CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-3.24 Besluit B&W over Raadsmemo Voorkeursscenario Omgevingsvisie Barneveld 2040 Dilemma's en botsingen Omgevingsvisie d.d. 21-5-24

Gemeenteraad 29 mei 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ingekomen en uitgaande stukken33.368 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Voorkeursscenario omgevingsvisie Barneveld: Dilemma’s & Botsingen

4

DILEMMA 1: GROEIEN OF BLOEIEN A.

FORMULERING VAN HET DILEMMA

De vraag is of we onze groeiambitie ook doorzetten als niet aan wezenlijke randvoorwaarden kan worden voldaan door het ontbreken van de noodzakelijke investeringen in bijvoorbeeld ons wegennet of het realiseren van (maatschappelijke) voorzieningen. Of willen we dan onze groeiambitie matigen?

BERE IKB

RUIM TE

WA AR

U EN IN DE RN T AA

ST OM EK O

Bovendien, om al deze nieuwe bewoners een goede leefomgeving te kunnen bieden en om bedrijven goed te kunnen accommoderen, zijn investeringen nodig in de kwaliteiten van de leefomgeving: groen, bewegen, parkeren, openbaar vervoer, infrastructuur, voorzieningen, etc. Daar is geld voor nodig, of is het nodig dat Rijk en provincie noodzakelijke investeringen doen.

ONDERNE ME OR VO

AP CH RS

De gemeente Barneveld is een gemeente met een relatief sterke sociale cohesie in vergelijking met andere gemeenten. Ook gaan we in de Toekomstscenario’s uit van een specifiek Barnevelds DNA met termen als (sociaal) veelkleurig, actief en ondernemend. en de druk op de woningmarkt te verlichten. De wens om deze groei te realiseren doet een beroep op de draagkracht van de samenleving. Dit kan ten koste gaan van andere ambities, zoals de sociale samenhang en het behoud van het Barneveldse DNA.

L LANDELIJ K VO DE

IED EB G

KORTE TOELICHTING OP HET DILEMMA

Er is een grote behoefte aan nieuwe woningen. Met het Rijk zijn via het Verstedelijkingsakkoord en de Woondeal afspraken gemaakt over onder andere het aantal te realiseren woningen en bouwtempo. In het voorkeursscenario is voor de gemeente een flinke groeiambitie opgenomen: 8.000 nieuwe woningen tot 2040, hetgeen aansluit bij de steeds verdere toenemende behoefte naar woningen. Daarbij heeft de gemeente Barneveld te maken met een vraag vanuit onze eigen inwoners, maar ook met een druk van buiten de gemeente. Dezelfde ontwikkeling zien we ook bij bedrijventerreinen.

IN VITA LE VEN LE

EN RP DO

B.

STBESTE ND OM EK I

RNEVELD BA

Dilemma is thema overstijgend

1. Gezond en toekomstbestendig Barneveld. 2. Prettig leven in vitale dorpen. 3. Waardevol landelijk gebied. 4. Ruimte voor ondernemerschap. 5. Bereikbaar nu en in de toekomst.

G

Dilemma in verhouding tot de hoofdopgaven

PRE TT IG

Staat het realiseren van onze groeiambitie voorop of willen we ons groeitempo matigen? Groei is geen doel op zich maar nodig om te kunnen voorzien in de woonbehoefte. Tegelijk brengt groei ook druk op de samenleving mee: het raakt de sociale cohesie en het is van invloed op ons typisch Barneveldse DNA. Bovendien moeten, om te kunnen groeien, ook de randvoorwaarden (bijvoorbeeld mobiliteit, werklocaties, voorzieningen etc.) goed worden ingevuld.

ON GEZ D EN T O

1

OVERZICHT DILEMMA’S

C. WAT ZEGT HET VOORKEURSSCENARIO IN RELATIE TOT HET DILEMMA? • We streven naar een inclusieve samenleving waar mensen naar elkaar omkijken. • We streven naar een wijken en buurten die bijdragen aan bewegen, sporten, cultuur en ontmoeten en waar voldoende groen is (uitgangspunten gezonde wijk als vertrekpunt). • Laagdrempelige en toegankelijke basisvoorzieningen voor iedereen in de openbare ruimte. • 8.000 nieuwe woningen tot 2040, binnen de randvoorwaarden. • Kwalitatieve versterking van het aanbod grotere voorzieningen • Vitale, duurzame en klimaatbestendige inrichting openbare ruimte. • Zorgdragen voor een kwalitatief hoogwaardige inrichting van openbare ruimte om de kwaliteit van de werkomgeving te kunnen waarborgen. • Regionaal en bovenregionaal verkeer afwikkelen op snelwegen en hoofdwegen, die daarvoor over voldoende capaciteit moeten beschikken. • Benutten bestaande capaciteit wegennet binnen acceptabele grenzen. • Gelet op de groei van de gemeente is de aanleg van een oostelijke rondweg noodzakelijk.

D. KORTE UITLEG VAN DE GEVOLGEN VAN DE ENE OF DE ANDERE KEUZE • Wanneer we de groei voorop stellen, dan accepteren we dat (vooralsnog) mogelijk niet aan de gewenste kwaliteit wordt voldaan. Een gevolg kan bijvoorbeeld zijn dat ons wegennet (nog meer) overbelast raakt omdat er geen geld was voor de noodzakelijke investeringen. Maar we zorgen er dan wel voor dat nieuwe woningen en nieuw bedrijventerrein in de gewenste hoeveelheden en categorieën beschikbaar komt om in de behoefte te voorzien. • In Barneveld is een flink te kort aan (betaalbare) woningen. De groei van de gemeente en de bouw van extra woningen is ook nodig om de eigen inwoners te huisvesten. Minder of geen groei betekent ook dat verdringing optreedt. Ook dat kan een negatief effect hebben op de sociale samenhang.

• In de omgevingseffectrapportage op de beide toekomstsscenario’s is beschreven dat bouwen voor eigen behoefte mogelijk een positief effect heeft op sociale cohesie en inclusiviteit. Naarmate er meer wordt gebouwd dan de groeibehoefte van de lokale aanwas, wordt een groter deel van de groei gerealiseerd door migratie van buiten de gemeentegrenzen. Dit heeft mogelijk een negatief effect op de sociale cohesie en identiteit. • Uit het participatietraject blijkt terughoudendheid ten opzichte van een te snelle groei. Inwoners willen graag het dorpse karakter behouden en vinden de sociale samenhang belangrijk. In Barneveld is een flink te kort aan (betaalbare) woningen. De groei van de gemeente en de bouw van extra woningen is ook nodig om de eigen inwoners te huisvesten. Minder of geen groei betekent ook dat verdringing zal gaan optreden. Ook dat kan een negatief effect hebben op de sociale samenhang. NAAR OVERZICHT

Voorkeursscenario omgevingsvisie Barneveld: Dilemma’s & Botsingen

5

HOOGWAARDIGE LEEFOMGEVING OF VEEL WONINGEN A.

FORMULERING VAN HET DILEMMA

B. KORTE TOELICHTING OP HET DILEMMA Een groene, duurzame en gezonde leefomgeving zorgt aantoonbaar voor een betere gezondheid, meer sociale samenhang, meer gevoel van veiligheid, een langere levensverwachting en minder zorgkosten. Dat vraagt echter ook om meer ruimte. Het vrijhouden van groene locaties beperkt de mogelijkheden van inbreiding. En nieuwe woongebieden vragen om een ruimere opzet, bijvoorbeeld omdat niet alle ambities in hetzelfde areaal openbare ruimte als voorheen een plaats kunnen krijgen. In die openbare ruimte is er bijvoorbeeld ook ruimte nodig voor wegen, fietspaden, parkeren, kabels, leidingen etc. naast doelen omtrent biodiversiteit, klimaatadaptatie en ruimte voor ontmoeten en spelen. Multifunctionaliteit is dan het uitgangspunt, maar dit kent zijn grenzen. Daarnaast leidt het ook tot meer kosten per woning, waardoor de betaalbaarheid van woningen onder druk komt te staan. Dat is om verschillende redenen onwenselijk, bijvoorbeeld vanuit het oogpunt van bestaanszekerheid. Het realiseren van een hoogwaardige leefomgeving en het bouwen van voldoende (betaalbare) woningen staan hierdoor op gespannen voet met elkaar. Een goed voorbeeld van dit spanningsveld is de wijk Bloemendal. Die wijk voldoet in veel opzichten aan de kwaliteiten zoals die in het voorkeursscenario staan beschreven en telt ongeveer 25 woningen per ha. Dat is tamelijk extensief.

Daartegenover staat dat de grondexploitatie van deze wijk negatief is geworden, als gevolg van stapeling van diverse ambities.

BERE IKB

U EN IN DE RN T AA

ST OM EK O

3. Bereikbaar nu en in de toekomst.

IN VITA LE VEN LE

EN RP DO

2. Prettig leven in vitale dorpen.

STBESTE ND OM EK I

RNEVELD BA

Dilemma is thema overstijgend

1. Gezond en toekomstbestendig Barneveld.

G

Dilemma in verhouding tot de hoofdopgaven

PRE TT IG

Bij het invullen van nieuwe woonlocaties staan betaalbaarheid en zuinig ruimtegebruik voorop, met een mix van inbreiding en uitbreiding. Dit raakt de gewenste kwalitatieve inrichting van ons stedelijk gebied op aspecten als duurzaamheid, gezondheid en welzijn. Kwaliteit kost echter geld. Wat staat voorop: kwaliteit of kwantiteit?

ON GEZ D EN T O

2

DILEMMA 2: KWALITEIT OF KWANTITEIT:

C. WAT ZEGT HET VOORKEURSSCENARIO IN RELATIE TOT HET DILEMMA? • De gemeente streeft naar een leefomgeving die uitnodigt tot gezond gedrag en waar de druk op de gezondheid zo laag mogelijk is; • Gemeente past 3-30-300 regel toe waar mogelijk; • Laagdrempelige en toegankelijke basisvoorzieningen voor iedereen in de openbare ruimte, aansluitend bij de behoefte; • Betaalbare woningbouwprogrammering met spreiding over de kernen; • Uitgangspunten gezonde wijk vertrekpunt voor inrichting openbare ruimte; • Lagere parkeernormen waar alternatieven zijn voor de auto; • We blijven in de meeste gebieden dezelfde parkeernormen hanteren. We gaan nabij de stations na waar we lagere parkeernormen kunnen hanteren.

D. KORTE UITLEG VAN DE GEVOLGEN VAN DE ENE OF DE ANDERE KEUZE

• In het OER scoort een groene, gezonde en duurzame leefomgeving positief op aspecten als klimaatbestendigheid, gezonde leefomgeving en een vitale woonomgeving. Zeker als dit ook gepaard gaat met minder ruimte voor de auto. Het meer oog hebben voor de kwantiteit kent op deze vlakken risico’s naar de toekomst in die zin dat wijken minder toekomstbestendig zijn met alle kosten dan van dien. • Tegelijk scoort in het OER verdichting in de vorm van inbreiding positief op het aspect ruimtelijke kwaliteit omdat uitbreidingslocaties ten koste gaan van de kwaliteiten van het buitengebied te meer als dit ook gepaard gaat met infrastructuurmaatregelen. • Uit de participatie is gebleken dat er begrip is voor inbreiding mits dat niet ten koste gaat van het dorpse en groene karakter.

NAAR OVERZICHT

Voorkeursscenario omgevingsvisie Barneveld: Dilemma’s & Botsingen

6

WEL OF GEEN OPTIMALE DOORSTROMING VAN VERKEER A.

FORMULERING VAN HET DILEMMA

Willen we altijd een goede doorstroming op de ontsluitingswegen, of accepteren we een matige doorstroming op de drukste momenten? Optimale doorstroming kost veel geld en stimuleert autogebruik.

Dilemma speelt zich af binnen één hoofdopgave, nl.: 1. Bereikbaar nu en in de toekomst.

B. KORTE TOELICHTING OP HET DILEMMA De gemiddelde rijsnelheid op diverse ontsluitingswegen neemt in de huidige situatie in de spitsperioden soms af tot minder dan 20 km/u ofwel minder dan de helft van die buiten de spitsperioden, met alle gevolgen van dien voor de reistijd en voor de leefbaarheid. Hoe willen we daarmee omgaan? Zetten we de bereikbaarheid en de doorstroming voorop, of accepteren we dit, ook met de gedachte dat mensen dan soms eerder de fiets of het openbaar vervoer nemen?

ST OM EK O

U EN IN DE RN T AA

Dilemma in verhouding tot de hoofdopgaven

BERE IKB

3

DILEMMA 3: BEREIKBAARHEID,

C. WAT ZEGT HET VOORKEURSSCENARIO IN RELATIE TOT HET DILEMMA?

• Pas als optimalisatie van het bestaande wegennet een te grote impact heeft, komt de aanleg van nieuwe infrastructuur aan de orde; • De auto blijft een onverminderd belangrijke rol spelen in Barneveld, mede gelet op de samenstelling van de werkende bevolking en de ligging van de kernen; • Streven naar verbetering van het openbaar vervoer, en kansen benutten voor alternatieve vormen van (duurzamere) mobiliteit; • Een fundamentele verschuiving van autogebruik naar het openbaar vervoer is voorlopig niet te verwachten; • Benutten bestaande capaciteit wegennet binnen acceptabele grenzen; • Streven naar een robuuste infrastructuur van rondwegen en radialen.

D. KORTE UITLEG VAN DE GEVOLGEN VAN DE ENE OF DE ANDERE KEUZE Goede doorstroming:

Matige doorstroming:

• Autogebruik wordt volledig gefaciliteerd;

• Autogebruik wordt op zichzelf niet onmogelijk gemaakt;

• Hoge kosten om infrastructuur op peil te houden.

• Men wordt gestimuleerd tot ander mobiliteitsgedrag (spits mijden, andere vervoerswijze); • Risico’s op onveilige situaties fietsers door risicogedrag automobilisten; • Lange aanrijdtijden voor hulpdiensten tijdens drukke perioden; • Hoger risico op sluipverkeer door sommige wijken.

NAAR OVERZICHT

Voorkeursscenario omgevingsvisie Barneveld: Dilemma’s & Botsingen

7

A.

FORMULERING VAN HET DILEMMA

BERE IKB

RUIM TE

U EN IN DE RN T AA

ST OM EK O

ONDERNE ME OR VO

AP CH RS

IN VITA LE VEN LE

EN RP DO

B. KORTE TOELICHTING OP HET DILEMMA

RNEVELD BA

Dilemma is thema overstijgend

STBESTE ND OM EK I

G

1. Gezond en toekomstbestendig Barneveld. 2. Prettig leven in vitale dorpen. 3. Ruimte voor ondernemerschap. 4. Bereikbaar nu en in de toekomst.

Dilemma in verhouding tot de hoofdopgaven

PRE TT IG

De afgelopen jaren hebben we vooral wijken gerealiseerd, waarin alleen gewoond kan worden. Er kan ook voor worden gekozen om, binnen grenzen, werken in woonwijken toe te staan en andere voorzieningen. Goed idee of niet?

ON GEZ D EN T O

4

DILEMMA 4 : MEER FUNCTIES IN WOONWIJKEN OF NIET?

C. WAT ZEGT HET VOORKEURSSCENARIO IN RELATIE TOT HET DILEMMA?

De woonwijken die in de afgelopen jaren gerealiseerd zijn, zijn veelal monofunctionele woonwijken. Dat houdt in dat in dergelijke wijken veelal alleen gewoond wordt met ondersteunende maatschappelijke voorzieningen zoals scholen. Werken, winkelen en vrijetijdsbesteding van de bewoners van de wijken, vinden veelal plaats buiten de wijk.

• De geluidsbelasting op de woonomgeving beperken we zoveel mogelijk (1);

Er is veel te zeggen voor meer functiemenging. Het scheiden van wonen en werken is minder nodig dan vroeger, omdat werk er tegenwoordig anders uitziet met minder hinder en bijvoorbeeld meer eenmansbedrijven. Daarnaast groeit de kern Barneveld zodanig met grote woonwijken, dat er voldoende marktpotentieel is voor commerciële voorzieningen als detailhandel, horeca en nieuwe kantoorconcepten en combinaties daarvan. Meer werkgelegenheid in de wijk, meer voorzieningen kunnen de levendigheid in de wijk vergroten, de leefbaarheid bevorderen en het draagt bij aan vermindering van mobiliteit. Anderzijds betekent meer reuring in een wijk ook een grotere kans op hinder (bijvoorbeeld geluid, verkeer van buiten de wijk en parkeren) en daardoor weer afname van woongenot. Verder kunnen werkvoorzieningen en commerciële voorzieningen concurreren met bestaande dorpscentra en werklocaties.

• Ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid in elke wijk, ruimte voor winkels in de grotere wijken van de kern Barneveld (2);

• De gemeente streeft naar een leefomgeving die uitnodigt tot gezond gedrag en waar de druk op de gezondheid zo laag mogelijk is (1) ; • Voldoende ontmoetingsplekken in de dorpen (1);

• Actief sturen op passende basisvoorzieningen in elke wijk en kern (2); • Passende kleinschalige werkmogelijkheden in de wijken (3); • In en nabij kernen ruimte voor kleinschalige en lichte werklocaties (3); • Stimuleren combinatie wonen en werken (3); • Minder verkeersbewegingen door voldoende basisvoorzieningen in de wijken en kernen (4).

D. KORTE UITLEG VAN DE GEVOLGEN VAN DE ENE OF DE ANDERE KEUZE • In de omgevingseffectrapportage, noch in de inbreng participatie komt dit dilemma expliciet terug. • Functiescheiding is een belangrijk principe binnen de ruimtelijke ordening. De mogelijkheden van functiemenging zijn juridisch begrensd op aspecten als geur, geluid, verkeer en veiligheid, om ruimtelijk ongewenste situaties te voorkomen. • Ook als aan wet- en regelgeving wordt voldaan, kan er door omwonenden hinder worden ervaren, met klachten en soms ook procedures tot gevolg. Dat heeft negatieve impact op het vestigingsklimaat en uiteindelijk ook het woongenot. • Functiemenging kan leiden tot lagere opbrengsten. Grond voor woningen heeft vaak een hogere opbrengst. Voor de grondexploitatie en verwerving van gronden heeft dat impact.

• Functiemenging leidt tot een zuiniger en meer multifunctioneel gebruik. Voorzieningen zoals parkeren kunnen gedeeld worden en met werkvoorzieningen in de wijk ontstaat ook een bredere basis voor onder andere commerciële voorzieningen zoals detailhandel en horeca. Verder komt het de sociale veiligheid ten goede. • Functiemengingen dragen bij aan het beter en gerichter kunnen inzetten van bedrijventerreinen. Het bedrijventerrein Harselaar biedt ruimte voor zware bedrijvigheid, maar heeft nu een diffuus profiel door een brede variëteit van bedrijven die daar gevestigd is. Uit onderzoek in de provincie Zuid-Holland bleek bijvoorbeeld dat ca. 15% van de bedrijven op bedrijventerreinen moeilijk te mengen zijn met woningen. • Het beter mengen van functies draagt bij aan het voorkomen van mobiliteit, betere bereikbaarheid en aan meer fietsen en lopen in plaats van auto’s. NAAR OVERZICHT

Voorkeursscenario omgevingsvisie Barneveld: Dilemma’s & Botsingen

8

FORMULERING VAN HET DILEMMA

Een gezonde leefomgeving voor mens en natuur is net zo belangrijk als het bieden van een gezonde economische toekomst aan de agrarische sector in Barneveld. In de zoektocht naar een goede belangenafweging kunnen en zullen vanuit beide invalshoeken concessies noodzakelijk zijn. Zolang en voor zover landelijk en provinciaal beleid daarvoor de ruimte laten, wil de gemeente op deze basis haar beleid inrichten.

2.

Een gezonde leefomgeving voor mens en natuur is randvoorwaarde voor een toekomstbestendige en duurzame agrarische bedrijfsvoering. Gelet op de huidige situatie brengt dat onvermijdelijk een krimp van de agrarische sector met zich mee. Binnen de ruimte die er is willen we de transitie naar een duurzame agrarische sector actief stimuleren en faciliteren. De gemeente wil niet wachten op landelijk beleid en voor zover nodig al zelf de nodige structurerende keuzes gaan maken. L LANDELIJ K VO DE

IED EB G

IN VITA LE VEN LE

EN RP DO

Gezond en toekomstbestendig Barneveld. Prettig leven in vitale dorpen. Waardevol Landelijk Gebied.

RNEVELD BA

1. 2. 3.

Dilemma is thema overstijgend

STBESTE ND OM EK I

G

Dilemma in verhouding tot de hoofdopgaven

WA AR

A.

PRE TT IG

1.

ON GEZ D EN T O

5

DILEMMA 5: GEZONDHEID, NATUUR, MILIEU EN EEN ECONOMISCH GEZONDE AGRARISCHE SECTOR

C. WAT ZEGT HET VOORKEURSSCENARIO IN RELATIE TOT

B. KORTE TOELICHTING OP HET DILEMMA Actuele duiding van het ontwerp Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) en het concept Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (VLGG) laat zien dat het landelijk gebied van Barneveld volledig als prioritair transformatiegebied is bestempeld en met name de intensieve veehouderij gaat raken in de gebieden Stroe, Kootwijkerbroek en Garderen. De impact is groot. Het zou betekenen dat ca 1/3 agrarische grond uit productie zal worden genomen voor maatregelen die betrekking hebben op de doelen natuur, klimaat, water en bodem. Toelichting In het kader van het NPLG onder de Omgevingswet heeft de provincie Gelderland afgelopen zomer een minimaal gebiedsplan ‘VLGG 0,5’ onder de Natuurbeschermingswet (NbW) ingediend. Daarmee heeft de provincie een beperkte invulling gegeven aan de doelen van het NPLG. Op dit moment wordt nog gewerkt aan een vollediger versie. Inhoudelijk vraagt de Rijksoverheid aan de provincies om invulling en regie te geven aan 11 structurerende keuzes in het NPLG. De provincies treden op als gebiedsregisseur. Bij onvoldoende sturing vanuit de provincie, bestaat de mogelijkheid dat het Rijk dit zelf gaat doen. Met de uitwerking van de 11 structurerende keuzes worden de ruimtelijke afweging en inrichting van het landelijk gebied direct gekoppeld aan de aspecten van gezondheid en milieu(gebruiksruimte). Keuze in o.a.

overgangsgebieden, extensivering van grondgebruik in beekdalen, hoge zandgronden, sturing in bedrijfsdichtheden in verband met dierziekten en zoönosen maken hier onderdeel van uit.

HET DILEMMA?

Het voorkeursscenario gaat uit van de opvatting dat een gezonde leefomgeving voor mens en natuur net zo belangrijk is als een gezonde toekomst voor de landbouw. Met de nieuwste inzichten lijkt het erop dat de Rijksoverheid aanstuurt op een gezonde leefomgeving voor mens en natuur die randvoorwaardelijk is voor een toekomstbestendige en duurzame agrarische bedrijfsvoering.

Toelichting De omgevingsvisie zal een plaats moeten bieden aan de opgaven die vanuit de NPLG op ons af komen. Daar komen de genoemde 11 structurerende keuzes bij die recent openbaar zijn geworden. De structurerende keuzes m.b.t. gezondheid, dierziekten en zoönosen zullen leiden tot schuring met agrarische bedrijvigheid, als gevolg van ligging in gebieden met grote bedrijfsdichtheden, ligging in de nabijheid van Natura 2000 gebieden, nabij dorpsranden of nabij maatschappelijke zorgvoorzieningen.

D. KORTE UITLEG VAN DE GEVOLGEN VAN DE ENE OF DE ANDERE KEUZE Beide opties (een gezonde leefomgeving voor mens en natuur 1. is net zo belangrijk of 2. is randvoorwaardelijk voor een toekomstbestendige en duurzame agrarische bedrijfsvoering) hebben ruimtelijk en sociaal economisch impact op de huidige landbouwstructuur en raakt daarmee ook de agribusiness en het DNA van de Barneveldse samenleving. Bij een keuze voor optie 1 is de impact wel van een andere orde dan de keuze voor optie 2.

is het aannemelijk dat een groot deel van de bedrijven hieronder bezwijkt, met name wanneer een groot deel van het landgebruik alleen extensief mag worden gebruikt. Dit betekent naast verlies van inkomen ook areaal verlies en/of afwaardering van gronden waar mogelijk geen financiële compensatie tegenover staat. De vraag is nu hoe we willen omgaan met al deze ontwikkelingen in onze omgeving. Vanwege de lopende kabinetsformatie is er ook onzekerheid hoe dit dossier zich op termijn gaat ontwikkelen.

Toelichting Het voornemen is om op basis van structurerende keuzes uit het NPLG en vertaald naar het VLGG grote oppervlaktes aan te wijzen voor extensivering van landbouwkundig (grond)gebruik in relatie tot natuurherstel en mineralenhuishouding in de stroomgebieden KRW (Kader Richtlijn Water), klimaatrobuuste en natuur-inclusieve invulling van beekdalen op de hoge zandgronden, herstel en verbetering bestaande natuurgebieden (overgangsgebieden), aanleg van bossen(strategie) en groen blauwe dooradering (GBDA) in het cultuurlandschap. Vanuit het beleid dat zich nu aftekent gaat dat laatste om de gebieden rond de beekdalen, waarbij beekdalen in het Gelders Natuur Netwerk of in Natura 2000 gebieden met een grotere zone te maken krijgen dan daarbuiten.

Participatie: Uit de tafelgesprekken in de participatietrajecten van Omgevingsvisie en Toetsingskader Landelijk Gebied blijkt dat de deelnemers trots zijn op de boer. Vanuit de participatie Omgevingsvisie 2040 geeft een meerderheid van de deelnemers aan te kiezen voor Verder met Barneveld. Op basis van de enquêtes wordt aangegeven dat er in de toekomst ook aandacht en ruimte gegeven moet worden aan natuur-inclusieve landbouw. Vanuit de tafels is verder het volgende meegegeven/op het hart gedrukt:

Wanneer de structurerende keuzes met betrekking tot gezondheid en milieu gekoppeld worden aan het ruimtegebruik van de landbouw, zal dit met name de bestaande landbouw(bedrijven) treffen in de nabijheid van dorpsranden, stikstof gevoelige natuur en in de beekdalen. Bij een grote dichtheid van intensieve bedrijven zal de afstand van de bedrijven onderling ook een rol gaan spelen, evenals de afstand tot gevoelige voorzieningen in het buitengebied. Ten aanzien van klimaatdoelstellingen en nutriëntenbalans in de bodem zal veel gevraagd worden van de grondgebonden melkveehouderij in de Vallei (vanwege terugdringen van CH4 en nutriënten/mestuitgifte op het land en de afbouw van de veestapel, na een lager GVE per ha). Omdat de overheid strenger gaat sturen vanuit milieu, gezondheid, natuurherstel en klimaat, zal de economische impact voor de landbouwsector en daarmee voor het landelijk gebied in Barneveld groot zijn. Met de hierboven genoemde stapeling van opgaven

1.

Wees zuinig op de landbouw, geen versnippering van landbouwgrond;

2.

Vermijd tegenstelling tussen landbouw en natuur;

3.

De gemeente Barneveld is een landbouwgemeente met een gevarieerd buitengebied, neem dat als vertrekpunt;

4.

De overheid moet duidelijk(er) zijn wat moet en kan in de transitie naar een duurzame en economische landbouw;

5.

Laat de boer ondernemer zijn: denk en werk mee met boeren om de transitie mogelijk te maken;

6.

Houdt de landbouwgrond zoveel mogelijk bij de landbouw om extensivering en innovatie mogelijk te maken;

7.

Functieverandering naar wonen beperken en de ‘ladder/volgorde’ dorpsrandzone, clustering, erf hanteren;

8.

Functieverandering naar niet agrarisch niet beperken, maatwerk toepassen. NAAR OVERZICHT

Voorkeursscenario omgevingsvisie Barneveld: Dilemma’s & Botsingen

9

WIJKEN MET GEZONDHEIDSACHTERSTAND A.

FORMULERING VAN HET DILEMMA

In de gemeente is er sprake van gezondheidsverschillen tussen wijken en buurten. Kiezen we ervoor om anders om te gaan met wijken waar mensen minder gezond zijn of willen we elke wijk op dezelfde manier behandelen?

B. KORTE TOELICHTING OP HET DILEMMA In Nederland leven mensen met een laag opleidingsniveau en laag inkomen gemiddeld 8 jaar korter en zelfs 15 jaar korter in goede gezondheid. Deze verschillen zijn de afgelopen jaren eerder groter dan kleiner geworden. In veel gemeenten zijn de gezondheidsverschillen tussen wijken en buurten groot. In sommige wijken en buurten voelen mensen zich minder gezond, ervaren ze minder welzijn, voelen mensen zich vaker eenzaam en kampen mensen vaker met chronische aandoeningen. In de Landelijke Nota Gezondheidsbeleid is het verkleinen van gezondheidsachterstanden één van de vier prioriteiten. In deze nota en adviezen van o.a. de Sociaal Economische Raad is de ambitie gesteld om met voorrang te investeren in de leefomgeving binnen wijken waar mensen zich minder gezond voelen.

RNEVELD BA

Dilemma speelt zich af binnen één hoofdopgave, nl.: 1. Gezond en toekomstbestendig Barneveld.

STBESTE ND OM EK I

G

Dilemma in verhouding tot de hoofdopgaven

ON GEZ D EN T O

6

DILEMMA 6: WEL OF NIET EXTRA INVESTEREN IN

C. WAT ZEGT HET VOORKEURSSCENARIO IN RELATIE TOT HET DILEMMA?

Er zijn aanzienlijke gezondheidsverschillen tussen de buurten en wijken in onze gemeente. Het verbeteren van de gezonde leefomgeving kan helpen om deze gezondheidsverschillen te verkleinen. In lijn met de landelijke adviezen, staat in het voorkeursscenario beschreven dat we inzetten op het verkleinen van gezondheidsverschillen, door meer te investeren in wijken waar er grotere uitdagingen liggen op het gebied van gezondheid, welzijn en sociale samenhang.

D. KORTE UITLEG VAN DE GEVOLGEN VAN DE ENE OF DE ANDERE KEUZE • Verschillend investeren in wijken voor het verkleinen van gezondheidsverschillen is een effectieve strategie om gezondheidsverschillen te verkleinen; • Tegelijkertijd betekent dit dat er mogelijk meer capaciteit en middelen worden ingezet in de wijken waar dit het hardst nodig is. Er wordt dus meer prioriteit gegeven aan wijken en buurten waar mensen zich minder gezond voelen; • Uit het participatieverslag blijkt dat bijna de helft van de respondenten vindt dat de gemeente gezondheidsgedrag moet stimuleren. Drie op de tien inwoners vinden dat mensen zelf moeten weten hoe gezond ze leven. In het participatieverslag is geen uitspraak gedaan over het verkleinen van gezondheidsverschillen; • Het OER doet geen uitspraak over de gevolgen van meer investeren in wijken en buurten waar mensen zich minder gezond voelen.

NAAR OVERZICHT

Voorkeursscenario omgevingsvisie Barneveld: Dilemma’s & Botsingen

10

A.

FORMULERING VAN HET DILEMMA

Er komen derhalve de nodige verschillende ruimtelijke opgaven van het stedelijk gebied en het landelijk gebied bij elkaar, die vragen om integrale keuzes en uitwerking. Hoe gaan we om met deze groene buffers? Wat willen we er (wel) mee en wat willen we absoluut niet? En hoe breed moeten deze groene buffers zijn?

U EN IN DE RN T AA

BERE IKB

RUIM TE

WA AR

ONDERNE ME OR VO

ST OM EK O

Tegelijk staan deze gebieden onder druk door dorpsuitbreiding (Bloemendal, Voorthuizen Zuid, Oranjevereniging), intensivering van het recreatiegebied Zeumeren en uitbreiding van Harselaar. Dat is verklaarbaar gelet op de nabijheid van mobiliteitsvoorzieningen (A1/ A30, spoor) en de nabijheid van wonen/werken. En ook daar liggen ambities, zoals bijvoorbeeld de upgrading van station Barneveld Noord.

L LANDELIJ K VO DE

AP CH RS

In de verstedelijkte as (Barneveld – Harselaar – Voorthuizen) liggen tussen de beide kernen en het bedrijventerrein Harselaar groene buffers. Voor beide is in het verleden ook een gebiedsvisie opgesteld (Zeumeren, Esvelderbeekzone) met als doel behoud van deze overgangsgebieden (landschappelijke, maar ook milieutechnische buffer). Daarnaast liggen er ook andere ambities die deels ook verder reiken dan de Gebiedsvisies. Denk aan het versterken van het beek(dal) landschap als groen-blauwe structuurdrager in het landelijk gebied, waarbij de beek ook de ruimte krijgt om te meanderen, te overstromen en waar water in het gebied vast kan worden gehouden.

IN VITA LE VEN LE

IED EB G

B. KORTE TOELICHTING OP HET DILEMMA

RNEVELD BA

Dilemma is thema overstijgend

STBESTE ND OM EK I

G

1. Gezond en toekomstbestendig Barneveld. 2. Prettig leven in vitale dorpen. 3. Waardevol landelijk gebied. 4. Ruimte voor ondernemerschap. 5. Bereikbaar nu en in de toekomst.

EN RP DO

Dilemma in verhouding tot de hoofdopgaven

PRE TT IG

Een robuuste inrichting van brede groene buffers in de verstedelijkte as Barneveld - Voorthuizen, strijdt om de ruimte met allerlei gewenste ruimtelijke functies in dezelfde omgeving. Wat staat voorop: groen of functie?

ON GEZ D EN T O

7

DILEMMA 7: GROENE BUFFERS IN VERSTEDELIJKTE AS: ROBUUST OF NIET?

C. WAT ZEGT HET VOORKEURSSCENARIO IN RELATIE TOT HET DILEMMA?

• Barneveld streeft naar ontwikkeling en behoud van groene overgangszones rond de dorpen; • Inrichten van recreatiezones rond de dorpen; • Afstemming met de agrarische sector bij de inrichting van deze zones; • De principes van bodem en water zijn leidend; • Geen nieuwe grote woonwijk voor de kern Barneveld (optimaliseren Bloemendal als gevolg van GWG) • Extra aandacht voor stationsomgevingen; • Vitale, duurzame en klimaatbestendige inrichting openbare ruimte;. • Voldoende sport-, beweeg-, cultuur- en ontmoetingsmogelijkheden in de openbare ruimte; • Uitbreiding van het bedrijventerrein De Harselaar tot 2030 met zo’n 40 ha in het deelgebied Harselaar-Zuid; • Tot 2040 minimaal kunnen voldoen aan de groeivraag van bestaande bedrijven en zo mogelijk aan de regionaal berekende groeivraag; • Werk- en ontmoetingslocaties kenniswerkers nabij stations; • Ruimtelijke ontwikkelingen bij voorkeur daar plannen waar het wegennet nog capaciteit heeft; • Streven naar een robuuste infrastructuur van rondwegen en radialen; • Om het gebruik van het ov te stimuleren streeft de gemeente haltes na op de spoorlijn Amersfoort – Apeldoorn bij station Barneveld-Noord en Stroe.

D. KORTE UITLEG VAN DE GEVOLGEN VAN DE ENE OF DE ANDERE KEUZE • Op criteria als “Bodem, water en ondergrond”, “Natuur””, “Klimaatbestendigheid”, en “Gezonde leefomgeving” scoort een robuust groenblauw raamwerk in het OER positief en zijn brede groene bufferzones te prefereren; • Robuuste groene bufferzones scoren ook goed bezien vanuit participatieoogpunt. Een groene en gezonde gemeente met voldoende beweegmogelijkheden vindt men belangrijk en daar kunnen groene bufferzones direct grenzend aan de twee grote kernen goed aan bijdragen;

• De keuze voor robuuste groene bufferzones vragen financieel en bestuurlijk meer om tot realisatie te komen. Illustratief is dat de beide Gebiedsvisies beperkt tot uitvoering zijn gekomen, vanwege het ontbreken van financiële middelen en daarmee dus ook uitvoeringscapaciteit. Die financiële middelen zijn ook op dit moment niet beschikbaar. Wel is er zicht op een beperkt deel realisatie als gevolg van compensatieverplichtingen door gebiedsontwikkeling (uitbreiding/intensivering bedrijventerrein Harselaar).

NB: Voor het oostelijk deel van de Esvelderbeekzone is uitvoering wel gelukt door economische dragers (woningbouw), compensatieverplichtingen (water, natuur) en (financiële) bijdragen van derden (natuurontwikkeling, beekherstel). Voor het resterende deel zijn op dit moment geen middelen beschikbaar.

Voorkeursscenario omgevingsvisie Barneveld: Dilemma’s & Botsingen

NAAR OVERZICHT

11

A.

FORMULERING VAN HET DILEMMA

B. KORTE TOELICHTING OP HET DILEMMA

WA AR

L LANDELIJ K VO DE

IED EB G

3. Waardevol landelijk gebied.

IN VITA LE VEN LE

EN RP DO

2. Prettig leven in vitale dorpen.

STBESTE ND OM EK I

RNEVELD BA

Dilemma is thema overstijgend

1. Gezond en toekomstbestendig Barneveld.

G

Dilemma in verhouding tot de hoofdopgaven

PRE TT IG

De Omgevingswet maakt van gezondheid een te beschermen belang. Als we dat volgen dan kan dat consequenties hebben voor de gemeente omdat we dan in de ruimtelijke ordening veel meer rekening moeten houden met gezondheid. Hoe kijken we daarnaar? Staat gezondheid altijd voorop of is het onderdeel van de belangenafweging?

ON GEZ D EN T O

8

DILEMMA 8: GEZONDHEID VOOROP OF TOCH NIET?

C. WAT ZEGT HET VOORKEURSSCENARIO IN RELATIE TOT HET DILEMMA?

Gezondheid is een te beschermen belang in de Omgevingswet. Daarmee is gezondheid een belangrijker thema geworden dan het was onder de Wm, Wro en Wabo. Het meer centraal stellen van het thema gezondheid betekent bijvoorbeeld dat we rekening houden met de adviesafstanden van de GGD in plaats van de afstanden die volgen uit Bedrijven en milieuzonering en de Wet veehouderij en gezondheid.

• De opgave gezonde leefomgeving is een belangrijk element van de Omgevingswet. Hier benaderen wij gezondheid vanuit het begrip positieve gezondheid. Het gaat over de volgende aspecten: fysieke gezondheid, mentale gezondheid, kwaliteit van leven, zingeving, dagelijks functioneren en meedoen;  

Dat betekent bijvoorbeeld dat we woningen als gevoelige bestemmingen beschouwen en dan minimaal 250 meter aanhouden tussen een woning en een veehouderij. Ook kan dit gevolgen hebben voor het situeren van woningen langs dorgaande wegen.

• Een gezonde leefomgeving is een omgeving die als prettig en veilig wordt ervaren, die uitnodigt tot gezond gedrag en waar de druk op de gezondheid zo laag mogelijk is. Ontwikkeling en borging van een dergelijke leefomgeving is een belangrijke voorwaarde bij de inrichting van de ruimte en het toestaan van activiteiten. De basis hierbij zijn indicatoren die de VNG geeft voor een gezonde leefomgeving. We werken dit uitgangspunt later verder uit en komen dan tot indicatoren en richtlijnen voor de gemeente Barneveld.   

• Uitgangspunt van het voorkeursscenario is dat de ontwikkelingen in beginsel positief bijdragen aan de duurzame leefomgeving en aan de gezondheid van de inwoners van Barneveld. In beginsel wil zeggen dat het een streven is. Gezien alle belangen is dit resultaat niet altijd te realiseren. In de omgevingsvisie zal meer inzicht worden gegeven aan het per gebied bieden van een afwegingskader;

D. KORTE UITLEG VAN DE GEVOLGEN VAN DE ENE OF DE ANDERE KEUZE

• Gezondheid is een belangrijk te beschermen belang van de Omgevingswet. Het is te verwachten dat burgers de gemeente zullen aanspreken op dit belang. • Het hanteren van de gezondheidsadviezen betekent wel dat er (meer) afstand gehouden moet worden ten opzichte van milieubelastende activiteiten. Dat betekent of minder ruimte voor gevoelige functies als woningen of minder bedrijvigheid. • De omgevingseffectrapportage toetst de toekomstsscenario’s ook aan gezondheid. Beide scenario’s scoren ongeveer hetzelfde op dit thema.

NAAR OVERZICHT

Voorkeursscenario omgevingsvisie Barneveld: Dilemma’s & Botsingen

12

A.

FORMULERING VAN HET DILEMMA

B. KORTE TOELICHTING OP HET DILEMMA Volgens het Toetsingskader Landelijk Gebied is er ruimte voor stoppende agrariërs om over te schakelen naar kleinschalige bedrijvigheid die passend is voor het betreffende deelgebied. Het gaat om max. 750 m2 vloeroppervlakte, max. 100 m2 buitenopslag en max. milieucategorie 2. De vraag is echter of milieucategorie 2 een voldoende stimulans vormt om de omschakeling te doorlopen. Deze milieucategorie biedt namelijk uitsluitend mogelijkheden voor kleinschalige bedrijvigheid die veelal ook in woongebieden voorkomt. Deze beleidslijn (ook vanuit provincie en regio) sluit in principe aan bij de wens om niet-agrarische bedrijvigheid te clusteren op bedrijventerreinen, omdat dit vaak zorgt voor schaalvoordelen, meer onderlinge samenwerkingen en economische spin-offs (mogelijk ook kansen voor meer arbeidsplaatsen). Dit betekent echter wel dat er (extra) ruimte voor bedrijfskavels aan de randen van dorpen gevonden en gerealiseerd moeten worden en we als gemeente een sterkere regierol moeten aannemen. Wij zullen immers bedrijfskavels aan moeten kunnen bieden (betekent (extra) locaties aanwijzen/ontwikkelen en naar verwachting grondaankoop) en stoppende agrariërs moeten ‘dwingen’ hun niet-agrarische bedrijfsmatige activiteiten uit te oefenen op een bedrijventerrein.

Deze beleidslijn is een aanscherping van het huidige beleid en een inperking van de vrijheid van ondernemers, waarbij het de vraag is of we deze ambitie op korte termijn waar kunnen maken. We hebben nu geen locaties voorhanden en stoppende agrariërs moeten vanuit de huidige stoppersregeling al op zeer korte termijn opstallen slopen. Clustering op bedrijventerreinen is vanwege het huidige gebrek aan bedrijfskavels op korte termijn dan ook niet mogelijk. Als we meer ruimte willen geven aan stoppende agrariërs om niet-agrarische bedrijvigheid uit te gaan oefenen dan moeten we overwegen om ons functieveranderingsbeleid te verruimen op dit punt (mits ruimtelijk, milieukundig, landschappelijk en verkeerskundig inpasbaar) en dus in het landelijk gebied meer niet-agrarische bedrijvigheid mogelijk maken.

ONDERNE ME OR VO

AP CH RS

1. Waardevol landelijk gebied. 2. Ruimte voor ondernemerschap.

Dilemma is thema overstijgend

L LANDELIJ K VO DE

IED EB G

Dilemma in verhouding tot de hoofdopgaven

RUIM TE

Als gevolg van de transitie in het landelijk gebied is de verwachting dat er veel agrarisch vastgoed vrij komt in de aankomende jaren. Volgens ons huidige functie-veranderingsbeleid (Toetsingskader Landelijk Gebied) hebben stoppende agrariërs de mogelijkheid om hun agrarisch bedrijfsperceel te transformeren naar een bedrijfsperceel voor niet-agrarische bedrijvigheid tot milieucategorie 2. Het verruimen van het functieveranderingsbeleid kan ervoor zorgen dat het voor agrariërs makkelijker wordt om te stoppen. Echter is dit wel in strijd met de wens van het clusteren van werkfuncties. Kortom willen we stoppende boeren faciliteren of houden we vast aan het clusteren van bedrijvigheid?

WA AR

9

DILEMMA 9: BEDRIJFSFUNCTIES IN HET LANDELIJK GEBIED: CLUSTEREN OF NIET?

C. WAT ZEGT HET VOORKEURSSCENARIO IN RELATIE TOT HET DILEMMA?

• Vanuit de opgave van ruimte voor ondernemerschap is het de wens om zo veel mogelijk werkgelegenheid en banen te behouden en te laten groeien. Daarbij is het wenselijk om voldoende bedrijvigheid te hebben, die gezamenlijk elkaar inspireren als kraamkamer voor nieuwe innovaties en ervoor zorgen dat bedrijven in onze gemeenten hun innovaties kunnen ‘showen’; • Vanuit de opgave waardevol landelijk gebied wordt ingezet op een inrichting van het landelijk gebied waarbinnen natuurlijke waarden en behoud van het agrarisch cultuurlandschap (en/of landschappelijk waardevolle gebieden) hand in hand gaan met de economische vitaliteit van het agrarisch gebied.

D. KORTE UITLEG VAN DE GEVOLGEN VAN DE ENE OF DE ANDERE KEUZE • Als we vasthouden aan de huidige beleidslijn zijn de mogelijkheden voor agrariërs om om te schakelen naar niet-agrarische bedrijvigheid relatief beperkt, vanwege de mogelijkheden van het geldende toetsingskader én het gebrek aan bedrijfskavels; • Als we inzetten op het verruimen van het geldende toetsingskader kunnen we (onder voorwaarden) meer niet-agrarische bedrijvigheid in het landelijk gebied mogelijk maken. We geven een grotere stimulans voor agrariërs om eventueel om te schakelen, maar stappen af van de beleidslijn dat dit type bedrijvigheid op bedrijventerreinen thuishoort en er kansen worden benut voor schaalvoordelen etc;

• Als we inzetten op het clusteren van niet-agrarische bedrijfsfuncties op bedrijventerreinen stimuleren we zo veel mogelijk dat onze ondernemers met elkaar samenwerken en economische spin-offs/innovaties etc. optreden (grotere kans op meer arbeidsplaatsen). Ook voorkomen we dat er bedrijfsmatige verkeersbewegingen in het landelijk gebied plaatsvinden en dat deze zich concentreren op het wegennet rondom de dorpen dat hier meestal beter voor is ingericht. We zullen echter wel aan de slag moeten met het aanwijzen van nieuwe locaties waar stoppende agrariërs zich (op termijn) kunnen vestigen, hiertoe mogelijk gronden moeten verwerven en agrariërs moeten faciliteren met hun verhuisbeweging. Tot slot moeten we beseffen dat dit een lange termijn ambitie is. Planprocessen voor nieuwe bedrijfskavels moeten immers nog opgestart gaan worden. NAAR OVERZICHT

Voorkeursscenario omgevingsvisie Barneveld: Dilemma’s & Botsingen

13

OF RUIMTE VOOR WONINGBOUW IN HET LANDELIJK GEBIED? A.

FORMULERING VAN HET DILEMMA

Volgens het Toetsingskader Landelijk Gebied is er ruimte voor stoppende agrariërs om over te schakelen naar wonen. Met het toetsingskader wordt ruimte geboden om functieveranderingswoningen onder voorwaarden te realiseren in een kernrandzone, in een bestaand cluster van woningen of op bestaande agrarische bedrijfslocaties (de laatste met uitzondering van één deelgebied). Verder wordt in één deelgebied de mogelijkheid geboden voor differentiatie in woningtype en woonvormen. De verwachting is dat veel meer agrariërs als voorheen de komende jaren gaan stoppen, zodat de kans groot is dat in het landelijk gebied substantieel meer woningen ontstaan. Dat botst met de aloude beleidslijn om woningbouw zo veel als mogelijk te concentreren in de kernen en het buitengebied te vrijwaren van niet aan het buitengebied gebonden functies. Dat principe van concentratie is bedoeld om efficiënt en op goede wijze te voorzien in de woningbouwopgaaf (bouwen voor verschillende doelgroepen, bijdragen aan en ruimte bieden voor realisatie van bijkomende voorzieningen (bijvoorbeeld infra, groen, scholen). Maar concentratie draagt ook bij aan gezondheid. Denk aan richtafstanden tot agrarische bedrijven (geur, luchtkwaliteit, dierziekten) of denk aan het belang van nabijheid van voorzieningen of tegengaan eenzaamheid.

WA AR

L LANDELIJ K VO DE

IED EB G

B. KORTE TOELICHTING OP HET DILEMMA

IN VITA LE VEN LE

EN RP DO

RNEVELD BA

1. Gezond en toekomstbestendig. 2. Prettig wonen en leven. 3. Waardevol landelijk gebied.

Dilemma is thema overstijgend

STBESTE ND OM EK I

G

Dilemma in verhouding tot de hoofdopgaven

PRE TT IG

Als gevolg van de transities in het landelijk gebied zullen de komende jaren veel agrariërs (moeten) stoppen. Volgens ons functieveranderingsbeleid en Toetsingskader hebben stoppende agrariërs de mogelijkheid om hun agrarisch bedrijfsperceel te transformeren naar wonen. Door de potentiële omvang raakt het andere opgaven: het kan onze eigen woningbouwplannen in meerdere opzichten raken en het heeft negatieve consequenties op het vlak van gezondheid. Gaan we terughoudend om met woningbouw in het buitengebied of niet?

ON GEZ D EN T O

10

DILEMMA 10 : CONCENTRATIE WONINGBOUW IN STEDELIJK GEBIED

C. WAT ZEGT HET VOORKEURSSCENARIO IN RELATIE TOT HET DILEMMA? • De gemeente streeft naar een leefomgeving die uitnodigt tot gezond gedrag en waar de druk op de gezondheid zo laag mogelijk is (1);

• Gedoseerde omgang met woningbouw in het buitengebied en onderzoek naar mogelijkheden van concentratie op een aantal locaties (2); • Gebieden die we willen gebruiken voor nieuwbouwwijken of nieuwe bedrijventerreinen sluiten we uit van functieveranderingswoningen (2); • Ruimte voor nieuwe economische dragers in het buitengebied, waaronder ook wonen (3).

Het substantieel meer bouwen van woningen in het buitengebied raakt dus niet alleen de identiteit en uitstraling van het landelijk gebied, maar heeft ook consequenties voor het volkshuisvestingsbelang en het gezondheidsbelang. Vanuit deze belangen heeft het de voorkeur om wonen zo veel mogelijk te clusteren in en aansluitend op de kernen. Het toevoegen van functieveranderingswoningen in de kernrandzone kan daaraan bijdragen, maar dan moet er ruimte zijn die niet ten koste gaat van reeds beoogde woningbouwlocaties. Dat vraagt om een sterkere regierol als gemeente.

D. KORTE UITLEG VAN DE GEVOLGEN VAN DE ENE OF DE ANDERE KEUZE • Als we vasthouden aan de huidige beleidslijn is de kans reëel dat het beoogde eindbeeld voor het landelijk gebied niet wordt bereikt. • Vasthouden aan de beleidslijn betekent ook een groter aantal woningen waar je dat vanuit gezondheidsoogpunt en wonen bij voorkeur niet hebt. Dit kan mogelijk ook ten koste gaan van grondexploitaties of leiden tot extra kosten op het gebied van infra, riolering of zorg. • Het clusteren van functieveranderingswoningen in kernrandzones is een betere optie als spreiding door het buitengebied vanuit het voorzieningenniveau in de

breedste zin bezien. Dat vergt echter extra inzet (aanwijzen van locaties, mogelijke grondverwerving). • Het toestaan van functieveranderingswoningen in het buitengebied is een stimulans voor de benodigde transitie in het buitengebied, omdat het voor veel agrariërs financieel interessant is te realiseren op eigen gronden in combinatie met deelname aan de piekbelastersregeling. Het inperken van die mogelijkheden maakt laatstgenoemde regeling mogelijk minder interessant.

NAAR OVERZICHT

Voorkeursscenario omgevingsvisie Barneveld: Dilemma’s & Botsingen

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=9d3f0c2b-1363-42b0-aa55-5ac16bb25a12