B-3.29 Besluit B&W inzake Bestuursovereenkomst Zoetwatervoorziening Oost-Nederland d.d. 30-11-21.pdf
Tekst van het document
-1Afdeling: Vastgoed en Infrastructuur Behandelaar: Brukx, Edson Telefoonnummer: 938 Ter kennisname naar de raad Nummer beleidsproduct: 325
Onderwerp:
Voorstelnr. 1801 Barneveld, 30 november 2021 Portefeuillehouder: P.J.T. van Daalen Op overzicht Bestaand beleid (website)
Bestuursovereenkomst Zoetwatervoorziening Oost-Nederland
Gevraagde beslissing: 1. kennis te nemen van het Werkprogramma Zoetwatervoorziening Oost-Nederland (ZON) 2022-2027; 2. in te stemmen met de Bestuursovereenkomst ZON met de Barneveldse afkoppelopgave van 28 ha; 3. van de burgemeester: wethouder P.J.T. van Daalen volmacht te verlenen om de Bestuursovereenkomst ZON te ondertekenen; 4. dit voorstel ter kennisname voor te leggen aan de raad.
1. Inleiding Met de start van het Programma Zoetwatervoorziening Oost-Nederland (ZON) in 2016 hebben de partners binnen het stroomgebied Rijn-Oost de verantwoordelijkheid genomen voor een robuuste en klimaatbestendige zoetwatervoorziening op de hoge zandgronden. Hierin staat het beperken van watertekorten en een goed gebruik van zoetwater centraal. Dit jaar wordt de 1e fase (2016-2021) afgerond. Op 18 juni 2021 heeft het Regionaal Bestuurlijk Overleg (RBO) het Werkprogramma voor de 2e fase (20222027) vastgesteld (bijlage 1). Hiermee gaat het Programma Zoetwatervoorziening Oost-Nederland een nieuwe fase in, waarbij de transitie wordt ingezet van het afvoeren van water naar het nog beter vasthouden van water. De ambitie voor 2050 is om de hoge zandgronden in Oost-Nederland klimaatbestendig en waterrobuust te maken, waardoor de regio kan omgaan met extreem weer en watertekort. In 2027 is het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten de gangbare praktijk en voldoet 20% van de hoge zandgronden aan de ambitie 2050. In het Werkprogramma is voor de gemeente Barneveld een afkoppelopgave van 28 ha verhard oppervlak opgenomen. Voor afkoppelopgaven is een rijksbijdrage van 25% beschikbaar (€ 420.000).
Deze afkoppelopgave (inspanningsverplichting) is opgebouwd uit diverse in het GRP geplande of voorgenomen afkoppelmaatregelen in de kernen Barneveld, Voorthuizen en Garderen en op het bedrijventerrein Harselaar. In de Bestuursovereenkomst (bijlage 2) worden de afspraken over de investeringen, verantwoordelijkheden, organisatie, wijze van monitoring en sturing van het werkprogramma formeel vastgelegd. De Barneveldse afkoppelopgave en de rijksbijdrage zijn in bijlage II van de overeenkomst opgenomen. Deze overeenkomst is op 1 oktober voorgelegd aan het RBO. Wethouder P.J.T. van Daalen is lid van het RBO namens de Manifestregio. De individuele partners in Rijn-Oost (o.a. provincies, waterschappen, gemeenten, drinkwaterbedrijven, LTO en Staatsbosbeheer) worden nu verzocht om de overeenkomst te ondertekenen.
2. Beoogd effect a) Meetbaar effect - het Werkprogramma voor de 2e fase (2022-2027) van het Programma ZON is vastgesteld; - de Bestuursovereenkomst ZON wordt door de gemeente Barneveld ondertekend; - in de periode 2022-2027 wordt 28 ha verhard oppervlak in de gemeente Barneveld afgekoppeld.
b) Maatschappelijk effect - het beperken van de negatieve effecten van klimaatverandering: wateroverlast en -schade, hittestress en droogte.
3. Argumenten 3.1 Kennisnemen van het Werkprogramma 2e fase Het Werkprogramma geeft de urgentie aan voor het treffen van maatregelen als gevolg van de klimaatverandering. Het stroomgebied Rijn-Oost betreft vooral hoge zandgronden. Het maatregelenpakket is
-2vooral afgestemd op het bergen en vasthouden van water. Er wordt programmatisch gewerkt. De watergerelateerde maatregelen gaan meestal samen met het realiseren van andere maatschappelijke opgaven (b.v. leefbaarheid, natuurontwikkeling, landbouwtransitie en drinkwaterwinning). Daarom zijn vaak integrale gebiedsprocessen nodig om het brede palet aan opgaven te realiseren. 3.2 Alle deelnemende partners ondertekenen De bestuursovereenkomst is inmiddels door bijna alle partners ondertekend. De partijen in het Platform Water Vallei en Eem hebben het verzoek tot ondertekening recent ontvangen. Ook zij hebben de intentie om de overeenkomst te ondertekenen. 3.3 Ondertekening is nodig voor subsidie Om de rijksbijdrage te kunnen ontvangen, is het noodzakelijk dat de bestuursovereenkomst ondertekend wordt. Pas na ondertekening kan het Programmabureau ZON overgaan tot de subsidieaanvraag bij het rijk en de definitieve toekenning en uitbetaling van de subsidie.
4. Kanttekeningen De Barneveldse afkoppelopgave in de 2e fase (2022-2027) betreft 28 ha verhard oppervlak. Dit oppervlak is opgebouwd uit diverse geplande of voorgenomen afkoppelmaatregelen in de kernen Barneveld, Voorthuizen en Garderen en op het bedrijventerrein Harselaar. Als deze afkoppelplannen zouden stagneren of inhoudelijk zouden wijzigen naar andersoortige maatregelen kunnen afkoppelmaatregelen elders in de gemeente Barneveld als alternatief worden opgevoerd. Het oppervlak van 28 ha is namelijk niet gespecificeerd. De afkoppelopgave betreft een inspanningsverplichting, geen resultaatverplichting. Indien Barneveld hier niet aan kan voldoen, kan een andere partner in Rijn-Oost de toezegging overnemen.
5. Financiën In de 2e fase investeren de partners binnen het stroomgebied Rijn-Oost € 200 miljoen aan zoetwatermaatregelen via het ZON-programma. Dit bedrag is opgebouwd uit een eigen bijdrage van de partners van € 150 miljoen en een rijksbijdrage van € 50 miljoen uit het Deltafonds. Het rijk stelt de bijdrage beschikbaar via een specifieke uitkering. De provincie Overijssel fungeert als kassier. Barneveld gaat via het ZON-programma de inspanningsverplichting aan om in genoemde periode 28 ha verhard oppervlak af te koppelen. De kosten zijn berekend op € 1.680.000 (op basis van kengetallen ZONprogramma). Met aftrek van de rijksbijdrage van € 420.000 (25%) resteert een eigen bijdrage van € 1.260.000. De bedragen zijn inclusief BTW. De voorgenomen Barneveldse afkoppelprojecten worden uitgevoerd in Barneveld, Voorthuizen, Garderen en Harselaar en komen voort uit de Systeemanalyses Stedelijk Water (SSW) of ruimtelijke ontwikkelingen. In het GRP zijn gelden gereserveerd voor de (afkoppel)maatregelen uit de SSW’s. Bij een ruimtelijke ontwikkeling wordt een gescheiden rioolsysteem als eis bij de uitwerking meegenomen.
6. Uitvoering Planning: Indien uw college instemt met dit voorstel, kan wethouder P.J.T. van Daalen de bestuursovereenkomst ondertekenen. Als alle partners hebben getekend, wordt de overeenkomst definitief gemaakt. Deze is per 1 januari 2022 van kracht. De uitvoering van het Werkprogramma start in 2022.
Communicatie: Communicatie over de bestuursovereenkomst ligt bij het Programmabureau ZON en de individuele partners. In het Barneveldse communicatieplan voor klimaatadaptatie wordt aandacht besteed aan de getekende overeenkomst in relatie tot de Barneveldse maatregelen.
Voortgang: Op basis van een jaarlijkse voortgangsrapportage informeren de partners elkaar over de voortgang van de uitvoering van het Werkprogramma ZON 2022-2027.
7. Bijlagen - bijlage 1: Wel goed water vasthouden. Werkprogramma Zoetwatervoorziening Oost-Nederland (versie 1 oktober 2021). - bijlage 2: Bestuursovereenkomst Zoetwatervoorziening Oost-Nederland (versie 1 oktober 2021).
WEL GOED WATER
VASTHOUDEN! Werken aan een nieuwe balans
Werkprogramma Zoetwatervoorziening Oost-Nederland 2022-2027
Herziene versie 1 oktober 2021
Status Bestuurlijk vastgesteld door RBO Rijn-Oost op 18 juni 2021.
Colofon Tekst: Kernteam Zoetwatervoorziening Oost-Nederland (ZON) Vormgeving: Dagmar van Schaik Graphic Design Foto’s: Marieke Brouwer (omslag en p.44), Bas Worm (omslag, p.6-7, p.8, p.11, p.15, p.16, p.37, p.42-43, p.47, p.59), Leo de Vree (p.5, p.22, p.29, p.37, p.48-49), Suzanne van den Bos (p.14), Waterschap Vallei en Veluwe (p.25), Hans ter Horst (p.26), LTO Noord (p.27, p.32), Landschap Overijssel (p.28, p.40), Gemeente Deventer (p.30), Waterschap Rijn en IJssel (p.31), Provincie Gelderland (p.38), Gemeente Enschede (p.39).
2
Samenvatting
Beter water vasthouden Het weer wordt extremer, met wateroverlast, droogte en hitte. Voorspellingen laten zien dat we in de toekomst steeds vaker met extreem weer te maken krijgen. Hoe dat is, konden we de afgelopen jaren al ervaren. Droogte is een brede maatschappelijk opgave geworden, waar eenieder zijn of haar steen aan bij kan dragen om zo samen te bouwen aan een robuust watersysteem dat is voorbereid op weersextremen en waarin watertekorten worden voorkomen. Dit vereist een transitie van afvoeren naar vasthouden van water. Hiermee werken we in Rijn-Oost aan een nieuwe balans.
Gezamenlijke ambitie en strategie Vanwege de samenhang tussen het Deltaplan Zoetwater en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie hebben de partners in Oost-Nederland gezamenlijk een ambitie en strategie opgesteld. Onze gezamenlijke ambitie voor de lange termijn is:
De Hoge Zandgronden in Oost-Nederland zijn klimaatbestendig en waterrobuust: de regio kan omgaan met extreem weer en watertekort. De transitie heeft bijgedragen aan een mooie, gezonde en welvarende regio.
3
Uit deze ambitie voor de lange termijn is de volgende concrete ambitie voor de periode tot 2027 afgeleid:
In 2027 is het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten de gangbare praktijk. 20% van de Hoge Zandgronden voldoet in 2027 aan de ambitie voor 2050.
Programmatisch werken Dit werkprogramma maakt deel uit van een lange termijn aanpak tot 2050. Door te werken in planperioden van 6 jaar kunnen we tijdig reageren op nieuwe inzichten en ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen. Door te werken met een programma van maatregelen is het ook mogelijk om projecten naar voren te halen of juist te temporiseren, wanneer de situatie in gebieden of bij partijen daar aanleiding toe geeft. Deze flexibiliteit in de uitvoering is belangrijk. De aanpak van waterbeschikbaarheid op de hoge zandgronden is namelijk een kwestie van veel maatregelen op diverse ruimtelijke schaalniveaus, waarbij alle regionale overheden en maatschappelijke partners aan zet zijn.
Concrete maatregelen De ambitie en strategie is in dit werkprogramma voor de tweede fase ZON uitgewerkt en vertaald in concrete maatregelen die bijdragen aan een robuust watersysteem, efficiënt watergebruik en ruimtelijke adaptatie. De maatregelen voegen jaarlijks circa 62 miljoen m3 water toe aan het grondwater. De financiële omvang van het maatregelenpakket voor Oost-Nederland is op basis van het beschikbare budget 200 miljoen euro. Dit bedrag is opgebouwd uit een bijdrage van 50 miljoen euro uit het Deltafonds en een eigen bijdrage van de partners binnen de regio van 150 miljoen euro. Doordat de ambities van de partners binnen Rijn-Oost groter zijn dan het beschikbare budget konden niet alle voorgestelde maatregelen worden gehonoreerd. De niet gehonoreerde maatregelen zijn opgenomen in een pluspakket en kunnen worden ingezet als er middelen vrijvallen of extra middelen beschikbaar komen.
4
Combinatie van opgaven De realisatie van de maatregelen gaat vrijwel altijd samen met het realiseren van andere maatschappelijke opgaven. Soms is daarbij water de leidend, maar vaak ook zijn dat andere opgaven, zoals de landbouwtransitie, het stikstofdossier, de kaderrichtlijn water, natuurontwikkeling, de drinkwaterwinning en de bossenstrategie, maar ook opgaven op het gebied van landschap en leefbaarheid. Vaak zijn integrale gebiedsprocessen nodig om het brede palet aan opgaven te realiseren.
Bestuursovereenkomst Gekoppeld aan het werkprogramma wordt een bestuursovereenkomst opgesteld waarin de regionale partners de afspraken vastleggen over de investeringen, verantwoordelijkheden, organisatie, wijze van monitoring en verantwoording en de aan- en bijsturing van het werkprogramma.
5
Inhoud 08-15 16-21
6
1.
Inleiding
1.1
Droogte als maatschappelijke opgave
10
1.2
Ambitie en strategie
13
1.3
Werkprogramma en bestuursovereenkomst 2022-2027
14
1.4
Leeswijzer
15
2.
Kaders en samenhang met andere opgaven
2.1
Deltaprogramma
17
2.2
Uitgangspunten
19
2.3
Programmatisch werken
19
2.4
Synergie met andere water- en maatschappelijke opgaven
20
2.5
Koppelkansen
21
22-43 44-47
3. Maatregelen Werkprogramma 2022-2027 3.1
Terugblik op 1e fase ZON
23
3.2
Maatregelenpakket 2e fase ZON
33
3.3
Het Pluspakket
42
4. Samenwerken aan een klimaatbestendige en waterrobuuste regio 4.1
Samenwerking tussen Rijk en Rijn-Oost
45
4.2
Organisatie in Rijn-Oost
45
4.3
Kennis en innovatie
46
4.4
Tussentijdse evaluatie
47
48-58 Bijlagen Bijlage 1: Beschrijving maatregelenpakket
50
Bijlage 2: Overzichtstabel met uit te voeren maatregelen en resultaten
56
Bijlage 3: Overzicht deelnemende partners
58
7
8
1 Inleiding We zien dat klimaatverandering niet iets is van de verre toekomst maar nu al leidt tot extremer weer. Hittegolven, extreme buien en droogte hebben een grote impact op heel Nederland en daarbuiten. Het nationale Deltaprogramma heeft de ambitie om Nederland klimaatbestendig en waterrobuust te maken. Een onderdeel van het Deltaprogramma is het Deltaplan Zoetwater. De kern van dit plan is dat Nederland in 2050 weerbaar is tegen de toenemende droogte. Zoetwatervoorziening Oost-Nederland (ZON) is de regionale uitwerking van het Deltaplan Zoetwater voor de zoetwaterregio Hoge Zandgronden Oost dat het stroomgebied van Rijn-Oost omvat.
Omdat het zoetwatervraagstuk op de hoge zandgronden zowel een regionale als een nationale opgave is, hebben het Rijk, waterschappen, provincies, gemeenten, Rijkswaterstaat, de land- en tuinbouwsector, drinkwaterbedrijven, terreinbeheerders, en particuliere grondeigenaren bij de start van de eerste fase ZON in 2016 samen de verantwoordelijkheid genomen voor een robuuste en klimaatbestendige zoetwatervoorziening op de hoge zandgronden. Tijdens de tweede fase gaan we hier mee door en geven we deze aanpak een extra impuls. Dit is het werkprogramma voor de tweede fase ZON.
9
1.1 Droogte als maatschappelijke opgave
Door de drie droge jaren is droogte via de media bij een breed publiek onder de aandacht gekomen. Droogte is een brede maatschappelijk opgave geworden, waar eenieder zijn of haar steen aan bij kan dragen om zo samen te bouwen aan een robuust watersysteem dat is voorbereid op weersextremen en waarin watertekorten worden voorkomen.
Extremer weer Het weer wordt extremer, met wateroverlast, droogte en hitte. Voorspellingen laten zien dat we in de toekomst steeds vaker met extreem weer te maken krijgen. Hoe dat is, konden we de afgelopen jaren al ervaren. We hebben met 2018, 2019 en 2020 drie opeenvolgende extreem droge jaren meegemaakt. Alleen al in 2018-2019 ontstond in Nederland bijna een miljard euro aan schade door de langdurige droogte, met name in de landbouw. De impact blijkt ook groot op functies waarvan de schade minder goed op geld te zetten is, zoals voor de natuur, het landschap, de cultuurhistorie, de drinkwaterwinning en het stedelijk groen.
Transitie is nodig om de balans in grondwatersysteem te verbeteren Het handelingsperspectief tijdens droogte is op de hoge zandgronden zeer beperkt omdat de aanvoer van meer water naar de regio slechts in een beperkt deel mogelijk is. Dit betekent dat we in droge perioden volledig afhankelijk zijn van het grondwater en de regen die valt. Daarom slaan in Rijn-Oost
95 % 75 % 2019-2021 Maximum Minimum GXG
Grond waterniveau (m+surf)
-3
-3,5
-4
-4,5
-5
Jan
Jul
Jan
Jul
Jan
Jul
Datum (Maand) Figuur 1: Het verloop van de grondwaterstand in het Dwingelerveld laat zien dat de jaren 2019 en 2020 (rode lijn) erg droog waren (Bron: Menyanthus)
10
Jan
Figuur 2: Grondwaterstanden van 2018-2020 in het Aaltense Goor (Gelderland) ten opzichte van het langjarig gemiddelde. Lichtblauw is de normale dynamiek, lichtbruin zijn de extremen. De blauwe staaf in grafiek geeft de periode aan dat er structurele maatregelen zijn genomen om water vast te houden.
de provincies, waterschappen, gemeenten, drinkwatermaatschappijen en natuuren landbouworganisaties de handen ineen om de grondwatervoorraden te vergroten, het watersysteem te optimaliseren en om te zorgen voor een efficiënt gebruik van water. De partijen volgen daarmee de adviezen van de Beleidstafel Droogte (zie pagina 18). Ook wordt de regio zo meer zelfvoorzienend en is solidair, doordat het minder beroep doet op het hoofdwatersysteem. Daarbij ontstaat steeds meer het inzicht dat de zandgronden het in de toekomst niet meer redden met het optimaliseren van het watersysteem, maar dat een grondige transitie noodzakelijk is.
Dit vereist een transitie van veel afvoeren naar meer vasthouden van water. Dit is een grote opgave, omdat het grondwatersysteem soms traag reageert op veranderingen. Daarbij nemen de extremen in weersomstandigheden toe, waardoor de gevoeligheid voor droogte en natheid toeneemt en er eerder schade ontstaat. Dit geldt voor alle gebruiksfuncties, inclusief natuur. Dit nieuwe werkprogramma is erop gericht om de balans in het grondwatersysteem te verbeteren.
11
Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) en ZON DPRA werkt volgens de 3 principes weten, willen en werken voor een gestructureerde aanpak van vier thema’s: hitte, droogte, wateroverlast en overstroming. De relatie met ZON speelt in het bijzonder met de aanpak van droogte, maar heeft ook samenhang met wateroverlast. Sommige maatregelen die de watervoorraad vergroten, zoals verhogen van grondwaterpeilen en het bufferen van water in natte perioden, hebben als neveneffect dat in natte periodes eerder wateroverlast ervaren wordt. De Zoetwateraanpak is eerder gestart dan DPRA, maar DPRA heeft een inhaalslag gemaakt en zit inmiddels ook in de uitvoeringsfase.
DPRA ontwikkelt zich in 7 stappen:
Kwetsbaarheden in beeld brengen
Risicodialoog voeren
Uitvoeringsagenda opstellen
Meekoppelkansen benutten
Reguleren en borgen
Stimuleren en faciliteren
Handelen bij calamiteiten.
Uitvoering van deze stappen gebeurt via de werkregio’s. Inmiddels zijn de kwetsbaarheden in beeld gebracht door middel van de stresstesten. Alle partners op de hoge zandgronden hebben deze stap genomen. Voor het thema droogte is daarbij gebruik gemaakt van de kennis die is opgebouwd binnen het programma ZON. Na de risicodialoog wordt de adaptatiestrategie opgesteld en zullen maatregelen worden vastgelegd in uitvoeringsprogramma’s van de werkregio’s. De maatregelen van het uitvoeringsprogramma 2de fase ZON kunnen waarschijnlijk naadloos worden geïntegreerd in de uitvoeringsprogramma’s.
12
0 -10 -20 -30 -40 -50 -60 1875
1900
1925
1950
GHG
1975
2000
GLG
Figuur 3: De daling van de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) in de zandgebieden Oost-Nederland. (Naar: Knotters en Jansen, 2005)
1.2 Ambitie en strategie Vanwege de samenhang tussen het Deltaplan Zoetwater en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie hebben de partners in Oost- en Zuid-Nederland gezamenlijk een ambitie en strategie opgesteld en vastgesteld in het Regionaal Bestuurlijk Overleg van 3 december 2020. Deze ambitie en strategie vormen de basis voor de afstemming tussen de programmering en uitvoering van beiden Deltaplannen in de regio in de periode 2022-2027. Onze gezamenlijke ambitie voor de lange termijn is:
De Hoge Zandgronden in OostNederland zijn klimaatbestendig en waterrobuust: de regio kan omgaan met extreem weer en watertekort. De transitie heeft bijgedragen aan een mooie, gezonde en welvarende regio.
Uit deze ambitie voor de lange termijn is de volgende concrete ambitie voor de periode tot 2027 afgeleid:
In 2027 is het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten de gangbare praktijk. 20% van de Hoge Zandgronden voldoet in 2027 aan de ambitie voor 2050. Met de volgende strategie zoeken we de afstemming in de programmering en uitvoering van het Deltaplan zoetwater en het Deltaplan ruimtelijke adaptatie op de Hoge Zandgronden: 1. 2. 3. 4.
Samen waar het kan, apart als het moet Gebiedsgericht in gesprek met alle betrokkenen Alle opgaven op tafel Basis leggen in het omgevingsbeleid
13
1.3 Werkprogramma en bestuursovereenkomst 2022-2027 Werkprogramma Dit werkprogramma heeft als doel richting te geven aan de uitvoering van concrete maatregelen die invulling geven aan de gekozen ambitie en strategie. Het beschrijft voor de komende zes jaar wat de samenwerkende partijen met steun van het Rijk in de regio Oost gaan doen, wat beoogde prestaties zijn, welke maatregelen worden getroffen, hoe deze worden gefinancierd en hoe de aansturing en verantwoording plaatsvinden. Het werkprogramma biedt daarnaast inzicht in de kansen die er zijn om initiatieven te verknopen en synergie te bereiken.
Het regionale bod Het einde van de looptijd van de eerste fase ZON nadert en de urgentie voor voldoende zoet water is door drie opeenvolgende droge jaren sterk toegenomen. Het is daarom tijd voor nieuwe afspraken. De partijen in het Regionaal Bestuurlijk Overleg Rijn-Oost (RBO RIjn-Oost) hebben in 2020 en 2021 de inzet van maatregelen en financiën voor de periode 2022-2027 bepaald. In dit werkprogramma heeft de regio de gemaakte afspraken met het Bestuurlijk Platform Zoetwater over de besteding van de landelijke Deltafondsmiddelen voor het Deltaplan Zoetwater uitgewerkt voor de periode 2022-2027. Het maatregelenpakket is daarmee het regionale bod van de partners binnen Rijn-Oost aan het Rijk. Het werkprogramma vormt voor de regionale partijen het vertrekpunt voor de uitvoering. Tabellen en kaarten worden periodiek geactualiseerd en zijn daarmee instrumenten om de uitvoering te coördineren. Het werkprogramma is bestuurlijk vastgesteld door RBO Rijn-Oost op 18 juni 2021.
Bestuursovereenkomst Zoetwatervoorziening Oost-Nederland Gekoppeld aan het werkprogramma wordt een bestuursovereenkomst opgesteld waarin de regionale partners de afspraken vastleggen over de investeringen, verantwoordelijk-
14
heden, organisatie, wijze van monitoring en verantwoording en de aan- en bijsturing van het werkprogramma. De investeringen die in het werkprogramma zijn opgenomen betreffen het aandeel in de investeringen dat bijdraagt aan actief grondwatervoorraadbeheer. De omvang van de werkelijke investeringen is vaak vele malen groter, omdat veel projecten meerdere doelen kennen. De afspraken in de bestuursovereenkomst worden afgestemd op de landelijke regeling waarmee het Rijk de Deltafondsmiddelen aan het ZON-programma beschikt middels een specifieke uitkering (SPUK). De Bestuursovereenkomst is uiterlijk eind 2021 getekend.
kunnen spreken van een klimaatbestendige regio. Dit nieuwe werkprogramma is erop gericht om de balans in het grondwatersysteem te verbeteren. Een terugblik op de eerste fase, de uitgangspunten en maatregelen uit de tweede fase zijn beschreven in hoofdstuk 3. De transitie naar een klimaatbestendige regio is ingrijpend en vraagt tijd. Dit werkprogramma is een stap in een langjarig programma tot 2050, waarbij iedere zes jaar nieuwe afspraken worden gemaakt zodat nieuwe prioriteiten kunnen worden gesteld en kan worden ingesprongen op de actualiteit. De wijze waarop hiervoor wordt samengewerkt is uitgewerkt in hoofdstuk 4.
1.4 Leeswijzer In de tweede fase wordt de wateropgave nog nadrukkelijker gekoppeld aan de andere opgaven in het landelijk en stedelijk gebied. Dit vraagt om een nog intensievere samenwerking tussen de partners binnen Rijn-Oost. De samenhang met andere opgaven is verder uitgewerkt in hoofdstuk 2. In de eerste fase van het programma ZON zijn al veel maatregelen genomen om de waterbeschikbaarheid te vergroten. Maar het is nog lang niet voldoende om nu al te
15
16
2 Kaders en samenhang met andere opgaven 2.1 Deltaprogramma Zoetwatervoorziening Oost-Nederland (ZON) maakt deel uit van het Nationale Deltaplan Zoetwater. Voor de tweede fase wordt voortgebouwd op de strategie van de eerste fase en de opgedane ervaringen. De droogte van 2018, 2019 en 2020 en nieuwe onderzoeken en inzichten voor de lange termijn hebben de urgentie en het belang van het Deltaprogramma Zoetwater onderstreept. Daarom wordt er in de tweede fase ingezet op het versnellen en intensiveren van de huidige inzet. Daarbij zijn een aantal accenten of aanscherpingen van toepassing.
Nieuwe voorkeursvolgorde
zoetwater van goede kwaliteit gegarandeerd kan worden – zeker niet op de lange termijn. Mede daarom is de voorkeursvolgorde voor de aanpak om de waterbeschikbaarheid te verbeteren uitgebreid en ziet er nu als volgt uit: 1. Bij ruimtelijke inrichting en landgebruik beter rekening houden met waterbeschikbaarheid 2. Zuinig zijn met water 3. Water beter vasthouden 4. Water slimmer verdelen 5. Schade accepteren De nieuwe voorkeursvolgorde is verankerd in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en het Nationaal Waterprogramma (NWP).
In de rapportage van de Beleidstafel Droogte wordt geconstateerd dat niet altijd en overal voor alle watergebruikers en sectoren voldoende
17
Beleidstafel Droogte: een nieuwe balans tussen vasthouden en afvoeren van water Om beter om te kunnen gaan met droogte stelde de minister van Infrastructuur en Waterstaat de Beleidstafel Droogte in. In december 2019 kwam het eindrapport ‘Nederland beter weerbaar tegen droogte’ uit met een aantal aanbevelingen die gericht zijn op het creëren van randvoorwaarden om maatregelen tegen droogte te kunnen nemen. De Beleidstafel Droogte beveelt aan dat de nadruk bij waterbeheer en landgebruik meer moet komen te liggen op het vasthouden en vertraagd afvoeren van water. Dit betekent een nieuwe balans tussen het vasthouden en het afvoeren van water om schade door droogte en wateroverlast te minimaliseren. Tegengaan van droogte gaat daarmee zwaarder wegen dan vroeger. Een groot deel van de aanbevelingen is vertaald in maatregelen die zijn opgenomen in dit werkprogramma. De regie en monitoring van de voortgang van de aanbevelingen van de Beleidstafel Droogte ligt op landelijk niveau bij de Stuurgroep Water. De voortgang van de acties van de verschillende overheden en organisaties wordt besproken in het Bestuurlijk Platform Zoetwater. In dit werkprogramma heeft de regio de gemaakte afspraken met het Bestuurlijk Platform Zoetwater uitgewerkt.
Financieel kader De tweede fase (2022-2027) van het Deltaprogramma Zoetwater heeft landelijk een omvang van 800 miljoen euro. De omvang van het maatregelenpakket voor Oost-Nederland is 200 miljoen euro. Dit bedrag is opgebouwd uit een bijdrage van 50 miljoen euro uit het Deltafonds en een eigen bijdrage van de partners binnen de regio van 150 miljoen euro.
18
2.1 Uitgangspunten
• H et programma dient voldoende flexibiliteit
Bij het opstellen van het werkprogramma zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Een concreet werkprogramma voor de periode 2022 – 2027, waarbij we voortbouwen op de ontwikkelde aanpak en resultaten van de eerste fase. De eigen verantwoordelijkheid van partijen staat zoveel mogelijk voorop. Ieder project of deelprogramma kent daarom één trekker. De trekker is verantwoordelijk voor de uitvoering en het behalen van de prestaties van het project. De partijen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het behalen van de prestaties van het totale programma. Hierbij hanteren we de in 2016 vastgestelde realisatiestrategie. De programmacoördinator en programmasecretaris faciliteren en zorgen voor de coördinatie. Partijen zorgen gezamenlijk voor de rapportage over de voortgang aan de regionale partners en aan het Rijk ten behoeve van de verantwoording. RBO Rijn-Oost heeft een coördinerende rol.
•
•
•
2022
te hebben om te kunnen inspelen op nieuwe kennis, inzichten en praktijkervaringen en het maximeren van het doelbereik door werk met werk te maken en synergie toe te passen. Vandaar dat is gekozen voor programmatisch werken (zie paragraaf 2.3). Bij de verdeling van de beschikbare middelen wordt uitgegaan van een eigen bijdrage van 75% en een rijksbijdrage van 25%.
•
2.3 Programmatisch werken Dit werkprogramma bestaat uit een programma van maatregelen voor de korte termijn (2022-2027) en maakt deel uit van een lange termijn aanpak tot 2050. Het is zo een vervolg op de eerste fase en een belangrijke nieuwe stap in de aanpak van waterbeschikbaarheid en een klimaatrobuust watersysteem in 2050. Door te werken in opeenvolgende planperioden van 6 jaar kunnen we reageren op de snelheid van klimaatverandering en ontwikkelingen in de ruimtelijke en maatschappelijke context. Door te werken met
2027
2050
FASE
FASE
FASE
FASE
FASE
FASE
1
2
3
4
5
6
2016 - 2021
2022 - 2027
2028 - 2023
2034 - 2039
2040 - 2045
2046 - 2050
Figuur 4: Het programma tot 2050 bestaat uit planperioden van 6 jaar.
19
een programma van maatregelen – in plaats van bij aanvang vast te stellen projecten met locatie en omvang - is er ook de mogelijkheid om projecten binnen een planperiode naar voren te halen of juist te temporiseren, wanneer de situatie in gebieden of bij partijen daar aanleiding toe geeft. Deze flexibiliteit in de uitvoering is belangrijk. De aanpak van waterbeschikbaarheid op de hoge zandgronden is immers een kwestie van veel maatregelen op diverse ruimtelijke schaalniveaus, waarbij alle regionale overheden en maatschappelijke partners aan zet zijn. De gekozen manier van programmatisch werken met planperioden maakt het noodzakelijk om tijdig vooruit te blikken en voor te sorteren op mogelijke maatregelen voor de volgende fase van het programma. Belangrijk daarbij is dat lange termijn transities goed worden ingepast vanuit het perspectief voor 2050.
2.4 Synergie met andere water- en maatschappelijke opgaven De maatregelen voor het verbeteren van de waterbeschikbaarheid gaat vrijwel altijd samen met het realiseren van andere maatschappelijke opgaven. Soms is daarbij waterbeschikbaarheid de leidende opgave, maar veel vaker zijn andere opgaven leidend. Hierbij gaat het om maatschappelijke transities, zoals de landbouwtransitie, het stikstofdossier, de kaderrichtlijn water, natuurontwikkeling, de drinkwaterwinning en de bossenstrategie, maar ook zachtere opgaven op het gebied van landschap en leefbaarheid. In de meeste gevallen zijn integrale gebiedsprocessen nodig om het brede palet aan opgaven te realiseren.
Haarvaten op Peil In Overijssel gaan de provincie, waterschappen en terreinbeheerders gezamenlijk investeren in integrale projecten. Hiervoor stellen terreinbeheerders en landgoederen gronden beschikbaar om water vast te houden en bij een piekafvoer tijdelijk te bergen. Door water te bergen kan in de omgeving van deze natuurgebieden de afvoercapaciteit van watergangen worden verkleind. Hierdoor wordt de droogte in de natuur en de landbouw-gebieden er omheen verminderd. Deze maatregelen bevinden zich vooral in de ‘haarvaten’ van het watersysteem, vandaar de naam ‘Haarvaten op Peil’. Ook wordt geïnvesteerd in waardevolle kleine wateren. Het gaat hierbij om bovenlopen van beken en vennen waar effecten van droogval als eerste optreden. Daarnaast wordt naaldbos omgevormd naar loofbos waardoor de verdamping vermindert.
20
HOE? VASTHOUDEN
BERGEN
AFVOEREN HERSTEL VAN HET NATUURLIJKE SYSTEEM
KLIMAATBESTENDIGE LANDBOUW waterberging
drainerende werking verminderen
verhogen organisch stofgehalte
beregenen op maat (robotisering)
klimaatbestendige gewassen bosvorming sloten dempen beekmoeras/ overstromingsvlaktes beschaduwing
AAN DE SLAG
slingeren
N VA L EN
V BO PN
OO OP
LO
EN
ED
EN
RB
AA herstel grondwaterstromen
KLIMAATADAPTIEVE STAD
bewust bodembeheer
F
NK A
ontstenen afkoppelen van regenwater
berging in straten + openbare ruimte
wadi’s
groene daken
A DE FL bufferzones
natuurlijke gewasbescherming
HERSTEL WATERKWALITEIT
natuurlijk waar het kan, technisch als het moet
Figuur 5: Een illustratie van de integraliteit van de maatregelen in het zandlandschap (Bron: Poster “Naar een klimaatbestendig beekdallandschap”, Stowa) STICHTING TOEGEPAST ONDERZOEK WATERBEHEER
2.5 Koppelkansen Bij het opstellen van het maatregelenpakket voor de 2e fase hebben de partners voor alle ingediende maatregelen aangegeven welke koppelkansen er mogelijk zijn tussen de ingediende zoetwatermaatregelen en andere opgaven. De maatregelen die zijn opgenomen in het maatregelenpakket hebben vaak meerdere koppelkansen.
De koppelkansen zijn bij elkaar gebracht op een aparte website die voor iedereen te raadplegen is (zie zoetwatervoorzieningoostnederland.nl) De website met koppelkansen zal regelmatig worden geactualiseerd, zodat partners de koppelkansen de komende jaren kunnen blijven benutten bij de verdere uitwerking van de maatregelen. In figuur 7 op pagina 36 zijn de koppelkansen globaal aangegeven.
21
22
3 Maatregelen Werkprogramma 2022-2027 De partners binnen Rijn-Oost hebben een maatregelenpakket samengesteld dat zo goed mogelijk invulling geeft aan de aangescherpte zoetwaterstrategie en aansluit bij de ontwikkelde werkwijze en opgedane ervaringen uit de eerste fase.
3.1 Terugblik op 1e fase ZON De zoetwateropgave is natuurlijk niet nieuw, want droogte en zoetwatervoorziening staat in Oost-Nederland al decennia op de agenda. Ook in de eerste fase van het programma ZON zijn al veel maatregelen genomen om de waterbeschikbaarheid te vergroten.
Wel Goed Water Geven! In 2016 is de eerste fase ZON gestart op basis van het werkprogramma “Wel goed water geven!”.
In totaal is in de eerste fase voor circa €116 miljoen geïnvesteerd in zoetwaterprojecten via het ZON-programma. In werkelijkheid lag het investeringsniveau vele malen hoger omdat de partners ook buiten het ZON-programma fors hebben geïnvesteerd in zoetwatermaatregelen. Door de verschillende maatregelen is de wateraanvoer in de regio Oost in droge perioden sterk verbeterd. Ook wordt het beschikbare water beter vastgehouden door invoering van flexibel peilbeheer in de wateraanvoergebieden. In de beekdalen zijn veel beekherstelprojecten uitgevoerd zodat het beschikbare water langer wordt vastgehouden en kan infiltreren.
23
In het stedelijk gebied zijn veel maatregelen uitgevoerd om het verhard oppervlak af te koppelen van de riolering en groenblauwe structuren te realiseren. In de agrarische gebieden is veel ervaring opgedaan met het verbeteren van de bodemstructuur en het toepassen van nieuwe technieken, zoals regelbare drainage. In de natuurterreinen en op de landgoederen is veel detailontwatering verwijderd, beken hersteld en is naaldbos omgezet naar loofbos. Aanvullend op de oorspronkelijke bijdrage van het Rijk is er in 2019 een extra impuls gekomen van €2 miljoen. Hiervan zijn voornamelijk groenblauwe structuren in het stedelijk gebied gerealiseerd en is
een bijdrage geleverd aan het onderzoek ‘Droogte in zandgebieden van Zuid-, Midden- en Oost-Nederland’. In het kader van Slim Watermanagement zijn handige tools ontwikkeld waarmee de waterbeheerders en peilbeheerders elkaar real-time op de hoogte kunnen houden bij dreigende watertekorten of overschotten. Tevens is een Watervraag Prognose Tool ontwikkeld. Hierdoor wordt vanuit de stroomgebieden de volledige watervraag inzichtelijk, zoals opgenomen in de Verdringingsreeks. De laatste projecten zijn nog in uitvoering en worden in 2022 opgeleverd.
Waterschappen Gemeenten TBO LTO DAW Provincies
Figuur 6: Overzicht van de uitgevoerde projecten in het kader van de eerste fase ZON. Zie www.zoetwatervoorzieningoostnederland.nl voor een uitgebreide beschrijving van de projecten.
24
Optimalisatie Watersysteem Twello In het project Optimalisatie Watersysteem Twello heeft waterschap Vallei en Veluwe het waterpeil geoptimaliseerd. In het gebied was er soms te veel en soms te weinig water. Door de stuwen te automatiseren kunnen we de waterstanden beter op het gewenste niveau houden. Zo wordt er voor gezorgd dat het water beter wordt vastgehouden en er sneller kan worden gereageerd op veranderende weersomstandigheden.
25
Nieuwe kijk op het Oude Diep Waterschap Drents Overijsselse Delta heeft samen met het Drents Landschap, Provincie Drenthe en de gemeente Hoogeveen in het Oude Diep het project Pesserma Noord gerealiseerd. Hierbij is een ‘nieuwe’ meanderende beek gegraven die anderhalf keer zo lang is dan de oude rechte waterloop. De meanderende beek ligt bovenstrooms van een oude stuw die nu fungeert als noodoverlaat. Verder is er een kade en knijpstuw aangelegd om onder normale omstandigheden een zo hoog mogelijk peil te kunnen realiseren en onder extremere omstandigheden zoveel mogelijk water te bergen. Het is een natuurlijk 26
systeem geworden, want het ontwerp en de begroeiing in de beek bepalen nu de waterstand. Om schade aan de omliggende landbouwgronden zoveel mogelijk te beperken zijn bepaalde laagtes in de landbouwpercelen opgehoogd met uitgegraven grond van de uitgegraven beek. De hiermee mogelijk gemaakte peilverhoging zorgt er voor dat ook de waterbeschikbaarheid van de landbouwpercelen is toegenomen. Door de aanleg van een kade hoger op de flank van het beekdal worden piekbuien vastgehouden in het natuurgebied Boerveense Plassen, waar het langzaam infiltreert.
Boerenstuw Op verschillende plekken in het ZON-gebied zijn boerenstuwen geplaatst door de LTO samen met de agrariërs, waterschappen en provincies. Met boerenstuwen kunnen boeren water beter vasthouden in de haarvaten van het watersysteem. Het zorgt ervoor dat het grondwater op de percelen stijgt. De praktijkervaring leert dat door het gebruik van de boerenstuwen de bodem een stukje van de oorspronkelijke sponswerking terugkrijgt en zo weerbaarder wordt tegen droogte. Dit is vooral te merken aan het snellere herstel na droge perioden. Het plaatsen van boerenstuwen is een van de vele mogelijke maatregelen die gebiedsmakelaars
aan de keukentafel met boeren bespreken. De inzet van gebiedsmakelaars is onderdeel van het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) en Zoetwatervoorziening Oost-Nederland (ZON). LTO Noord is initiatiefnemer van DAW, partner in ZON en stimuleert het nemen van maatregelen via diverse projecten. De gebiedsmakelaar bespreekt met boeren de droogteaanpak op het boerenbedrijf. Daarbij gaat het om voldoende beschikbaarheid van zoetwater in combinatie met aandacht voor de bodem- en waterkwaliteit. Voor de boeren en tuinders speelt hierbij het voordeel van een hogere gewasopbrengst of minder verlies van nutriënten ook mee.
27
Landgoed Smalenbroek Landschap Overijssel heeft relatief kleinschalige maatregelen getroffen om de waterkwantiteit te verbeteren. Zo ook op landgoed Smalenbroek, een typisch Twents “textiellandgoed” gelegen op de stuwwal OldenzaalEnschede. De aanwezigheid van rabatten en watergangen in de bospercelen in combinatie met enkele exemplaren oude elzen en essen verraden dat de omgeving en het landgoed ooit veel natter moeten zijn geweest. Na meer dan 100 jaar van waterafvoer en uitspoeling van mineralen waren veel bodems op het landgoed verdroogd én verzuurd. Dit beeld 28
uit zich met name in massale sterfte van met name Fijnspar en Beuk. Inmiddels is een deel van de rabatsystemen op het landgoed gekapt en is circa 2,5 kilometer aan greppels en sloten door met name bospercelen gedempt en verondiept. Ook is de beekbodem van de Bruninksbeek verhoogd. Daarnaast zijn kleine stuwen hersteld en enkele duikers aangepast. Door de uitgevoerde maatregelen wordt de drainerende werking verminderd en wordt er meer water in de bodem vastgehouden.
Reggedal Enter In het project Reggedal Enter is door waterschap Vechtstromen in nauwe samenwerking met de provincie Overijssel, Stichting Reggedal Enter, Landschap Overijssel, Stichting Enterse Zomp, Exoo B.V., De Paswever en de gemeenten Wierden en Hof van Twente, ongeveer 10,5 kilometer gekanaliseerde Regge omgevormd tot een natuurlijk meanderend riviertje van ongeveer 11,7 kilometer. Hiermee is naast de zoetwateropgave invulling gegeven aan de KRW, WB21 en de Reggevisie. De Regge is smaller en minder diep geworden, waardoor de drainerende werking is verminderd. De aanliggende percelen zijn natuurlijk ingericht en hebben de functie nieuwe natuur gekregen.
De lokaal nog aanwezige kades langs de Regge zijn verwijderd, waardoor in extreme afvoersituaties de aanliggende natuurgronden inunderen en er ongeveer 350.000 m3 water geborgen kan worden. Hierdoor is een natuurlijk Reggedal van 160 ha ontstaan. Ten behoeve van een zo natuurlijk mogelijk watersysteem zijn er 2 stuwen verwijderd en zijn 2 stuwen vervangen door meer natuurlijke drempels met vispassages. Om in droge periodes de Regge ook voldoende op peil te kunnen houden zijn er 3 waterinlaatpunten vanuit het Twentekanaal gerealiseerd. Deze waterinlaat is in droge periodes van belang voor natuur, landbouw en recreatie.
29
Klimaatbestendige straat In het pilotproject klimaatbestendige straat heeft de gemeente Deventer na herinrichting van de Prins Bernhardstraat 2 jaar onderzoek gedaan naar de waterdoorlaatbaarheid en waterberging. Het doel van het onderzoek was om te testen welk infiltratiesysteem onder allerlei omstandigheden het beste blijft functioneren en het regenwater snel kan afvoeren en infiltreren. Dit biedt mooie kansen om de openbare ruimte klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. En in tijden van droogte is er nu
30
meer water beschikbaar voor groen. In 2019 is de straat onder water gezet en werd een stevige bui nagebootst. Studenten van Hogeschool Saxion en ingenieurs van Tauw waren ter plekke aanwezig om metingen uit te voeren en gegevens te verzamelen. Vervolgens is 2 jaar lang, middels sensoren, het functioneren van de verschillende proefvakken gemonitord bij natuurlijke regenval. De resultaten van het onderzoek dienen als voorbeeld voor de toekomstige wegaanleg in Nederland.
De Wildenborch Op landgoed de Wildenborch is in 2020 door waterschap Rijn en IJssel, samen met de provincie Gelderland, de landgoedeigenaar en de Stichting Gelders Landschap en Kastelen de afwatering van de Groenouwe en diverse greppels gedempt. Daarnaast zijn watergangen op het landgoed afgedamd en wordt overtollig hemelwater afgevoerd via historische laagtes en ondiepe slenken. Met het herstel van de historische structuur wordt
water vertraagd afgevoerd en vindt meer infiltratie op het landgoed plaats en minder ontwatering van kwalitatief beter grondwater. In de toekomst worden nog aanvullende maatregelen uitgevoerd ten westen en zuiden van het landgoed en wordt gestreefd om al het overtollige water weer op historische wijze vertraagd via het stroomgebied van de Baakse Beek af te laten wateren.
31
WaterWijs Boeren Binnen het project WaterWijs Boeren in de Achterhoek zijn in het kader van het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer verschillende demonstatieprojecten met druppelirrigatie uitgevoerd. Met druppelirrigatie kan water efficiënter toegediend worden dan met beregenen omdat het direct op de bodem wordt toegediend. Daardoor verdampt er minder water. Eenmaal aangelegd kan op ieder gewenst moment vocht worden toegediend in elke hoeveelheid. Druppelirrigatie draagt ook bij aan het terugbrengen van het nitraatgehalte in het grondwater
32
omdat de beschikbare stikstof in de bodem efficiënter wordt benut en draagt bij aan het efficiënt omgaan met energie. In het waterwingebied bij Dinxperlo is er een demonstratieproject uitgevoerd om met een mobiel druppelirrigatiesysteem de maispercelen van water te voorzien. Daarnaast is er een demonstratieproject voor de teelt van herfstprei en een demonstratieproject waarin drie methoden van druppelirrigatie in snijmais worden onderzocht.
Onderzoek Tijdens de eerste fase is er onderzoek uitgevoerd naar de mate van de droogte, de effecten van menselijke ingrepen en de gevolgen voor natuur en landbouw met een doorkijk naar de effectiviteit van mogelijk uit te voeren maatregelen (Van den Eertwegh, et. al., 2020). Daarnaast is in het kader van het programma Lumbricus onderzoek uitgevoerd naar een klimaatrobuust bodem- en watersysteem (https://www.programmalumbricus.nl/). In dit onderzoeksprogramma is samen met kennisinstituten gewerkt aan verschillende aspecten van klimaatverandering, variërend van systeemkennis tot proeven van concrete maatregelen en governance vraagstukken. De onderzoeken hebben veel nieuwe inzichten opgeleverd over de effectiviteit en toepasbaarheid van verschillende typen zoetwatermaatregelen en het belang van een gezonde bodem voor het vasthouden van water. De uitkomsten van de verschillende onderzoeken vinden hun toepassing in de tweede fase ZON.
Grondwateragenda Naar aanleiding van de aanbevelingen van de Beleidstafel Droogte heeft het RBO in 2020 ook een grondwateragenda opgesteld waarmee bestuurders en beleidsmakers op hoofdlijnen richting en ruimte kunnen geven aan de uitvoering van maatregelen die de waterbeschikbaarheid en veerkracht van onze watersystemen vergroten.
3.2 Maatregelenpakket 2e fase ZON Maatregeltypen In een gezamenlijke aanpak is in eerste instantie een zo concreet mogelijke lijst van 26 zoetwatermaatregelen voor Oost- en Zuid-Nederland samengesteld (zie bijlage 1). Daarbij is voortgebouwd op het uitvoeringsprogramma zoetwater van de eerste fase, maar is dit aangepast en uitgebreid op basis
van onderzoek en voortschrijdend inzicht uit de eerste fase. In de eerste fase lag de focus vooral op geen-spijt maatregelen en het benutten van kansen en innovaties. Bij de prioritering voor de tweede fase is gekozen voor maatregelen die maximaal bijdragen aan de zoetwaterbeschikbaarheid en koppelkansen bieden met andere gebiedsopgaven. De zoetwatermaatregelen zijn gericht op het aanvullen van grondwater en vertraagd afvoeren van oppervlaktewater en resulteren zodoende in een verhoging van de grondwaterstanden. Door een maatregelprogramma voor te stellen met verschillende maatregelen, is er een palet aan maatregelen beschikbaar, wat de flexibiliteit oplevert om per gebied, gebiedsproject of projectlocatie voor de maatregelen te kiezen die daar het beste passen, qua effecten en kosten/baten verhouding. De 26 potentiële zoetwatermaatregelen zijn onderverdeeld in de volgende drie categorieën: Robuust watersysteem: De transitie van een drainerend watersysteem naar een robuust klimaatbestendig watersysteem is de sleutel. Het doel is het aanvullen van de grondwatervoorraad. Dit kan door water vasthouden in het hoofdwatersysteem en in het detailwatersysteem, maar ook in stedelijk gebied door infiltratie te versterken. Efficiënt watergebruik en verminderen van de watervraag: Dit kan door zuiniger te beregenen of bodemvocht beter vast te houden op landbouwgronden.
Met de onttrekkers worden afspraken gemaakt over waterbesparing, in het proces Waterbeschikbaarheid. Ruimtelijke adaptatie: Het afstemmen van het grondgebruik op het vergroten van de waterbeschikbaarheid, door bijvoorbeeld naaldbos om te vormen naar loofbos dat minder verdampt. Daarnaast vindt functieverandering plaats om de maatregelen in het watersysteem mogelijk te maken (ruimte maken voor water).
•
•
•
Prioritering op basis van redeneerlijnen 66 partners doen mee aan het werkprogramma voor de tweede fase ZON (zie bijlage 3).
33
Tijdens de voorbereiding hebben deze partners aangegeven welke zoetwatermaatregelen zij wensen te nemen in de periode 2022-2027. Hieruit werd duidelijk dat de ambities van de deelnemende partners samen veel groter zijn dan de beschikbare middelen uit het Deltafonds. Dit maakte een nadere prioritering van de maatregelen en inzet van de middelen noodzakelijk. Op basis van vooraf vastgestelde redeneerlijnen is gekozen voor een maatregelenpakket waarbij de balans is gezocht tussen een zo maximaal en structureel mogelijke bijdrage aan de zoetwaterbeschikbaarheid, goede koppelkansen met andere gebiedsopgaven en de mogelijkheid voor alle betrokken partijen om deel te kunnen nemen.
Maatregelenpakket Het geselecteerde maatregelenpakket bestaat uit de best scorende maatregelen op het gebied van zoetwaterbeschikbaarheid. Daarbij is gekeken naar de mate van grondwateraanvulling, hoe lang de levensduur is (=hoe structureel) en wat de investeringskosten zijn per kubieke meter water die wordt geïnfiltreerd (=kosteneffectiviteit). Voor de afweging is gebruik gemaakt van de kentallen uit het vastgestelde Witteveen+Bos rapport (2019). Deze kentallen vormen weer een verbeterde versie van de kentallen zoals bij de 1e fase gehanteerd zijn. Ook hierin ontwikkelen we. Tevens is het een maatregelenpakket waar alle deelnemende partners aan mee kunnen doen. Het geselecteerde maatregelenpakket benadert
Tabel 1: De samenstelling van het maatregelenpakket. Maatregelen
Totale investeringsruimte (miljoen euro)
Eigen bijdrage partners (miljoen euro)
ZON-bijdrage Rijk (miljoen euro)
Flexibel peilbeheer in hoofdwatersysteem regionale waterbeheerders
€ 14,9
€ 11,2
€ 3,7
Beekherstel en herprofilering leggerwaterlopen
€ 64,0
€ 48,0
€ 16,0
Regelbare en onderwater drainage*
€ 4,0
€ 3,0
€ 1,0
Verminderen lokale afvoer- en ontwatering
€ 22,0
€ 16,5
€ 5,5
Afkoppelen verhard oppervlak naar bergings- of infiltratievoorziening
€ 34,6
€ 25,9
€ 8,7
Verbeteren bodemstructuur*
€ 3,0
€ 2,25
€ 0,75
Gerichte watergeefsystemen*
€ 1,0
€ 0,75
€ 0,25
Bedrijfsgerichte stimuleringsplannen*
€ 2,0
€ 1,5
€ 0,5
Grondgebruik aanpassen: functie veranderen in ruimte voor water
€ 55,3
€ 41,5
€ 13,8
Naaldbos omzetten in heide of loofbos
€ 1,4
€ 1,05
€ 0,35
€ 202,3
€ 151,5
€ 50,6
Robuust watersysteem:
Efficiënt watergebruik:
Ruimtelijke adaptatie:
Totaal
* De uitvoering van deze maatregelen loopt via het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer
34
de gevraagde omvang van €200 miljoen en is weergegeven in tabel 1. In bijlage 1 is een beschrijving van de maatregelen opgenomen en in bijlage 2 de verdeling over de partners.
Maatschappelijke kosten-baten analyse (MKBA) In opdracht van het ministerie van I&W is er een landelijke MKBA uitgevoerd waarin de maatregelenpakketten van alle zoetwaterregio’s zijn beoordeeld (bron: Stratelligence, 2020). De MKBA laat zien welke maatregelen het meest kansrijk zijn en een positief kosten-baten saldo hebben. De MKBA oordeelt positief over de maatregelenpakketten van Oost en Zuid voor de tweede fase van het Deltaplan Zoetwater, zowel bij het huidige klimaat als bij meer extreme klimaatscenario’s. Voor de regio Oost laat de MKBA zien dat met het gekozen maatregelenpakket de meest kansrijke maatregelen zijn geselecteerd.
Spreiding van de maatregelen en focusgebieden De diversiteit van het maatregelenpakket zorgt er voor dat er een goed spreiding is van de verschillende maatregelen over de regio. De maatregelen worden uitgevoerd in de gebieden waar de opgaven voor de zoetwaterbeschikbaarheid liggen en de mogelijkheden om hier op te sturen. Enerzijds zijn het de gebieden waar sprake is van flinke droogteproblemen of problemen ten aanzien van de zoetwaterbeschikbaarheid. Anderzijds zijn het gebieden, zoals de beekdalen, waar de waterbeheerders maatregelen kunnen treffen die een bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van de zoetwaterproblematiek. Vanwege de koppelkansen met andere gebiedsopgaven leidt dit tot focusgebieden waarbinnen de meeste maatregelen zich bevinden die in de periode 2022-2027 worden uitgevoerd. Gedurende de tweede fase worden de maatregelen verder uitgewerkt tot concrete projecten en kunnen deze nauwkeuriger op de kaart worden aangegeven (zie figuur 7).
35
Focusgebieden
Focusgebied N
Natuuropgaven
W
Wateropgaven
L
Landbouwopgaven Drinkwaterwinning
D
W
N
W
L
Stedelijke herinrichting
W
N
N
L
L W
W
W
W
N
N
L
L
W
L
N
L
W
D
N
L
D
W
W W
N
L
N
L
N
L
L
D
W W
N
N
L
L
Figuur 7: Focusgebieden binnen Rijn-Oost. Binnen deze gebieden worden de meeste maatregelen uitgevoerd. De maatregelen hebben vaak meerdere koppelkansen met andere gebiedsopgaven. Gedurende de looptijd van het programma worden de maatregelen verder uitgewerkt tot concrete projecten en kunnen deze nauwkeuriger op de kaart worden aangegeven.
36
Nieuwe Drostendiep In het Nieuwe Drostendiep gaan provincie Drenthe, waterschap Vechtstromen, Natuurmonumenten, Gemeente Coevorden, Stichting Het Drentse Landschap, Agrarische Natuur Drenthe, LTO-Noord samen aan de slag. Er worden in 2022 hydrologische maatregelen uitgevoerd voor het vasthouden van water inclusief waterberging en het tegengaan van verdroging. De opgave voor dit gebied bestaat daarnaast uit het invulling geven aan de kaderrichtlijn water en het realiseren van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Door het verwerven van percelen is er ruimte voor meandering en kan het peil verhoogd worden. Er wordt gekozen voor een beekdalbrede benadering waarbij de hydrologische situatie in het beekdal zoveel mogelijk wordt hersteld. 37
Waardevol Brummen In ‘Waardevol Brummen’ werken waterschap Vallei en Veluwe, gemeente Brummen en provincie Gelderland samen met inwoners en bedrijven aan wateroverlast, verdroging en biodiversiteit in het gebied Voorstonden - Oekense Beek - Leusveld. Het klimaat verandert en daarom een thema dat ons allemaal raakt. Korte, heftige regenbuien, langere perioden van droogte zijn hiervan merkbare voorbeelden. Klimaat is een verbindend thema tussen
38
natuur, landschap, landbouw, wonen en bedrijvigheid in het gebied. In een voor mensen, dieren en planten bijzonder leefgebied, gaan we aan de slag om gevolgen van klimaatverandering op te vangen en natuur te versterken. Met inwoners en bedrijven zijn we op zoek naar invulling van maatregelen hiervoor. Zodat inwoners kunnen genieten van het landschap, agrariërs kunnen blijven ondernemen en natuur kan bloeien.
Stadsbeek In Enschede werkt de gemeente aan de aanleg van de stadsbeek. Deze beek lijkt nieuw maar is feitelijk de oude bovenloop van de Twekkelerbeek, een oude beek die is gedempt. Het stadsbeekproject bestaat uit het graven van de beek, het aanleggen van drainage in de omliggende straten het aanleggen van wadi’s in groen en het afkoppelen van regenpijpen.
Door deze maatregelen worden de woningen niet te nat, blijft de Twekkelerbeek langer watervoerend en gaat er veel minder schoon water naar de rioolwaterzuivering.
39
Water vasthouden op landgoederen Overijssel is rijk aan historische landgoederen, zoals langs de Overijsselse Vecht en de landgoederen rond Enschede. Deze landgoederen zijn aangelegd in de periode voordat het watersysteem werd ingericht op het afvoeren van water. Waar vroeger vijverpartijen vol stonden met water en diepe sloten en rabbatten nodig waren om bos te kunnen aanplanten is er nu op veel landgoederen sprake van droogte. Grachten staan leeg en bossen en lanen zijn in slechte staat door de droogte. Er liggen veel kansen om water vast te houden. Dit kan tevens bijdragen aan het voorkomen van wateroverlast en hittestress in de stad.
40
De landgoederen rond Enschede en in het Vechtdal zijn in eigendom bij zowel natuurorganisaties als particulieren. Organisaties als Overijssels Particulier Grondbezit, Natuurmonumenten en Landschap Overijssel zien kansen om in het kader van Haarvaten op Peil hun terreinen beschikbaar te stellen voor maatregelen en gebiedsgericht te kijken naar de opgaven in de gebieden. ZON-maatregelen kunnen fungeren als aanjager van een integrale gebiedsontwikkeling waarbij ook opgaven m.b.t. klimaat, erfgoed, stikstof en de bossenstrategie kunnen worden meegenomen.
De aanvulling van het grondwater (actief voorraadbeheer) Van de verschillende maatregelen die worden getroffen is op basis van kentallen en normbedragen berekend wat jaarlijks de grondwater- of bodemvochtaanvulling is.
Door deze kentallen te koppelen aan de arealen die de partners voornemens zijn om uit te voeren in de periode 2022-2027 is de globale inschatting gemaakt dat het maatregelenpakket een jaarlijkse grondwateraanvulling oplevert van circa 62 miljoen m3.
Tabel 2: De geschatte jaarlijkse grondwateraanvulling door uitvoering van het maatregelenpakket voor de 2e fase ZON.
Maatregelen
Geraamd areaal (ha)
Grondwater-of bodemvocht aanvulling (miljoen m3/jaar)
Flexibel peilbeheer in hoofdwatersysteem regionale waterbeheerders
69.448
34,7
Beekherstel en herprofilering leggerwaterlopen
16.752
8,4
Regelbare en onderwater drainage
1.274
0,5
Lokale afvoer- en ontwatering
18.534
9,3
Afkoppelen verhard oppervlak naar bergings- of infiltratievoorziening
632
3,2
Verbeteren bodemstructuur
907
0,1
Gerichte watergeefsystemen
78
0,01
11.086
5,5
701
0,1
Grondgebruik aanpassen: functie veranderen in ruimte voor water Naaldbos omzetten in heide of loofbos Totale grondwateraanvulling (miljoen m3/jaar)
61,8
41
3.3 Het Pluspakket De grote ambities van de partners binnen Rijn-Oost ten opzichte van het beschikbare budget zorgt ervoor dat niet alle voorgestelde maatregelen kunnen worden gehonoreerd. Een prioritering was noodzakelijk om tot het voorgestelde maatregelenpakket te komen. Dit betekent dat er bij de prioritering maatregelen zijn afgevallen. De maatregelen die wel zijn geselecteerd hebben gezamenlijk een omvang van €202 miljoen. Dit betekent dat er nog een lichte overprogrammering is ten opzichte van de gewenste €200 miljoen.
42
De overprogrammering en de eerder in het selectieproces afgevallen maatregelen worden opgenomen in een pluspakket. Zodra er binnen het programma middelen vrijvallen of als er aanvullende budgetten beschikbaar komen, wordt als eerste de overprogrammering benut en ingevuld. Vallen er gedurende de looptijd van de tweede fase meer middelen vrij binnen het programma dan de overprogrammering, dan geldt het besluit van het RBO van 13 april 2018. Dit
besluit houdt in dat ingeval een partij niet in staat is om de beschikte middelen te besteden dat dan andere partijen binnen dezelfde groep dit mogen invullen. Komen er aanvullende budgetten beschikbaar dan wordt opnieuw een afweging gemaakt waar deze middelen het beste aan kunnen worden besteed. In eerste instantie wordt daarbij gekeken naar het pluspakket, maar daarnaast wordt ook gekeken of zich nieuwe ontwikkelingen of kansen voordoen waar nu
nog niet in is voorzien of ontwikkelingen die om een bijsturing vragen. Dit betekent dat bij het beschikbaar komen van aanvullende budgetten die groter zijn dan de overprogrammering er een nieuw voorstel zal worden voorgelegd aan het RBO dat inspeelt op de situatie en actualiteit van dat moment en waarbij alle partners worden betrokken. De exacte spelregels worden opgenomen in de bestuursovereenkomst.
43
44
4 Samenwerken aan een klimaatbestendige en waterrobuuste regio 4.1 Samenwerking tussen Rijk en Rijn-Oost Bestuurlijk Platform Zoetwater (BPZ) De Zoetwatervoorziening Oost-Nederland maakt deel uit van het nationale Deltaplan Zoetwater. In het BPZ worden bestuurlijke afspraken gemaakt tussen het Rijk en de zoetwaterregio’s over de voortgang van het totale Deltaplan en over mee- en tegenvallers. Een goede samenwerking tussen Rijk en regio is noodzakelijk om goede afspraken te maken over de besteding van de €50 miljoen aan Deltafondsmiddelen en om de voortgang van het programma te bewaken. Daarnaast is de samenwerking van belang om landelijke aandacht te houden voor de problematiek en opgaven in onze regio en voor te kunnen sorteren op de volgende fase van het Deltaplan.
Kernteam Zoetwater In het landelijke kernteam Zoetwater vindt de ambtelijke voorbereiding van het BPZ plaats en wordt de voortgang in de regio’s bewaakt. Onderwerpen die ter besluitvorming aan het BPZ worden voorgelegd worden in het kernteam Zoetwater voorbereid. In het kernteam zijn alle regio’s vertegenwoordigd.
4.2 Organisatie in Rijn-Oost Regionaal Bestuurlijk Overleg Rijn-Oost Voor de Zoetwatervoorziening OostNederland is een brede samenwerking ontstaan onder de vlag van het Regionaal Bestuurlijk Overleg (RBO). Hierin zijn alle regionale overheden, Rijk, natuur- en landbouworganisaties en de drinkwatersector
45
in Oost-Nederland vertegenwoordigd. De partners in het RBO staan voor de opgave om te zorgen voor een klimaatbestendig en robuust watersysteem. “Grensontkennend samenwerken” is daarbij kenmerkend: niet kijken naar de grenzen van een waterschap, gemeente of provincie, maar kijken vanuit de opgave en naar wie daaraan een bijdrage kan leveren. Deze samenwerking heeft bijgedragen aan de bewustwording en actiebereidheid. Tevens vindt binnen het RBO de afstemming plaats tussen zoetwater, ruimtelijke adaptatie en waterkwaliteit. Het opstellen van beleid en de inzet van middelen is primair de verantwoordelijkheid van de eigen besturen van de partners. Het RBO Rijn-Oost heeft een coördinerende rol en stuurt het werkprogramma aan als geheel. Dat betekent dat het RBO overlegt en verantwoording aflegt aan het Rijk over het aanwenden van Deltafondsmiddelen. De projecten die ontstaan gedurende de looptijd van het programma worden altijd uitgevoerd in dialoog met de omgeving en gebiedspartijen.
Werkgroep ZON In de werkgroep vindt de ambtelijke voorbereiding en afstemming plaats over het werkprogramma en wordt de voortgang bewaakt. Onderwerpen die ter besluitvorming aan het RBO worden voorgelegd worden in de werkgroep voorbereid. In de werkgroep zijn alle partners vertegenwoordigd. Onder de werkgroep ZON is een sub-werkgroep ingesteld voor de uitvoering van Slim Watermanagement maatregelen in de regio ZON.