CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-3.24 Besluit B&W over Raadsmemo Voorkeursscenario Omgevingsvisie Barneveld 2040 Dilemma's en botsingen Omgevingsvisie d.d. 21-5-24

Gemeenteraad 29 mei 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ingekomen en uitgaande stukken33.368 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Naast de locaties waar veel ongevallen gebeuren gaat de gemeente aan de slag

met locaties een verhoogde risico op ongevallen met een ernstige afloop. Dit heet risicogestuurd werken. Een van de maatregelen is de maximumsnelheid van 30

km per uur op wegen binnen de bebouwde kom waar fietsers en auto’s gebruik

maken van dezelfde ruimte. Naast de bekende woonstraten (erftoegangswegen)

gaat het om wegen met suggestiestroken of te smalle fietsstroken. Met betrekking tot de inrichting van 30 km-wegen houden we rekening met de belangen van verschillende weggebruikers en de financiële aspecten.

Een snelheid van 50 km per uur in de bebouwde kom acht Barneveld alleen

verantwoord als fietser een vrijliggende fietsvoorziening ter beschikking heeft met voldoende ruimte. Straten op bedrijventerreinen vormen mogelijk een

uitzondering, omdat daar vooral individuele fietsers rijden uit de minst kwetsbare leeftijdsgroepen. Ook wijkontsluitingswegen waar fietsers een goed alternatief hebben krijgen mogelijk een uitzonderingspositie.

Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario

38

BERE IKB

ST OM EK O

U EN IN DE RN T AA

Waar dit meerwaarde heeft richt de gemeente schoolzones in, zodat het

weggebruikers duidelijk is waar zich een locatie bevindt met veel kwetsbare verkeersdeelnemers. Nieuwe wijken richt Barneveld zo in dat verkeer of zoekverkeer door woonstraten wordt geminimaliseerd.

Niet elke straat in een woonwijk hoeft geschikt te worden gemaakt voor alle

soorten verkeersdeelnemers. Zo kunnen parkeerclusters straten autoluw maken. Zulke parkeerclusters dragen bovendien mogelijk bij aan een optimale inrichting van de openbare ruimte.

Daarnaast streeft gemeente Barneveld naar meer deelmobiliteit, vooral in de

kernen Barneveld en Voorthuizen. De kans dat deelautoconcepten in de kleine

kernen aanslaan is nu eenmaal kleiner: ze missen vooralsnog volume om zulke concepten rendabel te maken.

Op dit moment voorziet Barneveld geen fundamentele wijziging van de huidige situatie. In de eerste plaats omdat de aanleg van nieuwe infrastructuur en

voorzieningen stokt vanwege de stikstofproblematiek en financiële keuzes van het Rijk. Daarnaast is de ontwikkeling van meer Ov vaak een zaak van lange

SAMENVATTEND: • Risicogestuurde aanpak ongevallen; • 30 km/u is uitgangspunt binnen de bebouwde kom bij fietsers op de rijbaan; • Inrichten schoolzones waar dit meerwaarde heeft; • Voorkomen zoekverkeer; • Inzet op parkeerclusters. INZET OP MOBILITEITSTRANSITIE

De auto blijft in ons gebied voorlopig een belangrijke rol spelen. Dit vanwege

het landelijke karakter, het geringe aanbod van OV en de aard van de beroepen

van een groot deel van de inwoners (praktisch en dienstverlenend). Gebruik van OV is voor veel inwoners niet een aantrekkelijk alternatief omdat vertrekpunt en

bestemming zelden binnen korte loop- en fietsafstand liggen en omdat de totale reistijd en kosten boven die van autogebruik liggen.

Op lange termijn streeft Barneveld naar meer OV-gebruik (zie ook hierna de

paragraaf over OV) maar wij zijn daarbij sterk afhankelijk van andere overheden en van vervoerders. Voor de omvorming van auto naar OV is een sterke

verdichting nodig van het OV-netwerk. Binnen de gemeente, maar ook bij de plaats van bestemming.

adem. En het is bovendien de vraag of meer aanbod leidt tot meer reizigers. Dat geldt zeker voor de kleinere kernen in onze gemeente: de marktwerking zorgt

ervoor dat afname van de vraag leidt tot verdere verschraling van het aanbod

aan OV. Gelet op deze ontwikkelingen blijft gemeente Barneveld in de meeste

gebieden dezelfde parkeernormen hanteren. In sommige delen van Bloemendal gaat de gemeente na of we in afwijking van de Nota Parkeernormen wat lagere parkeernormen kunnen hanteren, vanwege de ligging nabij station Barneveld-

Noord. Daarnaast onderzoeken we of het mogelijk is ook bij station BarneveldZuid lagere parkeernormen te hanteren.

Deze deelgebieden zijn bij uitstek geschikt voor de huishoudens die bewust

kiezen voor een laag autobezit. Het is voorstelbaar dat bij een lage parkeernorm een strenge regulering nodig is om ongewenst parkeergedrag te voorkomen.

Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario

39

BERE IKB

ST OM EK O

U EN IN DE RN T AA

En daarbovenop extra maatregelen om andere vervoerwijzen te stimuleren.

Een lagere parkeernorm levert dus minder kosten op in aanleg en onderhoud van parkeerruimte, maar brengt wel kosten met zich mee voor alternatieven. Verlaging van parkeernormen vraagt een zorgvuldige afweging.

Barneveld, afbeelding pagina 40). Hierin is te zien dat in de rondwegstructuur

een aantal schakels ontbreekt. De rondwegstructuur van Voorthuizen werd een

aantal jaren geleden gerealiseerd en is voltooid. Om doorgaand verkeer door de kern te ontmoedigen, rest hier nog de herinrichting van enkele radialen.

SAMENVATTEND: • De auto blijft een onverminderd belangrijk in Barneveld, mede gelet op de samenstelling van de werkende bevolking en de ligging van de kernen;

• Streven naar verbetering van het openbaar vervoer, en kansen benutten voor alternatieve vormen van (duurzamere) mobiliteit;

• Een fundamentele verschuiving van autogebruik naar het openbaar vervoer is voorlopig niet te verwachten;

• De huidige parkeernormen handhaven, zolang er geen kansrijke

alternatieven zijn voor persoonlijk autobezit en -gebruik. Met mogelijke uitzondering van de parkeernorm in stationsomgevingen.

VERGROTEN CAPACITEIT HOOFDWEGENNET (HWN)

Barneveld wil zo veel mogelijk doorstroming op de snelwegen en de

hoofdwegen, om de leefbaarheid in kernen te bevorderen. Woonkernen en ondergeschikte wegen in het buitengebied moeten niet belast worden met

doorgaand regionaal en bovenregionaal verkeer. Daarnaast vindt de gemeente

dat onze inwoners en ondernemers zonder forse vertraging bij hun school, werk of klanten moeten komen.

De Hoofdlijnennotitie 2040 vermeldt dat gemeente Barneveld samen met

Rijk, provincie en overige partners willen investeren in een goede externe

bereikbaarheid om onze strategische ligging te benutten. Dat betekent dat

we de capaciteit van onze infrastructuur in de kernen en in het buitengebied

benutten, binnen grenzen van veiligheid, leefbaarheid en barrièrewerking, en

daarnaast dat we streven naar een robuuste infrastructuur van rondwegen en radialen rond de grote kernen.

Voor een robuust wegennet investeert de gemeente in een structuur van

rondwegen en radialen in en rond de kern Barneveld. Om wijken en dorpscentra te ontzien van doorgaand vrachtverkeer en omleidings- en sluipverkeer bij

wegwerkzaamheden en incidenten, is een verkeerssysteem van rondwegen en radialen wenselijk bij de grote kernen.

Radialen zijn de wegen tussen de rondweg en het centrum waar de wijken

op aansluiten. Deze visie is een voortzetting van bestaand beleid. Zie kern

SAMENVATTEND: • Regionaal en bovenregionaal verkeer afwikkelen op snelwegen en

hoofdwegen, die daarvoor over voldoende capaciteit moeten beschikken;

• Benutten bestaande capaciteit wegennet binnen acceptabele grenzen; • Streven naar een robuuste infrastructuur van rondwegen en radialen.

Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario

40

BERE IKB

ST OM EK O

U EN IN DE RN T AA

DE OOSTELIJKE RONDWEG BARNEVELD

Gelet op de groei van Barneveld en de prognoses voor de ontwikkeling van het verkeer, ziet gemeente Barneveld dat die groei niet verantwoord kan worden

opgevangen, met de huidige infrastructuur. Zelfs niet met forse investeringen. Dit geldt in het bijzonder voor de verkeersafwikkeling van en naar de zuidelijke helft van de kern Barneveld. Op de uitvalswegen is nu al sprake van fors

oponthoud. Investeringen in de bestaande doorgaande route door het dorp hebben vergaande gevolgen voor de leefbaarheid in de wijken (denk aan

geluid, luchtkwaliteit, verkeersveiligheid) en forse ruimtelijke effecten. Een

wegverbreding zou veel woonpercelen treffen, soms beperkt maar soms ook

fors. Ook gaat een wegverbreding ten koste van een deel van de bomen langs de route waardoor het groene karakter wordt aangetast. Wil Barneveld de

groene laanbeplanting behouden, dan is er nog meer grond nodig waardoor het effect op de woonpercelen nog groter wordt.

Uit de participatietrajecten voor de omgevingsvisie en voor de oostelijke rondweg blijkt dat dit vermoedelijk leidt tot veel weerstand.

Daarnaast draagt alleen een opwaardering van de wegen niet bij aan het

duurzame en robuuste wegennet dat de gemeente voor ogen heeft. Er is sprake

van steeds meer verkeer dat in het geval van wegwerkzaamheden en incidenten op zoek zal gaan naar alternatieve routes, die op hun beurt ook al druk worden belast.

Deze omstandigheden maken in onze visie de aanleg van een oostelijke

rondweg onvermijdelijk en in principe randvoorwaardelijk voor een verdere groei van Barneveld.

SAMENVATTEND: • Mede gelet op de groei van de gemeente Barneveld is de aanleg van een oostelijke rondweg noodzakelijk.

Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario

41

TOELICHTING OOSTELIJKE RONDWEG Een oostelijke rondweg om Barneveld is al langere tijd in studie. In 2021 is een milieueffectrapport (MER) opgesteld. Daarin is uitgelegd welke knelpunten ontstaan op de route door de bebouwde kom als Barneveld nog verder groeit. En waarom wij vinden dat de aanleg van een oostelijke rondweg de voorkeur heeft boven het opwaarderen van de route door de kom. Vervolgens zijn de effecten onderzocht van meerdere mogelijke liggingen van de rondweg in het gebied (tracévarianten). Hieruit bleek dat de tracévarianten niet sterk onderscheidend zijn vanuit milieustandpunt. Om een goede afweging te maken zijn ook de effecten onderzocht van het opwaarderen van de route door het dorp (het nulplusalternatief). Het gaat hierbij om de milieueffecten en het doelbereik. Met doelbereik wordt bedoeld of de doelen worden behaald die vooraf zijn vastgesteld. De onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage (of kort Commissie Mer) gaf op verzoek van de gemeente advies naar aanleiding van de ‘eerste fase MER’. Daarin staat dat de milieueffecten en het doelbereik van de alternatieven en varianten overwegend goed in beeld zijn gebracht.

De Commissie constateert dat nut en noodzaak van ingrepen in de infrastructuur goed en uitgebreid zijn beschreven, maar signaleert ook dat er nog informatie ontbreekt om een volwaardige afweging te maken tussen het nulplusalternatief en het alternatief rondweg. Naar aanleiding van het advies hebben wij onder andere meer onderzoek gedaan naar de effecten van beide alternatieven op de omgeving. Voorafgaand aan het milieueffectrapport ontbrak het aan een visie op de groei van Barneveld na 2040. Om in het MER op groei te kunnen anticiperen, is uitgegaan van drie denkbeeldige groeiscenario’s langs de oostrand van Barneveld, variërend van lichte (1.000) tot forse toename (3.000) van het aantal woningen. Door voortschrijdend inzicht is inmiddels meer duidelijk over het aantal woningen dat waarschijnlijk tot 2040 aan de oostkant van Barneveld zal verrijzen om te kunnen voldoen aan de groeiopgave binnen de regio. Dit aantal zal waarschijnlijk maximaal 1.000 zijn, met de verwachting dat een groot deel ervan gerealiseerd wordt in het gebied tussen het spoor en de Hessenweg ten oosten van Station Barneveld-Zuid. Hoewel er voor de oostelijke rondweg nog een volwaardige tracékeuzenotitie wordt opgesteld, gaat deze omgevingsvisie op hoofdlijnen al wel kort in op de

onderzochte tracés. Dit omdat de Commissie Merons heeft verzocht n bij de afweging voor het voorkeursalternatief en de tracékeuze rekening te houden met de andere ontwikkelingen in het gebied. De verwachte lichte groei aan de oostkant van Barneveld (zie paragraaf….) ov, maakt het eerder gebruikte argument om de rondweg ver van de kern af te leggen vanwege de mogelijke groei van Barneveld minder sterk. Zou worden gekozen voor de meest oostelijke tracés, dan is het denkbaar dat de rondweg decennialang of nog langer veel verder van de kern ligt dan noodzakelijk. Daarbij geldt, zo blijkt uit de MER, dat hoe verder het tracé van de kern wordt aangelegd, des te minder er gebruik van zal worden gemaakt. Vanuit de huidige woonwijken is het immers niet aantrekkelijk om eerst een fors eind naar het oosten te rijden om uiteindelijk via de rondweg naar een bestemming in het noorden, westen of zuiden van Barneveld te rijden. De wegen binnen de bebouwde kom worden daarentegen meer ontlast naar mate de rondweg dichter bij de kern ligt. Uit een landschappelijke studie van 2023 blijkt dat impact op het landschap beperkt kan blijven als wordt gekozen voor een combinatie van de tracés die dichter bij de kern liggen. Alles meewegend voorzien wij dat het tracé voor de oostelijke rondweg gevonden moet worden in een kleiner zoekgebied dan voorafgaand aan de MER is vastgesteld.

Het betreft het deel van het zoekgebied dat het dichtste bij de kern Barneveld ligt. Zie de afbeelding op pagina 40 waarin we dit kleinere zoekgebied focusgebied hebben genoemd. We vinden het belangrijk dat de nieuwe rondweg zich voegt naar het landschap. We respecteren aanwezige (beplantings)structuren en passen de bestaande beken zichtbaar en met respect in. Door deze beter toegankelijk te maken vanuit de kern dragen we bij aan een groene en recreatief aantrekkelijke overgangszone rondom de kern. De belangrijkste voordelen van een grotere nabijheid bij de kern van Barneveld zijn samengevat: • een optimaal gebruik van de rondweg en minder verkeer door de kern, • er blijft een groter aaneengesloten stuk buitengebied over, • grotere meekoppelkansen voor andere vormen van grondgebruik in het stedelijk uitloopgebied waarin de rondweg komt te liggen, zoals vasthouden van water (klimaatmantel) en recreatieve mogelijkheden.

Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario

42

TOELICHTING OOSTELIJKE RONDWEG VERVOLG Om tot een definitieve tracékeuze te kunnen komen is eerst aanvullende studie nodig, en een uitgebreid participatietraject met de omgeving. Zoals in het proces oostelijke rondweg is gecommuniceerd wordt na het besluit op de omgevingsvisie een tracékeuzenotitie opgesteld en krijgen inwoners de gelegenheid te reageren. De reacties worden verwerkt in een nota en samen met de concept-tracénotitie aan de gemeenteraad voorgelegd ter besluitvorming. Dit proces wordt vervolgd als er duidelijkheid is over de financiering van de rondweg.

We realiseren ons dat de kosten van de aanleg van een oostelijke rondweg aanzienlijk zijn en hoger dan het nulplusalternatief. De ongelijkvloerse kruising die nodig is bij het spoor bij de woonwijk Veller is hiervan de grootste kostenpost. Gelet op de cijfers van enkele jaren geleden, gaat de gemeente met het huidige prijspeil uit van een investering van indicatief 80 miljoen euro. Het zal daarom vermoedelijk een flink aantal jaren duren om de financiering te regelen. De eerste vraag is echter of de gemeente Barneveld de oostelijke rondweg wil. En die vraag kan met ja worden beantwoord. Sterker nog: de oostelijke rondweg is noodzakelijk, gezien de groei van Barneveld.

Voor de goede orde: ook als de oostelijke rondweg er komt , blijven investeringen in de bestaande infrastructuur nodig op een aantal locaties in de kern Barneveld.

Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario

43

BERE IKB

ST OM EK O

U EN IN DE RN T AA

VERBETERING OV-AANBOD

Ongeacht de verwachting dat de auto voorlopig dominant blijft in onze

omgeving, wil gemeente Barneveld het gebruik van het openbaar vervoer zeker

stimuleren. Dit doet Barneveld door bij het Rijk te lobbyen voor een halte op het spoor Amersfoort-Apeldoorn bij Barneveld-Noord en een halte bij Stroe, met aantrekkelijke voorzieningen.

VOORZIENINGEN IN WIJKEN

Basisvoorzieningen -bijvoorbeeld supermarkten in woonwijken en de kernen

leiden tot een afname van autogebruik en van de behoefte aan parkeerareaal in het centrum van met name Barneveld. De bespaarde ruimte kan daar dan voor

andere centrumvoorzieningen worden benut. Ook kunnen basisvoorzieningen in de wijken worden gecombineerd met pakketkluizen voor bezorgers. Het gevolg

In het belang van klimaattransitie en mobiliteitstransitie investeerde Barneveld in

het verleden al flink in treinstations en snelle fietsroutes. We blijven lobbyen voor het verbeteren van de voorzieningen en blijven investeren in fietsroutes (zie ook hiervoor onder verkeersveiligheid), zeker voor hen die daarvan afhankelijk zijn, zoals scholieren en senioren.

Om het OV, vooral de bus, maar ook de trein, echt aantrekkelijker te maken

is dat het aantal verkeersbewegingen in de wijk door bezorgdiensten afneemt. SAMENVATTEND: • Minder verkeersbewegingen door voldoende basisvoorzieningen in de wijken en kernen;

• Basisvoorzieningen combineren met pakketkluizen.

moetende frequentie van de dienstregeling en de dichtheid van het net flink

omhoog. Ook moet voorkomen worden dat wegen in de kernen dichtslibben.

Filevorming voor kruispunten leidt niet alleen tot vertraging voor de automobilist maar ook voor de bussen, wat het ov niet aantrekkelijk maakt. De aanleg van busbanen wordt in onze gemeente niet als realistisch gezien.

Als kanttekening geldt dat Barneveld voor de realisatie van stations – en meer

specifiek mobiliteitshubs en andere OV-voorzieningen afhankelijk is van hogere

overheden, concessieverleners en vervoerders. Het duurt soms decennia vanaf de start van een lobbytraject voordat een voorziening daadwerkelijk is gerealiseerd.

Het is daarom realistisch ervan uit te gaan dat er tot 2040 weinig verbetering van

het ov-aanbod verwacht mag worden. Dat is een belangrijke oorzaak waardoor het autogebruik tot 2040 in onze gemeente niet of nauwelijks afneemt. SAMENVATTEND: • Om het gebruik van het ov te stimuleren streeft de gemeente haltes na op de spoorlijn Amersfoort – Apeldoorn bij station Barneveld-Noord en bij Stroe;

• Barneveld blijft lobbyen voor verbetering van ov-voorzieningen en de toegankelijkheid ervan voor alle doelgroepen.

Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario

44

BERE IKB

ST OM EK O

U EN IN DE RN T AA

SCHONER EN DUURZAMER VERVOER

Het programmaplan Duurzaamheid vermeldt als doel de uitstoot van

broeikasgassen met 55 procent te verminderen in 2030 en een klimaatneutrale mobiliteit te bereiken in 2050. Bijna alle vervoersmiddelen zijn dan emissievrij.

Dit doel is overgenomen uit het Regionaal Mobiliteitsprogramma Foodvalley. De gemeenteraad het programmaplan Duurzaamheid vast in 2022 en dit doel blijft onverminderd van kracht.

Dit doel wil de gemeente behalen met concrete acties die bijdragen aan alternatief reizen, gedragsbeïnvloeding, schoner rijden met

deelvervoersmiddelen, elektrisch rijden en door het stimuleren van minder (woon-werk) reizen.

Voorbeelden van deze concrete acties: vergroening van parkeerterreinen, uitbreiding van fietsvoorzieningen en oplaadstations voor e-bikes in de

gemeente. Daarnaast stimuleren we elektrisch rijden door deel te nemen aan de provinciale concessie voor laadpalen, waarin ruimte komt voor

proactieve plaatsing van laadpalen. Verder kijkt gemeente Barneveld naar haar

werkgeversrol, bijvoorbeeld door medewerkers de e-bike aan te bieden voor het werk-werkverkeer.Uiteraard dragen de eerder enoemde mobiliteitstransitie en verbetering van OV-aanbod ook bij aan een schoner en duurzamer vervoer. SAMENVATTEND: • Verminderen uitstoot broeikasgassen met 55% per 2030 en volledig emissievrij per 2050, conform bestaand beleid;

• Stimuleren elektrisch rijden.

Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario

45

4. VERANTWOORDING

Dit voorkeursscenario komt niet uit de lucht vallen. Voor elke hoofdopgave

ervan uit dat we in grote lijnen kunnen blijven werken zoals we het altijd hebben

scenario voor die opgave samen te stellen. Zij hebben daarbij gebruik

zijn in november 2022 door het college vastgesteld. (Bijlage A).

is intern een werkgroep aan de slag geweest om de inhoud van het

gemaakt van diverse bronnen. De belangrijkste bronnen worden in dit

hoofdstuk behandeld. Daarmee leggen we via dit hoofdstuk verantwoording af van de keuzes die in het voorkeursscenario zijn opgenomen. We binnen met het proces dat voorafging.

gedaan, vanuit de opvatting dat dit tot nu goed ging. De beide Toekomstscenario’s

STAP 4: ONDERZOEK EN DE TWEEDE PARTICIPATIERONDE

In de tweede participatieronde legde de gemeente beide toekomstscenario’s

voor aan inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven. We zijn daarover

4.1 Proces van totstandkoming In deze paragraaf gaan we in op het proces waarvan dit voorkeursscenario het resultaat is. Dit bestond uit de volgende stappen.

de dialoog aangegaan: wat spreekt aan, en wat niet? Wat vindt de samenleving belangrijk? Wat moet in een voorkeursscenario komen? Deze ronde bevatte

een enquête met vragen aan de samenleving. Deze participatieronde speelde in februari tot en met april 2023. (Bijlage B)

In stap 4 stelde de gemeente een omgevingseffectrapportage (OER)

STAP 1: VOORBEREIDENDE FASE

op, een onderzoek naar de gevolgen voor de leefomgeving van beide

de omgevingsvisie. Een volgende mijlpaal was de vaststelling van de

omgevingseffectrapportage voor de ontwerp omgevingsvisie3. De

is een antwoord op de vraag welke positie Barneveld inneemt in de

gehecht. Verder vonden twee sessies plaats, waarin is nagedacht over de

In 2020 – 2021 stelde de gemeente een Vertrekpuntennotitie op voor

toekomstscenario’s. Dit OER is een tussenstap naar de volledige

Hoofdlijnennotitie in juli 2021 door de gemeenteraad. Deze Hoofdlijnennotitie

omgevingseffectrapportage is als bijlage C aan dit voorkeursscenario

verstedelijkingsopgaaf van de regio’s Foodvalley en Amersfoort, bevat keuzes

uitvoerbaarheid.

voor de groei van de gemeente en is daarmee op meerdere onderdelen het vertrekpunt voor de volgende stappen en dit voorkeursscenario.

STAP 5: VOORKEURSSCENARIO

Na de tweede participatieronde stelde de gemeente het voorkeursscenario op,

STAP 2: DE EERSTE PARTICIPATIERONDE

met bij elke opgave een nieuwe afweging welk van beide toekomstscenario’s

Hoofdlijnennotitie en de verschillende dorpsvisies haalde de gemeente bij de

toekomstscenario’s, soms voor een mengeling van beide scenario’s en soms

Toekomstscenario’s.

veel meer onderdelen dan de beide toekomstscenario’s.

In het najaar van 2021 vond een eerste participatieronde plaats. Met de

de voorkeur heeft. In sommige gevallen met de keuze voor een van beide

samenleving input op voor de omgevingsvisie. Deze inbreng is gebruikt voor de

een tussenweg. Bovendien gaat het voorkeursscenario veel uitgebreider in op Het voorkeursscenario is vooral thematisch een behoorlijk ver uitgewerkte

STAP 3: DE TOEKOMSTSCENARIO’S

Aansluitend ontwikkelde de gemeente twee toekomstscenario’s. Het eerste heet Vooruit met Barneveld. Dit gaat uit van de noodzaak de zaken in de toekomst

zaken anders aan te pakken. Het andere scenario, Verder met Barneveld, gaat

beweegrichting voor de gemeente Barneveld geworden. Als gevolg van de

discussie over wat nu is geworden het Toetsingskader landelijk gebied, heeft het definitief worden van het voorkeursscenario enkele maanden vertraging opgelopen.

Een milieueffectrapportage (MER) maakt voor de Omgevingswet verplicht deel uit van een omgevingsvisie. Veelal, ook in Barneveld, wordt dit tegenwoordig verbreed tot een omgevingseffectrapportage (OER) Naast de milieugevolgenonderzoekt de OER , ook de gevolgen voor de leefomgeving als geheel.

3

Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario

46

Trends en ontwikkelingen

4.2 Participatie

kan beter? Op velerlei aspecten van de leefomgeving zijn we dat nagegaan. Dat

Onderstaand hebben we de samenvatting opgenomen van de 2e

We verdiepten ons in de vraag waar Barneveld nu staat. Wat gaat er goed en wat hebben we gedaan via het opstellen van een zogeheten leefomgevingsfoto (LOF). Met het in beeld brengen van de huidige situatie, wordt ook duidelijk wat er op ons af komt en welke aspecten in ieder geval in de omgevingsvisie een plaats

moeten krijgen. De leefomgevingsfoto maakt onderdeel uit van de bijlagen bij het

participatieronde voor de omgevingsvisie. Deze heeft tussen februari en april 2023 plaatsgevonden. In deze participatieronde werden de beide toekomstscenario’s aan de samenleving voorgelegd.

voorkeursscenario. In de tekst (paragraaf 2.2.) is een samenvatting opgenomen.

De participatie bestond uit twaalf bijeenkomsten in dorpen, scholen,

Participatie

game ontwikkeld: het Toekomstspel Barneveld, groeten uit 2040.

In de aanloop naar het voorkeursscenario heeft een uitgebreid participatietraject plaatsgevonden. Dit via een groot aantal bijeenkomsten en een enquête. Het

volledige verslag is bij de bijlagen gevoegd. De samenvatting is in dit hoofdstuk opgenomen in paragraaf 4.2.

gemeentehuis en online. Speciaal voor deze bijeenkomsten werd een serious

In het participatieverslag kan worden gelezen wat inwoners, ondernemers en

maatschappelijke organisaties over de toekomst van Barneveld in vijf thema’s

zeggen. Als we weten wat Barnevelders belangrijk vinden en waarom, kunnen we als gemeente beter de belangen afwegen en keuzes maken voor de toekomst.

Omgevingseffectrapportage

De beide toekomstscenario’s zijn uitgebreid beoordeeld in een

omgevingseffectrapportage (o.e.r.). Deze is opgesteld in de aanloop naar

DIT VINDEN BARNEVELDERS BELANGRIJK VOOR 2040

in de zin van de Omgevingswet. Bij het opstellen van een omgevingsvisie

IN VITA LE VEN LE

EN RP DO

bij de ontwerp omgevingsvisie. De o.e.r. geldt als milieueffectrapportage

PRE TT IG

een definitieve omgevingseffectrapportage, welke moet worden gevoegd

is een milieueffectrapportage verplicht. De inhoud van het huidige o.e.r.

voldoende bouwen in alle kernen, en ook voldoende

kernen, grotere voorzieningen meer centraal in de twee grotere

kernen, Barneveld en Voorthuizen. Nieuwbouw moet een goede mix vormen

en alle doelgroepen bedienen. Hoe groter de kern, hoe hoger er gebouwd mag

BESTAAND BELEID

Het bestaande beleid is meegewogen bij de voorkeursscenario’s. In dit

worden. Het dorpse karakter behouden, vinden Barnevelders belangrijk.

RUIM TE

Uitvoerbaarheid

We kunnen veel mooie plannen maken, maar plannen moeten wel realiseerbaar zijn. De uitvoerbaarheid hangt met veel aspecten samen, juridisch, financieel, ruimtelijk, capaciteit, etc. In twee sessies hebben we de (on)mogelijkheden

ONDERNE ME OR VO

AP CH RS

hoofdstuk gaan we kort in op de vraag hoe dat is gegaan.

verkend. Daarvan doen we kort verslag.

De nadruk ligt op vitaliteit in álle kernen. Dat betekent voorzieningen in alle kernen. Basisvoorzieningen in de kleine

is meegewogen bij het voorkeursscenario. In dit hoofdstuk geven we de

belangrijkste uitkomsten weer. Het volledig o.e.r. is bij de bijlagen gevoegd.

Prettig leven in vitale dorpen

Ruimte voor ondernemen

Zet in op waar je als gemeente sterk in bent, dus vooral op de maakindustrie. We zijn meer doeners dan denkers. Er

moet ruimte zijn om aan de vraag naar bedrijventerrein te

voldoen, met voorrang voor de lokale behoefte. Biedt ook in

de kleinere kernen ruimte voor ondernemerschap. Faciliteer vooral daar en in het buitengebied ‘broedplekken’. De verdere ontwikkeling van de centrumgebieden

Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario

47

is belangrijk: goede horeca, voldoende parkeermogelijkheden, goede fietsverbindingen, optimale inrichting openbaar gebied.

Topregio toekomstgerichte landbouw

WA AR

IED EB G

L LANDELIJ K VO DE

Er wordt veel waarde gehecht aan het voortbestaan van

de landbouw als voedselproducent en als (economische) drager van het agrarisch cultuurlandschap. Ruimte voor

verandering is wenselijk om de slag te kunnen maken naar een

omgevingsgerichte landbouw, circulair, innovatief en natuur inclusief. Kijkend

naar de uitkomsten van de omgevingstafels wijst de richting hoofdzakelijk naar

RNEVELD BA

De deelnemers willen een groene en gezonde gemeente, met een goed wandel- en fietsnetwerk en voldoende

beweegmogelijkheden. De landbouw moet meer natuur inclusief

gezien als een wezenlijk onderdeel van de gemeente. In het stimuleren van een

gezonde leefstijl heeft de gemeente een faciliterende rol. De kernen mogen wel meer autoluw worden.

ST OM EK O

BERE IKB

belang. Zij willen dat Barneveld vooral inzet op de maakindustrie. Ook vinden

ze dat bedrijventerreinen vooral in de lokale behoefte moeten voorzien en niet in meer distributiecentra. Naast winkels en een prettige winkelbeleving vindt

deze groep voldoende parkeergelegenheid in het centrum belangrijk. Net als een doordachte aanpak voor mobiliteit en een bereikbare regio.”

WAT IS ER OVERGENOMEN IN HET VOORKEURSSCENARIO?

Bij vergelijking van hoofdstuk 3, waarin het voorkeursscenario is beschreven vanuit de samenleving voor een groot deel een plaats heeft gekregen in het

werken, boeren moeten daarbij geholpen worden. Zij worden

U EN IN DE RN T AA

Voor ondernemers zijn thema’s als bedrijvigheid en bereikbaarheid vooral van

met dat wat de samenleving belangrijk blijft te vinden, blijkt dat de inbreng

Gezond en natuurlijk Barneveld

STBESTE ND OM EK I

G

ON GEZ D EN T O

het scenario Verder met Barneveld.

Dit vinden ondernemers

voorkeursscenario.

Voorbeelden daarvan zijn bouwen in alle kernen en werken aan een passend

niveau van basisvoorzieningen in elk kern. Ook dat er in de grotere kernen soms

best iets hoger gebouwd mag worden met het oog op de juiste woningvoorraad, of met het oog op zorgvuldig ruimtegebruik, komt uit de participatie. Blijven inzetten op bedrijvigheid in sectoren waar de gemeente Barneveld vanouds sterk is, met het bieden van ruimte voor nieuwe bedrijvigheid is een ander

voorbeeld. Verder hebben voor de samenleving belangrijke thema’s als een

Veilig en bereikbaar

De auto blijft belangrijk. Men verwacht niet dat in Barneveld het

groene en gezonde leefomgeving een belangrijke plaats gekregen.

OV zo aantrekkelijk wordt, dat dit een reëel alternatief biedt. Dit

4.3 Omgevingseffectrapportage

ruimte komen voor alternatieve vervoersvormen. Doorgaand en

Ten behoeve van het vaststellen van de omgevingsvisie voeren we een

geldt al helemaal voor de kleine kernen. Niettemin moet er wel zoekverkeer moet worden geweerd uit de woonwijken. Dit vinden jongeren

Jongeren vinden wonen één van de belangrijkste thema’s. Ook in Barneveld

ontbreekt het aan (betaalbare) woningen voor starters en jongeren. Daarnaast zijn duurzaamheid, hoe we omgaan met de natuur en klimaatverandering belangrijke issues, hoewel dat niet voor alle jongeren geldt.

omgevingseffectrapportage (OER) uit. In de OER vergelijken we de alternatieven met de bestaande situatie, rekening houdend met de autonome ontwikkelingen en ontwikkelingen waarover al is besloten. Dit laatste ligt vast in de

leefomgevingsfoto. Voor het opstellen van deze Visie op hoofdlijnen zijn de twee scenario’s uit het scenariodocument bekeken op hun effecten. Als de visie op

hoofdlijnen definitief is, dan is de volgende stap het beoordelen van de effecten van het (uitgewerkte) voorkeursscenario (de omgevingsvisie).

Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario

48

Voor het vergelijken van beide alternatieven “Vooruit met Barneveld” en

“Verder met Barneveld” is een lijst van tien aspecten opgesteld, die ieder weer uiteenvallen in meerdere criteria:

dan Verder met Barneveld. Deze scenario’s zijn echter neergezet als uitersten en omvatten niet alle aspecten die voor de vergelijking nodig zijn, zoals de

• Bodem, water, ondergrond;

financiële aspecten en de uitvoerbaarheid.

• Natuur;

• Klimaatbestendigheid;

4.4 Bestaand beleid

• Energie en grondstoffen;

Bij het opstellen van de tekst van het voorkeursscenario heeft elke werkgroep

• Ruimtelijke kwaliteit;

• Gezonde leefomgeving;

bij elk van de 5 hoofdopgaven zich rekenschap gegeven van het bestaande

• Gezondheid en welzijn;

beleid. Al voorafgaand aan het opstellen van beide Toekomstscenario’s was er

• Vitale woonomgeving;

een compleet overzicht gemaakt van al het bestaande beleid in de gemeente

• Mobiliteit;

Barneveld. Dit is betrokken in de gesprekken en bij het opstellen van de

• Economie en werk.

Kort samengevat komt de vergelijking van de beide scenario’s op deze aspecten op het volgende neer. ASPECT

VERDER MET BARNEVELD

VOORUIT MET BARNEVELD

teksten en daarbij gewogen op actualiteit. Actueel beleid is meegenomen in het voorkeursscenario, waarbij soms nieuwe inzichten zijn verwerkt.

4.5 Verkenning uitvoerbaarheid In de voorbereiding op dit voorkeursscenario werd tweemaal een bijeenkomst

Bodem, water en ondergrond

met medewerkers georganiseerd om de uitvoerbaarheid te toetsen van

Natuur

dit voorkeursscenario. Met de uitkomsten van die gesprekken is rekening

Klimaatbestendigheid

gehouden. Daarbij moet worden gezegd dat er vaak nog weinig echt concrete uitspraken gedaan konden worden op zaken als financiële en juridische

Ruimtelijke kwaliteit

uitvoerbaarheid. Daarvoor is het voorkeursscenario nog te abstract. Ook

Energie en grondstoffen

zegt het voorkeursscenario nog niets over rolopvatting en rolneming van de

Gezonde leefomgeving

gemeente, noch over prioriteitstelling van de ambities. Het gesprek daarover moet later nog worden gevoerd.

Gezondheid en welzijn Vitale woonomgeving

Als het voorkeursscenario gebiedsgericht is uitgewerkt in de ontwerp

Mobiliteit

omgevingsvisie zullen naar verwachting meer gerichte uitspraken gedaan

kunnen worden. Bijvoorbeeld zal bij de gebiedsgerichte uitwerking meer zicht

Economie en werk

POSITIEF

Uit deze vergelijking lijkt “Vooruit met Barneveld” een beter alternatief te zijn

LICHT POSITIEF

ontstaan op de dilemma’s die zullen voortvloeien uit de diverse claims die vanuit NEUTRAAL

LICHT NEGATIEF

NEGATIEF

de ambities van de gemeente Barneveld op hetzelfde gebied zullen blijken te liggen. Daarin zullen keuzes gemaakt moeten worden.

Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario

49

Bij een nadere verkenning naar de uitvoerbaarheid zullen we ons ook

In de omgevingsvisie zal ook een hoofdstuk over de uitvoering en de

gedeeltelijk buiten de invloedssfeer van de gemeente liggen. Een belangrijk

over kostenverhaal zal daar onderdeel van uitmaken.

rekenschap moeten geven van (mogelijk) beperkende factoren die geheel of voorbeeld betreft de congestie op het elektriciteitsnet. De mogelijkheden voor

uitvoerbaarheid worden opgenomen. Een financiële paragraaf en een paragraaf

nieuwe aansluitingen lijken vooralsnog beperkt en dat kan aanzienlijk gevolgen hebben voor de uitvoering van de omgevingsvisie.

Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario

50

5. DE ROUTE NAAR EEN VOLLEDIGE OMGEVINGSVISIE 5.1 Hoe verder?

Lang niet al het beleid wordt in de omgevingsvisie opgenomen. De

Met de vaststelling van het voorkeursscenario ligt de richting vast waarin de

de beweegrichting voor de langere termijn. De omgevingsvisie zal moeten

we per opgave willen is beschreven. De uitwerking naar het “kunnen” is de

zijn dat omgevingsprogramma’s. Op dit moment wordt er nagedacht hoe

de doelen en de ambities van de gemeente op lange termijn voor de fysieke

omgevingsprogramma’s eruitzien. Nu is dat nog onbekend. In de omgevingsvisie

formuleren en vastleggen van regels in het omgevingsplan zijn ook nadere

straks duidelijk is op welke wijze de omgevingsvisie zal worden uitgewerkt en

omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen, de doelen en ambities van de gemeente,

uitwerking naar een volledige ontwerp omgevingsvisie kan plaatsvinden. Wat

worden uitgewerkt in nader beleid. In de systematiek van de Omgevingswet

volgende stap. Binnen de vijf hoofdopgaven is verdere verdieping nodig op

dit in Barneveld vorm te geven. Hoe gaat de structuur van het werken met

leefomgeving. Met het oog op de op te stellen omgevingsprogramma’s en het

willen we daar wel meer helderheid over geven. Het is immers belangrijk dat

afwegingskaders nodig. Deze moeten ook de praktijk voldoende handvat

vervolgens zal worden uitgevoerd.

bieden om initiatieven en besluiten te kunnen motiveren op basis van de omgevingsvisie.

Het voorkeursscenario zegt nog vrijwel niets over de rol die de gemeente kan

en wil aannemen met het oog op de ontwikkelingen in de gemeente. Soms zal

de gemeente zelf initiatiefnemer zijn en/of de regie in handen nemen, op andere

momenten volstaat het om te faciliteren en/of de samenleving uit te nodigen met mooie initiatieven te komen. In de ontwerp omgevingsvisie zal hier duidelijkheid over worden gegeven. De rolopvatting en de te kiezen rol hangen ook samen met de financiële mogelijkheden en de capaciteit van de organisatie.

De uitwerking zal voor een belangrijk deel gebiedsgericht zijn. We werken de indeling in de vijf hoofdgebieden verder uit en verdelen deze hoofdgebieden

ook weer onder in meerdere deelgebieden, met de doorvertaling naar wijken en buurten. Voor sommige deelgebieden willen we echt een uitgewerkte deelvisie

in de omgevingsvisie opnemen. Een voorbeeld daarvan is het deelgebied tussen de bebouwde kom van Barneveld en de A30. Bij andere deelgebieden zullen we de kaders formuleren. De vervolgstap is dan uitwerking in bijvoorbeeld een gebiedsprogramma. Zeker in de gebiedsgerichte uitwerking van de

Voordat we zover zijn dat de ontwerp omgevingsvisie ter inzage kan worden

gelegd, moeten er nog een flink aantal stappen worden gezet. Onderstaand zijn deze stappen in een planningsoverzicht opgenomen.

omgevingsvisie op hoofdlijnen gaat nog veel tijd en energie zitten.

Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario

51

5.2 De planning voor het vervolg ACTIVITEIT

PERIODE

Vaststellen voorkeursscenario

mei 2024

Thematische en gebiedsgerichte uitwerking voorkeursscenario

maart 2024 – juni 2024

Werksessie dilemma’s (keuzesessie) met de gemeenteraad

juni 2024

Opstellen ontwerp omgevingsvisie

juni - september 2024

Aanvullende participatie gebiedsgerichte uitwerking omgevingsvisie

september 2024

Omgevingseffectrapportage op concept ontwerp-omgevingsvisie

september – november 2024

Concept ontwerp omgevingsvisie gereed

november 2024

Behandeling ontwerp omgevingsvisie in commissie

december 2024

Ontwerp omgevingsvisie ter inzage

januari 2025 – maart 2025

Verwerken zienswijzen en opstellen reactienota

maart en april 2025

Vaststellen omgevingsvisie Barneveld 2040

mei of juni 2025

TOELICHTING:

De belangrijkste daarvan willen we bespreken met de gemeenteraad in een

gemeenten en de veiligheidsregio inbreng te vragen op de omgevingsvisie.

proces kan de definitieve weging daarvan plaatsvinden.

gemeente, zoals woningbouwcorporaties. Dergelijke partijen zullen we in het

Naar verwachting de rest van het kalenderjaar 2024 nodig om tot een definitief

Het is belangrijk om partijen als het waterschap, de provincie, omliggende

Hetzelfde geldt voor lokale organisaties die voortdurend samenwerken met de proces een conceptversie toezenden, met het verzoek daarop te reageren. Bij de uitwerking van het voorkeursscenario stuiten we op dilemma’s en

informele bijeenkomst. Bij de openbare behandeling van het ontwerp later in het

ontwerp van de omgevingsvisie te komen. De eerste helft van 2025 kan dan worden benut voor de formele vaststellingsprocedure.

botsingen. Niet alles kan, niet alles kan tegelijk en soms kan een bepaalde

In de planning is een extra participatieronde opgenomen met het oog op de

in beeld gebracht.

mensen. Het is belangrijk hen hierin te betrekken.

keuze niet samengaan met een andere keuze. Deze dilemma’s en botsingen zijn

gebiedsgerichte uitwerking. Die uitwerking gaat direct over de leefomgeving van

Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario

52

6. SAMENVATTING VOORKEURSSCENARIO In dit voorkeursscenario is beschreven wat de gemeente Barneveld wil bereiken op de lange termijn tot 2040 voor elk van vijf gedefinieerde hoofdopgaven voor de fysieke leefomgeving. Deze vijf hoofdopgaven zijn: • Gezond en toekomstbestendig Barneveld; • Prettig leven in vitale dorpen;

• Ruimte voor ondernemerschap; • Waardevol landelijk gebied;

• Bereikbaar nu en in de toekomst. Voorafgaand aan de beschrijving van het voorkeursscenario voor elk van deze vijf opgaven is een overkoepelende ambitie voor de gemeente Barneveld tot

2040 opgenomen in paragraaf 3.1. Deze overkoepelende ambitie moet gezien

worden als een onderdeel van de hier beschreven samenvatting. Op deze plaats kan worden volstaan met een verwijzing naar wat daar is geschreven.

Dit voorkeursscenario is ook nog een heleboel niet. De confrontatie tussen de uitgewerkte opgaven heeft nog niet plaatsgevonden, er is nog geen

prioriteitsstelling, er is nog niets geschreven over de rol van de gemeente en de rol van de samenleving. Evenmin bevat het voorkeursscenario een

gebiedsgerichte uitwerking. Dat zijn allemaal stappen voor het vervolg, het

uitwerken van het voorkeursscenario naar een volledige ontwerp omgevingsvisie. Er is wel een basiskaart geïntroduceerd met een basisindeling in vier gebieden, op basis van de huidige gebiedskenmerken, als grondslag voor het vervolg. Niet alles wat de gemeente wil, zoals dat in dit voorkeursscenario is

opgeschreven zal altijd mogelijk blijken. De ambities moeten daarom

worden gezien als een streven. Bij elke ontwikkeling wordt nagegaan wat er redelijkerwijze gerealiseerd kan worden.

Het voorkeursscenario kan voor elk van de vijf hoofdopgaven als volgt worden samengevat.

Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario

53

RNEVELD BA

ON GEZ D EN T O

G

STBESTE ND OM EK I

GEZOND EN TOEKOMSTBESTENDIG BARNEVELD

Een gezonde en veilige omgeving:

Circulariteit:

• Bijdragen aan een gezonde leefomgeving is een belangrijke voorwaarde

• Minder primaire grondstoffen verbruiken;

voor de inrichting van de leefomgeving;

• De gemeente zorgt voor een omgeving waarin inwoners op een

waardige manier langer zelfstandig thuis kunnen wonen en meedoen in de buurt;

• Hoogwaardig hergebruik van materialen;

• Gemeente Barneveld streeft naar duurzame inkoop;

• De gemeente zet een beweging in gang naar circulaire bedrijfsvoering in de agrarische sector.

• De gemeente voert het Schone Lucht Akkoord uit;

Versterken biodiversiteit:

• De geluidsbelasting op de woonomgeving beperken we zoveel mogelijk;

• Versterken van biodiversiteit in de dorpen en het buitengebied;

• De gemeente streeft naar een leefomgeving die uitnodigt tot gezond gedrag en waar de druk op de gezondheid zo laag mogelijk is;

• Barneveld investeert meer in buurten waar het minder goed gaat met de gezondheid van de bewoners;

• De gemeente Barneveld ontwikkelt indicatoren en richtlijnen voor de gezonde leefomgeving;

• De gemeente streeft naar een sterke sociale basis als fundament voor de lokale gemeenschap;

• Barneveld werkt aan veilige en inclusieve wijken en dorpen; • Jeugdigen groeien op in een kansrijke omgeving. Verkleinen gezondheidsverschillen tussen buurten: • Groen in de gemeente;

• Inrichten van recreatiezones rond de dorpen;

• Samenwerking met de agrarische sector bij de inrichting van deze zones. Meegroeiende voorzieningen sporten, bewegen, cultuurparticipatie en ontmoeten: • Laagdrempelige en toegankelijke basisvoorzieningen voor iedereen in de openbare ruimte, aansluitend bij de behoefte;

• Voldoende ontmoetingsplekken in de dorpen;

• Definitie van een basiskwaliteitsniveau van voorzieningen in de leefomgeving. Gezond voedsel voor een duurzame toekomst: • Vergroting van het aanbod aan lokaal of regionaal geproduceerd voedsel en het stimuleren korte voedselketens;   

• Faciliteren van buurtmoestuinen; • Rookvrije buitenruimtes;   

• Water, bodem en klimaatverandering;

• Een gezonde voedselomgeving nabij scholen.

• Gemeente Barneveld past de 3 – 30 – 300 regel toe waar mogelijk;

Cultureel erfgoed:

• Barneveld streeft naar ontwikkeling en behoud van groene overgangszones

• Erfgoed is een belangrijk element in Barneveld;

rond de dorpen;

• De principes van bodem en water zijn leidend. Klimaatneutraal: • Verminderen van uitstoot van broeikasgassen;

• Dat erfgoed moet worden beschermd, toegankelijk zijn en worden gebruikt; • Kansen benutten om de zichtbaarheid van het erfgoed te verbeteren; • Erfgoed inzetten als basis bij nieuwe ontwikkelingen, door het te behouden en als inspiratie te laten dienen bij nieuwe ontwerpen. Voor vorming en aanpassing van toekomstig erfgoedbeleid, onderzoeken we hoe een

• Energiebesparing en duurzame energie; • Verduurzamen mobiliteit, industrie en landbouw.

integrale en gebiedsgerichte benadering van erfgoed kunnen vormgeven.

Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario

54

PRE TT IG

EN RP DO

IN VITA LE VEN LE

PRETTIG LEVEN IN VITALE DORPEN

De groei van de gemeente Barneveld en de druk op de woningmarkt: • 8.000 nieuwe woningen tot 2040, binnen de randvoorwaarden;

De vitaliteit van alle kernen met passend meegroeiende voorzieningen: • Sturen op vitale en inclusieve wijken;

• Nieuwbouw in elke kern, met een 70/30 verdeling tussen Barneveld en

• Ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid in elke wijk, ruimte voor winkels in

• Meer dan gemiddelde groei in Kootwijkerbroek, Terschuur, Zwartebroek,

• Actief sturen op passende basisvoorzieningen in elke wijk en kern;

Voorthuizen en de overige kernen;

Garderen, De Glind en vooral in Stroe;

• Inbreiding naast uitbreiding. Gericht verdichten zo min mogelijk ten koste van bestaand groen;

• Extra aandacht voor de stationsomgevingen, alert op transformatiekansen van binnenstedelijke bedrijven;

• Meer gestapeld bouwen (5 – 6 lagen grote kernen, 2 – 3 lagen kleine kernen).

de grotere wijken van de kern Barneveld;

• Toegankelijke voorzieningen voor sport en cultuur, bewegen en ontmoeten die passend zijn bij de inwoners van de wijk/kern;

• Kwalitatieve versterking van het aanbod grotere voorzieningen. Een toekomstbestendige openbare ruimte: • Vitale, duurzame en klimaatbestendige inrichting openbare ruimte; • Uitgangspunten gezonde wijk vertrekpunt voor inrichting openbare ruimte;

Demografische ontwikkelingen en de samenstelling van de woningvoorraad:

• Inzetten op meervoudig ruimtegebruik; • Voldoende sport-, beweeg-, cultuur en ontmoetingsmogelijkheden in de

• Nieuwbouw moet voorzien in behoefte en doorstroming bevorderen;

openbare ruimte;

• Lagere parkeernormen waar alternatieven zijn voor de auto, bijvoorbeeld

• Levensloopbestendigheid in de wijk; • Voortzetting van de lijn divers en gemengd bouwen, met extra aandacht voor een en tweepersoonshuishoudens;

• Inclusieve wijken in alle opzichten, met een ongelijke aanpak gericht op

nabij hoogbouw of bij ontwikkelingen rond stationsomgevingen;

• Parkeervoorzieningen bundelen waar mogelijk, en meer uit het zicht brengen.

kwetsbare wijken;

• Nieuwe woonconcepten en faciliteren; • Betaalbare programmering met spreiding over de kernen.

Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario

55

RUIM TE

AP CH RS

ONDERNE ME OR VO

RUIMTE VOOR ONDERNEMERSCHAP

Werkgelegenheid:

• In en nabij kernen ruimte voor kleinschalige en lichte werklocaties;

• Focus op bedrijven die veel werkgelegenheid opleveren;

• Waar mogelijk verdichting van bestaande bedrijventerreinen;

• Focus op een beroepsbevolking met een praktische opleiding en hoger

• Borgen van veiligheid bedrijventerreinen;

beroepsonderwijs als achtergrond en de daarmee samenhangende bedrijvigheid;

• Gericht bredere hogere bedrijvigheid en kenniswerkers vooral in de centrumgebieden;

• Beperkte mogelijkheden voor bedrijvigheid via functieverandering. Verduurzaming bedrijventerreinen: • Barneveld streeft verduurzaming na van de bedrijventerreinen.

• Evenwicht in het pendelverkeer; • Passende kleinschalige werkmogelijkheden in de wijken.

Toerisme en recreatie: • Voortzetten beleid Vitale Vakantieparken;

Vestigingsklimaat: • De groei van arbeidsplaatsen staat voorop (regionaal bedrijventerrein; • Geen nieuwvestiging van logistieke bedrijven met een groot ruimtebeslag, en terugdringen van fijnstof uitstotende bedrijven;

• Versterk de lokale kracht; • Ruimte voor experiment, innovatie en broedplaatsen; • Zorgdragen voor een kwalitatief hoogwaardige inrichting van openbare ruimte om de kwaliteit van de werkomgeving te kunnen waarborgen.

• Vakantieparken: juiste kwaliteit op de juiste plaats; • Inzetten op de kwaliteitstoerist; • Spreiding van toerisme over de verschillende gebieden; • Balans tussen betreding en natuurbehoud; • Gasten verleiden centra te bezoeken; • Seizoen verlengen. Centrumgebieden:

Werklocaties:

• Basisvoorzieningen in elk kern, passend bij de omvang;

• Uitbreiding van het bedrijventerrein De Harselaar tot 2030 met zo’n 40 ha

• Hoog niveau voorzieningen in grotere kernen, ook voor bezoekers;

in het deelgebied Harselaar-Zuid;

• Stimuleren combinatie wonen en werken;

• Tot 2040 minimaal kunnen voldoen aan de groeivraag van bestaande bedrijven en zo mogelijk aan de regionaal berekende groeivraag;

• Werk- en ontmoetingslocaties kenniswerkers nabij stations.

Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario

56

WA AR

IED EB G

L LANDELIJ K VO DE

WAARDEVOL LANDELIJK GEBIED De kijk- en ontwikkelrichting voor het waardevol landelijk gebied is

gebaseerd op de samenhang tussen natuurlijk systeem, cultuurlandschap en gebruik van de ruimte enerzijds en de ontwikkelopgaven

anderzijds. Voortvloeiend daaruit zijn voor de vijf deelgebieden de ontwikkelrichtingen beschreven:

1. DE VELUWE MET KOOTWIJK EN GARDEREN: • bescherming van de Veluwe als natuurlijk systeem én van de historische landschappen van es- en brinkdorpen staan centraal;

• in de overgangszone is gepaste dynamiek van functies ruimtelijk mogelijk. 2. HET OOSTELIJK BUITENGEBIED ZUIDELIJK VAN DE A1,

3. HET OOSTELIJK BUITENGEBIED NOORDELIJK VAN DE A1 TUSSEN VOORTHUIZEN EN VELUWE (RECREATIEGEBIED VOORTHUIZEN):

• ruimtelijk streven naar een mix van recreatie en landbouw. 4. DE VERSTEDELIJKTE AS, MET BARNEVELD, DE HARSELAAR EN VOORTHUIZEN:

• het veiligstellen en inrichten van groen blauwe overgangsgebieden tussen stedelijk en landelijk gebied, met name gericht op maatschappelijke en recreatieve invullingen.

5. HET WESTELIJK BUITENGEBIED, MET ZWARTEBROEK, TERSCHUUR EN DE GLIND:

MET KOOTWIJKERBROEK EN STROE: • landbouwkundige productie van voedsel en teelten van groene grondstoffen staat op één;

• een aantrekkelijk en afwisselend agrarisch cultuurlandschap; • doorontwikkeling van beekdalen, landgoederen, natuurparels en

• geen gevoelige functies, zoals wonen en zorg; • beschermen van waardevolle- en natuurlandschappelijke waarden;

karakteristieke landschapstypen;

• versterken van dagrecreatie.

• uitbouwen van een landschappelijk groen blauw raamwerk.

Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario

57

BERE IKB

ST OM EK O

U EN IN DE RN T AA

BEREIKBAAR NU EN IN DE TOEKOMST

Bereikbaarheid via het onderliggend wegennet (OWN):

Vergroten capaciteit hoofdwegennet (HWN):

• Ruimtelijke ontwikkelingen bij voorkeur daar plannen waar het wegennet

• Regionaal en bovenregionaal verkeer afwikkelen op snelwegen en

nog capaciteit heeft;

hoofdwegen, die daarvoor over voldoende capaciteit moeten beschikken;

• Pas als optimalisatie van het bestaande wegennet een te grote impact heeft, komt de aanleg van nieuwe infrastructuur aan de orde;

• Bij onze afwegingen letten we op de aanrijdtijden voor de hulpdiensten. Verbetering verkeersveiligheid (inrichting en aanpassing gedrag): • Risicogestuurde aanpak ongevallen;

• Benutten bestaande capaciteit wegennet binnen acceptabele grenzen; • Streven naar een robuuste infrastructuur van rondwegen en radialen. De oostelijke rondweg Barneveld: • Mede gelet op de groei van de gemeente Barneveld is de aanleg van een oostelijke rondweg noodzakelijk.

• 30 km/u in de bebouwde kom is uitgangspunt; • Inrichten schoolzones waar dit meerwaarde heeft;

Verbetering ov-aanbod:

• Voorkomen zoekverkeer;

• Om het gebruik van het ov te stimuleren streeft de gemeente haltes na op

de spoorlijn Amersfoort – Apeldoorn bij station Barneveld-Noord en bij Stroe;

• Inzet op parkeerclusters.

• Barneveld blijft lobbyen voor verbetering van ov-voorzieningen en de toegankelijkheid ervan voor alle doelgroepen.

Inzet op mobiliteitstransitie: • De auto blijft een onverminderd belangrijk in Barneveld, mede gelet op de samenstelling van de werkende bevolking en de ligging van de kernen;

Voorzieningen in wijken:

• Streven naar verbetering van het openbaar vervoer, en kansen benutten

• Minder verkeersbewegingen door voldoende basisvoorzieningen in de

• Een fundamentele verschuiving van autogebruik naar het openbaar

• Basisvoorzieningen combineren met pakketkluizen.

• De huidige parkeernormen handhaven, zolang er geen kansrijke

Schoner en duurzamer vervoer:

voor alternatieve vormen van (duurzamere) mobiliteit;

wijken en kernen;

vervoer is voorlopig niet te verwachten;

alternatieven zijn voor persoonlijk autobezit en -gebruik. Met mogelijke uitzondering van de parkeernorm in stationsomgevingen.

• Verminderen uitstoot broeikasgassen met 55% per 2030 en volledig emissievrij per 2050, conform bestaand beleid;

• Stimuleren elektrisch rijden.

Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario

58

Bijlagen: • A. De Toekomstscenario’s • B. Participatieverslag 2e participatieronde • C. Omgevingseffectrapportage

Omgevingsvisie Barneveld 2040 - Het Voorkeursscenario

59

Barneveld

OMGEVINGSVISIE

OMGEVINGSVISIE BARNEVELD 2040 OMGEVINGSVISIE BARNEVELD 2040

VOORKEURSSCENARIO OMGEVINGSVISIE BARNEVELD:

DILEMMA’S & BOTSINGEN April 2024 Voorkeursscenario omgevingsvisie Barneveld: Dilemma’s & Botsingen

INHOUD

INHOUD

VOORWOORD

3

OPSOMMING DILEMMA’S

4

OVERZICHT DILEMMA’S

5

Dilemma 1: Groeien of bloeien

5

Dilemma 2: Kwaliteit of kwantiteit: hoogwaardige leefomgeving of veel woningen

6

Dilemma 3: bereikbaarheid, wel of geen optimale doorstroming van verkeer

7

Dilemma 4 : Meer functies in woonwijken of niet?

8

Dilemma 5: gezondheid, natuur, milieu en een economisch gezonde agrarische sector

9

Dilemma 6: Wel of niet extra investeren in wijken met gezondheidsachterstand

10

Dilemma 7: Groene buffers in verstedelijkte as: robuust of niet?

11

Dilemma 8: Gezondheid voorop of toch niet?

12

Dilemma 9: Bedrijfsfuncties in het landelijk gebied: clusteren of niet?

13

Dilemma 10 : Concentratie woningbouw in stedelijk gebied of ruimte voor woningbouw in het landelijk gebied?

14

Voorkeursscenario omgevingsvisie Barneveld: Dilemma’s & Botsingen

2

VOORWOORD Het voorkeursscenario is een essentiële stap op weg naar de omgevingsvisie. Er zijn in het voorkeursscenario vijf hoofdopgaven gedefinieerd. Voor elk van die vijf hoofdopgaven bevat het voorkeursscenario de ambities van de gemeente tot 2040. Er is beschreven wat de gemeente Barneveld wil. Wanneer we de opgaven met elkaar confronteren, stuiten we op dilemma’s en botsingen. Niet alles kan, niet alles kan tegelijk en soms kan een bepaalde keuze niet samengaan met een andere keuze. Via een keuzesessie in de vorm van een informele bijeenkomst van de raadswerkgroep Omgevingswet willen we de dilemma’s met u bespreken. In het document dat voor u ligt treft u de, in onze ogen, dertien belangrijkste dilemma’s die naar voren zijn gekomen tijdens het opstellen van het voorkeursscenario. Deze dilemma’s zijn vaak thema overstijgend en omvatten keuzes die bepalend kunnen zijn voor de toekomst van de gemeente Barneveld. Op de volgende pagina vindt u een korte opsomming van deze dertien dilemma’s. Hierin staat de naam van het dilemma benoemd, inclusief een korte uitleg over het dilemma. Na deze korte opsomming treft u de uitgebreide uitwerking van de dilemma’s.

In deze uitgebreide uitwerking staat per dilemma het volgende omschreven: • Formulering van het dilemma; • Dilemma in verhouding tot de hoofdopgave; • Korte toelichting op het dilemma; • Wat zegt het voorkeursscenario in relatie tot het dilemma? • Korte uitleg van de gevolgen van de ene of de andere keuze. Belangrijk om te realiseren is dat de dilemma’s resoluut zijn opgeschreven: het is of keuze A of keuze B. De uitersten van het speelveld zijn opgezocht. De reden waarom de dilemma’s op deze manier zijn geformuleerd is om het gesprek op gang te brengen. De realiteit leert ons echter dat tussen zwart en wit vele grijstinten bestaan. Via de keuzesessie willen we van u horen welke reactie het dilemma oproept, waar u het accent op zou willen leggen, of waar u de prioriteit aan zou geven. Met andere woorden, alles wat er gezegd wordt tijdens de sessie is van belang, ook als de keuze tussen optie A of B inzit. Het resultaat van de keuzesessie geeft het project omgevingsvisie richting om in de ontwerp omgevingsvisie de juiste accenten te leggen en de ambities en doelen goed te verwoorden. Later in het proces zal de ontwerp omgevingsvisie in het openbaar worden besproken. Dat is het moment waarop de keuzes en de verwoordingen in het openbaar aan de orde komen.

Voorkeursscenario omgevingsvisie Barneveld: Dilemma’s & Botsingen

3

OPSOMMING DILEMMA’S 1

GROEIEN OF BLOEIEN?

6

Staat het realiseren van onze groeiambitie voorop of willen we ons groeitempo matigen?Groei is geen doel op zich maar nodig om te kunnen voorzien in de woonbehoefte. Tegelijk brengt groei ook druk op de samenleving mee: het raakt de sociale cohesie en het is van invloed op ons typisch Barneveldse DNA. Bovendien moeten, om te kunnen groeien, ook de randvoorwaarden (bijvoorbeeld mobiliteit, werklocaties, voorzieningen etc.) goed worden ingevuld.

In de gemeente is er sprake van gezondheidsverschillen tussen wijken en buurten. Kiezen we ervoor om anders om te gaan met wijken waar mensen minder gezond zijn of willen we elke wijk op dezelfde manier behandelen?

7 2

HOOGWAARDIGE LEEFOMGEVING OF VEEL WONINGEN?

Bij het invullen van nieuwe woonlocaties staan betaalbaarheid en zuinig ruimtegebruik voorop, met een mix van inbreiding en uitbreiding. Dit raakt de gewenste kwalitatieve inrichting van ons stedelijk gebied op aspecten als duurzaamheid, gezondheid en welzijn. Kwaliteit kost echter geld. Wat staat voorop: kwaliteit of kwantiteit?

BEREIKBAARHEID, WEL OF GEEN OPTIMALE DOORSTROMING VAN VERKEER?

Willen we altijd een goede doorstroming op de ontsluitingswegen, of accepteren we een matige doorstroming op de drukste momenten? Optimale doorstroming kost veel geld en stimuleert autogebruik.

MEER FUNCTIES IN WOONWIJKEN OF NIET?

De afgelopen jaren hebben we vooral wijken gerealiseerd, waarin alleen gewoond kan worden. Er kan ook voor worden gekozen om, binnen grenzen, werken in woonwijken toe te staan en andere voorzieningen. Goed idee of niet?

5

GEZONDHEID, NATUUR, MILIEU EN EEN ECONOMISCH GEZONDE AGRARISCHE SECTOR?

1. Een gezonde leefomgeving voor mens en natuur is net zo belangrijk als het bieden van een gezonde economische toekomst aan de agrarische sector in Barneveld. In de zoektocht naar een goede belangenafweging kunnen en zullen vanuit beide invalshoeken concessies noodzakelijk zijn. Zolang en voor zover landelijk en provinciaal beleid daarvoor de ruimte laten, wil de gemeente op deze basis haar beleid inrichten. 2. Een gezonde leefomgeving voor mens en natuur is randvoorwaarde voor een toekomstbestendige en duurzame agrarische bedrijfsvoering. Gelet op de huidige situatie brengt dat onvermijdelijk een krimp van de agrarische sector met zich mee. Binnen de ruimte die er is willen we de transitie naar een duurzame agrarische sector actief stimuleren en faciliteren. De gemeente wil niet wachten op landelijk beleid en voor zover nodig al zelf de nodige structurerende keuzes gaan maken.

GEZONDHEID VOOROP OF TOCH NIET?

De Omgevingswet maakt van gezondheid een te beschermen belang. Als we dat volgen dan kan dat consequenties hebben voor de gemeente omdat we dan in de ruimtelijke ordening veel meer rekening moeten houden met gezondheid. Hoe kijken we daarnaar? Staat gezondheid altijd voorop of is het onderdeel van de belangenafweging?

9 4

GROENE BUFFERS IN VERSTEDELIJKTE AS; ROBUUST OF NIET?

Een robuuste inrichting van brede groene buffers in de verstedelijkte as Barneveld - Voorthuizen, strijdt om de ruimte met allerlei gewenste ruimtelijke functies in dezelfde omgeving. Wat staat voorop: groen of functie?

8 3

WEL OF NIET EXTRA INVESTEREN IN WIJKEN MET GEZONDHEIDSACHTERSTAND?

BEDRIJFSFUNCTIES IN HET LANDELIJK GEBIED: CLUSTEREN OF NIET?

Als gevolg van de transitie in het landelijk gebied is de verwachting dat er veel agrarisch vastgoed vrij komt in de aankomende jaren. Volgens ons huidige functieveranderingsbeleid (Toetsingskader Landelijk Gebied) hebben stoppende agrariërs de mogelijkheid om hun agrarisch bedrijfsperceel te transformeren naar een bedrijfsperceel voor niet-agrarische bedrijvigheid tot milieucategorie 2. Het verruimen van het functieveranderingsbeleid kan ervoor zorgen dat het voor agrariërs makkelijker wordt om te stoppen. Echter is dit wel in strijd met de wens van het clusteren van werkfuncties. Kortom willen we stoppende boeren faciliteren of houden we vast aan het clusteren van bedrijvigheid?

10

CONCENTRATIE WONINGBOUW IN STEDELIJK GEBIED OF RUIMTE VOOR WONINGBOUW IN HET LANDELIJK GEBIED?

Als gevolg van de transities in het landelijk gebied zullen de komende jaren veel agrariërs (moeten) stoppen. Volgens ons functieveranderingsbeleid en Toetsingskader hebben stoppende agrariërs de mogelijkheid om hun agrarisch bedrijfsperceel te transformeren naar wonen. Door de potentiële omvang raakt het andere opgaven: het kan onze eigen woningbouwplannen in meerdere opzichten raken en het heeft negatieve consequenties op het vlak van gezondheid. Gaan we terughoudend om met woningbouw in het buitengebied of niet?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=9d3f0c2b-1363-42b0-aa55-5ac16bb25a12