CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-3.18 Besluit B&W inzake sluitende aanpak mensenhandel d.d. 22-3-22.pdf

Gemeenteraad 20 april 2022, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ingekomen en uitgaande stukken15.104 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

-1Afdeling: Bestuur en Dienstverlening Behandelaar: Klein, Dirk Telefoonnummer: 0342-495873 Ter kennisname naar de raad Nummer beleidsproduct:

Onderwerp:

Voorstelnr. <Neem dossiernr over uit Ibabs> Barneveld, Portefeuillehouder: J.J. Luteijn Op overzicht Bestaand beleid (website)

Sluitende aanpak mensenhandel

Gevraagde beslissing: 1. het implementatieplan sluitende aanpak mensenhandel vast te stellen. 2. de raad te informeren door dit collegevoorstel en bijhorend beleidsstuk ter kennisname toe te sturen.

1. Inleiding Mensenhandel is het ‘werven, vervoeren, overbrengen, opnemen of huisvesten van een persoon, met gebruik van dwang en met het doel die persoon uit te buiten’. Mensenhandel is een verschijningsvorm van ondermijning en omvat seksuele, criminele en arbeidsuitbuiting en gedwongen orgaanhandel. In 2015 bracht de commissie Lenferink een rapport uit, waarmee duidelijk werd dat gemeenten hun rol in de aanpak van mensenhandel verder moeten invullen. In 2018 zijn daarover landelijke afspraken gemaakt in het Interbestuurlijk Programma (IBP). De afspraken van het IBP zijn opgenomen in het programma ‘samen tegen mensenhandel’. Elke gemeente dient uiterlijk in 2022 beleid op de aanpak mensenhandel te hebben. Dit komt ook op regionaal niveau komt dit ook terug in afspraken en activiteiten. Dit zowel onder de aanpak van ondermijning als die van huiselijk geweld en kindermishandeling (waar mensenhandel ook onder valt). Het belang van het onderwerp mensenhandel is niet helemaal nieuw voor de gemeente Barneveld. In het Integraal veiligheidsplan (IVP) 2019 - 2022 is ondermijning (met een focus op drugs/hennep en mensenhandel) benoemd als één van de prioriteiten. In het uitvoeringsprogramma is beleid op mensenhandel als actie voor 2022 afgesproken.

Uit het coalitieakkoord blijkt ook dat de gemeente Barneveld het thema ondermijning als één van de belangrijkste veiligheidsopgaven voor de komende jaren vindt. Uit de in 2021 uitgevoerde weerbaarheidsscan ondermijning kwam tevens als één van de aanbevelingen om beleid op mensenhandel te maken. Het college heeft ingestemd met het opvolgen van deze aanbeveling(en). Mensenhandel valt ook onder de aanpak en de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (HGKM). In het Lokaal uitvoeringsplan Geweld in Afhankelijkheidsrelaties Barneveld 2021+ is als actie onder de aanpak mensenhandel opgenomen dat er in 2022 een plan aanpak opgeleverd dient te worden.

2. Beoogd effect 1. We willen zoveel mogelijk slachtoffers uit hun situatie halen door middel van signaleren en het bieden van de juiste hulp en opvang. 2. We willen dat er minder mensen slachtoffer worden van mensenhandel door in te zetten op preventie. 3. We willen onze gemeente zo onaantrekkelijk mogelijk maken voor daders door deze aan te pakken en te frustreren.

3. Argumenten Met het vaststellen van de sluitende aanpak mensenhandel: - voldoet de gemeente Barneveld aan de afspraken binnen het veiligheidsdomein en sociaal domein, en - voldoet de gemeente Barneveld aan de landelijke opgave om in 2022 beleid op mensenhandel te hebben.

-2-

4. Kanttekeningen Casuïstiek op het gebied mensenhandel wordt belegd bij aandachtsfunctionarissen binnen veiligheid (en sociaal domein) (welke nu al soortgelijke werkzaamheden verrichten). De verdere personele invulling op de verschillende deelonderwerpen/(beleids)pijlers wordt uitgewerkt. De organisatie/coördinatie van de aanpak mensenhandel wordt binnen team Veiligheid, Vergunningen & Toezicht (VVT) opgepakt. Er is vanuit team VVT een structurele verbinding met het sociaal domein. Vanuit sociaal domein wordt samen met veiligheid gekeken naar de inrichting van een overkoepelende (beleidsmatige) overlegstructuur, inclusief de personele invulling ervan. De implementatie hiervan zal eind april 2022 geeffectueerd zijn. De uitvoering op de vier pijlers (voorkomen, signaleren, aanpakken en zorg en opvang voor slachtoffers) vindt echter plaats bij meerdere teams. Zo is het bijvoorbeeld belangrijk dat verschillende teams bewustwordingstrainingen (met daarin) mensenhandel volgen. Alleen dan kan een sluitende aanpak mensenhandel worden gerealiseerd. Het voorkomen en tegengaan van arbeidsuitbuiting van arbeidsmigranten blijkt daarnaast veelomvattend te zijn. Het thema arbeidsmigranten raakt zeer diverse onderwerpen, zoals bijvoorbeeld ook (voldoende kwalitatieve) huisvesting en contacten met werkgevers. Tevens gaat dit gepaard met tegenstrijdige (externe) belangen/ beleidsdoelen.

Domeinoverstijgend naar dit onderwerp kijken is hierbij van extra belang. Vanuit verschillende disciplines en teams wordt hier de komende tijd het gesprek over gevoerd en wordt gekeken naar gezamenlijke werkmethoden en in te zetten acties die elkaar niet tegenwerken, maar waar mogelijk juist versterken.

5. Financiën Veel van de (mogelijke) kosten zit op de financiering van de zorgcoördinatie/begeleiding en de bewustwordingstrainingen. Zoals aangegeven wordt de zorgcoördinatie voor slachtoffers van mensenhandel voor de regio West Veluwe Vallei uitgevoerd door Moviera. Deze dienst is onderdeel van de subsidie die gemeente Ede als centrumgemeente aan Moviera verstrekt. Gemeente Ede betaalt dit als centrumgemeente volledig uit de Decentralisatie Uitkering Vrouwenopvang (DUVO). Een ander belangrijk deel van de aanpak mensenhandel is het organiseren van bewustwordingstrainingen. De komende maanden zal door de aandachtsfunctionaris binnen team VVT een voorzet voor een keuze hierin worden gemaakt. Dit onder andere met input uit de regionale werkgroep mensenhandel. Eventuele kosten worden betaald uit het budget ondermijning 6011/40606.

6. Uitvoering Planning: Na de instemming van dit beleidsplan (bestuurlijke) sluitende aanpak mensenhandel zullen de aandachtsfunctionarissen (structureel) vervolg geven aan de acties binnen hun taakvelden en de praktische uitvoering hiervan nader uitwerken.

Communicatie: De gemeenteraad wordt geïnformeerd door dit collegevoorstel en bijhorend beleidsstuk ter kennisname toe te sturen. Ook via interne en externe communicatie zal dit implementatieplan gedeeld worden.

Evaluatie/controle: De aanpak van mensenhandel valt onder de aanpak van ondermijning. Hierom is ervoor gekozen om de activiteiten die uit dit beleidsplan voortvloeien, mee te nemen in de acties die vallen onder ondermijning. In de praktijk betekent dit het opnemen van de acties in de jaarlijkse uitvoeringsplannen veiligheid. Dit betekent dus dat dit ook in dit gremium wordt geëvalueerd.

7. Bijlagen 1. Implementatieplan sluitende aanpak mensenhandel (de gemeente Barneveld tegen mensenhandel)

De gemeente Barneveld tegen mensenhandel Implementatieplan sluitende aanpak mensenhandel

Inhoudsopgave p. 1.

Inleiding

2

1.1

Mensenhandel

2

1.2

Gemeentelijke rol in de aanpak van mensenhandel

3

1.3

Kaders

4

1.4

Lokaal plan van aanpak mensenhandel

5

1.5

Leeswijzer

6

2.

Cijfers in en uit beeld

7

2.1

Landelijke cijfers en algemene informatie

7

2.2

Regionale en lokale cijfers en signalen

8

3.

De huidige en de gewenste situatie omtrent de aanpak van mensenhandel

12

3.0

De aandachtsfunctionarissen mensenhandel

12

3.1

Pijler 1: Voorkomen

13

3.2

Pijler 2: Signaleren

16

3.3

Pijler 3: Aanpakken

19

3.4

Pijler 4: Zorg en opvang voor slachtoffers

24

3.5

Overig

27

4.

Vervolg en financiën

29

Bijlagen 1.

De rollen van de gemeente volgens de Nationaal Rapporteur

30

2.

(Inter)nationale wetgeving op het gebied van mensenhandel

31

3.

Algemene informatie over preventie

32

1

1. Inleiding 1.1 Mensenhandel Mensenhandel is ‘het werven, vervoeren, overbrengen, opnemen of huisvesten van een persoon, met gebruik van dwang en met het doel die persoon uit te buiten’. Deze definitie beschrijft mensenhandel zoals die strafbaar gesteld is in artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht. De dwang die bij mensenhandel gebruikt wordt, kan de vorm hebben van (dreigen met) fysiek geweld, maar ook van misleiding, chantage, fraude of misbruik van een kwetsbare positie. Minderjarigen zijn per definitie kwetsbaar; bij minderjarigen hoeft bij activiteiten die vallen onder mensenhandel de dwang niet aangetoond te worden om te spreken van mensenhandel.

Verschillende vormen Mensenhandel kent vele vormen, te categoriseren in: 1. Seksuele uitbuiting: de bekendste vorm van mensenhandel is uitbuiting in de prostitutie. Die doet zich zowel voor in de vergunde branche als in de illegale prostitutie. Ook komt seksuele uitbuiting online voor, bijvoorbeeld in de vorm van gedwongen webcamseks. 2. Arbeidsuitbuiting: hiervan spreken we als (arbeids)voorwaarden en omstandigheden bij arbeid zo slecht zijn dat mensenrechten in het geding zijn. Arbeidsuitbuiting betreft een stapeling van factoren, zoals onderbetaling, lange dagen moeten werken, onder slechte omstandigheden gehuisvest worden en intimidatie waardoor het slachtoffer op meerdere vlakken afhankelijk is van zijn of haar werkgever /uitbuiter.1 Arbeidsuitbuiting komt voor in alle sectoren. Voorbeelden zijn de land- en tuinbouw, horeca, particuliere huishoudens, bouw, en in de schoonmaak- en uitzendbranche. 3. Criminele uitbuiting: hierbij worden mensen gedwongen tot crimineel gedrag (bijvoorbeeld diefstal of drugsdelicten) of tot bedelarij. Er wordt hierbij ook gebruik gemaakt van katvangers: ‘’Katvangers zijn personen die zichzelf beschikbaar stellen als eigenaar of registratiehouder van een voertuig, bedrijf, bankrekening of ander goed, waardoor de werkelijke eigenaar of houder zichzelf buiten het zicht van de autoriteiten kan houden’’2.

In bredere zin zijn het tussenpersonen die als schakel dienen in het logistieke proces van criminele organisaties. Katvangers kunnen bij het rekruteren voor de gek gehouden worden, waardoor zij niet op de hoogte zijn van de eventuele gevolgen of betrokkenheid bij criminaliteit.3 Het gedwongen aanvragen en afstaan van zorggelden of uitkeringen kan ook onder criminele uitbuiting vallen.4 4. Gedwongen orgaanhandel: hierbij wordt iemand gedwongen om zijn of haar organen af te staan. Gedwongen draagmoederschap kan hier ook onder vallen.5 Vooralsnog is de indruk dat deze vierde categorie mensenhandel nauwelijks voorkomt in Nederland, maar het is wel zaak hier alert op te blijven.

ISZW (2016). Nationaal Dreigingsbeeld 2017. Mensenhandel - Arbeidsuitbuiting, criminele uitbuiting en gedwongen dienstverlening. Schoenmakers, Y., Bremmers, B., & van Wijk, A. (2012). Oosterse teelt: Vietnamezen in de hennepteelt. Arnhem: Bureau Beke. 3 Versprille, I.M. (2016). De katvanger in beeld. Een onderzoek naar het type katvanger in de wereld van de hennepteelt. 4 ISZW (2016). Nationaal Dreigingsbeeld 2017. Mensenhandel - Arbeidsuitbuiting, criminele uitbuiting en gedwongen dienstverlening. 5 Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen (2012). Mensenhandel met het oogmerk van orgaanverwijdering en gedwongen commercieel draagmoederschap. Den Haag: BNRM. 1 2

2

Urgentie aanpak mensenhandel Mensenhandel draait om uitbuiting. Daders gebruiken slachtoffers – door geweld en intimidatie, of onder bedreiging – voor persoonlijk gewin. Dit is een ernstige schending van mensenrechten en van de menselijke waardigheid. Slachtoffers kunnen ernstige gevolgen ondervinden. Mensenhandel wordt vaak gepleegd in criminele samenwerkingsverbanden, die misbruik maken van de legale wereld. Daarom is mensenhandel een vorm van ondermijnende criminaliteit. Mensenhandel is één van de zwaarste vormen van criminaliteit. Het betreft een haaldelict6, want slachtoffers melden zich meestal niet uit zichzelf. Veel slachtoffers kunnen of durven zelf geen aangifte te doen (of zij zien zichzelf (nog) niet als slachtoffer). Dit betekent dat opsporingsinstanties zoals de politie zelf proactief op zoek moeten naar de slachtoffers (en daders), net als bij andere vormen van ondermijning.

1.2 Gemeentelijke rol in de aanpak van mensenhandel Gemeenten hebben bij de aanpak van mensenhandel een rol op het gebied van preventie, signalering, handhaving en hulpverlening, en dragen bij aan het opwerpen van barrières tegen mensenhandel. 7 Dit stelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Hij verwijst ook naar het basisniveau bestuurlijke aanpak mensenhandel, opgesteld door het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV).8 Een gemeente voldoet volgens het CCV aan het basisniveau bestuurlijke aanpak van mensenhandel indien de gemeente: • •

•

Werkt aan actieve signalering van mensenhandel. Een functionaris heeft die optreedt als contactpersoon binnen de gemeente, bekend is met de bestuurlijke mogelijkheden om op te treden tegen mensenhandel en bekend is met de instanties waar slachtoffers mensenhandel terecht kunnen. Gemeentelijk beleid en lokale regelgeving heeft dat de aanpak van mensenhandel ondersteunt (een voorbeeld hiervan is prostitutiebeleid).

Het CCV basisniveau is door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) verder uitgewerkt in een Kompas en Kader (hierover later meer). De Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen (hierna te noemen: Nationaal Rapporteur) onderscheidt in zijn tiende rapportage vier gemeentelijke rollen. Deze worden nog eens nader toegelicht in het VNG Kompas. De vier gemeentelijke rollen zijn: de gemeente als signaleerder, als beleidsmaker, als deel van de integrale aanpak en als verantwoordelijk voor de zorg en opvang van slachtoffers van mensenhandel (zie ook bijlage 1).

Bron: VNG Kompas

Strafbaar feit zonder een (direct aanwijsbaar) slachtoffer dat hoofdzakelijk ambtshalve wordt geregistreerd. Staatssecretaris Justitie en Veiligheid (2017). Antwoord op vragen van de leden Segers en Kuik over het bericht '95 procent van gemeenten heeft geen beleid voor aanpak mensenhandel'. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20172018-573.html 8 Het CCV. Basisniveau bestuurlijke aanpak van mensenhandel. https://hetccv.nl/onderwerpen/mensenhandel/documenten/basisniveaubestuurlijke-aanpak-van-mensenhandel/ 6 7

3

1.3 Kaders Dat gemeenten een verplichting hebben om deel te nemen aan de aanpak van mensenhandel blijkt uit verschillende wetgeving en afspraken.

Internationale en nationale wetgeving Er bestaat verscheidene internationale en nationale wetgeving op basis waarvan gemeenten een taak hebben in de aanpak van mensenhandel. Zie voor een overzicht hiervan bijlage 2. Landelijke en regionale afspraken De verplichtingen voor gemeenten komen terug in landelijke en regionale afspraken. In 2015 bracht de commissie Lenferink een rapport uit, waarmee duidelijk werd dat gemeenten hun rol in de aanpak van mensenhandel verder moeten invullen. In 2018 zijn daarover landelijke afspraken gemaakt in het Interbestuurlijk Programma (IBP). De afspraken van het IBP zijn opgenomen in het programma ‘Samen tegen mensenhandel’. Elke gemeente is onder andere verantwoordelijk voor het hebben van gemeentelijk beleid in 2022 en voor passende regionale opvang, ondersteuning en nazorg. De VNG heeft hiervoor verschillende ondersteunende producten opgeleverd. Het VNG Kompas is een handboek, naslagwerk en biedt gemeenten handvatten voor het opstellen van beleid. Het richtinggevende Kader geeft weer wat gemeenten minimaal moeten en willen doen op basis van wettelijke en bestuurlijke verplichtingen (het zogenoemde eerste plateau). Daarnaast moedigt het Kader gemeenten aan meer te doen, als zij daar klaar voor zijn en als dit past binnen de lokale en regionale situatie (het tweede plateau).

Bron: VNG Kader

Landelijk en regionaal is de aanpak van ondermijning een belangrijk speerpunt. Binnen het regionale programma Samen Weerbaar Gelderland Midden is er een werkgroep die zich specifiek bezig houdt met het ondersteunen van de regiogemeenten bij het formuleren van beleid op mensenhandel. Daarnaast zijn er landelijk en regionaal ook binnen de aanpak van huiselijk geweld ontwikkelingen. Zo wordt in het landelijke ‘Actieprogramma Geweld hoort nergens thuis’ de doelgroep slachtoffers van mensenhandel specifiek benoemd als prioriteit voor gemeenten. Dit is overgenomen als 4

aandachtsgroep in de Regiovisie Geweld in afhankelijkheidsrelaties (Veilig thuis in de Vallei 2020 – 2024). Ook is hierin opgenomen dat elke gemeente in de regio uiterlijk in 2022 beleid op de aanpak van mensenhandel heeft. Lokaal: vastgestelde prioriteiten en afspraken binnen Barneveld Het belang van het onderwerp mensenhandel is niet helemaal nieuw voor de gemeente Barneveld. In het Integraal veiligheidsplan (IVP) 2019 - 2022 (opgesteld samen met de gemeenten Nijkerk en Scherpenzeel en het Politie Basisteam Veluwe Vallei Noord en het Openbaar Ministerie OostNederland) is ondermijning benoemd als één van de prioriteiten. Binnen deze aanpak van ondermijning wordt het accent gelegd op drugs/hennep en mensenhandel. In het uitvoeringsprogramma is beleid op mensenhandel als actie voor 2022 afgesproken. Uit het coalitieakkoord blijkt ook dat de gemeente Barneveld het thema ondermijning als één van de belangrijkste veiligheidsopgaven voor de komende jaren vindt. Mensenhandel is een vorm van ondermijning. Uit de in 2021 uitgevoerde weerbaarheidsscan ondermijning kwam tevens als één van de aanbevelingen om beleid op mensenhandel te maken. Het college heeft ingestemd met het opvolgen van deze aanbeveling(en). Mensenhandel valt ook onder de aanpak en de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (HGKM).

In het Lokaal uitvoeringsplan Geweld in Afhankelijkheidsrelaties Barneveld 2021+ is als actie onder de aanpak mensenhandel opgenomen dat er in 2022 een plan aanpak opgeleverd dient te worden.

1.4 Lokaal plan van aanpak mensenhandel Alle gemeenten dienen in 2022 een sluitende aanpak mensenhandel te hebben, zo ook de gemeente Barneveld. Hiervoor is dit voorliggende lokale plan van aanpak opgesteld (met daarin uiteraard ook de regionale aspecten meegenomen). In dit beleidsplan is bij elkaar gebracht wat er al gebeurt en is tegelijkertijd onderzocht waar de aanpak mensenhandel nog verder geoptimaliseerd kan worden (om in ieder geval aan het basisniveau te voldoen). In het kader voor de aanpak van mensenhandel van de VNG komt dit onder andere terug als basis voor elke gemeente: “De gemeente heeft een beleidsplan opgesteld waarin alle onderdelen voor een geslaagde aanpak voor mensenhandel aan bod komen: te denken valt aan de organisatie van de opvang, duidelijkheid omtrent handhaving en preventie en voorlichting over mensenhandel.” Daarnaast is de verdieping op mensenhandel uitwerking van de afspraken binnen het veiligheidsdomein en het sociaal domein. Ook is het streven van een apart beleidsplan op het thema mensenhandel om de integraliteit nog meer te bevorderen, juist ook aan de voorkant al. Dit betreft met name het zorg en veiligheidsaspect, maar zeker ook de andere domeinen. Ten slotte is er door bij elkaar te brengen wat er al gebeurt, onderzocht waar er kwaliteitsverbeteringen kunnen worden aangebracht.

Doelstellingen Om nog duidelijker te maken waar we als gemeente Barneveld heen willen werken, zijn de volgende doelstellingen geformuleerd: 1. We willen zoveel mogelijk slachtoffers uit hun situatie halen door middel van signaleren en het bieden van de juiste hulp en opvang. 2. We willen dat er minder mensen slachtoffer worden van mensenhandel door in te zetten op preventie. 3. We willen onze gemeente zo onaantrekkelijk mogelijk maken voor daders door deze aan te pakken en te frustreren. Waar mogelijk willen we bovenstaande gezamenlijk aanpakken met onze buurtgemeenten en onze partners uit (onder andere) het zorg- en veiligheidsdomein. 5

1.5 Leeswijzer Wat kunt u in dit beleidsstuk lezen? Allereerst wordt in hoofdstuk 2 met name uiteengezet welke cijfers er landelijk, regionaal en lokaal in beeld zijn en wat deze cijfers zeggen. Hoofdstuk 3 vormt de kern van dit implementatieplan. Hierin wordt beschreven wat er al gebeurt in de aanpak mensenhandel en waar er nog aanpassingen nodig zijn. Met andere woorden: de huidige en de gewenste situatie. Deze worden beschreven in de volgende pijlers: voorkomen, signaleren, aanpakken en de zorg en opvang voor slachtoffers mensenhandel. Deze vier pijlers worden stuk voor stuk behandeld. Ervoor worden de taken van de aandachtsfunctionarissen mensenhandel beschreven. Erna wordt aandacht besteed aan overige belangrijke zaken. In hoofdstuk 4 wordt gesproken over het vervolg en de financiën. In de bijlagen vindt u aanvullende informatie op het gebied van de rollen van de gemeente, relevante wetgeving en preventie.

6

2. Cijfers in en uit beeld In dit hoofdstuk wordt met name uiteengezet welke cijfers er landelijk, regionaal en lokaal in beeld zijn en wat deze cijfers zeggen.

2.1 Landelijke cijfers en algemene informatie Algemene informatie over (landelijke) cijfers mensenhandel CoMensha is het landelijke, onafhankelijke expertise- en coördinatiecentrum dat zich inzet voor de belangen en rechten van slachtoffers van mensenhandel in Nederland. CoMensha geeft onder andere inzicht in aard en omvang van mensenhandel door registratie van (mogelijke) slachtoffers en analyse en rapportage. CoMensha registreert de (mogelijke) slachtoffers die in contact zijn gekomen met de politie, de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) (voorheen ISZW), de Koninklijke Marechaussee (KMar), met hulporganisaties/ zorgcoördinatoren of met andere instanties. Om slachtofferschap van mensenhandel in Nederland te monitoren maakt de Nationaal Rapporteur gebruik van de registratie van meldingen bij CoMensha. Op deze manier kan in kaart gebracht worden wat de aard en omvang is van de vermoedelijke slachtoffers van mensenhandel die in Nederland in beeld zijn. In de slachtoffermonitor mensenhandel 2015–2019 stelt de Nationaal Rapporteur dat het aantal geregistreerde slachtoffers van mensenhandel slechts een klein deel van het daadwerkelijke aantal slachtoffers vormt. Niet alle slachtoffers van mensenhandel komen voor in de CoMensha-registratie. Een aanzienlijk deel van de zaken van mensenhandel komt niet aan het licht en wordt daardoor ook niet geregistreerd.

De verhouding tussen het aantal slachtoffers in beeld bij CoMensha en het aantal slachtoffers uit beeld verschilt bovendien per vorm van mensenhandel. Het aantal slachtoffers gemeld bij CoMensha betrof 1.334 in 2019.

Het aantal gemelde slachtoffers kan jaarlijks sterk verschillen door verschillende factoren. Zo heeft corona gezorgd voor een sterke daling in het aantal meldingen vanaf maart 2020.9 Zo zei Ina Hut, directeur van Comensha, over het aantal meldingen: “Waren het er eerst nog zo’n honderd per maand, nu zijn het er 1 - 5 per week. […] Wij denken dat mensenhandel ‘gewoon’ doorgaat. Er zijn signalen dat mensenhandel zich voor een deel heeft verplaatst naar de digitale wereld, online misbruik van kinderen wereldwijd neemt toe. Het aantal kwetsbare mensen groeit.”

Het is lastig om op basis van registraties conclusies te verbinden aan de feitelijke omvang van mensenhandel. Dit komt doordat mensenhandel een haaldelict is. Dat wil zeggen een strafbaar feit zonder een direct aanwijsbaar slachtoffer dat hoofdzakelijk ambtshalve wordt geregistreerd. Daarmee is het grotendeels afhankelijk van inzet van de opsporingsdiensten. Er zijn veel meer slachtoffers dan er worden gemeld. Veel slachtoffers kunnen of durven zelf geen aangifte te doen (of zij zien zichzelf (nog) niet als slachtoffer). Het is erg zorgwekkend dat zo veel slachtoffers buiten beeld blijven. Op basis van onderzoek schat de Nationaal Rapporteur het werkelijke aantal Hut, I. (2020). Column Ina Hut: Corona en mensenhandel. Comensha. https://www.comensha.nl/actualiteiten/item/corona-enmensenhandel/ 9

7

slachtoffers veel hoger. In onderzoek in samenwerking met het UNODC (United Nations Office on Drugs and Crime) schatte de Nationaal Rapporteur in 2017 dat er in Nederland jaarlijks naar schatting 5000 tot 7500 slachtoffers zijn (vijf keer zo hoog als het geregistreerde aantal).

Algemene trends en verwachtingen In de laatste slachtoffermonitor (2015-2019) van de Nationaal Rapporteur komen een aantal ontwikkelingen naar voren. Ten eerste verdwijnt het zicht op minderjarigen steeds meer. Het aandeel gemelde minderjarige slachtoffers van mensenhandel blijft dalen: van 25% in 2015 naar slechts 8% in 2019. Dit terwijl naar schatting maar liefst een derde van alle slachtoffers van mensenhandel minderjarig is. Daarnaast constateert de Nationaal Rapporteur dat de gemelde slachtoffers van seksuele uitbuiting steeds vaker (in 89%) worden aangetroffen in de minder zichtbare sectoren, zoals thuisprostitutie en escort/hotelprostitutie. Ook haalt de Nationaal Rapporteur de grote rol van technologie aan in binnenlandse seksuele uitbuiting. De meeste daders en slachtoffers vinden elkaar via online platforms, zoals websites, sociale media, en (dating)apps. Ook vinden vraag en aanbod elkaar online. De kwetsbaarheid van slachtoffers kan hiermee worden vergroot. Daarnaast zijn er steeds meer Afrikaanse slachtoffers grensoverschrijdende seksuele uitbuiting en criminele uitbuiting. Tenslotte stelt de Nationaal Rapporteur dat de wereldwijde coronacrisis vernieuwde vormen van slachtofferschap met zich heeft meegebracht. Misstanden op de arbeidsmarkt zijn bijvoorbeeld enorm vergroot, waardoor de al kwetsbare groep van arbeidsmigranten nog verder de verdrukking is ingeraakt.

Mensenhandel blijft naar verwachting de komende jaren groeien.10 Dit omdat de pakkans laag is, de vraag naar diensten blijft en er kwetsbare groepen zullen blijven. Door arbeidsmigratie, vluchtelingenstromen, ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, flexibilisering en globalisering zullen de verschillende vormen van uitbuiting hoogstwaarschijnlijk toenemen. De technologische ontwikkelingen zullen mensenhandel faciliteren, bijvoorbeeld doordat transacties van diensten en geld makkelijker, sneller en anoniemer tot stand komen. Via internet en social media wordt het prostitutieaanbod flexibeler en minder zichtbaar, wat de controle op misstanden lastiger maakt. Daarnaast ontstaan er steeds nieuwe ontwikkelingen via social media die elkaar redelijk snel opvolgen. Zo hebben jongeren nu te maken met sextortion: chantage of afpersing met een seksueel getinte foto of video van het slachtoffer waarbij gedreigd wordt om deze online te gaan verspreiden. Dit kan in sommige gevallen leiden tot uitbuitingssituaties. Voor meer informatie over de (cijfermatige) ontwikkelingen op het gebied van mensenhandel wordt verwezen naar de rapporten van de Nationaal Rapporteur.

2.2 Regionale en lokale cijfers en signalen Regionale cijfers

10

Overgenomen uit actieprogramma mensenhandel Den Haag.

8

Voor de regionale cijfers zijn de cijfers van de regionale zorgcoordinator Moviera gebruikt op het niveau van de regio West Veluwe Vallei.11 De West Veluwe Vallei bestaat uit de gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Scherpenzeel en Wageningen. Het aantal (mogelijke)12 slachtoffers dat in beeld komt in de regio West Veluwe Vallei: Jaar Meldingen Zorgtrajecten

2018 26 20

2019 11 9

2020 22 14

2021 19 13

Cijfers (mogelijke) slachtoffers West Veluwe Vallei. Bron: Moviera.

Bij bovenstaande cijfers moet worden opgemerkt dat er zich in 2020 een wijziging in de Vreemdelingencirculaire heeft voorgedaan, waardoor er daarna vrijwel geen meldingen meer vanuit het AZC zijn gekomen (voorheen was dit ongeveer 1/3).13 Het aantal zorgtrajecten betreft het aantal meldingen waar Moviera ook daadwerkelijk het (mogelijke) slachtoffer heeft kunnen ondersteunen. Het gaat in een meerderheid van de gevallen om seksuele uitbuiting. Daarnaast waren er enkele casussen arbeidsuitbuiting en criminele uitbuiting.

Lokale cijfers en informatie Voor de geregistreerde cijfers van het aantal (mogelijke) slachtoffers dat in beeld is gekomen die binding hadden met de gemeente Barneveld is ook gekeken naar de jaren 2018 tot en met 2021. Uit de cijfers van Moviera komen 3 slachtoffers naar voren die uitgebuit werden in Barneveld (met andere woonplaats), en 1 slachtoffer uit Barneveld die elders is uitgebuit. Het betreft: 1x criminele uitbuiting gecombineerd met seksuele uitbuiting, 2x seksuele uitbuiting, 1x arbeidsuitbuiting. De cijfers van de politie komen hiermee overeen. Cijfers verschaffen echter inzicht in slechts een deel van de werkelijkheid. Dit kan onder andere komen door registratiemethoden en het niet herkennen van de verschillende vormen van mensenhandel, maar ook doordat mensenhandel een haaldelict is. De kans is groot dat er zich, net als in andere gemeenten, nog meer afspeelt binnen Barneveld.

Eén reële mogelijkheid is dat er sprake is van meer arbeidsuitbuiting. Ten eerste komt het jongerenwerk soms in aanraking met jongeren die (zwaar) onderbetaald krijgen. Hierbij is het uiteraard nog wel de vraag of dit bij nader onderzoek daadwerkelijk zou leiden tot het stempel arbeidsuitbuiting. Een grootste risico op arbeidsuitbuiting lijkt echter te liggen in het feit dat een deel van de inwoners van Barneveld en werknemers werkzaam binnen Barneveld arbeidsmigranten zijn. Recent onderzoek14 laat zien dat er in 2019 in Barneveld 1625 arbeidsmigranten werkzaam waren (en dat hier een jaarlijkse groei in zit van 22,6%). Het aantal wonende arbeidsmigranten die geregistreerd zijn in de BRP betrof 555 in 2019 (met een jaarlijkse groei van 11,4%). Arbeidsmigranten zijn kwetsbaar voor arbeidsuitbuiting. Dit komt onder andere doordat er meestal totaalpakketten aan Bij Moviera waren de cijfers relatief gemakkelijk te achterhalen op gemeente- en regioniveau. Daarnaast omvatten de cijfers van Moviera alle soorten uitbuiting. De nationale coördinator Comensha daarentegen registreert niet op gemeentelijk niveau/ gemeente van herkomst. Comensha heeft wel een overzicht van aanmeldingen die ze hebben ontvangen van ketenpartners in de politieregio. Dit is echter uitgezonderd aanmeldingen vanuit KMar en de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA), omdat zij andere werkgebieden hanteren.

Om deze reden zijn deze cijfers niet opgenomen. 12 We spreken over het aantal mogelijke slachtoffers, aangezien niet alle slachtoffers (nog) door een rechter als slachtoffer zijn beoordeeld. 13 Daarnaast heeft Moviera een wijziging in hun manier van registreren/ categoriseren doorgevoerd in 2021. 14 Decisio (2021). Onderzoek arbeidsmigranten provincie Gelderland. 11

9

hen worden aangeboden. Hierbij kan het beëindigen van een (flexibel) arbeidscontract het beëindigen van bijvoorbeeld huisvesting betekenen. De Nationaal Rapporteur stelt: “Deze meervoudige afhankelijkheid, het gebrek aan alternatief werk en/of alternatieve huisvesting, het gebrek aan sociaal netwerk, de taalbarrière, en het gebrek aan kennis van wet- en regelgeving maken het moeilijk voor de werknemer om bezwaar te maken tegen onacceptabele (werk)situaties”.

In 2017 heeft het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (RIEC) een ondermijningsbeeld van de gemeente Barneveld opgeleverd. Dit omvatte onder andere een inventarisatie gemaakt van de problemen die volgens de respondenten (lokale professionals) spelen op het gebied van ondermijning in de gemeente Barneveld. Hierbij werden veel signalen benoemd van arbeidsuitbuiting. De respondenten hadden het idee dat met name arbeidsmigranten afkomstig uit Polen in de gemeente Barneveld worden uitgebuit door slechte huisvesting waar zij veel huur voor moeten betalen. Verder werden ook recreatieparken in verband gebracht met de huisvesting van Oost-Europese arbeidsmigranten. Het voorbeeld dat werd gegeven, betreft het aantreffen van een kleine caravan waarin zes Poolse arbeidsmigranten werden gehuisvest tegen hoge huren. Bij deze situatie was een uitzendbureau betrokken die voor de arbeidsmigranten niet alleen hun werk regelde, maar ook het onderdak. Momenteel loopt er binnen Barneveld 1 RIEC-onderzoek naar een casus op het gebied van arbeidsuitbuiting.

Daarnaast kunnen er enkele voorbeelden worden gegeven van meer signalen van criminele uitbuiting en seksuele uitbuiting en reële risico’s hierop. Allereerst criminele uitbuiting. Hiervan is zeer waarschijnlijk een onderwaardering in de cijfers. Er zijn meerdere signalen die kunnen duiden op meer gevallen van criminele uitbuiting binnen de gemeente Barneveld. Zo is er sprake geweest van personen die onder valse voorwendselen aan het bedelen waren in Barneveld. Het zielige verhaal (ziekte, gebrek, geen geld voor operatie van een verwante) bleek regelmatig niet te kloppen. De bedelaars werden elke morgen gebracht en na “werktijd” weer opgehaald. Ook komt het voor dat minderjarige kinderen en volwassen worden aangetroffen met inbrekerswerktuigen of geprepareerde voorwerpen. Hierbij kan gedacht worden aan allerhande werktuigen om toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, sloten te verbreken of voorwerpen die voorkomen dat sporen worden achtergelaten. Ook kan gebruik worden gemaakt van geprepareerde voorwerpen zoals “jattassen” of kinderwagens, bedoeld om gemakkelijk diefstal te (laten) plegen. Hierbij zijn vermoedens dat de (uiteindelijke) activiteiten gepleegd worden onder dwang (in de breedste zin van het woord), en dus van criminele uitbuiting. Dit is echter vaak moeilijk aan te tonen.

Naast deze signalen is er ook sprake geweest van moneymuling, wat (onder bepaalde omstandigheden) ook onder criminele uitbuiting kan vallen. Meerdere jongeren uit Barneveld hebben zich door criminelen laten gebruiken als zogenoemde geldezels (moneymules). Een geldezel sluist via zijn eigen bankrekening geld door van criminelen. Hij of zij doet dit door geld over te maken naar een andere bankrekening of contant op te nemen voor de crimineel. De geldezels, vaak jongeren, zijn zich vaak niet bewust dat ze op deze manier meewerken aan het witwassen van misdaadgeld. Dit heeft uiteraard grote gevolgen (de jongeren worden zo nog kwetsbaarder voor chantage en bedreigingen, kunnen een strafblad krijgen en bijvoorbeeld op een zwarte lijst van 10

banken komen). Volgens het jongerenwerk hebben de Barneveldse jongeren hierover contact gehad met de politie. Deze casussen komen echter niet uit het systeem van de politie als criminele uitbuiting. Dit kan ook door de registratiemethoden komen (mogelijk is dit door de plaatselijke politie toentertijd geregistreerd als oplichting of i.d.) en het niet herkennen als mogelijk criminele uitbuiting en dus als een mogelijke zaak voor de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM). Moviera is hier destijds niet bij betrokken geweest, wellicht door onbekendheid van het bestaan/de werkzaamheden van Moviera of onbekendheid dat moneymuling onder criminele uitbuiting kan vallen. Het is wenselijk dat in de toekomst bij dergelijke casuïstiek altijd contact wordt opgenomen met een specialist op dit gebied (zoals Moviera en de AVIM).

Jongeren kunnen offline makkelijk op meerdere manieren in aanraking komen met daders. Voorbeelden hiervan zijn leerlingen van basisscholen en middelbare scholen die in contact kunnen komen met (drugs)criminelen (met kans op criminele uitbuiting, zoals het onder dwang vervoeren van drugs of het laten gebruiken als geldezels, zoals hierboven beschreven). Daarnaast zijn er online meerdere manieren om slachtoffer te worden van mensenhandel. Door de technologische ontwikkelingen is mensenhandel veel minder plaatsgebonden geworden. Zo speuren daders op internet naar makkelijke kwetsbare slachtoffers, ongeacht waar deze wonen. De (online) werving kan gebeuren bij een slachtoffer in de ene gemeente, waarbij de uitbuiting zelf (soms dezelfde dag nog) kan plaatsvinden in een andere gemeente. In de gemeente Barneveld zijn veel jongeren woonachtig, waarvan het leven zich voor een groot deel online afspeelt. Dit brengt risico’s met zich mee, omdat hier minder zicht op is. Steeds meer worden jongeren (seksueel en/of crimineel) uitgebuit als gevolg van chantage met online gedeelde naaktfoto’s. Ook in Barneveld zijn meerdere signalen van misbruik van (vertrouwelijk) gedeelde naaktfoto’s/beelden door jongeren.

Ten slotte is het goed om te weten dat een overgroot deel van de slachtoffers van seksuele uitbuiting uitgebuit wordt binnen de illegale prostitutie. Zoals gebleken is door aantreffen van illegale prostitutiegevallen, is de gemeente Barneveld niet minder kwetsbaar voor deze vorm van mensenhandel doordat zij geen vergunde seksindustrie heeft.

Het is belangrijk dat er, ondanks de afwezigheid van hoge cijfers, wordt ingezet op de preventieve en repressieve aanpak van mensenhandel. Slachtofferschap van mensenhandel kan grote blijvende gevolgen hebben voor het slachtoffer. Elk slachtoffer is er één teveel. Een gelegenheidsstructuur voor mensenhandel moet worden tegengegaan. Alertheid op signalen van de verschillende vormen van mensenhandel is belangrijk. Hier valt nog winst te behalen.

11

3. De huidige en de gewenste situatie omtrent de aanpak van mensenhandel Dit hoofdstuk beschrijft de huidige situatie van de aanpak mensenhandel in de gemeente Barneveld (en de regio). Daarnaast wordt uiteraard aandacht gegeven aan de gewenste situatie: de situatie waar de gemeente heen moet en wil. Dit wordt beschreven in de volgende pijlers: voorkomen, signaleren, aanpakken, de zorg en opvang voor slachtoffers van mensenhandel en overige belangrijke zaken. Eerst wordt de overkoepelende functie van aandachtsfunctionaris mensenhandel toegelicht.

3.0 De aandachtsfunctionarissen mensenhandel Een sluitende aanpak mensenhandel heeft betrekking op verschillende afdelingen van de gemeente. Om alles te coördineren en om als aanjager te fungeren moet er ten minste één gemeentelijke aandachtsfunctionaris mensenhandel worden aangesteld (hierna: aandachtsfunctionaris). Dit is onder andere onderdeel van het verplichte basisniveau aanpak mensenhandel. Er moet(en) (een) aandachtsfunctionaris(sen) worden aangesteld met de volgende taken: • • •

• • • •

Zet binnen de gemeente aan tot bewustwording en voorlichting van zowel zijn collega’s als andere professionals in de gemeente die mogelijk met slachtoffers in contact komen. Is het aanspreekpunt voor collega’s die mogelijke signalen van mensenhandel hebben waargenomen en is daarbij onderdeel van de interne meldroute. Denkt mee over signalen, verrijkt deze waar mogelijk en zet de signalen door naar de juiste ketenpartner(s)15. En houdt tevens de signalen/casussen bij, om zo (in samenwerking met de ketenpartners) meer zicht te krijgen op de lokale verschijningsvormen van mensenhandel. Is bekend met de bestuurlijke mogelijkheden om barrières tegen mensenhandel op te werpen en is bekend met de in te zetten handhavingsmogelijkheden. Is bekend met de instanties waar slachtoffers van mensenhandel terechtkunnen en is aanspreekpunt voor deze instanties namens de gemeente. Is op de hoogte van de regionale en landelijke ontwikkelingen op het gebied van mensenhandel en deelt de gemeentelijke ‘good practices’ met de regio. Houdt het beleid up-to-date en onderhoudt de verbinding met de partners vanuit zowel de zorg als de veiligheidshoek en maakt hier samenwerkingsafspraken mee.

De gemeente Barneveld kiest voor het beleggen van casuïstiek bij aandachtsfunctionarissen binnen veiligheid (en sociaal domein) (welke nu al soortgelijke werkzaamheden verrichten). De verdere personele invulling op de verschillende deelonderwerpen/(beleids)pijlers wordt uitgewerkt. De organisatie/coördinatie van de aanpak mensenhandel wordt binnen team Veiligheid, Vergunningen & Toezicht (VVT) opgepakt. Er is vanuit team VVT een structurele verbinding met het sociaal domein. Vanuit sociaal domein wordt samen met veiligheid gekeken naar de inrichting van een overkoepelende (beleidsmatige) overlegstructuur, inclusief de personele invulling ervan. De implementatie hiervan zal eind april 2022 geeffectueerd zijn. 15

Zie voor de regionaal afgestemde signalenroutekaart ‘van gemeente naar ketenpartner’ de regionale handreiking Gelderland-Midden.

12

3.1 Pijler 1: Voorkomen Een belangrijk streven is dat mensenhandel niet meer voorkomt of in ieder geval zo veel mogelijk voorkomen wordt. Daarom is preventie en voorlichting geven belangrijk, met als doel het voorkomen van slachtofferschap. Meerdere organisaties (zoals bijvoorbeeld de VNG en de Nationaal Rapporteur) geven aan dat gemeenten hier ook een rol in hebben en dat hier nog winst te behalen valt. Zie voor meer algemene informatie over preventie bijlage 3. Enkele bekende risicogroepen, welke extra kwetsbaar zijn voor mensenhandel, zijn: arbeidsmigranten, jongeren/minderjarigen, LVB-ers en sekswerkers. Preventie arbeidsuitbuiting (bij arbeidsmigranten) Zoals al eerder benoemd zijn arbeidsmigranten kwetsbaar voor arbeidsuitbuiting, onder andere door hun meervoudige afhankelijkheid. Het is belangrijk om deze doelgroep zelfredzamer te maken in onze gemeente en maatschappij waardoor zij minder vatbaar zijn voor uitbuiters. De Nationaal Rapporteur heeft gewezen op het probleem dat buitenlandse slachtoffers niet goed op de hoogte zijn van hun rechten.

Hierdoor is het voor hen moeilijk om te beoordelen of ze slachtoffer zijn van (voorstadia van) uitbuiting.16 Zelfidentificatie van slachtofferschap is een voorwaarde om de eigen situatie te verbeteren of te verlaten.17 Personen uit een onderzoek van FairWork18 stelden bijvoorbeeld de taaltoegankelijkheid van informatie over arbeidsrechten en Nederlandse maatstaven aan de kaak.

Om arbeidsmigranten in onze gemeente voor te lichten (maar ook om zelf te kunnen controleren op hun omstandigheden), moeten wij zicht hebben op waar zij verblijven. Hier wordt onder andere vanuit burgerzaken de nodige energie in gestoken. Zo zijn er afspraken met enkele uitzendbureaus om één keer in de paar maanden hun panden (waar zij arbeidsmigranten huisvesten) te doorlopen op juistheid in de BRP.19 Daarnaast is er de afspraak dat werknemers zich inschrijven in de BRP. De BRP-specialist gaat hiervoor regelmatig naar een locatie van de werkgever, waar de arbeidsmigranten dan al zijn. Er kan hierbij eventueel een tolk ingezet worden. Daarnaast worden aan arbeidsmigranten die aangetroffen worden tijdens controles folders over inschrijving in de BRP verstrekt. Ook worden er brieven verstuurd waarop wordt gewezen op de wettelijke verplichting ten aanzien van in- en uitschrijving in de BRP. Met afdeling communicatie wordt momenteel gekeken naar de mogelijkheden voor het vertalen van de brieven in verschillende talen. Tenslotte wordt er vanuit ruimtelijke ontwikkeling gekeken naar een systeem waarin op adresniveau verschillende informatie kan worden vastgelegd (binnen AVG-kaders).

Landelijk en regionaal zijn er verscheidene organisaties die zich (onder andere) inzetten voor voorlichting over werkrechten en het tegengaan van arbeidsuitbuiting. Deze informatie moet echter de lokale doelgroep weten te bereiken. De gemeente Barneveld wil een actievere rol pakken in het Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen (2009). Mensenhandel: Zevende rapportage van de Nationaal Rapporteur. Den Haag: Nationaal Rapporteur. 17 Fairwork (2016). Zien en gezien worden. Proactief herkennen, erkennen en ondersteunen van slachtoffers van arbeidsuitbuiting. 18 Fairwork is een organisatie die buitenlandse werknemers helpt die in Nederland onder slechte omstandigheden moeten werken. 19 Een dilemma voor (nieuwe) uitzendbureaus in het geven van openheid over de huisvesting van hun werknemers is wel (het nog niet volledig voldoen aan) het huisvestingsbeleid (zie pijler ‘aanpak’). 16

13

verspreiden van deze voorlichtingsinformatie richting de lokale arbeidsmigranten. Een mogelijkheid is om de door het ministerie van SZW samengestelde website www.workinnl.nl (beschikbaar in verschillende talen) op te nemen in onze brieven richting arbeidsmigranten. Het ministerie van SZW heeft tevens meerdere folders uitgegeven in verschillende talen over rechten en plichten van buitenlandse werknemers in Nederland en over welke hulp slachtoffers kunnen krijgen. Ook FairWork heeft een flyer over rechten rondom werk en waar misstanden te melden. Deze flyer is beschikbaar in verschillende talen en ook de contactmogelijkheden die FairWork biedt zijn in verschillende talen. Deze flyer(s) willen wij graag bij arbeidsmigranten onder de aandacht brengen. Onder andere met afdeling communicatie en de (andere) afdelingen die deze informatie zouden verstrekken zal nog nader worden doorgepraat over de mogelijkheden en te maken afspraken.

Naast arbeidsmigranten die vanwege hun meervoudige afhankelijkheid een kwetsbare groep vormen, kunnen werknemers ook door andere kwetsbaarheden ten prooi vallen aan uitbuitingssituaties. Kwetsbaar zijn bijvoorbeeld ook personen met een verstandelijke beperking of een verslaving of vanwege hun minderjarige leeftijd.20 Wij zullen hier ook aandacht voor hebben en dit waar mogelijk meenemen in voorlichting richting de betreffende doelgroepen (zie onder andere ‘preventie voor LVB-ers’. Preventie criminele en seksuele uitbuiting (bij jongeren) Als men naar de rapporten van de Nationaal Rapporteur kijkt, valt de jonge leeftijd van slachtoffers (en daders) van criminele en seksuele uitbuiting in negatieve zin op (zie bijlage 3). Voorlichting aan deze doelgroep vindt dan ook al het beste plaats vanaf groep 7/8. Na een korte inventarisatie blijkt dat er in de gemeente door verschillende organisaties diverse preventieve activiteiten worden aangeboden/uitgevoerd, die raken aan het onderwerp mensenhandel (of aan risicofactoren of mogelijke voorstadia). Deze preventie richt zich op jongeren van verschillende leeftijden. Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) heeft een leidende rol om de coördinatie en samenhang binnen het preventieve veld te bewaken. Voor het primair onderwijs en voortgezet onderwijs is er een zogenoemde preventiemenukaart vanaf waar zij, via het CJG, lessen kunnen afnemen.

De scholen zijn autonoom in welke lessen zij afnemen en het wisselt dan ook in hoeverre bepaalde lessen worden afgenomen. Soms komen de scholen ook met een eigen verzoek of wordt er zelfstandig iets georganiseerd. Zo is er onlangs gevraagd om voorlichtingslessen specifiek gericht op de risico’s en gevaren van sexting. Dit naar aanleiding van signalen van misbruik van (vertrouwelijk) gedeelde naaktfoto’s/beelden door jongeren. Regelmatig wordt er door scholen ingespeeld op een incident wat zich heeft voorgedaan, om zo (nieuwe) slachtoffers te voorkomen. Een actueel voorbeeld hiervan is een actiedag over seksuele en criminele uitbuiting op een school, waarbij onder andere de voorlichtingslessen over sexting worden gegeven. Hierbij is ook een ervaringsdeskundige/ voormalig slachtoffer van seksuele uitbuiting uitgenodigd. Door de gemeente wordt bekeken of de sexting-lessen structureel kunnen worden opgenomen in het aanbod, ook voor het voortgezet onderwijs. Ook willen wij vaker gebruik maken van (de input van) ervaringsdeskundigen. De input die wij tot nu toe van een ervaringsdeskundige hebben gekregen, is dat voorlichting al vroeg moet beginnen (vanaf groep 7/8) en dat ouders betrekken tevens belangrijk is.

20

Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen (2021). Arbeidsuitbuiting. Den Haag: Nationaal Rapporteur.

14

De activiteiten op de preventiemenukaart worden met name samengesteld naar aanleiding van de preventieprioriteiten die door de gemeente worden bepaald. Momenteel staan er onder andere lessen op die raken aan digitale weerbaarheid en het voorkomen van criminele uitbuiting (waarbij tevens de ouders meegenomen worden in de voorlichting). Bij het bepalen van de preventieprioriteiten voor de komende jaren, zal ook de prioriteit voorkomen van mensenhandel aandacht krijgen. Zo hopen we de scholen mee te blijven nemen in het belang van preventie op dit gebied. Dit doen wij tevens op andere manieren, onder andere door bewustwordingsactiviteiten buiten school te organiseren en onder de aandacht te brengen (zoals de bewustwordingsexpositie ‘open je ogen voor mensenhandel’). Zo wordt er momenteel ook gezamenlijk met de digitale wijkagenten en jongerenwerkers bekeken of het spel Cyber24 ook buiten de klas om kan worden ingezet. In de spelkoffer van Cyber24 zitten ook spellen die te maken hebben met sexting/sextortion. Daarnaast zullen we (samen met partners) jongeren (en hun ouders) via internet proberen te bereiken. Dit bijvoorbeeld door het onder de aandacht brengen/ delen van online preventiemateriaal.

Preventie daderschap Een onderdeel van preventie van mensenhandel kan ook omvatten het voorkomen van daderschap (waarbij bij criminele uitbuiting dader- en slachtofferschap sowieso al nauw met elkaar verweven zijn). De gemeente Barneveld neemt deel aan het Veiligheidshuis West Veluwe Vallei. Hierin wordt met verschillende zorg- en veiligheidspartners onder andere geprobeerd te voorkomen dat personen dreigen af te glijden naar (verdergaand) crimineel gedrag. Preventie voor LVB-ers Personen met een licht verstandelijke beperking (LVB) zijn extra kwetsbaar voor mensenhandel. Benoemd is al de kwetsbaarheid voor arbeidsuitbuiting. Daarnaast lopen vooral jongeren met een LVB meer risico om als slachtoffer en/of dader betrokken te raken bij criminele of seksuele uitbuiting21. De achterstand die zij hebben op sociaal, maatschappelijk, emotioneel en cognitief gebied maakt deze groep kwetsbaar om te worden ingepalmd of ‘geronseld’. Ook in het Veiligheidshuis West Veluwe Vallei wordt opgemerkt dat bij de betreffende personen (waarbij sprake kan zijn van allerlei soorten criminaliteit/overtredingen en problemen) regelmatig sprake is van LVBproblematiek. Er zal bekeken worden of deze specifieke doelgroep m.b.t. preventie nog extra bereikt kan worden, ter voorkoming van zowel dader- als slachtofferschap.

Hierbij wordt onder andere gedacht aan het inzetten van voorlichting op relevante scholen en instellingen (gericht op de jongeren zelf, maar ook op direct betrokkenen zoals ouders, leraren en begeleiders). Daarnaast zijn er in Barneveld en de regio netwerkgroepen voor ouders met kinderen met autisme. In de bijeenkomsten die regelmatig worden gehouden, zal geprobeerd worden ook mensenhandel onder de aandacht te brengen. Preventie uitbuiting bij sekswerkers Ook sekswerkers zijn kwetsbaar voor uitbuiting. In de gemeente Barneveld is geen vergunde seksinrichting, maar is er wel sprake van onvergunde en illegale prostitutie22. De Nationaal Rapporteur stelt: “Er moeten altijd laagdrempelige hulpverlenings- en uitstapmogelijkheden beschikbaar zijn, voor zowel vergunde als onvergunde sekswerkers. Sekswerkers zouden op elk moment vrijwillig in en uit de prostitutiebranche moeten kunnen stappen. Dat draagt ook bij aan het tegengaan van uitbuiting.”23 In onze regio is Punt 26 een steunpunt/ uitstapprogramma voor sekswerkers. Hun doel is om door middel van onder andere (online) vroegsignalering en Kenniscentrum LVB. LVB & uitbuiting. https://www.kenniscentrumlvb.nl/lvb-uitbuiting/ Al enkele keren is illegale prostitutie op locaties aangetroffen.

Het aantal online seksadvertenties met binding met de gemeente Barneveld geeft tevens een indicatie dat er sprake is van meer onvergunde prostitutie (zie het dashboard van de politie Oost-Nederland). 23 Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen (2019). Consultatiereactie Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen Wet Regulering Sekswerk (Wrs). https://www.nationaalrapporteur.nl/publicaties/ brieven/2019/12/13/consultatiereactie-wetsvoorstel-regulering-prostitutie 21 22

15

laagdrempelig contact vrijwillige sekswerkers te begeleiden die uit dit werk willen stappen of vragen hebben over leefdomeinen zoals gezondheid, financiën, werken en wonen. We zullen onderzoeken wat voor de gemeente Barneveld de mogelijkheden en eventuele randvoorwaarden zijn om de (vervolg)trajecten van Punt 26 lokaal in te zetten.

3.2 Pijler 2: Signaleren Het belang van signaleren Een belangrijke rol van de gemeente in de aanpak van mensenhandel is die van signaleerder. Werknemers trainen op het leren herkennen van signalen die kunnen duiden op mensenhandel is een belangrijke taak van de gemeente. Zoals ook in het Kader van de VNG als basisniveau aanpak mensenhandel wordt benoemd, is een belangrijke manier om actief te investeren in het opbouwen van kennis over het signaleren van mensenhandel bij medewerkers van de gemeente door: het organiseren van terugkerende trainingen, voor verschillende groepen medewerkers, en ook voor nieuwe medewerkers. Het doel is om zo meer signalen van mensenhandel boven tafel te krijgen. Mensenhandel is immers een haaldelict, slachtoffers kunnen of durven zelf geen aangifte te doen en opsporingsinstanties zoals de politie moeten zelf actief op zoek naar de slachtoffers. De opsporingsinstanties zijn er zeer gebaat bij als samenwerkingspartners actief signaleren op tekenen van mensenhandel. Signalering is een belangrijke stap naar slachtoffers uit hun uitbuitingssituatie halen. De gemeente is hierin een onmisbare partner met haar vele oren en ogen en contacten met inwoners.

Gemeentelijke medewerkers en hun contacten Medewerkers van gemeenten kunnen namelijk op allerlei manieren en momenten in aanraking komen met signalen van mensenhandel. Dit geldt in eerste instantie voor medewerkers die direct contact hebben met burgers of zich begeven rondom hun woon-/werkplekken. Signalen kunnen echter niet alleen direct in contact met mogelijke slachtoffers worden opgepikt, maar ook door contact met mogelijke facilitators, bijvoorbeeld huisjesmelkers die voorzien in slechte en brandgevaarlijke woonruimten ten behoeve van arbeidsmigranten en dubieuze ondernemingen. Het is dan ook van belang dat een grote groep gemeentelijke medewerkers signalen van mensenhandel leert herkennen en weet waar ze met deze signalen terecht kunnen. Te denken valt aan24: • • • • •

Baliemedewerkers Handhavers en toezichthouders – BOA’s, bouw- en woningtoezicht, sociale recherche etc. Gebiedsregisseurs Gespreksvoerders leerplicht, WMO, jeugd en participatie Vergunningverleners – denk hierbij aan seksinrichtingen of bouwvergunningen voor migrantenwoningen

Interne bewustwording De gemeente Barneveld heeft voor het begin van de pandemie acties ondernomen omtrent de bewustwording van medewerkers op het brede thema ondermijning. Er zijn enkele bewustwordingsbijeenkomsten gehouden. Na deze acties werd gemerkt dat het thema ondermijning meer binnen de gemeente ging leven. Helaas heeft de gemeente vanwege COVID-19 de plannen 24

Eventueel nog aangevuld met andere medewerkers die signalen kunnen oppikken (zie ook de alinea ‘extra bewustwording’).

16

rondom bewustwording niet door kunnen zetten. Een aanbeveling uit de onlangs door het RIEC opgeleverde weerbaarheidsscan is dan ook: blijf structureel aandacht besteden aan het thema ondermijning en organiseer trainingen in het herkennen van signalen. Een belangrijk thema hierbij is mensenhandel. Trainingen omtrent mensenhandel zullen waar mogelijk gecombineerd worden met de andere verschijningsvormen van ondermijning (of met trainingen over de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, zie alinea verderop in dit hoofdstuk). Om medewerkers de benodigde kennis te geven om mensenhandel te signaleren is het belangrijk dat zij een voorlichting krijgen over de problematiek, hoe deze te signaleren en om de interne meldroute onder de aandacht te brengen. Tezamen met de managers van de teams wordt aan verschillende teams al naargelang hun werkzaamheden gezamenlijk een training aangeboden. Zo zal er bijvoorbeeld in de training voor jeugdmedewerkers meer aandacht besteed worden aan seksuele en criminele uitbuiting en zal er voor bouwinspecteurs meer aandacht zijn voor arbeidsuitbuiting. Om ervoor te zorgen dat de opgedane kennis blijft hangen en om nieuwe medewerkers ook in de gelegenheid te stellen om de training te volgen wordt de training periodiek herhaald.

Daarnaast zal de ‘aandachtsfunctionaris bewustwording mensenhandel’ periodiek aansluiten bij een teamoverleg om het onderwerp op de agenda te houden en om vragen te beantwoorden. Ook zal deze aandachtsfunctionaris periodiek een mail sturen naar alle medewerkers die in aanmerking komen voor de training met een signalenlijst/een kort filmpje/een nieuwsupdate. Ten slotte wordt er een communicatieplan ondermijning (inclusief mensenhandel) opgesteld. Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Het besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling (hierna: meldcode) is ook op signalen van mensenhandel van toepassing. De meldcode geldt voor professionals die werkzaam zijn in de sectoren: gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en justitie. Professionals met vermoedens van huiselijk geweld, kindermishandeling of mensenhandel kunnen aan de hand van vijf stappen bepalen of ze een melding moeten doen bij Veilig Thuis en of er voldoende hulp kan worden ingezet. Veilig Thuis onderzoekt bij een melding of er daadwerkelijk sprake is van huiselijk geweld, kindermishandeling of mensenhandel. Indien nodig zet Veilig Thuis vervolgstappen in gang in de vorm van overdragen naar vrijwillige hulp, het informeren van de Raad voor de Kinderbescherming en/of melding doen bij de politie.

Voor de professionals die onder de meldcode vallen, zit hier dus al een verplichting om op de hoogte te zijn van signalen van mensenhandel en deze te melden bij Veilig Thuis. Sommige van deze professionals zijn binnen de gemeente werkzaam. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de gespreksvoerders leerplicht, Jeugd, WMO en Participatie. Zij krijgen terugkerende trainingen over de meldcode. Een deel van de professionals heeft daarnaast een specifieke training over mensenhandel gevolgd. Een selecte groep mag zich tevens aandachtsfunctionaris meldcode noemen en zorgt ervoor dat de meldcode voldoende aandacht blijft krijgen. De aandachtsfunctionarissen meldcode en de ‘aandachtsfunctionaris(sen) bewustwording mensenhandel’ zullen onderling afstemmen over de bewustwording omtrent het onderwerp mensenhandel. Aangezien mensenhandel een relatief nieuw onderwerp/ ondergeschoven onderwerp in de meldcode kan zijn, zal er op worden gelet dat dit onderwerp in toekomstige trainingen en bijeenkomsten voldoende wordt meegenomen. Van sommige professionals die onder de meldcode vallen, is de gemeente opdrachtgever en gaat zij contracten aan en verleent zij subsidies. In de voorwaarden van deze contracten en subsidies staat opgenomen dat de organisatie zich aan de meldcode dient te houden.

Specifieke vormen die wij extra onder de aandacht willen brengen, zoals mensenhandel, zullen wij hierin expliciet benoemen als onderdeel van de meldcode. Ook wordt er in de voorwaarden benoemd dat de organisatie de 17

kennis omtrent de meldcode up to date dient te houden. Hiervoor zijn er inmiddels bij onder andere de partnerorganisaties meer dan 100 aandachtsfunctionarissen meldcode aanwezig. Wij verwachten dat de aandachtsfunctionarissen meldcode deelnemen aan netwerkbijeenkomsten (welke door de gemeente worden georganiseerd). We zullen (gezamenlijk met de ‘aandachtsfunctionarissen bewustwording mensenhandel’) ervoor zorgen dat tijdens deze bijeenkomsten het onderwerp mensenhandel ook expliciet wordt besproken. De gemeente heeft bij de maatschappelijke organisaties een toezichthoudende rol op het naleven van de meldcode. Eén van de manieren om dit te doen is door de organisaties te bevragen hierover. Door de betreffende accounthouders wordt dit gedaan in onder andere de subsidiegesprekken. Hier worden ook punten zoals aanwezigheid bij netwerkbijeenkomsten meegenomen. Comensha heeft gesignaleerd dat nog niet in alle regio’s het onderwerp mensenhandel in beleid is opgenomen dat Veilig Thuis alle vormen van mensenhandel als haar taak ziet/ voldoende expertise hierop heeft. Veilig Thuis Gelderland-Midden is hierover bevraagd en zij geven aan dat dit thema bij hen op de agenda staat en dat zij op verschillende manieren aan expertisebevordering doen.

Dit laatste wordt onder andere gedaan door interne trainingen en aandachtsfunctionarissen en nauwe contacten en informatie-uitwisseling op dit thema met partners, zoals zorgcoördinator Moviera. Wel is dit een proces dat in ontwikkeling is. We zullen dit (regionaal) blijven monitoren en goed contact met Veilig Thuis hierover houden.

Interne meldroute Medewerkers van de gemeente moeten signalen van mensenhandel laagdrempelig kunnen melden. Hiervoor wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de al bestaande meldroutes. Medewerkers die onder de meldcode vallen, moeten (eventueel samen met een interne aandachtsfunctionaris meldcode en/of aandachtsfunctionaris mensenhandel) beslissen of ze wel of niet een melding bij Veilig Thuis moeten maken als er een (vermoedelijk) slachtoffer in beeld is. Echter kunnen zij ook signalen hebben van mensenhandel op een locatie (zonder dat zij specifieke slachtoffers (her)kennen). Voor deze signalen, alsmede voor de signalen van alle overige gemeentelijke medewerkers, is er de meldroute voor signalen van ondermijning. Op dit moment houdt de meldroute voor signalen van ondermijning in het benaderen van de veiligheidsadviseur ondermijning. Ook is er een algemene veiligheidsmailbox voor het melden van situaties die met (on)veiligheid te maken hebben. Deze is echter niet bij iedereen bekend als de meldroute voor signalen van ondermijning. Eén van de op te volgen aanbevelingen uit onder andere de weerbaarheidsscan is dan ook het (her)inrichten en (breder) bekendmaken van een (persoonsonafhankelijk) intern meldpunt ondermijning. Uiteraard is het wel goed voor medewerkers om te weten wie er achter het meldpunt zitten en wat het protocol voor (anoniem) melden is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=0305299e-e003-477e-837c-6f78f16c4dce