CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-3.18 Besluit B&W subsidieregeling lokale aanpak isolatie d.d. 10-9-24

Commissie Samenleving 9 oktober 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Subsidieregeling lokale aanpak isolatie13.994 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aandachtsgebied: Leefomgeving Team Beleid Leefomgeving Behandelaar: M. Burgstaller Telefoonnummer: 0625190599 Onderwerp:

Voorstelnr. 3678 Barneveld, 17 september 2024 Portefeuillehouder: J. de Heer-Verheij

Lokale aanpak isolatie Barneveld 2024 (SDO-BUR)

Gevraagde beslissing: 1. In te stemmen met de subsidieregeling voor de Specifieke Uitkering (SpUk) Lokale Aanpak Isolatie (conform bijlage 1). 2. Vaststellen van de memo aan de raad (conform bijlage 2) 3. Vaststellen mandaatregeling (conform bijlage 3) 4. De raad te informeren via rubriek B van de lijst met ingekomen stukken van de gemeenteraad.

1. Inleiding De Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening publiceerde in het kader van het Nationaal Isolatieprogramma in februari 2023 de regeling specifieke uitkering voor isolatie van slecht geïsoleerde koopwoningen (de SpUk Lokale Aanpak Isolatie). Slecht geïsoleerde woningen zijn woningen met een energielabelklasse D, E, F of G of woningen met een voor die labelklassen vergelijkbare energetische staat, waarin ten minste twee bestaande bouwdelen niet of slecht geïsoleerd zijn. In de gemeente Barneveld betreft dit ruim 5600 koopwoningen. Doel is om de particuliere eigenaar, die tevens het pand bewoont (de zogenaamde ‘eigenaar-bewoner’), en met name die eigenaar-bewoners die om financiële redenen moeite hebben om deel te nemen aan de warmtetransitie, te ondersteunen bij het energetisch verduurzamen van hun woning. Voor nadere context wordt verwezen naar het isolatieprogramma, dat is toegevoegd als bijlage 4. Na collegebesluit o.b.v. Dossier 2790 d.d. 22 augustus 2023 is eind augustus 2023 een aanvraag ingediend bij RVO, inclusief isolatieprogramma als onderbouwing van de aanvraag. Deze aanvraag is toegekend; met de ontvangen gelden kan de gemeente Barneveld een subsidieregeling in werking stellen.

Dit collegevoorstel richt zich op de subsidieregeling die toegepast zal worden door de gemeente Barneveld tussen medio oktober 2024 en eind 2026 bij de uitvoering van de SpUk Lokale Aanpak Isolatie.

2. Beoogd effect 2.1 Meetbaar effect De gemeente Barneveld heeft in december 2023 binnen de 1e tranche van de SpUk Lokale Aanpak Isolatie een uitkering van €638.709,- toegekend gekregen, en kan deze gelden met behulp van de subsidieregeling beschikbaar stellen aan eigenaar-bewoners. In de meest optimale situatie worden minimaal 364 woningen geïsoleerd, wat inhoudt dat ze zijn voorzien van ten minste één isolatiemaatregel voor het eind van 2026.

2.2 Maatschappelijk effect Het maatschappelijk effect van de subsidieregeling is dat inwoners in het bezit van een koopwoning, met weinig financiële middelen en/of een lage kredietwaardigheid, door de genomen maatregel(en) een lager energieverbruik (en daarmee lagere energielasten) hebben.

3. Argumenten

-21.1 Deelname aan de regeling draagt bij aan de uitvoering van de gemeentelijke Warmtevisie. Inwoners met een slecht geïsoleerde eigen woning, die, door financiële beperkingen, niet zelf deze woning energetisch kunnen verduurzamen, krijgen door deze regeling de gelegenheid om hun woning wel te verduurzamen. Daardoor versterkt deelname aan de regeling de uitvoering van de Warmtevisie. 1.2 Gebruik maken van de regeling voorkomt energiearmoede. Het lagere energieverbruik, wat het verwachte resultaat van deze verduurzamingsstap is, zal normaal gesproken tot lagere energielasten leiden. Daardoor levert deze regeling een bijdrage aan het voorkomen en bestrijden van energie-armoede. 1.3 Deelname aan de regeling draagt bij aan andere gemeentelijke beleidsdoelstellingen. Met het ten uitvoer brengen binnen de gemeente van de regeling wordt een koppeling gemaakt met het beleidsplan van het Sociaal Domein “Mensen voorop”, met name de doelen rond het tegengaan van problematische schulden.

4. Kanttekeningen 1.1. De deelname is niet in te schatten. Het is niet in te schatten hoeveel eigenaar-bewoners van de ruim 5600 slecht geisoleerde koopwoningen in de gemeente Barneveld zullen deelnemen aan de regeling. Immers, het betreft een nieuwe regeling en er is nog geen inzicht in hoeverre een dergelijke regeling in een behoefte voorziet. Dat zal moeten blijken. Het vermoeden is dat er wel degelijk interesse in deelname zal zijn, aangezien deelname in principe geen eigen vermogen vergt, omdat er gebruikt gemaakt wordt van subsidie. Mocht er eventueel meer interesse zijn vanuit eigenaar-bewoners dan waaraan conform de toegekende uitkering kan worden voldaan, dan kan de gemeente een aanvraag indienen voor een volgende tranche. 1.2 Benodigde ambtelijke inzet is afhankelijk van succes van de regeling. Over de benodigde ambtelijke capaciteit is nog geen concrete inschatting te maken. Dit vanwege twee redenen, namelijk: - het feit dat de gemeente nog geen ervaring heeft met de uitvoering van een soortgelijke regeling; - omdat het nog niet duidelijk is hoeveel bewoners gebruik zullen maken van de regeling.

Om dit risico af te dekken is een externe projectleider aangesteld (gefinancierd vanuit het budget van de Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat - en energiebeleid, oftewel CDOKE-middelen) en voor de uitvoering is het Regionale Energieloket gecontracteerd, die ervaring heeft met de uitvoering van soortgelijke regelingen.

5. Financiën 5.1 Subsidiegelden Met het toegekende bedrag in deze 1e tranche van € 638.709 beoogt de gemeente Barneveld een doelbereik van 364 woningen, wat een gemiddeld subsidiebedrag per woning inhoudt van € 1.460. Het maximale subsidiebedrag per woning is € 4.000. De uitvoering van de isolatiemaatregelen moet eind 2026 afgerond zijn. Subsidiegeld wat onbenut blijft wordt teruggevorderd door de minister.

Voor de SpUk LAI is geen andere besteding mogelijk dan voor de duurzame renovatie van slecht geïsoleerde koopwoningen met een WOZ-waarde onder de € 439.000,-. De gemeente heeft de SpUk subsidie aangevraagd om koopwoningen met een WOZ-waarde onder de € 439.000,- te voorzien van ten minste 1 isolatiemaatregel. Onder deze voorwaarden is de subsidie toegekend.

-3-

5.2 Projectkosten De proceskosten van de regeling (projectmanagement, huisbezoeken, monitoring, subsidieverstrekking en verwerking) worden gefinancierd vanuit het budget van de Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat - en energiebeleid (oftewel CDOKE-middelen). De subsidiegelden à €638.709 kunnen zo volledig worden ingezet voor het uitvoeren van isolatiemaatregelen bij eigenaar-bewoners.

6. Participatie en communicatie a) Participatie Bij het tot uitvoering brengen van de regeling zal de doelgroep betrokken worden bij de opzet daarvan middels een testpanel. Zo worden leden van de doelgroep betrokken bij het opstellen van wervingsbrieven en bij het uitwerken van de verdere benadering van de doelgroep.

b) Communicatie Om de doelgroep te enthousiasmeren voor deelname aan de regeling zal vanaf medio oktober de doelgroep met de juiste middelen, argumenten en toon geïnformeerd worden over het aanbod.

7. Vervolgstap 7.1 Planning De beoogde start van de subsidieregeling is medio oktober dit jaar. Het aanbod om deel te nemen aan de regeling zal vanaf dan worden gecommuniceerd aan de doelgroep.

7.2 Evaluatie/controle Middels een halfjaarlijkse voortgangsrapportage, verplicht binnen de SpUk-regeling, zal de projectvoortgang gemonitord worden, zodat helder is bij hoeveel koopwoningen welke energiebesparende isolatiemaatregelen zijn aangebracht en welk bedrag aan subsidie er reeds is uitgekeerd.

8. Bijlagen 1 - Subsidieregeling lokale aanpak isolatie gemeente Barneveld 2 - Raadsmemo 3 - Mandaatregeling 4 - Isolatieprogramma, als onderbouwing van de aanvraag

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld tot vaststelling van de Subsidieregeling lokale aanpak isolatie gemeente Barneveld Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld; Overwegende dat het noodzakelijk is nadere regels vast te stellen voor het verlenen van subsidie voor de lokale aanpak isolatie Barneveld; gelet op artikel 156, lid 3 van de Gemeentewet en artikel 3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Barneveld; mede gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; besluit: vast te stellen de Subsidieregeling lokale aanpak isolatie gemeente Barneveld:

Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen en doel regeling Artikel 1. Algemene bepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. ASV: Algemene subsidieverordening gemeente Barneveld; b. bouwbedrijf: bedrijf dat in een handelsregister van een lidstaat van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte is ingeschreven in de sectie bouwnijverheid of een vergelijkbare sectie; c. bouwinstallatiebedrijf: bedrijf dat in een handelsregister van een lidstaat van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte is ingeschreven in de sectie bouwinstallatiebedrijf of een vergelijkbare sectie; d. collectieve inkoopactie: collectieve inkoopactie namens de gemeente Barneveld voor energiebesparende isolerende maatregelen. Deze actie organiseert de gemeente in samenwerking met een externe partij die op de gemeentelijke website ten behoeve van de actie staat genoemd; e. eigenaar-bewoner: een natuurlijke persoon die eigenaar én bewoner is van een als woning gebruikte onroerende zaak en die een grondgebonden woning in eigendom heeft waarin hij zijn hoofdverblijf heeft of, direct na renovatie van deze woning waaronder mede begrepen de realisatie van de activiteiten waarvoor subsidie op grond van deze regeling is aangevraagd, zal hebben; f.

energetisch verbeteren: het nemen van één of meer bouwkundige aanpassingen aan een woning zodat de woning energiezuiniger wordt en meer wooncomfort biedt, te weten het vervangen van enkelglas door minimaal HR++ glas, het isoleren van dak, vloer en/of muurisolatie; g. grondgebonden woning: een woning die rechtstreeks toegankelijk is op het straatniveau en waarvan één van de woonlagen aansluit op het maaiveld; h. maatregelen: maatregelen die de energievraag van een woning reduceren, zoals spouwmuur- of glasisolatie; i. maatregelenlijst: de lijst met voor subsidie in aanmerking komende maatregelen inclusief criteria waaraan deze maatregelen moeten voldoen, zoals weergegeven in bijlage 1 bij deze regeling; j. minimuminkomen: een inkomen tot en met 120% van het sociaal minimum;

midden of hoger inkomen: een inkomen dat meer bedraagt dan 120% van het sociaal minimum; slecht geïsoleerde woning: - een woning met een energielabelklasse D, E, F, of G of; - een woning met een voor die labelklassen vergelijkbare energetische staat, waaronder wordt verstaan een woning waarin ten minste twee van de volgende bestaande bouwdelen niet of slecht geïsoleerd zijn op (bijlage 2): - de vloer en de bodem; - de gevel, waaronder de spouwmuur; - het dak en de zoldervloer en vlieringvloer; - de ramen. m. woning: bestaande woongelegenheid in de gemeente Barneveld als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet, die als zodanig bewoond is geweest alvorens een renovatie plaatsvindt en in de basisregistratie als bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen met een woonfunctie is geregistreerd; n. WOZ-waarde: de waarde van een woning zoals die volgens de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld. k.

l.

Artikel 2. Doelstellingen De gemeente Barneveld zet zich actief in om de CO2-uitstoot te verminderen door inwoners en bedrijven te stimuleren energiebesparende maatregelen in de woning of het bedrijf te nemen. Deze subsidieregeling heeft als doel grondgebonden woningen met de laagste energielabels in Barneveld een sprong te laten maken in de verduurzaming van hun woning door het versneld energetisch verbeteren ervan. Dit door het nemen van energiebesparende isolatiemaatregelen te weten: het aanbrengen van isolerend glas, het isoleren van dak, vloerisolatie, gevelisolatie eventueel in samenhang met energiezuinige ventilatiemaatregelen. De maatregelen worden getroffen in slecht geïsoleerde, grondgebonden woningen van eigenaar-bewoners onder de gestelde WOZ-waarde in de Rijksregeling specifieke uitkering lokale aanpak isolatie.

Artikel 3. Doelgroepen, subsidiabele kosten en subsidieplafond 1. De subsidieregeling is opgesteld voor drie verschillende doelgroepen: •

Doelgroep 1: Extra ondersteuning. Voor een subsidie van maximaal € 4.000,- , komen in aanmerking Barneveldse eigenaar-bewoners die voldoen aan de volgende voorwaarden: - hun grondgebonden woning is slecht geïsoleerd; en - één van de eigenaar-bewoners van de betreffende woning komt in aanmerking voor een energietoeslag op grond van de Beleidsregels eenmalige energietoeslag 2023 gemeente Barneveld; of - één van de eigenaar-bewoners van de betreffende woning maakt gebruik van schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; of - jegens één van de eigenaar-bewoners van de betreffende woning is een schuldsaneringsregeling uitgesproken als bedoeld in artikel 284, eerste lid, van de Faillissementswet; of - één van de eigenaar-bewoners van de betreffende woning ontvangt bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 35, eerste of vierde lid, van de Participatiewet.

•

Doelgroep 2a: voor subsidie van maximaal € 1.500,- komen in aanmerking Barneveldse eigenaarbewoners waarbij voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: - de grondgebonden woning is slecht geïsoleerd; en - de betreffende woning had in 2022 een WOZ-waarde lager dan € 439.000.

•

Doelgroep 2b: voor een gesubsidieerd isolatie adviesgesprek ter waarde van € 300,- komen in aanmerking Barneveldse eigenaar-bewoners waarbij voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: - de grondgebonden woning is slecht geïsoleerd; en - de betreffende woning had in 2022 een WOZ-waarde hoger dan €439.000.

2. Aan doelgroep 1 en doelgroep 2a kan subsidie worden verstrekt als tegemoetkoming voor het nemen van energiebesparende isolatiemaatregelen te weten: a. het isoleren van de vloer en de bodem (minimale rd waarde m2K/w van 3,5); b. het isoleren van de gevel van binnen of buiten (naar een minimale rd waarde m2K/w van 3,5), waaronder de spouwmuur; c. het isoleren van het dak, inclusief het isoleren van de zoldervloer en vlieringvloer (naar een minimale rd waarde m2K/w van 3,5); d. het isoleren van de ramen zoals beschreven in bijlage 1 door het vervangen van enkel, dubbelglas of HR glas door HR++ glas of triple glas; e. het aanbrengen van CO2-gestuurde ventilatie of balansventilatie met warmteterugwinning (WTW) Bij deze maatregelen worden de definities en waarden uit bijlage 1 gehanteerd die gebaseerd zijn op de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) bij woningeigenaren. De subsidiabele activiteiten dienen te voldoen aan de zoals in bijlage 1 omschreven minimale isolatiewaarden en oppervlaktes om in aanmerking te komen voor een subsidie-uitkering. Deze voorwaarden zijn in lijn met de LAI regeling zoals opgesteld door RVO. Eventuele wijzigingen op de LAI regeling door RVO hebben ook invloed op deze subsidieregeling. 3.

Uitsluitend kosten die naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk en redelijk zijn voor de aangevraagde activiteiten komen in aanmerking voor subsidie. 4. Niet subsidiabel zijn: - kosten van isolatiemaatregelen aan huurwoningen; - extra kosten voor uitbreiding of verplaatsing van de huisvesting; - kosten van isolatiemaatregelen die uitgevoerd zijn voor 1 januari 2024; - maatregelen die door de eigenaar-bewoner zelf zijn uitgevoerd; - maatregelen die alleen worden uitgevoerd aan uitbreidingen van de woning, zoals een schuur, garage of bijgebouw; - maatregelen die worden uitgevoerd aan appartementen die lid zijn van een VvE - maatregelen die worden uitgevoerd om gebouwen (zoals utiliteitsgebouwen, kantoren, kerken) te transformeren naar huurwoningen.

Artikel 4. Subsidieplafond Het subsidieplafond voor deze regeling wordt vastgesteld op € 638.709. Voor zover het subsidieplafond niet toereikend is om alle aanvragen die in aanmerking komen voor een subsidie toe

te kennen wordt het beschikbare bedrag verdeeld op volgorde van ontvangst van de aanvragen tot het beschikbare budget is bereikt. De datum van ontvangst is de datum waarop de aanvraag volledig is ingediend.

Artikel 5. Algemene subsidievoorwaarden 1. Subsidie wordt alleen verstrekt aan natuurlijke personen, die behoren tot één van de doelgroepen, genoemd in artikel 3, eerste lid. 2. Het is voor doelgroep 1 en doelgroep 2a mogelijk om subsidie aan te vragen voor maatregelen, uitgevoerd door een gekwalificeerd bedrijf, met inachtneming van de maximale subsidiebedragen zoals gedefinieerd in artikel 4; 3. De energiebesparende maatregel(en) en/of diensten zijn uitgevoerd/toegepast in, aan of op de bestaande woning van de aanvrager. 4. De energiebesparende maatregelen moeten zijn uitgevoerd in de bestaande thermische schil van de woning (bv. niet in een nieuwe uitbouw); 5. Het eindresultaat van de isolatie leidt voor de onderdelen a, b en c van artikel 3 lid 2 tot de minimale gevraagde isolatiewaarde per maatregel zoals aldaar vermeld. 6. Het te verstrekken subsidiebedrag is gelijk aan de totale kosten van de aangevraagde subsidiabele maatregel(en), met inachtneming van de maximale subsidiebedragen zoals genoemd in artikel 3, eerste lid. 7. De aanvrager dient, voordat subsidie in het kader van de onderhavige regeling wordt verstrekt, in het bezit te zijn van alle eventueel noodzakelijke vergunningen met betrekking tot de uitvoering van de betreffende maatregelen. 8.

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan eigenaar-bewoners die een aanvraag hebben ingediend en binnen de beschreven doelgroepen vallen. 9. Subsidie wordt alleen verstrekt voor maatregelen die voorkomen op de maatregelenlijst en die voldoen aan bijbehorende kwaliteitscriteria zoals beschreven in bijlage 1; 10. Subsidie kan worden gecombineerd met andere subsidieregelingen die hetzelfde doel dienen als deze regeling (zoals de ISDE).

Artikel 6. Aanvraagprocedure 1. Een aanvraag wordt ingediend via www.regionaalenergieloket.nl/isolatieacties middels een ontvangen unieke bewonerscode. Een aanvraag kan worden ingediend tot en met 31 december 2026; 2. Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend met ingang van 14 oktober 2024; 3. Aanvragen kunnen worden ingediend voorafgaand aan het treffen van maatregelen. Als de maatregelen tussen 1 januari 2024 en 14 oktober 2024 zijn uitgevoerd dan kunnen aanvragen daarvoor ook achteraf worden ingediend. In dat geval dienen bij het aanvraagformulier de volgende documenten te worden aangeleverd: a. de factuur van het erkende installatiebedrijf met daarop vermeld: KVK nummer bedrijf, factuurbedrag, factuurnummer, gegevens uitvoerend bedrijf, vierkante meters, meldcode; b. een kopie van het betalingsbewijs c. het IBAN-nummer en de tenaamstelling van de eigenaar-bewoner; d. foto’s van de geïsoleerde bouwdelen na uitvoering van de energiebesparende maatregelen;

4.

Indien de inwoner zelf kiest voor een bouwbedrijf, dienen bij het aanvraagformulier na het treffen van de maatregelen de volgende documenten te worden aangeleverd: a. de factuur van het erkende installatiebedrijf met daarop vermeld: KVK nummer bedrijf, factuurbedrag, factuurnummer, gegevens uitvoerend bedrijf, vierkante meters, meldcode; b. een kopie van het betalingsbewijs c. het IBAN-nummer en de tenaamstelling van de eigenaar-bewoner; d. foto’s van de geïsoleerde bouwdelen na uitvoering van de van energiebesparende maatregelen; 5. Alleen volledig ingevulde, gedagtekende en ondertekende aanvraagformulieren met offerte of koopovereenkomst worden in behandeling genomen.

Artikel 7. Subsidieverlening a. Het college beslist op een aanvraag om subsidie binnen acht weken na datum van binnenkomst. Deze termijn kan eenmaal met tien weken worden verlengd; b. Het verleningsmoment bij de collectie inkoopactie vindt plaats door middels van het ondertekenen van de offerte door de inwoner. c. Voor aanvragen als bedoeld in artikel 6, derde lid, is de beschikking tot de subsidieverlening tevens de beschikking tot subsidievaststelling.

Artikel 8. Weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 9 van de ASV wordt een aanvraag voor subsidie geweigerd indien: a. op het adres door of namens burgemeester en wethouders reeds eerder subsidie is verleend op grond van deze subsidieregeling; b. niet voldaan wordt aan de algemene subsidievoorwaarden zoals omschreven in artikel 5.

Artikel 9. Subsidievaststelling a. Het college stelt de subsidie vast na indiening van het daartoe bestemde formulier; b. Het vaststellingsmoment bij de collectieve inkoopactie vindt plaats door middel van betaling van het subsidiebedrag door de uitvoerende organisatie aan het bouwbedrijf. c. Het subsidiebedrag wordt vastgesteld binnen acht weken nadat het vaststellingsformulier is ingediend, en na vaststelling binnen vier weken betaalbaar gesteld.

Hoofdstuk 2 Collectieve inkoop Artikel 10. Subsidiabele activiteiten en kosten Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen voor het nemen van energetische verbeteringen aan een grondgebonden woning, eventueel in combinatie met energiezuinige ventilatiemaatregelen zoals aangeboden in de collectieve inkoop die namens de gemeente Barneveld wordt uitgevoerd.

Artikel 11. Subsidievoorwaarden Om in aanmerking te komen voor subsidie in het kader van collectieve inkoop dient in aanvulling op het bepaalde in hoofdstuk 1 aan de volgende voorwaarden te worden voldaan: a. de energiebesparende isolatiemaatregel wordt via de collectieve inkoopactie van de gemeente Barneveld aangeschaft en; b. de uitbetaling van de subsidie vindt plaats rechtstreeks aan het installatiebedrijf na uitvoering van de maatregelen, tenzij maatregelen zijn uitgevoerd tussen 1-1-2024 en 14-10-2024; deze hebben de inwoners zelf al betaald.

Hoofdstuk 3 Zelf gekozen bouwbedrijf of bouwinstallatiebedrijf Artikel 12. Subsidiabele activiteiten en kosten Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen voor de energiebesparende isolatiemaatregelen die zijn uitgevoerd door een bouwbedrijf of bouwinstallatiebedrijf, die door de aanvrager gekozen is.

Artikel 13. Subsidievoorwaarden 1. Om in aanmerking te komen voor subsidie dient in aanvulling op het bepaalde in hoofdstuk 1 aan de volgende voorwaarde te worden voldaan, als de aanvrager zelf kiest voor een bouwbedrijf of bouwinstallatiebedrijf dat de betreffende maatregelen uitvoert: het eindresultaat van de isolatie leidt tot de minimale gevraagde isolatiewaarde per maatregel zoals vermeld in artikel 3, tweede lid van deze regeling. Dit dient te worden aangetoond met een factuur, waarin de aannemer of glaszetter verklaart welke energiewaarde bereikt wordt door de maatregelen. 2. De uitbetaling van de subsidie vindt rechtstreeks aan de aanvrager zelf plaats.

Artikel 14. Verplichtingen Steekproefsgewijs worden er controles uitgevoerd op de gerealiseerde maatregelen. De aanvragers die de subsidie hebben ontvangen zijn verplicht hieraan mee te werken.

Hoofdstuk 4 Overige bepalingen Artikel 15. Hardheidsclausule In het geval van doelgroep 1 als bedoeld in artikel 3, eerste lid, kan het college besluiten om in het voordeel van de aanvrager af te wijken van het maximumbedrag van € 4000,- als die afwijking ten hoogste 20% bedraagt.

Artikel 16. Slotbepaling a. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dag van de bekendmaking ervan. b. Deze regeling is geldig tot en met 31 december 2026. c. Deze regeling blijft van toepassing op de afwikkeling van subsidies die voor de vervaldatum op basis van deze regeling zijn verleend en op bezwaar- en beroepsprocedures ten aanzien van die subsidies. Deze regeling blijft eveneens van toepassing op aanvragen om subsidies waarop voor de vervaldatum nog niet is beslist. d. Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling lokale aanpak isolatie gemeente Barneveld. Aldus vastgesteld op 17 september 2024, Het college voornoemd, de secretaris,

de burgemeester,

W. Wieringa

J. van der Tak

Bijlage 1: De maatregelenlijst voor isoleren door een erkend installatiebedrijf De subsidiabele activiteiten zoals gedefinieerd in artikel 3.2 dienen te voldoen aan de volgende minimale isolatiewaarden en oppervlaktes om in aanmerking te komen voor een subsidie-uitkering. Deze voorwaarden zijn in lijn met de LAI regeling zoals op gesteld door het RVO. Eventuele wijzigingen op de LAI regeling door RVO hebben ook invloed op deze subsidieregeling. Zie https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/spuk-lokale-aanpak-isolatie. Dakisolatie, dan wel zolder- of vlieringsisolatie • • •

Ten minste 20m2; Isolatiemateriaal met een Rd-waarde van ten minste 3,5 m2K/W; Lokaal gespoten PIR of PUR gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen;

Gevelisolatie • •

Ten minste 10 m2 van bestaande binnen- of buitengevel; Isolatiemateriaal met een Rd-waarde van ten minste 3,5 m2K/W;

Glas-, kozijnpaneel- of deurisolatie • • •

Ten minste 8 m2; Glas, kozijnpanelen of deuren vervangen door HR++ glas, eventueel in combinatie met nieuwe kozijnpanelen of nieuwe isolerende deuren met een Ud- waarde van ten hoogste 1,5 W/m2K, of; Glas, kozijnpanelen of deuren vervangen door triple-glas, in combinatie met nieuw isolerend kozijn met Uf-waarde van ten hoogste 1,5 W/m2K, eventueel in combinatie met nieuwe kozijnpanelen of nieuwe isolerende deuren met Ud-waarde van ten hoogste 1 W/m2K.

Spouwmuurisolatie • • •

Ten minste 10 m2 mits natuurvrij gemaakt; Isolatiemateriaal met een Rd-waarde van ten minste 1,1 m2K/W; PIR of PUR alleen met HFK-vrije blaasmiddelen

Vloer- of bodemisolatie • • •

Ten minste 20 m2; Isolatiemateriaal met een Rd-waarde van ten minste 3,5 m2K/W; Lokaal gespoten PIR of PUR gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen.

Ventilatiemaatregelen •

De bovenstaande maatregelen kunnen eventueel gecombineerd worden met het voor de eerste keer aanleggen van een systeem voor een CO2-gestuurde ventilatie, of het voor de eerste keer aanleggen van een systeem voor balansventilatie met warmteterugwinning met een rendement van ten minste 90%.

Bijlage 2: Slecht geïsoleerde bouwdelen Een bouwdeel is slecht geïsoleerd als de waardes gelijk of lager zijn dan de waardes in de rechterkolom van de onderstaande tabel.

Bouwdeel

Wanneer aanpakken?

Indicatie dikte of RC of U-waarde

Dak, hellend/plat

Geen, slechte en matige isolatie

Minder dan 9 cm aanwezig / een Rc ≤ 2,0

Dak, zolder-

Als er geen zolder-

Rc ≤ 0,5

/vlieringvloerisolatie

/vlieringvloerisolatie aanwezig is

Gevel

Geen spouwmuurisolatie, voorzetwand of buitengevelisolatie aanwezig

Rc ≤ 1,1

Vloer/bodemisolatie

Geen of slechte vloer- en bodemisolatie aanwezig

Minder dan 5cm aanwezig, Rc ≤ 1,3

Glas

Enkel glas, oud dubbelglas en HR glas

Ug waarde ≥ 1,6

Raadsmemo Subsidieregeling lokale aanpak isolatie gemeente Barneveld

Datum:

Onderwerp:

Ter attentie van:

Afzender:

10 september 2024

Subsidieregeling lokale aanpak isolatie gemeente Barneveld De Raad College van Burgemeester en Wethouders

Portefeuillehouder

J. de Heer-Verheij

Mail behandelaar

m.burgstaller@barneveld.nl Telefoonnummer 06-25190599

Samenvatting Dit memo betreft de Subsidieregeling voor de specifieke uitkering voor isolatie van slecht geïsoleerde koopwoningen (de SpUk Lokale Aanpak Isolatie). Aanleiding De regeling specifieke uitkering voor isolatie van slecht geïsoleerde koopwoningen (de SpUk Lokale Aanpak Isolatie) bestaat in het kader van het Nationaal Isolatieprogramma. Doel is om de particuliere eigenaar, die tevens het pand bewoont (de zogenaamde ‘eigenaar-bewoner’), te ondersteunen bij het energetisch verduurzamen van hun slecht geïsoleerde koopwoning. In de gemeente Barneveld betreft dit ruim 5600 koopwoningen. De SpUK richt zich met name op die eigenaar-bewoners die om financiële redenen moeite hebben om deel te nemen aan de warmtetransitie. In 2023 is een aanvraag (inclusief isolatieprogramma als onderbouwing) ingediend bij RVO, na collegebesluit o.b.v. Dossier 2790 d.d. 22 augustus 2023. Deze aanvraag is toegekend en de gelden zijn ontvangen. Met deze subsidieregeling wil de gemeente Barneveld de regeling in werking stellen. Doel De raad te informeren over de subsidieregeling die van kracht is bij de uitvoering van de SpUk Lokale Aanpak Isolatie tussen medio oktober 2024 en eind 2026.

Inhoud memo De gemeente Barneveld heeft in december 2023 binnen de 1e tranche van de SpUk Lokale Aanpak Isolatie een uitkering van €638.709,- toegekend gekregen, en kan deze gelden met behulp van de subsidieregeling beschikbaar stellen aan eigenaar-bewoners. In de meest optimale situatie worden minimaal 364 woningen geïsoleerd, wat inhoudt dat ze zijn voorzien van ten minste één isolatiemaatregel voor het eind van 2026.

De subsidieregeling is opgesteld voor drie verschillende doelgroepen: 1.

Doelgroep 1: Extra ondersteuning. Voor een subsidie van maximaal € 4.000,- , komen in aanmerking Barneveldse eigenaar-bewoners met een slecht geïsoleerd grondgebonden koopwoning die in aanmerking komen voor een energietoeslag, gebruik maken van schuldhulpverlening of schuldsaneringsregeling of bijzondere bijstand ontvangen.

2a. Doelgroep 2a: Voor een subsidie van maximaal € 1.500,- , komen in aanmerking Barneveldse eigenaar-bewoners met een slecht geïsoleerd grondgebonden koopwoning met in 2022 een WOZ-waarde lager dan € 439.000. 2b. Doelgroep 2b: Voor een gesubsidieerd isolatie adviesgesprek ter waarde van € 300,-, komen in aanmerking Barneveldse eigenaar-bewoners met een slecht geïsoleerd grondgebonden koopwoning met in 2022 een WOZ-waarde hoger dan € 439.000. Inwoners kunnen aanspraak maken op de subsidie door zich na ontvangst van een brief aan te melden voor een afspraak met een energieadviseur. Na huisbezoek van deze energieadviseur volgt een offerte en uitvoering van de isolatiemaatregelen. Hierbij wordt de inwoner volledig ontzorgd, ook voor wat betreft de financiële afwikkeling. Waarbij tevens de mogelijkheid bestaat voor inwoners de uitvoering van de isolatiemaatregelen zelf te organiseren en de kosten ervan achteraf te declareren. Eventueel kan declaratie ook met terugwerkende kracht ingediend worden als isolatiemaatregelen reeds eerder in 2024 zijn uitgevoerd. Om inwoners te stimuleren om deel te nemen aan deze regeling, zal er directe en indirecte communicatie uitgerold worden. Vervolg Communicatie richting inwoners start vanaf 15 oktober 2024.

Daarop volgend zullen bezoeken aan huis afgelegd worden (aan inwoners die hiervoor een aanvraag indienen), door een energieadviseur van de uitvoerende organisatie Regionaal Energieloket (REL) die hiervoor gecontracteerd. Uitvoering van de isolatiemaatregelingen vindt plaats voor 31 december 2026.

Besluit tot mandaat aan Regionaal Energieloket Het college van B&W van de gemeente Barneveld, Gelet op de artikelen 10:1 tot en met 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht; Gelet op de Subsidieregeling lokale aanpak isolatie gemeente Barneveld Besluit: vast te stellen het navolgende bijzondere mandaatbesluit: 1.

Aan Regionaal Energieloket wordt op grond van artikel 10:4 van de Algemene wet bestuursrecht mandaat verleend voor het nemen van besluiten tot subsidievaststelling als bedoeld in de Subsidieregeling lokale aanpak isolatie gemeente Barneveld en een machtiging verleend voor de uitvoeringshandeling die samenhangen met de bedoelde besluiten. Beslissingen op bezwaarschrift tegen dergelijke besluiten zijn van dit mandaat uitgesloten.

2.

Regionaal Energieloket houdt een deugdelijke administratie van alle subsidies die vastgesteld zijn binnen het kader van dit mandaatbesluit.

3.

Regionaal Energieloket rapporteert halfjaarlijks aan het college van B&W over de manier waarop zij van zijn bevoegdheden gebruik heeft gemaakt. De rapportage moet een dusdanige inhoud hebben dat deze tijdig en zonder aanpassingen naar het Ministerie van BZK kan worden gestuurd ter verantwoording van de aan de gemeente Barneveld verleende SPUK Lokale aanpak isolatie (Lai).

4.

Regionaal Energieloket vermeldt onder haar besluiten dat zij zijn genomen namens het college van B&W van de gemeente Barneveld. Onder de besluiten vermeldt zij dat bezwaar kan worden gemaakt bij dat college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld.

5.

Het mandaat eindigt op 31 december 2026.

6.

Indien er bezwaar wordt gemaakt licht de gemandateerde namens het college van B&W van Barneveld het bestreden besluit toe op de zitting.

7.

Regionaal Energieloket stemt in met deze mandaatverlening.

Aldus vastgesteld op 17/9/2024 Burgemeester en wethouders voornoemd, W. Wieringa secretaris J. van der Tak, burgemeester

slim klimaat energie besparen urgentie nationaal isolatieprogramma duurzame warmtebronnen groen gas circulariteit urgentie

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

Inhoudsopgave Inleiding

4

1

Analyse

7

2

Doel van het Nationaal Isolatieprogramma

11

3

Laagdrempelige en breed toegankelijke financiering en subsidies

17

4

Bewustwording en informatievoorziening

20

5

Sturing en monitoring

27

2 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationaal Isolatieprogramma | 3

Inleiding Urgentie voor energie besparen en isoleren groter dan ooit Meer dan ooit tevoren zijn mensen bezorgd over de hoogte van hun energierekening. De energieprijzen zijn al maanden aanhoudend hoog. Dat raakt mensen hard in de portemonnee. Sinds de oorlog in Oekraïne neemt de onzekerheid over toekomstige prijsstijgingen nog verder toe. Het is essentieel de vraag naar energie terug te dringen. Zo worden we minder afhankelijk van aardgas uit Rusland en besparen we op de energierekening. Van de circa 40 miljard m3 aardgas die we per jaar in Nederland verbruiken, wordt circa 30 procent gebruikt om woningen en gebouwen te verwarmen, te voorzien van warm water, en om te kunnen koken. Goed isoleren van woningen kan dit gebruik terugdringen, draagt bij aan de betaalbaarheid van de energierekening, het halen van de klimaatdoelen en is een noodzakelijke voorbereiding op de overstap naar een aardgasvrij alternatief. Circa 20 procent van alle woningen heeft een energielabel E, F of G. Juist in deze woningen met de slechtste energieprestatie is goed isoleren noodzakelijk.

Sneller, slimmer en socialer isoleren Daarom gaan we sneller, slimmer en socialer isoleren via het Nationaal Isolatieprogramma, een langjarige, programmatische aanpak van slecht geïsoleerde huur- en koopwoningen1. Deze aanpak is vormgegeven in lijn met het ‘Manifest nationaal isolatieprogramma’ en streeft ernaar dat alle betrokken partijen, woningeigenaren, Vereniging van Eigenaars (VvE), verhuurders, huurders, Rijk, gemeenten, ngo’s en marktpartijen in nauwe samenwerking in 2030 alle slecht geïsoleerde woningen hebben verbeterd. Gemeenten en woningcorporaties hebben hierbij een belangrijke rol en worden daarbij actief ondersteund met een landelijke programmaorganisatie. In het Coalitieakkoord zijn voor het Nationaal Isolatieprogramma middelen gereserveerd tot en met 2030. Op 11 maart jl. is besloten reeds middelen naar voren te halen vanwege de stijgende energieprijzen en de aanhoudende inflatie2, waardoor gemeenten deze middelen sneller kunnen inzetten voor de verdere ondersteuning van mensen bij het nemen van energiebesparende maatregelen en verdergaande isolatie. Dat vormde een stap naar de opschaling van het Nationaal Isolatieprogramma. Hiervoor is voldoende marktcapaciteit cruciaal. Het kabinet zet daarom in op werving, opleiding en behoud van vakbekwaam personeel voor de verschillende werkvelden van de energietransitie.

Het kabinet werkt dat samen met de verschillende onderwijsinstellingen en partners verder uit.

Onderdeel van bredere programma versnelling verduurzaming gebouwde omgeving Het Nationaal Isolatieprogramma is een belangrijk onderdeel van het programma Versnelling verduurzaming gebouwde omgeving, dat in de brief3 van 14 februari jl. is aangekondigd. Het programma Versnelling verduurzaming gebouwde omgeving bestaat uit vijf programmalijnen: • Gebiedsgerichte aanpak warmtetransitie; • Verduurzaming individuele woningen; • Verduurzaming utiliteitsbouw; • Duurzame bronnen en infrastructuur; en • Innovatie in de bouw. Het programma Versnelling verduurzaming gebouwde omgeving richt zich op spoedige opschaling van verduurzamingsmaatregelen in de gebouwde omgeving, om te voldoen aan het Coalitieakkoord doel van minimaal 55% CO₂-reductie in 2030. Net als de inzet op de versnelling van hybride warmtepompen is het Nationaal Isolatieprogramma dwarsdoorsnijdend op de programmalijnen Gebiedsgerichte aanpak warmtetransitie en Verduurzaming individuele woningen in het programma Versnelling verduurzaming

1

Waar in dit programma gesproken wordt over woningen omvat dit tevens appartementen in Vereniging van Eigenaren (VvE).

2

Zie de Kamerbrief van 11 maart 2022 over Aanvullende koopkrachtmaatregelen 2022 (Kamerstukken II 2021/11 35925 XV nr. 111).

3

Kamerstukken II 2021/22 35925 VII nr. 137.

4 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

gebouwde omgeving. In onderstaand schema is dat grafisch weergegeven. Het Nationaal Isolatieprogramma richt zich zowel op een lokale aanpak, als op isolatie van huurwoningen door woningcorporaties en andere verhuurders, als op het stimuleren van isolatie door individuele woningeigenaren en VvE’s. Tevens leggen wij, gelet op de specifieke opgave in kwetsbare gebieden, de verbinding met het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid, waarover uw Kamer begin juni wordt geïnformeerd. Figuur 1: Programma Versnelling verduurzaming gebouwde omgeving

Programmalijn 1

Programmalijn 2

Programmalijn 3

Programmalijn 4

Gebiedsgerichte aanpak warmtetransitie

Individuele aanpak woningen

Individuele aanpak utiliteitsgebouwen

Bronnen en infrastructuur

Actielijn Aardgasvrije wijken (alternatieve warmteopties)

Actielijn Koop

Actielijn Bedrijfsmatig vastgoed

Actielijn Duurzame gassen

Actielijn Maatschappelijk vastgoed

Actielijn Duurzame warmtebronnen- en netten

Actielijn Huur

Nationaal Isolatieprogramma Programma hybride

NP Warmtetransitie (werktitel)

Programmalijn 5 Innovatie in de bouw Actielijn Innovatie

Actielijn Circulariteit

Actielijn Klimaatadaptie

Eind mei of begin juni zal uw Kamer de uitwerking van het gehele programma Versnelling verduurzaming gebouwde omgeving ontvangen, waarin per programmalijn zal worden beschreven hoe we via een combinatie van stimuleren, ondersteunen, normeren en beprijzen komen tot het doel. Vooruitlopend daarop wordt in dit document beschreven hoe het door het vorige kabinet opgezette Nationaal Isolatieprogramma wordt versneld en opgeschaald. Deze programmatische aanpak is besproken met de VNG, Aedes en met de Regietafel van het uitvoeringsoverleg gebouwde omgeving, waarin partijen vertegenwoordigd zijn die een belangrijke rol hebben in de uitvoering van de verduurzaming van de gebouwde omgeving.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationaal Isolatieprogramma | 5

6 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

1 Analyse

Het tempo van energie besparen en isoleren moet omhoog Er worden steeds meer isolatiemaatregelen genomen, maar nog te weinig We willen in Nederland in hoog tempo de CO2-uitstoot verder verlagen en het aardgasverbruik drastisch verminderen. Het CO2-reductie tempo is nu nog te laag om de doelstellingen te kunnen halen. Dat geldt ook voor de gebouwde omgeving.4 Vanaf de jaren ’60 hebben we na de vondst van het Groningse gas onze woningvoorraad op het aardgas aangesloten. Vanwege de betrouwbaarheid en de lage prijs was er eerst ook weinig reden om woningen goed te isoleren. Sinds de energiecrises van de jaren ’70 is er steeds meer ingezet op energiebesparing, ook in de gebouwde omgeving. Isolatie van individuele woningen en VvE-gebouwen vormt een belangrijke stap om CO2-uitstoot te reduceren. Bovendien lopen de bewoners van goed geïsoleerde woningen minder risico op een hoge energierekening en energiearmoede. Ook wordt de overstap van aardgas naar duurzame bronnen makkelijker en leidt goede isolatie en kierdichting samen met goede ventilatie tot meer comfort en een gezonder leefklimaat in een woning. Afspraken uit het Klimaatakkoord in 2019 zorgen voor een flinke impuls voor het nemen van isolatiemaatregelen. Zo steeg het aantal genomen isolatiemaatregelen van circa 800.000 in 2017 naar ruim 1,25 miljoen in 2021.5 Maar het gaat nog te langzaam.

Er zijn nog 1,5 miljoen woningen met energielabel E of slechter Van alle 8 miljoen woningen heeft ongeveer 1,5 miljoen woningen nog een energielabel E of slechter. Het gaat om circa 900.000 koopwoningen en circa 580.000 huurwoningen. Van de koopwoningen heeft 20% een energielabel E of slechter, van de sociale huurwoningen is dat 11% en bij de particuliere huur is dat 26%. Deze woningen zijn niet energiezuinig. Daarnaast hebben circa 470.000 huurwoningen en circa 575.000 koopwoningen een label D. Het totale aantal woningen met label D of slechter is dus ongeveer 2,5 miljoen.6 Het Nationaal Isolatieprogramma richt zich op alle woningen die nog niet voldoende zijn geïsoleerd (oftewel nog niet aan de standaard voor woningisolatie voldoen). Hierbij ligt de focus op het slechtste deel van de woningvoorraad (de labels E, F en G). Immers, vooral bij deze woningen is er nog veel te besparen. De Standaard voor woningisolatie geeft aan welk isolatieniveau toekomstvast is, wat een aardgasvrij alternatief mogelijk maakt.7 Figuur 2: Verdeling energielabels in woningbouw, 2021 100% 80% 60% 40% 20% 0%

koop Label A

Label B

corporatieverhuur Label C

Label D

particuliere huur Label E

Label F

Label G

Bron: dashboardklimaatbeleid.nl 4

PBL (2021) Klimaat- en Energieverkenning 2021.

5

Bron: PBL (2021) Klimaat- en Energieverkenning, figuur 5.7.

6

Bron: RVO (2021) Monitor Energiebesparing gebouwde omgeving. Het betreft hier een schatting van het aantal woningen in de voorraad met een E-, F- of G-label gebaseerd op een registratie van woningen met een geldig energielabel. Naar de verdeling over huur en koop zal nader onderzoek naar worden gedaan. Kamerstukken II 2020/21 30196 nr. 749.

7

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationaal Isolatieprogramma | 7

Financiering verduurzaming voor alle woningeigenaren en VvE’s Overgrote deel van woningeigenaren kan verduurzaming financieren, maar deel ook niet Wanneer woningeigenaren en VvE’s klaar zijn om de stap naar verduurzaming van hun woning te zetten, hebben zij ook de middelen nodig om de verduurzaming te betalen. Onderzoek van onder meer DNB en NIBUD laat zien dat het overgrote deel (83%) van hen verduurzaming kan betalen met spaargeld of de hypotheek. Tegelijk blijkt uit het onderzoek dat een deel van de woningeigenaren onvoldoende spaargeld heeft en niet via een hypotheek kan lenen (17%). Dit gaat om ongeveer 675.000 huishoudens. Onderzoek van TNO heeft laten zien dat ongeveer 550.000 huishoudens in Nederland te maken hebben met energiearmoede.8 Dit is ongeveer 7% van alle huishoudens, die te maken hebben met een combinatie van laag inkomen en hoge energierekening of woning met slechte energieprestatie. Ongeveer de helft van deze groep heeft te maken met de combinatie van een laag inkomen, hoge energierekening én een slecht geïsoleerde woning. Veel lage inkomens wonen in een (particuliere) huurwoning, daar bevindt zich dan ook het overgrote deel van de huishoudens met energiearmoede (87%). Figuur 3: Aandeel huiseigenaren met financieringstekort inclusief huidig beleid 100

80

60

40

20 17% 0

28%

18%

18%

13%

Totaal

Kan niet lenen

Kan lenen

Voldoende spaargeld

Onbekend

Bron: De Nederlandsche Bank (2022) Financiering voor de verduurzaming van de woningvoorraad. In de categorie ’kan niet lenen’ is in genoemd onderzoek niet gekeken naar consumptief krediet.

8

TNO (2021). De feiten over energiearmoede in Nederland.

8 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

7%

Het Nationaal Warmtefonds: toegankelijke financiering voor iedereen Het Nationaal Warmtefonds heeft financiering met lange looptijden en een lage rente beschikbaar voor woningeigenaren en VvE’s die hun woning willen verduurzamen. Met name voor de groepen met onvoldoende spaargeld en die op de markt niet terecht kunnen voor financiering tegen aantrekkelijke voorwaarden, is het Nationaal Warmtefonds een belangrijke oplossing. De subsidiemogelijkheden die elders in dit document zijn genoemd, kunnen hiermee worden gecombineerd. Zo kunnen mensen investeren in verduurzaming, waarbij veel kleine en grote investeringen rendabel zijn. De financiering van het Nationaal Warmtefonds wordt aangeboden met een mix van rijksgeld en budget van private kredietverstrekkers (Rabobank, ASN Bank, ING, CEB en EIB). Inmiddels heeft het Nationaal Warmtefonds al ruim 680 miljoen euro aan financiering verstrekt aan woningeigenaren en VvE’s. De landelijke subsidies (ISDE en SEEH), het Nationaal Warmtefonds met de energiebespaarlening en de energiebespaarhypotheek zijn ondersteunend aan de actielijnen gericht op koopwoningen en VvE’s.9 Figuur 4: Voorbeelden maandlasten Nationaal Warmtefonds Berekening exclusief subsidie, voordelen van een lagere energierekening en evt. fiscale aftrek rente. Te financieren bedrag 2.500 euro

15.000 euro

25.000 euro

Energiebespaarlening Looptijd 20 jaar Rentevast 2,1%[1]

–

Bruto maandlast +/- 76 euro

Bruto maandlast +/- 127 euro

Energiebespaarlening Looptijd 7 jaar Rentevast 1,7%

Bruto maandlast +/-31 euro

Bruto maandlast +/- 189 euro

Bruto maandlast +/- 316 euro

Maandlast Naar draagkracht Geen restschuldrisico

Maandlast Naar draagkracht Geen restschuldrisico

Maandlast Naar draagkracht Geen restschuldrisico

Energiebespaar-hypotheek[2] met looptijd tot 20 jaar voor doelgroep zonder leenruimte. Voorstel in dit programma: 0% rente

[1] Renteniveau maart 2022 (voorstel in dit programma 0% rente voor lage inkomens). Looptijd 20 jaar voor maatregelen met een levensduur van 20 jaar of langer. [2] Momenteel al beschikbaar voor woningeigenaren in wijkaanpakken. Hierbij geldt nu geen minimum bedrag.

9

Dat zijn de actielijnen ‘Lokale aanpak isoleren 750.000 koopwoningen samen met gemeenten’ en ‘Versneld isoleren van 750.000 koopwoningen op eigen initiatief’.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationaal Isolatieprogramma | 9

10 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

2 Doel van het Nationaal Isolatieprogramma 2,5 miljoen woningen isoleren tot en met 2030 Het doel van het Nationaal Isolatieprogramma is om 2,5 miljoen woningen te isoleren in de periode tot en met 2030, met de nadruk op de 1,5 miljoen slecht geïsoleerde woningen (label E, F en G) waarbij één of meerdere stappen worden gezet richting de standaard voor woningisolatie10. Daarbij dient het programma ook als ondersteuning van mensen bij het nemen van energiebesparende maatregelen en het verlagen van de energierekening. Dit kan ook bijdragen aan het voorkomen van energiearmoede bij mensen met relatief lage inkomens. Mijn ambitie is dat met deze programmatische aanpak bewoners en VvE’s weten wat ze kunnen verbeteren aan hun woning en zoveel als mogelijk worden ontzorgd. Dit kan bijvoorbeeld straat voor straat, buurt voor buurt, maar ook andere vormen – bijvoorbeeld gericht op gelijksoortige woningen of per complex - zijn als onderdeel van de lokale aanpak van gemeenten denkbaar. Gemeenten kunnen in deze lokale aanpak voor bewoners bijvoorbeeld een korting, voucher of tegoedbon beschikbaar stellen in aanvulling op de landelijk beschikbare subsidies. Daarnaast wordt ook een aantrekkelijk aanbod gedaan voor eigenaar-bewoners en VvE’s om zelf – al dan niet als onderdeel van een bewonersinitiatief - actie te ondernemen voor verdere verduurzaming en energiebesparing.

Bijvoorbeeld met een subsidie van 30 procent voor isolatiemaatregelen zoals vloer-, dak-, spouw- en gevelisolatie en voor vervanging van enkelglas door dubbelglas (HR++ glas) of triple glas. Hiermee ontstaat voor veel mensen een aantrekkelijk aanbod om hun woning te isoleren en verder te verduurzamen. Daarbij zullen zij de te maken kosten die zij maken snel terugverdienen, zeker met de huidige energieprijzen.

Ongeveer 4 miljard aan rijksbijdrage beschikbaar De basis voor deze aanpak is gelegd met de transitievisies warmte die gemeenten hebben opgesteld, de prestatieafspraken die met Aedes zijn gemaakt over de uitfasering van alle slechte energielabels (op basis van de verlaging met 500 miljoen euro van de verhuurderheffing) en de gemeentelijke inzet op bestrijding van energiearmoede, waarvoor recent in het kader van de compenserende maatregelen voor hoge energieprijzen 150 miljoen euro naar voren is gehaald.11 We bouwen hierop voort met de middelen die vanuit Prinsjesdagbesluitvorming 2021 en het Coalitieakkoord beschikbaar komen voor het Nationaal Isolatieprogramma en de middelen die voor de regeling Investeringssubsidie voor duurzame energie en energiebesparing (ISDE) beschikbaar zijn. In totaal is ongeveer 4 miljard euro aan rijksbijdrage beschikbaar tot en met 2030. Aanvullend hierop wordt met de afschaffing van de verhuurderheffing extra investeringsruimte voor corporaties vrijgemaakt.

10

De standaard is een advies voor de isolatiegraad van uw woning. Deze standaard geeft aan wanneer uw woning goed genoeg is geïsoleerd om aardgasvrij te worden. Zie voor meer informatie: https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaamondernemen/gebouwen/wetten-en-regels/standaard-en-streefwaarden-voor-woningisolatie.

11

Zie de Kamerbrief van 11 maart 2022 over Aanvullende koopkrachtmaatregelen 2022 (Kamerstukken II 2021/11 35925 XV nr. 111).

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationaal Isolatieprogramma | 11

Figuur 5: Actielijnen

Lokale aanpak isolatie 750.000 koopwoningen

Eigen initiatief eigenaarbewoners isolatie 750.000 koopwoningen

Isoleren van 1 miljoen huurwoningen door verhuurders

Energie besparen samen met gemeenten en brede maatschappelijke coalitie

Actielijnen Met het Nationaal Isolatieprogramma gaan we sneller, slimmer en socialer isoleren. Dat doen we via 4 actielijnen. Hoewel de actielijnen voor koop- en huur afzonderlijk worden beschreven, is het noodzakelijk de opgave in samenhang te bezien. Dat geldt met name voor gemengde VvE’s en gespikkeld bezit. Over deze samenhang en de noodzakelijke samenwerking hierbij worden afspraken gemaakt tussen gemeenten. woningcorporaties en andere verhuurders. • Actielijn 1: Lokale aanpak isoleren 750.000 koopwoningen samen met gemeenten Mijn ambitie is om met deze actielijn ongeveer 750.000 koopwoningen via een lokale aanpak samen met gemeenten te isoleren. Gemeenten kunnen hiervoor meerjarige plannen indienen, die aansluiten bij de transitievisies warmte en bewonersinitiatieven en zich zoveel als mogelijk richten op het verbeteren van woningen met de slechtste labels. Veel gemeenten zetten in de transitievisie warmte immers ook in op isolatie. De concrete rol die gemeenten hierin kunnen spelen en welke bijdrage zij kunnen leveren aan deze ambitie, werkt het kabinet de komende tijd verder uit met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Voor de wijkgerichte aanpak en de transitievisies warmte blijft de ambitie om 1,5 miljoen woningen en andere gebouwen te verduurzamen tot en met 2030.

De wijkgerichte aanpak en deze inzet op het isoleren van de woningen met label E, F en G via deze lokale aanpak worden zo ingericht dat deze elkaar onderling zoveel als mogelijk versterken. • Actielijn 2: Isoleren van 1 miljoen huurwoningen door verhuurders Het doel van deze actielijn is het isoleren van een miljoen huurwoningen naar de isolatiestandaard, zowel in het sociale als het particuliere segment. In het Coalitieakkoord is afgesproken dat met normering en positieve prikkels wordt gestimuleerd om slecht geïsoleerde huurwoningen te verduurzamen. Dit moet ertoe leiden dat 700.000 sociale huurwoningen en 300.000 private huurwoningen naar het niveau van de standaard geïsoleerd worden. Er zijn naar aanleiding van de motie Hermans12 afspraken gemaakt met Aedes over het goed isoleren van sociale huurwoningen met een slechte energieprestatie. Deze afspraken zijn erop gericht dat energielabels E, F en G voor woningen van woningcorporaties eind 2028 nagenoeg niet meer voorkomen. Dat betreft ongeveer 250.000 huurwoningen.13 De ambitie om 1 miljoen huurwoningen naar de isolatiestandaard brengen, ligt dus fors hoger. Deze ambitie beslaat de hele huursector en sluit aan bij de afspraken uit het

12

Kamerstukken II 2021/22 55925, nr. 13.

13

Kamerstukken II 2021/22 29453 nr. 547.

12 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Coalitieakkoord. Over de corporatiewoningen maakt het Rijk met Aedes afspraken naar aanleiding van de afschaffing van de verhuurderheffing in het Coalitieakkoord. Kleine particuliere verhuurders met gereguleerde huurwoningen worden gestimuleerd te verduurzamen via de Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH). Via normering zal worden geborgd dat alle slecht geïsoleerde woningen, zowel in het sociale als het particuliere segment, in 2030 zijn verbeterd. De uitwerking van de wijze van normering die zowel sociale als particuliere verhuurders zal betreffen zal onderdeel uitmaken van het programma verduurzaming gebouwde omgeving dat het kabinet eind mei of begin juni zal presenteren. Daarnaast wordt gewerkt aan de aanpassing van de regelgeving die betrekking heeft op het initiatiefrecht en het instemmingsrecht.

Prestatieafspraken met Aedes over verlaging verhuurderheffing Over duurzaamheid: • De sector heeft uiterlijk in 2028 alle E, F en G labels uit de sector laten verdwijnen (circa 250.000), met uitzondering van gemeente- en Rijksmonumenten en voor sloop aangemerkte woningen, en onder voorbehoud van instemming van 70% van de huurders met de verduurzaming en de vergoedingentabel en instemming van de eventuele VvE. Deze maatregel snijdt aan twee kanten: enerzijds draagt het bij aan de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, anderzijds zullen de huurders profiteren (deels) van lagere energiekosten. Met de sterk gestegen aardgasprijzen betekent dit een impuls voor de betaalbaarheid. Bron: Prestatieafspraken tariefverlaging Verhuurderheffing per 1-1-2022, bijlage bij Kamerstukken II 2021/22 29453 nr. 547.

• Actielijn 3: Versneld isoleren van 750.000 koopwoningen op eigen initiatief Het streven van deze actielijn is het versnellen van de isolatie van ongeveer 750.000 koopwoningen op eigen initiatief (en via collectieve inkoopinitiatieven). Dat stimuleren we met aantrekkelijke, laagdrempelige, breed toegankelijke financiering en subsidie en met een landelijke communicatiecampagne en het platform ‘Verbeter je huis. Om langdurige zekerheid te waarborgen, wordt het beschikbare budget voor basissubsidies voor de isolatie van koopwoningen voortgezet en geleidelijk verhoogd richting 2030. Bovendien zijn de subsidiebedragen per 1 januari 2022 verhoogd naar 30 procent bij het nemen van twee of meer isolatiemaatregelen. Om te zorgen dat meer woningeigenaren gebruik kunnen maken van de Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE) en de Subsidie Energiebesparing Eigen Huis (SEEH) is het vanaf 1 januari 2023 ook mogelijk subsidie voor enkelvoudige isolatiemaatregelen aan te vragen. Verderop in dit document is dat toegelicht. Om in nog meer versnelling te voorzien zal ook aandacht worden besteed aan een (maatschappelijke) dialoog over normering voor de bestaande bouw en onderzoeken op welke termijn dit ingericht kan worden.

De professionele isolatiemarkt kenmerkt zich momenteel door lange wachttijden en stijgende kosten door de beperkte uitvoeringscapaciteit: er is sprake van een krappe markt. Het stimuleren van doe-het-zelf-maatregelen kan voor verlichting van de professionele markt zorgen. Daarom zijn we mede gelet op de beperkte uitvoeringscapaciteit in de markt voornemens om ook doe-het-zelvers toegang te geven tot subsidie om zo invulling te geven aan de motie Van der Plas14 en het isoleren van woningen door Doe-Het-Zelvers te stimuleren. Op welke wijze dit kan en hoe zowel fraudegevoeligheid als ondeskundige uitvoering van het werk kan worden voorkomen, zal nader worden onderzocht.

14

Kamerstukken II 2021/22, 35925, nr. 61.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationaal Isolatieprogramma | 13

• Actielijn 4: Samen energie besparen met laagdrempelige maatregelen Deze actielijn richt zich op het energie besparen en daarmee het verminderen van energiearmoede bij mensen met een hoge energierekening en/of mensen die een woning met een slechte energieprestatie hebben. Kwetsbare mensen worden op deze manier ook weerbaarder tegen hoge energieprijzen. Voor deze groepen continueren we de gemeentelijke aanpak gericht op het voorkomen van energiearmoede en ondersteuning van kwetsbare mensen in koop- en huurwoningen. Dat doen we in samenspraak met woningcorporaties. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan om laagdrempelige energiebesparende maatregelen, zoals tochtstrips en een energiedisplay, als ook door de inzet van energiecoaches. Zo wordt de energierekening verlaagd ook voordat de woning goed wordt geïsoleerd. De brede maatschappelijke coalitie richt zich op het via communicatie en voorlichting stimuleren van energiebesparing en isolatie. Met de middelen die (in actielijn 1) beschikbaar worden gesteld voor de lokale aanpak kan de gemeente het isoleren van de woning stimuleren, bijvoorbeeld door extra subsidie te geven bovenop de landelijke subsidie. Hiermee kunnen de gemeenten mensen in de kwetsbare wijken en straten extra financiële steun in de rug geven. Deze actielijn is aanvullend op de actielijnen programmatische isolatie van huur- en koopwoningen.

Hoe verder die actielijnen zijn gevorderd, hoe minder inzet in deze actielijn nodig is.

Snelle en voortvarende start Nationaal Isolatieprogramma De start van de opschaling van het Nationaal Isolatieprogramma wordt gevormd door de extra middelen die zijn vrijgemaakt om kwetsbare huishoudens (in huur- en koopwoningen) te ondersteunen.15 Gemeenten hebben begin 2022 reeds middelen ontvangen om kwetsbare mensen op korte termijn te ondersteunen bij het nemen van energiebesparende maatregelen om hun energierekening te verlagen. Het programma loopt goed. Echter, gezien de huidige situatie op de energiemarkten zullen de uitgekeerde middelen op korte termijn niet voldoende zijn om alle mensen die dat nodig hebben verder te ondersteunen. Het kabinet heeft daarom besloten om, bovenop de middelen die begin 2022 zijn uitgekeerd aan gemeenten, middelen die in het Coalitieakkoord zijn gereserveerd voor energiebesparing sneller in te zetten. Dit betekent dat er dit jaar 150 miljoen euro versneld wordt ingezet via gemeenten voor de verdere ondersteuning van mensen bij het nemen van energiebesparende maatregelen en verdergaande isolatie. Deze middelen zullen worden toegevoegd aan de middelen die door het vorige kabinet zijn gereserveerd voor de lokale aanpak. Deze maatregel is een stap naar een meer fundamentele en structurele aanpak en grootschalige isolatie via het Nationaal Isolatieprogramma.

Brede maatschappelijke coalitie en campagnes Rijk, gemeenten, woningcorporaties en woningeigenaren kunnen dit niet alleen. Het verduurzamen van de gebouwde omgeving en de versnelling van energiebesparing op de korte termijn willen we ondersteunen door een brede maatschappelijke coalitie. Iedereen die hieraan een actieve bijdrage kan leveren, kan zich aansluiten. Onder andere de NVDE, Urgenda, Vereniging Eigen Huis, de Woonbond, Milieu Centraal, Consumentenbond, Klimaatverbond, Natuur & Milieu, Natuur en Milieufederaties, Platform Duurzame Huisvesting, Aedes, Energie Samen, Klimaatstichting HIER, Bouwend Nederland, Techniek NL, Onderhoud.nl, Ingenieurs NL, Netbeheer Nederland, LSA Bewoners, Buurkracht, Doe het zelf, doe het duurzaam, de Nederlandse verwarmingsindustrie (NVI), Stroomversnelling en het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting SVn hebben zich al aangesloten. Deze verduurzamingscoalitie zal zich in het kader van het Nationaal Isolatieprogramma met name richten op het stimuleren van mensen om op eigen initiatief (al dan niet via collectieve inkoopinitiatieven) te besparen en te isoleren. De deelnemende partijen kunnen kennis delen en communicatie intensiveren, activiteiten versnellen en opschalen en beter met elkaar verbinden. Doel van de brede maatschappelijke coalitie is om acties van de verschillende partijen met elkaar te verbinden en zo energie te besparen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=3f94906f-9890-4fd6-b6b5-f677d9356503