waaronder de ontwerpprincipes, is het ruimtelijk perspectief voor de verstedelijking van de regio. Het concept is daarmee dus ook de basis voor onze samenwerking aan verstedelijking van dit gebied. Wij werken de strategie uit in onze andere beleidsvisies en -documenten, zoals onder andere onze omgevingsvisies en de ruimtelijke puzzel die onder regie van de provincies in 2023 wordt gelegd. Daarnaast vertalen we het verstedelijkingsconcept in uitvoeringsprogramma’s. 5.1

Verstedelijkingsprogramma

We werken samen voor het BO MIRT van november 2023 de strategie uit in een verstedelijkingsprogramma voor de regio. Wij werken daarin de uitvoering van het verstedelijkingsconcept in de periode 2023-2040 nader uit. In het kader van het verstedelijkingsprogramma zorgen wij voor de sturing op de onderlinge samenhang in programmering, uitvoering, monitoring en bijsturing van het programma. De maatregelen zullen waarschijnlijk aan verschillende, meer sectorale tafels, genomen worden. Het verstedelijkingsprogramma heeft als doel samenhang te breng in de maatregelen om zo tot een betere koppeling, integrale afweging, prioritering en fasering te komen. Het verstedelijkingsprogramma zal bestaan uit de volgende onderdelen: a. de voorziene maatregelen om het verstedelijkingsconcept uit te voeren uitgesplitst naar de b.

bouwstenen leefomgeving, mobiliteit, economie en wonen; de wijze waarop de overheden in het gebied samenwerken aan de uitvoering van het

c.

programma; de onderzoeken, ruimtelijke besluiten en projecten om het verstedelijkingsconcept uit te voeren. In het programma wordt opgenomen: welke overheid primair verantwoordelijk is voor de uitvoering van een maatregel, de bekostiging van de maatregel, het besluitvormingsproces, de planning voor uitwerking, voorbereiding en uitvoering, de randvoorwaarden die andere overheden verzorgen, de wijze waarop ontwerpprincipes uit het verstedelijkingsconcept worden toegepast.

Het verstedelijkingsprogramma heeft een adaptief karakter. Dat betekent dat we het periodiek bijstellen op basis van voortgang van de uitvoering, van de ontwikkelingen in de regio en van de inzichten uit nationale programma’s en regionale trajecten. Onder andere zullen we voor het BO-Leefomgeving van 2024 het programma verbinden met het Nationaal Programma Landelijk Gebied, de Regionale Energie Strategieën en maatregelen ten aanzien van de energie-infrastructuur. Zo maken we van dit programma hét integrerende realisatieprogramma voor onze activiteiten in de fysieke leefomgeving. Daarmee krijgt het programma de status van ruimtelijk arrangement voor deze twee regio’s samen én vormt dit het uitvoeringsprogramma voor NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley.

5.2

Gebiedsprogramma’s

We werken de verstedelijking binnen de regio uit in acht gebieden. We hebben samen per gebied gebiedsuitwerkingen met een onderzoeksagenda uitgewerkt, die onderdeel uitmaakt van het verstedelijkingsconcept. De provincies, gemeenten en waterschappen in het gebied werken op basis van deze gebiedsuitwerkingen voor november 2023 een gebiedsprogramma uit en stellen die vast per gebied. Die programma’s kennen een vergelijkbare opbouw als hierboven aangegeven voor het verstedelijkingsprogramma, maar kennen een gedetailleerder schaalniveau. Deze

15

gebiedsprogramma’s en de ervaringen met de uitvoering daarvan vormen een belangrijke grondslag voor adaptief bijstellen van het verstedelijkingsprogramma. Ook het gebiedsprogramma heeft een adaptief karakter en willen we verbreden met opgaven voor het NPLG en de energietransitie. Jaarlijks wordt er over de voortgang gerapporteerd en wordt op grond hiervan het programma geactualiseerd. Als de overheden in een gebied daar de voorkeur aangeven, kunnen zij besluiten voor twee of meer gebieden één gezamenlijk programma te maken. Ze passen dan ook de governancestructuur en het gebiedsoverleg daaropaan. 6.

Samenwerking overheden

We sturen gezamenlijk op het realiseren van het verstedelijkingsconcept in de regio op de schaal van het NOVEX-gebied Arnhem/Nijmegen/Foodvalley. Dit doen we vanuit de gedachte te werken als één overheid (vanuit het stelsel Omgevingswet). We hanteren bij onze samenwerking een aantal samenwerkingsprincipes: 1. Het verstedelijkingsconcept vormt voor de overheden in de samenwerking de gedeelde ambitie, opgave en visie leidend voor hun handelen in het ruimtelijk domein. De provincies en gemeenten in de regio vertalen het verstedelijkingsconcept en de daarin opgenomen ontwerpprincipes in hun omgevingsbeleid als provinciaal/gemeentelijk belang; 2. De overheden werken samen in open en gelijkwaardige verhoudingen en in gedeeld eigenaarschap aan de realisatie van de gezamenlijke opgave. Zij werken samen op basis van een open agenda, waarbij zij gezamenlijk met een open blik zoeken naar een oplossing voor de gezamenlijke opgaven; 3. De overheden werken in de samenwerking vanuit hun democratische legitimatie, waarbij besluitvorming plaatsvindt door en verantwoording aan de volksvertegenwoordiging. De uitvoering van het verstedelijkingsconcept vindt plaats op basis van wettelijke instrumenten als omgevingsvisies, omgevingsplannen/ bestemmingsplannen, verordeningen, programma’s en/of projectbesluiten; 4.

De overheden blijven met elkaar in gesprek over de samenwerking en de voortgang van de uitvoering van het verstedelijkingsconcept en de gemaakte afspraken. Zij spreken elkaar aan wanneer afspraken niet worden nagekomen. De delegaties van deelnemende overheden organiseren zelf het mandaat in de samenwerking, zodat ze kunnen bijdragen namens hun bestuur. Provincies, de Regio Foodvalley en Groene Metropoolregio zorgen voor gezamenlijkheid in de inbreng vanuit de regio. De vertegenwoordigers van het Rijk zorgen voor gezamenlijkheid in de inbreng vanuit de departementen. 5. De overheden betrekken om breed draagvlak voor de verstedelijking te krijgen partners in de regio bij het uitwerken van de strategie, zoals woningcorporaties, projectontwikkelaars, landschaps- en natuurorganisaties en Economic Boards.

7. Governance verstedelijking 7.1 Bespreking voortgang in bestuurlijk overleg Leefomgeving en MIRT We benutten jaarlijks het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving in het voorjaar en in het najaar in het Bestuurlijk Overleg MIRT in de landsdelen Oost en Noordwest om nadere afspraken te maken over de uitvoering van het verstedelijkingsconcept. Vanuit de regio nemen in ieder geval een bestuurlijk vertegenwoordiger namens de provincies en namens de gemeenten in de regio deel aan dit overleg.

16

We bespreken indien nodig tijdens deze overleggen, de voortgang van de uitvoering van de afspraken en de samenwerking. Daarbij bespreken we de mate waarin de doelstellingen van de verstedelijkingsstrategie worden bereikt en de samenhang met andere nationale en regionale ruimtelijke programma’s. 7.2 Bestuurlijk kernteam en gebiedsoverleggen We bespreken in het bestuurlijk kernteam de voortgang van de uitvoering van het verstedelijkingsconcept en kijken we strategisch vooruit. Het bestuurlijk kernteam is het voorbereidend gremium richting het BOL en BO MIRT met betrekking tot de verstedelijkingsstrategie en -afspraken. In het bestuurlijke kernteam zijn bestuurders van provincies, gemeenten en waterschappen en vertegenwoordigers van het rijk op directieniveau aanwezig. We benutten het bestuurlijk kernteam om knelpunten in de voortgang van de gemaakte afspraken, of bijvoorbeeld bij botsende belangen of ontwerpprincipes met elkaar te bespreken zodat we stappen kunnen zetten om alsnog de afspraken te kunnen uitvoeren. Zo’n stap kan zijn: a. b.

overleggen met de verantwoordelijke overheid; afspraken maken over hulp tussen overheden;

c.

wegnemen van belemmeringen, inzet van mensen, middelen, kennis of instrumenten of realiseren van randvoorwaarden;

d.

voorstellen aan het BO-L of BO-MIRT om deze afspraken of het verstedelijkingsprogramma te wijzigen als blijkt dat deze niet realiseerbaar zijn;

e.

adviseren aan het bevoegde bestuursorgaan instrumentarium op grond van de Omgevingswet in te zetten.

Per gebied bespreken de gemeenten, provincies en waterschappen in het Bestuurlijke gebiedsoverleg de voortgang van de uitvoering van de verstedelijkingsstrategie voor dat gebied. De acht Bestuurlijke gebiedsoverleggen zijn verantwoordelijk voor het opstellen en actualiseren van de gebiedsprogramma’s. In de gebiedsprogramma’s werken de overheden in dat gebied hun onderlinge samenwerking nader uit. Ook in de gebiedsoverleggen wordt besproken welke stappen te zetten indien de uitvoering van de afspraken per gebied achterblijft. We kijken eens in de twee jaar of deze overlegstructuur goed werkt, of dat we behoefte hebben aan bijstelling van deze manier van samen sturen. 7.3

Rapportage, monitoring, evaluatie

Tweemaal per jaar wordt in het Bestuurlijk kernteam gerapporteerd over de uitvoering van de afgesproken maatregelen en de resultaten daarvan. We werken een systematiek uit om te rapporteren over de uitvoering van de maatregelen en de toepassing van de ontwerpprincipes. Daarnaast werken we een systematiek uit om de resultaten van de uitvoering van deze afspraken te monitoren. Bij de monitoring maken we waar mogelijk gebruik van bestaande monitorinstrumenten. De monitoring van de voortgang van de woningbouwopgave verloopt via de interbestuurlijke landelijke monitor voortgang woningbouw. De monitor- en rapportagesystematiek sluit aan op de behoefte aan landelijke rapportage en monitoring van de verstedelijkingsafspraken en op de behoefte aan inzicht in voortgang van de uitvoering en resultaten daarvan in de regio. Op basis daarvan kunnen we continue bijsturen als dat nodig is. Aanvullend daarop evalueren we eens in de vijf jaar de samenwerking en de effecten van het verstedelijkingsconcept en onze afspraken over de uitvoering. Daarbij besteden we in ieder geval aandacht aan:

17

a.

de verhouding tussen vraag en aanbod op de regionale woningmarkt;

b. c.

de balans tussen de hoeveelheid inwoners en arbeidsplaatsen in de regio; de verhouding tussen vraag en aanbod voor werklocaties in de regio;

d.

de bereikbaarheid van woon- en werklocaties in de regio – met name met duurzame vervoersmodaliteit;

e. f.

de balans tussen verstedelijking en natuurontwikkeling in de regio; de ontwikkeling van de stikstofruimte in de regio om de verstedelijkingsopgave te realiseren;

g.

de ontwikkeling van de energietransitie in de regio en de duurzaamheid van de energievoorziening van de nieuw te realiseren woningbouwlocaties;

h. i.

de klimaatbestendigheid van de ontwikkeling van de regio; de toepassing van de ontwerpprincipes per bouwsteen in de realisatie van het

j.

verstedelijkingsconcept; de wijze van samenwerking door de overheden aan de uitvoering van het

k.

verstedelijkingsconcept; de participatie van bewoners en de betrokkenheid van maatschappelijke partners bij de uitvoering van het verstedelijkingsconcept. 8.

Uitvoering verstedelijking

8.1 Verantwoordelijkheid voor uitvoering maatregelen We spreken met elkaar per maatregel in de verstedelijkings- en gebiedsprogramma’s af welke overheid verantwoordelijk is voor de uitvoering en aan welke condities daarbij moet worden voldaan. De als verantwoordelijk benoemde overheid geeft bestuurlijk sturing en ambtelijk leiding aan de uitvoering van de maatregel. Als de uitvoering van maatregelen raakt aan meerdere overheden kan een stuurgroep worden ingesteld, waarin uitvoering met andere betrokken overheden wordt afgestemd. De budgetten die zijn afgesproken voor de voorbereiding of uitvoering van een maatregel worden ter beschikking gesteld aan de voor de maatregel verantwoordelijke overheid. Die overheid zorgt voor de uitvoering van de maatregel en de inzet van de beschikbare budgetten binnen de kaders die van toepassing zijn. De betrokken overheid rapporteert over de voortgang van de uitvoering van die maatregel. 8.2 Programmaorganisatie We richten een programmaorganisatie in voor de afstemming tussen betrokken overheden van de uitvoering van het verstedelijkingsakkoord en de monitoring daarvan. Daarbij maken we gebruik van de al bestaande samenwerking in en tussen de regio Foodvalley, de Groene Metropoolregio en de gebieden en met rijk, provincies en waterschappen. De programmaorganisatie wordt aangestuurd door een overleg van directeuren vanuit de overheden.

De programma-organisatie zorgt voor: a.

De voorbereiding van de bespreking van de uitvoering van het verstedelijkingsconcept in bestuurlijke overleggen;

b. c.

Het zorgen voor de samenhang in de uitvoering van het verstedelijkingsconcept; De rapportage over de uitvoering van deze afspraken en monitoring van de resultaten;

d. e.

De evaluatie van de effecten van de uitvoering van het verstedelijkingsconcept; De voorbereiding van aanvullende afspraken of van bijstelling van deze afspraken.

18

Zoals eerder aangegeven is de programmaorganisatie niet verantwoordelijk voor de daadwerkelijke uitvoering van de maatregelen die we met elkaar hebben afgesproken. Die verantwoordelijkheid ligt bij de overheden, die daarvoor per maatregel zijn afgesproken.

19

/ Bijlage: Afspraken in BO MIRT van 10 november 2022 die bijdragen aan fase 1 van het verstedelijkingsprogramma 1. 2.

Afspraken over de bereikbaarheid van de regio; Afspraken over de grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties;

3.

Afspraken over de versnellingslocaties.

Verstedelijkingsstrategie Regio Arnhem-Nijmegen-Foodvalley • Rijk (BZK, IenW, EZK en LNV) en regio (26 gemeenten, provincie Gelderland en Utrecht en drie waterschappen) stellen de verstedelijkingsafspraken voor de NOVEX-regio Arnhem Nijmegen Foodvalley vast. Hiermee spreken we de ambities uit: o

Balans in de ontwikkeling van stad en landschap, onder andere door de realisatie en/of ontsluiting van ca. 5.000 hectare (recreatieve) uitloopgebieden;

o

Een regionale economische ontwikkeling die zorgt voor evenwichtige ontwikkeling tussen wonen en werken (ca. 100.000 extra arbeidsplaatsen);

o

Een goede bereikbaarheid van de woon- en werklocaties dankzij duurzame ontsluiting;

o

100.000 woningen (waarvan een groot deel in het betaalbare segment) te realiseren met de bijbehorende en deels randvoorwaardelijke opgaven voor werklocaties, bereikbaarheid, recreatie, klimaat en water, energietransitie, landbouw, stikstof, leefbaarheid, natuur en landschap. Daarbij houden we rekening met onzekerheden en randvoorwaarden. Het gaat om 40.000 woningen in de Foodvalley en 60.000 woningen in de Groene Metropoolregio (GMR).

•

Onderdeel van die afspraken is een aantal concrete afspraken met betrekking tot bereikbaarheid, zie bijlagen hieronder.

•

Rijk en regio’s spreken af voor het BO MIRT 2023 het ontwikkelperspectief voor het NOVEXgebied verder uit te werken in een verstedelijkingsprogramma, en dit (daarna) te verbreden met de opgaven in het landelijke gebied (waaronder NPLG) en de opgaven voor energie(netwerken).

•

Voor het NOVEX-gebied is de Minister voor Natuur en Stikstof vanuit het Rijk trekkend bewindspersoon. Vanuit de regio Arnhem Nijmegen Foodvalley zijn de bestuurlijk trekkers de voorzitter van het regionale Bestuurlijk kernteam verstedelijking ANFV, en de gedeputeerde voor onder meer wonen van de Provincie Gelderland.

20

1. Afspraken BO MIRT Oost 2022 over de bereikbaarheid van de regio RegioExpres: sneltrein op spoor Arnhem-Doetinchem-Winterswijk voor bereikbare woningbouwlocaties In het kort: •

De RegioExpres is een sneltrein op de spoorverbinding Arnhem – Doetinchem – Winterswijk. De RegioExpres zorgt voor een sterke verbetering van de bereikbaarheid, woon- en werkomgeving en leefbaarheid in de regio’s Liemers en Achterhoek en in Arnhem met samen meer dan 700.000 inwoners. Deze gebieden groeien de komende jaren door toevoeging van ca. 25.000 woningen uit de verstedelijkingsopgave. Het huidige aantal reizigers per dag op de lijn is 21.000, er wordt een (structurele) reizigersgroei verwacht van ongeveer 20%. Tussen de Achterhoek en Arnhem loopt dit zelfs op tot ongeveer 40% als gevolg van de RegioExpres. De reistijd wordt tussen Doetinchem en Arnhem met 11 minuten verkort en voor reizigers die overstappen op een ic-verbinding naar de Randstad kan dit zelfs

•

oplopen tot 26 minuten. Rijk en regio willen voor de nieuwe woningbouwlocaties in Arnhem, ten oosten van Arnhem en in de Achterhoek een duurzame ontsluiting realiseren via het bestaande spoor ArnhemWinterswijk. De reizigersgroei als gevolg van de verstedelijking kan de huidige treinverbinding niet aan. De mensen passen in de spits niet meer in de trein (bron IMA 2021). Met de RegioExpres kan deze reizigersgroei opgevangen worden en wordt de trein

•

een snel en reëel alternatief voor de auto (A12 en A18). De verkenning voor de RegioExpres is afgerond en het voorkeursalternatief is vastgesteld (december 2021). De eerste fase van de planuitwerking wordt in november 2022 afgerond.

Besluiten: • Rijk en regio constateren dat de RegioExpres een belangrijk onderdeel is van de duurzame ontsluiting van de woningbouwlocaties Spoorzone Arnhem-Oost (NOVEX) en verder ten oosten van Arnhem locaties uit de verstedelijkingsopgave Arnhem-Nijmegen-Foodvalley en •

in de Achterhoek. Rijk en regio streven ernaar om de RegioExpres per start dienstregeling 2027 te laten rijden

•

en het vastgestelde voorkeursalternatief (dec 2021) hiervoor als scope te hanteren; Rijk en regio maken afspraken over kosten en risico’s volgens het landelijke afsprakenkader derden werken, wat in dit geval betekent dat: o Rijk en regio investeren samen in de RegioExpres en delen de totale kosten 50/50,

delen de risico’s naar rato en gaan uit van maximaal 150 miljoen euro (excl. btw, pp. 2022) voor de aanlegkosten;

o

Het Rijk draagt de kosten voor beheer en onderhoud. Deze bedragen 2,5 miljoen euro en worden verminderd op de Rijksbijdrage aan de aanlegkosten;

o

De Rijksbijdrage wordt volledig ingezet voor de aanpassing van hoofdspoorweginfrastructuur (HSWI). Dit betekent dat ProRail een ‘niet btw- belaste

o o o

prestatie’ verricht aan de provincie; Rijk en regio indexeren hun bijdrage jaarlijks tot naar het jaar van uitvoering met de uitgekeerde IBOI (prijs bruto overheidsinvesteringen); De bijdrage van het Rijk wordt direct na aanbesteding van het Werk aan de regio overgemaakt; Middels een stuurgroep zijn Rijk en regio gezamenlijk opdrachtgever én daarmee beide risicodragend: de regio is dagelijks opdrachtgever van ProRail.

21

Spoor Utrecht-Foodvalley-Arnhem In het kort: •

Rijk en regio zien opgaven op de spoorcorridor Utrecht-Foodvalley-Arnhem-Duitsland in relatie tot verstedelijking, bereikbaarheid en impact op de fysieke leefomgeving.

•

Ze besluiten tot starten van een proces om tot een MIRT-onderzoek te komen.

Besluiten: •

Rijk en regio spreken af samen het proces te starten om te komen tot een MIRT- onderzoek naar de corridor Utrecht – Foodvalley – Arnhem (A12).

•

Rijk en regio streven ernaar om deze onderzoeksopzet in het BO Leefomgeving 2023 gereed te hebben voor besluitvorming en daarna het MIRT-onderzoek te starten.

•

Tussen Rijk en regio vindt de komende maanden afstemming plaats over de scope, waarbij in ieder geval als uitgangspunten worden meegenomen: o o o

•

de brede bereikbaarheidsopgave op deze corridor; de verstedelijkingsopgave MRU en Arnhem Nijmegen Foodvalley; de bredere impact op de fysieke leefomgeving van mogelijke bereikbaarheidsmaatregelen.

Rijk en regio zullen in de onderzoeksopzet tevens ingaan op de rolverdeling, taken, verantwoordelijkheden en financiering.

Vrije spoorkruising Arnhem-Oost In het kort: • Rijk en regio besluiten tot starten van een MIRT-onderzoek met een beperkte scope die zich richt op nut, noodzaak, timing en de inpassing van de vrije kruising in het NOVEX-gebied spoorzone Arnhem-Oost. Besluiten: •

Rijk en regio doen een gezamenlijk MIRT-onderzoek naar de inpassing van de vrije kruising in de grootschalige NOVEX-woningbouwlocatie Spoorzone Arnhem-Oost;

•

Rijk en regio vullen dit in als een gebiedsgericht onderzoek met een beperkte scope dat zich richt op het in beeld brengen van de nut, noodzaak, timing, effect, meerwaarde en de inpassing. Dit betreft in ieder geval de volgende aspecten: o Inzicht in de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in de Spoorzone Arnhem-Oost en bereikbaarheid van het gebied ten oosten van Arnhem en de gevolgen voor de bestaande stad.

o o

Zicht op de hiermee samenhangende extra ruimte voor woningbouw. Op basis van de uitkomsten van de netwerkstudies uit het Toekomstbeeld OV wordt daarbij de geboden ruimte voor extra treinen op het spoor (internationaal, nationaal en regionaal), extra stops op station Arnhem-Presikhaaf (KennisCampus Arnhem) en een hogere betrouwbaarheid en robuustheid van het spoornetwerk in Oost-Nederland geduid.

•

Rijk en regio spreken af de resultaten van dit gebiedsonderzoek in het BO MIRT 2023 te agenderen, zodat besluitvorming over het vervolgtraject kan plaatsvinden;

•

Rijk en regio zullen dit onderzoek 50-50 financieren, waarbij partijen gezamenlijk zullen optreden als opdrachtgever

Netwerkanalyse 2030-2040 Foodvalley Arnhem-Nijmegen In het kort: • Vanuit de verstedelijkingsopgave is een samenhang te zien tussen wonen, werken en het mobiliteitsnetwerk (Rijk-provincie-gemeenten/regio).

22

•

De Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA) heeft duidelijk gemaakt dat er nog gezamenlijke uitdagingen liggen in de regio. Hierbij spelen de mobiliteitstransitie en verduurzaming een belangrijke rol.

Besluiten: •

Rijk en regio spreken af om samen het proces te starten om te komen tot een netwerkanalyse 2030-2040 voor regio Arnhem-Nijmegen-Foodvalley. De analyse kan plaatsvinden na afronding van een of meer van de onderzoeken van rijk en regio naar emplacement, vrije spoorkruising in Arnhem-Oost en naar spoorcorridor Utrecht-Arnhem.

•

Tussen Rijk en regio vindt in 2023 alvast afstemming plaats over de scope en methode, waarbij in ieder geval wordt meegenomen: o o o

•

de brede, multimodale bereikbaarheidsopgave; de verstedelijkingsopgave van regio Arnhem - Nijmegen - Foodvalley; de effecten van de groei van het aantal woningen en de economie op de bereikbaarheid van de regio en de samenhang met regionale en nationale

mobiliteitsnetwerken. Rijk en regio zullen in de onderzoeksopzet tevens ingaan op de rolverdeling, taken, verantwoordelijkheden en onderzoekskosten.

Rijnbrug Besluiten: •

•

Voor de verbreding van de Rijnbrug bij Rhenen in een van de 17 NOVEXwoningbouwlocaties, de regio Foodvalley, doet het Rijk een lumpsum bijdrage van €40 miljoen voor prijspeil 2022, incl. BTW. Het project wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van en met verdere bijdragen van de regiopartijen. Risico’s verbonden aan maatregelen die nodig zijn voor de verbreding van de brug liggen bij de provincies Gelderland en Utrecht. Het Rijk indexeert haar bijdrage met de door het Ministerie van Financiën aan IenW uitgekeerde indexatie tot het jaar waarin de bijdrage wordt overgemaakt.

2. Afspraken BO MIRT Oost 2022 met betrekking tot de grootschalige NOVEXwoningbouwlocaties 2.1 Ontsluiting grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties Nijmegen Nijmegen Kanaalzone • • • •

Nijmegen Kanaalzone betreft twee deelgebieden; Winkelsteeg en Dukenburg. Tot en met 2030 worden er in het gebied Kanaalzone-Winkelsteeg ca. 4050 woningen gerealiseerd en 400 woningen na 2030, waarvan gemiddeld 65% betaalbaar. Tot en met 2030 worden er in het gebied Dukenburg ca. 1200 woningen gerealiseerd, waarvan gemiddeld 65% betaalbaar. Vanuit het Mobiliteitsfonds wordt een reservering gedaan voor een taakstellende bijdrage van € 14,5 mln (incl. BTW) voor voor mobiliteitsmaatregelen. Hierbij wordt uitgegaan van 50% cofinanciering door de regio. De beoogde maatregelen waaraan het Rijk hiermee bijdraagt zijn: o De realisatie van een langzaamverkeerstunnel onder Nieuwe Dukenburgseweg. o De realisatie van langzaamverkeerstunnel onder de Graafseweg. o De realisatie van de aanpassingen aan de kruising Graafseweg/Neerbosccheweg ten behoeve van deelgebied Winkelsteeg.

23

De aanvullende mobiliteitsmaatregelen ten behoeve van Kanaalzone-Zuid, te weten doorstromingsmaatregelen S100, aanpassingen invalswegen, optimalisatie kruispunten, VRI’s, HOV-knoop, Hub nabij en naar Station Nijmegen Goffert en fietsmaatregelen naar Winkelsteeg. Een groot deel van de opgave in de Kanaalzone wordt reeds bekostigd uit Wbi en versnellingsmaatregelen. De totale bijdrage vanuit het Rijk ten behoeve van het gebied de Kanaalzone bedraagt € 14,5 mln (incl. BTW), bovenop de eerder voor dit gebied toegezegde middelen. o

• •

Nijmegen Stationsgebied • • •

•

• •

•

•

•

Tot en met 2030 worden er in het Stationsgebied ca. 3500 woningen gerealiseerd en 1.000 woningen na 2030. Het Aandeel sociaal/middensegment cq betaalbaar bedraagt gemiddeld 65% Vanuit het Mobiliteitsfonds wordt een reservering gedaan voor een taakstellende bijdrage van € 2,4 mln (incl. BTW) voor een pakket mobiliteitsmaatregelen. Hierbij wordt uitgegaan van 50% cofinanciering door de regio. De beoogde maatregelen waaraan het Rijk bijdraagt zijn: o De ontsluiting van het Vissers terrein/ de P+R locatie. o De verbeterde toegankelijkheid van de westentree van het station Nijmegen Vanuit het Mobiliteitsfonds wordt een reservering gedaan voor een taakstellende bijdrage van € 7,4 mln (incl. BTW) voor een pakket stationsmaatregelen. De beoogde maatregelen waaraan het Rijk bijdraagt zijn aanvullende mobiliteitsmaatregelen ten behoeve van de bereikbaarheid van en naar het Stationsgebied waaronder fietsroutes, fietsopgangen, een transferium en onderzoek naar een HOV schaalsprong. Een groot deel van de opgave in het Stationsgebied wordt reeds bekostigd uit eerdere MIRT afspraak (2020) station, Wbi en versnellingsafspraken. De totale bijdrage vanuit het Rijk ten behoeve van het Stationsgebied bedraagt € 9,7 mln (incl. BTW), bovenop de eerder toegezegde middelen (zie vorige punt).

De regio zet zich de komende periode in voor het dekken van haar deel van het afgesproken mobiliteitspakket voor de bouw van 8.750 woningen in de periode tot en met 2030 (met inachtneming van het budgetrecht van raden/staten), zodat in het BOL 2023 definitieve afspraken kunnen worden vastgesteld. Bovenstaande afspraken passen binnen de verstedelijkingsstrategie Arnhem, Nijmegen, Foodvalley en met deze afspraken wordt voor Nijmegen een belangrijke stap in de realisatie van de verstedelijkingsstrategie gezet. Rijk en regio werken gezamenlijk aan het op orde brengen van de benodigde randvoorwaarden om de realisatie mogelijk te maken, waaronder: verplaatsing bedrijvigheid, aanpak stikstof, versterking van het landschap, de natuur en energie, bereikbaarheid en energienetwerken (elektra en warmte).

2.2 Ontsluiting grootschalige NOVEX-woningbouwlocatie Foodvalley Regio en gemeenten hebben een businesscase opgesteld waarin onder andere een pakket mobiliteitsmaatregelen is opgenomen voor de ontsluiting van woningen tot en met 2030 in de grootschalige NOVEX-woningbouwlocatie Regio Foodvalley. Deze mobiliteitsmaatregelen dragen in enkele gevallen ook bij aan de bereikbaarheid van andere woningbouwlocaties in Regio Foodvalley. Woningbouw •

In de grootschalige NOVEX-woningbouwlocatie Regio Foodvalley worden tot en met 2030 7.000 woningen gebouwd en mogelijk aanvullend 7.700 woningen na 2030. Ruim de helft

24

van de woningen die tot en met 2030 worden gerealiseerd bevindt zich in het betaalbare segment. Mobiliteitsmaatregelen • Het Rijk reserveert middelen voor een mobiliteitspakket voor de ontsluiting van de grootschalige NOVEX-woningbouwlocatie Regio Foodvalley. De taakstellende bijdrage van het rijk is € 67 mln (prijspeil 2022, inclusief btw). Het bedrag wordt -tot aan het moment van uitkeren- jaarlijks geïndexeerd met de uitgekeerde IBOI. Er zal afdracht plaatsvinden aan het btw-compensatiefonds. •

•

Deze middelen worden uitgekeerd via een specifieke uitkering. Kostenverhogende scopewijzigingen en verdere risico’s zijn voor rekening van de gemeente (danwel in samenwerking met mede-bekostigende partners zoals provincie en marktpartijen, etc.). De beoogde maatregelen waaraan het Rijk hiermee bijdraagt zijn: o o o

Bij Ede Zuidoost een brug Noordplein-WFC en de HOV-ontsluiting van dit gebied. Bij Kernhem-Noord de ontsluiting van de wijk op A30 (via bestaande op- en afritten) en de fietsroute Kernhem Noord- Ede Centrum. Bij Veenendaal Spoorzone:

o o

De HOV-lijn Veenendaal-Ede en de ontsluiting De hub Veenendaal Centrum

o

Bij Barneveld de ontsluiting van woonwijk Bloemendal in relatie tot de A30 en de fietsroute Bloemendal-Station Barneveld Noord.

o o

De fietsroute Veenendaal Centrum-De Klomp De verbreding van de oostelijke rondweg N233

Proces •

Bovenstaande afspraken over woningbouw en mobiliteit worden opgenomen in de beoogde Woondeal Regio Foodvalley.

•

De regio zet zich in voor het dekken van haar deel van het afgesproken mobiliteitspakket voor de bouw van 7.000 woningen in de periode tot en met 2030 (met inachtneming van het budgetrecht van raden/staten), zodat in het BOL 2023 definitieve afspraken kunnen worden vastgesteld.

•

•

Bovenstaande afspraken passen binnen de Verstedelijkingsstrategie Arnhem Nijmegen Foodvalley en met deze afspraken wordt voor Regio Foodvalley een eerste belangrijke stap in de realisatie van de verstedelijkingsstrategie gezet. Rijk en regio werken gezamenlijk aan het op orde brengen van de benodigde randvoorwaarden om de realisatie mogelijk te maken: verplaatsing bedrijvigheid, opheffing hindercirkels, aanpak stikstof, versterking van het landschap, de natuur en energie, bereikbaarheid en energienetwerken (elektra en warmte).

2.3 Spoorzone Arnhem-Oost •

Het rijk en de regio spreken een langjarig commitment uit voor de gezamenlijke ontwikkeling van de grootschalige NOVEX-woningbouwlocatie Spoorzone Arnhem-Oost en zetten met deze afspraken een eerste belangrijke stap om de ambities van de Spoorzone Arnhem-Oost te realiseren.

•

Partijen constateren dat voor de ontwikkeling van het gebied Spoorzone Arnhem- Oost een gefaseerde ontwikkelstrategie passend is.

•

De spoorzone valt in ieder geval uiteen in twee delen: Rijnpark en Presikhaaf (waaronder KennisCampus).

25

Deelgebied Presikhaaf •

Het rijk reserveert middelen voor een mobiliteitspakket voor de ontsluiting van het deelgebied Presikhaaf.

•

De taakstellende bijdrage van het rijk is € 22 mln. (prijspeil 2022 incl. btw), uitgaande van minimaal 50% cofinanciering. Het bedrag wordt tot het moment van uitkeren jaarlijks geïndexeerd met de uitgekeerde IBOI. Er zal afdracht plaatsvinden aan het BTWcompensatiefonds.

•

De beoogde maatregelen waaraan het rijk hiermee bijdraagt zijn: o Spooronderdoorgangen o o

•

Hoogwaardige fietsroutes Stedelijke hoofdfietsroutes

o Herstructering van de wegprofielen. Rijk en regio doen een gezamenlijk MIRT-onderzoek naar de inpassing van de vrije kruising in de grootschalige NOVEX-woningbouwlocatie Spoorzone Arnhem-Oost.

Deelgebied Rijnpark •

Rijk en regio gaan gezamenlijk de ontwikkelopgave van Rijnpark verder verkennen en een gefaseerde ontwikkelstrategie uitwerken.

•

De beoogde rijksbijdrage aan de eerste fase van de ontwikkeling van Rijnpark bedraagt € 50 mln. incl. btw en kan niet binnen de beschikbare middelen worden gehonoreerd. Omdat de gezamenlijke ontwikkeling van Rijnpark als kansrijk wordt beschouwd, zal het Ministerie van BZK een voorstel uitwerken waarmee dit binnen de begroting kan worden geaccommodeerd. Dit voorstel zal onderdeel zijn van de (rijksbrede) voorjaarsbesluitvorming. In het BO Leefomgeving in het voorjaar zal de regio worden geïnformeerd over de mogelijke Rijksbijdrage.

•

Bij de beoogde rijkbijdrage wordt uitgegaan van de benodigde financiële inspanning door de regio om de ontwikkelopgave te kunnen realiseren.

•

De beoogde rijksbijdrage is verbonden aan de volgende voorwaarden: o

De regio ontwikkelt samen met het rijk een haalbaar ruimtelijk plan met een kwalitatief hoogwaardige invulling voor toekomstbestendige woningbouw (voor tenminste 2.400 woningen tot en met 2030). Onderdelen hiervan zijn een ontwikkelstrategie met programmering, een fasering en planning, een grondstrategie (aan- en verkoop), een juridische-planologische aanpak en een technische financiële onderbouwing. Dit wordt samen met marktpartijen getoetst op maak- en haalbaarheid.

o

In het licht van de verstedelijkingsstrategie Arnhem Nijmegen Foodvalley werken Rijk en regio aan een haalbaarheidsstudie naar de uitplaatsing van het spooremplacement ‘Arnhem goederen’ en mogelijke alternatieve locaties. Op basis van deze haalbaarheidsstudie wordt, in afstemming met alle betrokken partijen, een integrale business case opgesteld (inclusief exploitatie en bedrijfsvoeringskosten), waarbij de lange termijn ontwikkelingen op het spoor (waaronder gelijkwaardige functionaliteit) en de stedelijke ontwikkeling van de locatie worden betrokken.

o

Rijk en regio spannen zich in om de resultaten van de haalbaarheidstudie uitplaatsing spooremplacement Arnhem-Oost te bespreken op het BOL van het voorjaar 2023.

o

Mocht de haalbaarheid van het ruimtelijk plan niet vastgesteld kunnen worden dan overleggen rijk en regio over andere mogelijkheden voor (grootschalige) woningbouw in Arnhem Oost.

26

Proces •

Rijk en regio spreken af om het ruimtelijk plan Rijnpark, inclusief ontwikkelstrategie en de overige bovengenoemde voorwaarden, gereed te hebben voor bespreking in het BOL van voorjaar 2023. Ook zal de regio dan worden geïnformeerd over de mogelijke rijksbijdrage.

•

Bovenstaande afspraken over woningbouw en mobiliteit worden opgenomen in de Woondeal regio Arnhem/Nijmegen. De voortgang van deze grootschalige NOVEXwoningbouwlocatie zal ook besproken op de woondealtafel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=7ef96682-c829-42a8-840d-521d0c60e7bf