B-3.29 Besluit B&W inzake Bestuursovereenkomst Zoetwatervoorziening Oost-Nederland d.d. 30-11-21.pdf
Tekst van het document
23
24
Bijlage I. Samenstelling RBO Rijn-Oost Bert Boerman
Provincie Overijssel (Voorzitter RBO)
Hans Kuipers
Provincie Drenthe
Harold Hofstra
Provincie Flevoland
Peter van ‘t Hoog
Provincie Gelderland
Hanke Bruins Slot
Provincie Utrecht
Hans Pereboom
Waterschap Drents Overijsselse Delta (plv. Voorzitter RBO)
Piet Boer
Waterschap Zuiderzeeland
Nettie Aarnink
Waterschap Vechtstromen
Henk Veldhuizen
Waterschap Vallei en Veluwe
Peter Schrijver
Waterschap Rijn en IJssel
Jos van Hees
Rijkswaterstaat (Oost en Midden Nederland)
Mattie Busch
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Peter Wondergem
Rijkswaterstaat WVL
Edwin Ouwejan
Minsterie van EZ
Leen Kool
Minsterie van EZ
Jeroen Huizing
Gemeente Coevorden (Samenwerking Noordelijke Vechtstromen)
Ed Anker
Gemeente Zwolle (DPRA West-Overijssel)
Hans van Daalen
Gemeente Barneveld (Manifestregio Vallei en Veluwe)
Joost van Oostrum
Gemeente Berkelland (Regio Achterhoek+)
Alwin te Rietstap
Gemeente Hardenberg (Samenwerking Noordelijke Vechtstromen)
Jaap van der Haar
Gemeente Meppel (Fluvius)
Ruud van Leeuwen
Gemeente Dalfsen (DPRA West-Overijssel)
Jan Herman Scholten
Gemeente Haaksbergen (Twents Waternet)
Jelle Hannema
Vitens
Nicole Koks
LTO Noord
Herman Brink
Staatsbosbeheer (Overijssel)
Arjan Snel
Staatsbosbeheer (Gelderland)
Luc Berris
Natuurmonumenten (Gelderland en Utrecht)
Marjet Korf
Natuurmonumenten
Michael Sijbom
Landschap Overijssel
Theo Meeuwissen
Geldersch Landschap
Eef van Limburg Stirum
Overijssels Particulier Grondbezit
Peter Paul Verbrugge
Secretaris RBO
25
Bijlage II: Toegezegde bijdragen per organisatie zoals opgenomen in het Werkprogramma ZON 2022-2027.
opmerking: De TBO’s zijn niet opgenomen in deze tabel omdat zijn geen financiële middelen inbrengen. Dit neemt niet weg dat zij wel hun terreinen beschikbaar stellen voor het vasthouden en bergen van water.
Investering € 496.200
Aan te vragen netto bijdrage na aftrek Eigen bijdrage Rijksbijdrage BTW-compensatie € 372.150 € 124.050 € 102.521
19,2 ha
€ 1.150.800
€ 863.100
€ 287.700
€ 237.769
6,0 ha
€ 360.000
€ 270.000
€ 90.000
€ 74.380
€ 2.960.000
€ 2.220.000
€ 740.000
€ 611.570
11,5 ha
€ 690.000
€ 517.500
€ 172.500
€ 142.562
€ 540.000
9,0 ha
€ 540.000
€ 405.000
€ 135.000
€ 111.570
gemeente Barneveld
€ 1.680.000
28,0 ha
€ 1.680.000
€ 1.260.000
€ 420.000
€ 347.107
gemeente Berkelland
€ 2.400.000
40,0 ha
€ 2.400.000
€ 1.800.000
€ 600.000
€ 495.868
gemeente Borne
€ 90.000
1,5 ha
€ 90.000
€ 67.500
€ 22.500
€ 18.595
gemeente Bronckhorst
€ 420.000
7.0 ha
€ 520.000
€ 390.000
€130.000
€ 107.438
gemeente Brummen
€ 870.000
14,5 ha
€ 870.000
€ 652.500
€ 217.500
€ 179.752
gemeente Coevorden
€ 169.200
2,8 ha
€ 169.200
€ 126.900
€ 42.300
€ 34.959
gemeente Deventer
€ 2.070.000
34,5 ha
€ 2.070.000
€ 1.552.500
€ 517.500
€ 427.686
gemeente Doetinchem
€ 1.140.000
19,0 ha
€ 1.140.000
€ 855.000
€ 285.000
€ 235.537
gemeente Duiven
€ 210.000
3,5 ha
€ 210.000
€ 157.500
€ 52.500
€ 43.388
€ 1.590.000
26,5 ha
€ 1.880.000
€ 1.410.000
€ 470.000
€ 388.430
gemeente Elburg
€ 437.646
7,3 ha
€ 437.646
€ 328.235
€ 109.412
€ 90.423
gemeente Enschede
€ 180.000
3,0 ha
€ 543.000
€ 407.250
€ 135.750
€ 112.190
gemeente Epe
€ 180.000
3,0 ha
€ 180.000
€ 135.000
€ 45.000
€ 37.190
gemeente Ermelo
€ 150.000
2,5 ha
€ 150.000
€ 112.500
€ 37.500
€ 30.992
gemeente Hardenberg
€ 360.000
6,0 ha
€ 360.000
€ 270.000
€ 90.000
€ 74.380
gemeente Harderwijk
€ 144.000
2,4 ha
€ 144.000
€ 108.000
€ 36.000
€ 29.752
gemeente Hattem
€ 465.000
7,8 ha
€ 465.000
€ 348.750
€ 116.250
€ 96.074
gemeente Heerde
€ 532.400
11,0 ha
€ 532.400
€ 399.300
€ 133.100
€ 110.000
Flexibel peilbeheer
Beekherstel en herprofilering leggerwaterlopen
Regelbare drainage en onderwaterdrainage
Verminderen Lokale afvoer- en ontwatering
Afkoppelen verhard oppervlak naar infiltratievoorziening
Verbeteren bodemstructuur
Gerichte watergeef-systemen
Bedrijfsgerichte stimuleringsplannen
€
€
€
€
€ € 496.200
ha 8,3 ha
€
€
€
gemeente Almelo
€ 1.150.800
gemeente Amersfoort
€ 360.000
gemeente Apeldoorn
€ 2.160.000
36,0 ha
gemeente Arnhem / Rheden
€ 690.000
gemeente Baarn
Investering / prestatie gemeente Aalten
ha
ha
ha
gemeente Ede
€ 40.000
ha
100 ha
ha
ha
Functie veranderen in ruimte voor water
aantal €
€ 800.000
€ 100.000
€ 250.000 € 363.000
ha
Naaldbos omzetten in heide of loofbos
€
15 ha
1 ha
25 ha 1,2 ha
ha
gemeente Hellendoorn
€ 400.000
67 ha
€ 66.667
67 ha
€ 660.000
11,0 ha
€ 1.126.667
€ 845.000
€ 281.667
€ 232.782
gemeente Hengelo
€ 635.000
75 ha
€ 1.800.000
1.350 ha
€ 870.000
14,5 ha
€ 3.305.000
€ 2.478.750
€ 826.250
€ 682.851
gemeente Kampen
€ 481.800
8,0 ha
€ 481.800
€ 361.350
€ 120.450
€ 99.545
gemeente Leusden
€ 54.000
0,9 ha
€ 54.000
€ 40.500
€ 13.500
€ 11.157
gemeente Lochem
€ 1.245.000
20,8 ha
€ 1.245.000
€ 933.750
€ 311.250
€ 257.231
gemeente Losser
€ 360.000
6,0 ha
€ 360.000
€ 270.000
€ 90.000
€ 74.380
gemeente Nunspeet
€ 120.000
2,0 ha
€ 120.000
€ 90.000
€ 30.000
€ 24.793
gemeente Oldebroek
€ 817.800
13,6 ha
€ 817.800
€ 613.350
€ 204.450
€ 168.967
gemeente Oldenzaal
€ 135.000
2,3 ha
€ 135.000
€ 101.250
€ 33.750
€ 27.893
gemeente Ommen
€ 180.000
3,0 ha
€ 180.000
€ 135.000
€ 45.000
€ 37.190
gemeente Oostgelre
€ 174.000
2,9 ha
€ 174.000
€ 130.500
€ 43.500
€ 35.950
gemeente Oude-Ijsselstreek
€ 3.120.000
52,0 ha
€ 3.120.000
€ 2.340.000
€ 780.000
€ 644.628
gemeente Putten
€ 300.000
5,0 ha
€ 300.000
€ 225.000
€ 75.000
€ 61.983
gemeente Renkum
€ 234.000
3,9 ha
€ 234.000
€ 175.500
€ 58.500
€ 48.347
gemeente Rhenen
€ 210.000
3,5 ha
€ 210.000
€ 157.500
€ 52.500
€ 43.388
gemeente Rijssen Holten
€ 276.000
4,6 ha
€ 276.000
€ 207.000
€ 69.000
€ 57.025
gemeente Soest
€ 540.000
9,0 ha
€ 540.000
€ 405.000
€ 135.000
€ 111.570
gemeente Voorst
€ 580.800
12,0 ha
€ 580.800
€ 435.600
€ 145.200
€ 120.000
gemeente Westervoort
€ 48.000
0,8 ha
€ 48.000
€ 36.000
€ 12.000
€ 9.917
gemeente Wierden
€ 204.000
3,4 ha
€ 204.000
€ 153.000
€ 51.000
€ 42.149
gemeente Winterswijk
€ 291.600
4,9 ha
€ 291.600
€ 218.700
€ 72.900
€ 60.248
gemeente Zevenaar
€ 1.095.000
18,3 ha
€ 1.095.000
€ 821.250
€ 273.750
€ 226.240
gemeente Zutphen
€ 720.000
12,0 ha
€ 720.000
€ 540.000
€ 180.000
€ 148.760
gemeente Zwolle
€ 3.264.000
54,4 ha
€ 3.264.000
€ 2.448.000
€ 816.000
€ 674.380
€ 13.000.000
€ 9.750.000
€ 3.250.000
€ 3.250.000
€ 41.379.370
€ 31.034.528
€ 10.344.843 € 10.344.843
1150 ha
€ 5.000.000
€ 3.750.000
€ 1.250.000
€ 1.250.000
€ 15.401.800 410 ha
€ 1.000.000 501 ha € 26.039.067
€ 19.529.300
€ 6.509.767
€ 6.509.767
€ 400.000
€ 700.000
€ 233.333
€ 233.333
LTO noord provincie Drenthe
€ 4.000.000 € 5.940.821
9.870 ha
€ 433.333
51.000 ha € 3.110.333
1.274 ha
€ 10.749.296 6.125 ha
€ 3.000.000
3.000 ha
€ 3.563.084
2.970 ha
€ 6.093.600
2.147 ha
€ 3.000.000 907 ha
€ 1.000.000 78 ha € 2.000.000 800 st € 21.126.169 8260 ha
provincie Gelderland provincie Overijssel
€ 5.000.000 2.060 ha
provincie Utrecht
€ 533.333
Vitens waterschap Drents Overijsselse Delta € 4.444.444
4.444 ha
waterschap Rijn en IJssel (met Gld) waterschap VenV
€ 1.600.000
680 ha
€ 500.000
2.000 ha
€ 986.667
700 ha
€ 4.168.800
€ 3.126.600
€ 1.042.200
€ 1.042.200
€ 9.555.555
1.593 ha
€ 333.333
333 ha
€ 6.916.667
308 ha
€ 21.249.999
€ 15.937.499
€ 5.312.500
€ 5.312.500
€ 5.000.000
€ 5.000.000
€ 400.000
€ 400.000
€ 1.537.500
€ 1.537.500
€ 1.500.000
1500 ha
€ 4.000.000
200 ha
1.600 ha
waterschap VenV (met Gld )
€ 20.000.000 € 1.600.000
€ 6.150.000
provincie gelderland (met WVV)
200 ha € 933.333
€ 2.682.133
€ 14.500.000 2417 ha
provincie gelderland (met WRIJ)
60 ha
€ 6.150.000
1025 ha
waterschap VenV (met Gld en Utr)
€ 7.031.250 € 1.200.000 € 3.825.000 € 787.500 € 1.087.500
provincie gelderland (met WVV)
€ 1.866.667
provincie Utrecht (met WVV) waterschap Vechtstromen
€ 2.533.333
2.533 ha
Totaal
€ 14.951.932
69.448 ha € 64.048.984 16.752 ha
26
€ 7.968.750
€ 16.266.667
2.711 ha
€ 3.200.000 € 4.000.000
1.274 ha
1.867 ha
3.200 ha
€ 21.963.351 18.534 ha
€ 500.000 € 34.999.579
632 ha
€ 3.000.000 907 ha
€ 1.000.000 78 ha € 2.000.000 800 st
17 ha
€ 1.866.667
€ 212.500
€ 466.667
€ 466.667
€ 22.500.000
€ 100.000 € 16.875.000
€ 5.625.000
€ 5.625.000
€ 55.444.302 11.087 ha € 1.400.000 701 ha € 202.808.148 € 152.106.111
€ 50.702.037 € 48.311.283
27
Bijlage III. Werkwijze voor de zoetwaterprogrammering door Rijk-Regio
A. Begrippenkader Amendement Verzoek tot aanpassing (van het budget) van een van de onderdelen (project, programma, onderzoek, pilot) in de programmering van het Deltaprogramma Zoetwater door een van de Initiatiefnemers. Bovenregionale maatregelen Maatregelen met een bovenregionaal karakter kunnen in aanmerking komen voor een hogere bijdrage uit het Deltafonds, tot maximaal 50%. Het gaat om maatregelen die de schaal van een zoetwaterregio overschrijden en/of: direct bijdragen aan “klimaatbestendig zoetwatervoorziening hoofdwatersysteem”. Dat betreft regionale maatregelen of aanvoerroutes die bijdragen en/of onderdeel vormen van die voorgestelde verdeling in het hoofdwatersysteem; die breder toepasbaar zijn in verschillende zoetwaterregio’s. Deltaplan Zoetwater fase 2 Uitvoeringsprogramma van het Deltaprogramma Zoetwater: beschrijft de manier waarop de Deltabeslissing Zoetwater wordt gerealiseerd; omvat een gezamenlijk investeringsprogramma van Rijk (Deltafonds), zoetwaterregio’s en een aantal sectoren/gebruiksfuncties voor de periode 2022-2027, een onderzoeksprogramma en een agenda met kansrijke maatregelen voor de middellange en lange termijn. DPZW projectenformat Gestandaardiseerde format opgesteld door het Programmabureau Zoetwater, dat moet worden ingevuld voor elk project of programma dat financiering vraagt vanuit het Deltafonds.
Het projectenformat wordt elk jaar door de indieners geactualiseerd ten behoeve van de monitoring van de voortgang en programmering van het Deltaprogramma Zoetwater. ECK-B Expertisecentrum Kosten en Baten: geeft in opdracht van het Programmabureau Zoetwater een advies (‘second opinion’) van de onderbouwingen van de kosten en de risico-analyse voor de verschillende onderdelen met een rijksbijdrage in de programmering van het Deltaprogramma Zoetwater. Hardheidsclausule Onderdeel van de werkwijze programmering Deltaprogramma Zoetwater dat beschrijft hoe te handelen bij een financiële tegenvaller door onvoorziene omstandigheden, niet voorzien in de risicoanalyse en redelijkerwijs niet alleen door de Initiatiefnemers kan worden gedragen. Innovatieve Zoetwater (pilot)projecten De ambitie voor de tweede fase van het Deltaprogramma Zoetwater is om vernieuwende (pilot)projecten te ondersteunen die gericht zijn op lange termijn transities en die perspectief bieden op realisatie op grotere schaal. Dergelijke projecten kunnen in aanmerking komen voor een hogere bijdrage uit het Deltafonds, tot maximaal 50%. MIRT Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport: investeringsprogramma van het Rijk voor ruimtelijke en infrastructurele programma’s en projecten.
Programma’s en projecten doorlopen in samenwerking tussen het Rijk en decentrale overheden drie of vier fasen: onderzoek, verkenning, planuitwerking en realisatie.
28
Programmabureau Zoetwater Werkorganisatie ter ondersteuning van de taken van het Bestuurlijk Platform Zoetwater met vertegenwoordigers van enkele zoetwaterregio’s, IPO, UvW, Rijkswaterstaat en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (DGWB) dat de landelijke coördinatie van de uitvoering van het Deltaplan Zoetwater, de uitwerking van Waterbeschikbaarheid en de verdere ontwikkeling van de voorkeurstrategie verzorgt met inbreng van zoetwaterregio’s, Rijkswaterstaat, koepels, Rijk en gebruikers via maandelijkse werksessies. Regulier beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud van watersystemen en/of technische installaties/kunstwerken om het dagelijks functioneren ervan in stand te houden. Regiovertegenwoordiger Ambtelijk vertegenwoordiger van de zoetwaterregio. Specifieke Uitkering Een uitkering aan provincies en/of gemeenten voor een specifiek doel, waaraan voorwaarden zijn verbonden Facultatief indien de regio hier behoefte aan heeft:
Regionale Bestuursovereenkomst Per (zoetwater)regio kan indien gewenst een bestuursovereenkomst worden opgesteld, waarin deze werkwijze wordt opgenomen. Samenwerkingsovereenkomst Nadere uitwerking van (een onderdeel van) de Regionale Bestuursovereenkomst Zoetwater waarin Partijen nadere afspraken maken over de realisatie van (onderdelen van) de programmering Zoetwater.
B. Doel, afbakening en status Doel Het vastleggen van de werkwijze en planning van de programmering is bedoeld om de maatregelen binnen tijd, scope en budget te realiseren.
Afbakening De beschrijving van werkwijze heeft betrekking op de programmering en de financiering van de zoetwatermaatregelen die opgenomen zijn in het Deltaplan Zoetwater en die bekostigd worden of waaraan wordt bijgedragen vanuit het Deltafonds. Deze maatregelen staan genoemd in het Deltaprogramma 2022.
Status De beschreven werkwijze betreft een aantal bestuurlijke afspraken ten behoeve van de programmering van zoetwatermaatregelen en is niet in rechte afdwingbaar.
29
C. Werkwijze voor de programmering 1. Beschikbaar budget vanuit het Deltafonds Voor het Deltaprogramma Zoetwater is 150 mln euro investeringsruimte vanuit het Deltafonds voor de periode 2022-2027 beschikbaar. De minister van IenW heeft in een brief aan de Tweede Kamer d.d. 4 juni 2020 de intentie uitgesproken om voor de tweede fase van het Deltaprogramma Zoetwater €100 miljoen extra uit het Deltafonds beschikbaar te stellen. Met deze en daarmee gepaard gaande extra regionale cofinanciering, waarmee de totale cofinanciering vanuit de regio op ongeveer €540 miljoen komt, kan in fase 2 van het deltaprogramma Zoetwater een maatregelenpakket gerealiseerd worden van ongeveer €800 miljoen.
2. Typen maatregelen Het Deltaplan Zoetwater is opgebouwd uit 4 typen maatregelen. Het betreft: 1. Projecten met fysieke ingreep: de specificaties liggen vast en kunnen in de verdere uitwerking niet (of nauwelijks) worden aangepast. 2. Programma’s: regio’s met een programmatische aanpak waarbij resultaatafspraken worden gemaakt over de omvang van gespecificeerde typen maatregelen, die in gebiedsprocessen worden ingezet. De maatregelen binnen het programma moeten voldoen aan de BPZ-criteria en (majeure) wijzigingen in omvang of type van de in te zetten maatregelen binnen het programma, worden aan het BPZ voorgelegd. 3. Onderzoek: eindproduct is nog niet exact gespecificeerd. Op basis van vast budget kan hoeveelheid en kwaliteit worden geoptimaliseerd. 4. Innovatieve Zoetwater Pilots: een combinatie van innovatieve fysieke maatregelen en onderzoek. Gegeven de hoeveelheid middelen kan de omvang en diepgang worden aangepast.
3. Bijdragen vanuit het Deltafonds Bijdragen vanuit het Deltafonds voor de verschillende typen maatregelen uit het Deltaplan Zoetwater 2022-2027 zijn gemaximeerd en afhankelijk van uitvoering door rijk of regio: Uitvoering door het Rijk: bijdrage vanuit het Deltafonds is 100% (voor elk van de vier hier bovengenoemde typen maatregelen). Uitvoering project door andere partner: 1. Projecten en programma’s in de regio: maximaal 25% bijdrage vanuit het Deltafonds. 2. Projecten van bovenregionaal belang: maximaal 50% bijdrage vanuit het Deltafonds. 3. Innovatieve Zoetwater Pilots: maximaal 50% bijdrage vanuit het Deltafonds. Deze percentages vormen het uitgangspunt. Hogere of lagere percentages zijn mogelijk. Dit wordt per geval onderbouwd en voorgelegd aan BPZ.
30
Verder gelden de volgende principes: • hetzelfde type maatregelen in verschillende zoetwaterregio’s, komen in aanmerking voor dezelfde bijdrage uit het Deltafonds (het principe ‘gelijke monniken, gelijke kappen’); • Zoetwatermaatregelen, die ook bijdragen aan andere doelen, komen in aanmerking voor een bijdrage uit het Deltafonds, naar rato waarin deze bijdragen aan het Zoetwaterdoel.
4. Aanwending bijdragen vanuit het Deltafonds Het Deltafonds heeft het karakter van een investeringsfonds. De bijdragen uit het Deltafonds zijn bedoeld voor investeringen in zoetwatermaatregelen door Rijk en regio. De aan de zoetwatermaatregelen gekoppelde personeelskosten worden niet bekostigd uit het Deltafonds, met uitzondering van RWS, omdat RWS niet over een andere financieringsbron beschikt. Als er sprake is van innovatieve of kostenbesparende uitvoering van wettelijke taken en beheer en onderhoud –voor zover deze gekoppeld zijn aan de investeringen in zoetwatermaatregelen en breed toepasbaar zijn - dan kunnen betreffende maatregelen in aanmerking komen voor een bijdrage uit het Deltafonds. Niet bekostigd wordt regulier beheer en onderhoud van watersystemen en/of van technische installaties/kunstwerken om het dagelijks functioneren ervan in stand te houden, met uitzondering van RWS omdat RWS niet over een andere financieringsbron beschikt wordt het aan zoetwatermaatregelen gekoppelde regulier beheer en onderhoud uit het Deltafonds gefinancierd tot de volgende Service Level Agreement (SLA). Indien sprake is van een innovatief en/of verbeterd dagelijks beheer en onderhoud dat bijdraagt aan waterbeschikbaarheid en om investeringen vraagt, dan kunnen betreffende maatregelen in aanmerking komen voor een bijdrage uit het Deltafonds. Fasering
Voor de programmering van de zoetwater maatregelen type 1 en binnen type 2 wordt gebruik gemaakt van de terminologie van de MIRT-systematiek. Er worden 3 of 4 fasen onderscheiden: (onderzoek), verkenning, planuitwerking en realisatie. Er wordt een besluit genomen per fase.
5. Wijze van programmeren en planning jaarlijkse programmering Op basis van de concept voorkeursmaatregelen die het Programmabureau uitwerkt besluit het Bestuurlijk Platform Zoetwater over maatregelenpakketten die in het Deltaplan Zoetwater fase 2 worden opgenomen. Op basis hiervan worden maatregelen geprogrammeerd en afgesproken bedragen in begrotingen van de deelnemende organisaties opgenomen. Het budget uit het Deltafonds wordt over RWS en de regio’s verdeeld op basis van de door het BPZ vastgestelde criteria (zie hieronder) en globale ramingen. Er kan gewerkt worden met tranches zodat ook projecten die nog in ontwikkeling zijn nog in de 2e fase tot uitvoering kunnen komen.
31
BPZ criteria voor bijdrage uit het Deltafonds
Criteria voor legitimiteit bijdrage uit Deltafonds: • geen reguliere (wettelijke) taken; • geen regulier beheer en onderhoud; • geen personeelskosten. Criteria voor bijdrage uit Deltafonds: • Effectiviteit gerelateerd aan gekozen doel; • Cofinanciering als uiting van bestuurlijk commitment; • Kosten en - waar mogelijk - baten in beeld. Overige criteria: • Voorkeursvolgorde; • Bovenregionaal schaalniveau; • Waterbeschikbaarheid: in dialoog met gebruikers; • Integraal: bijdrage aan andere doelen; • Innovatief: vernieuwing in ruimtelijke inrichting, techniek, beleid of proces; • Solidariteit, Flexibiliteit, Duurzaamheid.
Jaarlijks wordt een geactualiseerde programmering opgesteld door het Programmabureau. Deze is afgestemd op de planningscyclus van de Rijksbegroting. In fase 1 van het DPZW werd een concept programmering bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat ingediend op 1 november. Een definitieve programmering uiterlijk 1 februari. Het BPZ werd vooraf instemming gevraagd over de programmering, de fasering, het omgaan met mee- en tegenvallers en eventuele amendementen. Het BPZ besluit vormde een advies voor de Deltacommissaris en voor de reservering van budgetten in het Deltafonds door IenW en op begrotingen van andere deelnemende Partijen. De Initiatiefnemers leverden via een door het Programmabureau opgesteld DPZW-projectenformat voor 1 maart informatie aan ten behoeve van de voortgangsrapportage en voor 15 september ten behoeve van de jaarlijkse programmering. De jaarlijkse programmering werd uitgewerkt in een planningstabel en financieringstabel met jaarreeksen. De Minister van IenW werdt periodiek geïnformeerd en waar nodig om een besluit gevraagd. Het uitgangspunt van een specifieke uitkering is dat de provincie jaarlijks verantwoording aflegt in hun eigen jaarverslag. In de werkgroep specifieke uitkering zal besproken worden hoe bovenstaande werkwijze vorm gegeven kan worden in de specifiek uitkering.
6. Financieringsgrondslag De Deltafondsbijdrage voor waterschappen kan via incidentele subsidies ter beschikking worden gesteld. Voor uitkeringen aan provincies wordt gebruik gemaakt van de Specifieke Uitkering (SPUK). De SPUK’s moeten uiterlijk 31 december 2021 gereed zijn. • Zo min mogelijk administratieve lastendruk voor Rijk en regio; • Voldoen aan de BPZ-criteria zoals hierboven omschreven; • Specifieke uitkeringen aan provincies kunnen door provincies naar andere partijen doorbeschikt worden (gemeenten, waterschappen, agrariërs, terreinbeheerders,
32
waterbedrijven etc); De monitoring en verantwoording blijft in dat geval wel berusten bij de provincies; • Gebruik maken van de ervaringen die DPRA en de provincies met SPUK’s hebben opgedaan. Regionale Partijen worden uitgenodigd om in werkgroep verband mee te werken aan de vormgeving van de SPUK’s. De nadere uitwerking met regionale partijen gebeurt waar nodig in samenwerkingsovereenkomsten per programma of project.
7. Beschikbaar komen Deltafondsmiddelen Rijksbudgetten zijn gereserveerd in de Rijksbegroting en komen beschikbaar als de Minister akkoord is met het voorgestelde Deltaplan Zoetwater fase 2. Voor maatregelen die in 2022 een rijksbijdrage ontvangen, komen de Rijksbudgetten beschikbaar met de publicatie van de Rijksbegroting 2022 in september 2021. Eventuele wijzigingen van de Deltafondsbegroting 2022 kunnen bij Voorjaarsnota, tenzij het een project betreft waarover politiek nog geen overeenstemming is. Dan komt het budget beschikbaar nadat de Kamer de begroting heeft goedgekeurd. Het afgesproken bedrag wordt aan het project beschikbaar gesteld na een positieve beoordeling van de kostenonderbouwing en risicoanalyse door het ECK-B, zie 10. Deltafondsmiddelen kunnen beschikbaar gesteld via: • Subsidies aan waterschappen; • Specifieke Uitkeringen (SPUK) aan provincies.
8. Onderbouwing kostenberekening De kostenberekening is gebaseerd op een erkende methodiek (zoals de Standaard Systematiek Kostenramingen, SSK-methode) en/of de ECK-B factsheets van kostenramingen voor zoetwatermaatregelen. Deze zijn bij het Programmabureau opvraagbaar. Als er geen factsheet of SSK is gebruikt voor de kostenraming geeft de initiatiefnemer aan op basis van welke eenheidsprijzen de raming is gebaseerd, inclusief verwijzing. Als de kostenraming van de initiatiefnemer afwijkt van de SSK/factsheet is een onderbouwing nodig. De kostenberekening en toelichting daarop omvat ten minste de volgende punten: • beschrijving van de gebruikte methode; • hoeveelheden en eenheidsprijzen; • afzonderlijke posten zijn exclusief BTW, maar de totale raming is altijd inclusief BTW; • onderscheid in investeringskosten, kosten voor beheer en onderhoud en personele kosten; • Kosten onderbouwing voor alle projectactiviteiten, onderscheid in fysieke ingrepen, onderzoek, monitoring, proces (bijvoorbeeld bijeenkomsten); • duidelijke onderverdeling in de doorlooptijd van de projectactiviteiten gekoppeld aan de projectplanning.
9. Mee- en tegenvallers Meevallers kunnen –na besluitvorming in BPZ- binnen of buiten de betreffende zoetwaterregio (of het hoofdwatersysteem) worden ingezet voor extra maatregelen of om kostenoverschrijdingen bij andere projecten binnen of buiten de regio te compenseren. Voor kostenoverschrijdingen van projecten geldt het volgende: • De tegenvaller mag niet het gevolg zijn van een uitbreiding van de omvang van het project; • De tegenvaller moet onvoorzien, onontkoombaar en niet uit te stellen zijn; • De tegenvaller moet onderbouwd zijn; • Er mogen geen voorzienbare risico’s zijn op verdere kostenoverschrijding; • Er moet worden gekeken naar versoberingsopties binnen het beschikbare budget voor de maatregel. 33
• • • •
Er moet gekeken worden naar opvang van de tegenvaller in de eigen regio; De meerwaarde voor het Rijk moet zijn beschreven (nationaal belang); De baathebbers moeten meebetalen aan de tegenvaller; Het Rijk draagt bij deze voorwaarden maximaal 50% van de meerkosten, conform onderdeel C3.
10. Risicobedragen in de ramingen Algemeen uitgangspunt bij risicoverdeling is dat de partij die het risico kan beheersen, het risico in beginsel ook draagt. De initiatiefnemer benoemt, kwantificeert en onderbouwt de voorziene/ bekende risico’s met een risicoanalyse en neemt deze op in de raming. Er kunnen specifieke afspraken over de risicoverdeling worden gemaakt. In het deltafonds is een risicoreservering opgenomen voor onvoorziene risico’s voor deltaprogramma zoetwater fase 2 als geheel. De onvoorziene risico’s bij regionale programma’s worden binnen het programma opgelost. Specifiek voor type 1 maatregelen: basis voor de risicoanalyse is de SSK-methodiek, waarbij rekening wordt gehouden met de aard van het project en de complexiteit. Aanbestedingsrisico’s worden meegenomen in de risicoanalyse. Onvoorzien kunnen zich bijzondere situaties voordoen waarbij de werkelijke kosten sterk afwijken van de geraamde kosten. Een voorbeeld hiervan is een geval waarin tijdens de uitvoering van een project onverwacht een grote archeologische vindplaats wordt aangetroffen. Er kan dan een beroep worden gedaan op de Hardheidsclausule. Na afronding van de maatregel (type 1) wordt een eindrapport opgesteld met verantwoording over de uitvoering van het project inclusief de financiering.
Het is niet de bedoeling dat ‘Risico bij diegene die risico kan beheersen’ leidt tot conservatieve aanpak en het vermijden van (meer risicovolle) innovatieve oplossingen of meekoppelkansen. De initiatiefnemer kan als dit speelt via een amendement aanpassing van de programmering vragen. Deze werkwijze kan worden opgenomen in het projectplan. In fase 2 wordt een risicoreservering van ruim 10% opgenomen voor alle type 1 maatregelen tezamen. Daarmee wordt voorkomen dat elk project afzonderlijk een te grote risicoreservering moet opnemen.
11. De Hardheidsclausule Een initiatiefnemer die een beroep wenst te doen op de Hardheidsclausule dient hiertoe een onderbouwd verzoek in bij het BPZ en het Programmabureau. Het BPZ stelt een advies op over het verzoek, waarbij alle Partijen zich inspannen voor het vinden van een oplossing. Criterium voor de hardheidsclausule is dat vasthouden aan de raming voor de Initiatiefnemers zou leiden tot een onbillijkheid.
12. Second opinion kosten- en risico-onderbouwing Het Expertisecentrum Kosten en Baten (ECK-B) geeft een oordeel over de kosten- en risicoonderbouwing en beoordeelt of de kostenraming conform de fasering is. Het ECK-B maakt bij de beoordeling onderscheid tussen de vier typen maatregelen. Er is door het ECK-B een protocol opgesteld welke informatie wanneer nodig is voor de toetsing en hoe er wordt getoetst. Het ECK-B geeft een advies aan het Programma-bureau over de kostenonderbouwing, risicoanalyse en fasering. Het Programmabureau geeft in het advies aan het BPZ over de programmering aan wat de uitkomst is van de second opinion van het ECK-B.
34
13. Amendementen t.a.v. de programmering Over amendementen dient beslist te worden voor 1 november in verband met het opstellen van de Rijksbegroting. Amendementen dienen daarom voor 1 oktober aan het Programmabureau te worden gemeld. Het BPZ van oktober stelt vervolgens een advies op over de verzoeken tot aanpassing van de programmering ten behoeve van de besluitvorming over de Rijksbegroting.
14. Toetsen en advisering De benodigde informatie wordt verzameld via het gestandaardiseerde DPZW-projectenformat en een uitvraag van het programmabureau over de voortgang. De planning staat beschreven onder punt 5. Actualiseren van de projectenformats is alleen nodig als er zaken zijn veranderd bijvoorbeeld qua planning, financiering, scope. Het Programmabureau beoordeelt de ingevulde formats en de halfjaarlijkse actualisatie en formuleert zo nodig voorstellen voor aanpassing van de programmering, de fasering, het omgaan met mee- en tegenvallers en eventuele amendementen. Het Programmabureau stelt op basis van de jaarlijkse uitvraag een voortgangsrapportage zoetwater op. Deze voortgangsrapportage vormt de verantwoording of de maatregel conform de afspraken is uitgevoerd. Specifieke eisen met betrekking tot de verantwoording kunnen worden gesteld via bestuurlijke en/of juridische overeenkomsten tussen betrokken Partijen. Het Programmabureau bereidt de besluitvorming in het BPZ over programmering en voortgang voor in overleg met Regio’s en Initiatiefnemers tijdens de gezamenlijke landelijke werksessies. Het BPZ- besluit vormt een advies voor de Deltacommissaris en voor de reservering van budgetten in het Deltafonds en op begrotingen van andere deelnemende Partijen.
Het Programmabureau toetst na een fase samen met de Regiovertegenwoordigers of de activiteiten waarvoor een bijdrage is verleend hebben plaatsgevonden en of is voldaan aan de afspraken. De bevindingen uit deze toets resulteren in een advies aan het BPZ en jaarlijks aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat of een gemandateerde directeur.
35
Bijlage IV Werkafspraken tussen de kassier (Coördinerende Provincie Overijssel) en het Programmabureau (over de verdeling van verantwoordelijkheden bij inzet en uitvoering van subsidie als instrument ter uitvoering van de 2e fase ZON)
Algemene Samenwerkingsafspraken 1. Doel Deze Samenwerkingsafspraken zijn een uitwerking van de Bestuursovereenkomst voor de 2e fase ZON (2022-2027). Om het subsidieproces efficiënt te laten verlopen en de kwaliteit van het proces te waarborgen, dient het Programmabureau en de provincie Overijssel zich te houden aan deze Samenwerkingsafspraken en de bijbehorende taak- en verantwoordelijkheidsverdeling.
2. Bestuursovereenkomst 2e fase ZON en Specifieke uitkering Rijk (SPUK) De bestuursovereenkomst voor de 2e fase ZON is gesloten door de Regionale Partijen binnen het deelstroomgebied (Rijn-Oost). Voor haar bijdrage in de uitvoering heeft het Rijk een beschikking afgegeven aan de provincie Overijssel als kassier (Coördinerende provincie) via een SPUK. Het Rijk heeft met de rijkbeschikking € 50 miljoen (waarvan een deel is gestort in het BTWcompensatiefonds) beschikbaar gesteld aan maatregelen die opgenomen zijn in de beschikking en de bestuursovereenkomst. Het RBO geeft inhoudelijke sturing aan het ZON-programma. Het RBO bepaalt ook de verdeling van de rijksbijdrage.
3. Uitvoering subsidieproces De provincie Overijssel is aangewezen als de Kassier voor de uitvoering van de 2e fase ZON. Het subsidieproces wordt uitgevoerd in samenwerking tussen het Programmabureau en Kassier. De Kassier is de provincie en deze rol wordt ingevuld door provinciale coördinator ZON, het team Subsidieverlening van eenheid Publieke Dienstverlening (team PDS) en team Financiën van de eenheid Bedrijfsvoering (team BVBFI). De eindverantwoordelijkheid van de kassiersfunctie berust bij de provinciale coördinator ZON.
4. Rol van de Kassier De Kassier geeft uitvoering aan deze beschikking, waarbij de Kassier inhoudelijk wordt bijgestaan door het Programmabureau. De Kassier besteedt de rijkbijdrage conform de rijksbeschikkingen. De kassier is verantwoordelijk voor de juridische en financiële afhandeling van subsidieaanvragen. Het Programmabureau is verantwoordelijk voor de inhoudelijke toets. De Kassier is verantwoordelijk om de voortgangsrapportages en verantwoording in te dienen bij het Rijk. Deze worden inhoudelijk voorbereid door het Programmabureau.
36
5. Rol van het Programmabureau Het Programmabureau zorgt voor de inhoudelijk aansturing, tijdige en kwalitatief aanvragen bij de Kassier. Het Programmabureau heeft contact met de projecten en vormt de schakel tussen de Kassier en projecten. Het Programmabureau monitoort de inhoudelijk voortgang en informeert het RBO en het Rijk over de voortgang en uitvoering van de 2e fase ZON. Het Programmabureau levert de voortgangsrapportage aan bij de Kassier, die deze vervolgens doorstuurt naar het Rijk.
6. Kaders Subsidies worden verleend op basis van de Algemene Subsidieverordening 2005 (ASV) en hoofdstuk 1 van het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel (Ubs) 2017. En voldoen aan de voorwaarden zoals opgenomen in de rijksbeschikking. Dit zijn de juridische kaders. De inhoudelijk kaders zijn opgenomen in de bestuursovereenkomst ZON. Het RBO geeft inhoudelijke sturing aan projecten.
7. Verantwoording aan het Rijk SISA verantwoording 1. De provinciale coördinator ZON heeft de eindverantwoordelijkheid voor de juiste aanlevering van de SISA informatie aan het Rijk. Via het jaarrekening traject zorgt het team BVBFI dat jaarlijks voor 15 juli de Sisa van de besteding van de rijksbijdrage en de gerealiseerde cofinanciering bij het Rijk wordt ingediend. 2. Team PDS informeert BVBFI over de beschikking die onder SISA verantwoording vallen. Op basis van deze informatie wordt vanuit het financiële systeem de SISA bijlage opgesteld. 3. De verstrekte subsidies vallen eveneens onder het regime van SISA. Deze informatie wordt in het jaar T+1 in de verantwoording richting het Rijk verwerkt. 4. De medeoverheden die een subsidie ontvangen van de Kassier zijn verantwoordelijk voor hun eigen Sisa-verantwoording. Kassier vermeldt bij subsidieverleningen dat op basis van artikel 17 Financiele verhoudingswet, zmedeoverheden een Sisa verantwoording moeten indienen. Tussenrapportage aan het Rijk Het Programmabureau bereidt de jaarlijkse tussenrapportage aan het Rijk voor en dient deze in bij het Rijk. Verantwoording van de rijksbijdrage Het Programmabureau bereidt de verantwoording van de rijksbijdrage voor. Deze wordt door Kassier aangevuld met de financiële informatie uit het subsidieproces. De provinciale coördinator ZON dient de verantwoording in bij het Rijk.
8. Bestuurlijke informatievoorziening en verantwoording Het Programmabureau informeert de betrokken gemeenteraden en het RBO over de voortgang. De provinciale coördinator ZON van de provincie informeert PS over de voortgang van de 2e fase ZON.
9. Subsidieproces Het subsidieproces is onderverdeeld in vier fasen. Deze zijn: de voorbereiding (plan), de uitvoering (do), het evalueren (check) en het bijstellen (act). Op hoofdlijnen houdt het in:
37
Fase 1: Voorbereiding De verantwoordelijkheid van het Programmabureau ligt vooral in het beleidsinhoudelijke en bestuurlijk-politieke domein. Het RBO heeft hierbij een belangrijke besluitvormende rol. In de voorbereidende fase heeft Het Programmabureau een selectie gemaakt van maatregelen die voor de subsidie in aanmerking komen. Het RBO heeft deze maatregelen vastgesteld. Het team PDS heeft een adviserende rol in de voorbereidende fase van subsidieproces en is verantwoordelijk voor het opstellen van een eventuele subsidieregeling, het aanvraagformulier, de website en het uitvoeringsgereed maken van de subsidieproces. Tevens is het team PDS verantwoordelijk voor het opzetten en actueel houden van het subsidiedossier gedurende het subsidieproces. Fase 2: Uitvoering In de uitvoerende fase ligt de verantwoordelijkheid vooral bij het team PDS. De aanvraag en alle subsidie gerelateerde stukken worden ingediend bij het team PDS. Het team PDS is verantwoordelijk voor het behandelen van de aanvragen, het toetsen van de aanvraag en het bewaken van het proces rondom de subsidies. Het Programmabureau heeft in de uitvoerende fase een adviserende rol en is verantwoordelijk voor de beleidsinhoudelijke toets en bestuurlijk gevoelige zaken rondom de subsidie. In de uitvoering worden ook de klantvragen die via het Subsidieloket binnenkomen behandeld door het team PDS.
Fase 3 en 4: Evaluatie en Bijstellen Tussentijds wordt de voortgang van de 2e fase ZON gemonitord en aan het eind geëvalueerd. Na tussentijds monitoring kan een bijstelling volgen. Het Programmabureau organiseert de bijstelling en de afstemming met het RBO en het Rijk.
Hiermee is de beleidscyclus rond. Daarom is de beleidseenheid in de evaluatie- en bijstellingsfase leidend; het team PDS kan daarin op verzoek of op eigen initiatief inbreng/informatie leveren.
10. Afwijkingen van deze Algemene Samenwerkingsafspraken Afwijking van deze Algemene Samenwerkingsafspraken, en de bijbehorende taak– en verantwoordelijkheidsverdeling, is alleen in onderling overleg mogelijk.
11. Escalatie Bij verschil van inzicht tussen betrokken medewerker(s) over de werking van deze Algemene Samenwerkingsafspraken of de interpretatie van de taak- en verantwoordelijkheidsverdeling worden de provinciale coördinator ZON en het Programmabureau ingeschakeld. Als ook zij niet tot overeenstemming komen, wordt de kwestie naar het managementniveau gebracht.
12. Duur van deze afspraken Deze Algemene Samenwerkingsafspraken gelden vanaf 1 januari 2022 t/m 31 december 2027 (na vaststelling Rijksbeschikking).
13. Wijziging en beheer Deze Algemene Samenwerkingsafspraken worden op verzoek gewijzigd en beheerd door het team PDS. 38
39