CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-3.26 Besluit B&W over Raadsinformatiebrief ‘voortgang RPLG’ én de kennisnotitie ‘milieu-emissie uit de landbouw’, d.d. 24 juni 2025

Gemeenteraad 16 juli 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ingekomen stukken14.246 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aandachtsgebied: Leefomgeving Team Beleid Leefomgeving Behandelaar: M. Obbink Telefoonnummer: Onderwerp:

Voorstelnr. 653898 Barneveld, 17 juni 2025 Portefeuillehouder: B. Wijnne

Raadsinformatiebrief voortgang Regionaal Perspectief Landelijk Gebied (RPLG) Regio Foodvalley en kennisnotitie ‘milieu-emissie uit de landbouw’ (BL-Obb)

Gevraagde beslissing: 1.

De Raadsinformatiebrief ‘voortgang RPLG’ én de kennisnotitie ‘milieu-emissie uit de landbouw’ Regio Foodvalley (WENR, juni 2025) aan te bieden aan de gemeenteraad.

1. Inleiding In de raadsinformatiebrief van oktober 2024 heeft het bestuur van de Regio Foodvalley aangekondigd de raden in Q2 van 2025 te informeren over de voortgang van uitvoering van het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied (RPLG) en enkele al langer lopende projecten. Bij deze ontvangt u namens het bestuur van de Regio Foodvalley: - de Raadsinformatiebrief ‘Voortgang RPLG en - de kennisnotitie ‘milieu-emissie uit de landbouw’. Met deze informatiebrief worden de gemeenteraden geïnformeerd over de volgende onderwerpen: 1) De voortgang van wat in het RPLG is beschreven als ‘eerste acties’; 2) Overige projecten die ondersteund zijn en worden; 3) Het bouwen aan een uitvoeringsprogramma RPLG; 4) Stand van zaken van het project m.b.t. circulair slopen en bouwen van stallen; 5) Projecten in het kader van het Schone Lucht Akkoord (SLA); 6) Trajecten met co-financiering: Regio Deal Foodvalley, voortzetting meetnetwerken, experimenteerlocaties. 7) Lobby met betrekking tot stikstofaanpak De genoemde projecten worden bekostigd met middelen uit de vastgestelde begroting. Met deze raadsinformatiebrief wordt opvolging gegeven aan de Motie 24-40 Christen Unie en CDA (dd. 3 juli 2024) waarin de gemeenteraad het bestuur van de gemeente Barneveld oproept om in de Regio blijvend aandacht te vragen voor de in de motie genoemde onderwerpen die betrekking hebben op bovengenoemde onderwerpen.

Duiding Raadsbrief in relatie tot het gemeentelijk programma Waardevol Landelijk Gebied Bovengenoemde onderwerpen in de raadsbrief (1,2,3) maken onderdeel uit van de inspanningen onder het gemeentelijk programma Waardevol Landelijk Gebied en worden zoveel mogelijk in samenhang en in gezamenlijk uitgevoerd. Het project circulair slopen en bouwen van stallen (4). Dit project heeft de aandacht en uitvoering onder het programma Duurzaamheid. Voor de SLA projecten (5) hebben alleen de projecten 1. Pilot Fijnstof-Emissie-Plannen en 6. Bijdrage Innovatieontwikkeling een relatie met het gemeentelijk programma betreffende de inspanning op het gebied van emissiereductie en de ondernemingsplannen agrarische ondernemers. Ten aanzien van de Trajecten Co-financiering (6); financiering is ondersteunend aan de uitvoering van het gemeentelijk programma en de ondernemers in het veld en is zeer wenselijk. Toekenning van middelen dient echter nog plaats te

-2vinden en zal met continuerend zijn voor het Meetnetwerk, Pilot Ondernemingsplannen en Fieldlabs (gezamenlijk werkplaats ondernemers en overheden). Afsluitend en aanvullend op punt 7. De lobby met betrekking tot stikstofaanpak; de Regio is op dit moment bezig met het opstellen van een Uitvoeringsprogramma Stikstof Regio Foodvalley. De gemeente Barneveld is hierbij betrokken. De bedoeling is dat u hierover nader wordt geïnformeerd. Duiding kennisnotitie ‘milieu-emissie uit de landbouw Regio Foodvalley’ Wageningen Environmental Research (WENR) werkt momenteel in opdracht van Regio Foodvalley aan een verdere uitwerking van de eerste schetsen van de ruimtelijke uitwerking in het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied. Daarbij wordt onderzocht in hoeverre met de gewenste doorontwikkeling van de landbouw de regionale doelen met betrekking tot natuur, klimaat en water bereikt kunnen worden, en hoe de landbouwsector er richting 2030–2050 uit kan zien. Daarvoor is in beeld gebracht wat de primaire landbouw reeds sinds 2018/2019 tot 2023 heeft bereikt in vermindering van landbouwemissies, en wat er naar verwachting op basis van de autonome ontwikkeling in de landbouw en het vigerende beleid in 2030 nog bereikt kan worden. Deze kennisnotitie geeft de resultaten van deze analyse weer.

2. Beoogd effect De Raad te informeren en inzicht te geven over de voortgang en actualiteit van het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied (RPLG) en de lopende projecten en onderzoeken.

3. Argumenten Met deze Raadsinformatiebrief wordt opvolging gegeven aan - de toezegging van het Regiobestuur Foodvalley om de gemeenteraden periodiek te informeren over de voortgang van het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied (RPLG) - Motie 24-40 Christen Unie en CDA

4. Kanttekeningen Het Barneveldse beleid voor het landelijk gebied wordt in samenhang met het Programma Waardevol Landelijk gebied verder uitgewerkt.

5. Financiën De genoemde projecten uit de Raadsinformatiebrief worden bekostigd met middelen uit de vastgestelde begroting Regio Foodvalley.

-3-

6. Participatie en communicatie a) Participatie -

b) Communicatie - Raadsinformatiebrief Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Regio Foodvalley voorziet periodiek in de communicatie richting gemeenteraden.

7. Vervolgstap De gemeenteraden worden periodiek geïnformeerd over de voortang van het RPLG middels een Raadsinformatiebrief.

8. Bijlagen (2) 1. Brief aan de gemeenteraden Regio Foodvalley (en de gemeente Putten) 2. Kennisnotitie ‘milieu-emissie uit de landbouw Regio Foodvalley’

Aan de raden van de deelnemende gemeenten Regio Foodvalley en Putten

uw kenmerk:

uw brief van: ons kenmerk:

behandeld door: doorkiesnummer:

e-mailadres:

--

--

A. Bossenbroek

arjan.bosssenbroek@regiofoodvalley.nl

25/RFV/250613

onderwerp: Raadsinformatiebrief voortgang uitvoering RPLG en aanverwante ontwikkelingen in het landelijk gebied

06-101 55 307

bijlagen: datum: 3 13 juni 2025 Bijlage 1 en 3 in dit document, 2 separaat

Geachte raadsleden, Als bestuur van Regio Foodvalley bieden wij u hierbij een raadsinformatiebrief aan over de voortgang van activiteiten ter uitvoering van het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied voor Foodvalley (RPLG) en aanverwante ontwikkelingen in het landelijk gebied. In de raadsinformatiebrief van oktober 2024 hebben wij aangekondigd dat wij u in de eerste helft van 2025 informeren over de stand van zaken van een aantal onderwerpen. Dat doen wij met deze brief. Met deze brief informeren wij u over: 1. De voortgang van wat in het RPLG is beschreven als ‘eerste acties’ 2. Overige projecten die ondersteund zijn en worden 3. Het bouwen aan een uitvoeringsprogramma RPLG 4. Stand van zaken van het project m.b.t. circulair slopen en bouwen van stallen 5. Projecten in het kader van het Schone Lucht Akkoord 6. Projecten met co-financiering: Regio Deal Foodvalley, Voortzetting meetnetwerken, Experimenteerlocaties 7. Lobby met betrekking tot stikstofaanpak 1. Voortgang ‘eerste acties’ zoals benoemd in het RPLG Voor een beknopt overzicht van de actuele RPLG-activiteiten verwijzen wij naar bijlage 1. Deze bijlage bevat een schematisch overzicht welke activiteiten uitgevoerd worden en hoe deze zich verhouden tot de zes thema’s uit het RPLG. Aansluitend wordt per activiteit beknopt beschreven wat het doel van die activiteit is en wat de stand van zaken is.

Die beschrijvingen gaan over de volgende activiteiten: • Groen-blauwe Dooradering (GBDA) • Basiskwaliteit Natuur (BKN) • Verkenning mestvergisting t.b.v. energie-opwekking+ • Uitloopgebieden • Vestigingsklimaat • Verkenning grondinstrumenten • Onderzoek perspectief veevoersector

Datum: Betreft:

13-6-2025 Raadsinformatiebrief voortgang uitvoering RPLG en aanverwante ontwikkelingen in het landelijk gebied

Scenariostudie WEnR Deze activiteit lichten wij in deze brief kort toe, omdat hiervan inmiddels een rapportage is opgeleverd. Dat betreft de studie die Wageningen Environmental Research (WEnR) voor ons heeft uitgevoerd naar de stand van zaken en prognoses m.b.t. de reductie van emissies van ammoniak en methaan/lachgas uit de veehouderij en de uitspoeling van nutriënten naar het water. In dit rapport wordt berekend welke reducties in 2023 (veehouderijcijfers voor 2024 zijn pas in 2026 beschikbaar) zijn bereikt t.o.v. de basisjaren 2018 en 2019. En welke reductie in 2030 verwacht wordt op basis van beleid dat op 1 mei 2024 vastgesteld was en is, inclusief de gevolgen van het vervallen van de mestderogatie én met de actuele inzichten van welke veehouderijen gebruik maken van de Landelijke beëindigingsrelingen. De betreffende rapportage (Kennisnotitie “Milieu-emissies uit de landbouw in Regio Foodvalley”, WEnR, 2 juni 2025) is opgenomen als bijlage 2 bij deze brief. In overleg met WEnR zijn daarnaast twee scenario’s opgesteld met aanvullende maatregelen, gebaseerd op de koers van het RPLG én op landelijke studies naar haalbare maatregelen. Die worden medio 2025 doorgerekend op het effect op zowel de emissies als de stikstofdepositie. 2.

Overige projecten Binnen de doelen van het RPLG en de voorgenomen activiteiten in pararaaf 4.7 van het RPLG zijn en worden vanuit het RPLG-budget de onderstaande projecten financieel ondersteund. Deze vindt u ook terug in het schema in de bijlage. A. Ondernemersbegeleiding: “Zicht op de Toekomst” en “Plattelandscoaches”. Agrariërs met vragen over de toekomst van het bedrijf kunnen zich aanmelden voor een keukentafelgesprek en in aansluiting daarop voor een begeleidingstraject. Met een onafhankelijke gesprekspartner kunnen ze sparren over zaken als het verder ontwikkelen van het bedrijf, ontdekken waar kansen liggen of bedrijfsovername. Plattelandscoaches is een project van de provincie Utrecht voor ondernemers in de Utrechtse gemeenten. Zicht op de Toekomst is voor ondernemers in de Geldersegemeenten en werd enkele jaren gefinancierd door de provincie Gelderland, maar nu vanuit ons RPLG; Ondernemersbegeleiding - Landbouwnetwerk Regiofoodvalley B. Een studiegroep van melkveehouders in onze regio binnen het landelijke project waarin een kostenbaten-analyse is opgesteld voor natuurinclusieve melkveehouderij. De resultaten zijn beschreven in een rapport dat op 5 juni 2025 is gepresenteerd: https://wij.land/rapport-onder-destreep-2025/; C.

Het project 1001hectare van LTO en Urgenda, waarbinnen boeren met korting zaaigoed kunnen aanschaffen voor klaver of een kruidenmengsel, voor maximaal 9 hectare per boer (in 2024 was dit 6 hectare). Voor boeren in Foodvalley geldt dat zij daarnaast een vergoeding krijgen voor het laten doorzaaien (zaaien zonder grondbewerking) door regionale loonwerkers die daarvoor een speciale machine hebben. Regio Foodvalley - 1001ha Kruidenrijk Grasland D. Het verbinden van docenten van Aeres Barneveld aan lopende initiatieven voor kennisontwikkeling op het boerenerf, zodat nieuwe actuele praktijkkennis het onderwijs bereikt; E. Het TopMest-symposium 2024. Het doel van dit symposium en de daaraan verbonden wedstrijd is om kwaliteitsverschillen en verschillen in bemestingsefficiëntie onder de aandacht te brengen. Betere mest betekent veel beter voedsel voor het bodemleven, een betere grasgroei betere benutting van nutriënten en (daarmee) minder (ammoniak)emissies. TOPMEST | home F. In het verlengde van het TopMest-sympsium een 1-daagse Kennissessie Voer-Mest-Bodem voor melkveehouders. Praktische handvatten om vanuit het rantsoen optimale mest te maken om daarmee de bodem gezond te houden en goed ruwvoer te maken op een emissiearme manier. G.

Korte keten project “Van Onze Grond” waarin boeren uit de regio worden verbonden aan supermarkten in de regio om regionale producten in de schappen in de supermarkt te krijgen. Deze organisatie loopt al in de ‘Stedendriehoek’ (Apeldoorn-Deventer) (Lekker en vers van héél dichtbij | Van Onze Grond) en het doel is om dit in Foodvalley ook in te richten.

Datum: Betreft:

13-6-2025 Raadsinformatiebrief voortgang uitvoering RPLG en aanverwante ontwikkelingen in het landelijk gebied

H. De aanvraag voor het project Smakelijke Veluwe, die is ingediend bij de Regio Deal Veluwe in Balans. Dit project zet in op het langs de randen van de Veluwe (aan de kant van de Gelderse Vallei) ontwikkelen van diverse samenhangende activiteiten en concepten rondom de beleving en het genieten van lokaal voedsel (streekproducten) in relatie tot het streekeigen landschap, biodiversiteit en cultuurhistorie . Het draagt bij aan nieuwe perspectieven door de ontwikkeling van nieuwe vormen van dagrecreatie en toerisme op het agrarisch bedrijf. Inmiddels is bekend geworden dat deze aanvraag niet gehonoreerd is. I. De projecten ‘Vallei Proeflokaal” en “Regionaal broodje” passen onder het thema regionaal voedsel van het RPLG, maar worden gefinancierd uit het regioprogramma Voeding voor een gezond leven. Het project Vallei Proeflokaal ondersteunt boeren in de ontwikkeling van regionale afzet bij consumenten: kennisdeling, zichtbaarheid, positionering, zie Home. In het project ‘regionaal broodje’ wordt een concept ontwikkeld met regionale leveranciers naar het voorbeeld van ‘broodje Utrecht’, zie Broodje Utrecht 3. Uitvoeringsprogramma RPLG In het RPLG is aangegeven dat een uitvoeringsprogramma wordt opgesteld. In de raadsinformatiebrief van oktober 2024 hebben we gemeld dat het streven is dat die in de loop van 2025 door het Algemeen Bestuur van Regio Foodvalley wordt vastgesteld.

Die planning is op dit moment niet gewijzigd. Dit Uitvoeringsprogramma zal de thematische indeling van het RPLG volgen en blijft binnen de kaders van het RPLG, zowel op inhoud als t.a.v. het in de Kaderbrieven benoemde budget. 4. Circulair slopen en bouwen van stallen Dit project is vóór het RPLG als pilot gestart om bij te dragen aan het meer sluitend maken van de ketens in bouwmaterialen die vrijkomen met de sanering van vrijkomende agrarische bebouwing. Verder is beoogd inzicht te verkrijgen in de haalbaarheid van een zodanige verwerking van vrijkomend beton dat het zo hoogwaardig mogelijk kan terugvloeien in de bouwketen. Door het circulair verwerken van beton en het aanbieden van vrijkomende materialen en stallen kan er forse winst worden behaald voor zowel de duurzaamheid (CO2 uitstoot, grondstoffenbesparing) als de kosten. Ook draagt het hergebruik van beton, in de vorm van betongranulaat, en het vinden van afnemers voor vrijkomende stallen en bouwmaterialen bij om circulaire doelstellingen van de overheid voor 50% hergebruik in 2030 te behalen en geeft het de overheid de kans om circulariteit en samenwerking in de regio te ondersteunen. Dit project is in samenwerking met het Living Lab Foodvalley Circulair uitgevoerd. Er zijn ketenpartners gevonden voor de circulaire verwerking van beton.

Daarnaast zijn drie slooplocaties gekoppeld aan potentiële afnemers, die begeleid zijn bij de stappen die genomen moeten worden om te demonteren en te herbouwen op eigen kavel. Beoogd was om binnen het project een HUB locatie te vinden om materialen om te slaan. Dat is gelukt, maar uiteindelijk is daar vanaf gezien omdat bleek dat de exploitatiekosten hoger uitvallen dan verwacht én doordat er inmiddels door en bij partners alternatieven ontwikkeld en beschikbaar zijn. Momenteel wordt gewerkt aan twee uitvoeringssporen: 1) De ‘Betonstroom’: A. Betonketen sluitend maken in de hele Regio Foodvalley B. Vastlegging van proces en kwaliteitscriteria om betongranulaat te kunnen leveren aan betonindustrie binnen Foodvalley 2) Informeren en stimuleren C. Ontwikkelen van communicatiemiddelen (folder, website en documenten) om agrariërs te informeren, ondersteunen en motiveren circulair te slopen en bouwen D. Kennisdeling over circulair slopen en bouwen via het Agroloket van het Landbouwnetwerk

Datum: Betreft:

13-6-2025 Raadsinformatiebrief voortgang uitvoering RPLG en aanverwante ontwikkelingen in het landelijk gebied

5. Projecten onder het Schone Lucht Akkoord In het verlengde van, en deels als vervolg op het eerder opgestelde Manifest Gezonde Leefomgeving Veehouderij, hebben de gemeenten van Regio Foodvalley in 2020 het landelijke Schone Lucht Akkoord ondertekend. De gemeente Putten heeft dit in 2024 ook gedaan om aan te kunnen sluiten bij de projecten die wij als regio uitvoeren en opstarten. Dit is niet opgezet vanuit het RPLG, maar valt inhoudelijk voor een groot deel onder het thema emissiereductie van het RPLG. De onderstaande projecten zijn of worden uitgevoerd. In bijlage 3 is per onderdeel een korte omschrijving opgenomen. 1) Pilot Fijnstof-Emissie-Plannen: Ontwikkeling van een werkwijze waarmee pluimveehouders bedrijfsspecifiek inzicht krijgen in de uitstoot van fijnstof en wat helpt bij het kiezen van de juiste reductiemaatregelen (afgerond in 2023). 2) Verkenning ‘APK voor stallen’: Dit geeft invulling aan de APK voor stallen die in Manifest Gezonde Leefomgeving Veehouderij van 2016 wordt aangekondigd. Het is tevens een vervolg op het rapport van KokxDeVoogd ‘Juridische mogelijkheden om te komen tot scherper vergunnen in de veehouderijbranche’. Er wordt onderzocht wat in de praktijk bij omgevingsdiensten en andere betrokken partijen hiervoor nodig is.

3) Opleidingstraject (stal)technieken: Hiermee wordt ingezet op het vergroten van de kennis bij vergunningverleners, toezichthouders en ondernemers over juiste toepassing van reductietechnieken om de emissies in de veehouderijsector te verminderen. 4) Verkenning ‘scherper vergunnen industrie’ en benutten Toezicht: Concretisering van mogelijkheden en consequenties voor het scherper vergunnen. En verkennen van aanvullende maatregelen via toezicht (niet onder het RPLG). 5) Houtstook: Een subsidieregeling voor het definitief onbruikbaar maken of verwijderen van rookkanalen en een regionale communicatiecampagne (niet onder het RPLG). 6) Bijdrage Innovatie-ontwikkeling: Bijdrage aan de praktijkproef voor de (door)ontwikkeling van de ‘mestschuifel met stofbadhuis’ (niet onder het SLA, wel onder het thema emissiereductie van het RPLG) Voor de projecten 1 t/m 5 is co-financiering ontvangen of in aanvraag vanuit zogeheten Specifieke Uitkeringen van het Rijk. Onze bijdrage aan project 6 is onderdeel van meerdere financieringsstromen. 6. Lopende trajecten Co-financiering Regio Deal Foodvalley Onlangs is bekend geworden dat de nieuwe Regio Deal-aanvraag is gehonoreerd met een bijdrage van €25 miljoen. Een positieve stap voor onze regio. Deze middelen stellen ons in staat om samen met partners en het Rijk te investeren in een veerkrachtige en toekomstbestendige leefomgeving.

Tijdens de raadsinformatiebijeenkomst op 16 april 2025 hebben we u hierover geïnformeerd. We werken nu aan een convenant met het Rijk waarin we onze gezamenlijke opgaven en (hoofd)doelen verder concretiseren en vastleggen. Een van de (hoofd)doelen is het stimuleren van de innovatie- en organisatiekracht van het MKB en de agrifood sector rondom de thema’s economie van de toekomst om de schaarsprong mogelijk te maken en voldoende arbeidsplaatsen in de regio te faciliteren. Hier wordt de link met de uitvoering van het RPLG verder uitgewerkt. We maken afspraken over wie doet wat (Rijk en Regio) en de financiële investeringen per programmalijn vanuit het Rijk. We zijn nu ook het proces aan het uitlijnen hoe we komen tot een projectselectie die bijdraagt aan de doelen. Een afwegingskader en opdracht aan een toetsingscommissie met ‘gezaghebbenden’ maakt daar onderdeel van uit. Het Algemeen Bestuur zal dit afwegingskader en de opdracht aan de toetsingscommissie vaststellen. U wordt hierover geïnformeerd. Voor alle gemeenten en andere partners in Regio Foodvalley, die uiteindelijk geselecteerd worden voor een bijdrage uit de Regio Deal, betekent dit dat investeringen die zij doen, via regionale samenwerking een multipliereffect krijgen.

Datum: Betreft:

13-6-2025 Raadsinformatiebrief voortgang uitvoering RPLG en aanverwante ontwikkelingen in het landelijk gebied

Experimenteerlocaties In de raadsinformatiebrief van oktober 2024 schreven wij over de mogelijke toekenning van een fieldlab. De openstelling van de betreffende regeling was later dan toen voorzien, zodat wij hierover op dit moment (mei 2025) nog geen duidelijkheid hebben. De definitieve regeling is door het Rijk hernoemd naar ‘Experimenteerlocaties”. Bij toekenning is hier ook sprake van een forse multiplier op de bijdrage vanuit onze regionale samenwerking. In de beoogde Experimenteerlocatie Foodvalley Waardeert staan boerenoplossingen op basis van vakmanschap centraal. Om deze boerenoplossingen beter en meer te laten landen in de praktijk is voorzien in drie ondersteunende Labs: Het ImpactLab meet en monitort en werkt aan borgen en belonen. Ook wordt gerekend ean toekomstperspectief voor de landbouw in regio Foodvalley. Het OrganisatieLab (met daarin ook ambtenaren van verschillende overheden) werkt aan het beter organiseren van het systeem om de boer heen, waarin de boerenoplossingen nog te vaak tegen diverse knelpunten aanlopen op gebied van wet- en regelgeving, financiering etc. Het KennisLab onderzoekt hoe kennisontwikkeling en kennisdeling zó plaatsvindt dat er vlottere kennisdoorstroming plaatsvindt. Het groene MBO en HBO zijn actief aangehaakt.

Centraal staan een aantal (meestal gemengde) praktijkbedrijven met kalveren, pluimvee, melkvee en/of loonwerk/akkerbouw waar intensief wordt gemeten en gemonitord. Deze bedrijven zijn op hun eigen manier bezig met kringlooplandbouw. Daar omheen is een schil van bedrijven die ook experimenteren. Kennis die hier wordt ontwikkeld en geïmplementeerd wordt breed gedeeld. In de visie van Fieldlab Foodvalley Waardeert worden complexe agrarische problemen het best opgelost op de werkvloer in de regio, Als deze aanvraag wordt toegekend, combineren wij de uitvoering met het Fieldlab wat de provincie Utrecht in voorbereiding heeft voor het Utrechtse deel van de Regio. Dat Fieldlab kent een grotendeels vergelijkbare aanpak, met enkele andere inhoudelijke accenten. Als de aanvraag wordt toegekend, leidt dit tot een werkbudget van bijna 7,5 miljoen euro voor 5 jaar, waarvan 400.000 euro (80.000 per jaar) vanuit het programmabudget vanuit de gemeenten voor uitvoering van het RPLG. Voortzetting Meetnetwerken In de Regio Deal Foodvalley hebben we als Regio, provincies en Rijk, in samenwerking met de kennisinstituten, relevante meetnetwerken gerealiseerd binnen het zogeheten Spoor 1 “Toekomstbestendige landbouw”, met de werktitel ‘Boer aan het Roer’. Daarmee is veel geleerd over bedrijfsemissies en omgevingswaarden.

Gezamenlijk hechten wij een groot belang aan het voortzetten en doorontwikkelen van deze meetnetwerken, zodat resultaten kunnen worden geboekt in het oplossen van de stikstofcrisis, ontwikkeling van doelsturing en monitoring van gebiedsaanpak. De financiering vanuit de ‘oude’ Regio Deal eindigt eind mei 2025 en daarom zijn we vanuit Regio Foodvalley al geruime tijd in overleg met alle partners om te komen tot een projectvoorstel voor het vervolg en bijbehorende financiering. Op het moment van schrijven (mei 2025) is er zicht op financiering voor overbrugging tot oktober 2025 en voor een paar jaar vanaf oktober. Als daar meer duidelijkheid en zekerheid over is, zal daar uiteraard over gecommuniceerd worden. Als de financiering definitief wordt, heeft de gemeentelijke regionale samenwerking geleidt tot financiering vanuit de hogere overheden van enkele miljoenen euro’s.

Datum: Betreft:

13-6-2025 Raadsinformatiebrief voortgang uitvoering RPLG en aanverwante ontwikkelingen in het landelijk gebied

De voorzetting en doorontwikkeling van de meetnetwerken richt zich in hoofdlijnen op: • Het geven van handelingsperspectief aan de ondernemer (met de boer aan het roer), door inzicht te geven in de relatie tussen management door de ondernemer en emissies en in te zetten op benchmarking; • Het juridisch houdbaar maken en ondersteunen van vergunningverlening en het ontwikkelen van doelsturing; • Vergroten van inzicht in de relatie emissie-verspreiding-depositie op basis van analyse van verbanden tussen de meetnetwerken en het daarmee verbeteren van modellen; • Monitoring van stikstofreductie in de gebiedsaanpak.

7. Lobby met betrekking tot stikstofaanpak Op basis van een stikstofconferentie in februari 2025 hebben we een samenhangend pakket oplossingen voor het stikstofslot opgesteld en op 5 maart 2025 aangeboden aan de ministeriële commissie Economie en Natuurherstel (‘Commissie Schoof’). En op 1 april aan de vaste Kamercommissie LVVN. Voor het nieuwsbericht en het document, zie: Regio Foodvalley: met stevige maatregelen het stikstofprobleem oplossen | Regio Foodvalley. Op 25 april 2025 heeft het Kabinet haar startpakket gepresenteerd voor de stikstofaaanpak. Onze conclusie over dit pakket is dat de stikstofplannen van het kabinet te weinig houvast bieden voor ondernemers en overheden in Regio Foodvalley. Zie ook: Regio Foodvalley: stikstofpakket kabinet biedt onvoldoende perspectief | Regio Foodvalley. Om niet af te wachten werken wij momenteel met diverse deskundigen en stakeholders aan een Uitvoeringsplan stikstof, gebaseerd op het eerder door ons gepresenteerde pakket met oplossingen. Wij zullen de regering uitnodigen om met ons samen te werken aan de uitvoering van dat plan. Tot slot Wij gaan ervan uit dat wij u met bovenstaande informatie goed informeren over wat we als regiogemeenten samen met onze partners doen in en voor ons landelijk gebied, ondanks alle onzekerheden.

Met vriendelijke groet, namens het Algemeen Bestuur Regio Foodvalley,

Monique Esselbrugge directeur

René Verhulst voorzitter

BIJLAGE 1: Overzicht lopende activiteiten RPLG en beknopte beschrijvingen

it oering

BEKNOPTE TOELICHTING BIJ SCHEMA UITVOERING RPLG - MEI 2025

0-Meting Groenblauwe Dooradering (GBDA) Wat is het? In het RPLG hebben we afgesproken dat in 2050 er 10% Groenblauwe dooradering (GBDA) gerealiseerd is in het landelijk gebied, buiten Natura 2000. Dat gaat om kwalitatieve groene en blauwe landschapselementen, zoals houtsingels, hagen en natuurvriendelijke oevers, om bij te dragen aan biodiversiteit, klimaatadaptatie en waterkwaliteit. Hoe staan we ervoor? Om gericht te kunnen werken aan 10% GBDA moeten we weten wat het huidige percentage is. Daarvoor werken we aan een 0-meting. We benutten daarvoor GIS-kaarten van een gespecialiseerd bedrijf, die onder meer via satellietbeelden zijn opgesteld. Het bepalen van het huidige percentage voor de 0meting gaat niet alleen om de aanwezige strekkende en vierkante meters, want er moet ook sprake zijn van voldoende kwaliteit om mee te tellen. Daarnaast worden voorstellen ontwikkeld voor de realisatie van de 10% in de komende jaren. Dat gaat ook over de mogelijkheden voor financiering, zowel t.a.v. budgetten als t.a.v. de kansen voor het verdienmodel van grondeigenaren. Dit wordt afgestemd met de plannen t.b.v. de Basiskwaliteit Natuur, de ontwikkeling van Uitloopgebieden en de ontwikkeling van beekdalen in het kader van het bodem- en waterbeheer. Planning De verwachting is dat de 0-meting medio 2025 klaar is en de voorstellen voor realisatie tegen het einde van 2025.

0-Meting Basiskwaliteit Natuur (BKN) Wat is het? Basiskwaliteit Natuur (BKN) is de set van condities (abiotiek, inrichting en beheer) die algemene soorten nodig hebben om algemeen te blijven of te worden. Zonder deze condities zullen de algemene soorten achteruitgaan. Basiskwaliteit Natuur richt zich met name op de delen van het landelijk en stedelijk gebied waar natuur niet de primaire functie is. Als in deze gebieden de kwaliteit van de leefomgeving op orde is, profiteert alle natuur daarvan mee. Basiskwaliteit Natuur is hiermee een aanvulling op bestaande beleidsdoelen voor natuur, zoals de Vogel- en Habitatrichtlijn, die zich juist richt op de bedreigde soorten en zeldzame habitats. Hoe staan we ervoor? In samenwerking met gemeenten, waterschap, provincies en het ministerie van LVVN is een plan van aanpak vastgesteld opgesteld, waarin als eerste stap een nulmeting voor de regio wordt uitgevoerd. Deze nulmeting is gericht op het meten van algemene soorten (vogels, vlinders en amfibieën) per landschapstype. De volgende stap is dat we toewerken naar een advies over streefwaarden en voorstellen doen voor de realisatie. Bij de nulmeting zijn diverse stakeholders betrokken (zoals LTO GV, BoerenNatuur, SLG en de Bekenstichting) en deze blijven ook betrokken bij het opstellen van streefwaarden en realisatievoorstellen.

Planning De verwachting is dat de 0-meting medio 2025 klaar is en de streefwaarden met de voorstellen voor realisatie tegen het einde van 2025.

Datum: Betreft:

13-6-2025 Raadsinformatiebrief voortgang uitvoering RPLG en aanverwante ontwikkelingen in het landelijk gebied

Verkenning mono-mestvergisting t.b.v. biogas Wat is het? De Energieraad Foodvalley heeft in 2024 een verkenning laten doen naar mogelijke initiatieven voor mono-mestvergisting t.b.v. de produktie van biogas. Die verkenning betrof ook het in beeld brengen van kansen, knelpunten en vraagstukken, zie: Innovatie in de agrarische sector: duurzame energie uit verse mest | Regio Foodvalley Eind 2024 heeft de Energieraad opdracht gegeven voor een verdieping van die verkenning voor de meest kansrijke initiatieven. Hoe staan we ervoor? Deze vervolgverkenning omvat vijf potentiële initiatieven, waarvan bij twee inmiddels is geconstateerd dat er factoren zijn die tot gevolg hebben dat deze twee initiatieven niet verder ontwikkeld worden. Voor de andere drie wordt nog gewerkt aan het onderzoek naar een mogelijke businesscase, waaronder een proefaanvraag voor een vergunning. Planning De resultaten van deze fase worden in de loop van 2025 verwacht.

Uitloopgebieden Wat is het? In de Verstedelijkingsstrategie is afgesproken dat we ervoor zorgen dat er 2.000 ha uitloopgebied gerealiseerd wordt. Deze opgave is belegd in het landelijk gebied en benoemd in het RPLG. In beide documenten is aangegeven dat dubbelgebruik het uitgangspunt is. Binnen Foodvalley hebben we echter geen definitie of criteria die objectief aangeven wanneer een gebied als zodanig kan worden aangemerkt. Ook de manier waarop dit gefinancierd moet worden is nog niet duidelijk. Hoe staan we ervoor? Er zijn twee werkgroepen actief: • Werkgroep NOVEX samenwerking: Onderzoekt de definitie, herbenoeming van de term uitloopgebieden en financiële/bestuurlijke mogelijkheden van uitloopgebieden en verkent de ruimtelijke inpassing. • Werkgroep regionale toepassing: Richt zich op de implementatie van de uitkomsten van de NOVEXwerkgroep binnen Regio Foodvalley. Deze werkgroep onderzoekt hoe het situeren en inrichten van uitloopgebieden in onze regio het beste kunnen worden toegepast, door relevante opgaven naast elkaar te leggen en te leren van bestaande initiatieven. Planning De bevindingen vanuit de NOVEX-werkgroep worden medio 2025 opgeleverd, waarna het vervolgtraject wordt bepaald m.b.t. bestuurlijke keuzes. Het streven is om in het najaar van 2025 hierover bestuurlijke keuzes te maken.

Vestigingsklimaat Wat is het? De werkgroep Vestigingsklimaat richt zich op het behouden en versterken van de aantrekkelijkheid van Regio Foodvalley voor de agrosector. Dit sluit aan bij de ambitie van de regio om gidsregio te zijn voor duurzame en innovatieve voedselproductie. De werkgroep onderzoekt welke ruimtelijke, beleidsmatige en economische voorwaarden nodig zijn voor een toekomstbestendig vestigingsklimaat. Hierbij is specifieke aandacht voor thema’s als functieverandering, circulaire landbouw, aanvullende verdienmodellen en slimme gebiedsinrichting. Hoe staan we ervoor? Binnen de werkgroep wordt momenteel gewerkt aan een plan van aanpak. Hierin wordt onder meer gekeken naar gemeentelijk ruimtelijk ordeningsbeleid (RO) en waar binnen bestaande knelpunten ‘quick wins’ te realiseren zijn om het vestigingsklimaat in Regio Foodvalley te verbeteren.

Datum: Betreft:

13-6-2025 Raadsinformatiebrief voortgang uitvoering RPLG en aanverwante ontwikkelingen in het landelijk gebied

Planning Er is nog geen inhoudelijke planning van activiteiten. Dit volgt uit het op te stellen Plan van aanpak.

Verkenning grondinstrumenten Wat is het? De regio onderzoekt welke grondinstrumenten nodig zijn voor het realiseren van het RPLG, wat haalbaar is en hoe die het beste gerealiseerd kan worden: op welke schaal en met welke partners. Dat kan bijvoorbeeld gaan om (lokaal) grondbeleid, een grondfonds of wettelijke instrumenten. de mogelijkheden voor een gezamenlijk grondfonds of grondinstrument. Hierbij wordt gekeken naar de rol van gemeenten, zowel individueel als collectief. Hoe staan we ervoor? In de lijn van deze verkenning heeft de gemeente Ede in het najaar van 2024 het Handelingskader Grondbeleid Landelijk Gebied met een grondstrategie vastgesteld. In de werkgroep wordt verkend of en hoe dit als inspiratie door de andere gemeenten benut kan worden en wat er nog meer nodig is om gezamenlijk te werken aan en toekomstbestendig landelijk gebied binnen de kaders van het RPLG Planning Er is nog geen planning voor het vervolg.

Onderzoek perspectief veevoedersector Wat is het? Het onderzoek Toekomstperspectief veevoedersector Regio Foodvalley verkent de toekomst van de veevoedersector in relatie tot de krimp van de veehouderij. Het doel is inzicht bieden in duurzame bedrijfsvoering en mogelijke clustering van bedrijfslocaties. Een belangrijk aanleiding voor dit onderzoek is ook de NOVEX-opgave voor binnenstedelijke verdichting. Hoe staan we ervoor? Uit voorlopige bevindingen blijkt dat de krimp in de veehouderij de veevoedersector zal raken, met verschillen per diercategorie. Marktuitbreiding biedt beperkte compensatie, terwijl specialisatie en optimalisatie kansen creëren. Sluiting van enkele bedrijven lijkt onvermijdelijk, afhankelijk van factoren als technische staat, productiecapaciteit, flexibiliteit en vergunningen. Planning Het concept-eindrapport zal midden Q2 beschikbaar zijn, aan de hand van dit rapport wordt gekeken naar een vervolgtraject.

Datum: Betreft:

13-6-2025 Raadsinformatiebrief voortgang uitvoering RPLG en aanverwante ontwikkelingen in het landelijk gebied

BIJLAGE 2: Kennisnotitie “Milieu-emissies uit de landbouw in Regio Foodvalley” (WEn , 2 juni 2025) Zie aparte bijlage

Datum: Betreft:

13-6-2025 Raadsinformatiebrief voortgang uitvoering RPLG en aanverwante ontwikkelingen in het landelijk gebied

BIJLAGE 3: Beknopte beschrijving projecten Schone Lucht Akkoord / Emissiereductie In het verlengde van, en deels als vervolg op het eerder opgestelde Manifest Gezonde Leefomgeving Veehouderij, hebben de gemeenten van Regio Foodvalley in 2020 het landelijke Schone Lucht Akkoord (SLA) ondertekend. De gemeente Putten heeft dit in 2024 ook gedaan om aan te kunnen sluiten bij de projecten die wij als regio uitvoeren en opstarten. Doordat de gemeente Putten in 2024 ook het SLA ondertekend heeft én sinds 2024 deelneemt aan het programma Landelijk Gebied, werken zij sindsdien (onder het SLA) aan projecten die de regio recent heeft geïnitieerd (en nog gaat initiëren). De meest recente voorbeelden hiervan zijn beschreven bij onderdelen 3 en 4. De deelname aan het SLA is niet opgezet vanuit het RPLG, maar valt inhoudelijk voor een groot deel onder het thema emissiereductie van het RPLG. De onderstaande projecten zijn of worden uitgevoerd. 7) Pilot Fijnstof-Emissie-Plannen Deze pilot gaf uitvoering aan het voorstel uit het Sectorplan (juni 2021) “Aanpak van de pluimveesector voor de reductie van de emissie van fijnstof (PM 10)” om met en voor pluimveehouders in de zwaarder belaste gebieden een Fijnstof Emissie Plan (FEP) op te stellen. De pilot heeft een werkwijze, een format en een groot aantal aanbevelingen opgeleverd, ook voor andere emissies en andere diersectoren.

Eindrapportage pilot fijnstof emissie plan (2023). 2) verkenning ‘APK voor stallen’ In het manifest Gezonde Leefomgeving Veehouderij van 2016 is afgesproken om op termijn een emissie-APK voor bestaande stallen in te voeren. In het landelijke SLA wordt dit ‘scherper vergunnen’ genoemd: het stellen van zo scherp mogelijke emissiegrenswaarden (onderkant van de BBT-range). In een eerder rapport van derden is uitgezicht wat daarvoor de juridische mogelijkheden zijn (KokxDeVoogd, november 2021, zie Landbouw - Schone lucht akkoord). Momenteel wordt voor Regio Foodvalley uitgewerkt en concreet gemaakt wat de mogelijkheden en de consequenties zijn. Wat vraagt dit van de werkprocessen van de omgevingsdiensten (Oddv, Udru en OdVeluwe) en wat is daar organisatorisch voor nodig. En vraagt dit van de samenwerking met gemeenten en provincies. Als dat in beeld is, komt de beleidsmatige vraag aan de orde of de regiogemeenten deze werkwijze daadwerkelijk willen invoeren. 3) Opleidingstraject (stal)technieken Door het onjuist toepassen van (stal)technieken bij veehouderijen gaat een deel van de potentiële emissiereductie verloren. Met dit opleidingstraject wordt ingezet op het vergroten van de kennis bij vergunningverleners, toezichthouders en ondernemers.

Het doel is om de toepassing bij zowel nog te vergunnen als vergunde (stal)technieken te verbeteren en zo de emissies in de veehouderijsector te verminderen. Het traject is opgedeeld in twee sporen. Het eerste spoor is gericht op de medewerkers van omgevingsdiensten. Het tweede spoor is gericht op ondernemers die gebruik maken van (stal)technieken. De exacte invulling van het opleidingstraject wordt afgestemd met onder andere de Omgevingsdienst de Vallei (OddV), Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU), Omgevingsdienst Veluwe (OdVeluwe) LTO en IPLO. 4) verkenning ‘scherper vergunnen industrie’ en benutten Toezicht Deze verkenning is vergelijkbaar met die voor de stallen. Het is geen onderdeel van activiteiten die in het RPLG zijn benoemd, maar binnen het SLA én binnen de brede opgaven voor emissiereductie wel net zo belangrijk. Ook hier gaat het om een concretisering voor Foodvalley in het verlengde van een rapport dat landelijk t.b.v. het SLA is opgesteld. Industrie - Schone lucht akkoord Dit project wordt gecombineerd met een verkenning welke mogelijke aanvullende maatregelen nog zouden kunnen worden toegepast om milieutoezicht van de omgevingsdiensten bij bedrijven in te zetten voor het terugdringen van emissies. En wat dit organisatorisch en financieel betekent voor het toezicht vanuit de omgevingsdiensten in de regio Foodvalley.

Datum: Betreft:

13-6-2025 Raadsinformatiebrief voortgang uitvoering RPLG en aanverwante ontwikkelingen in het landelijk gebied

5) Houtstook Voor dit thema geldt ook dat het niet in het RPLG wordt benoemd is, maar wel erg relevant is voor de luchtkwaliteit in de Regio. Er is een subsidieregeling ingevoerd voor het definitief onbruikbaar maken of verwijderen van rookkanalen. Het doel van deze subsidieregeling is om emissies en overlast van houtstook in bestaande wijken te terug te dringen en daarmee bij te dragen aan het realiseren van een gezondere leefomgeving. Een verlaging van de hoeveelheid houtrook levert gezondheidswinst en minder overlast op. Aan de subsidieregeling is een regionale communicatiecampagne gekoppeld. Hiermee worden inwoners geïnformeerd over de schadelijke effecten van houtstook en wordt handelingsperspectief geboden door hen te wijzen op de mogelijkheid om subsidie aan te vragen voor het verwijderen of definitief onbruikbaar maken van rookkanalen. 6) Bijdrage Innovatie-ontwikkeling Niet onder de vlag van het SLA, maar wel in het verlengde van het Manifest en de inzet van het Praktijkcentrum Emmissiereductie Veehouderij, leveren we een bijdrage aan de (door)ontwikkeling van de ‘mestschuifel met stofbadhuis’. Deze innovatie is erop gericht kippen schoner te laten scharrelen en stofbaden in een dikkere laag substraat.

Het gaat om het ontwikkelen van een praktijkrijpe oplossing voor de pluimveehouderij (opfok, legpluimvee, vleeskuikens en ouderdieren), waarmee de dieren een scharrel- en stofbadgebied kan worden geboden waarin ze hun natuurlijke gedrag kunnen vertonen, en waaruit tegelijkertijd de pluimveemest dagelijks (meermaals) verwijderd kan worden. Daardoor wordt de voornaamste bron van fijnstof én ammoniak in en uit pluimveestallen weggenomen, waardoor ook de emissies significant lager zullen zijn. De mestschuifel is in 2021 in een demonstratie-experiment twee maanden met succes getest in de pluimveestal van het Poultry Innovation Lab van het Poultry Expertise Centre in Barneveld. Zie https://www.nieuweoogst.nl/nieuws/2021/06/28/mestschuifel-slaagt-in-eerste-proefopstelling. De principes van het stofbadhuis zijn in 2021 in een eerste proef succesvol getest in de Kipster-stal in Venray. Beide technieken zijn in een fase A doorontwikkeld. Onze bijdrage wordt ingezet voor Fase B, een praktijkproef in een (kleinschalige) praktijkstal in Lunteren, waarbij ook indicatieve emissiemetingen (ammoniak en fijnstof) plaatsvinden.

Milieu-emissies uit de landbouw in Regio Foodvalley Kennisnotitie als onderdeel van de verkenning landbouw in Regio Foodvalley in 2050 ten behoeve van de uitwerking van het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied

Edo Gies, Twan Cals, Jan Cees Voogd

Wageningen Environmental Research 2 juni 2025

Disclaimer: Deze kennisnotitie geeft een eerste weergave van de resultaten van een onderzoek dat Wageningen Environmental Research in opdracht van Regio Foodvalley uitvoert naar de mate waarin met de gewenste doorontwikkeling van de landbouw volgens het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied de regionale doelen op het gebied van natuur, klimaat en water kunnen worden bereikt. De definitieve rapportage zal in september 2025 worden opgeleverd. Aan deze kennisnotitie kunnen geen rechten worden ontleend. Wageningen Environmental Research aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade die voortvloeit uit het gebruik van deze resultaten.

1. Inleiding Regio Foodvalley heeft een langjarig perspectief voor het landelijk gebied opgesteld: het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied (RPLG). Een perspectief dat gericht is op een vitaal platteland in een leefbare omgeving, met meer nieuw te bouwen woningen in een gezonde en groene leefomgeving, aandacht voor mobiliteit en bereikbaarheid, en rekening houdend met de behoefte aan duurzame voedselproductie en goede natuurbeleving. Het regionaal perspectief schetst de ambities, keuzes en acties die daarvoor nodig zijn. Er worden doelen gesteld op het gebied van water, natuur, klimaat en een gezonde leefomgeving, en er wordt een eerste ruimtelijke uitwerking geschetst van hoe het mogelijke landschap er op basis van historie, fysieke kenmerken, huidig gebruik en toekomstige ontwikkelingen in 2050 uit kan zien. Wageningen Environmental Research (WENR) werkt momenteel in opdracht van Regio Foodvalley aan een verdere uitwerking van de eerste schetsen van de ruimtelijke uitwerking in het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied. Daarbij wordt onderzocht in hoeverre met de gewenste doorontwikkeling van de landbouw de regionale doelen met betrekking tot natuur, klimaat en water bereikt kunnen worden, en hoe de landbouwsector er richting 2030–2050 uit kan zien.

Daarvoor is in beeld gebracht wat de primaire landbouw reeds sinds 2018/2019 tot 2023 heeft bereikt in vermindering van landbouwemissies, en wat er naar verwachting op basis van de autonome ontwikkeling in de landbouw en het vigerende beleid in 2030 nog bereikt kan worden. Deze kennisnotitie geeft de resultaten van deze analyse weer. Aanvullend hierop rekent WENR momenteel enkele generieke en gebiedsspecifieke maatregelen door die aansluiten bij de ruimtelijke strategie van het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied. Met behulp van modelberekeningen en gegevens over de landbouw en het agrarisch landgebruik in Regio Foodvalley zijn de emissies uit de landbouw berekend. Het resultaat van de analyse geeft inzicht in het handelingsperspectief en doelbereik voor de landbouw in Regio Foodvalley. Deze inzichten kunnen worden gebruikt in de onderbouwing voor de verdere uitwerking van het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied en de daarin te maken beleidskeuzes. Deze resultaten verschijnen, samen met de resultaten uit deze kennisnotitie, in september 2025.

3 | Wageningen Environmental Research Kennisnotitie 2 juni 2025

2. Primaire landbouw in Regio Foodvalley 2.1 Huidige situatie De agrifoodsector is van groot economisch belang voor Regio Foodvalley, waarin acht gemeenten (Barneveld, Ede, Nijkerk, Rhenen, Renswoude, Scherpenzeel, Veenendaal en Wageningen) samenwerken op dit gebied. Op 1 januari 2024 is de gemeente Putten aangesloten bij de programma’s Landbouw & Vitaal Platteland en Voeding & Gezondheid van Regio Foodvalley. Deze studie is daarom, voor zover mogelijk, voor negen gemeenten uitgewerkt. Daar waar resultaten voor Regio Foodvalley uit eerdere studies worden gebruikt, is de gemeente Putten niet inbegrepen. Dit wordt dan ook bij deze resultaten vermeld. In 2020 omvatte het agrocomplex van Regio Foodvalley (exclusief gemeente Putten) een bruto toegevoegde waarde (TGW) van 1,69 miljard euro. Dit is 12,9% van de totale bruto TGW van Regio Foodvalley. Landelijk is dit 7,2%. In Regio Foodvalley is binnen het agrocomplex de toelevering en verwerking de grootste deelsector (40,1%), gevolgd door de groothandel (36,1%). Tussen 2016 en 2020 heeft de bruto TGW van het agrocomplex in Regio Foodvalley zich sterker ontwikkeld dan in Nederland. In deze periode nam de bruto TGW van het agrocomplex in Regio Foodvalley toe met 18%, landelijk met 4%. Dit ligt ook ver boven de groei van de totale economie (4%) in Regio Foodvalley (Agrifoodmonitor Regio Foodvalley 2022).

Ten opzichte van andere agrocomplexen in Regio Rivierenland, Agrifood Capital, Regio Venlo en Flevoland ligt het aandeel van de TGW van het agrofoodcomplex in Regio Foodvalley in mindere mate bij de primaire landbouwsector, en meer bij groothandel, onderzoek en onderwijs (Agricola, 2019). Tegelijkertijd kenmerkt Regio Foodvalley zich wel als een regio met een hoge economische activiteit in de primaire landbouw (zie figuur 2.1). In 2020 maakte de primaire sector voor bijna 15% deel uit van de toegevoegde waarde van het agrocomplex (Agricola, 2019).

Figuur 2.1 De ruimtelijke verdeling van de standaardopbrengsten (SO) in de primaire land- en tuinbouw in 2023. De SO-norm is een gestandaardiseerde opbrengst (in euro) per ha of per dier die met een gewas of diercategorie gemiddeld op jaarbasis wordt behaald. Opbrengsten uit bedrijfstoeslagen, subsidies en multifunctionele activiteiten zijn niet in de norm meegenomen (Bron: agrimatie.nl, Wageningen Social en Economic Research).

4 | Wageningen Environmental Research Kennisnotitie 2 juni 2025

De primaire landbouwsector is de grootste ruimtegebruiker in de negen gemeenten in Regio Foodvalley en is daarmee gezichtsbepalend in de regio. De veehouderij is de grootste bedrijfstak in Regio Foodvalley. Van de ruim 1.600 agrarische bedrijven die in 2024 volgens de CBSLandbouwtelling zijn geregistreerd, zijn bijna 1.500 bedrijven veehouderijen (90%). Deze gebruiken 91% van het landbouwareaal en dragen voor 96% bij aan de standaardverdiencapaciteit (toegevoegde waarde) in de primaire agrarische sector in de regio. In vergelijking met de rest van Nederland komen er relatief veel vleeskalver-, pluimvee- en varkensbedrijven voor. De melkveehouderij is ook nadrukkelijk aanwezig in de regio en een deel van de veehouderijbedrijven bestaat uit veeteeltcombinaties. De akkerbouwbedrijven, die nagenoeg de resterende 9% van het landbouwareaal in het gebied gebruiken, produceren met name voedergewassen voor de veehouderij. Volgens het Landelijk Grondgebruiksbestand Nederland (peiljaar 2022) is ruim 33.000 ha, oftewel 42% van het totale areaal (ca. 78.000 ha), in gebruik als landbouwgrond. De geregistreerde agrarische bedrijven in Regio Foodvalley hebben in 2024 bijna 26.000 ha landbouwgrond in gebruik. Deze grond ligt grotendeels in de regio, maar kan ook daarbuiten liggen. Evenzo kunnen bedrijven van buiten de regio grond in Regio Foodvalley in gebruik hebben.

Dit bij de geregistreerde bedrijven behorende landbouwareaal is beduidend kleiner dan de ruim 33.000 ha landbouwgrond volgens het Landelijk Grondgebruiksbestand Nederland. Gies et al. (2020) beschrijven dat dit verschil wordt verklaard doordat een deel van deze landbouwgrond bestaat uit bebouwing, erven, tuinen e.d. in agrarisch gebied, en uit landbouwgrond die in particulier of hobbymatig gebruik is. Venema et al. (2022) hebben een analyse uitgevoerd naar de landbouwstructuur in Regio Foodvalley (incl. de gemeenten Bunschoten, Leusden, Putten en Woudenberg). Zij concludeerden op basis van statistieken uit 2020 het volgende:

•

Er komen relatief veel kleine bedrijven voor: ruim 60% van de bedrijven valt qua standaardverdiencapaciteit (SVC) in de categorie ‘zeer klein’ of ‘klein’ (landelijk ruim 50%), en 16% van de bedrijven in de categorie ‘groot’ of ‘zeer groot’; landelijk is dit ruim een kwart.

•

Het aantal dieren per bedrijf is in de meeste sectoren lager dan het landelijke gemiddelde. Een uitzondering is de vleeskalverhouderij.

• •

80% van de arbeidskrachten betreft gezinsarbeid. 10% van de bedrijven is biologisch, wat veel hoger is dan het landelijke gemiddelde. 7% van de totale cultuurgrond is biologisch (landelijk 4%). De pluimveehouderij kent het grootste aantal biologische bedrijven. Ook in de varkenshouderij en melkveehouderij zijn er relatief veel bedrijven met een biologisch keurmerk.

•

Verbredingsactiviteiten nemen toe en betreffen nu vooral natuurbeheer, huisverkoop, stalling en loonwerk.

•

Er komen relatief meer jonge ondernemers voor dan landelijk, maar de opvolging blijft nu achter. Op de melkvee- en pluimveebedrijven ligt het opvolgingspercentage het hoogst. De bedrijfstypen overige graasdieren-, varkens- en akkerbouw kennen een relatief grote groep bedrijven waarvan de ondernemer ouder is dan 51 jaar en waar geen potentiële opvolger is.

•

Er zijn daarnaast ook veel potentiële stoppers boven de 55 jaar, die een achtste deel van de cultuurgrond in de regio beheren.

De cijfers voor het aantal bedrijven, het landbouwareaal en het aantal dieren zijn geactualiseerd en staan tot peiljaar 2024 weergegeven in tabel 2.1. In de afgelopen decennia heeft een behoorlijke verandering plaatsgevonden in het aantal bedrijven, het areaal en de dieraantallen in Regio Foodvalley, en deze wijkt vaak af van het landelijk gemiddelde. Sinds 2000:

• •

Is het aantal bedrijven bijna gehalveerd: dit volgt de landelijke trend. Bedraagt de afname van het landbouwareaal 16%, en dit is daarmee het dubbele van de landelijke afname. Verhoudingsgewijs is het areaal voor veevoer (grasland en groenvoedergewassen) in 2024 2 procentpunt lager (90% van het landbouwareaal) dan in 2000 (92%).

•

Is de melkveestapel met ruim 30% gekrompen, terwijl er landelijk een lichte groei heeft plaatsgevonden. Het bijbehorende jongvee is in die periode gehalveerd.

•

Is het aantal vleeskalveren met ruim 40% gestegen in de regio. Deze toename is relatief groter dan de gemiddelde toename op landelijk niveau. Sinds 2020 is er wel sprake van een lichte afname.

5 | Wageningen Environmental Research Kennisnotitie 2 juni 2025

•

Is het aantal melkgeiten, een kleine diercategorie in 2000, enorm gestegen. De groei in de regio is relatief groter dan het landelijk gemiddelde.

•

Is het aantal varkens gehalveerd in de regio. De daling is relatief groter dan het landelijk gemiddelde.

•

Is het aantal leghennen redelijk gelijk gebleven, terwijl het landelijk gemiddelde een afname laat zien. Het aantal vleeskuikens schommelt sterk door de jaren heen, maar is sinds 2000 wel substantieel gestegen, alhoewel sinds 2018 geen grote veranderingen meer plaatsvinden.

Tabel 2.1 Overzicht kengetallen primaire agrarische sector in Regio Foodvalley (incl. gemeente Putten) voor peiljaar 2000, 2010, 2018, 2020, 2022 en 2024) en ontwikkeling tussen peiljaar 2000 en 2024 voor zowel Regio Foodvalley als Nederland (Bron: CBS Landbouwtelling, bewerkt door WENR). Regio Foodvalley

Trend 20002024

Aantal bedrijven

Agrarisch grondgebruik (ha)

2000

2010

2018

2020

2022

2024 Regio FV Nederland

3.245

2.423

1.857

1.765

1.692

1.660

-49%

-48%

30.697 30.497 26.712 26.178 25.901 25.738

-16%

-8%

•

Grasland

21.923 21.641 19.477 18.963 18.634 18.640

-15%

•

Groenvoedergewassen

6.217

7.114

5.248

4.879

4.686

4.617

-26%

•

Akkerbouw

2.287

1.478

1.740

2.042

2.287

2.177

-5%

Vleeskalveren (* 1000 dieren)

217

258

309

325

313

308

42%

29%

Melk- en kalfkoeien (* 1000 dieren)

34

29

28

25

24

23

-31%

3%

Jongvee melkveehouderij (*1000 dieren)

32

25

19

16

16

16

-52%

-27%

Melkgeiten (*1000 dieren)

4

16

35

41

38

37

+790%

384%

Fokvarkens (*1000 dieren)

62

47

40

37

32

30

-52%

-38%

Vleesvarkens (*1000 dieren)

440

373

297

252

241

209

-52%

-26%

Leghennen (*1000 dieren)

7.510

7.934

8.796

7.324

7.693

7.224

+3%

-8%

Vleeskuikens (*1000 dieren)

825

619

1.246

1.430

1.586

1.298

+57%

-21%

2.2 Ontwikkeling bedrijven en landbouwareaal Trendmatige afname aantal bedrijven Wanneer je naar de ontwikkeling in het verleden kijkt, lijkt schaalvergroting een welhaast ‘ijzeren constante’ in de landbouwgeschiedenis (Jongeneel, 2022). Er is een redelijk stabiele afname van het aantal agrarische bedrijven in Nederland en ook in Regio Foodvalley. Figuur 2.2 laat de afname van bedrijven zien in de periode 2000–2021. Deze trend verloopt redelijk gelijkmatig. De grootste afwijking vindt plaats in 2015–2016 als gevolg van een administratieve herdefiniëring van agrarische bedrijven (bedrijven moesten zich toen verplicht inschrijven bij de Kamer van Koophandel). Trendmatig is het aantal bedrijven over deze twee decennia met 2,3% per jaar gedaald in Regio Foodvalley. Trekken we deze ‘ijzeren constante’ door, dan komen we in 2035 en 2050 uit op respectievelijk 1.300 en 900 agrarische bedrijven.

6 | Wageningen Environmental Research Kennisnotitie 2 juni 2025

Figuur 2.2 Historische en toekomstige ontwikkeling (op basis van de historische trendmatige afname) van het aantal agrarische bedrijven in Regio Foodvalley, inclusief Putten (Bron: CBS StatLine en eigen bewerking WENR). Prognose aantal stoppers In 20201 zijn er in de CBS-Landbouwtelling vragen gesteld over de opvolgingssituatie op de agrarische bedrijven. De leeftijd van een bedrijfshoofd, in combinatie met het wel of niet aanwezig zijn van een opvolger, wordt vaak gehanteerd als een indicator voor het aantal agrarische bedrijven dat op den duur stopt. In Regio Foodvalley waren er van de ruim 1.750 bedrijven in 2020 circa 900 bedrijven (ruim 50%) met een bedrijfshoofd ouder dan 55 jaar. Van deze 900 bedrijven hebben 540 tot 610 bedrijven geen opvolger. Dus ruim eenderde van het huidige aantal bedrijven heeft een bedrijfshoofd ouder dan 55 jaar én geen opvolger. Absoluut gezien zijn het met name melkvee-, vleeskalver-, overige rundvee-, varkens- en akkerbouwbedrijven die de meeste potentiële stoppers kennen. De verwachting is dat deze bedrijven de komende 10 tot 15 jaar zullen stoppen. Als dit daadwerkelijk gebeurt, zijn er in 2035 nog circa 1.150 bedrijven, en valt het aantal bedrijven iets lager uit dan de prognose in figuur 2.

Daar komt nog bij dat grote ingrepen, zoals de opkoop van bedrijven door het Rijk om natuur-, water- en klimaatdoelen te halen, de afname van bedrijven naar verwachting nog verder zullen vergroten. Trendmatige afname landbouwareaal Figuur 2.3 laat de ontwikkeling zien van het areaal landbouwgrond in Regio Foodvalley. Het gaat hier om grond die in gebruik is bij agrarische bedrijven die gevestigd zijn in de regio. De grond zelf kan buiten de regio liggen. Andersom geldt ook: er zijn bedrijven van buiten Regio Foodvalley die grond in de regio gebruiken.

1

In de CBS-Landbouwtelling 2024 zijn deze vragen ook gesteld, maar deze data is momenteel nog niet beschikbaar.

7 | Wageningen Environmental Research Kennisnotitie 2 juni 2025

Figuur 2.3 Historische en toekomstige ontwikkeling (op basis van de historische trendmatige afname) van het areaal dat gebruikt wordt door agrarische bedrijven in Regio Foodvalley, inclusief Putten (Bron: CBS StatLine en eigen bewerking WENR). De afname van landbouwgrond toont eveneens een regelmatige daling (met uitzondering van de jaren 2009 en 2010). Het gaat om een daling van circa 0,73% van het areaal per jaar. Gies et al. (2020) constateerden dat deze afname in landbouwareaal veel sterker is dan het landelijke gemiddelde (0,4% per jaar). Als we ook deze trends doortrekken, dan zal tot 2035 circa 850 tot 3.000 hectare uit landbouwproductie worden genomen, en tot 2050 circa 2.300 tot 6.750 hectare.

2.3

Ontwikkeling landbouwemissies

2.3.1

Referentiejaren, huidige situatie en raming 2030

In deze studie wordt gebruikgemaakt van een aantal referentiejaren (2018 en 2019), de huidige situatie (2022 en 2023) en een raming van de emissies voor 2030, gebaseerd op autonome ontwikkeling en vigerend beleid. Het Rijk hanteerde tot voor kort 2018 als referentiejaar voor de reductieopgave van de stikstofemissies. In het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied heeft Regio Foodvalley dit referentiejaar overgenomen. In het recent gepresenteerde startpakket ‘Nederland van het slot’2 hanteert het kabinet nu peiljaar 2019 als referentiejaar. Voor de reductie van broeikasgasemissies geldt eveneens het peiljaar 2019 als referentiejaar. NB: om te voorkomen dat door veranderingen in referentiejaren en reductieopgaven de doelstelling steeds verandert, is het een optie om de doelen uit te drukken in een emissieplafond, restemissie of normconcentratie voor het betreffende doeljaar. De milieu-emissies in de basisjaren 2018, 2019, 2022 en 2023 zijn gebaseerd op de feitelijke situatie in de betreffende jaren, gebruikmakend van de landelijke methodiek van INITIATOR en NEMA (zie bijlage 1 voor een uitgebreidere beschrijving). De emissies voor deze jaren geven de feitelijke situatie weer, zoals deze ook in de landelijke emissieregistraties is opgenomen.

De milieu-emissies in 2030 zijn gebaseerd op ramingen conform de methodiek in de Klimaat- en Energieverkenning (KEV), waarin het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) jaarlijks een raming van de emissies van broeikasgassen en luchtverontreinigende stoffen rapporteert. In dat kader worden de

2

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/04/25/kamerbrief-startpakket-nederland-van-het-slot

8 | Wageningen Environmental Research Kennisnotitie 2 juni 2025

emissies voor de landbouwsector geraamd voor 2025–2035, met een doorkijk naar 2040 (voor KEV 2024, zie Cals et al., 2024). Uitgangspunten ramingen 2030 (zie Cals et al., 2024) De ramingen in de Klimaat- en Energieverkenning gaan uit van de meest waarschijnlijke ontwikkelingen van de landbouw in combinatie met de effecten van vastgesteld en voorgenomen beleid. Onder autonome ontwikkeling valt bijvoorbeeld de stijgende trend in melkproductie per koe en daarmee ook de forfaitaire fosfaatexcretie per koe, de trendmatige daling van het landbouwareaal, vernieuwing van stalsystemen, toename van opbrengsten per ha snijmais en toename van methaanemissie per koe en afname van het eiwitgehalte in het rantsoen. Onder vastgesteld beleid vallen onder andere de landelijke beëindigingsregelingen (o.a. LBV/LBV-plus) en de nieuwe derogatiebeschikking (afbouw en vervallen van derogatie). Op basis van de uitgangspunten in KEV 2024 neemt landelijk de rundveestapel flink af tussen 2022 en 2030: melkvee met 17% en vleeskalveren met 16%. Deze geraamde afname heeft te maken met de opkoopregelingen, afroming van fosfaatrechten bij verhandeling, toename van melkproductie per koe en extra krimp (ca. 11%) als gevolg van het vervallen van derogatie.

De varkensstapel en pluimveestapel nemen eveneens fors af, respectievelijk met 21% en 12-17%, als gevolg van de opkoopregelingen en afroming van varkens- en pluimveerechten bij verhandeling. Voor de overige diersoorten wordt het dieraantal gelijk gehouden. Het landbouwareaal neemt landelijk met 3% af tussen 2022 en 2030 en het wordt verwacht dat als gevolg van het afschaffen van de derogatie 5-10% van het grasland wordt omgezet naar bouwland. De bemesting van het landbouwareaal met dierlijke mest neemt af als gevolg van de maximale stikstoftoediening van dierlijke mest (170 kg N/ha) en de bemestingsvrije randen (5, 3 of 1 meter) op percelen langs waterlopen. Het gebruik van stikstofkunstmest neemt met 6% toe, omdat de totale stikstofgebruiksruimte wordt opgevuld (minder dierlijke mest, meer kunstmest), ondanks de 20% korting op de totale stikstofgebruiksruimte in de nutriëntenverontreinigde gebieden (NV) en grondwaterbeschermingsgebieden. Tot slot wordt aangenomen dat er meer emissiearme stallen komen die voldoen aan de eisen uit het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal; voorheen Besluit emissiearme huisvestingssystemen landbouwhuisdieren, Beh) en dat deze stallen in 2030 een betere werking hebben in de praktijk dan nu het geval is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=69b55a3e-4e46-40c6-9b16-7136b510c82f