B-3.3 Besluit B&W inzake voorontwerp bestemmingsplan Het Wulperveld in Stroe (vervolg) d.d. 14-12-21.pdf
Tekst van het document
In alle gebieden die (nog) niet zijn vrijgegeven na archeologisch onderzoek of waar is besloten tot behoud in situ is een dubbelbestemming voor archeologie toegepast. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' is toegepast bij een ondergrondse bouwdiepte van 0,3 m, in gebieden met een middelhoge verwachtingswaarde (bij een oppervlakte van meer dan 1.500 m2), uitgezonderd ter plaatse van een bouwvlak binnen de bestemming 'Agrarisch', want daar geldt dit voor zover de oppervlakte van het (ondergrondse) bouwwerk meer dan 2.000 m2 en de ondergrondse bouwdiepte meer dan 0,3 m bedraagt.
6.1.3 6.1.3.1
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Het doel van de anti-dubbeltelregel is te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.
6.1.3.2
Algemene bouwregels
In artikel 10.1 is een regeling opgenomen voor ondergronds bouwen. De regeling houdt in dat ondergronds bouwen is toegestaan waar ook bovengronds bouwen is toegestaan, tenzij anders is aangegeven. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel' is het bouwen van woningen en andere geluidsgevoelige objecten uitsluitend toegestaan als de gevel ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel' wordt gebouwd en in stand wordt gehouden als een dove gevel.
6.1.3.3
Algemene gebruiksregels
Ter verduidelijking van het plan wordt aangegeven dat het gebruiken van gronden ten behoeve van een seksinrichting in ieder geval strijdig is met de bestemming. Ten behoeve van nieuwe ontwikkelingen wordt in deze regels aangegeven dat er voldoende parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn conform de nota parkeernormen. Hierbij wordt het vergroten van een woning uitgesloten.
6.1.3.4
Algemene aanduidingsregels
De aanduidingen bevatten specificaties van de (dubbel-)bestemmingen met betrekking tot het gebruik of het bouwen. Een gebiedsaanduiding is een aanduiding die verwijst naar een gebied waarvoor bijzondere regels, extra regels of nadere afwegingen gelden. Bij gebiedsaanduidingen gaat het veelal om zones en gebieden die aan sectorale regelgeving zijn ontleend. De volgende soort gebiedsaanduiding is toegepast: voorwaardelijke verplichting. In de gemeente Barneveld zijn op diverse locaties in de openbare ruimte standplaatsen voor ambulante handel aanwezig. Deze standplaatsen worden gedurende één of meer dagdelen per week ingenomen door 46
"Het Wulperveld" (voorontwerp)
Het Wulperveld kramen of wagens van waaruit producten (zoals vis, snacks, bloemen en groente en fruit) worden verkocht. Een standplaats is alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel standplaats'. Bij wijzigingen en herzieningen van het bestemmingsplan is het veelal noodzakelijk afspraken met betrekking tot het slopen van gebouwen en/of het realiseren van inrichtingsmaatregelen vast te leggen. Om dit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Hierbij worden aan het bestemmingsplan specifieke regels toegevoegd die de verzoeker verplichten om bij gebruikmaking van de toegestane ontwikkeling ook de inrichtingsmaatregelen te realiseren en bebouwing te slopen.
6.1.3.5
Algemene afwijkingsregels
Er is een algemene afwijkingsregel opgenomen wanneer dit voor een betere technische realisering van bouwwerken dan wel in verband met de werkelijke toestand van het terrein noodzakelijk is. Deze afwijkingsregel dient bij uitzondering te worden toegepast. De noodzaak om van de bestemmingsregeling af te wijken dient te worden aangetoond. Het is niet de bedoeling dat deze algemene bevoegdheid wordt toegepast in combinatie met het afwijken zoals dat bij een specifieke bestemming is genoemd. Met andere woorden: cumulatie van deze bevoegdheden is uitgesloten. Een voorbeeld: de maximale goothoogte voor een woning is 6 meter. Bij de bestemming 'Wonen-1' is de bevoegdheid opgenomen om met een omgevingsvergunning af te wijken van de bouwregels en die goothoogte te vergroten met maximaal 3 meter. Het is niet de bedoeling dat dan nog eens toepassing wordt gegeven aan de algemene afwijkingsbevoegdheid met een vergroting van nog eens 10% tot gevolg. Het is toegestaan om af te wijken van de goot- en bouwhoogte en inhoud en buiten het bouwvlak te bouwen wanneer de bestaande en eventueel bij te bouwen nieuwe bebouwing op het bouwperceel wordt geïsoleerd.
De uitbreiding is uitsluitend bedoeld wanneer de isolatiemaatregelen een grotere omvang van de bebouwing vragen om eenzelfde oppervlakte te krijgen als wanneer er geen of een beperkter isolatiepakket zou worden gehanteerd dat alleen aan de eisen uit het Bouwbesluit voldoet. Het gaat hier dus bijvoorbeeld om dikkere muren en/of een hoger dak.
6.1.3.6
Algemene wijzigingsregels
In deze bepaling wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om bestemmingen te wijzigen ten behoeve van kleine overschrijdingen van bestemmingsgrenzen. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven. De bevoegdheid is bedoeld voor aanpassing aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein. Ook wordt hier aan het bevoegd gezag de mogelijkheid gegeven om, onder voorwaarden het plan wijzigen in die zin dat de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - Standplaats' wordt toegevoegd aan de gronden.
6.1.3.7
Algemene procedureregels
Op de voorbereiding van het besluit tot wijziging is afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht en artikel 3.9a van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing, met dien verstande dat burgemeester en wethouders binnen acht weken na afloop van de termijn van terinzagelegging een besluit nemen omtrent de wijziging. Voor het stellen van nadere eisen is geen procedure opgenomen in de wet. De procedure staat beschreven in hoofdstuk 3 "Algemene regels" van dit bestemmingsplan.
"Het Wulperveld" (voorontwerp)
47
Het Wulperveld
6.1.4 6.1.4.1
Overgangs- en slotregels Overgangsregels
Voor de overgangsregels is onderscheid gemaakt tussen de overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken en de overgangsbepalingen ten aanzien van gebruik. Zowel de overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken als de overgangsbepalingen ten aanzien van gebruik gelden vanaf inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Uitgangspunt is dat zo weinig mogelijk gebruik wordt gemaakt van het overgangsrecht. Vooraf dient een afweging te worden gemaakt tussen legaliseren (positief bestemmen) dan wel handhaving van illegale situaties. De overgangsbepalingen voor bouwwerken en gebruik zijn overgenomen uit artikelen 3.2.1 en 3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
6.1.4.2
Slotregel
Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van het voorliggende bestemmingsplan.
6.2
Handhaving
De gemeente acht handhaving van haar beleid van groot belang om de gewenste ruimtelijke kwaliteit te garanderen. Belangrijke redenen voor handhaven zijn: de regels zijn door de gemeente vastgesteld en de inwoners van de gemeente mogen verwachten dat de gemeente die regels handhaaft: waarom zijn er anders regels opgesteld? Inwoners van de gemeente hebben als het ware recht op handhaving; handhaving gaat oneigenlijk gebruik van en daarmee de achteruitgang van de kwaliteit van het gemeentelijk grondgebied tegen. Een actueel bestemmingsplan beoogt de ruimtelijke kwaliteit van een gebied in stand te houden en te verbeteren; niet daadkrachtig optreden tegen overtredingen van wettelijke regels werkt een toename van het aantal overtredingen in de hand en tast de geloofwaardigheid van daadkrachtig optreden aan. Het in het bestemmingsplan vastgelegde beleid wordt ondermijnd en het bestuur verliest de greep op de gebouwde omgeving. Onderscheid kan gemaakt worden tussen preventieve en repressieve handhavingsinstrumenten. Onder preventieve instrumenten kunnen onder andere goede regelgeving (onder andere in bestemmingsplan), voorlichting, subsidieverlening, afwijken van bouwregels en gebruiksregels en de omgevingsvergunning worden begrepen. Repressieve instrumenten zijn onder meer controle en toezicht, opsporing en het hanteren van sancties als bestuursdwang en dwangsom.
In 2016 heeft de gemeente de Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, VTH-beleid vastgesteld. In dit VTH-beleid staat beschreven hoe het college van burgemeester en wethouders op hoofdlijnen omgaat met de uitvoering van VTH-taken en welke prioriteiten hieraan zijn toegekend. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de VTH-taken en heeft de uitvoering van deze taken met ingang van 1 april 2013 grotendeels belegd bij de Omgevingsdienst de Vallei. Bij de handhaafbaarheid van een bestemmingsplan spelen aspecten als communicatie, de planvorm, de normstelling, het daadwerkelijk kunnen handhaven en de controleerbaarheid van normen ook een belangrijke rol. Randvoorwaarde voor handhaving is dat er voldoende basis/grondslag is om te kunnen handhaven. Deze basis wordt gevormd door: de regeling in het bestemmingsplan zelf: de handhaafbaarheid van de planregels; het afwijkingenbeleid. In dit bestemmingsplan is gestreefd naar heldere, eenduidige planregels met zo min mogelijk interpretatiemogelijkheden. Verder zijn aan de in het plan opgenomen afwijkingsbevoegdheden duidelijke voorwaarden verbonden, die voldoende objectief bepaalbaar zijn.
48
"Het Wulperveld" (voorontwerp)
Het Wulperveld
Hoofdstuk 7 7.1
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Grondexploitatie
Op grond van artikel 6.12, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan voorkomt dat in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is aangewezen. Nu het plan de bouw van woningen mogelijk maakt, is dit aan de orde. Ten behoeve van dit plan wordt met de intiatiefnemer een anterieure exploitatieovereenkomst gesloten. In de overeenkomst zijn onder meer afspraken vastgelegd waaruit volgt dat de realisatie volledig voor rekening en risico van de initiatiefnemer geschiedt. Ook zijn afspraken gemaakt over de betaling van een exploitatiebijdrage door de initiatiefnemer, waardoor het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Andere kosten, zoals eventuele planschade, komen eveneens voor rekening van de initiatiefnemer. Doordat het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is, het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is en het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels niet noodzakelijk is, behoeft de raad op grond van artikel 6.12, tweede lid Wro in dit geval geen exploitatieplan vast te stellen.
"Het Wulperveld" (voorontwerp)
49
Het Wulperveld
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Conform artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft het college op 16 december 2021 in de Barneveldse Krant en Barneveld Huis-aan-Huis en langs elektronische weg kennisgegeven van het voornemen om het voorliggende bestemmingsplan voor te bereiden. Aangegeven is verder dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Daarnaast is er de gelegenheid om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan opgestart (artikel 3.8 Wro).
8.1
Participatie
De initiatiefnemer heeft overleg gevoerd met buren en belanghebbenden. Hierbij zijn omwonenden geïnformeerd over de plannen. Naar aanleiding van de overleggen die hebben plaatsgevonden is het stedenbouwkundig ontwerp aangepast.
8.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader hiervan wordt het bestemmingsplan voor overleg aan onderstaande instanties toegezonden: Provincie Gelderland Waterschap Vallei & Veluwe ProRail VGGM Liander Gasunie Vitens Er is in het gebied van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van bijzondere waarden of andere situaties waardoor deze ontwikkeling zou raken aan enig nationaal belang. Ook belangen van omliggende gemeenten zijn bij dit plan niet in het geding. Op grond van artikel 3.1.1 lid 2 Bro kan worden afgezien van overleg in door de provincie en het Rijk aangegeven gevallen. Gelet op de brief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft geen vooroverleg plaatsgevonden, aangezien de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) geen adviserende en coördinerende rol meer heeft met betrekking tot de advisering over een voorontwerp betreffende gemeentelijke ruimtelijke plannen.
Nu er sprake is van een gemeentelijk ruimtelijk plan, waarbij er geen nationale rijksbelangen aan de orde zijn en de betrokken rijksdiensten niet als direct belanghebbende zijn aan te merken, behoeft het plan niet voor vooroverleg naar de ILT opgestuurd te worden.
8.3
Inspraak
De Wro bevat geen procedurevoorschriften met betrekking tot de inspraak, en is in Wro zelf niet verplicht gesteld. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze bovenbedoelde personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken. 50
"Het Wulperveld" (voorontwerp)
Het Wulperveld
Het voorontwerpbestemmingsplan ligt van 17 december tot en met 31 december 2021 ter inzage. Gedurende deze periode kan een ieder een reactie over het plan naar voren brengen. pm
"Het Wulperveld" (voorontwerp)
51
Laagland Archeologie Rapport 540
Archeologisch bureauonderzoek
Woningbouwproject tussen Stroeërschoolweg/Ericaweg te Stroe gemeente Barneveld (GD).
december 2020 Versie 2 (definitief)
In opdracht van: Van de Kolk
7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 540
Archeologisch bureauonderzoek Woningbouwproject tussen Stroeërschoolweg/Ericaweg te Stroe, gemeente Barneveld (GD) Auteur: Jesper de Raad
In opdracht van: Van de Kolk
Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie
Status rapport: definitief
Controle: J. Wijnen Autorisatie: J. Wijnen
ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo
E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 60294418
© Laagland Archeologie BV, Almelo, december 2020
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
v2.3
Samenvatting Laagland Archeologie heeft in november 2020 een Archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Woningbouwproject tussen Stroeërschoolweg/Ericaweg te Stroe. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom een woonwijk te realiseren. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek worden archeologische resten vanaf het Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd verwacht. Dit blijkt uit het vermoedelijk intacte bodemprofiel, de in de omgeving bekende archeologische waarnemingen en de het omdat er geen bodemverstoring bekend is door recente bebouwing of bodemingrepen zoals diepploegen, ontgrondingen of egalisaties. Het zuidwestelijke deel van het plangebied is reeds eerder onderzocht en vrijgegeven voor nader archeologisch onderzoek. Geadviseerd wordt voor de overige delen van het plangebied een vervolgonderzoek uit te laten voeren. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.
Verkennend booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Barneveld. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, adviseur P. Kloosterman.
Samenvatting ___________________________________________________ 5 1 Inleiding ____________________________________________________ 7 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7
Aanleiding onderzoek______________________________________________ 7 Afbakening plan- en onderzoeksgebied ________________________________ 7 Administratieve gegevens __________________________________________ 8 Huidige situatie en toekomstig gebruik ________________________________ 9 Geplande verstoring _____________________________________________ 10 Gemeentelijk beleid ______________________________________________ 10 Onderzoeksdoel _________________________________________________ 11
2 Inventarisatie ________________________________________________ 12 2.1 2.2 2.3
Inleiding_______________________________________________________ 12 Landschappelijke ontwikkeling _____________________________________ 12 Archeologie ____________________________________________________ 13
2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5 2.4
Bekende archeologische waarden _________________________________ 13 Waarnemingen _______________________________________________ 14 AMK-terreinen ________________________________________________ 14 Gemeentelijke verwachtingskaart _________________________________ 14 Eerder archeologisch onderzoek __________________________________ 14
Historie _______________________________________________________ 16
3 Conclusie en verwachtingsmodel _________________________________ 20 3.1 3.2 3.3
Conclusie ______________________________________________________ 20 Verwachtingsmodel ______________________________________________ 20 Advies ________________________________________________________ 21
Literatuur _____________________________________________________ 22 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus __________________________________________ 24 BIJLAGE 2 Archeologische perioden________________________________ 25 BIJLAGE 3 geomorfogenetische kaart ______________________________ 26 BIJLAGE 4 Actueel Hoogtebestand Nederland ________________________ 27 BIJLAGE 5 Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart ____________ 28 BIJLAGE 6 Bodemkaart _________________________________________ 29 BIJLAGE 7 AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen ___________________ 30 BIJLAGE 8 Waarnemingen _______________________________________ 31
HOOFDSTUK
Archeologisch bureauonderzoek Woningbouwproject tussen Stroeërschoolweg/Ericaweg te Stroe, gemeente Barneveld, Gelderland
1I
NLEIDING
1.1 AANLEIDING ONDERZOEK De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande bouw van een nieuwe woonwijk tussen de Stroeërschoolweg/Ericaweg in Stroe, gemeente Barneveld (GD). Hiertoe is een bestemmingsplanwijziging vereist. De gemeente Barneveld heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het bestemmingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt.
1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED Het plangebied betreft een woningbouwproject tussen Stroeërschoolweg/Ericaweg in Stroe, gemeente Barneveld (GD), zie onderstaande afbeelding.
Afbeelding 1. Ligging van het plan- en onderzoeksgebied. 7
Archeologisch bureauonderzoek Woningbouwproject tussen Stroeërschoolweg/Ericaweg te Stroe, gemeente Barneveld, Gelderland
Het plangebied heeft een omvang van ca. 6,4 ha. Voor een beter begrip van de bodemkundige omstandigheden en de archeologie van de planlocatie is een groter gebied bestudeerd. Een zone van 500 m rondom het plangebied wordt voldoende geacht om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Deze zone wordt aangeduid als ‘onderzoeksgebied’.
1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Provincie
Gelderland
Gemeente
Barneveld
Plaats
Stroe
Beheerder/eigenaar grond
onbekend
Toponiem
Woningbouwproject tussen Stroeërschoolweg/Ericaweg
Kadastrale perceelnummer(s)1
GDR03 - I – 2267 GDR03 - I – 922 GDR03 - I – 2266 GDR03 - K – 1287 GDR03 - K – 697 STWO201
Laagland Archeologie projectnummer Datum conceptrapportage
26-11-2020
Datum definitief rapport
8-12-2020
XY-coördinaten
NO 175346.6 / 4664567.3
GDR03 - I – 1532 GDR03 - K – 1068 GDR03 - K – 1067 GDR03 - K - 1288
NW 175782.7 / 466650.6 ZO 175376.3 / 466360.8 ZW 175861.7 / 466603.0 Kaartblad
32F
Oppervlakte/lengte Plangebied Datering
ca. 6,4 ha
Complextype
Nader te bepalen
Onderzoeksmeldingsnr
4919944100
AMK-terrein
n.v.t.
Vondstmeldingsnr.
n.v.t.
Type onderzoek
Archeologisch bureauonderzoek
Opdrachtgever
Van de Kolk
Goedkeuring bevoegde overheid Bevoegde overheid
Gemeente Barneveld
Adviseur namens bevoegde overheid Beheer documentatie
P. Kloosterman
2
Uitvoerder
1 2
Nader te bepalen
Gemeente Barneveld
E-depot voor de Nederlandse archeologie Archief Laagland archeologie BV Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G
kadastralekaart.com www.imergis.nl/htm/opentopo800.htm 8
Archeologisch bureauonderzoek Woningbouwproject tussen Stroeërschoolweg/Ericaweg te Stroe, gemeente Barneveld, Gelderland
Projectleider/opsteller onderzoek
7602 RG Almelo 06 40 61 85 50 Jeroen Wijnen jeroen.wijnen@laaglandarcheologie.nl/ Jesper de Raad
Tabel 1. Objectgegevens.
1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK Het plangebied is momenteel grotendeels in gebruik als weide. Het terrein bevat voor zover bekend geen kelders of andere ondergrondse kunstwerken en er zijn geen historisch waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig.3 Afgezien van een schetsontwerp met een proefverkaveling is in dit stadium de exacte invulling van de plannen nog niet bekend. Volgens de proefverkaveling komen er ca. 111 woningen, waarvan de meeste in rijen. Voor de rest komen er een aantal vrijstaande woningen, twee-onder-een-kapwoningen en komen er gebouwen met een onbekende openbare functie. De milieutechnische condities, huidige en eventuele nieuwe waterpeil en of en zo ja wie de toekomstige gebruiker(s) wordt/worden zijn in dit stadium evenmin bekend. Onderstaande afbeelding toont de huidige en de gewenste nieuwe situatie.
3
bron: gemeentelijke monumentenlijst 9
Archeologisch bureauonderzoek Woningbouwproject tussen Stroeërschoolweg/Ericaweg te Stroe, gemeente Barneveld, Gelderland
Afbeelding 2. Huidige situatie (boven) en nieuwe situatie (onder).
1.5 GEPLANDE VERSTORING De ingrepen vinden plaats binnen het plangebied. Er wordt een fundering op staal toegepast. De diepte van de geplande verstoring reikt vermoedelijk overwegend niet dieper dan ongeveer 100 cm –mv. Rioleringsbuizen kunnen dieper aangelegd worden.4
1.6 GEMEENTELIJK BELEID In het bestemmingsplan Buitengebied 2012 geconsolideerd ligt het plangebied in een zone met dubbelbestemming waarde archeologie 1. Archeologisch onderzoek is verreisd indien de omvang van de geplande bodemingrepen groter is dan 10.000 m² of meer dan 30 cm diep zijn. De omvang van de geplande verstoringen overschrijdt de vrijstellingsgrenzen zoals die in het vigerende gemeentelijk archeologiebeleid zijn aangegeven.
4
Mailcontact: opdrachtgever van de Kolk op 16-11-2020 10
Archeologisch bureauonderzoek Woningbouwproject tussen Stroeërschoolweg/Ericaweg te Stroe, gemeente Barneveld, Gelderland
1.7 ONDERZOEKSDOEL Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fase in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1). De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen, en te bepalen of en zo ja welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Op grond van de resultaten van dit onderzoek kan worden beoordeeld of en zo ja, welke vorm van vervolgonderzoek nodig is om de archeologische waarde van het gebied te kunnen vaststellen.
11
HOOFDSTUK
Archeologisch bureauonderzoek Woningbouwproject tussen Stroeërschoolweg/Ericaweg te Stroe, gemeente Barneveld, Gelderland
2I
NVENTARISATIE
2.1 INLEIDING In dit hoofdstuk worden de relevante landschappelijke ontwikkeling en huidige bodemkundige situatie beschreven. Tevens wordt ingegaan op de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie. Voor wat betreft de in de tekst genoemde archeologische perioden wordt verwezen naar bijlage 2.
2.2 LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING Het onderzoeksgebied ligt op een overgang van de ten oosten gelegen Veluwe Stuwwal naar de westelijk gelegen Gelderse Vallei. De Gelderse Vallei is een voormalig glaciaal bekken tussen het Veluwemassief en de Utrechtse heuvelrug. Zowel het Veluwemassief als de Utrechtse heuvelrug zijn tijdens de voorlaatste ijstijd (Saalien; 270 – 130 ka BP)5 gevormd onder invloed van het landijs.6 Daarbij zijn oudere rivierafzettingen van zand, klei en grind opgestuwd langs de flanken en het front van voortkruiende gletsjers. Op de plaats waar sedimentlagen weggeduwd waren ontstonden bekkens van tientallen meters diep en aan de basis van het landijs ontstond keileem. In het daaropvolgende interglaciaal, het Eemien (130 – 115 ka BP), werden eerst mariene sedimenten (Eem Formatie) afgezet en vervolgens vond er veengroei plaats (Formatie van Woudenberg). In het laatste glaciaal, het Weichselien (115 – 10 ka BP) werden vervolgens fluvioperiglaciale afzettingen van de Formatie van Boxtel afgezet. Dit zijn sedimenten van lokale oorsprong die onder zeer koude omstandigheden door wind, water en hellingprocessen zijn afgezet. Gedurende het Laat-Glaciaal (13 – 10 ka BP) worden de eolische dekzanden afgezet van het Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel. Op de geomorfologische kaart (0) ligt het plangebied in een dekzandvlakte.
Dekzandvlaktes kunnen al dan niet ten delen zijn verspoeld. Verspoelde dekzanden zijn in de laatste fasen van de laatste ijstijd gevormd. Tijdens de vorming nam de sneeuwmassa veel dekzand op. Tijdens het voorjaar smolt de sneeuw en kwam het dekzand weer vrij, dat daarbij in de relatief lage gebieden werd afgezet. Deze zanden konden naderhand weer verstuiven. Hoger gelegen delen van een dekzandvlakte zijn uiteraard niet verspoeld en daardoor aantrekkelijker voor (tijdelijke) bewoning. Op het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), zie bijlage 4 ligt het plangebied op een overgangsgebied van de ten oosten gelegen Veluwe stuwwal naar de ten
5
BP: Before Present, ongecalibreerde jaren voor heden, waarbij 1950 als referentiejaar geldt.
6
Berendsen, 2011. 12
Archeologisch bureauonderzoek Woningbouwproject tussen Stroeërschoolweg/Ericaweg te Stroe, gemeente Barneveld, Gelderland
westelijk gelegen Gelderse Vallei. Op de detailopname van het AHN ligt het plangebied op een hoogte van circa 17 tot 19 meter (zie onderstaande afbeelding). Het terrein van de bebouwing binnen het plangebied is waarschijnlijk opgehoogd, net als dat van de bebouwing grenzend aan het plangebied. Er zijn namelijk scherpe en rechte grenzen zichtbaar op de AHN-kaart. Verder zijn op het AHN elementen zoals greppels, opgeworpen paden en de net ten noorden gelegen spoordijk zichtbaar. Het terrein van de agrarische percelen binnen het plangebied kent weinig uitgesproken hoogteverschillen.
Afbeelding 3. Detailopname van het plangebied op het AHN. Bodemkundig (bijlage 6) liggen er in het plangebied veldpodzolgronden bestaande uit leemarm en zwak lemig fijn zand (Hn21). Veldpodzolgronden zijn gevormd in relatief laaggelegen, tamelijk vochtige gronden, al is het bodemtype gedurende lange tijd voldoende ontwaterd geweest om bodemvorming mogelijk te maken. Het zijn ietwat zure gronden, die niet zeer geschikt waren voor vroege vormen van akkerbouw. Vaak zijn veldpodzolgronden pas vrij laat (Late Middeleeuwen of Nieuwe Tijd) in ontginning genomen op een moment dat meer geschikte bodemtypen niet meer voorhanden waren. Een veldpodzolgrond behoort tot de hydro-zandgronden, waarbij de inspoeling beperkt is als gevolg van relatief hoge grondwaterstanden. De uit- en inspoelingslagen zijn bij deze gronden over het algemeen slecht ontwikkeld.
2.3 ARCHEOLOGIE 2.3.1 BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN Bijlage 7 toont de locaties van de bekende archeologische waarden en de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied.
13
Archeologisch bureauonderzoek Woningbouwproject tussen Stroeërschoolweg/Ericaweg te Stroe, gemeente Barneveld, Gelderland
2.3.2 WAARNEMINGEN In het onderzoeksgebied zijn twee waarnemingen bekend: Waarneming 1162201 is aangetroffen bij een archeologische begeleiding onder zaakidentificatie 3989392100 en ligt op circa 100 ten oosten van het plangebied. Het betreft één grape uit de Late Middeleeuwen in combinatie met meerder archeologische sporen en structuren (waaronder paalgaten, kuilen, greppels en spitsporen) uit de Middeleeuwen tot Nieuwe Tijd. Het complextype wordt volgens Archis omschreven als akker. Waarneming 2939607100 is aangetroffen op circa 310 m ten zuidoosten van het plangebied en is als archeologisch vondst uit 1870 indirect geplaatst op basis van literatuur. Het gaat om mesolithische vuurstenen werktuigen/gereedschapsonderdelen (microlieten). Complextype niet te bepalen.
2.3.3 AMK-TERREINEN AMK-terreinen ( = Archeologische Monumentenkaart) zijn terreinen waarvan bekend is dat zich archeologische resten in de grond bevinden. Het archeologisch belang daarvan is bovendien gewaardeerd. Zo zijn er AMK-terreinen van archeologisch belang, hoog, zeer hoog archeologisch belang en wettelijk beschermde AMKterreinen van zeer hoog archeologisch belang). Binnen het onderzoeksgebied staan geen AMK-terreinen geregistreerd.
2.3.4 GEMEENTELIJKE VERWACHTINGSKAART Op de gemeentelijke verwachtingskaart (bijlage 5) ligt het plangebied in een zone met een lage archeologische verwachting, lage dekzandvlakte of laatglaciaal terras, dekzandvlakte.
2.3.5 EERDER ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK In de omgeving van het plangebied hebben eerder archeologische onderzoeken plaatsgevonden. De onderzochte locaties zijn afgebeeld in bijlage 7. Onder zaakidentificatie 2259100100 op circa 500 m ten noorden van het plangebied is een booronderzoek geregistreerd. Het onderzoek is in 2009 uitgevoerd. Voor het plangebied is geen vervolgonderzoek geadviseerd omdat het terrein grotendeels onder natte omstandigheden is gevormd.7 Verder waren de meest kansrijke gebiedsdelen verstoord. Onder zaakidentificatie 2366791100 op circa 500 m ten noorden van het plangebied is een booronderzoek geregistreerd. Het onderzoek dat is uitgevoerd in 2012 is een karterend booronderzoek. In het plangebied zijn (deels afgetopte) podzolgronden aangetroffen. Omdat er echter geen archeologische indicatoren zijn aangetroffen is geadviseerd om de locatie vrij te geven.
7
Zielman, 2009. 14
Archeologisch bureauonderzoek Woningbouwproject tussen Stroeërschoolweg/Ericaweg te Stroe, gemeente Barneveld, Gelderland
Onder zaakidentificatie 22113751008 op circa 50 m ten noorden van het plangebied is een bureauonderzoek geregistreerd. Uit de resultaten van het bureauonderzoek blijkt dat er niet nader gespecificeerde archeologische waarden in het plangebied aanwezig kunnen zijn. Geadviseerd wordt de locatie te lokaliseren door middel van een oppervlaktekartering nadat de bodem geploegd en gefreesd is. Onder zaakidentificatie 22175561009 op circa 500 m ten noordoosten van het plangebied is een archeologisch bureauonderzoek geregistreerd. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat mogelijk aanwezige vindplaatsen vanaf het Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd geschaad kunnen worden. Vanwege de ligging van het plangebied wordt geadviseerd een archeologische begeleiding uit te laten voeren. Onder zaakidentificatie 246813810010 op circa 50 m ten oosten van het plangebied is een booronderzoek geregistreerd. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat er rekening gehouden kan worden met de aanwezigheid van archeologische resten in zones met een hoge verwachting. De noodzaak van een gravend (vervolg)onderzoek wordt mede bepaald door de aard en diepte van de geplande ingrepen in relatie tot de diepteligging van de archeologische niveaus. Voor de gebieden, waar sprake is van een lage archeologische verwachting worden geen archeologische maatregelen noodzakelijk geacht.
Onder zaakidentificatie 213534910011 op circa 100 m ten oosten van het plangebied is een booronderzoek geregistreerd. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat de oorspronkelijke bodemopbouw over het gehele plangebied is verstoord. Veelal reikt de verstoring tot in de C-horizont. De abrupte, scherpe overgang tussen het verstoorde pakket en de natuurlijke ondergrond duidt op een relatief recente datering van de verstoring. Tijdens het veldonderzoek zijn geen relevante archeologische indicatoren aangetroffen. Op grond van het ontbreken van aanwijzingen van archeologische resten wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen. Onder zaakidentificatie 398939210012 op circa 100 m ten oosten van het plangebied is een begeleiding geregistreerd. Uit de resultaten van de begeleiding blijkt dat het plangebied op de flank van een dekzandglooiing, afgedekt door een plaggendek, ligt. Door het aanwezige plaggendek zijn de archeologische niveaus goed bewaard gebleven. Hierin zijn archeologische sporen uit de Late Middeleeuwen aangetroffen. De conserveringsomstandigheden voor oudere resten is tevens goed te noemen. In de aangelegde vlakken zijn twee incomplete gebouwplattegronden aangetroffen. Na de gebruiksfase van de twee gebouwplattegronden zijn deze stelselmatig opgeruimd. Hierbij is mogelijk een complete grape als verlatingsoffer geplaatst in één van de uitgegraven palen.
Onder zaakidentificatie 222363010013 op circa 100 m ten oosten van het plangebied is een booronderzoek geregistreerd. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat er hoge zwarte enkeerdgronden aanwezig zijn. Onder het esdek is een kleine hoeveelheid houtskool en baksteen aangetroffen. De houtskool is mogelijk van natuurlijke herkomst. Het plangebied is vrijgegeven voor nader (gravend)onderzoek. Onder zaakidentificatie 201499110014 binnen en aangrenzend ten zuiden van het plangebied is een archeologisch booronderzoek geregistreerd. Uit de resultaten van het booronderzoek dat het plangebied in het recente verleden is geëgaliseerd. Het eventuele oorspronkelijke aanwezige reliëf is daarbij geheel verdwenen (afgevlakt).
Blom en de Boer, 2007. Hanemaaijer en van Lil, 2008. 10 Nales, 2016. 11 Ringenier, 2006. 12 Hakvoort, 2016 13 Thijs, 2008. 14 Oude Rengerink, 2001. 8 9
15
Archeologisch bureauonderzoek Woningbouwproject tussen Stroeërschoolweg/Ericaweg te Stroe, gemeente Barneveld, Gelderland
Archeologische indicatoren zijn niet aangetroffen. Gezien het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden wordt nader archeologisch onderzoek in het plangebied niet noodzakelijk geacht.
2.4 HISTORIE Stroe kent archeologische vindplaatsen met vuurstenen vondsten vanaf het Paleolithicum tot en met Mesolithicum.15 Wanneer voor het eerste sprake was van (vaste) bewoning in Stroe is niet bekend. De plaats Stroe is door Covens en Mortier in 1747 voor het eerst kaart gebracht (zie hieronder). Stroe bevindt zich op het uiterste uiteinde van de kaart. De afgelegen ligging is tevens de reden dat Stroe op eerdere kaarten net buiten het cartografische geïnventariseerde gebied valt of net onder de door de cartograaf ingevoegde legenda valt.
Afbeelding 4. Carte particuliere des Environs de Amersfoort. Bron: archiefeemland.nl Op de eerste kadastrale kaart (circa 1832)16 is het plangebied en haar omgeving nog onbebouwd (zie onderstaande afbeelding). Het terrein is op de OAT (Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel) aangeduid als heidegebied met enkele wegen.
15 16
Mijngelderland.nl bron: hisgis.nl 16
Archeologisch bureauonderzoek Woningbouwproject tussen Stroeërschoolweg/Ericaweg te Stroe, gemeente Barneveld, Gelderland
Afbeelding 5. Uitsnede uit de eerste kadastrale kaart, circa 1832. De locatie van het plangebied is rood. Geel: wegen, bruin: bouwland, lichtgroen: weideland, donkergroen: bos/opgaand hout, lichtpaars: heide, rood met grijs: bebouwing met erf. Bron: hisgis.nl. Op de topografische kaart van 1880 (zie afbeelding 6) is het plangebied onbebouwd. Het westelijke deel van het plangebied ligt dichtbij een weg en is verkaveld. De kavels zijn afgerasterd met hakhoutwallen. Ten noorden van het plangebied staat een stippellijn, deze stippellijn geeft de huidige spoorlijn aan. Het oostelijke deel van het plangebied is onveranderd en bestaat uit heide met enkele (onverharde) wegen.
17
Archeologisch bureauonderzoek Woningbouwproject tussen Stroeërschoolweg/Ericaweg te Stroe, gemeente Barneveld, Gelderland
Afbeelding 6. Uitsnede uit de topografische kaart van 1880. Bron: topotijdreis.nl. Op de topografische kaart van 1920 (zie afbeelding 6) is het plangebied onbebouwd. Het westelijke deel van het plangebied lijkt weer herverkaveld ten opzichte van de situatie in 1880 de geplande spoorlijn ten noorden is reeds aangelegd. Het oostelijke deel van het plangebied lijkt amper veranderd en bestaat uit heide met zandwegen.
Afbeelding 7. Uitsnede uit de topografische kaart van 1920. Bron: topotijdreis.nl.
18
Archeologisch bureauonderzoek Woningbouwproject tussen Stroeërschoolweg/Ericaweg te Stroe, gemeente Barneveld, Gelderland
Op de topografische kaart van 1980 (zie afbeelding 6) is de bebouwde kom van Stroe opgerukt tot aan het plangebied. Het plangebied is grotendeels onbebouwd. De verkaveling is grotendeels afwezig en ten westen ligt nog altijd een doorlopende weg. De spoorlijn ligt onveranderd en in het noordoosten van het plangebied zijn twee gebouwen gerealiseerd. In het zuiden van het plangebied staan drie gebouwen bij elkaar.
Afbeelding 8. Uitsnede uit de topografische kaart van 1980. Bron: topotijdreis.nl.
19
HOOFDSTUK
Archeologisch bureauonderzoek Woningbouwproject tussen Stroeërschoolweg/Ericaweg te Stroe, gemeente Barneveld, Gelderland
3C
ONCLUSIE EN
VERWACHTINGSMODEL 3.1 CONCLUSIE
Op basis van de inventarisatie kan het volgende geconcludeerd worden. Het plangebied ligt in een dekzandvlakte. Het bodemprofiel is vermoedelijk intact en op grond van de bodemkaart is mogelijk podzolering te verwachten. In de omgeving van het plangebied zijn met name archeologische resten uit de Late Middeleeuwen bekend. Tevens staan er prehistorische vondsten uit het Mesolithicum in het onderzoeksgebied geregistreerd. In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als heide met enkele wegen. Uit oude kaarten blijkt dat voor het merendeel van het plangebied er geen rekening gehouden hoeft te worden met bodemverstoring als gevolg van bebouwing. Het plangebied is grotendeels onbebouwd gebleven. Wel is een relatief klein oppervlak in het noordoostelijk deel en het zuidelijk deel bebouwd. Het zuidwestelijke deel van het plangebied is in 2001 wel al archeologisch onderzocht. Hierop staat echter nog geen bebouwing.
3.2 VERWACHTINGSMODEL Archeologische resten uit de perioden Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd kunnen in het plangebied worden aangetroffen. Er geldt echter een hoge verwachting voor de perioden van het Paleolithicum, Mesolithicum en de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd A. Van deze perioden zijn in eerder onderzoek in de omgeving reeds archeologische resten aangetoond en kunnen tevens in het plangebied worden verwacht. Eventuele nederzettingen uit de steentijd hebben een omvang van 50 – 200 m2 (kleine variant) of 200 – 1000 m2 (middelgrote variant). Nederzettingen uit de periode bronstijd – middeleeuwen hebben meestal een omvang tussen 500 – 2000 m2 (huisplaats) of meer dan 8000 m2 (dorp).17 Deze resten liggen in de top van de natuurlijke ondergrond, mogelijk dicht onder het maaiveld onder een bouwvoor of eventuele ophogingslaag. De natuurlijke bodem wordt hier gevormd door dekzand waarin zich een podzol heeft ontwikkeld. Eventuele resten bestaan uit vuursteenstrooiingen (voornamelijk neolithicum, in mindere mate bronstijd en ijzertijd). Daarnaast kan (gefragmenteerd) aardewerk
17 bron: Tol e.a., 2006.
20
Archeologisch bureauonderzoek Woningbouwproject tussen Stroeërschoolweg/Ericaweg te Stroe, gemeente Barneveld, Gelderland
worden verwacht, evenals houtskool, verbrande huttenleem en natuursteen. Deze vondstcategorieën bevinden zich aan of in het pleistocene zand, direct onder een bouwvoor. Daarnaast kunnen grondsporen worden verwacht. Het gaat daarbij overwegend om paalkuilen, greppels en afvalkuilen en dergelijke. Deze bevinden zich in de top van de pleistocene ondergrond en kunnen zich tot op grote diepte uitstrekken.
3.3 ADVIES Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek kunnen archeologische resten verwacht worden. De geplande bodemingrepen zullen deze resten zeer waarschijnlijk aantasten. Alleen het zuidwestelijke deel van het plangebied is reeds onderzocht in 2001. Geadviseerd wordt om dit deel niet opnieuw nader te onderzoeken. Voor de rest van het plangebied wordt geadviseerd vervolgonderzoek uit te laten voeren in de vorm van een verkennend booronderzoek – inventariserende fase. De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Barneveld, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, mevrouw P. Kloosterman.
21
Archeologisch bureauonderzoek Woningbouwproject tussen Stroeërschoolweg/Ericaweg te Stroe, gemeente Barneveld, Gelderland
Literatuur
Berendsen, H.J.A., 2011: De vorming van het land, Koninklijke Van Gorcum, Assen. Blom J. en A. de Boer, 2007: Stroe Tolnegenweg 1a (gemeente Barneveld). ADC rapport 860. Amersfoort. Hakvoort, A. 2016: Stroe Houtbeekweg, Gemeente Barneveld (Gelderland), Archeologische Begeleiding (protocol opgraven). Transect-rapport 850. Utrecht. Hanemaaijer M. en R. van Lil, 2008: Barneveld, Kootwijkerbroek-Stroe N800, ADC rapport 1736, Amersfoort. Nales, T. 2016: Stroe, Houtbeekweg 4, gemeente Barneveld (Gelderland) Archeologisch bureauonderzoek en inventariseren veldonderzoek (IVO; verkennende fase). Transect-rapport 639. Utrecht. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989: Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters, Nederlands Normalisatie-instituut Delft. Oude Rengerink, J.A.M. 2001: Uitbereidingslocatie Stroe, gemeente Barneveld een inventarisatie archeologische veldonderzoek. Verslagnummer 2002-231/RT, RAAP, Amsterdam. Ringenier, H. 2006: Plangebied Houtbeekweg te Stroe, gemeente Barneveld: Archeologisch vooronderzoek; een inventariserend veldonderzoek. Raap-notitie 1950, Amsterdam. Thijs, 2008: Een archeologisch bureau-onderzoek en inventariseren veldonderzoek door middel van boringen op de locatie Houtbeekweg 6 te Stroe, gemeente Barneveld (Gld). ARC-rapport 2008-173, Groningen. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen en M.
Verbruggen, 2012: Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek v2. SIKB Zielman, G., 2009: Plangebied 35-37 te Stroe, gemeente Barneveld: archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek. RAAP-Notitie 3278. Weesp. Archeologische databases/internetbronnen ArchisIII www.boorstaten.nl www.topotijdreis.nl www.hisgis.nl www.grondwatertools.nl www.kadastralekaart.com Gebruikte kaarten Historische kaarten. Bron: www.topotijdreis.nl. Geraadpleegd op 17/11/2020 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2), nauwkeurigheid Z-waarde <= 5 cm. Bron: www.ahn.nl. Geraadpleegd op 17/11/2020 Eerste kadastrale kaart uit circa 1832. Bron: www.hisgis.nl. Geraadpleegd op 17/11/2020.
22
Archeologisch bureauonderzoek Woningbouwproject tussen Stroeërschoolweg/Ericaweg te Stroe, gemeente Barneveld, Gelderland
Kaart waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen. Bron: www.zoeken.cultureelerfgoed.nl. Geraadpleegd op 17/11/2020 Verwachtingskaart. Bron: gemeente Barneveld. Geraadpleegd op 17/11/2020 Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 17/11/2020 Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 17/11/2020 Topografische kaart, schaal 1:10.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 17/11/2020 Carte particuliere des Environs de Amersfoort. Bron: archiefeemland.nl geraadpleegd op 17/11/2020
23
BIJLAGE 1 AMZ-CYCLUS
24
BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN
25
BIJLAGE 3 GEOMORFOGENETISCHE KAART
geomkaart
26
BIJLAGE 4 ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND
AHNkaart
27
BIJLAGE 5 GEMEENTELIJKE ARCHEOLOGISCHE VERWACHTINGSKAART
gwk
28
BIJLAGE 6 BODEMKAART bodem
29
BIJLAGE 7 AMK-TERREINEN EN ONDERZOEKSMELDINGEN
30
BIJLAGE 8 WAARNEMINGEN
is
31
Laagland Archeologie Rapport 643
Inventariserend veldonderzoek – verkennende fase
Woningbouwproject tussen Stroeërschoolweg/Ericaweg , Stroe, gemeente Barneveld (GD).
juni 2021 Versie 2 (definitief)
In opdracht van: Van de Kolk
7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 643
Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Woningbouwproject tussen Stroeërschoolweg/Ericaweg te Stroe, gemeente Barneveld (GD) Auteur: Jeroen Wijnen en Leon Theelen
In opdracht van: Van de Kolk
Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie Status rapport: definitief
Controle: J. de Gruil Autorisatie: authorisatie
ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo
E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 60294418
© Laagland Archeologie BV, Almelo, juni 2021
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
v2.3
Samenvatting Laagland Archeologie heeft in mei 2021 een Inventariserend veldonderzoek verkennende fase uitgevoerd ten behoeve van een woningbouwproject tussen de Stroeërschoolweg en Ericaweg te Stroe. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de herinrichting van het plangebied. Voor het plangebied is in een eerder stadium een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek worden archeologische resten vanaf het Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd verwacht. Dit blijkt uit het vermoedelijk intacte bodemprofiel, de in de omgeving bekende archeologische waarnemingen en omdat er geen bodemverstoring bekend is door recente bebouwing of bodemingrepen zoals diepploegen, ontgrondingen of egalisaties. Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Barneveld. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, Charissa van Eijk.
Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).
Samenvatting _________________________________________________ 5 1 Inleiding ___________________________________________________ 7 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7
Aanleiding onderzoek______________________________________________ 7 Afbakening plan- en onderzoeksgebied ________________________________ 7 Administratieve gegevens __________________________________________ 8 Huidige situatie en toekomstig gebruik ________________________________ 9 Geplande verstoring______________________________________________ 11 Gemeentelijk beleid ______________________________________________ 11 Onderzoeksdoel _________________________________________________ 11
2 Voorgaand onderzoek ________________________________________ 12 3 Veldonderzoek ______________________________________________ 13 3.1 3.2 3.3
Beschrijving onderzoeksmethodiek __________________________________ 13 Resultaten: lithologie, lithogenese en bodemontwikkeling ________________ 13 Resultaten: archeologie ___________________________________________ 14
4 Conclusie en verwachting _____________________________________ 15 5 Selectieadvies ______________________________________________ 16 literatuur ____________________________________________________ 17 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus ________________________________________ 18 BIJLAGE 2 Archeologische perioden ______________________________ 19 BIJLAGE 3 Niet-toegankelijke delen voor veldonderzoek _______________ 20 BIJLAGE 4 Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart ___________ 21 BIJLAGE 5 Boorpuntenkaart veldonderzoek ________________________ 22 BIJLAGE 6 Boorstaten veldonderzoek _____________________________ 23 BIJLAGE 7 Bodemopbouw ______________________________________ 32 BIJLAGE 8 Advies ____________________________________________ 33
HOOFDSTUK
1I
NLEIDING
1.1 AANLEIDING ONDERZOEK De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande bouw van een nieuwe woonwijk tussen de Stroeërschoolweg/Ericaweg in Stroe (GD). Hiertoe is een bestemmingsplanwijziging vereist. De gemeente Barneveld heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het bestemmingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt.
1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED Het plangebied betreft een woningbouwproject tussen Stroeërschoolweg/Ericaweg in Stroe, gemeente Barneveld (GD), zie onderstaande afbeelding.
Afbeelding 1. Ligging van het plangebied.
Het plangebied heeft een omvang van 6,4 ha.
1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Provincie
Gelderland
Gemeente
Barneveld
Plaats
Stroe
Beheerder/eigenaar grond
Onbekend
Toponiem
Woningbouwproject tussen Stroeërschoolweg/Ericaweg
Kadastrale perceelnummer(s) 1
GDR03 - I – 922, 2266, 1532, 2267 GDR03 - K – 697, 1067, 1068, 1287, 1288
Laagland Archeologie projectnummer
STWO211
Datum conceptrapportage
4-5-2020
Datum definitief rapport
3-6-2021
XY-coördinaten
NO 175346.6 / 4664567.3 NW 175782.7 / 466650.6 ZO 175376.3 / 466360.8 ZW 175861.7 / 466603.0
Kaartblad
1 2
2
32F
Oppervlakte/lengte Plangebied
6,4 ha
Datering
Laat-Paleolithicum-Nieuwe tijd
Complextype
bewoning (inclusief verdediging)
Onderzoeksmeldingsnr
5059903100
AMK-terrein
n.v.t.
Vondstmeldingsnr.
n.v.t.
Type onderzoek
Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase
Datum begin veldonderzoek
6-5-2021
Datum eind veldonderzoek
6-5-2021
Opdrachtgever
Van de Kolk
Goedkeuring bevoegde overheid
Gemeente Barneveld
Bevoegde overheid
Gemeente Barneveld
Adviseur namens bevoegde overheid
Charissa van Eijk
Beheer documentatie
Provinciaal Depot voor Bodemvondsten van Gelderland E-depot voor de Nederlandse archeologie Archief Laagland archeologie BV
Uitvoerder
Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo
kadastralekaart.com www.imergis.nl/htm/opentopo800.htm
06 40 61 85 50 Projectleider/opsteller onderzoek
Jeroen Wijnen jeroen.wijnen@laaglandarcheologie.nl
Tabel 1. Objectgegevens.
1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK Het plangebied is momenteel grotendeels in gebruik als weide en is ten dele bebouwd. Het terrein bevat voor zover bekend geen kelders of andere ondergrondse kunstwerken en er zijn geen historisch waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig.3 Afgezien van een schetsontwerp met een proefverkaveling is in dit stadium de exacte invulling van de plannen nog niet bekend. Volgens de proefverkaveling komen er ca. 111 woningen, waarvan de meeste in rijen. Voor de rest komen er een aantal vrijstaande woningen, twee-onder-een-kapwoningen en komen er gebouwen met een onbekende openbare functie. De milieutechnische condities, huidige en eventuele nieuwe waterpeil en of en zo ja wie de toekomstige gebruiker(s) wordt/worden zijn in dit stadium evenmin bekend. Onderstaande afbeelding toont de huidige en de gewenste nieuwe situatie.
3
bron: gemeentelijke monumentenlijst
Afbeelding 2. Huidige situatie (boven) en nieuwe situatie (onder).
1.5 GEPLANDE VERSTORING De ingrepen vinden plaats binnen het plangebied. Er wordt een fundering op staal toegepast. De diepte van de geplande verstoring reikt vermoedelijk overwegend niet dieper dan ongeveer 100 cm –mv. Rioleringsbuizen kunnen dieper aangelegd worden.
1.6 GEMEENTELIJK BELEID In het bestemmingsplan Buitengebied 2012 geconsolideerd ligt het plangebied in een zone met dubbelbestemming waarde archeologie 1. Archeologisch onderzoek is verreisd indien de omvang van de geplande bodemingrepen groter is dan 10.000 m² of meer dan 30 cm diep zijn. De omvang van de geplande verstoringen overschrijdt de vrijstellingsgrenzen zoals die in het vigerende gemeentelijk archeologiebeleid zijn aangegeven.
1.7 ONDERZOEKSDOEL Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fasen in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1). De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen, en te bepalen of en zo ja welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Het verwachtingsmodel wordt getoetst en zo nodig aangevuld door middel van een verkennend booronderzoek. Op grond van de resultaten van dit onderzoek kan worden beoordeeld of en zo ja, welke vorm van vervolgonderzoek nodig is om de archeologische waarde van het gebied te kunnen vaststellen.
HOOFDSTUK
2V
OORGAAND ONDERZOEK
Laagland Archeologie heeft in november 2020 een Archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd binnen de contouren van het huidige plangebied.4 Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de realisatie van een nieuwe woonwijk. Hieronder volgt een beknopt samenvatting van de resultaten van het bureauonderzoek. Op basis van de inventarisatie is geconcludeerd dat het plangebied op een dekzandvlakte is gelegen, waarin het bodemprofiel vermoedelijk intact is. Mogelijk is er tevens podzolering te verwachten. Uit archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied zijn met name archeologische resten uit de Late Middeleeuwen bekend, waaronder de resten van enkele structuren (waaronder paalgaten, kuilen, greppels en spitsporen). Tevens staan er ten oosten van het plangebied prehistorische vondsten, daterend uit het Mesolithicum, geregistreerd. Het gaat om vuurstenen werktuigen/gereedschapsonderdelen (microlieten). Uit de kadastrale minuut uit circa 1832 en latere topografische kaarten blijkt dat het plangebied zich in een zone bevindt dat is aangegeven als heide waardoor een (onverharde) weg loopt. Bebouwing komt pas voor in de loop van de tweede helft van de 20e eeuw, ten oosten van het plangebied. Vanaf de jaren ’90 volgt ook bebouwing direct ten zuiden van het plangebied.
Het plangebied zelf blijft onbebouwd tot 1966, waarna een viertal woningen worden gerealiseerd aan de zuidelijke kant. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek worden archeologische resten vanaf het Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd verwacht. Dit blijkt uit het vermoedelijk intacte bodemprofiel, de in de omgeving bekende archeologische waarnemingen en omdat er geen bodemverstoring bekend is door recente bebouwing of bodemingrepen zoals diepploegen, ontgrondingen of egalisaties. De zuidwestelijke hoek van het plangebied en aangrenzend ten zuiden van het plangebied is een archeologisch booronderzoek geregistreerd. Omdat gebleken is dat het (zuidwestelijk deel) van het plangebied is geëgaliseerd en er geen aanwijzingen waren voor archeologische waarden is toen geadviseerd om het plangebied vrij te stellen voor vervolgonderzoek. Aanwijzingen voor een specifiek complextype zijn niet aanwezig, maar indien resten aanwezig zijn, dan kunnen deze waarschijnlijk behoren tot een Niet opgehoogde, individuele huisplaats of een niet opgehoogde nederzetting zonder stedelijk karakter.
4
De Raad 2021.
HOOFDSTUK
3V
ELDONDERZOEK
3.1 BESCHRIJVING ONDERZOEKSMETHODIEK Het veldonderzoek heeft tot doel om meer inzicht te verkrijgen in de fysische situatie in het plangebied. Het dient de in het plangebied aanwezige bodems, de mate van verstoring en de aanwezigheid van potentiële archeologische niveaus in kaart te brengen. Aan de hand daarvan kan er voor het plangebied een gespecificeerd verwachtingsmodel worden opgesteld dat gedetailleerder en nauwkeuriger is dan een verwachtingsmodel dat louter gebaseerd is op bronnen en globalere bodem- en geomorfologische kaarten. Voor het booronderzoek niet-toegankelijke en/of verstoorde delen zijn aangegeven op de kaart in bijlage 3. Hierbij is tevens rekening gehouden met het reeds onderzochte deel in de zuidwestelijke hoek van het plangebied dat niet meer onderzocht hoeft te worden. Het niet toegankelijke oostelijk deel van het plangebied maakt deels geen onderdeel uit van de ontwikkeling en een deel is volgens de eigenaar afgegraven tot het witte zand en voorzien van puin en asfalt. Om die reden wil de eigenaar niet dat het in het huidige stadium onderzocht wordt. Voor aanvang van het veldonderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld5 en gedeponeerd in Archis3. Het veldonderzoek bestond uit het zetten van 29 verkennende boringen.
Verkennend booronderzoek is een snelle en kostenefficiënte onderzoeksmethode om de archeologische potentie van een plangebied in kaart te brengen. Aangezien de specifieke bodemopbouw in het plangebied niet bekend is, is verkennend onderzoek in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode. De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boorkernen zijn visueel geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren. De boringen zijn gemeten met GPS met een nauwkeurigheid van 3 m. Het bodemprofiel is beschreven volgens de norm NEN 5104 en ASB. De NAP-maaiveldhoogtes van de boringen zijn bepaald aan de hand van het AHN. De boorpuntenkaart met de posities van de boringen is opgenomen in bijlage 5. De profielbeschrijvingen zijn opgenomen in Bijlage 6.
3.2 RESULTATEN: LITHOLOGIE, LITHOGENESE EN BODEMONTWIKKELING
De ondiepe ondergrond bestaat uit al dan niet verspoelde dekzanden. Het gaat om zwak siltige, matig fijne zanden met vaak wat grindkorreltjes. De aanwezigheid van
5
Wijnen 2021.
grindkorreltjes in de dekzanden is indicatief dat er enige verspoeling is geweest. Daarnaast is een relatief klein aantal boorpunten waar grindkorreltjes ontbreken. Hier gaat het om dekzanden zonder aantoonbare verspoeling. Bovenin de ondiepe ondergrond is vaak bovenin tot 50 à 110 cm -mv een BC-horizont aanwezig. De BChorizont is in een aantal gevallen bruin en zwak humeus en geel gevlekt en representeert in wezen nog een overgang van Bh-horizont naar BC-horizont. De kenmerken en eigenschappen van de ondergrond overweegt in dergelijke BChorizonten. In andere gevallen is de BC-horizont bruingeel, geel of lichtgeel en is al dan niet gevlekt en soms zwak humeus. Slechts in boring 8 en 12 is ook de Bh-horizont bewaard gebleven. Deze bestaat uit bruin of donkerbruin, zwak tot matig humeus, zwak siltig, matig fijn zand. Algemeen is de ondiepe ondergrond afgedekt met een dunne tot matig dikke A-horizont. Deze bouwvoor bestaat meestal uit donker grijsbruin, zwak tot matig humeus, zwak siltig, matig fijn zand. In een paar gevallen bestaat deze bouwvoor deels uit een omgewerkte Bh-horizont. Een bouwvoor met een omgewerkte Bh-horizont is indicatief dat het land nog niet vaak geploegd is, sinds de ontginning ervan. Verder zijn zogenaamde AC-profielen aanwezig, waar de A-horizont direct op de ondergrond ligt. In boring 29 is dit profiel afgedekt met een 50 cm dikke laag opgebrachte grond.