B-3.22 Besluit B&W inzake ontwerp Structuurvisie Wind d.d. 30-8-21.pdf
Tekst van het document
•
Initiatiefnemers dienen de Gedragscode draagvlak en participatie van de NWEA toe te passen. Vervolgens kunnen in een overeenkomst afspraken tussen de verschillende partijen m.b.t. participatie worden vastgelegd.”
Het raadsbesluit over het onderzoek naar mogelijke locaties voor plaatsing van windturbines in Barneveld (nr. 17-99, d.d. 13 december 2017), stelt het volgende over de Visie Windenergie, waarin duidelijk wordt hoe de Visie Windenergie zich verhoudt tot dit planMER en de structuurvisie: “In de zoektocht om mogelijk geschikte locaties op het spoor te komen is de Visie Windenergie een bron van informatie en inspiratie, maar niet een hard uitgangspunt. Dit betekent ondermeer dat in het onderzoek het hele grondgebied van de gemeente Barneveld wordt betrokken. Naast locaties die in de Visie Windenergie worden genoemd, willen wij ook ruimte bieden aan inbreng vanuit de samenleving om mogelijk geschikte locaties onder de aandacht te brengen die tot nu toe nog niet in beeld waren.”
717123 | Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie in Barneveld 18 december 2019 | Definitief
Pondera Consult
15
VOORNEMEN EN ALTERNATIEVEN Voornemen De gemeente Barneveld is voornemens om de “Structuurvisie windenergie Barneveld” op te stellen met daarin aangewezen gebieden die geschikt zijn voor windenergie op het grondgebied van de gemeente. Hierbij is voor de gemeente naast de ruimtelijke en milieutechnische oogpunten vooral het maatschappelijk draagvlak van belang. De keuze voor potentiële zoekgebieden voor windenergie wordt daarom naast (wettelijke) randvoorwaarden ook beïnvloed door input van burgers en stakeholders (onder andere tijdens de bijeenkomsten zoals die in juli 2018). Het MER levert benodigde milieu-informatie om de zoekgebieden te beoordelen op geschiktheid en vervolgens tot een uiteindelijke keuze voor locaties te komen die in de “Structuurvisie windenergie Barneveld” worden aangewezen als kansrijke gebieden voor windenergie. In deze paragraaf wordt naast een definitie van een windturbine ingegaan op de onderdelen die bij een windturbine of windpark horen. Dit is van belang voor het begrijpen van de effecten die kunnen optreden. Ook wordt ingegaan op de uitgangspunten voor wat betreft de afmetingen van windturbines, aangezien deze afmetingen veelal de effecten bepalen. Paragraaf 3.2 gaat in op de locaties die we gaan onderzoeken in het vervolg van dit MER. Paragraaf 3.3 en 3.4 gaan respectievelijk over wat de referentiesituatie en het voorkeursalternatief is.
Definitie windturbine In dit document wordt verstaan onder een windturbine: een mast, verankerd in de bodem, met daarbovenop een gondel met daaraan een drietal wieken die door middel van wind ronddraaien waardoor elektriciteit wordt opgewekt.
Windturbines en infrastructuur Tot windturbines (of wanneer er meer dan twee worden gerealiseerd: het windpark) en de infrastructuur van de windturbines behoren onder andere (geen uitputtende opsomming): •
windturbines met fundering;
•
toegangswegen tot de windturbines;
•
opstelplaats voor een kraan per windturbine voor de bouw en onderhoud;
•
schakelstation ten behoeve van het leveren van de elektriciteit aan het openbare net;
•
bekabeling (inclusief kunstwerken bij kruising van watergangen en wegen) van turbines naar schakelstation en van het schakelstation naar de hoogspanningsnetaansluiting.
Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie in Barneveld | 717123 18 december 2019 | Definitief
Pondera Consult
16
Figuur 3.1 Turbine-aanduidingen
Uitgangspunt afmetingen windturbines Omdat effecten van windturbines veelal samenhangen met de afmetingen van de turbines (denk aan rotordiameter en ashoogte), is het van belang te bepalen wat de uitgangspunten zijn van de afmetingen van windturbines. Deze afmetingen van windturbines zijn de afgelopen jaren steeds toegenomen (zie Figuur 3.2). Er worden anno 2019 in Nederland hogere en grotere turbines geplaatst in vergelijking met voorgaande jaren. Dat heeft te maken met het feit dat het harder en constanter waait op grotere hoogten en een grotere windturbine dus beter rendeert. Een grotere rotor ‘vangt’ ook meer wind. En dat is weer belangrijk, omdat windprojecten veelal gefinancierd worden met behulp van de subsidieregeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE++), waarbij subsidie gaat naar de meest kosteneffectieve opwekkers van duurzame energie. Om die reden worden steeds grotere en hogere turbines geplaatst in Nederland. Locaties met minder windaanbod in vergelijking met de kustgebieden, zoals in Barneveld, kunnen anno 2019 alleen financieel rendabel worden geëxploiteerd met behulp van SDE++ met windturbines die hoger en groter zijn dan de turbines die bijvoorbeeld sinds 2015 in Ede staan (ashoogte van 99,5 meter en een rotordiameter van 101 meter).
717123 | Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie in Barneveld 18 december 2019 | Definitief
Pondera Consult
17
Figuur 3.2 Turbines worden steeds groter en hoger.8
Het voorgaande pleit voor een zo groot mogelijke turbine als uitgangspunt te nemen in deze m.e.r., omdat ook verwacht mag worden dat in de komende jaren de afmetingen van windturbines verder zullen toenemen. Het is echter niet verstandig om de grootst mogelijke windturbines in deze analyse als uitgangspunt te nemen. Want dan worden mogelijk gebieden uitgesloten als potentieel geschikt voor windturbines, terwijl de gebieden die wel potentie hebben voor iets kleinere turbines dan buiten beeld blijven. Dan bereikt deze m.e.r. mogelijk zijn doel niet. Van de andere kant is een te kleine windturbine als uitgangspunt ook niet goed. Dan worden meer gebieden geïndiceerd als potentieel kansrijk gebied, maar dan zijn deze gebieden uiteindelijk niet te ontwikkelen voor windenergie, omdat met de ruimte die de locatie biedt alleen ‘kleinere’ turbines ontwikkeld kunnen worden die financieel niet of lastig te exploiteren zijn. Derhalve wordt in deze analyse uitgegaan van een turbine met een ashoogte van 120 meter en een rotordiameter van 120 meter. Deze turbine is groter dan de huidige twee turbines in Ede, maar de turbine met dergelijke afmetingen is naar verwachting wel financieel rendabel anno 2019.
De turbine met een ashoogte van 120 meter en een rotordiameter van 120 meter is wel kleiner dan maximaal mogelijk is anno 2019, maar dat is vanwege het argument om op voorhand niet te veel locaties uit te sluiten. Het gaat in deze m.e.r. niet om exact vast te leggen welke afmetingen de turbines mogen hebben, maar om gebieden te indiceren die in potentie geschikt zijn voor windturbines die de komende jaren naar verwachting financieel exploitabel zijn. Om inzicht te krijgen wat een grotere turbine doet op de omgeving, worden als een soort gevoeligheidsanalyse ook effecten in beeld gebracht van een turbine met een ashoogte van 150 meter en een rotordiameter van 150 meter. De grootste en hoogst mogelijke windturbines geschikt voor op land komen hierbij anno 2019 in de buurt. Naast windturbines met genoemde afmetingen van 120 meter of 150 meter, bestaat er een markt voor kleinschaligere windturbines. Bij de turbines van 120 of 150 meter, is als uitgangspunt gehanteerd dat er bij de exploitatie van de turbines gebruik wordt gemaakt van
8
https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/duurzame-energie-opwekken/windenergie-opland/faq
Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie in Barneveld | 717123 18 december 2019 | Definitief
Pondera Consult
18
SDE++, vrij vertaald de subsidie per opgewekte kilowattuur die het verschil dekt tussen de kostprijs van groene stroom en de verkoopprijs voor stroom. Een andere mogelijkheid om een sluitende businesscase te krijgen voor een windproject is gebruik te maken van de postcoderoosregeling (officieel: Regeling Verlaagd Tarief). Met deze regeling krijgen leden van een coöperatie een energiebelastingkorting op de energienota voor lokaal duurzaam opgewekte elektriciteit. Projecten met windturbines die gebruik maken van deze regeling kunnen een sluitende businesscase maken, ook wanneer de turbines minder groot zijn ten opzichte van SDE++ projecten. Een voorbeeld van een dergelijk postcoderoosproject is de buurtmolen (www.buurtmolen.nl). Een turbine met een ashoogte plus halve rotordiameter (=tiphoogte) van 100 meter kan dan als uitgangspunt dienen. De elektriciteit die wordt opgewekt, wordt afgenomen door de eigenaren van de turbine. Omdat grote turbines meer elektriciteit genereren, zijn ook meer eigenaren nodig die de elektriciteit afnemen. Dat is de reden dat projecten die gebruik maken van de postcoderegeling dan ook eerder kiezen voor een wat kleinere turbine in plaats van een grotere en het ook eerder gaat om een enkele turbine dan om een windpark.
De categorie met kleinere turbines van hooguit enkele tientallen meters hoog, zoals de EAZturbine, zijn gezien het windklimaat in Barneveld minder kansrijk vanuit financiële overwegingen. Daarnaast leveren deze significant minder elektriciteit op dat grotere turbines, waardoor er erg veel van nodig zijn om de doelstellingen in Barneveld te kunnen halen. Plaatsing van dergelijke ‘kleinere’ turbines worden buiten deze m.e.r. gelaten. Het gaat hier overigens expliciet niet om buurtmolens. Om potentieel kansrijke locaties voor windenergie in Barneveld in beeld te brengen in paragraaf 3.2, gaan we derhalve uit van drie categorieën van windturbines: •
Turbines met een rotordiameter van 150 meter en een ashoogte van 150 meter, tiphoogte komt daarmee op 225 meter. Deze categorie representeert de grootst mogelijke windturbines die momenteel op de markt beschikbaar zijn en zijn naar verwachting financieel rendabel op basis van SDE++ subsidie.
•
Turbines met een rotordiameter van 120 meter en een ashoogte van 120 meter, tiphoogte komt daarmee op 180 meter. Deze categorie representeert de categorie die naar verwachting nu en de eerstvolgende jaren financieel ook nog rendabel zijn op basis van SDE++ subsidie, maar al wel minder dan de eerste categorie.
•
Turbines met een tiphoogte tot 100 meter, die met behulp van de postcoderoosregeling financieel rendabel zijn. Als ashoogte kan 70 meter aangehouden worden met een rotordiameter van 60 meter.
Locatiealternatieven Totstandkoming locatiealternatieven De locaties die op milieueffecten worden beoordeeld in het planMER komen op twee manieren tot stand: 1.
Aangedragen locaties vanuit burgers/maatschappelijke organisaties;
2.
Locaties die op basis van een technisch-ruimtelijke analyse kansrijk zijn voor windenergie.
Hierna wordt op beide ingegaan.
717123 | Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie in Barneveld 18 december 2019 | Definitief
Pondera Consult
19
Door burgers en maatschappelijke organisaties aangedragen locaties Er zijn door burgers en maatschappelijke organisaties locaties aangedragen waar eventueel windenergie kansrijk is, onder andere tijdens de drie informatieavonden op 2,3 en 5 juli 2018. Deze zijn op de volgende kaart aangegeven. Figuur 3.3 Door burgers en maatschappelijke organisaties aangedragen locaties
Wanneer blijkt uit de technisch-ruimtelijke analyse (in de volgende paragraaf) dat een locatie niet mogelijk is vanuit milieutechnisch of ruimtelijk perspectief, wordt de locatie in het planMER niet verder onderzocht.
Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie in Barneveld | 717123 18 december 2019 | Definitief