B-3.5 Besluit B&W inzake Reikwijdte puntensysteem natuurinclusief bouwen d.d. 9-11-21.pdf
Tekst van het document
-1Afdeling: Ruimtelijke Ontwikkeling Behandelaar: Otte, Carina Telefoonnummer: 0629407876 Ter kennisname naar de raad Nummer beleidsproduct:
Onderwerp:
Voorstelnr. 1603 Barneveld, 27 oktober 2021 Portefeuillehouder: B. Wijnne Op overzicht Bestaand beleid (website)
1603 Reikwijdte Puntensysteem Natuurinclusief Bouwen Barneveld - (RO-OttC)
Gevraagde beslissing: 1. Kennis te nemen van het puntensysteem Natuurinclusief Bouwen Barneveld, bijlage 1 en brief van ministerie van LNV over Groen in de stad en Knelpuntenanalyse natuurinclusief bouwen, bijlage 2, 2. Raadsmemo Reikwijdte Puntensysteem natuurinclusief bouwen Barneveld, bijlage 3, voor te leggen aan de commissie Grondgebied om de gewenste reikwijdte te bepalen voor besluitvorming door de raad.
1. Inleiding Bij het vaststellen van het plan van aanpak om te komen tot een puntensysteem Natuurinclusief Bouwen Barneveld is afgesproken om in gesprek te gaan over de reikwijdte van dit puntensysteem. Na afronding van dit puntensysteem is het wenselijk om dit gesprek over de reikwijdte aan te gaan. Ten tijde van het opstellen van het puntensysteem waren er landelijke ontwikkelingen. Deze zijn samengevat in een brief van LNV. d.d. 20 september, inclusief een knelpunten analyse natuurinclusief bouwen, terug te vinden in bijlage 2. Om het gesprek te ondersteunen is een raadsmemo, bijlage 3, opgesteld met daarin een ambtelijk voorkeursscenario met bijbehorende overwegingen.
2. Beoogd effect a) Meetbaar effect Door het opstellen van een puntensysteem natuurinclusief bouwen Barneveld en te bepalen voor welke activiteiten deze toegepast mag worden, maakt de gemeente inzichtelijk hoe zij invulling geeft aan het principe natuurinclusief bouwen.
b) Maatschappelijk effect Door een puntensysteem natuurinclusief bouwen binnen de gemeente Barneveld toe te passen, stimuleert de gemeente het verbeteren van de biodiversiteit binnen ruimtelijke ontwikkelingen. Natuurinclusief bouwen draagt daarnaast bij aan een duurzame leefomgeving voor mens, plant en dier.
3. Argumenten Niet van toepassing.
4. Kanttekeningen Niet van toepassing.
5. Financiën Niet van toepassing.
6. Uitvoering Planning: Na het bespreken van de raadsmemo en het bepalen van de bepaalde reikwijdte door de commissie Grondgebied zal een raadsvoorstel om het puntensysteem en gewenste reikwijdte vast te stellen voorbereid voor het voorjaar van 2022.
Communicatie: Bij de voorbereiding van de raadsmemo is de wens geuit om een (publieks)folder over het puntensysteem te maken voor geïnteresseerden en gebiedspartners. Na besluitvorming door de raad over de reikwijdte en het puntensysteem kan deze folder worden uitgewerkt.
-2-
Evaluatie/controle Niet van toepassing.
7. Bijlagen 1. Puntensysteem Natuurinclusief Bouwen Barneveld inclusief bijlagen. 2. Brief LNV Groen in de stad en Knelpuntenanalyse Natuurinclusief bouwen 3. Raadsmemo Reikwijdte Puntensysteem Natuurinclusief Bouwen Barneveld
Raadsmemo
Datum: 27 oktober 2021 Onderwerp:
Ter attentie van:
Afzender:
Reikwijdte Puntensysteem Natuurinclusief Bouwen Barneveld Raad College Reikwijdte Puntensysteem Natuurinclusief Bouwen Barneveld Aanleiding Op 19 juni 2019 is er door ChristenUnie, Burgerinitiatief en Pro’98 de motie Natuurinclusief Bouwen ingediend. Op 7 januari 2020 heeft het college ingestemd met een positieve beantwoording van deze motie, waarin wordt voorgesteld om een puntensysteem passend bij de gemeente Barneveld op te stellen. Op 16 juni 2020 heeft het college ingestemd met het plan van aanpak om te komen tot een puntensysteem voor Barneveld, hiervoor budget beschikbaar te stellen en in gesprek te gaan over de reikwijdte van het opgestelde puntensysteem. Dit puntensysteem voor Barneveld, terug te vinden onder bijlage 1 bij het collegevoorstel is gereed en kan de reikwijdte ervan besproken worden in de commissie Grondgebied. Voorliggende raadsmemo ondersteunt de commissie om in gesprek te gaan over deze reikwijdte. Brief LNV Groen in de stad en knelpuntenanalyse natuurinclusief bouwen Gelijktijdig met het opstellen van het puntensysteem zijn er ook landelijke ontwikkelingen. Deze zijn terug te vinden in de brief, d.d. 20 september 2021, vanuit het ministerie van LNV over Groen in de stad en knelpuntenanalyse natuurinclusief bouwen. Deze brief en knelpuntenanalyse zijn terug te vinden in bijlage 2 bij het collegevoorstel.
In de brief reageert minister Schouten op diverse moties, waarbij ze onder andere aangeeft dat het Bouwbesluit en de opvolger daarvan onder de Omgevingswet (BBL) nu niet de mogelijkheid bieden om eisen op dit gebied, natuurinclusief bouwen, te stellen aan gebouwen. De bijgevoegde knelpuntenanalyse geeft de volgende knelpunten weer: Kennis over aanwezigheid soorten, effectiviteit van maatregelen en de mogelijkheden voor verankering in beleid- en bouwproces is onvoldoende of ontbreekt, Natuurinclusiviteit moet concurreren met andere beleidsdoelstellingen, waaronder klimaatadaptatie, energietransitie en circulariteit. Natuurinclusiviteit delft
regelmatig het onderspit, omdat andere ambities steviger zijn verankerd in regelgeving en beleid, Er gaat veel tijd en geld om in de toepassing van de Wet Natuurbescherming, het achterhalen van lokale beleidskaders en overleg met bevoegde overheden. Als gevolg hiervan vertraagt de uitvoering van projecten en gaat veel budget in het voortraject zitten in plaats van in natuurinclusieve maatregelen in het bouwproject, Ontwikkelaars en bouwbedrijven ervaren financiële knelpunten bij het sluitend krijgen van de businesscase bij het toepassen van en van natuurinclusieve maatregelen en pleiten daarom voor een ‘gelijk speelveld’. Voor de genoemde knelpunten worden de volgende hoofdoplossingen geschetst: Het versterken van de kennisbasis over de toestand en effecten van maatregelen, Het aanscherpen van het nationaal beleid en wetgeving, De inzet van decentrale regelgeving, Ondersteuning van de uitvoeringspraktijk, Stimuleren van innovatie en repliceerbare productie. Als gemeente hebben we geen specifieke taken in het natuurbeheer in vergelijking met de provincie in haar rol als bevoegd gezag. Maar we zijn wel integraal beheerder van de fysieke leefomgeving en staan als decentrale bestuurslaag het dichtst bij de burger. Daarnaast zijn we primair verantwoordelijk voor besluitvorming over veel onderwerpen, die raken aan natuurinclusiviteit.
Zo zorgt de gemeente voor een goede ruimtelijke ordening en is de gemeente bevoegd gezag voor omgevingsvergunningen voor meer bouwen en afwijken van het bestemmingsplan of omgevingsplan. Natuur is een van de belangen die gemeenten meewegen bij de invulling van hun taken. Algemene aandachtspunten bij het toepassen van het puntensysteem 1. Het toepassen van een puntensysteem natuurinclusief bouwen heeft op dit moment geen wettelijke basis. Pas bij het vaststellen van het bestemmingsplan of ondertekenen van een anterieure overeenkomst vindt de juridische borging plaats. Mogelijk verandert dit in de toekomst afhankelijk van de landelijke ontwikkelingen. 2. Het beleidsmatig vaststellen van het puntensysteem maakt het makkelijker om natuurinclusief te werken. 3. De toepassing van het puntensysteem moet getoetst worden tijdens de verschillende fases van ontwerp, uitvoering en beheer. Daarnaast is monitoring gewenst om inzicht te krijgen in het functioneren van de maatregelen en de effecten ervan op het in stand houden van de biodiversiteit en wettelijk beschermde soorten. Deze stappen kosten tijd en capaciteit naast de te nemen maatregelen zelf. 4. Door een puntensysteem beleidsmatig te verankeren, is het voor inwoners, ondernemers en andere gebiedspartners op voorhand duidelijk hoe de gemeente omgaat met dit thema.
Door deze duidelijkheid en borging in de ontwerpfase wordt het benodigde budget efficiënt ingezet. Wanneer gewenste natuurinclusieve maatregelen pas bij de uitvoering in beeld komen, dan zijn de bijbehorende kosten hoger. 5. Het nemen van natuurinclusieve maatregelen ondersteunt het toepassen van de Wet Natuurbescherming, evenals gewenste maatregelen vanuit klimaatadaptief beleid. Om enige richting aan de discussie te geven is hieronder een voorkeursscenario weergegeven. Voorkeursscenario Het voorkeursscenario bestaat uit de volgende 3 uitgangspunten: 1. Het Puntensysteem Natuurinclusief Bouwen Barneveld wordt toegepast binnen de eigen gemeentelijke projecten (R&O en V&I), zoals nieuwbouw, renovatie en verduurzaming vastgoed en infrastructurele projecten. 2. Bij nieuwbouwontwikkelingen, waarbij de gemeente een rol heeft in het eigendom en beheer van de gronden, wordt het puntensysteem toegepast binnen het
beeldkwaliteitsplan of stedebouwkundig plan, waarna de maatregelen worden opgenomen in de anterieure overeenkomsten en bestemmingsplan. In de praktijk vindt dit al plaats, zoals binnen de nieuwbouwwijk Bloemendal, maar dit is niet beleidsmatig verankerd. 3. Het stimuleren inwoners en andere partijen in onze gemeente om natuurinclusief te werken door hierover te communiceren en te inspireren via de website Duurzaam Barneveld, een informatiefolder en andere communicatiemogelijkheden binnen de gemeente. Toelichting op voorkeursscenario Door als gemeente het puntensysteem toe te passen bij haar eigen projecten geeft zij invulling aan haar voorbeeldfunctie en draagt zij bij aan het bevorderen van een duurzame leefomgeving. Het is ook een eerste stap om natuurinclusief bouwen te implementeren binnen haar omgevingsvisie en toekomstige omgevingsplannen. De gemeente kan het puntensysteem relatief makkelijk implementeren, doordat zij de eerste stappen in het project zelf in de hand heeft, waarna andere partijen een actieve rol gaan spelen, zie bijgevoegd processchema. Bij anterieure overeenkomsten waarbij de gemeente geen rol heeft binnen het eigendom en beheer van de gronden, worden de betrokken partijen geattendeerd op het puntensysteem.
Bij gemeentelijke plannen waarbij geen bestemmingsplan nodig is, wordt het puntensysteem onderdeel van het programma van eisen binnen het aanbestedingstraject. Door het ontbreken van de wettelijke borging van natuurinclusief bouwen is het nemen van natuurinclusieve maatregelen niet af te dwingen. Daardoor is ervoor gekozen om initiatieven van particulieren en andere partijen te stimuleren om natuurinclusief te werken. Bovendien kost het toetsen, vergunnen en handhaven van particuliere natuurinclusieve maatregelen relatief veel tijd en capaciteit ten opzichte van nieuwbouwontwikkelingen. Daarnaast staan particulieren al voor verduurzamingsopgaven. Particulieren, die open staan voor het nemen van natuurinclusieve maatregelen, zullen dit vanuit eigen motivatie doen. Een folder en het puntensysteem zelf kan hen inspireren. Een vergelijkbare situatie geldt voor externe initiatiefnemers, die los van de gemeente een initiatief ontwikkelen. Door het ontbreken van de wettelijke borging kan het nemen van natuurinclusieve maatregelen niet opgelegd worden. Tegelijkertijd lijken ontwikkelaars het natuurinclusief bouwen te omarmen. De natuurinclusieve maatregelen dragen bij aan het uitvoeren van verplichtingen voortkomend uit de Wet Natuurbescherming. Zoals in het bijgevoegde processchema is terug te vinden dat er nog een aantal aandachtspunten om het totale proces goed te implementeren.
Bij definitieve vaststelling zal dit verder uitgewerkt moeten worden.
Maatregel Geveltuin Gevelgroen Vermindering lichtuitstraling gebouw Groen dak met sedum
Groen dak met sedum en zonnepanelen Daktuin of biodivers dak
Daktuin of biodivers dak met zonnepanelen Bruin dak Waterdak Groen waterdak
Preventie raamslachtoffers onder vogels
Nestvoorzieningen gierzwaluw
Overige soortspecifieke maatregel
Nestvoorzieningen huismus
Verblijfsvoorziening voor vleermuizen
Nestkast steenuil
Buitenverlichting bij groen beperken
Cluster van inheemse bomen Cluster van inheemse struiken Aansluiting groene tuin en ecologische structuur
Steilwand voor bijen (incl. onderhoud) of ecologisch vergelijkbaar object (takkenhoop, stapelstenen, insectenhotel etc) Bloemrijk grasland (kruiden- en faunarijk grasland) Faunapassage onder hekwerk Natuurlijke haag
Natuurlijke verharding
Groen aanplant
Zoomvegetatie langs perceelsranden Natuurlijke poel/vijver (voor amfibieen) Pocketpark (minipark) Behoud van groenstructuren Spontane vegetatie tolereren (met beheer) Gebruik "rassenlijst" plantmateriaal Muurplanten in oude (kade)muur Rustzone fauna langs wateroever Natuurvriendelijke oever Drijvende oever Ecologische wadi Faunapassage voor amfibieen
Faunapassage onder brug
Faunapassage ecoduct Vleermuisverblijf in brug
Opstellen ecologisch rapport Ecologisch advies voor voorgestelde maatregelen Borgen noodzakelijk beheer of onderhoud
Omschrijving product gevel tuin hop (per plant) Wilde wingerd (per plant) Ecologisch verlichtingsplan
Sedumdak plat Sedumdak hellend Sedumdak plat + zonnepanelen Ecodak met gras en kruiden Ecodak met vaste planten en heesters Ecodak met struiken en bomen Ecodak met zonnepanelen substraat zonder beplanting
Kostenindicatie (excl. btw) € 160 €8 €7 Op aanvraag (maatwerk) Vanaf €37,25 per m2. Subsidie rond €25,00 per m2 (varieert per gemeente). Onderhoudskosten laag. Op aanvraag (maatwerk) Vanaf €37,25 per m2 sedum + €240 per m2 per zonnepaneel. Onderhoudskosten laag. €40-€120 per m2. Frequent onderhoud. €55-150 per m2. Frequent onderhoud. €120-130 per m2. Frequent onderhoud. €40-€120 per m2. Frequent onderhoud. + €240 per m2 per zonnepaneel €35,25- €43,05/m2
per m3 waterdak
aanleg 93,33 per m3 en onderhoud 15,80 per m3 per jaar
per m3 groen waterdak
aanleg 93,33 per m3 + kosten van waterplanten / hellofietenfilter en onderhoud 15,80 per m3 per jaar
Raamstickers Birdsticker birdpen Gierzwaluwkast Neststeen Ventilatiedakpan Gevelbetimmering Huiszwaluwnest Spreeuw Roodborst Andere soort
€2,25-€19,99 (incl. btw) €14,99 (incl. btw) €22,95-€196,41 €33,90 €20-€30 Op aanvraag €6,99-€37,30 (incl.btw) €14,95-€31,71 (incl.btw) €7,99-€45,90 (incl.btw) Op aanvraag
Huismuskast Neststeen Vleermuiskast Kraamkast Inbouwsteen Gevelbetimmering
€22,95-€38,87 €33,89 €26,95-€495,95 €224,95-€364,95 €24,95-€34,95 Op aanvraag
Steenuilenkast Steenuilenbuis
€64,95-€149,95 (incl.btw) €123,15-€156,36 (incl.btw)
geen verlichting plaatsen nabij groen lichthinderkap / verduisteringskap 1 inheemse boom (2,5 - 3m) per struik biodiversiteitsbosje (15-25m2)
€0 onbekend €50 - €100 €3 - €7 €62
Groene tuinen aansluiten op gemeentelijke groenstructuur Steilwand Insectenhotel inheems bloemenmengsel opening hekwerk 15x15cm
Maatwerk, kosten op aanvraag Maatwerk Kosten op aanvraag € 15 nauwelijks kosten
per meter beukenhaag (275 hoogte) per meter Inheemse landschapshaag (3060cm) Biodiversiteitshaag
€80 - €120 €45
grastegel per m2
€ 45
tegen gaan betegeling, geen verharding 25% onbebbouwd oppervlak, gebuik rassenlijst realisatie ruige groene randen kleine natuurvijver tiny forest (park) groen behouden conform ecologisch advies conform ecologisch advies kademuren met muurplantvriendelijke constructie plek zonder versoring van mensen/honden talud van 1:5 of flauwer conform ecologisch advies conform ecologisch advies
amfibieëntunnel
€78
maatwerk: ecologisch advies maatwerk: ecologisch advies €1000 - €3000 € 25.000 maatwerk: ecologisch advies maatwerk: ecologisch advies maatwerk: ecologisch advies maatwerk: ecologisch advies maatwerk: ecologisch advies maatwerk: ecologisch advies maatwerk: ecologisch advies maatwerk: ecologisch advies
€120 - €150 + beheerskosten
faunapassage otter onder brug conform ecologisch advies complete vleermuisvriendelijke brug Inbouw: Kraamkast in brug Conform ecologisch advies 4-8 uur ecologisch adviseur 4-8 uur ecologisch adviseur maatwerk
€120 - €150 + beheerskosten maatwerk: ecologisch advies 1,2 miljoen €224,95-€364,95 Op aanvraag €500- €1000 €500- €1001 maatwerk
Bron Gemeente Amsterdam: https://www.napnieuws.nl/2014/02/05/gratis-geveltuinen-maar-nauwelijks-controle/ https://www.deheliant.nl/product-categorie/klimplanten/ https://ilexcrenata.eu/Wilde-Wingerd-Parthenocissus-Quinquefolia-50-60-cm
Mitigatiecatalogus, Arcadis (2021). Het biodiverse dak. Mitigatiecatalogus, vattenfall.nl, Arcadis (2021). Het biodiverse dak.
Mitigatiecatalogus, Arcadis (2021). Het biodiverse dak. Mitigatiecatalogus, vattenfall.nl Biodivercity, 2011, Het biodiverse dak.
https://www.vanvenrooy.nl/waterdaken/ shar my city, haalbaarheidsstudie Witteveen en Bos
https://www.vanvenrooy.nl/waterdaken/ shar my city, haalbaarheidsstudie Witteveen en Bos Vogelbeschermingshop.nl, jerma.nl, tuinadvies.be, vivara.nl Vogelbeschermingshop.nl, vivara.nl Mitigatiecatalogus Waveka.nl https://www.haldobouwmaterialen.nl/ Mitigatiecatalogus Veldshop.nl, vogelhuisjes.nl. vivara.nl Veldshop.nl, vogelhuisjes.nl, vivara.nl veldshop.nl, vogelhuisjes.nl, vivara.nl Mitigatiecatalogus Waveka.nl Mitigatiecatalogus Faunaprojecten.nl Mitigatiecatalogus Mitigatiecatalogus
Vogelhuisjes.nl, vivara.nl, tuinkenner.nl, traasshop.nl, veldshop.nl Veldshop.nl
Mitigatiecatalogus https://www.tenhoven-bomen.nl https://www.deheliant.nl/product-categorie/losse-inheemse-struiken-voor-meer-biodiversiteit/ https://www.deheliant.nl/product/biodiversiteitsbosje-lichtere-gronden-15-planten-15-25m2/
Vivara Pro Intratuin expert judgement https://www.beukenhaag.nl/ https://www.garmundo.nl/inheemselandschapshaag.html?gclid=Cj0KCQiA4feBBhC9ARIsABp_nbVaakYGxiEq2kqWvg3eTbY0fE1iaFiMI35QAz8sH1GEST 7-3ZC1zMkaAlf1EALw_wcB&gclsrc=aw.ds https://www.deheliant.nl/product-categorie/gemengde-hagen-en-bosjes-voor-meer-biodiversiteit/
https://www.budget-bestrating.nl/
https://www.homedeal.nl/ https://www.ivn.nl/tinyforest/tiny-forest-voor-bedrijven
http://www.biodivercity.nl/index.php/biotoop/21/detail
http://www.biodivercity.nl/index.php/biotoop/21/detail https://www.dearchitect.nl/architectuur/nieuws/2015/06/diervriendelijke-brug-door-next-architects101106461?_ga=2.28795386.736889438.1614696871-194880174.1614348261 Faunaprojecten.nl
Voorkomen hittestress
Wateropgave
X
Geluiddemping
X X
X X
X X
X X
X X
X X X X X X X
Belevingsfunctie
X
Wilde bijen
Bruine sprinkhaan
X X X
X X X
X X X X X X X X X
Eekhoorn
X X X
X X X X X X X X
Merel
X X X X X X X
Laatvlieger
X X X X X X X X X X X X X X X X
Kleine watersalamander
X X X X X X X
Steenuil
X X X X X
Huismus
X X X X X
Gierzwaluw
X X X X X
Meerkoet
X X X X X X X X X X X X X X X
Egel
X X X X X X X X X X X X X X X
Bruin zandoogje
X X X X X X X X X X X X X X X
4 - buitengebied (infrastructuur)
3 - bedrijventerreinen
omgeving omgeving omgeving omgeving omgeving omgeving omgeving omgeving Omgeving Omgeving Omgeving infra infra infra infra infra Infra Infra Infra Infra Beleid Beleid Beleid
Maatregel Geveltuin Gevelgroen Vermindering lichtuitstraling gebouw Groen dak met sedum Groen dak met sedum en zonnepanelen Daktuin of biodivers dak Daktuin of biodivers dak met zonnepanelen Bruin dak Waterdak Groen waterdak Preventie raamslachtoffers onder vogels Nestvoorzieningen gierzwaluw Overige soortspecifieke maatregel Nestvoorzieningen huismus Verblijfsvoorziening voor vleermuizen Nestkast steenuil Buitenverlichting bij groen beperken Cluster van inheemse bomen Cluster van inheemse struiken Aansluiting groene tuin en ecologische structuur Steilwand voor bijen (incl. onderhoud) of ecologisch vergelijkbaar object (takkenhoop, stapelstenen, insectenhotel etc) Bloemrijk grasland (kruiden- en faunarijk grasland) Faunapassage onder hekwerk Natuurlijke haag Natuurlijke verharding Groen aanplant Zoomvegetatie langs perceelsranden Natuurlijke poel/vijver (voor amfibieen) Pocketpark (minipark) Behoud van groenstructuren Spontane vegetatie tolereren (met beheer) Gebruik "rassenlijst" plantmateriaal Muurplanten in oude (kade)muur Rustzone fauna langs wateroever Natuurvriendelijke oever Drijvende oever Ecologische wadi Faunapassage voor amfibieen Faunapassage onder brug Faunapassage ecoduct Vleermuisverblijf in brug Opstellen ecologisch rapport Ecologisch advies voor voorgestelde maatregelen Borgen noodzakelijk beheer of onderhoud
2 - woonwijken
Aspect Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw verblijf verblijf verblijf verblijf Verblijf omgeving omgeving omgeving omgeving omgeving
1 - centrum
1 - historisch centrum / oude stadswijken 2 - woonwijken 3 - hoogbouw
X X
X X
X X X X X
X X X X X X X
X X X X
X
X X X
X X X X X X
X X
X X X
X X X
X X
X
X X
X X X X X X
X X X
X X
X
X X X X
X X
X X X
X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X
X
X X X
X
X X X
X X
X X X
X X X X
X
X X
X X X
X X
X X X
X
X X
X X X
X X X
X X
X X
X X X
X X X
X
X
X X
X X X X
X X X
X X X
X X X
X X
X X X
X
X
X
X
X
X X X X
X X X
X X X
X X
X X
X X X
X X X
X
X X X
X X
X X
X X
X
X
X X X
X X X
X X X
X X X
X X
X
X X X X
X
X
Punten
Punten bij extra inspanning 3
Aspect
1 - centrum 2 - woonwijken 3 - bedrijventerreinen 4 - buitengebied (infrastructuur) Maatregel Nadere omschrijving maatregel
Gebouw
Geveltuin
Kleinschalig project (max 0,5 ha oppervlak en/of <15 m hoogte)
2
2 (+1)
Gebouw
Volgens eisen gemeente; folder geveltuinen. Ook wel een stoeptegeltuintje genoemd. Door de aanleg Minimale inspanning: van een geveltuin wordt het straatbeeld groener en krijgt de aanwezige biodiversiteit een boost. De >25-50% van de lengte van een gevel van planten groeien tegen de gevel aan en zorgen voor een betere waterinzijging. minimaal 10m De geveltuin heeft een breedte vanaf 45 centimeter. Gebruik daarbij bij voorkeur inheemse, bloeiende planten. Extra inspanning Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. >50% van de lengte van een gevel (+1) Gevelgroen Aanplant van gevelgroen (bijvoorbeeld klimop, bruidsluier, wingerd, vuurdoorn, clematis of kamperfoeli) Minimale inspanning: >25-50% van de lengte van een gevel van op muur met weinig of geen ramen en bij voorkeur grondgebonden (plantgat minimaal 30 cm x 50 cm minimaal 10m grondoppervlak). De breedte van het aan te planten gevelgroen voor de genoemde groene punten is afhankelijk van de projectomvang. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. Extra inspanning >50% van de lengte van een gevel Vermindering lichtuitstraling Minimale inspanning: Tegengaan van uitstralen binnenverlichting en buitenverlichting. Hier gaat het bijvoorbeeld om gebouw en/of buitenverlichting verlichting van gebouwen, halfopen fietsenstallingen, portieken en galerijen.
Beperken van verlichting De voorkeur heeft om lichtuitstraling te vermijden. Indien dit niet mogelijk is dan bij groen beperken (+ 1 tussen zonsondergang en zonsopgang of gebruik van afscherming middels slim ontwerp. Het gaat hier bonuspunt voor uitvoer niet alleen over plaatsen waar de verlichting gericht is op de groene omgeving (openbaar groen), maar dient de lichtkleur (golflengte) en de conform een aantoonbaar ook om andere locaties zoals bijvoorbeeld het stedelijk gebied of bedrijventerreinen: uitschakelen intensiteit van het licht (lux) aangepast te ecologisch verantwoord verlichting tussen zonsondergang en zonsopgang of gebruik van afscherming. Uit oogpunt van veiligheid worden. Indien dit niet mogelijk is dan verlichtingsplan, zie beleid) kan het beperken van buitenverlichting bij groen betekenen dat de functies groen en wandel- en dient de lichtverstoring beperkt te worden door de positie, richting en armatuur van fietspaden niet samen gaan. De aanwezigheid van licht heeft effect op lichtgevoelige soorten zoals de lichtbron aan te passen. vleermuizen. Door de lichtuitstraling te verminderen wordt de oriëntatie van lichtgevoelige soorten minder verstoord. Het draagt ook bij aan de energiebesparing en kan daarmee gekoppeld worden aan klimaatadaptatie.
Met de uitvoer van deze maatregel conform een aantoonbaar ecologisch verantwoor verlichtingsplan kan 1 bonuspunt behaald worden. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
2
3/4
Gebouw
Groen dak met sedum
2
3
1
5
4
4
1
3
4
2/3
6/7
5/6
5/6
2/3
4/5
2
2
3/4
Gebouw
Gebouw
Gebouw
Gebouw
Gebouw
Gebouw
Gebouw
Groen dak met sedum en zonnepanelen
Daktuin of biodivers dak
Daktuin of biodivers dak met zonnepanelen
Bruin dak
Waterdak
Groen waterdak
Gebouw
Preventie raamslachtoffers onder vogels
verblijf
Verblijfplaatsen gierzwaluw
1 (per soort)
ntb
verblijf
Overige soortspecifieke maatregel
2
3/4
verblijf
Verblijfplaatsen huismus
2
3 / 4 (+4)
verblijf
Aanleg van groen dak (van minimaal 5 cm dik) met sedum. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
Op een waterdak blijft regenwater tijdelijk staan. Het water kan hierbij gebruikt worden als drinkwater voor bijvoorbeeld insecten en vogels. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
Minimale inspanning: >25% van de lengte van een gevel van minimaal 20m
Minimale inspanning: >25% van de lengte van gevels van minimaal 30m
Extra inspanning >50% van de lengte van een gevel Minimale inspanning: >25% van de lengte van een gevel van minimaal 20m Extra inspanning >50% van de lengte van een gevel Minimale inspanning: De voorkeur heeft om lichtuitstraling te vermijden. Indien dit niet mogelijk is dan dient de lichtkleur (golflengte) en de intensiteit van het licht (lux) aangepast te worden. Indien dit niet mogelijk is dan dient de lichtverstoring beperkt te worden door de positie, richting en armatuur van de lichtbron aan te passen.
Extra inspanning >50% van de lengte van een gevel Minimale inspanning: >25% van de lengte van gevels van minimaal 30m Extra inspanning >50% van de lengte van een gevel Minimale inspanning: De voorkeur heeft om lichtuitstraling te vermijden. Indien dit niet mogelijk is dan dient de lichtkleur (golflengte) en de intensiteit van het licht (lux) aangepast te worden. Indien dit niet mogelijk is dan dient de lichtverstoring beperkt te worden door de positie, richting en armatuur van de lichtbron aan te passen.
Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak
Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2) Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak is groen
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2) Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak is groen
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2) Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak is groen
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2)
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2)
Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak
Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak
Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2) Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak is groen
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2) Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak is groen
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2) Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak is groen
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2)
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2)
Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak
Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak
Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2) Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2) Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2) Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2) Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2) Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2) Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2)
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) >75% van het dakoppervlak (+2)
Minimale inspanning: Plaatsing van minimaal 15 verblijfplaatsen
Minimale inspanning: Plaatsing van minimaal 25 verblijfplaatsen
Extra inspanning Plaatsing van 16 - 21 verblijfplaatsen (+1) Plaatsing van >21 verblijfplaatsen (+2)
Extra inspanning Plaatsing van 26 - 50 verblijfplaatsen (+1) Plaatsing van >50 verblijfplaatsen (+2)
Afhankelijk van wensen van gemeente voor specifieke soort
Afhankelijk van wensen van gemeente voor specifieke soort
Door een daktuin of biodivers dak (zoals beschreven in bovenstaande maatregel) te combineren met zonnepanelen wordt ook ingezet op duurzaamheid en energiezuinigheid. De aanwezigheid van het groen kan ertoe leiden dat de efficiente van de zonnepanelen verhoogd wordt door het absorberen en verdampen van regenwater, wat de omgevingstemperatuur verlaagd en weer leidt tot het beter Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) functioneren van de zonnepanelen. Zonnepanelen leiden er wel toe dat er minder dakoppervlak beschikbaar is voor vegetatie. Om deze reden is deze maatregel, puur vanuit de ecologie bekeken, lager >75% van het dakoppervlak (+2) gescoord dan de maatregel zonder zonnepanelen. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. Het bruin dak is een variant van een biodivers dak, waarbij de aanwezige vegetatie zich op een meer natuurlijke manier ontwikkelt. De inrichting van een bruin dak komt overeen met een braakliggend terrein en is van grote waarde voor o.a. planten, insecten en vogels. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
Grootschalig project (> 2 ha oppervlak en/of >15m hoogte)
Minimale inspanning: 30-50% van het dakoppervlak
Door een groen dak met sedum (zoals beschreven in bovenstaande maatregel) te combineren met zonnepanelen wordt ook ingezet op duurzaamheid en energiezuinigheid. De aanwezigheid van het groen kan ertoe leiden dat de efficiente van de zonnepanelen verhoogd wordt door het absorberen en verdampen van regenwater, wat de omgevingstemperatuur verlaagd en weer leidt tot het beter Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) functioneren van de zonnepanelen. Zonnepanelen leiden er wel toe dat er minder dakoppervlak beschikbaar is voor vegetatie. Om deze reden is deze maatregel, puur vanuit de ecologie bekeken, lager >75% van het dakoppervlak (+2) gescoord dan de maatregel zonder zonnepanelen. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. Aanleg van daktuin (met grondlaag van minimaal 20cm dik). Maak gebruik van "rassenlijst" plantmateriaal. Daktuin scoort alleen punten als het sortiment ecologisch gezien nuttig is. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
Middelgroot project (0,5 - 2 ha oppervlak en/of <15m hoogte)
De hierboven genoemde maatregel "waterdak" is uit te breiden als groen waterdak. Dit kan gedaan worden door het toepassen van geschikte waterplanten. Zelfs kan er een helofytenfilter toegepast worden die het opgevangen water filtert waardoor het weer voor andere toepassingen gebruikt kan worden zoals doorspoelen van toiletten of bluswater. Door de aanwezige watervegetatie kunnen Extra inspanning: bepaalde insecten en vogels aangetrokken worden, wat bijdraagt aan de biodiversiteit >50% van het dakoppervlak (+1) (www.vanvenrooy.nl/waterdaken). Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. >75% van het dakoppervlak (+2) Om te voorkomen dat vogels tegen ramen vliegen en daardoor gewond raken of sterven kunnen aanpassingen aan raampartijen gedaan worden. Dit kan bijvoorbeeld door het plakken van stickers of strepen met een tussenafstand van 10 cm, gebruik van vogelveiligheidsglas of niet-spiegelend glas (www.vogelbescherming.nl). Door het toepassen van raamstickers wordt voorkomen dat de omgeving in het raam weerspiegelt wordt en zien vogels hier geen vrije doorgang in. Het toepassen van roofvogelstickers is niet van meegenomen in deze maatregel. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. Plaatsen van duurzame nestvoorzieningen voor gierzwaluw per gebouw indien geen geschikte Minimale inspanning: openingen aanwezig in gebouw, deze dienen in een cluster te worden geplaatst.
Hierbij kan gedacht Plaatsing van minimaal vijf verblijfplaatsen worden aan kasten, neststenen, speciale dakpannen, openingen in dakgootbekisting etc. Randvoorwaarden voor gierzwaluwvoorzieningen zijn opgenomen in het Kennisdocument. Hier zijn de Extra inspanning gewenste omstandigheden voor gierzwaluwen opgenomen. Afwijken hiervan is mogelijk, mits goed Plaatsing van 6 - 11 verblijfplaatsen (+1) onderbouwd. Plaatsing van >11 verblijfplaatsen (+2) Het aantal te plaatsen kasten is vooral afhankelijk van de geschiktheid van het gebied en de eventuele verwijderde nesten als gevolg van de werkzaamheden. Het aantal te plaatsen gierzwaluwvoorzieningen voor de genoemde groene punten is afhankelijk van de projectomvang. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. Indien de noodzaak van een maatregel voor een specifieke soort op een locatie niet is opgenomen heeft Afhankelijk van wensen van gemeente het uitvoeren van een maatregel ook geen nut. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. voor specifieke soort
Plaatsen van duurzame inbouw nestvoorzieningen voor huismus per gebouw ter plaatse van dakranden. Minimale inspanning: Minimale inspanning: Minimale inspanning: Hierbij kan gedacht worden aan kasten, inbouwstenen, dakgootconstructies etc. Geen vogelvide. Plaatsing van minimaal drie verblijfplaatsen Plaatsing van minimaal zeven Plaatsing van minimaal tien verblijfplaatsen Randvoorwaarden voor huismusvoorzieningen zijn opgenomen in het Kennisdocument. Hier zijn de verblijfplaatsen gewenste omstandigheden voor huismus opgenomen. Afwijken hiervan is mogelijk, mits goed Extra inspanning Extra inspanning onderbouwd. Plaatsing van 4 - 6 verblijfplaatsen (+1) Extra inspanning Plaatsing van 11 - 13 verblijfplaatsen (+1) Het aantal te plaatsen kasten is vooral afhankelijk van de geschiktheid van het gebied en de eventuele Plaatsing van 7 - 9 verblijfplaatsen (+1) Plaatsing van >6 verblijfplaatsen (+2) Plaatsing van >13 verblijfplaatsen (+2) verwijderde nesten als gevolg van de werkzaamheden. Het aantal te plaatsen huismusvoorzieningen Plaatsing van >9 verblijfplaatsen (+2) voor de genoemde groene punten is afhankelijk van de projectomvang. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. Minimale inspanning: Verblijfplaatsen voor Voor vleermuizen kan groot en/of klein verblijf aangeboden worden.
Minimale inspanning: Minimale inspanning: vleermuizen (+ 4 bonuspunten Dit is afhankelijk van de huidige situatie en de behoefte. De plaatsing van een verblijfplaats dient altijd Plaatsing van minimaal drie verblijfplaatsen Plaatsing van minimaal tien verblijfplaatsen Plaatsing van minimaal 20 verblijfplaatsen verspreid over voor het plaatsen van een het gebied te gebeuren op basis van een ecologisch adviesrapport. Punten worden toegekend op basis van de verspreid over het gebied verspreid over het gebied massawinterverblijf). inspanning en het type voorzieningen Extra inspanning Randvoorwaarden voor het plaatsen van vleermuisvoorzieningen zijn opgenomen in de soortspecifieke Extra inspanning Extra inspanning Plaatsing van 11 - 15 verblijfplaatsen (+1) Plaatsing van 21 - 30 verblijfplaatsen (+1) kennisdocumenten. Afwijken hiervan is mogelijk, mits goed onderbouwd. Om meer soorten kansen te Plaatsing van 4 - 7 verblijfplaatsen (+1) Plaatsing van >7 verblijfplaatsen (+2) Plaatsing van >30 verblijfplaatsen (+2) Plaatsing van >15 verblijfplaatsen (+2) bieden is varieren in grootte en windrichting belangrijk. Plaats verblijfplaatsen voor vleermuizen per gebouw grenzend aan het bestaande of nieuwe groen. Gezien de inspanning worden het plaatsen van een groot Maak daarbij gebruik van loze ruimten in spouwmuur en/of dakrand.
Voorkom op deze plaatsen massawinterverblijf worden 4 bonuspunten toegekend. verlichting van de gevel (aanstralen). Realiseren van een massawintervoorziening, indien onvoldoende aanwezig binnen omgeving, is alleen mogelijk bij grootschalige projecten bij gebouwen met voldoende massa. Grote stenen en betonnen gebouwen (flats, appartementen) met spouwmuren komen hiervoor in aanmerking. Het aantal te plaatsen vleermuisnestvoorzieningten voor de genoemde groene punten is afhankelijk van de projectomvang. Voor het plaatsen van een massawintervoorziening zijn 4 bonuspunten te behalen. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
3
3
3
1
4/5
4/5
2
Verblijf
Nestkast voor Steenuil
Nestkast plaatsen voor steenuil in het buitengebied
omgeving
Cluster van inheemse bomen
In clusters aanplanten van inheemse bomen zoals bijvoorbeeld zomereik, wintereik, linde, berk, zwarte Minimale inspanning: els, beuk, haagbeuk, veldiep, zoete kers, gewone appel en/of lijsterbes. Maak bij deze maatregel gebruik Plaatsing van minimaal drie inheemse bomen van de "rassenlijst". Het oppervlak van de aan te leggen cluster voor de genoemde groene punten is afhankelijk van de projectomvang. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. Extra inspanning Plaatsing van 4 - 6 bomen (+1) Plaatsing van >6 bomen (+2) In clusters aanplanten van inheemse struiken met minimaal 3 soorten zoals bijvoorbeeld hulst, taxus, Minimale inspanning: meidoorn, sleedoorn, hazelaar, vlier, gelderse roos, egelantier, vuilboom en/of krentenboompje. Maak Plaatsing van minimaal 50 m2 struiken bij deze maatregel gebruik van de "rassenlijst". Het oppervlak van de aan te leggen cluster voor de genoemde groene punten is afhankelijk van de projectomvang. Maatregel uitvoeren conform Extra inspanning ecologisch advies. Plaatsing van >50 m2 struiken (+1) Plaatsing van >75 m2 struiken (+2) Versterk stedelijke ecologische hoofdstructuur door groene tuin rondom het gebouw hierop aan te laten Minimale inspanning: sluiten, zowel qua ligging (laten grenzen) als qua inrichting (beplantingstypen).
Zorg ervoor dat de type Volledig aansluiten op aangrenzende groenstructuur over minimale lengte van vegetaties op elkaar aansluiten. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. 10m.
omgeving
omgeving
Cluster van inheemse struiken
Aansluiting groene tuin en ecologische structuur
Extra inspanning: Vergelijkbare beplantingstypen, te beoordelen door ecoloog (+1) 1
3
4
omgeving
Kruiden- en faunarijk grasland
Realiseren van bloemrijk grasland ter plaatse van gemeenschappelijk of openbaar groen waar deze van lage ecologische kwaliteit is (wat nu gazon is). Het mag ook gaan om spontane ontwikkeling van braakliggende industrieterreinen. Inzaaien van bloemrijk grasland met inheems bloemenmengsel ter plaatse van openbaar / gemeenschappelijk groen: grassen met éénjarige kruidachtige soorten en overblijvende bloeiende vegetatie. Na inrichting overgaan op ecologisch beheer. Overstappen op ecologisch beheer is ook mogelijk. In dat geval hoeft niet ingezaaid te worden met andere soorten. Het grasland zal zich dan in de loop van de tijd veranderen in een bloemrijk grasland. Het oppervlak van het aan te leggen grasland voor de genoemde groene punten is afhankelijk van de projectomvang. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
Minimale inspanning: 30% van onbebouwde oppervlakte
Minimale inspanning: 30% van onbebouwde oppervlakte
Minimale inspanning: 30% van onbebouwde oppervlakte
Extra inspanning: >30% van onbebouwde oppervlakte (+1)
Extra inspanning: >30% van onbebouwde oppervlakte (+1)
Extra inspanning: >30% van onbebouwde oppervlakte (+1)
3/4
omgeving
Natuurlijke haag
1
2
omgeving
Natuurlijke verharding
4
3
6
5
4
omgeving
omgeving
omgeving
omgeving
omgeving
Groen aanplant
Zoomvegetatie langs perceelsranden
Natuurlijke poel/vijver (voor amfibieen)
Pocketpark (minipark)
Muurplanten in oude (kade)muur
Minimale inspanning: Minimale inspanning: Minimale inspanning: Doorgang geschikt voor soorten zoals egel Doorgang geschikt voor soorten zoals egel Doorgang geschikt voor soorten zoals egel op drie locaties op een locatie. op twee locaties. Extra inspanning: Extra inspanning: Extra inspanning: Doorgang geschikt voor grotere soorten zoals das, vos, etc. Doorgang geschikt voor grotere soorten Doorgang geschikt voor grotere soorten (+1) zoals das, vos, etc. (+1) zoals das, vos, etc. (+1) Aanplant van hagen - al of niet ter vervanging van hekwerk/ schutting - met breedte van tenminste 1 Minimale inspanning: Minimale inspanning: Minimale inspanning: meter en hoogte van tenminste 1,5 meter met bijvoorbeeld liguster, spaanse aak, zuurbes, hulst, beuk Hoogte van 1,5 m (2 startpunten) Hoogte van 1,5 m (2 startpunten) Hoogte van 1,5 m (2 startpunten) of haagbeuk. Maak bij deze maatregel gebruik van de "rassenlijst". Voor een haag van 1,5 m. hoog zijn 2 Hoogte 2m of hoger (3 startpunten) Hoogte 2m of hoger (3 startpunten) Hoogte 2m of hoger (3 startpunten) startpunten te behalen. Voor een haag van 2 m. of hoger zijn 3 startpunten te behalen. Door de lengte Lengte vanaf 5 m Lengte vanaf 15 m Lengte vanaf 50 m van de haag te vergroten zijn extra punten te behalen. Het volume van de aan te leggen natuurlijke haag voor de genoemde groene punten is afhankelijk van de projectomvang.
Maatregel uitvoeren conform Extra inspanning: Extra inspanning: Extra inspanning: ecologisch advies. Lengte van >5m (+1) Lengte van >15m (+1) Lengte van >50m (+1) Realiseren van openingen onderaan schutting/ hekwerk voor kleine fauna (zoals egels): opening van minimaal 15x15cm. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
Tegengaan van betegeling: gebruik halfverharding (zoals halfopen tegels) of natuurlijke verharding (houtsnippers of grind) over minimaal 25% grondoppervlak van de onbebouwde kavel met als voorwaarde dat de verharding niet bedoeld is als voetpad / loopverbinding. Deze maatregel is vooral van belang voor een klimaatadaptieve inrichting, maar is beperkter geschikt om biodiversiteit te vergroten. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. Tegengaan van betegeling: gebruik geen verharding over 25% van het onbebouwde grondoppervlak en beplant dit met stedelijk groen; het gaat daarbij om bosplantsoen met inheemse bomen en struiken. Maak bij deze maatregel gebruik van de "rassenlijst". Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
Minimale inspanning: 25-50% van het onbebouwde kavel
Minimale inspanning: 25-50% van het onbebouwde kavel
Minimale inspanning: 25-50% van het onbebouwde kavel
Extra inspanning: >50% van het kaveloppervlak (+1) Minimale inspanning: 25-50% van het onbebouwde kavel
Extra inspanning: >50% van het kaveloppervlak (+1) Minimale inspanning: 25-50% van het onbebouwde kavel
Extra inspanning: >50% van het kaveloppervlak (+1) Minimale inspanning: 25-50% van het onbebouwde kavel
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) Realiseren van ruige groene randen ter plaatse van groene dooradering waar deze van lage ecologische Minimale inspanning: kwaliteit is (wat nu gazon is): ruigte van soorten als bijvoet (droog) en riet (nat). Binnen deze maatregel Minimaal 10 - 20 m zoomvegetatie wordt natuurlijke ontwikkeling ook mogelijk gemaakt. Aanplanten van vegetatie is hier niet wenselijk. tenzij dit met kleinschalig beginnende struweelvormers gebeurt. De zoomvegetatiezone dient altijd een Extra inspanning breedte van minimaal 2 meter te hebben. De lengte van de aan te planten vegetatie voor de genoemde >20m zoomvegetatie (+1) groene punten is afhankelijk van de projectomvang. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) Minimale inspanning: Minimaal 30 - 50 m zoomvegetatie
Extra inspanning: >50% van het dakoppervlak (+1) Minimale inspanning: Minimaal 50 - 75 m zoomvegetatie
Extra inspanning >50m zoomvegetatie (+1)
Extra inspanning >75m zoomvegetatie (+1)
Realiseren van poel / vijver met minimaal 1 meter waterdiepte, 3 meter diameter en flauw talud; Minimale inspanning: beplant inheemse oeverplanten: zoals gele lis, moerasandoorn, grote kattenstaart, moerassprirea, echte Eén poel van oppervlakte van minimaal 10 valeriaan, grote egelskop en inheemse waterplanten: witte waterlelie, gele plomp, watergentiaan, - 20 m2 krabbescheer. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. Randvoorwaarden zijn te vinden op (www.ravon.nl) Extra inspanning: Eén poel van oppervlakte van >20 m2 (+1)
Minimale inspanning: Twee poelen van oppervlakte van minimaal 10 - 20 m2
Minimale inspanning: Drie poelen van oppervlakte van minimaal 10 - 20 m2
Het gaat hierbij om de aanpant van afwisseling van gras, bloemrijke ruigte, struiken en bomen, al of niet nvt gebruik maken van hoogteverschillen. Draagt bij aan de belevingswaarde. Door de aanplant van vegetatie op een kaal terrein wordt de biodiversiteit gestimuleerd. Maak bij deze maatregel gebruik van de "rassenlijst" of aantoonbaar autochtoon materiaal. Het oppervlak van het aan te leggen pocketpark voor de genoemde groene punten is afhankelijk van de projectomvang. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
Extra inspanning: Drie poelen van oppervlakte van >20 m2 (+1)
Minimale inspanning: Oppervlakte van minimaal 200-400 m2
Extra inspanning: Oppervlakte van >200 m2 (+1)
Extra inspanning: Oppervlakte van >400 m2 (+1)
Minimale inspanning: Lengte van minimaal 5-10m
Minimale inspanning: Lengte van minimaal 10-20m
Minimale inspanning: Lengte van minimaal 20-50m
Extra inspanning: Lengte van >10 m (+1)
Extra inspanning: Lengte van >20 m (+1)
Extra inspanning: Lengte van >50 m (+1)
Minimale inspanning: Lengte van minimaal 10-20m
Minimale inspanning: Lengte van minimaal 20-30m
Minimale inspanning: Lengte van minimaal 30-40m
Extra inspanning: Lengte van >20 m (+1) Minimale inspanning: Lengte van minimaal 10-25m
Extra inspanning: Lengte van >30 m (+1) Minimale inspanning: Lengte van minimaal 25-50m
Extra inspanning: Lengte van >40 m (+1) Minimale inspanning: Lengte van minimaal 50-75m
Extra inspanning: Lengte van >25 m (+1)
Extra inspanning: Lengte van >50 m (+1)
Extra inspanning: Lengte van >75 m (+1)
2
omgeving
Rustzone fauna langs wateroever
Realiseer rustzone over oeverlengte voor dieren langs open water. Creeer delen van de oevers zonder verstoring door mensen en/of honden door gebruik van hoge vegetatie, padenstructuren en verplicht aanlijnen van honden. De lengte van de aan te leggen rustzone voor de genoemde groene punten is afhankelijk van de projectomvang. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
3
4
omgeving
Natuurvriendelijke oever
Open water voorzien van natuurvriendelijke oevers: een talud van 1:5 of flauwer. Randvoorwaarden zijn te vinden op de websites van o.a. waterschappen. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
2
omgeving
Drijvende oever
Een drijvende oever of eilandje zijn toe te passen in bijvoorbeeld grachten. De vegetatie bestaat meestal uit semi-natuurlijkte begroeiing. Ze dragen bij aan kleinschalige natuurontwikkeling en kunnen gebruikt worden door o.a. watervogels (www.joostdevree.nl). Onderhoud van deze constructies is van belang om punten te kunnen behalen. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
3
omgeving
Ecologische wadi
Ecologische inrichting en beheer van wadi's, voor zover aanwezig; het gaat om een komvormige bufferings- en infiltratievoorziening, die tijdelijk gevuld is met hemelwater. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. Randvoorwaarden zijn te vinden op de websites van bijvoorbeeld STOWA
Bonus +2
Omgeving
Behoud van groenstructuren
Bonus +1
Omgeving
Spontane vegetatie tolereren (met beheer)
Bonus +1
Omgeving
Gebruik "rassenlijst" plantmateriaal Faunapassage voor amfibieen Faunapassage onder brug Faunapassage ecoduct
Als er bij projecten wordt ingezet om het aanwezige groen en de aanwezige groenstructuren te behouden kunnen hier twee bonuspunten mee verdient worden. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. Als er bij een nieuw project de kans voordoet om vegetatie spontaan te laten ontwikkelen deze kans ook benutten bij bijvoorbeeld halfopen verharding, boomspiegels etc. Hiermee kan er één extra bonuspunt verdient worden. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. Gebruik maken van beplanting dat opgenomen is in de rassenlijst (www.rassenlijstbomen.nl). Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies. Een faunapassage voor amfibieën bestaat veelal uit een zogenaamde amfibieëntunnel Faunapassage aanleggen onder een brug voor bijvoorbeeld otters Gebieden verbinden door middel van een ecoduct
Infra Infra Infra
Extra inspanning: Twee poelen van oppervlakte van >20 m2 (+1) Minimale inspanning: Oppervlakte van minimaal 100-200 m2
Bij renovatie / restauratie aan oude muren met geschikte groeiplaatsen: rekening houden met verplaatsen van muurplanten en realiseren van muren met terugliggend voegwerk met kalkhoudende specie en vochtig metselwerk met afstromend regenwater of het realiseren van kademuren met een muurplantvriendelijke constructie die is voorzien van een smalle spouwmuur met vochthoudend materiaal om planten van voldoende water te voorzien, kalkhoudende specie en een terugliggende voeg. Het is ook toegestaan om een plantvriendelijke muur van bijv. stapelstenen en/of zachte mortel aan te leggen of de muur te integreren van de gevel van nieuwbouw. De lengte van de muur is afhankelijk van de projectomvang. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
1
3 3 5
Extra inspanning: Vergelijkbare beplantingstypen, te beoordelen door ecoloog (+1) Minimale inspanning: 10 locaties en/of 10 gebouwen
2/3
5
Extra inspanning Plaatsing van>200 m2 struiken (+1) Plaatsing van >500 m2 struiken (+2) Minimale inspanning: Volledig aansluiten op aangrenzende groenstructuur over minimale lengte van 30m.
Minimale inspanning: 5 locaties en/of 5 gebouwen
Faunapassage onder hekwerk
4
Extra inspanning: Vergelijkbare beplantingstypen, te beoordelen door ecoloog (+1)
Minimale inspanning: Plaatsing van minimaal 200 m2 struiken
Creeren van een steilwand (kaal talud van zand of leem) voor bijen op een aantal locaties in wijk- en Minimale inspanning: buurtgroen in de directe omgeving van een gebouw en/of plaatsen van andere objecten zoals 3 locaties en/of 3 gebouwen insectenstenen in 3 gebouwen, stapelstenen, insectenhotel etc.; plaatsing op zonnige plaats in nabijheid van bloemrijk grasland en/of ander groen. Punten alleen te behalen als er uitsluitend gebruik wordt gemaakt van duurzame materialen en onderhoud gepleegd wordt. Maatregel uitvoeren conform ecologisch advies.
omgeving
3
Extra inspanning Plaatsing van >100 m2 struiken (+1) Plaatsing van >150 m2 struiken (+2) Minimale inspanning: Volledig aansluiten op aangrenzende groenstructuur over minimale lengte van 20m.
Extra inspanning Plaatsing van 10 - 12 bomen (+1) Plaatsing van >12 bomen (+2)
Steilwand voor bijen (incl. onderhoud) of ecologisch vergelijkbaar object (takkenhoop, stapelstenen, insectenhotel etc)
2
4
Extra inspanning Plaatsing van 7 - 9 bomen (+1) Plaatsing van >9 bomen (+2) Minimale inspanning: Plaatsing van minimaal 100 m2 struiken
Minimale inspanning: Plaatsing van minimaal negen inheemse bomen
omgeving
1
3
Minimale inspanning: Plaatsing van minimaal zes inheemse bomen
nvt
5 Bonus +2
Infra Beleid
Vleermuisverblijf in brug Opstellen ecologisch rapport
Bonus +1
Beleid
Opstellen verlichtingsplan in relatie tot ecologie
Bonus +1
Beleid
Ecologisch advies voor voorgestelde maatregelen
Bonus +1
Beleid
Borgen noodzakelijk beheer of Mogelijke vormen zijn bijvoorbeeld een instandhoudings- of beheerplan, convenant, etc. onderhoud
Opnemen van vleermuisverblijven in een brug Voor sommige maatregelen geldt dit als een randvoorwaarde. Dit betekent dat de desbetreffende maatregel geen punten oplevert indien deze wordt uitgevoerd zonder het opstellen van een ecologisch rapport. Reden hiervoor is dat sommige maatregelen alleen effect hebben wanneer aan de voorkant een ecologisch onderzoek is uitgevoerd en ecologisch advies is opgesteld. Vastleggen hoe de aanwezige natuurwaarden zo min mogelijk negatieve effecten ondervinden van het gebruik van verlichting. Alleen van toepassing op "verlichtingsmaatregelen". Gewenst bij kleinschalig project, verplicht bij middelgroot en groot project.
nb. De maatregelen genoemd onder het aspect "beleid" verhouden zich tot elkaar door bij de desbetreffende maatregel ervoor te zorgen dat deze op de juiste manier worden beborgd. Deze maatregelen bieden ook de mogelijkheid om sturing te geven aan de maatregelen met behulp van beleidinstrumenten.
omgeving omgeving omgeving omgeving omgeving omgeving omgeving omgeving Omgeving
X X X X X X X X X X X X X X X
X X X X X X X X X X X X X X X
X X X X X X X X X X X X X X X
X X X X X
X X X X X
X X X X X
X X X X X X X X X
X X X X X X X X X
X X X X X X X X X
4 - buitengebied (infrastructuur)
3 - bedrijventerreinen
Maatregel Geveltuin Gevelgroen Vermindering lichtuitstraling gebouw Groen dak met sedum Groen dak met sedum en zonnepanelen Daktuin of biodivers dak Daktuin of biodivers dak met zonnepanelen Bruin dak Waterdak Groen waterdak Preventie raamslachtoffers onder vogels Nestvoorzieningen gierzwaluw Overige soortspecifieke maatregel Nestvoorzieningen huismus Verblijfsvoorziening voor vleermuizen Nestkast steenuil Buitenverlichting bij groen beperken Cluster van inheemse bomen Cluster van inheemse struiken Aansluiting groene tuin en ecologische structuur Steilwand voor bijen (incl. onderhoud) of ecologisch vergelijkbaar object (takkenhoop, stapelstenen, insectenhotel etc) Bloemrijk grasland (kruiden- en faunarijk grasland) Faunapassage onder hekwerk Natuurlijke haag Natuurlijke verharding Groen aanplant Zoomvegetatie langs perceelsranden Natuurlijke poel/vijver (voor amfibieen) Pocketpark (minipark) Behoud van groenstructuren
2 - woonwijken
Aspect Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw verblijf verblijf verblijf verblijf Verblijf omgeving omgeving omgeving omgeving omgeving
1 - centrum
1 - historisch centrum / oude stadswijken 2 - woonwijken 3 - hoogbouw
X
X X X X X X X X X X X X X
Omgeving Omgeving infra infra infra infra infra Infra Infra Infra Infra Beleid Beleid Beleid
Spontane vegetatie tolereren (met beheer) Gebruik "rassenlijst" plantmateriaal Muurplanten in oude (kade)muur Rustzone fauna langs wateroever Natuurvriendelijke oever Drijvende oever Ecologische wadi Faunapassage voor amfibieen Faunapassage onder brug Faunapassage ecoduct Vleermuisverblijf in brug Opstellen ecologisch rapport Ecologisch advies voor voorgestelde maatregelen Borgen noodzakelijk beheer of onderhoud
X X X X X X
X X X X X X X
X X X X X X X
X X X
X X X
X X X
X X X X X X X X X X X X X
X
X X X X X X
X X
X X
X
X X
X X
X X
X
X X
X X X
X X X X X
X X X
X X X
X
X X X
X X X X X
X X X
X X X
X X X
X X X X X
X X X
X X X
X X
X
X
X
X X
X X
Bruine sprinkhaan
Eekhoorn
Merel
Laatvlieger
Kleine watersalamander
Steenuil
Huismus
Gierzwaluw
Meerkoet
Egel
Bruin zandoogje
X X X X X
X X X X X X X X X X X
X
X X X X X X X X X X
X X X X X
X X X X
X
X X X X
X X X
X X X
X X
X X
X X
Wateropgave
X X
Voorkomen hittestress
X X
Geluiddemping
Belevingsfunctie
X
Wilde bijen
X X X X X X X
X X X X X X X X X
X X
X X
X
X
X X X
X X
X X X
X X X
X X X
X X
X X X
X X X
X X X X
X X X
X X X
X X X
X
X
X X X
X X X
X X X
X X X
X X X
PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD Gemeente Barneveld
27 JULI 2021
PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD
Contactpersoon ROBBERT VAN GOOL Ecoloog
M +31625336063 E robbert.vangool@arcadis.com
Arcadis Nederland B.V. Postbus 63 9400 AB Assen Nederland
PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD
INHOUDSOPGAVE 1
2
3
INLEIDING
4
1.1
Aanleiding
4
1.2
Doel
4
1.3
Definitie en reikwijdte
4
1.4
Totstandkoming puntensysteem
5
PUNTENSYSTEEM
7
2.1
Inleiding
7
2.2
Stap 1 – bepalen wijktype
7
2.3
Stap 2 – bepalen omvang en reikwijdte project
8
2.4
Stap 3 – bepalen van de te behalen puntenscore
8
2.5
Stap 4 – bepalen maatregelen en score
9
2.6
Beleidsmatige zaken
11
2.6.1
Planproces per project
11
2.6.2
Opties verankering in beleidsinstrumentarium
11
STREEFBEELD EN MAATREGELEN PER WIJKTYPE
12
3.1
Inleiding
12
3.2
Centrum
13
3.3
Woonwijken
16
3.4
Bedrijventerrein
18
3.5
Buitengebied
21
3.5.1
Infrastructuur
21
3.5.2
Bebouwing in buitengebied
21
COLOFON
29
Onze referentie: D10025337:135 - Datum: 27 juli 2021
3 van 29
PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding
De gemeente Barneveld wil graag het principe van natuurinclusief bouwen beleidsmatig implementeren. Met het toepassen van een puntensysteem wenst de gemeente meer grip te krijgen op het stellen van randvoorwaarden bij natuurinclusief bouwen en hiermee ervoor te zorgen dat deze bij nieuwbouw nuttig worden ingevuld en worden gewaardeerd en gestimuleerd. De puntensystemen van Den Haag en Ede (Arcadis, 2018) worden als een goede basis beschouwd voor een vertaling naar een Barneveldse variant.
1.2
Doel
Bij het natuurinclusief bouwen gaat het enerzijds om het verbeteren van de leefomstandigheden van ‘gebouwgebonden’ soorten zoals huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Dit zijn volgens de Wet Natuurbescherming (hierna Wnb) beschermde soorten die onder druk staan doordat gebouwen tegenwoordig zo gebouwd worden dat deze soorten geen verblijfsmogelijkheden meer hebben. Dit wordt in de hand gewerkt door landelijke en gemeentelijke doelstellingen om energie te besparen door betere isolatie van gebouwen. Anderzijds gaat het om een veel bredere opgave om meer (natuurlijk) groen in de directe woonomgeving toe te passen. Het behoud en ontwikkelen van groen is van belang voor bescherming van soorten, voor een biodivers dorp en stad, voor een prettige leefomgeving, voor mogelijkheden voor natuurbeleving in het dorp en de stad, voor welzijn en gezondheid en voor klimaatverbetering. Daarom wil de gemeente Barneveld het natuurinclusief bouwen bij nieuwbouw contextgevoeliger invullen, waarderen en stimuleren. De centrale vraag is hóe we zorgen dat er (meer) natuurinclusief gebouwd gaat worden. Het gaat om de vraag welke instrumenten de gemeente wil inzetten om bouwers te verplichten of te stimuleren om natuurinclusief te bouwen. De gemeente wil natuurinclusief bouwen bevorderen door het toepassen van het Barneveldse puntensysteem.
1.3
Definitie en reikwijdte
Natuurinclusief bouwen wordt hier gedefinieerd als ‘het zodanig oprichten van bouwwerken en de directe omgeving van gebouwen dat natuurwaarden hier baat bij hebben. De maatregelen kunnen hard zijn (bijv. nestkasten) of zacht (bijv. tuinen)’. Het beleid dient daarbij doorwerking te krijgen op diverse schaalniveaus en elementen. Denk hierbij aan: • • • •
Specifieke elementen inbouwen voor specifieke (dier)soorten zoals neststenen voor huismus. Gebouwgebonden ingrepen (groende daken en gevels). Gebouwgebonden buitenruimte (tuinen). Publieke ruimtes (pocketparks, natuurspeelplaatsen).
De gemeente Barneveld moet nog nader bepalen voor welke projecten het puntensysteem van toepassing gaat zijn. Het kan daarbij gaan om grootschalige bouwkundige herstructurering tot het realiseren van woongebouwen in de centra van dorpen. Ook infrastructurele werken vallen onder de noemer natuurinclusief bouwen. Het puntensysteem maakt duidelijk welke maatregelen gewenst zijn binnen de ruimtelijke context en de mogelijkheden van de nieuwbouw. Natuurinclusief bouwen is niet als eenduidig voorschrift in een wet of contract te vatten. Bovendien wil de gemeente ook de creativiteit en keuzevrijheid van architecten en initiatiefnemers bevorderen. Daarom is in het puntensysteem een lijst van maatregelen opgesteld waaruit de initiatiefnemer een keuze kan maken. Bij een grootschalige bouwontwikkeling mogen meer investeringen in natuurinclusief bouwen verwacht worden dan bij een kleinschalige (bouw)ingreep. In een laagbouwwijk neemt het andere vormen aan dan in een hoogbouwcluster. Hoe groter de mogelijkheden voor natuurinclusief bouwen, hoe hoger de lat wordt gelegd, dat wil zeggen: hoe meer onderdelen uit de lijst met maatregelen opgenomen moeten worden. Afhankelijk van de beschikbare ruimte kan worden ingestoken op kwantitatieve en/of kwalitatieve maatregelen.
PUNTENSYSTEEM NATUURINCLUSIEF BOUWEN BARNEVELD
Verder wordt een doorkijkje gegeven naar de mogelijkheden om het puntensysteem te verankeren in instrumentarium. Het is ook mogelijk om dit instrument te gebruiken voor alle werken die een impact hebben op de natuur in de stad, zoals renovatieprojecten en maatregelen in het openbaar groen.
1.4
Totstandkoming puntensysteem
De vertaling van het Haags puntensysteem naar een Barneveldse variant is besproken met de gemeente. Het bestaande puntensysteem is daarbij aangepast aan de specifieke wensen, het gemeentelijk beleid, doelstellingen, ambities en plaatsgebonden kenmerken van het stedelijke (eco)systeem. Daarbij is onder meer gestreefd naar een puntensysteem dat voldoet aan de volgende eisen en wensen: • • • • •
Te gebruiken als een eenvoudig, concreet, meetbaar en ambitieus instrument. De meerwaarde voor mens en natuur staat steeds voorop. Het gaat om een effectieve en duurzame bijdrage aan het stedelijke ecosysteem rekening houdend met de ruimtelijke context. Het kan gebruikt worden voor de toekomstige belangenafweging in het kader van de Omgevingswet. Het puntensysteem dient stimulerend en regulerend te zijn waarmee draagvlak wordt gecreëerd voor natuurinclusief bouwen binnen de eigen gemeentelijke organisatie en daarbuiten. De gemeente Barneveld moet nog nader bepalen voor welke projecten het puntensysteem van toepassing gaat zijn. Het kan daarbij gaan om grootschalige stedenbouwkundige herstructurering tot het realiseren van een woongebouw in het centrum. Ook infrastructurele werken vallen onder de noemer natuurinclusief bouwen. Het puntensysteem maakt duidelijk welke maatregelen gewenst zijn binnen de ruimtelijke context en de mogelijkheden van de nieuwbouw.