B-3.12 Besluit B&W inzake voorontwerp bestemmingsplan Tolnegenweg-West d.d. 15-3-22.pdf
Tekst van het document
-1Afdeling: Ruimtelijke Ontwikkeling Behandelaar: W. Kuik Telefoonnummer: 0342 495 279 Ter kennisname naar de raad Nummer beleidsproduct:
Onderwerp:
Voorstelnr. 2006 Barneveld, 28 februari 2022 Portefeuillehouder: B. Wijnne Op overzicht Bestaand beleid (website)
Voorstel over het voorontwerp bestemmingsplan ‘Tolnegenweg-West’ in Stroe (RO-Kui)
Gevraagde beslissing: 1. Instemmen met het voorontwerp van het bestemmingsplan ‘Tolnegenweg-West’ dat voorziet in de ontwikkeling van een lokaal bedrijventerrein aan de noordwestzijde van de kern Stroe; 2. De inspraakprocedure met een inzagetermijn van twee weken opstarten; 3. Het voorontwerp in het kader van het vooroverleg verspreiden onder betrokken instanties; 4. Dit besluit ter kennisname aanbieden aan de raad via Rubriek B, ingekomen stukken.
1. Inleiding Het is de bedoeling om een lokaal bedrijventerrein mogelijk te maken aan de noordwestzijde van Stroe. De planlocatie ‘Tolnegenweg West’ ligt tussen de spoorlijn Amersfoort – Apeldoorn en de snelweg A1 in. Binnen dit plangebied worden bedrijven met maximaal milieucategorie 3.1 toegestaan, met uitzondering van het gedeelte aan de noordoostzijde binnen het plangebied waar maximaal milieucategorie 3.2 wordt toegestaan. In het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2012’ is aan de bewuste gronden een agrarische bestemming toegekend een bestemming. Realisatie van een bedrijventerrein is daar nu niet toegestaan. Om die reden is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
2. Beoogd effect Het bestemmingsplan vormt de planologische basis voor een nieuw bedrijventerrein van circa 3 hectare.
3. Argumenten 1.1 Het verzoek past binnen het gemeentelijk beleid Het plan betreft een uitbreidingslocatie aan de noordwestzijde van het dorp Stroe. Het gaat om het gebied tussen de rijksweg A1 en de spoorlijn Amersfoort-Apeldoorn. Op 22 november 2011 heeft de gemeenteraad ingestemd met de ‘Structuurvisie kernen Barneveld 2022’. In deze visie is het projectgebied aangewezen als een zoekzone voor bedrijven. Dit heeft een nadere uitwerking gekregen met het voorliggende plan. Op 10 december 2021 is de Visie Werklocaties Foodvalley 2020-2030 en Regionaal Programma Werklocaties Foodvalley (RPW) 2021-2025 vastgesteld door het Algemeen Bestuur Regio Foodvalley. Dit is het toetsingskader voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen in de regio. Er is een forse kwantitatieve ruimtebehoefte aan bedrijventerreinen in de regio. De voorliggende ontwikkeling voor circa 3 hectare bedrijventerrein in Stroe past binnen het RPW. 1.1 Zonder een procedure kan het plan niet mogelijk worden gemaakt Het plan past niet binnen de geldende bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Wonen’ van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2012’. In het voorontwerp van bestemmingsplan ‘Tolnegenwest-West’ zijn aan de gronden de bestemmingen toebedacht die passen bij het nieuwe bedrijventerrein.
2.1 Inspraak draagt bij aan een betere kwaliteit, snellere doorlooptijd en/of draagvlak In 2009 heeft het college besloten in beginsel geen inspraak te houden bij de voorbereiding van bestemmingsplannen. Dit is een uitzonderingsgeval, hier is inspraak juist zinvol. Wij verwachten dat inspraak bijdraagt aan de kwaliteit van het bestemmingsplan en de doorlooptijd van de procedure kan bevorderen. Door belanghebbenden in dit stadium te betrekken bij de voorbereiding van het bestemmingsplan creëren we draagvlak voor de voorgenomen ontwikkeling. De ervaring leert dat na inspraak minder zienswijzen omtrent het ontwerp-bestemmingsplan naar voren worden gebracht. Wij stellen voor om de inspraakprocedure te starten en het als bijlage bij dit voorstel gevoegde voorontwerp voor twee weken ter inzage te leggen.
-23.1 Vooroverleg kan leiden tot verbeteringen van het bestemmingsplan Het is gebruikelijk het bestuurlijk vooroverleg (ex artikel 3.1.1. Bro) parallel te laten lopen met de inspraak. Het vooroverleg neemt echter wat meer tijd in beslag. Hiermee zijn 6 weken gemoeid. 4.1 Het is wenselijk de raad vroegtijdig op de hoogte te brengen van de ontwikkeling Het college is belast met de voorbereiding van het bestemmingsplan. Het is dan ook aan het college om te beslissen over de terinzagelegging van het voorontwerp van het bestemmingsplan en het openstellen van inspraak. Door de raad nu in kennis te stellen van deze beslissing, is hij aan het begin van de voorbereiding van het bestemmingsplan op de hoogte van de voorgenomen ontwikkeling.
4. Kanttekeningen 1.1 Het plan kan niet worden vastgesteld zonder een exploitatieplan of exploitatieovereenkomst De Wet ruimtelijke ordening verplicht ertoe om voor een ontwikkeling als deze naast een bestemmingsplan ook een exploitatieplan te maken. Wanneer tijdig een exploitatieovereenkomst wordt gesloten, hoeft geen exploitatieplan te worden gemaakt. Het streven is om alle benodigde gronden tijdig te verwerven. 2.1 In het voorontwerp van het bestemmingsplan moeten nog correcties worden doorgevoerd In het bijgevoegde voorontwerp van het bestemmingsplan staan nog een aantal p.m.’s. Vóór de terinzagelegging van het voorontwerp-bestemmingsplan (zie hieronder bij punt 6. Uitvoering) kan de toelichting nog iets aangevuld worden en beschikken wij over de definitieve versie. De aanvullingen hebben geen betrekking op de aard of opzet van de voorgenomen ontwikkeling.
5. Financiën Hoofdstuk 7 van de toelichting bij het voorontwerp van het bestemmingsplan ‘Tolnegenweg-West’ gaat over de economische uitvoerbaarheid. Het kostenverhaal is anderszins verzekerd middels een grondexploitatie voor zover het (toekomstige) gemeentelijke bezittingen betreft. Door de gronduitgifte is het kostenverhaal verzekerd. Met de overige eigenaren (niet zijnde de gemeente) in het gebied worden (anterieure) overeenkomsten gesloten waarmee het kostenverhaal ook voor deze delen van de ontwikkeling verzekerd zal zijn.
6. Uitvoering Planning: De terinzagelegging van het voorontwerp-bestemmingsplan volgt in week 11. Een ieder heeft dan de mogelijkheid om een inspraakreactie op het voorontwerp in te dienen. Reacties die binnen komen op het voorontwerp-bestemmingsplan worden beoordeeld, gewogen en waar mogelijk meegenomen in de verdere uitwerking van het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan komt ook weer ter inzage, naar verwachting in het derde kwartaal van 2022.
Communicatie: De openbare kennisgeving van het voorontwerp komt in de Barneveldse Krant. De kennisgeving gebeurt ook langs elektronische weg (op de website van de gemeente).
Evaluatie/controle: N.v.t.
7. Bijlagen - voorontwerp van het bestemmingsplan ‘Tolnegenweg-West’
Tolnegenweg-West
maart 2022 voorontwerp bestemmingsplan Plannr. 1677
Tolnegenweg-West
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
5 INLEIDING
5
Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen
7 7 7
Hoofdstuk 3
9
PLANBESCHRIJVING
Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Rijk 4.2 Provincie 4.3 Regio 4.4 Waterschap 4.5 Gemeente
11 11 12 15 16 17
Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen en laagvliegroutes 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Veiligheid 5.14 Verkeer 5.15 Water
22 22 23 24 25 27 27 28 31 31 32 33 33 34 34 35
Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Juridische aspecten 6.2 Handhaving
36 36 40
Hoofdstuk 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 7.1 Kostenverhaal en zekerstellingen
42 42
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak
43 43 43 43
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Verkennend bodemonderzoek, 19 februari 2019
Bijlage 2
Detectierapportage, 18 januari 2019
Bijlage 3
Projectplan CE, 19 november 2020
Bijlage 4
Aanvullend onderzoek soorten, 17 december 2019
Bijlage 5
Behoefteonderzoek 2017, Arcadis
2
"Tolnegenweg-West" (voorontwerp)
Tolnegenweg-West
"Tolnegenweg-West" (voorontwerp)
3
Tolnegenweg-West
4
"Tolnegenweg-West" (voorontwerp)
Tolnegenweg-West
Toelichting Hoofdstuk 1
INLEIDING
Stroe is in ontwikkeling. De kern groeit, onder andere met de beoogde nieuwe woonwijk 'Het Wulperveld'. In de “Structuurvisie kernen Barneveld 2022” uit 2012 is - naar aanleiding van het Dorpsplan Stroe - de wens opgenomen om een aantal lokale bedrijven in en rond de kern Stroe te kunnen verplaatsen naar een nieuw lokaal bedrijventerrein, waarvoor twee zoekzones zijn opgenomen (Tolnegenweg West en Tolnegenweg Oost). Deze nieuwe terreinen zijn specifiek bedoeld voor bedrijven met een lokale binding. Op deze wijze is de leefbaarheid van het dorp te verbeteren met nieuwe inbreidingslocaties voor passende functies als wonen. Na de planvoorbereiding van het kleinschalige bedrijventerrein 'Tolnegenweg Oost' in 2020 voor lichte bedrijvigheid wordt nu ook gestart met de planvoorbereiding voor het iets grotere bedrijventerrein 'Tolnegenweg West'. Zie afbeelding 1 voor de ligging van de planlocatie.
Afbeelding 1: ligging planlocatie 'Tolnegenweg West' (rood omlijnd)
Het doel is een aantal lokale bedrijven in en rond de kern te kunnen verplaatsen naar de planlocatie dat tussen spoor en snelweg is ingeklemd. Het plangebied van globaal 3 hectare is nu een agrarisch gebied met één woonbestemming. Deze woonbestemming (Tolnegenweg 1) zal worden geamoveerd. De ontwikkeling van een bedrijventerrein op deze locatie is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom is de voorliggende herziening van het bestemmingsplan opgesteld. "Tolnegenweg-West" (voorontwerp)
5
Tolnegenweg-West
Voorliggend plan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit bestemmingsplan.
6
"Tolnegenweg-West" (voorontwerp)
Tolnegenweg-West
Hoofdstuk 2 2.1
BESTAANDE SITUATIE
Begrenzing plangebied
De planlocatie ligt aan de westzijde van de Tolnegenweg in de kern Stroe en is kadastraal bekend als gemeente Garderen, sectie C, (voornamelijk) nummers 804, 832, 833 en 788. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de rijksweg A1 en aan de zuidzijde door de spoorlijn Amersfoort-Apeldoorn. Aan de oostzijde van het plangebied bevindt zich een gemengd gebied met enkele onbebouwde agrarische kavels, bedrijfspercelen en woonpercelen. De grens aan de westzijde van het plangebied wordt gevormd door de oude karweg tussen Harderwijk en Arnhem. Hier liggen enkele woonpercelen verscholen in een bosje. De planlocatie wordt ontsloten op de Tolnegenweg. Onderstaande afbeelding geeft de begrenzing van het plangebied weer.
Afbeelding 2: begrenzing plangebied
2.2
Geldende bestemmingen
Het plangebied ligt in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" en heeft de bestemmingen "Agrarisch" en "Wonen", zie afbeelding 3. Ook geldt de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 1" met de aanduiding 'middelhoge verwachtingswaarde'. Realisatie van een bedrijventerrein is binnen de geldende bestemmingen niet toegestaan. Een deel van de ontsluitingsweg (naast de spoorlijn) valt binnen het bestemmingsplan 'Kootwijkerbroek-Stroe'. De beoogde verbreding van de huidige weg past niet binnen dit bestemmingsplan.
"Tolnegenweg-West" (voorontwerp)
7
Tolnegenweg-West
Afbeelding 3: uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan
In het bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van de bestemmingsplannen noodzakelijk.
8
"Tolnegenweg-West" (voorontwerp)
Tolnegenweg-West
Hoofdstuk 3
PLANBESCHRIJVING
De planlocatie Tolnegenweg West ligt globaal achter de bestaande woningen en bedrijven aan de westzijde van de Tolnegenweg tussen de spoorlijn Amersfoort – Apeldoorn en de snelweg A1. De huidige ontsluiting loopt langs het spoor via een eigen weg, ook Tolnegenweg genoemd. Rondom de planlocatie liggen bestaande taluds van de snelweg en de spoorbaan met sloten en enige bomen. De ontsluiting van het nieuwe bedrijventerrein blijft langs het spoor lopen met een verbeterd profiel en een aanpassing van de spoorkruising met de Wolweg en de Tolnegenweg. De verbrede weg maakt na de bedrijven nrs. 3a, 1a en 1d een lus om het bedrijventerrein langs het spoor aan de zuidzijde en de 5 tot 6 meter hogere snelweg aan de noordzijde. Het voordeel van deze opzet is dat de bedrijven zich met de voorgevel kunnen presenteren naar de snelweg en het spoor. Aan de westzijde komt een groenstrook met ruimte voor nieuwe waterbergingen naast de bestaande sloot en houtopstanden. De doorsteek naar de oude karweg blijft op dezelfde plek liggen. De oostzijde loopt schuin weg langs de perceelsgrenzen met een bestaande houtstructuur op de aangrenzende gronden. Aan de noordoostzijde komt een half verhard pad naar de Tolnegenweg welke geschikt is voor hulpdiensten bij calamiteiten (een 'calamiteitenroute'). Zie afbeelding 4 voor het stedenbouwkundig schetsplan.
Binnen Tolnegenweg West wordt maximaal milieucategorie 3.1 toegestaan, met uitzondering van het gedeelte aan de noordoostzijde binnen het plangebied waar maximaal milieucategorie 3.2 wordt toegestaan. Dit ten behoeve van een mogelijk te vestigen transportbedrijf. Voor een transportbedrijf geldt milieucategorie 3.2. Binnen het bedrijventerrein worden geen (bedrijfs)woningen toegestaan.
Afbeelding 4: schetsplan
Voor het plangebied wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld. In de volgende planfase (het ontwerpbestemmingsplan) zal het beeldkwaliteitsplan toegevoegd worden aan dit bestemmingsplan voor de bebouwing en de overgang naar de openbare ruimte. In afbeelding 4 is een mogelijke verkaveling opgenomen. De omvang van de kavels staat niet vast. Het bestemmingsplan en het beeldkwaliteitsplan zijn daarom flexibel van opzet. De toegestane goot- en nokhoogte voor de bedrijfsgebouwen is 12 meter, zodat een plat dak mogelijk is, maar ook een dak met een flauwe helling tot 15 graden. Een plat dak of een dak met een flauwe helling is beter geschikt voor een groen dak met zonnepanelen. Om BENG (eisen voor bijna energieneutrale gebouwen) te halen is al meer dakisolatie nodig en een zwaardere dakconstructie. Om een groen dak te "Tolnegenweg-West" (voorontwerp)
9
Tolnegenweg-West stimuleren wordt daarom een extra hoogte van 1 meter toegestaan bij deze uitvoering. Ook voor groene voorgevels wordt een extra meter toegestaan voor de constructie en aanleg van verticale groene gevels. Dit volgt straks uit het beeldkwaliteitsplan. De woningen in de kern hebben in het algemeen een maximum hoogte van 11 meter. Gelet op de afstand tot omliggende woningen is een maximum hoogte van 12 meter voor de nieuwe bedrijven evenwichtig met de overige bebouwing.
10
"Tolnegenweg-West" (voorontwerp)
Tolnegenweg-West
Hoofdstuk 4
BELEIDSKADER
4.1
Rijk
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond.
Doorwerking Het beoogde plan is in lijn met de prioriteiten, in het bijzonder met het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. De opgave is te zorgen voor een excellent vestigingsklimaat met optimale bereikbaarheid, een aantrekkelijke, groene, veilige en gezonde leefomgeving, en op de vraag afgestemd aanbod van ruimte voor bedrijvigheid, waarbij overschotten en tekorten worden voorkomen. De NOVI vormt daarom geen belemmering voor dit plan.
4.1.2
Nationaal Waterplan 2016-2021
Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt ervoor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat eruit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.
Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).
"Tolnegenweg-West" (voorontwerp)
11
Tolnegenweg-West
4.1.3
Crisis- en herstelwet
Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd (zie kamerstukken 33.135). De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I bedoelde projecten ten aanzien van wegen. Doorwerking in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet niet van toepassing.
4.2
Provincie
4.2.1
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening
De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet.
4.2.1.1
Omgevingsvisie
Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie 12
"Tolnegenweg-West" (voorontwerp)
Tolnegenweg-West klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat Werklocaties De provincie en haar partners streven samen naar aantrekkelijke werklocaties die bijdragen aan een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en een goed vestigingsklimaat in Gelderland. Om regionale economische ontwikkelingen te faciliteren zijn voldoende voorraden bedrijventerreinen van de juiste kwaliteiten op de juiste locatie gewenst. Zij ziet de volgende opgaven: vraag en aanbod van bedrijventerreinen kwantitatief en kwalitatief op elkaar afstemmen; een zorgvuldige ruimtelijke afweging van nieuwe en bestaande locaties die aansluit bij de behoefte van bedrijven; een duurzame inrichting van bedrijventerreinen die courant is en die bijdraagt aan een circulaire economie, waar nodig door tijdige revitalisering of herstructurering; bereikbaarheid afstemmen op de behoefte van de gebruikers. Uitgangspunt is een zorgvuldige omgang met de schaarse ruimte en de kwaliteit van het landschap. Bestaande locaties wil de provincie optimaal benutten voordat er nieuwe terreinen ontwikkeld worden. De ondernemersgerichte benadering bij herstructurering helpt hierbij. De provincie wil 'verrommeling' door bedrijventerreinen in het landschap en langs snelwegen voorkomen.
De provincie en haar partners stellen voor elke regio een Regionaal Programma Werklocaties (RPW) op. Hierin worden afspraken vastgelegd over voorraden bedrijventerreinen, kantoren en/of perifere detailhandelslocaties. Hiermee wordt ervoor gezorgd dat het beschikbare aanbod aan werklocaties kwalitatief goed aansluit bij de marktvraag en de regionale economische ambities en kracht van het gebied. De uitgangspunten zijn zorgvuldig ruimtegebruik en de Ladder voor duurzame verstedelijking: terughoudend zijn met het ontwikkelen van nieuwe bedrijventerreinen. De provincie onderscheidt de volgende typen bedrijventerreinen: Regionale bedrijventerreinen; deze zijn aangewezen en ingericht voor de opvang van grotere en zwaardere bedrijven (wat betreft milieucategorie) die op hoogwaardige bereikbaarheid zijn aangewezen. Het gaat om bedrijven met een kavel groter dan 0,5 hectare waarvan vestiging op een lokaal bedrijventerrein niet gewenst is. Lokale bedrijventerreinen; deze zijn in principe bedoeld voor kleinschalige bedrijven met een lokale functie en een lage milieucategorie. De provincie vindt het belangrijk dat stedelijke uitbreidingen met werklocaties passen bij of aansluiten op het reeds aanwezige bebouwde gebied.
Daarnaast vindt de provincie het belangrijk dat de aard en schaal van nieuw te vestigen bedrijven passen bij of een goede aanvulling zijn op het bestaande productiemilieu, de werkgelegenheidsstructuur en de omvang van de nabij liggende woonkern. Voor lokale bedrijventerreinen geldt in beginsel een maximale kavelgrootte van 0,5 hectare voor nieuwe bedrijfsvestigingen. Specifieke terreinen; deze bieden een specifieke vestigingsplek voor bepaalde bedrijven. Bijvoorbeeld campussen, agroproductieparken, kadegebonden bedrijventerreinen en gemengde terreinen en werklandschappen. Voor nieuwvestiging en uitbreiding van bedrijventerreinen moet aantoonbaar regionale afstemming hebben plaatsgevonden en de ontwikkeling moet passen binnen een door de regio en GS overeengekomen RPW.
Regionaal Programma Werklocaties FoodValley (RPW) De afspraken die de regio FoodValley heeft gemaakt over de kwantitatieve en kwalitatieve opgaven voor de komende periode zijn vastgelegd in het RPW. Op 10 december 2021 is de Visie Werklocaties Foodvalley 2020-2030 en Regionaal Programma Werklocaties Foodvalley (RPW) 2021-2025 vastgesteld door het Algemeen Bestuur Regio Foodvalley. Het RPW is het regionale afsprakenkader over planning en programmering van bedrijventerreinen tussen "Tolnegenweg-West" (voorontwerp)
13
Tolnegenweg-West de regio en de provincie Gelderland. Het RPW is tevens het toetsingskader voor de ontwikkeling van (nieuwe) bedrijventerreinen in de regio, waarbij sprake is van een relatie met de Omgevingsverordening van de provincie. Er is een forse kwantitatieve ruimtebehoefte aan bedrijventerreinen in Regio Foodvalley. Het is van groot belang op korte termijn tenminste circa 120 hectare aan - nu nog - zachte plannen voor nieuwe bedrijventerreinenlocaties te realiseren. Daarom zijn ook diverse zachte plannen, waaronder in Stroe, opgenomen in het RPW. De beoogde uitbreiding van de voorraad aan werklocaties in Barneveld is nodig om de lokaal economische dynamiek de vereiste ruimte te kunnen bieden en om een evenwichtige balans tussen wonen en werken te behouden. Kern van de strategie voor regionaal programmeren is om de benodigde hectares daar te laten landen waar ook de vraag naar is. Dit betekent dat lokale bedrijfsruimtegebruikers met een ruimtevraag in eerste instantie zo veel mogelijk binnen de eigen gemeente worden gehuisvest en daarna pas over de gemeentegrenzen wordt gekeken.
Doorwerking in plangebied De voorliggende ontwikkeling past binnen het RPW, waarin het onderstaande is opgenomen:
Omdat deze ontwikkeling past binnen het RPW is dit plan niet in strijd met de Omgevingsvisie.
4.2.1.2
Omgevingsverordening
De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. De Omgevingsverordening is met ingang van 17 oktober 2014 in werking getreden. De provincie actualiseert regelmatig de Omgevingsverordening.
Doorwerking in plangebied In de Omgevingsverordening is het plangebied Tolnegenweg West opgenomen op de kaarten: Kaart 3: Regels Glastuinbouw Kaart 6: Regels Water en Milieu Wat betreft glastuinbouw, er geldt een tijdelijk verbod voor de hervestiging en nieuwvestiging van glastuinbouw. Ook de uitbreiding van bestaande glastuinbouw is tijdelijk verboden. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet niet in glastuinbouw. De betreffende regels uit de verordening zijn daarom irrelevant voor de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied. Wat betreft water en milieu: het plangebied maakt deel uit van 'intrekgebieden'. Een intrekgebied is een beschermingsgebied dat is aangewezen op grond van artikel 1.2, tweede lid onder sub a van de Wet milieubeheer (Wm). In artikel 2.38 van de Omgevingsverordening is bepaald dat intrekgebieden in een 14
"Tolnegenweg-West" (voorontwerp)
Tolnegenweg-West bestemmingsplan geen bestemming krijgen die de winning van fossiele energie, zoals aardgas, aardolie, schaliegas en steenkoolgas, mogelijk maakt. In het voorliggende bestemmingsplan is dit niet aan de orde. Het plan is in overeenstemming met de verordening.
4.3
Regio
4.3.1
Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe
Op 4 december 2020 is het Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe (RAP) ondertekend door de Manifestregio. In de regio werken 28 gemeenten, waterschap Vallei en Veluwe, provincies Utrecht en Gelderland, Vitens, Veiligheidsregio's en Rijkswaterstaat samen op het gebied van klimaatadaptatie. Met het RAP geeft de regio invulling aan de landelijke opgave voor overheden om vanaf eind 2020 klimaatadaptief te werken om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Deze opgave komt voort uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Het klimaat verandert namelijk snel en merkbaar. Klimaatadaptatie is omgaan met het nieuwe klimaat met extremer weer: heftige buien of juist lange periodes van hitte en droogte. De omgeving waarin we leven, werken en ontspannen, maar ook de manier van leven moeten we daarop aanpassen. In het RAP zijn de regionale aandachtsgebieden voor de komende jaren bepaald, aanvullend op wat elke partij zelf moet of kan doen. Vooraf zijn voor het hele gebied de kwetsbaarheden van wateroverlast, droogte en hitte in kaart gebracht in een klimaateffectatlas. Tevens zijn risicodialogen met elkaar gevoerd over de gevolgen van klimaatverandering en de opgaven voor de regio.
Het RAP is een strategische agenda rondom 4 thema's: Prettig wonen en werken, Aangenaam recreëren, Basisfuncties (elektriciteit, hoofdwegennet, verpleeghuizen, etc.) veilig stellen en Natuurlijk bodem- en watersysteem. Per thema zijn (hoofd)ambities, speerpunten en maatregelen geformuleerd. Het thema prettig wonen ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingerichte stedelijke omgeving. Speerpunten zijn Ketenafspraken klimaatbestendig bouwen, Ontwikkelafspraken met woningcoöperaties, Instrumentenmix voor bestaand stedelijk gebied, Stimuleringsregeling klimaatbestendige maatregelen en Hitteplan. Het thema Aangenaam recreëren ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingericht recreatief buitengebied. Het speerpunt is Groen-blauwe recreatie. Het thema Basisfuncties ambieert een veilig en robuust ontworpen nutsvoorzieningen en infrastructuur. Speerpunten zijn Natuurbranden preventieplan, Overstromingsbestendige gebieden en gebouwen, (Hoofd)verdeelstations beoordelen en Doorgaande wegen klimaatrobuust. Het thema Natuurlijk bodem- en watersysteem ambieert een klimaatbestendig, robuust en veerkrachtig natuurlijk bodem- en watersysteembeheer. Speerpunten zijn Loofbomen advies, Waterbeschikbaarheidsstrategie, Duurzaam grondwatersysteem en Verkenning regio Vallei en Veluwe – 2120.
In Werkplannen wordt concreet aangegeven hoe de ambities in het RAP voor telkens een periode van 2 jaar worden uitgewerkt. De opgaven worden regionaal verdeeld en er worden verbindingen gelegd. Van belang is dat ook inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties worden betrokken.
Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten ten aanzien van klimaatadaptatie zullen worden beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15)
"Tolnegenweg-West" (voorontwerp)
15
Tolnegenweg-West
4.4
Waterschap
4.4.1
Blauwe Omgevingsvisie 2050
De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zullen worden beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).
4.4.2
BOP 2022-2027Waterschap Vallei en Veluwe
Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem.
Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie.
Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets worden beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).
16
"Tolnegenweg-West" (voorontwerp)
Tolnegenweg-West
4.5
Gemeente
4.5.1
Structuurvisie Kernen Barneveld 2022
De gemeenteraad heeft op 22 november 2011 de "Structuurvisie Kernen Barneveld 2022" vastgesteld. De structuurvisie legt de gemeentelijke visie op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van het eigen grondgebied vast. Het bestemmingsplan zal hierbinnen moeten passen. De structuurvisie bevat een uitvoeringsprogramma. Hierin laat de gemeente zien hoe het voorgenomen beleid gerealiseerd zal worden. In de structuurvisie is een groot aantal ruimtelijke projecten opgenomen, waarvoor investeringen in de openbare ruimte noodzakelijk zijn. Ook is er een groot aantal lopende en potentiële bouwmogelijkheden. Mogelijkheden voor kleinschalige bedrijventerreinen op kernniveau zijn beperkt. In een aantal kernen zijn mogelijkheden daartoe fysiek of vanuit het oogpunt van bescherming van het landschap en/of natuur uitgesloten. Daar waar op kernniveau fysieke mogelijkheden bestaan, wordt getoetst aan de volgende voorwaarden: Nadrukkelijk moet er sprake zijn van een substantiële vraag naar ruimte van ondernemers uit de (directe omgeving van de) kern; De te vestigen onderneming moet een duidelijke functionele relatie met de betreffende kern hebben (historische binding, herkomst personeel, afzetgebied e.d.). Het kan ook noodzakelijk zijn een kleinschalig bedrijventerrein te ontwikkelen ten behoeve van het verplaatsen van hinderlijke bedrijven uit de kern.
Bij het ontwikkelen van kleinschalige bedrijventerreintjes dient rekening te worden gehouden met de principes van duurzame inrichting en bedrijfsprocessen. De gemeente faciliteert kleinschalige bedrijventerreinen voor kleinschalige lokale bedrijven, waar de noodzaak hiervan kan worden aangetoond en waar ruimtelijk gezien mogelijkheden bestaan. Dit is het geval in Kootwijkerbroek en Stroe.
Doorwerking in plangebied Uit de kaart behorende bij de structuurvisie blijkt dat de planlocatie ligt in een zoekgebied voor bedrijven, zie onderstaande afbeelding.
Afbeelding 5: uitsnede kaart Structuurvisie Kernen Barneveld 2022
De gemeente ondersteunt middels de structuurvisie de in het Dorpsplan Stroe vervatte optie om het perceel westelijke van de Tolnegenweg een functie te geven voor hervestiging van thans in (en rond) de kern gevestigde milieuhinderlijke bedrijven. Als voorwaarden daarbij geldt dat:
"Tolnegenweg-West" (voorontwerp)
17
Tolnegenweg-West De financieel-economische uitvoerbaarheid aangetoond dient te worden; De ontsluiting op een verkeerskundig aanvaardbare wijze kan plaatsvinden en dat er voldoende belangstelling van lokale bedrijven voor verplaatsing aanwezig is. In dit bestemmingsplan wordt aangetoond dat aan beide voorwaarden wordt voldaan. Dit plan is in overeenstemming met de structuurvisie.
4.5.2
Dorpsplannen en -visies
In alle dorpen in Barneveld zetten verenigingen plaatselijk belang zich actief in voor de leefbaarheid en toekomst van de dorpen en buurtschappen. Verschillende dorpen hebben in dit kader hun visie op de toekomst vastgelegd in een dorpsplan of –visie of zijn daar mee bezig. De dorpsplannen bevatten zowel een visie op de toekomst als een overzicht van concrete ideeën en wensen om de leefbaarheid van het dorp te versterken en zijn in samenspraak met veel inwoners en de gemeente tot stand gekomen. Vanuit de visie op burgerkracht ('Zelf-samen-gemeente') en netwerksamenleving is in de Strategische Visie 2030 (september 2016) ten aanzien van de dorpsplannen een voorstel opgenomen om een andere werkwijze te gaan volgen die de plannen een sterkere positie geeft. Op die manier kan recht worden gedaan aan de geleverde inspanningen en de lokaal gemaakte keuzes. Dorpsplannen hebben - waar mogelijk - een positie bij de ontwikkeling en uitvoering van gemeentelijk beleid. Dit geldt in ieder geval voor de recente dorpsplannen (die opgesteld zijn na 2016) die in samenspraak met de gemeente tot stand gekomen zijn. Deze dorpsplannen bevatten een goede weergave van de ideeën en behoeften die er leven in de kernen. De gemeente houdt daarom bij ruimtelijke plannen en –initiatieven rekening met de inhoud van het dorpsplan en kan – indien nodig – hierover in overleg gaan met Plaatselijk Belang.
Dorpsplan Stroe 2010-2030 De historische ontwikkeling van Stroe heeft geleid tot een duidelijke vermenging van wonen, bedrijvigheid en andere functies. In 2010 is door de DorpsWerkGroep in samenwerking met de Vereniging Kleine Kernen Gelderland het dorpsplan voor de kern Stroe opgesteld. In het Dorpsplan staat dat een bedrijventerrein in Stroe op dat moment nog niet aanwezig is en moet worden ontwikkeld. De plek waar dit bij voorkeur gerealiseerd kan worden is tussen de spoorlijn en de snelweg. Dit bedrijventerrein moet alleen beschikbaar zijn voor lokale bedrijven die willen verplaatsen dan wel lokale ondernemers die willen (door)starten. Uit onderzoek is gebleken dat de ondernemers in Stroe de voorkeur geven aan de uitgifte van bouwrijpe kavels in eigendom, zodat zij in eigen beheer een passend pand kunnen bouwen.
Doorwerking in plangebied Na de vaststelling en uitvoering van het kleinschalige bedrijventerrein 'Tolnegenweg Oost' in 2020 voor lichte bedrijvigheid wordt nu ook gestart met de planvoorbereiding voor het iets grotere bedrijventerrein 'Tolnegenweg West'. Dit plan is daarom in overeenstemming met het Dorpsplan Stroe 2010-2030.
4.5.3
Bestemmingsplannen globaal en flexibel
Op 6 mei 2014 heeft de raad de kaderstellende notitie 'Bestemmingsplannen globaal en flexibel' vastgesteld. Met deze notitie geeft de raad voor met name grote(re) uitleggebieden kaders aan om bestemmingsplannen globaal en flexibel te maken, om adequaat te kunnen inspelen op maatschappelijke en marktontwikkelingen. Daarmee ontstaat enige ruimte om een plan te kunnen wijzigen, maar zonder significant verlies van kwaliteit in de openbare ruimte, beeldkwaliteit en rechtszekerheid. Globaal en flexibel zijn twee naast elkaar staande begrippen. Een globaal bestemmingsplan is een bestemmingsplan waarbij de belangrijkste uitgangspunten voor een gebied zijn vastgelegd. In een globaal bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden niet vastgelegd of gebonden aan een concreet perceel. Het tegenovergestelde van globaal bestemmen is gedetailleerd bestemmen, want een gedetailleerd bestemmingsplan legt juist wel een eindbeeld vast. 18
"Tolnegenweg-West" (voorontwerp)
Tolnegenweg-West
Naast het begrip globaal, kennen we ook nog de begrippen star en flexibel. We spreken van een star bestemmingsplan als het niet of nauwelijks mogelijk is om van een bestemmingsplan af te wijken. Flexibel bestemmen is het tegenovergestelde. Flexibel bestemmen laat meer ruimte om in te spelen op initiatieven die niet direct zijn geregeld. Flexibiliteit is in het bestemmingsplan in te bouwen door te werken met afwijkingsregels, wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten. De notitie richt zich op toekomstige ontwikkelingen in de kernen, waarbij met name is gekeken naar de bestemmingen voor wonen en bedrijven.
Doorwerking in plangebied In voorliggend bestemmingsplan zijn de gebruikelijke binnenplanse afwijkingsbevoegdheden, wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten opgenomen. Voor het overige is geen toepassing gegeven aan de kaders uit de notitie, omdat het bestemmingsplan een postzegelplan betreft.
4.5.4
Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020
De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Ook moet de gemeentelijke overheid in opdracht van de rijksoverheid uiterlijk in 2021 een warmteplan opstellen, dat de basis gaat vormen voor het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving in 2020 en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. De gemeente is medio 2018 een verkenning gestart naar hoe een aardgasvrije gemeente vorm zou kunnen krijgen. Naar aanleiding van de uitkomsten hiervan kunnen keuzes voor de energievoorziening voor nieuw te bouwen woningen en/of bedrijven in de toekomst beïnvloed worden.
Bijvoorbeeld waar het gaat om mogelijkheden om aan te sluiten bij een collectieve warmtevoorziening of een wijkgerichte aanpak voor het verduurzamen van woningen (Wijk van de Toekomst). Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning vanaf 1 juli 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Warmtepompen Er zijn voorbeelden van geluidsoverlast veroorzaakt door warmtepompen, omdat er bij de plaatsing geen rekening gehouden is met het geluidsaspect of de warmtepomp verouderd is. Een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de warmtepomp is noodzakelijk en er moet voldaan worden aan een acceptabel geluidsniveau. Als het geluidniveau op 5 meter van warmtepomp hoger is dan 30 dB(A) of als dit het geval is bij een kortere afstand tot de buurwoning dan is het toepassen van een geluiddempende omkasting nodig. Hiervoor komen steeds meer innovaties op de markt (bijvoorbeeld in een dummy schoorsteen). Per 1 april 2021 worden nieuwe geluidseisen gesteld aan (nieuw te plaatsen) buiten opgestelde installaties voor warmte- of koude opwekking. Het gaat hierbij om warmtepompen en airco's die worden toegepast bij woningen en woongebouwen. Deze installaties mogen niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken bij de buren.
"Tolnegenweg-West" (voorontwerp)
19
Tolnegenweg-West Zonnepanelen Gebruik van zonne-energie kan significant bijdragen aan de benodigde duurzame energieopwekking. In het plangebied worden zonnepanelen direct bij de bouw meegenomen. Materialen In het ontwerp van een woning of gebouw kan door een slim ontwerp daglicht optimaal worden benut en zodat de benodigde energie voor verlichting zo laag mogelijk is en de binnen temperatuur zo min mogelijk fluctueert. Ook kunnen groendaken aangelegd worden. De hoeveelheid materialen wordt zoveel mogelijk beperkt en gebruik van gezonde en duurzame materialen – gezien over de hele levenscyclus - heeft de voorkeur. Laadpalen Elektrisch autorijden is beter voor het milieu dan rijden op fossiele brandstoffen. Er wordt namelijk geen CO2 uitgestoten door de auto. De gemeente staat dan ook positief tegenover het plaatsen van laadpalen voor elektrische voertuigen. Duurzaamheid in het openbaar gebied of op eigen terrein Er moet aandacht zijn voor energiezuinige openbare verlichting. Daarbij denken we aan een verlichtingsplan, waarbij zo weinig mogelijk lantaarnpalen worden toegepast, uitgevoerd met (dimbare) LED-lampen. Daarnaast is het vanuit duurzaamheidsoogpunt van belang om de hoeveelheid materiaalgebruik voor wegen en de verharde oppervlakte in het plangebied zo laag mogelijk te houden.
Dat kan worden bereikt door de weglengte en -breedte zoveel mogelijk te beperken en doorlatende verharding toe te passen. Bij de keuze voor het materiaalgebruik heeft de gemeente ook hier de voorkeur voor het gebruik van duurzame materialen, bij zowel productie en gebruik en die bij sloop hergebruikt kunnen worden. Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg. We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Door op een slimme manier om te gaan met (robuust) groen in de openbare ruimte in relatie tot de positionering van de woningen en de productie van zonne-energie op daken van woningen kan het microklimaat in de woningen en in een gebied op een positieve manier beïnvloed worden.
Doorwerking in plangebied De ambitie is een hoogwaardig kleinschalig bedrijventerrein te ontwikkelen met een groene uitstraling door groene daken en groene verticale gevels te stimuleren, aandacht te geven voor klimaatadaptatie en natuur-inclusieve ontwikkeling en bij voorkeur minstens BENG. Zelfvoorzienend zou zelfs een voorbeeldfunctie kunnen worden. Kortom een groen duurzaam bedrijventerrein als de poort naar de Veluwe en als verwijzing naar de groene Veluweflank.
20
"Tolnegenweg-West" (voorontwerp)
Tolnegenweg-West
4.5.5
Waterplan Barneveld (2005) en Hemelwaterplan 2017-2020'Klimaatactief!'
Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. In het plan is een concrete doelstelling opgenomen: in 2025 is 10% van het verharde oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering (referentiejaar 2005). Dit betreft 18 ha. afkoppelen. In het Hemelwaterbeleidsplan is deze doelstelling uitgewerkt in concrete maatregelen. Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van totale openbare ruimte.
Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets worden beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).
"Tolnegenweg-West" (voorontwerp)
21
Tolnegenweg-West
Hoofdstuk 5
RANDVOORWAARDEN
5.1
Bodem
5.1.1
Bodemkwaliteit
In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt (o.a.) plaats op basis van de vastgestelde bodemkwaliteitskaart (PFAS) regio De Vallei en de nota bodembeheer regio De Vallei. Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. In dit geval is er sprake van een verdachte locatie. De volgende onderzoeken zijn uitgevoerd: - Verkennend bodemonderzoek weiland Tolnegenweg 1 te Stroe, Vink Milieutechnisch Adviesbureau, projectnummer P12M0196, d.d. 4 februari 2013. - Verkennend bodemonderzoek en verkennend en nader onderzoek asbest aan de Tolnegenweg 1 te Stroe, Vink Milieutechnisch Adviesbureau, projectnummer P14M0050, d.d. 21 mei 2014. - Verkennend bodemonderzoek, Vink Milieutechnisch Adviesbureau, projectnummer P18M0142, d.d. 19 februari 2019. Dit laatste (meest recente) onderzoek is opgenomen onder bijlage 1 van dit bestemmingsplan.
Conclusie In het weiliand zijn enkel lichte verontreinigingen aangetroffen welke geen aanleiding geven tot nader onderzoek. Ten aanzien van de ontsluitingsweg (parallel aan de spoorlijn): inzage in de milieuhygiënische kwaliteit van het asfalt en de eventueel aanwezige fundatielaag is nog noodzakelijk voordat de weg wordt opgebroken (in verband met verbreding/aanpassing van deze weg). Op het huidig erf Tolnegenweg 1 zijn twee verontreinigingen: 1. Nabij de woning bevindt zich een stortlocatie van asbest. Deze moet gesaneerd worden voordat er gebouwd kan worden. 2. Bij de opslaglocatie is een kleinschalige verontreiniging van zware metalen aangetroffen. Hier is nader bodemonderzoek nodig. Dit staat aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.
5.1.2
Niet gesprongen explosieven
Gelet op de ligging van de planlocatie langs de spoorlijn kunnen er mogelijk niet gesprongen explosieven uit WOII aanwezig zijn. Voor alle spoorlijnen in Nederland heeft ProRail een historisch onderzoek uitgevoerd met betrekking tot de mogelijke aanwezigheid van explosieven. Voordat in het gebied grondroerende werkzaamheden plaatsvinden moet worden onderzocht of mogelijk munitie in de bodem aanwezig is. Indien dit inderdaad het geval is moet deze worden verwijderd. Dit moet gebeuren volgens de richtlijnen van de WSCS-OCE, door een daarvoor erkend bedrijf. Voor een dergelijk onderzoek moet de bodem vrij zijn van obstakels zoals bomen en struiken. De landelijk geldende Arbo wetgeving is van toepassing voor wat betreft de omgang met de risico's die de mogelijke aanwezigheid van explosieven met zich meebrengt. In 2019 is een detectieonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 2. Binnen het plangebied zijn diverse verdachte objecten gedetecteerd die voldoen aan de kenmerken van explosieven in het gebied. Er is in 2020 een projectplan opgesteld, zie bijlage 3. Inmiddels zijn de meeste explosieven verwijderd. De overgebleven aandachtspunten worden meegenomen bij het bouwrijp maken van het plan. Dit staat aan de 22
"Tolnegenweg-West" (voorontwerp)
Tolnegenweg-West uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan niet in de weg.
5.2
Cultuurhistorie
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Daar waar het voor de archeologie al gemeengoed is, geldt het dus ook voor andere aspecten van de cultuurhistorie. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente heeft daarom een proces opgestart om bestaande kennisdocumenten te actualiseren en waar nodig nieuwe kennis op te bouwen. De gemeente beschikt over de volgende vastgestelde kaarten: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van ruimtelijke ordening wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving.
5.2.1
Archeologie
Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit deze kaart blijkt dat binnen het plangebied een lage archeologische verwachting geldt. De gemeenteraad heeft besloten dat voor deze zone archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van 10.000 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. Binnen een straal van 300 meter rond het plangebied zijn verschillende archeologische booronderzoeken uitgevoerd. Geen van deze onderzoeken heeft archeologische vindplaatsen opgeleverd. Er is daarom geen archeologisch onderzoek noodzakelijk. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding van de desbetreffende vondsten bij de minister (namens deze de RCE) verplicht.
5.2.2
Historischestedenbouwkundige waarden
De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'stedebouwkundige waardevolle gebieden' als weergegeven in de 'Historische stedebouwkundige waardenkaart' en de aangegeven 'vast te leggen kenmerken' in de bijbehorende Tabel, en deze te hanteren als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied heeft volgens deze kaart geen bijzondere waarden. Daarnaast is er binnen het plangebied geen sprake van een rijks- of gemeentelijk monument.
5.2.3
Cultuurlandschappelijke waarden
De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Cultuurlandschappelijke waardenkaart' als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plan ligt in een gebied dat wordt aangeduid als jonge vochtige landbouwontginning met een lage waardering. Dit bestemmingsplan is niet strijdig met deze waardering. De voorgenomen plannen doen geen afbreuk aan cultuurhistorische waarden.
"Tolnegenweg-West" (voorontwerp)
23
Tolnegenweg-West
5.3
Ecologie
De belangrijkste wet voor natuurbescherming in Nederland is de Wet natuurbescherming. Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden. De Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn vertaald in deze wet. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Daarnaast is qua ecologie ook het Gelders Natuurnetwerk en de Gelderse Ontwikkelingszone van belang.
5.3.1 5.3.1.1
Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming
Hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van speciale beschermingszones ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Zo'n speciale beschermingszone wordt aangeduid als “Natura 2000-gebied”. De Wet natuurbescherming bepaalt vervolgens wat er wél en niet mag in zo'n Natura 2000-gebied. Ook zijn er bijzondere nationale natuurgebieden. Op 27 juni 2014 is de aanwijzing van het gebied Veluwe als speciale beschermingszone onder de Habitatrichtlijn in werking getreden. Tevens is met dit besluit het besluit tot de aanwijzing van Veluwe als speciale beschermingszone onder de Vogelrichtlijn, inclusief de daarbij behorende Nota van toelichting, gewijzigd. Deze twee genoemde speciale beschermingszones vormen samen het Natura 2000-gebied Veluwe, waarbij instandhoudingsdoelstellingen zijn toegevoegd.
Stikstof Het plangebied ligt in de nabijheid van een Natura 2000-gebied. De afstand tussen het plangebied Tolnegenweg West en het Natura 2000-gebied 'Veluwe' bedraagt cica 520 meter. Op dit moment wordt een onderzoek uitgevoerd. PM
5.3.1.2
Soortenbescherming
Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van bepaalde plant- en diersoorten in Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden én daarbuiten. Er gelden drie beschermingsregimes, te weten voor vogels (Vogelrichtlijn), soorten onder de Habitatrichtlijn (bijlage IV, onderdeel a Habitatrichtlijn, dan wel bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn) en andere (nationale) soorten. Om te beoordelen of beschermde soorten in het plangebied aanwezig zijn, is een natuurtoets uitgevoerd. Naar aanleiding van een in 2018 uitgevoerde quickscan bleek dat in het plangebied potentie aanwezig is voor vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen, huismus, steenuil en steenmarter. Daarom is een aanvullend onderzoek naar deze soortgroepen uitgevoerd. De rapportage d.d. 17 december 2019 is bijgevoegd onder bijlage 4. Er zijn geen vaste rust-/verblijfplaatsen aangetroffen. Ook is het plangebied geen essentieel onderdeel van het foerageergebied of vliegroute van vleermuizen. Het onderzoeksrapport is minder dan drie jaar oud en is nog voldoende actueel. De activiteiten binnen het plangebied zijn de afgelopen jaren niet gewijzigd, waardoor geen nieuwe soorten of veranderingen te verwachten zijn.
Algemene zorgplicht Voor de uitvoering van werkzaamheden geldt de algemene zorgplicht. Alle broedende vogels, hun broedplaatsen én de functionele omgeving van de broedplaatsen zijn beschermd tijdens de broedperiode. Het verwijderen van bomen en struiken dient gezien te worden als een voor vogels verstorende activiteit en 24
"Tolnegenweg-West" (voorontwerp)
Tolnegenweg-West dient buiten het vogelbroedseizoen plaats te vinden. Verstorende werkzaamheden dienen niet tijdens de broedperiode (grofweg maart - augustus) uitgevoerd te worden, tenzij geconstateerd is dat er geen vogelbroedgeval aanwezig is. Een ieder is verplicht om voldoende zorg in acht te nemen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
5.3.1.3
Houtopstanden
De bescherming van houtopstanden conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel om het aanwezige areaal bossen en beplanting in Nederland te behouden. Daarmee wordt de functie van bossen en beplantingen gegarandeerd als habitat voor dieren en planten, als recreatiegebied en als groene long. Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, van een oppervlakte van tien are of meer of een bomenrij die twintig (of meer) bomen omvat. Voor het kappen of rooien van een houtopstand geldt een meld- en herplantplicht wanneer de houtopstand buiten de vastgestelde bebouwde kom ligt. De Wet natuurbescherming beschermt geen houtopstanden binnen de bebouwde kom. Binnen het plangebied worden geen houtopstanden gekapt. Een herplantplicht is niet aan de orde.