CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-3.17 Besluit B&W over de regiovisie ‘Samen de cirkel van geweld doorbreken’, d.d. 10 juni 2025

Gemeenteraad 16 juli 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ingekomen stukken13.428 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Moviera (vrouwenopvang)

Centrum Seksueel Geweld

Veilig Thuis

Lokale voorzieningen

Opdrachtgever

Centrum gemeente 8

Centrum gemeente 9

Gezamenlijk 10

Individueel

Financiering

DU VO + indexatie via AU

DU VO + indexatie via AU

DU VO + indexatie via AU + AU (Jeugdwet)

AU (Jeugdwet en Wmo)

Terug naar inhoud

22

Bijlagen Bijlage 1. Wettelijk kader Bijlage 2. Landelijke ontwikkelingen 1. Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming 2. Hervormingsagenda Jeugd (2023-2028) 3. Ontwikkelagenda Veiligheid Voorop 4. Landelijk Kader Nederlandse Zorg- en Veiligheidshuizen 5. Ontwikkelagenda Vrouwenopvang 6. Nationaal Actieprogramma Aanpak Seksueel grensoverschrijdend

gedrag en seksueel geweld (2023-2026)

7. Actieagenda Schadelijke Praktijken 8. Actieplan Samen tegen mensenhandel 9. Plan van aanpak ‘Stop Femicide!’

Bijlage 3. Begrippenlijst Bijlage 4. Partners betrokken bij totstandkoming visie

Bijlagen

Terug naar inhoud

23

Bijlage 1

Wettelijk kader Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) 2015 In deze wet staat dat elke burger recht heeft om vrij te zijn van het risico op geweld uit huiselijke kring. Er moet voor iedereen in de thuissituatie – en als dat niet kan, elders – een veilige plek zijn. Deze wet bevat ook nadrukkelijk de opdracht om huiselijk geweld te voorkomen. In de wet wordt een brede definitie van (slachtoffers van) geweld in huiselijke kring gehanteerd. Zowel vrouwen als mannen, minderjarigen en ouderen, moeten door de gemeente worden beschermd en ondersteund. Tot slot kent deze wet de eis van landelijke toegankelijkheid: een persoon die veilige opvang nodig heeft, kan ook in een andere gemeente terecht. Jeugdwet Sinds de decentralisatie van de jeugdzorg (2015) ligt, naast preventie, ook de verantwoordelijkheid voor de aanpak van kindermishandeling, bij gemeenten. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het hele traject van de signalering, de diagnostiek tot de hulp en behandeling bij kindermishandeling. Wet Tijdelijk Huisverbod (9 oktober 2008) Volgens deze wet mag een pleger van huiselijk geweld in beginsel tien dagen zijn of haar woning niet in. Ook mag hij/zij geen contact opnemen met de partner en/of de kinderen. Een huisverbod wordt opgelegd door de burgemeester via een beschikking en kan worden verlengd tot maximaal vier weken.

Een overtreding van het verbod kan leiden tot maximaal twee jaar gevangenisstraf of een taakstraf.

Bijlage 1. Wettelijk kader

Het verbod creëert een afkoelingsperiode waarbinnen de nodige hulpverlening op gang gebracht kan worden en escalatie kan worden voorkomen. Deze wet kan ook toegepast worden bij (ernstige vermoedens van) kindermishandeling. Wet Verplichte Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling (1 juli 2013) Deze wet verplicht organisaties en zelfstandige professionals een meldcode te hanteren en de kennis en het gebruik ervan te bevorderen. Doel van de wet is dat sneller en adequater hulp geboden kan worden bij signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling, zodat het geweld stopt. Binnen de eigen gemeentelijke organisatie geldt de wet voor alle ambtenaren die betrokken zijn bij de uitvoering van de Leerplichtwet en alle afdelingen waarin men als beroepskracht werkt met inwoners. Ook zijn gemeenten verantwoordelijk voor het toezicht houden op en de handhaving van de meldcode bij organisaties in de kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg. Op 1 januari 2019 is de wet aangescherpt waardoor professionals verplicht zijn vermoedens van acute of structurele onveiligheid te melden bij Veilig Thuis (VT). VT heeft hiermee een zogenaamde radarfunctie gekregen; onveilige situaties komen eerder en langer op de radar bij de organisatie.

Huisvestingswet (1 januari 2015) Volgens deze wet moeten gemeenten urgentie verlenen aan slachtoffers van geweld die in de opvang verblijven (artikel 12). Als gemeenten een

Terug naar inhoud

urgentiesysteem hebben, moeten ze slachtoffers van huiselijk geweld voorrang geven. Wet tegengaan huwelijksdwang Van huwelijksdwang is sprake als één of beide partners onder grote druk worden gezet om te trouwen. Dit gebeurt bij zowel (jonge) vrouwen als mannen. De druk komt van ouders, familie of breder vanuit de gemeenschap. Huwelijksdwang is een vorm van huiselijk geweld en strafbaar. Wet publieke gezondheid De publieke gezondheidszorg richt zich op de zorg voor de gezondheid van de samenleving en risicogroepen. Vanuit het thema huiselijk geweld en kindermishandeling zijn belangrijke onderdelen: de collectieve preventie en zorg voor jeugdigen en ouderen vanuit de gemeentelijke gezondheidsdienst. Deze dienst is verplicht te werken met de meldcode. Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (20 november 1989, ratificering door Nederland vond plaats op 8 maart 1995) Artikel 19 van dit verdrag is specifiek gewijd aan Bescherming tegen kindermishandeling: ieder kind heeft recht op bescherming tegen alle vormen van lichamelijke en geestelijke mishandeling en verwaarlozing zowel in het gezin als daarbuiten. De overheid neemt maatregelen ter preventie en signalering hiervan en zorgt voor opvang en behandeling van slachtoffers. In Nederland wordt de naleving hiervan gemonitord door de Kinderombudsman.

24

Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (Verdrag van Istanbul, ratificering door Nederland vond plaats op 18 november 2015) Doel van dit verdrag is om een krachtige impuls te geven aan het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Met de ratificering is Nederland verplicht maatregelen te treffen om geweld te voorkomen, slachtoffers te beschermen en daders te berechten en te bestraffen. Zo wordt geprobeerd het geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld op pan-Europees niveau verder terug te dringen. De verplichtingen die uit het verdrag voortvloeien stemmen overeen met Nederlands beleid voor de aanpak van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. En met de voorzieningen die daartoe in Nederland zijn getroffen, zoals vastgelegd in de Wmo 2015.

Bijlage 1. Wettelijk kader

GREVIO In januari 2020 bracht een commissie van experts (GREVIO) een advies uit over de naleving door Nederland van het Verdrag van Istanbul. Zij juichen de inspanningen die Nederland doet om het verdrag uit te voeren toe, maar ook hebben zij een aantal belangrijke thema’s vastgesteld die verdere actie van de Nederlandse regering vragen om volledig aan de bepalingen van het verdrag te voldoen. De aanbevelingen van GREVIO hebben één gemene deler: beleid en uitvoering moet meer rekening houden met gender als onderliggende oorzaak voor het geweld. Deze aanbevelingen vloeien voort uit een analyse van de relatie tussen gender en geweld. Daarnaast richten de aanbevelingen zich ook op een gecoördineerde aanpak, duurzame financiering, duidelijke mandaten, bijzondere aandacht voor zwarte vrouwen en migrantenvrouwen e.d.

Terug naar inhoud

25

Bijlage 2

Landelijke ontwikkelingen Er zijn veel partijen betrokken bij de directe of indirecte aanpak huiselijk geweld en er vindt veel ontwikkeling plaats. In deze bijlage geven we een overzicht en korte beschrijving van de belangrijkste landelijke ontwikkelingen. 1. Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming Het programma Geweld hoort nergens thuis is opgegaan in het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming 2023-2026. Het programma richt zich specifiek op het verbeteren van de aanpak van huiselijk geweld. En heeft als doel om een brede, gezins-/systeem-gerichte werk­­­wijze en een slim effectief stelsel van kind- en gezinsbescherming te realiseren. Het Toekomstscenario is gericht op 0-100 waar sprake is van onveiligheid waarbij ook aandacht is voor de ontwikkelingsbedreiging van kinderen. Dit vraagt om een integrale aanpak met oog voor de problematiek van alle gezinsleden op diverse leefgebieden. Het plan bestaat uit vier actielijnen: 1. Beproeven, verbreden en versterken op lokaal, regionaal en landelijk niveau 2. Ontwikkelen kaders en instrumenten voor integraal systeem- en mensgericht werken 3. Inrichten regionaal veiligheidsteam 4. Ontwikkelen passende juridische kaders Deze actielijnen worden uitgewerkt in zogenaamde ‘proeftuinen’.

De gemeenten Ede, Barneveld, Nijkerk en Scherpenzeel werken samen in de proeftuin FoodValley; waar ook de gemeenten Rhenen, Renswoude en Veenendaal aan

Bijlage 2. Landelijke ontwikkelingen

deelnemen. Ook Veilig Thuis, Jeugdbescherming Gelderland en de Raad voor de Kinderbescherming zijn onderdeel van deze proeftuin. Dit programma is opgezet door de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de ministeries van Justitie en veiligheid (J&V) en Volksgezondheid, Welzijn en Samenleving (VWS). 2. Hervormingsagenda Jeugd (2023-2028) Eind 2019 hebben de ministers van VWS en Rechtsbescherming voorstellen gedaan om de jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugd­ reclassering, beter te ordenen. In 2021 blijkt uit het vervolgrapport van de inspecties, dat het stelsel onvoldoende verbetert. Hierop wordt besloten om de gedane voorstellen uit te werken tot de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 11 en het vrijblijvende karakter te wijzigen in een opgave. Op 19 juni 2023 wordt deze agenda vastgesteld en committeren de gemeenten zich aan de doelstellingen en de bijbehorende veranderingen12. De agenda bevat een omvangrijk pakket afspraken met als doel de jeugdzorg te verbeteren en financieel gezond te maken: betere en tijdige zorg en ondersteuning voor jeugdigen en hun gezin, op de juiste plek en wanneer dit nodig is. De veranderingen vinden plaats op zowel lokaal als regionaal en landelijk niveau. Het pakket aan maatregelen moet leiden tot lagere uitgaven van structureel 1 miljard euro, vanaf 2027.

Terug naar inhoud

3. Ontwikkelagenda Veiligheid Voorop De ontwikkelagenda Veiligheid Voorop staat voor de vroegtijdige samenwerking op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling waar het de samenloop zorg en straf betreft. De agenda wordt ondersteund door de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn, Sport (VWS) en Justitie en Veiligheid (JenV) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De agenda biedt een meerjarig perspectief op alle noodzakelijke activiteiten voor de verbetering van samenwerking tussen justitieorganisaties (bestaande uit Openbaar Ministerie, de Natio­ nale Politie, 3RO en de Raad voor de Kinder­ bescherming) en Veilig Thuis bij de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. De organisaties zijn verenigd in het Landelijk Netwerk zorg/straf. ‘Veiligheid voorop’ is de leidraad in hun aanpak: het doel is het sneller realiseren van een veilige situatie (werken aan directe veiligheid) en het laten afnemen van de kans op herhaling en escalatie door risico-gestuurde en vervolgens herstelgerichte zorg. Kernpunt hierbij is een eerdere en gecoördineerde inzet, waarbij er sneller de juiste hulp wordt ingezet, zaken niet onnodig lang blijven liggen en de afweging tussen straf en zorg beter wordt gemaakt. De agenda en de hierin opgenomen verbeteractiviteiten zijn tot stand komen op basis van inzichten en met de medewerking van uitvoerende vakmensen.

Veilig Thuis is binnen de ontwikkelagenda de enige

26

decentraal georganiseerde partner. Dit vraagt om afstemming met gemeenten als opdrachtgever over inzet en financiering. Daarnaast moeten de acties binnen Veiligheid Voorop, zoals een integrale 24/7 crisisdienst in elke regio, worden bekeken in samenhang met de ontwikkelingen in het Toekomstscenario. 4. Landelijk Kader Nederlandse Zorg- en Veiligheidshuizen Elk Zorg- en Veiligheidshuis is in 2030 een duurzame basisvoorziening in de regio voor samenwerking op complexe casuïstiek. Het staat bekend als dé plek waar netwerkpartners vanuit gemeenten, zorg en veiligheid integraal en domeinoverstijgend samenwerken. Het voorkomen en terugdringen van criminaliteit en ernstige overlast blijft onze focus. Dat doen we met interventies gericht op het verminderen van recidive en maatschappelijke uitval. We bieden kwetsbare personen perspectief op stabiliteit, sociale inclusie en zelfredzaamheid en dragen zo bij aan een veiliger samenleving. Het landelijk kader kent de volgende vijf ambities: 1. Krachtig netwerk 2. Landelijke harmonisatie 3. Doorontwikkeling 4. Duurzame en passende financiering 5. Stevige positionering 5. Ontwikkelagenda Vrouwenopvang Er zijn de afgelopen jaren in de vrouwenopvang, in nauwe samenwerking met gemeenten en de partners, veel ontwikkelingen in gang gezet in het traject voor, tijdens en na de opvang.

Valente en de VNG werken sinds 2023 samen aan een Ontwikkelagenda Vrouwenopvang: een continu proces van kwaliteitsontwikkeling en -borging.

Bijlage 2. Landelijke ontwikkelingen

De volgende thema’s zijn ondermeer onderdeel van deze agenda: • Actualiseren beleidskader in- door- uitstroom vrouwenopvang; • Actualiseren en completeren risicotaxatie vrouwenopvang; • Ontwikkeling en borging landelijke ontwikkelagenda vrouwenopvang; • Opzetten landelijke monitor vrouwenopvang; • Een vervolg op de aanpak van knelpunten zoals gerapporteerd door de ombudsman; • Het verbeteren van de aanpak stalking huiselijk geweld. 6. Nationaal Actieprogramma Aanpak Seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld (2023-2026) Het doel van het Nationaal Actieprogramma is het tegengaan van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. Maar dat gaat niet van de één op andere dag. Daarom is een belangrijk tweede doel het beperken van de schade, door het snel te signaleren en stoppen, slachtoffers en hun omgeving steun en hulp te bieden en het juist handelen naar (vermoedelijke) plegers. Het actieprogramma is uitgewerkt aan de hand van vijf actielijnen: 1. Er zijn gedeelde maatschappelijke waarden en normen over hoe we met elkaar om willen gaan in de samenleving 2. Wet- en regelgeving weerspiegelen de (veranderende) maatschappelijke normen 3. Organisaties hebben processen voor preventie, signalering en opvolging op orde 4. Iedereen herkent seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld en kan hierop reageren 5.

Er is goede hulpverlening die makkelijk vindbaar is

Terug naar inhoud

Het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld wordt gecoördineerd door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Er wordt nauw samengewerkt met de ministeries Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Justitie en Veiligheid (JenV). 7. Actieagenda Schadelijke Praktijken De actieagenda Schadelijke Praktijken komt voort uit de verkenning van het onderdeel specifieke doelgroepen van het programma Geweld hoort nergens thuis. De agenda bevat maatregelen van algemene aard (bedoeld voor alle vormen van schadelijke praktijken) en maatregelen gericht op de specifieke verschijningsvormen vrouwelijke genitale verminking, huwelijksdwang en achterlating en eergerelateerd geweld. De ambitie van de actieagenda is om schadelijke praktijken eerder en beter in beeld te krijgen en/of te stoppen en duurzaam op te lossen. Hiervoor moeten professionals beter leren de problemen vroegtijdig te herkennen, moeten zij signalen en vermoedens melden en vervolgens kunnen handelen met de juiste vaardigheden en instrumenten. De actieagenda is opgesteld in overleg met de ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) en Buitenlandse Zaken (BZ), professionals en met diverse maatschappelijke organisaties.

De opdracht vanuit deze actieagenda ligt deels bij de betrokken ministeries en deels bij gemeenten en organisaties als Veilig Thuis. 8. Actieplan Samen tegen mensenhandel Het actieplan Samen tegen mensenhandel is opgesteld om samen met partners in het zorgdomein, sociaal domein en het

27

veiligheidsdomein te werken aan het voorkomen van mensenhandel, het beter signaleren en helpen van slachtoffers van mensenhandel en het aanpakken van daders van mensenhandel. De inzet komt samen in vijf actielijnen: 1. Creëren van brede bewustwording 2. Vergroten van de meldingsbereidheid 3. Investeren in en werken aan een betere vaststelling van slachtofferschap en bescherming van slachtoffers 4. Verbeteren van de (bovenregionale en regionale) samenwerking 5. Verbetering van de informatiedeling en gegevensverwerking 9. Plan van aanpak ‘Stop Femicide!’ In juni 2024 is het Plan van aanpak ‘Stop Femicide!’ gepresenteerd. De aanpak van femicide bouwt voort op de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling, aangevuld met inzet vanuit o.a. emancipatie- en discriminatiebeleid en specifieke acties gericht op het voorkomen van femicide. Dit heeft geresulteerd in een uitgebreid plan van aanpak met vier pijlers waarbinnen tien prioriteiten benoemd zijn die in 2024 en 2025 met voorrang worden opgepakt.

Bijlage 2. Landelijke ontwikkelingen

Pijler 1: primaire preventie • Het bevorderen van gelijkheid van mannen en vrouwen. Pijler 2: zicht op (dreigend) geweld • Versterken van de bewustwording in de samenleving; • De deskundigheid van professionals vergroten; • De aard van het geweld benoemen; • Onderzoeken hoe veiligheids- en risicobeoordeling beter kan. Pijler 3: interventies en hulpverlening • Verbetering van de strafrechtelijke aanpak van psychisch geweld; • Bescherming van slachtoffers verbeteren; • Onderzoek naar beter hulpaanbod voor plegers. Pijler 4: inzicht in probleem en aanpak • Goede onderbouwing van de aanpak en lerend verbeteren; • Een verkenning naar het versterken van de landelijke coördinatie.

Terug naar inhoud

28

Bijlage 3

Begrippenlijst Deze begrippenlijst is onder andere samengesteld om een indruk te geven van de veelheid aan defini­ ties die gebruikt worden voor onveiligheid in de relationele sfeer. Deze lijst is niet compleet. Er komen nog regelmatig definities bij voor soorten geweld die eerder onder een meer algemene noemer vielen en nu meer specifiek beschreven zijn, zoals intieme terreur. Deze definitielijst is ook bedoeld om de diversiteit aan huiselijk geweld en kindermishandeling te schetsen. Overigens zullen niet alle definities in deze lijst gebruikt worden in dit document. Achterlating: iemand wordt onder dwang terug­ gestuurd naar of achtergelaten in het buitenland, vaak na een vakantie. Afhankelijkheidsrelatie: kenmerkt zich door een ongelijkwaardige verdeling van economische en sociale middelen. Naast huiselijk geweld gaat het ook om geweld binnen professionele relaties in bijvoorbeeld de zorg. Coercive controle of dwingende controle: is een vorm van huiselijk geweld waarbij een persoon de ander sterk domineert. Het slachtoffer kan daarbij bepaalde vrijheden worden ontzegd dor de ander, zoals het onderhouden van sociale contacten of het hebben van eigen geld en zelf te bepalen waaraan dit uit te geven. Ook kan de pleger dreigen zichzelf of het slachtoffer of haar of zijn geliefden iets aan te doen. Het kan daarbij gaan om zowel fysiek als psychisch geweld.

Alle vormen van dwingende controle hebben een zich herhalend structureel karakter.

Bijlage 3. Begrippenlijst

Eergerelateerd geweld: elke vorm van geestelijk en/of lichamelijk geweld gepleegd vanuit een collectieve mentaliteit in een reactie op een (dreiging van) schending van de eer van een man of vrouw en daarmee van zijn of haar familie waarvan de buitenwereld op de hoogte is of dreigt te raken Eerwraak: de extreemste vorm van eergerelateerd geweld waarbij men als doel heeft de verloren gegane zedelijke eer te herstellen door het plegen van een moord op de veroorzaker van het eerverlies of degene die schuldig wordt bevonden aan het eerverlies. Deze persoon kan een man of een vrouw zijn. Emotionele en/of psychische mishandeling: het stelselmatig uitschelden, treiteren, vernederen, bedreigen, kleineren, overvragen, isoleren of elk ander gedrag dat een negatieve invloed kan hebben op de emotionele ontwikkeling van een kind. Emotionele verwaarlozing: is iets anders dan emotionele mishandeling. Bij emotionele verwaar­ lozing gaat het vaak juist om dingen die ouders níet doen: ze geven een kind geen aandacht, liefde, emotionele steun en bevestiging. Femicide: is gendergerelateerd fataal geweld tegen vrouwen en meisjes. Het gaat over stereotiepe rollenpatronen en verwachtingen, het gaat over discriminatie en ongelijkheid én ongelijke machtsverhoudingen. Het gaat niet (alleen) over

Terug naar inhoud

de (zichtbare) motivatie van plegers, maar over de onderliggende oorzaken die fataal geweld veroorzaken. Vrouwen worden onevenredig vaker gedood door hun (ex-)partner of een familielid dan mannen. Financieel misbruik en/of uitbuiting: ongewenst en ongeoorloofd gebruik van geld en/of goederen of andere bezittingen van een oudere door iemand uit de huiselijke kring. De mate kan variëren van het zich niet-realiseren tot aan een strafbaar feit. Gender: de kenmerken, eigenschappen, talenten en verwachtingen die we toekennen aan vrouwen en mannen en de verschillen in macht die daaruit voortvloeien. Gendersensitief werken: het bewust zijn van en rekening houden met de verschillen in macht, afhanke­­lijkheid en wederzijdse verwachtingen die uit genderrollen voortvloeien. Gefaseerd samenwerken aan veiligheid: visie dat er eerst veiligheid binnen een gezin/systeem moet zijn voordat gewerkt kan worden aan structurele oplossingen en herstel van alle betrokkenen. Huwelijksdwang: kent een glijdende schaal van zachte drang (op iemand inpraten) tot onder dreiging of toepassing van geweld iemand dwingen met de geselecteerde partner te trouwen.

29

Intergenerationele overdracht: Het doorgeven van bepaalde kwaliteiten, eigenschappen of problemen aan de volgende generatie. Intiem terreur: hierbij is er sprake van een machts­ verschil tussen de partners. Eén partner, meestal de man, oefent dwang en controle uit op zijn partner door haar vrijheid te beperken, haar te isoleren en door het gebruik van - vaak ernstig - geweld, ook seksueel. Het slachtoffer en de kinderen voelen zich continu bedreigd en onveilig. Kind-oudermishandeling: het thuiswonende kind (kan ook meerderjarig zijn) wil macht en controle krijgen over de ouder(s). Vaak is er sprake van lichamelijk of psychisch geweld van een kind tegen­ over een of beide ouders, maar ook financieel mis­ bruik komt veel voor, denk aan het stelen van geld. Lichamelijke mishandeling: het toebrengen van fysieke schade, verwondingen of pijn bij een ander. Lichamelijke verwaarlozing: een ‘passieve’ vorm van kindermishandeling waarbij ouders stelselmatig onvoldoende tegemoet komen aan de lichamelijke basisbehoeften van het kind zoals voeding, hygiëne, toezicht, kleding en/of medische zorg. Mannenopvang: zie Vrouwenopvang. Meisjesbesnijdenis: zie Vrouwelijke genitale verminking. Mensenhandel: betreft het werven, vervoeren of opnemen en huisvesten van mensen waarbij sprake is van dwang, geweld, chantage, fraude en/ of misleiding.

Het doel van de mensenhandelaar is de uitbuiting van het slachtoffer. Het is een vorm van geweld waarbij iemand geld verdient aan de ander. Verschillende vormen van mensenhandel zijn: arbeidsuitbuiting, criminele uitbuiting, seksuele uitbuiting en gedwongen orgaanverwijdering.

Bijlage 3. Begrippenlijst

Münchhausen by proxy: zie Pediatric condition falsification. Ontspoorde mantelzorg: de mantelzorg overschrijdt de grens van goede zorg door overbelasting, onmacht, onkunde of onwetendheid. Er is geen opzet in het spel. Ouderenmishandeling: mishandeling van een persoon van 65 jaar of ouder. Ouderenmishandeling komt voor in gezins- of familierelaties, maar ook in relaties met beroepskrachten. De mishandeling kan het resultaat zijn van zowel actief (plegen van handelingen) als passief gedrag (nalaten van handelingen). In het geval van (overbelaste) mantelzorgers kan sprake zijn van niet-opzettelijke mishandeling van ouderen. Het betreft hier ‘ontspoorde mantelzorg’. Ouderverstoting: het fenomeen waarbij een kind (na een scheiding) het contact verbreekt met een van zijn ouders. Partnergeweld en ex-partnergeweld: iedere vorm van geweld tussen partners of ex-partners. Pediatric condition falsification: het uitvergroten, veroorzaken, verergeren of verzinnen van psychische en fysieke klachten bij kinderen door de ouder(s). Seksueel geweld: een breed begrip dat onder andere verkrachting en aanranding maar ook seksuele intimidatie omvat. Seksueel kindermisbruik: seksueel contact tegen de wil van het kind of als het kind dit contact niet kan weigeren. Plegers zetten het kind emotioneel onder druk.

Ze dwingen het kind tot seksuele handelingen of zorgen door hun overwicht dat het kind geen nee durft te zeggen tegen seksuele toenaderingen.

Terug naar inhoud

Seksuele intimidatie: seksueel getinte opmerkingen en het aanraken zonder toestemming. Er hoeft niet per se sprake te zijn van fysiek contact. Iemand kan bijvoorbeeld ook gedwongen worden om seksuele handelingen te verrichten bij zichzelf. Shaken baby syndroom: de gevolgen van het heftig schudden of hardhandig wegleggen van een baby of jong kind. Stalking: iemand bewust de hele tijd lastigvallen waardoor die persoon zich niet meer veilig voelt. Voorbeelden van stalking zijn achtervolgen, dreigen met geweld, ongewenste telefoontjes en berichten sturen of op naam van iemand anders dingen bestellen. Tijdelijk huisverbod (THV): Sinds 1 januari 2009 is de Wet tijdelijk huisverbod van kracht. Deze wet geeft de burgemeester/hulp officier van justitie de mogelijkheid om een pleger van huiselijk geweld voor een periode van 10 dagen of na verlenging 28 dagen de toegang tot de woning, waarin hij/zij met regelmaat samen met het (de) slachtoffer(s) verblijft te ontzeggen. Hierdoor ondervindt niet het slachtoffer maar de pleger van huiselijk geweld de gevolgen van een gedwongen vertrek uit huis om de veiligheid van een heel systeem te kunnen waarborgen. Het is een instrument om rust in het systeem te brengen en bedoelt als afkoelingsperiode voor de pleger.

Traumasensitief werken: kort gezegd betekent dit dat professionals in hun werk er altijd rekening mee houden dat kinderen en hun ouders ingrijpende ervaringen kunnen hebben, waardoor hun stresssysteem in de war kan zijn.

30

Vechtscheiding: wanneer een (echt)scheiding niet alleen gepaard gaat met negatieve gevoelens naar de ex-partner, maar ook met acties met de bedoeling de andere partner schade toe te brengen. De term vechtscheiding wordt tevens gehanteerd als de kinderen daar nadelen van ondervinden. Verwaarlozing: ouders of opvoeders geven het kind bijvoorbeeld structureel te weinig, slechte of onregelmatige voeding. Er wordt ook gesproken van verwaarlozing als ouders het kind niet adequaat kleden, bijvoorbeeld in vuile kleren laten rondlopen of in de winter nog in een T-shirtje buiten laten lopen. Vrouwelijke genitale verminking (VGV): het (deels) verwijderen van het vrouwelijke geslachtsdeel. Vrouwenopvang: term voor de opvang van iedereen die slachtoffer is van huiselijk geweld; vrouwen, mannen en hun kinderen. In de West-Veluwe Vallei verzorgt Moviera dit.

Bijlage 3. Begrippenlijst

Terug naar inhoud

31

Bijlage 4

Partners betrokken bij totstandkoming visie • Veilig Thuis • Moviera • Centrum Seksueel geweld • Politie • Raad voor de Kinderbescherming • Jeugdbescherming • Openbaar ministerie • Reclassering • Verslavingszorg • Regionaal veiligheidsteam • Zorg- en veiligheidshuis • Gemeente: aandachtsfunctionarissen van diverse teams (o.a. sociaal team. CJG, Wmo, Team Op Tijd Erbij), toezicht en handhaving, aanpalende beleidsterreinen • Adviesraad Sociaal Domein • Onderwijs (basis-, voortgezet en MBO) • GGD

Hoofdstuk 0. Xxx

• Huisartsen • Kinderopvang • Verloskundigen • Vluchtelingenwerk • Zorgaanbieders • Maatschappelijk werk • Bemoeizorg • Cultuurrijke zorg • Steunouders • Halt • Bewindvoering • Mantelzorg • Woningstichting • Scoutingverenigingen • Sportclubs • Wijkverpleging • Kerken • Ervaringsdeskundigen

Terug naar inhoud

32

Literatuurlijst Alink, L., Prevoo, M., van Berkel, S., Linting, M., Klein Velderman, M., & Pannebakker, F. (2018). NPM 2017: Nationale Prevalentiestudie Mishandeling van Kinderen en Jeugdigen. Leiden: Leiden University, Institute of Education and Child Studies & TNO Child Health. Augeo. (2024). Gezinsprofielen: Hulpmiddel om geweldspatronen binnen gezinnen te herkennen. Geraadpleegd op 2 april 2025, van https://gezinsprofielen.augeo.nl/augeo-special-gezinsprofielen/augeo-kennis-gezinsprofielen Derksen, E., Kennis, M., Kloosterman, R., Moons, E., & Peters, V. (2024). Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Geweld 2024. Den Haag: Wetenschappelijk Onderzoek en Datacentrum (WODC) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Kinderombudsman. (sd). Opgehaald van https://www.kinderombudsman.nl/onderwerpen/kindermishandeling Politie. (sd). https://www.politie.nl/informatie/hoe-vaak-komt-huiselijk-geweld-voor.html. Schellingerhout, R., & Ramakers, C. (2017). Scholierenonderzoek Kindermishandeling 2016. Nijmegen: ITS, Radboud Universiteit . Steketee, M., van Loon-Dikkers, L., Lünnemann, M., Dusault, Y., & Tierolf, B. (2023). Huiselijk geweld: een complex en hardnekkig probleem. Derde Cohortstudie: Resultaten van de aanpak partnergeweld en kindermishandeling. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut. Valente. (2023). Infographic Vrouwenopvang.

Opgehaald van https://www.valente.nl/wp-content/uploads/2023/08/Infographic-VO-print-def.pdf

Literatuurlijst

Terug naar inhoud

33

Noten 1 De onderzoeken naar de landelijke prevalentie van huiselijk geweld en kindermishandeling worden niet jaarlijks uitgevoerd. Wij hebben ervoor gekozen om de meest recente cijfers te benoemen.

6 Beide partners kunnen zowel pleger als slachtoffer zijn. Het is vaak een wisselwerking. Door juist breder te kijken naar de context en de dynamiek kan hier beter op worden ingespeeld.

2 Bi+ is een verzamelterm voor alle mensen die op meer dan één gender vallen, bijvoorbeeld op mannen en vrouwen of op mannen, vrouwen en non-binaire personen.

7 https://www.regioplan.nl/wp-content/uploads/2021/02/Handreikinggendersensitief-handelen-bij-huiselijk-geweld-DEF.pdf

3 Een persoon die zich als non-binair identificeert, voelt zich niet specifiek man en ook niet specifiek vrouw. 4 De gemeente Wageningen heeft op dit moment nog geen beleidsplan mensenhandel. 5 Het realiseren van voldoende opvangplekken is een landelijk vraagstuk. Er is op dit moment geen compleet beeld van de verdeling van het aantal beschikbare noodbedden en van het tekort hieraan. Om meer inzicht te krijgen in de landelijke capaciteit en beschikbaarheid van opvangplaatsen is de monitor Vrouwenopvang ontwikkeld. De monitor zal op den duur meer duidelijkheid geven. Ook zal dit helpen om gezamenlijke (boven)regionale knelpunten in de plaatsing van slachtoffers aan te pakken. Hierover zijn afspraken gemaakt tussen gemeenten en vrouwenopvanginstellingen in het Kader Bovenregionale Plaatsingen in de Vrouwenopvang.

Noten

Terug naar inhoud

8 De gemeente Ede is samen met centrumgemeenten Arnhem, Nijmegen en Apeldoorn opdrachtgever voor Moviera 9 De gemeente Ede is samen met centrumgemeenten Arnhem en Nijmegen opdrachtgever voor het CSG 10 De 15 gemeenten in Gelderland-Midden zijn gezamenlijk opdrachtgever voor Veilig Thuis 11 Sinds 2020 werken de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Justitie en Veiligheid hier gezamenlijk aan. 12 Tijdens de ALV van de VNG.

34

Colofon

Dit is een uitgave van:

gemeenten Ede, Barneveld, Nijkerk, Scherpenzeel en Wageningen

Grafische vormgeving:

Kees de Bruijn, Ede

April 2025

Colofon

Terug naar inhoud

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=ccb0ee19-2fe7-4868-92d2-131bc4924676