CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-3.25 Memo B&W over programma duurzaamheid en energieprogramma d.d. 28-1-25

Gemeenteraad 5 februari 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ingekomen en uitgaande stukken20.629 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

GEMEENTE BARNEVELD

26

 

Legenda Energie Duurzame Mobiliteit Klimaatadaptatie

Programma activiteiten dragen bij aan ­meerdere doelen en pakken we (tijdelijk) via programmaniveau op. Doel is de a ­ ctiviteiten te borgen in de reguliere o ­ rganisatie.

Circulaire Economie

1

Goede voorbeeld

2

Duurzaam denken en doen

3

Iedereen meedoen

4

Met partners

5

Gebiedsgericht

6

Duidelijk verhaal

4

5

6

4

Q1 – Q3: Aanpak netcongestie

Biodiversiteit en Groen

Duurzaam Voedselsysteem

3

Programma activiteiten

2

In 2024 is veel gebeurd op het thema net­ congestie. Duidelijk is dat dit thema nog jaren speelt en dat we hier als organisatie goed op ingericht en voorbereid moeten zijn. Doel voor 2025 is om onze aanpak verder te ontwikkelen en deze vervolgens te borgen in de organisatie. Hierbij zullen we de gemeenteraad op de hoogte houden van de stand van zaken.

We werken steeds meer met het Afwegings­ kader duurzaamheid in projecten en ­begeleiden dit vanuit het Programma ­duurzaamheid. Doel voor 2025 is het gebruik en de doorontwikkeling van het afwegings­ kader in de standaardwerkwijze binnen ­projectmatig werken te borgen.

Heel 2024: Monitor doorontwikkelen De monitor van het Programma is klaar en delen we elk jaar. Tegelijkertijd is die continu in ontwikkeling. In 2025 zullen er meerdere beleidsstukken vastgesteld worden, die via het programma duurzaamheid gemonitord gaan worden. Denk in ieder geval aan het Klimaat­ adaptatieplan, Bomenbeleidsplan en het Grondstoffenbeleidsplan.

Q1-Q3: Toekomst programma in beeld Een brede consultatie in de organisatie en bij het bestuur zal leiden tot een voorstel voor de toekomst van het programma.

Thema Energie

Het jaar 2025 zal in het teken staan van nieuwe beleidsontwikkeling. Zowel provin­ ciaal, regionaal, als lokaal. De provincie werkt aan de Energiebeleidsprogramma, de regio aan de h ­ er­ijking van de Regionale Energiestrategie, en als gemeente werken we aan de lokale Energievisie. Daarnaast ligt de focus op het concreet ondersteunen van bewoners, door woningisolatie te ­faciliteren en mensen te informeren over verduurzamings­mogeljikheden.

1 5

Het proces van doorontwikkeling van de RES is in het najaar van 2024 opgestart. Verwachte besluitvorming volgt medio 2025. Binnen de doorontwikkeling wordt gekeken of het nodig is om het huidige bod over de opwek van duur­ zame energie aan te passen.

3

5

Q1 – Q3: Borgen Afwegingskader duurzaamheid

3

Q1-Q3: Doorontwikkeling RES Foodvalley

3

4

5

5

Heel 2025: Aanpak energie- en geldbesparing We helpen inwoners door de inzet van energie­ coaches aan huis; door besparingsacties te organiseren, brede informatievoorziening via het Energieloket en concreet en doelgroep­ gericht via de Lokale Isolatie Aanpak en de witgoedregeling (zie ook Hoofdstuk 4 Terugblik op 2024).

Thema Duurzame Mobiliteit

Ook in 2025 komen de activiteiten rondom Duurzame mobiliteit grotendeels voort uit de Bereikbaarheidsagenda van de regio Foodvalley. De reden hiervan is dat, waar mogelijk, de gemeenten binnen de regio Foodvalley samen optrekken rond dit thema. We hopen het thema, na vaststelling van de Omgevingsvisie, ook meer in plek in ons lokale beleid te geven.

6

6

Heel 2024: ‘De buurt in’ In 2024 zijn we gestart met laagdrempelig de buurt in te gaan. Dat zetten we voort in 2025. Het gaat om het aansluiten bij al georgani­ seerde momenten (door een buurt of vanuit andere gemeentelijke projecten), waarbij we als programma aanwezig zijn en ophalen wat er speelt. We zoeken hierbij de samenwerking met partners, zoals de Woningstichting.

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2024 EN JAARPLAN 2025

2

4

GEMEENTE BARNEVELD

Q1-Q4 Opstellen en vaststellen Energiebeleidsprogramma We werken aan een Energiebeleidsprogramma - een (mogelijk) beleidsprogramma onder de Omgevingswet. Dit is een integraal beleids­ kader voor energie - elektriciteit en warmte, opwek en besparing en infrastructuur. Het is hiermee een opvolger van de Enregievisie en de Warmtevisie. Het Energiebeleidsprogramma is in lijn met en volgt na vaststelling van de Omgevingsvisie.

Q1: Vaststellen nieuwe Laadvisie Aanvankelijk zou de nieuwe laadvisie eind 2024 door het college worden vastgesteld maar de prognoses voor elektrisch vervoer zijn later beschikbaar dan verwacht. Daarom verwachten wij vaststelling van de nieuwe laadvisie nu begin 2025. Het stuk zal ter kennisname naar de raad worden gestuurd.

27

 

3

4

1

Heel 2025: Werkgeversaanpak mobiliteit Onder de noemer ‘Slim op weg werken partijen en organisaties in Regio Foodvalley samen aan slimme, gezonde en duurzame mobiliteit. Voor werkgevers worden bijeenkomsten en activiteiten ­georganiseerd over duurzame mobiliteit. D ­ aarnaast is een mobiliteitsmakelaar beschikbaar die graag meedenkt met werk­ gevers die aan de slag willen met mobiliteits­ beleid. Via het platform Love to Ride kunnen werknemers, afdelingen en organisaties fiets­ challenges aangaan en mooie prijzen winnen.

1

2

5

6

Q3- Q4: Uitwerking Omgevings­ programma bereikbaarheid Naar verwachting kan begin 2025 worden gestart met de uitwerking van de Omgevings­ visie naar een beleidsprogramma Bereikbaar­ heid. Dit Omgevingsprogramma zal de opvolger zijn van het GVVP uit 2017.

Thema Klimaatadaptatie

2025 is het eerste jaar dat we gaan werken aan de uitvoering van het Klimaatadaptatie­ plan. De focus is allereerst om die uitvoering te concretiseren in het eerste uitvoerings­ plan Klimaatadaptatie. Dit omvat een samenhangend pakket van (niet)-infra­ structurele maatregelen met een uitgewerkt inzicht in de benodigde middelen en ­capaciteit.

1

3

Heel 2025: Reconstructie Hoevelakenseweg Dit is een lopende activiteit. Zie hoofdstuk 4 Terugblik op 2024.

2

5

Heel 2025: Vaststellen Klimaat­ adaptatie­plan en opstellen (en uitvoeren) uitvoeringsplan De vaststelling van het Klimaatadaptatieplan door de raad staat voor maart 2025 op de planning. In het Klimaatadaptatieplan worden nieuwe normen weergegeven en maatregelen voorgesteld om tot onze doelen te komen. Zie het klimaatadaptatieplan voor de activiteiten die in 2025 uitgevoerd gaan worden.

1

2

6

Q4: Vaststellen Bomenbeleidsplan Dit schuift door vanuit 2024. Het belangrijkste doel van het Bomenbeleidsplan is het behouden en ontwikkelen van bomen. ­Vaststelling door het college staat gepland voor oktober 2025 en de verwachting is dat het plan door de gemeenteraad in december 2025 wordt behandeld.

2

3

Heel 2025: Reconstructie Wolweg Dit is een lopende activiteit. Zie hoofdstuk 4 Terugblik op 2024.

Thema Biodiversiteit en Groen

5

5

6

Q3: Vaststellen Landschapsplan In 2024 is gestart met het opstellen van het Landschapsplan. Dit loopt door in 2025 en zal worden vastgesteld nadat de Omgevingsvisie is vastgesteld. Het Landschapsplan vertaalt de Omgevingsvisie naar de ontwikkeling van het landschap.

Thema Circulaire Economie Ook in 2025 werken we aan de uitvoering van het Biodiversiteitsplan. We werken dit jaar aan het betrekken van inwoners bij het uitbreiden van groen in onze gemeente. Ook zoeken we zoeken intern steeds meer de samenwerking, van beleid tot aan beheer en onderhoud.

3

4

6

Heel 2025: uitvoeren Biodiversiteitsplan Ook in 2025 gaan we aan de slag met groene initiatieven. Zo delen we in samenwerking met Stichting Landschapsbeheer Gelderland heggen, hagen en houtwallen uit onder inwoners en werken we aan het opzetten van een groen netwerk met externe partijen. Deze activiteiten zijn nog onder voorbehoud van een te ver­ lenen subsidie door de Provincie Gelderland. Ook breiden we de communicatie over inheemse mengsels en het maaibeleid uit. We maken een nulmeting biodiversiteit op ­verschillende locaties, om zo te kunnen ­monitoren wat het effect van ons beleid is.

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2024 EN JAARPLAN 2025

In 2025 blijven we werken aan de uitvoering van de Actieagenda Circulaire Economie. We sluiten slim aan bij bestaande processen en nemen deel aan Living Lab Foodvalley, waarbij we samenwerken met regio­ gemeentes.

GEMEENTE BARNEVELD

1

1

2

6

Q1-Q4 :Onderzoek Circulaire mogelijkheden project Grondbank + monitoring De nieuwe grondbank wordt naar een andere locatie verplaatst. Hiervoor wordt gekeken naar mogelijke manieren om circulariteit toe te passen zoals het maken van eigen compost en teelgrond.

1

2

6

Q1-Q4 :Circulaire uitvoeringseisen van eigen vastgoed ontwikkelingen + monitoring Om meer circulaire maatregelen te nemen in eigen vastgoedontwikkelingen, onderzoeken we op welke manier circulariteit kan worden meegenomen in de standaard uitvoerings­ eisen van vastgoedprojecten. Eén onderdeel hiervan is het onderzoeken naar de mogelijk­ heden van restwaarde voor maatschappelijk vastgoed.

1

2

6

Q1: Week van de circulariteit campagne met verschillende evenementen en communicatie In deze landelijke week van de circulariteit organiseren we meerdere activiteiten en ­evenement binnen de gemeente Barneveld.

6

Q1-Q4 :Hernieuwing grondstoffen beleidsplan + monitoring Het grondstoffenbeleidsplan wordt in 2025 hernieuwd. Hierbinnen heeft circulariteit duidelijk een plek gekregen. Een onderdeel hiervan is het uitvoeren van een onderzoek naar potentie voor een bouwkringloop.

1

2

6

Q1-Q4 Onderzoek naar de mogelijk­ heden voor toepassingen biobased bouwen Samen met de betrokken partijen gaan we in 2025 verder werken aan kansen rondom biobased bouwen en de vragen die daarbij komen kijken. Hiervoor werken we samen met organisaties zoals Building Balance, Cirkelstad en Foodvalley Living Lab, ondernemers, ­corporaties, ontwikkelaars en agrariërs.

28

 

Thema Duurzaam Voedselsysteem

2025 is het jaar waarin het Programma ­Waardevol Landelijk Gebied voor het eerst actief is. Het thema ‘Duurzaam Voedsel­ systeem’ is hierin opgenomen. De activiteiten onder het thema ‘Duurzaam Voedselsysteem’, zullen vanaf nu worden weergegeven in het jaarplan van het Programma Waardevol ­Landelijk Gebied bij het thema ‘Voedsel voor een gezond leven’

1

2

5

6

Q1- Q4 Intensiveren samenwerking programma’s Waardevol landelijk gebied en Duurzaamheid De verbinding tussen beide programma’s is groot en zien we op vrijwel alle duurzaam­ heidsthema’s terug. Dat maakt dat we ons komend jaar gaan richten op de samen­ werking tussen de twee programma’s en deze versterken.

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2024 EN JAARPLAN 2025

GEMEENTE BARNEVELD

29

6 Bijlage A Uitleg bij de gebruikte data

In deze bijlage geven we meer toelichting bij de gepresenteerde monitoring uit hoofdstuk 3. In dat hoofdstuk zijn meters te zien die in één oogopslag aangeven of we op koers liggen ten opzichte van de vastgestelde doelen. In deze bijlage duiken we daar wat meer in en leren we hoe het komt dat de meters staan waar ze staan. Dat doen we in deze bijlage voor alle weergegeven meters uit hoofdstuk 3 (de thema’s Energie, Duurzame Mobiliteit, Klimaatadaptatie en Circulaire Economie). Daarnaast delen we bij de overige thema’s ook wat meer informatie, al is dit niet verbonden aan een meter. De data achter de meters zijn afkomstig van verschillende bronnen en hebben betrekking op Barneveld, tenzij anders aangegeven. We streven ernaar zorgvuldig te zijn bij deze cijfers en grafieken. We zijn afhankelijk van beschikbare data, dit brengt met zich mee dat het voorkomt dat de meest recente data een of twee jaar achterloopt. Verder is het als achtergrond bij deze bijlage belangrijk om te benoemen dat de bevolking van de gemeente Barneveld flink is gestegen sinds 1990, met ongeveer 47 procent. Deze stijging in inwoners heeft directe gevolgen voor het energieverbruik, mobiliteit, en afval van woningen en op het behalen van gestelde (absolute) doelstellingen.

Werken met meters We hebben er voor gekozen om via meters weer te geven hoe we er voor staan. De betekenis van de kleuren hierbij is als volgt: > Rood we liggen niet op koers om onze doelstelling te halen > Geel we liggen op koers om onze doelstelling te halen > Groen we hebben onze doelstelling gehaald en gaan er zelfs voorbij

Niet op koers

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2024 EN JAARPLAN 2025

GEMEENTE BARNEVELD

Op koers

Doel gehaald

30

Energie Binnen het thema Energie zijn de volgende doelstellingen vastgesteld in bestaand beleid: > CO2- en energieneutraal in 2050; en 55 procent reductie van CO2-uitstoot in 2030 > 2 procent energiebesparing per jaar sinds 2015 > 20 procent duurzame opwekking in 2020 en 0.26 TWh opwekking hernieuwbare elektriciteit in 2030. Dit is doorvertaald naar 650.000 zonnepanelen (dak+land) in 2030 met de Zonneladder. Voor deze doelstellingen zijn vijf meetbare indicatoren gekozen om weer te geven hoe we ervoor staan. Deze indicatoren laten we hieronder zien, gevolgd door meer achtergrondinformatie. Het is hier belangrijk in gedachten te houden dat de lokale overheid niet op elke sector op dezelfde manier invloed heeft. Zo heeft de gemeente meer invloed op huishoudens en neemt hierbij een regulerende rol, terwijl de invloed op landbouw en industrie kleiner is en we hier als gemeente meer afhankelijk zijn van bijvoorbeeld beleid van de Rijksoverheid. Dit betekent dat we bij het behalen van de doelstelling rond CO2-reductie, maar voor een deel invloed kunnen uitoefenen.

Indicator 1 Reductie van CO2-uitstoot exclusief snelwegen1

Wat zegt de meter? Deze meter laat zien hoe we ervoor staan ten opzichte van de doelstelling ‘CO2 neutraal in 2050’. Op dit moment liggen we niet op koers om het doel te behalen. We staan op 10 procent CO2-reductie t.o.v. 1990. Figuur 1 laat zien dat we, om op koers te liggen om het besparingsdoel te halen, we nu rond de 44 procent moeten staan. Belangrijke reden waarom dat niet lukt, is omdat er na 1990 tot en met 2000 een grote toename (meer dan 20%) in uitstoot is geweest. Verklaring hiervoor zit onder andere in het feit dat de cijfers van de afvalverwerking in 1990 nog niet werden meegenomen in de metingen (maar er al wel was). Wel is er een aanzienlijke stijgende trend te zien.

50 percentage besparing

Bijlage A Uitleg bij de gebruikte data

ENERGIE

-50

Verminderen van CO2 uitstoot (koolstofdioxide)

Percentage vermindering van CO2-uitstoot t.o.v. 1990. Data uit 2022.

1990 Besparingsdoel

Doel 55% in 2030

Verandering t.o.v. vorig jaar

2010

2020

2021 2022 2023

Werkelijke besparing

Figuur 1 Besparing uitstoot CO2 sinds 1990

10%

2% 2021 10%

2000

2022

Bron: Emissieregistratie

1 De focus bij deze indicator ligt op koolstofdioxide. In de toekomst (na het vaststellen van het CO2 reductieplan) worden ook methaan en lachgas (CO2 equivalenten) meegenomen om een volledig beeld te creëren.

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2024 EN JAARPLAN 2025

GEMEENTE BARNEVELD

31

Bijlage A Uitleg bij de gebruikte data

ENERGIE

Figuur 2 laat de verdeling in uitstoot voor verschillende sectoren in Barneveld zien. Een groot deel is hierbij afkomstig uit de sector Verkeer en Vervoer (en daarbinnen met name de snelwegen) en de sector Gebouwde omgeving.

Indicator 2 Besparing van energieverbruik van woningen Verminderen van het energieverbruik door woningen Energieverbruik van woningen in TerraJoule. Data uit 2023.

500

doel 1142 TJ in 2030

450 400 350

Verandering t.o.v. vorig jaar

300 250 200 150

978 TJ

100

1163

978

2022

2023

50 0

2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 gebouwde omgeving (aardgas, elektr. en stadswarmte woningen) verkeer en vervoer incl. auto(snel)wegen (fossiele brandstoffen) industrie, energie, afval en water (aardgas en elektr.) landbouw, bosbouw en visserij, SBI A (aardgas, elektr.)

Figuur 2 CO2-uitstoot per sector sinds 2010. Bron: Berekening CO2-uitstoot o.b.v. emissiefactoren, emissieregistratie.

Wat zegt de meter? Met deze meter monitoren we hoe we ervoor staan wat betreft de doelstelling uit de Energievisie 2015-2020 om 2 procent energie per jaar te besparen. Dit is omgerekend naar waar we in 2030 zouden moeten uitkomen in Terra joule energieverbruik. We gaan specifiek in op woningen, omdat de CO2 uitstoot van de gebouwde omgeving hoog is en omdat we daar als gemeente invloed hebben via bijvoorbeeld de Warmtevisie en besparingsacties.

1500 1276

1000

1297

1305

1287

1280

1264

1237

verbruik doel 1017 978

500 0

2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023

2030

Figuur 3 Energieverbuik woningen in Terrajoule. Bron: Regionale Klimaatmonitor.

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2024 EN JAARPLAN 2025

GEMEENTE BARNEVELD

32

Bijlage A Uitleg bij de gebruikte data

ENERGIE

Op dit moment is het doel van 2030 behaald. Figuur 3 laat zien wat sinds 2015 het energieverbruik van wonen is geweest en vergelijkt dit verbruik met doel­ verbruik. Te zien is dat sinds 2023 het werkelijke verbruik lager is dan het doel. Tabel 1 laat zien wat sinds 2015 de procentuele verandering van het energie­ verbruik van woningen is geweest ten opzichte van het voorgaande jaar. Een percentage boven de 0 is een toename en een percentage onder de 0 een besparing in energieverbruik. Dit laat grote verschillen per jaar zien, factoren die meespelen in de afname/toename van het energieverbruik van woningen zijn bijvoorbeeld hoe koud een winter geweest is of hoe hoog de energieprijzen waren. Er zijn drie jaren waar de doelstelling van 2% energiebesparing per jaar behaald is, namelijk 2015, 2022 en 2023.

Indicator 3 R  eductie van energieverbruik van bedrijven en instellingen Verminderen van energieverbruik door bedrijven en instellingen Energieverbruik in Terrajoule. Data uit 2022.

Doel 859 Tj in 2030 Verandering t.o.v. vorig jaar

Procentuele verandering energieverbruik woningen 2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Gemeente Barneveld

-3,4%

1,6%

0,6%

-1,4%

-0,6%

-1,2%

0,4%

-8,3%

-15,9%

Nederland

-4,0%

-1,0%

-0,5%

1,7%

-0,5%

0,4%

-0,1%

-10,4%

?

Tabel 1 Procentuele verandering energieverbruik t.o.v. het vorige jaar van woningen in vergelijking met gemiddelde van Nederlandse gemeenten. Bron: Regionale Klimaatmonitor

Tabel 2 laat zien hoe we ervoor staan wat betreft onze doelstelling om in 2050 een aardgasvrije gebouwde omgeving te hebben. Op dit moment is 4% van de woningen aardgasvrij, dit was in 2022 nog 3%. Aardgasvrije woningen worden elektrisch verwarmd. Bij 3% van de woningen is het type verwarmingsinstallatie onbekend, een deel van deze woningen is mogelijk aardgasvrij maar er zit waarschijnlijk ook een aantal woningen bij die deels met houtstook verwarmd wordt. Het doel is om in 2030 zo’n 20% van de woningen aardgasvrij te verwarmen (Warmtevisie 2021). Individuele CV

Blokverwarming

Stads­verwarming met gasverbruik

Stads­­verwarming zonder gasverbruik

Elektrisch verwarmd met gasverbruik

Elektrisch verwarmd zonder gasverbruik

Type installatie onbekend

Gemeente Barneveld

87%

2%

0%

0%

3%

4%

3%

Nederland

79%

6%

0%

6%

2%

4%

2%

845Tj

939

845

2021

2022

Wat zegt de meter? Deze meter geeft inzicht in het energieverbruik van bedrijven en instellingen. Met deze meter monitoren we hoe we ervoor staan wat betreft de doelstellingen uit de Energievisie 2015-2020 om 2% energie per jaar te besparen. Dit is omgerekend naar waar we in 2030 zouden moeten uitkomen in Terra joule energieverbruik. We gaan specifiek in op de bedrijven en instellingen, omdat we daar als gemeente een faciliterende rol spelen. Aan de hand van de meest recente data uit 2022 vanuit Klimaatmonitor, is het doel behaald.

Tabel 2 woningen in Barneveld naar hoofdverwarmingsinstallaties in 2023 – Bron geraadpleegd op 15 oktober 2024: Hoofdverwarmingsinstallaties woningen, 2022-2023 | CBS

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2024 EN JAARPLAN 2025

GEMEENTE BARNEVELD

33

Bijlage A Uitleg bij de gebruikte data

ENERGIE

1200 1000 800 600

316

762

311

736

1200

297

274

780

262

760

729

234

249

666

690

209 636

400 200 0

1100 1078

1000

1077 1047

1034

991 939

900 2015

2016

2017

2018

Commerciële dienstverlening (aardgas, incl. electriciteit, railverkeer)

2019

2020

2021

2022

Publieke dienstverlening (aardgas, en electriciteit)

800

900 845

2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 Verbruik

2030

Doel

Figuur 4 Energieverbruik bedrijven en instellingen in Terrajoule. Bron: CBS.

Figuur 5 Energiegebruik bedrijven en instelleingen t.o.v. van het doel in 2030. In Terrajoule. Bron: CBS

Figuur 4 laat het absolute energieverbruik in Terrajoule zien van bedrijven en instellingen.

Figuur 5 laat ons zien dat het energieverbruik door bedrijven en instellingen sinds 2015 is gedaald. Bedrijven en instellingen die actief zijn in de commerciële en publieke dienst­verlening worden hier meegenomen. In de tabel hieronder is te zien wat voor soort bedrijven en instellingen onder deze twee sectoren vallen.

Procentuele verandering energieverbruik bedrijven en instellingen Commerciële dienstverlening Publieke dienstverlening

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

3,2%

-3,4%

6%

-2,6%

-4,1%

-8,6%

3,5%

?

4,5%

-1,6%

-4,4%

-7,7%

-4,5%

-10,8%

6,7%

?

Tabel 3 Procentuele verandering energieverbruik van bedrijven en instellingen sinds 2015. Bron: Regionale Klimaatmonitor

Tabel 3 laat zien dat in de meeste jaren meer dan de beoogde besparing behaald is, namelijk 2% energiebesparing per jaar vanaf 2015.

Commerciële dienstverlening

Publieke dienstverlening

Handel (SBI G)

Openbaar bestuur en overheidsdiensten (SBI O)

Vervoer en Opslag incl. elektr. railverkeer (SBI H)

Onderwijs (SBI P)

Horeca (SBI I)

Gezondheids- en welzijnszorg (SBI Q)

Informatie en communicatie (SBI J)

Cultuur, sport en recreatie (SBI R)

Financiële dienstverlening (SBI K)

Overige dienstverlening (SBI S)

Verhuur en handel van onroerend goed (SBI L)

Extraterritoriale organisaties (SBI U)

Specialistische zakelijke diensten (SBI M) Verhuur en overige zakelijke diensten (SBI N) Tabel 4 Bron: Regionale Klimaatmonitor.

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2024 EN JAARPLAN 2025

GEMEENTE BARNEVELD

34

Bijlage A Uitleg bij de gebruikte data

ENERGIE

Indicator 4 Opwekking van hernieuwbare elektriciteit verhogen Meer opwekking van duurzame elektriciteit elektriciteit

Figuur 6 geeft weer dat bijna 40 procent van de woningen in de gemeente Barneveld zonnepanelen heeft liggen. Dit ligt boven het Nederlandse gemiddelde.

Opwekking in TerraJoule. Data uit 2023.

doel 936 TJ in 2030 Verandering t.o.v. vorig jaar

351 TJ

317

351

2022

2023

% 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0

33%

4%

5%

7%

11%

15%

20%

39%

24%

2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023

Figuur 6 Percentage woningen met zonnepanelen. CBS november 2024

Wat zegt de meter? Met deze meter geven we weer hoe we er voor staan ten opzichte van de in de RES 1.0 geborgde doelstelling op het gebied van duurzame elektriciteits­ opwekking. We liggen daarmee op koers en dat komt met name doordat we in de gemeente Barneveld veel zonnepanelen, zowel op daken als op land, hebben liggen. Wat betreft zonnepanelen hebben we een doelstelling van 650.000 panelen in 2030, uit de Zonneladder. Op dit moment liggen we goed op koers met ca. 430.000 panelen.

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2024 EN JAARPLAN 2025

GEMEENTE BARNEVELD

35

Bijlage A Uitleg bij de gebruikte data

ENERGIE

Indicator 5 CO2-reductie interne gemeentelijke organisatie

Besparing CO2-uitstoot interne organisatie 7000

CO2-reductie interne gemeentelijke organisatie

Percentage vermindering van CO2-uitstoot van de interne organisatie t.o.v. 2015. Data uit 2023.

6000 5000 4000

doel 55% in 2030

3000 Verandering t.o.v. vorig jaar

2000 1000

46%

49%

46%

2022

2023

0

2015

2017

2019

2021

2023

2030

Figuur 7 CO2-uitstoot van de gemeentelijke organisatie sinds 2015 t.o.v. doel in 2030. Bron: CO2 prestatieladder gemeente Barneveld.

Wat zegt deze meter? Met deze meter monitoren we hoe we ervoor staan t.o.v. de vastgestelde doel­stelling ‘CO2 en energieneutraal in 2050’ en dan specifiek voor onze eigen organisatie. We vinden het belangrijk dat we als organisatie het goede voor­ beeld geven en we werken hieraan via de CO2 prestatieladder en bijbehorende certificering. Hier liggen we mooi op koers om de doelstelling voor 2030 te halen. Dit is te zien in figuur 8.

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2024 EN JAARPLAN 2025

GEMEENTE BARNEVELD

Figuur 7 laat duidelijk zien dat we als gemeentelijke organisatie steeds meer CO2 besparen ten opzichte van 2015. We zien een toename in 2019, dat komt doordat we er in dat jaar voor gekozen hebben om niet te werken met groen certificaten voor onze ingekochte energie. In 2023 is het CO2-verbruik iets toegenomen ten opzichte van 2022. Dit komt vooral door een toename in brandstofverbruik van het wagenpark.

36

Bijlage A Uitleg bij de gebruikte data

DUURZAME MOBILITEIT

Duurzame mobiliteit: klimaatneutrale mobiliteit in 2050 Binnen het thema Duurzame Mobiliteit zijn de onderstaande doelstellingen vastgesteld in bestaand beleid: > CO2- en energieneutrale mobiliteit 2050; en Voor de sector Verkeer en Vervoer in 2030 17 procent CO2-reductie ten opzichte van 1990 (GVVP 2017). > Verhogen aantal publieke laadpunten tot 1200 in 2030.

Indicator 1 Reductie CO2-uitstoot mobiliteit exclusief snelwegen

Een mogelijke verklaring voor de verslechtering ten opzichte van 2022, zit in het feit dat er vanwege Corona in 2022 minder wegverkeer was door een gedeeltelijke lockdown in januari en februari van 2022 en de overgang naar het ‘normale leven’. 200

195,8

135,9

100 50 0

doel 17% in 2030

175

166,2

163

150

Reductie CO2-uitstoot exclusief snelwegen Percentage besparing t.o.v. 1990. Data uit 2022.

193,1

59,5

1990

68,5

2018

67,6

2019

totaal (incl. auto(snel)wegen, fossiele brandstoffen)

57,7

2020

59

2021

63

2022

excl. auto(snel)wegen, fossiele brandstoffen

Verandering t.o.v. vorig jaar Figuur 8 Uitstoot wegverkeer inclusief en exclusief snelwegen. Bron: Emissieregistratie.

1%

-8%

2021

-8% 2022

Wat zegt deze meter? Met deze meter monitoren we hoe we ervoor staan wat betreft de doelstellingen om in 2050 energieneutraal te zijn. Dit vertaalt zich naar 17 procent CO2reductie in 2030 ten opzichte van 1990. We liggen op dit moment niet op koers om dit te behalen. De uitstoot van Verkeer en Vervoer is sinds 1990 gestegen met ca. 8 procent, zoals te zien is in figuur 8. Dit komt onder andere doordat het inwoneraantal in Barneveld sterk gestegen is sinds 1990 en omdat het autobezit per huishouden in Barneveld boven het landelijke gemiddelde ligt. We verwachten een grote besparing vanaf 2030, dan moeten nieuwe auto’s minder uitstoten en vanaf 2035 moeten nieuwe auto’s emissievrij zijn.

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2024 EN JAARPLAN 2025

GEMEENTE BARNEVELD

Figuur 8 laat de CO2-uitstoot van de sector Verkeer & Vervoer zien inclusief snelwegen en de uitstoot van alleen snelwegen. Hieruit blijkt dat snelwegen verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van de CO2-uitstoot van de sector Verkeer & Vervoer, terwijl de gemeente daar weinig invloed op heeft. Om deze reden kijkt de indicator naar de CO2-uitstoot exclusief snelwegen. Als we de snelwegen wel meenemen, ligt de uitstoot aanzienlijk hoger, namelijk een toename van ca. 33 procent in 2022 ten opzichte van 1990.

37

60 kton per gemeente

Bijlage A Uitleg bij de gebruikte data

DUURZAME MOBILITEIT

50

Indicator 2 Verhogen aantal publieke laadpunten

59

Verhogen aantal publieke laadpunten

40

Aantal publieke laadpunten. Data uit juni 2024. 37,3

30 20

doel 1200 in 2030

10 0 Gemeente Barneveld

Verandering t.o.v. vorig jaar

Nederland

Figuur 9 Uitstoot wegverkeer in Barneveld in vergelijking met het gemiddelde van Nederlandse gemeenten. Bron: Emissieregistratie.

In figuur 9 zien we een vergelijking tussen de CO2-uitstoot van de sector Verkeer & Vervoer zien per inwoner in de gemeente Barneveld en het gemiddelde in Nederland. De uitstoot in Barneveld ligt aanzienlijk hoger. Een mogelijke uitleg hiervoor is te vinden in figuur 10, waar het aantal geregistreerde personenauto’s per huishouden wordt weergegeven. Een gemiddeld huishouden in Barneveld bezit meer auto’s dan het gemiddelde Nederlands huishouden.

1,5 1,2

1,31 1,08

0,9

301 362

juni 2023

362 juni 2024

Wat zegt deze meter? Deze meter toont het aantal publieke laadpunten in de gemeente Barneveld. Met deze meter monitoren we hoe we ervoor staan wat betreft de doelstelling ‘verhogen aantal publieke laadpunten tot 1.200 in 2030’ uit de Laadvisie 2022 van de gemeente. We liggen hiervoor bijna op koers, met 362 laadpunten in juni 2024 (doel was 475 laadpunten in juni). Reden voor vertraging zit met name in wachttijden bij de netbeheerder. We zouden op 600 moeten zitten eind 2025. De laadvisie wordt begin 2025 herijkt, waarbij mogelijk ook de prognose voor 2030 wordt bijgesteld.

0,6 0,3 0,0 Gemeente Barneveld

Nederland

Figuur 10 Aantal geregistreerde personenauto’s per huishouden in 2023. Bron: CBS - statistiek voertuigen.

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2024 EN JAARPLAN 2025

GEMEENTE BARNEVELD

38

Bijlage A Uitleg bij de gebruikte data

DUURZAME MOBILITEIT

Figuur 11 laat zien wat het aantal publieke laadpunten in Barneveld is sinds augustus 2019, vergeleken met het gemiddelde van Nederlandse gemeenten. We zien een sterke stijging, namelijk ca. 80 laadpunten in augustus 2019 ten opzichte van de 313 nu. Dit ligt boven het gemiddelde van Nederlandse gemeenten.

Indicator 3 CO2-reductie door mobiliteit van de interne organisatie CO2-reductie interne mobiliteit

Percentage CO2-besparing t.o.v. 2015. Data uit 2023.

doel 55% in 2030

350

Verandering t.o.v. vorig jaar 84%

300 250

2022

68% 2023

200 150

68%

100 50 0

Q1

Q2 Q3

2020

Barneveld

Q4 Q1 Q2

Q3

2021

Q4 Q1

Q2

Q3 Q4

2022

Q1

Q2

Q3

2023

Q4

Q1

Q2

2024

Gemiddelde van Nederlandse gemeenten

Figuur 11 Aantal publieke laadpunten in vergelijking met het gemiddelde van Nederlandse gemeenten. Bron: Registratie laadpunten Ecomovement, bewerking door RVO.

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2024 EN JAARPLAN 2025

GEMEENTE BARNEVELD

Wat zegt deze meter? Met deze meter monitoren we hoe we ervoor staan t.o.v. de vastgestelde doelstelling ‘CO2 en energieneutraal in 2050’ en dan specifiek voor onze eigen organisatie. We vinden het belangrijk dat we als organisatie het goede voor­ beeld geven en we werken hieraan via de CO2 prestatieladder en bijbehorende certificering. Hier liggen we ver voor op koers om de doelstelling voor 2030 te halen, en dit is te verklaren doordat we biodiesel zijn gaan gebruiken voor het wagenpark. Wel is er een toename in het CO2-verbruik te zien in 2023 ten opzichte van 2022. Dit komt door een toename in het brandstofverbruik van het wagenpark.

39

Bijlage A Uitleg bij de gebruikte data

CIRCULAIRE ECONOMIE

Circulaire Economie Binnen het thema Circulaire Economie zijn de onderstaande doelen vastgesteld in bestaand beleid (het Strategieplan Grondstoffen 2020-2024): > Maximaal 70 kg restafval per inwoner in 2024 Daarnaast zijn ambities vermeld in het Strategieplan Grondstoffen (we willen afvalscheiding bevorderen) en in de Actieagenda Circulaire Economie (een volledig circulaire economie in 2050). Dat betekent dat we op Circulaire Economie niet meer kunnen meten dan dat wat er nu concreet is vastgesteld. We hopen met de ontwikkeling van het nieuwe Grondstoffenplan dat in 2024 wordt opgesteld, nieuwe indicatoren mee te nemen.

We zien sinds 2015 een bijna jaarlijkse toename van het afvalscheidings­ percentage. Dit laat figuur 12 zien. Het scheidingspercentage in 2021 is 73 procent, terwijl dit in 2015 nog 58 procent was. Vanuit deze trend is het mogelijk dat de doelstelling van 70 kilogram restafval in 2024 behaald wordt. 80 70 60 50

71% 58%

53%

59%

62% 55%

57%

71% 58%

73%

71% 60%

60%

61%

40 30 20 10

Indicator 1 Huishoudelijk fijn restafval per inwoner

0

Deze meter geeft inzicht in de gemiddelde hoeveelheid fijn restafval per inwoner. Het is doel om maximaal 70 kilogram fijn huishoudelijk restafval per inwoner in 2024 te hebben. In 2023 was er gemiddeld 96 kilogram. In 2021 was dit 99 kilogram. Er is dus een kleine daling in het huishoudelijk fijn restafval per inwoner in de gemeente Barneveld. De verwachting is daarmee niet dat de doelstelling voor 2024 gehaald zal worden.

2015

2016

gemeente Barneveld

2017

2018

2019

2020

2021

Nederland

Figuur 12 Scheidingspercentage huishoudelijk afval. Bron: Afvalmonitor en CBS.

Afname van huishoudelijk fijn restafval

Huishoudelijk fijn restafval in kg per inwoner. Data uit 2023. doel 70kg in 2024 Verandering t.o.v. vorig jaar

96

99

96

2021

2023

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2024 EN JAARPLAN 2025

GEMEENTE BARNEVELD

40

Bijlage A Uitleg bij de gebruikte data

KLIMAATADAPTATIE

Klimaatadaptatie

Indicator 2 Meer buurten met voldoende koelteplekken

We werken aan een klimaatadaptieve en klimaatbestendige leefomgeving. Met het concept Klimaatadaptatieplan is die ambitie uitgewerkt in een aantal normen, die we kunnen monitoren. Om een beeld te geven van de stand van zaken t.o.v. die normen, lichten we die hieronder toe. Wetende dat het Klimaatadaptatieplan ten tijde van deze rapportage nog niet is vastgesteld.

De norm voor de koelteplek houdt in dat er vanaf elk gebouw een koelteplek binnen 300 meter loopafstand moet zijn. Een koelteplek moet een openbare ruimte van minimaal 200m2 zijn, waar de gevoelstemperatuur maximaal 35 graden is, waarbij voldoende afstand tot wegen is en er moet een verblijfsfunctie zijn, bijvoorbeeld middels een bankje.

Indicator 1 Meer buurten met voldoende groen

Percentage buurten met koelteplek binnen 300 meter in 2023

Percentage buurten dat voldoet aan de norm voor koelteplekken. Data uit 2023.

De norm houdt in dat er minstens 30 procent groen per woonwijk is; minstens 20 procent in centra en minstens 10% op bedrijventerreinen. Het doel is dat in 2050 alle buurten voldoen aan de norm. We zien dat op dit moment 68% van de buurten voldoende groen hebben. We zien dat op dit moment 55% (oftewel: 21) van de buurten nog niet voldoen aan de groennorm. Van de 21 buurten die nog niet voldoen, zijn er 16 die nét niet de norm halen en 5 die buurten die ver onder de groennorm liggen.

doel 70% in 2030

60%

Percentage buurten met voldoende groen in 2022

doel 100% in 2050

Percentage buurten dat voldoet aan de groennormen. Data uit 2023.

Wat zegt deze meter? Op dit moment voldoen 28 buurten aan de norm. 19 buurten voldoen op dit moment nog niet. In sommige buurten is een koelteplek vrij makkelijk te realiseren, en is er wel voldoende groen aanwezig, maar is het nog niet gecombineerd met een verblijfsfunctie. We verwachten door werk met werk te maken, dat het behalen van deze norm haalbaar is in 2050 en dat we op koers liggen.

doel 67% in 2030

55%

doel 100% in 2050

Wat zegt deze meter? Op dit moment voldoen 26 buurten aan de groennorm. We liggen op koers om de doelstelling in 2050 te halen.

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2024 EN JAARPLAN 2025

GEMEENTE BARNEVELD

41

Bijlage A Uitleg bij de gebruikte data

KLIMAATADAPTATIE

Indicator 3 Meer hoofdwegen zonder wateroverlast bij zware regenval

Indicator 4 Meer buurten zonder wateroverlast aan panden bij zware regenval

Deze norm houdt in dat er geen buurten zijn waar meer dan 15cm water op een deel van de hoofdweg staat bij een bui van 70mm in een uur.

Deze norm houdt in dat er niet meer dan 15cm water tegen de gevel mag blijven staan bij een bui van 70 mm in een uur. Op het moment dat dit bij ergens in een buurt wel het geval is, voldoet de buurt niet aan de norm.

Percentage buurten met wegen die bestand zijn tegen zware regenval in 2023

Aantal hoofdwegen dat niet voldoet aan de norm voor water op straat. Data uit 2023.

Percentage buurten met panden bestand tegen zware regenval in 2023 Percentage buurten dat voldoet aan de norm voor water in panden. Data uit 2023.

doel 87,4% in 2030

31

doel 0 in 2050

83%

Wat zegt deze meter? Op dit moment zijn er 14 hoofdwegen die nog niet voldoen aan de gestelde norm. Daar loopt het water niet snel genoeg weg bij een zware bui van 70 mm per uur. Een aantal van deze hoofdwegen staan op de planning om in 2025 te worden aangepakt. Doel is dat in 2050 alle hoofdwegen een bui van 70mm per uur aankunnen. We liggen op koers om de doelstelling voor 2050 te halen.

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2024 EN JAARPLAN 2025

GEMEENTE BARNEVELD

doel 100% in 2050

Wat zegt deze meter? Op dit moment voldoen 39 buurten aan deze norm. 8 buurten voldoen nog niet. Deze norm heeft soms overlap met de vorige norm en een aantal van de locaties worden ook al in 2025 aangepakt. We liggen op koers om de doelstelling in 2050 te halen.

42

Bijlage A Uitleg bij de gebruikte data

BIODIVERSITEIT EN GROEN

Biodiversiteit en groen

80 70

Voor het thema Biodiversiteit en groen hebben we geen indicatoren waarmee we meten hoe we er voor staan ten opzichte van onze doelen. Wel is het mogelijk om te laten zien hoe het er voor staat met een aantal icoonsoorten die in ons Biodiversiteitsplan zijn geïdentificeerd. We kunnen vanuit de Global Biodiversity Information Facility (internationale database) bijvoorbeeld voor een aantal soorten laten zien hoeveel er zijn waargenomen (door vrijwilligers) in de afgelopen periode. Voorbeelden van de GBIF:

30

25

26

20 17

36

30 20 10 0

1

2

14

2

6

2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024

15

15 13

12 15

13

10 0

40

32

25

5

58

50

Figuur 14 Aantal waargenomen honingbijen in de gemeente Barneveld. GBIF november 2024

35

15

70

68

60

7

11

9

9

7

6

5

2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024

5

3 0

Figuur 13 Aantal waargenomen ijsvogels in de gemeente Barneveld. GBIF november 2024

4

3

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Figuur 15 Aantal waargenomen weidehommelks in de gemeente Barneveld. GBIF november 2024

De kwaliteit van bovenstaande data met betrekking tot waarnemingen kan verschillen. Zo is de data afhankelijk van vrijwilligers die de waarnemingen doen. Hierdoor kan de data per jaar verschillen door het aantal vrijwilligers, het aantal waarnemingsmomenten en menselijke interpretatie. Echter, kan de data wel een beeld geven. Zo kan het waarschuwen als bepaalde soorten opeens helemaal niet meer waargenomen worden. Bovenstaande grafieken zijn op dit moment dus ter illustratie voor wat er mogelijk is met data op het gebied van biodiversiteit.

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2024 EN JAARPLAN 2025

GEMEENTE BARNEVELD

43

Bijlage B Jaarplan 2024

3

Legenda Energie

Heel 2024: Verder ontwikkelen monitor programma

Duurzame Mobiliteit

De inzet is om (waar mogelijk) per thema een set van indicatoren te ontwikkelen om inzicht te hebben in het bereiken van de doelen en om vervolgens bij te sturen. Onderdeel van de doorontwikkeling is het operationaliseren van doelstellingen. We streven er naar onze doel­stellingen te vertalen naar 2026: waar zouden we moeten staan? We kiezen voor 2026, ­omdat het Programmaplan Duurzaamheid 2022-2026 als looptijd heeft.

Klimaatadaptatie Biodiversiteit en Groen Circulaire Economie Duurzaam Voedselsysteem

1

Goede voorbeeld

2

Duurzaam denken en doen

3

Iedereen meedoen

3

4

Met partners

Heel 2024: ‘De buurt in’

5

Gebiedsgericht

6

Duidelijk verhaal

Overkoepelende ­ programma-activiteiten

Programma- activiteiten zijn activiteiten die bijdragen aan meerdere doelen die we op programmaniveau oppakken

1 Heel 2024: Inspiratie- en kennis­sessies We informeren de gemeenteraad regelmatig via Duurzame Ontmoetingen, waarbij we ­thema’s bespreken die op dat moment ­relevant zijn. En we enthousiasmeren als ­programmateam de organisatie met goede voorbeelden en inspiratie. Voorbeeld­ onderwerpen zijn biobased en natuurinclusief (ver)bouwen of je tuin en huis klimaatadaptief inrichten. Wanneer gewenst, sluiten we aan we bij duurzame markten voor bewoners.

5

We gaan uit van de kracht van lokale kennis en inspiratie. We kijken in een buurt of wijk waar de behoefte ligt, waar we op bestaande structuren kunnen aanhaken en wat volgens de buurtbewoners zélf zou kunnen werken. Dat doen we door naar de bewoners toe te gaan, in samenwerking met de gebieds­ regisseurs van de gemeente. Doel is onder andere om op te halen hoe we in onze ­communicatie over verduurzaming aan­sluiten bij bewoners. Dit kan per buurt of dorp ­verschillen. Kernbegrippen hierbij zijn: samen met bewoners, mede-eigenaarschap, en waar mogelijk herkenbare afzenders in de buurt. Acties en middelen worden daarbij slim gecombineerd en ingezet.

4

6

Q2: Raadsmemo impact netcongestie op geplande ontwikkelingen Netcongestie is niet een probleem van maanden, maar speelt in ieder geval tot en met 2029. Ook gaat het niet alleen over energie, maar heeft het over de hele linie van de organisatie grote impact. Daarom werken we onder de vlag van het programma aan de aanpak net­ congestie. We komen met een raadsmemo met daarin in beeld wat de impact van net­ congestie is op geplande ontwikkelingen en inzicht in onze aanpak.

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2024 EN JAARPLAN 2025

5

Q1-Q3: Pilot-project met Afwegings­ kader integrale duurzaamheidskeuzes Het pilot-project voor het Afwegingskader Duurzaamheid is de herinrichting van het ­Oldenbarneveldplein. De pilot loopt door in 2024 omdat we aansluiten bij alle projectfases tot aan oplevering (waarschijnlijk tweede helft 2024). Op basis van de ervaringen in de pilot kunnen we de tool van het Afwegingskader doorontwikkelen om deze vervolgens te kunnen gebruiken bij meerdere projecten.

GEMEENTE BARNEVELD

De prioriteit voor 2024 ligt op de uitvoering van de warmtevisie en daarmee met name op de aanpak van energiearmoede en de slechtst geïsoleerde woningen in Barneveld. Overige activiteiten zijn ter ondersteuning daaraan, bijvoorbeeld de realisatie van duurzame energie, samen­werking in de regio, het slim omgaan met beperkte netwerkcapaciteit. Ook blijven we inzetten op het geven van het goede voorbeeld door ons eigen vastgoed te verduurzamen en te werken met de CO2 prestatieladder.

3

5

Heel 2024: Energiehub Harselaar

Thema Energie

6

3

2

4

4

Heel 2024: Aanpak Energie- en ­ geld­besparing Het blijft onze prioriteit om energieverbruik terug te dringen door huizen te verduurzamen. We helpen inwoners daarbij door de inzet van Energiecoaches aan huis; door de collectieve inkoop van isolatiemateriaal en (hybride) warmtepompen; door besparingsacties in Barneveld, Voorthuizen en Garderen; door de inzet van het Energieloket, de website, het spreekuur in de bibliotheek en de Energiekeet; en door het aanbieden van de Toekomst­ bestendig Wonen Lening.

Een nieuwe fase is aangebroken. De haal­­baar­ heidsstudie die we als gemeente hebben ­gefaciliteerd is eind 2023 afgerond. Het is aan de bedrijven op Harselaar om hier mee verder te gaan. Als gemeente blijven we betrokken en faciliteren we wanneer gewenst en/of nodig.

1

2

Q1-Q2: EnergieWEB Vanaf 1 januari gaan we als gemeente onze energie anders inkopen via EnergieWEB. Dat betekent dat we in de loop van 2024 lokale duurzame energie kunnen gaan inkopen en contracten kunnen afsluiten met lokale ­aan­bieders. Het is nu nog een focusactiviteit, maar het is de verwachting dat EnergieWEB vanaf 2025 onderdeel is van de reguliere bedrijfs­voering van de gemeente.

4 Q2: Herijking Regionale Energie Strategie 2.0 Deze herijking is onder andere afhankelijk van het nieuwe windbeleid van de provincie en de daar aan voorafgaande MER wind, MER wespendief en MER Utrecht.

4

6

Q1- Q2: Opstellen en vaststellen CO2 reductieplan

Met het CO2 reductieplan kijken we gemeente­ breed naar de uitstoot van broeikasgassen en de impact van huidig beleid daarop. Het plan heeft impact op meerdere thema’s uit het p ­ rogramma Duurzaamheid. Het CO2 reductie­­ plan zal in 2024 ter besluitvorming worden voorgelegd.

44

Bijlage B Jaarplan 2023

3

5

6

Q2: Update warmtevisie De warmtevisie is eind 2021 vastgesteld. We zien nu al zo veel ontwikkelingen, dat het nodig is deze te herijken. Dat komt met name doordat we nu weten dat collectieve warmte­ netten niet haalbaar zijn in Barneveld. Dat betekent wat voor onze strategie en aanpak. Dat verwerken we in deze update van de warmtevisie.

Thema Duurzame Mobiliteit

De activiteiten voor 2024 komen voort uit de regionale Bereikbaarheidsagenda. In 2030 zal de mobiliteit in de regio een stuk duurzamer plaatsvinden. De doelstellingen uit het Klimaatakkoord, die terugkomen in regionale mobiliteitsprogramma’s van de provincies Gelderland en Utrecht, zijn ­duidelijk: de helft minder CO2-uitstoot door mobiliteit in 2030 en klimaatneutraal zijn in 2050.

3

4

1

2

6

Q3- Q4 Nieuw Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan opstellen Na het vaststellen van de Omgevingsvisie ­willen we een nieuw Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan (of een plan onder een andere titel) maken. Dit plan beschrijft hoe we de doelen van de Omgevingsvisie willen bereiken. Duurzame Mobiliteit is daar een belangrijk onderdeel van.

Thema Klimaatadaptatie

We willen voorbereid zijn op de gevolgen van klimaatverandering. De focus voor 2024 ligt op het afronden, vaststellen en uitvoeren van het Klimaatadaptatieplan dat aandacht besteed aan opgaven op het gebied van hitte, droogte en wateroverlast. Daarnaast worden klimaatadaptieve, ­infrastructurele projecten voorbereid en uitgevoerd, die al in een eerder stadium zijn geïnitieerd.

3

6

1

3

Thema Biodiversiteit en Groen

Heel 2024: Reconstructie Wolweg Samen met groot onderhoud en verkeers­ maatregelen wordt de weg klimaatadaptiever ingericht door de aanleg van een hemelwater­ riool. Bewoners worden actief benaderd om, geheel ontzorgd, op eigen terrein af te koppelen. Ook worden daar waar mogelijk plantvakken langs de weg aangelegd en bomen geplant. Het plan is een eerste concept dat nog verder uitgewerkt moet worden waarbij een participatietraject wordt doorlopen.

1

Alle woonstraten in deze buurt worden ­afgekoppeld door het regenwater via verticale infiltratiebuizen in de bodem te brengen. De kans op lokale wateroverlast, maar ook in het wateroverlastgevoelige Garderense centrum, wordt sterk verkleind. Het diepe grondwater op de Veluwe, de grootste zoetwatervoorraad van Nederland, wordt juist aangevuld.

4

3

6

Heel 2024: Uitvoeren Bereikbaarheids­ agenda regio Foodvalley

Q1-Q3: Opstellen en vaststellen Klimaatadaptatieplan

Q2-Q3: Uitvoeren lokaal Hitteplan (indien nodig)

In 2024 wordt de werkgeversbenadering gecontinueerd en opgeschaald zoals ­beschreven in het Uitvoeringsplan Slimme Mobiliteit Regio Foodvalley 2024. Daarnaast willen wij in 2024 met een brede fiets­ campagne in de regio de fiets positioneren als hét vervoermiddel voor de korte ritten. Daarnaast is de Bereikbaarheidsagenda gericht op verduurzaming van het goederen­ vervoer, ontwikkeling van laadinfrastructuur en regionale afstemming op parkeerbeleid.

De eerste helft van 2024 wordt benut om de planvorming af te ronden en het besluit­ vormings­proces te doorlopen. Onderdeel van het plan is een uitvoeringsprogramma voor de periode 2024 t/m 2027. De raad wordt in het voorbereidende proces nogmaals ­geconsulteerd.

Begin 2024 wordt het lokale Hitteplan ­bestuurlijk vastgesteld. Het plan bevat afspraken over verantwoordelijkheden en maatregelen. Dit plan treedt bij langere periodes van hitte in werking. Organisaties en (zorg)professionals en mantelzorgers worden over de verwachte hitte geïnformeerd.

3

2 Heel 2024: Opstellen en vaststellen Bomenbeleidsplan De aanbesteding hiervan is eind 2023 gestart. Het bomenbeleidsplan bestaat uit een beleids­deel en een beheerplan en vloeit voort uit de bestuurlijke opgave ‘een Duurzaam Barneveld’. Het belangrijkste doel is het behouden en ontwikkelen van bomen en de biodiversiteit in Barneveld.

6

Heel 2024: Opstellen Landschapsplan

Heel 2024: Reconstructie Hoevelakenseweg Samen met groot onderhoud en verkeers­ maatregelen wordt de weg klimaatadaptiever ingericht door een hemelwaterriool aan te ­leggen. Bewoners worden actief benaderd om, geheel ontzorgd, op eigen terrein af te koppelen. De kans op wateroverlast wordt fors kleiner.

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2024 EN JAARPLAN 2025

6

Er blijven groene initiatieven lopen in 2024. Zo zullen de geveltuintjes niet alleen in het centrum van Barneveld worden uitgebreid. Ook in Voorthuizen centrum bieden we onder­ steuning om zo geveltuintjes te realiseren. In 2024 is Voorthuizen het laatste dorp dat onderdeel is van het project Dorpen in het Groen. We blijven de weidevogel­werkgroep ondersteunen en sturen aan op meer commu­ nicatie hierover, met als doel om meer vrijwil­ ligers te werven voor de weide­­vogel­­werkgroep.

2 1

4

Heel 2024: Uitvoeren Biodiversiteitsplan

3

Q1-Q2: Afkoppelen Garderen bomenbuurt

3

Vanuit het thema Biodiversiteit en Groen werken we onder andere aan het uitvoeren van het Biodiversiteitsplan en op het (door) ontwikkelen van beleid. Ook richten we ons op het zichtbaar maken van dat wat we ­buiten al doen.

GEMEENTE BARNEVELD

Dit plan is doorgeschoven vanuit 2023. Dit plan richt zich op het verzamelen en updaten van al het gemeentelijk landschapsbeleid en integreert dit tot een Landschapsplan. Doel is dat dit plan nauw aansluit op de Omgevings­ visie en aangeeft hoe die visie zich vertaalt naar de ontwikkeling van het landschap. Dat betekent dat dit plan met de gemeenteraad gedeeld wordt, nadat de Omgevingsvisie is vastgesteld.

45

Bijlage B Jaarplan 2023

1

3

Q2: Handleiding van het Soorten Management plan We zijn in Barneveld druk met het isoleren van de woningen. Dit kan er echter toe leiden dat gebouwbewonende diersoorten zoals vleer­ muizen in het nauw komen te zitten. Met een soortmanagementplan wordt overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen. In een soortmanagementplan staan maatregelen, gedragsregels en afspraken opgesteld om ­ruimtelijke ontwikkeling en beheer in combinatie met de bescherming van betreffende dier­ soorten mogelijk te maken.

Q1-Q4: Monitoringsplan In 2023 is er een begin gemaakt voor een monitoringsplan in samenwerking met TAUW. We richten ons erop om de biodiversiteit op bepaalde locaties te gaan monitoren. Dit zal waardevolle informatie opleveren, waarmee we meer inzicht krijgen in de voortgang op dit thema.

Thema Circulaire Economie

Op het thema Circulaire Economie werken we in 2024 aan de uitvoering van de Actie­ agenda Circulaire Economie. We sluiten aa­n bij concrete projecten en processen en zoeken naar een efficiënte inzet van de beschikbare capaciteit. Ook haken we aan bij de ontwikkeling van de nieuwe ­Economische visie. We blijven deelnemen aan Living Lab Foodvalley, waarbij we samenwerken met andere regiogemeentes.

1

1

2

Heel 2024: Circulariteit in de standaard uitvoeringseisen van eigen vastgoedontwikkelingen Om meer circulaire maatregelen te nemen in eigen vastgoedontwikkelingen, zoeken we uit op welke manier circulariteit kan worden meegenomen in de standaard uitvoerings­ eisen van vastgoedprojecten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het toepassen van biobased bouwmaterialen. Deze eisen worden mee­ gegeven bij de aanbesteding en kunnen de ambities van de gemeente Barneveld in ­circulariteit hoger op de lijst van de aannemers zetten. De ervaringen van het project Bronveld zullen worden geëvalueerd en meegenomen in het proces.

1

2

6

Heel 2024: Hernieuwing van Grondstoffenbeleidsplan Het grondstoffenbeleidsplan wordt in 2024 hernieuwd. Een samenwerking met het kernteam Circulaire Economie biedt de kans om circulariteit en duurzaamheid hoger op de agenda te zetten. Doel hierbij is onder andere om met concrete doelstellingen te komen, die we kunnen monitoren via het programma Duurzaamheid.

1

2

4

2

Q1-Q2: Circulaire mogelijkheden bij project grondbank De grondbank wordt deels verplaatst van de milieustraat naar een nieuwe locatie. Deze locatie moet nog worden gevonden. De vrijkomende ruimte kan worden gebruikt als grondstoffen depot, waar materialen en producten kunnen worden opgeslagen voordat ze een tweede leven krijgen. Ook is de ambitie om de nieuwe grondbank zo circulair mogelijk in te richten, met hergebruik van materialen. Verder zal worden onderzocht of er mogelijk­ heden zijn voor compostering, verwerking van bladafval, en andere grondgerelateerde circulaire producten. Dit is voornamelijk ­afhankelijk van de grootte van de locatie.

Thema Duurzaam Voedselsysteem

Op het thema Duurzaam Voedselsysteem is onze gemeentelijke inzet om de basis op orde te houden. Dit doen we door onze deelname aan het regionale programma van de Foodvalley. Met name voor de eiwit­ transitie en het tegengaan van voedsel­ verspilling zijn we alert op kansen om gemeentelijke pilot/projecten te laten landen in de regio. Dit thema is ook een logische verbinding met het programma Waardevol Landelijk gebied.

4 Heel 2024: Uitvoering geven aan uit­­voeringsprogramma Voedsel voor een gezond leven van de Regio Foodvalley We blijven samen met de regio aan diverse thema’s werken, zoals het stimuleren van de korte keten (voedsel uit de streek), het voor­ komen van voedselverspilling, het stimuleren van de teelt en het inzetten of het eten van alternatieve eiwitten en het creëren van een duurzame voedselomgeving, waarin mensen worden gestimuleerd om duurzaam en gezond voedsel te kopen. Het komend jaar zet de regio in op de aansluiting bij de ontwikkelingen in de landbouwsector en de rol van gezonde voeding, circulariteit en de eiwittransitie daarin.

6 Heel 2024: Tegengaan voedsel­ verspilling Dit doen we bij verschillende doelgroepen door gerichte projecten, waardoor klimaat­ impact van verspild voedsel teruggedrongen wordt. Dit in samenwerking met het programma Voedsel van de regio en het Living Lab Regio Foodvalley Circulair. Onderdeel van onze inzet is in ieder geval meedoen aan de Week tegen voedselverspilling.

Heel 2024: Project VAB circulair slopen Het project Vrijkomende Agrarische ­Bebouwing circulair slopen loopt ook in 2024 door. Doel van het project is om de (materiaal) ketens te sluiten en dit in de praktijk toe te passen (pilotproject). Dit doen we in opdracht van de Foodvalley samen met diverse onder­ nemers.

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2024 EN JAARPLAN 2025

GEMEENTE BARNEVELD

46

 

Bestuursopdracht Energiebeleidsprogramma Energie en warmte in de gemeente Barneveld

Auteur: Versie: Datum:

Martine Burgstaller 1.0 21 januari 2025

pagina 1 van 13

Inhoud 1. Inleiding ......................................................................................................................................... 3 2. Context en probleemstelling ........................................................................................................... 4 2.1 Terugblik Energievisie 2015 – 2020 ............................................................................................. 4 2.2 Terugblik Warmtevisie 2021 ......................................................................................................... 5 2.3 Probleemstelling .......................................................................................................................... 6 3. De Opdracht .................................................................................................................................. 8 3.1 Wat willen we bereiken ................................................................................................................ 8 3.2. Doelstellingen ............................................................................................................................. 8 3.3 Beoogd resultaat..........................................................................................................................

8 3.4 Scope opdracht ........................................................................................................................... 9 4. Kaders......................................................................................................................................... 10 4.1 Relevante wet & regelgeving...................................................................................................... 10 4.2 Gemeentelijke kaders ................................................................................................................ 10 4.3 Relaties andere projecten en/of activiteiten ................................................................................ 10 5. Aanpak ........................................................................................................................................ 11 5.1 Procesaanpak en planning ......................................................................................................... 11 5.2 Financiële kaders....................................................................................................................... 12 5.3 Risico’s & maatregelen ..............................................................................................................

12 5.4 Participatie en communicatie ..................................................................................................... 12

pagina 2 van 13

1. Inleiding In 2015 verscheen de eerste Energievisie van de gemeente Barneveld getiteld “Investeren in Barneveldse bronnen”. De kaders van deze visie zijn in 2015 door de raad vastgesteld. In vervolg op deze visie zijn de Barneveldse Zonneladder (2019), de Structuurvisie Windenergie (2021) en de Warmtevisie (2021) verschenen en ook deze kaders zijn vastgesteld door de raad. In deze drie documenten zijn doelstellingen opgenomen voor opwek en besparing in 2030. In 2021 is tevens gestart met de Regionale energiestrategie Regio Foodvalley, waarin regionale afspraken zijn gemaakt over opwek en besparing. De energietransitie is een grote maatschappelijke verandering die in een ongekend tempo wordt ingezet. Dat daarbij tegen grenzen wordt aangelopen is onvermijdelijk. Ten eerste bleek rond 2021 steeds meer dat windenergie op land zich niet altijd verhoudt tot de bescherming van de natuur. Ten tweede kwam uit onderzoek naar voren dat de inzet van warmtebronnen op grote schaal in de gemeente Barneveld niet mogelijk is, vanwege het ontbreken van de benodigde bronnen en afzet. En als laatste loopt het succes van zonne-energie en de elektrificatie van woningen, transport en bedrijven aan tegen de beperkingen van het elektriciteitsnetwerk. Dat moet in de komende jaren rigoureus worden verbouwd, van hoogspanning tot laagspanning.

Dat iedereen op elk moment een aansluiting kan krijgen is anno 2025 niet meer vanzelfsprekend. Dat heeft impact op het realiseren van nieuwe ontwikkelen, waarbij de beschikbaarheid van energie niet langer vanzelfsprekend is of zal zijn. Al met al is duidelijk dat het geldende beleid niet meer actueel is, omdat er in de tussentijd zoveel veranderd is aan inzichten en mogelijkheden. Bestuursopdracht Met deze bestuursopdracht schetsen we de aanleiding, terugblik op huidig beleid, en de opdracht en aanpak om te komen tot het Energiebeleidsprogramma.

pagina 3 van 13

2. Context en probleemstelling Er is veel gebeurd de afgelopen jaren op het gebied van onze energievoorziening. Zo staat het elektriciteitsnetwerk onder druk en hebben we te maken met netcongestie, we hebben een energiecrisis doorgemaakt én weten we dat grootschalige collectieve warmteoplossingen in de gemeente Barneveld vrij onwaarschijnlijk zijn. Ook speelt dat er in de regio Foodvalley gewerkt wordt aan een doorontwikkeling van de Regionale Energie Strategie (RES) én zijn we als gemeente verplicht om vanaf 2026 te werken met zogenaamde Warmteprogramma’s (de nieuwe Warmtevisie). Huidige beleidsstukken – terugblik op de afgelopen periode De gemeente Barneveld heeft op dit moment meerdere beleidsstukken ten aanzien van energie: 1. Energievisie 2015-2020: gericht op opwekken (bronnen) en besparen van energie 2. Warmtevisie 2021: gericht op de transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving: hoe worden wijken in de toekomst verwarmd? 3. Zonneladder: waar en hoe mag grootschalige zonne- energie opgewekt worden? 4. Structuurvisie Windenergie 2021: waar en hoeveel windturbines zijn mogelijk en onder welke voorwaarden 5.

Notitie Lokaal Eigenaarschap: Hoe werkt de gemeente bij energieprojecten samen met omwonenden, bewoners, energiecoöperaties en bedrijven Hieronder schetsen we een korte terugblik op de Energievisie en de Warmtevisie met de daarin gestelde doelen en de ontwikkelingen de afgelopen jaren. 2.1 Terugblik Energievisie 2015 – 2020 In 2015 verscheen de eerste energievisie van de gemeente Barneveld getiteld “Investeren in Barneveldse bronnen”. De kaders van deze visie zijn in 2015 door de raad vastgesteld. In 2021 is tevens gestart met de Regionale energiestrategie Regio Foodvalley, waarin regionale afspraken zijn gemaakt over opwek en besparing. Barneveld heeft haar gemeentelijke doelstellingen als bijdrage aan de regionale energiestrategie ingebracht: 650.000 zonnepanelen en 12 Mw windenergie in 2030. Meer besparing, minder opwek dan verwacht in 2015 In de visie “Investeren in Barneveldse Bronnen” zijn de volgende doelstellingen vastgelegd:  2% energiebesparing per jaar  20% duurzame energieopwekking in 2020 De doelstellingen van de Energievisie waren gericht op 2020. Met de monitor van het programma Duurzaamheid (hoofdstuk 3 in de Voortgangsrapportage en het Jaarplan 2025 programma Duurzaamheid) zijn de doelstellingen rondom energiebesparing doorberekend naar 2030 en gesplitst in energieverbruik door woningen en

pagina 4 van 13

energieverbruik door bedrijven en instellingen. Uit de monitor blijkt dat op die twee indicatoren de doelstelling van 2% energiebesparing per jaar sinds 2015 is gehaald. Ook de duurzame opwek is opgenomen in de monitor van het programma Duurzaamheid. De doelstellingen voor duurzame opwek zijn doorgerekend naar 2030 en windenergie op zee en houtkachels als duurzame bronnen werden niet meer meegerekend. Sinds 2015 zijn er goede stappen gezet vooral met de opwek door zon. Het is lastig een uitspraak te doen of de doelstelling in 2030 te halen is door diverse belemmeringen zoals o.a. netcongestie. 2.2 Terugblik Warmtevisie 2021 Eind 2021 verscheen de Barneveldse Warmtevisie. Daarin is een pad geschetst waarlangs Barneveld stap voor stap aardgasvrij kan worden. Het gasgebruik bij woningen in de gemeente is tussen 2020 en 2023 afgenomen met 26,8 %. Terwijl het aantal woningen in die periode met 3,4% is toegenomen. Bij bedrijven is de afname 13,1%. In de Barneveldse Warmtevisie zijn vier hoofdlijnen geschetst: 1. Gemeentebreed inzetten op isoleren en besparen Via het energieloket, energiecoaches, de toekomstbestendig wonen lening en de dorpen benadering worden woningeigenaren en huurders gestimuleerd om te isoleren, zuinige installaties aan te schaffen en te besparen door gedrag. Ook de inspanningen voor verduurzaming door de Woningstichting vallen hieronder.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=2e02d712-fdf6-4089-a8a3-6033ada06eeb