CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-3.21 Memo B&W over Voortgangsrapportage 2025 en jaarplan 2026 programma duurzaamheid, d.d. 20 januari 2026

Gemeenteraad 4 februari 2026, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ingekomen en uitgaande stukken14.667 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

26

 

3

4

5

6

1

4

1

Q2: Ontwikkeling Coöperatie Energiehub Harselaar

Q4: Onderzoek truckparkeerplaatsen in combinatie met een Clean Energy Hub

We richting een ontwikkelcoöperatie op voor de Multi Commodity Energy Hub Harselaar samen met twee private partijen.

Provincie Gelderland onderzoekt de behoefte aan extra vrachtwagenparkeerplaatsen en mogelijke locaties voor Clean Energy Hubs (CEH) – plekken waar duurzame brandstoffen beschikbaar zijn en ruimte slim wordt benut. De gemeente stemt hierover af met de provincie.

Thema Duurzame mobiliteit Ook in 2026 komen de activiteiten rondom Duurzame mobiliteit grotendeels voort uit de Bereikbaarheidsagenda van de regio Foodvalley. De reden hiervan is dat, waar mogelijk, de gemeenten binnen de regio Foodvalley samen optrekken rond dit thema.

1

2

3

4

Thema Klimaatadaptatie In 2026 pakken we de maatregelen uit het Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie 2025-2027 verder op. Het betreft een samenspel van zowel infrastructurele als nietinfrastructurele maatregelen.

1

Q4: Aanpak slim en duurzaam In 2026 komt er subsidie beschikbaar vanuit het Rijk en de provincie Gelderland om de regionale aanpak voor slimme en duurzame mobiliteit uit te voeren. Ter voorbereiding is in 2025 de werkgroep Slim en Duurzaam gestart. In 2026 zetten we de werkgeversaanpak en fietsstimulering voort en starten we een ontwikkelprogramma om de aanpak verder door te ontwikkelen en te borgen binnen Regio Foodvalley.

4

5

2026: Opstellen beleidsprogramma Bereikbaarheid Het belang van duurzame mobiliteit, met extra aandacht voor fietsers, voetgangers en openbaar vervoer wordt uitgewerkt in het Beleidsprogramma Bereikbaarheid, dat gepland staat voor 2026.

3

5

Q1-Q4: Afkoppelen Bakkersweg, Molenweg e.o. Bij de Bakkersweg, Molenweg en tussenliggende wegen wordt grootschalig afgekoppeld op zowel openbaar als particulier terrein om wateroverlast tegen te gaan. Ook worden koelteplekken toegevoegd.

1

6

Q1: Actie: Groen voor iedereen Er worden 1400 bomen en struiken aan bewoners in 6 wijken uitgedeeld. Dit zijn wijken, verdeeld over de kernen, waar het percentage groen onder de 30% norm van het Klimaatadaptatieplan ligt. Zie ook het stuk uitgelicht bij Biodiversiteit en groen.

3 6 Q2: Verruimen subsidieregeling klimaatadaptatie Om meer in te zetten op klimaatadaptatie worden meer maatregelen ondergebracht binnen deze subsidieregeling (denk aan hergebruik van regenwater en extra groen).

1

6

3 4 5

Q3: Aanvullen Omgevingsplan verplicht afkoppelen Inwoners worden verplicht hun perceel (volledig ontzorgd) af te koppelen wanneer de gemeente rioolvernieuwing/afkoppelen in hun straat uitvoert. Zo dragen we samen bij aan klimaatbestendig waterbeheer en stimuleren we duurzaam omgaan met regenwater.

Q1-Q4: Aanpak tunnel Nijkerkerweg waterbestendig De watergang nabij de tunnel wordt verbreed en grondwallen worden opgeworpen om wateroverlast tegen te gaan. Communiceren over het belang van de maatregelen

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2025 EN JAARPLAN 2026

GEMEENTE BARNEVELD

6

Q1-Q4: Evaluatie en aanbevelingen Biodiversiteitsbeleid Na vijf jaar dient het biodiversiteitsplan te worden geëvalueerd en wordt gekeken of een herijking nodig is. Bijvoorbeeld door nieuwe koppelingen tussen het biodiversiteitsplan en andere beleidsstukken zoals het klimaatadaptatieplan.

3 4

5

6

Q4: Start opstellen soortenmanagementplan (SMP) We verwachten eind 2026 de randvoorwaarden van de provincie Gelderland voor het opzetten van een Soortenmanagementplan (SMP). Zodra deze bekend zijn, starten we het proces voor het opstellen van het SMP.

3 6

Thema Biodiversiteit en groen

6

1 2

1 2

6

Q3-Q4: Nulmeting biodiversiteit uitvoeren in samenwerking met team beheer Om meer grip te krijgen op de stand van zaken rondom biodiversiteit en groen binnen de gemeente Barneveld, wordt het monitoringsplan biodiversiteit geïmplementeerd. De eerste nulmetingen zullen op basis van dit plan worden gedaan.

1 4 Ook in 2026 werken we aan de uitvoering van het Biodiversiteitsplan. Dat doen we door intern steeds meer de samenwerking te zoeken, van beleid tot aan beheer en onderhoud.

5

5

6

Q1-Q4: Opgaven Basiskwaliteit natuur (BKN) en Groenblauwe dooradering (GBDA) implenteren vanuit het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied (RPLG) Vanuit het RPLG ligt de opgaven om de basiskwaliteit natuur op orde te brengen, evenals de opgaven voor een minimum percentage van groenblauwe dooradering. Dit wordt binnen bestaand beleid geïmplementeerd.

27

 

1

2 3 5

6

1

2

5

Q1-Q4: Uitvoering Biodiversiteit en Landschap 2025 – 2028

Q2-Q3: Borgen circulaire eisen in de openbare ruimte

Dit vierjarige project richt zich op vier onderdelen om de biodiversiteit en de inwonersparticipatie te versterken. De activiteiten vinden zowel plaats in het landelijk gebied als in de kernen.

Om meer circulaire maatregelen te nemen in de openbare ruimte, ontwikkelen we uitgangspunten en werkprocessen waarmee circulariteit (standaard) wordt meegenomen in verschillende projecten. Wanneer een LIOR of HIOR wordt opgesteld zal circulariteit hier ook een plek krijgen.

Thema Circulaire Economie

1 In 2026 blijven we werken aan de uitvoering van de Actieagenda Circulaire Economie. We sluiten slim aan bij bestaande processen en nemen deel aan Living Lab Foodvalley, waarbij we samenwerken met regiogemeentes. Verder zetten we meer in op het verduurzamen van gemeentelijke projecten op basis van circulaire uitgangspunten om zo het goede voorbeeld te geven en de markt te stimuleren tot een transitie naar de circulaire economie.

3

Q1: Opstellen en lanceren subsidie voor circulaire inwoners initiatieven Om circulariteit binnen de gemeente te stimuleren en het bewustzijn onder inwoners te vergroten, stelt de gemeente een subsidie beschikbaar. Hiermee kunnen inwoners hun circulaire initiatieven opzetten en bijdragen aan een duurzamere leefomgeving.

1

2

In 2025 is het thema ‘Duurzaam Voedselsysteem’ opgenomen in het Programma Waardevol Landelijk Gebied. Dat maakt dat we ons via het Programma Duurzaamheid, net zoals vorig jaar, met name richten op de samenwerking tussen de twee programma’s, omdat de overlap natuurlijk zeer groot is.

4

Q3-Q4: Opstellen en vaststellen aanpak biobased bouwen Om meer circulaire maatregelen te nemen in In 2025 voerde de gemeente een onderzoek uit naar mogelijke maatregelen en scenario’s voor biobased bouwen. In 2026 werken we dit verder uit in een gerichte aanpak en zetten we de eerste concrete stappen richting uitvoering.

1

6

2

Thema Duurzaam Voedselsysteem

2

3

4

Q1-Q2: Vervolgonderzoek voor potentie van een bouwkringloop In 2025 is uit een vooronderzoek gebleken dat er genoeg volume aan restmaterialen is binnen de gemeente om verder te onderzoeken naar mogelijkheden voor het opzetten en organiseren van een bouwkringloop.

4 6

Q2-Q4: Evaluatie en aanbevelingen toekomstig beleid circulaire economie In 2023 stelde de gemeente Barneveld de Actieagenda Circulaire Economie op, die loopt tot en met 2027. Met het naderende einde van deze agenda én de toenemende urgentie van circulariteit, gaan we verkennen hoe we ons circulaire beleid een passend vervolg kunnen geven.

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2025 EN JAARPLAN 2026

GEMEENTE BARNEVELD

28

 

6

Bijlage A Uitleg bij gebruikte data

In deze bijlage lichten we de monitor uit hoofdstuk 3 verder toe. In dat hoofdstuk ziet u meters die in één oogopslag aangeven of we op koers liggen ten opzichte van onze doelen. Hier gaan we dieper in op de achterliggende cijfers en verklaren we waarom de meters staan waar ze staan. We doen dit voor alle thema’s met een meter (Energie, Duurzame Mobiliteit, Klimaatadaptatie en Circulaire Economie) en geven aanvullende informatie bij de overige thema’s.

Bronnen en aandachtspunten

De cijfers zijn afkomstig van verschillende bronnen en hebben betrekking op Barneveld, tenzij anders vermeld. We streven naar zorgvuldigheid, maar let op: • De meest recente data kan één tot twee jaar achterlopen. • Soms worden definities of cijfers door landelijke partijen aangepast; waar dit speelt, geven we dat aan.

Gebruik in beleidscyclus

De inzichten uit deze bijlage worden gebruikt om doelen en maatregelen te herijken en om tijdig bij te sturen binnen de beleidscyclus.

Context

De bevolking van Barneveld is sinds 1990 met circa 49% gegroeid¹. Deze groei beïnvloedt energieverbruik, mobiliteit en afval, en maakt het behalen van absolute doelstellingen uitdagender.

Werken met meters

We gebruiken meters om de voortgang visueel weer te geven. De kleuren in de meters betekenen: • Rood: niet op koers om het doel te halen • Geel: op koers • Groen: doel behaald of overschreden

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2025 EN JAARPLAN 2026

GEMEENTE BARNEVELD

Niet op koers

Op koers

Doel gehaald

29

Energie

Energie Binnen het thema Energie zijn de volgende doelstellingen vastgesteld in bestaand beleid: • CO2 – en energieneutraal in 2050; en 55 procent reductie van CO2 uitstoot in 2030 • 2 procent energiebesparing per jaar sinds 2015 • 2 0 procent duurzame opwekking in 2020 en 0.26 TWh opwekking hernieuwbare elektriciteit in 2030. Dit is vertaald naar 650.000 zonnepanelen (dak + land) in 2030 met de Zonneladder. Voor deze doelstellingen zijn vijf meetbare indicatoren gekozen om weer te geven hoe we ervoor staan. Deze indicatoren laten we hieronder zien, gevolgd door meer achtergrondinformatie. In oktober 2025 zijn de kaders voor het Energiebeleidsprogramma vastgesteld door de gemeenteraad. Bij het uiteindelijke Energiebeleidsprogramma worden de doelstellingen en kpi’s voor het thema Energie bijgesteld. De monitor passen we hier vervolgens op aan.

Wat zegt de indicator? Deze indicator laat zien hoe we ervoor staan ten opzichte van het doel CO2 neutraal in 2050. Op dit moment liggen we niet op koers. De uitstoot is in 2023 gestegen ten opzichte van 2022 en ligt zelfs hoger dan in 1990. Om op koers te liggen richting 2030 zouden we nu rond 46% reductie moeten staan. In werkelijkheid staan we op -7% ten opzichte van 1990. Figuur 1 toont de ontwikkeling van de CO₂-uitstoot sinds 1990 en het verschil met het doel (daar waar we nu zouden moeten staan). We zien een forse toename in uitstoot tussen 2022 en 2023. Deze toename wordt deels verklaard door een nieuwe verdeelsleutel voor aardgasverbruik in de landbouw, die in 2023 is toegepast, maar nog niet op eerdere jaren. Daardoor wijken de cijfers af en is vergelijking met voorgaande jaren lastig. Daarnaast is de landelijke omrekenmethode van KWh naar CO2 uitstoot gewijzigd, waardoor je per KWh een hogere CO₂-uitstoot hebt.

40%

Indicator 1 Reductie van CO2 uitstoot exclusief snelwegen Verminderen van CO2 uitstoot (koolstofdioxide)

Percentage vermindering van CO2-uitstoot t.o.v. 1990. Data uit 2023. doel 55% in 2030

Verandering t.o.v. vorig jaar (in Kton CO2) 494

418 2022

-7%

2023

Bron: Emissieregistratie

Besparingspercentage

Bijlage A Uitleg bij de gebruikte data

 

20%

0%

-20% Jaar

1990

1995 2000 2005 2010

Werkelijke besparing

2015

2019 2020 2021

2022 2023

Besparingsdoel

Figuur 1 Besparing uitstoot CO2 (exclusief snelwegen) t.o.v. doel sinds 1990. Bron: Emissieregistratie

Daarnaast speelt mee dat historische data niet volledig is (bijvoorbeeld uitstoot door afvalverwerking werd in 1990 niet meegenomen) en dat landelijke correcties in definities doorwerken in onze cijfers. Dit maakt het interpreteren van trends complex.

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2025 EN JAARPLAN 2026

GEMEENTE BARNEVELD

30

Bijlage A Uitleg bij de gebruikte data

 

Energie

Figuur 2 laat zien hoe de uitstoot verdeeld is over sectoren in Barneveld. Het grootste aandeel komt van verkeer en vervoer (met name snelwegen), gevolgd door landbouw en consumenten. Sector

2010

2020

2021

2022

2023

Afvalverwijdering

41,32

83,80

77,73

69,50

66,44

Bouw

1,71

1,28

1,47

1,36

1,41

Chemische industrie

5,37

1,44

1,66

1,75

1,36

Consumenten

82,34

58,52

66,91

54,99

48,30

Energiesector

0,50

0,47

0,53

0,45

0,42

Handel, Diensten en Overheid (HDO)

29,04

18,49

24,33

20,45

19,74

Landbouw

128,31

81,60

82,66

53,88

132,54

Overige industrie

20,35

18,00

17,96

15,58

15,09

Raffinaderijen

0,04

0,02

0,02

0,02

0,02

Verkeer en vervoer

218,88

183,41

189,88

200,17

209,40

Totaal

527,85

447,03

463,16

418,15

494,73

Figuur 2 CO2-uitstoot per sector sinds 2010. Bron: Berekening CO2-uitstoot o.b.v. emissiefactoren, emissieregistratie.

Wat wél duidelijk is: de gemeente heeft beperkte invloed op landbouw en industrie en hoe cijfers worden weergegeven, maar kan wél sturen op de gebouwde omgeving en eigen organisatie.

Indicator 2 Besparing van energieverbruik van woningen Verminderen van het energieverbruik door woningen Energieverbruik van woningen in TerraJoule. Data uit 2023. doel 1142 TJ in 2030 Verandering t.o.v. vorig jaar

1026 TJ

1145

1026

2022

2023

Wat zegt de indicator? Deze indicator laat zien hoe we ervoor staan ten opzichte van de doelstelling om jaarlijks 2% energie te besparen sinds 2015. We richten ons op woningen, omdat de gebouwde omgeving een groot aandeel heeft in de CO₂-uitstoot en omdat de gemeente hier invloed kan uitoefenen via isolatieaanpak en besparingsregelingen. Het energieverbruik van woningen is in 2023 gedaald naar 978 TJ, terwijl het doel voor 2030 1.142 TJ is. Daarmee liggen we op koers richting 2030. Figuur 3 toont de trend van het energieverbruik sinds 2015 en het doel voor 2030.

1.000

500

0 2017

2018

Energieverbruik woningen

Jaar 2015

2016

Doel

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Figuur 3 Energieverbuik woningen in Terrajoule. Bron: Regionale Klimaatmonitor

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2025 EN JAARPLAN 2026

GEMEENTE BARNEVELD

31

Energie

Figuur 4 en Figuur 5 tonen het verloop van respectievelijk het elektriciteitsen aardgasverbruik van woningen sinds 2015. Het doel van de gemeente is om jaarlijks 2% energie te besparen. Elektriciteitsverbruik blijft over de jaren relatief stabiel, zonder duidelijke daling. Er wordt bespaard vanwege meer energiezuinige apparaten, en tegelijkertijd zien we de elektrificatie van woningen: meer inductiekoken en warmtepompen. Dit zorgt voor een verschuiving van gas naar stroom. 100

Indicator 3 Reductie van energieverbruik van bedrijven en instellingen Verminderen van energieverbruik door bedrijven en instellingen Energieverbruik in Terrajoule. Data uit 2023. doel 965 TJ in 2030

Verandering t.o.v. vorig jaar 50

792 TJ

844

792

2022

2023

0

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Totaal electriciteitsverbruik woningen, geleverd via openbaar net

Figuur 4 Verloop Elektriciteitsverbruik woningen. Bron: Regionale Klimaatmonitor

Aardgasverbruik laat daarentegen een sterke daling zien. Deze afname wordt grotendeels verklaard door hogere gasprijzen, isolatiemaatregelen en de inzet van hybride warmtepompen. 30 20

Wat zegt de indicator? Deze indicator laat zien hoe we ervoor staan ten opzichte van de doelstelling om jaarlijks 2% energie te besparen sinds 2015. We richten ons op bedrijven en instellingen, omdat zij samen een groot aandeel hebben in het totale energieverbruik en de gemeente hier een faciliterende rol heeft. Het doel voor 2030 is al sinds 2019 gehaald, zoals Figuur 6 laat zien. Het energieverbruik van bedrijven en instellingen ligt ruim onder het doel, mede door efficiëntieverbeteringen, duurzame investeringen en externe factoren zoals coronajaren en hoge energieprijzen. 1000

10 500

0 2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

TJ

Bijlage A Uitleg bij de gebruikte data

 

Totaal aardgasverbruik woningen

0

Figuur 5 Verloop aardgasverbruik woningen. Bron: Regionale Klimaatmonitor

De daling in aardgasverbruik is positief voor CO₂-reductie, maar het stabiele elektriciteitsverbruik vraagt om blijvende aandacht voor energiebesparing. Naast isolatie blijft het belangrijk om inwoners te ondersteunen bij efficiënt elektrisch verwarmen en het gebruik van duurzame energie.

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2025 EN JAARPLAN 2026

GEMEENTE BARNEVELD

Jaar

2015

Verbruik

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Doel

Figuur 6 Energieverbruik bedrijven en instellingen t.o.v. doel. Bron: CBS

32

Bijlage A Uitleg bij de gebruikte data

 

Energie

Verder geldt sinds 1 januari 2023 de wettelijke verplichting dat kantoorgebouwen minimaal energielabel C moeten hebben. Figuur 7 laat zien hoeveel utiliteits- en overheidsgebouwen minimaal label C hebben. Uit de rapportage van de ODDV uit 2025 blijkt dat alle kantoorgebouwen die moeten voldoen aan de wettelijke verplichting, voldoen. Er zijn een aantal gerechtvaardigde uitzonderingen.

Indicator 4 Opwekking van hernieuwbare elektriciteit verhogen Meer opwekking van duurzame elektriciteit elektriciteit Opwekking in TerraJoule. Data uit 2023. doel 936 TJ in 2030 Verandering t.o.v. vorig jaar

87,8%

81,9%

Barneveld

Nederland

355 TJ

Figuur 7 Aantal kantoorgebouwen dat voldoet aan minimaal energielabel C. Bron: Barneveld in Cijfers

We blijven samenwerken met bedrijven om deze besparing vast te houden en verdere verduurzaming te stimuleren.

304

355

2022

2023

Wat zegt de indicator? Deze indicator laat zien hoe we presteren ten opzichte van de doelstelling uit RES 1.0 voor duurzame elektriciteitsopwekking. Op dit moment lopen we iets achter op schema. Belangrijke oorzaken zijn netcongestie (waardoor nieuwe zonneparken en grote zonnedaken lastig kunnen worden aangesloten), stagnatie in het windenergiedossier en onzekerheid over de salderingsregeling en terugleverkosten. Figuur 8 toont dat 44% van de woningen in de gemeente Barneveld zonnepanelen heeft, wat ruim boven het landelijke gemiddelde van 36% ligt. % 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0

33%

4%

5%

7%

2015

2016

2017

11%

15%

2018 2019

20%

2020

39%

44%

24%

2021 2022

2023 2024

Figuur 8 Percentage woningen met zonnepanelen. Bron: Barneveld in cijfers

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2025 EN JAARPLAN 2026

GEMEENTE BARNEVELD

33

Energie

Figuur 9 laat zien dat in 2023 32% van het totale elektriciteitsverbruik bestond uit hernieuwbare elektriciteit. De stijging van de afgelopen jaren zet door, maar minder sterk dan het jaar ervoor.

32%

30% 27% 20% Percentage

Bijlage A Uitleg bij de gebruikte data

 

17%

14%

10%

Figuur 10 laat zien waar de CO₂-uitstoot van de organisatie vooral zit. Het grootste deel komt door het energieverbruik van gebouwen, zoals het zwembad en het gemeentehuis.

8% 4%

0% Jaar

2015

3%

3%

2016

2017

5% 2018

2019

2020

Wat zegt de indicator? Deze indicator laat zien hoe we ervoor staan ten opzichte van de doelstelling ‘CO₂- en energieneutraal in 2050’, specifiek voor onze eigen organisatie. Het is belangrijk dat we als gemeente het goede voorbeeld geven. Daarom werken we via de CO₂-prestatieladder en bijbehorende certificering. Op dit moment liggen we goed op schema om de doelstelling voor 2030 te halen. In 2024 is de CO₂-uitstoot iets gestegen ten opzichte van 2023. Dit komt deels door een na-ijleffect van corona. Daarnaast is de landelijke omrekenmethode van kWh naar CO₂-uitstoot aangepast, waardoor per kWh een hogere uitstoot wordt berekend.

2021

2022

2023

Figuur 9 Percentage hernieuwbare elektriciteit van totale energieverbruik. Bron: Regionale Klimaatmonitor

8% 1% 28% Aardgas

Indicator 5 CO2-reductie interne gemeentelijke organisatie

Grijze stroom Wagenpark

64%

CO2-reductie interne gemeentelijke organisatie

Percentage vermindering van CO2-uitstoot van de interne organisatie t.o.v. 2015. Data uit 2024.

Zakelijk verkeer

Figuur 10: Percentage CO2 uitstoot per categorie. Bron: CO2 prestatieladder gemeente Barneveld

doel 55% in 2030 Verandering t.o.v. vorig jaar 47%

43%

2023

2024

43%

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2025 EN JAARPLAN 2026

GEMEENTE BARNEVELD

34

Bijlage A Uitleg bij de gebruikte data

 

Duurzame mobiliteit

Duurzame mobiliteit: klimaatneutrale mobiliteit in 2050 Binnen het thema Duurzame Mobiliteit werken we aan het realiseren van een klimaatneutrale mobiliteit in 2050. Hiervoor zijn zijn de onderstaande doelstellingen vastgesteld in bestaand beleid: • 17 procent CO2-reductie in 2030 t.o.v. 1990 in de Verkeer en Vervoer sector (GVVP 2017) • Verhogen aantal openbare laadpunten tot 1880 in 2030 (Integrale Laadvisie – 2025)

Wat zegt de indicator? Deze indicator laat zien hoe we ervoor staan ten opzichte van de doelstelling om in 2050 energieneutraal te zijn. Voor de sector Verkeer en Vervoer betekent dit een reductie van 17% CO₂-uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990. Op dit moment liggen we niet op schema om deze doelstelling te halen. De uitstoot van verkeer en vervoer is sinds 1990 juist gestegen met 23%, een aanzienlijke toename ten opzichte van vorig jaar. Dit verschil tussen 2023 en 2022 kan deels worden verklaard door de sterke groei in gereden kilometers na corona, waardoor het totale brandstofverbruik is toegenomen. kton

240

Indicator 1 Reductie van CO2 uitstoot exclusief snelwegen

160 120

Verminderen van CO2 uitstoot (koolstofdioxide)

80

Percentage vermindering van CO2-uitstoot t.o.v. 1990. Data uit 2023. doel 17% in 2030

200

40

Verandering t.o.v. vorig jaar -8%

-23%

2022

2023

Figuur 11 CO2 uitstoot sector Verkeer en vervoer (inclusief snelwegen). Bron: Regionale Klimaatmonitor

Figuur 11 toont het verloop van de uitstoot in de sector Verkeer en Vervoer sinds 2010. Hierin is de coronadip zichtbaar, gevolgd door een geleidelijke stijging in de afgelopen jaren. Een algemene verklaring voor het niet behalen van de doelstelling ligt in het sterk gestegen inwoneraantal van Barneveld sinds 1990 en het feit dat het autobezit per huishouden boven het landelijke gemiddelde ligt

-23%

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2025 EN JAARPLAN 2026

0 Jaar 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023

GEMEENTE BARNEVELD

35

Bijlage A Uitleg bij de gebruikte data

 

Duurzame mobiliteit

Indicator 2 Verhogen aantal publieke laadpunten

Indicator 3 CO2-reductie door mobiliteit van de interne organisatie

Verhogen aantal (semi-) publieke laadpunten

CO2-reductie interne mobiliteit

Percentage CO2-besparing t.o.v. 2015. Data uit 2024.

Aantal (semi-) publieke laadpunten. Data uit 2025. doel 1880 in 2030

doel 55% in 2030

Verandering t.o.v. vorig jaar 661 2024

798 2025

798

Verandering t.o.v. vorig jaar 68%

69%

2023

2024

69%

Wat zegt de indicator? Deze indicator laat zien hoeveel publieke laadpunten er in de gemeente Barneveld zijn. Hiermee monitoren we de voortgang richting de doelstelling uit de Integrale Laadvisie (2025): 1.880 laadpunten in 2030. We liggen hiervoor wat achter op schema, met 798 laadpunten in oktober 2025. De vertraging wordt vooral veroorzaakt door lange wachttijden bij de netbeheerder.

Wat zegt de indicator? Met deze meter monitoren we hoe we ervoor staan t.o.v. de vastgestelde doelstelling ‘CO2 en energieneutraal in 2050’ en dan specifiek voor onze eigen organisatie. We vinden het belangrijk dat we als organisatie het goede voorbeeld geven en we werken hieraan via de CO2 prestatieladder en bijbehorende certificering. Hier is de doelstelling reeds behaald, dit is te verklaren door het gebruik van biodiesel voor het wagenpark.

De verwachting is dat het behalen van de doelstelling voor 2030 uitdagend wordt, onder andere door de impact van het ACM-prioriteringskader. Laadpalen vallen niet binnen een van de prioriteringscategorieën, wat de realisatie bemoeilijkt. De KPI is dit jaar veranderd ten opzicht van vorig jaar. Waar het vorig jaar bij de prognose van de laadvisie om publieke laadpalen ging , wordt met de herijking van de laadvisie nu gesproken over (semi-) publieke laadpalen in de prognose.

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2025 EN JAARPLAN 2026

GEMEENTE BARNEVELD

36

Bijlage A Uitleg bij de gebruikte data

 

Klimaatadaptatie

Klimaatadaptatie Met het vastgestelde Klimaatadaptatieplan zijn de volgende doelen vastgesteld: • Minstens 30 procent groen per woonwijk, minstens 20 procent in centra en minstens 10 % op bedrijventerreinen • Vanaf elk gebouw bevindt zich een koelteplek op maximaal 300 meter loopafstand • Er zijn geen wegen waar meer dan 15 cm water op een deel van de hoofdweg staat bij een bui van 70 mm in een uur. • Er zijn geen buurten waar meer dan 15 cm tegen de gevel staat bij een bui van 70mm in een uur

Bij het ophalen van geüpdatete data bleek dat de Klimaateffectatlas een nieuwe meetmethode hanteert. Door nieuwe luchtfoto’s en een aangepaste definitie van ‘groen’ vallen percentages lager uit dan voorheen. Dit sluit niet aan bij de definitie in het Klimaatadaptatieplan. Daarom blijven we voorlopig werken met de indicator uit de vorige rapportage als leidraad voor investeringen.

Indicator 2 Meer buurten met voldoende koelteplekken Meer buurten met voldoende ­koelte­plekken

Percentage buurten dat voldoet aan de norm voor koelteplekken. Data uit 2023. doel 70% in 2030

Deze normen zijn begin 2025 voor het eerst opgenomen in de monitor van het programma Duurzaamheid. Een update volgt zodra nieuwe stresstesten beschikbaar zijn. Voor nu hanteren we dezelfde indicatoren als vorig jaar.

Indicator 1 Meer buurten met voldoende groen 60%

Meer buurten met voldoende groen

doel 100% in 2050

Percentage buurten dat voldoet aan de groennormen. Data uit 2023.

Wat zegt de indicator? Op dit moment voldoen 28 buurten aan de norm. 19 buurten voldoen op dit moment nog niet. In sommige buurten is een koelteplek vrij makkelijk te realiseren, en is er wel voldoende groen aanwezig, maar is het nog niet gecombineerd met een verblijfsfunctie. We verwachten door werk met werk te maken, dat het behalen van deze norm haalbaar is in 2050 en dat we op koers liggen.

doel 67% in 2030

55%

doel 100% in 2050

Wat zegt de indicator? Het doel is dat in 2050 alle buurten voldoen aan de norm. We zien dat op dit moment 68% van de buurten voldoende groen hebben. We zien dat op dit moment 55% (oftewel: 21) van de buurten nog niet voldoen aan de groennorm. Van de 21 buurten die nog niet voldoen, zijn er 16 die nét niet de norm halen en 5 buurten die ver onder de groennorm liggen.

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2025 EN JAARPLAN 2026

GEMEENTE BARNEVELD

37

Bijlage A Uitleg bij de gebruikte data

 

Klimaatadaptatie

Indicator 3 Meer hoofdwegen zonder wateroverlast bij zware regenval Meer hoofdwegen zonder wateroverlast bij zware regenval.

Aantal hoofdwegen dat niet voldoet aan de norm voor water op straat. Data uit 2025.

Indicator 4 Meer buurten zonder wateroverlast aan panden bij zware regenval Meer buurten zonder wateroverlast aan panden bij zware regenval

Percentage buurten dat voldoet aan de norm voor water in panden. Data uit 2025. doel 87,4% in 2030

26

doel 0 in 2050

83%

Wat zegt de indicator? Op dit moment zijn er 26 hoofdwegen die nog niet voldoen aan de gestelde norm. Daar loopt het water niet snel genoeg weg bij een zware bui van 70 mm per uur. Een aantal van deze hoofdwegen zijn in 2025 aangepakt. Doel is dat in 2050 alle hoofdwegen een bui van 70mm per uur aankunnen. Ook zijn indirecte maatregelen (maatregelen elders, die wel effect heeft op de probleemlocaties) genomen voor de straten Dorpsstraat en Oud Milligenseweg. We liggen op koers om de doelstelling voor 2050 te halen.

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2025 EN JAARPLAN 2026

GEMEENTE BARNEVELD

doel 100% in 2050

Wat zegt de indicator? Op dit moment voldoen 39 buurten aan deze norm. 8 buurten voldoen nog niet. Deze norm heeft soms overlap met de vorige norm en een aantal van de locaties zijn in 2025 aangepakt. Ook zijn indirecte maatregelen genomen voor de wegen Gerard Doustraat, Hoofdstraat en Dorpsstraat. We liggen op koers om de doelstelling in 2050 te halen.

38

Bijlage A Uitleg bij de gebruikte data

 

Circulaire economie

Circulaire Economie Met het nieuwe Grondstoffenbeleidsplan (2025) zijn de doelstellingen voor Circulaire Economie aangescherpt. We streven naar: • Maximaal 100 kg fijn en grof restafval per inwoner in 2030 • Een recyclepercentage van 60% in 2030 De eerste doelstelling monitoren we met onderstaande indicator. Voor de tweede doelstelling is dit jaar nog geen actuele data beschikbaar. Deze indicator geeft inzicht in de gemiddelde hoeveelheid fijn restafval per inwoner. Het doel is om maximaal 100 kilogram fijn huishoudelijk restafval per inwoner in 2030 te hebben. Het Grondstoffenbeleidsplan is in 2025 vastgesteld, dus er zijn nog een aantal stappen te zetten voordat we richting het behalen van de doelstelling gaan.

Indicator 1 Huishoudelijk fijn en grof restafval per inwoner Afname van fijn en grof huishoudelijk restafval

Huishoudelijk grof en fijn restafval in kg per inwoner. Data uit 2024. doel 100kg in 2030 Verandering t.o.v. vorig jaar

133

127

133

2023

2024

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2025 EN JAARPLAN 2026

GEMEENTE BARNEVELD

39

Bijlage B Jaarplan 2025

 

Legenda Energie Duurzame Mobiliteit Klimaatadaptatie

Programma activiteiten dragen bij aan meerdere doelen en pakken we (tijdelijk) via programmaniveau op. Doel is de activiteiten te borgen in de reguliere organisatie.

Circulaire Economie

1

Goede voorbeeld

2

Duurzaam denken en doen

3

Iedereen meedoen

4

Met partners

5

Gebiedsgericht

6

Duidelijk verhaal

4

5

6

4

Q1 – Q3: Aanpak netcongestie

Biodiversiteit en Groen

Duurzaam Voedselsysteem

3

Programma activiteiten

2

In 2024 is veel gebeurd op het thema net­ congestie. Duidelijk is dat dit thema nog jaren speelt en dat we hier als organisatie goed op ingericht en voorbereid moeten zijn. Doel voor 2025 is om onze aanpak verder te ontwikkelen en deze vervolgens te borgen in de organisatie. Hierbij zullen we de gemeenteraad op de hoogte houden van de stand van zaken.

We werken steeds meer met het Afwegings­ kader duurzaamheid in projecten en begeleiden dit vanuit het Programma duurzaamheid. Doel voor 2025 is het gebruik en de doorontwikkeling van het afwegings­ kader in de standaardwerkwijze binnen projectmatig werken te borgen.

Heel 2024: Monitor doorontwikkelen De monitor van het Programma is klaar en delen we elk jaar. Tegelijkertijd is die continu in ontwikkeling. In 2025 zullen er meerdere beleidsstukken vastgesteld worden, die via het programma duurzaamheid gemonitord gaan worden. Denk in ieder geval aan het Klimaat­ adaptatieplan, Bomenbeleidsplan en het Grondstoffenbeleidsplan.

Q1-Q3: Toekomst programma in beeld Een brede consultatie in de organisatie en bij het bestuur zal leiden tot een voorstel voor de toekomst van het programma.

Thema Energie

Het jaar 2025 zal in het teken staan van nieuwe beleidsontwikkeling. Zowel provinciaal, regionaal, als lokaal. De provincie werkt aan de Energiebeleidsprogramma, de regio aan de herijking van de Regionale Energiestrategie, en als gemeente werken we aan de lokale Energievisie. Daarnaast ligt de focus op het concreet ondersteunen van bewoners, door woningisolatie te faciliteren en mensen te informeren over verduurzamingsmogeljikheden.

1 5

2

3

4

5

4

5

Heel 2025: Aanpak energie- en geldbesparing We helpen inwoners door de inzet van energie­ coaches aan huis; door besparingsacties te organiseren, brede informatievoorziening via het Energieloket en concreet en doelgroep­ gericht via de Lokale Isolatie Aanpak en de witgoedregeling (zie ook Hoofdstuk 4 Terugblik op 2024).

Thema Duurzame Mobiliteit

Ook in 2025 komen de activiteiten rondom Duurzame mobiliteit grotendeels voort uit de Bereikbaarheidsagenda van de regio Foodvalley. De reden hiervan is dat, waar mogelijk, de gemeenten binnen de regio Foodvalley samen optrekken rond dit thema. We hopen het thema, na vaststelling van de Omgevingsvisie, ook meer in plek in ons lokale beleid te geven.

6

6

Heel 2024: ‘De buurt in’ In 2024 zijn we gestart met laagdrempelig de buurt in te gaan. Dat zetten we voort in 2025. Het gaat om het aansluiten bij al georgani­ seerde momenten (door een buurt of vanuit andere gemeentelijke projecten), waarbij we als programma aanwezig zijn en ophalen wat er speelt. We zoeken hierbij de samenwerking met partners, zoals de Woningstichting.

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2025 EN JAARPLAN 2026

Het proces van doorontwikkeling van de RES is in het najaar van 2024 opgestart. Verwachte besluitvorming volgt medio 2025. Binnen de doorontwikkeling wordt gekeken of het nodig is om het huidige bod over de opwek van duur­ zame energie aan te passen.

3

5

Q1 – Q3: Borgen Afwegingskader duurzaamheid

3

Q1-Q3: Doorontwikkeling RES Foodvalley

GEMEENTE BARNEVELD

Q1-Q4 Opstellen en vaststellen Energiebeleidsprogramma We werken aan een Energiebeleidsprogramma ­ een (mogelijk) beleidsprogramma onder de Omgevingswet. Dit is een integraal beleids­ kader voor energie ­ elektriciteit en warmte, opwek en besparing en infrastructuur. Het is hiermee een opvolger van de Enregievisie en de Warmtevisie. Het Energiebeleidsprogramma is in lijn met en volgt na vaststelling van de Omgevingsvisie.

Q1: Vaststellen nieuwe Laadvisie Aanvankelijk zou de nieuwe laadvisie eind 2024 door het college worden vastgesteld maar de prognoses voor elektrisch vervoer zijn later beschikbaar dan verwacht. Daarom verwachten wij vaststelling van de nieuwe laadvisie nu begin 2025. Het stuk zal ter kennisname naar de raad worden gestuurd.

40

Bijlage B Jaarplan 2025

 

3

4

1

Heel 2025: Werkgeversaanpak mobiliteit Onder de noemer ‘Slim op weg werken partijen en organisaties in Regio Foodvalley samen aan slimme, gezonde en duurzame mobiliteit. Voor werkgevers worden bijeenkomsten en activiteiten georganiseerd over duurzame mobiliteit. Daarnaast is een mobiliteitsmakelaar beschikbaar die graag meedenkt met werk­ gevers die aan de slag willen met mobiliteits­ beleid. Via het platform Love to Ride kunnen werknemers, afdelingen en organisaties fiets­ challenges aangaan en mooie prijzen winnen.

1

2

5

6

Q3- Q4: Uitwerking Omgevingsprogramma bereikbaarheid Naar verwachting kan begin 2025 worden gestart met de uitwerking van de Omgevings­ visie naar een beleidsprogramma Bereikbaar­ heid. Dit Omgevingsprogramma zal de opvolger zijn van het GVVP uit 2017.

Thema Klimaatadaptatie

2025 is het eerste jaar dat we gaan werken aan de uitvoering van het Klimaatadaptatieplan. De focus is allereerst om die uitvoering te concretiseren in het eerste uitvoeringsplan Klimaatadaptatie. Dit omvat een samenhangend pakket van (niet)-infrastructurele maatregelen met een uitgewerkt inzicht in de benodigde middelen en capaciteit.

1

3

Heel 2025: Reconstructie Hoevelakenseweg Dit is een lopende activiteit. Zie hoofdstuk 4 Terugblik op 2024.

2

5

Heel 2025: Vaststellen Klimaatadaptatieplan en opstellen (en uitvoeren) uitvoeringsplan De vaststelling van het Klimaatadaptatieplan door de raad staat voor maart 2025 op de planning. In het Klimaatadaptatieplan worden nieuwe normen weergegeven en maatregelen voorgesteld om tot onze doelen te komen. Zie het klimaatadaptatieplan voor de activiteiten die in 2025 uitgevoerd gaan worden.

1

2

6

Q4: Vaststellen Bomenbeleidsplan Dit schuift door vanuit 2024. Het belangrijkste doel van het Bomenbeleidsplan is het behouden en ontwikkelen van bomen. Vaststelling door het college staat gepland voor oktober 2025 en de verwachting is dat het plan door de gemeenteraad in december 2025 wordt behandeld.

2

3

Heel 2025: Reconstructie Wolweg Dit is een lopende activiteit. Zie hoofdstuk 4 Terugblik op 2024.

Thema Biodiversiteit en Groen

5

5

6

Q3: Vaststellen Landschapsplan In 2024 is gestart met het opstellen van het Landschapsplan. Dit loopt door in 2025 en zal worden vastgesteld nadat de Omgevingsvisie is vastgesteld. Het Landschapsplan vertaalt de Omgevingsvisie naar de ontwikkeling van het landschap.

Thema Circulaire Economie Ook in 2025 werken we aan de uitvoering van het Biodiversiteitsplan. We werken dit jaar aan het betrekken van inwoners bij het uitbreiden van groen in onze gemeente. Ook zoeken we zoeken intern steeds meer de samenwerking, van beleid tot aan beheer en onderhoud.

3

4

6

Heel 2025: uitvoeren Biodiversiteitsplan Ook in 2025 gaan we aan de slag met groene initiatieven. Zo delen we in samenwerking met Stichting Landschapsbeheer Gelderland heggen, hagen en houtwallen uit onder inwoners en werken we aan het opzetten van een groen netwerk met externe partijen. Deze activiteiten zijn nog onder voorbehoud van een te ver­ lenen subsidie door de Provincie Gelderland. Ook breiden we de communicatie over inheemse mengsels en het maaibeleid uit. We maken een nulmeting biodiversiteit op verschillende locaties, om zo te kunnen monitoren wat het effect van ons beleid is.

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2025 EN JAARPLAN 2026

In 2025 blijven we werken aan de uitvoering van de Actieagenda Circulaire Economie. We sluiten slim aan bij bestaande processen en nemen deel aan Living Lab Foodvalley, waarbij we samenwerken met regiogemeentes.

GEMEENTE BARNEVELD

1

1

2

6

Q1-Q4 :Onderzoek Circulaire mogelijkheden project Grondbank + monitoring De nieuwe grondbank wordt naar een andere locatie verplaatst. Hiervoor wordt gekeken naar mogelijke manieren om circulariteit toe te passen zoals het maken van eigen compost en teelgrond.

1

2

6

Q1-Q4 :Circulaire uitvoeringseisen van eigen vastgoed ontwikkelingen + monitoring Om meer circulaire maatregelen te nemen in eigen vastgoedontwikkelingen, onderzoeken we op welke manier circulariteit kan worden meegenomen in de standaard uitvoerings­ eisen van vastgoedprojecten. Eén onderdeel hiervan is het onderzoeken naar de mogelijk­ heden van restwaarde voor maatschappelijk vastgoed.

1

2

6

Q1: Week van de circulariteit campagne met verschillende evenementen en communicatie In deze landelijke week van de circulariteit organiseren we meerdere activiteiten en evenement binnen de gemeente Barneveld.

6

Q1-Q4 :Hernieuwing grondstoffen beleidsplan + monitoring Het grondstoffenbeleidsplan wordt in 2025 hernieuwd. Hierbinnen heeft circulariteit duidelijk een plek gekregen. Een onderdeel hiervan is het uitvoeren van een onderzoek naar potentie voor een bouwkringloop.

1

2

6

Q1-Q4 Onderzoek naar de mogelijkheden voor toepassingen biobased bouwen Samen met de betrokken partijen gaan we in 2025 verder werken aan kansen rondom biobased bouwen en de vragen die daarbij komen kijken. Hiervoor werken we samen met organisaties zoals Building Balance, Cirkelstad en Foodvalley Living Lab, ondernemers, corporaties, ontwikkelaars en agrariërs.

41

Bijlage B Jaarplan 2025

 

Thema Duurzaam Voedselsysteem

2025 is het jaar waarin het Programma Waardevol Landelijk Gebied voor het eerst actief is. Het thema ‘Duurzaam Voedselsysteem’ is hierin opgenomen. De activiteiten onder het thema ‘Duurzaam Voedselsysteem’, zullen vanaf nu worden weergegeven in het jaarplan van het Programma Waardevol Landelijk Gebied bij het thema ‘Voedsel voor een gezond leven’

1

2

5

6

Q1- Q4 Intensiveren samenwerking programma’s Waardevol landelijk gebied en Duurzaamheid De verbinding tussen beide programma’s is groot en zien we op vrijwel alle duurzaam­ heidsthema’s terug. Dat maakt dat we ons komend jaar gaan richten op de samen­ werking tussen de twee programma’s en deze versterken.

PROGRAMMA DUURZAAMHEID · VOORTGANGSRAPPORTAGE 2025 EN JAARPLAN 2026

GEMEENTE BARNEVELD

42

 

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=439a026e-df1e-4e3d-bc00-30e7b328a083