B-3.22 Besluit B&W inzake Notitie Lokaal Eigenaarschap (energieprojecten) d.d. 11-1-22.pdf
Tekst van het document
Notitie Lokaal Eigenaarschap
Voorgesteld besluit: 1. Instemmen met de notitie Lokaal Eigenaarschap en de bijgevoegde reactienota 2. De notitie, inclusief de reactienota, ter kennisneming sturen aan de raad
1. Inleiding De notitie Lokaal Eigenaarschap bevat uitgangspunten voor het lokale eigendom van energieprojecten. In een aangenomen amendement van 26 mei 2021 pleit de raad voor 51% lokaal eigenaarschap bij zonne- en windprojecten. Omdat zowel de begrippen ‘lokaal’ als ‘eigenaarschap’ op verschillende manieren geïnterpreteerd kunnen worden is het goed om deze te omschrijven en daar afspraken over te maken. Uiteindelijk zijn het de omwonenden die, in overleg met de energiecoöperatie en initiatiefnemer, binnen de gestelde kaders, invulling geven aan het lokaal eigenaarschap.
2. Beoogd effect a) Meetbaar effect Het begrip lokaal eigenaarschap heeft lokaal invulling gekregen. b) Maatschappelijk effect Het begrip lokaal eigenaarschap zoals dat door de gemeente Barneveld is ingevuld, is lokaal gedragen.
3. Argumenten 1.1. Het begrip lokaal eigenaarschap heeft een lokale invulling gekregen Zowel het Klimaatakkoord als de RES Foodvalley 1.0 geven geen invulling voor het begrip lokaal eigenaarschap. Voor een verdere uitvoering van, onder andere, de structuurvisie Windenergie is deze invulling noodzakelijk. Daarom is het van belang die lokale invulling nu te geven. 1.2. Het is belangrijk dat betrokkenen hun inbreng hebben kunnen leveren waardoor de invulling van het begrip lokaal gedragen wordt. Lokaal eigenaarschap impliceert mede eigenaarschap van bewoners, ondernemers en energiecoöperaties. Het is daarom belangrijk dat zij net als initiatiefnemers hun visie hebben gegeven op de wijze waarop de gemeente invulling aan het begrip wil geven.
4. Kanttekeningen 4.1. Meerdere eisen aan energieprojecten kunnen spanning opleveren ten aanzien van de verschillende belangen Er worden veel eisen gesteld aan nieuwe energieprojecten. Naast lokaal eigenaarschap betreft dit landschappelijke inpassing, dubbel ruimtegebruik, een omgevingsfonds, opruimverplichting en intensieve communicatie met de omgeving. Daarnaast moet een energieproject ook nog rendabel kunnen draaien. Er kan spanning ontstaan tussen het voldoen aan alle gestelde eisen en de rentabiliteit van een project. 4.2. Eigendom van lokale ondernemers is ook lokaal eigenaarschap Lokaal eigenaarschap kan op veel manieren worden ingevuld. Er zou voor gekozen kunnen worden om meer nadruk te leggen op eigenaarschap van lokale ondernemers. Dit alternatief is niet in de geest van het begrip lokaal eigenaarschap uit het klimaatakkoord en het amendement van 26 mei 2021. Daarin hebben inwoners juist een belangrijke positie waar het lokaal eigenaarschap betreft.
5. Financiën De notitie Lokaal Eigenaarschap zal worden gebruikt bij de tenders en vervolgprocessen van de Structuurvise Windenergie en de herziene Zonneladder. De financiële consequenties liggen bij de uitwerking van die tenders.
-2-
6. Uitvoering Planning: De notitie Lokaal Eigenaarschap vormt het kader voor het overleg tussen omwonenden, ondernemers, energiecoöperatie en initiatiefnemer(s) van energieprojecten en zal bij nieuwe initiatieven worden ingezet.
Communicatie: Bovengenoemde stakeholders bij een energieproject worden geïnformeerd bij een maatschappelijke tender en een concreet initiatief.
Evaluatie/controle: De toepassing van de notitie wordt na ieder project geëvalueerd. Indien nieuwe ontwikkelingen of geleerde lessen het nodig maken wordt de notitie herzien.
7. Bijlagen • •
Notitie Lokaal eigenaarschap Reactienota Lokaal Eigenaarschap
CONCEPT
NOTITIE LOKAAL EIGENAARSCHAP
Afbeelding voorzijde: kippen met zonnepanelen op de achtergrond
CONCEPT versie 7 december 2021
CONCEPT 2
Notitie lokaal eigenaarschap
INHOUDSOPGAVE 1 | Aanleiding 4 2 | Consultatie 4 3 | Achtergrond 4 4 | Inleiding 5 5 | Wat is lokaal? 7 6 | Stimuleren of afdwingen 8 7 | Aandachtspunten 10
CONCEPT
Notitie lokaal eigenaarschap
3
1 | AANLEIDING
2 | CONSULTATIE
Bij de besluitvorming over de Regionale Energie Strategie Foodvalley tijdens de raadsvergadering van 26 mei 2021 is een amendement aangenomen over 51% lokaal eigenaarschap bij energieprojecten. De gemeente wil met deze notitie, mede op basis van de toelichting bij het amendement, concreet invulling geven aan dit begrip.
Voorafgaand aan de aanbieding aan de gemeenteraad heeft een maatschappelijke consultatie plaatsgevonden. Bewoners zijn uitgenodigd te reageren via de Barneveldse krant, de website van de gemeente en sociale media. Lokale energiecoöperaties zijn rechtstreeks aangeschreven met het verzoek te reageren. Contactpersonen in de dorpen die betrokken zijn bij de dorpsgesprekken over energie hebben een uitnodiging ontvangen om te reageren, evenals bedrijven en ondernemersverenigingen. Het thema en de notitie zijn eveneens besproken tijdens een thema-avond over energie en (financiële) participatie ter voorbereiding op de Structuurvisie Windenergie. De reacties zijn meegenomen in de definitieve notitie.
In de toelichting bij het amendement geven de indieners het belang van lokaal eigenaarschap aan: • • • • •
Met lokaal eigenaarschap blijven inwoners betrokken en actief; Lokaal eigenaarschap zorgt er voor dat de opbrengsten van zonne- en windprojecten binnen de gemeentegrenzen blijft; Als inwoners eigenaar kunnen worden draagt dat bij aan verantwoordelijkheidsbesef en draagvlak; Met lokaal eigenaarschap wordt voldaan aan de aanbeveling van het Burgerforum en aan de wens van o.a. Duurzaam Kootwijkerbroek; Met minimaal 51% lokaal eigenaarschap is er een ‘meerderheidsaandeel’ voor lokale eigenaren.
3 | ACHTERGROND In het Klimaatakkoord is afgesproken dat voor grootschalige opwek van hernieuwbare elektriciteit door zon en wind op land gestreefd wordt naar 50% eigendom van de lokale omgeving. Het streven voor de eigendomsverhouding is een algemeen streven voor 2030. Er is lokaal ruimte om hier vanwege lokale project-gerelateerde redenen van af te wijken. Het klimaatakkoord geeft verder een aantal richtlijnen. Zo moet er sprake zijn van een open en transparant proces. Het gaat om lokaal eigendom op projectniveau, dus niet een landelijk of regionaal gemiddelde. (Mede-) eigendom betekent niet alleen financieel eigendom, maar ook (democratisch) zeggenschap over het project én over de besteding van de baten.
Er zijn veel manieren waarop zowel aan het begrip lokaal als het begrip eigenaarschap invulling kan worden gegeven. Het is van belang om hier als gemeente over te besluiten alvorens hierover richtlijnen te geven aan initiatiefnemers van energieprojecten. Het eerste document waarin deze richtlijnen in praktijk zullen worden gebracht is de Structuurvisie Windenergie. Daarom wordt deze notitie gelijktijdig met de Structuurvisie Windenergie aangeboden aan de raad.
CONCEPT 4
Notitie lokaal eigenaarschap Aanleiding
4 | INLEIDING Volgens het klimaatakkoord is lokaal eigendom altijd een collectief eigendom. Collectief eigendom is bijvoorbeeld mogelijk in een coöperatie of een vereniging (of een samenwerking van coöperaties), waarbij bewoners en bedrijven kunnen participeren, meebeslissen en mede-eigenaar worden via lidmaatschap bij de coöperatie of vereniging. Een coöperatie is niet de enige vorm van financiële participatie bij energieprojecten. In een brief aan de Tweede Kamer d.d. 1 september 2021 verwoordt staatsecretaris Yeşilgöz-Zegerius de verschillende vormen van financiële participatie als volgt:
“Financiële participatie kent meerdere vormen, namelijk met een omwonendenregeling, met een omgevingsfonds, met financiële deelneming en met mede-eigenaarschap. Een omwonendenregeling is een manier om een bepaalde groep omwonenden voordeel te laten ontvangen, bijvoorbeeld in de vorm van verduurzaming van hun woning of korting op groene stroom. Een omgevingsfonds is een manier om een deel van de opbrengsten van het project ten goede te laten komen aan maatschappelijke doelen in de buurt die door de omgeving zelf worden vastgesteld. Met financiële deelneming nemen omwonenden risicodragend deel aan een project, bijvoorbeeld met obligaties. Bij mede-eigenaarschap zijn omwonenden risicodragend mede-eigenaar van het project, via een vereniging of coöperatie of door middel van aandelen, en is hun financiële profijt direct gekoppeld aan het rendement van het project. Door medeeigenaarschap kan de omgeving ook hun zeggenschap in een project vergroten”. De staatssecretaris verwijst in haar brief naar de participatiewaaier. Bij een energieproject zijn verschillende groepen betrokken. Naast de omwonenden is er sprake van een grondeigenaar, een initiatiefnemer, investeerders en de gemeente. De ontwikkeling van een zonneveld of windturbine is een samenspel van deze partijen.
De Nederlandse Vereniging van Duurzame Energie heeft samen met een aantal andere deelnemers aan de elektriciteitstafel van het Klimaatakkoord een overzicht gemaakt van de participatiemogelijkheden, de zogenaamde participatiewaaier.
Om collectief lokaal eigenaarschap goed te regelen is een rechtsvorm in de vorm van een coöperatie of vereniging nodig. Er kan voor een project een coöperatie worden opgericht, maar een reeds gevestigde coöperatie kan ook mede initiatiefnemer zijn van een project. Lokale ondernemers kunnen als initiatiefnemer, grondeigenaar of deelnemer aan een coöperatie participeren in een project. Wanneer 1 lokale ondernemer 100% eigenaar is van een zon- of windproject is dat niet in de geest van het klimaatakkoord. De vraag is hoeveel ondernemers dan wel en wat is de verhouding burgers/ondernemers in het eigendom. Bij financiële deelneming krijgt de omgeving certificaten, aandelen of obligaties aangeboden waarmee zij investeren in het project en meedelen in het rendement. Dit kunnen gratis aandelen zijn ter compensatie van de nabijheid van een energieproject, maar ook mogelijkheden om risicodragend te investeren in het project. Voor een omgevingsfonds wordt een deel van de inkomsten van een energieproject afgeroomd ten behoeve van maatregelen die de leefomgeving en/of duurzaamheid bevorderen in de omgeving. Een omwonendenregeling geldt voor een beperkte groep die in de buurt van het project woont of werkt en daarvoor gecompenseerdax wordt. Dat kan bijvoorbeeld met gratis zonnepanelen, een aandeel in het project of een financiële vergoeding.
De participatiewaaier maakt onderscheid tussen 5 vormen:
CONCEPT
Notitie lokaal eigenaarschap Inleiding
Bij procesparticipatie wordt onder andere afgesproken hoe lokaal eigenaarschap wordt geregeld, en wie daarvan kunnen profiteren. Daarvoor zijn de vier vormen beschikbaar die in bovenstaand figuur en in de brief van de staatssecretaris worden genoemd.
5
Eigenaarschap In navolging van het klimaatakkoord verstaat de gemeente Barneveld onder eigenaarschap ‘Een collectief eigendom, waarbij de leden via een coöperatie of vereniging, zeggenschap hebben over het project en meeprofiteren van de revenuen. Leden kunnen zowel burgers, ondernemers, overheden en maatschappelijke organisaties zijn.’
Omdat er geen landelijke, provinciale of regionale definitie bestaat van lokaal eigenaarschap en het klimaatakkoord aangeeft dat dat vooral lokaal moet worden afgesproken hanteert Barneveld eigen, onderstaande definities van lokaal en eigenaarschap: Lokaal Voor de gemeente Barneveld stellen wij voor om bij een project de volgende criteria voor het begrip ‘lokaal’ te hanteren:
Partijen die positief gereageerd hebben vanuit, in eerste instantie de eerste cirkel in de definitie lokaal, en zo nodig, in tweede instantie, vanuit de hele gemeente en/of de Foodvalley, als derde mogelijkheid zijn mede eigenaar van het project en beslissen mee over de revenuen uit het project en alle vraagstukken die op de eigenaar van het project afkomen. Zij dragen daarbij ook de risico’s van het project, en mogelijke kosten die uit het project voortkomen. Omwonenden die geen mogelijkheid hebben om financieel deel te nemen in een project maar dat wel willen kunnen dat doen vanuit een omwonendenregeling.
1. Directe omgeving Direct omwonenden en ondernemers die binnen een cirkel van 12 keer de rotordiameter van de windturbine(s) wonen of gevestigd zijn krijgen een eerste recht van koop. Bij zonnevelden betreft het alle omwonenden die vanuit hun huis of erf zicht hebben op het perceel waarop het zonneveld geprojecteerd is en/of binnen een straal van 500 meter van dit perceel wonen. Deze groep kan, al dan niet via een coöperatie, eigendom verwerven. Dit eigendom staat los van eventuele compensatieregelingen en een gebiedsfonds.
Maatwerk Zoals in het klimaatakkoord staat aangegeven vereist het begrip lokaal eigenaarschap maatwerk per project. De gemeente Barneveld stelt daarom voor dat de invulling daarvan wordt overgelaten aan de partijen die betrokken zijn bij een initiatief: De initiatiefnemer, de grondeigenaar, de energiecoöperatie, omwonenden en gevestigde bedrijven. Zij bepalen samen in een omgevingsovereenkomst hoe het eigenaarschap geregeld wordt zolang er sprake is van minimaal 51% lokaal eigenaarschap voor de duur van het project.
2. Gemeente Als bewoners en inwoners uit de eerste cirkel onvoldoende animo of mogelijkheden hebben om aan de gewenste 51% te voldoen, zal de initiatiefnemer bewoners en ondernemers die elders in de gemeente Barneveld wonen of gevestigd zijn een aanbod moeten doen om medeeigenaar te worden van het project. 3. Regio Foodvalley Mochten er na trede 1 en 2 nog te weinig lokale mede eigenaren gevonden worden, dan worden er, naast een aanvullende bijdrage aan het gebiedsfonds, bewoners en ondernemers in de Foodvalley benaderd.
Afspraken worden vastgelegd in een omgevingsovereenkomst waar alle betrokken partijen hun handtekening onder zetten. Op basis hiervan wordt er een projectplan gemaakt waarin wordt beschreven hoe binnen het project de financiële participatie optimaal wordt ingericht. Een omgevingsfonds, gesocialiseerde grondvergoedingen, of een tegemoetkoming voor omwonenden.
4. Duurzaamheids- of omgevingsfonds Mocht ook binnen de gemeente onvoldoende animo zijn om aan de gewenste 51% eigenaarschap te voldoen zal de initiatiefnemer op andere wijze een bijdrage moeten leveren aan de acceptatie van de omgeving. Dit kan via obligaties en een aanvullende bijdrage aan een lokaal duurzaamheidsfonds of omgevingsfonds.
LOKAAL EIGENAARSCHAP IN BARNEVELD CONCEPT 6
Notitie lokaal eigenaarschap Inleiding
5 | WAT IS LOKAAL? Het klimaatakkoord geeft geen landelijke standaard voor wat de lokale omgeving van een project is. Welke bewoners, (agrarische) grondeigenaren en bedrijven onderdeel zijn van de lokale omgeving wordt volgens het klimaat akkoord lokaal en per project bepaald. Toch moet duidelijk zijn, wie er bij een project worden uitgenodigd om mee te praten, en welke rechten zij hebben. Daarom is het toch belangrijk om als gemeente zo concreet mogelijk aan te geven binnen welke straal van een project bewoners gecompenseerd worden, kunnen meepraten of kunnen investeren. Ook is het belangrijk aan te geven voor welk gebied en welke doelen een gebiedsfonds bedoeld is. De precieze invulling van de compensatie en het mede eigenaarschap kan per project in samenspraak tussen omwonenden, initiatiefnemer, grondeigenaar en gemeente worden bepaald en vastgelegd in een omgevingsovereenkomst.
WINDFONDS BATTENOERT Dit Windfonds is ingesteld door Deltawind. De afdracht bedraagt jaarlijks circa €14.000,-, voor het eerst uitgekeerd in januari 2017. De omwonenden en dorpsraden van Oude- en Nieuwe-Tonge hebben met elkaar de systematiek voor afdracht bepaald. Van het totale budget gaat jaarlijks ca 8.000,- rechtstreeks naar omwonenden, €4.000,- naar de dorpsraad Nieuwe-Tonge en €2.000,- naar de dorpsraad Oude-Tonge. Er zijn geen voorwaarden verbonden aan de besteding. Dorpsraden wordt gevraagd het geld bij voorkeur te besteden aan projecten die de duurzaamheid bevorderen, inclusief sociale duurzaamheid. Deltawind bespreekt jaarlijks met de dorpsraden en de gemeente wat de plannen zijn. Gedurende 20 jaar zal in totaal ongeveer € 280.000,- worden gedeeld met de omgeving van dit windpark.
Drie voorbeelden van windfonsen zijn in de tekstkaders omschreven. WINDFONDS GOEREE-OVERFLAKKEE Het Windfonds Goeree-Overflakkee is opgericht op initiatief van Deltawind en Eneco, en wordt gevuld door alle andere ontwikkelaars op G-O. De totale afdracht staat vast en geldt voor alle nieuwe windparken: €0,50 eurocent per geproduceerde MWh gedurende 20 jaar. Wanneer alle windparken er staan, is de verwachte opbrengst circa €230.000,- per jaar. Van de afdracht gaat een deel rechtstreeks naar omwonenden. Het resterende deel is bestemd voor duurzame projecten op G-O. Hier kan een beroep op worden gedaan, voor projecten binnen een straal van 3,5 km van de windparken, op basis van projectvoorstellen. Kijk voor meer informatie op www.windfondsgo.nl
CONCEPT
Notitie lokaal eigenaarschap Wat is lokaal
7
WINDFONDS KRAMMER Het Windfonds Krammer is ingesteld door Deltawind en Zeeuwind. Jaarlijks wordt er circa €150.000,- afgedragen, waarvan €60.000,- rechtstreeks aan omwonenden (ten behoeve van groene stroom) en 3 x €30.000 aan de drie omliggende gemeenten. De afdracht aan gemeente Goeree-Overflakkee bedraagt jaarlijks €30.000,-. Dit gedurende 15 jaar, waarna in totaal zo’n €2.250.000 zal zijn afgedragen. De afdracht aan de gemeente is bedoeld voor de directe omgeving van het windpark, het gebied Oude- en Nieuwe-Tonge. Er wordt uitbetaald op basis van projectvoorstellen: projecten die de duurzaamheid bevorderen. Aanvragen kunnen twee maal per jaar worden ingediend bij de Stichting Windfonds Krammer.
6 | STIMULEREN OF AFDWINGEN Binnen de huidige kaders van ruimtelijke ordening en de toekomstige omgevingswet is afdwingen van lokaal eigenaarschap niet mogelijk. Het door NPRES gepubliceerde factsheet,
transparant participatieproces’ worden opgenomen. Er blijft sprake van een inspanningsverplichting, ook als deze eis als randvoorwaarde voor planologische medewerking is geformuleerd. Daarbij moet wel duidelijk en tijdig aan initiatiefnemers worden bekend gemaakt wat er van hen wordt verlangd.
‘Bevoegdheden overheden bij procesparticipatie en financiële participatie’, stelt: “Decentrale overheden (gemeenten en provincies) kunnen de wens van financiële participatie van de lokale omgeving in projecten voor hernieuwbare energie stimuleren, maar niet afdwingen.(..) Deze grenzen aan de bevoegdheden komen voort uit de opvatting – naar de huidige stand van de jurisprudentie – dat financiële participatie van de omgeving in een energieproject geen ruimtelijk relevant motief dient. Wel of niet financieel participeren door de omgeving verandert immers niets aan de ruimtelijke impact van het project.” Afdwingen via ruimtelijke instrumenten is weliswaar niet mogelijk maar er zijn wel mogelijkheden om lokaal eigenaarschap te stimuleren. Het bovengenoemde factsheet benoemt een aantal van die mogelijkheden. Belangrijk is het te vermelden dat initiatiefnemers van de opwekking van duurzame energie zich achter het Klimaatakkoord hebben geschaard en daarmee hun steun hebben gegeven aan het principe van 50% lokaal eigenaarschap. Vanuit juridisch oogpunt beschouwt de Afdeling bestuursrechtspraak zowel proces participatie als (financiële) participatie als een inspanningsveplichting gericht op het informeren van omwonenden en het creëren of vergroten van het maatschappelijk draagvlak voor de gewenste ontwikkeling.
In het participatiebeleid van de gemeente moet dan wel de eis van ‘breed maatschappelijk draagvlak’, ‘voldoende draagvlak’ of ‘een eerlijk en
CONCEPT 8
Notitie lokaal eigenaarschap Stimuleren of afdwingen
Met de Barneveldse Zonneladder heeft de gemeente ervaring opgedaan met een maatschappelijke tender. De Barneveldse Zonneladder wordt ook als voorbeeld genoemd in het factsheet over lokaal eigenaarschap van de NPRES. De evaluatie van de tender heeft veel aanbevelingen opgeleverd voor de verbetering van deze methodiek. Barneveld wil de maatschappelijke tender, inclusief de verbeteringen, ook toepassen op de keuze voor een windenergie project op basis van de structuurvisie windenergie. In een maatschappelijke tender kunnen punten worden toegekend aan de mate waarin de initiatiefnemer zich zal inspannen om omwonenden te informeren en draagvlak te creëren of te vergroten. Het is belangrijk om specifiek aan te geven welke inspanningen op het gebied van participatie worden verlangd. Potentiële gegadigden moeten gelijke kansen krijgen (gelijkheidsbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel). Een eis dat op voorhand afspraken met omwonenden over ruimtelijke inpassing of financiële participatie moeten zijn gemaakt voordat een aanvraag voor planologische medewerking aan het energieproject in behandeling kan worden genomen of voordat medewerking verleend kan worden, kan niet worden gesteld in de tender. Dat zou namelijk neerkomen op een resultaatsverplichting en is gelet op wetgeving en jurisprudentie niet toelaatbaar.
In de Barneveldse Zonneladder wordt die eis ook niet gesteld maar, zo bleek uit de evaluatie, er kan wel meer helderheid worden gegeven over de vier vormen van financiële participatie.
Omgevingstafel en -overeenkomst Het ‘winnende’ voorstel schuift aan bij een omgevingstafel met een onafhankelijke voorzitter. Hierin worden de details van het voorstel besproken en zo nodig verder uitgewerkt. Resultaat van de omgevingstafel is een omgevingsovereenkomst, die zowel door initiatiefnemer als omwonenden, gevestigde bedrijven en gemeente ondertekend wordt. In de omgevingsovereenkomst worden concrete afspraken gemaakt over: • omwonendenregeling; • mede-eigenaarschap; • financiële deelneming; • een omgevingsfonds.
Die duidelijkheid wordt deels geboden door deze notitie. Verdere invulling is per project in overleg met omwonenden, grondeigenaar, initiatiefnemer en gemeente noodzakelijk. Zo kunnen samen met omwonenden en bedrijven criteria geformuleerd worden, op basis waarvan voorstellen kunnen worden ingediend. De voorstellen worden beoordeeld door een commissie waarin, naast de gemeente Barneveld, ook betrokkenen uit de eerste cirkel zitting hebben.
MAATSCHAPPELIJKE TENDER CONCEPT
Notitie lokaal eigenaarschap Stimuleren of afdwingen
9
7 | AANDACHTSPUNTEN Energiecoöperaties Stel je 51% lokaal eigenaarschap als criterium in een tender dan zal het initiatief al gauw liggen bij een coöperatie. Dat kan een coöperatie van ondernemers zijn, van bewoners, of een mix van beide. De gemeente hecht eraan dat coöperaties een belangrijke rol hebben bij de totstandkoming van energieprojecten en de 51% lokaal eigenaarschap. Zij worden daarom uitgenodigd om deel te nemen aan de omgevingstafel en de omgevingsovereenkomst, ook als zij niet tot de initiatiefnemers behoren.
windgesprek van een uur, een bijeenkomst van een avond, inspreken op een dossier, raadsvergaderingen volgen, onderling overleg, een ronde tafel. Van wie wil participeren worden heel wat onbetaalde uren gevraagd. Zeker in gebieden waar, naast de opwek van duurzame energie al veel ontwikkelingen zijn, als een wegverbreding, uitbreiding van een industrieterrein, de komst van nieuwe voorzieningen en/of infrastructurele plannen. Ook als een project met lokaal eigenaarschap gerealiseerd is vraagt dat betrokkenheid en tijd. Als mede-eigenaar moet je tenslotte meebeslissen over bijvoorbeeld de inkomsten die een project genereert. Het is maar de vraag of bewoners en ondernemers die tijd kunnen vrijmaken. En als dat niet kan, hoe dan toch de participatie zo goed mogelijk georganiseerd kan worden. Dat kan met behulp van een energiecoöperatie.
Op 15 maart 2018 heeft het college van Barneveld een besluit genomen over het uitdaagrecht (Right to challenge). Wanneer bewoners vinden dat ze een bepaalde activiteit slimmer, sneller of goedkoper uit kunnen voeren dan hun lokale overheid kunnen ze deze uitdagen om de verantwoordelijkheid (en bijhorende financiële middelen) aan hen over te dragen. Het uitdaagrecht, “Right to Challenge”, kan ook worden toegepast op energieprojecten. Voorbeelden zijn energieloketten die worden beheerd door energiecoöperaties. Mogelijk kan het uitdaagrecht worden ingezet door energiecoöperaties en andere maatschappelijke organisaties bij het vormgeven van 51% lokaal eigenaarschap.
Op dit moment zijn de energiecoöperaties in Barneveld vrijwilligersorganisaties die in hun vrije tijd ledenwerving en -administratie doen, projectontwikkeling, overleg in de RES, subsidieaanvragen bij de RVO indienen, inspraakreacties schrijven en participatiebijeenkomsten bijwonen. Ze zijn naar eigen zeggen te weinig geëquipeerd om de rol te spelen die hen in het klimaatakkoord en in de lokale praktijk wordt toegedicht. Op regionaal niveau is die capaciteit wel aanwezig. Daar zijn de coöperaties professioneel vertegenwoordigd door de coöperatie Vallei energie.
Gemeentelijk energiebedrijf De gemeente kan ook zelf een energiebedrijf oprichten en daarin het collectief eigendom organiseren. Een voorbeeld is de gemeente Haarlemmermeer met ‘Tegenstroom BV’. Wil de gemeente hiertoe overgaan dan zal een haalbaarheidsstudie moeten worden uitgevoerd om de voor en nadelen inzichtelijk te maken.
Balans 51% lokaal eigenaarschap is een wens om te voorkomen dat de lasten en de lusten van lokale energie opwekking net evenwichtig worden verdeeld. Het is daarmee onderdeel van een pakket van maatregelen. Dat pakket is enerzijds bedoeld om de lasten te minimaliseren, anderzijds om de omgeving te compenseren voor de gevolgen van een project. Lokaal eigenaarschap is een derde element in dit pakket. Daarbij moeten we ons ervan bewust zijn dat dit laatste niet op basis van ruimtelijke ordening kan worden afgedwongen.
Tijd De overheid vindt draagvlak voor energieprojecten belangrijk en vraagt bewoners en ondernemers te participeren. Participatie kost tijd, een
CONCEPT 10
Notitie lokaal eigenaarschap Aandachtspunten
Ook kan de wens voor goed renderend lokaal eigenaarschap op gespannen voet staan met versterkingsmaatregelen voor landschap en natuur, dubbel ruimtegebruik, een opruimplicht of omgevingscompensatie. Dit spanningsveld zal echter ook bij een andere vorm van eigenaarschap optreden. Eveneens kan betoogd worden dat juist lokale eigenaren een lager rendement accepteren als zij voordeel hebben van versterkingsmaatregelen of zeker weten dat na einde levensduur de installatie wordt opgeruimd. Dit gaat ten koste van de financiële opbrengst voor lokale eigenaren. Lokaal eigenaarschap is onderdeel van een set aan criteria die de ruimtelijke en sociale impact van een energieproject voor de omgeving acceptabel maken. Dat pakket dient in
samenhang te worden beschouwd met als doel tot de voor alle betrokkenen meest gebalanceerde uitkomst te komen. Die uitkomst wordt aan een omgevingstafel gerealiseerd en in een omgevingsovereenkomst vastgelegd.” Bij het realiseren van energieprojecten is er voortdurend sprake van het zoeken naar balans. Balans in het netwerk tussen energievraag en levering, tussen lusten en lasten, financiële opbrengst en wensen ten aanzien van compensatie, landschap en natuur. Voordat die balans gevonden wordt is er sprake van spanning tussen de wensen van verschillende partijen. Het is aan de omgevingstafel om die balans te vinden.
Tijd Lokaal eigenaarschap en participatie vragen veel van ondernemers en bewoners. Zeker als zij samen met initiatiefnemers projectspecifieke invulling aan lokaal eigenaarschap moeten geven. De gemeente Barneveld stelt voor om omwonenden, coöperaties en ondernemers te ondersteunen waar het inzet betreft van tijd, geld en kennis. Geld Lokaal eigenaarschap is ook lokaal ondernemerschap. Een lokaal energieproject vraagt risicodragend vermogen. Als bewoners en ondernemers daarover beschikken, is het nog de vraag of ze dat willen inzetten om mede eigenaar te worden van een project. Bij grootschalige energieprojecten gaat het algauw om enkele miljoenen euro’s. Het vraagt de nodige organisatie om zo’n bedrag vanuit de lokale gemeenschap bij elkaar te krijgen. Zeker als het draagvlak onder zo’n project niet optimaal is. Kennis De ontwikkeling van energieprojecten vraagt veel specialistische kennis. Zowel op het gebied van de technische ontwikkeling van de projecten zelf, ruimtelijke ontwikkeling, ecologie, gezondheid, vergunningverlening, participatie, financiën en subsidies. Je kunt niet van bewoners en ondernemers verwachten dat zij die kennis in huis hebben. Toch is dat nodig omdat ze aan tafel zitten met professionele ontwikkelaars die daar wel over beschikken. Die kennis maak je je ook niet in korte tijd eigen.
In overleg met de energiecoöperaties ontwikkelt de gemeente een concreet plan voor de ondersteuning van bewoners, bedrijven en energiecoöperaties in de vorm van tijd, geld en kennis. Dit voorstel moet begin 2022 uitgewerkt zijn.
TIJD, GELD EN KENNIS CONCEPT
Notitie lokaal eigenaarschap Aandachtspunten
11
CONCEPT
Versie 7 december 2021
Status: CONCEPT
Reactienota conceptnotitie Lokaal Eigenaarschap
Datum: 15 december 2021 Onderwerp: Ter attentie van: Afzender:
Reacties conceptnotitie lokaal eigenaarschap Gemeenteraad College van B&W Reactienota Tussen 7 oktober en 1 november 2021 hebben bewoners, ondernemers, energiecoöperaties en stakeholders de gelegenheid gekregen om te reageren op de conceptnotitie Lokaal Eigenaarschap. Er zijn vijf schriftelijke reacties binnengekomen. Die reacties zijn overgenomen in deze notitie, met daarbij de reactie van de gemeente en mogelijk opgenomen wijzigingen in de definitieve notitie Lokaal Eigenaarschap.
Reactie 1 Energiecoöperatie 1, lid stakeholderoverleg RES Foodvalley Ik heb met veel interesse het stuk van Barneveld gelezen. We ondersteunen de invulling die Barneveld geeft aan lokaal eigenaarschap: het gaat niet alleen maar over financieel eigendom maar minstens zo belangrijk is zeggenschap over het project vanaf het begin van de ontwikkelfase. Bij het ontwerp van het project zijn keuzes te maken, belangen af te wegen. Zeggenschap over deze fase kenmerkt lokaal eigenaarschap. We ondersteunen ook de oplossing die Barneveld benoemt in de uitwerking: de maatschappelijke tender. Dit is ook in onze ogen een goede methodiek al beseffen we dat er geen garanties zijn op de gewenst uitkomst. Wat we jammer vinden is dat Barneveld niet verder kijkt dan de eigen gemeentegrenzen. De notitie benoemt 3 criteria om invulling te geven aan lokaal: eerst de directe omgeving, dan de gemeente, en als derde een duurzaamheids of omgevingsfonds. Wij willen pleiten voor de volgende invulling van het begrip lokaal: • eerst de directe omgeving (zie notitie Barneveld), • dan de gemeente (zie notitie Barneveld) • dan de regio Foodvalley (is toevoeging) • en parallel aan deze 3 niveaus een omgevingsfonds. Ook als het lukt om het lokaal eigenaarschap volledig in te vullen via de directe omgeving en
de gemeente, dan nog is een omgevingsfonds (duurzaamheidsfonds, gebiedsfonds,....) een goede toevoeging. Er zullen altijd omwonenden en andere belanghebbenden zijn die niet meedoen, en dan wordt via het omgevingsfonds een beetje invulling gegeven aan Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). Hetzelfde gebrek aan regionaal denken vinden we terug in de hieronder gekopieerde beschrijving van de energie coöperaties: Op dit moment zijn de energiecoöperaties in Barneveld vrijwilligersorganisaties die in hun vrije tijd ledenwerving en -administratie doen, projectontwikkeling, overleg in de RES, subsidieaanvragen bij de RVO indienen, inspraakreacties schrijven en participatiebijeenkomsten bijwonen. Ze zijn naar eigen zeggen te weinig geëquipeerd om de rol te spelen die hen in het klimaatakkoord en de RES Foodvalley wordt toegedicht. We begrijpen hieruit dat de gemeente in gesprek is geweest met de bestaande energie coöperaties in Barneveld. Maar hier wordt ook de RES vertegenwoordiging benoemt. De RES vertegenwoordiging wordt niet vanuit een vrijwilligersorganisatie gedaan, maar wordt vanuit een professionele organisatie ingevuld. Als energie coöperaties werken we steeds beter regionaal samen. We hebben het projectbureau Energie Samen Foodvalley (opgericht vanuit ValleiEnergie) dat ten dienste staat van alle energie coöperaties in de regio Foodvalley.
We spreken hierbij dan ook de wens uit om in de uitvoering en samenwerking van de RES Foodvalley niet alleen maar lokaal te blijven kijken en denken, maar ook steeds te kijken of en hoe regionale structuren het lokale werk kunnen ondersteunen en versterken. De energie coöperaties zijn in samenwerking goed geëquipeerd om de rol te spelen die hen wordt toegedicht, zeker als dat gebeurt in goede samenwerking met de gemeenten en duurzame ondernemers. Reactie Gemeente Barneveld Er is overeenstemming over de invulling van het begrip lokaal eigenaarschap. Verschilpunten liggen in de inzet van de regio in de tredes van het begrip lokaal en de bijdrage van de lokale energiecoöperaties. Het amendement van de raad toont hoe belangrijk de gemeente lokaal eigenaarschap vindt. Dit eigenaarschap creëert draagvlak voor transitie, zorgt ervoor dat meer mensen kunnen profiteren van de transitie en kan, bij windenergie, ook een positief effect hebben op de beleving van de mate van hinder en overlast van deelnemende omwonenden. Mocht het onverhoopt niet lukken voldoende lokaal eigenaarschap te creëren in een project dan bestaat er in een uiterste geval de mogelijkheid voor een aanvullende bijdrage in een gebiedsfonds. Daarmee kunnen effecten op de omgeving verder worden gereduceerd of gecompenseerd, hetgeen ook bijdraagt aan de onderliggende doelen.
Uitgangspunt van de tredes is dat zij die mogelijk last en hinder ondervinden ook de lusten krijgen van de opwekking van duurzame energie in hun omgeving. Naast compensatie zijn lokaal eigenaarschap en een gebiedsfonds een manier om balans aan te brengen in lusten en lasten. Het is niet te verwachten dat bewoners van de 2
hele regio Foodvalley last zullen ondervinden van een windturbine op Harselaar, laat staan van een zonneweide langs de A1. Het is dan ook geen gebrek aan regionaal denken maar een afweging van lusten en lasten die aan de basis ligt van de drie tredes. Wanneer de hele regio tot ‘lokaal’ wordt bestempeld zullen inwoners en bedrijven van gemeenten die geen windturbines willen plaatsen kunnen profiteren van de turbines in Barneveld, terwijl zij er geen last van hebben. Anderzijds maakt Barneveld deel uit van een samenwerkingsverband rond duurzame energie in de Foodvalley. Daarom wil de gemeente naast een gebiedsfonds, de eerste cirkel en de gemeente Barneveld, inwoners en ondernemers van de Foodvalley de mogelijkheid bieden om lokaal te investeren. Ten aanzien van de energie-coöperaties hecht Barneveld aan een stevige positie van de lokale coöperaties in energie initiatieven en/of ondersteuning van bewoners en ondernemers. Bewoners kiezen hun eigen belangenbehartiger. Dat kan een coöperatie zijn maar ook een andere vertegenwoordiger. Als een coöperatie mede initiatiefnemer is dient vermenging van belangen voorkomen te worden. Dat Vallei Energie de coöperaties vertegenwoordigt in de Foodvalley en daarvoor voldoende geëquipeerd is zegt nog niets over de lokale coöperaties. We nemen aan dat Vallei Energie ons beleid om de lokale coöperaties een belangrijke rol te geven ondersteunt.
Voorgestelde aanpassing 1. Regio Foodvalley wordt als derde trede opgenomen, te samen met de aanvullende bijdrage aan een gebiedsfonds, dat al vanaf de eerste treden wordt ingesteld. 2. Tevens wordt op pagina 10 de volgende zin toegevoegd: Op regionaal niveau is die capaciteit wel aanwezig. Daar zijn de coöperaties professioneel vertegenwoordigd door de coöperatie Vallei Reactie 2: Energiecoöperatie uit de gemeente Barneveld 2 In de Structuurvisie Wind op pagina 26 wordt gesproken over “Treden van lokaal eigendom”. In de opstelling van deze paragraaf is de positie van bestaande energiecoöperaties in de dorpen erg zwak. Immers zoals de treden nu opgesteld zijn komen de bestaande energiecoöperatie in trede 2 aan de beurt. Zij zijn immers buiten de cirkel van 12 rotordiameters gevestigd welk als voorwaarde geldt voor trede 1. Er kan nu gemakkelijk de situatie ontstaan dat binnen de cirkel van 12 rotordiameters met name ondernemers en enkele omwonenden het project kunnen starten. Er worden ook geen eisen gesteld aan hoeveel deelnemers dat moeten zijn. Zoals het er nu geschreven is zijn er 2 al genoeg. En dat maakt dat de energiecoöperaties uit de dorpen geen kans meer hebben serieus deel te nemen. Er is dan ook geen gelegenheid om door de coöperatie draagvlak te creëren door zoveel mogelijk leden te werven die meedoen.
Mensen uit de dorpen krijgen ook niet meer de gelegenheid om te profiteren van de lusten en blijven alleen nog de lasten over. Dit is in strijd met de gedachte achter 51% lokaal eigendom en participatie om de omgeving zoveel als mogelijk ook de lusten en niet alleen de lasten te geven. 3
Merkwaardig is verder dat trede 1 spreekt over “eerste recht van koop” en trede 2 spreekt over “de initiatiefnemer … die … een aanbod moet doen”. Wanneer dit plaatsvindt is onduidelijk. Er wordt vanuit gegaan dat het project allereerst eigendom is van een initiatiefnemer met het risico dat financiële participatie mislukt, omdat er nog overeenstemming moet komen over een koopprijs. Het risico is ook dat de winst er al uit is, waardoor het niet langer aantrekkelijk is in te stappen. Het lijkt er op dat het afbreukrisico erkend wordt in trede 3 en er is zelfs een escape voor de initiatiefnemer: “een aanvullende bijdrage aan een lokaal duurzaamheidsfonds of omgevingsfonds”. Dat vind ik te vaag en het is dan zeker géén eigendom. Het is belangrijk dat de gemeente het 51% lokaal eigendom bewaakt en borgt dat het lokaal eigendom onderdeel is van het tot stand komen van een initiatief. Het lijkt me verder onnodig dat de structuurvisie zinspeelt op het instellen van obligaties. Een invulling hiervan is aan de coöperaties zelf. De koppeling van obligaties met eigendom zie ik niet.
In het windgesprek heb ik al aangegeven dat het draagvlak zeer belangrijk is! En daarom zal de paragraaf “Treden van lokaal eigendom” aangepast moeten worden zodat er vanaf het begin een sterke positie van de energiecoöperaties in de dorpen verankerd is! Reactie Gemeente Barneveld Deze reactie pleit voor een sterkere positie van de energiecoöperaties in het proces. Daarbij heeft de energiecoöperatie 3 mogelijkheden: 1. Optreden als-mede initiatiefnemer van een project 2. Optreden als vertegenwoordiger van bewoners en ondernemers aan het gesprek met de initiatiefnemers 3. Zich afzijdig houden Is een coöperatie mede initiatiefnemer in een project, dan zit zij aan de tafel waaraan afspraken worden gemaakt met omwonenden en ondernemers, aan de kant van de initiatiefnemer. Omwonenden en ondernemers kunnen lid worden van de coöperatie. Zij kunnen er daarnaast voor kiezen om zich door een andere partij te laten vertegenwoordigen. Het is van belang om tevoren aan iedereen duidelijk te maken waar de belangen liggen en wie deze vertegenwoordigt. Is er sprake van een andere initiatiefnemer dan is het van belang dat de energiecoöperatie zo vroeg mogelijk aanschuift bij het overleg tussen bewoners, ondernemers en initiatiefnemer. Zij heeft tenslotte de expertise en mogelijkheden om lokaal eigenaarschap vorm te geven.
Het is daarbij aan omwonenden en ondernemers om de keuze te maken of zij, mogelijk in samenwerking met de energiecoöperatie, een eigen coöperatie voor dit specifieke project op willen zetten. Daarom staat dit ook expliciet in de notitie: Zoals in het klimaatakkoord staat aangegeven vereist het begrip lokaal eigenaarschap maatwerk per project. De gemeente Barneveld stelt daarom voor dat de invulling daarvan wordt overgelaten aan de partijen die betrokken zijn bij een initiatief: De initiatiefnemer, de grondeigenaar, de energiecoöperatie, omwonenden en gevestigde bedrijven. Zij bepalen samen in een omgevingsovereenkomst hoe het eigenaarschap geregeld wordt zolang er sprake is van minimaal 51% lokaal eigenaarschap voor de duur van het project. 4
Deelname aan een project of een gebiedstafel door een coöperatie is vrijwillig. Het bestuur kan er om verschillende redenen voor kiezen om niet te participeren. Het gebiedsfonds is volgens deze reactie geen lokaal eigendom. Dat klopt, een gebiedsfonds is bedoeld om nadelige gevolgen van energieprojecten voor de omgeving te compenseren. Voorgestelde aanpassing Geen aanpassing, maar bevestiging dat, wanneer de energiecoöperatie geen initiatiefnemer is deze tevens wordt uitgenodigd in de eerste ring waarin de omgevingsovereenkomst wordt opgesteld. Wanneer bewoners en ondernemers dat wensen kan ze als hun vertegenwoordiger optreden. Reactie 3 Ondernemer, lid stakeholderoverleg RES Foodvalley Belangrijk is misschien nog eens te benadrukken dat het eigenaarschap en daarmee zeggenschap gaat, maar daar ook de component risico bij. Ook ben ik het eens met de stelling dat Barneveld wel erg kijkt binnen de gemeentegrenzen. En dat is niet voor het eerst. We maken niet voor niets een RES 1.0 Regio Foodvalley en daarmee werken we aan oplossingen die de grenzen van 8 afzonderlijke gemeenten overstijgen. En dat geldt zelfs voor Barneveld. In dat verband wijs ik ook op een nieuw fonds dat Barneveld met Ede en Wageningen wil optuigen. Gelukkig gaat dat al wel verder dan Barneveld alleen, maar ik pleit voor een regionale aanpak.
Hetgeen voor Barneveld, Wageningen en Ede goed is, kan niet slecht zijn voor de andere 5 andere gemeenten -We moeten ons realiseren dat het lokale eigenaarschap heel romantisch klinkt, maar het is mijn overtuiging dat veel projekten niet zullen kunnen zonder grote( evt. internationale) partijen. En we moeten natuurlijk geen kansrijke projekten laten lopen omdat het lokaal eigenaarschap zoals geformuleerd niet lukt. Reactie Gemeente Barneveld Wij herkennen ons niet in de gedachte dat Barneveld vooral binnen de gemeentegrenzen kijkt. Barneveld levert een kwart van de ambitie van de RES aan Twh en een derde van de doelstelling. Daarnaast delen wij onze beleidsdocumenten binnen de Foodvalley en zijn we actief lid van de RES op zowel ambtelijk als op bestuurlijk niveau. Zoals bij reactie 1 reeds is geschreven gaat het bij zeggenschap en eigenaarschap om een balans tussen lusten en lasten. Dat betekent dat lokaal ook echt lokaal is, namelijk de directe omgeving van een energieproject. Mocht het niet lukken lokaal eigenaarschap binnen de gemeente te realiseren dan kiest Barneveld voor het aanvullen van het gebiedsfonds, zodat omwonenden meer kunnen profiteren van de revenuen van het project, naast compensatie. Wat betreft het energieweb waarnaar de reactie verwijst. Dat is opgezet door drie gemeenten die al jaren samen de energie inkopen.
Dat het initiatief zich tot nu toe heeft beperkt tot die drie gemeenten is dan ook niet meer dan logisch. Het lokaal eigenaarschap is niet zozeer een romantische gedachte alswel een noodzaak om grootschalige energieprojecten in samenwerking met de omgeving te kunnen realiseren. De gemeente Barneveld heeft ervoor gekozen daarbij uit te 5
gaan van 51% lokaal eigenaarschap in plaats van de 50% die genoemd wordt in paragraaf 4.3. van de RES Foodvalley. Voorgestelde aanpassing Er is geen reden om de notitie aan te passen naar aanleiding van deze reactie. Reactie 4 Ondernemer Barneveld Op basis van de memo kan ik in ieder geval aangeven dat het voor ons niet heel interessant meer zou zijn om nog te beginnen aan dergelijke projecten. Belangrijke reden hiervoor is dat met 51% in handen van een coöperatie financiering van een dergelijk project tegen rendabele voorwaarden zeer moeilijk zal zijn. Banken zien sowieso al risico’s, zelfs bij <51% of al bij crowdfunding (imagoschade). Sowieso ben ik benieuwd waarom zo ver wordt afgeweken van het klimaatakkoord door minimaal 51% lokaal eigenaarschap verplicht te stellen. En meer algemeen: waarom wordt dit alleen voor energieprojecten gedaan, waarom worden deze anders behandeld dan andere ontwikkelingen? Ook vraag ik me af in hoeverre het in de energietransitie als geheel mogelijk gaat zijn om alles met minimaal 51% eigenaarschap voor elkaar te krijgen. Er zit op een gegeven moment natuurlijk een limiet aan wat mensen kunnen en willen investeren. Sowieso gaat het daarbij voornamelijk om mensen die daar genoeg middelen voor hebben en kunnen mensen met minder geld maar moeilijk mee doen.
Een laatste vraag nog over het omgevingsfonds: hoeveel zou daarin terecht moeten komen om voldoende te zijn? Hier wordt nog niets over aangegeven Reactie Gemeente Barneveld De notitie Lokaal eigenaarschap is opgesteld om voor omwonenden en ondernemers mogelijke lasten en lusten van een energieproject in balans te brengen. Mocht het zo zijn dat vervolgens geen initiatiefnemer meer geïnteresseerd is dan zal het beleid moeten worden aangepast. Er zijn in het land voorbeelden waarin wel degelijk projecten zijn gerealiseerd met meer dan 50% lokaal eigenaarschap. Het amendement van de raad dat pleit voor 51% toont hoe belangrijk de gemeente lokaal eigenaarschap vindt. Dit eigenaarschap creëert draagvlak voor transitie, zorgt ervoor dat meer mensen kunnen profiteren van de transitie en kan ook een positief effect hebben op mate waarin hinder wordt beleefd door deelnemende omwonden. Mocht het onverhoopt niet lukken voldoende lokaal eigenaarschap te creëren in een project bestaat er in een uiterste geval de mogelijkheid voor een aanvullende bijdrage in een gebiedsfonds. Daarmee kunnen effecten op de omgeving verder worden gereduceerd of gecompenseerd, hetgeen ook bijdraagt aan de onderliggende doelen. De notitie Lokaal eigenaarschap gaat over energieprojecten met impact op de omgeving. Het is billijk om dan een balans te zoeken tussen lusten en lasten.
Een gebiedsfonds vraagt om een specifieke aanpak per project en per gebied. Het is een onderdeel in de omgevingsovereenkomst tussen omwonenden, ondernemers, coöperatie en initiatiefnemer. Ter toelichting zullen we een voorbeeld van een gebiedsfonds opnemen in de notitie. De bijdrage van de vertegenwoordiger uit Reeth tijdens de sessie over participatie in het kader van de 6
structuurvisie windenergie is ook een voorbeeld hoe met een gebiedsfonds kan worden omgegaan. De bijeenkomst van 11 oktober 2021 kan worden teruggekeken via Themasessie financiële Participatie - YouTube. Voorgestelde aanpassing 3. Onderstaande voorbeelden van een gebiedsfonds worden opgenomen in de notitie Lokaal eigenaarschap. Windfonds Battenoert Dit Windfonds is ingesteld door Deltawind. De afdracht bedraagt jaarlijks circa €14.000,-, voor het eerst uitgekeerd in januari 2017. De omwonenden en dorpsraden van Oude- en Nieuwe-Tonge hebben met elkaar de systematiek voor afdracht bepaald. Van het totale budget gaat jaarlijks ca 8.000,rechtstreeks naar omwonenden, €4.000,- naar de dorpsraad Nieuwe-Tonge en €2.000,- naar de dorpsraad Oude-Tonge. Er zijn geen voorwaarden verbonden aan de besteding. Dorpsraden wordt gevraagd het geld bij voorkeur te besteden aan projecten die de duurzaamheid bevorderen, inclusief sociale duurzaamheid. Deltawind bespreekt jaarlijks met de dorpsraden en de gemeente wat de plannen zijn. Gedurende 20 jaar zal in totaal ongeveer € 280.000,- worden gedeeld met de omgeving van dit windpark. Windfonds Krammer Het Windfonds Krammer is ingesteld door Deltawind en Zeeuwind. Jaarlijks wordt er circa €150.000,- afgedragen, waarvan €60.000,- rechtstreeks aan omwonenden (ten behoeve van groene stroom) en 3 x €30.000 aan de drie omliggende gemeenten.
De afdracht aan gemeente Goeree-Overflakkee bedraagt jaarlijks €30.000,-. Dit gedurende 15 jaar, waarna in totaal zo’n €2.250.000 zal zijn afgedragen. De afdracht aan de gemeente is bedoeld voor de directe omgeving van het windpark, het gebied Oude- en Nieuwe-Tonge. Er wordt uitbetaald op basis van projectvoorstellen: projecten die de duurzaamheid bevorderen. Aanvragen kunnen twee maal per jaar worden ingediend bij de Stichting Windfonds Krammer. Windfonds Goeree-Overflakkee Het Windfonds Goeree-Overflakkee is opgericht op initiatief van Deltawind en Eneco, en wordt gevuld door alle andere ontwikkelaars op G-O. De totale afdracht staat vast en geldt voor alle nieuwe windparken: €0,50 eurocent per geproduceerde MWh gedurende 20 jaar. Wanneer alle windparken er staan, is de verwachte opbrengst circa €230.000,- per jaar. Van de afdracht gaat een deel rechtstreeks naar omwonenden. Het resterende deel is bestemd voor duurzame projecten op G-O. Hier kan een beroep op worden gedaan, voor projecten binnen een straal van 3,5 km van de windparken, op basis van projectvoorstellen. Kijk voor meer informatie op www.windfondsgo.nl Reactie 5 Ondernemer 2 Barneveld Naar aanleiding van het concept ‘Memo lokaal eigenaarschap’ wil ik graag onze 7
reactie geven. Dit is enerzijds een juridische kijk op het memo en anderzijds een meer praktische reactie. Zoals bekend zijn we groot voorstander van duurzame energieprojecten van hoge kwaliteit met een goede inpassing in de omgeving. Wij leveren hieraan graag een positieve bijdrage. Juridisch Lokaal eigenaarschap inwoners Door de gemeente en door initiatiefnemers op het vlak van duurzame energie kan lokaal eigenaarschap worden gepromoot en aangemoedigd, maar dit kan niet worden afgedwongen. Zelfs als lokaal eigenaarschap dus initieel als voorwaarde is opgelegd aan een initiatiefnemer, dan heeft de gemeente geen instrumenten in handen om te voorkomen dat dit lokale eigenaarschap al daags na vergunningverlening verwatert door verkoop van grondeigendom, aandelen, door verhuizing en/of vererving. In algemene zin geldt dat inwoners van Barneveld in principe de vrijheid hebben om hun geld te investeren waarin zij willen. Verder hebben inwoners van Barneveld in principe ook de vrijheid te verhuizen naar een locatie buiten de gemeente. Ook door vererving kan lokaal eigendom in andere handen terechtkomen. Ruimtelijke ordening Het is juridisch aanvechtbaar als de gemeente Barneveld aan ruimtelijke ontwikkelingen de voorwaarde verbindt dat bepaalde initiatieven moeten voldoen aan criteria van lokaal eigenaarschap.
Dit omdat eigendom onder de Wet ruimtelijke ordening niet wordt beschouwd als een ruimtelijk relevant criterium. Lokaal eigendom betreft uiteindelijk alleen gemeente-eigendom De gemeente kan lokaal eigenaarschap enkel daadwerkelijk verwezenlijken door zelf een energie-maatschappij op te richten. Immers de gemeente zelf is de enige rechtspersoon die verplicht locatiegebonden is en niet failliet kan gaan. De mogelijke vraag is evenwel of een dergelijke aanpak misschien minder opportuun zou kunnen worden beschouwd op een moment dat lokale overheden net hun laatste meerderheidsaandeel in het eigendom van Nederlandse energiebedrijven hebben verkocht. Het is niet uitgesloten dat dit zal leiden tot kritiek over de consistentie van het overheidsbeleid. Het stellen van de eis van lokaal eigenaarschap aan derden, direct nadat gemeentelijke en provinciale overheden zelf zich aan de verantwoordelijkheid van het lokale eigenaarschap van elektriciteitsbedrijven hebben onttrokken, kan daarbij de vraag oproepen waarom de betrokken overheid deze voorwaarde niet meer aan zichzelf oplegt maar wel voor andere marktpartijen in stand zou willen houden. Proportionaliteit Het graven van een mijnschacht brengt beperkingen met zich voor eigendommen in de directe omgeving om zelf ook een mijnschacht te graven.
In dergelijke situaties is het gebruikelijk dat omliggende eigenaren een vergoeding ontvangen voor de winning van bodemschatten onder hun eigendommen. Echter dit aspect speelt niet bij de opwekking van energie: in principe kan iedereen een bedrijf in deze sector opstarten. Qua milieuhinder en impact op de omgeving verschilt de 8
duurzame opwekking van elektriciteit evenmin van willekeurige andere vormen van bedrijvigheid. Met andere woorden, er is geen doorslaggevend criterium om aan duurzame opwekking van energie wel de eis van lokaal eigenaarschap te stellen, terwijl deze eis niet wordt gesteld aan andere bedrijvigheid binnen de gemeente. Duurzame elektriciteit die binnen de gemeente wordt opgewekt komt zowel ten goede aan de inwoners van de gemeente als aan andere inwoners, net zoals dat geldt voor andere producten die (al dan niet via lokaal eigenaarschap) in Barneveld worden vervaardigd. Via het instrument van de ruimtelijke ordening en de milieuregelgeving kunnen de voor bedrijvigheid gebruikelijke eisen worden gesteld om hinder en andere benadeling van de omgeving te voorkomen.
Praktisch Economische factoren In geval van lokaal eigenaarschap zullen initiatieven op het vlak van duurzame energie op een flinke concurrentie-achterstand worden geplaatst: - De vijver waarin investeerders kunnen worden gevonden is kleiner, want niet lokale investeerders zullen moeten worden geweigerd; - Er zijn aanzienlijk meer inspanningen nodig (promotie e.d.) om investeerders te vinden die kunnen voldoen aan de eisen van lokaal eigenaarschap; - Banken (uit de aard der zaak niet lokaal gebonden) zullen vanwege mogelijke doorwerking van voorwaarden lokaal eigenaarschap (dit is voor een bank een beperking voor de vrije verkoopbaarheid van een onderpand) mogelijk niet willen financieren of enkel tegen zwaardere voorwaarden. In die zin zal lokaal eigenaarschap een flinke drempel opwerpen die ervoor kan zorgen dat duurzame energieprojecten niet of veel later van de grond komen dan in gemeenten die deze voorwaarde niet hanteren. Bestaande regeling en praktijkvoorbeeld Branderwal De Nederlandse overheid stimuleert lokale opwekking en afname van duurzaam opgewekte elektriciteit via subsidie (SCE Stimulering Coöperatieve Energievoorziening; voorheen de postcoderoosregeling) met een maximum van 500kWp per aanvraag. Zonnepark Branderwal betreft een reeds vergund zonnepark dat op dit moment wordt aangelegd. De ervaringen die hier nu al zijn opgedaan kunnen als voorbeeld dienen.
Zonnepark Branderwal heeft een samenwerking met de Coöperatie Duurzaam Kootwijkerbroek. De coöperatie zal ten behoeve van haar (lokale) deelnemers een deel van het zonnepark exploiteren op basis van de genoemde subsidie-regeling. Duurzaam Kootwijkerbroek had de mogelijkheid om meer ruimte in het park af te nemen, maar de coöperatie heeft gekozen voor maximaal 1.000 zonnepanelen. Dit komt overeen met het stroomgebruik van circa 100-120 huishoudens. De coöperatie verwacht niet dat zich een groter aantal deelnemers zal aandienen binnen de postcoderoos van Kootwijkerbroek, dat ook Voorthuizen, 9
Stroe, Kootwijk, Lunteren en het oostelijke deel van Barneveld omvat. Dit vooral vanwege de samenstelling van de woningvoorraad in Barneveld, waar sprake is van veel eigen woningbezit: relatief veel mensen in Barneveld zijn in staat om hun eigen dak in te zetten voor duurzame productie van elektriciteit. Samenvattend wordt lokaal eigenaarschap vanuit de rijksoverheid gestimuleerd als het gaat om kleinschalige opwekking van energie. Gelet op de woningsamenstelling in Barneveld is er minder vraag naar participatie in een coöperatie. Lager rendement bij bovengemiddelde kwaliteit zonnepark Zoals bekend investeert Zonnepark Branderwal maximaal in omgevingskwaliteit door het zonnepark volledig te omzomen met een aarden wal, veel aandacht te besteden aan biodiversiteit en panelen hoger te plaatsen zodat er lucht, licht en water kan toetreden en daarmee dubbel ruimtegebruik onder de panelen mogelijk is. Dat pakket aan maatregelen resulteert in een kwalitatief bovengemiddeld zonnepark met uiteraard hogere investeringskosten. Dat houdt in dat het financieel rendement lager is waardoor de financiële ruimte beperkt is om aanvullende fondsen/regelingen door te voeren. Meervoudig ruimtegebruik beperkt lokaal eigenaarschap Om kwalitatief hoogwaardige zonneparken te realiseren is een concept nodig waarin energie-opwekking en overige grondgebonden activiteiten hand in hand gaan.
Het kan hierbij gaan om agrarisch grondgebruik, maar bijvoorbeeld ook om natuur en/of waterretentie. Meervoudig grondgebruik betekent dat de exploitant bij het ontwerp en de inrichting van het park een bepaalde afweging zal maken waarbij een lagere energieopbrengst wordt geaccepteerd ten faveure van het gebruik van de gronden onder de panelen. Het kan ook zijn dat opbrengsten uit het zonnepark in meerdere of mindere mate dienen als kostendrager voor bijvoorbeeld een waterretentie. Hierdoor zal een investering door lokale partijen in het zonneparkdeel minder aantrekkelijk zijn. De keuze voor dubbelgebruik verhoogt verder de onderhoudskosten en de risico’s. Bijvoorbeeld onderhoudskosten van een waterretentie of van natuur, het risico op minder energieopbrengst vanwege onder panelen aanwezige vegetatie maar ook het risico op misoogst. Dat betekent dat dergelijke combinatieprojecten nog minder aantrekkelijk zijn voor derden om financieel in te stappen. Meervoudig grondgebruik kan niet plaatsvinden zonder gecombineerde exploitatie. Lokaal eigenaarschap van duurzame opwekking van energie zal leiden tot gescheiden exploitatie. Dit is geheel in strijd met de essentie van waar het meervoudig grondgebruik voor staat.
Hierdoor zullen verschillende belangen met elkaar concurreren: (lokale) eigenaren van het zonnepark zullen de elektriciteitsopbrengst willen maximeren ten koste van het overige grondgebruik (natuur, agrarische opbrengst, kosten instandhouding waterretentie etc.). De belangrijkste lokale gebondenheid van een zonnepark zit in het dubbelgebruik. Immers waar een zonnepark in grote mate autonoom zou kunnen functioneren, vraagt een agrarische teelt of overige grondgebonden gebruik voortdurend toezicht, aandacht, zorg en keuzes: wanneer wordt er ingezaaid, hoe staat het met 10
de groei, is er te veel onkruid, is de grond te koud, te droog of juist te nat etc. etc.? Los hiervan zullen de relevante (agrarische) bewerkingen, voor zover deze niet volledig door de eigenaar kunnen worden verzorgd, dienen te geschieden door lokale (loon)bedrijven. Lokale gebondenheid De Europese energiemarkt is opgezet vanuit de optiek van maximale markttoegang: in principe dient iedere gebruiker en iedere producent van elektriciteit toegang te hebben tot de elektriciteitsmarkt via het elektriciteitsnet. Op deze manier kan een zo eerlijk mogelijke elektriciteitsprijs voor iedereen worden gewaarborgd (niemand wordt gedwongen om elektriciteit te produceren of af te nemen op minder gunstige voorwaarden vanwege ‘contractsdwang’ door de eigenaar van een elektriciteitsnet). Tegelijkertijd vormt de transportcapaciteit wel een (kosten)factor die ervoor zorgt dat productie en afname het gunstigste is als dit op korte afstand van elkaar plaatsvindt. Daarnaast krijgt duurzaam opgewekte elektriciteit vaak ook ‘voorrang’ als de transportcapaciteit op het net beperkt is. Uit de aard der zaak zorgt lokale opwekking hoe dan ook voor meer robuustheid en leveringszekerheid omdat storingen in het elektriciteitsnet elders dan niet noodzakelijk doorwerken op lokaal niveau.
Lokale opwekking kan op deze wijze positief bijdragen aan de lokale leveringszekerheid van elektriciteit en op termijn ook aan lagere transportkosten (de rol van het hoogspanningsnet verschuift van een duur hoge capaciteitsnet, waarmee primair grote hoeveelheden elektriciteit moeten worden getransporteerd, naar een goedkoper net waarmee enkel lokale productieverschillen moeten kunnen worden genivelleerd. De belangrijkste lokale gebondenheid is en blijft evenwel grondgebondenheid: de bereidheid van mensen om te investeren op een locatie in de gemeente Barneveld in plaats van elders. De aanwezigheid van duurzame opwekking van elektriciteit in Barneveld leidt hoe dan ook tot de inzet van lokale bedrijven bij realisatie en onderhoud, waarbij dubbelgebruik een belangrijke aanvullende factor vormt. In geval van Zonnepark Branderwal is bovendien sprake van diverse verstrekkende ambities op het vlak van Agrisolar ontwikkelingen (onderzoek naar teelten onder zonnepanelen alsook duurzame landbouwmechanisatie in zonneparken). Verdere ambities op het vlak van innovatie omvatten de waterstoftransitie en de opslag van duurzame energie. Deze ontwikkelingen zullen ook behoefte creëren aan werkgelegenheid voor wat betreft onderzoek en ontwikkeling, maar uiteindelijk ook voor ontwerp en productie.