B-3.3 Besluit B&W inzake voorontwerp bestemmingsplan Het Wulperveld in Stroe (vervolg) d.d. 14-12-21.pdf
Tekst van het document
De bovenste 30 cm daarvan bestaat uit de bouwvoor. Verder is in boring 26 en 27 tot 90 cm -mv een verstoord/opgebracht pakket aanwezig, direct op de dekzandondergrond. In boring 10, 11, 16, 21 en 22 is de ondergrond onder de bouwvoor tot 30 à 60 cm verstoord. Het materiaal onder de bouwvoor bestaat uit donker grijsbruin, gevlekt en zwak humeus, zwak siltig, matig fijn zand. Behalve bij boring 10, 11, 16, 21 en 22 met een relatief ondiep verstoorde ondergrond, is overal een onverstoord profiel aangetroffen (zie Bijlage 7).
3.3 RESULTATEN: ARCHEOLOGIE Er zijn geen relevante archeologische indicatoren aangetroffen. Er is alleen in de verstoorde bovengrond van boring 16 een enkele baksteenspikkel aangetroffen. Waarschijnlijk is het terrein niet vaak geploegd omdat in een aantal van de boringen nog een verploegde Bh-horizont te herkennen was in de bouwvoor. In een paar boringen is nog een Bh-horizont aanwezig, terwijl daarnaast in een derde van de boringen nog een BC-horizont van een humuspodzolgrond aanwezig is. Deze boringen met de bodemhorizonten van een humuspodzolgrond bevinden zich voornamelijk op het noordelijk deel van het terrein. Behalve bij boring 10, 11, 16, 21 en 22 met een relatief ondiep verstoorde ondergrond, is overal een onverstoord profiel aangetroffen.
HOOFDSTUK
4C
ONCLUSIE EN VERWACHTING
In tenminste een derde van de boringen zijn een of twee horizonten van een humuspodzol (veldpodzolgrond) bewaard gebleven. In de meeste gevallen is een onverstoord profiel of een vrij ondiep verstoord profiel aangetroffen. In de strook met bebouwing in het zuiden van het plangebied is een deels verstoorde ondergrond aangetroffen en is het terrein opgehoogd. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Op basis van de resultaten van het verkennend booronderzoek kan de archeologische verwachting niet worden bijgesteld. De consensus is dat een verkennend booronderzoek als onderzoeksmethode niet geschikt is om vindplaatsen op te sporen. Als de natuurlijke afzettingen grotendeels onverstoord zijn en er verder geen archeologische indicatoren zijn aangetroffen, is er nog geen zekerheid dat er geen vindplaatsen aanwezig kunnen zijn. Omdat het potentiële archeologisch niveau meestal al vanaf 30 cm -mv wordt aangetroffen, worden eventueel aanwezige vindplaatsen vrijwel zeker bedreigd bij de huidige bouwplannen.
HOOFDSTUK
5S
ELECTIEADVIES
Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems) voor het grootste deel van het plangebied. De rest is opgehoogd en deels verstoord en het oostelijke, niet toegankelijke deel maakt deels geen onderdeel uit van de ontwikkeling en is voor een deel afgegraven (zie Bijlage 8). Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een karterend onderzoek conform de KNA Leidraad inventariserend veldonderzoek Deel: Karterend Booronderzoek.6 Dit advies is overgenomen door de gemeente Barneveld, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, mevrouw Charissa van Eijk. Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.
6
Tol e.a., 2012.
literatuur
Berendsen, H.J.A., 2005 (1997). Landschappelijk Nederland. De fysisch geografische regio’s. Assen. Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land. Assen. Borsboom, A.J. en J.W.H.P. Verhagen, 2012. KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Gouda. Bosch, J.H.A.,2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Op basis van de Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-UR0881/A. Mulder, E.F.J. de., 2003. De ondergrond van Nederland. Groningen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters, Nederlands Normalisatie-instituut Delft. Raad, de, J., 2020. Archeologisch bureauonderzoek Woningbouwproject tussen Stroeërschoolweg/Ericaweg te Stroe, gemeente Barneveld (GD). Laagland Archeologie Rapport 540. Almelo. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen en M. Verbruggen, 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek v2. SIKB. Wijnen, J. , 2021. Plan van Aanpak ivo-verkennend. Eindhoven.
Archeologische databases/internetbronnen ArchisIII www.boorstaten.nl www.topotijdreis.nl www.hisgis.nl www.grondwatertools.nl www.kadastralekaart.com
Gebruikte kaarten Eerste kadastrale kaart uit circa 1832. Bron: www.hisgis.nl. Geraadpleegd op 4/5/2021. Historische kaarten. Bron: www.topotijdreis.nl. Geraadpleegd op 4/5/2021. Topografische kaart, schaal 1:10.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 4/5/2021.
BIJLAGE 1 AMZ-CYCLUS
BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN
BIJLAGE 3 NIET-TOEGANKELIJKE DELEN VOOR VELDONDERZOEK
geomkaart
AHNkaart
BIJLAGE 4 GEMEENTELIJKE ARCHEOLOGISCHE VERWACHTINGSKAART gwk
bodem