CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-3.14 Besluit B&W over Concept Energiebeleidsprogramma, d.d. 6 januari 2026

Gemeenteraad 4 februari 2026, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ingekomen en uitgaande stukken24.819 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Programma van eisen Om te voldoen aan landelijke eisen en onze eigen normen en leidende principes, houden we ook rekening met de manier waarop nieuwe ontwikkelingen vorm krijgen binnen de gemeente. Het programma van eisen is een set van technische, ruimtelijke en beleidsmatige voorwaarden en uitgangspunten die gelden voor nieuwe ontwikkelingen (renovaties aan de openbare ruimte of een nieuwbouwontwikkeling).

inhoud

Onze normen op weg naar het energiesysteem van de toekomst We reduceren de uitstoot van CO2 binnen de gemeente Barneveld

In lijn met de internationale en nationale afspraken streven we er binnen de gemeente Barneveld naar om onze CO2-uitstoot terug te brengen met 55% in 2030 en 100% in 2050 t.o.v. 1990. Binnen dit beleidsprogramma focussen we op het terugbrengen van CO2-uitstoot binnen de invloedssfeer van de gemeente. De directe invloed van de gemeente Barneveld op de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen is beperkt. Die invloed ligt bij de uitstoot van de publieke dienstverlening en voor een deel in de gebouwde omgeving. • Binnen de eigen gemeentelijke organisatie willen we onze CO2-uitstoot verminderen met 55% in 2030 ten opzichte van 2015. • Binnen de publieke dienstverlening en in de gebouwde omgeving willen we onze CO2-uitstoot verminderen met 55% in 2030 ten opzichte van 1990.

We besparen jaarlijks 2% energie

Binnen de gemeente streven we ernaar om jaarlijks 2% van het energieverbruik te verminderen van commerciële en publieke dienstverlening (bedrijven en instellingen) en van de gebouwde omgeving (wonen).

24 concept Energiebeleidsprogramma

We verhogen de opwekking van lokale hernieuwbare energie, zoals zonne-energie en windenergie

Zoals eerder vastgesteld binnen de gemeente, verhogen we de opwekking van hernieuwbare energie, zodat het aandeel van hernieuwbare energie verhoogt in relatie tot de totaal gebruikte energie. Hierbij houden we vast aan de doelstellingen die al zijn vastgelegd in de Structuurvisie Wind en in de Barneveldse Zonneladder. Deze doelstellingen houden in dat we met betrekking tot wind- en zonne-energie streven naar het opwekken van 12 megawatt windenergie (op Harselaar) en het plaatsen van 650.000 zonnepanelen – waarvan 475.000 op dak en 175.000 op land – in 2030. Met deze doelen draagt de gemeente Barneveld ook bij aan het behalen van de doelen van de Regionale Energiestrategie (zoals vastgesteld in 2021).

We streven ernaar om aardgasvrij te zijn in 2050

Op landelijk niveau is het doel om in 2050 van het aardgas af te zijn. In de praktijk brengt dit vele uitdagingen met zich mee, waaronder voldoende netcapaciteit. Er is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van grootschalige warmtenetten binnen de gemeente, waaruit

blijkt dat het nu niet haalbaar lijkt te zijn om hiermee te werken in de gemeente. We zien kansen in de ontwikkeling van energiehubs, waterstof voor industrie en logistiek en het benutten van het bestaande aardgasnetwerk voor duurzame alternatieven. We blijven de ontwikkelingen op het gebied van collectieve warmtevoorzieningen volgen en zijn alert op kansen. Het doel is om het elektriciteitsnetwerk op orde te maken, en met tussentijdse maatregelen zoveel mogelijk aardgasvrij-ready te zijn voor 2050, zodat wanneer het elektriciteitsnetwerk op orde is of uiterlijk in 2050 de stap naar aardgasvrij gemaakt kan worden.

inhoud

Leidende principes Samen aan de slag

Het bouwen aan het energiesysteem van de toekomst doen we samen – inwoners, bedrijven, organisaties zoals woningcorporaties en overheden zoals de gemeente. We werken vanuit een gezamenlijk gedragen visie en op basis van vertrouwen, waarbij ieders stem telt, ook die van de volgende generatie. Ook het milieu krijgt een stem, onder andere via de verplichte milieueffectrapportage (MER), zodat we de impact op onze leefomgeving transparant meewegen in de besluitvorming. Bottom-up initiatieven, zoals particuliere energieprojecten, smart energy hubs, energiegemeenschappen en coöperaties, zijn essentieel in deze transitie. Ze versterken lokaal eigenaarschap, vergroten betrokkenheid en zorgen voor duurzame oplossingen die passen bij de specifieke behoeften van onze gemeenschap. Door in te zetten op lokaal eigendom van energiebronnen en infrastructuur komen de voordelen bij de gemeenschap terecht. Deze beweging laat zien hoe ‘zelf, samen, gemeente’ in de praktijk vorm krijgt: inwoners nemen initiatief, gemeenschappen bundelen krachten en de gemeente ondersteunt, faciliteert en neemt waar nodig de regie. Door gezamenlijk te werken, creëren we een breed draagvlak en stimuleren we innovatie die op grotere schaal toegepast kan worden. Regionale, nationale én mogelijk internationale samenwerking versterkt onze slagkracht. Zo dragen we samen bij aan een eerlijke en duurzame energietoekomst.

25 concept Energiebeleidsprogramma

We zetten in op het vergroten van zelfvoorziening in energie

Binnen de gemeente Barneveld streven we naar het vergroten van zelfvoorziening in energie, waarbij huishoudens, bedrijven en/of collectieven zo veel mogelijk – waar mogelijk in samenwerking – in hun eigen energievraag kunnen voorzien. Energiegemeenschappen vormen een belangrijk onderdeel van de Energiewet die 1 januari 2026 in werking treedt. Lokale initiatieven en bedrijven kunnen van de nieuwe mogelijkheden om energie te delen gebruik maken. Met slimme achter-de-meter-oplossingen, eigen opwek en opslag en/of buffering optimaliseren we het gebruik van duurzame energie, verminderen we de afhankelijkheid van het net en verhogen we de efficiëntie. Samenwerking met de netbeheerder blijft van belang, met name in situaties waarin centrale coördinatie noodzakelijk is.

Efficiënt energieverbruik

We hanteren de trias energetica als uitgangspunt voor onze strategie: we beperken energiegebruik waar mogelijk. Niet alleen voor verwarmen maar ook voor koeling. Inzicht creëren in energieverbruik door te meten, en daarop gebaseerde energiebesparing, is de eerste en meest effectieve stap richting een duurzaam energiesysteem. Daarbij erkennen we dat enkel technische maatregelen niet volstaan. Het stimuleren

van bewust gedrag en het ondersteunen van gebruikers bij het maken van duurzame keuzes vormen een essentieel onderdeel van onze aanpak.

Mix van (groene) energiebronnen

We kiezen voor een slimme mix van energiebronnen die aansluit bij de lokale omstandigheden. Binnen deze mix blijft gas voorlopig een noodzakelijke schakel om de energietransitie mogelijk te maken. Waar mogelijk kiezen we voor groen gas als een duurzame tussenoplossing. Door samen te werken, biovergisting en andere innovatieve technieken te benutten, kunnen we fossiele afhankelijkheid geleidelijk afbouwen zonder concessies te doen aan leveringszekerheid. Eventuele nadelige effecten van duurzame energiebronnen, op het milieu en de volksgezondheid, zullen we altijd zo veel mogelijk minimaliseren.

Een decentraal energiesysteem met opslag

We bouwen aan een robuust, veilig en decentraal energiesysteem, waarin lokaal opgewekte energie – bijvoorbeeld op wijkniveau of gebouwniveau – zoveel mogelijk lokaal wordt gebruikt. Uiteindelijk willen we opwek en gebruik zo veel mogelijk lokaal in balans brengen en zo dicht mogelijk bij elkaar plaatsen om het energienetwerk zo min mogelijk te belasten.

inhoud

Om het energienet stabiel en betrouwbaar te houden, stemmen we de opwek en het gebruik van energie zoveel mogelijk op elkaar af. Idealiter vallen deze samen, of wordt overtollige energie tijdelijk opgeslagen. Zo voorkomen we grote verschillen tussen vraag en aanbod, zoals op een zonnige middag met veel zonne-opwek en weinig verbruik, of op een koude winteravond met piekgebruik. Door deze pieken te verminderen of slim te sturen, beperken we de belasting van het stroomnet. Wat niet direct wordt gebruikt aan energie en warmte, slaan we lokaal op. Opslagmogelijkheden dragen bij aan het ontlasten van het net en vergroten de efficiëntie. Ook het inzetten van waterstof als energiedrager biedt kansen, met name voor sectoren zoals industrie en logistiek. Door vraag, aanbod en opslag lokaal te organiseren, versterken we de betrouwbaarheid van het energiesysteem.

Innovatie staat centraal

Innovatie speelt een belangrijke rol in de energietransitie. Lokale bedrijven en organisaties ontwikkelen vernieuwende oplossingen en lokale energiesystemen, zoals energiehubs, binnen de gemeente Barneveld die bijdragen aan ons energiesysteem van de toekomst. Daarbij zijn meten, monitoren en aansturen (digitalisering) van het energiesysteem belangrijke onderdelen van innovatie. De gemeente volgt de technologische innovaties nauwlettend. We blijven op de hoogte van ontwikkelingen binnen bijvoorbeeld batterijtechnologie, grootschalige opslag en

26 concept Energiebeleidsprogramma

andere relevante innovaties. We beoordelen continu welke vooruitgangen relevant zijn voor praktische toepassing in het vormgeven van ons energiesysteem van de toekomst.

van de energietransitie eerlijk verdeeld worden, zodat niemand wordt uitgesloten en er een goede balans bestaat tussen individuele en maatschappelijke kosten.

Energiesysteem is randvoorwaardelijk bij gemeentelijke ontwikkelopgaven

Dit betekent dat we niet alleen naar de technische en economische haalbaarheid kijken, maar ook naar sociale en ecologische rechtvaardigheid. Iedereen, ongeacht achtergrond of inkomen, moet gelijke toegang hebben tot schone energie en de mogelijkheid om zowel bij te dragen aan als te profiteren van de energietransitie.

We maken energie mede-sturend bij de fysieke ontwikkelopgave van de gemeente: bij nieuwe ontwikkelingen wordt in een vroeg stadium nagedacht over een geschikt energiesysteem om zo een duurzame energievoorziening te bewerkstelligen, in samenhang met andere (ruimtelijke) opgaven en belangen. Daarnaast wordt de benodigde ruimte voor dit systeem meegenomen in ontwerpen.

We maken slimme keuzes ten tijde van schaarste

Tot zeker 2033-2035 hebben we in de regio te maken met netcongestie. Hierdoor is het geen gegeven dat we als gemeente op elk moment onze ambities wat betreft fysieke ontwikkelopgaven kunnen verwezenlijken. Indien nodig, moeten we keuzes maken op welke ontwikkelingen we willen inzetten. Hiermee zorgen we dat, gezien de beperkende werking van energie, toch de meeste maatschappelijke waarde kunnen toevoegen.

Betaalbaarheid en rechtvaardigheid

Bij het opbouwen van het energiesysteem van de toekomst staat rechtvaardigheid voorop. Het is essentieel dat de voordelen en de lasten

Door rechtvaardigheid als leidend principe te hanteren, streven we ernaar dat meer inwoners financiële zekerheid hebben en minder geldzorgen ervaren, met zekerheid over energievoorziening voor de toekomst.

inhoud

Programma van eisen voor nieuwe ontwikkelingen

In dit programma van eisen hanteren we allereerst het afwegingskader Duurzaamheid, dat wordt toegepast ongeacht het type ontwikkeling. Naast dit afwegingskader, maken we bij afwegingen voor nieuwe ontwikkelingen onderscheid tussen woningbouw, maatschappelijk vastgoed en bedrijven(terreinen). Voor elk van deze geven we in dit onderdeel aan wat op dit moment wettelijk vereist is voor nieuwe ontwikkelingen. Daarnaast geven we aan wat onze gemeentelijke uitgangspunten zijn, deze zijn opgesteld in een samenwerking van verschillende disciplines binnen de gemeente (zoals de taskforce netcongestie). Bij maatschappelijk vastgoed en bedrijventerreinen lichten we ook onze beslisbomen voor tijdelijke inzet van (groen) gas toe. Tot slot lichten we gemeentelijke uitgangspunten toe voor de uitbreiding van de lokale energieinfrastructuur.

Afwegingskader Duurzaamheid Het Afwegingskader Duurzaamheid ondersteunt bij het vertalen van gemeentelijke duurzaamheidsdoelen naar ambities op projectniveau. In projecten is een grote impact te realiseren op de CO2-reductie. Het kader helpt duurzaamheid structureel te integreren in fysieke projecten, stimuleert interdisciplinaire samenwerking en creëert bewustwording. Op de thema’s energie, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit en groen, circulaire economie en duurzaam voedselsysteem worden de ambities bepaald en tijdens het gehele project bijgehouden. Het afwegingskader is beschikbaar binnen de gemeente via het Programma Duurzaamheid.

27 concept Energiebeleidsprogramma

inhoud

Woningbouw Wettelijke vereisten Sinds 1 januari 2021 geldt de wettelijke verplichting dat alle nieuwbouwwoningen moeten voldoen aan de BENG-eisen (Bijna Energieneutrale Gebouwen)3. Deze eisen zijn vastgelegd in het Bouwbesluit en richten zich op drie aspecten: de maximale energiebehoefte voor verwarming en koeling (BENG 1), het toegestane primair fossiel energiegebruik (BENG 2), en het minimale aandeel hernieuwbare energie (BENG 3). Dit betekent dat woningbouwprojecten zodanig moeten worden ontworpen en uitgevoerd dat ze energiezuinig zijn, gebruikmaken van duurzame technieken zoals warmtepompen en zonnepanelen, en bijdragen aan het beperken van de belasting op het energienet. Daarnaast wordt er vanuit de BENG de TOjulieis gesteld. TOjuli staat voor temperatuur­ overschrijding juli en is een indicatiegetal waarmee inzichtelijk wordt gemaakt wat het risico is qua temperatuuroverschrijding. Deze eis moet ervoor zorgen dat woningen aangenaam blijven tijdens warme periodes. Gebouwen die voldoen aan de BENG-norm zijn niet per definitie netbewust, of wordt er in het ontwerp rekening gehouden met passieve verwarming en koeling, en ook het slim laden van voertuigen. Daarom, formuleren we hiervoor als gemeente extra uitgangspunten.

Gemeentelijke uitgangspunten 1. Bij de gemeente gaan we aan de slag met het netbewust bouwen van woningen. Hierbij houden we vast aan de kaders welke provinciaal worden uitgewerkt voor netbewuste nieuwbouw.4 Dit houdt in dat: - De warmtevraag zo veel mogelijk wordt beperkt, onder andere door passief bouwen (zie punt 2); - De resterende warmtevraag zo duurzaam mogelijk wordt ingericht: • Het verwarmings- en tapwatersysteem wordt zo efficiënt mogelijk ontworpen en functioneert ook zo efficiënt mogelijk. • Bij eventueel elektrisch verwarmen vindt het piekverbruik zo veel mogelijk buiten de spitstijden plaats. • Het systeem wordt zo aangelegd dat dit ook stuurbaar is, om buiten spitstijden te opereren. • De benodigde elektriciteit wordt zo veel mogelijk lokaal en duurzaam opgewekt. - De opgewekte energie zoveel mogelijk direct lokaal gebruikt wordt (door bijvoorbeeld elektrische apparaten te laten draaien of auto’s op te laden wanneer zonnepanelen stroom leveren), of wordt opgeslagen voor later lokaal gebruik – beiden zowel op woningof gebiedsniveau. Dit vereist bij nieuwbouw aandacht voor achter de meter oplossingen bij woningen, zoals slimme installatietechniek, energiemanagementsystemen en apparaten die kunnen communiceren met de opwekvoorzieningen van de woning;

en voor mogelijke slimme oplossingen op gebiedsniveau, zoals een WKO (Warmte Koude Opslag)-systeem of buurt-net (mogelijk in combinatie met een buurtbatterij); - Bij het ontwerp en de bouw rekening wordt gehouden met technische ruimte en voorzieningen voor lokale opwek, opslag en benodigde (toekomstige infrastructuur). 2. Passief ontwerpen en bouwen5, waarbij de woning door slimme oriëntatie en overstekken (ten opzichte van de zon; zongerichte bouw) en goede isolatie nauwelijks energie nodig heeft voor verwarming of koeling. Bij voorkeur wordt deze bouw gecombineerd met biobased materialen die de ecologische voetafdruk verkleinen en zorgen voor een stabielere binnentemperatuur. Natuurlijke koeling kan gerealiseerd worden door optimale oriëntatie van woning, beperken van zoninstraling in de zomer, strategische plaatsing van groen (zoals bomen en gevelgroen) en het gebruik van lichte kleuren voor gevelmaterialen, zoals bakstenen, die minder warmte absorberen. 3. Slim en collectief laden van elektrische voertuigen, waarbij laadmomenten worden afgestemd op momenten van lage netbelasting of hoge (eigen) opwek op woning- of gebiedsniveau. Dit vraagt bij woningbouw om het tijdig inpassen van slimme laadinfrastructuur, afgestemd op het energiesysteem van de woning of wijk. Denk aan laadpunten die gekoppeld zijn aan zonnepanelen en/of die kunnen reageren op netcapaciteit.

3 Eisen aan Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG) | RVO.nl 4 Netbewust en netneutraal bouwen | Netbeheer Nederland

5 ‘Passief bouwen’ wordt hier bedoeld als een algemene ontwerpbenadering waarbij woningen door slimme oriëntatie, isolatie en materiaalgebruik nauwelijks energie nodig hebben voor

verwarming of koeling. Dit verschilt van de gecertificeerde Passiefhuis-standaard, een specifieke bouwfilosofie met een eigen keurmerk en hogere eisen dan BENG.

28 concept Energiebeleidsprogramma

inhoud

Maatschappelijk vastgoed Wettelijke vereisten Net als bij woningbouw moeten nieuwbouwprojecten in maatschappelijk vastgoed voldoen aan de eisen voor energiezuinigheid, waaronder de BENGindicatoren (energiebehoefte, fossiel energiegebruik, hernieuwbare energie). Voor overheidsgebouwen geldt aanvullend dat deze vanaf 2028 emissievrij moeten zijn (Europese Richtlijn Energieprestatie Gebouwen).

Gemeentelijke uitgangspunten 1.  Ook ons maatschappelijk vastgoed ontwikkelen we netbewust6, zoals toegelicht bij woningbouw. De gemeentelijke ambities voor maatschappelijk vastgoed sluiten in grote lijnen aan bij die van woningbouw: ook hier streven we naar een lage energievraag, een comfortabel binnenklimaat en een robuust energiesysteem. Passief bouwen, natuurlijke koeling, slim laden en maximaal eigen gebruik van opgewekte energie zijn ook bij deze gebouwtypen wenselijk.

6 Netbewust en netneutraal bouwen | Netbeheer Nederland

29 concept Energiebeleidsprogramma

2. Vliegwielfunctie voor (kleine) collectieven: maatschappelijk vastgoed biedt aanvullende kansen vanwege de centrale rol die het vaak speelt in de wijk. Maatschappelijk vastgoed kan fungeren als energieknooppunt voor omliggende woningen, voorzieningen of mobiliteitshubs. Door collectieve opwek, opslag en slimme verdeling van energie ontstaat schaalvoordeel en wordt het net efficiënter benut. 3. Duurzame aggregaten of opslag voor aanvullende energiebehoefte: voor tijdelijke maatregelen bij de inzet van pieken in energieverbruik wordt bij voorkeur gebruikgemaakt van duurzame aggregaten (aggregaten die draaien op basis van groene energie) of opslag. Zo wordt extra netbelasting vermeden. Tijdelijke inzet van (groen) gas Momenteel kampen verschillende maatschappelijk vastgoedprojecten met netcongestie: er is vaak geen (passende) aansluiting mogelijk en er kan vaak niet gegroeid worden in een aansluiting om een maatschappelijke voorziening, zoals een school, te laten groeien of te verduurzamen. Hierdoor komen deze projecten in de knel en ligt vertraging op de loer. Dit ondermijnt de leefbaarheid van de gemeente. Om tegemoet te komen aan deze realiteit hanteren we een

beslisboom voor maatschappelijk vastgoed om projecten toch doorgang te kunnen laten vinden in tijden van netcongestie: 1. De gebouwen gebruiken zo min mogelijk energie, volgens de trias energetica; 2. De pieken in opwek en verbruik worden zo ver mogelijk verlaagd door slimme maatregelen achter de meter, waaronder gelijktijdigheid met eigen opwek en batterijsystemen; 3. Wanneer er toch meer energie nodig is, wordt er gekeken naar gebiedsgerichte oplossingen, zoals een wijkbudget (beschikbaar vermogen binnen een wijk), welke in gebiedsgerichte sessies onderzocht zullen worden. Hierbij is het denkbaar dat ook gekeken wordt naar het gebruik van groen gas, welke ook na 2050 kan worden ingezet voor bijvoorbeeld een WKK, en naast elektriciteit voor het maatschappelijk vastgoed ook warmte voor de omgeving creëert; 4. Wanneer een gebiedsgerichte oplossing niet mogelijk is/niet afdoende blijkt te zijn, kan (groen) gas worden ingezet voor de elektriciteit en/of warmtevoorziening voor het object zelf; 5. Het gebouw en de installaties worden klaargemaakt om na afschrijving (van de installaties), maar in ieder geval vóór 2050, het aardgas af te koppelen en over te stappen op groene energie (waaronder groen gas, wanneer dit afdoende aanwezig is en gecombineerd kan worden met het opwekken van warmte).

inhoud

met de netbeheerder om de impact van nieuwe bedrijven(terreinen) te minimaliseren, zoals een tijdgebonden contract.

Bedrijven(terreinen) Wettelijke vereisten Bij de ontwikkeling van nieuwe bedrijven en bedrijventerreinen gelden diverse wettelijke kaders die gericht zijn op energiezuinigheid, milieuprestaties en ruimtelijke kwaliteit. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)7 stelt eisen aan veiligheid, gezondheid en duurzaamheid van gebouwen, en vraagt voor materiaalgebruik een verplichte toetsing op milieuprestatie. Europese richtlijnen vereisen energielabels en, waar relevant, energiemanagementsystemen.

Gemeentelijke uitgangspunten Bedrijven en bedrijventerreinen spelen een sleutelrol in de energietransitie. Door hun schaal, innovatiekracht en potentieel voor collectieve oplossingen bieden ze unieke kansen voor een efficiënter en toekomstbestendig energiesysteem. 1. Nieuwe bedrijventerreinen ontwikkelen we zoveel mogelijk ‘net-neutraal’. Dat betekent dat er bijvoorbeeld ruimte is voor bedrijven om op een nieuwe plek met hetzelfde vermogen te werken. En, dat de komst van nieuwe bedrijven geen of minimale impact heeft op het net. Ook zijn er mogelijkheden in de contracten

2. Gebalanceerde bedrijventerreinen, waarbij de totale energievraag binnen het gebied in balans is met de eigen opwek. Dit vraagt om slimme afstemming tussen installaties, gebouwen en infrastructuur, en bij voorkeur een onderliggend energiesysteem dat ruimte laat voor toekomstige groei en nieuwe bedrijven. 3.  Duurzame aggregaten voor aanvullende energiebehoefte, als tijdelijke maatregel bijvoorbeeld bij pieken in verbruik of bij specifieke bedrijfsprocessen. Door in te zetten op aggregaten op biobrandstof, waterstof of mobiele batterijen wordt extra netbelasting vermeden en blijft het systeem fossielvrij. 4. Vliegwiel voor collectieve energieoplossingen: bedrijven(terreinen) kunnen gezamenlijk optreden als energieknooppunt voor de omgeving. Door collectieve opwekking, opslag en slimme verdeling van energie ontstaat schaalvoordeel, wordt het net efficiënter benut en kunnen ook nabijgelegen voorzieningen profiteren. Een efficiëntere aanpak van het energieverbruik op bedrijventerreinen biedt bovendien substantiële ruimte op het bestaande net, waarmee ook woningbouw en maatschappelijk vastgoed beter gefaciliteerd kunnen worden. 5. Slim en uitgesteld laden van elektrische voertuigen: bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en bedrijventerreinen wordt gestimuleerd om rekening te houden met slim laden van elektrische

7 Inhoud Besluit bouwwerken leefomgeving | Informatiepunt Leefomgeving

30 concept Energiebeleidsprogramma

voertuigen, zodat laadcapaciteit efficiënt wordt benut, piekbelasting op het elektriciteitsnet wordt voorkomen en duurzame energie optimaal kan worden ingezet. Tijdelijke inzet van (groen) gas Ook nieuwe bedrijven(terreinen) ondervinden uitdagingen door netcongestie: een grootverbruik aansluiting is niet altijd beschikbaar en overstappen op een grote kleinverbruik aansluiting vraagt om zorgvuldige afweging, omdat dit beslag legt op schaars vermogen dat ook nodig is voor andere ontwikkelingen. Tegelijkertijd, vinden wij het als gemeente belangrijk dat bedrijven een plek hebben in onze gemeente. Daarom, hanteren we ook een beslisboom voor bedrijven(terreinen) om deze, wanneer wenselijk, toch doorgang te laten vinden: 1. De gebouwen gebruiken zo min mogelijk energie, volgens de trias energetica; 2. De pieken in opwek en verbruik worden zo ver mogelijk verlaagd door slimme maatregelen achter de meter, waaronder gelijktijdigheid met eigen opwek en batterijsystemen; 3. Wanneer er toch meer energie nodig is, wordt er gekeken naar gebiedsgerichte/collectieve oplossingen, zoals een energiehub. Hierbij kan groen gas onderdeel zijn van de langetermijn energievoorziening, wanneer dit afdoende aanwezig is; 4. Wanneer gebiedsgerichte/collectieve oplossingen niet volledig afdoende zijn voor de energievraag van een bedrijf/terrein kan (groen) gas worden ingezet als piekvoorziening.

Hierbij wordt rekening gehouden met het uitfaseren van fossiel gas vóór 2050.

inhoud

Prioriteringskader lokale energie-infrastructuur De netbeheerder is bezig met het realiseren van een grote verzwaringsopgave in de gemeente. In ongeveer driekwart van de buurten in de gemeente Barneveld zal er tot 2050 minimaal een verdubbeling van het aantal trafo-huisjes bijgeplaatst moeten worden, zodat de groeiende vraag naar elektriciteit kan worden opgevangen en stroomuitval door overbelasting wordt voorkomen. Het plaatsen van deze trafohuisjes kan niet allemaal tegelijk.

Liander, de Woningstichting en de gemeente werken samen in het middenspanningsatelier om wijken in Barneveld te verzwaren. Voorlopig denkt Liander drie wijken per jaar te kunnen verzwaren. Liander staat aan de lat voor het bepalen van volgorde van het overgrote deel van de verzwaring, met input van de gemeente en de Woningstichting. Wijken waar er technische noodzaak is tot verzwaring worden door Liander geprioriteerd. Wanneer er geen technische noodzaak is, worden eerst de wijken verzwaard waar de Woningstichting grootschalige verduurzamingsplannen heeft. Dit draagt bij aan de wettelijk verplichting van woningcorporaties om te verduurzamen, draagt in belangrijke mate bij aan de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen door de schaal, en draagt bij energiearmoede in de gemeente terug te dringen. Tenslotte, geeft de gemeente input over welke wijken daarna verzwaard kunnen worden aan de hand van een prioriteringskader. Hiervoor zijn vijf prioriteringscriteria opgesteld, die hieronder op volgorde van belang staan: 1. Aanwezigheid van maatschappelijk vastgoed met een publieke functie voor veiligheid, gezondheid, opvang en educatie. Hierbij gaat

31 concept Energiebeleidsprogramma

het om het behouden van de functie van maatschappelijk vastgoed, en dus niet over de verduurzaming daarvan; 2. Aantal huishoudens in een wijk met een relatief lager inkomensniveau en een relatief hoge energierekening. Hiermee geven we voorrang aan wijken waar verduurzaming een positieve impact kan hebben op de energierekening, zodat we ongelijke toegang tot de energietransitie voorkomen; 3. De hoogte van de mogelijke gasreductie bij verduurzaming dankzij de verzwaring; hoe meer het gasverbruik vermindert kan worden hoe hoger de prioriteit van de wijk. 4. Aanwezigheid MKB (midden- en kleinbedrijf) in de wijk; 5. Mogelijkheid tot peakshaving. Peakshaving is het verminderen van energieverbruik of het inzetten van lokale opslag om pieken in de vraag naar elektriciteit te voorkomen en het net daardoor te ontlasten. Dit kan bijvoorbeeld door het slim laden van elektrische voertuigen. Deze wijken krijgen een lagere prioriteit in de afweging, omdat hier gedragsverandering het moment van verzwaring kan uitstellen.

inhoud

4

Warmteprogramma

32 concept Energiebeleidsprogramma

inhoud

Warmteprogramma Inleiding Het Warmteprogramma vormt een kernonderdeel van het Energiebeleidsprogramma en is bovendien het enige verplichte onderdeel. Het richt zich op de verduurzaming van de warmtevoorziening van de bestaande gebouwde omgeving. De overstap van aardgas naar duurzame warmtebronnen is noodzakelijk voor het klimaat en sluit aan bij het landelijke beleid. In lijn met de landelijke kaders en de Warmtevisie 2021 beschrijven wij hier ons Warmteprogramma. Met de invoering van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) in 2027, wordt het Warmteprogramma een verplicht onderdeel van het gemeentelijk planproces onder de Omgevingswet. Het planproces bestaat uit drie fases: (1) het vaststellen van een warmteprogramma, (2) het eventueel opstellen van een uitvoeringsplan en vervolgens (3) het wijzigen van het omgevingsplan. Wanneer gebieden worden aangewezen, kan het programma dienen als juridische en inhoudelijke onderbouwing voor de aanwijsbevoegdheid. Deze bevoegdheid maakt het mogelijk om gebieden als warmtetransitiegebied aan te merken, daar vóór 2050 een duurzame warmtevoorziening te realiseren en het gasnet te verwijderen. Binnen de gemeente Barneveld kiezen we ervoor om op dit moment geen gebieden aan te wijzen en de aanwijsbevoegdheid nog niet te benutten.

Er bestaan te veel onzekerheden over eindoplossingen en kostprijzen, en het elektriciteitsnet is nog onvoldoende voorbereid op de overstap naar aardgasvrij. Daarom beperken wij ons tot een Warmteprogramma met uitsluitend de verplichte onderdelen. Bovendien is er aanzienlijke overlap tussen

33 concept Energiebeleidsprogramma

de thema’s energie en warmte, waardoor dit Warmteprogramma deels samenvalt met andere hoofdstukken van het Energiebeleidsprogramma.

Doel van het Warmteprogramma Het Warmteprogramma is de opvolger van de Warmtevisie Barneveld. Het doel is om op de vorige warmtevisie voort te borduren en inzicht te geven in welke stappen de komende jaren worden gezet richting aardgasvrije woningen en bedrijfspanden in Barneveld.

Hoe het Warmteprogramma tot stand is gekomen Het Warmteprogramma is tot stand gekomen via een samenwerking tussen woningstichting Barneveld, netbeheerder Liander en diverse beleidsmedewerkers van gemeente Barneveld. In een aantal werksessies is gezamenlijk toegewerkt naar een passend warmteprogramma voor gemeente Barneveld. Naast deze sessies heeft er voor het Energiebeleidsprogramma als geheel ook participatie plaatsgevonden. Dit participatieproces vloeide voort uit de participatie die voor de Omgevingsvisie van Barneveld is uitgevoerd. Verschillende groepen belanghebbenden, zoals actieve burgers, ondernemers en energiecoaches, hebben meegewerkt en/of advies gegeven op het beleidsprogramma – specifiek met betrekking tot de leidende principes en de maatregelen die beschreven staan. Daarnaast is het Energiebeleidsprogramma, inclusief dit Warmteprogramma, ter inzage gelegd voor inwoners en andere belanghebbenden.

inhoud

In het planproces richting een aardgasvrije gebouwde omgeving is het belangrijk dat het milieu ook een stem heeft. Voor kaderstellende plannen waarbij een eindoplossing in beeld is, is het daarom nodig een planMER uit te voeren. Dit is de (beoordeling van noodzaak van) een milieueffectrapportage waarbij de impact op het milieu inzichtelijk wordt gemaakt. Wij kiezen ervoor om ons Warmteprogramma niet kaderstellend met ruimtelijke impact te maken. Een eventuele planMER (beoordelings) plicht wordt opgepakt wanneer er gebiedsgerichte keuzes worden gemaakt met ruimtelijke kaders. Dit kan bij een gebiedsprogramma zijn.

Evaluatie van de warmtevisie 2021 Eind 2021 verscheen de Barneveldse Warmtevisie. Daarin is een pad geschetst waarlangs de gemeente stap voor stap aardgasvrij kan worden. In de visie werden vier hoofdlijnen geschetst: 1. G  emeentebreed inzetten op isoleren en besparen. Via onder andere het energieloket, energiecoaches, de Toekomstbestendig Wonen Lening en de dorpsgerichte benadering, werden woningeigenaren en huurders gestimuleerd om te isoleren, zuinige installaties aan te schaffen en te besparen door gedrag aan te passen. Ook zijn er veel inspanningen voor verduurzaming verricht door de Woningstichting; 2. Aanpak verkenningsgebieden. De gemeente is in de warmtevisie verdeeld in gebieden die kansrijk zijn voor oplossingen op de kortere termijn (tot 2025), de middellange termijn (tot 2040) of de lange termijn (tot 2050). Ook is beschreven welke aardgasvrije opties bij welk gebied passen, bijvoorbeeld all-electric, groen gas en/of een warmtenet; 3. Aanpak bedrijven en utiliteitsbouw. Er is samenwerking gezocht met bedrijven om zowel individuele als collectieve oplossingen te vinden die het gebruik van gas kunnen verminderen; 4. R  egionale afstemming. In de Regio Foodvalley is samengewerkt om een regionale aanpak te realiseren waar mogelijk.

34 concept Energiebeleidsprogramma

Hieronder evalueren we de resultaten van deze aanpak per hoofdlijn.

Hoofdlijn 1: Gemeentebreed inzetten op isoleren en besparen

Er zijn meer dan duizend huishoudens geïnformeerd door energiecoaches over de mogelijkheden van energie besparen. In De Glind en Kootwijk zijn stichtingen opgericht die lokaal willen investeren in besparing, bijvoorbeeld door het stimuleren van isolatie en collectieve oplossingen. Resultaten van een aantal acties die hebben plaatsgevonden in de gemeente zijn hieronder opgesomd. 1. D  oor energiecoaches van het Energieloket van Barneveld zijn meer dan 1000 energieboxen uitgedeeld aan inwoners met beperkte financiële middelen. 2. 950 inwoners van de gemeente hebben in 2025 gebruikgemaakt van de Witgoedactie. Het doel van deze actie was het vervangen van verouderd en energieverspillend witgoed, zodat huishoudens met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm zowel energie als kosten besparen. 3. Susteen en de energiecoöperatie Voorthuizen hebben inwoners benaderd met een ontzorgingsprogramma, bestaande uit een huisbezoek en een advies voor de woning. Er zijn een paar duizend huizen benaderd per brief waarvan meer dan driehonderd huishoudens gebruik hebben gemaakt van het aanbod. 4. V  anaf 1 januari 2020 tot en met 31 oktober 2025 hebben 375 inwoners gebruik gemaakt van de Toekomstbestendig Wonen Lening (TBWL), verkregen via Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten (SVn). 5. Alle kantoren voldoen aan de verplichting energielabel C of beter. 6.

W  e maken jaarlijks warmtebeeldfoto’s op aanvraag georganiseerd door het Energieloket. Ervaringen met de warmtebeeldfoto’s zijn nagegaan in 2024. In mei 2024 gaven 121 respondenten met een enquête deze dienstverlening gemiddeld een 7,7. 7. Vanaf 14 oktober 2024 tot en met 31 oktober 2025: 328 inwoners hebben gebruik gemaakt van de isolatiesubsidie Specifieke Uitkering Lokale Aanpak Isolatie (SpUk LAI).

inhoud

Vanuit de Regionale klimaatmonitor zien we dat het gasgebruik bij woningen in de gemeente Barneveld tussen 2020 en 2023 is afgenomen met 26,8%. Terwijl het aantal woningen in die periode met 3,4% is toegenomen. Bij bedrijven is de afname 13,1%.

Oppervlakte via ISDE, SEEH, SVOH of SVVE gesubsidieerde isolatiemaatregelen (cumulatief) 140.000 120.000

Aantal via ISDE, SEEH, SVOH of SVVE gesubsidieerde warmtepompen (cumulatief)

80.000 60.000 40.000 20.000 -

2016

2017

2018

2019

2020

Dak

Glas

Spouw/gevel

2021

2022

2023

2024

Bodem/vloer

Figuur 5 Aantallen m2 isolatie waarvoor subsidie is aangevraagd de afgelopen jaren. Het gaat om dakisolatie (oranje), het vervangen van slechter geïsoleerd glas voor HR++ of triple glas (blauw), het vullen van de spouwmuur met isolatiemateriaal (groen) en het isoleren van de bodem of vloer (rood). Bron: Regionale klimaatmonitor, Rijksoverheid, geraadpleegd november 2025).

Aantal woningen (deels) elektrisch verwarmd

1.600

3.500

1.400

3.000

1.200

2.500

1.000 800

2.000

600

1.500

400

1.000

200 -

100.000

m2

Ook zien we in de klimaatmonitor dat inwoners veel zelf aan de slag zijn gegaan. Zowel met het isoleren van de woning als door de aanschaf van (hybride) warmtepompen. In Figuur 4 en Figuur 5 is het aantal maatregelen te zien waarvoor subsidie is aangevraagd via de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE), de Subsidie energiebesparing eigen huis (SEEH), de Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH) en Subsidieregeling verduurzaming voor verenigingen van eigenaars (SVVE). Het daadwerkelijk aantal uitgevoerde maatregelen zal wat hoger liggen omdat niet iedereen subsidie aanvraagt. In Figuur 6 is te zien hoeveel woningen in de gemeente overgestapt zijn op een (hybride) warmtepomp. Figuur 7 toont de afname in het aardgasverbruik in de gemeente.

500

2014

2015

2016

2017

2018 Hybride

2019

2020

2021

2022

2023

2024

All-electric

Figuur 4 Aantallen hybride warmtepompen (oranje) en all-electric warmtepompen (blauw) waarvoor subsidie is aangevraagd door inwoners van gemeente Barneveld in de afgelopen jaren. Bron: Regionale klimaatmonitor, Rijksoverheid, geraadpleegd november 2025.

35 concept Energiebeleidsprogramma

-

2014

2015

2016

met hoog aardgasverbruik

2017

2018

2019

2020

met laag aardgasverbruik

2021

2022

2023

zonder aardgasverbruik

2024 Doel

Figuur 6 Aantal woningen in de gemeente Barneveld die zijn overgestapt naar een (hybride) warmtepomp, met een hoog aardgasverbruik in oranje (hybride warmtepomp, verwarmen en koken op gas), met laag gasverbruik (blauw) (meestal alleen nog koken op gas of hybride warmtepomp in zeer goed geïsoleerd huis) en zonder aardgasverbruik. Ter illustratie is het landelijke doel (vertaald naar de gemeente Barneveld) tot 2030 geschetst. Bron: Regionale klimaatmonitor, Rijksoverheid, geraadpleegd november 2025.

inhoud

De Glind: proeftuinwijk met toegekende subsidie voor de route naar aardgasvrij wonen Er is een stichting opgericht, stichting Duurzaam de Glind, en onder haar regie is in afstemming met de gemeente een aantal zaken opgepakt: • Inzet warmtenet is onderzocht en op dit moment onhaalbaar gebleken. • Subsidievoorwaarden zijn aangepast: voor alle inwoners is nu een evenredig bedrag beschikbaar per woning uit de PAW-proeftuin subsidie. Dit wordt ingezet voor subsidiering van kosten van ISDE gesubsidieerde maatregelen en bijbehorende installatiekosten. • Resultaat tot nu toe: 20 woningen hebben ongeveer 110.000 euro geïnvesteerd in verduurzaming

Gemiddelde warmtevraag per woning [GJ] 60 50 40 30 20 10 -

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Figuur 7 Voor alle woningen in gemeente Barneveld is de gemiddelde warmtevraag per woning weergegeven. Te zien is dat door isolatie en energiebesparing de gemiddelde warmtevraag langzaam daalt. In 2023 is extra zuinig gedaan vanwege de tijdelijk hoge gasprijzen als gevolg van de Rusland-Oekraïne oorlog. Bron: Regionale klimaatmonitor, Rijksoverheid, geraadpleegd november 2025.

Hoofdlijn 2: Aanpak verkenningsgebieden

In de warmtevisie van 2021 zijn een aantal verkenningsgebieden aangewezen. In al deze verkenningsgebieden zijn stappen gezet. Zo is in de afgelopen jaren geïnvesteerd in onderzoek naar warmtenetten. Om de elektrificatie van woningen te kunnen bevorderen is tussen gemeente en netbeheerder systematisch gewerkt aan de versterking van het laag- en middenspanningsnet (zie 'Programmatische aanpak netcongestie’). Hieronder staat beknopt beschreven welke stappen per verkenningsgebied zijn gezet en wat de resultaten hiervan zijn.

36 concept Energiebeleidsprogramma

De Burght, Kromme Akker en Piersonlaan • Met de netbeheerder is onderzocht of er ruimte op het net is om deze wijken all-electric te maken. De capaciteit bleek te beperkt in Kromme Akker en Piersonlaan en beperkt maar mogelijk in de Burght. • Er zijn meerdere bijeenkomsten gehouden voor inwoners van de Burght met uitleg over de werking van warmtepompen en de bijbehorende kosten en terugverdientijden. • Resultaat: - Er waren veel aanwezigen bij de bijeenkomsten. Er was nog beperkt interesse om met steun van de gemeente stappen te zetten. - Startmotor van de samenwerking tussen gemeente en Liander (zie ‘Programmatische aanpak netcongestie middenspanning). Kernen Barneveld en Voorthuizen • Warmtenetonderzoek is uitgevoerd door Duurzaam Energie Perspectief (DEP) en Fakton heeft een second opinion uitgevoerd. • Het blijkt dat warmtenetten in Barneveld, op drie onderzochte locaties, op dit moment niet rendabel zijn. Daarnaast is er een groot risico op onvoldoende aansluitingen. Ook geothermie is op dit moment afgevallen als optie, mede vanwege de eisen uit de herziene Mijnbouwwet. Lopend onderzoek richt zich nog op een kleinschalig warmtenet in Oldenbarneveld en de potentie van biovergisting (zoals monovergisting) in De Glind (Proeftuin Aardgasvrije Wijken).

Daarnaast onderzoekt LTO Barneveld welke initiatieven er rondom biovergisting (zoals monovergisting) leven bij agrariërs in Barneveld.

inhoud

Haarkamp, slechter geïsoleerde woningen • I solatie en zonnepanelen bij huizen in bezit van de Woningstichting gerealiseerd. •E  erste wijk waar de netbeheerder netverzwaring voor de hele wijk aan het oppakken is: zo konden zonnepanelen op Woningstichting bezit ook worden aangezet. Programmatische aanpak netcongestie middenspanning In de afgelopen jaren is gewerkt aan een programmatische aanpak ter voorkoming van netcongestie in bestaande bouw. Dit is verankerd in een samenwerkingsovereenkomst, en nadere overeenkomst, met de netbeheerder. De noodzaak hiervan kwam onder andere voort uit de aanpak verkenningsgebieden gericht op het middenspanningsnet. De volgende zaken worden doorlopend opgepakt: •M  aandelijkse afstemming in het middenspanningsatelier: alle relevante specialisten stemmen met de netbeheerder af voor de beoordeling van plaatsing van middenspanningsruimten. Zo is het proces van plaatsing hiervan significant versneld; •O  pstellen van buurtrealisatieplannen (BRPs) per buurt. Hierover zijn belangenorganisaties en inwoners geïnformeerd. In de BRPs is vastgelegd waar toekomstige middenspanningsruimten geplaatst mogen worden en welke participatie hierover mogelijk is. Deze middenspanningsruimten zijn nodig om het net te verzwaren, zo netcongestie te voorkomen en dragen hierdoor bij aan het toekomstbestendig maken van wijken.

Inmiddels zijn er BRPs voor De Lors, Princessenwijk en Zwartebroek. Naast bovenstaande zaken, is er een Taskforce Netcongestie die zich overkoepelend bezighoudt met uitdagingen rondom netcongestie. Zie hoofdstuk 6.

Hoofdlijn 3: Aanpak bedrijven en utiliteitsbouw

Mogelijke energieoplossingen voor met name bedrijventerrein Harselaar zijn onderzocht. Een voorbeeld is het onderzoek naar een Smart Energy Hub op Harselaar en de intentieverklaring Green Deal Harselaar. Met het

37 concept Energiebeleidsprogramma

oprichten van de ontwikkelcoöperatie voor de energiehub zijn stappen gezet voor energieoplossingen voor het nieuw te realiseren bedrijventerrein op Harselaar. Er zijn diverse bijeenkomsten georganiseerd rondom het thema Energie, zowel voor ondernemers als door ondernemers. Tijdens deze sessies stonden actuele onderwerpen centraal, zoals: • Oplossingen achter de meter: praktische mogelijkheden om energie-efficiëntie en kostenbesparing te realiseren. • Impact van de Energiewet: inzicht in de gevolgen van nieuwe regelgeving voor bedrijfsvoering. Naast kennisdeling is het doel om ondernemers met elkaar te verbinden en samenwerking te stimuleren.

Hoofdlijn 4: Regionale afstemming

In de regionale samenwerking worden de mogelijkheden voor mestvergisting (een vorm van biovergisting) onderzocht waarbij Barneveld twee kansrijke locaties kent: De Glind en Harselaar. Deze locaties worden nu verder onderzocht op haalbaarheid en welke partijen bij de ontwikkeling betrokken kunnen worden. De gemeente heeft hier een financiële bijdrage aan geleverd. We spelen als gemeente sinds 2019 een actieve rol in de Regionale Energiestrategie (RES) van Regio Foodvalley, ook op het gebied van warmtevoorziening. In dit kader worden meerdere scenario’s verkend die kunnen bijdragen aan een toekomstbestendige warmtevoorziening. De basis ligt bij het op orde brengen van de elektrificatie, waarbij de uitdaging vooral zit in de mate waarin deze wordt doorgevoerd - zowel voor bestaande bouw als voor nieuwbouw. Door deze regionale samenwerking kunnen we gezamenlijk tot passende oplossingen komen die aansluiten bij de lokale mogelijkheden en ambitie.

inhoud

Onze visie op de toekomst We zijn al een aantal jaren aan de slag met de warmtetransitie. Naast de visie en kaders in hoofdstuk 3, vormen de uitkomsten van de aanpak tot nu en gedane onderzoeken een belangrijke basis voor onze visie op de toekomst, waarin actuele inzichten en praktische haalbaarheid centraal staan. Uit de resultaten blijkt dat een blijvende inzet op energiebesparing, slim omgaan met energie en netverzwaring een essentieel fundament vormen voor de verdere aanpak. Wij blijven ons hier doorlopend voor inzetten en bouwen graag verder op basis van de bestaande aanpak op vier hoofdlijnen (zie Figuur 8). Hier is communicatie als belangrijk onderdeel aan toegevoegd.

1.

Gemeentebreed inzetten op isoleren en energie besparen

2.

3.

Aanpak verkennings gebieden

Aanpak Bedrijven en Utiliteitsbouw

4.

Regionale afstemming

5.

Communicatie

Figuur 8 De hoofdlijnen

Hoofdlijn 1: Gemeentebreed inzetten op isoleren en energie besparen

In het hoofdstuk over Energiebesparing (hoofdstuk 5) wordt beschreven wat we als gemeente (gaan) doen op dit thema.

Hoofdlijn 2: Aanpak verkenningsgebieden

De programmatische aanpak netcongestie middenspanning loopt de komende jaren door aan de hand van de buurtrealisatieplannen, in samen-

38 concept Energiebeleidsprogramma

werking met het middenspanningsatelier. Bij deze samenwerking hoort ook bredere afstemming met de netbeheerder, de woningbouwcorporatie en waar nodig met inwoners. Deze samenwerking vindt plaats als deel van het uitvoeringsplan van de Taskforce Netcongestie, en wordt nader uitgewerkt in het hoofdstuk over netcongestie (hoofdstuk 6). Hierbij wordt rekening gehouden met het prioriteringskader met betrekking tot het plaatsen van trafo-huisjes, zoals te lezen in het programma van eisen in ons Energiebeleidskader (hoofdstuk 3). Naast de netverzwaring gaan we de komende jaren transitiepaden per gebied uitwerken. Gebiedsgericht werk pakken we integraal op binnen de gemeente. De transitiepaden moeten inzichtelijk maken hoe we stap voor stap aardgasvrij (-ready) worden per gebied van de gemeente. De transitiepaden fungeren als input voor de gebiedsprogramma’s en het omgevingsplan. Om te komen tot deze transitiepaden gaan we twee keer per jaar om tafel met de woningstichting en Liander om de verduurzaming van de woningvoorraad af te stemmen. De gemeente wil in gedeelde verantwoordelijkheid met inwoners, bedrijven en de netbeheerder de mogelijkheden onderzoeken van (netbewust) overstappen op aardgasvrij (-ready) wonen.

Hierbij is ons programma van eisen in hoofdstuk 3 van belang, maar ook mogelijke ontwikkelingen rondom diverse typen batterijen op huis-, straat- of dorpsniveau of buurtwarmtenetten. De gemeente wil daarin niks opleggen aan inwoners maar faciliteren, ondersteunen en meedenken bij proces of onderzoek. Om deze redenen blijven we technologische ontwikkelingen continu volgen, ook als deze op dit moment (nog) niet haalbaar zijn. We communiceren hier transparant over richting inwoners en andere betrokkenen in de gemeente. Daarnaast hebben we met de Woningstichting ook meerjarenafspraken (prestatieafspraken) vanuit het woonbeleid, waar ook energie een onderwerp is.

inhoud

Hoofdlijn 3: Aanpak bedrijven en utiliteitsbouw

In het Warmteprogramma nemen we op dit moment geen specifieke maatregelen op voor bedrijven en utiliteitsbouw op het gebied van warmtevoorziening. De focus van maatregelen ligt voornamelijk op het onderdeel elektriciteit, waar we inzetten op verduurzaming en efficiënt gebruik van energie. In de thematische hoofdstukken energiebesparing (hoofdstuk 5) en energieplanologie (hoofdstuk 7) zijn maatregelen opgenomen die betrekking hebben op bedrijven en utiliteitsbouw.

Hoofdlijn 4: Regionale samenwerking

De regionale samenwerking blijft van groot belang voor de gemeente. We doen lokaal wat kan, en stemmen af en werken samen in de regio waar nodig en nuttig. Met betrekking tot regionale samenwerking blijven we allereerst inzetten op het verkennen van mogelijkheden rondom mestvergisting (een vorm van biovergisting) om groen gas te produceren in De Glind en Harselaar. Dit betekent dat we tijd investeren in het ondersteunen van partijen die hier onderzoek naar doen en dat we deze ontwikkelingen nauw volgen. Daarnaast blijven we actief samenwerken met de RES en het nieuwe Energieperspectief dat daar wordt ontwikkeld. De uitgangspunten van de regio en van dit Energiebeleidsprogramma komen overeen. In de regio stemmen we met elkaar af over passende regionale oplossingen met betrekking tot de warmtetransitie en volgen we de laatste informatie over ontwikkelingen. Zo volgen we de ontwikkelingen in de regio rondom Small Modular Reactors (SMRs), warmtenetten, geothermie en andere duurzame alternatieven.

39 concept Energiebeleidsprogramma

Communicatie

Om de warmtetransitie vorm te geven en toe te werken naar aardgasvrij (ready) wijken, is communicatie met verschillende betrokkenen van groot belang. We kunnen de transitie niet alleen waarmaken en werken samen met regionale en lokale partijen. We communiceren zo transparant mogelijk met inwoners en ander belanghebbenden over de stand van zaken en het perspectief op de toekomst. Hierbij delen we ook goede voorbeelden van lokale oplossingen voor energie- en warmte uitdagingen, zoals Stichting Duurzaam De Glind en Stichting Kootwijk Energieneutraal.

inhoud

Maatregelen De onderstaande maatregelen vormen een samenvatting van de inhoud van dit hoofdstuk. De maatregelen met betrekking tot energiebesparing (hoofdlijn 1) staan in hoofdstuk 5, ‘Energiebesparing’. Maatregelen

Doel

Sluit aan bij leidende principe

Periode

Energie is randvoorwaardelijk voor gemeentelijke ontwikkelopgaven, samen aan de slag, we maken slimme keuzes ten tijde van schaarste

Doorlopend

1

We werken per gebied transitiepaden uit om stap Per gebied gelden andere opgaven en voor stap aardgasvrij (-ready) te worden. uitdagingen. Door transitiepaden uit te werken per gebied werken we gericht en stapsgewijs toe naar het energiesysteem van de toekomst.

2

We continueren de samenwerking in het middenspanningsatelier voor het verzwaren van het net in wijken, in lijn met de buurtrealisatieplannen.

We maken slimme keuzes ten tijde van schaarste, energie is randvoorwaardelijk voor gemeentelijke ontwikkelopgaven

Heden-2038

3

Innovatie staat centraal, mix van We volgen de ontwikkelingen met betrekking tot Op deze manier dragen we bij aan het realiseren van duurzame energieproductie en (groene) energiebronnen mestvergisting (een vorm van biovergisting) om groen gas te produceren in De Glind en Harselaar. het diversifiëren van onze lokale energiemix.

Heden-2026

4

We continueren de samenwerking op regionaal niveau om met elkaar af te stemmen over passende oplossingen voor de warmtetransitie én om ontwikkelingen te volgen.

De energietransitie (inclusief de warmtetransitie) kan niet door een enkele gemeente worden opgelost, de afstemming met de regio en betrokken partijen is daarom van groot belang.

Samen aan de slag, innovatie staat centraal

Doorlopend

5

We delen goede voorbeelden met samenwerkingspartners en via gemeentelijke communicatiekanalen over lokale oplossingen voor energie- en warmte uitdagingen.

Door goede voorbeelden te delen kunnen we lokale initiatieven versterken, anderen inspireren tot actie en samen een beweging op gang brengen richting een duurzame en toekomstbestendige energievoorziening.

Samen aan de slag

Doorlopend

40 concept Energiebeleidsprogramma

De verzwaring zorgt ervoor dat de basis op orde wordt gemaakt in de verschillende wijken om voorbereid te zijn op de toekomstige energievraag en daarmee netcongestie in bestaande bouw zoveel mogelijk te voorkomen.

Foto: Witgoedactie Barneveld

inhoud

5

Energiebesparing

41 concept Energiebeleidsprogramma

inhoud

Energiebesparing Inleiding Energiebesparing is de eerste en meest effectieve stap richting een duurzaam energiesysteem. Binnen de gemeente Barneveld streven we naar een jaarlijkse vermindering van het energieverbruik met 2%, zowel bij commerciële en publieke dienstverlening (bedrijven en instellingen) als in de gebouwde omgeving (wonen). In dit hoofdstuk lichten we toe hoe als gemeente invulling geven aan het thema energiebesparing en welke concrete maatregelen worden ingezet om hieraan bij te dragen.

Energiebesparing bij bedrijven en instellingen Ondernemers in onze gemeente zetten al grote stappen op het gebied van energiebesparing en duurzame innovatie. Dit ondernemerschap willen wij als gemeente actief ondersteunen en versterken. Ons doel is om bedrijven te informeren over de mogelijkheden en kansen rondom het thema energie, hen te betrekken bij de energietransitie en samenwerking op bedrijventerreinen te stimuleren. Het ondernemersfonds Harselaar is een voorbeeld om de organisatiegraad van bedrijventerreinen te vergroten. Samen met het team Economische Zaken zorgen we binnen de gemeente voor een krachtig en samenhangend aanbod. We investeren in bijeenkomsten, communicatiecampagnes en delen via de website Duurzaam Barneveld inspirerende verhalen van ondernemers die al succesvol maatregelen hebben genomen. Ook onderzoeken we of samenwerking met het Regionaal Energieteam Bedrijven (REB) kan bijdragen aan versnelling. Het REB biedt ondernemers praktische informatie, advies en begeleiding, zowel individueel als voor bedrijventerreinen. Op de bedrijventerreinen De Briellaerd en De Valk wordt gestart met de eerste verkennende gesprekken.

42 concept Energiebeleidsprogramma

Energie is een belangrijk thema voor de vakantieparken in onze gemeente. De vakantieparken kennen specifieke uitdagingen door beperkte mogelijkheden voor eigen energieopwekking en doordat technologische ontwikkelingen die nog in een experimentele fase verkeren en aanzienlijke investeringen vereisen, vaak niet haalbaar zijn voor individuele ondernemers. Om stappen te kunnen zetten, werken Vitale Vakantieparken, de regio en de gemeente (Regiodeal) samen aan innovatieve oplossingen. In de komende jaren wordt concreet getest hoe bestaande kennis en technologie kunnen worden toegepast om energie te besparen, op te wekken, en op te slaan. Het doel is het ontwikkelen van decentrale energiesystemen voor vakantieparken, zodat zij meer zelfvoorzienend worden. Het delen van deze kennis en ervaringen, zoals voor buurtschappen en bedrijventerreinen, is een onderdeel van de aanpak. Voor ons maatschappelijk vastgoed werken we aan het vastgoedbeleid ‘Grip op vastgoed’. Daarbij worden duurzaamheid en energiebesparing en -efficiëntie verankerd. Het programma van eisen van dit Energiebeleidsprogramma vormt een input voor het vastgoed beleid.

Energiebesparing bij wonen We zetten ons in om onze inwoners te ondersteunen met het verduurzamen van de (koop- en huur-)woningen en inwoners te ondersteunen met energievraagstukken. Dat doen we op verschillende manieren, waarbij we zowel kijken naar technische mogelijkheden als naar aanpassingen in gedrag. Dat doen we aan de hand van informatie, voorlichting, advies aan huis, subsidies en leningen. Hieronder lichten we toe op welke middelen, doelgroepen en aanpak onze focus ligt. De rol van de gemeente is daarin zowel faciliterend als stimulerend.

inhoud

Het Energieloket

Het Energieloket is een (wettelijk verplicht) middel van de gemeente Barneveld om woningeigenaren en huurders te helpen met vragen over het verduurzamen van hun woning. Inwoners kunnen hier terecht voor informatie, voorlichting en persoonlijk advies over energiebesparende maatregelen, het duurzaam opwekken van energie en subsidies en leningen. Het doel is om inwoners op een toegankelijke manier te ondersteunen bij het zetten van energiebesparende stappen die passen bij hun situatie. Het Energieloket werkt met een ervaren team van vrijwillige energiecoaches die zijn opgeleid om inwoners gratis deskundig advies te geven. Dit advies kan aan huis en op afstand worden gegeven en omvat zowel technische als gedragsmaatregelen, variërend van grote ingrepen tot kleinere, praktische oplossingen. Het eigen energieverbruik vormt dan ook altijd het startpunt van ieder energieadviesgesprek. Na het energieadviesgesprek ontvangen inwoners een verslag van dit gesprek. In dit rapport staan de bevindingen van de coach, het advies, een stappenplan, energiebesparingstips evenals een overzicht van subsidies en leningen. De energiecoaches werken ieder vanuit hun eigen dorp of buurt. Zij zijn voor de gemeente Barneveld ware energieambassadeurs die hun kennis en ervaring met enthousiasme en plezier belangeloos delen met andere inwoners.

Zij hebben vaak hun eigen woning verduurzaamd of beschikken vanuit hun professie over de benodigde technische en/of financiële kennis. De energiecoaches zijn thuis in technische maatregelen, denk aan isolatie, zonnepanelen, warmtepomp of thuisbatterij. En in zaken van financiële aard, zoals de saldering, de energiebelasting of de energierekening. Ook kunnen zij woningeigenaren en huurders adviseren over het effect van ander gedrag. Zo kunnen kleine gedragsveranderingen, zoals korter douchen of wassen op een lagere temperatuur, bij elkaar opgeteld euro's per maand aan energiebesparing opleveren. De gemeente organiseert meerdere keren per jaar bijeenkomsten en of bedrijfsbezoeken voor de energiecoaches om kennisdeling te bevorderen.

43 concept Energiebeleidsprogramma

Daarnaast kunnen inwoners zich in het stookseizoen aanmelden voor gratis warmtebeeldfoto’s van hun woning in combinatie met een energieadviesgesprek. Warmtebeeldfoto's maken zichtbaar waar warmte uit de woning weglekt en waar inwoners isolerende maatregelen kunnen nemen om energie en dus kosten te besparen. Het Energieloket blijft zijn informatievoorziening verbeteren, onder meer via nieuwe diensten en tools en door input van stakeholders, zoals inwoners via de DoenDenkers. Vanuit het oogpunt van bestaanszekerheid verkennen we hoe het Energieloket extra zichtbaar en actief kan zijn in specifieke wijken om de toegankelijkheid te vergroten. Om inwoners te informeren over de mogelijkheden om energie te besparen en ze positief uit te dagen om dit te gaan doen, delen we in communicatiecampagnes en op de website Duurzaam Barneveld inspirerende verhalen van inwoners die actief bezig zijn met energie besparen. Soms gaat het daarbij over techniek (zoals informatie over een warmtepomp) en andere keren gaat het daarbij over inzicht in gedrag. Ook gebruiken we deze website in combinatie met communicatiecampagnes om de positionering te versterken van de energiecoaches die verbonden zijn aan het Energieloket.

Wijkgerichte aanpak

Om ons voor te bereiden op het energiesysteem van de toekomst sluiten we waar mogelijk en relevant met energiebesparingsactiviteiten aan bij de netverzwaring die de komende jaren plaatsvindt in de verschillende wijken. We zien het moment van netverzwaring (vastgelegd in een buurtrealisatieplan) als natuurlijk en logisch moment om inwoners mee te nemen in de veranderingen. Aandacht voor de noodzaak van netverzwaring kan bijdragen aan bewustwording van de invloed die inwoners hier zelf of gezamenlijk op hebben. Het energienet is van ons allemaal. Door energie te besparen en slim te gebruiken kunnen we overbelasting van het net – samen – voorkomen. Met een wijkgerichte aanpak richten we ons daarom in de eerste plaats op energiebesparing, door woningeigenaren en huurders te informeren

inhoud

over isolatie en (gedrags)maatregelen om zo het energieverbruik te verlagen. We houden daarbij rekening met de verschillen per wijk, omdat elke wijk andere kenmerken heeft. Per wijk zullen we samen met inwoners zoeken naar passende oplossingen om het gas- en stroomverbruik te verminderen. Met onze wijkgerichte aanpak streven we ernaar om alle inwoners te bereiken, woningeigenaren en huurders die de energierekening wél en soms tijdelijk niet kunnen betalen. In onze communicatie hierover kunnen we samen met de netbeheerder optrekken.

Bestaanszekerheid

Bij al onze energiebesparingsacties hebben we oog voor inwoners die uitdagingen hebben met betrekking tot bestaanszekerheid, bijvoorbeeld energiearmoede (ongeacht of zij woningeigenaar of huurder zijn). Om te ondersteunen bij het verlagen van de energierekening van deze doelgroep hebben we tijdelijke acties gehad zoals de Energiebox en de Witgoedactie. Daarnaast loopt de subsidieregeling Lokale Aanpak Isolatie (t/m 2028) en wijzen wij op de lening mogelijkheden van het Nationaal Warmtefonds (rentevrij voor lagere inkomens). Voor deze doelgroep willen we graag een structurele aanpak kunnen aanbieden. Dit doen we met het oog op een inclusief toegankelijk energiesysteem waarin iedereen kan meedoen. We ontwikkelen een concreet plan van aanpak om ondersteuning op de juiste plek te laten landen, in nauwe samenwerking met het sociaal domein (minimabeleid, schuldhulpverlening) en het Programma Bestaanszekerheid, en met organisaties zoals de Woningstichting. Bij het plan van aanpak zullen ook de bijbehorende uitvoeringskosten in kaart worden gebracht worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=db775fb7-7896-4ca1-9608-1f0659962c18