CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-3.14 Besluit B&W inzake raadsinformatiebrief Regionaal Perspectief landelijk Gebied d.d. 21-2-23.pdf

Gemeenteraad 22 maart 2023, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ingekomen en uitgaande stukken42.958 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Die ruimte en worden. is er voor bedrijfsvoeringen en ontwikkelingen die bijdragen aan het herstel van natuurlijke processen. In de tabel hieronder leest u de uitwerking van deze ontwikkellijn.

16

Anders denken “van -> naar” 1. Van agrariër naar…

…vaker verbrede bedrijfsvoering (landschapsbeheer, zorg, energie, recreatie, educatie, …) met goed verdienmodel

2. Van versnipperde kavels naar…

…Meer regie op grondgebruik en grootte huiskavels

3. Van dierlijke eiwitten naar…

…ook plantaardige eiwitten

4. Van veel mais op akkers naar…

…ook (oude) granen, vlinderbloemigen en wellicht biomassateelten

5. Van consument op afstand naar…

…consument meer nabij

6. Van zelf naar…

…. ook collectief

7. Van ondernemer met (te) strakke regels naar…

…verbindend ondernemer met ruimte voor ondernemerschap (gekaderde ruimte)

Een betere balans tussen 8. Van maximale opbrengst naar…

…optimale opbrengst

9. Van focus op kwantiteit naar…

…ook focus op kwaliteit met eerlijke prijs

10.Van energie gebruiken en CO2kosten naar…

…steeds meer elektriciteit en warmte leveren en CO2energie neutraal

11.Van redelijk wat kunstmatige input naar…

…nog meer organische input

12.Van verzwakte landschappen naar…

…versterken herkenbare landschapselementen en belonen voor instandhouding

1. Van agrariër naar… vaker verbrede bedrijfsvoering (landschapsbeheer, zorg, energie, recreatie, educatie, …) met goed verdienmodel en ondernemersruimte Het agrarisch bedrijf kan meer dan alleen voedsel produceren. Op dit moment komen de hoofdinkomsten meestal vanuit verkoop / afzet product. Van betekenis zijn in de voedselproductie is echter één van de mogelijke bedrijfstakken. Afhankelijk van de locatie en de individuele ondernemer zijn er diverse keuzes mogelijk om op een volwaardige manier de bedrijfsvoering te verbreden. Met het oog op het creëren van aantrekkelijke gebieden voor extensieve recreatie voor de toenemende bevolking, zien wij kansen voor landhscapsbeheer en enige mate van recreatief dubbelgebruik. Een goed verdienmodel, gegarandeerd voor de langere termijn, is hierbij essentieel. Op plekken waar dit kan blijft er daarbij ruimte voor landbouwproductie die op de (inter)nationale markt is gericht. 2. Van versnipperde kavels naar… meer regie op grondgebruik en grootte huiskavels Door uitruil van gronden kan een boer meer grond bij zijn huiskavel creëren, waardoor alternatieve gewassen of activiteiten die wat meer bewerkelijk zijn mogelijk worden. 3. Van dierlijke eiwitten naar… ook plantaardige eiwitten Er is vraag naar plantaardige eiwitten voor humane consumptie: dat kunnen bonen en granen zijn of noten en groenten.

Daarbij wordt er gekeken naar insecten als alternatieve bron. We faciliteren 17

de eiwittransitie van humane voeding (van 60/40 naar 40/60), wat impact heeft op grondgebruik én op gebouwgebonden productie (insecten). Dit biedt ook kansen voor nieuwe verdienmodellen. En een aantal van deze teelten kan bijdragen aan gezonde bodems, meer biodiversiteit en vastlegging van CO2. 4. Van veel mais op akkers naar … ook (oude) granen, vlinderbloemigen en wellicht biomassateelten Hieronder vallen bijvoorbeeld teelten die meer tegen droogte kunnen, die geschikt zijn voor menselijke cinsumptie of die helpen bij de energietransitie of de bouw. 5. Van consument op afstand naar… consument meer nabij Evenwichtige ketens stimuleren, zowel korte ketens, als betere samenwerking met supermarkten en andere marktpartijen. De relatie tussen boer en burger versterken, waarbij de consument vertrouwen krijgt/behoudt in het voedselsysteem. Consument leren over gezonde voeding, wat daarbij komt kijken en wat hun eigen bijdrage kan zijn aan een leefbaar en gezond landelijk gebied. 6. Van zelf naar... ook collectief Georganiseerd in collectieven zijn er soms andere verdienmodellen mogelijk en is een ondernemer minder kwetsbaar. 7. Van ondernemer met (te) strakke regels naar… verbindend ondernemer met ruimte voor ondernemerschap Er is experimenteerruimte en toekomstperspectief nodig om te kunnen investeren in wat de maatschappij vraagt. 8.

Van maximale opbrengst naar… optimale opbrengst Een opbrengst die de grond minder uitput. Kunstmest zoveel mogelijk vervangen door dierlijke mest(producten) in combinatie met stikstofvastlegging door vlinderbloemigen en terugwining van fosfaat uit menselijke mest. We stimuleren bodemleven om zo ook een optimale voedingswaarde van gewassen te bewerkstelligen. Waarbij we inzetten op reductie van de uitstoot van ammoniak, fijnstof en geur. 9. Van focus op kwantiteit naar… ook focus op kwaliteit met eerlijke prijs Goede producten voor een goede prijs. De gehele keten neemt hierin zijn verantwoordelijkheid. We gaan van alleen een (financierings)focus op rendement en risico’s naar focus op waarden, innovatief en toekomstbestendig. Diensten die de boer aan de maatschappij levert worden betaald en gewaardeerd in bijvoorbeeld ondernemersruimte 10. Van energie en CO2-kosten naar… steeds meer CO2-energie neutraal Agrarische bedrijven kunnen door een mix van zonne-energie, windenergie en potentieel waterstof energie neutraal of mogelijk energie leverend worden en bijdragen aan CO2 opslag. Dat laatste kan ook door keuze voor andere gewassen. 11. Van kunstmatige input… naar ook organische input Inzetten op circulair veevoer, kringlopen meer lokaal sluiten (regionaal en NW-Europa). Minder soja en feed van elders. 12.

Van verzwakte landschappen naar… versterken herkenbare landschapselementen en belonen voor instandhouding Het terugbrengen van herkenbare landschapselementen als hagen etc. in het agrarisch landschap. Instandhouding hiervan door ondernemers rechtvaardig belonen. 18

Keuzes die hierbij kunnen horen zijn bijvoorbeeld: • We kiezen voor meer regie op ruimte, met een ondersteunend functieveranderingsbeleid waarin we bijvoorbeeld minder of geen woningen meer toestaan op voormalige agrarische bedrijven. • Beschermen van landbouwgrond, ook van stoppende boeren. • Onafhankelijke voorlichting voor boeren, meer inzicht door kennisdelen en (nul)metingen, inzet van experts. • Beloning van koplopers. • Voorzover lokaal en regionaal haalbaar is, dragen we bij aan een eerlijke prijs voor producten. Minimaal de kostprijs (met daarin ook de arbeid), plus ruimte voor innovatie. Bijdragen aan milieu kunnen extra ruimte geven. • Experimenteerruimte om knelpunten in wet- en regelgeving (tijdelijk) te verminderen. Om te onderzoeken hoe je beter kunt boeren heb je experimenteerruimte nodig. • Qua energie worden boeren steeds meer zelfvoorzienend en leverend, waarvoor bestemmingsplannen ruimte (gaan) bieden, zoals door het mogelijk maken van voldoende hoge “boerderijmolens” (30-35 meter). Welke goede voorbeelden zijn er al in de regio? • Het Praktijkcentrum Emissiereductie Veehouderij (PEV) heeft een werkwijze ontwikkeld waarbij onderzoek naar nieuwe technieken plaatsvindt in bestaande stallen. Met behulp van Wageningen UR lukt het om nieuwe technieken te testen en valideren.

• Binnen de Regiodeal Foodvalley wordt onderzoek naar innovaties en effecten van management nu toegepast om ook minder ammoniak (stikstof) uit te stoten. Ook wordt gekeken naar het aanplanten van bomen (agroforestry) in uitlopen van kippen en op erven, om stallen heen. • Er is een Agroloket waar veel informatie vindbaar is en waar boeren terecht kunnen met vragen; • Er zijn agrarisch coaches beschikbaar voor een begeleidingstraject voor bedrijfsontwikkeling. • Er zijn Korte Keten initiatieven en die worden door gemeenten ondersteund.

2.2.3. Lijn 3: Een natuurlijk landschap dat verbindt In de regio zijn al veel landgebruikers bezig hun negatieve impact op de bodem, water, uitstoot en biodiversiteit om te buigen naar nul impact of zelfs natuur herstellend (regeneratief). Dat kan en moet op meer plekken. Dit vraagt een omslag in ons denken en onze kennis hierover. Alleen al het creëren van meer variatie in het landschap draagt bij aan de basiskwaliteit in soorten. Uiteindelijk willen we in een wereld leven waarin ‘gewone’ soorten ook gewoon (en niet schaars) zijn. Hiervoor moeten we ons richten op herstel van het gehele natuurlijke systeem. Juist ook buiten de grenzen van de planmatig toegekende natuurgebieden. De ontwikkellijn gaat er daarbij vanuit dat als de condities van algemene, niet bedreigde soorten verbeteren, de positie van alle soorten (en dus biodiversiteit) verbetert. Dit kan op basis van de aanwezige landschapstypen in een gebied concreet gemaakt worden. We richten ons naast het beschermen van natuurgebieden (N2000) op herstel van natuurlijke processen. Die zijn overal: van bedrijfsperceel tot achtertuin en tussen lucht en bodem. Er is een sterke relatie met de ontwikkellijn Bodem en watersysteem brengen we in balans. En de samenwerking met de landschapsbeheerders en agrariërs is noodzakelijk. In de tabel hieronder leest u de uitwerking van deze ontwikkellijn.

19

Anders denken “van -> naar” 1. Naast het beschermen van N2000/GNN gebieden...

… Ook zorgen voor een basiskwaliteit natuur in de hele regio en juiste beheer van natuur

2. Van natuur als kostenpost naar…

… Natuur als betaalde ecosysteemdienst en randvoorwaarde

3. Van natuur als nut (bosbouw, speelveld, …) naar…

… Ook natuur als intrinsieke waarde

Een betere balans tussen 4. Naast natuur als plek voor buitenactiviteit...

… Natuur in je directe leefomgeving, tot op je eigen erf en tuin

5. Van sterke contrasten tussen landschappen en dorp/stad naar…

… Verweven van cultuurlandschappen met natuurkwaliteit tot aan de voordeur (bodemleven, schoonwater, groenblauwe dooradering)

6. Van centraal beheer naar…

….meer beheer door het gebied zelf, in goed overleg en samenwerking

1. Naast het beschermen van N2000/GNN gebieden… ook zorgen voor een basiskwaliteit natuur in de hele regio Zodat de algehele leefomgeving groener, gevarieerder en gezonder wordt. Dit vraagt om integrale keuzes in ruimtegebruik. Het formuleren, realiseren en monitoren van een basiskwaliteit kan voor meer ontspanning zorgen. Als de algehele natuur kwaliteit vergroot wordt kunnen we ook kijken of er in N2000 gebieden meer mogelijk is door bijvoorbeeld soms extra functies toe te staan. We bepalen per gebied gezamenlijk welke basiskwaliteit we willen en hoe de huidige situatie is. 2. Van natuur als kostenpost naar… natuur als ecosysteemdienst en randvoorwaarde Een nieuwe manier van kijken naar economische waarden, onderdeel van brede welvaart en de welzijnseconomie. Het is belangrijk om natuurwaarden uit te drukken in onze standaard “grootheid” euro’s. Hiermee kunnen we het makkelijker inzetten om de balans in evenwicht te krijgen (true pricing). Ook meer verbinding is tussen stad en platteland helpt hierbij. 3. Van natuur als nut (bosbouw, speelveld, …) naar… ook natuur als intrinsieke waarde Niet alle natuur hoeft een functie te hebben, historisch was dit vaak de gedachte. Natuur kan ook van zichzelf mooi zijn en niet van iets of iemand zijn. Voorwaarde voor deze uitwerking is dat er (weer) meer verbinding is tussen stad en platteland. 4.

Naast natuur als plek voor buitenactiviteit… natuur in je directe leefomgeving, tot op je eigen erf en tuin Je gaat niet alleen de natuur in als je deze bewust opzoekt, maar het is onderdeel van je dagelijks leven, waardoor je leefomgeving een prettigere plek wordt en je het meer kunt zien en waarderen. 5. Van sterke contrasten tussen landschappen en stad naar … natuur integraal opgenomen in het gebied (bodemleven, schoonwater, Groenblauwe Dooradering) Verschil tussen natuur en landschap (of natuurlijke processen) verzachten, niet alleen de fysieke grenzen maar ook de functiegrenzen. Hierdoor ontstaat meer diversiteit. Denk aan Landbouwinclusieve natuur, of natuurinclusieve landbouw, maar ook initiatieven als moestuinen, voedselbossen en herenboeren. Beleefbaar en bereikbaar. Daarbij moet de verbinding tussen de stad, burger, boer, en natuur verbeterd worden om de tegenstellingen te verkleinen.

20

6. Van centraal beheer naar… meer beheer door het gebied zelf Dit betekent dat TBO’s ook beheer en regie deels moeten gaan loslaten en/of nog meer de samenwerking aangaan met het gebied (samenleving heeft gedeeld eigenaarschap). Wat er bottom-up georganiseerd kan worden, moet bottom-up. Niet alleen de mensen in het buitengebied zijn hiervoor belangrijk maar juist ook de mensen in de dorpen en steden. Verantwoordelijkheid nemen voor beheer en onderhoud van natuur en landschap waar je zelf ‘dagelijks’ van geniet. Het beeld hierbij is dat natuur niet van de overheid is, maar van de mensen in het gebied zelf. Keuzes die hierbij kunnen horen zijn bijvoorbeeld: • We zitten in op meer biodiversiteit op erven en in tuinen en landbouw die bijdraagt aan biodiversiteit (natuurinclusief). • We werken aan robuuste groene structuren voor biodiversiteit en klimaatadaptatie. • Als het geheel robuuster is kunnen we ook de andere kant op meer verzachten (in strenge gebieden meer functies toelaten, minder spanning als er eens een extra boom om gaat). • Als we meer groen willen én meer woningen moeten we mogelijk vaker de hoogte in en de wijze van bouwen meer natuurinclusief maken. • We moeten inzetten op communicatie om de beleving en de relatie tussen de burgers, boeren en natuur te verbeteren.

Inzicht geven in wat er niet op orde is, ook in de dorpen, wat er aan mooie initiatieven zijn en waar mensen aan bij kunnen dragen. Welke goede voorbeelden zijn er al in de regio? • Via Dorpen in het groen komt er jaarlijks extra groen beschikbaar voor aanplant van o.a. heggen en bomen. • Vanuit het Programma Natuurinclusieve Landbouw Gelderland (www.pnlg.nl) wordt duidelijk dat boeren kunnen bijdragen aan natuur en biodiversiteit. Onder andere in de landbouwenclave op de Ginkel en binnen de zogenaamde ‘Koplopersgroep’ in de regio. De waardering en/of beloning voor boeren is nog niet op orde; • In meerdere gemeenten zijn projecten voor bloemrijke akkerranden en voor weidevogelbeheer, voor gebieden waarvoor de betreffende provinciale regelingen niet beschikbaar zijn; • Diverse gemeenten hebben het gezamenlijk opgestelde “Bouwen aan het landschap op de tussenschaal” in hun manier van werken opgenomen, waardoor met landschappelijke inpassing van projecten wordt gebouwd aan grotere structuren (i.p.v. aan het ‘wegstoppen’ van nieuwe bebouwing). • Stichting Landschapsbeheer Gelderland heeft al diverse vrijwilligersgroepen opgezet rondom diverse vormen van natuur- en landschapsonderhoud.

21

3. WAT IS ER NODIG? 3.1. INHOUDELIJK PROCES UITWERKING Het derde deel beschrijft de uitvoerende kant van het perspectief. Om de beschreven ontwikkellijnen in te vullen is het nodig om ze praktisch te maken en ervoor te zorgen dat ze concreet gaan bijdragen aan de opgaven die voorliggen op gebied van stikstof, klimaat, water en natuur. Komend voorjaar werken we als regio, samen met inhoudelijk deskundigen, provincies, waterschap en overige stakeholders verder aan de invulling van dit deel. We organiseren meerdere overlegmomenten om kennis en ideeën op te halen. Dat wat er zonder vaststellen van het RPLG al kan en bijdraagt aan het behalen van doelen en ontwikkelruimte, wordt voortgezet en / of in gang gezet. Hier wordt in 2023 een beter beeld van gevormd. Als het gaat om de samenwerkingen om te komen tot het landelijk perspectief, dragen we zorg voor het verbinden van lokale (gebieds)processen, het regionaal perspectief, de ontwikkeling van de twee provinciale programma’s (Gelderland en Utrecht) en de doelen vanuit het nationaal programma. Daarbij bouwen we voort op en geven invulling aan eerder gemaakte besluiten en beleid en werken we mee aan het halen van bovenregionaal gestelde doelen. De uitvoering van het RPLG, verbonden aan het NPLG, is een adaptief en iteratief proces voor de komende jaren/decennia, waarin we samen optrekken, leren en zoeken naar de beste oplossing.

Dit is een afgewogen combinatie van ruimtelijke aspecten, sociaaleconomische aspecten en de doelen die we moeten en willen halen. We gaan slim kiezen hoe we prioriteiten stellen in de maatregelen en instrumenten, om de stap naar voren te kunnen zetten, passend bij de korte termijn opgaven en bij het lange termijn perspectief dat aan het ontwikkelen zijn. U kunt zich voorstellen dat de delen 2 en 3 van dit RPLG sterk met elkaar samenhangen en deel 2 zullen we daarom ook in 2023 bijstellen wanneer dat nodig is. Dit doen we door maatregelen te bedenken die ervoor zorgen dat we binnen de grenzen (of doelen) van het ecologische en maatschappelijk systeem gaan komen (op termijn). Een voorbeeld hiervan staat hieronder. Hiermee beantwoorden we vragen als: WAT moeten we doen? Hoe draagt dit bij aan wat (positief/negatief/neutraal)? Wat doen we al? Wat knelt? Wie is “we”? Wat heeft prioriteit? Hoe maken we het meetbaar? Deze antwoorden zijn (deels) specifiek te maken voor de verschillende typen landschap die de regio kent. Rondom beken zijn andere doelen, maatregelen en effecten te bedenken, dan op de hogere zandgronden. Hierbij zetten we experts in zetten we in op rekenen en tekenen.

Maatregelen irt Systeemdoelen Bodem en water Verdienvermogen Biodiversiteit Circulair Klimaat Gebiedsidentiteit …

Regie op grondgebruik

Nieuwe teelten

Meer alternatieve eiwitbronnen

Verbreding bedrijfvoering

Gebruik rest stromen

….

0 + ++ -? ++

-

+

--

0

+ 22

Bovendien zetten we in op het ontsluiten van inhoudelijke kennis, ervaring en creativiteit van bedrijven, organisaties en overheden. Hierbij is het noodzakelijk dat data gedeeld kan worden op het abstractieniveau dat voor de regio relevant is (wat juridisch op dit moment nog niet te realiseren is). We ontwikkelen tijdens het uitwerken van deel 3 een kennisagenda. Waar mogelijk beantwoorden we vragen direct samen met experts uit de regio. Waar nodig zetten we extra onderzoeken uit.

3.2. AANZET BELANGRIJKE KEUZES GEMEENTEN EN SUCCESVOORWAARDEN In het onderstaande geven we een aanzet voor dit deel, op basis van wat er al bekend is over knelpunten die in de weg staan en wat er voor nodig is om die knelpunten op te lossen. Bij de uitwerking daarvan gaan we onderscheid maken in de verantwoordelijkheden van de verschillende partners: wie gaat waarover en heeft een rol in de oplossing? We denken nu aan de volgende indeling: - Lokaal/regionaal, te onderscheiden naar ondernemers, inwoners, gemeenten, Waterschap - Provinciaal, met name de provincies Gelderland en Utrecht - Landelijk, te onderscheiden naar rijksoverheid en wellicht landelijk ondernemers- en belangenorganisaties

3.2.1. Belangrijke vraagstukken en keuzes voor gemeenten We staan voor grote opgaven en belangrijke keuzes. Het RPLG heeft tot doel daar richting aan te geven. Dit zal van de gemeenteraden besluiten vergen met impact voor inwoners en voor de gemeentelijke organisatie. U moet dan denken aan besluiten over: A. Ruimtelijke ordening B. Flankerend beleid C. Rollen die de gemeente wil nemen D. Capaciteit van de ambtelijke organisatie Om het perspectief te realiseren zien we maatregelen voor de korte, middellange en lange termijn. Soms zal het nodig zijn tijdelijke maatregelen als overbrugging in te stellen tot de lange termijn maatregelen zijn ontworpen en geïmplementeerd. Ook is het gezien de snelheid van het proces nodig op de korte termijn handelingsopties aan gemeenten aan te bieden en input te leveren voor de provinciale programma’s. In het onderstaande staat wat er verwacht kan worden. Er staat een beknopte opsomming, omdat dit de komende maanden verder uitgewerkt wordt. A. Ruimtelijke ordening - Vertalen van het RPLG naar omgevingsplannen en flankerend beleid, waaronder o.a.: o In samenspraak met de provincie mogelijk te definiëren overgangsgebieden langs Natura 2000 o Keuzes m.b.t. toelaatbaarheid van functies en gebruiksvoorwaarden op basis van het bodem- en watersysteem, landschapstypen en natuurwaarden (biodiversiteit) o Keuzes t.a.v.

functies in de nabijheid van dorpen waarbij we streven naar meer verbinding van stedelijk gebied met buitengebied o Experimenteerruimte bieden door flexibele regels en maatwerk o Mogelijkheden voor verbredingsactiviteiten en energieopwekking - Functieveranderingsbeleid laten aansluiten op het RPLG en doorvertalen naar gemeentelijk beleid - Bescherming van landbouwgrond voor voedselproductie 23

-

Vergunningverlening herinrichten op de overeengekomen doelen en toewerken naar doelsturing via data (sensoring en monitoring) Vertalen van de gebiedsplannen als uitkomsten van de gebiedsprocessen naar juridische borging, waaronder het ruimtelijke beleid

B. Flankerend beleid - Structurele langjarige beloning van maatschappelijke diensten (zoals landschapsonderhoud, vergroting biodiversiteit, recreatief medegebruik, wateropgaven, CO2-vastleggen) vanuit gemeentelijke financiële middelen. Hiervoor een systematiek ontwikkelen die boeren en andere ondernemers in staat stelt om omgevingsgericht te ondernemen, waaronder mogelijk een (regionaal) kpi-systeem (kritische prestatie indicatoren), ondersteund door certificering en dataverzameling - Instellen en organiseren van een landschapsfonds; - Basiskwaliteit natuur (biodiversiteit) realiseren en monitoren; - Ondernemerschapsbegeleiding voor doorontwikkeling: o aanbod trainingen en coaching o faciliteren opstellen individuele ondernemingsplannen o faciliteren overname en opvolging - Innovatiebevordering techniek, management en nieuwe voedselsystemen, door het stimuleren, faciliteren en cofinancieren van: o Pilots en onderzoek o Kennisdeling en netwerkontwikkeling o zoveel mogelijk zelf het goede voorbeeld te geven (denk aan korte keten kantines) - Kennisdeling en stimuleren m.b.t. landschapsonderhoud en verhogen biodiversiteit, ook door vrijwilligers die geen eigenaar zijn van landschapselementen - Begeleiding bij bedrijfsbeëindiging o Carriéreswitch / werk-naar-werk begeleiding o sociaal-emotionele begeleiding C.

Rollen die de gemeente wil nemen - Keuze van de rol in gebiedsprocessen: regie nemen, deelnemen of uitkomsten afwachten - Mate van regie nemen om de beschikbaarheid van grond (toegang tot grond) voor regionale en natuurinclusieve voedselproductie te faciliteren en te structureren (kavelstructuur). Denk aan het inrichten van bijvoorbeeld een regionale grondbank - Keuzes m.b.t. het bovenstaande flankerend beleid (sturen en regisseren en/of faciliteren en/of financieren) D. Capaciteit van de ambtelijke organisatie De benodigde capaciteit is uiteraard sterk afhankelijk van een aantal factoren: • Omvang van het buitengebied en (daarmee) het aantal locaties waar veranderingen plaatsvinden • Ligging nabij of in Natura 2000 (hoe dichterbij hoe groter de opgaven) • Keuzes m.b.t. de rolneming Er is in ieder geval capaciteit nodig voor: - De beleidsvertaling naar de individuele gemeente - Invulling van de rol in gebiedsprocessen - Uitvoeringscapaciteit voor ruimtelijke plannen en vergunningen voor de uitvoering van ondernemingsplannen en gebiedsplannen - Uitvoering van flankerend beleid We beginnen niet vanuit nul. Juist in de regio Foodvalley is er voldoende kennis, wetenschappelijke én praktische kennis en voldoende ondernemerschap en samenwerking om dit met elkaar op te 24

pakken. Er zijn al diverse activiteiten in beeld en aan de gang die zeker onderdeel zullen worden van dit derde deel van het RPLG. Deze kennis en kunde kunnen gemeenten met elkaar delen.

3.2.2. Voorwaarden voor succes, mede in relatie tot de rol van provincies, Waterschap en Rijk We zien een aantal voorwaarden die nodig zijn om de gewenste ontwikkelingen op gang te brengen en te houden. Samenwerking vanuit gedeelde verantwoordelijkheid met beide provincies, het Waterschap en het Rijk, als één overheid is hiervoor cruciaal. •

• •

• •

•

•

•

•

• •

Overheden stellen duidelijke en langjarige kaders en zijn bereid om als één overheid te werken, ieder vanuit haar eigen verantwoordelijkheid en rol. Binnen de kaders gaan overheid en ondernemers samen op zoek naar (planologische) beleidsruimte; Kennis(netwerk)ontwikkeling en -deling over onder andere verdienmodellen en bodemgesteldheid- en watersystemen; Handelingsvrijheid en ondernemingsruimte voor (agrarische) ondernemers: om veranderingen te begrijpen en implementeren is ruimte en tijd nodig: creatieve ruimte om te leren en experimenteren. Inspiratie en leerruimte motiveert ondernemers om te innoveren; dit vergt ook het wegnemen van belemmeringen in wet- en regelgeving en lef om maatwerk te durven leveren; In het verlengde daarvan is versnelling van innovatie urgent. Dit vergt forse en flexibele transitieen investeringssubsidies en vereenvoudiging van test, beoordelings- en goedkeuringsprotocollen; Voorgaande twee aspecten zijn enorm gebaat bij maximale inzet op de omslag van middelsturing naar doelsturing. Onder meer het in het kader van de Regiodeal Foodvalley (2022 – 2024)2 uitgerolde emissie meetnetwerk, inzet van sensoren en dashboards en praktijknetwerk bedrijven Foodvalley, wordt maximaal benut, waar nodig uitgebreid en in ieder geval langjarig voortgezet. Monitoring en bijsturing borgen: Een gebied is nooit af. Een transitieproces kost tijd.

Dit vraagt om een gezamenlijke zoektocht waarin we elkaar vasthouden. Een gebiedsstrategie voor langere termijn (10 jaar) met concrete monitoringsinstrumenten en momenten helpt hierin; Benutten van vakmanschap en actieve ondernemersinzet van de agrariërs. De toekomst maken we samen en dat vergt dat alle boeren de regie (kunnen) houden over hun toekomst. Daarom maken ze een ondernemingsplan voor de ontwikkeling van hun bedrijf. En het vergt een houding en een infrastructuur van samen leren en inspireren. Zo bouwen we, met een blik op de toekomst, voort op de kennis en ervaring die al generaties lang aanwezig is in het gebied. Om een eerlijke prijs voor producten te realiseren is het nodig de gehele keten verantwoordelijkheid te laten nemen voor het creëren van een toekomstbestendige landbouw. Dit vraagt om ondersteunend beleid van de Rijksoverheid. Daarnaast zijn sommige diensten die de boer moet leveren niet door te berekenen in het product. Als stallen bijvoorbeeld fors minder ammoniak moeten uitstoten moet de maatschappij die innovatie (mee)betalen. Dit gebeurt op dit moment nog onvoldoende en er zijn nog geen maatregelen of tools voor. Verbinden van de bewoners van het stedelijk gebied met het agrarisch buitengebied. Onder andere door het toevoegen van functies en activiteiten en het beter toegankelijk en (verkeers)veiliger maken van het buitengebied.

Hierdoor kan meer begrip komen voor elkaars belang wat kan leiden tot een betere waardering voor de ondernemers in het buitengebied. Draagvlakontwikkeling door m.b.t. stikstof voorwaarden te stellen aan alle ontwikkelingen (landbouw, industrie, verkeer, wonen); Afspraken over de regionale inzet van ontwikkelingsruimte m.b.t. stikstof vanuit de reductiewinst die regionaal met alle inzet is en wordt bereikt.

25

26

Gemeente Renswoude

Datum besluitvorming 18 oktober

Scherpenzeel

1 november

Aangenomen moties en amendementen Geamendeerd beslispunt 2 + toevoeging beslispunt 3 2. Ten aanzien van deze notitie de volgende wensen en/of bedenkingen in te brengen: • Voor het behalen van doelen ook andere partijen in het landelijk gebied, zoals gemeenten, waterschappen, natuurorganisaties en particulieren aan de lat staan en niet alleen de agrarische sector; • In de contourennotitie op te nemen dat gedwongen uitkoop c.q. inperking van vergunde rechten onder geen beding tot de mogelijkheden behoort; • In de regio Foodvalley, inclusief de overgangsgebieden de keuze voor uitkoop, innovatie of omschakeling te allen tijde bij de betreffende agrariër moet liggen; • Er ruimte wordt geboden voor innovatie en dat we de rijksoverheid oproepen om te borgen dat deze innovatie ook juridisch houdbaar blijft; • Dat voorafgaand aan het uitvoeren van het RPLG een kritische ondergrens moet worden vastgesteld van de omvang van de agrarische sector per diercategorie, om deze duurzaam in stand te kunnen houden; • Dat in het kader van die kritische ondergrens ook aandacht wordt besteed aan aanverwante bedrijven, zoals toeleveranciers; • De overheid faciliteert in wet en regelgeving en biedt fysieke ruimte zodat er een minimale omvang van het aantal agrarische bedrijven per sector gewaarborgd wordt; • Vermindering van productie van dierlijke producten geen doel op zich is, maar een gevolg van

maatschappelijke ontwikkelingen; • Kringlooplandbouw dient meer in Europees verband bezien te worden, waarbij lokale omstandigheden optimaal benut worden voor de voedselproductie; • Voor de benutting van humane reststromen de rol van onder meer de waterschappen belangrijk is in verband met circulaire economie; • De landbouwstructuuranalyse van de WUR mee te nemen bij de opstelling van het RPLG. 3. De gemeenteraden van de overige 7 gemeenten van de regio Foodvalley in kennis te stellen van dit besluit. Geamendeerd beslispunt 1 (enige beslispunt) 1. Ten aanzien van de Contourennotitie van het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Foodvalley de volgende wensen en bedenkingen in te brengen.

Barneveld

Rhenen

3 november

8 november

a. Voor het behalen van de doelen dienen ook andere partijen zoals gemeenten, waterschappen, natuurorganisaties, bedrijven en particulieren bij te dragen. b. Gedwongen uitkoop c.q. inperking van de vergunde rechten niet in te zetten. c. In de Regio Foodvalley, inclusief de overgangsgebieden uitkoop, innovatie of omschakeling altijd de keuze van bedrijven zelf te laten zijn. d. Ruimte te bieden voor innovaties waarvan geborgd is dat ze langdurig juridisch houdbaar blijven, zodat er voldoende zekerheid is voor noodzakelijke investeringen. e. Een kritische ondergrens te definiëren en te realiseren voor de verschillende agrarische sectoren om deze en aanverwante bedrijven duurzaam in stand te houden. Geamendeerd besluit 1. Beslispunt 1 te wijzigen als volgt: Als wensen en bedenkingen in te brengen op de Contourennotitie van het Regionaal Perspectief Landelijk gebied: de overwegingen zoals hierboven genoemd bij ‘is van mening dat’. 2. Beslispunt 2 toe te voegen, luidende: De raden van de overige gemeenten van Regio Foodvalley in kennis te stellen van dit amendement. (Is van mening dat: • Niet alleen de landbouw verantwoordelijk is voor stikstofuitstoot, maar ook industrie en mobiliteit. Deze sectoren moeten ook bijdragen aan vermindering van stikstofuitstoot.

• Er een goed evenwicht moet zijn tussen het belang van de Landbouw en Natuurherstel • Er een 0-meting of vertrekpunt moet komen van de huidige Natuurstaat; • De Natuurorganisaties open staan voor onderzoek in hun gebieden en beschikbare gegevens delen met de betrokken stakeholders; • Er goede ecologische inventarisaties van Natura-2000 gebieden moeten worden opgesteld; • Er goede ecologische data dienen te komen en er niet naar ‘gemodereerde’ gegevens, ofwel • ingeschatte getallen wordt gegrepen; • De soorten habitattypen op regionale schaal bepaald worden en niet op landelijke schaal;) Geamendeerd beslispunt 1 + toevoeging beslispunt 2 Ten aanzien van de Contourennotitie van het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied FoodValley de volgende wensen en bedenkingen in te brengen: a. Voor het behalen van doelen dienen ook andere partijen zoals gemeenten, waterschappen, natuurorganisaties, bedrijven en particulieren bij te dragen.

Ede

10 november

Nijkerk Wageningen

24 november 12 december

b. Natuur en recreëren belangrijke waarden zijn en tegelijkertijd het bestaansrecht van bestaande agrariërs als uitgangspunt te nemen; c. In de Regio Foodvalley de keuze in eerste instantie aan de bedrijven zelf over te laten ten aanzien van omschakeling of innovatie. d. Ruimte te bieden voor innovaties waarvan geborgd is dat ze langdurig juridisch houdbaar blijven, zodat er voldoende zekerheid is voor de noodzakelijke investeringen. e. Met de gesprekspartners en met name met de betreffende ondernemers f. álle opties door te nemen om van daaruit de juiste balans te zoeken. 2. Beslispunt 2 toe te voegen, luidende: De raden van de overige gemeenten van Regio FoodValley in kennis te stellen van dit amendement. Geamendeerd beslispunt 2 2.

ten aanzien van de Contourennotitie Regionaal Perspectief Landelijk gebied van Regio Foodvalley de volgende wensen en bedenkingen in te brengen: • een overzicht te geven van de beleidsinstrumenten die de Foodvalley gemeenten kunnen inzetten voor het beleid in het landelijk gebied, welke instrumenten hiervan nu al ingezet worden en zo mogelijk daarbij aan te geven welke keuzes de Foodvalley gemeenten daarbij kunnen maken of al gemaakt hebben; • bij de verder uitwerking van de Contourennotitie voldoende rekening te houden met het lokale (bijvoorbeeld omgevingsvisie) en regionale beleid (denk aan functieveranderingsbeleid Regio Food Valley en de RES).

Geen moties en/of amendementen Aangenomen motie Wageningse aandachtspunten in RPLG We vragen het college om de volgende punten met klem en nadruk te (blijven) behartigen in het RPLG: • aandacht te hebben en houden voor een goede balans tussen natuurwaarden en landbouwwaarden; • stakeholders vanuit natuur- en milieu- en recreatie-organisaties nadrukkelijk bij het RPLG te betrekken; • te pleiten voor het deelnemen van de Utrechtse gemeenten aan het Gelderse proces van het RPLG en het Veluwe Arrangement; • aandacht te blijven vragen voor 'het goede gesprek' binnen de regio, en het belang van het ook op raadsniveau uitwisselen tussen de acht gemeenten; • aan te sluiten bij de ambities die het Aanvalsplan Landschapselementen heeft gesteld en in regionaal verband aan te dringen op voldoende middelen hiervoor vanuit het Rijk;

•

Veenendaal

15 december

het belang van een te starten pilot om in samenwerking met de Triple Helix economische modellen te ontwikkelen, waarin natuurinclusieve landbouw en natuuronderhoud hand in hand gaan en een duurzame ecologische bedrijfsvoering mogelijk wordt gemaakt. Geen moties en/of amendementen

Bijlage 2B: Verwerking Wensen en bedenkingen van de raden op de Contourennotitie Algemene Reactie Door de gemeenteraden zijn wensen en bedenkingen ingebracht met het doel de uitwerking van de Contourennotitie waar nodig bij te sturen. Over een deel van de ingebrachte wensen hebben we geconstateerd dat dit aandachtspunten zijn die wij van harte delen en die ook, wellicht wat minder expliciet, al geborgd zijn in de Contourennotitie, dan wel voor de verdere uitwerking al voorzien zijn. Dat gaat om de opmerkingen die gemaakt zijn over de balans tussen natuur, landbouw en andere waarden, over het betrekken van stakeholders en benutten van aanwezige kennis, de diversiteit aan, en keuzevrijheid voor ondernemers, langjarige duidelijkheid en zekerheid voor ondernemers t.b.v. innovatie, het leidend zijn van de grote opgaven en niet de vermindering van dieraantallen, en economische modellen voor duurzame en natuurinclusieve landbouw. Waar dit onvoldoende duidelijk is, zullen we dat expliciet benoemen. Eén van de wensen is om een “overzicht te geven van beleidsinstrumenten van de gemeenten”. Dat zal worden beschreven in deel 3 van het RPLG, waarin we uitwerken welke instrumenten er nodig zijn om de doelen te bereiken.

Daarbij betrekken we nadrukkelijk ook bestaande instrumenten, waaronder gemeentelijk (omgevings)beleid: wat werkt goed, wat zouden we moeten aanpassen en welk nieuw beleid is nodig? De actualisatie van het functieveranderingsbeleid wordt hier in wisselwerking bij betrokken. Wat we op basis van de wensen en bedenkingen in ieder geval verduidelijken is dat: er opgaven zijn voor alle partijen, dus ook overheden, particulieren en andere ondernemers dan alleen boeren; de schaal van kringlooplandbouw niet alleen lokaal en regionaal is, maar vaak op de schaal van Europa bezien moet worden; de maatschappelijke opgaven en doelen leidend zijn. Wensen waarvan we voorstellen die niet rechtstreeks over te nemen Wij onderschrijven het belang van een “kritische ondergrens” voor de primaire sectoren en de bijbehorende keten. Om die reden is het onderzoek daarnaar opgenomen in de onderzoeksagenda (2.2, 2.3 en 2.4) van de Contourennotitie. Maar of op basis van die onderzoeken eenduidig een kwantitatieve ondergrens per diercategorie kan worden vastgelegd is naar onze mening niet vooraf te zeggen. Ons voorstel is om in de loop van het traject van het opstellen van het RPLG te bezien of dit wenselijk en mogelijk is. Met betrekking tot de wens om te stellen “dat gedwongen uitkoop c.q. inperking van vergunde rechten” niet wordt ingezet, is ons voorstel om dat niet op te nemen.

Het Algemeen Bestuur van de regio is zeker van mening dat gedwongen uitkoop ongewenst is en wij zullen dat in het RPLG benoemen. Maar het stellig vastleggen van dit uitgangspunt wekt verwachtingen die wij als

Datum: Betreft:

12-1-2022 Bijlage 2B: Verwerking wensen en bedenkingen n.a.v. Contourennotitie

gemeenten niet waar kunnen maken in het geval de rijksoverheid besluit om toch tot gedwongen uitkoop over te gaan. Wij zijn daarnaast geen voorstander van het vooraf uitsluiten van het inperken van vergunde rechten. In de eerste plaats om een vergelijkbare reden als met betrekking tot de gedwongen uitkoop. Namelijk doordat de provincies kunnen besluiten tot een dergelijke inperking. In de tweede plaats omdat wij niet uitsluiten dat dit een weloverwogen onderdeel kan zijn van een goede aanpak. Het beeld is in de maatschappij ontstaan dat het hebben van een vergunning voor een hoeveelheid emissies een “vergund recht” is, terwijl het feitelijk een “toestemming voor een bepaalde mate van vervuiling” is, onder voorwaarde dat het nodig is. De milieuregelgeving is erop gericht milieuemissies te verminderen waar dat haalbaar en betaalbaar is. Als overheden zouden we de vrijheid moeten houden om toegestane emissies te schrappen als de vergunning niet meer gebruikt wordt. Bijvoorbeeld als er al langere tijd geen dieren meer worden gehouden. Dat er een markt is ontstaan waarin betaald wordt voor vergunde (ammoniak)-emissies doet daar niet aan af. Met betrekking tot de wens om “habitattypen op regionale schaal te bepalen in plaats van op landelijke schaal” stellen wij voor dit niet op te nemen, omdat de bepaling daarvan vastligt in Europese Regelgeving.

Er is geen ruimte om regionaal af te wijken van de geldende criteria. Inhoudelijke wensen In de meegegeven wensen en bedenkingen zien wij een aantal inhoudelijke punten die wij onderschrijven. Dat gaat om de onderstaande aspecten. Als aandachtspunt voor de komende jaren zullen wij de samenwerking met het Waterschap t.b.v. mogelijke benutting van humane reststromen (faecaliën) benoemen. Bij de uitwerking zullen wij i.s.m. de provincies en de terreinbeherende organisaties informatie verzamelen over de huidige staat van de (beschermde) natuur. In het RPLG zullen wij aandringen op een goede monitoring op basis van ecologische data van de effecten van alle ontwikkelingen die de komende jaren zullen plaatsvinden. Voor een deel van deze data (m.n. stikstofdepositie) zetten wij er samen met diverse partners op in om het Meetnetwerk van de Regio Deal Foodvalley uit te breiden en na de Regio Deal-periode voort te zetten. We onderzoeken hoe we met het RPLG kunnen aansluiten op het Aanvalsplan Landschapselementen, waarbij het verkrijgen van voldoende middelen hiervoor van het Rijk een belangrijk aandachtspunt is. Wensen over het proces Wij onderschrijven de wens om het RPLG integraal op te stellen voor de Utrechtse en Gelderse gemeenten. Daarover zoeken wij voortdurend het gesprek met beide provincies.

De raad van Wageningen heeft de wens meegegeven dat de Utrechtse gemeenten deelnemen aan het proces in Gelderland. Ons voorstel is dat wij samen met de Utrechtse gemeenten en beide provincies verkennen of dat mogelijk is. In een vroegtijdig stadium van het proces moet duidelijk worden of deelname van de Utrechtse gemeenten aan het Gelderse proces juridisch houdbaar en uitvoerbaar is, zonder dat de Utrechtse gemeenten achteraf geconfronteerd worden met afwijkend Utrechts beleid. Ook de wens om in de regio het gesprek te blijven voeren en om ook voor uitwisseling op raadsniveau te zorgen, delen wij. Daarom organiseren wij in 2023 zowel een gezamenlijke raadsinformatiebijeenkomst als een verbreed regionaal raadsgesprek, zoals dat in oktober 2022 ook over de verstedelijkingsstrategie is geweest.

Economic Board Regio Foodvalley

ADVIES CONTOURENNOTITIE REGIONAAL PERSPECTIEF LANDELIJK GEBIED 19 december 2022

AANLEIDING Contourennotitie Regionaal Perspectief Landelijk Gebied 

De Contourennotitie bevat opgaven, ontwikkelprincipes en een onderzoeks- en ontwikkelprogramma als uitgangspunten voor de uitwerking van een Regionaal Perspectief Landelijk Gebied (hierna: RPLG) voor Regio Foodvalley. De Contourennotitie is daarmee vanuit Regio Foodvalley ook de aanzet voor een structurele samenwerking en wisselwerking met beide provincies gedurende het opstellen van de gebiedsplannen en provinciale programma’s die zij uiterlijk 1 juli 2023 bij het rijk moeten indienen. De ontvangen wensen en bedenkingen van raden en het gevraagde advies van de Economic Board worden betrokken bij de uitwerking van de Contourennotitie tot het RPLG.

Kamerbrieven 25 november 2022 

Op 25 november heeft het kabinet meerdere brieven gestuurd aan de Kamer over de toekomst van de Landbouw, innovatie van emissiearme stalsystemen en de voortgang van het Nationaal Programma Landelijk Gebied. De inhoud van deze Kamerbrieven neemt de Economic Board mee in haar advies. Het advies is daarmee niet alleen een inhoudelijke reactie op de contourennotitie maar geeft tevens weer wat de regio volgens de Economic Board nodig heeft van het Rijk om tot een succesvol Regionaal Perspectief voor het Landelijk gebied te komen.

ALGEMEEN Ruimte voor samenwerking 

Regio Foodvalley is hét gebied in Nederland waar zowel de uitdagingen als de kansen liggen voor het Landelijk Gebied. De totstandkoming van de contourennotitie laat zien dat de diverse partijen in Regio Foodvalley - van ondernemers tot onderwijsinstellingen en overheden - de verantwoordelijkheid willen nemen om vanuit de landelijke regie, gezamenlijk inkleuring te geven aan een toekomstig bestendige en gezonde primaire én secundaire sector. De Economic Board erkent de noodzaak van het Rijk om regie te voeren op de stikstofaanpak en landbouwtransitie. Er is echter regelruimte nodig voor de provincies en regio om binnen deze kaders tot een aanpak te komen die past bij het gebied. Dit vraagt flexibiliteit, minder regeldruk en experimenteerruimte. Alleen op die manier kunnen wij komen tot een breed gedragen aanpak, waarbij rekening is gehouden met de impact die de transitie heeft op de boeren die dit gebied hebben gemaakt tot wat zij vandaag is.

Vakmanschap  

Boer zijn is een vak. Veel te lang en veel te vaak is dit vak ondergewaardeerd. Zo ook de rol die dit kan spelen bij het tegengaan van emissies. In Regio Foodvalley laten boeren op meerdere plekken zien dat met goed vakmanschap op een boerenbedrijf, een grote emissiereductie gerealiseerd kan worden. De boeren die hiermee bezig zijn, zijn intrinsiek gemotiveerd om productiekwaliteit en productiviteit te vergroten met respect voor de natuur en de maatschappelijke omgeving. De Economic Board adviseert dan ook om in het perspectief voor het landelijk gebied veel meer in te zetten op het gebruik van dit vakmanschap en de gebiedsgerichte kennis bij het vinden van werkende oplossingen. En om samen te werken aan het behoud en uitbreiding van dit vakmanschap in de primaire sector. Hiervoor is het nodig om op basis van onderzoek de kpi’s voor vakmanschap te bepalen en deze vervolgens te borgen in beleid.

2 | Advies Regionaal Perspectief Landelijk Gebied | 19 december 2022

Meer nadruk op vakmanschap vraagt van de onderwijsinstellingen in de regio om het onderwijs hier ook op toe te spitsen. De Economic Board adviseert het onderwijs in de regio om zo snel mogelijk in kaart te brengen wat nodig is om versneld leergangen aan te bieden. De Economic Board adviseert de triple helix partijen in de regio daarbij om nog meer gebruik te maken van het praktijkonderzoek dat de regionale onderwijsinstellingen kunnen bieden om het vakmanschap in de primaire én secundaire sector te ondersteunen. Een samenwerking tussen het hoger onderwijs en beroepsonderwijs in de regio is hierbij onontbeerlijk. De Economic Board wil benadrukken dat vakmanschap niet perse biologisch of extensief boeren betekent. Vakmanschap is toepasbaar op alle vormen van landbouw. De Economic Board adviseert de partijen binnen en buiten de regio om te waken voor het gebruik van terminologie die vakmensen in de primaire sector tegenover elkaar zet.

Ammoniak en Stikstofoxiden scheiden 

Om in Regio Foodvalley als triple helixpartijen gezamenlijk stappen te kunnen zetten is het nodig dat vanuit de landelijke overheid onderscheid wordt gemaakt tussen de reductie van ammoniak en de reductie van stikstofoxiden. De nadruk op ammoniakemissies vanuit de primaire sector zonder maatregelen gericht op de uitstoot van stikstofoxiden via industrie en verkeer is schadelijk voor het vertrouwen dat nodig is voor ondernemers en overheden om op regionaal niveau samen te werken. De Economic Board roept het Rijk dan ook op om zo snel mogelijk duidelijkheid te verschaffen over de maatregelen gericht op het verkeer en de industrie. De landbouw en natuur zijn twee kanten van dezelfde medaille. Om met agrariërs in Regio Foodvalley samen te kunnen werken om te komen tot een beter voedselsysteem met behoud van de biodiversiteit, is het nodig dat ook andere sectoren gewezen worden op hun verantwoordelijkheid om behoud van de eigen sector (bijvoorbeeld de bouw) te waarborgen.

Capaciteit en flexibiliteit gemeenten 

Iedere beweging die gemaakt zal worden om bij te dragen aan de landbouwtransitie zal inspanningen van de gemeenten vragen. Vergunningen, verordeningen en bestemmingsplannen die opnieuw moeten worden bezien en moeten worden aangepast om verandering in het landelijk gebied mogelijk te maken. Dit is enorme operatie, waarvan de Economic Board de gemeenten adviseert om hier op tijd op te anticiperen. De Economic Board adviseert de gemeenten om op tijd in te zetten op voldoende menskracht en opleiding om de transitie ook vanuit de organisatie mogelijk te maken en daar waar nodig een praktische en flexibele aanpak toe te passen. Regels en procedures zouden het proces in de regio niet mogen vertragen.

CONTOURENNOTITIE 

De Economic Board spreekt haar waardering uit voor de evenwichtige notitie en erkent de uitdaging om in zeer korte tijd te komen tot een breed gedragen plan voor het landelijk gebied in de regio. De Economic Board onderschrijft de aandacht die in de contourennotitie uitgaat naar de integrale problematiek in het landelijk gebied waarbij wordt gekeken naar de diversiteit aan opgaven, van woningbouwopgave, landbouwopgave en energie-opgave en niet alleen naar stikstof, maar ook naar CO2, water, energie en fijnstof. Het advies bevat vijf aandachtpunten voor de verdere totstandkoming van het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied.

Planning en samenwerking 

De Economic Board vindt het van groot belang dat door alle partijen gezamenlijk wordt toegewerkt naar één gemeenschappelijk RPLG voor Regio Foodvalley. Het belang van deze

3 | Advies Regionaal Perspectief Landelijk Gebied | 19 december 2022

samenwerking wordt onderschreven in de contourennotitie echter blijkt dit bij de totstandkoming van de contourennotitie nog onvoldoende door alle partijen te zijn ervaren. Het is essentieel dat het RPLG door alle partijen wordt gedragen, met nadruk op het draagvlak voor het RPLG in de agrarische sector zelf. De Economic Board adviseert dan ook met klem om in de praktijk beter in te zetten op de betrokkenheid van alle triple helix partijen en met name van de land- en tuinbouworganisaties, daar waar dit bij de totstandkoming van de contourennotitie niet in alle gevallen is gelukt. De Economic Board adviseert om concrete afspraken te maken over wanneer de diverse partijen worden benaderd en op welke manier. Regio Foodvalley kent de complexiteit van de ligging in twee provincies. De samenwerking tussen de provincies is een belangrijke voorwaarde voor het komen tot een integraal regionaal perspectief. De regio heeft te maken met haast onmogelijke extern opgelegde deadlines voor het RPLG. Het voorgestelde proces in de contourennotitie waarin de ontwerpfase (met kaarten, streefwaarden en ontwikkelmogelijkheden) plaatsvindt in Q3 van 2022 en Q1 van 2023, doet onvoldoende recht aan de - tevens in de notitie beschreven - onvrede en onzekerheid die momenteel heerst in het landelijk gebied.

De Economic Board adviseert om in het RPLG een balans te vinden tussen enerzijds voldoende regionale uitwerking dat nodig is om perspectief te creëren bij alle betrokken partijen, inclusief het Rijk. En anderzijds niet in een te korte tijd verregaande conclusies te trekken in kaarten van de regio. Dit kan immers leiden tot nog meer onzekerheid. De contourennotitie beschrijft de trots die in de regio bestaat ten aanzien van het landelijk gebied. Het behoud van deze trots verdient een onderdeel te zijn van het proces.

Transitie van de landbouw centraal stellen 

De transitie van de landbouw staat aan de basis van het perspectief van het landelijk gebied. Zonder transitie van de landbouw naar een duurzamer, meer natuur-inclusief en economisch rendabel systeem, kan er geen aangepast perspectief komen voor het huidige landelijk gebied. De Economic Board adviseert dan ook om de transitie van de landbouw in de regio centraal te stellen bij de ontwikkeling van het RPLG.

Economische aspecten transitie landelijk gebied 

De Economic Board adviseert om bij de uitwerking van het RPLG breder te kijken naar de economische ontwikkeling van de landbouwsector dan alleen naar verdienmodellen voor de primair ondernemer gericht op de Nederlandse markt. De productie voor de regionale markt en de internationale markt zijn immers onlosmakelijk met elkaar verbonden, onder meer in kringlopen en optimalisering. De Nederlandse primaire sector produceert voor een heel groot deel voor deze regionale West-Europese markt. Wat is het lange termijn handelingsperspectief voor deze ondernemers in relatie tot de gewenste extensivering van de landbouw? Hoe houd je de economische positie van de landbouwsector overeind ten midden van de transitie naar een andere landbouw? Focus op korte ketens en verdienmodellen waarbij cultuur en recreatie een rol spelen zullen onvoldoende zijn om ondernemers perspectief te bieden waarbij dit maar enkele procenten van de totale productie betreft. Als het gaat om de economische ontwikkeling van de landbouwsector, adviseert de Economic Board daarnaast om in het RPLG niet alleen in te gaan op de agrarisch ondernemer zelf maar om ruim aandacht te besteden aan de gehele keten van toeleveranciers en afnemers van de primaire sector en aan de export van kennis en producten die gerelateerd is aan deze sector. Er is handelingsperspectief nodig voor deze aanpalende sectoren.

Voorbeelden hiervan zijn VDL Jansen en Moba in Barneveld. In Regio Foodvalley zijn toeleveranciers en voedselverwerkers immers belangrijke economische dragers. Het is van belang om bij de transitie van het landelijk gebied in Regio Foodvalley het kennis-ecosysteem rondom de primaire sector intact te houden, dan wel nog verder te versterken. De Economic Board biedt aan om haar contacten bij bedrijven in de regio te gebruiken om dit deel van het RPLG vorm te geven. Circulariteit is een term die op meerdere plekken in de contourennotitie terugkomt, met name in relatie tot een circulair voedselsysteem. De Economic Board adviseert om ervoor te waken dat de term circulariteit niet te nauw wordt toegepast in de uitwerking van het RPLG. Daar waar

4 | Advies Regionaal Perspectief Landelijk Gebied | 19 december 2022

lokale of regionale circulaire ketens een mooi streven zijn, is dit vaak onhaalbaar en wellicht ook onnodige ambitie. Een circulaire voedselketen kan ook landelijk maar zelfs internationaal met buurlanden vormgegeven worden. Zolang duidelijk wordt aangegeven op welke schaal de kring is gesloten. Zeker in relatie tot een economisch rendabele sector zou dit in overweging dienen te worden genomen.

Sociaaleconomische aspecten transitie landelijk gebied 

De Contourennotitie spreekt van de nodige balans tussen de economische, ecologische en het sociaal-maatschappelijk perspectief van het landelijk gebied. De Economic Board onderschrijft ten zeerste de noodzaak om integraal te kijken naar de functies van het landelijk gebied. Daarbij adviseert de Economic Board om bij de verdere uitwerking van het RPLG zo breed mogelijk aandacht te besteden aan de sociaaleconomische gevolgen van de transitie van het landelijk gebied. Hierbij gaat het niet alleen om de mogelijkheden tot recreatie en het behoud van trots op de identiteit van het landelijk gebied maar ook om het behoud van sociale cohesie in een gebied waar oude en nieuwe functies gedurende de transitie naast elkaar zullen bestaan. De Economic Board ziet de transitie van de landbouw en het landelijk gebied niet alleen als ruimtelijke en economische uitdaging maar zeker ook als sociaaleconomische uitdaging in relatie tot het begrip van brede welvaart.

Het belang van onderzoek 

Het beleid ten aanzien van het landelijk gebied, en met name gericht op de primaire sector, is de laatste decennia te vaak gewijzigd en met onvoldoende onderzoek aan de basis van deze aanpassingen in beleid. De primaire sector en de keten hieromheen heeft recht op een perspectief voor het landelijk gebied dat is onderbouwd door voldoende onderzoek naar effecten op de natuur, de vitaliteit van het landelijk gebied en het behoud van een gezonde landbouwsector. Ook de sociaaleconomische impact van de maatregelen in het gebied zijn van groot belang om hierin mee te nemen. De contourennotitie bevat een aanzet tot een onderzoeksen ontwikkelagenda. De Economic Board adviseert om deze agenda met de onderzoek- en onderwijsinstellingen in de regio verder uit te werken en gezien de tijdsdruk daarbij te leunen op zoveel mogelijk bestaande onderzoeksprogramma’s. Waar wordt reeds onderzoek naar gedaan, wat zijn extra nuances die hieraan toegevoegd dienen te worden en wat zijn compleet nieuwe onderzoeken die nodig zijn? De Economic Board biedt aan om een verbindende rol te spelen ten aanzien van onderzoek- en onderwijsinstellingen in de regio die hier een bijdrage aan kunnen leveren zoals de MBO en HBO instellingen (praktijkgericht- en toegepast onderzoek), de WUR, UniLever en NiZo.

TOT SLOT Het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied zal van grote invloed zijn op de toekomstige economie van de regio. Zoals in dit advies beschreven betreft het immers niet alleen het economisch perspectief van de primaire sector maar van het gehele voedselproductiecluster in Regio Foodvalley. Op dit moment wordt in Regio Foodvalley onderzoek gedaan naar diverse ontwikkelrichtingen voor onze regionale economie, waarbij ook de andere transities en vraagstukken in ogenschouw worden genomen. De Economic Board onderstreept het belang om te komen tot een economisch perspectief voor Regio Foodvalley zodat juist de economische kansen van de diverse transitievraagstukken voor de regio zichtbaar worden.

5 | Advies Regionaal Perspectief Landelijk Gebied | 19 december 2022

Bijlage 3B: Verwerking Advies Economic Board Foodvalley n.a.v. de Contourennotitie Op 19 december 2022 heeft de Economic Board (EB) Foodvalley haar advies over de Contourennotitie gepresenteerd. Net als de wensen en bedenkingen van uw raden, nemen wij dit advies mee in de uitwerking van het RPLG. De EB waardeert en onderschrijft de notitie en geeft een aantal adviezen mee, deels meer algemeen en deels over specifieke aspecten van de Contourennotitie en het op te stellen RPLG. Algemeen Uit het algemene deel van het advies halen wij de sleutelwoorden samenwerken en vertrouwen. Beide begrippen werken twee kanten op tussen ondernemers en overheid en tussen groepen in de maatschappij. Wij onderschrijven het advies om in te zetten op het in de regio aanwezige vakmanschap van ondernemers. Dat willen we doen door hen te betrekken bij het vinden van oplossingen en door samen te zoeken naar manieren om vanuit vertrouwen in dat vakmanschap handelingsruimte te bieden om de komende jaren te werken aan een duurzame toekomst. Dat doet een dringend beroep op ons als gemeenten om beleid en regelgeving flexibiliteit en ruimte te geven. In deel 3 willen we dit graag concreet maken, maar het valt te voorzien dat dit van gemeenten moed en lef vraagt om ‘los te laten’. Wij willen daarbij ook nadrukkelijk provincies en het Rijk oproepen die ruimte te geven.

Onderling vertrouwen gaat over eerlijkheid en duidelijkheid. Wij ondersteunen daarom de oproep van de EB aan de landelijke overheid om zo snel mogelijk duidelijkheid te geven over doelen en maatregelen voor industrie en verkeer met betrekking tot stikstofoxiden, naast de doelen voor de ammoniakemissie vanuit de primaire landbouwsector. In het bijzonder vragen wij de aandacht van uw raden voor de oproep van de EB aan gemeenten om tijdig in te zetten op menskracht en kennisontwikkeling. Het samenwerken aan de grote opgaven in het landelijk gebied, vanuit vertrouwen en met flexibiliteit, gaat veel inzet vergen in aanpassing van beleid, plannen en regelgeving en het begeleiden van (gebieds)processen. Specifieke aandachtspunten Met betrekking tot planning en proces signaleert de EB dat betere betrokkenheid van met name de landbouwsector nodig is, dan wat die sector heeft ervaren bij de Contourennotitie. Het is goed om hierover te melden dat diverse vertegenwoordigers van deze sector aan de dialoogsessie in juni 2022 hebben deelgenomen. Wij herkennen dit aandachtspunt in zoverre dat de tijdsdruk rond de zomervakantie in relatie tot de planning van het bestuurlijk proces geen ruimte bood om een feedbackronde voor de stakeholders in te passen. In de huidige planning is dat wel voorzien en de stakeholders worden hiervan op de hoogte gehouden.

Datum: Betreft:

12-1-2022 Bijlage 3B: Verwerking advies Economic Board n.a.v. Contourennotitie

Wij waarderen het advies om bij de uitwerking en het maken van kaarten zorgvuldig de balans te bewaken tussen het bieden van voldoende perspectief en het voorkomen van onzekerheid die juist door kaarten zou kunnen ontstaan. De EB adviseert de transitie van de landbouw centraal te stellen bij het maken van het RPLG. Wij onderschrijven dat in die zin, dat wij de landbouw van groot belang vinden voor de leefbaarheid van het landelijk gebied, voor het landschap, de voedselzekerheid en voor de economie. Maar het (uitsluitend) centraal stellen van de landbouw doet geen recht aan het belang van de opgaven voor water, bodem en biodiversiteit. Wat betreft de economische aspecten vraagt het advies van de EB nadrukkelijk aandacht voor de economische waarde van het gehele agrocomplex en voor de rol van de internationale markten. Dit sluit goed aan bij het belang van de agri-foodsector zoals wij dat beschreven in de Contourennotitie. Het advies ondersteunt dat en scherpt dat aan, waarbij terecht benoemd wordt dat er ruimte moet zijn voor productie voor de wereldmarkt en dat circulariteit niet altijd lokaal of regionaal kan, maar soms (inter)nationaal moet.

Wat betreft de waarde van het agrocomplex voor de economie en de werkgelegenheid, zal binnenkort ook het resultaat verschijnen van een actuele stand van zaken, Dat willen we benutten bij het gesprek met de stakeholders over de voorwaarden die nodig zijn om de keten waardevol te blijven ontwikkelen. De EB onderschrijft in haar advies het belang van de sociale gevolgen van de grote opgaven die op het landelijk gebied afkomen, zoals we die in de Contourennotitie onderkend hebben en aandacht voor willen hebben. Tot slot maken wij graag gebruik van het aanbod van de EB om een verbindende rol te vervullen naar hun netwerk van partners in het bedrijfsleven, onderzoek en onderwijs, onder meer ten behoeve van de onderzoeks- en ontwikkelagenda.

Statenbrief Besluitvorming

Datum

15 november 2022 Zaaknummer

2022-014990 Inlichtingen bij

Onderwerp

Perspectief voor vitaal Gelders landelijk gebied Beleidsprogramma

• • • • •

Regionaal waterprogramma Biodiversiteit Agrifood Gezonde leefomgeving Klimaat

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=de26d1f8-31e7-4216-a617-29ddb2816a38