CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-3.22 Besluit B&W inzake ontwerp Structuurvisie Wind d.d. 30-8-21.pdf

Gemeenteraad 6 oktober 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ingekomen en uitgaande stukken27.175 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

X

2

Initiatiefnemers dragen bij aan een te vormen gebiedsfonds.

X

3

Minimaal 51% van het grootschalige windturbineproject is in lokaal eigendom

X

4

Lokaal eigendom vraagt een breed eigendom, bij voorkeur via een coöperatie of vereniging

X

5

Aan lokaal eigendom (financiële participatie) wordt invulling gegeven met de 3 opgenomen treden uit hoofdstuk 7

X

6

Na maximaal 25 jaar vindt er een heroverweging plaats over grootschalige windenergie binnen het realisatiegebied. Dit vraagt een tijdelijke regeling.

X

7

Initiatiefnemer zal moeten voldoen aan de onderzoeksverplichting vanuit voorliggende structuurvisie, wet- & regelgeving en een goede ruimtelijke ordening.

X

8

De opgave van 0,038 Twh/jaar vertaalt zich in minimaal 3 windturbines van minimaal 130 meter, bij kleinere aantal windturbines moet voldoende aannemelijk zijn dat deze in de nabij toekomst wel worden gerealiseerd.

X

9

Kleinschalige windenergie kent maximaal 35 meter ashoogte en 50 meter tiphoogte

X

10

Voor windturbines tussen de 20 en 35 meter ashoogte zal initiatiefnemer een landschapsinpassingsplan opstellen

X

11

Grootschalige windenergie wordt gerealiseerd in een cluster- of lijnopstelling

X

12

Grootschalige windenergie wordt gerealiseerd in het realisatiegebied

X

13

De turbines zijn uniform (in vormgeving) en hebben een gelijke onderlinge afstand

X

14

Onderlinge afstand bedraagt maximaal 4x rotordiameter

X

15

Ashoogte bedraagt maximaal 150 meter, rotordiameter bedraagt maximaal 150 meter

X

16

Aanvullend aan de landelijke normering geldt een normering voor laag frequent geluid (Vercammencurce)

X

X

17

Initiatiefnemer zal het normale bronvermogen kunnen meten, waardoor indien noodzakelijk gehandhaafd kan worden

X

X

18

In de geluidsberekeningen dient rekening te worden gehouden met cumulatie vanuit andere windturbines (indien van toepassing)

X

X

19

In en rond het realisatiegebied zijn initiatieven voor kleinschalige windenergie alleen toelaatbaar indien deze niet leiden tot beperkingen voor realisatie van grootschalige windenergie

58

X

X

Structuurvisie Wind Overzicht gestelde regels

SLAGSCHADUW

ECOLOGIE ONROEREND GOED ECONOMIE

MILIEU

20

Slagschaduw bij bestaande lichtgevoelige bedrijfsonderdelen wordt gemaximaliseerd op 45 minuten per dag, tenzij anders overeengekomen.

21

In de slagschaduwberekeningen dient rekening te worden gehouden met cumulatie vanuit andere windturbines (indien van toepassing)

22

Een mogelijke stilstandsvoorziening voor de wespendief in juli en augustus leidt niet tot een toename aan geluidsproductie of slagschaduw in de overige maanden.

23

Het aspect ecologie maakt onderdeel uit van het landschapsinpassingsplan

24

Vanuit natura-2000 regelgeving zullen windturbines binnen 8 km uit het kerngebied van de Veluwe, hoe kleinschalig ook, stilstaan gedurende de dagperioden in de maanden juli en augustus. Tenzij effecten op de wespendief alternatief worden geminimaliseerd.

25

De verwachte planschade voor woningen en ander onroerend goed wordt tot 2 kilometer rond de windturbine(s) inzichtelijk gemaakt.

26

In het nader uit te voeren onderzoek zal initiatiefnemer de bestaande stranden en verblijfsrecreatieve terreinen, gedurende periode maartoktober moeten beschouwen als gevoelige bestemming in het kader van slagschaduw.

27

Initiatiefnemer zal bij einde levensduur of einde vergunningsduur de windturbines geheel verwijderen.

Structuurvisie Wind Overzicht gestelde regels

59

X

X

X X X

X

X X X

X

BEGRIPPENLIJST Grootschalige windenergie Windturbines met een ashoogte en/of rotordiameter groter dan 35 meter Kleinschalige windenergie Windturbines met een ashoogte en/of rotordiameter kleiner of gelijk aan 35 meter Bestaand Bestaand en legaal aanwezig of legaal realiseerbare bebouwing op de dag van inwerkintreding van de Structuurvisie Wind MER Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie Barneveld, versie december 2019, opgesteld door Pondera en onderdeel uitmakend van deze Structuurvisie Wind

Aanvulling Milieueffectrapport Aanvulling Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie Barneveld, versie augustus 2020, opgesteld door Pondera en onderdeel uitmakend van deze Structuurvisie Wind

Tiphoogte, ashoogte, rotordiameter Rotordiameter Tiphoogte

Ashoogte

Locatieonderzoek Locatieonderzoek Windenergie Barneveld, aanvullende notitie, versie juli 2021, opgesteld door Ponder aan onderdeel uitmaken van deze Structuurvisie Wind Lden (Lday-evening-night), de geluidsmaat voor de gemiddelde geluidsbelasting over een etmaal. De geluidbelasting ‘s avonds en ‘s nachts wordt hierbij veel zwaarder meegerekend dan die van overdag, omdat het geluid dan hinderlijker is.

60

Structuurvisie Wind Begrippenlijst

BRONNEN 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13

26 27

Pondera. (2019, december). Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie Barneveld (717123). Commissie voor de milieueffectrapportage. (2020, april). Structuurvisie windenergie Barneveld (3314). Pondera. (2020, augustus). Aanvulling Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie Barneveld (717123). Raadsbesluit 878 (2020, september 23) Rijksoverheid (2019). Klimaatwet (Https://wetten.overheid.nl/BWBR0042394/2020-01-01) Tweede Kamer der Staten-Generaal. (2020). Kabinetsaanpak Klimaatbeleid (Nr. 32813/634). Liander. (2021a). Congestiegebied Barneveld & Liander. (2021b). Congestiegebied Harselaar. OvSl (2021, juli). Duurzame energie Barneveld, Notitie over het ruimtebeslag van zonneenergie op land in vergelijking met windenergie. 2021.05) Ecofys. (2018). Kostprijs van zon-pv en wind in 2030 (203299/ v03). Pondera (2021, juli). Memo opbrengst windenergie Barneveld (v03) Altenburg &Wymenga (2021, juni), Ecologische analyse locatievoorkeur windturbines plangebied Harselaar (nr. 20-424, versie definitief 2) STOWA (2020). Kansen voor kleine turbines bij waterschappen (Nr. 2020–40). https://edepot. wur.nl/537699 Pondera (2021, juli). Memo opbrengst windenergie Barneveld (v03)

28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43

Milieu Centraal. https://www.milieucentraal.nl/klimaat-en-aarde/energiebronnen/windenergie/ Milieu Centraal. https://www.milieucentraal.nl/klimaat-en-aarde/energiebronnen/windenergie/ Vestas, (2021, mei). New coalition of industry and academia to commercialise solution for full recyclability of wind turbine blades (https://www.vestas.com/en/media/companynews?n=3974601#!) Pedersen, E., Van den Berg, F., Bakker, R., & Bouma, J. (2009). Response to noise from modern wind farms in The Netherlands. The Journal of the Acoustical Society of America, 126(2), 634–643. CoP Windenergie en landschapskwaliteit. (2021). Windturbines in levend landschap. Van Kamp, I., & Van den Berg, G. P. (2020). Gezondheidseffecten van windturbinegeluid (nr. 2020–0214)

44 45

20 21

Gemeente Barneveld (2020, september) Beleidsconfrontatie Windenergie Raadsbesluit 878 (2020, september 23)

50

22 23 24 25

OVSL (2021, juli). Windenergie Barneveld, quickscan landschap CoP Windenergie en landschapskwaliteit. (2021). Windturbines in levend landschap. Pondera (2021, juli). Memo opbrengst windenergie Barneveld (v03) CoP Windenergie en landschapskwaliteit. (2021). Windturbines in levend landschap.

14 15 16 17 18 19

Structuurvisie Wind Bronnen

46 47 48 49

51 52 53

61

Pondera (2021, juli). Locatieonderzoek Windenergie Barneveld, aanvullende notitie (72159, v02) STOWA (2020). Kansen voor kleine turbines bij waterschappen (Nr. 2020–40). https://edepot. wur.nl/537699 Enercon. https://www.enercon.de/en/products/ep-5/e-147-ep5/ NLVOW (2019), Omgevingsparticipatie bij windenergie op land Raadsvergadering 26 mei 2021, agendapunt 3.1.a. Van Kamp, I., & Van den Berg, G. P. (2020). Gezondheidseffecten van windturbinegeluid (nr. 2020–0214) Gemeente Barneveld (2020, september) Beleidsconfrontatie Windenergie CoP Windenergie en landschapskwaliteit. (2021). Windturbines in levend landschap. https:// nvtl.nl/wp-content/uploads/2021/06/windenergie-levend-landschap-200521_df.pdf Commissie voor de milieueffectrapportage. (2020, april). Structuurvisie windenergie Barneveld (3314). Pondera. (2020, augustus). Aanvulling Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie Barneveld (717123). OVSL (2021, juli). Windenergie Barneveld, quickscan landschap CoP Windenergie en landschapskwaliteit. (2021). Windturbines in levend landschap. Uitspraak Raad van State ECLI:NL:RVS:2021:1395 Kamerbrief (2020-02-14), DGKE-WO / 20008325 Van Kamp, I., & Van den Berg, G. P. (2020). Gezondheidseffecten van windturbinegeluid (nr. 2020–0214 Uitspraak Raad van State ECLI:NL:RVS:2021:1395 Van Kamp, I., & Van den Berg, G. P. (2020). Gezondheidseffecten van windturbinegeluid (nr.

2020–0214) Van Kamp, I., & Van den Berg, G. P. (2020). Gezondheidseffecten van windturbinegeluid (nr. 2020–0214) WHO. (2018). Environmental Noise Guidelines for the European Region Correspondent 2016-05-06, Factcheck: ‘Windmolens veroorzaken gezondheidsschade bij omwonenden Pedersen, E., Van den Berg, F., Bakker, R., & Bouma, J. (2009). Response to noise from modern wind farms in The Netherlands. The Journal of the Acoustical Society of America, 126(2), 634–643. Altenburg &Wymenga (2021, juni), Ecologische analyse locatievoorkeur windturbines plangebied Harselaar (nr. 20-424, versie definitief 2) Pondera (2021, juli). Memo opbrengst windenergie Barneveld (v03) Pondera. (2019, december). Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie Barneveld (717123). Vrije Universiteit Amsterdam, Dröes, M. I., & Koster, H. R. A. (2019). Windturbines, zonneparken en woningprijzen.). European Tourism Futures Institute, Wielenga, B., & De Pater, M. (2016). Toeristischeconomisch potentie windparken gemeente Emmen Uitspraken Raad van State 201705691/1/R6 en 201709102/1/R6 Uitspraak Raad van State ECLI:NL:RVS:2021:1395

11 | BIJLAGEN

62

Structuurvisie Wind bijlagen

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie Barneveld Advies Commissie voor de Milieueffectrapportage Aanvulling Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie Barneveld Beleidsconfrontatie Windenergie Locatieonderzoek Windenergie Barneveld Ecologische analyse locatievoorkeur windturbines plangebied Harselaar Memo opbrengst windenergie Barneveld Quickscan landschap Notitie over het ruimtebeslag van zonne-energie op land in vergelijking met windenergie 10. Impressie windgesprekken 2021 11. Verslaglegging windgesprekken

Structuurvisie Wind bijlagen

63

Versie 30 augustus 2021

Status: Ontwerp

717123 18 december 2019

MILIEUEFFECTRAPPORT STRUCTUURVISIE WINDENERGIE IN BARNEVELD Gemeente Barneveld Definitief

Duurzame oplossingen in energie, klimaat en milieu Postbus 579 7550 AN Hengelo Telefoon (074) 248 99 40

Documenttitel

Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie in Barneveld

Soort document

Definitief

Datum

18 december 2019

Projectnummer

717123

Opdrachtgever

Gemeente Barneveld

Auteurs

Lisa Meissl, Sergej van de Bilt, Pondera Consult Joeri de Bekker, Oog voor Schoonheid Landschapsarchitectuur

Vrijgave

Sergej van de Bilt, Pondera Consult

Pondera Consult

1

SAMENVATTING Aanleiding Op 13 december 2017 heeft de gemeenteraad van de gemeente Barneveld besloten dat er een onderzoek moet komen naar de plaatsingsmogelijkheden van windturbines op het hele grondgebied van de gemeente Barneveld, om de gemeentelijke1 en provinciale doelstellingen voor duurzame energie te halen. Op basis van de onderzoeksuitkomsten wordt een sectorale structuurvisie windenergie Barneveld opgesteld, welke aan de gemeenteraad zal worden voorgelegd. In het kader van het opstellen van de sectorale structuurvisie wordt de procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) doorlopen en vervolgens wordt het Milieu Effect Rapport (MER) en de structuurvisie in samenhang door de gemeenteraad vastgesteld. Dit document is het MER. De in 2015 door de gemeenteraad vastgestelde Visie Windenergie vormt een belangrijke inbreng voor bovengenoemd onderzoek. De insteek van de Visie Windenergie was destijds dat marktpartijen de gemeente kunnen benaderen met plannen voor de genoemde zoeklocaties. Begin 2017 is een principeverzoek ingediend voor het realiseren van 3 windturbines op de locatie Zeumeren, één van de genoemde zoeklocaties. Naar aanleiding hiervan is de behoefte ontstaan om een brede discussie te voeren over welke locaties geschikt zijn voor de ontwikkeling van windturbines (waaronder buurtmolens) en om te kunnen vergelijken tussen verschillende locaties.

Uitkomsten MER In dit (plan-)MER is eerst gekeken waar in de gemeente Barneveld potentiële ruimte bestaat voor moderne windturbines op basis van harde belemmeringen, zoals de afstand tot woningen en infrastructuur. In bijlage 3 is de analyse opgenomen, waaruit 13 locaties overblijven die in potentie geschikt zijn voor windturbines (zie de volgende figuur).

1

De gemeente Barneveld heeft in haar Energievisie aangegeven met welke technieken en bronnen haar ambities gehaald kunnen worden. 4 tot 8 turbines in de gemeente vormen onderdeel van de energiemix, met een opwek van 102 tot 204 TJ.

Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie in Barneveld | 717123 18 december 2019 | Definitief

Pondera Consult

2

Figuur S1 Potentieel kansrijke locaties

Uitgangspunt is hierbij een windturbine van 120 meter ashoogte en 120 meter rotordiameter. Gekozen is om een voor de markt op dit moment relatief kleine windturbine als uitgangspunt te hanteren, zodat er meer en grotere potentieel geschikte gebieden voor windenergie in beeld komen die in dit MER nader op effecten zijn onderzocht. Indien namelijk uitgegaan wordt van de grootst mogelijke turbines, dan zullen minder gebieden hiervoor in aanmerking komen en blijven daardoor locaties die in potentie geschikt zijn voor niet de grootst mogelijke turbines buiten beeld. De 13 locaties bieden in totaal ruimte voor maximaal circa 32 turbines met een ashoogte en rotordiameter van 120 meter. Dit zullen er meer zijn als uitgegaan wordt van kleinere turbines en minder als wordt uitgegaan van grotere turbines. Dit aantal van 32 turbines is te zien als potentieel maximum voor de gemeente Barneveld, maar zal in de praktijk lastig te realiseren zijn. Uit dit planMER blijkt namelijk dat: •

Vanwege de zeer nabije ligging van de gevechtsradar in Nieuw-Milligen én de ligging in een belangrijk deel van het laagvlieggebied Veluwe-Randmeren de locaties 9, 10 en 13 niet kansrijk zijn vanuit genoemde Defensiebelangen én locaties 6, 7, 8, 11 en 12 minder gewenst zijn om diezelfde belangen. Locatie 1 tot en met 5 blijven dan over, welke liggen buiten het laagvlieggebied en waar minder effecten voor de defensieradar wordt verwacht. Locatie 1 tot en met 5 krijgen de voorkeur boven de andere locaties vanuit het belang van Defensie, welke een aantal turbines vertegenwoordigen van maximaal 16.

•

Vanwege de ligging van locaties 6, 7, 9, 10, 11 en 13 ten opzichte van de Veluwe en de potentieel significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van de Veluwe (zoals voor de wespendief), zijn deze locaties als weinig kansrijk aangemerkt.

717123 | Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie in Barneveld 18 december 2019 | Definitief

Pondera Consult

3

Naast deze belangrijke conclusies als het gaat om plaatsingsmogelijkheden in de gemeente zijn effecten van windturbines in de 13 locaties in beeld gebracht op leefomgeving (geluid en slagschaduw), elektriciteitsopbrengst, bodem en waterhuishouding, landschap, cultuurhistorie en archeologie, veiligheid, ruimtegebruik, en is meer in algemeen ingegaan op het effect van windturbines op gezondheid en economie. Uit de beoordeling van effecten op deze aspecten (excl. het belang van defensie en ecologie) blijkt dat windturbines kansrijk zijn op alle 13 locaties, maar dat er wel verschillen tussen locaties bestaan in de optredende effecten. Ook zijn verschillen binnen locaties. Het is net aan welk aspect het meeste belang wordt gehecht om tot een rangschikking van potentieel geschikte locaties voor windenergie te komen. In de volgende tabel is de beoordeling weergegeven op alle aspecten waar locaties zich onderscheiden. Omdat voor het aspect landschap er diverse verschillen zijn qua effect tussen de locaties op de diverse aspecten, is het aspect landschap aanvullend beschouwd in een aparte tabel. Effecten op ecologie en op laagvlieggebieden en van radarhinder is hiervoor al besproken en buiten de tabel gehouden.

Vervolg Het college van B&W van de gemeente Barneveld zal een voorstel doen voor rangschikking van locaties geschikt voor windenergie op basis van de resultaten van dit MER, gecombineerd met eventuele andere overwegingen ten behoeve van de structuurvisie. De gemeenteraad van Barneveld zal erover besluiten.

Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie in Barneveld | 717123 18 december 2019 | Definitief

Pondera Consult

4

Tabel S1 Beoordeling locaties (zonder maatregelen, zonder optimalisatie en zonder beoordeling op defensiebelangen, landschap en ecologie)

Locatie

Geluid

Aantal

Max. aantal

Elektriciteits-

(aantal

woningen

turbines

opbrengst

ernstig

met

gehinderden)

slagschaduw

Cultuurhistorische waarden

Archeologische waarden

Veiligheid

Ruimtegebruik huidige functie

Luchtvaart (toetsingsvlak

Straalpaden

VDF Nijkerk)

1

3

++

-

--

-

-

0

0

-

0

2

1

+/++

0

0/-

-

0

0

0

0

0

3

1

+/++

0

0/-

0

0

0

0

0

0

4

3

++

0/-

0/-

0

0

0

0

0

0

5

8

++

-*

- /- -*

0

-

- -*

0

0

-*

6

1

+

0

0/-

0

-*

0

0

0

0

7

2

+/++

0

0

-

--

0

0

0

0

8

1

+

0/-

- /- -

0

0

0

0

0

0

9

6

++

0*

0*

0

-

- -*

--

0

-*

10

3

++

- -*

- -*

- -*

--

-*

0

0

0

11

1

+

0/-

-

0

- -*

0

0

0

0

12

1

+

0/-

-

0

0

0

0

0

0

13

1

+

0

0

0

--

0

--

0

0

Met een * is aangegeven waar optimalisaties tot een betere score kunnen leiden. Zie paragraaf hierna voor de beschrijving van de optimalisatiemogelijkheden.

717123 | Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie in Barneveld 18 december 2019 | Definitief

Pondera Consult

5

Een samenvatting maken van de effectbeoordeling voor landschap is geen kwestie van het optellen en aftrekken van plussen en minnen. Niet alle landschapscriteria wegen even zwaar en bovendien zijn er verschillen tussen de schaalniveaus. Om toch een samenvattende conclusie te kunnen trekken is in de tabel hieronder de totale beoordeling voor landschap op de verschillende schaalniveaus weergegeven. Daarbij is uitgegaan van het even ‘zwaar’ wegen van positieve en negatieve scores. Hierbij dient uitdrukkelijk vermeld te worden dat er lokaal (grote) verschillen kunnen optreden. Tabel S2 Beoordeling landschap: totale scores alle schaalniveaus samen Beoordelingscriteria \ Clusters

A/1

B/3+4

C/5

D/6+7

E/9+13

F/10

1. Invloed op openheid

-

-

--/-

0

0

-/0

2. Aansluiting op landschappelijke structuur

-/0

-/0

-/0

-/0

-/0

-/0

3. Regelmatig beeld

0/+

-

-/0

0

-/0

0/+

4. Herkenbaarheid opstelling en interferentie

+

0/+

+

-/0

0

+

5. Zichtbaarheid

-

-

--/-

-/0

-/0

-

6. Invloed op visuele rust

-

-

--/-

-

-

-

7. Verlichting

-

-

--/-

-

-

-

Voor de solitaire turbines op locatie 2, 8, 11 en 12 en in mindere mate de turbines 3, 6 en 13 is het geven van een samenvattende effectbeoordeling op structuurvisie-niveau lastiger. Ontegenzeggelijk zullen ook individuele turbines een (vaak negatief) effect op landschap hebben, zeker als hun aantal toeneemt en ze op tal van plekken in een gevarieerd landschap binnen de gemeente opgesteld worden. Solitaire turbines kunnen echter ook bij uitstek als ‘landmark’ dienen, bijvoorbeeld bij belangrijke knooppunten van infrastructuur of bij dorpen of gehuchten of in de zichtlijnen van belangrijke wegen.

Optimalisatiemogelijkheden De scores uit de voorgaande tabel zijn te verbeteren door optimalisaties door te voeren. Voor leefomgeving zijn verschuivingen van posities van de voorbeeldopstelling mogelijk, zodat minder effecten op de leefomgeving optreden: •

Locatie 5 kan beter scoren, door de zuidelijke en de twee noordelijke turbines weg te laten;

•

Locatie 9 kan beter scoren, door de zuidwestelijke turbine weg te laten;

•

Locatie 10 kan beter scoren, door de westelijke (1 of 2) turbine(s) weg te laten.

Voor het aspect landschap zijn optimalisatiemogelijkheden, maar omdat de schuifruimte voor turbines per locatie veelal beperkt is, is vanuit landschap niet een betere score te verwachten per locatie. Het nastreven van regelmatigheid en eenduidigheid van windturbineopstellingen zorgt wel voor een landschappelijke verbetering ten opzichte van de voorbeeldopstellingen. Denk daarbij aan het gebruik van dezelfde windturbine(types) of het hanteren van dezelfde tussenafstanden. Zie voor verdere maatregelen ter optimalisatie paragraaf 9.6. Voor het aspect cultuurhistorie en archeologie zijn de volgende optimalisatiemogelijkheden:

Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie in Barneveld | 717123 18 december 2019 | Definitief

Pondera Consult

6

•

Locatie 10 kan door verplaatsing van één windturbine buiten de molenbiotoop neutraal scoren (0) in plaats van negatief (-).

•

Voor locatie 6 en 11 geldt dat er ruimte is om de turbines dusdanig te verplaatsen, dat deze niet meer liggen in gebieden met een redelijke tot grote kans op archeologische sporen (en dus 0 in plaats van - scoren).

Voor het aspect veiligheid zijn optimalisatiemogelijkheden. Zo is voor locatie 5, 9 en 10 een betere score te behalen door turbines anders te positioneren of het aantal turbines te reduceren. •

Locatie 5 kan beter scoren als rekening wordt gehouden met de aanwezige risicovolle inrichtingen, de snelweg en het spoor voor transport van gevaarlijke stoffen alsmede de aanwezigheid van (beperkt) kwetsbare objecten op de locatie.

•

Locatie 9 kan beter scoren indien rekening wordt gehouden met de aanwezigheid van (beperkt) kwetsbare objecten en mogelijk ook risicovolle inrichtingen;

•

Locatie 10 kan beter scoren wanneer rekening wordt gehouden met de aanwezigheid van propaanopslagen.

717123 | Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie in Barneveld 18 december 2019 | Definitief

Pondera Consult

INHOUDSOPGAVE Inleiding

1

Aanleiding

1

Milieueffectrapportage

1

M.e.r.-procedure en besluitvorming

3

Initiatiefnemer en bevoegd gezag

4

Leeswijzer

4

Beleidskader

5

Inleiding

5

Europees en rijksbeleid

5

Provinciaal beleid

8

Gemeentelijk beleid

12

Voornemen en alternatieven

15

Voornemen

15

Locatiealternatieven

18

Referentiesituatie

28

Voorkeursalternatief

29

Werkwijze en aanpak milieubeoordeling

31

Inleiding

31

Werkwijze

31

Beoordelingskader

32

Elektriciteitsopbrengst en vermeden emissies

35

Beleid, wetgeving en beoordelingscriteria

35

Referentiesituatie

38

Beoordeling effecten per alternatief

38

Effecten aanlegfase en netaansluiting

39

Cumulatie

40

Mitigerende maatregelen en optimalisatiemogelijkheden

40

Leefomgeving

41

Inleiding

41

Beleid, wetgeving en beoordelingscriteria geluid

41

Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie in Barneveld | 717123 18 december 2019 | Definitief

Pondera Consult

Beleid, wetgeving en beoordelingscriteria slagschaduw

46

Referentiesituatie

47

Beoordeling effecten per alternatief

47

Effecten aanlegfase en netaansluiting

53

Mitigatie- en optimalisatiemogelijkheden

53

Gezondheid

63

Stand van zaken (wetenschappelijke) studies windturbines en gezondheid

63

Fysieke aspecten van windturbines en gezondheid

68

Conclusie

71

Natuur

73

Beleid, wetgeving en beoordelingscriteria

73

Referentiesituatie

78

Beschrijving effecten

80

Mitigerende maatregelen en optimalisatie

81

Vergelijking en samenvatting effectbeoordeling

82

Landschap

85

Beoordelingskader

85

Referentiesituatie

91

Effectbeoordeling

100

Tijdelijke effecten

110

Cumulatie

111

Mitigerende maatregelen

111

Samenvatting effectbeoordeling

112

Cultuurhistorie en archeologie

117

Inleiding

117

Beleid, wetgeving en beoordelingscriteria

117

Referentiesituatie

122

Beoordeling effecten per alternatief

123

Effecten aanlegfase en netaansluiting

125

Mitigatie- en optimalisatiemogelijkheden

125

Vergelijking en samenvatting effectbeoordeling

127

Waterhuishouding en bodem

129

Beleid, wetgeving en beoordelingscriteria

129

717123 | Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie in Barneveld 18 december 2019 | Definitief

Pondera Consult

Referentiesituatie

132

Beoordeling effecten per alternatief

133

Effecten aanlegfase en netaansluiting

136

Mitigerende maatregelen

137

Vergelijking en samenvatting effectbeoordeling

138

Veiligheid

139

Beleid en wetgeving

139

Beoordelingskader

140

Effecten alternatieven

144

Effecten aanlegfase en netaansluiting

148

Cumulatie

149

Mitigerende maatregelen

149

Vergelijking en samenvatting effectbeoordeling

149

Ruimtegebruik

151

Beleid en wetgeving

151

Bepaling effecten en beoordelingskader

151

Referentiesituatie

154

Beoordeling effecten per alternatief

155

Effecten aanlegfase en netaansluiting

163

Cumulatie

163

Mitigerende maatregelen en optimalisatiemogelijkheden

163

Vergelijking en samenvatting effectbeoordeling

164

Economie

165

Inleiding

165

Participatiemogelijkheden

165

Invloed op vastgoedwaarde en planschade

167

Effect op recreatie en toerisme

171

Samenvatting effectbeoordeling

172

Conclusie

175

Inleiding

175

Conclusie milieueffecten

175

Optimalisatie van locaties

178

Leemten in kennis en informatie

179

Evaluatie en monitoring

180

Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie in Barneveld | 717123 18 december 2019 | Definitief

Pondera Consult

0

Bijlagen Bijlage 1 Literatuurlijst Bijlage 2 Begrippen en afkortingen Bijlage 3 Technisch-ruimtelijke analyse Bijlage 4 Berekeningen geluid en slagschaduw Bijlage 5 Ecologische quickscan

717123 | Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie in Barneveld 18 december 2019 | Definitief

Pondera Consult

1

INLEIDING Aanleiding Aanleiding voor dit MER Op 13 december 2017 heeft de gemeenteraad van de gemeente Barneveld besloten dat er een onderzoek moet komen naar de plaatsingsmogelijkheden van windturbines op het hele grondgebied van de gemeente Barneveld, om de gemeentelijke en provinciale doelstellingen voor duurzame energie te halen. Op basis van de onderzoeksuitkomsten wordt een sectorale structuurvisie windenergie Barneveld opgesteld, welke aan de gemeenteraad zal worden voorgelegd. In het kader van het opstellen van de sectorale structuurvisie wordt de procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) doorlopen en vervolgens wordt het Milieu Effect Rapport (MER) en de structuurvisie in samenhang door de gemeenteraad vastgesteld. De start voor het uitvoeren van dit onderzoek wordt gevormd door de op 30 januari 2019 vastgestelde Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De in 2015 door de gemeenteraad vastgestelde Visie Windenergie vormt een belangrijke inbreng voor bovengenoemd onderzoek. De insteek van de Visie Windenergie was destijds dat marktpartijen de gemeente kunnen benaderen met plannen voor de genoemde zoeklocaties. Begin 2017 is een principeverzoek ingediend voor het realiseren van 3 windturbines op de locatie Zeumeren, één van de genoemde zoeklocaties.

Naar aanleiding hiervan is de behoefte ontstaan om een brede discussie te voeren over welke locaties geschikt zijn voor de ontwikkeling van windturbines (waaronder buurtmolens) en om te kunnen vergelijken tussen verschillende locaties.

Stakeholderbijeenkomsten Om burgers en maatschappelijke organisaties te betrekken bij de voorbereiding van de structuurvisie zijn ten eerste in juli 2018 een drietal stakeholderbijeenkomsten georganiseerd in de gemeente Barneveld. Doel van deze stakeholderbijeenkomsten was om het proces uit te leggen van de m.e.r. en de structuurvisie aan belangstellenden. Daarnaast waren de bijeenkomsten bedoeld om ideeën op te halen ten aanzien van de in het m.e.r. te onderzoeken onderwerpen en het proces om te komen tot een structuurvisie. De locaties voor windenergie die zijn aangedragen vanuit burgers en organisaties zijn opgenomen in de keuze voor locatiealternatieven voor onderhavig m.e.r. Het concept MER en het ontwerp van de Structuurvisie windenergie Barneveld worden tijdens een tweede serie van stakeholderbijeenkomsten gepresenteerd en vervolgens afgerond en ter inzage gelegd.

Milieueffectrapportage M.e.r.-plicht De procedure van milieueffectrapportage (m.e.r.) is voorgeschreven op grond van nationale en Europese wetgeving, indien sprake is van activiteiten met potentieel aanzienlijke milieueffecten. Het doel van de m.e.r. is om te verzekeren dat adequate milieu-informatie beschikbaar is ten behoeve van de besluitvorming over dergelijke activiteiten. Deze activiteiten zijn opgenomen in het Besluit milieueffectrapportage. De inhoudelijke vereisten aan een milieueffectrapport zijn vastgelegd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. De m.e.r.-procedure mondt uit in een

Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie in Barneveld | 717123 18 december 2019 | Definitief

Pondera Consult

2

rapport, het milieueffectrapport (MER). Er wordt onderscheid gemaakt in het planMER en het projectMER. In Kader 1.1 zijn deze typen ‘MER’ kort toegelicht. Kader 1.1 PlanMER en projectMER Er wordt onderscheid gemaakt tussen een planMER en een projectMER. Het verschil tussen een planMER en een projectMER is de scope en het detailniveau.

PlanMER Een planMER is vereist voor plannen waarin de locatie voor een activiteit met potentieel aanzienlijke milieueffecten, zoals een windpark, wordt aangewezen, of als voor dit plan een zogenaamde Passende beoordeling dient te worden opgesteld, waarin de effecten op een Natura 2000-gebied in beeld worden gebracht. Het planMER wordt opgesteld ten behoeve van de structuurvisie. Met de structuurvisie wordt een ruimtelijk besluit genomen over mogelijke locaties voor windturbines in de gemeente Barneveld. Bij het opstellen van de structuurvisie dient een afweging te worden gemaakt inzake de effecten van het plan. Deze afweging betreft een breed scala aan effecten, zoals sociale- en economische effecten. In het planMER worden de milieueffecten beschreven, als bijdrage aan de belangenafweging. De effectbeschrijving is globaal en heeft tot doel relevante milieu-informatie te leveren om een afweging te kunnen maken welke locaties in de gemeente Barneveld geschikt zijn voor windturbines.

ProjectMER Een projecMER is vereist voor besluiten over activiteiten met potentieel aanzienlijke milieueffecten. Dit betreft bijvoorbeeld het besluit op de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een concreet windpark op een concrete locatie. Het projectMER heeft betrekking op de milieueffecten van de concrete uitwerking van het plan. Voor een windpark betreft een concrete uitwerking het bepalen van de posities van de windturbines. De effecten van een dergelijke opstelling en van opstellingsvarianten worden door middel van onderzoek in detail bepaald en afgezet tegen de geldende milieueisen, waarbij beoordeeld wordt of aan deze eisen kan worden voldaan.

Een structuurvisie die de oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark mogelijk maakt, valt onder de m.e.r.-regelgeving. In het Besluit milieueffectrapportage zijn windparken opgenomen in onderdeel C (m.e.r.-plicht) en D (m.e.r.-beoordelingsplicht) van de bijlage van het besluit. Specifiek betreft het categorie C22.2 (windparken van 20 turbines of meer) en D22.2 (windparken met een gezamenlijk vermogen van 15 MW of meer, of bestaande uit 10 windturbines of meer). Voor de structuurvisie wordt een planMER opgesteld, omdat de structuurvisie een kader biedt voor m.e.r.-plichtige of m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten, te weten een mogelijk windpark of windparken. Een planMER is strategisch van aard en wordt opgesteld voor ruimtelijke plannen. In een planMER staat de vraag centraal ‘waarom deze activiteit op deze locatie?’ en worden verschillende alternatieve locaties tegen elkaar afgezet. De informatie is abstract, kwalitatief van aard en gebaseerd op vuistregels. Voor de concrete realisatie van een windpark in de gemeente Barneveld zijn afhankelijk van de omvang van het windpark vergunningen of ontheffingen nodig. Daarbij kan ook sprake zijn van

717123 | Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie in Barneveld 18 december 2019 | Definitief

Pondera Consult

3

een project-m.e.r.(beoordelings)-plicht. Denk bij vergunningen en ontheffingen aan de Wet natuurbescherming, de omgevingswet en de waterwet. Kortom, nadat de structuurvisie is opgesteld, zullen nog procedures volgen om concrete windturbines mogelijk te maken.

M.e.r.-procedure en besluitvorming Een m.e.r.-procedure bestaat uit verschillende onderdelen, waarvan het milieueffectrapport (MER) het belangrijkste is. Voor plannen, zoals structuurvisies, geldt een uitgebreide m.e.r.procedure. In Figuur 1.1 zijn de hiermee verbonden procedurestappen in de juiste volgorde vermeld. De stappen tot en met de definitieve Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) zijn reeds afgerond. De actuele stap in de m.e.r.-procedure betreft nu het opstellen van het MER. Figuur 1.1 Hoofdlijnen m.e.r.-procedure

Procedure milieueffectrapportage

Structuurvisie

Concept Notitie Reikwijdte & Detailniveau

Raadpleging en zienswijzen

Definitieve Notitie Reikwijdte & Detailniveau

Opstellen milieueffectrapport

Opstellen ontwerp structuurvisie

Openbaar maken, advies Commissie m.e.r. & zienswijzen

Bekendmaking ontwerp structuurvisie

Vaststellen structuurvisie door gemeenteraad

De inhoudelijke vereisten aan een m.e.r. zijn vastgelegd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm). Dat houdt samengevat in dat een milieueffectrapport wordt opgesteld om de (mogelijke) effecten van het windpark op de leefomgeving, natuur en landschap van het omliggende gebied voor de afweging daarvan bij besluitvorming in beeld te brengen. De m.e.r.-procedure voor de structuurvisie Barneveld startte op 12 oktober 2018 met het openbaar maken van de Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De Commissie voor de m.e.r. is in deze fase om advies gevraagd en bracht op 20 december 2018 haar advies over de reikwijdte en het detailniveau van het milieueffectrapport voor de Structuurvisie windenergie Barneveld uit.

Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie in Barneveld | 717123 18 december 2019 | Definitief

Pondera Consult

4

Inspraak en advies De publicatie van het voorliggende planMER en de ontwerp-structuurvisie is bedoeld om eenieder te informeren over het initiatief, de uitkomsten van het milieuonderzoek en de procedures. Eenieder kan inspreken en zienswijzen kenbaar maken. Zie voor de inspraaktermijn en de andere relevante informatie de openbare kennisgeving bij dit planMER. De Commissie voor de m.e.r. zal een advies geven over het planMER. Dit advies wordt betrokken bij de definitieve besluitvorming.

Initiatiefnemer en bevoegd gezag Initiatiefnemer plan Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld is initiatiefnemer van de structuurvisie. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het opstellen van onderhavig planMER. Tabel 1.1 Contactgegevens initiatiefnemer Bevoegd gezag

College van B&W Gemeente Barneveld

Contactpersoon

Dhr. V. Brus (projectleider structuurvisie)

Postadres

Postbus 63, 3770 AB Barneveld

Bezoekadres

Raadhuisplein 2, 3771 ER Barneveld

E-mailadres

v.brus@barneveld.nl

Bevoegd gezag De gemeenteraad van Barneveld is bevoegd gezag voor de structuurvisie en dit planMER. Het planMER is een bijlage bij de structuurvisie. Tabel 1.2 Contactgegevens bevoegd gezag Bevoegd gezag

Gemeenteraad van Barneveld

Postadres

Postbus 63, 3770 AB Barneveld

Bezoekadres

Raadhuisplein 2, 3771 ER Barneveld

E-mailadres

info@barneveld.nl

Leeswijzer Dit MER bestaat uit 18 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 het beleidskader en wordt de nut en noodzaak van windenergie beschreven. Hoofdstuk 3 geeft de achtergrond van het voornemen en de keuze voor de te onderscheiden alternatieven voor windenergiegebieden. Hoofdstuk 4 geeft aan hoe effecten van de alternatieven in beeld worden gebracht. Hoofdstukken 5 tot en met 15 beschrijven per milieuaspect de effecten die optreden. In hoofdstuk 16 worden de alternatieven met elkaar vergeleken, waarna in hoofdstuk 17 het voorkeursalternatief aan bod komt. Hoofdstuk 18 sluit af met het benoemen van leemten in kennis en evaluatie en monitoring van milieueffecten.

717123 | Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie in Barneveld 18 december 2019 | Definitief

Pondera Consult

5

BELEIDSKADER Inleiding Beleid en wet- en regelgeving voor windenergie, ruimtelijke ordening en milieu vormen het kader waarbinnen dit MER wordt opgesteld en is relevant voor de concrete ruimtelijke ontwikkeling van windenergie in de gemeente Barneveld. In dit hoofdstuk is, op hoofdlijnen, het beleidskader van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Barneveld geschetst en zijn diens doelstellingen voor duurzame energie en windenergie toegelicht. Voor de verschillende milieuaspecten, zoals geluid, natuur en externe veiligheid, komt het kader in de effecthoofdstukken 5 tot en met 15 aan bod.

Europees en rijksbeleid Beleid ten aanzien van duurzame energie en windenergie Ten gevolge van onder meer de uitstoot van broeikasgassen treedt wereldwijd klimaatverandering op. Een deel van deze broeikasgassen komt vrij bij de verbranding van fossiele brandstoffen voor het opwekken van energie. De Europese Unie (EU) en het Rijk streven ernaar klimaatverandering te beperken door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen (onder meer bevestigd door middel van de ondertekening van het Kyoto-verdrag (1997) en de Cancun-overeenkomst (2010)). In december 2015 zijn (onder auspiciën van de Verenigde Naties) op de eenentwintigste klimaatconferentie in Parijs 195 landen akkoord gegaan met een nieuw klimaatverdrag dat de uitstoot van broeikasgassen moet terugdringen. De Europese Unie heeft dit verdrag ook mede ondertekend. Door voor de opwekking van energie over te stappen op hernieuwbare (of duurzame) energiebronnen, waarbij bij de opwekking van energie geen of minder broeikasgassen vrijkomen, kan de uitstoot worden verminderd. Tegelijkertijd wordt ernaar gestreefd om het aandeel energie uit hernieuwbare energiebronnen te vergroten, aangezien fossiele brandstoffen eindig zijn en deze vooral buiten Europa beschikbaar zijn. Hierdoor is Nederland in belangrijke mate afhankelijk van regio’s buiten Europa, waaronder ook instabiele regio’s.

Hernieuwbare energie, zoals windenergie, levert daarmee een bijdrage aan de energievoorzieningszekerheid binnen Nederland. In Europees verband is afgesproken om in Nederland in 2020 14% van het totale energieverbruik duurzaam op te wekken. Dit is vastgelegd in de EU-richtlijn 2009/28/EG. Voor 2030 is het doel gesteld van 40% CO2-reductie ten opzichte van 1990, 27% van het totale energieverbruik duurzaam op te wekken en 27% energiebesparing ten opzichte van 1990. In de Klimaatwet, per 1 september 2019 in werking getreden, is opgenomen dat we in Nederland in 2030 onze CO2-uitstoot met 49 procent moeten hebben verlaagd (artikel 2, lid 2) en in 2050 met 95 procent (artikel 2, lid 1), ten opzichte van het jaar 1990. Ook staat in de wet genoemd dat 100% van onze energie op een duurzame wijze is opgewekt in 2050 (artikel 2, lid 2). In het Regeerakkoord “Vertrouwen in de toekomst” (10-10-2017) is ook als doelstelling voor 2030 opgenomen dat de uitstoot van CO2 met 49% is gereduceerd ten opzichte van 1990.

Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie in Barneveld | 717123 18 december 2019 | Definitief

Pondera Consult

6

Om deze doelen te halen is gewerkt aan een klimaatakkoord (28 juni 2019). In het klimaatakkoord is het volgende opgenomen: “De opgave voor de elektriciteitssector is in eerste instantie om in 2030 de CO2-emissies met ten minste 20,2 Mton te verminderen. Dat is onderdeel van de algemene 49 %-reductiedoelstelling van het kabinet voor Nederland. […] Concreet wordt hierbij gestreefd naar het opschalen van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen tot 84 TWh. […] Daarnaast streven partijen naar een ophoging van de Europese ambities naar 55% reductie van broeikasgassen in 2030.” Deze ambitie wordt als volgt verdeeld: 49% basispakket Wind op zee

49 TWh

Hernieuwbaar op land (>15 kW)

35 TWh

Overige hernieuwbare opties (incl. CO2 vrij regelbaar vermogen

PM

Totaal

84 TWh

55%

120 TWh

Door middel van de opwekking van elektriciteit uit windturbines wordt voorkomen dat deze elektriciteit wordt gewonnen door middel van verbranding van fossiele brandstoffen. Daarmee wordt dus de emissie van (onder andere) CO2 voorkomen. Op Rijksniveau is specifiek voor wind op land een ambitie vastgesteld van 6.000 MW aan opgesteld vermogen in 2020. In 2018 is het opgestelde vermogen aan windenergie op land ongeveer 3.436 MW.1 De provincie Gelderland heeft met het Rijk afgesproken een doelstelling van minimaal 230,5 MW aan windenergie in haar provincie te hebben gerealiseerd in 2020. In 2018 staat er 82 MW in de provincie geïnstalleerd2. De doelstelling vormt een belangrijke bijdrage aan de generieke doelstelling van het Rijk (6.000 MW wind op land) en is vastgelegd in afspraken tussen het Interprovinciaal Overleg (IPO) en het Rijk (afspraken over wind op land met IPO, brief van minister Kamp aan de Tweede Kamer van 31 januari 2013 en definitief akkoord juni 2013). Structuurvisie Windenergie op Land De doelstelling van de Structuurvisie Windenergie op Land (SvWOL, maart 2014) is zodanige ruimtelijke voorwaarden te scheppen dat begin 2020 een opwekkingsvermogen van ten minste 6.000 MW aan windturbines op land operationeel is. Daarvoor worden drie soorten beleid gepresenteerd: 1.

visie: bundeling in gebieden die geschikt zijn voor plaatsing van grote turbines en daarmee andere gebieden vrijhouden van grootschalige windenergie. Bij het ruimtelijk ontwerp van windturbineprojecten aansluiten bij de hoofdkenmerken van het landschap; 2. aanwijzen van concrete gebieden die geschikt zijn voor grootschalige windturbineparken. Het kabinet zal initiatieven voor windturbineparken met een omvang van ten minste 100 MW toetsen aan deze gebieden;

1 2

http://statline.cbs.nl http://statline.cbs.nl en windstats.nl

717123 | Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie in Barneveld 18 december 2019 | Definitief

Pondera Consult

7

3. taakverdeling tussen Rijk en provincies bij het ruimtelijk mogelijk maken van windenergie, en de prestatieafspraken die daarover met het IPO zijn gemaakt3. Verder wordt ingegaan op beleidsonderwerpen die van groot belang zijn voor het slagen van de doelen voor windenergie, zoals de stimuleringsregeling SDE+ en het landelijke elektriciteitsnet. De SvWOL zegt: “Als we prettig willen wonen en bijzondere landschappen willen bewaren, en als we daarnaast onze energievoorziening willen verduurzamen, zullen er dus duidelijke keuzen moeten worden gemaakt waar wel en waar geen windturbines mogen komen. Gezien de omvang van de windturbines en het effect op het landschap is het wenselijk om ze te concentreren in daarvoor geschikte gebieden en daarmee de beschikbare ruimte zuinig te gebruiken. Met die turbines kan een nieuw landschap worden gemaakt met een eigen ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijk beleid voor windturbines is het inpassingsstadium voorbij.” Binnen de provincie Gelderland bevinden zich geen SvWOL gebieden. Derhalve maakt het plangebied geen deel uit van de aangewezen gebieden voor grootschalige windenergie (windparken >100 MW), maar draagt wel bij aan het behalen van de doelstelling van 6.000 MW aan windenergie op land in 2020.

De SvWOL geeft provincies en gemeenten de mogelijkheid om buiten de voor grootschalige windenergie aangewezen gebieden planologische ruimte te bieden voor windparken kleiner dan 100 MW (ter indicatie: 100 MW betekent circa 31 turbines van 3,2 MW zoals die bij Ede langs de A30 staan). Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming bundelt de gebiedsbescherming van nationaal begrensde natuurgebieden. In de wet zijn ook de bepalingen vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn verwerkt. Nieuwe ontwikkelingen, zoals de komst van windturbines, zullen moeten voldoen aan de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming In de wet vervalt de status van de Beschermde Natuurmonumenten. Deze vallen vrijwel altijd (op enkele kleine gebieden na) binnen Natura 2000 of het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS) en houden dus via deze wegen indirect wel bescherming, zij het niet in dezelfde mate. Soortenbescherming in Wet natuurbescherming Relevante wetgeving op het gebied van de soortenbescherming is uitgewerkt in hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming (Wnb) en de daaruit voortvloeiende wijzigingen in de Omgevingsverordening Gelderland. De bescherming van flora en faunasoorten is in de Wnb opgedeeld in twee beschermingscategorieën: •

•

Strikt beschermde soorten: •

Soorten van de Vogelrichtlijn (art. 3.1);

•

Soorten van de Habitatrichtlijn (art. 3.5).

Overige beschermde soorten: •

3

Nationaal beschermde soorten (art. 3.10).

De verdeling van de doelstelling van 6.000 MW over de provincies betekent voor Gelderland een taakstellend vermogen van 230,5 MW.

Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie in Barneveld | 717123 18 december 2019 | Definitief

Pondera Consult

8

Voor beide categorieën geldt dat het verboden is opzettelijk exemplaren te doden, vangen of plukken, en voortplantingsverblijfplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te vernielen of te beschadigen. Een belangrijk verschil tussen beide beschermingsregimes is dat voor de strikt beschermde soorten ook het opzettelijk verontrusten verboden is, terwijl dit voor de overige beschermde soorten niet het geval is. Voor vogels geldt daarnaast dat het opzettelijk storen niet verboden is in geval de storing niet van wezenlijk invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Het beschermingsregime van de overige (nationaal) beschermde soorten is voor elke soort gelijk. Wel kunnen provincies bij ruimtelijke ontwikkelingen vrijstelling van de verbodsbepalingen in artikel 3.10 verlenen voor deze soorten. Deze vrijstellingslijst is opgenomen in de Verordening natuurbescherming Provincie Gelderland. Voor in totaal 24 soorten geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid uit de Wnb. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het Rijk en de provincies hebben afspraken gemaakt over de planologische en kwalitatieve bescherming van de NNN. In het NNN geldt het 'nee, tenzij'-principe.

Dit houdt in dat ingrepen waarbij de oppervlakte of de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN significant worden aangetast, niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. Het Natuurnetwerk Nederland is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De begrenzing en ruimtelijke bescherming van de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur (specifiek: het Gelders Natuur Netwerk of GNN) is uitgewerkt in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening van de Provincie Gelderland. Voor het Natuurnetwerk Nederland in Gelderland geldt geen externe werking4.

Provinciaal beleid De provincies hebben in interprovinciaal (IPO)-verband afspraken gemaakt met het Rijk over de realisatie van 6.000 megawatt windenergie op land in 2020. Voor Gelderland is afgesproken dat 230,5 megawatt aan windenergie wordt opgesteld. In 2017 staat er 82 MW in de provincie geïnstalleerd5. Omgevingsvisie Gelderland6 Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland hebben in december 2018 de geconsolideerde Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Daarin staat het volgende: “Voor het opwekken, opslaan en transporteren van duurzame energie is ruimte nodig; veel ruimte. Windturbines, zonneparken, warmtecentrales, (mest)vergisters, waterkrachtcentrales moeten een plek krijgen in het Gelderse landschap, willen wij onze ambitie halen. In de bodem 4

Externe werking betekent dat ook ingrepen van buiten invloed kunnen hebben op de waarden in een gebied. Voor Natura 2000 gebieden geldt externe werking, dus wanneer windturbines buiten deze gebieden worden gerealiseerd zal ingegaan moeten worden op de te verwachten effecten in het Natura 2000 gebied. Voor EHS geldt dat niet. 5 http://statline.cbs.nl en windstats.nl 6 Omgevingsvisie Gelderland. Vastgesteld door Provinciale Staten van Gelderland, geconsolideerde versie januari 2019

717123 | Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie in Barneveld 18 december 2019 | Definitief

Pondera Consult

9

zoeken wij naar mogelijkheden voor het benutten van aardwarmte (geothermie). Dit raakt de leefomgeving van alle Gelderlanders en kan botsen met sterke Gelderse kwaliteiten – zoals de natuur, het rivierenlandschap met haar uiterwaarden, het zicht op ons mooie erfgoed. Tegelijkertijd ontbreekt het in de Gelderse steden vaak aan ruimte om duurzame alternatieven in te passen. We zien al veel, en steeds meer, energie-initiatieven van onderop komen: zonneakkers, windmolens. Deze initiatieven willen we verder ontwikkelen. Maar er is meer nodig: een gezamenlijke regionale aanpak. Samen met onze partners moeten we bepalen waar we de noodzakelijke extra meters kunnen maken en waar initiatieven zich niet en waar wel kunnen ontwikkelen en onder welke voorwaarden, bijvoorbeeld langs wegen of op vrijgekomen landbouwgronden. Niet zomaar en overal, maar met oog voor de kwaliteiten die Gelderland uniek maken. Hier zetten we ons voor in en pakken we door, als dat nodig is.” Waar we naar streven… Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten; dat is wat wij nastreven. Zo versterken wij Gelderland: nu en in de toekomst. Onze ambitie: •

In 2050 is Gelderland klimaatneutraal. Dit bereiken we door grootschalige besparing en opwekking uit verschillende duurzame bronnen van energie, zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. En we stimuleren innovatie en het uitrollen van bewezen technieken.

•

Als tussendoel realiseren we in 2030 55% broeikasgasreductie in Gelderland.

Figuur 2.1 Uitsnede themakaart Ruimtelijk beleid Omgevingsvisie

De gemeente Barneveld kent op basis van de themakaart Ruimtelijk beleid (zie Figuur 2.1) uit de provinciale omgevingsvisie de volgende aanduidingen: Een aantal locaties in de gemeente wordt aangeduid met ‘aandachtsgebied’, zoals de woonkernen en rond infrastructuur; -

Overwegend de westzijde van de gemeente biedt mogelijkheden voor windenergie;

-

Overwegend de oostzijde van de gemeente is aangeduid als “windenergie niet kansrijk” (vanwege ligging in Gelders Natuurnetwerk);

-

Een aantal verspreid liggende locaties waar solitaire windturbines mogelijk zijn in GNN onder voorwaarden (met blauw aangegeven).

Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie in Barneveld | 717123 18 december 2019 | Definitief

Pondera Consult

10

Er zijn geen gebieden vanuit provinciale doelen uitgesloten in Barneveld (het gaat dan om de Nieuwe Hollandse Waterlinie en weidevogel- en rustgebieden voor winterganzen in Gelderland die niet in de gemeente Barneveld voorkomen). Omgevingsverordening In de Omgevingsverordening Gaaf Gelderland (geconsolideerde versie december 2018) zijn gebieden aangewezen die uitgesloten zijn van de realisatie van windenergie. De gemeente Barneveld valt niet in zo’n gebied. Ten aanzien van de realisatie van windturbines bepaalt de verordening het volgende: “artikel 2.62 toelichting bestemmingsplan windturbines De toelichting bij een bestemmingsplan dat de oprichting van een windturbine of windturbinepark mogelijk maakt, besteedt aandacht aan: a. de ruimtelijke kenmerken van het landschap; b.

de maat, schaal en inrichting in het landschap;

c.

de visuele interferentie met een nabij gelegen windturbine of windturbines;

d. e.

de cultuurhistorische achtergrond en waarden van het landschap; de beleving van de windturbine of het windturbinepark in het landschap.”

Verkenning windenergie in bosgebieden (2016) In de ‘Verkenning windenergie in bosgebieden’ (2016)7 zijn de mogelijkheden en onmogelijkheden van windenergie in bosgebieden vanuit natuur, recreatie, techniek, landschap, maatschappelijke betrokkenheid en financiën uitgewerkt. De verkenning is mede mogelijk gemaakt door provincie Gelderland, het ministerie van Economische Zaken en gemeenten zoals Harderwijk, Apeldoorn en Barneveld en is uitgevoerd in samenwerking met grondeigenaren, gemeenten, onderzoeksinstellingen en belangenorganisaties op de Veluwe. Uit de verkenning blijkt dat windenergie op een deel van de Veluwe niet op voorhand onmogelijk is. Vervolgonderzoek op locatie zal duiden of windenergie haalbaar is. Hierbij is het van belang om burgers en belangenorganisaties te blijven betrekken. De inzichten uit deze verkenning kunnen ook op andere bosgebieden toegepast worden. Er wordt onderscheid gemaakt in natuur en techniek (1), recreatie (2), betrokkenheid (3), landschap (4) en financiën (5). Natuur en techniek (1) Uit een analyse van wettelijke mogelijkheden, ecologische en technische randvoorwaarden blijkt dat 10.500 hectare bos op de Veluwe, ofwel 16,5%, nader onderzocht kan worden op geschiktheid. De overige 83,5% lijkt minder geschikt voor windenergie. Er ligt een klein deel van geschikt gebied uit de verkenning binnen de gemeente Barneveld.

Recreatie (2) Gegevens over het effect van windturbines op recreatie in Nederland en Europa zijn onvolledig. In sommige gevallen is er een positief effect op het aantal overnachtingen en recreanten door het duurzame imago van windenergie en als er geïnvesteerd is in voorzieningen en ontsluitingen. Onderzoeken naar het verwachte effect op recreanten in Nederland, Duitsland, 7

Wing, Alterra (onderdeel Natuur), Bosch & Van Rijn (onderdeel Financiën), Student Hogeschool Van Hall Larenstein (onderdeel Betrokkenheid), Verkenning windenergie in bosgebieden, 2016

717123 | Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie in Barneveld 18 december 2019 | Definitief

Pondera Consult

11

Tsjechië en Verenigd Koninkrijk wijzen uit dat een deel van de recreanten verwacht gebieden te vermijden als windturbines geplaatst worden. Bij onderzoeken in Denemarken en Oostenrijk werd na aanleg van windparken geen afname van bezoekers gemeten. Gewenning en marketing spelen een belangrijke rol bij acceptatie van windturbines. Betrokkenheid (3) Uit kwalitatief onderzoek blijkt dat recreanten de Veluwe zó waarderen dat ze haar zullen blijven bezoeken. Wel verwachten ze dat hun beleving wordt aangetast. Mogelijk gaan recreanten door windturbines naar andere plekken op de Veluwe. De informatievoorziening over nationale energiedoelen, windturbines en windturbine locaties is volgens hetzelfde onderzoek onvoldoende. Landschap (4) Ontwerp locaties voor windenergie vanuit het perspectief en de beleving van bewoners en recreanten. Een samenhangend ruimtelijk ontwerpprincipe voor windenergie, dat met de regio wordt opgesteld, kan borgen dat de unieke natuur- en recreatiewaarden van de Veluwe behouden blijft en versterkt worden. Uit een eerste grove analyse blijkt dat bij benadering een klein aantal clusters van drie tot zes windturbines landschappelijk gezien ingepast zouden kunnen worden op de Veluwe. De grootte van de windturbine zal invloed hebben op het aantal clusters en aantal windturbines.

Afhankelijk van het type windturbine zou dit gelijk kunnen staan aan 36 tot 72 megawatt, wat bij benadering voldoende is voor 32.000 tot 64.000 woningen. Financiën (5) Voor de verkenning zijn businesscases uitgewerkt. Uit berekeningen blijkt dat de exploitatie van windenergie in bossen mogelijk is. Wel is het rendement lager dan op locaties met vergelijkbaar windaanbod buiten bossen. Het type windturbine heeft veel invloed op het rendement. Door diverse ecologische, maatschappelijke, politieke en overige overwegingen is het afbreukrisico voor projectontwikkelaars momenteel groter voor locaties in bossen dan daarbuiten. Quickscan windenergielocaties Provincie Gelderland – Gemeente Barneveld (2013) Voor het opstellen van de Omgevingsvisie Gelderland zijn voor diverse gemeenten in de provincie Gelderland quickscans uitgevoerd naar windenergielocaties. Zo ook voor Barneveld. Er zijn vijf locaties beoordeeld: •

Bedrijventerrein Harselaar;

•

Rondom A30 (ten noorden van A1 tot aan gemeentegrens met gemeente Ede);

•

Rondom Barneveld Terschuur;

•

A1 bij Barneveld;

•

A1 bij de Veluwe.

In de provinciale verkenning wordt geconcludeerd dat op veel locaties in Barneveld minder kansen liggen vanwege de aanwezige bebouwing (met name de verspreid liggende woningen en bedrijfswoning in het buitengebied). De provincie ziet wel mogelijkheden langs de A30 en de A1, waaronder nabij het bedrijventerrein Harselaar. Ten westen van de A30 worden ondanks de aanwezigheid van het Gelders Natuur Netwerk (GNN) mogelijkheden gezien. Het beperkte aantal turbines dat per locatie geplaatst kan worden, wordt als aandachtspunt gezien.

Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie in Barneveld | 717123 18 december 2019 | Definitief

Pondera Consult

12

Gemeentelijk beleid Energievisie 2015-2020 (2015) In deze gemeentelijke visie is een energiemix opgenomen. Daarmee geeft de gemeente invulling aan haar energiedoelstellingen: 2% energiebesparing per jaar en 20% duurzame energie in 2020 gemeentebreed. In deze mix is ook de realisatie van 4 tot 8 windturbines opgenomen. Windenergie vormt hiermee een wezenlijk onderdeel van de mix. Als er geen windenergie gerealiseerd wordt in onze gemeente, zal de overeenkomstige hoeveelheid energie via andere bronnen duurzaam moeten worden opgewekt. Gezien de bijdragen van de verschillende bronnen zal dat een lastige opgave zijn. Figuur 2.2 Energiemix uit Energievisie 2015-2020

Visie Windenergie De Visie Windenergie is een uitwerking van de Energievisie met betrekking tot het thema wind en dient als notitie van uitgangspunten voor het proces om uiteindelijk te komen tot realisatie. De visie geeft antwoord op de volgende vragen: •

welk proces is er tot nu toe doorlopen?

•

wat is het geldende landelijk en provinciaal beleid?

•

met welke aspecten moet rekening worden gehouden bij de realisatie van windenergie in Barneveld?

Ruimtelijke randvoorwaarden In de Visie Windenergie is aan de hand van ruimtelijke randvoorwaarden, zoals aan te houden afstanden tussen windturbines en woningen, de volgende kaart gemaakt. Te zien is waar mogelijkheden zijn voor windturbines, rekening houdend met de in de visie genoemde randvoorwaarden.

717123 | Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie in Barneveld 18 december 2019 | Definitief

Pondera Consult

13

Figuur 2.3 Indicatieve afstanden-scan mogelijke windlocaties (uit Visie Windenergie)

•

“De gemeenteraad is in principe bereid ruimtelijke medewerking te verlenen aan de komst van 4-8 windturbines binnen de gemeentegrenzen

•

De afstand tot woonbebouwing bedraagt minimaal 300 meter, tenzij deze afstanden door participatie verkleind kunnen worden. Dit vereist medewerking van alle omwonenden binnen de afstanden genoemd in wet- en regelgeving.

•

De gemeente verleent geen medewerking aan een initiatief in bosgebied. Eerst dienen de mogelijkheden in open gebied benut te worden.

•

Slagschaduw op (beperkt) kwetsbare objecten is niet toegestaan. Turbines dienen technisch dusdanig te zijn uitgerust (schakelaar), dat zij uitschakelen wanneer dit plaatsvindt.

•

Initiatieven worden getoetst aan de afstanden-scan

•

Initiatieven worden getoetst aan landelijke wet- en regelgeving.”

Naast de ruimtelijke randvoorwaarden, worden ook landschappelijke randvoorwaarden genoemd en uitgangspunten en randvoorwaarden voor draagvlak, ondernemerschap en participatie. Landschappelijke randvoorwaarden •

“In Barneveld worden naast bosgebied geen andere gebieden uitgesloten voor het plaatsen van turbines, maar staat de goede landschappelijke inpassing voorop, gebaseerd op de specifieke ruimtelijke kenmerken. Deze ruimtelijke kenmerken zorgen voor een tweedeling van het gemeentelijk grondgebied, op basis waarvan er een voorkeursvolgorde is voor het plaatsen van turbines, te weten:

Milieueffectrapport Structuurvisie Windenergie in Barneveld | 717123 18 december 2019 | Definitief

Pondera Consult

14

•

Het gebied ten oosten van de A30 (met dien verstande dat bosgebied is uitgesloten);

•

Het gebied ten westen van de A30.

•

De gemeente zal de eerste twee jaren na vaststelling van de Visie Windenergie, slechts initiatieven in het gebied ten oosten van de A30 overwegen. Indien in dit gebied de gemeentelijke winddoelstelling niet behaald wordt, zullen na deze periode ook initiatieven ten westen van de A30 in overweging worden genomen.

•

Windturbines vormen altijd een nieuwe laag in het landschap, die vragen om een locatie specifieke landschappelijke inpassing: maatwerk.

•

Bij de inpassing wordt rekening gehouden met aspecten genoemd in de provinciale omgevingsverordening. Een (3D) impressie van de te plaatsen turbines op de gewenste locaties, is onderdeel van de onderbouwing door de initiatiefnemer.

•

De gemeente heeft geen uitgesproken voorkeur voor cluster- of lijnopstellingen.”

Uitgangspunten en Randvoorwaarden draagvlak, ondernemerschap en participatie •

“Het heeft de nadrukkelijke voorkeur van de gemeente om ruimtelijke ontwikkeling van initiatieven mogelijk te maken, waarbij lokale initiatiefnemers (burgers en bedrijven) het meerderheidsbelang hebben.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=8f8bcc4c-c2dc-41fe-b033-15d02f44b11b