B-3.14 Besluit B&W over Concept Energiebeleidsprogramma, d.d. 6 januari 2026
Tekst van het document
44 concept Energiebeleidsprogramma
Subsidies en regelingen
We hebben een aantal (subsidie)regelingen opgezet waarbij inwoners ondersteuning kunnen krijgen bij het verduurzamen van hun woning en deze regelingen willen we in stand houden. Via het energieloket wijzen we inwoners ook op andere subsidies en leningen gericht op energiebesparing vanuit het Rijk en de provincie zoals het Nationaal Warmtefonds. Met de Toekomstbestendig Wonen Lening (TBWL) biedt de gemeente inwoners een lening aan voor het nemen van energiebesparende maatregelen. Woningeigenaren met een niet of slecht geïsoleerde woning die hun energiekosten willen verlagen, kunnen daarnaast (onder voorwaarden) gebruik maken van de gemeentelijke isolatiesubsidie, op basis van het Nationaal Isolatieprogramma SpUk LAI. Deze subsidieregeling willen we verbreden zodat een grotere doelgroep er aanspraak op kan maken.
inhoud
Maatregelen De onderstaande maatregelen vormen een samenvatting van de inhoud van dit hoofdstuk. Maatregelen
Doel
Sluit aan bij leidende principe
Periode
1
We stimuleren samenwerking op bedrijventerreinen ten behoeve van energiesparing en energie gerelateerde vraagstukken.
Bedrijven beter te ondersteunen bij energiebesparing.
Efficiënt energieverbruik, samen aan de slag
Doorlopend
2
We informeren en verbinden bedrijven met betrekking tot energiebesparing in lijn met de economische visie.
De inzet op energiebesparing bij bedrijven aan laten sluiten op de visie en activiteiten van Economische Zaken, zodat beleid en uitvoering elkaar versterken en bedrijven effectief worden ondersteund in de verduurzaming.
Efficiënt energieverbruik, samen aan de slag
Doorlopend
3
We ondersteunen Vitale Vakantieparken, inhoudelijk en financieel, in het organiseren van bijeenkomsten en concrete projecten voor vakantieparken rondom energievraagstukken.
Bijdragen aan het vinden van oplossingen voor vakantieparken met betrekking tot energie.
Efficiënt energiegebruik, samen aan 2026-2029 de slag
4
We organiseren structureel bijeenkomsten en kennisdeling voor de vrijwillige energiecoaches.
De rol en impact van energiecoaches binnen de energietransitie duidelijker, effectiever en breder inzetbaar te maken.
Efficiënt energieverbruik
5
We verbeteren de informatievoorziening voor onze inwoners via het energieloket.
Het energieloket is zichtbaar en vindbaar voor Efficiënt energieverbruik, samen aan de slag inwoners om afspraken te maken of tools te gebruiken.
2025-2027
6
We dagen inwoners positief uit om energie te besparen via bewustwordingscampagnes, gerichte communicatie en energiebesparingsacties, met aandacht voor zowel technische oplossingen als gedragsverandering.
Inwoners actief betrekken bij de energietransitie, te beginnen bij ieders energieverbruik en de mogelijkheid om daar zelf mee aan de slag te gaan.
Efficiënt energieverbruik, samen aan de slag
2025-2027
7
We sluiten waar mogelijk en relevant aan Inspelen op momentum van verzwaring om met energiebesparingsactiviteiten bij de aandacht en inspiratie te generen rondom netverzwaring die plaatsvindt in de verschillende energiebesparing. wijken waar buurtrealisatieplannen zijn opgesteld.
Efficiënt energieverbruik
Heden-2038
45 concept Energiebeleidsprogramma
2025-2027
inhoud Maatregelen
Doel
8
We werken aan een plan van aanpak, met samenwerkingspartners, om mensen te bereiken die te maken hebben met energiearmoede en uitdagingen rondom bestaanszekerheid.
De ondersteuning komt terecht bij wie die het Betaalbaarheid en hardst nodig heeft. rechtvaardigheid, samen aan de slag
9
We voeren een gemeentelijke isolatieactie uit via In aanmerking komende woningeigenaren SpUk LAI. ondersteunen bij isolatie.
Betaalbaarheid en rechtvaardigheid, efficiënt energieverbruik
Tot en met 2028
10
We verstrekken de Toekomstbestendig Wonen Lening (TBWL).
Betaalbaarheid en rechtvaardigheid, efficiënt energieverbruik
Doorlopend
46 concept Energiebeleidsprogramma
Woningeigenaren financieel ondersteunen bij het toekomstbestendig maken van hun woning.
Sluit aan bij leidende principe
Periode 2026
inhoud
6
Netcongestie
47 concept Energiebeleidsprogramma
inhoud
Netcongestie Inleiding De energie-infrastructuur van de gemeente Barneveld is vooralsnog afhankelijk van het FGU-netwerk (Flevopolder/Gelderland/Utrecht). In dit netwerk is er sprake van netcongestie, waardoor sinds 2022 alle aanvragen voor grootverbruikaansluitingen op de wachtlijst staan. Daarnaast zullen vanaf 1 juli 2026 kleinverbruikaansluitingen op een wachtlijst terecht komen. Hiermee is de impact van netcongestie op onze fysieke ontwikkelopgave hoog en zal potentieel zeer hoog worden wanneer ook kleinverbruikaansluitingen op de wachtlijst komen te staan.
Net-overzicht Barneveld hangt momenteel onder het FGU-netwerk van TenneT. Op TenneT-niveau is er sprake van netcongestie. Tot zeker 2033-2035 zal de regio last blijven houden van netcongestie. Barneveld is via het onderstation (OS) Lelystad en OS Dodewaard verbonden met het TenneTnetwerk. Naar verwachting zal TenneT in 2033 het FGU-netwerk opknippen in vier delen, waardoor Barneveld enkel nog afhankelijk is van OS Lelystad en daarmee een deel van de druk op het net zal wegvallen. Zie figuur 9 voor de schematische weergave van het FGU-netwerk voor en na de knip.
Congestie op grootverbruikaansluitingen
Sinds 2022 is er een wachtrij voor nieuwe, en uitbreiding van bestaande, grootverbruikaansluitingen. Dit betekent concreet dat veel nieuwe bedrijven, logistieke- en snellaad infrastructuur, en groter maatschappelijk vastgoed geen afdoende aansluiting meer kunnen krijgen. Dit leidt onder andere tot een groei in de aanvraag van de grootste kleinverbruikaansluiting (3x80 ampère, wat ongeveer staat tot 25 huisaansluitingen); een groei van (diesel)aggregaten; en een groei van slimme oplossingen. Deze wachtrij zal nog tot zeker 2033, en mogelijk zelfs 2035 aanhouden.
Dreigende congestie op kleinverbruik
Momenteel is het nog wel mogelijk om woningen en reguliere publieke laadpalen aan te sluiten. Klein maatschappelijk vastgoed, dat toe kan met maximaal 3x80 àmpere kan ook nog worden aangesloten, en ook kleine bedrijven met een kleinverbruikaansluiting. Echter, in Barneveld willen we wijken ontwikkelen in plaats van enkel woningen. Dit betekent dat er vaak ook een school, eventuele zorgfaciliteiten, sportaangelegenheden en voorzieningen zoals een supermarkt in de wijk erbij moeten komen. De impact van netcongestie is dus ook voor de woningbouw groot.
48 concept Energiebeleidsprogramma
Figuur 9 Schematische weergave van het FGU-netwerk voor en na de "knip". Bron: TenneT, 2025.
inhoud
Vrijwel de hele gemeente Barneveld wordt gevoed door OS Harselaar (slechts een zeer klein deel van oostkant van de gemeente wordt gevoed vanuit OS Harderwijk). Dit onderstation staat weer onder het grotere OS-Lelystad. De verzwaring van OS Harselaar staat gepland voor na 2030. Hierbij wordt de potentiële capaciteit verdubbeld van 146 Mega Volt Ampère (MVA) 150/20 kilovolt (kV) naar 306 MVA opgesteld vermogen. Daarmee wordt het een volwaardig station. Momenteel staat er 25 MW aan afname capaciteit op de wachtrij. De uitbreiding is dus voorlopig ruim voldoende om de wachtrij in te lopen, daarbij blijft het onderstation wel afhankelijk van de aanlevering door TenneT, welke tussen 2033 en 2035 gereed zou moeten zijn. OS Harderwijk zal in 2026 worden verzwaard. De capaciteit van dit station zal uitgebreid worden met 80 MVA. Het netcongestie vraagstuk is relatief nieuw. Overheidsorganisaties en netbeheerders zijn nog niet goed op dit vraagstuk ingericht. Het vraagt iets van het strategisch vermogen van organisaties, maar ook van beleid, en de tactische en operationele inzet. Aan de ene kant moet er om worden gegaan met netcongestie in het hier en nu, maar aan de andere kant moet er ook rekening gehouden worden met een energiesysteem van de toekomst in het daar en later. Het is daarnaast een zeer dynamisch vraagstuk, waarbij impactvolle ontwikkelingen elkaar snel opvolgen.
Dit maakt een flexibele aanpak essentieel.
Taskforce Netcongestie Begin 2024 is binnen de gemeente Barneveld de Taskforce Netcongestie opgezet om de impact van netcongestie op de ambities van de gemeente in kaart te brengen. Naar aanleiding hiervan is een procesregisseur netcongestie aangesteld om de impact van netcongestie te verkleinen. Binnen de Taskforce is een uitvoeringsplan netcongestie opgesteld en door het college vastgesteld begin 2025. Hierin focussen we op een aantal pijlers: sneller bouwen om het elektriciteitsnet op orde maken, het beter benutten van bestaande capaciteit, omgaan met schaarste op het net, slim samenwerken met partners en strategisch programmeren.
49 concept Energiebeleidsprogramma
Hieronder valt ook het integraal aan de slag gaan met energie en fysieke ontwikkelingen, wat in hoofdstuk 7 verder beschreven wordt.
Sneller bouwen
De komende jaren moet het elektriciteitsnet worden verzwaard én uitgebreid om in onze huidige én toekomstige elektriciteitsbehoefte te kunnen voorzien. Aan de hand van buurtrealisatieplannen (BRPs) zorgen we, in samenwerking met Liander, dat wijken verzwaard worden. Hierdoor minimaliseren we de netcongestie in deze wijken op het laagspanningsnet en is er meer ruimte voor verduurzaming door middel van warmtepompen. Liander en TenneT staan aan de lat voor deze uitbreiding en verzwaring. De gemeente speelt hierbij een faciliterende rol door onder andere de locatiebepaling van kabels en trafo-huisjes, het verkopen van – en faciliteren bij – de koop van grond hiervoor, en het verlenen van vergunningen.
Beter benutten van bestaande capaciteit
De hoeveelheid elektriciteit die binnen de gemeente en daarbuiten kan worden getransporteerd is beperkt. Echter, willen we ambities voor woningen, maatschappelijk vastgoed, bedrijven en duurzame mobiliteit wel zoveel mogelijk waarmaken. De gemeente is er dus bij gebaat dat bestaande aansluitingen zo efficiënt mogelijk worden gebruikt en de vraag bij nieuwe aansluitingen zoveel mogelijk wordt beperkt: we moeten een netbewuste gemeente worden. Om dit te realiseren gaan we onder andere inzetten op netbewuste nieuwbouw. In 2026 worden er provinciale kaders rondom netbewuste nieuwbouw gepubliceerd. Dit zal een directe doorwerking hebben voor de gemeente. Ook zullen we ons maatschappelijk vastgoed zo netbewust mogelijk inrichten en bedrijven en inwoners stimuleren om dit ook te doen door achter-de-meter oplossingen toe te passen. Ook gedragsverandering speelt hierbij een grote rol: we moeten onze apparaten gaan aanzetten buiten de piekuren om het net te ontlasten en aanzetten wanneer we veel opwekken door zon of wind.
inhoud
Omgaan met schaarste
Door netcongestie zijn er nauwelijks meer aansluitingen op het net mogelijk. Aansluitingen die worden vergeven gaan via het ACMprioriteringskader (het ACM-prioriteringskader wordt verder beschreven in hoofdstuk 7). Dit bemoeilijkt verschillende ontwikkelingen, maar maakt niet alles onmogelijk. Daarom, gaan we bij belangrijke projecten op zoek naar alternatieven. Hierbij hanteren we het opgestelde programma van eisen (hoofdstuk 3) om ervoor te zorgen dat we als gemeente onze duurzaamheidsambities niet uit het oog verliezen. Voor prioritaire projecten die geen aansluiting krijgen, gaan we op zoek naar alternatieven. Ook ondersteunen we private initiatiefnemers, zoals energyhubs voor bedrijventerreinen, collectieve oplossingen voor maatschappelijk vastgoed in combinatie met omliggende woningbouw, afstemmen van energieverbruiksprofielen en wijkbudgetten. De gemeente biedt ondersteuning via bijvoorbeeld onderzoek, vergunningverlening en facilitering van opslag en aansluiting.
Slim samenwerken met partners
Het vinden van oplossingen voor netcongestie vraagt om de betrokkenheid van vele partijen. Als gemeente hebben we een beperkte rol, maar benutten we de mogelijkheden die er zijn. Het Rijk, de Provincie, de regio, netbeheerders, bedrijven, maatschappelijke instellingen en burgers spelen een belangrijke rol. Het is daarom belangrijk om als gemeente altijd scherp te zijn op onze eigen rol en ambities, en om slim samen te werken met relevante partners. Dit doen we op verschillende (strategische) niveaus, zoals regionaal en met Liander. Zo kunnen we bijvoorbeeld netbewuste nieuwbouw in gezamenlijkheid oppakken, de uitbreiding van de infrastructuur bijhouden en leren van elkaars aanpak wat betreft netcongestie.
50 concept Energiebeleidsprogramma
Strategisch programmeren
De netcongestieproblematiek heeft een impuls gegeven aan het op een strategische manier nadenken over de opwek, opslag, gebruik en transport van energie. Het alsmaar uitbreiden van het net op basis van pieken is onhoudbaar (zowel financieel als qua ruimtegebruik). Om ook in Barneveld ons energiesysteem toekomstbestendig te maken, moeten we strategisch aan de slag met: • De energie-infrastructuur, de energievormen, de opslag en conversie van energie; • De relatie tussen de ontwikkeling van het energiesysteem en de ontwikkeling van wonen, bedrijvigheid, mobiliteit, landbouw en energie-opwek. Daarom hebben we het programma van eisen uit hoofdstuk 3 ontwikkeld en ontwikkelen we verdere kaders met betrekking tot netcongestie, waarin we toewerken naar het energiesysteem van de toekomst. Deze kaders zullen gaan over de inzet van batterijen en het gronduitgiftebeleid voor bedrijventerreinen, en moeten een plek krijgen in het omgevingsplan. Het gebruik van batterijen heeft impact op de fysieke ruimte. Door de energievraag en ontwikkelingen op het gebied van energieopslag, zien we dat er ruimtelijke kaders nodig zijn voor energieopslag in de vorm van batterijen. Hierbij moet onder andere gekeken worden naar de ruimtelijke inpassing, veiligheid en de maatschappelijke meerwaarde.
inhoud
Maatregelen De onderstaande maatregelen vormen een samenvatting van de inhoud van dit hoofdstuk. Maatregelen
Doel
1
We faciliteren de uitbreiding en verzwaring v an onze energie-infrastructuur (laag-, midden- en hoogspanningsnet, inclusief onderstation Harselaar) door onder andere vergunningverlening en locatiebepaling voor Liander en TenneT.
Om het net in onze gemeente zoveel mogelijk Samen aan de slag, we maken op orde te krijgen, om zo netcongestie zo veel slimme keuzes ten tijde van mogelijk te voorkomen en de energietransitie schaarste mogelijk te maken.
2
We gaan als gemeente aan de slag met de (toekomstige) provinciale kaders rondom netbewuste (nieuw)bouw, zowel voor ons eigen vastgoed als dat van andere partijen.
2026-2027 We maken slimme keuzes ten Om het net beter te benutten en op deze manier zo min mogelijk (verdere) congestie op tijde van schaarste, innovatie staat centraal, we zetten in op het het net te veroorzaken. vergroten van zelfvoorziening in energie, decentraal energiesysteem met opslag
3
We zoeken naar en realiseren alternatieve oplossingen bij schaarste op het net door maatschappelijke en private initiatiefnemers te ondersteunen.
Het waarborgen en versnellen van betrouwbare lokale energievoorziening bij netcongestie door projecten mogelijk te maken en duurzame oplossingen zoals opslag en decentrale opwekking te stimuleren.
4
We zoeken samenwerking met partners in de energietransitie, zoals de netbeheerder en regiogemeenten.
Op deze manier maken we gebruik van elkaars Samen aan de slag kennis en rollen.
5
We ontwikkelen kaders die nodig zijn ten tijde van netcongestie en ten behoeve van het energiesysteem van de toekomst.
Om sturing te geven en mogelijkheden te bieden in tijden van netcongestie, waarbij we rekening houden met het gewenste energiesysteem van de toekomst.
51 concept Energiebeleidsprogramma
Sluit aan bij leidende principe
Innovatie staat centraal, we zetten in op het vergroten van zelfvoorziening in energie, decentraal energiesysteem met opslag
Energie is randvoorwaardelijk bij gemeentelijke ontwikkelopgaven, decentraal energiesysteem met opslag, mix van (groene) energiebronnen, we zetten in op het vergroten van zelfvoorziening in energie
Periode 2026-2038
Doorlopend
Doorlopend
2026
inhoud
7
Integraal aan de slag met energie en fysieke ontwikkelingen
52 concept Energiebeleidsprogramma
inhoud
Integraal aan de slag met energie en fysieke ontwikkelingen Inleiding In Barneveld werken we vandaag al aan het energiesysteem van de toekomst. Een systeem dat netbewust en groen is, en zoveel mogelijk onafhankelijk van het net kan opereren. Dit om ervoor te zorgen dat we ook in 2050 nog een betrouwbaar energiesysteem hebben. Door onder andere netcongestie zien we hoe vervlochten ons energiesysteem en fysieke ontwikkelingen zijn. Denk hierbij aan bedrijven waarbij eerder een aansluiting voor lief werd genomen; daar is nu het energiesysteem meer sturend. Ook op het gebied van woningbouw, laadinfrastructuur en maatschappelijk vastgoed is het nodig om energie vroegtijdig mee te nemen bij de ontwikkeling. Waar we eerder vanuit de RES een nadruk legden op zoveel mogelijk opwek, verandert dit nu naar het in samenhang ontwikkelen van opwek én vraag om zo de druk op het net te verminderen en de energietransitie verder te verduurzamen. Dit vraagt ook iets anders van hoe we als gemeente werken en hoe er wijken worden ontwikkeld: we moeten integraal aan de slag met energie en fysieke ontwikkelingen. Dit wordt ook wel ‘energieplanologie’ genoemd. De noodzaak hiervan wordt o.a. benadrukt door het Rijk8 en de Provincie9.
Integraal aan de slag gaan met energie en de fysieke ontwikkelopgave gebeurt niet in één dag, maar is een proces waar we als organisatie gezamenlijk mee aan het werk moeten. We werken daarom toe naar maatregelen die helpen om energie sturend te maken. Denk aan het uitwerken van de uitgangspunten genoemd in het programma van eisen om ervoor te zorgen dat er zo min mogelijk elektriciteit over het net getransporteerd hoeft te worden. En het onderzoeken van de toepassing van een energietoets en netbudgetten om beter te kunnen sturen op de aansluiting van projecten. Ook kijken we hoe we gebiedsgericht kunnen werken met betrekking tot energie, om zo diverse ontwikkelingen 8 Voorzienings- en leveringszekerheid energie | Tweede Kamer der Staten Generaal 9 Statenbrief
53 concept Energiebeleidsprogramma
tóch mogelijk te maken, en kijken we aan de hand van het ACMprioriteringskader wat wel en niet ontwikkeld kan worden. Tenslotte, investeren we in een betere samenwerking intern en extern om integraal aan de slag te kunnen met energie en fysieke ontwikkelingen.
Energie vroegtijdig meenemen bij de planvorming Planologie toetst initiatieven op diverse aspecten met advies vanuit verschillende disciplines. Momenteel is energie hier geen deel van, maar worden bijvoorbeeld wel ‘verkeerstoetsen’ of ‘watertoetsen’ uitgevoerd. We onderzoeken of en hoe een energietoets kan zorgen voor een integrale benadering van energie en fysieke ontwikkelingen. Hierbij willen we onder andere bij de planvorming kijken in hoeverre slim wordt omgegaan met energie en hoe deze passend is bij de omgeving (inclusief of er op die plek genoeg energie beschikbaar is). Waar nodig, kijken we naar het ontwikkelen van een energiesysteem om zo een efficiënte en duurzame energievoorziening te garanderen. Vanuit het Rijk en de provincie Gelderland wordt ook al gekeken naar het uitwerken van een dergelijke toets. Bij de provincie Utrecht is deze al van kracht. We leren van deze ontwikkelingen. Daarbij is het uitgangspunt dat het geen bureaucratische drempel wordt, maar bijdraagt aan een netbewuste gemeente. Het gebrek aan genoeg ruimte in onze energie-infrastructuur dwingt niet alleen tot het maken van keuzes, maar ook tot het onderzoeken van mogelijkheden van netbudgetten en gebiedsgerichte oplossingen. Zo kunnen er voor gebiedsontwikkelingen netbudgetten worden vastgelegd waarin alle ontwikkelingen moeten vallen.
Hiermee kan mogelijk ook ruimte vrijgemaakt worden voor onder andere bedrijven en laadinfrastructuur. Ook kan er veel transportvermogen worden bespaard wanneer de opwek, opslag en het gebruik van verschillende ontwikkelingen, zoals woningbouw, scholen en laadpalen, gebiedsgericht
inhoud
worden gereguleerd. Daarnaast kan warmte ook een rol spelen in het minimaliseren van de benodigde hoeveelheid elektriciteit voor het verwarmen van gebouwen. Dit maakt de realisatie van meer fysieke ontwikkelingen mogelijk. Dergelijke oplossingen staan echter nog in de kinderschoenen en zijn enkel in pilot-vorm mogelijk. In Barneveld willen we wel kijken naar de potentie van netbudgetten en dergelijke gebiedsgerichte oplossingen om nodige voorzieningen toch aan te kunnen sluiten.
Formuleren van uitgangspunten bij nieuwe ontwikkelingen Het wel of niet toekennen van vermogen voor ontwikkelingen wordt gereguleerd via het ACM-prioriteringskader. Daarbij kunnen maatschappelijke ontwikkelingen, zoals veiligheidsdiensten en basisbehoeften, voorrang krijgen bij de toekenning van transportcapaciteit. Dit kader is echter nog in ontwikkeling, maar het heeft wel grote weerslag op welke projecten nog zonder meer kunnen worden aangesloten. Daarom, moeten we als gemeente enerzijds werken aan het prioriteren van ontwikkelingen onder het ACM-kader – een activiteit die periodiek zal moeten worden uitgevoerd. Anderzijds, moeten we strategieën ontwikkelen voor projecten die buiten het kader vallen. Belangrijk hierbij is het feit dat hoe minder energie er per ontwikkeling gebruikt wordt, hoe meer ontwikkelingen aangesloten kunnen worden. We weten dat al onze ambities wat betreft fysieke ontwikkelingen van de gemeente niet mogelijk zijn binnen de huidige energie-infrastructuur totdat het elektriciteitsnet wordt verzwaard. Sommige ontwikkelingen en sectoren krijgen helemaal geen reguliere aansluiting meer. Om als gemeente sturing te houden op de grootste maatschappelijk winsten, formuleren we uitgangspunten bij nieuwe ontwikkelingen en het maken van slimme keuzes.
Ook maken we de consequenties van keuzes inzichtelijk, zodat er op strategisch niveau en op project-niveau een goede afweging plaats kan vinden wat betreft de impact van een ontwikkeling op de energievoorziening en vice versa. Zo zorgen we ervoor dat het resterende elektrische vermogen in de gemeente zo goed mogelijk ten deel komt aan de uitvoering van onze gemeentelijke ambities op alle beleidsterreinen. Hierbij zoeken we een balans tussen alle ontwikkelingen
54 concept Energiebeleidsprogramma
die nodig zijn voor een gezonde gemeente, inclusief bedrijven en laadinfrastructuur. Ook wanneer deze sectoren (tijdelijk) niet meer zomaar kunnen worden aangesloten, gaan we op zoek naar manieren om deze toch te kunnen blijven ontwikkelen.
Samenwerking Om energie een integraal onderdeel te laten worden van fysieke ontwikkelingen is een betere samenwerking cruciaal. Intern betekent dit bijvoorbeeld dat er goed onderling contact is tussen energie en de overige ruimtelijke disciplines, zoals woningbouw en bedrijvigheid; dat collega’s die dergelijke ontwikkelingen leiden beter op de hoogte zijn van energie en concepten zoals netbewuste nieuwbouw; en, dat er handvatten zijn om energie vroegtijdig mee te nemen in planvorming en vergunningverlening. Daarnaast is ook goede externe samenwerking nodig: bijvoorbeeld met de netbeheerder om hun investeringen zo goed als mogelijk aan te laten sluiten bij onze ontwikkelopgave en vice versa. Met lokale ontwikkelaars, om hen bijvoorbeeld bewust te maken van onze gemeentelijke ambities wat betreft energie en hier actief aan bij te dragen. En met regionale partneroverheden, bijvoorbeeld via de RES, om gezamenlijk in samenhang te kijken naar energie en de fysieke ontwikkelopgave, gezien de impact hiervan ook buiten gemeentelijke grenzen reikt. Zo zijn we gedeeltelijk van elkaar afhankelijk. Met betrekking tot samenwerking om integraal aan de slag te gaan hebben we oog voor innovatieve oplossingen van ondernemers.
Veel van de bovengenoemde activiteiten komen samen in de MultiCommodity Energy Hub die momenteel op Harselaar wordt ontwikkeld: van een goede samenwerking tot het formuleren van strategieën bij schaarste, van gebiedsgerichte oplossingen tot uitgangspunten bij ontwikkelingen. Daarnaast, komt er ook relevante informatie en vraagstukken terug naar de organisatie welke beantwoord zullen moeten worden. Zoals: wie draagt eigenaarschap voor dergelijke energiesystemen, wat voor een soort kaders qua opslag moeten er ontwikkeld worden, en hoe wordt er omgegaan met windmolens? De samenwerking in de ontwikkelcoöperatie is daarmee een belangrijke stap in het concreet maken van onze ambities.
inhoud
Maatregelen De onderstaande maatregelen vormen een samenvatting van de inhoud van dit hoofdstuk. Maatregelen
Doel
Sluit aan bij leidende principe
Periode
1
In de gemeente gaan we intern aan de slag om energie al in een vroeg stadium mee te nemen in het planproces.
Om zo slim mogelijk om te gaan met de energievraag en aanbod.
Energiesysteem is randvoorwaardelijk bij gemeentelijke ontwikkelopgaven
2026
2
We onderzoeken gebiedsgerichte energie- en/ of warmteoplossingen voor onder andere maatschappelijk vastgoed, woningbouw en bedrijven.
Om brede fysieke ontwikkeling mogelijk te maken (woningbouw én maatschappelijk vastgoed én voorziening, bijv.); en als gemeente grip te houden op vermogensbudgetten.
2026-2027 Energiesysteem is randvoorwaardelijk bij gemeentelijke ontwikkelopgaven, een decentraal energiesysteem met opslag.
3
We prioriteren relevante projecten aan de hand van het ACM-prioriteringskader.
Zo verzekeren we aansluiting voor projecten met prioriteit in een vroegtijdig stadium.
Energiesysteem is randvoorwaardelijk bij gemeentelijke ontwikkelopgaven
4
We stellen strategische uitgangspunten op die richting geven aan fysieke ontwikkelingen binnen de gemeente, afgestemd op het beschikbare elektriciteitsvermogen en in lijn met ons programma van eisen.
We maken slimme keuzes ten tijde Om zo slim gebruik te maken van het van schaarste, energiesysteem resterende vermogen én om nieuwe ontwikkelingen alvast klaar te maken voor het is randvoorwaardelijk bij gemeentelijke ontwikkelopgaven, energiesysteem van de toekomst. we zetten in op het vergroten van zelfvoorziening in energie.
2026
5
We werken actief samen, zowel intern als extern, met betrekking tot het energiesysteem.
Om het energiesysteem van de toekomst vorm te geven.
Samen aan de slag
Doorlopend
6
We werken samen met private partijen in een ontwikkelcoöperatie om de Multi-Commodity Energy Hub Harselaar te realiseren.
Lokaal energie slimmer, duurzamer en efficiënter opwekken, opslaan, verdelen en gebruiken.
Innovatie staat centraal, een decentraal energiesysteem met opslag
2025-2026
55 concept Energiebeleidsprogramma
Doorlopend
inhoud
8
Grootschalige opwek en opslag
56 concept Energiebeleidsprogramma
Foto: Energeion
inhoud
Grootschalige opwek en opslag Inleiding De afgelopen jaren is beleid ontwikkeld dat grootschalige opwek mogelijk maakt. De gemeente heeft in 2019 de Barneveldse Zonneladder en in 2021 de Structuurvisie Wind vastgesteld. De beleidsvoornemens uit beide notities zijn overgenomen in de Omgevingsvisie en de Regionale Energiestrategie Foodvalley. Barneveld heeft bij de RES aangegeven 0,26 TWh hernieuwbare duurzame elektriciteit te willen bijdragen. Omgerekend geeft dit een doelstelling van 936 TJ voor de gemeente. De totale doelstelling van de RES is 0,75 TWh. Bij de ontwikkeling van nieuwe zonnevelden zal de gemeente aandringen op het gebruik van glas (panelen) vanwege de duurzaamheid, langere levensduur, veiligheid en hogere opbrengsten. De Structuurvisie Wind heeft 12 MW als doel geformuleerd in het realisatiegebied bij Harselaar, ten zuiden van de A1. Volgens de voortgangsrapportage van de RES Foodvalley heeft Barneveld in 2025 35% (0,074 TWh) gerealiseerd van het RES bod. Dat is exclusief de zonnepanelen bij huishoudens, een al aangelegd zonneveld, twee nieuw te realiseren zonneprojecten en de overkapping van de parkeerplaats bij een bedrijf in Barneveld. Het gerealiseerde vermogen zal in 2026 boven de 0,1 TWh uitkomen. Inclusief huishoudens heeft Barneveld inmiddels meer dan 0,12 TWh gerealiseerd. Met de nieuwste ontwikkelingen is het realistisch om uit te gaan van 0,15 TWh.
Het beleid van de Barneveldse Zonneladder en Structuurvisie Wind blijft staan. We zetten hiermee in op grootschalige opwek van hernieuwbare energie uit zon en wind, gecombineerd met opslag, binnen kaders die ruimtelijke kwaliteit en netbetrouwbaarheid waarborgen. Dit draagt bij
57 concept Energiebeleidsprogramma
aan een toekomstbestendig energiesysteem met een mix van energie waarin lokaal eigendom en participatie centraal staan. We zorgen voor optimale inpassing van grootschalige opwek in landschap, natuur en sociale omgeving. Dit hoofdstuk beschrijft wat we als gemeente, naast het bestaande beleid, kunnen doen om grootschalige opwek en opslag te faciliteren en hoe we inwoners en ondernemers kunnen laten participeren.
EnergieWEB Met EnergieWEB werken Barneveld, Ede, Wageningen en Scherpenzeel sinds 2024 samen aan een decentraal energiesysteem waarin lokaal opgewekte stroom direct wordt gedeeld en benut. Nijkerk is in 2025 aangesloten. Het concept stimuleert lokale opwek, directe inkoop en gelijktijdig gebruik van duurzame stroom. Een belangrijk onderdeel is ‘energie delen’: levering van eigen opgewekte elektriciteit aan gemeentelijke aansluitingen. Lokale partijen kunnen contracten tot 15 jaar afsluiten tegen vaste prijzen, wat helpt om businesscases rond te krijgen. We willen de financiële mogelijkheden die EnergieWEB biedt meer onder de aandacht brengen. De komende jaren zetten we in op doorontwikkeling van EnergieWEB, inclusief het onderzoeken van energiegemeenschappen en nieuwe mogelijkheden voor energie delen. Dit sluit aan bij de nieuwe Energiewet (2026). We nemen deel aan een leertraject van het ministerie om te verkennen hoe EnergieWEB kan aansluiten op energiegemeenschappen en hoe opschaling naar andere gemeenten mogelijk is.
inhoud
Onderzoeken en ondersteunen
Samenwerking
De ontwikkelingen gaan snel in de energietransitie met mogelijkheden voor opwek en opslag van energie. Daarom volgen we de ontwikkelingen met betrekking tot duurzame energiealternatieven die grootschalig kunnen worden ingezet.
Het potentieel van energiegemeenschappen is groot, maar de mogelijkheden en randvoorwaarden zijn nog onvoldoende duidelijk. Om deze ontwikkeling te ondersteunen, zetten wij in op samenwerking en kennisdeling. Binnen het samenwerkingsverband EnergieWEB en via onze deelname aan de Regio werkgroep Energiegemeenschappen onderzoeken we de kansen en de knelpunten en wisselen we kennis en ervaringen uit.
Met commerciële initiatieven voor grootschalige opwek en opslag, zoals zonnevelden, windprojecten, biovergisting en waterstof denken we mee. We wijzen initiatiefnemers op subsidiemogelijkheden en verbinden ondernemers en inwoners(initiatieven) met relevante netwerken. Ook gaan we aan de slag met bedrijven om te kijken waar mogelijkheden en belemmeringen liggen met betrekking tot grootschalige opwek en opslag. We stimuleren oplossingen achter de meter, zoals zon op dak en opslag, en volgen de ontwikkelingen rondom bijvoorbeeld waterstof en grootschalige batterijopslag.
Lokaal eigenaarschap In de notitie Lokaal Eigenaarschap heeft de raad vastgesteld dat bij grootschalige opwek minimaal 51% lokaal eigendom moet zijn. Lokaal is daarbij gedefinieerd als een aantal cirkels: eerst omwonenden, dan de gemeente, en tenslotte de regio Foodvalley. Mocht ook binnen deze gebieden onvoldoende animo zijn om aan de gewenste 51% eigenaarschap te voldoen zal de initiatiefnemer op andere wijze een bijdrage moeten leveren aan de acceptatie van de omgeving. Dit kan bijvoorbeeld in Stroe via obligaties en een aanvullende bijdrage aan een lokaal duurzaamheidsfonds of omgevingsfonds. Minimaal 51% lokaal eigendom is een belangrijk uitgangspunt. De gemeente wil verkennen of het oprichten van energiegemeenschappen een rol kan spelen bij het behalen van minimaal 51% eigenaarschap, zodat omwonenden kunnen meeprofiteren. Energiegemeenschappen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan zowel de sociaal-maatschappelijke samenhang als aan de ontwikkeling van een decentraal energiesysteem.
58 concept Energiebeleidsprogramma
Naast energiegemeenschappen, spelen energiecoöperaties een belangrijke rol bij de energietransitie. Ze vormen de juridische basis onder de lokale samenwerking en maken financiering van de initiatieven en eventuele rendementen daaruit mogelijk. Ook kunnen ze een rol spelen bij het behalen van 51% lokaal eigenaarschap bij grootschalige opwekprojecten, waar mogelijk met opslag. We blijven daarom dergelijke initiatieven ondersteunen en wil de samenwerking met ze intensiveren. Naast energiegemeenschappen en energiecoöperaties zijn ook particuliere energie-initiatieven belangrijk voor het verder ontwikkelen van grootschalige opwek en opslag. Hierbij verkennen we mogelijkheden om een subsidieregeling op te zetten om particuliere energie-initiatieven te ondersteunen. Tenslotte blijft samenwerking binnen de RES en met regionale partners essentieel om grootschalige opwek en opslag te realiseren.
inhoud
Maatregelen De onderstaande maatregelen vormen een samenvatting van de inhoud van dit hoofdstuk. Maatregelen
Doel
Sluit aan bij leidende principe
Periode
1
We vergroten de inkoop van lokaal opgewekte duurzame energie in het kader van EnergieWEB en brengen de financiële subsidiemogelijkheden die EnergieWEB biedt meer onder de aandacht.
Door lokaal opgewekte energie in te kopen stimuleren we initiatieven met betrekking tot duurzame opwek en opslag.
Samen aan de slag, we zetten in op het vergroten van zelfvoorziening in energie, een decentraal energiesysteem met opslag
Doorlopend
2
2026 We onderzoeken de mogelijkheid om EnergieWEB door Zodat lokaal, duurzaam opgewekte energie op We zetten in op het vergroten van zelfvoorziening in energie, een te ontwikkelen. meer plekken terecht kan komen dan op dit decentraal energiesysteem met opslag moment mogelijk is.
3
We denken mee met commerciële initiatiefnemers die Op deze manier bieden we ondersteuning aan de slag willen met grootschalige opwek of opslag. waar mogelijk in het verder brengen van deze initiatieven.
4
We onderzoeken de mogelijkheden om grootschalige opwek- en opslag bij bedrijven (achter de meter) te stimuleren.
5
Samen aan de slag, we zetten in op het vergroten van zelfvoorziening in energie, een decentraal energiesysteem met opslag
Doorlopend
Vergroten van de lokale, duurzame opwekcapaciteit en opslagmogelijkheden.
Samen aan de slag, we zetten in op het vergroten van zelfvoorziening in energie, een decentraal energiesysteem met opslag
2027
We volgen de ontwikkelingen met betrekking tot duurzame energiealternatieven die grootschalig kunnen worden ingezet.
Om als gemeente in te kunnen spelen op ontwikkelingen die bijdragen aan het energiesysteem van de toekomst.
Innovatie staat centraal, mix van (groene) energiebronnen
Doorlopend
6
We verkennen of het oprichten van energiegemeenschappen een rol kan spelen bij het behalen van minimaal 51% lokaal eigenaarschap waardoor omwonenden kunnen meeprofiteren.
Omwonenden laten profiteren van grootschalige opwek- en/of opslag.
Betaalbaarheid en rechtvaardigheid
2026-2027
7
We erkennen de rol van energiecoöperaties in de energietransitie door samen te werken, elkaar advies te geven en ze (financieel) te ondersteunen.
Lokale coöperaties versterken in hun bijdrage Efficiënt energieverbruik, samen aan aan de energietransitie. de slag
8
We verkennen mogelijkheden om een subsidieregeling Inwoners financieel helpen bij het opzetten van grootschalige duurzame op te zetten om particuliere energie-initiatieven te energieprojecten. ondersteunen.
9
We continueren de samenwerking met de RES met betrekking tot grootschalige opwek van energie.
59 concept Energiebeleidsprogramma
Efficiënt energieverbruik, samen aan de slag
Om onze gezamenlijke doelen met betrekking Samen aan de slag tot grootschalige opwek te behalen.
Doorlopend
2027
Doorlopend
inhoud
9
Uitvoering en monitoring
60 concept Energiebeleidsprogramma
inhoud
Uitvoering en monitoring Uitvoering van het beleidsprogramma Voor het uitvoeren van dit beleidsprogramma sluiten we aan bij bestaande werkstructuren waaronder het Programma Duurzaamheid en afspraken rondom de omgevingsvisie. We verwachten met de beschikbare capaciteit de maatregelen te kunnen uitvoeren. De uitwerking van de Omgevingsvisie krijgt steeds meer vorm. Het eerste jaar gebruiken we om processen op elkaar aan te laten sluiten en om te zorgen dat het Energiebeleidsprogramma goed past in deze processen. We onderzoeken hoe de maatregelen en beleid uit het Energiebeleidsprogramma juridisch kunnen worden geborgd. Bij juridische borging is te denken aan het omgevingsplan en in beleidsregels. Hiervoor gaan we eerst aan de slag met het maken van gebiedsgerichte keuzes en het opstellen van ruimtelijke kaders. Pas daarna kan de juridische borging in het omgevingsplan worden opgenomen. In het komende jaar wordt het Programma Duurzaamheid herijkt. Een belangrijk aandachtspunt in deze herijking is de samenhang met het Energiebeleidsprogramma en de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie en de beide programma’s hebben raakvlakken op het gebied van energietransitie en ruimtelijke kwaliteit. Door deze samenhang expliciet mee te nemen, zorgen we voor een integrale aanpak waarin maatregelen elkaar versterken en processen op elkaar aansluiten.
Financiën
De uitvoeringskosten van het Energiebeleidsprogramma – waarmee we bedoelen de kosten om de maatregelen in dit beleidsprogramma aan te jagen – worden opgevangen binnen de beschikbare financiële middelen. Structureel is een budget beschikbaar van €200.000,- bestaande uit de middelen voor het energieloket, warmtetransitie, CO₂-prestatieladder
61 concept Energiebeleidsprogramma
en energie en duurzaamheid. Hieraan kunnen mogelijk nog aanvullende middelen beschikbaar komen via de specifieke uitkering van het Rijk en subsidies. Met Specifieke Uitkering CDOKE (Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid) kunnen we de gemeentelijke organisatie breed ondersteunen met capaciteit rondom het thema energie. De financiële impact in projecten is nu niet in te schatten en valt buiten de scope van dit beleidsprogramma.
Monitoring Om zicht te houden op onze voortgang met betrekking tot onze normen, monitoren we zo veel mogelijk op basis van openbare data zoals de Regionale klimaatmonitor. We sluiten hierbij aan bij de bestaande monitorings- en rapportagestructuur van het programma Duurzaamheid. Dit betekent dat voortgang op maatregelen uit het Energiebeleidsprogramma wordt gerapporteerd via dezelfde systematiek. De monitor van het programma Duurzaamheid breiden we uit. De voortgang van normen wordt jaarlijks gemonitord en opgenomen in de reguliere rapportage van het Programma Duurzaamheid. Door jaarlijks te monitoren kunnen we bijsturen en maatregelen aanpassen waar nodig.
We reduceren de uitstoot van CO2 binnen de gemeente Barneveld
Met betrekking tot het reduceren van de CO₂ uitstoot kijken we naar onze eigen gemeentelijke uitstoot en naar uitstoot binnen de publieke dienstverlening en gebouwde omgeving. Om de gemeentelijke uitstoot te monitoren, maken we gebruik van de CO₂-prestatieladder. De CO₂prestatieladder is een duurzaamheidsinstrument voor bedrijven en
inhoud
overheden om hun CO₂-uitstoot structureel te verminderen door inzicht te krijgen, plannen te maken om energie en CO₂ te reduceren, bij te sturen en hierover te communiceren en samen te werken. Inzicht in de CO₂ uitstoot van de eigen organisatie maken we jaarlijks inzichtelijk. Data met betrekking tot de publieke dienstverlening en gebouwde omgeving halen we uit de Regionale klimaatmonitor.
We besparen jaarlijks 2% energie
Het jaarlijks besparen van 2% energie is van toepassing op commerciële en publieke dienstverlening (bedrijven en instellingen) en de gebouwde omgeving (wonen) en onze eigen organisatie. We monitoren ons doel via de Regionale klimaatmonitor en de CO₂-prestatieladder.
We verhogen de opwekking van lokale hernieuwbare energie, zoals zonne-energie en windenergie
De doelstellingen met betrekking tot opwek van duurzame elektriciteit worden via de RES in beeld gebracht. In onze monitoring wordt de opwek omgerekend naar terajoule (TJ). Dit betekent een doelstelling van 936 TJ opwek van duurzame elektriciteit in 2030 met zon op dak en op land en mogelijk in de toekomst wind.
We streven ernaar om aardgasvrij te zijn in 2050
Het streven van de gemeente om aardgasvrij (-ready) te zijn in 2050 wordt aan de hand van een aantal zaken gemonitord. Dit gebeurt elk jaar. Zo wordt er allereerst gekeken naar het aantal woningen in Barneveld via de Regionale klimaatmonitor. Daarnaast wordt er gemonitord wat de hoofdverwarmingsinstallatie van de woningen is en welk percentage hiervan aardgasvrij is. Dit wordt gemonitord met behulp van het CBS en de Regionale klimaatmonitor. Met de hulp van Liander creëren we ook jaarlijks inzicht in het gasverbruik van woningen en het aantal aardgasverwijderingen dat heeft plaatsgevonden. Tenslotte monitoren we het aantal subsidieaanvragen bij de gemeente in het kader van het Nationaal Isolatieprogramma, om inzicht te krijgen in hoeveel woningen in onze gemeente stappen zetten richting betere isolatie en daarmee voorbereid worden op de transitie naar aardgasvrij.
62 concept Energiebeleidsprogramma
inhoud
Bijlagen Bijlage 1: Relevante Rijksplannen Bijlage 2: Relevante Provinciale plannen en onderzoeken Bijlage 3: Participatieplannen Bijlage 4: Participatieverslagen [De inhoud van dit onderdeel wordt toegevoegd in de definitieve versie.]
63 concept Energiebeleidsprogramma
inhoud
Bijlage 1: Relevante Rijksplannen Plan/onderzoek
Betreft
Link
Klimaatplan 2025-2035
Klimaatbeleid
Klimaatplan 2025-20235
Routekaart Koolstofverwijdering
Koolstofverwijdering en opslag
Routekaart koolstofverwijdering
Nationaal Plan Energiesysteem
Energiesysteem
Nationaal Plan Energiesysteem
Routekaart energieopslag 2023
Opslag
Routekaart energieopslag voorjaar 2023
64 concept Energiebeleidsprogramma
inhoud
Bijlage 2: Relevante Provinciale plannen en onderzoeken Plan/onderzoek
Betreft
Besluitvorming
Link
Gelders Programma Klimaat 2021-2030
Klimaatdoelen
Vastgesteld d.d. 17 april 2024
Programma Klimaat 2021-2030
Gelders actieplan Kleine modulaire kernreactoren Onderzoek naar Small Modular 2024–2027 en onderzoek Reactors
Vastgesteld d.d. 10 juli 2024, onderzoek opgeleverd 13 februari 2025
Notitie en Geanonimiseerd document
Gelders Milieuonderzoek Windenergie Veluwe
Wespendief
Opgeleverd d.d. 12 januari 2024
Plan-MER
Beleidslijn Windenergie op en rondom de Veluwe
Wespendief
Vastgesteld d.d. april 2024
Aanvulling beleidslijn windenergie op en rond de Veluwe
Gelders Milieuonderzoek wind, zon en warmte
Energie uit wind en zon en warmte
Vastgesteld medio 2025
Aanvragen bij: Contactpagina
Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK)
Netcongestie, prioritering netverzwaring
Vastgesteld d.d. 10 januari 2025
pMIEK 2.0 Gelderland
Omgevingsverordening Provincie Gelderland
Wind en zon
Vastgesteld d.d. 27 juni 2024
Omgevingsverordening Gelderland
65 concept Energiebeleidsprogramma
inhoud
Bijlage 3: Participatieplan Energiebeleidsprogramma Inleiding De gemeente Barneveld werkt aan een integraal Energiebeleidsprogramma (beleidsprogramma onder de omgevingsvisie) dat voor de komende jaren houvast biedt voor de organisatie en de omgeving voor alles rondom energie: besparen, opwek en infrastructuur. Een beleidsprogramma dat schetst hoe we de energietransitie verder faciliteren als gemeente en wat we belangrijk vinden, door de doelstellingen uit te werken in concrete normen, leidende principes en programmering. De energietransitie is een ontwikkeling van alle inwoners, bedrijven, organisaties en overheden samen. Daarom is het belangrijk om vanuit de verantwoordelijkheid van de gemeente een beleidsprogramma te maken dat aansluit bij de verwachtingen, behoeften en ontwikkelingen in de samenleving. In dit participatieplan willen we die samenbrengen met de doelen die vanuit de overheid gesteld zijn en worden. Enerzijds willen we het ‘sociaal kapitaal’ uit de samenleving benutten voor een kwalitatief sterk en gedragen Energiebeleidsprogramma, anderzijds zorgen we ervoor dat de samenleving er zo goed mogelijk over geïnformeerd is.
Doelstelling Een zorgvuldig ingericht participatieproces draagt bij aan de volgende doelstellingen: • Het ophalen van ideeën, inzichten en oplossingsrichtingen vanuit verschillende belanghebbenden, die kunnen bijdragen aan een effectievere beleidsinvulling. • Het vergroten van begrip bij betrokken partijen over de werking, doelen en keuzes binnen het Energiebeleidsprogramma. • Het versterken van het draagvlak door stakeholders actief te betrekken en ruimte te bieden voor invloed, waar dat mogelijk en passend is. Naast participatie speelt ook communicatie een belangrijke rol. Het tijdig en transparant delen van informatie – bijvoorbeeld over beleidskeuzes, 1 Handleiding participatie
66 concept Energiebeleidsprogramma
processtappen of tussenresultaten – helpt om het vertrouwen te behouden en betrokkenheid te stimuleren, ook op momenten waarop geen actieve participatie plaatsvindt.
Participatiemeter en participatietrede Conform het participatiebeleid van onze gemeente hebben we gebruik gemaakt van de participatiemeter om de participatie goed in te kunnen richten.1 Daaruit volgt de manier van participatie die passend is voor het programma. De vier vragen van de participatieladder hebben we als volgt beantwoord: 1. In hoeverre voorziet het plan in algemene maatschappelijke behoeften? Antwoord: Score 5 (van de 5) - Energie is een basisbehoefte en essentieel voor zowel bewoners, bedrijven als instellingen. 2. Verwacht u veel media/politieke aandacht? Antwoord: Score 3 (van de 5) - Gezien het belang zal er de nodige aandacht zijn voor het energiebeleid, al verwachten we meer belangstelling in de uitvoeringsfase. 3. Hoeveel impact heeft het plan op inwoners en de omgeving? Zowel ruimtelijke effecten als leefbaarheid. Antwoord: Score 3 (van de 5) - Voor sommige inwoners en bedrijven zal met name in de uitvoering, de impact fors zijn, anderen zullen er niets van merken. 4. Hoeveel mensen ondervinden er gevolgen van het plan (belanghebbenden)? Antwoord: Score 3 (van de 5) - Ook dit zal lokaal sterk verschillen. In principe betreft het alle inwoners van Barneveld.
Concrete impact zal het hebben op omwonenden van installaties voor grootschalige opwek, huiseigenaren die hun huis willen verduurzamen, bewoners van huurappartementen die verduurzaamd worden en bedrijven.
inhoud
Wanneer we het aantal punten optellen komen we op een score van 14, gemiddeld 3,5 (van de 5). Dit is ook vastgelegd in de bestuursopdracht voor het Energiebeleidsprogramma. Volgens de participatieladder is het dan raadzaam om de belanghebbenden te laten meewerken en adviseren: • Adviseren: belanghebbenden kunnen input geven op (voorlopige) plannen of keuzes. Er wordt actief om feedback gevraagd, bijvoorbeeld via inspraaksessies of consultatierondes. • Meewerken: belanghebbenden denken inhoudelijk mee en werken samen met de gemeente aan het ontwikkelen van onderdelen van het beleid. Op basis van de vastgestelde score kiezen we in deze fase bewust om met name in te zetten om belanghebbenden te laten adviseren. De thema’s zijn op dit moment richtinggevend en hoogover. Daarom vraagt de gemeente actief om input en feedback via inspraakrondes en consultatierondes, zodat de ontvangen perspectieven worden meegenomen bij het vaststellen van kaders, uitgangspunten en handelingsperspectief. Wanneer het Energiebeleidsprogramma naar een concreet omgevingsplan wordt uitgewerkt en thema’s praktischer en uitvoerbaarder worden, gaat de gemeente belanghebbenden vragen om inhoudelijk mee te werken en samen met de gemeente onderdelen van plannen te ontwikkelen, bijvoorbeeld via themagroepen of werkgroepen. Niet alle momenten in het proces vallen onder adviseren of meewerken.
Daarnaast onderscheidt het project momenten waarop de gemeente vooral informeert, bijvoorbeeld om resultaten van eerdere participatie terug te koppelen of beleidsbesluiten toe te lichten. In dit participatieplan maken we daarom het volgende onderscheid: • Participatie: waar invloed mogelijk is via adviseren of meewerken; • Communicatie: waar enkel informatie wordt gedeeld, zonder actieve inspraak of meebeslissen (namelijk: informeren).
67 concept Energiebeleidsprogramma
inhoud
Belanghebbenden Op basis van een stakeholderanalyse zijn de belanghebbenden in beeld gebracht. Deze zijn op te delen in de volgende categorieën: Categorie
Waarom betrekken?
Voorbeelden van belanghebbenden
Bewoners en bewonersgroepen
Bewoners ondervinden direct de effecten van het beleid in hun leefomgeving en woning. Zij zijn cruciaal voor draagvlak, haalbaarheid en praktische uitvoerbaarheid.
• Individuele bewoners • Burgerinitiatieven • Huurdersverenigingen • Wijkraden
Bedrijven en ondernemers
• Lokale ondernemers Ondernemers worden geraakt door beleid rond • Brancheverenigingen energiegebruik, verduurzaming en infrastructuur. Hun medewerking is essentieel voor economische haalbaarheid.
Professionele partners en uitvoerders
Zij hebben uitvoerende of adviserende rollen bij het realiseren van energiebeleid. Ze kennen de praktijk, risico’s en kansen.
• Energieproducenten • Installatiebedrijven • Woningstichting • Energiecoöperaties • Energiecoaches
Kennis- en expertgroepen
Onafhankelijke deskundigen kunnen inhoudelijk adviseren en de kwaliteit van het beleid onderbouwen of toetsen.
• Onderzoeksinstellingen • Adviesbureaus • Academische experts
Andere overheden en publieke partners
Beleidsafstemming is noodzakelijk vanwege gedeelde verantwoordelijkheden, wet- en regelgeving, en regionale doelen.
• Provincie • Waterschap • Netbeheerders Omgevingsdienst • Regionale samenwerkingsverbanden
Interne gemeentelijke afdelingen
Beleidsafstemming en uitvoeringskracht binnen de gemeente zelf is cruciaal voor de haalbaarheid en consistentie van het programma.
• Taskforce Netcongestie • Middenspanningsatelier • Beheer en onderhoud • Wonen • Economische zaken • Planologie • Vastgoed • Gebiedsregisseurs • Strategie en Regie • Samenleving
68 concept Energiebeleidsprogramma
inhoud
Participatieplan In onderstaande tabel wordt aangegeven welke belanghebbenden per categorie worden betrokken, hoe zij worden betrokken en wanneer zij worden betrokken. De manier waarop belanghebbenden worden betrokken, oftewel de participatievormen, wordt in deze tabel aangeduid met ‘adviseren’ en ‘informeren’. De specifieke werkvorm waarmee is gewerkt tijdens bijeenkomsten, wordt nader toegelicht in de bijbehorende participatieverslagen. In het participatieverslag worden ook de uitkomsten van de bijeenkomst beschreven.
Over het algemeen geldt dat participatie en communicatie plaatsvindt in de maanden maart 2025 tot en met februari 2026. De conceptversie van het Energiebeleidsprogramma wordt in 2026 ter inzage gelegd, voor alle belanghebbenden. Afstemming met de verschillende belanghebbenden vindt plaats via mail (aankondigingen, uitnodigingen en tussentijdse communicatie).
Categorie
Wie betrekken?
Hoe betrekken?
Wanneer?
Bewoners en bewonersgroepen
• Burgerinitiatief de DoenDenkers
• Informeren: aansluiten bij bijeenkomst van de DoenDenkers om beleid toe te lichten en te vragen of zij mee willen denken en adviseren over bepaalde onderwerpen. • Adviseren: vanuit het informeren is ontstaan dat de DoenDenkers aan de slag gaan met een opdracht om advies te geven aan de gemeente (t.b.v. de uitwerking van het beleidsprogramma) over hoe bewoners kunnen worden betrokken en geactiveerd met betrekking tot de energietransitie.
• Informeren: juni 2025 • Adviseren: naar verwachting Q1 2026
Bedrijven en ondernemers
• Lokale ondernemers • Vakantieparken
• Informeren: • Ondernemers: tijdens de energielunch en het energiecafé • Vakantieparken: via Vitale Vakantieparken • Adviseren: • Ondernemers: tijdens het genoemde energiecafé, was de gemeente aanwezig met een poster over het Energiebeleidsprogramma om met ondernemers de kern van het programma te bespreken en zo hun input op te halen
• Informeren: •O ndernemers: 8 oktober 2024 (energielunch) en 17 juni 2025 (energiecafé) •D iverse gesprekken met Vitale Vakantieparken • Adviseren: •O ndernemers: 17 juni 2025 (energiecafé)
69 concept Energiebeleidsprogramma
inhoud Categorie
Wie betrekken?
Hoe betrekken?
Professionele partners en uitvoerders
• Energiecoaches • Woningstichting
• Informeren: • Informeren: • Energiecoaches: 10 april 2025 • Energiecoaches: meenemen in gemeentelijke plannen • Adviseren tijdens hun eigen bijeenkomst • Energiecoaches: 24 juni 2025 • Adviseren: • Energiecoaches: vragen mee te denken over de normen, • Sessie met o.a. woningstichting m.b.t. transitiepaden: 25 maart en 3 juli 2025 leidende principes en programma van eisen tijdens hun eigen bijeenkomst • Woningstichting: aanwezig bij werksessie met externen, meegedacht over haalbaarheid en consequenties op basis van transitiepaden
Kennis- en expertgroepen
• Samengestelde expertgroep
• Informeren: via e-mail over de ontwikkeling van het Energiebeleidsprogramma met uitnodiging om in gesprek te gaan + tijdens het gesprek zelf • Adviseren: met elkaar in gesprek om input op te halen, op basis van concept normen, leidende principes en programma van eisen
Andere overheden • RES • Netbeheerder (Liander) en publieke partners
Interne gemeentelijke afdelingen (ambtelijke organisatie) en bestuurlijke organen
• Taskforce netcongestie • Beleid Leefomgeving • Midden-spanningsatelier • Programma landelijk gebied • Samenleving • Gebiedsregisseurs • Vastgoed • Economische zaken • College • De gemeenteraad
70 concept Energiebeleidsprogramma
Wanneer?
• Informeren: 21 mei 2025 • Adviseren: 7 juli 2025
• Informeren: • Informeren: in gesprek met een procesregisseur van de • RES: 19 mei 2025 RES over het Energiebeleidsprogramma en RES (2.0) • Adviseren: netbeheerder Liander denkt mee op basis van • Adviseren: •W erksessies met o.a. netbeheerder op 25 transitiepaden over haalbaarheid en consequenties via maart en 3 juli 2025 werksessies • Informeren: via bestaande overleggen • Adviseren: via bestaande overleggen en apart ingeplande inloopmomenten
• Informeren: • Interne gemeentelijke afdelingen: via gesprekken en bestaande overleggen • Raad: raadsinformatieavond op 30 september 2025, duurzaamheidsavond voor de raad op 3 december 2025 en raadsconsultatie op 21 januari 2026 • Adviseren: • Interne gemeentelijke afdelingen: via overleggen, feedback op document en inloopmomenten op 11 november en 8 december 2025
inhoud
Bijlage 4: Participatieverslagen De inhoud van dit onderdeel wordt toegevoegd in de definitieve versie.
71 concept Energiebeleidsprogramma
inhoud
Energiebeleidsprogramma Concept 72 concept Energiebeleidsprogramma
Zaaknummer: Van: Aan: Naam steller: Telefoonnummer: B&W vergadering: Commissie: Onderwerp:
4486 Portefeuillehouder: J. de Heer-Verheij Commissie Samenleving M. Burgstaller 06-25190599 6 januari 2026 21 januari 2026
Consultatie concept Energiebeleidsprogramma
Consultatiepunten: Het college vraagt de fracties zich uit te spreken over de volgende punten: 1. 2.
Doorvertaling van vastgestelde kaders naar hoofdthema’s en maatregelen Invulling van de motie “Omwonenden profiteren mee” (motie 25-138)
1. Inleiding Het Energiebeleidsprogramma is het centrale beleidsprogramma onder de Omgevingsvisie voor het thema energie. Het is onderdeel van de opgave Gezond en Toekomstbestendig Barneveld. Het College komt op korte termijn met een memo met informatie over de aanpak van de sturing op de Omgevingsvisie als geheel. In oktober 2025 heeft de Raad de kaders voor het Energiebeleidsprogramma vastgesteld (Document Barneveld - Raadsbesluit 4296 - iBabs Publieksportaal). Daarna zijn de kaders verder uitgewerkt tot dit concept Energiebeleidsprogramma. Het totale beleidsprogramma bundelt bestaand beleid en introduceert nieuwe uitgangspunten en maatregelen om adequaat te reageren op lokale uitdagingen. Het vaststellen en het uitvoeren van het Energiebeleidsprogramma is een verantwoordelijkheid van het college. Het college legt het concept Energiebeleidsprogramma ter consultatie voor aan de fracties voor de definitieve vaststelling dat gepland staat voor maart 2026. Het concept Energiebeleidsprogramma ligt naar verwachting vanaf 12 januari 2026 ook ter inzage.
2. Beoogd effect Het college wil de mening van de fracties peilen met betrekking tot de uitwerking van de kaders, de invulling van de motie ‘Omwonenden profiteren mee’ en de voorgestelde flexibiliteit van het beleidsprogramma. De inbreng van de fracties wordt, waar mogelijk, meegenomen bij de definitieve uitwerking van het Energiebeleidsprogramma en de uitvoering van het beleidsprogramma die daarop volgt.
3. Consultatievragen 1.
Hoe kijken de fracties naar de gekozen hoofdthema’s en de uitwerking daarvan in maatregelen binnen het concept Energiebeleidsprogramma?
Het Energiebeleidsprogramma vormt de basis om de vastgestelde kaders – de normen, leidende principes en het programma van eisen – te realiseren. Het beleidsprogramma vertaalt de visie en uitgangspunten uit de kaders naar concrete maatregelen op thema’s zoals warmte, energiebesparing, netcongestie en grootschalige opwek. De normen zijn gekoppeld aan uitvoeringsmaatregelen en monitoring. Het beleidsprogramma is integraal, toekomstgericht en biedt flexibiliteit om in te spelen
-2op technologische en maatschappelijke ontwikkelingen. Juridische borging volgt later via het omgevingsplan en in beleidsregels. Veel maatregelen hebben een onderzoekend karakter en zijn afhankelijk van externe factoren (netcapaciteit, regionale samenwerking, technologische innovaties). Binnen de huidige kennis, capaciteit en financiële kaders is dit een realistische aanpak. 2.
Hoe beoordelen de fracties de wijze waarop het Energiebeleidsprogramma invulling geeft aan de motie “Omwonenden profiteren mee” (motie 25-138)?
In de aangenomen motie ‘Omwonenden profiteren mee’ wordt het college verzocht bij het leidende principe over betaalbaarheid en rechtvaardigheid ook actief te verkennen of er mogelijkheden zijn om omwonenden financieel of anderszins te kunnen laten profiteren van grondgebonden energieprojecten. In het Energieprogramma wordt invulling gegeven aan de motie door een aantal maatregelen op te nemen. In hoofdstuk 8 is vastgelegd dat bij grootschalige opwek minimaal 51% lokaal eigendom wordt nagestreefd, waarbij omwonenden, lokale bedrijven en coöperaties actief kunnen deelnemen en financieel meeprofiteren. Daarnaast stimuleert het beleidsprogramma de oprichting van energiegemeenschappen en erkent het de rol van energiecoöperaties, zodat opbrengsten en zeggenschap zoveel mogelijk lokaal blijven. Het is belangrijk om de potentie van energiegemeenschappen goed te onderzoeken, omdat mogelijkheden en de randvoorwaarden nu nog niet duidelijk zijn. De gemeente wil initiatieven gaan ondersteunen via samenwerking, kennisdeling en het verkennen van aanvullende instrumenten zoals subsidieregelingen. Deze aanpak draagt bij aan maatschappelijke acceptatie, een eerlijke verdeling van lusten en lasten en versterkt de sociale samenhang.
7. Vervolgstap Na consultatie en inspraakperiode wordt het Energiebeleidsprogramma verder uitgewerkt en definitief vastgesteld door het college. Daarna volgt de uitvoering in samenhang met de uitwerking van de Omgevingsvisie en de herijking van het Programma Duurzaamheid.
8. Bijlagen
Bijlage 1: Concept Energiebeleidsprogramma Burgemeester en wethouders van Barneveld, de secretaris, de burgemeester,