CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-3.8 Besluit B&W over beleidsnota subsidie ontplofbare oorlogsresten d.d. 22-8-23

Gemeenteraad 27 september 2023, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ingekomen en uitgaande stukken31.321 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Organisatieonderdeel: Samenleving Behandelaar: M. Eskens Telefoonnummer: Ter kennisname naar de raad Nummer beleidsproduct:

Onderwerp:

Voorstelnr. 2949 Barneveld, 17 augustus 2023 Portefeuillehouder: J. van der Tak Op overzicht Bestaand beleid (website)

Beleidsnota subsidie ontplofbare oorlogsresten

Gevraagde beslissing: 1. Vaststellen van de beleidsnota subsidie ontplofbare oorlogsresten en deze aanbieden aan de raad via ingekomen stukken rubriek B

1. Inleiding De raad heeft het college via een motie in maart 2023 verzocht om: -beleid te ontwikkelen waarin criteria worden gesteld om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in de kosten van opsporing ontplofbare oorlogsresten via een subsidieaanvraag door de gemeente bij het ministerie van BZK; -in dit beleid de regels van BZK evenwichtig te interpreteren; -in dit beleid bij het maatschappelijk belang ook mee te wegen de ligging van het project t.o.v. woonwijken, bedrijventerreinen en belangrijke verkeers- en vervoersaders en de openbare veiligheid die daarmee gemoeid kan zijn; -jaarlijks te communiceren hoe en wanneer de subsidieaanvraag kan worden ingediend Verder biedt deze nota informatie over de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten (OO) en het proces dat doorlopen dient te worden om de veiligheid te waarborgen en de daarbij behorende taken en verantwoordelijkheden. Er is aandacht voor de wet- en regelgeving die van toepassing is op het omgaan met OO. Daarnaast is er aandacht voor het Certificatieschema opsporing ontplofbare oorlogsresten (CS-OOO).

2. Beoogd effect Deze nota maakt inzichtelijk hoe de gemeente Barneveld de richtlijnen van BZK interpreteert en hoe er subsidie kan worden aangevraagd. Daarnaast is ook de wet- en regelgeving weergegeven.

3. Financiën Er zijn geen extra kosten verbonden aan dit voorstel. De gemeente kan wel subsidie van het rijk ontvangen door een aanvraag in te dienen voor de gemaakte kosten van projecten in het verleden. Op dit moment bedraagt de subsidie 68% van de gemaakte kosten voor de opsporing van OO.

4. Participatie en Communicatie a)Participatie Het voorstel zit op participatietrede 1, “informeren”. Inwoners van Barneveld worden geïnformeerd over deze nota. b) communicatie Zoals in het beleidsstuk staat vermeld zal de mogelijk tot het aanvragen van de subsidie en deze beleidsnota actief worden gecommuniceerd via de ingediende projectplannen en de gemeentelijke communicatiekanalen. Dit geldt voor zowel nieuwe projecten, als projecten die in het verleden hebben plaatsgevonden en nog geen subsidie aanvraag hebben gedaan.

-2-

5. Bijlagen 1. 2.

Beleidsnota subsidie ontplofbare oorlogsresten gemeente Barneveld Bijlage 4 CS-OOO

Beleidsnota

Ontplofbare Oorlogsresten

Inhoud 1. Inleiding ................................................................................................................................2 2. Beschrijving wet- en regelgeving ..........................................................................................3 3. Onderzoek OO......................................................................................................................5 4. Bommenregeling gemeentefonds.........................................................................................6 5. Aanvraag subsidie ................................................................................................................8 Bijlage 1 Wet- en regelgeving...................................................................................................9 Bijlage 2: Protocol Toevalstreffer Ontplofbare Oorlogsresten ................................................14 Bijlage 3: Stroomschema bij grondverzet in mogelijk verdacht gebied Ontplofbare Oorlogsresten (OO) ................................................................................................................15

Beleidsnota ontplofbare oorlogsresten I 1

1. Inleiding De gemeente Barneveld is tijdens de Tweede Wereldoorlog getroffen door oorlogsgeweld. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben er veelvuldig oorlogshandelingen plaatsgevonden waarbij gebruik werd gemaakt van ontplofbare oorlogsresten (verder te noemen OO), vroeger ook wel Conventionele Explosieven of Niet Gesprongen Explosieven genoemd. Denk hierbij aan vliegtuigbommen, hand- en geweergranaten, artillerie en mortiergranaten, raketten et cetera. Statistisch is aangetoond dat ongeveer 10 á 15% van de tijdens WO-II gebruikte OO niet tot de gewenste uitwerking kwam en als blindganger is achtergebleven. Bij grondroerende werkzaamheden bestaat een kleine kans dat men in aanraking komt met achtergebleven OO. Deze beleidsnotitie heeft als doel om inzicht te bieden in het omgaan met OO in de gemeente Barneveld. De nota biedt informatie over de mogelijke aanwezigheid van OO en het proces dat doorlopen dient te worden om de veiligheid te waarborgen en de daarbij behorende taken en verantwoordelijkheden. Er is aandacht voor de wet- en regelgeving die van toepassing is op het omgaan met OO. Daarnaast is er aandacht voor het Certificatieschema opsporing ontplofbare oorlogsresten (CS-OOO). Tot slot wordt er duidelijkheid verschaft over de mogelijkheid om subsidie aan te vragen voor gemaakte kosten.

1.1 Gebruikers Deze nota richt zich op initiatiefnemers en gemeentelijke projectleiders van grondverzet, bouwprojecten, infrastructuurplannen, baggerwerkzaamheden, enzovoort.

1.2 Doel Deze nota heeft als doel: • • • •

Het voorkomen van het ongecontroleerd exploderen van OO; Inzicht krijgen in de OO risicogebieden; Inzicht krijgen in het proces dat dient doorlopen te worden voordat gestart wordt met werkzaamheden; Duidelijkheid te verschaffen over de mogelijkheid tot het aanvragen van subsidie voor de gemaakte kosten. •

Beleidsnota ontplofbare oorlogsresten I 2

2. Beschrijving wet- en regelgeving OO vallen onder verschillende wet- en regelgeving. Op verschillende deelaspecten zijn andere regelingen van toepassing. Bij het opstellen van dit document is uitgegaan van de op dit moment geldende wet- en regelgeving. De wet- en regelgeving wordt gemonitord en indien nodig verwerkt in het beleid. • •

•

• •

Arbeidsomstandighedenwet, artikel 5, hier is de verplichting verankerd voor het doen van een risico-inventarisatie en -evaluatie door de werkgever. Arbeidsomstandighedenbesluit, artikel 4.10, lid 2: is opgenomen dat een werkgever vooraf moet uitsluiten of er risico’s bestaan m.b.t. OO. Als er risico’s zijn moeten er passende maatregelen genomen worden om gevaar te voorkomen. Certificatieschema opsporing ontplofbare oorlogsresten (CS-OOO), 1 januari 2021. Hierin staat de richtlijnen, proceseisen en deskundigheidseisen opgenomen waan onderzoek en opsporing moet voldoen. Gemeentewet, artikel 172 waarin de burgemeester is belast met handhaving van de openbare orde. Artikelen 175 en 176 gaan over noodbevel en noodverordening. Wet Wapens en Munitie houdende regels over het vervaardigen, verhandelen, vervoeren, voorhanden hebben, dragen enzovoorts van wapens en munitie.

Dit beleid van de gemeente Barneveld is niet in strijd met de bovengenoemde wettelijke regelingen, een en ander voor zover deze regelingen van kracht waren op het tijdstip van de vaststelling. Verdere toelichting op OO gerelateerde wetgeving is opgenomen in bijlage 1 van dit beleid. In bijlage 4 staat het Certificatieschema CS-000.

2.1 Taken en bevoegdheden Voor de verschillende rollen in het proces bij het opsporen en ruimen van OO gelden taken en verantwoordelijkheden. Deze zijn hieronder kort weergegeven. Initiatiefnemer Iedere persoon of organisatie die van plan is om grondverzet te plegen, bouwprojecten of infrastructurele plannen te ontwikkelen, te baggeren, enzovoorts, is verplicht om te informeren bij de gemeente naar de mogelijke aanwezigheid van OO op het betreffende perceel. Dit geldt zowel voor gemeentelijke als voor niet-gemeentelijke projecten. Een initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de veiligheid van zijn eigen medewerkers en personen die in zijn opdracht werkzaamheden uitvoeren. (Arbeidsomstandighedenwet artikel, 5 en Arbeidsomstandighedenbesluit, artikel 4.10) Bevoegd gezag De burgemeester is eindverantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid binnen de gemeente op grond van artikel 172 van de Gemeentewet. Op basis van de artikelen 175 en 176 van de Gemeentewet kan de burgemeester in uitzonderlijke gevallen voor het handhaven van de openbare orde of voor het beperken van eventueel gevaar bevelen of algemeen bindende voorschriften geven voor de locatie waar naar OO wordt gezocht, of waar een OO wordt geruimd.

De burgemeester als bevoegd gezag kijkt of in het projectplan de relevante onderdelen voor de openbare orde en veiligheid zijn beschreven en tekent het projectplan zodat het opsporingsbedrijf mag communiceren met de EODD als een OO wordt aangetroffen.

Beleidsnota ontplofbare oorlogsresten I 3

Opsporingsbedrijf OO Indien in het kader van het nader onderzoek opsporing (detecteren en/of benaderen van OO) dient plaats te vinden, moet hiervoor door het CS-OOO gecertificeerde bedrijf dat de opsporing zal verrichten een projectplan worden opgesteld. Dit projectplan dient de initiatiefnemer, afhankelijk van de scope van het project ter kennisname (detectie) of ter ondertekening (detectie en/of benaderen) aan de gemeente voor te leggen. De opsporing mag alleen door een CS-OOO gecertificeerd bedrijf worden verricht.

2.2 Taakverdeling verantwoordelijke Volgens de bovenstaande wet -en regelgeving zijn de betrokkenen bij het opsporen van OO verantwoordelijk voor het uitvoeren van een aantal werkzaamheden, deze zijn hieronder schematisch weergegeven. Taak

Verantwoordelijke

Raadplegen beleidskaart OO

Initiatiefnemer/projectleider/dossiereigenaar

Uitvoeren toetsing OO

Adviseur bodem en ontplofbare oorlogsresten (omgevingsdienst de Vallei)

Advisering OO

Adviseur bodem en ontplofbare oorlogsresten (omgevingsdienst de Vallei)

Opdrachtverlening onderzoek OO of detectie

Initiatiefnemer/projectleider/dossiereigenaar

Doorgeven gemaakte kosten

Initiatiefnemer/projectleider/dossiereigenaar

Bijhouden kosten OO

Adviseur bodem en ontplofbare oorlogsresten (omgevingsdienst de Vallei)

Opstellen adviezen t.b.v. suppletieverzoek

Adviseur bodem en ontplofbare oorlogsresten (omgevingsdienst de Vallei) / AOV-er

Tekenen projectplannen OO

Burgemeester

Bijhouden beleidskaart OO

Adviseur bodem en ontplofbare oorlogsresten (omgevingsdienst de Vallei)

Beleidsnota ontplofbare oorlogsresten I 4

3. Onderzoek OO Zoals in het bovenstaande schema is weergegeven dient de initiatiefnemer de gemeentelijke beleidskaart OO raad te plegen. Hier kan gekeken worden of het gebied waarin de werkzaamheden gaan worden uitgevoerd verdacht is van OO. Om dit proces helder te krijgen zal in dit hoofdstuk eerst het gemeentelijk beleidskaart OO worden toegelicht en hoe deze te raadplegen is. Vervolgens wordt via een processchema inzichtelijk gemaakt welke stappen de initiatiefnemer moet zetten voordat er begonnen kan worden met het uitvoeren van de werkzaamheden.

3.1 De gemeentelijke beleidskaart OO In opdracht van de gemeente Barneveld heeft Expload in 2015 een historisch vooronderzoek uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog binnen het gehele grondgebied. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform het Werkveld specifiek Certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven WSCSOCE), versie 2012, waarin de richtlijnen voor uitvoering van een vooronderzoek zijn opgenomen. Het eindresultaat van het vooronderzoek OO is een rapportage met een bijbehorende OO bodembelastingkaart genaamd RN-14037-2.0. Op deze kaart worden de “verdachte” locaties binnen het gedefinieerde onderzoeksgebied in kaart gebracht. De gemeentelijke OO bodembelastingkaart is een levend document. Nieuwe feiten kunnen eerdere inzichten en conclusies op basis van historisch feitenmateriaal doen wijzigen. Indien bij opsporingsprojecten OO worden aangetroffen of als er sprake is van een niet verwachte vondst, dan dienen deze vondsten te worden geanalyseerd en de vindplaatsen van de aangetroffen OO toegevoegd te worden aan de OO bodembelastingkaart. Deze nieuwe vondsten worden geanalyseerd en indien noodzakelijk wordt het verdachte / onverdachte gebied bijgesteld. Dit kan zowel een toename als afname van het verdachte gebied inhouden.

De gebieden zijn onderverdeeld in categorieën: • Militaire aanwezigheid • Grondgevechten • Luchtaanvallen • Vliegtuigverliezen • Vernielingen • Spontane vondsten van CE. Raadplegen risicokaart RN-14037-2.0: Omdat dit een levend document betreft kan deze worden opgevraagd via ontplofbare.oorlogsresten@oddevallei.nl Nuancering: Gemeente Barneveld beschouwd de volgende bodemlagen niet meer als verdacht vanwege naoorlogs grondroerende werkzaamheden: -agrarisch geroerde grond (bouwvoor tot circa 40 cm diepte); -naoorlogs opgehoogde grondlagen; -naoorlogs vergraven grond (zoals bv. weg-, rioleringsnet en kabeltracés); -naoorlogs gebouwde wijken tot 50cm diepte; -grond onder naoorlogse bebouwing tot onderkant fundering;

Beleidsnota ontplofbare oorlogsresten I 5

3.2 Processchema aanvullend onderzoek OO Om duidelijkheid te verschaffen over welke stappen doorlopen dienen te worden bij het aanvullende onderzoek naar OO zijn twee processchema’s opgesteld. Deze staan in bijlage 2 en 3.

4. Bommenregeling gemeentefonds Gemeenten kunnen via het gemeentefonds in aanmerking komen voor een bijdrage in de gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog (de zogenoemde bommenregeling). Het vergoedingspercentage voor bijdragen die vanaf 2021 worden verstrekt is 68%. Het ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) is, samen met het ministerie van Financiën de beheerder van het gemeentefonds en, informeert gemeenten over de bommenregeling via de circulaires van het gemeentefonds. De gemeente Barneveld hanteert de in dit hoofdstuk beschreven werkwijze, zolang de subsidiemogelijkheid er van BZK is.

4.1 Aanvraag subsidie bommenregeling Voor de aanvraag moet een gemeenteraadsbesluit worden ingediend. Uit het gemeenteraadsbesluit moet blijken dat opsporing en ruiming van ontplofbare oorlogsresten (OO) uit de Tweede Wereldoorlog uit veiligheidsoverwegingen noodzakelijk was en welke uitgaven daarmee gepaard zijn gegaan. Het gemeenteraadsbesluit wordt gekoppeld aan een verzoek om een suppletie vanuit het gemeentefonds te ontvangen. Op basis van het gemeenteraadsbesluit wordt een suppletie aan de gemeente verstrekt van 68% van de gemaakte kosten. Het is niet noodzakelijk om een verdere onderbouwing te overleggen om voor een suppletie in aanmerking te komen. De gemeente is de verantwoordelijke instantie voor de toetsing en controle van de gemaakte kosten ten aanzien van de beheersmaatregelen die zijn getroffen in relatie tot de (mogelijk) aanwezige OO. BTW komt niet voor compensatie in aanmerking. BZK heeft richtlijnen opgesteld wanneer derden in aanmerking kunnen komen voor deze subsidie.

4.2 Kosten van derden Zoals gezegd kunnen alleen gemeenten een aanvraag indienen bij het ministerie van BZK. Maar komt het in de praktijk ook voor dat gemeenten kosten van derden in het raadsbesluit opnemen. Het ministerie van BZK heeft hier in principe geen bezwaar tegen, maar acht terughoudendheid van belang. Er is voor de kosten van derden verschil tussen een particulier met een ‘spontane vondst’ op eigen grond (categorie 1) of een projectontwikkelaar die opdracht heeft gegeven tot ‘grondroerende werkzaamheden’ (categorie 2). Een spontane vondst is het tegenkomen van bijvoorbeeld een vliegtuigbom in een gebied dat (daar) niet van verdacht is. Dit betekent dat de verstoorder het niet vooraf kon weten en incalculeren. Bij een dergelijk geval zal de aannemer niet verder kunnen werken en wordt de EODD erbij gehaald om de bom onschadelijk te maken, te ruimen en te vernietigen. Wat BZK betreft geldt voor categorie 2 het principe ‘de verstoorder betaalt’ en ligt een bijdrage via de bommenregeling niet in de rede. Voor categorie 1 ligt een bijdrage wel voor de hand. Het kan dus per geval verschillen of een bijdrage voor kosten van derden legitiem is. Richtsnoer is dat de bommenregeling in het gemeentefonds niet is bedoeld voor het compenseren van private partijen voor kosten die anders door de markt zouden worden gedragen.

In de optiek van BZK is de gemeente het beste in staat om de lokale situatie te beoordelen en om, in het verlengde, de vraag te beantwoorden of het opnemen van kosten van derden in het raadsbesluit in het betreffende geval legitiem is.

Beleidsnota ontplofbare oorlogsresten I 6

4.3 Interpretatie richtlijnen BZK door de gemeente Barneveld: Bij het toekennen van subsidies aan derden wordt er gekeken naar het maatschappelijk belang van de activiteit of het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Het maatschappelijk belang gaat om de mate waarin een activiteit of project bijdraagt aan de publieke belangen van de samenleving. Het is daarom van belang dat de aanvraag voor subsidie goed onderbouwd is en duidelijk laat zien welk maatschappelijk belang er gediend wordt met de activiteit of het project. De eisen die gesteld word om in aanmerking te komen voor subsidies voor het opruimen ontplofbare oorlogsresten worden hieronder gedefinieerd. - De aanvrager moet kunnen aantonen dat volgens RN-14037-2.0 (Gemeentelijke risicokaart Barneveld) of volgens recenter onderzoek er ontplofbare oorlogsresten aanwezig zijn op het betreffende terrein en dat er sprake is van een risico voor de veiligheid en gezondheid van de bevolking en/of het milieu. - De aanvrager moet de kosten van het opruimen van de OO kunnen onderbouwen en aantonen dat deze kosten redelijk zijn volgens RN-14037-2.0. Met het redelijk zijn van de kosten wordt bedoeld dat er onderzoek wordt gedaan naar de munitie die volgens de risicokaart mogelijk in het gebied aanwezig kan zijn. - De aanvrager moet in het voortraject contact hebben gehad met het bevoegd gezag.

Het projectplan moet ter goedkeuring langs de ODDV en het bevoegd gezag. Zij moeten van tevoren erbij betrokken zijn (anterieure overeenkomst). - Financiële draagkracht: De aanvrager moet kunnen aantonen dat deze niet in staat is om de kosten voor het opruimen van OO zelf te dragen. De bommenregeling van BZK in het gemeentefonds is namelijk niet bedoeld voor het compenseren van private partijen voor kosten die anders door de markt zouden worden gedragen. - Met de ontwikkeling of het initiatief moet een maatschappelijk belang mee gemoeid zijn. Onder maatschappelijk belang verstaat de gemeente Barneveld: • Projecten voor (sociale) woningbouw / grootschalige woningbouw; • Projecten/werkzaamheden aan openbare gebouwen (bibliotheken, scholen, sportaccommodaties, grond werkzaamheden in de openbare ruimte. • Projecten waarbij in de directe omgeving van het betreffende terrein, voorzieningen zijn die onderdeel van de vitale infrastructuur categorie A zijn volgens het Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. Onder maatschappelijk belang wordt niet verstaan: • Infrastructurele projecten van het rijk. De opsporing en ruiming van OO als gevolg van infrastructurele projecten die (indirect) door het Rijk geïnitieerde zijn zoals grootschalige infrastructurele projecten. Denk hierbij aan de aanleg en onderhoud van wegen en spoorlijnen, baggerwerken en dijkverbeteringen.

Beleidsnota ontplofbare oorlogsresten I 7

5. Aanvraag subsidie 5.1 Aanvragen subsidie: De deadline voor het aanvragen van de subsidie is jaarlijks voor 1 november. Deze datum en het mailadres waar de aanvraag kan worden ingediend wordt actief gecommuniceerd via de gemeentepagina, bij de beoordelingen van het projectplan en op de website. De aanvrager betaalt in eerste instantie zelf de kosten. Het aanvragen van de subsidie kan via Meldbox@veiligheid.nl

5.2 Beslissing raad Wie er in aanmerking komt voor de subsidie is een beslissing van de raad. Jaarlijks na 1 november levert het college een compleet overzicht aan met alle aanvragen. Het college maakt inzichtelijk op de lijst welke projecten voldoen de richtlijnen van BZK en aan het begrip maatschappelijk belang zoals beschreven in hoofdstuk 4. Ook zullen hier de projecten op staan die niet voldoen aan de criteria maatschappelijk belang. Op basis hiervan kan de raad beslissen welke initiatiefnemers recht hebben op de subsidie.

5.3 Anterieure overeenkomst Met particuliere initiatiefnemers die kosten maken voor opsporing en ruiming van OO kan een anterieure overeenkomst worden gesloten waarin wordt vastgelegd dat de gemeente de door de initiatiefnemer gemaakte kosten meeneemt in de aanvraag voor de vergoeding vanuit het Gemeentefonds. Nadat de aanvraag daadwerkelijk is overgemaakt vanuit het gemeentefonds kan de bijdrage worden overgemaakt naar de initiatiefnemer. De gemeente zal in deze gevallen dus niet voorfinancieren. De anterieure overeenkomst is ook geen garantie voor het ontvangen van de 68% vergoeding door de particuliere initiatiefnemer: De gemeente spant zich in om de vergoeding te verkrijgen via het Gemeentefonds.

5.4 Uitkeringsmoment: Aanvragen die jaarlijks vóór 1 april door het ministerie van BZK zijn ontvangen worden, na beoordeling, in het jaar van ontvangst toegekend. Verzoeken die het ministerie vanaf 1 april ontvangt worden meegenomen in het volgende jaar. Via de meicirculaire van het gemeentefonds ontvangen gemeenten informatie over het toegekende bedrag. De uitbetaling van het bedrag loopt vervolgens mee in de reguliere bevoorschotting van de uitkering uit het gemeentefonds.

Beleidsnota ontplofbare oorlogsresten I 8

Bijlage 1 Wet- en regelgeving

Beleidsnota ontplofbare oorlogsresten I 9

Arbeidsomstandighedenwet wetten.nl - Regeling - Arbeidsomstandighedenwet - BWBR0010346 (overheid.nl) Artikel 5 Inventarisatie en evaluatie van risico’s 1 Bij het voeren van het arbeidsomstandighedenbeleid legt de werkgever in een inventarisatie en evaluatie schriftelijk vast welke risico's de arbeid voor de werknemers met zich brengt. Deze risicoinventarisatie en -evaluatie bevat tevens een beschrijving van de gevaren en de risico-beperkende maatregelen en de risico's voor bijzondere categorieën van werknemers. 2 In de risico-inventarisatie en -evaluatie wordt aandacht besteed aan de toegang van werknemers tot een deskundige werknemer of persoon, bedoeld in de artikelen 13 en 14, of de arbodienst. 3 Een plan van aanpak, waarin is aangegeven welke maatregelen zullen worden genomen in verband met de bedoelde risico's en de samenhang daartussen, een en ander overeenkomstig artikel 3, maakt deel uit van de risico-inventarisatie en -evaluatie. In het plan van aanpak wordt tevens aangegeven binnen welke termijn deze maatregelen zullen worden genomen. 4 De risico-inventarisatie en -evaluatie wordt aangepast zo dikwijls als de daarmee opgedane ervaring, gewijzigde werkmethoden of werkomstandigheden of de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening daartoe aanleiding geven.

5 Indien de werkgever arbeid doet verrichten door een werknemer die hem ter beschikking wordt gesteld, verstrekt hij tijdig voor de aanvang van de werkzaamheden aan degene, die de werknemer ter beschikking stelt, de beschrijving uit de risico-inventarisatie en -evaluatie van de gevaren en risicobeperkende maatregelen en van de risico's voor de werknemer op de in te nemen arbeidsplaats, opdat diegene deze beschrijving verstrekt aan de betrokken werknemer. 6 De werkgever zorgt ervoor dat iedere werknemer kennis kan nemen van de risico-inventarisatie en evaluatie. Arbeidsomstandighedenbesluit wetten.nl - Regeling - Arbeidsomstandighedenbesluit BWBR0008498 (overheid.nl) artikel 4.10 Ontplofbare oorlogsresten lid 2 In alle gevallen waarin gevaar voor de veiligheid of gezondheid van werknemers kan bestaan door de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, wordt, alvorens werkzaamheden worden aangevangen, hiernaar een oriënterend onderzoek ingesteld. Gemeentewet wetten.nl - Regeling - Gemeentewet - BWBR0005416 (overheid.nl) Artikel 172 1 De burgemeester is belast met de handhaving van de openbare orde. 2 De burgemeester is bevoegd overtredingen van wettelijke voorschriften die betrekking hebben op de openbare orde, te beletten of te beëindigen. Hij bedient zich daarbij van de onder zijn gezag staande politie.

3 De burgemeester is bevoegd bij verstoring van de openbare orde of bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, de bevelen te geven die noodzakelijk te achten zijn voor de handhaving van de openbare orde. 4 De commissaris van de Koning geeft, indien een ordeverstoring van meer dan plaatselijke betekenis dan wel ernstige vrees voor het ontstaan van zodanige ordeverstoring zulks noodzakelijk maakt, de burgemeesters in de provincie zoveel mogelijk na overleg met hen, de nodige aanwijzingen met betrekking tot het door hen ter handhaving van de openbare orde te voeren beleid. De aanwijzingen worden zo enigszins mogelijk schriftelijk gegeven.

Beleidsnota ontplofbare oorlogsresten I 10

Gemeentewet wetten.nl - Regeling - Gemeentewet - BWBR0005416 (overheid.nl) Artikel 172a lid 1 Onverminderd artikel 172, derde lid, en hetgeen bij gemeentelijke verordening is bepaald omtrent de bevoegdheid van de burgemeester om bevelen te geven ter handhaving van de openbare orde, kan de burgemeester aan een persoon die individueel of in groepsverband de openbare orde ernstig heeft verstoord of bij groepsgewijze ernstige verstoring van de openbare orde een leidende rol heeft gehad, dan wel herhaaldelijk individueel of in groepsverband de openbare orde heeft verstoord of bij groepsgewijze verstoring van de openbare orde een leidende rol heeft gehad, bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde een bevel geven: a.zich niet te bevinden in of in de omgeving van een of meer bepaalde objecten binnen de gemeente, dan wel in een of meer bepaalde delen van de gemeente; b.zich niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een voor het publiek toegankelijke plaats zonder redelijk doel met meer dan drie andere personen in groepsverband op te houden, of c.zich op bepaalde tijdstippen te melden op of vanaf bepaalde plaatsen, al dan niet in een andere gemeente.

Lid 2 De burgemeester kan tevens een bevel geven aan een persoon aan wie door een private organisatie een sanctie is opgelegd, wegens gedrag dat bij de burgemeester de ernstige vrees doet ontstaan dat die persoon de openbare orde zal verstoren. Lid 3 De burgemeester van een andere gemeente kan een burgemeester verzoeken om een persoon tevens namens hem een overeenkomstig bevel te geven, indien de burgemeester die het bevel geeft, de ernstige vrees heeft dat die persoon ook in de andere gemeente de openbare orde zal verstoren. Het verzoek bevat een aanduiding van de objecten of gebieden waar de aanwezigheid van die persoon niet gewenst is en van de tijdstippen of perioden waarvoor het bevel geldt. De burgemeester zendt een afschrift van het bevel dat hij namens een andere burgemeester heeft gegeven, aan die burgemeester. Lid 4. Van een bevel zich te melden in een andere gemeente, wordt tijdig mededeling gedaan aan de burgemeester van die gemeente. Lid 5 Indien de officier van justitie een persoon als bedoeld in het eerste lid een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, geeft de burgemeester aan deze persoon niet een bevel als bedoeld in het eerste lid, onder a of b, voor hetzelfde gebied. Lid 6 Het bevel geldt voor: a.

een door de burgemeester vast te stellen periode van ten hoogste drie maanden, in welk geval het bevel ten hoogste driemaal kan worden verlengd met een door de burgemeester vast te stellen periode van telkens ten hoogste drie maanden, of b. door de burgemeester vast te stellen tijdstippen of perioden, verspreid over ten hoogste negentig dagen binnen een tijdvak van ten hoogste vierentwintig maanden.

Beleidsnota ontplofbare oorlogsresten I 11

Lid 7 Op grond van nieuwe feiten of omstandigheden kan de burgemeester het bevel wijzigen ten nadele van betrokkene. Lid 8 De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van de verboden of geboden die voortvloeien uit het bevel, dan wel van een of meer onderdelen daarvan. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Lid 9 Indien nieuwe feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven, wijzigt de burgemeester het bevel ten gunste van betrokkene. Het bevel wordt ingetrokken zodra het niet langer nodig is ter voorkoming van verdere verstoringen van de openbare orde. Gemeentewet wetten.nl - Regeling - Gemeentewet - BWBR0005416 (overheid.nl) Artikel 172b Lid 1 De burgemeester kan aan een persoon die het gezag uitoefent over een minderjarige die herhaaldelijk in groepsverband de openbare orde heeft verstoord en de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt, bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde een bevel geven zorg te dragen: a. dat de minderjarige zich niet bevindt in of in de omgeving van een of meer bepaalde objecten binnen de gemeente, dan wel in een of meer bepaalde delen van de gemeente, tenzij de minderjarige wordt begeleid door een persoon die het gezag over hem uitoefent of door een andere meerderjarige als bedoeld in het derde lid; of b.

dat de minderjarige zich op bepaalde dagen gedurende een aangegeven tijdvak tussen 8 uur ’s avonds en 6 uur ’s ochtends niet bevindt op voor het publiek toegankelijke plaatsen, tenzij de minderjarige wordt begeleid door een persoon die het gezag over hem uitoefent of door een andere meerderjarige als bedoeld in het derde lid. Lid 2 Het bevel geldt voor een door de burgemeester vast te stellen periode van ten hoogste drie maanden. Lid 3 De burgemeester kan voor de toepassing van het eerste lid ten hoogste twee andere meerderjarigen naast de persoon of personen die het gezag uitoefenen over een minderjarige aanwijzen ter begeleiding van de minderjarige. Lid 4 Artikel 172a, zevende, achtste en negende lid, is van overeenkomstige toepassing. Gemeentewet wetten.nl - Regeling - Gemeentewet - BWBR0005416 (overheid.nl) Artikel 175 Lid 1 In geval van oproerige beweging, van andere ernstige wanordelijkheden of van rampen, dan wel van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, is de burgemeester bevoegd alle bevelen te geven die hij ter handhaving van de openbare orde of ter beperking van gevaar nodig acht. Daarbij kan van andere dan bij de Grondwet gestelde voorschriften worden afgeweken. Lid 2 De burgemeester laat tot maatregelen van geweld niet overgaan dan na het doen van de nodige waarschuwing.

Beleidsnota ontplofbare oorlogsresten I 12

Gemeentewet wetten.nl - Regeling - Gemeentewet - BWBR0005416 (overheid.nl) Artikel 176 Lid 1 Wanneer een omstandigheid als bedoeld in artikel 175, eerste lid, zich voordoet, kan de burgemeester algemeen verbindende voorschriften geven die ter handhaving van de openbare orde of ter beperking van gevaar nodig zijn. Daarbij kan van andere dan bij de Grondwet gestelde voorschriften worden afgeweken. Hij maakt deze voorschriften bekend op een door hem te bepalen wijze. Lid 2 De burgemeester brengt de voorschriften zo spoedig mogelijk ter kennis van de raad, van de commissaris van de Koning en van het hoofd van het arrondissementsparket. Lid 3 De voorschriften vervallen, indien zij niet door de raad in zijn eerstvolgende vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, worden bekrachtigd. Lid 4 Indien de raad de voorschriften niet bekrachtigt, kan de burgemeester binnen vierentwintig uren administratief beroep instellen bij de commissaris van de Koning. Deze beslist binnen twee dagen. Gedurende de beroepstermijn en de behandeling van het administratief beroep blijven de voorschriften van kracht. Lid 5 Hoofdstuk 6 en afdeling 7.3 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op het administratief beroep, bedoeld in het vierde lid.

Lid 6 De commissaris kan de werking van de voorschriften opschorten zolang zij niet bekrachtigd zijn. Het opschorten stuit onmiddellijk de werking van de voorschriften. Lid 7 Zodra een omstandigheid als bedoeld in artikel 175, eerste lid, zich niet langer voordoet, trekt de burgemeester de voorschriften in. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. Gemeentewet wetten.nl - Regeling - Gemeentewet - BWBR0005416 (overheid.nl) Artikel 176a Lid 1 De burgemeester is bevoegd door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangegeven plaats tijdelijk te doen ophouden. De ophouding kan mede omvatten, indien nodig, het overbrengen naar die plaats. Lid 2 De burgemeester oefent de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, slechts uit: a. jegens personen die door hem daartoe aangewezen specifieke onderdelen van een bevel als bedoeld in artikel 175 of van een algemeen verbindend voorschrift als bedoeld in artikel 176, groepsgewijs niet naleven, en b. indien het ophouden noodzakelijk is ter voorkoming van voortzetting of herhaling van de nietnaleving en de naleving redelijkerwijs niet op andere geschikte wijze kan worden verzekerd. Lid 3 Artikel 154a, derde tot en met veertiende lid, is van overeenkomstige toepassing.

Beleidsnota ontplofbare oorlogsresten I 13

Bijlage 2: Protocol Toevalstreffer Ontplofbare Oorlogsresten De onderstaande stappen worden doorlopen als een verdacht object wordt aangetroffen:

Werknemers informeren en direct het werk stilleggen eventueel vindlocatie markeren

Object niet bewegen of verplaatsen veilige afstand aanhouden

Toeschouwers en omwonenden op afstand houden

Politie informeren (09008844) vragen naar Team Explosieven Veiligheid (TEV)

Gemeente informeren (14 0342) afd. openbare orde en veiligheid

Politie komt ter plaatse en meldt eventueel aan de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD)

De EODD bepaalt samen met bevoegd gezag (gemeente) of de werkzaamheden kunnen worden hervat

Beleidsnota ontplofbare oorlogsresten I 14

Bijlage 3: Stroomschema bij grondverzet in mogelijk verdacht gebied Ontplofbare Oorlogsresten (OO) Op basis van Openbare Orde Veiligheid en Arbowetgeving is het niet toegestaan om in verdacht gebied van OO grondroerende werkzaamheden uit te voeren, vanwege mogelijk onbedoeld detoneren van OO. Grondverzet dieper dan 40cm, b.v. bij bouw of overige n werkzaamheden? (informeer bij de gemeente of jouw perceel mogelijk binnen verdacht gebied van OO valt. Dat is vooral mogelijk als het perceel binnen 110 m van de spoorlijn AmersfoortApeldoorn) ligt

nee

ja Valt het perceel volgens de Verder onderzoek uit laten voeren: aanvullend vooronderzoek of een

gemeentelijke OO-belastingkaart ja

binnen verdacht gebied?

nee

naar OO noodzakelijk

projectgebonden risicoanalyse (PRA)

Detectie-onderzoek laten

ja

Resultaat perceel

nee

verdacht?

uitvoeren

Benadering laten uitvoeren

ja

Object waargenomen?

nee

OO laten ruimen

ja

Gaat het om OO?

nee

Proces-Verbaal van Oplevering aanleveren bij de gemeente

Geen verder onderzoek

STAATSCOURANT

Nr. 58198 13 november 2020

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Bekendmaking van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 3 november 2020, 2019-0000170973, houdende publicatie van het Certificatieschema voor het Opsporen van ontplofbare oorlogsresten dat is vastgesteld door de Stichting Veilig Omgaan met Explosieve Stoffen als bedoeld in artikel 1.5a, onderdeel c, van het Arbeidsomstandighedenbesluit De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, maakt bekend dat het Certificatieschema voor het Opsporen van ontplofbare oorlogsresten, bedoeld in de artikelen 4.17e en 4.17f van de Arbeidsomstandighedenregeling, door de Stichting Veilig Omgaan met Explosieve Stoffen op 15 oktober 2020 is vastgesteld. Het Certificatieschema voor het Opsporen van ontplofbare oorlogsresten met de daarbij behorende toelichting is als bijlage opgenomen bij deze bekendmaking. Deze bekendmaking zal met het certificatieschema en de daarbij behorende toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. Den Haag, 3 november 2020 De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, B. ’t Wout

1

Staatscourant 2020 nr. 58198

13 november 2020

BIJLAGE, BEHORENDE BIJ DE BEKENDMAKING VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID VAN 3 NOVEMBER 2020, HOUDENDE DE PUBLICATIE VAN HET CERTIFICATIESCHEMA VOOR HET OPSPOREN VAN ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN DAT IS VASTGESTELD DOOR DE STICHTING VEILIG OMGAAN MET EXPLOSIEVE STOFFEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 1.5A, ONDERDEEL C, VAN HET ARBEIDSOMSTANDIGHEDENBESLUIT Certificatieschema voor het opsporen van ontplofbare oorlogsresten Vaststelling door: Stichting Veilig Omgaan met Explosieve Stoffen (VOMES) op 15 oktober 2020

1. INLEIDING 1.1. Algemeen Het voorliggende certificatieschema voor het managementsysteemcertificaat Opsporen van ontplofbare oorlogsresten heeft betrekking op het opsporen van ontplofbare oorlogsresten die in de (water)bodem zijn achtergebleven tijdens en na de Eerste en Tweede wereldoorlog. Het toepassingsgebied in dit certificatieschema is verdeeld in twee deelgebieden. Deze staan nader geduid in paragraaf 1.2. Dit certificatieschema is opgesteld door de schemabeheerder, Stichting Veilig Omgaan met Explosieve Stoffen (VOMES). Op grond van artikel 4.10, vijfde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit mogen uitsluitend volgens dit certificatieschema gecertificeerde bedrijven ontplofbare oorlogsresten opsporen. Dit certificatieschema heeft tot doel om te borgen dat het opsporen van ontplofbare oorlogsresten op een veilige wijze plaatsvindt. Alle eisen van NEN-EN-ISO/IEC 17021-1 zijn van toepassing. In aanvulling daarop gelden de eisen van dit certificatieschema. Het af te geven certificaat wordt als volgt aangeduid: Certificaat Opsporen van ontplofbare oorlogsresten (onder vermelding van het deelgebied, bedoeld in paragraaf 1.2).

Dit certificatieschema bevat eisen aan: a) de organisatie van de certificaathouder (hoofdstuk 2); b) de (borging van de) personele deskundigheid van de certificaathouder die vereist is voor de opsporing van ontplofbare oorlogsresten en materieel en middelen (hoofdstuk 3); c) de voorbereiding, uitvoering en oplevering van de opsporing van ontplofbare oorlogsresten door de certificaathouder (hoofdstuk 4); d) de verlening en verlenging van het managementsysteemcertificaat, de controleactiviteiten en het sanctiebeleid (hoofdstuk 5); e) de CI (hoofdstuk 6).

1.2. Onderwerp en deelgebieden Het toepassingsgebied van dit certificatieschema is verdeeld in twee deelgebieden, te weten: a) Deelgebied A: Opsporing ontplofbare oorlogsresten; b) Deelgebied B: Civieltechnische ondersteuning. De volgende paragraaf is niet van toepassing op deelgebied A: 4.11. De volgende paragrafen zijn niet van toepassing op deelgebied B: 2.1.7, 3.2.3, 4.3, 4.4, 4.7, 4.9, 4.10, en 4.12.1. Het staat de certificaathouder vrij zich te bekwamen en in te richten voor één of beide deelgebieden en vervolgens voor één of beide een certificaat aan te vragen. Op het certificaat wordt aangegeven voor welk(e) deelgebied(en) het certificaat is afgegeven. In het certificaatregister van de schemabeheerder, bedoeld in paragraaf 6.6, is zichtbaar voor welk deelgebied c.q. voor welke deelgebieden de organisatie is gecertificeerd.

1.3. Termen en definities

2

Begrip of afkorting

Betekenis

Aanvrager van een certificaat

Bedrijf dat bij de CI een aanvraag doet voor het verkrijgen van een certificaat, volgens de bepalingen in hoofdstuk 5 van dit certificatieschema.

Staatscourant 2020 nr. 58198

13 november 2020

3

Begrip of afkorting

Betekenis

Benaderen

Het cyclisch verrichten van de handelingen detecteren, lokaliseren en verwijderen van de vrijgegeven bodemlaag waardoor het significante object uiteindelijk kan worden waargenomen met als doel dit veilig en doelmatig te kunnen identificeren.

CCvD Opsporen van ontplofbare oorlogsresten

Het Centraal College van Deskundigen Opsporen van ontplofbare oorlogsresten, onderdeel van en gefaciliteerd door de schemabeheerder, dat belanghebbende partijen in het werkveld van het opsporen van ontplofbare oorlogsresten de mogelijkheid biedt tot deelname bij het opstellen en onderhouden van certificatieschema’s op zodanige wijze dat sprake is van een evenwichtige en representatieve vertegenwoordiging van deze partijen.

Certificaat

Een certificaat als bedoeld in artikel 4.10, vijfde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit.

Certificaathouder

Bedrijf in bezit van een geldig certificaat volgens het certificatieschema Opsporen ontplofbare oorlogsresten

Certificatieperiode

Een periode van drie jaar waarvoor een certificaat conform dit certificatieschema wordt verstrekt, gerekend vanaf de datum van afgifte van het certificaat.

CI

Certificerende instelling die geaccrediteerd is voor dit certificatieschema door de Raad voor Accreditatie en aangewezen is door de Minister van SZW op grond van artikel 1.5b van het Arbeidsomstandighedenbesluit.

Civieltechnische Ondersteuning

Het geheel van organisatie en uitvoering van civieltechnische activiteiten die de opsporing van ontplofbare oorlogsresten mogelijk maken en onder eindverantwoordelijkheid van een certificaathouder die is gecertificeerd voor deelgebied A worden uitgevoerd.

Combinatie

Tijdelijk samenwerkingsverband van een certificaathouder die is gecertificeerd voor deelgebied A en een certificaathouder die is gecertificeerd voor deelgebied B, die gezamenlijk een project uitvoeren.

Deskundige

Persoon die arbeid verricht ten behoeve van het opsporen van ontplofbare oorlogsresten en daartoe geregistreerd krachtens artikel 4.10, zesde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Voor de in dit schema genoemde vier categorieën deskundigen bestaan overeenkomstige categorieën registraties.

Detecteren

Het vaststellen van de aanwezigheid van (mogelijke) ontplofbare oorlogsresten door het met behulp van detectieapparatuur uitvoeren van een meting en de interpretatie van de meetgegevens. Er wordt onderscheid gemaakt in realtime detectie en non-realtime detectie.

EODD

Explosieven Opruimingsdienst Defensie

Identificeren

Het vaststellen of men al dan niet met ontplofbare oorlogsresten te maken heeft en daarna het bepalen van het aantal, hoofdsoort, subsoort en wapeningstoestand (gewapende of ongewapende ontplofbare oorlogsresten) van eventueel geplaatste ontsteker(s), kaliber en nationaliteit.

Interpretatie

Het beoordelen van de meetgegevens van detectie met als einddoel het vaststellen van significante objecten. De beoordeling resulteert in een locatieaanduiding van het significante object.

Klacht

Mondelinge, telefonische of schriftelijke uiting waaruit de perceptie blijkt dat niet aan de gestelde eisen of aan de verwachtingen is voldaan.

Laagsgewijze detectie

Het cyclisch detecteren van een bodemlaag waarna de vrijgegeven laag wordt verwijderd zodat de volgende bodemlaag kan worden gedetecteerd.

Lokaliseren

Het vaststellen van de ligplaats van gedetecteerde significante objecten.

Munitiescheiding

Het scheiden van ontplofbare oorlogsresten van (water)bodemmateriaal door middel van een scheidingsinstallatie, waarna identificatie kan plaatsvinden.

NEN-EN-ISO/IEC 17021-1

NEN-EN/ISO/IEC 17021-1:2015, Conformiteitsbeoordeling – Eisen voor instellingen die audits en certificatie van managementsystemen leveren – Deel 1: Eisen- ISO/IEC 170211:2015.

NEN-EN-ISO 9001

NEN-EN-ISO 9001:2015 Kwaliteitsmanagementsystemen-Eisen

Non-realtime detectie

Detecteren waarbij de meetgegevens worden opgeslagen en op een later tijdstip worden geïnterpreteerd.

Objectenlijst

Lijst van significante objecten met ten minste: a) coördinaten van aangetroffen uitslagen/verstoringen ten opzichte van het Rijksdriehoeknet (RD- coördinaten), dan wel indien het opsporingsgebied zich aan de op zeezijde van de kustlijn bevindt, in overleg met de opdrachtgever een ander coördinatenstelsel, mits dit voor de certificaathouder uitvoerbaar is; b) indicatieve diepte (z); en c) gemeten meetwaarden.

Ontplofbare oorlogsresten

Achtergelaten ontplofbare munitie en niet-gesprongen munitie als bedoeld in artikel 4.10, eerste lid, onderdeel d, van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Er worden de volgende 16 hoofdsoorten van ontplofbare oorlogsresten onderscheiden: klein Kaliber Munitie (KKM), geschutmunitie, handgranaten, geweergranaten, munitie voor granaatwerpers, raketten, afwerpmunitie, submunitie, onderwatermunitie, landmijnen, valstrikken, explosieve stoffen, vuurwerken, vernielingsmiddelen, ontstekingsinrichtingen en toebehoren van munitie.

Opdrachtgever

• degene voor wiens rekening een project als bedoeld in dit certificatieschema wordt uitgevoerd, dan wel; • op wiens initiatief het project wordt uitgevoerd, dan wel; • beiden tezamen.

Oplevering

Overdracht van het voltooide project van de opdrachtnemer (de certificaathouder) aan de opdrachtgever.

Staatscourant 2020 nr. 58198

13 november 2020

Begrip of afkorting

Betekenis

Opsporing

De organisatie en uitvoering van werkvoorbereiding, detecteren, lokaliseren en laagsgewijze detectie, identificeren van de vermoede ontplofbare oorlogsresten, tijdelijk veiligstellen van de situatie, de overdracht aan de EODD en Proces-verbaal van oplevering.

Opsporingsbedrijf

Certificaathouder die binnen het kader van dit certificatieschema werkzaamheden uitvoert ten behoeve van de opsporing van ontplofbare oorlogsresten.

Opsporingsgebied

Het gebied binnen het verdachte gebied waarbinnen de certificaathouder opsporingswerkzaamheden gaat uitvoeren.

Overdracht aan de EODD

Het in persoon van de Senior Deskundige opsporen ontplofbare oorlogsresten door middel van het overdrachtsprotocol overdragen van de aangetroffen ontplofbare oorlogsresten door de certificaathouder (deelgebied A) aan EODD. De overdracht vindt plaats op de locatie waar de ontplofbare oorlogsresten zijn aangetroffen c.q. in de voorziening voor het tijdelijk veiligstellen van de situatie zijn gebracht en in fysieke aanwezigheid van beide partijen.

PBM

Een persoonlijk beschermingsmiddel als bedoeld in artikel 1.1, vierde lid, onderdeel b, van het Arbeidsomstandighedenbesluit.

Project

(Combinatie van) werkzaamheden binnen een omschreven tijdsbestek ten behoeve van het opsporen van ontplofbare oorlogsresten zoals bedoeld in dit certificatieschema.

Projectgebonden RI&E

De inventarisatie en evaluatie van de risico’s samenhangende met het project.

Projectlocatie

Het gebied binnen het opsporingsgebied waar door de certificaathouder op dat moment opsporingswerkzaamheden worden verricht inclusief het terrein in de directe omgeving waar ondersteunende werkzaamheden plaatsvinden.

Projectplan

Gedocumenteerd plan waarin de onderlinge relaties tussen betrokken partijen, alsmede de (planmatige) voortgang, afspraken, toezicht, documentatie en procedures zijn vastgelegd ten einde het project op adequate en veilige wijze uit te kunnen voeren.

Realtime detectie

Detecteren waarbij de meetgegevens direct worden geïnterpreteerd.

Rl&E

De risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet.

Schemabeheerder

Stichting Veilig Omgaan met Explosieve Stoffen (VOMES), zijnde de schemabeheerder, bedoeld in artikel 1.5b, eerste lid, onderdeel m, van het Arbeidsomstandighedenbesluit

Significant object

Een zodanige verstoring (uitgedrukt in een eenheid behorende bij de detectiemethode) dat dit, gegeven de zoekopdracht, een aanwijzing is voor de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten.

Tijdelijk veilig stellen van de situatie

Alle activiteiten na benadering en identificatie die benodigd zijn om de risico’s van ontplofbare oorlogsresten in relatie tot de omgeving te beheersen tot aan het tijdstip van overdracht van ontplofbare oorlogsresten aan de EODD. Er worden bij het tijdelijk veiligstellen van de situatie geen demontagehandelingen aan ontplofbare oorlogsresten zelf verricht.

VTVS

Voorziening voor het Tijdelijk Veiligstellen van de Situatie.

2. EISEN AAN DE CERTIFICAATHOUDER 2.1. Managementsysteem De certificaathouder dient, in overeenstemming met de eisen in dit certificatieschema, het eigen managementsysteem op te zetten, te documenteren, in te voeren en te onderhouden. Onder een procedure als bedoeld in hoofdstuk 2 tot en met 4 wordt een gedocumenteerde procedure verstaan. Verder geldt dat aantoonbaar moet zijn dat de procedure is geïmplementeerd en juist wordt toegepast.

2.1.1. Systeemhandboek De certificaathouder dient te beschikken over een gedocumenteerd managementsysteem, waarvan het systeemhandboek ten minste de volgende aspecten dient te bevatten: a) het onderwerp en toepassingsgebied (scope) met inbegrip van eventuele uitsluitingen; b) de procedures en documentatie zoals voorgeschreven in dit certificatieschema; c) een beschrijving van de interacties binnen het managementsysteem alsmede met andere systemen, voor zover het een niet geïntegreerd managementsysteem betreft; en d) een matrix waarin de relatie tussen normelementen uit dit certificatieschema (hoofdstuk 2 t/m 4) en de systeemdocumenten is vastgelegd. Het staat de certificaathouder vrij om de verschijningsvorm (bijv. elektronisch, hardcopy) van het systeemhandboek af te stemmen op de bedrijfsorganisatie van de certificaathouder.

2.1.2. Beheersing van documenten De certificaathouder dient te beschikken over een procedure waarmee de beheersing van door dit

4

Staatscourant 2020 nr. 58198

13 november 2020

certificatieschema vereiste documenten is geregeld. Deze procedure dient ten minste te omvatten: a) goedkeuring voor uitgifte; b) beoordeling en regelmatige actualisatie; c) identificatie, leesbaarheid en herkenbaarheid; d) revisiebeheer; e) beheersing en distributie van externe documenten; f) voorkomen van onbedoeld gebruik en verwijdering van vervallen documenten; en g) bepaling van bewaartermijnen. De in dit certificatieschema vereiste documenten worden minimaal 5 jaar bewaard, tenzij een wettelijke regeling een langere bewaartermijn vereist.

2.1.3. Beheersing van registraties De certificaathouder dient de in dit certificatieschema voorgeschreven registraties te identificeren en door middel van een gedocumenteerde procedure te beheersen, inclusief een opgave van de bewaartermijn en de wijze van vernietiging. Informatie over de registraties moet afdoende beveiligd zijn tegen verlies van vertrouwelijkheid en oneigenlijke gebruik. Registraties moeten leesbaar, herkenbaar en terug te vinden zijn.

2.1.4. Wet- en regelgeving De certificaathouder dient te beschikken over een procedure om de eisen van wet- en regelgeving, die betrekking hebben op de activiteiten in het kader van dit certificatieschema, te identificeren en daar toegang toe te hebben. Voorts dient de certificaathouder het belang van deze eisen binnen de organisatie kenbaar te maken en de naleving ervan te verzekeren.

2.1.5. RI&E De certificaathouder dient te beschikken over een RI&E, die voldoende is toegespitst op de werkzaamheden in relatie tot dit certificatieschema. In het kader van de werkvoorbereiding, bedoeld in paragraaf 4.1, wordt een projectgebonden RI&E uitgevoerd, inclusief een beschrijving van de te treffen veiligheidsmaatregelen in de onderscheiden procesfasen.

2.1.6. Verzekeringen De certificaathouder dient minimaal te beschikken over: a) een aansprakelijkheidsverzekering waarin een adequate dekking voor het opsporen van ontplofbare oorlogsresten is opgenomen; en b) een ongevallenverzekering voor personen die aanwezig kunnen zijn binnen de projectlocatie. Het management van de certificaathouder dient jaarlijks de verzekeringsstatus te beoordelen. De resultaten van deze beoordeling worden geregistreerd. Per project dienen de verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden van de verschillende partijen te worden vastgelegd door de certificaathouder. Voor aanvang van het project dient door de certificaathouder in overleg met de opdrachtgever te worden vastgesteld of het pakket aan afgesloten verzekering(en), eventueel in samenhang met de verzekeringen van de opdrachtgever, voldoende dekkend is voor het project. De resultaten van deze beoordeling worden door de certificaathouder geregistreerd en opgenomen in het projectdossier. Deze paragraaf 2.1.6 is niet van toepassing op de EODD als certificaathouder.

2.1.7. Ontheffing Wet wapens en munitie De certificaathouder die is gecertificeerd voor deelgebied A dient te beschikken over een ontheffing krachtens artikel 4 van de Wet wapens en munitie. Er dient te worden voldaan aan de in de ontheffing opgenomen eisen.

2.2. Organisatiestructuur, verantwoordelijkheden en bevoegdheden De certificaathouder moet zijn operationele organisatiestructuur vastleggen in een organisatieschema. Uit dit schema moeten de operationele relaties tussen de functies blijken. Dit betreft in ieder geval de

5

Staatscourant 2020 nr. 58198

13 november 2020

functies behorende bij de deskundigheidsniveaus, genoemd in paragraaf 3.1.1 en het management van de certificaathouder. Het management van de certificaathouder moet bewerkstelligen dat de verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn gedefinieerd, vastgelegd en kenbaar gemaakt in de organisatie, waartoe behoort: a) te bewerkstelligen dat processen die nodig zijn voor het functioneren van het managementsysteem worden vastgesteld, ingevoerd en onderhouden; b) te rapporteren aan het management over het functioneren van het managementsysteem en de eventuele noodzaak tot verbetering; c) te bevorderen dat medewerkers zich bewust zijn van de eisen uit wet- en regelgeving; en d) samen te werken met externe partijen voor zover dit betrekking heeft op het functioneren van het managementsysteem in relatie tot de eisen in dit certificatieschema.

2.3. Managementverantwoordelijkheid en -review Het management moet ten minste jaarlijks het kwaliteitsmanagementsysteem van de certificaathouder beoordelen om de continue geschiktheid, toereikendheid en doeltreffendheid te bewerkstelligen. De managementreview moet worden gepland en uitgevoerd, waarbij als input in ieder geval gebruik gemaakt wordt van informatie over: a) de status en doeltreffendheid van acties die zijn voortgekomen uit voorgaande managementreviews; b) wijzigingen in externe en interne belangrijke punten die relevant zijn voor het kwaliteitsmanagementsysteem; c) in- en externe auditresultaten; d) klanttevredenheid en feedback van relevante belanghebbenden; e) de mate waarin kwaliteitsdoelstellingen zijn gerealiseerd; f) de effectiviteit van het beleid dan wel de prestaties van het managementsysteem (zoals de trends in tekortkomingen en corrigerende maatregelen, resultaten van bewaking en meting en de auditresultaten); g) de mate waarin veiligheidsrisico’s beheerst worden; h) kansen voor verbetering van de processen; i) de prestaties van externe aanbieders; en j) de toereikendheid van middelen. De resultaten van de managementreview moeten beslissingen en acties omvatten met betrekking tot: 1. kansen voor verbetering; 2. de noodzaak voor wijzigingen in het kwaliteitsmanagementsysteem; en 3. behoefte aan middelen.

De organisatie moet gedocumenteerde informatie bijhouden als bewijs van de resultaten van de managementreview.

2.4. Communicatie 2.4.1. Interne communicatie De certificaathouder dient in zijn managementsysteem de interne communicatieprocessen vast te leggen en jaarlijks te evalueren, voor zover deze betrekking hebben op de uitvoering van projecten, bedoeld in dit certificatieschema.

2.4.2. Externe communicatie De certificaathouder dient vast te leggen op welke wijze de communicatie met belanghebbende partijen wordt georganiseerd. Hiertoe dient de certificaathouder per project te identificeren welke belanghebbende partijen er zijn en hoe deze worden geïnformeerd, hieronder vallen minimaal: a) EODD; b) opdrachtgever; c) gemeente(n) waarbinnen de opsporing wordt uitgevoerd en indien noodzakelijk de naburige gemeenten; d) Kustwacht Nederland in Den Helder indien de opsporing wordt uitgevoerd aan de zeezijde van de kustlijn en indien noodzakelijk de naburige gemeenten; e) de omgeving van het opsporingsproject (omwonenden); f) de CI; g) relevante hulpverleningsdiensten; h) eventuele ingeschakelde certificaathouder voor de civieltechnische ondersteuning; en

6

Staatscourant 2020 nr. 58198

13 november 2020

i)

ingehuurde bedrijven.

De communicatie met EODD voorafgaand aan het opsporingsproject en bij het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten vindt plaats overeenkomstig de richtlijnen van de EODD (bijlage 3). Ten minste een keer per jaar wordt de uitvoering van de externe communicatie door de certificaathouder geëvalueerd.

2.5. Bewaking en meting 2.5.1. Projectinspecties De certificaathouder dient binnen zijn managementsysteem te voorzien in een procedure voor periodieke projectinspecties om te beoordelen of bij de uitvoering van projecten wordt voldaan aan de eisen in dit certificatieschema en of er sprake is van een veilige werkomgeving en veilige uitvoering van de werkzaamheden. In de procedure dient ten minste het volgende te zijn vastgelegd: a) minimaal één keer per maand een projectinspectie door de direct leidinggevende van het project; b) eens per halfjaar een projectinspectie door een lid van het management; c) methode en registratie van inspecties; d) opvolging van inspectieresultaten; e) analyse van tekortkomingen; en f) terugkoppeling naar medewerkers. Indien er onvoldoende projecten in uitvoering zijn voor bovenstaande inspectiefrequentie, wordt de frequentie zo bepaald dat zoveel als mogelijk aan de voorgeschreven frequentie wordt voldaan.

2.5.2. Interne audits De certificaathouder moet met geplande tussenpozen interne audits uitvoeren om vast te stellen of het managementsysteem: a) voldoet aan de eisen uit dit certificatieschema; b) voldoet aan de eisen van de van toepassing zijnde wet- en regelgeving; en c) doeltreffend is geïmplementeerd en onderhouden. Door middel van een auditprogramma moet de certificaathouder borgen dat, evenwichtig verdeeld over een cyclus van drie jaar, van alle eisen uit dit certificatieschema wordt vastgesteld of hieraan wordt voldaan. Auditoren dienen aantoonbaar te beschikken over kennis van het opsporen van ontplofbare oorlogsresten en het uitvoeren van interne audits. Bij het uitvoeren van de audits moeten de objectiviteit en de onpartijdigheid van het auditproces worden gewaarborgd. De conclusies naar aanleiding van de audits worden in een rapportage vastgelegd.

2.5.3. Beheersing van klachten en tekortkomingen De certificaathouder dient te beschikken over een procedure voor de behandeling van klachten en tekortkomingen in relatie tot projecten en het managementsysteem. Door middel van de procedure dient geregeld te zijn: a) wie de verantwoordelijke functionaris(sen) is / zijn voor de behandeling, en dat deze functionaris(sen) niet direct betrokken is / was bij het project waarop de klacht / tekortkoming betrekking heeft; b) dat klachten / tekortkomingen geregistreerd en gearchiveerd worden; c) dat de melder wordt geïnformeerd over het resultaat van de afhandeling; en d) dat er terugkoppeling betreffende de klacht / tekortkoming binnen de organisatie van de certificaathouder plaatsvindt. De certificaathouder dient in het projectplan aan te geven welke functionarissen aanspreekbaar zijn ingeval er tijdens of na de uitvoering van het project problemen geconstateerd worden. Deze functionarissen dienen bevoegd te zijn om maatregelen te nemen om de problemen op te lossen. Dit dient in hun functiebeschrijving te worden vastgelegd.

7

Staatscourant 2020 nr. 58198

13 november 2020

2.5.4. Corrigerende maatregelen De certificaathouder dient te beschikken over een procedure voor het treffen van corrigerende maatregelen. Daarin moet ten minste worden voorzien in de volgende aspecten: a) inventarisatie en registratie van de afwijking (b.v. naar aanleiding van een klacht of resultaat van de interne beoordeling); b) analyse van oorzaken van afwijkingen; c) besluit of er corrigerende maatregelen nodig zijn; d) inhoud van deze maatregel en de aard van de verificatie; e) het eventueel noodzakelijke overleg met de opdrachtgever bij de vaststelling van de inhoud van de maatregel; f) verantwoordelijkheid / bevoegdheid voor het treffen van de maatregelen, het toezien op de uitvoering en de rapportage; en g) de eventuele verbeteringen in het managementsysteem en de documentatie ervan.

2.6. Klanttevredenheid De certificaathouder dient te beschikken over een procedure op basis waarvan inzichtelijk wordt gemaakt in hoeverre is voldaan aan de eisen van de klanten die zij stellen aan de certificaathouder op grond van de opdracht. De procedure dient ten minste te bevatten de wijze waarop dit inzicht wordt verkregen en de wijze waarop de informatie wordt gebruikt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=7554595c-83b4-4844-a4d7-504f7dc935ab