B-3.14 Besluit B&W inzake raadsinformatiebrief Regionaal Perspectief landelijk Gebied d.d. 21-2-23.pdf
Tekst van het document
Raadsmemo bij Raadsinformatiebrief RPLG
Datum:
Onderwerp:
Ter attentie van:
Afzender:
21 februari 2023
Toelichting proces RPLG De Raad College van Burgemeester en Wethouders
Portefeuillehouder
B. Wijnne
Mail behandelaar
a.bossenbroek@barneveld.ml Telefoonnummer
0610155307
Samenvatting Bijgevoegde Raadsinformatiebrief en de bijlage Groeidocument RPLG zijn een informerende tussenstap. In het tweede kwartaal 2023 volgt een Groeidocument voor wensen & bedenkingen. Doel Met deze memo geven we een korte toelichting op de status van het Groeidocument RPLG in relatie tot de processtappen die nog volgen. Raadsinformatiebrief en Groeidocument zijn informerend De bijgevoegde raadsinformatiebrief over het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied (RPLG) voor Foodvalley is voor nu alleen informerend. Dat geldt ook voor de daarbij gevoegde versie van het Groeidocument RPLG en de overige bijlagen. In het tweede kwartaal van 2023 komt de volledige versie van het Groeidocument naar uw raad voor wensen en bedenkingen. Het is de bedoeling dat die versie op 8 april 2023 in het Regiobestuur wordt vastgesteld. Aanleiding voor deze informerende tussenstap Het is niet gebruikelijk om de gemeenteraad informerend een tussentijdse versie van een belangrijk document toe te zenden. In dit geval is daar toch voor gekozen, omdat het dossier landelijk gebied cruciaal is voor onze regio en onze gemeenten. Daarom vinden wij het belangrijk dat uw raad op de hoogte blijft van wat er speelt en hoe de uitwerking verloopt. De forse hoeveelheid bijlagen getuigen van de grote dynamiek op dit dossier; Ondertussen is en wordt er doorgewerkt aan de uitwerking. Inmiddels is o.a.
een feedbackronde geweest en wordt dat verwerkt. Begin maart is een volgende versie van het Groeidocument RPLG gereed. Die versie (die dus is afgestemd met stakeholders) zal aan uw raad worden voorgelegd voor wensen en bedenkingen. Vanaf medio maart doorloopt die de gebruikelijke
route tot aan besluitvorming in het regiobestuur op 8 april. Daarna zal die versie via ons college naar u toe komen. Vervolg Op 10 mei 2023 wordt een raadsinformatiebijeenkomst gehouden voor alle raadsleden in Foodvalley, die geheel of gedeeltelijk in het teken zal staan van het RPLG. Om goed op de hoogte te blijven van de stand van zaken en u te laten informeren t.b.v. de wensen en bedenkingen, nodigen wij u nadrukkelijk uit daarbij aanwezig te zijn. Als er rond die tijd, vooruitlopend op de behandeling van het Groeidocument voor wensen en bedenkingen in uw commissie en Raad, behoefte is aan een extra informatieavond specifiek voor Barneveld, dan kunnen we dat in overleg met de griffie regelen. Daarnaast zal op 27 juni 2023 een Regionaal raadsgesprek plaatsvinden over het RPLG, vergelijkbaar met het regionaal raadsgesprek dat in het najaar van 2022 is gehouden over de Verstedelijkingsstrategie. Wij roepen u op om gehoor te geven aan de uitnodiging die daarvoor t.z.t. verstuurd zal worden.
Aan de raden van de deelnemende gemeenten Regio Foodvalley via de colleges van B en W
uw kenmerk:
uw brief van: ons kenmerk:
behandeld door: doorkiesnummer:
e-mailadres:
--
--
A.Bossenbroek
06-101 55 307
arjan.bosssenbroek@regiofoodvalley.nl
bijlage: -
datum: 10 februari 2023
23/FV/Ruimte/230210
onderwerp: Raadsinformatiebrief Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Regio Foodvalley
Geachte raadsleden van de Foodvalley gemeenten, Als bestuur van Regio Foodvalley bieden wij u hierbij de Raadsinformatiebrief aan over het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied voor Foodvalley (RPLG). Afgelopen najaar is de Contourennotitie voor het RPLG in uw raden besproken en heeft u wensen en bedenkingen mee kunnen geven voor de uitwerking. Met deze brief informeren wij u over de stand van zaken van het RPLG met betrekking tot proces en inhoud. Deze brief bestaat uit de volgende onderdelen: 1) Toelichting op de status en het proces van het bijgevoegde informerende groeidocument RPLG 2) De tijdlijn van het RPLG 3) Toelichting op de inhoud van dit informerende groeidocument RPLG 4) Verwerking van de ingebrachte wensen en bedenkingen op de Contourennotitie 5) Verwerking van het advies van de Economic Board Foodvalley n.a.v. de Contourennotitie 6) Globale duiding van de door Provinciale Staten van Gelderland vastgestelde Hoofdlijnen voor het Gelderse Programma Landelijk Gebied 7) Globale duiding van de door Provinciale Staten van Utrecht vastgestelde Uitvoeringsstrategie voor het Utrechtse Programma Landelijk Gebied 8) Procesrelatie met beide provincies en het rijk. 1) Toelichting op status en proces van het informerende groeidocument RPLG (Bijlage 1: Groeidocument RPLG) We maken het RPLG in een zeer dynamische tijd.
De inhoud van deze raadsinformatiebrief laat dit ook duidelijk zien: rijk en provincies komen met (hoofdlijnen van) beleidsdocumenten, uitvoeringsstrategieën. Uiteindelijk moet dit allemaal in begrijpelijk taal bij elkaar komen in lokaal beleid, waarbij we als er als regio voor gekozen hebben dit gezamenlijk en onderling afgestemd te doen. Tegelijk willen we als regio ook invloed hebben op en richting geven aan het beleid en de instrumenten van andere overheden, zodat er straks sprake is van samenhang in beleid en uitvoering. Tenslotte willen we zorgvuldig ons eigen proces kunnen voeren met onze inwoners, boeren en gebiedspartijen om zo aan begrip, vertrouwen en draagvlak te bouwen.
Datum: Betreft:
10-2-2023 Raadsinformatiebrief Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Regio Foodvalley
Om hieraan zoveel mogelijk tegemoet te komen bij het maken van het RPLG hebben we ervoor gekozen om met een groeidocument te werken. Met dit groeidocument wordt de geleidelijke totstandkoming van het RPLG zichtbaar en navolgbaar. Het RPLG is niet in één keer af maar ontwikkelt zich: van contourennotitie naar een gezamenlijk RPLG. Met het bijgevoegde groeidocument voor dat RPLG en de nog komende versies laten we de ontwikkelstappen zien die we de komende periode maken. Het bijgevoegde groeidocument bieden we u aan ter informatie, om u op de hoogte te houden van de voortgang. Op 30 november is door de stakeholders (waaronder LTO Gelderse Vallei, Natuur en Milieu Gelderland en Utrecht, Waterschap Vallei en Veluwe, provincies Gelderland en Utrecht, Aeres/PEC/CEC, Rabobank, WUR, Stichting Landschapsbeheer Gelderland) samen met gemeenteambtenaren en programmamanagers van Regio Foodvalley, enorm veel goede input geleverd op de zogeheten “ontwikkellijnen” die in dit document beschreven zijn. Dat is nog niet allemaal verwerkt in bijgevoegde versie. Wij verwachten dat dit begin februari verwerkt is en dat het document op veel plaatsen nog aangepast en aangevuld wordt, ook in taalgebruik en op inhoudelijke details. De stakeholders krijgen dan gelegenheid om die versie mee te lezen en reacties te geven.
Als die verwerkt zijn, wordt een volgende versie van het groeidocument in april aan u aangeboden voor wensen en bedenkingen. Ondertussen wordt in de periode januari - juni 2023 doorgewerkt aan de verdere uitwerking. Het werken aan het perspectief is een iteratief proces. Om tot een goed perspectief te komen gaan we samen met inhoudelijk deskundigen, provincies, waterschap, LTO Gelderse Vallei, Natuur en Milieu Gelderland en Utrecht en overige stakeholders verder in gesprek. We organiseren stakeholdersessies, ateliers en feedbackrondes. We zetten daarmee in op het ontsluiten van inhoudelijke kennis, ervaring, vakmanschap en creativiteit van bedrijven, organisaties en overheden. Waar nodig zetten we extra onderzoeken uit. Ook worden concrete doelen en maatregelen vanuit het Rijk en beide provincies geïnterpreteerd, ruimtelijk verkend en meegenomen in onze maatregelen. Verder dragen we zorg voor het verbinden met lopende gebiedsprocessen (zoals in het Binnenveld). 2) De tijdlijn van het RPLG Onderstaande tijdlijn is eind december 2022 gemaakt en geeft een beeld van de stappen die doorlopen zijn en die komende maanden plaatsvinden en een globaal beeld van het proces daarna. Er is sprake van een hoog-dynamisch proces, ook in afhankelijkheid van de processen bij het Rijk en de provincies. De planning zal daardoor naar verwachtig nog regelmatig worden aangepast. Voorjaar 2022
Voorbereiding Contourennotitie
Juni 2022
Dialoogsessie Stakeholders
Juli 2022
Afronding contourennotitie
September – December 2022
Besluitvorming Contourennotitie Algemeen Bestuur en Wensen en bedenkingen gemeenteraden
Oktober - November 2022
Eerste versie deel 1 en 2 Groeidocument RPLG
30 november 2022
Stakeholdersessie voor ophalen van feedback
December – Januari 2023
Tweede versie deel 1 en 2 Groeidocument RPLG (bijgevoegd)
Januari 2023
Groeidocument RPLG informerend naar gemeenteraden
Februari 2023
Stakeholder-ronde t.b.v. derde versie Groeidocument RPLG (deel 1 en 2 en eerste versie deel 3)
Maart 2023
3e versie Groeidocument (met Deel 1 en 2, en doorkijk naar deel 3) in Algemeen Bestuur (april) t.b.v. ronde wensen en bedenkingen raden
Februari – Juni 2023
stakeholdersessies, werkateliers, etc. t.b.v. invulling deel 3
Datum: Betreft:
10-2-2023 Raadsinformatiebrief Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Regio Foodvalley
10 mei 2023
Raadsinformatiebijeenkomst (waarschijnlijk o.a. over RPLG)
April – Juni 2023
Wensen en bedenkingen ronde RPLG deel 1 en 2
Juni 2023
Onder voorbehoud: 27 juni Verbreed Regionaal Raadsgesprek1)
Juli – Augustus 2023
Eerste versie compleet RPLG
September 2023
Feedbackronde stakeholders
September – December 2023
Afronding en vaststellen RPLG Algemeen Bestuur
1e kwartaal 2024 Vaststellen RPLG door de raden. 1) Dit is een voorlopige datum. De regie voor deze bijeenkomst ligt bij de Regiocommissie en de griffies. Deel 1 RPLG = overkoepelend verhaal Deel 2 RPLG = ontwerpprincipes/ontwikkellijnen Deel 3 RPLG = concrete maatregelen (toelichting in volgende onderdeel van deze brief)
3) Toelichting op de inhoud van dit informerende groeidocument Deel 1: Waarom maken we het RPLG? (ca 90% gereed) Een helder en onderscheidend manifest over het Waarom van het willen werken aan het perspectief voor het landelijk gebied. Dit is een waardengedreven verhaal en vertelt wie wij als regio willen zijn in deze tijd van onzekerheid en veranderingen en vanuit welke waarden wij willen handelen. Deel 2: Hoe ziet het perspectief er uit? (ca 60% gereed) Dit deel beschrijft de inhoudelijke ontwikkellijnen met daarbij inzicht in wie waaraan kan bijdragen en op welke manieren. Dit willen we, waar het kan, ruimtelijk vertalen, zonder een blauwdruk te geven en mits het handelingsperspectief geeft. Hierin staan de inhoudelijke ontwikkellijnen waarmee we richting geven aan het langere termijn perspectief en de daarop gebaseerde korte termijn interventies. Deel 3: Wat is er nodig om dit concreet te maken? (ca 10% gereed) Het Wat-deel gaat inzicht geven in wat er in praktische zin nodig is, om overheden, bedrijven, organisaties en inwoners in gezamenlijkheid de ruimte te geven bij te dragen aan de ontwikkeling van een duurzaam landelijk gebied. Vraagstukken en keuzes voor gemeenteraden We staan voor grote opgaven en belangrijke keuzes. Het RPLG heeft tot doel daar richting aan te geven.
Dit zal van de gemeenteraden besluiten vergen met impact voor inwoners en voor de gemeentelijke organisatie. U moet dan denken aan besluiten over: - Welke ontwikkelingen er via ruimtelijke ordening en flankerend beleid mogelijk worden gemaakt; - Eventuele inzet m.b.t. sociaal-emotionele begeleiding, (om)scholing en loopbaanbegeleiding; - Rollen die de gemeente wil nemen in de transitie van het landelijk gebied (regisseren, faciliteren, sturen); - Capaciteit van het ambtelijk apparaat om beleidsvormende en uitvoerende taken (zoals begeleiding gebiedsprocessen) uit te voeren. In het Groeidocument RPLG vindt u in de paragrafen 2.2.1 en 2.2.2 en 2.2.3 per ontwikkellijn voorbeelden van keuzes die aan de orde zullen komen. Hoofdstuk 3 geeft een indicatie van wat dit onder meer van gemeenten vergt.
Datum: Betreft:
10-2-2023 Raadsinformatiebrief Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Regio Foodvalley
4) Wensen en bedenkingen van de raden op de Contourennotitie (Bijlage 2A: Bundel wensen en bedenkingen en 2B: Verwerking van de wensen en bedenkingen) Door de gemeenteraden zijn wensen en bedenkingen ingebracht met het doel de uitwerking van de Contourennotitie tot het RPLG waar nodig bij te sturen. Dat is dus input voor het bijgevoegde groeidocument RPLG. Deze wensen en bedenkingen zijn gebundeld in bijlage 2A. Over een deel van de ingebrachte wensen hebben we geconstateerd dat dit aandachtspunten zijn die wij van harte delen en die ook, wellicht wat minder expliciet, al geborgd zijn in de Contourennotitie, dan wel voor de verdere uitwerking al voorzien zijn. Daarnaast is er een aantal wensen en bedenkingen waarvan wij voorstellen die niet rechtstreeks over te nemen en is er een aantal wensen en bedenkingen die wij onderschrijven en voorstellen mee te nemen in de uitwerking. In bijlage 2B zijn de wensen en bedenkingen in deze verschillende categorieën benoemd en is ons voorstel beschreven. 5) Advies Economic Board Foodvalley n.a.v. de Contourennotitie (Bijlage 3A: Advies Economic Board en 3B: Verwerking van het advies) Op 19 december 2022 heeft de Economic Board (EB) Foodvalley haar advies over de Contourennotitie gepresenteerd. Deze is opgenomen als bijlage 3A. Net als de wensen en bedenkingen van uw raden, nemen wij dit advies mee in de uitwerking van het RPLG.
De EB waardeert en onderschrijft de notitie en geeft een aantal adviezen mee, deels meer algemeen en deels over specifieke aspecten van de Contourennotitie en het op te stellen RPLG. In bijlage 3B geven wij aan wat ons voorstel is voor het meenemen van de verschillende onderdelen van dit advies in de verdere uitwerking. 6) Hoofdlijnen Gelderse Programma Landelijk Gebied (GPLG) (Bijlage 4: Statenbrief Gelderland / Bijlage 5: Brief Gelderland over Regioarrangement Foodvalley) Op 21 december 2022 hebben de Provinciale Staten van Gelderland de hoofdlijnen voor het GPLG vastgesteld, met daarbij de kaders voor het landelijk gebied en vertaling van de Rijksdoelen voor Gelderland. Het streven is om in juni 2023 het GPLG-Gebiedsprogramma 2024-2035 op hoofdlijnen vast te kunnen stellen. De meegegeven kaders zijn herkenbaar. Gelderland wil inzetten op: Natuurinclusieve en/of kringlooplandbouw, bodem en water sturend, natuurherstel en het Gelders klimaatplan. Hier sturen ze in de maatschappelijke opgaven op ruimtelijke samenhang en bouwen voort op wat er is in de regio (o.a. de verstedelijkingsstrategie, regionale energiestrategie). Het is van groot belang voor het RPLG om hier goed bij aangesloten te zijn en gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen. Enerzijds zijn de hoofdlijnen van de provincie richtinggevend, anderzijds vraagt het om een regionaal standpunt.
De provincie geeft daar ook enige ruimte voor. Zo is het een belangrijk onderdeel van de hoofdlijnen dat Gelderland met gemeenten in overleg wil over een mogelijke zone rond Natura 2000 gebieden. In die zone gelden dan grotere opgaven dan elders. Dit is voor gemeenten een cruciaal vraagstuk met mogelijk grote impact op de ruimtelijke ordening en de sociaal-economische structuur. Wij werken intensief aan het voorbereiden van onze visie op die zonering en op randvoorwaarden zoals een gebiedsfonds. Tegelijk met het ontwikkelen van het GPLG heeft Gelderland de opdracht van het Rijk om in de loop van 2023 te komen tot een gebiedsgerichte uitwerking voor de grote opgaven voor ons land. Gelderland wil dat samen met o.a. gemeenten oppakken vanuit de lopende trajecten van het GPLG, de Verstedelijkingsstrategie en de Energiestrategie. Belangrijk aanknopingspunt daarvoor is de brief vanuit de provincie Gelderland waar gevraagd wordt om in een Regio Arrangement Foodvalley samen de opgaven op regionaal niveau uit te werken. We zijn hiervoor ambtelijk, ook op directieniveau, met de provincie in gesprek over een goede afstemming.
Datum: Betreft:
10-2-2023 Raadsinformatiebrief Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Regio Foodvalley
7) Uitvoeringsstrategie Utrechtse Programma Landelijk Gebied (Bijlage 6: Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied) Op 29 november heeft Gedeputeerde Staten van Utrecht de Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied vastgesteld. Dit document geeft aan op welke wijze provincie Utrecht uitvoering gaat geven aan de opgaven die voortkomen uit het NPLG. Hierbij bouwt de provincie voort op eerdere aanpakken, namelijk de Agenda Vitaal Platteland en Gebiedsgerichte aanpak Stikstof. Voor het bepalen van de ambities werkt de provincie Utrecht op dit moment aan het Utrechtse Programma Landelijk Gebied (UPLG). Dit is het beleidsspoor. Om de ambities uit het UPLG uit te voeren werkt de provincie in drie niveaus: provinciaal niveau, regioniveau en gebiedsniveau. De provincie is opgedeeld in twee regio’s: Utrecht Oost en Utrecht West. Elke regio kent een regiostuurgroep. Elke regiostuurgroep bestaat uit alle overheden en betrokken organisaties. Per regio wordt een regio-agenda opgesteld. De input voor deze regio-agenda wordt geleverd door de gebiedsagenda die op gebiedsniveau is opgesteld. Voor de Utrechtse gemeenten van Foodvalley zijn twee gebiedsprocessen relevant, namelijk een gebiedsproces dat gaat over het gebied van gemeenten Renswoude, Veenendaal en deels Rhenen. Voor het RPLG is het belangrijk om in eerste instantie de aansluiting te vinden met het beleidsspoor, het UPLG.
Bij het UPLG worden immers de ambities voor provincie Utrecht bepaald. Door de verbinding te maken met het UPLG creëren we de mogelijkheid om de kruisbestuiving te vinden tussen onze regionale ambities en die van provincie Utrecht. Deze samenwerking met de provincie Utrecht is in ontwikkeling. We voeren gesprekken hoe we de aansluiting het beste kunnen vormgeven. Dit gebeurt in afstemming met de provincie Gelderland. 8) Procesrelatie met beide provincies en het Rijk De uitvoering van het RPLG, verbonden aan het NPLG en de provinciale programma’s, is een adaptief en iteratief proces onder hoge tijdsdruk. Dit maakt het extra van belang dat we als regio op de juiste momenten input leveren en aangesloten blijven. Daarbij is ook met deze hoge tijdsdruk transparantie en een duidelijke rolverdeling belangrijk: Wat kunnen we zelf? Wat kunnen we samen? Wat heeft de regio van wie nodig? Hoe kunnen we elkaar vast blijven houden én ruimte geven? Om de aansluiting bij provincies en het Rijk goed te kunnen organiseren is het belangrijk goed voorbereid te zijn zowel op inhoud als qua netwerk.
Met de Contourennotitie, de wensen en bedenkingen, het advies van de Economic Board, de input van alle stakeholders en het voorliggende Groeidocument, hebben we een basis gelegd om met de juiste kaders deel te kunnen nemen aan de gebiedstafels en regio-ateliers en de kenmerken en belangen van onze regio in te kunnen brengen. Zo nemen we de verantwoordelijkheid om zorg te dragen voor onze inwoners en onze omgeving en bouwen we samen in onderling vertrouwen aan oplossingen met respect voor verleden en heden. Met vriendelijke groet, namens het bestuur Regio Foodvalley,
Arjen Droog directeur
René Verhulst voorzitter
REGIONAAL PERSPECTIEF LANDELIJK GEBIED Informerend Groeidocument: Deel 1: 90% / Deel 2: 60% / Deel 3: 10%
Status van dit document: Informerend over de huidige stand van zaken. Na het opstellen van de contourennotitie (september 2022) zijn we gestart met de verdere uitwerking. Dit zal 3 delen kennen: Waarom, Hoe en Wat. Bovenstaande percentages geven een indruk van de stand van de uitwerking. Het is dus zeker nog niet klaar. Daarnaast is een belangrijke notie dat nog niet alle geleverde input van de belanghebbenden is verwerkt. Wel vinden we het belangrijk dit stuk te delen. Omdat we verder zijn in ons denken dan de Contourennotitie en we u hierover willen bijpraten. Bovendien kan het u helpen bij het denken over dit onderwerp.
19 januari 2023
INHOUD INHOUD
2
0.
BELANG VAN EEN PERSPECTIEF
3
1.
WAAROM DOEN WE DIT?
5
1.1. 1.2.
Deel A: Gedeelde waarden als fundament Deel B: De inhoudelijke opgaven
5 7
1.2.1.
Balans in het natuurlijk systeem
7
1.2.2.
Balans in het voedselsysteem
9
2.
HOE WILLEN WE DIT ONTWIKKELEN?
11
2.1.
Deel A: Principes uit de contourennotitie
11
2.1.1.
Het bodem- en watersysteem is leidend
11
2.1.2.
Natuurkwaliteit en gezonde leefomgeving als randvoorwaarde
11
2.1.3.
De identiteit van het gebied staat centraal
11
2.1.4.
Economische en sociale vitaliteit met meervoudig ruimtegebruik
12
2.1.5.
De regio is een proeftuin voor toekomstbestendige voedselproductie
12
2.2.
Deel B: Ontwikkellijnen
13
2.2.1.
Lijn 1: Het bodem en watersysteem brengen we in balans
13
2.2.2.
Lijn 2: Een vruchtbaar landschap in een gezonde leefomgeving
16
2.2.3.
Lijn 3: Een natuurlijk landschap dat verbindt
19
3.
WAT IS ER NODIG?
22
3.1. 3.2.
Inhoudelijk proces uitwerking Aanzet belangrijke keuzes gemeenten en succesvoorwaarden
22 23
3.2.1.
Belangrijke vraagstukken en keuzes voor gemeenten
23
3.2.2.
Voorwaarden voor succes, mede in relatie tot de rol van provincies, Waterschap en Rijk
25
2
0. BELANG VAN EEN PERSPECTIEF Identiteit van de regio behouden en versterken Ons gezamenlijk belang ligt in onze identiteit. Onze regio bestaat uit veel natuur en aantrekkelijke landschappen met een rijke historie. De relatie tussen mens en ondergrond is vanaf de eerste bewoning sturend geweest voor hoe we ons in het levensonderhoud voorzagen. Hier wonen en werken we en groeien onze kinderen op. Voedselproductie, gastvrijheid en natuurbeleving, ondernemerschap en innovatie vormen daarbij onze identiteit, ons DNA. Deze identiteit willen we beschermen en versterken waar het kan, wetende dat we aan de vooravond staan van grote veranderingen.
Urgentie door grote opgaven en onzekerheid Er zijn grote opgaven die belangrijk zijn voor een gezonde toekomst. Opgaven die landelijk spelen en hoe dan ook tot veranderingen in onze regio zullen leiden. Daar willen we graag zelf en samen regie over hebben. We (h)erkennen de opgaven: er zijn uitdagingen op het gebied van emissies van stikstof en fijnstof, het klimaat verandert en we moeten het landschap en onze manieren van wonen, werken en verplaatsen daaraan aanpassen, er zijn opgaven op gebied van CO2 uitstoot, energietransitie, waterkwaliteit en waterbergend vermogen en de biodiversiteit staat onder druk. Daarnaast is er behoefte aan duurzame voedselproductie, meer woningen met bijbehorende voorzieningen en mobiliteit. De stapeling van grote opgaven leidt tot onzekerheid over de sociaal-economische en -culturele vitaliteit van ons landelijk gebied. Deze onzekerheid willen we graag zoveel wegnemen door perspectief te bieden voor iedereen die woont, werkt en recreëert in ons landelijk gebied: wat kan er wél, waar en hoe. Welke ontwikkelingen passen bij een gezonde toekomst met rendabele voedselproductie en welke instrumenten gaan we inzetten om die ontwikkelingen te ondersteunen en mogelijk te maken. En let wel: op verschillende plekken in de regio zijn en worden al forse stappen gezet in die ontwikkeling!
Verantwoordelijkheid nemen omdat we wíllen én kúnnen Als regio voelen we ook het grotere nationale gezamenlijke belang. De regio Foodvalley is cruciaal om de landelijke en provinciale doelen voor stikstof en natuur te halen voor het grootste natura2000 gebied van Nederland, de Veluwe. Een flink deel van onze regio kenmerkt zich daarnaast door een bekenstructuur met bijbehorende stroomgebieden, waarmee er ook een opgave ligt voor de Kaderrichtlijn Water. En we zijn tegelijk een sterke voedselregio, met een kalverhouderij-keten en een pluimveehouderij-keten die nergens zo sterk ontwikkeld en aanwezig is als hier. Daarom willen wij een eigen ruimtelijk-economisch perspectief dat toegesneden is op dit unieke gebied voor een goede combinatie van kennisintensieve voedselproductie in een mooi en biodivers landschap. Een gezamenlijk perspectief omdat we grensontkennend moeten en willen werken om de grensoverschrijdende opgaven aan te pakken. We hebben er vertrouwen in dat dit lukt. Juist in deze regio is er voldoende kennis, wetenschappelijke én praktische kennis, en voldoende ondernemerschap en samenwerking om met elkaar aan de slag te gaan.
Opbouw van het RPLG Wij bouwen ons RPLG op aan de hand van drie delen, deze worden hieronder verder uitgewerkt: 1) Waarom werken we aan perspectief? 2) Hoe vullen we dat perspectief in? 3) Wat is er nodig om die ontwikkelingen met elkaar te realiseren?
3
1.Waarom werken we als regio aan het perspectief voor het landelijk gebied? Dit deel bestaat uit twee delen. In deel A lees je een waarden gedreven verhaal, dat het belang van verbindende taal onder de aandacht brengt. Wie wij als regio zijn in deze tijd van onzekerheid en veranderingen? Waarom doen we dit als regio gezamenlijk? In deel B vind je de beschrijving van de meer technische kant van de opgave. 2. Hoe vullen we dat perspectief in en gaan we beweging houden en krijgen? Die doen we via ontwikkellijnen die we ruimtelijk gaan onderzoeken. Met daarbij inzicht in wie waaraan kan bijdragen en op welke manieren. Hier komen ook de doelen van Rijk en Provincie in te staan. Dat wordt beschreven in deel B van dit onderdeel. Deel A beschrijft de onderliggende ontwikkelprincipes uit de Contourennotitie. 3. Wat hebben we in praktische zin nodig als ondernemers, overheid en organisaties om dit concreet te maken, hierin samen sterk op te trekken en met elkaar te leren? Hoe kunnen we bestaande positieve ontwikkelingen kracht bij zetten? Hier vind je de uitwerking in doelen, maatregelen, regelingen en projecten etc.
Status en positie van het RPLG Het RPLG is de schakel tussen het Nationaal Programma Landelijk Gebied en de Provinciale Programma’s Landelijk gebied van Utrecht en Gelderland enerzijds en het gemeentelijk beleid anderzijds. Het RPLG is onze visie, van onze regio, maar zal ook onze aanpak moeten bevatten van de opgaven en doelen die de provincies in afstemming met het rijk zullen vastleggen. Wij streven er naar om daarin zoveel als mogelijk samen op te trekken. De manier waarop is op dit moment (januari 2022) nog onderwerp van gesprekken en zal in de loop van 2023 steeds duidelijker worden. Het doel van het RPLG is dat wij als gemeenten, in afstemming met provincies en waterschap en gebiedsprocessen, afspraken maken over een gezamenlijke regionale aanpak. Het RPLG wordt uiteindelijk ter vaststelling aangeboden aan de acht gemeenteraden, met als doel om dit in het gemeentelijk beleid te verwerken, zoveel mogelijk op een vergelijkbare manier. Het is daarmee dan ook een kader voor gebiedsplannen die opgesteld worden in gebiedsprocessen in deelgebieden.
4
1. WAAROM DOEN WE DIT? 1.1. DEEL A: GEDEELDE WAARDEN ALS FUNDAMENT Een perspectief voor het landelijk gebied begint bij gedeelde waarden: waar staan we voor, wat vinden we belangrijk en hoe willen we met elkaar en met onze omgeving omgaan? Dit deel van het RPLG beschrijft de drie waarden die het fundament vormen van ons regionaal perspectief landelijk gebied. Uiteindelijk willen wij, inwoners, agrariërs, ondernemers of politici, allemaal hetzelfde: de wereld goed doorgeven aan de volgende generaties en tegelijkertijd in het hier en nu goed zorgdragen voor onze naasten. Iedereen doet dit op zijn eigen manier. Afgelopen decennia voerden economische groei en individualisme de boventoon. We moeten terug naar datgene wat ons bindt, de waarden waar we trots op zijn, waar we groot mee zijn geworden en die we willen doorgeven aan volgende generaties. Dat terug gaan is geen weemoedig achteruit kijken maar hoopvol vooruit zien. Naar een regio waar iedereen boven de sociaal-economische en -maatschappelijke ondergrens leeft en waar we wonen en werken binnen de ecologische grenzen van de aarde. Dat vraagt andere ontwikkelingen. Want door onze manier van leven brengen we schade toe aan onze omgeving: het landschap waarin we leven, maar ook aan elkaar. De verbinding tussen mensen onderling en met de natuur staat onder druk.
Er is onbegrip en polarisatie, we keren ons van elkaar af en spreken niet altijd meer dezelfde taal. Om die negatieve ontwikkelingen tegen te houden zijn er systemen en regels gekomen die knellen en voorbijgaan aan de oplossingskracht en goede intenties van mensen die het aangaat. Het leidt tot besluiteloosheid en schaamte. Laten we met elkaar herdefiniëren wat écht van belang is, wat ons écht raakt en waar we deel van willen zijn. Van daaruit ontstaat een veranderend perspectief. En met dat perspectief kunnen we als mensen opnieuw verantwoordelijkheid nemen voor onze leefomgeving, ieder op zijn eigen manier.
Waarde 1: Verantwoordelijkheid nemen en in Vertrouwen ruimte geven Een mens heeft ruimte nodig. Ruimte om te leven, zich te ontwikkelen, om eigen keuzes te maken en het eigen leven en werk in te richten op een manier die bij hem of haar past. Ruimte is schaars en scherp afgebakend in Nederland, niet alleen de fysieke ruimte maar ook de ruimte om eigen keuzes te maken in hoe we ondernemen is beperkt: systemen en instituties laten niets aan het toeval over. We hebben lang met het idee geleefd dat de werkelijkheid maakbaar is, daar moeten we (deels) op terug komen. Laten we daarom allemaal onze verantwoordelijkheid nemen en elkaar weer in vertrouwen ruimte geven: We respecteren elkaars autonomie, zonder gedeelde belangen uit het oog te verliezen. We maken gebruik van de kracht van onze gemeenschappen en onderlinge verbondenheid om zo eenieders autonomie te respecteren. Dit vraagt een andere manier van met elkaar omgaan die onwennig zal voelen: Bestuurders maken met lef keuzes en krijgen daar de ruimte voor. Ondernemers vernieuwen (soms) ingrijpend hun bedrijfsvoering en krijgen daar de ruimte voor. 5
Dat wat lokaal geworteld is vraagt om lokale oplossingen. Kortom: overheden stellen kaders die ruimte houden voor creatieve oplossingen. Dat vraagt om onderling vertrouwen en leren van elkaar. Dat vraagt om lef en moed van bestuurders en ambtenaren en om begrip voor elkaars standpunten. Zo ontstaat ruimte voor de mens, het landschap, de ondernemer. Tot slot geven we ook ruimte aan ons landschap. Dit is veel meer dan alleen een decor en verdient zijn eigen ruimte en stem bij de keuzes die we maken over de gezamenlijke toekomst. Want de toekomst van ons landschap is ook de toekomst van ons als mensen.
Waarde 2: Zorgdragen voor onze omgeving De mens staat niet los van zijn omgeving, van het landschap, van de natuur maar zij is er onderdeel van én zij is overal aanwezig. Zoals kaas smaakt naar het gras dat de koe eet, zo zijn wij als inwoners van Foodvalley verbonden aan ons landschap. Zonder onze natuur is er tussen bodem en lucht geen leven mogelijk. Onze natuur, onze omgeving geeft de mens voedsel, het zorgt voor energie, het zorgt voor rust en ontspanning en nog veel meer. Onze omgeving is onze levensader. Maar wat zetten wij daar tegenover als mens? Als we weten waar we zijn en hoe we ons verhouden tot onze omgeving, dan weten we wat ons te doen staat: we stellen onze omgeving en onze relatie daarmee weer centraal. Dat kan op veel verschillende manieren worden ingevuld. Dat kan door minder in functies en begrenzingen te denken. Onze omgeving, onze natuur is immers overal. Dat kan door meer te geven dan te nemen. Tientallen jaren hebben we meer genomen dan gegeven. Het evenwicht tussen geven en nemen moet worden hersteld. Sterker nog, we moeten in de komende decennia meer geven dan nemen. We herstellen de balans door op allerlei terreinen de natuurlijke processen te versterken, in de landbouw en in de dorpen en steden. Zo kunnen we als mens iets terugdoen en bijdragen aan ons eigen voortbestaan.
Waarde 3: Oplossingen bouwen met respect voor verleden en heden De vraagstukken van deze tijd vragen om een brede blik. Geen maatregelen op de korte termijn, maar oplossingen die recht doen aan verleden en perspectief bieden voor de toekomst. We bouwen voort op wat er in eeuwen is ontwikkeld. En dat wat we gestart zijn en ten goede komt aan de gewenste ontwikkelingen, zetten we door. We zorgen dat we in verbinding blijven met ons verleden, door elkaars blik op de geschiedenis te delen, daarvan te leren en te respecteren. We durven ver vooruit te kijken, 2040 en waar nodig en behulpzaam daar voorbij. We hebben oog voor effecten op lange termijn en laten deze zwaar meewegen in de keuzes die we maken. Want we willen dat de generaties na ons hier ook gezond en plezierig kunnen leven. Zo gaan we met respect voor ons verleden de uitdagingen van deze tijd aan met openheid en nieuwsgierigheid naar de toekomst.
6
1.2. DEEL B: DE INHOUDELIJKE OPGAVEN Dit deel is afkomstig uit de Contourennotitie. Deze informatie is in de volgende versie herleidbaar geïntegreerd in het RPLG. De verschillende componenten van onze natuur, economie en maatschappij zijn op talrijke manieren met elkaar verbonden. Om balans te bereiken helpt het om te denken in systemen. De natuur is een systeem: een samenhangend geheel van elementen dat uit zichzelf voortdurend op zoek is naar balans. Die balans is dynamisch, en verschilt van moment tot moment. De voedselketen vormt ook een systeem, waarin maatschappelijke en economische componenten vertegenwoordigd zijn. Ook dit systeem zoekt naar balans. Als we balans aanbrengen in deze twee systemen ontstaat er een evenwichtig landelijk gebied. Dit zijn onze hoofdopgaven: we zoeken naar balans in het natuurlijk systeem. En we streven naar een gezond en circulair voedselsysteem dat is ingebed in een multifunctioneel (sociaal en economisch) landschap. Deze twee opgaven hangen sterk samen, zodat het uiteindelijke bovenliggende doel is dat het voedselsysteem en het natuurlijk systeem elkaar versterken waardoor we een vitaal en toekomstbestendig platteland ontwikkelen.
1.2.1. Balans in het natuurlijk systeem Belangrijkste elementen in het natuurlijk systeem Het natuurlijke systeem is meer dan alleen de planten en dieren om ons heen. Ook de bodem, het water en onze lucht zijn belangrijke elementen. De aarde en het klimaat vormen het fundament. De mens heeft vanuit haar maatschappelijke en economische activiteiten (te) sterk bepaalt waar, hoe en met welke functies en in welke intensiteit ze het natuurlijk systeem benut (occupatie en netwerken). Zo heeft het landschap vorm gekregen, maar ook verloren. Draagkracht van het natuurlijk systeem is bepalend De draagkracht van het natuurlijk systeem bepaalt welke functies op lange(re) termijn zijn vol te houden binnen het systeem. Deze draagkracht is randvoorwaardelijk voor een toekomstbestendig landelijk gebied. Daarmee vormt het natuurlijk systeem de basis voor een sociaal-economisch en maatschappelijk leefbaar en gezond landelijk gebied met een toekomstbestendige voedselproductie, recreatie en mogelijke andere activiteiten en functies. Het lagenmodel, dat we in NL al langere tijd kennen, is hier een goede basis voor.
Wat is dat eigenlijk, ‘balans’? Een systeem is in balans als de verschillende, van elkaar afhankelijke elementen zich zodanig tot elkaar verhouden dat het systeem zichzelf gezond kan houden. Zo kan het systeem tegen een stootje en kan het zich ontwikkelen (in waarde of betekenis). Net zolang tot weer een nieuwe balans ontstaat.
Het natuurlijk systeem is uit balans Door de aard en intensiteit van verschillende functies is het natuurlijk systeem nu uit balans. We zitten aan de grenzen van wat het ons bieden kan. Bestaande functies kunnen zich niet verder ontwikkelen of moeten zelfs een stapje terug doen. Voor nieuwe functies is geen of zeer beperkte ruimte. De biodiversiteit gaat achteruit. Om op lange termijn alle functies perspectief te blijven bieden, is het nodig om het natuurlijk systeem duurzaam in balans te krijgen en houden. Dat kan door zodanig om te gaan met de natuur zodat deze zichzelf gezond kan houden. Door natuurlijke dynamiek kan het systeem tegen een stootje.
7
Lagenbenadering als afwegingsprincipe en omgevingsinclusieve benadering Steeds duidelijker wordt dat de (transitie)opgaven waar we voor staan alleen aangepakt kunnen worden door bij alle te maken keuzes in samenhang naar de boven- én ondergrond te kijken. Dit betekent niet dat overal hetzelfde moet gebeuren. Wel dat overheden dezelfde afwegingsprincipes hanteren. Voor een omgevingsinclusieve benadering gelden de 3 afwegingsprincipes van de Nationale Omgevingsvisie: 1.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies;
2.
Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal;
3.
Afwentelen wordt voorkomen waarbij de lagenbenadering een hulpmiddel is
Centraal in de te maken afwegingen tussen belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond). De toepassing van de lagenbenadering is een instrument in de planvorming om gebiedsgericht afwenteling op bodem en water te voorkomen. Figuur: Op waterbasis - Deltares
Balans via twee deelopgaven De opgave om het systeem duurzaam in balans te krijgen valt in twee delen uiteen: 1. Balans in het bodem- en watersysteem zodat een goede ecologische basis ontstaat. Gebeurt dat niet, dan gaat dat ten koste van de natuur, de landbouw en de mens. Bodem en water worden om verschillende redenen (klimaat, natuur, productie) leidend voor onze sociaal-economische ontwikkeling. Recente publicaties van gerenommeerde instanties (o.a. Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI), Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)) onderschrijven dit. 2. Herstel van biodiversiteit. Na bodem en water is dit de basis voor een uitgebalanceerd en veerkrachtig natuurlijk systeem. Een diverse natuur in alle gebieden (natuur, agrarisch buitengebied, stad en dorp) houdt zichzelf in balans. De doelen voor een gezond water- en bodemsysteem en voor biodiversiteit zijn vastgelegd in Europese regelgeving: de Kaderrichtlijn water (KRW) en de Vogel- en habitatrichtlijn (VHR). In het van akkoord van Parijs staan de klimaatdoelen voor broeikasgassen zoals CO2. Mede met het oog op het voldoen aan deze (inter)nationale verplichtingen zorgen we dat de draagkracht van het natuurlijk systeem leidend wordt voor de multifunctionele inrichting en gebruik van het landelijk gebied. Daarbij werken we voortdurend aan herstel van biodiversiteit.
Zo werken we aan een goede basis voor een toekomstbestendig landelijk gebied.
8
1.2.2. Balans in het voedselsysteem De agri-foodsector: waardevol voor de regio Deze waarde is het vertrekpunt voor de ontwikkeling naar een gezonder en toekomstbestendig voedselsysteem met voedselzekerheid. De agri-foodsector is op vier manieren van waarde: • De landbouwsector staat aan de basis van onze voedselproductie. We zijn sterk in de productie van dierlijke eiwitten (eieren, vlees); • De economische relevantie van de sector in de regio is fors. Vooral (maar niet alleen) de intensieve veehouderij (grotendeels kalverhouderij en pluimveehouderij). De daaraan direct en indirect gerelateerde bedrijvigheid (zoals de food en feedindustrie, maakindustrie en kennisintensieve bedrijvigheid) bepaalt in grote mate onze economische kracht en is ook van belang tot ver buiten onze regio; • De landbouw bepaalt in belangrijke mate de kwaliteit van ons landelijk gebied. Boerenbedrijven hebben een rol in het behoud van de leefbaarheid van het buitengebied. Vooral de grondgebonden landbouw vervult de rol van gastheer en beheerder van het landschap en is zo medebepalend voor kwaliteit van ons landschap. Een actieve houding van agrariërs is hierbij van belang; • De agri-foodsector draagt bij aan kennisontwikkeling over voedselproductie, gezondheid van mens en dier en onze leefomgeving. Kennis die we kunnen inzetten om de wereld te voeden.
De aanwezigheid van onze innovatieve agrifoodsector is van groot belang voor de aanwezige kennisclusters. Wetenschap en praktijk kunnen niet zonder elkaar. Balans in het voedselsysteem is bepalend voor een toekomstbestendig landelijk gebied We zien dat ook de landbouw moet passen in de ontwikkeling naar een balans van het natuurlijke systeem. Hiervoor is een ontwikkeling naar meer circulaire voedselproductie noodzakelijk. Zo ontstaat evenwicht in de wijze waarop het voedselsysteem en natuurlijk systeem op elkaar ingrijpen.
Belangrijkste elementen in het voedselsysteem Het voedselsysteem omvat alle elementen die samenhangen met productie, verwerking en consumptie van voedsel. Natuurlijk denken we dan als eerst aan de landbouw. Maar het voedselsysteem is veel meer dan dat. Het gaat niet alleen om de productiefactoren als grond, arbeid en kapitaal maar ook om de consumptie, de grondstoffen en reststromen (vrijkomende materialen en stoffen), de direct en indirect gerelateerde bedrijvigheid, voedselhandelaren en -verkopers, de financiële sector, kennis- en innovatiesector en de culturele- en maatschappelijke elementen die met het systeem samenhangen. Alle ketenpartijen in de agrifoodsector zijn onderdeel van het voedselsysteem, dat de regio ver overstijgt. Daarmee zijn ze deel van de huidige situatie én een nieuw perspectief.
Het voedselsysteem is uit balans Op allerlei manieren blijkt dat het voedselsysteem nu uit balans is: • Bij veel bedrijven is de verdiencapaciteit beperkt. Om te voldoen aan maatschappelijke doelen zijn forse investeringen gedaan en zijn verdere investeringen noodzakelijk. Terwijl deze tot op heden niet of nauwelijks in de opbrengst per eenheid terugverdiend konden worden. Dit leidt ook vanuit economisch perspectief tot onbalans in het voedselsysteem. • De huidige consumptie- en productiewijze heeft, ondanks onder andere forse reducties van emissies en antibioticagebruik, nog steeds negatieven effecten op het gebied van humane gezondheid, emissies en biodiversiteit. 9
•
Zorgen over zoönosen en dierenwelzijn leiden tot afname van maatschappelijk draagvlak voor de intensieve veehouderij. Dit ondermijnt de license to produce.
Tot slot speelt ook de opvolgingsproblematiek: dertig procent van de boeren is ouder dan 55 en geeft aan geen opvolger te hebben. Rekening houdend met de diverse opkoop- en beëindigingsregelingen onder de stikstofaanpak en de ligging nabij de Veluwe, moeten we rekening houden met relatief veel stoppende agrarische bedrijven. En daardoor met een toenemend aantal vrijkomende agrarische gebouwen. Dit kan leiden tot economische, maatschappelijke, maar ook landschappelijke onbalans. Op weg naar balans: drie deelopgaven Om balans te krijgen in het voedselsysteem zien we drie deelopgaven: 1. Het voedselsysteem is gezond. Het produceert gezond voedsel op een gezonde bodem, respecteert een gezonde natuur, is economisch gezond en levert toegevoegde waarde uit kwaliteit 2. Het voedselsysteem is circulair en werkt zoveel mogelijk in gesloten kringlopen, waar mogelijk lokaal of regionaal, maar ook op de schaal van (noordwest) Europa; 3. Het voedselsysteem is in verbinding. Boer en consument begrijpen elkaars perspectief. Er is erkenning en waardering voor ecologische (o.a. natuurinclusieve) en maatschappelijke diensten. Daarbij hoort een reële economische beloning; De belangrijke onderliggende meekoppelopgave is het volhoudbaar ontwikkelen van het kennisproducerende agricomplex voor het behoud van werkgelegenheid en de bredere economische betekenis van dat complex voor de regio.
De opgave ‘balans in het voedselsysteem’ houdt in dat we streven naar een landschap waar ondernemers (waaronder agrariërs) toekomstbestendig kunnen ondernemen en daar een goede waardering en beloning voor krijgen. De landbouw blijft een belangrijke drager van het landschap, maar er komt ook ruimte voor andere functies en activiteiten. Deze maken sociaal en economisch onderdeel uit van een landelijk gebied in balans. Hoe we dit willen ontwikkelen en met welke maatregelen staat verder toegelicht in de hoofdstukken hieronder.
10
2. HOE WILLEN WE DIT ONTWIKKELEN? Deel A van dit onderdeel geeft de ontwikkelprincipes uit de Contourennotitie weer. Daarna beschrijft deel B op welke manier de opgaven en ontwerpprincipes vertalen naar gewenste ontwikkelingen: de ontwikkellijnen. De informatie uit de contourennotitie is in de volgende versie herleidbaar geïntegreerd in het RPLG.
2.1. DEEL A: PRINCIPES UIT DE CONTOURENNOTITIE De Contourennotitie beschrijft vijf principes die aan de basis staan voor de verdere uitwerking. Het zijn geen dogma’s, maar richtinggevende keuzes: belangrijke waarden om het landelijk gebied ecologisch, economisch en sociaal-maatschappelijk perspectief te bieden. Vanzelfsprekend zullen er ook locaties of gebieden zijn waar ontwikkelingsprincipes met elkaar botsen. Dan moeten we het gesprek aangaan, prioriteiten stellen en keuzes maken. Deze zijn afhankelijk van nieuwe inzichten die we gaandeweg opdoen, maar ook van doelen en taakstellingen van hogere overheden.
2.1.1. Het bodem- en watersysteem is leidend De bodem- en watercondities in de regio zijn - met het oog op klimaatverandering - van dusdanig belang, dat deze uitgangspunt vormen voor ruimtelijke ontwikkelingen en condities meegeven voor de invulling van deze ontwikkelingen (RRV, 2021). De draagkracht van het natuurlijke bodem- en watersysteem wordt daarom leidend bij de ruimtelijke inrichting van onze regio. De bron- en stroomgebieden van onze beken en de sponswerking van de bodem spelen hierbij een belangrijke rol. Het is een gezamenlijk belang van álle spelers in het landelijk gebied om bodem en water leidend te maken voor een aantrekkelijke, gezonde leefomgeving en duurzame voedselproductie.
2.1.2. Natuurkwaliteit en gezonde leefomgeving als randvoorwaarde Biodiversiteit is een belangrijke voorwaarde voor een gezonde leefomgeving en gezonde voedselproductie. Daarom streven we naar een minimale basiskwaliteit natuur. Deze basiskwaliteit laat zien wat nodig is om ervoor zorgen dat de soortenrijkdom niet verder afneemt. Hiervoor stellen we een notitie Basiskwaliteit Natuur (BKN) op. Deze geeft voor verschillende typen gebieden aan welke kwaliteit we nastreven. De BKN geeft aan op welke plekken we landschap, biodiversiteit en natuur moeten versterken om het natuurlijke systeem te herstellen, zowel in de stad als daarbuiten. Zo kunnen we bepalen welke functies wenselijk zijn op welke plaats op basis van de draagkracht van de natuur. Bijvoorbeeld waar vanwege nabijheid van natuur maximale natuurinclusieve landbouw wordt nagestreefd. Daarmee is de BKN één van de instrumenten voor de ruimtelijke inrichting van onze regio.
2.1.3. De identiteit van het gebied staat centraal Onze regio heeft een grote variatie aan bijzondere landschappen. Ons landelijk gebied is verre van uniform. Deze variatie is op veel plaatsen historisch gebaseerd op de variatie in de bodem. Uiteindelijk heeft het gebruik ook geleid tot sociaal-maatschappelijke en landschappelijke identiteit. De agrifoodsector is een steeds dominantere rol gaan vervullen en is daarmee een belangrijke drager van de identiteit van de regio geworden. Met ‘identiteit’ bedoelen we hier (de geschiedenis van) het landschap en het gebruik daarvan, maar ook de manier waarop het landschap van invloed is op de mensen die er wonen. We willen de identiteit van ons landelijk gebied behouden en versterken. De ruimtelijke uitdagingen die op ons af komen kunnen we hiervoor benutten. Gebiedsprocessen, zoals in het Binnenveld en het Veenhuizerveld, zijn 11
hierbij een belangrijk middel. Voor het toevoegen van nieuwe functies (wonen, zorg, economisch, recreatie) geldt: “ja, mits het past bij/bijdraagt aan de identiteit van de regio”. Dat geldt landschappelijk (kleinschalig, ingepast) en sociaal/maatschappelijk. Daarbij geldt dat agrifood een belangrijke drager is van deze identiteit. Als we toch kiezen voor transformatie naar nieuwe functies in het landelijk gebied (zoals wonen), dan zijn bij die transformaties de opgaven uit de verstedelijkingsstrategie leidend.
2.1.4. Economische en sociale vitaliteit met meervoudig ruimtegebruik Het in balans brengen van het voedselsysteem gaat onder andere het verduurzamen en weer vitaal maken van de landbouw. Dit is een combinatie van ecologische, economische en maatschappelijke aspecten. Tegelijk liggen er vragen vanuit nieuwe functies: recreatie, kennisontwikkeling, energie en ook wonen en werken. Het landelijk gebied is niet de eerste plek om de verstedelijkingssopgave te realiseren. Toch kunnen we de ruimtelijke zoektocht naar balans in het landelijk gebied niet los zien van andere opgaven in de regio zoals verstedelijking. Deze twee ontwikkelingen kunnen elkaar versterken. Dit betekent dat we ondernemingsruimte en fysieke ruimte willen vinden voor andere functies naast de landbouw, maar ook dat de landbouw zelf verandert: ze zal diverser worden. Dit leidt tot een meer diverse ruimtelijke inrichting, activiteiten en betekenis. Geschikte landbouwbouwgrond behouden we zoveel mogelijk voor de (extensivering van de) landbouw en de voedselproductie.
2.1.5. De regio is een proeftuin voor toekomstbestendige voedselproductie Onze regio is een van de proeftuinen voor de transitie naar kringlooplandbouw, vooral voor de koppeling stad-land en innovatie door duurzame, slim-technologische oplossingen. Zo kunnen we bedreigingen van en voor de agrarische sector omzetten in kansen voor economie, ecologie en samenleving. In onze proeftuin onderscheiden we twee landbouwpijlers: • De gebouwgebonden voedselproductie. Kernwoorden zijn: circulair, eiwittransitie in food en feed, vertical farming en natuurinclusieve erven; • De bodemgebonden landbouw. Kernwoorden zijn: natuurinclusief, kringlopen, eiwittransitie in food en feed, meervoudig ruimtegebruik. Beide pijlers kennen eigen uitdagingen, kansen en mogelijkheden voor de doorontwikkeling, en dragen zo bij aan de opgaven van het landelijk gebied.
Kringlooplandbouw ‘Bij kringlooplandbouw komt zo min mogelijk afval vrij, is de uitstoot van schadelijke stoffen zo klein mogelijk en worden grondstoffen en eindproducten met zo min mogelijk verliezen benut’. Het gaat hier om een circulair perspectief. (Ministerie van LNV 20218 - Waardevol en verbonden). Voor de melkveehouderij en de akkerbouw worden hiervoor vaak de termen natuur-inclusieve landbouw en regeneratieve landbouw gebruikt. We zetten hiervoor in op bodems met volop bodemleven, het verbeteren van biodiversiteit door agrarisch natuurbeheer, infiltreren van water en het minder belasten van natuur door minder gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken en residuen van medicijnen in het milieu te verminderen. Voor het geheel van de landbouw gebruiken we de term kringlooplandbouw, omdat daar ook de gebouwgebonden landbouw, die in onze regio sterk vertegenwoordigd is, een rol in heeft. Maar natuurlijk zijn het niet alleen agrarisch bedrijven die minder moeten verspillen, meer hergebruiken en natuur en biodiversiteit moeten bevorderen. Dat is een opgave voor alle bedrijven en alle inwoners.
12
2.2. DEEL B: ONTWIKKELLIJNEN In dit deel beschrijven we drie inhoudelijke ontwikkellijnen. Hierin wordt in de volgende versie van het RPLG een tijdlijn verwerkt. Hierdoor kunnen we prioriteiten, relaties en volgordelijkheid laten zien. De drie ontwikkellijnen versterken elkaar. Doordat we een tijdlijn inbouwen, kunnen we ook goed laten zien wat we al doen aan het herstel van natuurlijke processen in bodem, watersystemen, biodiversiteit en input en output van bedrijven in de regio. En zoals de kaart aangeeft, kunnen we de ontwikkellijnen ruimtelijk vertalen. Namelijk, ieder landschapstype kent een eigen bodemgesteldheid, watersysteem, natuurkwaliteit, cultuurhistorie, gemeenschappen en potentie. De doelen vanuit het Rijk en Provincie willen we in dit deel laten landen. We geven antwoord op de vraag hoe wij hiermee omgaan, welke ruimte voor ondernemerschap hier past en van welk type gebruik we direct of op den duur afscheid nemen.
2.2.1. Lijn 1: Het bodem en watersysteem brengen we in balans We willen toewerken naar een robuust watersysteem van bron tot monding. De bodem en het water is de basis van al het leven en daarom de eerste ontwikkellijn. Hiermee sluiten we aan bij het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), waar bodem en water centraal staan. Onder robuust verstaan we een landschappelijk systeem, dat pieken of extremen kan opvangen, zonder dat het onoverkomelijke schade toebrengt voor inwoners en landgebruikers. Bovendien is dit een bodem waarbij de droogteproblematiek zich minder manifesteert. Het is een gezamenlijk belang van álle spelers in het landelijk gebied om bodem en water een grotere rol te laten spelen bij het afwegen van ruimtelijke veranderingen of landgebruik. Wij vinden het 100% leidend laten zijn van bodem en water nu een te grote stap, want er zal vaak een afweging t.o.v. andere belangen aan de orde zijn. We willen we dat er meer vooraf wordt nagedacht op welke manier een activiteit of ingreep helpt bij het herstel van dit natuurlijke systeem. In de tabel hieronder leest u de uitwerking van deze ontwikkellijn. 13
Anders denken: “van -> naar” 1. Van A – B – c naar…
Bodem – C – B – a
2. Van impact op lijnen naar...
Impact op vlakken (en de diepte in)
3. Van afvalwater naar...
Hergebruik van alle waterstromen én besparen van water
Een betere balans tussen 4. Individueel beheer en ...
Beheer door meer betrokkenheid in het gebied
5. Klein lokaal herstel en ...
Groter systeemherstel
6. Technisch beheer en …
Meer natuurlijk systeem, flexibel/zelf in regelbaar
1. Van A – B – c naar… bodem – C – B – a Als we willen toewerken naar het langer vasthouden van het water, dan moeten we de bodem en de kleine wateren een belangrijkere rol geven. Bodem - CBA watergangen zijn er voor het vasthouden, infiltreren en herverdelen van regenwater. Ze zorgen ervoor dat het land niet te droog wordt en de grondwatervoorraad op peil blijft. Dit verplaatst de primaire focus van de grote (A en B) wateren naar de bodem en de haarvaten. Het vasthouden begint bij een bodem met een hoog gehalte organische stof, bodemleven en -structuur. Hiermee wordt de sponswerking en daarmee de waterbeschikbaarheid vergroot, in tijden van droogte. Vervolgens zijn de haarvaten van het watersysteem belangrijk om de hoeveelheid water langer vast te houden. 2. Van impact op lijnen naar... impact op vlakken Als we nr. 1 doordenken, dan willen we sturen op de kwaliteit van de percelen in dit hele systeem en het gehele grondgebruik (2D en 3D). Het is hierbij realistisch te denken, dat het water langer dan we nu gewend zijn, op de erven en percelen bewaren, voordat het naar de lijnen, de watergangen stroomt. Een deel kan dan al infiltreren in de bodem. Dit kan later weer aangewend worden voor gewassen en biodiversiteit. 3. Van afvalwater naar...
hergebruik van alle waterstromen én besparen van water We willen kijken naar de hele watercyclus en alle vormen van water zijn daar onderdeel van. We moeten zuinig zijn op het water, besparen en hergebruiken. Hierbij hoort ook het verbeteren van de waterkwaliteit (KRW-doelen). 4. Individueel beheer en... beheer door meer betrokkenheid in het gebied Uitwerking van nr. 1 is dat de landgebruikers meer gezamenlijk aan zet zijn om het beheer van bodem en watersysteem uit te voeren. En samen te leren en monitoren hoe bodem en water reageren op veranderende omstandigheden en welke impact dit heeft op het landgebruik. Dit heeft ook impact op het verbeteren van de waterkwaliteit. 5. Klein lokaal herstel en... groter systeemherstel We hebben lange tijd meer aandacht gehad voor de ingrepen op relatief kleine schaal, in plaats van robuust systeemherstel. Hier komen individueel belang en algemeen belang bij elkaar en dit kan tot nieuwe afwegingen leiden. Klimaatverandering vraagt om denken op de schaal van het hele systeem. 14
6. Technisch beheer en... meer natuurlijk systeem, flexibel/zelf in regelbaar Naast het feit dat we kunstmatige ingrepen en faciliteiten in het landschap hebben gemaakt én nodig houden, willen we toe naar ‘building with nature’. Hoe kan de natuur richting geven aan het herstel van een natuurlijk systeem? Dit draagt ook bij aan het besef dat de landschappen door de seizoenen heen veranderen en dat we ons daarop aan te passen hebben.
A-B-C watergangen en bodem Het waterschap onderscheidt het watersysteem in verschillende wateren: •
A-watergangen zijn vaarten en weteringen met een belangrijke functie voor water aan- of afvoer. Deze worden onderhouden door het waterschap.
•
B-watergangen zijn sloten met een lokale functie voor water aan- en afvoer. Eigenaren van de aangrenzende grond onderhouden deze watergangen.
•
C-watergangen zijn kleinere sloten met vooral een waterbergende functie. Dit is de bron van schoon regenwater voor en van het gebied. Voor deze watergangen geldt geen onderhoudsplicht.
•
Bodem is de bovenste laag van de ondergrond waarin planten wortelen en bodemvormende processen plaatsvinden.
Keuzes die hierbij kunnen horen zijn bijvoorbeeld: • We kiezen voor toekomstbestendige landbouw, waarin duurzaam bodem beheer centraal staat. Op sommige plekken betekent dit extensivering. • Beekdalen worden weer herkenbaar in het landschap, met ruimte voor functies voor voorkomen van wateroverlast en creëren van waterbuffers. We onderzoeken wat er in de buffers wel kan aan gewassen of vegetaties. • Er zal ruimte nodig zijn voor retentiegebieden voor periodes met hevige neerslag, bijvoorbeeld als dubbelfunctie van agrarische grond; • De draagkracht van het natuurlijke bodem- en watersysteem wordt vooraf meegewogen bij keuzes over de ruimtelijke inrichting van onze regio. Welke goede voorbeelden zijn er al in de regio? • Grondgebonden agrarische bedrijven zetten steeds meer in op bodemgezondheid en productie die klimaat robuust is en helpt bij water vasthouden, waterberging en verbeteren van de waterkwaliteit. Bijvoorbeeld i.s.m. het waterschap via kruidenrijk grasland en via het realiseren van minder uitspoeling (N/P) bij beken. • Binnen Kringlooplandbouw Utrecht Oost werken boeren aan bodem en water. • Voor de regio worden gratis bodemcursussen georganiseerd voor boeren en loonwerkers, waarbij betrokken ambtenaren en erfbetreders ook aanschuiven.
• Binnen de Regiodeal Foodvalley wordt onderzoek gedaan naar bodemverbetering via bokashi, kruidenrijk grasland, mestverbetering en andere vanggewassen. • Er worden vormen van landbouw uitgedacht die kunnen voldoen aan de doelen van de bufferzones van 100-250 meter langs beken.
15
2.2.2. Lijn 2: Een vruchtbaar landschap in een gezonde leefomgeving Voedsel komt van over de hele wereld: We willen veel meer kijken naar ‘wat hier is’ en wat regionaal kan. Waarbij ‘hier’ ook eerst op schaal van (noordwest) Europa kan plaatsvinden. Nederland is een klein land, afhankelijk van het agrarisch bedrijf is een bepaalde schaal nodig voor een gezond verdienmodel. Ook willen we naar een zo efficiënt mogelijke omgang met grondstoffen en watergebruik. Het begint bij een gezond bodem en watersysteem. Daarbij wil je dieren voeden met voedsel dat niet voor mensen geschikt is, of wel: zoveel mogelijk reststromen en deze zo slim mogelijk benutten. Uiteindelijk streven we naar een zo klein mogelijke footprint, eerlijke ketens en gesloten kringlopen, passend in de omgeving en passend bij de ondernemer. Voorwaarde is een eerlijk en duurzaam verdienmodel waar iedereen in de keten haar rol moet onderzoeken. En waar ruimte wordt ervaren om te ondernemen en met elkaar te leren.
Eerlijke Ketens Een eerlijke voedselketen is een keten waarin alle schakels in de keten op een transparante manier er samen voor zorgen dat de boer een reële prijs ontvangt. Dat is een prijs die uitgaat van de werkelijke kostprijs en waarde van duurzame productie. Een inmiddels redelijk bekende vorm van een eerlijke keten is
de
‘korte
keten’:
een
afzetsysteem
van
landbouwproducten, dat een rechtstreekse relatie kent tussen producent en consument. Zo blijf je als consument direct verbonden met je regio en de sociale, culturele, ecologische en economische eigenschappen daarvan.
Er is al veel in beweging in de agrarische sector en er zijn al veel toekomstperspectieven, ideeën en transitiepaden uitgedacht die ingezet kunnen worden. Het is belangrijk om diverse paden tegelijk verder te ontwikkelen, die mogelijk per landschap en onderneming specifiek te maken zijn. De agrarische sector kan inzetten op emissiereductie, gebruik van circulair veevoer, meer CO2 en energieneutrale bedrijven, natuurinclusieve landbouw, uitvoering van natuur en landschapsbeheer, inzet van nieuwe teelten en de eiwittransitie, het vergroten van huiskavels en/of vrijwillige opkoop. Afhankelijk van de specifieke situatie. Om ‘Foodvalley’ te blijven wil de regio minimaal 500 boeren Natuurlijke processen behouden (Strategische Agenda Naast het beschermen van op kaart begrensde natuurgebieden, Regio Foodvalley 2019). Niet alles vinden we het ook belangrijk natuur in de hele regio te helpen kan meer overal, maar waar dat kan herstellen. We noemen dit de natuurlijke processen in bodem, blijft er ruimte voor diverse vormen water, lucht, klimaat, flora en fauna. Al deze onderwerpen van landbouw, ook voor productie werken sterk op elkaar in en zijn als geheel leven ondersteunde voor de (inter)nationale markt. ecosystemen. Wij mensen, zijn onlosmakelijk deelnemer in Vandaar dat het woordje ‘ook’ in de deze ecosystemen en het is belangrijk goed rentmeesters te zijn uitwerkingen in de tabel.