B-3.6 Memo B&W inzake toekomstscenario's en 2e participatieronde Omgevingsvisie d.d. 8-11-22.pdf
Tekst van het document
Huishoudens worden kleiner, de sociale cohesie en de wijze van
Het betekent ook dat nieuwe woningen en bedrijfspanden, wegen en andere
voorzieningen. De vraag is hoe we op deze ontwikkelingen willen inspelen?
ook het sloopafval 100% als grondstof moet kunnen dienen.
maar is de keuze aan de gemeente.
VOORZIENINGEN IN DE DORPEN
Voor het onderdeel sport geldt een meegroeiopgaaf. In de gemeente Barneveld
Barneveld heeft de meeste voorzieningen met een groot winkelcentrum, een
ondanks de individualisering. Naast de huidige sportvoorzieningen is er bij groei
heeft daarmee een verzorgingsgebied dat ook de omliggende dorpen omvat.
diverse sportaanbod en trends van dat moment, bijvoorbeeld padelbanen. Een
komt door de vele vakantieparken daar. De andere kernen hebben in meer of
sportaccommodaties. “Open” sportparken zijn hiervan een goed voorbeeld.
Het voorzieningenniveau in de gemeente Barneveld is hoog. De grootste kern
blijven traditionele sporten als voetbal en korfbal onverminderd populair, ook
cultureel centrum en ook middelbare onderwijksvoorzieningen. Deze kern
ook behoefte aan andersoortige sportvoorzieningen die meebewegen met het
Voorthuizen heeft een relatief groot winkel- en horecabestand, hetgeen deels
andere aanpassing zit in het toegankelijk maken sportaccommodaties: openbare
mindere mate enkele basisvoorzieningen, waaronder de dorpshuizen.
Omgevingsvisie - De toekomstscenario’s
22
De culturele infrastructuur in de gemeente is divers en bestaat uit o.a.
DE WAARDE VAN CULTUUR:
(amateur)verenigingen, culturele instellingen, cultureel ondernemers en
cuturele voorzieningen als de Bibliotheek Barneveld, Museum Nairac en het
Schaffelaartheater. Bij de groei van Barneveld dienen we er rekening mee te
houden dat wanneer de samenleving groeit, het culturele voorzieningenniveau
•
Maatschappelijke waarde: Cultuur brengt mensen samen, verbetert het welzijn van de inwoners en zorgt voor verrijking. Het kan daarmee als
passend meegroeit. Dit geldt voor zowel de cultuurinstellingen zoals musea
middel ingezet worden ten behoeve van tal van opgaven in het sociaal
en bibliotheek, maar ook voor bijvoorbeeld het culturele verenigingsleven.
domein. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft honderden
Het meegroeien van accommodaties is dus evenals bij sport niet het doel
onderzoeken geanalyseerd en concludeert: het actief of passief beleven
is, maar een middel om (cultuur)participatie te bevorderen. De opgaaf voor
van kunst bevordert de gezondheid en het algehele welbevinden.
de accommodaties is daarnaast erin gelegen om deze inclusief te krijgen, laagdrempelig en multifunctioneel.
Bijna alle dorpskernen en wijken hebben buurtvoorzieningen of een dorpshuis.
•
Economische waarde: Een goed cultureel klimaat en aantrekkelijke en bereikbare culturele voorzieningen zorgen voor werkgelegenheid en
Anders dan bij voorzieningen als cultuur, sport en onderwijs zijn deze
gemeenschapsvoorzieningen geen natuurlijke ontmoetingsplek. In een
creatieve bedrijvigheid die ook een spin-off kent naar andere sectoren.
veranderende samenleving ligt er een opgaaf om dit soort voorzieningen in de
Daarbij zorgt cultuur voor een aanwas aan toerisme en recreatie.
benen te houden en deze onderdeel te blijven laten uitmaken van de wijk- of
Het stimuleert ondernemerschap en leidt tot innovatie en creatieve
dorpscultuur.
impulsen. Een goede culturele infrastructuur verbetert tot slot het vestigingsklimaat van een gebied en verhoogt de waarde van het vastgoed in de omgeving.
•
Artistieke waarde: Naast de doelstellingen die door middel van cultuur behaald kunnen worden, mag cultuur ook een doel op zich zijn, waarbij de cultuuruiting of het ‘kunstwerk’ centraal staat met een eigen unieke esthetische waarde..
•
Ruimtelijke / historische waarde: De waarde van (immaterieel) erfgoed welke vanuit historisch perspectief bijdraagt aan een culturele identiteit van een regio of stad. Hieronder vallen bijvoorbeeld ook monumenten en het historisch archief.
Omgevingsvisie - De toekomstscenario’s
23
CENTRA BARNEVELD/VOORTHUIZEN
GROEI IN HET ONDERWIJS IN DE DORPEN
De kern Barneveld groeit hard de komende 20 jaar met misschien wel 10.000
Met een groeiende bevolking in Barneveld neemt de behoefte
inwoners erbij. Dit gebeurt op bestaande locaties in de kern en in nieuwe wijken. Daarbij zal ook de samenstelling van de bevolking wijzigen.
aan onderwijs en bijbehorende accommodatie toe. De gemeente GROEIEN
Het meegroeien van centra met de bevolkingsgroei heeft een andere uitwerking
dan bij andere voorzieningen. De trend is immers dat het aantal winkelmeters al
jaren afneemt, mede als gevolg van wijzigingen in het winkelgedrag van mensen. Een groei van Barneveld is dus eigenlijk nodig om het huidige winkelbestand in stand te houden.
heeft een wettelijke verplichting om voor wat betreft het primair en speciaal onderwijs om hierin te voorzien. Bij een uitbreiding naar
80.000 inwoners gaat het om 65 klassen erbij in het primair onderwijs. Het grootste deel daarvan gaat in uitbreiding zitten van bestaande scholen, zeker in de kleinere
kernen. Maar er zullen ook nieuwe basisscholen bij moeten komen. Bij al die scholen blijft voldoende ruimte om die scholen belangrijk, zodat ingespeeld kan worden op de groei. De kwaliteit van de onderwijshuisvesting is over het algemeen genomen
Een landelijke ontwikkeling is een
afbakening van een kernwinkelgebied waarin wordt ingezet op een
concentratie van het winkelaanbod inclusief horeca en andere
voorzieningen als een theater, bioscoop en leisure in grotere kernen. Buiten dit kernwinkelgebied worden vervolgens wijkwinkelcentra aangewezen met
een beperkt aanbod met bijvoorbeeld een supermarkt plus snackbar en drogisterij.
Daarbij moeten we ook rekening houden met aantrekkend verkeer en voldoende ruimte rondom de school voor sport/gymzalen
(bewegingsonderwijs) en spel. Zowel ten
aanzien van mobiliteit en bewegingsonderwijs ligt er een specifieke Barneveldse opgaaf. Er
is weinig capaciteit meer in de voorzieningen voor bewegingsonderwijs. Ten aanzien van
mobiliteit speelt het pluriforme karakter in het
Barneveldse onderwijs een belangrijke rol. De scholen in de wijken en dorpen zijn niet per
Met de schaalsprong die Barneveld maakt, moeten daarin keuzes
worden gemaakt. Daarbij spelen niet alleen economische argumenten, maar ook mobiliteitsargumenten, gezondheidsargumenten etc.
Voor de andere kernen speelt dit niet. Voorthuizen neemt als recreatiedorp een bijzondere positie in. Ook hier draagt de groei bij aan het instandhouden van
voorzieningen in het centrum, maar geldt dat tevens moet worden ingespeeld op de behoeften van de vakantieganger van de toekomst.
goed door een gemaakte inhaalslag in de afgelopen 10 jaar.
se de scholen waar de kinderen uit die dorpen en wijken ook naar toegaan. Dat kan zelfs
zijn naar scholen buiten de gemeente en vice
versa. Dat zorgt voor extra mobiliteit, maar ook een deel onzekerheid in de opgaaf door de
afhankelijkheid van ontwikkelingen buiten onze gemeente.
Ten aanzien van het voortgezet onderwijs speelt de groei ook. Uitbreiding van de bestaande scholen zal het meest voor de hand liggend zijn, al houden we ook rekening met mogelijke initiatieven voor een nieuwe school.
Omgevingsvisie - De toekomstscenario’s
24
OPENBARE RUIMTE
Verder biedt het openbaar gebied kansen om verbindingen te leggen naar
een heel breed en divers begrip is. Van parken tot pleinen
aangemoedigd.
buiten de dorpen, waarmee gezond gedrag als wandelen en fietsen wordt
In de openbare ruimte komen veel thema’s samen, omdat het tot parkeerplaatsen. Met de groei van Barneveld zal ook de openbare ruimte meegroeien, maar er is meer dan dat. De
AANPASSEN
BEVORDEREN VAN BIODIVERSITEIT IN DE DORPEN
Eind 2021 is het biodiversiteitsplan Barneveld vastgesteld voor
eisen die in de toekomst aan de openbare ruimte worden
gesteld zijn anders dan diegene die nu gesteld worden. Er is meer aandacht voor thema’s als biodiversiteit, klimaatadaptatie, energietransitie , maar ook
de periode 2022-2026. Een uitvloeisel hiervan is bijvoorbeeld VERANDEREN
vastgesteld voor de eigen werkzaamheden.
het ontmoeten in de openbare ruimte, het kunnen bewegen en spelen in de
openbare ruimte. Dat laatste heeft een grote vlucht genomen de laatste jaren en
het eind is niet in zicht. Daar waar de samenleving van karakter verandert, zal de
het vastgestelde Puntensysteem Natuurinclusief Bouwen dat is
Dit maakt onderdeel uit van een ontwikkeling die al langer gaande is, namelijk
openbare ruimte mee moeten veranderen.
het versterken van de biodiversiteit ook in bestaand stedelijk gebied. Dat vergt
Die opgaaf is groot zeker als het gaat om inpassing van al die opgaven in de
zich in openbaar gebied met meer diversiteit in soorten en ander maaibeleid
openbare ruimte te verbeteren en de vervangingsopgaven van wegen, riolering
impact gaan hebben bijvoorbeeld door bij woningbouw voorzieningen aan te
een andere manier van denken, namelijk meer natuurinclusief werken. Dat uit
bestaande infrastructuur. Tegelijkertijd biedt dit kansen om de kwaliteit van de
om de biodiversiteit te bevorderen. Maar ook voor particulieren terreinen zal dat
en groen, in samenhang met betrokken partijen op te pakken.
brengen die de biodiversiteit versterken.
Omgevingsvisie - De toekomstscenario’s
25
RUIM TE
AP CH RS
ONDERNE ME OR VO
3.4 Ruimte voor ondernemerschap
GROEI VAN BEDRIJVEN EN WERKLOCATIES
De gemeente Barneveld kent diverse en soms zeer
omvangrijke bedrijfslocaties. Het grootste terrein, met
De centrale ligging in Nederland maakt Barneveld interessant vanuit economisch
GROEIEN
perspectief. Dit komt onder meer door de nabijheid van de Randstad en de
Veluwe, door de goede ontsluiting per weg en spoor en veel arbeidskrachten in de directe omgeving. De gemeente Barneveld kent ca. 35.000 banen en 7.300 bedrijven. De werkloosheid is laag, de arbeidsparticipatie hoog en
het ondernemerschap zit veel Barnevelders in het bloed. Het midden- en
kleinbedrijf is zeer sterk vertegenwoordigd. Het midden- en kleinbedrijf is zeer sterk vertegenwoordigd. Het opleidingsniveau wordt binnen de gemeente
Barneveld gedomineerd door mensen die praktisch zijn opgeleid. Barnevelders
zijn ‘makers’ en ‘doeners’. Uit onderzoek voor de omgevingsvisie blijkt dan ook dat 9 op de 10 respondenten vindt dat gemeente Barneveld ook in 2040 een gemeente moet zijn waar ondernemen een belangrijke waarde is.
In Barneveld is ondernemen divers van insteek. Naast de bedrijvigheid op bedrijventerreinen, waarbij allerlei producten worden gemaakt, vervoerd
en verhandeld kent Barneveld een omvangrijke toeristische sector, diverse
winkelgebieden en natuurlijk landbouw. Aan de laatste sector is een apart thema gewijd. Voor de verschillende sectoren gelden verschillende opgaven.
regionale functie, is het bedrijventerrein Harselaar. Daarnaast kennen de afzonderlijke dorpen diverse grotere en kleinere
bedrijventerreinen, waar veelal de meer lokale bedrijven zijn gevestigd of, zoals in de kern Barneveld, een meer gemengd karakter hebben. Het buitengebied
van de gemeente vervult een rol met name als ‘kraamkamer’ voor bedrijvigheid. Zowel regionaal als lokaal is de behoefte aan ruimte om nieuwe bedrijven te
vestigen groot. Binnen Foodvalley is er tot 2040 een tekort aan werklocaties van grofweg 260 tot 290 hectare. Het mee laten groeien van de werkgelegenheid
met het aantal woningen is ook goed voor het beperken van mobiliteit. Mensen kunnen meer op de fiets gaan, wat positief is voor de drukte op de weg.
Om aan te kunnen haken op de groei willen we komen tot een structurele
voorraad aan uit te geven bedrijfsgrond. De daaraan gekoppelde ruimtevraag is (tot 2040): •
Doorgroei / doorontwikkeling van
•
Uitplaatsing van bedrijven ten
bedrijven uit Barneveld: 66 hectare; behoeve van binnenstedelijke transformatie: 8 hectare;
•
Formaliseren bestaande bedrijvigheid buitengebied: 4 hectare;
De groei is met name te verwachten voor maakbedrijven, agro, food en
logistiek. Voor Barneveld vinden we het
van belang om de groei in goede banen leiden. Simpelweg meer bedrijven in de
gemeente is niet per se goed. Het heeft Foto © Visit regio Barneveld
Omgevingsvisie - De toekomstscenario’s
26
invloed op het verkeer, op het landschap, op andere bedrijven die al gevestigd zijn en/of het legt een te grote druk op de woningmarkt (bijvoorbeeld via
arbeidsmigranten). Tegelijkertijd heeft de krapte op de markt voor beschikbare bedrijfsgrond ook een prijsopdrijvend effect. We willen voorkomen dat
Barneveldse bedrijven zich daarom buiten onze gemeente gaan vestigen. In hoeverre we een deel van de regionale groeibehoefte willen en kunnen
opvangen vraagt om een nadere afweging. In de groeiscenario’s nemen we dit ruimtelijk in beschouwing. Daarbij zoeken we aansluiting op andere ruimtelijke opgaven én hanteren we als randvoorwaarde dat de groei altijd in aansluiting
moet zijn op bestaande werklocaties in onze gemeente. Daar is de bijbehorende infrastructuur al aanwezig en kunnen we de waarde ervan benutten. Verder maken we nog de keuze over: •
hoeveel ruimte aan nieuwvestiging wordt geboden en hoe de ‘vraag van buiten’ zich mag verhouden tot de autonome vraag naar ruimte voor de
De gemeente is niet aan zet voor de ontwikkeling zelf, wel voor een goede bewaking van de invulling van de randvoorwaarden. TRANSFORMATIE VAN GEBIEDEN
In de gemeente Barneveld hebben we tot nog toe een relatief strikte scheiding
tussen woon en werkgebieden gehanteerd, maar het is een relevante overweging om dit anders aan te gaan pakken. We zien nu namelijk dat een aantal
werkgebieden/bedrijfslocaties zich niet meer goed verhoudt tot het omliggende
woongebied en woongebieden. Dit betekent dat we voor deze locaties in dorpen, zich moeten ontwikkelen tot nieuwe woongebieden of tot gemengde woon-/
werkgebieden. Het werken kan daarbij anders ingevuld worden, meer gericht
op bijvoorbeeld dienstverlening, ICT en de creatieve sector (digitale media). Bij dergelijke type bedrijven komt ook de doelgroep van hoog (hoger) opgeleiden in beeld. Deze groep willen we sterker aan ons binden, we streven naar groei
en wortels in de landbouw en hoe we kijken naar clustervorming. Daarbij
leefomgeving en bijvoorbeeld een goede toegang tot openbaar vervoer.
minder wenselijk is gelet op onze bevolkingssamenstelling, onze identiteit
al kennen met de Barneveldse Techniek Opleiding en Barneveld Tomorrow. In welke mate we regionaal samenwerken. Willen we meer regionale regie op de economische ontwikkeling van de Gelderse Vallei in relatie tot de brede verstedelijkingsopgave in de regio? •
en mogelijk ook nadelen, zoals overlast voor leefklimaat en gezondheid.
welke type bedrijvigheid (toekomstbestendig!) voor Barneveld meer en
hoort ook een goede aansluiting op het onderwijs, bijvoorbeeld zoals we dat •
groei. Een toename van bedrijvigheid door de terminal heeft daarmee voordelen
bijvoorbeeld in Barneveld bij het station op de langere termijn deze gebieden
groei in bedrijvigheid vanuit lokale Barneveldse ondernemers •
biedt, zo wordt ook door ondernemers aangegeven, kansen voor economische
bij dit deel van de arbeidspopulatie in Barneveld. Dat vraagt ook om passende
Het gaat dan dus om activiteiten met relatief weinig hinder voor de woon- en leefomgeving. Daarvoor is het wel belangrijk om elders in onze gemeente te werken aan gebieden waar we meer hinder kunnen toestaan. Zodat er ook toekomst is en blijft voor deze bedrijven.
Welke kwalitatieve eisen we hebben bij nieuwe vestigingen voor de
aanpassing aan veranderingen in onze leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om de bijdrage die wordt geleverd in onze opgaven voor verduurzaming (circulariteit, energiegebruik en energieopwekking,
aanpassing aan klimaatverandering en een natuurinclusieve ontwikkeling). Een bijzondere ontwikkeling is de mogelijke komst van een railterminal bij
Harselaar. Daarvoor zijn al kaders gesteld door de gemeenteraad. De terminal Foto © Jan van Uffelen
Omgevingsvisie - De toekomstscenario’s
27
DETAILHANDEL EN WINKELGEBIEDEN
balans te vinden in het aanbod van voorzieningen en voldoende draagvlak en daarbij de aantrekkelijkheid van beide centra opwaarderen. De aanpak van
Een nationale trend in Nederland is het teruglopende
leegstand verdient aandacht. Daarbij is concentratie in centra in belang. Aan
winkelaanbod, het verdwijnen van de banken uit het straatbeeld, de opkomst van de pakket- en
AANPASSEN
de randen moeten we ons gaan aanpassen. Het is vooral belangrijk om meer
gebiedsgericht naar het totaal van opgaven te kijken. In hoofdstuk 4 geven we
boodschappenbezorging. We bestellen steeds meer online en
kopen minder direct in de winkel. In bijna ieder dorp zijn nog essentiële winkels
verschillende opties voor deze meer gebiedsgerichte invulling.
We zien ook dat de kernen Barneveld en Voorthuizen de centra zijn voor een
VRIJETIJDSECONOMIE
aanwezig en door de dorpen te laten groeien is enig perspectief nog aanwezig. breder aanbod aan winkels.
Barneveld is de hotspot voor zowel dag-
Op dit moment staat Barneveld op plek 9 van de meest vitale middelgrote
trekpleister voor dagjes uit en voor een
binnensteden (Vitaliteitsbenchmark centrumgebieden 2022 - goudappel.nl).
In 2019 stond Barneveld op plek 1. Voor de kern van Barneveld geldt dat het de grootste kern is met daarmee het meeste draagvlak voor voorzieningen. Deze
kern zal daarom ook in de toekomst een breder aanbod van winkels en andere
als verblijfsrecreatie. De Veluwe is een
VERANDEREN
AANPASSEN
langer verblijf voor korte en lange vakanties.
En dat biedt ook gelegenheid voor de Barnevelder zelf om dichtbij huis ontspanning en plezier te vinden.
voorzieningen kunnen dragen dan andere kernen. Een benoeming van een specifiek
Een groei in de verblijfsrecreatieve sector wordt niet voorzien. De gemeente
aanloopstraten met minder gevarieerd aanbod is een mogelijkheid.
aanbod. Wel zijn er opgaven voor veranderen en aanpassen. De bezoeker stelt
Voorthuizen zal zich meer focussen op de bezoekers die de regio als toerist
moeten daarop kunnen inspelen om de kwaliteit te verhogen. Een verbeterd
kernwinkelgebied met een ruim gevarieerd aanbod en buiten het kernwinkelgebied
bezoeken. Dit betekent ook een gevarieerd aanbod van winkels maar minder voorzieningen dan de kern Barneveld. De grote opgave is om een juiste
Barneveld kent met name in de recreatieclusters Voorthuizen en Garderen al veel andere wensen en eisen en verwacht kwaliteit in het aanbod. Vakantieparken
aanbod leidt mits goed uitgevoerd tot meer besteding en andere doelgroepen en vermindert de kwetsbaarheid die er nu nog is.
Omgevingsvisie - De toekomstscenario’s
28
De dagrecreatie zal meer meegroeien. Het landelijk gebied zal veranderen van karakter en wordt meer toegankelijk. Afstanden met elektrische fiets worden makkelijker overbrugd. Daarop moeten we ons aanpassen, in die zin dat we
de bereikbaarheid van aantrekkelijke plekken per fiets of per voet verbeteren. Van een betere fiets- en wandelbereikbaarheid profiteert de inwoner ook.
Gezondheid, ontspanning en een sterke(re) economie gaan hand in hand.
Ontwikkeling van de vrijetijdseconomie kan bijdragen een vitaal platteland is één van oplossingsrichtingen voor toekomstgerichte landbouw.
ruimte. Denk aan zonnepanelen op daken, mogelijk windturbines zoals voorzien in de Structuurvisie Wind, en innovatieve oplossingen die bijvoorbeeld inzetten
op opslag van energie. Dat we ons moeten aanpassen is onvermijdelijk. Daarom
ligt er een forse opgave voor verduurzaming. We hebben de middelen in handen om daar sterken op te sturen. Alleen op deze wijze heeft onze gemeentelijke
RELATIE MET INFRASTRUCTURELE ONTWIKKELINGEN
Agrarisch en techniek onderwijs zijn belangrijk voor de
De centrale ligging en goede ontsluiting van onze grotere
toekomst van onze jongeren. Of daarbij enorme groei aan de
AANPASSEN
orde is, valt niet te zeggen. We zien dat als gemeente vooral ondersteunend moeten zijn als het gaat om verandering en
aanpassing naar een steeds meer digitale wereld. Dat kost niet zozeer ruimte, wel mogelijk goede internetverbindingen. Als de kans zich voordoet willen we werken en leren ook in ruimtelijke zin sterker met elkaar verbinden.
bedrijventerreinen hebben aantrekkingskracht. Dat heeft het verleden ons geleerd. De A1 en A30 zijn echter nog steeds een toenemend knelpunt in doorstroming en daarmee de bereikbaarheid. We willen echter voorkomen dat (vracht)
AANPASSEN
verkeer zich in toenemende mate door de woonkernen gaat
bewegen om naar of van plaats van te komen. De roep om een rondweg aan de oostzijde van Barneveld en een nieuwe aansluiting op de A1 kan veel potentie
RELATIE MET STIKSTOF EN VERDUURZAMING
hebben om bereikbaarheid te verbeteren en verdere groei mogelijk te maken.
Stikstof is een nationale, regionale en lokale opgave.
activiteiten ontplooien als deze opgave niet wordt opgelost.
ook over klimaatadaptatie en duurzame mobiliteit. Dit alles vraagt fysieke
economie een duurzame toekomst.
WERKEN EN LEREN
We kunnen simpelweg weinig of geen nieuwe economische
Verduurzaming van bedrijventerreinen gaat naast energietransitie en circulariteit
In het licht van het voorgaande, de impact op omgevingskwaliteit en stikstof VERANDEREN
Dat betekent we onze emissies moeten terugbrengen en
daar ligt ook een taakstelling voor de bedrijventerreinen. Door deze terreinen te
kan dit echter ook een onbegaanbare weg blijken te zijn. Met regio, provincie en Rijk hebben we eerst ook een aantal andere puzzels op te lossen en is de verbetering van de doorstroming op A1/A30 van zeer groot belang.
verduurzamen, ontstaat er meer perspectief voor bestaande en nieuwe bedrijven. Als gemeente willen we samen met de provincie aan de slag om op onze
bedrijventerreinen de ondersteuning te leveren om productieprocessen duurzamer te maken. Daarvoor kan meer elektrificatie aan de orde zijn (emissie arme of vrije logistieke processen). Daarnaast willen onze ambitie waarmaken om in 2050
volledig circulair zijn te zijn. Voor bedrijven betekent dit dat het recyclingpercentage van industrieafval 100% is. Voor nieuwe bedrijventerreinen moeten de nieuwe gebouwen, wegen en andere objecten circulair worden gebouwd en dat daar
waar gesloopt wordt, ook het sloopafval 100% als grondstof moet kunnen dienen. Daarmee sluiten we ook aan bij provinciale ambities.
Omgevingsvisie - De toekomstscenario’s
29
TOPREGIO
3.5 Topregio voor toekomstgerichte landbouw
BOUW ND LA
T
STGERIC OM HT E EK O
één van de grote spelers in de Foodvalley. Dit betekent wel dat verandering en aanpassing noodzakelijk is.
ONTWIKKELRICHTING LANDBOUW
De agrarische sector vertegenwoordigt een duidelijk economisch belang; in de
De gemeente streeft naar een volledig circulaire economie in
Foodvalley is 1 op 6 banen agrarisch gerelateerd. De agrarische sector staat
echter onder druk. En die druk komt van veel kanten. Het is niet eenvoudig om
2050. Dit betekent dat ook in de agrarische sector kringlopen AANPASSEN
economisch te floreren, de kosten stijgen, de opbrengsten lang niet altijd. Daarbij helpt de relatieve kleinschaligheid van de bedrijven in onze gemeente niet.
zoveel mogelijk moeten worden gesloten en dat grondgebonden landbouw gestimuleerd moet worden. Dit betekent dat elk
afzonderlijk bedrijf moet streven naar een gesloten mineralenbalans, waarbij
voer- en meststromen in balans zijn, al is bekend dat het circulair worden van het voedselsysteem een grotere schaal vergt, omdat niet de hele kringloop
lokaal, regionaal of zelfs nationaal gesloten kan worden. Met name voor de (intensieve) veehouderij is dit een grote uitdaging.
Voor een gezonde en duurzame voedselproductie is extensivering en duurzaam grondgebruik van landbouwgrond nodig. Denk daarbij aan geen import van
soja meer, dieren (deels) naar buiten, meer plantaardige voedselproductie, meer
biodiversiteit en landschapselementen, dubbel gebruik van grond en verbetering van de bodem- en waterkwaliteit. Het is daarom van belang dat het stoppen
van veehouderijen niet zal resulteren in het vrijkomen van grote hoeveelheden
landbouwgrond die ongewenst een andere bestemming krijgen. Landbouw moet
centraal blijven staan, zeker in een aantal kerngebieden in onze gemeente, en dat vergt sturing niet alleen op bedrijfsbebouwing, maar ook op de landbouwgrond. SAMEN VERANDEREN
Stikstof heeft Nederland op slot gezet, ook de Gelderse Vallei. De zeer strenge
We staan als maatschappij gezamenlijk voor de uitdaging om
regels rondom dierziekten hebben enorme impact op het moment dat die ziekten ook bij de bedrijven in onze gemeente zich aandienen, zo leert de ervaring
helaas. Juist de veelheid van bedrijven dicht bij elkaar werkt dan averechts. En tot slot heeft de agrarische sector aanzienlijke impact op onze leefomgeving,
naar een gezonder voedselsysteem te gaan, met een goed VERANDEREN
verdienmodel voor agrariërs. De overheden spelen in die
maatschappij een uitdagende en grote rol. Het Rijk heeft op
bijvoorbeeld door luchtkwaliteit die veel minder goed is dan we willen.
hoofdlijnen een koers uitgezet, middelen gereserveerd en werkt aan beleid
Tegelijkertijd is een Barneveld zonder agrarische sector Barneveld niet meer. We
en de sector in de regio de volgende stappen te zetten. Als gemeente zien
willen dat de gemeente Barneveld een topplek is en blijft voor voedselproductie, niet alleen voor primaire productie, juist voor de hele keten. Daarmee blijven we
voor de hele sector. De provincie is nu aan zet om samen met gemeenten
wij een grote verantwoordelijkheid in het proces voor de toekomst van onze ondernemers, inwoners en culturele identiteit.
Omgevingsvisie - De toekomstscenario’s
30
Veehouderij in de gemeente Barneveld Vergunde rechten van veehouderij bedrijven in de gemeente Barneveld naar bedrijfsgrootte (Standaard Verdiencapaciteit, SVC) en type veehouderij (Omgevingsdienst, september 2021).
Type veehouderij TYPE2 rundvee intensieve veehouderij overig
Bedrijfsgrootte SUM_SVC in SVC 25.000 - 100.000 100.000 - 250.000 250.000 - 500.000 0
1
2
4 Kilometer
> 500.000 Omgevingsvisie -- De Omgevingsvisie De toekomstscenario’s toekomstscenario’s
31
We kunnen de toekomst niet voorspellen, maar voor onze rolopvatting in de
opgave hebben we wel een voorlopige koers voor ogen, vooral als het gaat om
•
de veehouderij. We willen met de sector samen aan de slag om een actieve
verantwoordelijkheid, waarvoor de agrariër de dienst levert en dus ook door
te creëren, waardoor ze een afgewogen, bij hen passende, keuze kunnen
invulling van hun bedrijf. We merken in de praktijk dat het maken van een
keuze niet eenvoudig is vanwege allerlei ‘obstakels’: verplichte asbestsanering, sloopkosten, herbestemming, fiscale afwikkeling, schuldsanering door banken en veevoerleverancier, psychosociale problematiek.
gericht op verbetering van het bodem- en watersysteem, opslag van CO2, de biodiversiteit en landschappelijke kwaliteit. Dit is een maatschappelijke
bewustwording over de toekomstmogelijkheden van agrariërs voor hun bedrijf maken: doorgaan, stoppen, verplaatsen of op zoek gaan naar een andere
Versterking van de kwaliteit van het ecosysteem door ecosysteem diensten
de maatschappij daarvoor beloond moet worden. •
Organiseren van toegang tot grond, bijvoorbeeld via een grondfonds en/of andere vormen van kavelruil cq grondbeleid
Dit kost heel veel geld. Voor een belangrijk deel moet dit komen via het
Nationale Programma Landelijk Gebied en de fondsen vanuit het rijk voor de Transitie van de landbouw, maar er zijn ook andere middelen/fondsen in de
Er zijn diverse opties in de aanpak:
maak om agrariërs te helpen in de omslag. Ook de gemeente zal hierin financieel
•
Open staan voor experimenten, op voorwaarde dat een kwaliteitsslag
•
Stimuleren van het gebruik van technische maatregelen (best beschikbare
moeten bijdragen.
gemaakt wordt.
technieken) voor een vermindering van de uitstoot van geur en fijnstof en daarmee een vermindering va de gezondheidsrisico’s.
•
Gebruik maken van de omgevingsdialoog om inzichtelijk te krijgen in
•
Open staan voor innovatieve bedrijfsontwikkelingen, mits deze bijdragen
•
Ruimte bieden aan verbreding van de agrarische activiteiten op het
hoeverre de overlast voor de omgeving aanvaardbaar is en blijft. aan de verbetering van de omgevingskwaliteit.
gebied van verwerking van agrarische producten, circulaire landbouw en verduurzaming.
•
Het landschap in een gebied versterken door de sloop van overtollige
•
De maximale omvang van het agrarisch bedrijf niet op voorhand
gebouwen en een zorgvuldige landschappelijke inpassing.
vastleggen. Ontwikkelruimte kan verdiend worden met de beoogde kwaliteitsverbetering.
Omgevingsvisie - De toekomstscenario’s
32
GEZO ND
ELD EV RN
HET BUITENGEBIED
wordt naar verwachting sterker de komende jaren, onder
TUURLIJK NA BA
3.6 Gezond en natuurlijk Barneveld
AANPASSEN VAN DE RUIMTELIJKE KWALITEIT IN Al jaren neemt het aantal agrarische bedrijven af. Die trend
EN
AANPASSEN
We willen een gezonde gemeente zijn in veel facetten; het gaat erom dat we als inwoner in staat zijn om gezond te leven. Dat is in essentie een eigen
meer door alle regels en het nationale beleid. Op basis van
een grove inschatting van alle agrarische bedrijven in het buitengebied, kunnen ze worden gekwalificeerd als blijvers voor de langere termijn, uitzingers (nog
enkele jaren doorgaan en dan stoppen, veelal door gebrek aan een opvolger) en stoppers of al gestopte bedrijven. We moeten rekening houden met het vrijkomen van 200 tot 300 veehouderijen in de komende 10 jaar.
verantwoordelijkheid, maar als gemeente hebben we hier ook een rol. We staan
aan de lat om voorzieningen te realiseren voor sport en beweging. We willen dat kwaliteit van de lucht, de bodem en het water bijdraagt aan onze gezondheid. We willen een leefomgeving die helpt om de gevolgen van een veranderend
klimaat op te vangen en die tegelijkertijd aantrekkelijk is om in te leven. Tot slot
leven we samen met planten en dieren in ons rijke palet aan landschappen. Ook
Deze verandering in de landbouw is zichtbaar aan de leegstaande en soms
vervallen gebouwen en afbouwende bedrijven waar men duidelijk niet meer investeert in de noodzakelijke vernieuwingen. Hiermee ontstaat een grote opgave. Leegstand kan leiden tot verrommeling van het buitengebied en
onwenselijke of zelfs illegale activiteiten aantrekken. Dit proces, te kenschetsen als ondermijning, moet worden voorkomen. Daarvoor kennen we nu
functieveranderingsbeleid. De doorgaande trend van bedrijfsbeëindigingen en
de verwachte toename daarvan, stelt ons echter wel voor de vraag of dit beleid
geen aanpassing behoeft: willen we overal in het buitengebied huizen en nieuwe
dit is onderdeel van onze samenleving.
Op alle facetten van een gezonde leefomgeving in Barneveld staan we gesteld
voor uitdagingen voor de korte als lange termijn. Gezondheidsbescherming richt zich op een gezonde lucht-, bodem- en waterkwaliteit en een groene omgeving. De gemeente heeft een plicht om te zorgen voor een gezonde leefomgeving en inwoners te beschermen tegen hinder en nadelige effecten door agrarische en andere bedrijven. Die opgave is relatief groot, want er is sprake van een grote vermenging van veehouderijen, woningen en andere niet-agrarische functies.
bedrijven? Ook deze verandering biedt mogelijkheden om een verbetering tot stand te brengen in de kwaliteit van de leefomgeving in het buitengebied en ruimte voor de landbouwbedrijven die door willen gaan én bijdragen aan de
behoefte aan woningbouw. Dat laatste dan wel op een manier die wat betreft
locaties en differentiatie bijdraagt aan zowel woondoelen als ruimtelijke kwaliteit. Daar moeten we keuzes in gaan maken.
De laatste jaren zien we dat toekomstgerichte ondernemers bestaande
bedrijven opkopen en daar een deel van hun productie vestigen (zogenaamde
satellietlocaties). Hierdoor ontstaan meer bedrijven die over meerdere locaties beschikken. De vrijkomende erven bieden kansen voor de blijvers om een
locatie toe te voegen aan hun bedrijfsvoering. De keerzijde hiervan is dat er op deze satellietlocaties de bedrijfswoningen niet meer als zodanig in gebruik zijn of huisvesting biedt aan personeel, soms arbeidsmigranten, of het gebruik is onduidelijk, wat ten koste gaat van sociale samenhang in een gebied.
Omgevingsvisie - De toekomstscenario’s
33
VOORZIENINGEN VOOR SPORT EN SPEL
vooral werk te doen om grotere speelplekken te realiseren met uitdagend
en gevarieerd aanbod van speelvoorzieningen voor jongeren. Deze moeten
Voldoende beweging is een belangrijk onderdeel van een
ontstaan op centrale plekken in en ook tussen wijken. Daarmee kunnen we echt
gezonde leefstijl. In de gemeente Barneveld heeft bijna de
helft van de inwoners overgewicht en bijna de helft van de
GROEIEN
bevolking beweegt ook te weinig. Het is daarom belangrijk
wijken en buurten meer met elkaar verbinden.
om in de leefomgeving voldoende de mogelijkheid te bieden
Verbinden heeft ook betrekking op mobiliteit en routes. Het woon-
leeftijdsgroepen verschillende behoeften hebben. Daarnaast kan bewegen in
gezondheidsoverwegingen een belangrijke rol spelen. Dan gaat het dus om meer
tot bewegen en elkaar ontmoeten. Daarbij moeten we inzien dat verschillende
werkverkeer of het naar school gaan vraagt ook om een benadering waarin
verenigingsverband, maar ook in de openbare ruimte bijvoorbeeld in parken of
aandacht en ruimte voor fietser en wandelaar.
dan alleen sport. Functioneel bewegen, wandelen en fietsen, is ook goed voor
VERANDEREN VOOR SCHONERE LUCHT
in groene gebieden die aan de kern grenzen. Van belang is dat we verder kijken onze gezondheid.
De gemeente Barneveld heeft het Schone Lucht Akkoord ondertekend ten
De groei van Barneveld zorgt er voor dat er uitbreiding nodig is van
en ammoniak bij veehouderijen. Hieruit volgen tamelijk concrete doelstellingen: in
voldoende multifunctionele ruimtes (gymzalen) voor bewegingsonderwijs
opzichte van 2016; Dit ligt in het verlengde van de extra fijnstofreductiemaatregelen
nieuwe sportverenigingen. We moeten dus rekening houden met meer
veehouderijen. Te hoge gehaltes aan fijnstof in de lucht zijn een risico voor de
behoeve van het verbeteren van de luchtkwaliteit en emissiereductie van fijnstof
de (binnen)sportaccommodaties in de gemeente. Daarbij gaat het om
2030 minimaal 50% gezondheidswinst uit binnenlandse bronnen te realiseren ten
voor de schoolkinderen. Het gaat om ruimte voor bestaande en
die Barneveld, samen met de regiogemeenten al sinds 2017 vraagt van (pluim)
sportaccommodatie.
volksgezondheid. Daarnaast heeft de gemeente een gemeentelijke geurverordening
Maar zoals gezegd is er meer nodig dan alleen voorzieningen voor sport. Het
Deze geurverordening moet geactualiseerd worden.
gaat om het uitdagen van al onze inwoners om meer te gaan bewegen, een
ieder op zijn of haar wijze. Dat betekent aanpassingen in de openbare ruimte. Met meer inwoners en het hoge aantal kinderen in onze gemeente hebben
uit 2008 met afwijkende en vooral meer soepele normen dan elders in het land.
Veel bewoners van het buitengebied hebben goede banden met de agrariërs in het gebied, veel mensen zijn werkzaam in de agro-business en dragen de agrarische sector een warm hart toe. Dit leidt ertoe dat over het algemeen
genomen minder (of geen) overlast wordt ervaren en minder zorgen zijn over
nadelige gezondheidseffecten dan in niet-agrarische gemeenten of in andere provincies.
Maar niet alleen de landbouw heeft invloed op onze luchtkwaliteit. De delen van de gemeente die binnen de invloedssfeer van de rijkswegen A1 en A30 gelegen zijn, vormen een aandachtsgebied rond geluidhinder en luchtkwaliteit. Ook de
vele bedrijvigheid in onze gemeente draagt bij aan de luchtkwaliteit zoals die nu
is. En de laatste jaren zien we toenemende aandacht en discussie ontstaan over de effecten van hout gestookte kachels en open haarden.
Omgevingsvisie - De toekomstscenario’s
34
Met een groeiend aantal inwoners verandert echter het
Door klimaatverandering en door ons eigen handelen staan onze ecosystemen
karakter
en landschappelijke kwaliteiten onder druk. Verstedelijking en belasting
van een aantal dorpen en inzichten over hoe luchtkwaliteit
onze gezondheid beïnvloedt. Deze inzichten geven aanleiding
door (agrarische) bedrijven en verkeer creëren ruimtedruk en beïnvloeden AANPASSEN
om ons gedrag aan te passen, zelfs als het gaat over
houtstook. Dat zal overigens eerder in de grote kernen aan de orde zijn, dan in
de kleine dorpen. Maar ook hoe we staan ten opzichte van bedrijven. We willen dat bedrijven een toekomst hebben in onze gemeente, maar wel zodanig dat
dit een gezonde leefomgeving van onze inwoners niet in de weg staat en vice
de natuurwaarden in onze gemeente, zowel in het stedelijk als het landelijk
gebied. De samenhang kalft af en het oppervlak en kwaliteit gaan achteruit. Dat zien we bijvoorbeeld terug in het verdwijnen van landschapselementen in ons
buitengebied of het verminderen van groen in het stedelijk gebied door ruimte te geven aan (economische) ontwikkelingen.
versa. Dit betekent dat de groei van onze dorpen en veranderingen in agrarische
De grootste opgave qua aanpassing en verandering is het anders omgaan
van de dorpen vragen daarbij om aandacht.
overgangszones rondom onze kernen. Dat vraagt fysieke ruimte, maar moet hand
VERANDEREN VOOR EEN MOOIER LANDSCHAP EN
ingrepen voor een betere bereikbaarheid. Natuur en water houden niet op daar
bedrijfsvoering verstandig gecombineerd moet worden. Vooral in de randzones
in hand gaan met de groei van de dorpen voor nieuwe woningen en eventuele waar de dorpen beginnen, maar lopen in het beste geval door onze kernen
GEZONDER ECOSYSTEEM
heen. Daarmee garanderen we de nabijheid van een toegankelijk buitengebied
Onze gemeente is veelzijdig qua natuur en landschappelijke kwaliteiten. De hoog gelegen Veluwe en de lage Gelderse
met onze beeksysteem en het creëren van meer landschappelijke, groene
VERANDEREN
voor onze inwoners en bezoekers via verbindingen vanuit de kernen zelf. De
Vallei zorgen voor gebieden die juist heel droog of juist nat van
aanwezige wandelpaden maken het voor de eigen inwoners en bezoekers
Belangrijke levensaders voor de natuur en bepalend voor landschappelijke
nieuwe gebiedsontwikkelingen voor woningen en bedrijven de gezonde en groene
karakter zijn. Tussen hoog en laag lopen diverse beken door onze gemeente.
makkelijk om onze gemeente wandelend te verkennen. Het betekent ook dat in
kwaliteit. Deze bijzondere diversiteit aan landschappen is een belangrijke drager
leefomgeving integraal onderdeel moet zijn van het investeringen.
voor de biodiversiteit in onze gemeente.
Omgevingsvisie - De toekomstscenario’s
35
Omgevingsvisie -- De Omgevingsvisie De toekomstscenario’s toekomstscenario’s
36
BERE IKB
De groene overgangszones en de beken zijn niet op een zichzelf staand iets, maar maken onderdeel uit van een groter systeem. Dat groenblauwe netwerk beslaat het hele grondgebied van onze gemeente en gaat over de grenzen heen. Dit netwerk moet groen- en waterstructuren in kernen, het agrarisch
buitengebied en de natuurgebieden verbinden. Daarmee kan de basiskwaliteit van de natuur worden versterk: meer natuur en biodiversiteit in de gehele
gemeente, bijvoorbeeld middels het terugbrengen van houtwallen of aanbrengen van hagen.
ST OM EK O
U EN IN DE RN T AA
3.7 Veilig bereikbaar nu en in de toekomst Mobiliteit is sterk verweven met ons dagelijks leven. We zijn veel onderweg,
voor werk, school, kerk, sport, plezier en ons dagelijkse levensonderhoud. Het aantal verplaatsingen en de gemiddelde afstand per verplaatsing, zijn door
de jaren heen toegenomen, en ook de komende 20 à 30 jaar verwachten we veranderingen op het gebied van verkeer en vervoer. Dat heeft veel invloed
Dat sluit aan op de opgaven die voortvloeien uit rijks en provinciaal beleid.
op onze leefomgeving. Denk alleen al aan het aantal auto’s dat er bij komt als
van waterkwaliteit en natuur moet onder meer plaatsvinden door ingrepen
gemeente een stuk voller straatbeeld en op plaatsen zullen aanpassingen
Beken vervullen daarin een belangrijke rol. De noodzakelijke verbetering
we groeien naar een gemeente met 80 tot 85.000 inwoners. Die geven onze
in beekdalen. Het moet leiden tot meer soortenrijkdom en de impact van
moeten worden doorgevoerd om de verkeerstoename überhaupt aan te kunnen.
klimaatverandering moet afnemen. Maar ook in het verbinden en het robuuster
maken van natuurgebieden schuilt een opgaaf. Al langer wordt gesproken over een verbinding tussen de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug door de Gelderse Vallei
heen. Ook dat vraagt ruimte, investeringen en vervolgens een bijpassend beheer.
Verkeersveiligheid is een belangrijk onderdeel van mobiliteit. De gemeente Barneveld scoort op dit moment relatief slecht op het gebied van
verkeersveiligheid. In de periode 2011-2020 kwamen er in de gemeente 31 personen om in het verkeer.
Omgevingsvisie - De toekomstscenario’s
37
Dat is aanzienlijk meer (70%) dan elders in Nederland. De ongevallen gebeuren
niet alleen op lokale wegen, maar ook op provinciale en Rijkswegen binnen onze gemeente. Hier ligt een gezamenlijk opgaaf.
regio Foodvalley ingezet op het stimuleren van e-bikegebruik, spitsmijding en
het implementeren van slimme technologie zoals i-VRI’s om de druk op weg te
De oorzaken van de onveiligheid komt niet alleen door de inrichting van onze
wegen. Het algemene beeld is dat veel ongevallen verband houden met een te
hoge snelheid, al dan niet in combinatie met alcohol- of middelengebruik. Uit de
veiligheidsmonitor van 2021 blijkt dat het aantal slachtoffers in de leeftijdscategorie 16 – 18 opvallend hoog is, net zoals het aantal slachtoffers in de leeftijdscategorie 19-25. Ook in de verandering van het gedrag ligt een opgaaf.
verminderen.
VERBONDEN MET DE REST VAN NEDERLAND
We zijn goed verbonden met zowel de regio als de rest van Nederland. De snelwegen A30 en A1 zijn belangrijke verkeersaders en via spoor kunnen
we Amersfoort en Ede snel bereiken. Regionale en lokale verbindingswegen vormen daarbij een onderliggend netwerk dat de afzonderlijke dorpen met
elkaar verbindt. Wat betreft de fiets hebben we de afgelopen jaren gewerkt aan
TRENDS
een goed netwerk. Dat heeft echter ook nog veel meer aandacht nodig, zowel
Om een groeiend autoverkeer te beperken wordt zeker op
binnen de kernen als tussen de kernen. Bijzonder is de aanwezigheid van drie
de schaal van Nederland een sterke groei verwacht van het
gebruik van het openbaar vervoer. Het autogebruik wordt om
Op regionaal niveau wordt via het programma ‘Slim & Schoon Onderweg’ van
VERANDEREN
diverse redenen ontmoedigd om de groei hierin aan banden te
leggen. De opkomst van de elektrische auto kan hierin een verandering brengen. De verwachting is dat het aantal auto’s per huishouden gaat afnemen, met name
de jongere autogebruiker hecht namelijk minder waarde aan het bezitten van een eigen auto. Hoe dat in Barneveld uitpakt is nog maar de vraag als je kijkt naar
de identiteit. Datzelfde geldt voor het gebruik van de fiets. Door de opkomst van de elektrische fiets worden ook langere afstanden steeds beter te overbruggen.
treinstations in de kern Barneveld. De gemiddelde afstand van een woonadres tot het dichtstbijzijnde treinstation bedraagt in Barneveld 3,4 km. Dit is korter
dan het Nederlands gemiddelde, dat 5,1 km bedraagt. Voor de kleinere kernen is de afstand een stuk groter.
Bereikbaarheid gaat over meer dan autogebruik en files en over wegen,
fietspaden, stations en spoorwegen. Bereikbaarheid gaat ook over nabijheid van
voorzieningen en de toegankelijkheid daarvan, de afstand tussen werk en wonen of hoe vrachtverkeer zich verhoudt tot fijn leven in de dorpen.
Omgevingsvisie - De toekomstscenario’s
38
OMGAAN MET MOBILITEITSGROEI IN ONZE GEMEENTE
optimaal en kiezen we voor de reis naar het oosten in ieder geval snel voor de auto. Dit verdient aanpassing.
Het lokale wegennet binnen Barneveld functioneert over het algemeen goed, waarbij uiteraard continu wordt gewerkt aan het aanpassen van specifieke
verkeerssituaties om veiligheid of doorstroming te verbeteren. Echter met de
•
groei van het aantal inwoners ontstaan er op termijn knelpunten als we niets
verbeteren kan ook het OV gebruik groeien.
bij scholen. Daar neemt de parkeerdruk toe en de overlast voor de omliggende •
De bestaande hoofdroute door Barneveld (ondermeer de Lunterseweg) heeft weinig ruimte om meer verkeer aan te kunnen. De verwachting is dat er
aanzienlijk meer verkeer komt. Daarvoor is reeds een alternatief in de vorm
van een rondweg aan de oostzijde in onderzoek genomen. Een rondweg kan
echter niet voorkomen dat er ook diverse kruispunten binnen de bebouwde kom aangepast moeten worden. Hoe de kruispunten precies vormgegeven moeten
worden is mede afhankelijk van op welke wijze met name in de kern Barneveld de groei wordt vorm gegeven.
Zo worden de overvolle treinen wat prettiger en raken we sterker regionaal verbonden. Door ook de bereikbaarheid van de stations in Barneveld te
doen. Zowel op de wegen, als op specifieke plekken zoals bij sportterreinen, wijken en buurten. Een ongewenste ontwikkeling.
Met Ede-Amersfoort willen we graag een kwartiersdienst, zeker in de spits.
In Stroe zien we graag een station komen. Niet om het verre verleden in
ere te herstellen, maar om een goede OV-voorziening aan de oostzijde van onze gemeente te hebben, de bereikbaarheid van de militaire terreinen te
verbeteren en de (randen van de) Veluwe met OV toegankelijk te maken. Een station is echter alleen haalbaar als er veel gebruik van wordt gemaakt en dat is nog wel een opgave.
De investeringen in het OV doen we niet zelf. We zijn afhankelijk van de
provincie en Rijk en we hebben ook simpelweg rekening te houden met het spoorboekje: passen extra treinen wel in de dienstregeling? Door regionaal
De groei vereist niet alleen iets van het eigen wegennetwerk, maar ook van het bovenliggende netwerk. De invloed van de gemeente is daarop meer
samen te werken willen we ons voor deze opgaven stevig positioneren. De verstedelijkingsstrategie voor de regio helpt daarin.
beperkt, maar tegelijk is met een grote groei van Barneveld wel aanleiding
om de capaciteit van dit netwerk en de ontsluitingen hier naar toe passend bij te stellen. Onder de noemer van Corridor A1 vinden er onderzoeken en
een lobby plaats voor vergroting van de capaciteit van de A1 specifiek ook op het gedeelte tussen knooppunt Hoevelaken en de Veluwe. Daarnaast wordt in die lobby ook ingezet op de ontwikkeling van een regiosprinter en een aantal
extra treinstations tussen Amersfoort en Apeldoorn.De behoefte aan goede OV stijgt immers, terwijl de mogelijkheden relatief beperkt zijn. Zeker als er meer binnenstedelijk ontwikkeld wordt met deels andere woonmilieus, vraagt dat simpelweg meer van het OV-netwerk: •
Het station Barneveld-Noord is niet aangesloten op het spoor van
Amersfoort naar Apeldoorn. Daardoor functioneert het transferium niet
Omgevingsvisie - De toekomstscenario’s
39
VERKEERSVEILIGHEID
Daarmee komen werk en wonen dichterbij. Het OV krijgt een matige
van gemotoriseerd verkeer is daar van ondergeschikt belang. Tegelijkertijd zien
mobiliteitsgroei mee op te vangen. Het moet makkelijker worden om met de bus
deels regionaal. Dat is ongewenst, al is de verwachting dat dit probleem op de
voor de elektrische fiets veel meer fietspaden en meer oplaadpunten moeten
De verkeersveiligheid in de kleine dorpen heeft veel prioriteit. Doorstroming
beoordeling en zoals voorgaande aangegeven is dat een belangrijke factor om
we bijvoorbeeld in Stroe en Kootwijkerbroek veel sluipverkeer, deels lokaal,
en de trein te reizen. In samenhang betekent dat bijvoorbeeld dat er bijvoorbeeld
langere termijn kleiner wordt, zodra de projecten A1-A28 Knooppunt Hoevelaken
komen. Juist hier vinden inwoner en bezoeker van onze gemeente elkaar.
verkeersveiliger door doorgaand verkeer te ontmoedigen maar met behoud van
SAMENGEVAT: AANPASSEN KAN ALLEEN MET EEN SLIMME
krijgen waar mogelijk voorrang op autoverkeer. Dat betekent ook dat verkeer wel
Rondom mobiliteit en bereikbaarheid komen veel opgaven bij elkaar. Zowel
en A1-A30 zijn gerealiseerd. De centra van Barneveld en Voorthuizen worden
een goede bereikbaarheid voor bestemmingsverkeer. Voetgangers en fietsers
MOBILITEITSSTRATEGIE
goed richting de A30 en A1 geleid moet worden en daar door kan rijden.
ondernemerschap als een vitaal, leefbaar dorp zijn gebaat bij goede bereikbaarheid.
VERANDEREN VAN ONS GEDRAG; ALLEEN MET GOEDE
de oplossing. We hebben een keuze te maken: gaan we verder met het verder
ALTERNATIEVEN EN EEN BETER NETWERK
faciliteren van de auto (bijvoorbeeld door de aanleg van één of meer rondwegen) of
kiezen we voor (aanpassen van) wat we al hebben en veranderen we onze behoefte
Het gemaksgedrag van het hebben van een auto is voor
de autogebruiker niet zomaar veranderd, toch is de roep
voor een alternatief aanwezig binnen de gemeente. Meer snelfietsroutes bijvoorbeeld, in en tussen de dorpen.
Net als in de landbouw staan we voor grote uitdagingen, die kostbaar zijn ongeacht
VERANDEREN
en gedrag door mobiliteitsverandering (fiets en OV) en -vermindering (nabijheid),
terwijl forse groei aan de orde is van inwoners en banen. In het volgende hoofdstuk bieden we daarvoor de eerste verdiepende inzichten.
Omgevingsvisie - De toekomstscenario’s
40
4. TOEKOMSTSCENARIO’S VOOR 2040 4.1 Inleiding
ook mogelijk. Denk aan het wonen boven een parkeergarage of een winkel of het
In het vorige hoofdstuk maakten we inzichtelijk wat de opgaven zijn, waar we in de komende decennia voor staan. De gemeente heeft verschillende rollen in het oplossen van deze opgaven. Als bevoegd gezag sturen we op de ruimtelijke inrichting. Dat doen we niet alleen. Ook Rijk, provincie en waterschap hebben een stevige rol, bijvoorbeeld voor het landelijk gebied of openbaar vervoer. Heel veel ruimtelijke ontwikkelingen ontstaan door initiatiefnemers van binnen en buiten onze gemeente. Deze initiatieven willen wij als gemeente in goede banen leiden om het totaal van opgaven van een goede oplossing te voorzien. Daarnaast initiëren we als gemeente ook zelf plannen, bijvoorbeeld als het gaat om woningbouw, infrastructuur en voorzieningen, zoals scholen. Dat vraagt om een ruimtelijke strategie: hoe ontwikkelt onze gemeente zich verder in de komende 20 jaar? Welke keuzes maken we daarin?
combineren van agrarisch gebruik met het leveren van natuurdiensten.
Om onze ruimtelijke strategie te bepalen werken we in dit hoofdstuk twee
toekomstscenario’s uit. Beide scenario’s laten zien hoe wij als gemeente om kunnen gaan met opgaven. Het zijn onderscheidende maar realistische scenario’s om het
gesprek over te voeren. Door onderzoek en gesprekken met allerhande betrokkenen bepalen we wat in welk scenario bijdraagt aan de aanpak van de opgaven én hoe zich dat verhoudt tot belangen, wensen en behoeften. Daaruit destilleren we de
best passende elementen uit de scenario’s tot één strategie. Het is onvermijdelijk dat dilemma’s en moeilijke keuzes zich gaan voordoen: de ruimte is immers te
klein om alles en iedereen te kunnen bedienen. Die keuzes moeten we uiteindelijk in de omgevingsvisie wel maken, willen we alle opgaven in samenhang kunnen
aanpakken. In de rest van dit hoofdstuk werken we beide scenario’s uit. Daarvoor nemen we telkens de thema’s ter hand waarlangs we de opgaven in voorgaand
Het maken van een strategie is een grote uitdaging. Alle ruimte in onze gemeente
heeft immers al een functie, een eigenaar, een gebruik, etc. Tegelijkertijd is voor heel veel opgaven juist ruimte nodig. Voor nieuwe woningen veranderen we weilanden in woonwijken. Functies en gebruik veranderen. We maken niet alleen keuzes
om het gebruik van een ruimte te veranderen; meervoudig gebruik van ruimte is
hoofdstuk hebben beschreven. Nu beginnen we in Barneveld natuurlijk niet met
een blanco vel. We hebben al bestaande plannen, projecten zijn in uitvoering en we
hebben in de afgelopen jaren beleid gemaakt waarmee we verder kunnen. Daarmee is onze toekomst feitelijk voor een deel al ingekleurd. Een overzicht hiervan hebben we per thema ook opgenomen paragraaf 4.2 in dit hoofdstuk.
Omgevingsvisie - De toekomstscenario’s
41
4.2 Bestaande plannen, projecten en beleidsvoornemens en de scenario’s
De toekomst is voor een deel ingekleurd, maar voor een deel ook niet. Dat verschilt per onderwerp. Zo
hebben we in 2016 de Strategische Visie Barneveld 2030 vastgesteld. Onderdelen daarvan lopen
inderdaad tot 2030, maar voor andere onderwerpen geldt dat niet. We zullen dat dus moeten aanvullen
naar een compleet plaatje voor 2040, maar ook in de stappen richting 2040.
Zoals gezegd zullen we keuzes moeten maken.
Dat kunnen andere keuzes zijn dan die we in het
verleden gemaakt hebben. Waar mogelijk brengen we bestaande voornemens, plannen en projecten
daarmee in lijn. Veelal zal dat bijsturing van plannen
en beleid zijn, maar het is ook mogelijk dat bepaalde projecten worden stopgezet. Daarbij geldt dat hoe
minder concreet bestaande voornemens zijn, des te
meer we mogelijkheden hebben deze voornemens in
lijn te brengen met de keuzes die we uiteindelijk in de omgevingsvisie maken.
Omgevingsvisie - De toekomstscenario’s
42
T
TOPREGIO
RUIM TE
PRE TT IG
BESTAANDE PLANNEN, PROJECTEN EN BELEIDSVOORNEMENS
STGERIC OM HT E EK O
BOUW ND LA
ONDERNE ME OR VO
AP CH RS
EN RP DO
IN VITA LE VEN LE
PRETTIG LEVEN IN VITALE DORPEN
RUIMTE VOOR ONDERNEMERSCHAP
TOPREGIO TOEKOMSTGERICHTE LANDBOUW
• In totaal tellen bestaande plannen en meer zachte voornemens op tot meer dan 5.000 verschillende type woningen voor diverse doelgroepen. De geplande woningen worden met name aan de randen van dorpen gebouwd, zoals het Wulperveld, Oostbroek, Terschuur Noord.
• We zetten in op een goed en ruim aanbod van bedrijventerreinen. Het bestaande regionale bedrijventerrein Harselaar wordt gedeeltelijk gerevitaliseerd (Harselaar Oost), waarbij de infrastructuur wordt verbeterd en de klimaatbestendigheid wordt vergroot.
• We verwachten in de komende jaren een verdere terugloop van het aantal agrarische bedrijven. Door regelingen, met vanuit de ‘stikstofopgave’, stoppen ondernemers. Deze stoppende boeren faciliteren we met functieveranderingsbeleid.
• In ieder dorp is ruimte voor nieuwe woningen. Barneveld en Voorthuizen nemen het leeuwendeel voor hun rekening met wijken als Bloemendal, De Burgt, Voorthuizen Zuid of het woon-werkgebied in Voorthuizen
• Harselaar wordt de komende jaren uitgebreid in zuidelijke richting met Harselaar Zuid fase 1b en fase 2 om in de hoge vraag naar bedrijventerreinen te kunnen voorzien. We staan open voor de vestiging van een railterminal.
• Bestaande agrarische bedrijven bieden we zoveel mogelijkheid zich te ontwikkelen, binnen de bestaande kaders. We bieden ruimte voor nevenactiviteiten.
• In Barneveld Centrum willen we meer woningen toevoegen vooral door transformatie van panden of herontwikkeling.
• We gebruiken het gebied Harselaar voor verduurzamingmet ruimte voor ontwikkeling van 3 windturbines, stimulansen voor zon op dak en een verkenning naar de mogelijkheden van een energiehub.
• We nemen in alle projecten de opgaven voor klimaatadaptatie mee met de huidige inzichten. Dat geldt in meer en mindere mate ook voor energie, circulaire economie en biodiversiteit (puntensysteem natuurinclusief bouwen). Denk aan gescheiden rioolstelsels, wadi’s en woningen van het gas af. • De voorzieningen groeien mee met de bevolkingsgroei. We voeren hiervoor onze wettelijke taak uit (onderwijs, gymlokalen) en hanteren de NOC-NSF normen voor sportvoorzieningen. Cultuur houden we op peil. Dorpshuizen houden we up to date en vervangen we indien nodig. We hebben veel speelplekken en bankjes in ons openbaar gebied en onderhouden deze op een hoog niveau. • Verschillende dorpen hebben een dorpsvisie met daarin acties om de vitaliteit en levendigheid te bevorderen. Samen met dorpen kijken we welke acties uitgevoerd kunnen worden.
• We houden de centrumgebieden van Voorthuizen en Barneveld qua winkelaanbod en aantrekkelijkheid op peil om de groeiende bevolking te bedienen. Deze winkelgebieden hebben de gemeentelijke aandacht voor wat betreft de inrichting van de openbare ruimte (hittestress, wateroverlast, toegankelijkheid). In de andere dorpen blijven de mogelijkheden voor de dagelijkse boodschappen zo veel mogelijk bestaan, mits dat door ondernemers kan worden gedragen. • De toeristische bedrijvigheid blijft op een gelijk niveau: geen nieuwe vakantieparken, wel beperkte groei van meer kleinschalige bedrijven, vooral bij (voormalige) agrarische bedrijven. Vooral belangrijk is een kwaliteitsimpuls van de bestaande parken. Het buitengebied dient als kraamkamer voor bedrijvigheid op voormalige agrarische bedrijfslocaties.
• We willen de ruimte van stoppende boeren zo veel mogelijk gebruiken om andere ondernemers de mogelijkheid te bieden hun bedrijfsvoering zo aan te passen dat een gezond toekomstperspectief ontstaat. • De nationale opgaven voor de natuur, de Kaderrichtlijn Water en reductie en/ of opslag van CO2 vergen verdergaande innovatie van agrarische bedrijven pakken we regionaal en lokaal aan. We werken daar aan een goede toekomst voor het landelijk gebied en het bijzonder de agrarische sector. We brengen nadrukkelijk het menselijke, sociale, maatschappelijke en economische belang in van onze inwoners en ondernemers. • We zetten in op verbinding tussen de agrarische sector en andere sector. We vinden de koppeling belangrijk met onderwijs en bedrijven in een veel grotere keten. We willen daarnaast bijdragen aan een korte keten.
Omgevingsvisie - De toekomstscenario’s
43
BERE IKB
GEZO ND
U EN IN DE RN T A A
ST OM EK O
BESTAANDE PLANNEN, PROJECTEN EN BELEIDSVOORNEMENS
TUURLIJK NA BA
ELD EV RN
EN
GEZOND EN NATUURLIJK BARNEVELD
BEREIKBAAR NU EN IN DE TOEKOMST
• We werken aan een gezond en natuurlijk Barneveld. Zo willen
• We investeren in verbetering van de verkeersveiligheid en de mogelijkheden om
we de biodiversiteit in de gemeente behouden en versterken. We
per fiets veilig en snel binnen de gemeente te verplaatsen. Daarvoor leggen we
nemen daarvoor de uitvoering van ons biodiversiteitsplan ter hand
fietspaden aan en richten we de wegen in de bebouwde kom zo in dat de auto te
met diverse maatregelen. We richten onze omgeving zo in dat die
gast is.
om kan gaan met het veranderende klimaat (extreme buien, hitte, droogte). Daarnaast werken we aan een energie - en CO2 neutrale gemeente, waarbij we onder andere inzetten op energiebesparing, energieopwekking en alternatieve warmtevoorzieningen. En op duurzame mobiliteit, waar het gaat over hoe we ons verplaatsen. We werken toe naar een volledig circulaire economie met biobased kringlopen en een duurzaam voedselsysteem, waarbij het gebruik van nieuwe grondstoffen minimaal is en waarbij we (waardevast) hergebruiken.
• We lobbyen voor een betere doorstroming op de A1 en A30 en verbetering van het knooppunt A1/A30. We willen een extra aansluiting op de A1 bij HarselaarOost ondermeer om sluipverkeer door Stroe en Kootwijkerbroek te verminderen. • De drie stations blijven we binnen onze mogelijkheden verbeteren waar het kan, bijvoorbeeld om je fiets beter kwijt te kunnen. We zien graag meer gebruik van OV. We hebben de wens om Barneveld Noord op te waarderen totintercitystation. We onderzoeken de mogelijkheden van een regiosprinter van Barneveld naar Apeldoorn met een station in Stroe.
• We stimuleren bewegen in de eigen omgeving met bijvoorbeeld de ontwikkeling van het wandelnetwerk Barneveld en dorpsommetjes. • We werken aan een schonere lucht op basis van het Schone Lucht akkoord en zetten met name in op extra fijnstofreductie in de pluimveehouderij.
• We hebben de ambitie een rondweg aan de oostzijde van Barneveld te realiseren. We doorlopen daarvoor een m.e.r.-procedure, waarin meerdere varianten onderzocht worden: een nulplusvariant waarbij bestaande wegen worden aangepast, en varianten met een nieuwe oostelijke rondweg met verschillende liggingen van tracé’s.De noodzaak om wat te doen voor doorstroming, bereikbaarheid en veiligheid is aangetoond, de oplossing is mede
• We willen met gezondheidsmaatregelen en groene maatregelen
afhankelijk van hoe we onze ruimtelijke opgaven voor de komende 20 jaar willen
meer aansluiten op wat er in onze dorpen en wijken ligt aan
oplossen. Daarom laten we de nulplusvariant en een variant met rondweg we
opgaven. Door deze verbinding te zoeken, willen we meer bereiken.
onderdeel zijn van de scenario’s.
Omgevingsvisie - De toekomstscenario’s
44
4.3 De uitgangspunten voor en karakterschets van de scenario’s Uit hoofdstuk 3 blijkt dat er veel en vooral heel verschillende opgaven
liggen. Een aantal van die opgaven zijn bepalend voor hoe onze gemeente
•
•
•
De woningbouwopgave bedraagt maximaal 10.000 woningen tot 2040. Dit plannen gereed, of locaties voorzien. Voor de andere 5.000 moeten we
Het natuurlijk systeem (bodem, water, lucht, biodiversiteit) moet beter in balans worden gebracht. De stikstofopgave is daar onderdeel van. De